Issuu on Google+

manuputty Mual RIrimasse dari

Van twee culturen


Galerie DNKA Blankenstein 2 9901 AX Appingedam info@denoordelijkekunsthof.nl Galerie Kés Art Prof. Cleveringaplein 1 9901 AZ Appingedam kesart@gmail.com

Dit is een uitgave van Stichting De Noordelijke Kunsthof - Appingedam © 2014 Stichting De Noordelijke Kunsthof Tekst en redactie Fotografie Vormgeving en productie

Wout Sorgdrager - Leermens John Stoel, George Burggraaff en anderen Ton Keuning - Appingedam

Deze uitgave is mede tot stand gekomen met financiële steun van: SPAA, SNS Fonds Eemsmond, Cultureel Platform Appingedam, NAM en Essent RWE


VOORWOORD Van 15 maart tot en met 11 mei 2014 mei vindt u in Galerie DNKA en Galerie Kés Art een expositie met werk van Ruloff Manuputty (overleden in 2002), Henk Mual, Ririmasse en Dari. Kunstenaars met een Molukse achtergrond. Kunstenaars van twee culturen. Waarom deze kunstenaars nu in Appingedam? Een aanleiding was het feit dat in 2013 de Molukse kerk in Appingedam werd aangewezen als beschermd Rijksmonument. Deze aanwijzing is het resultaat van een gezamenlijke inspanning van de Molukse gemeenschap in Appingedam, het stadsbestuur en de Stichting Oude Groninger Kerken, tegenwoordig de eigenaar van de kerk. Ook het jaarlijkse festival ‘Terug naar het begin’ speelde een rol. Het thema is dit jaar ‘Op zoek naar de horizon’. Het festival (dit jaar op zaterdag 10 mei) speelt zich goeddeels af in de kerken van de Stichting Oude Groninger Kerken in en rond Appingedam. Ernst Jansz speelt op die dag tweemaal in de Molukse kerk de voorstelling ‘Gideons droom’. Veruit de belangrijkste aanleiding is toch het werk zelf. We kenden het niet en het blies ons omver. Een tentoonstelling van kunstenaars

van Molukse afkomst is geen tentoonstelling van Molukse kunst. De tentoonstelling ‘Van twee culturen’ in ieder geval niet. De kunstenaars hebben dezelfde afkomst. U ziet in deze tentoonstelling hoe verschillend zij omgaan met dat gegeven. En ook hoeveel zij gemeenschappelijk hebben. Een zekere bescheidenheid bijvoorbeeld. Maar vooral hoe in hun werk de Molukse en West-Europese beeldtaal en thematiek doorontwikkeld wordt tot een heel eigen beeldtaal, een heel eigen thematiek. We zijn er trots op dat we u dit werk in Appingedam kunnen laten zien. We zijn de deelnemende kunstenaars, en in het geval van Ruloff Manuputty zijn weduwe Erika Göttgens, dankbaar voor hun hartelijke medewerking aan de expositie. Maarten Burggraaff, Galerie DNKA Kés Aerts, Galerie Kés Art

De afbeeldingen in dit boekje zijn een impressie van het oeuvre van de kunstenaars.


manuputty Ruloff Manuputty (1926 – 2002) werd geboren in Tual, op de Kei-eilanden in wat tegenwoordig Indonesië is. Zijn vader was er predikant. In 1948 trok Manuputty naar Nederland. Alleen. In een documentaire vertelt hij wat hij zag toen hij in Rotterdam aankwam: een blanke straatveger. Hij noemt het achteraf een “surrealistisch beeld”, zoiets had hij nog nooit gezien. Diezelfde jongen trok naar Amsterdam en schreef zich in bij de Rijksakademie in Amsterdam. Die was hem echter te klassiek georiënteerd. Hij stapte over naar het Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs, de latere Rietveld Academie. Een stage bracht hem naar Bazel, waar hij van 1954 tot 1955 aan de Kunstgewerbeschule de opleiding typografie en vrij schilderen volgde. Hij sloot deze opleiding af met een praktijkjaar in het Duiste Krefeld.

Ik beeld niet af ik beeld uit

In 1955 begon Manuputty als tekenaarontwerper bij de Noord-Nederlandse Cliché Fabriek. Er moest brood op de plank. Als kunstenaar trok hij er zijn eigen plan. Hij sloot zich niet aan bij een groep, hoewel hij door zijn vriendschap met Henri de Wolf wel veel contact moet hebben gehad met andere kunstenaars. In 1964 kreeg hij een baan als

docent bij de Academie Vredeman de Vries in Leeuwarden. In 1965 trouwde hij. In dat jaar werd hij ook benoemd als directeur in Leeuwarden. Dat bleef hij tot zijn pensioen in 1987. Naast dat werk had hij nog zijn eigen reclamebureau en was hij freelance grafisch ontwerper. Manuputty vond dat hij als directeur van een kunstacademie niet met zijn eigen werk te koop moest lopen. En zo kon het gebeuren, dat hij in al die jaren nauwelijks exposeerde en dat studenten en docenten soms niet eens wisten van zijn kunstenaarsschap. Exposities
 Na zijn pensionering ging Manuputty echter voluit: van 1962 tot 1968 had hij zes tentoonstellingen. Van 1989 tot 1999 maar liefst negentien. Waaronder tentoonstellingen in Pulchri Studio Den Haag, Forma Aktua in Groningen en Museum het Princessehof in Leeuwarden. Na zijn overlijden in 2002 was er onder andere nog een expositie in kunstruimte Wagemans in Beetsterzwaag en maakte zijn werk nog deel uit van de grote tentoonstelling in het Groninger Museum, ‘Jong in Groningen’ in 2009.


Ter gelegenheid van een tentoonstelling maakte Buddy Hermans een documentaire over de schilder Manuputty. Het is een fascinerend portret. We zien Manuputty, keurig gekleed met een wit overhemd en een beige pullover, voor een leeg doek van 1 bij 1 meter. Naast hem een flinke tafel vol met kwasten, potten, tubes en flessen. Hij zoekt een kwast uit en schildert weloverwogen een abstract figuur. Hij gebruikt een stevige kwast, en zwarte verf, allicht. Die grote, vaak ruwe zwarte lijnen zijn karakteristiek voor veel van zijn werk. De invloed van Cobra en Klee is onmiskenbaar. Kortsluiting
 In de documentaire toont Manuputty een schets van een Indisch landschap. Het is een jeugdherinnering. In zijn schilderijen zien we dat landschap eigenlijk nauwelijks terug. Dat klopt, zegt Manuputty: ‘Ik beeld niet af. Ik beeld uit.’ Wat hij precies uitbeeldde is lang niet altijd makkelijk te duiden. Vaak moeten we het doen met een titel. Het schilderij ‘Contact’ bijvoorbeeld. In zijn inleiding op een tentoonstelling in de Princessehof (1991) schrijft Cor Jongens: ‘Het werk van Manuputty berust voornamelijk op jeugdherinneringen, vertaald naar gebeurtenissen van vandaag. Hij is voortdurend bezig het leven hier te vergelijken met ‘thuis’, daarbij zoekend naar de menselijke beweegredenen. Vrijwel elk werkstuk vindt zijn bron in een kortsluiting, een botsing waaraan hij óf zelf heeft deelgehad, óf die hij van dichtbij heeft gadegeslagen.’ In de doorgaande lijnen

die hij veel gebruikt zien we vrijwel altijd een paar stevige breuklijnen. De soms onbehouwen Nederlandse mores moet de fijnzinnige Manuputty meermalen diep geschokt hebben. Manuputty toont zich in zijn werk een speelse, gedisciplineerde, bedachtzame, improviserende

en weloverwogen schilder die in zijn werk uiting geeft aan wat hij zag en meemaakte. Het is werk waar je niet snel op uitgekeken raakt, het is werk waar je tijd voor moet nemen.


MUAL Henk Mual (1932) werd geboren in Malang, Indonesië. In 1951 kwam hij naar Nederland. In 1952 begon hij aan de Kunstacademie Arnhem waar hij 1957 afstudeerde. Van 1959 tot 1964 volgde hij hij de postacademische opleiding aan de Jan van Eyck Academie Maastricht. Van 1965 tot 1989 was hij als docent verbonden aan de Academie Beeldende Kunst Vredeman de Vries waar hij onder meer Ruloff Manuputty ontmoette. Na zijn pensionering in 1989 werkt Mual als zelfstandig kunstenaar vanuit zijn atelier in Groningen. Hij schildert, tekent en maakt monumentaal werk. Mual exposeerde veel in binnen- en buitenland. Onder andere bij de Groningse galeries Anderwereld en Forma Aktua, bij Staalbankiers in verschillende plaatsen en in het Moluks Historisch Museum. In het buitenland exposeerde Mual in verschillende galeries in Slovenië, Indonesië en Hongarije. Heldere kleuren
 Het werk van Henk Mual is uiterst divers. Zijn vroege werk typeert hij zelf als ‘impressionistisch, expressionistisch’ . Hij gebruikt heldere kleuren. In de jaren 80 is zijn werk vaak volkomen abstract. De compositie en dynamiek domineren. In zijn latere werk zien we steeds duidelijker oosterse invloeden. Zo schilderde hij een serie kleurrijke vulkanen, die haast een wat naïeve indruk maken. Zelf zegt Mual: “Ik ben een kind van twee culturen die mijn beeldtaal verrijken. In mijn werk kan ik dat tot uiting brengen. Daarom voel ik me rijk”.


Kind van twee culturen


ririmasse Nicolaas Ririmasse (1955) is van Molukse afkomst en geboren in Nederland. Hij heeft zijn opleiding tot beeldend kunstenaar gevolgd aan Academie Minerva in Groningen. Hij is in 1993 afgestudeerd. Ririmasse exposeerde onder meer in Groningen, Nieuwolda, Deventer en Stedum. Ririmasse werkt meestal in olieverf op doek, grote doeken! Vroeger werkte hij vooral met penseel in lichtere verflagen. Tegenwoordig ook met paletmes in dikkere lagen, vet aangezet. Over zijn werk zegt hij: ‘Ik gebruik kleuren en figuraties als uitdrukking van gevoel, zonder exact te kunnen zeggen of dat ingegeven is door mijn culturele achtergrond of niet. Althans, het is er niet bewust in gelegd. Het is een zoeken naar de juiste ruimte binnen het schilderij. Vormen ontstaan als vanzelf, ik heb er geen grip op.’ Improviseren Die in zekere zin improviserende aanpak levert prachtige, kleurrijke, lyrisch-abstracte werken op, die bol lijken te staan van symboliek en mystiek, maar tegelijkertijd door hun helderheid en eenvoud volstrekt zichzelf zijn. Niets meer. Niets minder.


Vormen ontstaan als vanzelf


Dari Dari is een man van weinig woorden. Hij timmert niet aan de weg. Hij doet wat hij wil doen. Hij bewerkt hout, hij schildert en hij speelt percussie. Hij heeft enkele jaren de Academie voor Beeldende Kunst Minerva in Groningen gevolgd maar is toch vooral autodidact. Sinds 2011 exposeert hij regelmatig. Constante factor in zijn werk is zijn sferische, haast magischrealistische kleurgebruik waarmee hij vaak een lyrische, fantasyachtige toon treft. De beelden in zijn werk zijn echter erg divers. Soms zuiver abstract, soms duidelijk figuratief. Vaak vermengt hij deze beelden. Zo zien we bijvoorbeeld een dansende en musicerende figuur tegen een bonte achtergrond met paardenkoppen, een boomblad, een gebatikte doek en een verwrongen, suikerspinachtige wolk die lijkt te worden beschenen door een ondergaande zon. Wie wat langer de tijd neemt en bereid is om een eindje mee te gaan in Dari’s tropische fantasiewereld wordt niet teleurgesteld. Zijn werk vergt tijd, aandacht, rust. Zijn werk creÍert tijd, aandacht en rust.

tijd aandacht rust


DE MOLUKKEN Ruloff Manuputty, Henk Mual, Nicolaas Ririmasse en Dari zijn zonen van voormalig KNIL-militairen en afkomstig van de Molukken. Hier leest u in het kort iets over hun geschiedenis.

Ambon, ook wel de Molukken, is een groep eilanden binnen het Indonesisch eilandenrijk. Het gebied was van oudsher grotendeels christelijk vanwege de Portugese en Nederlandse overheersing. Veel mensen konden er lezen en schrijven. Daardoor rekruteerde Nederland juist daar veel soldaten voor het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger, het KNIL. Het KNIL was min of meer een politieleger en bewaakte de rust en orde in NederlandsIndië. Toen Indonesië zich na de Tweede Wereldoorlog onafhankelijk verklaarde vochten de Molukse KNIL-soldaten met de Nederlanders in de zogenaamde ‘politionele acties’. Die acties mochten niet baten. In 1949 droeg Nederland de soevereiniteit over Indonesië over aan de Republik Indonesia Serikat. Het KNIL werd opgeheven.

RMS
 Maar Ambon keerde zich tegen de nieuwe Indonesische republiek. Ambon wilde een zelfstandige staat worden. Men riep er in 1950 de Republik Maluku Selatan (RMS) uit. Dat maakte dat ongeveer 4000 Molukse militairen en hun gezinnen niet meer in Indonesië op hun plaats van keuze konden demobiliseren. Ze wilden naar het gebied van de RMS of, als dat niet kon, naar Nederlands Nieuw-Guinea. Beide plaatsen waren voor de Indonesische regering onaanvaardbaar. Uiteindelijk besloot de Nederlandse regering de hele groep naar Nederland over te brengen. Het zou maar tijdelijk zijn. Dat pakte anders uit. In Nederland
 In het eerste halfjaar van 1951 brachten elf schepen ongeveer 12.500 Molukkers naar Nederland. Eenmaal in Nederland kregen de KNIL-soldaten te horen dat ze uit militaire dienst waren ontslagen. De Molukkers werden ondergebracht in woonoorden, verspreid over het hele land. Dat de Molukkers als groep bij elkaar zaten, gescheiden van de Nederlandse samenleving vond niemand erg. Het was immers toch maar voor een paar maanden.
Ze mochten


ook niet zelf aan het werk, de overheid wilde voorkomen dat de groep zou inburgeren. Voor hun huisvesting, kleding en voeding waren de Molukkers daarom totaal afhankelijk van de overheid, dezelfde overheid met wie ze een groot conflict hadden. Na een aantal jaren vond de regering dat de Molukkers zelf meer moesten bijdragen aan de kosten van de verzorging. Veel van hen waren inmiddels toch gaan werken, vaak in de fabriek. In 1956 werd de zelfzorgregeling ingevoerd. Dit betekende dat de mensen in principe zelf in hun eigen levensonderhoud moesten voorzien.

in 1977 bijvoorbeeld.
Deze acties hebben diepe wonden achtergelaten, zowel in de Nederlandse als in de Molukse samenleving.

Aan het einde van de jaren vijftig concludeerde de Nederlandse regering dat de Molukkers vooralsnog in Nederland zouden blijven. Daarom zouden ze moeten verhuizen van de woonoorden naar nieuwe woonwijken. Die wijken lagen binnen de dorpen en steden. Zo zou er meer contact tussen Molukkers en Nederlanders mogelijk zijn. Appingedam was in 1960 de eerste Molukse woonwijk die gereed kwam.

Terug naar de Molukken
 De eerste generatie Molukkers die in 1951 naar Nederland was gekomen, kreeg een herdenkingspenning en een jaarlijkse uitkering. De huisvestingsproblematiek werd aangepakt en er kwam een ‘Duizend banenplan’ om de grote werkloosheid onder Molukkers te bestrijden, een maatregel die vruchten heeft afgeworpen. In de loop van de jaren is de sociaaleconomische situatie van veel Molukkers verbeterd. Zij konden daardoor steeds vaker een bezoek brengen aan de Molukken en dan vaak vooral aan het dorp waar ze oorspronkelijk vandaan kwamen. Die ervaringen namen ze mee en gaven ze een plaats in de eigen traditie hier. En in hun kunst.

Op de Molukken werd tot in de jaren 60 nog steeds gestreden voor een onafhankelijke RMS. De strijd voor een onafhankelijke RMS verplaatste zich ook naar Nederland en leidde er tot enkele gewelddadige acties. De treinkapingen bij Wijster in 1975 en bij De Punt

In de ogen van de Nederlandse regering was het geweld vooral een uiting van onvrede over de slechte positie van de Molukkers in de Nederlandse samenleving. Daarom werden in de jaren zeventig en tachtig maatregelen genomen om problemen op maatschappelijk gebied aan te pakken en werden landelijke Molukse instellingen mogelijk gemaakt. Bovendien nam men een aantal maatregelen.


Kerkgebouw Appingedam was de eerste gemeente waar een speciaal voor Molukkers gebouwde woonwijk gereed kwam. In 1959/1960 werden hier de eerste Molukkers gehuisvest. Deze gezinnen gingen wonen aan de Adamistraat te Appingedam. Aanvankelijk ging het om

vier gezinnen, uiteindelijk werden dat er zevenenveertig. Het ging hier vooral om mensen die eerder opgevangen waren in woonkampen in de Carel Coenraadpolder in Oost Groningen en Westerbork in Drenthe. De Nederlandse regering schonk de Molukse gemeenschap

ook een kerkgebouw, waarin zij samen konden komen voor hun zondagse erediensten en kerkelijke activiteiten. Dit kerkgebouw speelde en speelt een belangrijke rol in het sociale leven van de Molukse gemeenschap. Het gebouw wordt door twee kerkgenootschappen gebruikt voor de erediensten: Geredja Indjili Maluku (G.I.M.) en de Noodgemeente Protestant Maluku di Belanda Maart ‘53. Verder wordt het gebouw gebruikt als cultureel centrum van de Molukse wijk. In 2013 is het gebouw aangewezen als Rijksmonument. Het is tegenwoordig in het bezit van de stichting Oude Groninger Kerken. Deze tekst is een samenvatting van de tekst op de website van de Moluks Historisch Museum (Musa). Het Musa beheert collecties en biedt ondersteuning bij tentoonstellingen, projecten en activiteiten in het land. Zie www.museummaluku.nl. De tekst over het kerkgebouw is afkomstig van de website van de Stichting Oude Groninger Kerken. Molukse kerk ‘Eben Haëzer’ Harkenrothstraat 2 9902 JM Appingedam


Galerie DNKA

Galerie Kés Art

De expositie ’Van twee culturen’ is tot stand gekomen in goede samenwerking tussen Galerie DNKA en Galerie Kés Art. Deze samenwerking is geen toeval: de galeries liggen op een steenworp afstand van elkaar in het hartje van stad Appingedam. In 2012 presenteerden beide galeries een grote overzichtsexpositie met het werk van Gerriet Postma en Ida Bosma in Appingedam. Ditmaal kozen ze voor het werk van Ruloff Manuputty (overleden in 2002), Henk Mual, Ririmasse en Dari. Kunstenaars met een Molukse achtergrond. Kunstenaars van twee culturen. Zo’n grote expositie is alleen mogelijk als de galeries de handen ineen slaan. Samen bieden Galerie DNKA en Galerie Kés Art ruim 350 m2 expositieruimte. Het ligt zeker in de bedoeling om de komende jaren deze samenwerking voort te zetten.

www.dnka.nl • www.kesart.nl


Van twee culturen bladerboekje