Curacao magazine

Page 1

CURAÇAO

| 4e JAARGANG | NUMMER 1 | MEI 2021

HET KAN WEER! BON BINI OP DUSHI KORSOU!

_____________

RUM MET DNA VAN CURAÇAO

AFSCHEID ‘GEVMIN’ BEGINA ____________

IN RIJ VOOR LIVING LAB KLAAR VOOR DE

HERSTART TOERISME ‘TE ONRUSTIG OM NIKS TE DOEN’ POLITIEKE AARDVERSCHUIVING | DE CIRKEL IS ROND | EXPORTEUR VAN GROENE ENERGIE PLAZA WORDT HERITAGE CENTER | EIGEN KAMERLID | ERKEN PAPIAMENTS | OVER DE GRENZEN


Inhoud

5

12

INHOUD

COLOFON

Extra spannend................................................................................................................................................................3 Politieke aardverschuiving.........................................................................................................................................4 ‘Gevmin’ Begina: De cirkel is rond.........................................................................................................................5 Klaar voor herstart toerisme....................................................................................................................................9 Rum met het DNA van Curaçao.........................................................................................................................12 Exporteur van groene energie..............................................................................................................................15 Plaza-hotel wordt heritage center......................................................................................................................18 Eindelijk weer een ‘eigen’ Kamerlid....................................................................................................................20 Tijd voor erkenning Papiaments.........................................................................................................................22 Curaçao kijkt meer over de grenzen.................................................................................................................25

CURAÇAO is een uitgave van het Kabinet van de Gevolmachtigde Minister van Curaçao. Aan deze uitgave werkten mee: Thessa Fleming, adviseur voorlichting KGMC Paco Núñez, fotograaf Caïnva Isenia, fotograaf Raino Mauricia, fotograaf Prince Victor, fotograaf Nico van der Ven, fotograaf René Zwart, interviews Coördinatie: ADCaribbean BV Vormgeving: B.made Druk: Printbookers

18

15

Informatie: Kabinet van de Gevolmachtigde Minister van Curaçao Prinsegracht 63-65 2512 EX Den Haag T: 0703066111 E: info@kgmc.nl W: kgmc.nl Auteursrecht: Het is niet toegestaan artikelen of delen daarvan en foto´s over te nemen zonder schriftelijke toestemming van de auteur/fotograaf.

22

02 |

25

Inhoud


Voorwoord

EXTRA SPANNEND Door mr. Henco Cecilia

Voor ons, mijn collega’s op het Curaçaohuis en mijzelf, zijn het extra spannende tijden. De Statenverkiezingen hebben zoals u verderop in deze editie kunt lezen het politieke landschap op Curaçao behoorlijk door elkaar geschud. Het land krijgt een gloednieuwe regeringscoalitie en in Den Haag dus ook een nieuwe gevolmachtigde minister. Op het moment dat ik dit voorwoord schrijf, hebben we er nog geen idee van wie onze nieuwe ‘baas’ bij het kabinet wordt. Of bazin, natuurlijk. De komst van een nieuwe gevolmachtigde minister betekent Gevolmachtigde Minister van Curaçao. tegelijkertijd het afscheid van de huidige ‘gevmin’. We gaan de heer Begina zeker missen, want hij is er in de afgelopen jaren in geslaagd het Curaçaohuis een geweldige impuls te geven door naast het traditionele pakket van consulaire dienstverlening het accent te leggen op meer economische diplomatie. Ook heeft hij van het ambtelijke bolwerk dat wij een beetje waren weer een echt huis gemaakt door de deuren te openen voor culturele en informatieve bijeenkomsten van en voor onze landgenoten en allen die ons land een warm hart toedragen. Dat alles heeft het werken er voor ons als staf en medewerkers alleen maar plezieriger op gemaakt en daarvoor zijn wij hem dankbaar. Henco Cecilia is waarnemend directeur van het Kabinet van de

Anderzijds is het ook goed dat de heer Begina vertrekt. Want, zoals hij in het afscheidsinterview (zie pagina 5) zelf zegt, wordt hij onrustig als alles op rolletjes loopt. Bovendien: wij gunnen hem de wat minder lange werkdagen (en nachten) oprecht. Al moet ik daarnaast wel zeggen dat alles niet echt op rolletjes loopt het afgelopen jaar. Het zijn - mede als gevolg van de coronacrisis - hectische tijden. Hoe groot de impact op bijvoorbeeld het toerisme en daarmee op onze economie is, leest u in het interview met de managing director van de Chata. Een project dat gaat helpen Curaçao sterker uit de crisis te laten komen, is het living lab dat het overheidsbedrijf Refineria di Korsou samen met TNO en de universiteit ontwikkelt. Een ander prachtig voorbeeld is de metamorfose die het voormalige Plaza-hotel zal ondergaan naar een bruisend heritage center in hartje Punda. Indrukwekkend is het ondernemerslef van de initiatiefnemers achter het in december gelanceerde Ròm Tambú dat alles in zich heeft tot een groot exportsucces uit te groeien. Bij de afgelopen Kamerverkiezingen hebben we gezien dat diverse personen met een sterke band met onze eilanden zich kandidaat hebben gesteld. En natuurlijk zijn we trots dat enkele zelfs zijn verkozen en nu lid zijn van de Tweede Kamer. Sinds 31 maart hebben Caribische Nederlanders een extra stem in de Tweede Kamer in de persoon van Jorien Wuite en Sylvana Simons. Dat mijn eiland barst van jong talent met grote ambities bevestigen de interviews met de voorzitter van Levende Talen Papiaments Nihayra Leona en Saran Inderson die sinds september bij ons is gedetacheerd en de halve wereld als werkgebied heeft. De inhoud van dit nummer doornemend, realiseer ik mij weer dat wij als klein landje het Koninkrijk best wat te bieden hebben. Dus kan ik u aanbevelen snel door te bladeren. PS. Vlak voor het ter perse gaan van deze editie kregen wij het goede nieuws dat de Nederlandse regering het negatieve reisadvies voor Curaçao per 15 mei heeft ingetrokken. U bent dus van harte welkom om te genieten van onze zon, stranden, zee, lekkere eten en gastvrijheid!

Voorwoord

03 | CURAÇAO


Politieke aardverschuiving

POLITIEKE AARDVERSCHUIVING De Statenverkiezingen van 21 maart hebben het politieke landschap flink door elkaar geschud. Er deed een recordaantal van 15 partijen mee. De opkomst onder de ruim 116.000 stemgerechtigden was 74,03% tegen 66,4% in 2017. Movementu Futuro Kòrsou (MFK) ging onder aanvoering van Gilmar Pisas met 27,76% van de stemmen van 5 naar 9 van de in totaal 21 zetels. De Partido Nashonal di Pueblo (PNP) maakte met lijsttrekker Ruthmilda Larmonie-Cecilia een comeback: van 0 naar 4 zetels. Partido Alternativa Real (PAR) van demissionair minister-president Eugene Rhuggenaath leverde 2 van haar 6 zetels in. Coalitiegenoot Movementu Alsa Nashon (MAN) zakte van 5 naar 2. Vier partijen verdwenen uit de Staten waaronder Partido Inovashon Nashonal (PIN) van oud-premier Suzy Camelia-Römer. Van de nieuwkomers behaalden Kòrsou Esun Miho en Trabou pa Kòrsou een zetel. MFK en PNP hebben inmiddels een coalitie-akkoord gesloten, maar bij het ter perse gaan van deze editie was het wachten nog op de bekendmaking van de ministersploeg. “Iedereen op het eiland is de verdeeldheid moe”, onderstreept de nieuwe voorzitter van de Staten Charetti America. Dat haar kandidatuur in het nogal gepolariseerde politieke klimaat op Curaçao ook door de voltallige oppositie werd gesteund, lijkt

Pleidooi voor eenheid haar woorden te bevestigen. “Ik werd er stil van dat ik met algemene stemmen ben gekozen. In jezelf geloven is één ding, dat alle anderen dat ook doen ervaar ik als een enorme eer. Ik besef dat dit een unieke kans is om verandering te brengen.” Als relatiecoach is America gewend tegen over elkaar staande

04 |

Statenvoorzitter Charetti America.

partijen te verenigen, reden waarom zij in 2016 door de MFK werd benaderd zich kandidaat te stellen. “Ik had helemaal niets met politiek. De manier waarop politiek werd bedreven, stootte mij af. Modder gooien en verdeeldheid zaaien druist tegen alles in waarvoor ik sta. Na een half jaar nadenken en gebed dacht ik: misschien moet ik het daarom juist wél doen en mij inzetten voor verandering. Dat is ook de reden waarom ik mij kandidaat heb gesteld voor het voorzitterschap van de Staten. Ik wil voorzitter zijn van alle Statenleden, wat hun politieke achtergrond ook is.” “Ik maak niemand, partijen noch mensen, verwijten dat het parlement steeds meer een verlengstuk van de regering is geworden. Als Staten moeten wij ons er meer bewust van zijn dat wij volksvertegenwoordiger zijn en dus de regering moeten controleren of zij de belangen van de bevolking dient. Het is niet één persoon of één partij die het land kan veranderen. Wij zullen dat samen moeten doen, door bereid te zijn te luisteren, elkaar te respecteren en - ondanks politieke tegenstellingen - te waarderen.”


Wisseling van de wacht

DE CIRKEL IS ROND Gevolmachtigde minister Anthony Begina zwaait af Enige overredingskunst was er wel voor nodig om afzwaaiend gevolmachtigde minister Anthony Begina te porren voor een afscheidsinterview. Hij hoeft niet zo nodig in het centrum van de belangstelling te staan. En om status geeft hij al helemaal niet. Zijn antwoord op de vraag hoe we hem moeten aanspreken (met excellentie?) onderstreept dat nog eens: “Zeg maar Anthony, zo heet ik.” Zijn eerste levensjaren bracht hij ver van Willemstad - relatief gesproken dan - door. “Wij woonden bij Caracasbaai. Op het schiereiland stonden drie of vier huizen. Mijn vader was hoofd van de douane. Naast ons woonde het hoofd van de politie en daarnaast een loods. Nu is het daar helemaal volgebouwd met nieuwe wijken, maar toen was het nog erg geïsoleerd. We leefden achter een hek. Als ik probeerde weg te lopen, belde de portier mijn vader.”

Kampioen

Nadat Begina senior hoofd van de douane in Punda was geworden, verhuisde het gezin naar de wijk Charo. “Ik ging eerst naar de Johan Mauritsschool en later de Goslingaschool. Ons huis had op de begane grond een grote hal. Daar hadden we een tafeltennistafel staan. Wij speelden een beetje voor de lol. Ik deed ook aan basketbal en honkbal. Op een gegeven werd de finale van het nationale kampioenschap gespeeld: onze tafeltennisheld Robert Hosé tegen de kampioen van Aruba, Mario Croes. Mijn broer en ik zijn gaan kijken.”

‘We leefden achter een hek’ “In de onlangs op tv uitgezonden documentaire De Droevige Kampioen naar het boek van Jan Brokken zie je twee jongetjes de zaal binnenlopen... Dat waren wij. Wij waren zo geïnspireerd door Hosé dat we serieus zijn gaan trainen. Mijn broer en ik kwamen later in de nationale selectie. Ik kon met het schoolbasketbalteam naar Suriname, toen de tafeltennisselectie een uitnodiging uit China kreeg. Ik heb heel opportunistisch Wisseling van de wacht

Vertrekkend gevolmachtigde minister Anthony Begina was ook maatschappelijk zeer actief. Zo was hij onder meer voorzitter van de Stichting Landelijk Inspraak Orgaan Antillianen (1984-1989) en voorzitter van de Vereniging Antilliaans Netwerk (2001-2003).

05 | CURAÇAO


Met minister-president Rhuggenaath op weg naar de Rijksministerraad.

voor de reis naar China gekozen. Hier heb ik een foto van mij met mijn broer, zus en een nicht in China. Ik ben nooit een groot talent geweest, mijn broer wel. Die is inmiddels 68, maar behoort nog altijd tot de betere spelers van Curaçao.”

Nederland

In 1973 vertrok Begina naar Nederland om in Nijmegen de studie Gemeenteambtenaar te volgen. “Later zijn we naar Maastricht verhuisd waar ik aan het CIOS ben gaan studeren. Ik heb daar ook nog op een tafeltennisvereniging gezeten. De

‘Ik ben niet in de wieg gelegd om iets te beheren’ studie bleek voor mij veel te theoretisch. Toen er een baby op komst was, ben ik op zoek gegaan naar werk. Ik kon een baantje krijgen op het archief van het Antillenhuis aan de Badhuisweg,

06 |

Wisseling van de wacht

naast de ambtswoning waar ik nu woon. Daarmee is de cirkel dus rond.” “Ik heb maar een jaar op het Antillenhuis gewerkt. Ik verdiende er net iets meer dan het minimumloon en kon bij het Productschap voor Vee en Vlees duizend gulden meer krijgen. Dat was in 1977. Ik heb 35 jaar bij productschappen gewerkt, maar steeds in weer andere functies. Mijn houdbaarheidsduur is twee jaar. Ik ben niet in de wieg gelegd om iets te beheren. Ik moet kunnen sleutelen aan de organisatie. Als het allemaal op rolletjes loopt, moet ik weer verder; op zoek naar een nieuwe uitdaging.” Begina eindigde dat deel van zijn loopbaan als hoofd bij het Productschap Akkerbouw.

Opgevallen

Hoewel hij het goed naar zijn zin had in Nederland bleef hij zich betrokken voelen bij Curaçao. Vanuit het door hem opgerichte consultancybureau voerde hij interimopdrachten uit op zijn geboorte-eiland, maar ook op de zustereilanden Bonaire en Sint Maarten. “Op Sint Maarten heb ik de immigratiedienst verzelfstandigd, op Curaçao ben ik onder meer kwartiermaker sociale vorming geweest. Daar was ik in verband met de staatkundige hervorming van 10-10-10 een van de


Wisseling van de wacht

overgangsmanagers. Ik ben in die tijd ook nog interim-directeur Onderwijs geweest.” Actief in de politiek was Begina niet. “Ik volgde het natuurlijk wel. Ik ben als sociaaldemocraat lid geweest van de Nederlandse afdeling van de MAN, maar die is op enig moment opgehouden te bestaan. Door de klussen die ik op Curaçao deed, ben ik kennelijk opgevallen, want in 2016 kreeg ik van de PAR de vraag om plaatsvervangend gevolmachtigde minister te worden. Daar moest ik wel even goed over nadenken. Het was geen gemakkelijke keuze, maar er lagen grote uitdagingen en dat trok mij wel. Er is afgesproken dat ik een duidelijk afgebakend werkterrein zou krijgen waar ik mij volledig op kon richten: economische diplomatie en Brussel.”

leggen de landsbegroting aan te passen. Daartegen werd met succes bezwaar aangetekend bij de Raad van State.

Dienstauto

“Bij 95 procent van wat in de Rijksministerraad aan de orde komt, komen we er met elkaar uit. Het gaat vaak om benoemingen van bijvoorbeeld rechters en ambassadeurs of internationale verdragen. Eens in de zo veel tijd is er wel eens een issue, maar dan is er in het voortraject al veel over gesproken en is men er niet uitgekomen. Dan is het aan mij om in de RMR het standpunt van onze regering over te brengen en als laatste poging formeel bezwaar te maken. Maar Nederland heeft de meerderheid in de RMR dus de uitkomst staat bij voorbaat voor 99 procent vast.”

Reorganisatie

Na de door de PAR gewonnen Statenverkiezingen van 2017 werd Begina beëdigd als dé gevolmachtigde minister. Als plaatsvervanger had hij een jaar kunnen observeren wat er voor nodig was om het Curaçaohuis nieuw elan te geven. De organisatie was naar binnengekeerd en ook het contact met de Curaçaose gemeenschap in Nederland was verloren gegaan. Begina startte een ingrijpende reorganisatie. Naar buiten toe werd het accent vooral gelegd op het aangaan van contacten met potentiële samenwerkingspartners die uit economisch oogpunt interessant zijn voor Curaçao zoals Port of Rotterdam en TNO, maar ook met in Den Haag residerende ambassadeurs. De band met landgenoten werd hersteld, onder meer door het organiseren van voor de gemeenschap interessante activiteiten op het Curaçaohuis.

Groeiakkoord

Een van de hoogtepunten was de organisatie van het Bon Bini for Business-event waarbij minister-president Eugene Rhuggenaath samen met zijn ambtgenoot Rutte gastheer was. De geslaagde bijeenkomst kreeg in Willemstad een nog veel succesvoller vervolg. Vertegenwoordigers van maar liefst 65 ondernemingen en organisaties reisden met Rutte mee om met eigen ogen te zien welke investeringskansen er voor het grijpen liggen en kennis te maken met lokale samenwerkingspartners. De missie werd bezegeld met de ondertekening door beide premiers van een Nationaal Groeiakkoord. In de maandelijkse Rijksministerraad kreeg Begina te maken met lastige dossiers zoals de moeizame totstandkoming van een geschillenregeling voor het Koninkrijk en het besluit van de Nederlandse regering om Curaçao via een aanwijzing op te

‘De dienstauto met chauffeur ga ik niet missen’ “Het deelnemen aan de RMR is niet het meest enerverende deel van het werk van een gevolmachtigde minister. Ik zal het daarom niet gaan missen. Wat ik wel zal missen zijn de contacten met allerlei mensen. Zoals landgenoten die langskomen om te vertellen waar ze mee bezig zijn of om een boek aan te bieden. Nee, de dienstauto met chauffeur ga ik ook niet missen. Ik geef niet om status. Onze chauffeur is de meest eenzame van het Koninkrijk. Naar de RMR, de Tweede Kamer of ministeries ga ik lopend. Ik fiets ook graag. En als de auto nodig is, rij ik zelf. Alleen niet ‘s avonds, want ik ben nachtblind.”

Onvoorspelbaar

“Het is niet alleen eervol om je land in Den Haag te mogen vertegenwoordigen, het is ook buitengewoon interessant. Als gevolmachtigde minister ben je eigenlijk de schaduw-premier. Bijna al zijn dossiers zijn ook de jouwe, want je moet tot in detail weten wat er speelt. Het werkterrein is enorm breed en dynamisch. Dat het ook onvoorspelbaar is, maakt het extra boeiend.” En toen kwam corona. “Alles viel stil. Omdat Curaçao in belangrijke mate afhankelijk is van het toerisme zijn de economische en sociaalmaatschappelijke gevolgen ongekend

07 | CURAÇAO


Wisseling van de wacht

groot. Nederland stond klaar met medische en humanitaire hulp. Over de noodzakelijke liquiditeitssteun is helaas veel gedoe ontstaan. Er ligt gelukkig nu wel een akkoord, maar de manier waarop dat tot stand is gekomen, had anders gekund. Ook hierbij zijn we grotendeels in het gelijk gesteld door de Raad van State. Overigens zijn wij vanuit het Curaçaohuis - vaak online - doorgegaan met het zoeken van samenwerkingspartners die een bijdrage kunnen leveren aan het weer opbouwen van onze economie.”

Dreun

“Wat ik in deze functie heb willen doen, heb ik kunnen doen. Het is goed gelukt, al zeg ik het zelf. Ik heb het uiteraard niet alleen gedaan. We hebben hier een goed team van mensen die zich stuk voor stuk met liefde inzetten voor hun land. Daaruit heb ik ook een groot deel van het plezier in mijn werk gehaald. Het is een mooi moment om te stoppen. Ik had dat al voor de verkiezingen besloten. Ik ben 67 en zie mezelf niet nog een rondje doen..” “De partij heeft aangekondigd te willen verjongen, dan moet ik niet door willen gaan tot mij 71ste. We hebben bij de verkiezingen

08 |

Wisseling van de wacht

een dreun gehad, ik wil me graag als vrijwilliger inzetten om de partij te helpen sterker terug te komen. Er is veel te doen.”

‘Wat ik heb willen doen, heb ik kunnen doen’ “Ik ben weliswaar gepensioneerd, maar ik ben te onrustig om niks te doen. Ik wil zeker twee, drie dagen in de week iets om handen hebben. Ik ben van plan vaker naar Curaçao te gaan en dan wat langer te blijven. Daarnaast kijk ik er naar uit meer aandacht te kunnen besteden aan mijn kleinzoon van 2. Daar is het niet altijd van gekomen met een werkweek van zeven dagen van twaalf uur. We verhuizen binnenkort terug naar ons eigen huis in Voorburg. Het is geen must, maar ooit zullen we teruggaan naar Curaçao.”


Economie & Toerisme

KLAAR VOOR HERSTART Maria-Helena Seferina-Rojas, managing director CHATA Met veel strengere maatregelen dan in Nederland en grootschalig testen is Curaçao er in geslaagd de voorjaarsuitbraak van Covid-19 relatief snel onder controle te krijgen. Parallel daaraan is het vaccinatietempo flink opgevoerd. Het aantal nieuwe besmettingen is scherp gedaald en de druk op de zorgsector neemt af. Alle reden voor managing director Maria-Helena Seferina-Rojas van de Curaçao Hospitality And Tourism Association om voorzichtig optimistisch naar de toekomst te kijken. Maria-Helena is sinds 1 februari in dienst bij de 225 leden tellende CHATA. “Ik krijg regelmatig de vraag waarom ik juist op

een moment dat het internationaal toerisme is stilgevallen in deze sector ga werken. Ik ben ooit in het toerisme begonnen. Na mijn studie Toerisme en Recreatie in Den Haag heb ik vier jaar bij verschillende reisorganisaties gewerkt, onder andere Holland International. Daarna ben ik de financiële sector ingerold. Ik heb acht jaar bij ABN AMRO in Amsterdam gewerkt.”

Ongekend

“Ik ben getrouwd met een Curaçaoënaar. Zelf ben ik half Spaans, half Nederlands. Ik kom vanaf mijn negentiende op het eiland, spreek de taal vloeiend en voel me een Yu di Kòrsou.” Ze werkte elf jaar bij KPMG Dutch Caribbean & Suriname, de laatste jaren

CHATA-directeur Maria-Helena Seferina-Rojas kijkt uit naar de terugkeer van toeristen.

Economie & Toerisme

09 | CURAÇAO


Economie & Toerisme

als Chief Corporate Affairs, en was mede-oprichter van het adviesbureau CRISP. “Ik wilde graag terug in het toerisme. Deze post kwam eind vorig jaar vacant. Ik zie het als toeval en geluk dat ik hier nu zit. Het is een functie waarin ik kan bijdragen aan de ontwikkeling van het eiland.” “Corona is natuurlijk voor de hele wereld een drama, maar voor een land als Curaçao waarvan de economie voor veertig procent van het toerisme afhankelijk is, zijn de gevolgen ongekend. Het ging de afgelopen tien jaar al niet heel goed met de economie, maar het toerisme draaide vóór Covid juist beter dan ooit. De sector was de motor van de economie en was zelfs groter geworden dan de financiële sector en zal, als de pandemie achter de rug is, ook de aanjager zijn van economisch herstel.”

Niet stilgezeten

Met het virus bereikte de crisis begin maart 2020 via Europa en Noord-Amerika ook Curaçao. “Op 13 maart vertrok de laatste terugvlucht met toeristen naar Amsterdam. Daarna ging alles drie, vier maanden dicht. CHATA en haar leden hebben in die periode niet stilgezeten. Er zijn onder meer online-trainingen gegeven om personeel vertrouwd te maken met hygiënemaatregelen en er zijn recoveryprogramma’s gemaakt.” “In juni waren we er helemaal klaar voor om toeristen een veilige vakantie te bieden. Het was een spannende tijd, want de

‘Toerisme de aanjager van economisch herstel’ terugkeer van toeristen verliep in juli en augustus trager dan verwacht. In september begon het pas echt aan te trekken en oktober en november waren redelijk goede maanden. Ook voor december en januari waren er veel reserveringen. In december besloot Nederland de hele wereld code rood te geven. Dat was een harde klap.”

Booming

De KLM en TUI bleven - zij het in een lagere frequentie doorvliegen. “Maar de reisorganisaties mochten geen pakketreizen meer verkopen. En wie zijn reis zelf regelde, was niet verzekerd. Ook omdat er op Curaçao een gedeeltelijke

10 |

Economie & Toerisme

GESCHIEDENIS

Op 3 april 1967 werd de Curaçao Hotel Association opgericht. In 1982 werd besloten het lidmaatschap ook open te stellen voor niet-hotel partners. In verband daarmee werd de naam veranderd in Curaçao Hotel and Tourism Association (CHATA). In 1998 werd de naam nogmaals aangepast. Het woord hotel werd vervangen voor hospitality om duidelijk te maken dat de vereniging de gehele toeristische sector van Curaçao vertegenwoordigt.

avondklok gold en een alcoholverbod, regende het annuleringen. Eind januari trok het weer aan. Het aantal besmettingen was laag en veel Nederlanders vonden het kennelijk bij ons veiliger dan in eigen land. We merkten dat de Nederlanders helemaal klaar waren met thuiszitten. Half februari was echt booming, ongelooflijk hoe snel de boekingen voor april en mei stegen.” Tot de Britse variant opdook. “Op 22 maart stortte alles in elkaar met de afkondiging van zeer strenge maatregelen. Hadden we eind maart nog ongeveer negenduizend toeristen op het eiland, binnen een tot twee weken daalde dat naar hooguit een paar honderd. De hotels stonden opnieuw zo goed als leeg. Sinds 1 januari waren de grenzen wel weer open voor Amerikanen, maar deze markt trekt een stuk langzamer aan. Amerikanen gaan op dit moment naar bestemmingen, zoals Cancun waar geen


testplicht geldt of andere landen in de regio met minder testrestricties. Om in de race te blijven, is het belangrijk in de nabije toekomst volledig gevaccineerde bezoekers zonder of met minder testen toe te laten. Dat is de enige manier om te kunnen concurreren met andere toeristische bestemmingen.”

Dankbaar

“Het stevige ingrijpen door de overheid heeft boven verwachting snel het gewenste effect gehad. Het grootste gedeelte van de bevolking heeft zich aan de maatregelen gehouden en dat heeft zijn vruchten afgeworpen. Daar zijn we erg dankbaar voor. En wat ook helpt, is dat er in een enorm hoog tempo wordt gevaccineerd. Ruim tachtigduizend mensen hebben tenminste hun eerste prik gehad en daar komen er elke dag duizenden bij. We zijn hard op weg naar herd immunity. Inmiddels zijn er alweer wat maatregelen versoepeld, dus het gaat de goede kant op.”

‘Hopen dat Nederlanders weer mogen reizen’ Maria-Helena is blij dat de Nederlandse regering per 15 mei het negatieve reisadvies voor Curaçao heeft ingetrokken. “Dat is een grote opluchting voor onze sector. We hadden al met onze eigen overheid afgestemd hoe de herstart zou moeten verlopen. We willen dat uiteraard op een verantwoorde manier doen. Nederland is veruit onze grootste markt, dus we hoopten heel erg dat de Nederlandse regering het besluit zou nemen Curaçao vanaf medio mei op de lijst te plaatsen waar Nederlanders weer naar toe mogen op vakantie, zoals vorig jaar zomer het geval was.”

Steunpakket

Tot nu toe zijn ondanks het enorme omzetverlies geen CHATAleden omgerold. “Wel zijn er hotels na renovatie gesloten gebleven, want er zijn gewoonweg nog niet voldoende toeristen. Ze wachten af tot het weer op gang komt. Maar het is duidelijk dat extra financiële steun noodzakelijk is. Alle reserves zijn tijdens de eerste lockdown verdampt. Er is wel een steunpakket, maar dat is niet voldoende. Om kosten te besparen zijn sommigen - zoals restaurants of attracties - tijdelijk gesloten. Ook is bezuinigd op personeelskosten door afscheid te nemen

van losse krachten. Van de zestienduizend medewerkers die vóór Covid in de sector werkzaam waren, is ruim dertig procent afgevloeid. Voor hun vaste kern hebben veel werkgevers vaak ander werk in de organisatie gezocht. Met het personeel waarvan afscheid is genomen, wordt wel zo veel mogelijk contact gehouden. Als straks de toeristen terugkeren, zijn ook zij weer hard nodig.”

Prognose

KLM en TUI hebben meteen besloten hun vluchtfrequentie op te voeren. “En vanaf begin juli gaat Air Belgium twee keer per week op Curaçao vliegen wat gunstig is voor mensen die in het zuiden van Nederland wonen. Het vijfsterren Deluxe Resort Sandals verwacht eind dit jaar een geheel vernieuwd all inclusive resort te openen, waar voorheen het Sta. Barbara Resort gevestigd was. Het Courtyard Marriott en de tweede fase van Corendon Mangrove Beach zullen hun deuren in 2022 openen. Deze organisaties hebben vertrouwen in Curaçao als bestemming in het postcoronatijdperk.” Aan prognoses durft Maria-Helena zich niet te wagen. “Nu we sinds half mei weer Nederlanders kunnen ontvangen, kan het zomerseizoen nog redelijk worden, maar echt aantrekken zal het pas in de tweede helft van het jaar. 2021 is niet meer goed te maken, daarvoor is de opgelopen achterstand te groot. Ik ga er vanuit dat het echte herstel volgend jaar gaat komen. Bezoekers kunnen er op vertrouwen dat er op Curaçao alles aan is gedaan om een veilige bestemming te zijn.”

IMPACT IN CIJFERS

Hoe groot de impact van de coronapandemie op het toerisme naar Curaçao is, blijkt uit cijfers van het Curaçao Toeristenbureau. Waar het aantal verblijfstoeristen in januari 2020 (45.691) nog toenam ten opzichte van een jaar eerder daalde dat in de eerste maand van dit jaar naar 5.790. Ook over februari 2020 werd nog een groei genoteerd (44.198). Over februari van dit jaar bleef de teller steken op 8.144. Medio maart 2020 gingen de grenzen dicht en zakte het aantal verblijfstoeristen van 41.866 in 2019 naar 18.596 om in de maanden daarna bijna tot nul terug te lopen. Over maart dit jaar kwamen er 10.116 vakantiegangers. Het cruisetoerisme is na maart 2020 volledig stilgevallen. Het eerste cruiseschip wordt begin juni verwacht.

11 | CURAÇAO


Ondernemers met lef

RUM MET HET DNA VAN CURAÇAO Ondanks Covid-19 succesvolle lancering Ròm Tambú

Je moet het maar durven: midden in de coronapandemie een bedrijf beginnen en een product lanceren dat zijn weg vooral moet vinden via een sector die door een strenge lockdown op zijn gat ligt. Toch is dat precies wat de Curaçaose ondernemers Herman ‘Manchi’ Harms en Mitchel Moreno hebben gedaan. Sterker nog: ze vonden het juist het perfecte moment om met hun nieuwe bedrijf een nieuw product in de markt te zetten. Het succes van Ròm Tambú bewijst hun gelijk. Mitchel (34) groeide op in een ondernemersgezin dat actief was in de distributiesector. Na de internationale school studeerde hij een blauwe maandag aan de Universiteit van de Antillen, maar het bloed kroop waar het niet gaan kon: hij ging bij een distributiebedrijf werken, overigens niet dat van zijn ouders. Bij verschillende werkgevers was hij brandmanager van merken

De bedenkers van Ròm Tambú Herman Harms (links) en Mitchel Moreno.

12 |

Ondernemers met lef

als Gatorade, het Venezolaanse Polar-bier (waarvoor hij drie jaar op Aruba woonde) en Amstel Bright. Voor Makro Grocers in Miami was hij verantwoordelijk voor de afzet van grote merken in vijf markten: Sint Maarten, Aruba, Curaçao, Bonaire en Anguilla.

Yu Di Kòrsou

“Al die tijd heb ik het idee gehad ooit nog eens een eigen, echt Curaçaos product te creëren”, aldus Mitchel die bij Distribier Herman leerde kennen die daar commercieel directeur was. “Ik heb dertien jaar in Nederland gewoond. Na mijn studie heb ik acht jaar bij ABN-AMRO gewerkt. In 2003 ben ik naar Curaçao terug gegaan.” Na nog enkele jaren in de financiële sector te hebben gewerkt, werd Herman brandmanager bij Distribier dat onder meer Heineken vertegenwoordigde.


Anderhalf jaar geleden besloot Mitchel zijn droom werkelijkheid te laten worden. “Ik had het kledingmerk YDK voor ogen. Die letters staan voor Yu Di Kòrsou, kind van Curaçao. Het kledingmerk van YDK is superpopulair op Curaçao. Pratend met mijn oude baas van Distribier kwam ik op het idee een rum te ontwikkelen, een YDK-rum. Herman vond het ook een goed idee. We hebben afgesproken dat ik het voorwerk zou doen en hem zou laten wanneer hij nodig was.”

Identiteit

Voorop stond dat de rum een uniek karakter moest krijgen dat naadloos zou passen bij de identiteit van Curaçao. “Uiteraard is het de eerste vereiste dat je een kwalitatief goed product hebt, maar wij vonden dat er ook een verhaal aan vast moest zitten.

‘Een rum waarin je Curaçao proeft’ Daarom wilden wij een naam die daadwerkelijk een verhaal vertelt over ons Curaçao. Daarover nadenkend zijn we op Tambú gekomen die net als onze rum bij Curaçao hoort.” “Tambú is ontstaan in de slaventijd en heeft dus een beladen kant. Maar Tambú is ook poëzie, ritme, dans en staat voor verbinding tussen verschillende culturen. Tambú is Curaçao”, legt Herman uit. Mitchel: “De toevoeging rum of rhum en het Spaanse woord ron vond ik er niet bij passen. Wij wilden in alle aspecten uniek zijn; hierdoor hebben wij ons eigen segment gecreëerd, namelijk Ròm. Dit is de Papiamentu-versie. Vanaf nu heeft Curaçao zijn eigen Ròm Tambú.”

Onderscheidend

Inmiddels verkeerde de wereld in de greep van het coronavirus. “Ik was daardoor vaker thuis en had meer tijd om dingen uit te zoeken. Ik heb veel tijd gestoken in het ontwerp van het label waarin de kaart van Curaçao is verwerkt.” Ook aan andere elementen is veel aandacht en zorg besteed om Ròm Tambú onderscheidend te maken. Zo komen de opvallend gevormde flessen via een Spaanse leverancier uit Italië en de ambachtelijk gemaakte kurken uit Portugal. “Bijzonder is ook de chapi die aan de hals hangt. De chapi wordt gebruikt om bij het spelen van de Tambú het ritme aan te geven,

maar is ook een schoffel die je op het land gebruikt bij het oogsten. Onze chapi kun je als sleutelhanger gebruiken waarmee je de kurk van de fles kunt verwijderen”, aldus Herman. Tot zo ver de verpakking, nu de inhoud.

Tastings

Mitchel: “Ik kan rum maken, want ik heb een eigen distilleerderij, maar die is te klein om grote hoeveelheden te produceren.” Bovendien: rum acht jaar in vaten laten rijpen, is qua investering niet haalbaar voor een relatief kleine lokale markt. Met hun kennis van de wereld van de spirit, ze hebben veel internationale beurzen bezocht, wisten ze waar ze moesten zoeken naar een bedrijf dat hun rum kan blenden zoals zij het willen. De volgende uitdaging was de smaak. “We wilden een rum met emotie waarin de Curaçaoënaar Curaçao proeft. We hebben samples laten maken en daarmee hebben we tastings georganiseerd. Soms nodigden we rumliefhebbers uit, maar we zijn ook naar snacks gegaan om mensen spontaan te laten proeven”, aldus Herman.

Lancering

Het vinden van de juiste basis heeft maanden in beslag genomen. Voor die basis is gekozen voor een mengsel van vier jaar oude rum uit Guatemala en achtjarige rums uit Barbados en Santo Domingo. “Wij krijgen de high proof liquid op Curaçao

13 | CURAÇAO


geleverd. In onze loods verwerken wij het tot 40% high end rum en doen we de verpakking, de bottling en de distributie.” Herman en Mitchel - die ook samen Bugs Bunny (door de Amigoe uitgeroepen tot snack number one van Curaçao) en Ibiza Grill in Punda exploiteren - hebben daarvoor twee personeelsleden in dienst genomen, naast een salesmedewerkster. Eind vorig jaar was na anderhalf jaar voorbereiden alles gereed voor de officiële lancering toen Covid-19 opnieuw de kop opstak en de horeca op slot ging en toeristen het eiland meden.

Social media

Dat was even slikken. “We zaten met een voorraad van tweeduizend flessen. Maar Mitchel en ik zijn net kameleons. We komen uit de fast moving consumer goods en kunnen ons snel aanpassen aan veranderende omstandigheden. We hebben bovendien ervaring met het in de markt zetten en bouwen van merken.”

‘We zijn net kameleons’ Een launchparty zat er niet in, dus hebben ze vol ingezet op sociale media met sfeervolle filmpjes waarin het concept wordt toegelicht. “En we hebben bedrijven benaderd met de suggestie om Ròm Tambú in het kerstpakket voor hun personeel op te nemen. Daar is heel goed op gereageerd. Men wilde graag een startende onderneming met een lokaal product steunen.”

Vijfjarenplan

Van het nadeel, de pandemie, maakte ze een voordeel. “Wij denken in opportunities Het eiland ging middenin in het

14 |

Ondernemers met lef

Tambú-seizoen op slot. Voor Curaçao een belangrijke periode van het jaar waarin men muziek maakt, danst, zingt en bij elkaar komt. Dat was deze keer vanwege de lockdown niet mogelijk. Maar wij brachten toch een stukje Tambú bij de mensen. Dat verklaart waarom ook de verkoop via de supermarkten zo goed is gelopen. Terwijl het met een prijs van 94,95 gulden geen goedkope rum is. Die eerste 2.000 flessen waren snel weg.” Intussen wordt al weer vooruit gedacht: “Het belangrijkste voor ons is: als we iets leuk vinden, doen we het, maar dan doen we het ook goed. Dan gaan we er serieus voor zitten en maken we een vijfjarenplan. Stap één is de lokale markt en stap twee is export. Naar de regio, maar ook Nederland. Het gaat sneller dan gedacht. Er is serieuze belangstelling in Nederland. We hebben al een MoU getekend.”

Trots

Het is de bedoeling het aanbod uit te breiden met flessen van 500ml en 100ml. “Wij willen ook verschillende smaakvarianten ontwikkelen. En uiteindelijk moet er een winkel komen waar we bijvoorbeeld toeristen kunnen vertellen waarom wij voor de naam Ròm Tambú hebben gekozen en wat Tambú voor Curaçao en de Curaçaoënaars betekent.” Uit de vele reacties op sociale media blijkt dat het eiland trots is met de introductie van een eigen rum die niet onderdoet voor beroemde merken. En hoewel er nog niet wordt geëxporteerd, heeft Ròm Tambú al wel zijn weg naar andere landen en continenten gevonden, zo blijkt uit foto’s die tevreden drinkers op Facebook plaatsen. De bedenkers zijn zelf ook als een blok voor hun rum gevallen. “Ròm Tambú is de eerste rum die ik in mijn leven heb gedronken. Nu wil ik niks anders. Nooit meer whisky voor mij”, aldus Herman.


Innovatie & Duurzaamheid

EXPORTEUR VAN GROENE ENERGIE Marcelino de Lannoy, managing director Refineria di Korsou

Managing director a.i. van Refineria di Korsou Marcelino de Lannoy die vanuit zijn kantoor uitzicht heeft op het haventerrein met o.a. de raffinaderij.

In de Curaçaose bodem zitten geen kostbare grondstoffen, toch is het de ambitie over pakweg 20 jaar een belangrijke exporteur te zijn van energie. Hernieuwbare energie wel te verstaan. “Een mooie droom”, aldus Marcelino ‘Chonky’ de Lannoy, de managing director ad interim van overheidsbedrijf Refineria di Korsou NV. Maar ook een realistische droom, want anders zouden TNO en grote Nederlandse bedrijven er nooit hun handtekening onder hebben gezet. “Curaçao heeft van oudsher olie-industrie. RdK bezit bijna duizend hectare haventerrein en opstallen, de raffinaderij en

Innovatie & Duurzaamheid

een olieopslagterminal. We hebben deze de afgelopen honderd jaar geëxploiteerd. Hoe je het wendt of keert, de raffinageactiviteiten op Curaçao hebben hun langste tijd gehad en dus stonden we voor de vraag: gaan we voor honderd procent in deze business door of maken we de stap naar diversificatie?”

Hotspots

De raffinaderij ligt sinds het vertrek van het (mede door de Amerikaanse sancties) wankelende Venezolaanse staatsolieconcern PdVSA stil. “We hopen een nieuwe operator te

15 | CURAÇAO


Innovatie & Duurzaamheid

vinden en ik denk dat dit ook wel gaat lukken, maar tegelijkertijd kijken we naar wat we op het gebied van verduurzaming kunnen doen als perspectief voor de lange termijn. Het haventerrein is groot genoeg om ruimte vrij te maken waar wij, zoals wij dat noemen, duurzame prime hotspots kunnen ontwikkelen.” De eerste stap is gezet met de ondertekening op 14 januari van een samenwerkingsovereenkomst door een veertiental Nederlandse en Curaçaose instellingen om een living lab te ontwikkelen. Gerenommeerde ondernemingen en kennisinstituten hebben zich bij het initiatief aangesloten.

Ministeries

“Tot mijn vreugde is de interesse om te participeren groot. Aanvankelijk dacht ik te moeten bedelen, maar partijen staan in de rij om mee te doen. Vanuit Nederland zijn dat het Havenbedrijf Rotterdam, scheepsbouwer Damen, technologiebedrijf VDL Groep, opslagbedrijf Vopak en offshorebedrijf Van Oord. Vanuit Curaçao gaat het om wateren energiebedrijf Aqualectra, afvalbedrijf Selikor en ABC Busbedrijf.”

‘Zonnepanelen zijn niet allergisch voor vervuilde grond’ De proeftuin wordt ondersteund door de Nederlandse ministeries van Economische Zaken en Klimaat en Defensie, de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en het netwerk van innovatieve bedrijven NL Works. Op Curaçao zijn de ministeries van Algemene Zaken, Economische Ontwikkeling en Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning er nauw bij betrokken.

Mindset

“We gaan ons richten op energietransitie. Daar zit veel meer in dan men denkt. Het houdt niet op bij de ommezwaai van fossiel naar zon of wind. Wij zien het veel ruimer. Het is ook van fossiele brandstof naar groene brandstof en vandaar naar CO2-vrije waterstof en methanol en de toepassing daarvan. Ook de mindset moet veranderen. We moeten mensen bewust maken dat je ook elektrisch kan rijden en niet op gas hoeft te koken,

16 |

Innovatie & Duurzaamheid

maar evenzeer dat we veel zuiniger met energieverbruik kunnen omgaan.” “Met onze ideeën zijn we naar TNO gestapt met de vraag: Kunnen jullie ons helpen met de verduurzaming van ons haventerrein vanuit het oogpunt van energietransitie. Dat zou, dachten we, ook wel eens voor Nederland interessant kunnen zijn. Nederland heeft zich verbonden aan het Klimaatakkoord. Het is de bedoeling dat er vanaf 2030 geen auto’s met een benzinemotor meer worden geïmporteerd en in 2050 moet het hele land CO2-neutraal zijn.”

Ambitieus

“De klimaatdoelstellingen van Nederland zijn ambitieus. Om die te realiseren kan het helpen om de vereiste innovaties op een wat kleinere schaal uit te proberen. Curaçao is daarvoor bij uitstek geschikt. We kunnen een living lab bouwen waar je fouten mag maken. Een deel zal als businesscase te ontwikkelen zijn, maar een ander deel, dat meer in de researchfase verkeert, zal afhankelijk zijn van fondsen.” Het living lab gaat uit vier blokken bestaan: een green powerhouse waar groene energie wordt geproduceerd, een energietransitiesector waar zoetwater van zeewater wordt gemaakt om vervolgens met gebruik van water en elektriciteit groene waterstof te produceren, een fuel logistic sector waar groene waterstof verwerkt kan worden tot brandstoffen zoals methanol en ammoniak ter vervanging van bijvoorbeeld aardgas en een circulaire economie sector waar afvalstromen worden omgezet in groene energie of bruikbare stoffen.

Ecosystemen

Een van de eerste projecten die - nog dit jaar - van start zal gaan, is E-mobility, het laten rijden van elektrische bussen op groene energie. VDL heeft vijftien elektrische bussen beschikbaar gesteld. Op dit moment wordt in kaart gebracht waar het beste laadstations kunnen komen en er is een 10 megawatt zonnepanelenfarm in ontwikkeling om de bussen te laden. “Van A naar B zonder CO2 is de toekomst. Stroom maken uit zonne-energie is niks nieuws. Dat is geen innovatie. Het innovatieve zit hem er in schone energie slim toe te passen door het clusteren van verschillende componenten tot groene ecosystemen. Wat hier op Curaçao in het klein wordt uitgeprobeerd, kan straks in het groot in Nederland in de praktijk worden gebracht. Van Oord kijkt naar windturbines op zee, Vopak naar innovaties op het gebied van afvalstromen.


Defensie is zeer geïnteresseerd in de mogelijkheid om marineschepen op groene waterstof of methanol te laten varen.”

Exportland

“We hebben drie fases voor ogen. De eerste heeft betrekking op de periode 2020-2023 waarin het living lab wordt opgebouwd. Fase twee - van 2023 tot 2030 - is er op gericht naar honderd procent duurzame energie toe te groeien. De derde en laatste fase beslaat 2030 tot 2040 waarin we ons ontwikkelen tot een energie-exporterend land.”

‘Tot mijn vreugde staan de belangstellenden in de rij’ “Het green powerhouse begint met 10 megawatt te produceren en dan 20 megawatt, maar uiteindelijk levert deze 1 gigawatt. Zoveel kunnen wij niet kwijt op het eiland. Het living lab is een tussenstap, het doel is zo veel groene energie in allerlei vormen te produceren dat we kunnen exporteren. Dat kan, want energie is niet alleen stroom. De vraag is of het RdK-terrein groot genoeg is, maar voorlopig kunnen we er alles kwijt. We hebben bijvoorbeeld vijftig hectare vervuilde grond die niet rendabel te exploiteren is. Zonnepanelen zijn daar niet allergisch voor, dus kunnen we er zonnepanelenfarms bouwen.”

Werkgelegenheid

Van de nood een deugd maken gaat ook op voor het idee om biogas te maken van sargassum. Regelmatig wordt de kust van Curaçao overspoeld met enorme hoeveelheden uit de Sargassumzee afkomstig wier dat niet alleen voor stankoverlast zorgt, maar ook een bedreiging vormt voor het rijke onderwaterleven. De ambitie groene energie te gaan exporteren, is tevens goed voor de werkgelegenheid op Curaçao. “In de jaren na de Tweede Wereldoorlog werkten er elfduizend man op de raffinaderij. In 2019 waren dat er als gevolg van de automatisering minder dan duizend. Voor de werkgelegenheid is de raffinaderij niet meer zo belangrijk als wel eens wordt gedacht. Het traject dat we nu inslaan gaat heel veel meer nieuwe banen opleveren.”

DIT ZEGT TNO

Curaçao en TNO werken inmiddels ruim twee jaar samen om innovaties op het gebied van duurzame mobiliteit en energie te versnellen door toegepast onderzoek. Voor Refineria di Korsou maakte TNO een analyse van mogelijke transitiepaden in de naaste toekomst. De raffinaderij is ruim honderd jaar een belangrijke werkgever en bron van inkomsten voor Curaçao, waarvoor op termijn duurzame activiteiten en producten toegevoegd en eventueel in de plaats moeten komen. Voor Curaçao gaat het hier om een combinatie van verduurzaming, nieuwe economische impulsen en kennisopbouw. Het living lab bestaat uit een gezamenlijk onderzoeks- en ontwikkelprogramma om de transitie naar een duurzame economie concreet te maken. Het wordt een open ecosysteem waar innovaties op relatief kleine schaal beproefd worden. Daarbij gaat het erom duurzame ketens integraal te organiseren van opwek naar conversie en opslag, tot distributie en afname. Zo wordt bijvoorbeeld elektrisch busvervoer op het eiland geen losstaande oplossing, maar wordt deze onderdeel van een keten met zonne-energie en batterijopslag. Dat moet uiteindelijk uitgroeien tot een systeem van ketens waar duurzaam opgewekte elektriciteit, productie van waterstof, synthetische energiedragers, elektrificatie, opslag, decarbonisatie van de raffinaderij, biobrandstoffen en laadstations deel van uitmaken. De energietransitie wordt pas een succes wanneer alle delen van de keten naadloos op elkaar zijn afgestemd. Het achterliggende idee is dat keteninnovaties op de schaal van het eiland sneller zijn te realiseren en bij gebleken succes ook snel zijn op te schalen. Zo kunnen nieuwe toepassingen die op Curaçao - mede dankzij grote potentie van zon- en windenergie - zijn ontwikkeld ook in de Caribische regio, in Nederland of elders worden toegepast. Door het living lab is er een voortdurende uitwisseling van ideeën en kennis tussen Curaçao en Nederland. De bedrijven vergroten hierdoor hun afzetmarkt in de regio en ontwikkelen nieuwe exportproducten voor de Nederlandse en de wereldmarkt.

17 | CURAÇAO


Cultureel erfgoed

PLAZA WORDT HERITAGE CENTER Pensioenfonds laat Punda weer bruisen

Eindelijk, Punda gaat weer bruisen. Dat was het gevoel dat velen kregen toen duidelijk werd dat het Algemeen Pensioenfonds Curaçao (APC) in september tijdens een veiling het winnende bod had uitgebracht op het voormalige Plaza-hotel, een van de markantste gebouwen van Willemstad. Het nieuws werd verwelkomd als een positief signaal midden in de zware coronatijd. Met de koop van Plaza geeft APC aan onverminderd te geloven in de toekomst van het eiland en daar graag een forse steen aan bij te willen dragen. “Samen met het Heritage Plaza Consortium (HPC) worden er hoge ambities gesteld aan dit grootschalige herontwikkelingsproject. Met oog op het 25-jarig bestaan van Willemstad als UNESCO Werelderfgoedstad in 2022 krijgt erfgoed een essentiële plek in de plannen. ‘Op oude wortels bouwen aan een nieuwe toekomst voor Curaçao’ vormt dan ook de kern van de visie voor het Plaza-project”, aldus APC’s Manager Investments Solange Fingal MBA.

Iconisch

De herontwikkeling van het Plaza-gebied is heel veel meer dan een vastgoedproject. “Het moet een impuls geven aan het

stadsdeel Punda en de gehele economie van Curaçao. We zien het als een middel om de sociaal-economische positie van de inwoners van het land te versterken. Vanwege de iconische locatie leent het project zich tevens uitstekend voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van de binnenstad waardoor deze wint aan aantrekkelijkheid. De UNESCO Werelderfgoed-status biedt kansen om dit unieke gebied te transformeren naar een plek waar erfgoed, naast cultuurhistorische waarde, ook in economisch opzicht toegevoegde waarde krijgt.”

‘Hotspots zijn belangrijk voor de leefbaarheid van de stad’ “Naast de economische en ruimtelijke doelstellingen heeft het project ook als doel om de samenwerking binnen het Koninkrijk te versterken. Door de uitdagingen rondom economie, erfgoed en onderwijs gezamenlijk op te pakken, moet er een win-win situatie ontstaan voor Curaçao en Nederland. Deze doelstellingen vormen samen de basis voor de visie en uitgangspunten van de ontwikkeling die ons met Plaza voor ogen staat. Het ruimtelijk ontwerp en programma worden uiteindelijk de vertaling van deze brede visie waarmee de geschetste doelen moeten worden bereikt.”

Samenhang Het vastgoedteam van APC: vlnr. Erwin van der Wilk, Joseluis Da Silva, Corina Regales en Daivis de Haas.

18 |

Cultureel erfgoed

“De verschillende elementen moeten elkaar versterken en resulteren in een samenhangend geheel. We gaan impact maken door een bruisend gebied te realiseren waarin wonen, cultuur, onderwijs, ondernemerschap en recreatie gecombineerd worden


Het voormalige Plaza-hotel ondergaat de komende jaren een metamorfose.

op één plek. Dit zal ervoor zorgen dat het Plaza-gebied aantrekkelijk wordt voor zowel bewoners als bezoekers van ons eiland. In lijn met Sustainable Development Goal nummer 11 van de Verenigde Naties moet dit project uiteindelijk een bijdrage leveren aan het creëren van inclusieve, veilige, veerkrachtige en duurzame stedelijke gebieden.” “De ruimtelijke invulling begint met het verbinden van de locatie met de rest van Punda en andere delen van Willemstad. Plezierige looproutes, zichtlijnen, hoogwaardige architectuur, verbinding met het waterfront, aandacht voor het erfgoed en aantrekkelijke openbare ruimten moeten leiden tot nieuwe impulsen voor Willemstad. Deze zogenaamde hotspots zijn belangrijk voor de leefbaarheid van de stad, het stimuleren van spontane ontmoetingen en meer activiteiten in het centrum.

Een dergelijke infrastructuur is vitaal voor het aanjagen van positieve sociaal-economische ontwikkelingen, maar ook voor de verdere ontwikkeling van de toeristische sector.”

Hard gewerkt

De afgelopen maanden hebben APC en HPC achter de schermen hard gewerkt aan de voorbereidingen van de ontwikkelingsplannen. “Het is mooi om te zien hoeveel belangstellenden zich aanmelden voor het project. Voor een succesvolle realisatie is draagvlak zeker nodig. APC ziet het strategisch belang van investeren in de lokale economie en het behalen van het nodige rendement voor haar klanten. Tegelijkertijd hopen we dat het Plaza-project als katalysator zal dienen voor verdere investeringen in onze prachtige binnenstad”, aldus Fingal.

PROGRAMMA Het programma is de vertaling van de functies en kwaliteiten die nodig zijn om de beoogde visie en doelstellingen te bereiken. Publieke ruimten, cultuur, onderwijs, wonen en ondernemerschap vormen de hoofdfuncties van het programma. Hieronder wordt per onderdeel kort toegelicht wat de uitgangspunten zijn. Verbindende openbare ruimten - Aantrekkelijke en levendigere straten, pleinen en parken waar mensen elkaar kunnen ontmoeten en veilig kunnen verblijven - Met zicht op de rest van Willemstad en de zee - Looproutes via de Waterfortboogjes - Groene en levendige openbare ruimten Met cultuur op internationaal podium - Museale functie die (inter)nationale doelgroepen aantrekt op een prominente plek in het Caribisch gebied - Draagt bij aan het aantrekken van diverse nieuwe toeristische markten - Toont waardering en respect voor het UNESCO cultureel erfgoed van Willemstad - Fungeert als trekpleister voor het gebied

Onderwijs voor kennisontwikkeling - Kwalitatief onderwijsinstellingen en programma’s op Curaçao aanbieden met als doel het bestaande onderwijscurriculum op het eiland uit te breiden - Lokale en internationale studenten aantrekken - Samenwerking met de Nederlandse onderwijssector - Het tegengaan van ‘braindrain’ door talent te behouden en aan te trekken Stimuleren ondernemerschap - Een hub van kantoren en werkruimtes voor start-ups en ondernemingen - Vestigingsplaats voor lokale en internationale ondernemingen - Past bij de nieuwe manier van werken en zakendoen - Het aantrekken van investeringskapitaal Wonen in de stad met zicht op het water - Het bestaand woningaanbod in de stad uitbreiden met nieuwe woonconcepten - Woonconcepten dragen bij aan 24/7 economie - Het aantrekken van verschillende doelgroepen met verschillende woonproducten - Kwalitatieve woningen met zicht op zee en/of stad

19 | CURAÇAO


Democratie & Parlement

EINDELIJK WEER ‘EIGEN’ KAMERLID Recordaantal Caribische kandidaten

Bij de Tweede Kamerverkiezing in maart deed een recordaantal Caribische kandidaten mee. Voor het eerst sinds 2012 - na het vertrek van John Leerdam (PvdA) - heeft het Caribisch deel van het Koninkrijk weer een ‘eigen’ vertegenwoordiger in de Kamer. Jorien Wuite (D66) is weliswaar geboren in Nederland, maar woonde en werkte decennia in het geboorteland van haar moeder: Sint Maarten. Met haar en twee andere hooggeplaatste Curaçaose kandidaten, die de Kamer niet haalden, blikken we terug. “Ik heb er superveel van geleerd”, zegt Isaura Carillho. Afgestudeerd in politieke wetenschappen kwam ze in oktober als beleidsmedewerker bij de fractie van DENK. Daar zag ze van nabij wat het Kamerwerk inhoudt. “In december kreeg ik de

vraag of ik op de kandidatenlijst wilde. Daar heb ik niet lang over hoeven na te denken.”

Stigma’s

Dat ze niet gekozen is, voelt niet als een teleurstelling. “Ik heb het vanaf het begin als onderdeel van een leerproces gezien. Tussen het zijn van politiek wetenschapper en de praktijk zit een wereld van verschil. Opeens moest ik nadenken over wie mijn achterban is, hoe ik die ga bereiken en met welk verhaal. En: hoe ga ik om met de stigma’s: jong, vrouw, donker en een Curaçaos/ Surinaamse achtergrond. Ik heb besloten juist daar mijn kracht van te maken.” Haar vakantie rond Kerstmis greep ze aan om campagne te voeren op haar geboorte-eiland. “Daar kwam ik er achter dat veel mensen die wel stemrecht hebben niet gaan stemmen. Ze zijn zich er onvoldoende van bewust dat wat er in Den Haag gebeurt van invloed is op het leven op de eilanden en dat ze daar via hun stem invloed op kunnen uitoefenen. Als alle Caribische stemgerechtigden stemmen, zou dat goed zijn voor drie of vier Kamerzetels. Zonde dat men die kans laat liggen”, aldus Isaura die als beleidsmedewerker van de DENK-fractie nauw betrokken blijft bij het politieke bedrijf.

Vooroordelen

Jorien Wuite: Een roller coaster.

20 |

Democratie & Parlement

“Teleurgesteld? Nee joh, echt niet!” Quinsy Gario zegt terug te kijken op een spannende tijd. “Ik vond het tof om het allemaal mee te maken en onderdeel te zijn van zo’n bijzonder proces. Natuurlijk had ik het geweldig gevonden als ik wel zou zijn gekozen.” “Als kleine partij met een zetel in de Amsterdamse raad was het opboksen tegen vooroordelen. BIJ1 is een partij die pleit voor ingrijpende veranderingen. Wij willen bijvoorbeeld af van het paternalisme wat je bij de linkse partijen tegenkomt. Wij vragen niet, maar eisen. Mensen worden daar misschien ongemakkelijk van. We zijn neergezet als een one issue-partij, dus hebben we er alles aan gedaan om te laten zien dat we een veel bredere agenda hebben. Dat is ten dele gelukt: we hebben een zetel en


dat zie ik als winst! We hebben een goed uitgangspunt voor de gemeenteraadsverkiezingen van volgend jaar.” Quinsy, professioneel kunstenaar en performer, gaat zich weer volledig op zijn eigen bezigheden richten. “Ik werk aan een nieuw project: het Antilliaans carnaval in Nederland. Dat is niet zoals veel mensen denken in Rotterdam begonnen, maar in 1982 in Utrecht. Ik heb er acht jaar gewoond, maar wist het ook niet. Het is een vergeten verhaal. Daarnaast blijf ik me via werkgroepen inzetten voor de partij.”

ze een appartement zoeken en inrichten. “Wat me opvalt is het hoge tempo. De komende weken staan er bijvoorbeeld drie commissiedebatten over de koninkrijksrelaties op de agenda. Een daarvan gaat onder meer over het Caribisch Orgaan Hervorming en Ontwikkeling.”

Trots

Als een roller coaster, zo heeft Jorien Wuite de weken na haar verkiezing tot lid van de Tweede Kamer ervaren. Als gevolmachtigde minister namens Sint Maarten had ze politiek en bestuurlijk Den Haag al tot en met de Trêveszaal van binnenuit leren kennen. Maar zo’n start - met op dag 2 al een stemming over een motie van wantrouwen tegen het demissionaire kabinet - had ze vooraf nooit kunnen bedenken. “Voor mij begon het vorig jaar zomer toen ik door D66 werd gepolst of ik mij kandidaat wilde stellen. Daarna volgde een heel intensief selectieproces dat eindigde met een ledenstemming over de definitieve plek op de lijst. Ik was, wonend en werkend op Sint Maarten, voor velen een onbekende. Vanwege corona kon ik mezelf niet op regiobijeenkomsten introduceren; het moest vrijwel allemaal online.”

Quinsy Gario: Niet teleurgesteld.

“Ik was trots op mijn twintigste plek, al realiseerde ik me wel dat ik daarmee gezien de peilingen niet direct verkiesbaar was. Naarmate de verkiezingen dichterbij kwamen, steeg D66 naar 16, 17, 18 zetels. Ik ging er vanuit een van de reserves te worden. Toen op de verkiezingsavond de eerste exitpoll 27 zetels voor D66 voorspelde, sprong ik een gat in de lucht.”

Hoog tempo

De volgende dag begon het warmlopen met de nieuwe fractie. “Maar ik moest ook snel terug naar Sint Maarten om mijn koffers te pakken, mij uit te schrijven en afscheid te nemen. Ik was op tijd terug voor de beëdiging van de nieuwe Kamerleden op 31 maart. Sindsdien is het er bijzonder hectisch aan toe gegaan. Trainingen, het reglement van orde goed bestuderen, aan de hand van een buddy de weg leren kennen in het Kamergebouw en mij inlezen op mijn portefeuille: Koninkrijksrelaties, cultuur en media.” Tussen het voorbereiden van de eerste procedurevergadering van de Kamercommissie voor Koninkrijksrelaties door moest

Isaura Carillho: Superveel geleerd.

21 | CURAÇAO


Mens & Maatschappij

TIJD VOOR ERKENNING

Nihayra Leona, voorzitter Levende Talen Papiaments

“Ik ben niet voor Papiaments of tegen Nederlands. Het één is niet beter dan het ander. Maar feit is dat je vreemde talen beter leert als je je moedertaal goed beheerst en dat is op de ABC-eilanden het Papiaments”, aldus Nihayra Leona. Naast haar werk als docent en onderzoeker (PhD) aan de Universiteit van Amsterdam is de 37-jarige Curaçaose voorzitter van Levende Talen Papiaments. Levende Talen is de (110 jaar bestaande) beroepsvereniging van taaldocenten in Nederland, van Arabisch en Russisch tot Nederlands, Fries en Limburgs. Logisch dat daar (overigens pas in 2012) de vierde moedertaal in het Koninkrijk aan is toegevoegd: Papiaments. “Het wordt hoog tijd dat het Papiaments ook in Nederland officieel wordt erkend”, aldus Nihayra.

Kizomba

Taal bepaalt in belangrijke mate het succes van de Caribische studenten die naar Nederland komen voor een vervolgstudie. Nihayra heeft dat zelf ook ondervonden. “Ik ben op mijn achttiende naar Nederland gekomen. Je denkt Nederlands uitstekend te kunnen, maar als je eenmaal hier bent, kom je er achter dat het een ander Nederlands is dan wij op Curaçao spreken.” Daarover later meer.

‘Mijn beste beslissing ooit’ Nihayra groeide op in de wijk Buena Vista, onder de rook van de raffinaderij. “Thuis had ik er niet zo’n last van, op school wel, want ik heb astma. Na het Fatima College heb ik VWO gedaan aan het Maria Immaculata Lyceum (MIL). Na school deed ik veel aan dansen. Ik was gek op salsa. Ik deed aan jazzballet en zat op dwarsfluitles. Na mijn Vwo-diploma te hebben behaald, ben ik naar Nederland gekomen. In Nederland ben ik verder gegaan

22 |

Mens & Maatschappij

Nihayra Leona: “Het leven is niet zwart-wit”.

met salsa en later kwam daar de Kizomba, een Afrikaanse tango, erbij.”

Ouderlingen

Ze wilde kinderpsycholoog worden en dus bezocht ze voor het begin van het examenjaar de Universiteit van Leiden om zich te oriënteren. “Mijn moeder liet de brochures door de ouderlingen lezen en die raadden af mij psychologie te laten studeren, onder meer omdat daarbij ook aandacht wordt besteed aan de evolutieleer. Zij vonden het beter als ik een makkelijke studie koos, zodat ik veel tijd zou overhouden voor het geloof.” Nihayra wilde geen ruzie met haar familie en besloot Commercieel Technische Bedrijfskunde te volgen aan de Saxion Hogeschool in Enschede. “Ik had vanaf Curaçao al van alles


geregeld, ook huisvesting. Ik vloog op 14 juli. Mijn tante haalde mij op van Schiphol. We zijn meteen naar mijn kamer gereden, heb mijn koffers neergezet, me ingeschreven bij de gemeente en een bankrekening geopend. Bij Ikea heb ik in één keer mijn complete inrichting gekocht. Het was zomer, alles was relaxed.”

Zwart-wit

“Ik had gekozen voor de ICT-kant, want ik was heel goed met computers. Maar na een half jaar stelde ik vast dat het niet was wat ik mij ervan had voorgesteld dus ben ik met alleen commerciële economie verder gegaan, richting marketing en communicatie. Dat heb ik turbo gedaan: in 3,5 jaar was ik klaar.” Nihayra stapte over naar de Universiteit Twente, maar zette al na een half jaar een streep onder de studie Communicatie. “Ik was inmiddels een jaar of vijf in Nederland. Mijn band met het geloof

was verbroken. Ik had ontdekt dat het leven niet zwart-wit is. Dat dogmatische past niet bij wie ik ben. Ik ben er niet uitgezet, maar ben zelf uitgetreden. Dat schijnt nog erger te zijn...” Die stap maakte de weg vrij om alsnog Psychologie te gaan studeren; aan de Universiteit van Amsterdam.

Cum laude

“Het was de beste beslissing ooit. Ik maakte een heel nieuw begin. De eerste drie maanden reisde ik heen en weer vanuit Enschede totdat ik een kamer in Amsterdam vond. Het verliep allemaal soepel. In het tweede jaar kreeg ik een baan als student-assistent. Ik coördineerde het onderzoeksdeel van de afdeling en kreeg gelegenheid zelf onderzoek te doen. Ik ben ook gaan doceren. In het derde jaar, ik was 25, kreeg ik een hersenbloeding. Ik was maanden uit de running en heb een jaar studievertraging opgelopen.”

23 | CURAÇAO


Mens & Maatschappij

In 2011 studeerde ze alsnog cum laude af in de kinderpsychologie om dat drie jaar later nog eens te doen als research master Psychology. “Nu kan ik terug naar Curaçao om me voor mijn eiland in te zetten, dacht ik. Maar ik werd gevraagd te solliciteren op een promotieplek en die heb ik gekregen. Dat leek mij een mooie vervolgstap. De combinatie van onderzoek, onderwijs en meertaligheid trekt mij. Het promotieonderzoek richt zich op de voorspellers van hoe het leren van een tweede taal gaat. Een deel ervan heb ik gericht op kinderen met een migratieachtergrond. Ik heb er inmiddels een eerste wetenschappelijk artikel over gepubliceerd. Op Curaçao heb ik een soortgelijk onderzoeksproject lopen met leerlingen die in tweetalig havo/vwo-onderwijs zitten.”

al snel van studie en een groot percentage haalt de eindstreep zelfs helemaal niet. “We hebben onderzoek gedaan naar de uitdagingen die Arubaanse, Bonairiaanse en Curaçaose studenten tegenkomen die van invloed zijn op hun studiesucces.”

Vitaliteit

Vrijwilligers

Naast de vier dagen die ze op de UvA werkt en de aandacht die ze besteedt aan echtgenoot Jorge Salomons en hun twee dochters Zhané (3) en Xena (5) gaat er veel tijd zitten in Levende Talen Papiaments waarvan Nihayra sinds 2018 voorzitter is. “Wij richten ons op het verhogen van de vitaliteit van het Papiaments in het Koninkrijk der Nederlanden en het verbinden van mensen die het Papiaments als thuistaal hebben en andere belanghebbenden.”

‘Zo snel als het kan terug naar Curaçao’ “We zien dat de eerste generatie het Papiaments vasthoudt, maar dat dat al veel minder is bij de tweede generatie. We hebben daarom projecten opgezet om de taal levend te houden en het taalbegrip te vergroten. Een daarvan is Pasa Palabra. Een paar keer per jaar organiseren we een avond vol poëzie, verhalen en muziek in het Papiaments. Afgelopen maart hebben we dat online gedaan. We zaten hier in een theater met een livestream met de drie eilanden. En dan is er nog Buki ta Konta. Dat betekent: Het boek (ver)telt. We lezen voor in het Papiaments én het Nederlands en gaan in gesprek met de kinderen over het voorgelezen verhaal. Het doel is om de woordenschatontwikkeling en het leesbegrip in het Papiaments én het Nederlands te stimuleren.”

Studenten

Jaarlijks immigreren meer dan 800 Caribisch-Nederlandse studenten naar Nederland voor een vervolgstudie. Veel wisselen

24 |

Mens & Maatschappij

Het onderzoek waarvan de uitkomsten in november 2020 zijn gepresenteerd op de Haagse Hogeschool heeft onder meer geleid tot de verdere ontwikkeling van het studentenbegeleidingsprogramma Studiamigo|u. Een van de drempels is de Nederlandse taal. Studenten zijn bang dom te worden gevonden omdat ze een verkeerd woord gebruiken of niet goed uitspreken.”

Taal speelt zelfs al voor vertrek een cruciale rol en daarna een nóg belangrijkere rol. “Vanuit het project Studiamigo|u maken wij gebruik van het Papiaments om de studiestof beter uit te leggen aan de studenten. Ze worden door ervaringsdeskundigen en professionals afkomstig van de eilanden vakinhoudelijk begeleid. Aan hun Nederlandse taalbeheersing wordt gewerkt met behulp van onder meer logopedisten, NT2-docenten en taalkundigen. Ook worden trainingen en cursussen aangeboden om de nieuwkomers te helpen hun draai te vinden en hun weerbaarheid te vergroten.” De vereniging drijft op vrijwilligers. “Alle professionals werken belangeloos mee. Slechts een klein deel van de activiteiten is in de pilotfase gefinancierd door de Taalunie. Het probleem is dat we tussen onderwijs en sociaal werk vallen. We gaan kijken of we in aanmerking kunnen komen voor een bijdrage van het Oranjefonds en het Prins Bernhardfonds. Wat helpt is dat we een plekje in het Curaçaohuis hebben gekregen dat we kunnen gebruiken voor trainingen. Daar zijn we heel blij mee.”

Terug

Het promotieonderzoek waaraan Nihayra verbonden is, is bijna gereed. Ze heeft onlangs nog gesolliciteerd op een vacature in Nederland. “Het eerste gesprek is goed gegaan, maar het tweede heb ik afgezegd. Anders zit ik er weer voor jaren aan vast. Ik voel een grote liefde voor mijn eiland. Het doet mij pijn te zien dat het potentieel van het eiland onvoldoende uit de verf komt, omdat mensen gehinderd worden door factoren die ik misschien kan helpen wegnemen. Zodra het proefschrift is ingeleverd, ga ik zo snel als het kan terug naar Curaçao.”

https://papiaments.levendetalen.nl


Buitenlandse Betrekkingen

OVER DE GRENZEN Landenmedewerker Saran Inderson

Saran Inderson heeft de halve wereld in haar portefeuille.

In het Statuut voor het Koninkrijk zijn - naast defensie buitenlandse betrekkingen tot ‘aangelegenheid van het Koninkrijk’ aangewezen. Dat betekent dat de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken verantwoordelijk is voor het buitenlandbeleid van het gehele Koninkrijk. Maar de internationale belangen van Nederland en de Caribische landen lopen niet altijd parallel... “Dat kan soms tot spanning leiden”, beaamt Saran Inderson, “Maar dat maakt mijn werk alleen maar boeiender.” Ze is senior beleidsmedewerker bij de Directie Buitenlandse Betrekkingen (DBB) van Curaçao. Sinds september is ze gedetacheerd op Buitenlandse Betrekkingen

het Curaçaohuis. “Er moet veel afgestemd worden met het ministerie van Buitenlandse Zaken en dat werkt beter als je bij elkaar kunt binnenlopen.”

Groot fiasco

Het is de derde keer dat Saran zich in Nederland vestigt. “Op mijn zeventiende ben ik naar Nederland gekomen om te studeren. Dat is een groot fiasco geworden. Ik liep tegen dezelfde problemen aan als zoveel studenten uit de Cariben. De taal is er daar één van, ook al spraken we thuis Nederlands. Ik ben drie keer aan een nieuwe studie begonnen. Ik denk dat ik er nog niet rijp voor was.”

25 | CURAÇAO


Buitenlandse Betrekkingen

Haar vader - oud-minister Stanley Inderson - vond dat ze maar beter kon terugkomen. “Ik ben aan de Universiteit van de Nederlandse Antillen gaan studeren. Na mijn studie te hebben afgerond, ben ik opnieuw naar Nederland gegaan om aan de Erasmus Universiteit verder te studeren. Dat is perfect gegaan: ik was een stuk zelfstandiger dan die eerste keer.”

het wel eens gebotst. Dat kwam mede door de afstand. Daarom is het goed dat BZ nu ook iemand op Curaçao heeft. Dat je af en toe een kop thee met elkaar kunt drinken is goed voor de relatie. Een ‘nee’ per email komt toch anders over dan wanneer je elkaar in de ogen kunt kijken. Dan kan ik het ook beter uitleggen aan mijn collega’s in Willemstad.”

Advocatuur

Handelsmissies

“Ik ben vervolgens bij toeval de advocatuur ingerold. Ik was op zoek naar werk en zag een vacature, solliciteerde en werd aangenomen. Daarna heb ik een eigen kantoor opgebouwd en ben ik ook nog een tijdje Deken geweest. Na een jaar of 13, 14 begon ik mezelf af te vragen: wil ik dit de komende 35 jaar blijven doen? De advocatuur brengt veel negatieve energie mee: je bent continu in gevecht en ook als je wint, voelt dat vaak als verlies omdat cliënten nogal eens ontevreden zijn met de uitkomst.”

‘Als je je niet laat zien, word je ook niet gezien’ Saran besloot de toga in de wilgen te hangen. “Ik heb een shortlist van mogelijke werkgevers gemaakt. De Directie Buitenlandse Betrekkingen stond bovenaan. Het internationale aspect spreekt mij aan. Ik ben opgegroeid met de beelden van hongerarmoede in Afrika en de hulpacties die werden opgezet zoals Live Aid. Als advocaat help je op microniveau, bij de DBB opereer je op macroniveau. Ik wilde daar graag deel van uitmaken. Toeval of niet: ik had mijn besluit de advocatuur te verlaten nog niet genomen of er kwam bij DBB een vacature.”

Kop thee

“Sinds 2019 ben ik dus ambtenaar”, zegt ze met een knipoog. “Als landenmedewerker zitten Noord-Amerika, Rusland en enkele landen in Afrika en het Midden-Oosten in mijn portefeuille. Verder houd ik mij bezig met het sanctiebeleid. In september ben ik gedetacheerd op het Curaçaohuis om dichterbij het ministerie te zitten. Goede samenwerking tussen de landen is belangrijk; daar heeft ook de Adviesraad voor Internationale Vraagstukken voor gepleit.” Vanzelfsprekend is die samenwerking niet. “In het verleden heeft

26 |

Buitenlandse Betrekkingen

Sinds Curaçao in 2010 een autonoom land binnen het Koninkrijk is, is er meer aandacht voor internationale betrekkingen. Het gevoel bestond dat Den Haag zich onvoldoende rekenschap gaf van de belangen van de Caribische landen. De regel is dat ze bij internationale verdragen en sancties worden geconsulteerd, maar dat schoot er in het verleden nogal eens bij in.


“Wij hebben daar natuurlijk ook een eigen verantwoordelijkheid in. Als je je niet laat zien, word je ook niet gezien. Bij het organiseren van handelsmissies werden de landen niet altijd uitgenodigd. Dat gebeurt nu wel. Het komt zelfs voor dat missies in de regio worden geleid door een van de Caribische premiers. Maar het blijft opletten. Als er iets gebeurt waar we het niet eens mee zijn, moet je dat niet opkroppen, maar meteen aankaarten. De verstandhouding is zodanig dat dit ook kan.”

Koninkrijksband

“Laatst zag ik dat het consulaat in San Francisco een virtueel event had op het gebied van circulaire economie. Een onderwerp waar Curaçao ook heel erg mee bezig is. We hebben contact opgenomen en gevraagd of we een pitch zouden mogen houden om er op die manier ook bij te zijn. Daar werd enthousiast op gereageerd. Ik merk sowieso dat de deuren voor Curaçao makkelijk opengaan.” “Er liggen heel veel kansen voor Curaçao in de wereld. We hebben wat te bieden: de hubfunctie, de meertaligheid van onze bevolking, de ligging buiten de hurricane belt en het feit dat we weliswaar geen deel zijn van de Europese Unie, maar er wel toegang toe hebben. Ook de Koninkrijksband is een asset. Mensen staan open voor samenwerking. Het perspectief is geweldig.”

Ambassades

Curaçao kijkt dan ook steeds meer over de grenzen. “De kaders van het buitenlandbeleid worden in Den Haag bepaald, maar daarbinnen is voldoende ruimte om als individueel land zelf initiatieven te nemen en contacten te leggen. Daarvoor maken we vaak dankbaar gebruik van het netwerk van ambassades en consulaten, want die zijn er voor alle vier de landen.” “Wij stemmen onze eigen activiteiten uiteraard goed af met het ministerie. Sommige zaken liggen om geopolitieke redenen gevoelig. We moeten natuurlijk voorkomen dat we diplomatieke blunders maken. Je kunt niet zomaar als Curaçao besluiten afspraken te maken met Cuba zonder eerst de eventuele gevoeligheden te bespreken.”

Sanctiebeleid

Een misschien nog wel gevoeliger werkterrein is het sanctiebeleid. Ook daar heeft het wel eens geschuurd. Toen de Europese Unie in 2010/2011 sancties wilde instellen tegen Iran maakte de toenmalige regering in Willemstad bezwaar vanwege mogelijke repercussies die de toevoer van olie naar de raffinaderij in gevaar zouden kunnen brengen.

“Naar aanleiding van de perikelen rondom de uitvoering van de EU-sancties en de eenheid van buitenlands beleid is de Rijkssanctiewet er gekomen. Dat betekent dat voor Curaçao de EU-sancties automatisch doorwerken. Dat levert in verreweg de meeste gevallen geen discussie op. Het heeft ook tot voordeel dat ons veel werk uit handen wordt genomen. Wij hebben al een tekort aan wetgevingscapaciteit.”

‘Belangenafweging

Bij de totstandkoming van de rijkswet heeft Nederland beloofd rekening te houden met de Caribische belangen. “Venezuela bijvoorbeeld is een bijzonder geval. De EU heeft sancties geformuleerd tegen de regering Maduro. Tegelijkertijd is Venezuela ons buurland waarmee we van oudsher veel economische, culturele en sociale banden hebben. Dat zorgt voor een bijzonder speelveld waarin telkens een moeilijke afweging moet plaatsvinden tussen al die verschillende belangen”

‘De Koninkrijksband is een asset’ De Europese sancties en de erkenning van oppositieleider Juan Guaidó als de legitieme leider van het land zijn vermoedelijk voor Maduro c.s. aanleiding geweest de grenzen met de ABCeilanden te sluiten waardoor die plotseling afgesneden werden van de aanvoer van groente en fruit. Ook de Amerikaanse sancties tegen Venezuela hebben impact op Curaçao. Er was een stevige lobby in Washington voor nodig om de levering van olie aan de raffinaderij veilig te stellen.

Netwerken

“Een andere taak, die ik er op het Curaçaohuis bij heb gekregen, is het ondersteunen van de gevolmachtigde minister bij zijn diplomatieke contacten met ambassadeurs in Den Haag. Daarbij ligt de aandacht vooral op het onderhouden van de relatie met landen die uit geopolitiek of economisch oogpunt interessant zijn voor Curaçao.” Saran bereidt de gesprekken voor en zorgt voor de terugkoppeling naar haar collega’s in Willemstad. “Dan kan het daar worden opgepakt en bijvoorbeeld met het ministerie van Economische Ontwikkeling worden besproken. Zo halen we een grotere spin-off uit het netwerk dat de gevolmachtigde minister heeft in Den Haag en Brussel.”

27 | CURAÇAO