Page 1

nieuwsbrief

U ILEN

20 16

www.kerkuil.com

voor iedereen die betrokken is bij de bescherming van uilen

Lichte stijging van broedparen in ‘na-piekjaar’ veldmuis Ransuilen in Blauwhuis Ratten en muizen: van bestrijden naar beheersen


Inhoud

3 6 19 21 22 23

2 3 4

Stand van zaken 14 11a

Nieuws uit de regio

5

11b

6 9

Veilig de ladder op… en weer af!

15

13

7 8

10

Ransuilen in Blauwhuis 17

Ratten en muizen: van bestrijden naar beheersen

18 19

Van de bestuurstafel

Colofon Deze Nieuwsbrief Uilen is een jaarlijkse uitgave van de Stichting Kerkuilenwerkgroep Nederland en verschijnt in een oplage van 15.000 exemplaren. De nieuwsbrief geeft actuele informatie over de kerkuil in Nederland. Ze is bedoeld voor iedereen die betrokken is bij de bescherming van uilen, zoals eigenaren en beheerders van gebouwen met nestgelegenheid, terreinbeheerders, leden van regionale kerkuilenwerkgroepen en andere belangstellenden. Informatie over de stichting Kerkuilenwerkgroep Nederland is te vinden op: www.kerkuil.com In 2015 werd ons werk ondersteund door Vogelbescherming Nederland en door alle donateurs.

Samenstelling en redactie Herman Bisschop (webmaster@kerkuil.com), Reinder Dokter (penningmeester@kerkuil.com), Albert Fopma (digitalenieuwsbrief@kerkuil.com), Nanning-Jan Honingh (nanning-jan.honingh@landschapsbeheerzeeland.nl), Johan de Jong (voorzitter@kerkuil.com), Ruud Leblanc (secretaris@kerkuil.com).

Eindredactie Helga Aukes Producties

Vormgeving en druk RBF reclame & communicatie, Drachten Wieger Atsma (vormgever), Nienke Kuipers (traffic)

Redactieadres Stichting Kerkuilenwerkgroep Nederland Ruud Leblanc, Noorderdreef 198, 2152 AC Nieuw Vennep Tel. 06 - 532 564 78

Coverfoto Kerkuil toont zijn jong. (Foto: André Eijkenaar) Overname van artikelen, tabellen en schema’s is alleen toegestaan met de volgende bronvermelding: “Bron: Nieuwsbrief Uilen 2016, Stichting Kerkuilenwerkgroep Nederland”. Overname van foto’s is zonder toestemming van de fotograaf niet toegestaan.

Uw contactpersoon

Stichting Kerkuilenwerkgroep Nederland (ANBI erkend) Voor de inventarisatie en bescherming van de kerkuil is Nederland verdeeld in 17 regio’s. Deze vallen grotendeels samen met de provinciegrenzen. Uitzonderingen zijn Flevoland, Overijssel en Gelderland. Deze zijn opgesplitst in meerdere regio’s. De Noordoostpolder maakt onderdeel uit van de regio WestOverijssel. In elke regio is een regionale coördinator actief. Hij is het aanspreekpunt voor het kerkuilenbeschermingswerk in die regio. De Stichting Kerkuilenwerkgroep Nederland organiseert ieder jaar in de loop van januari een bijeenkomst voor alle regiocoördinatoren. Regiocoördinatoren 2

Groningen

André Eijkenaar

0597 - 561 872 / 06 - 222 556 32 eijkenaar-a@planet.nl 3 Friesland Johan de Jong 0512 - 303 174 voorzitter@kerkuil.com 4 Drenthe Jaap van de Streek 0528 - 350 450 / 06 - 120 796 67 famvandestreek@ziggo.nl 5 Overijssel Florian Bijmold 06 - 290 735 81 fbijmold@gmail.com 6 Twente Johan Drop 06 - 103 487 65 johandrop@kpnplanet.nl 7 Achterhoek Noord Mary Mombarg 0575 - 521 662 / 06 - 513 367 65 flo.bom@inter.nl.net 8 Achterhoek Liemers Dick Langwerden 0543 - 461 798 d.langwerden@tiscali.nl 9 Veluwe AI Bertus van den Burg 0334 - 808 723 / 06 - 336 797 49 bertusvandenburg@gmail.com 10 Betuwe Oost Jan Jacobs 024 - 397 25 74 jacobs.j@live.nl 11a Oostelijk Flevoland Lykele Zwanenburg 0321 - 318 272 lykele@live.nl 11b Zuidelijk Flevoland Allan Liosi 036 - 533 68 34 uilen4all@kerkuilenwerkgroep-flevoland.nl 13 Utrecht & Betuwe West Paul Hendrikx 030 - 637 20 54 p.hendrikx@wxs.nl 14 Noord-Holland Reinder Dokter 0229 - 219 207 penningmeester@kerkuil.com 15 Zuid-Holland Michel Kuijpers 015 - 256 53 02 michel.kuijpers@caiway.nl 17 Zeeland Hans Molenaar 0115 - 612 008 / 06 - 132 903 70 h.molenaar@planet.nl 18 Brabant Jochem Sloothaak 0411 - 66 40 10 jsloothaak@brabantslandschap.nl 19 Limburg Henk Beckers 047 - 553 30 03 boomvalk@home.nl

Contactadressen Stichting Kerkuilenwerkgroep Nederland

2 | Nieuwsbrief Uilen 2016

Voorzitter Secretaris Johan de Jong Ruud Leblanc Tel. 0512 - 303 174 Noorderdreef 198 voorzitter 2152 AC Nieuw Vennep @kerkuil.com Tel. 06 - 532 564 78 secretaris@kerkuil.com of skwn@ziggo.nl

Penningmeester Reinder Dokter Tel. 0229 - 219 207 penningmeester @kerkuil.com


Stand van zaken

Lichte stijging van broedparen in ‘na-piekjaar’ veldmuis Tekst: Johan de Jong

slachtoffers gemeld, vooral onder de jonge kerkuilen. Alleen al in Friesland kwamen meer dan 70 meldingen binnen. Ook mede door de verhoging van de maximum snelheid op vele wegen hebben uilen geen schijn van kans het langs denderende verkeer te ontwijken.

2223

33

562

12

2687

1210

113

89

71

61

2493

1742

1210

68

14

2591

2223 1908

1972

2058

2395

2516

1908

1131 794

68

184

161

117 88

83

530

2298

2804

2591

2923

3155

2923

2804 1685

1938

1972

2058 1378 1009

895

1131

1052

158

762

794

1110

1009

895

200 1000

100 500

374

1378

400 2000 300 1500

2395

2516 1685

1938

500 2500

1742

700

2687

3155

Na de explosieve stijging van de kerkuil in 2014 (95%), nam het aantal broed­ paren van de kerkuil in 2015 toe met 8%. Het aantal eerste broedsels nam toe van 2493 naar 2687 met een gemiddelde van 2,8 uitgevlogen jongen per nest (exclusief Utrecht). Het gemiddelde aantal uitgevlogen jongen varieerde van 761 1,3 (West-Overijssel/ NO-polder) tot 3,7 (Oostelijk Flevoland).

2298

Broedresultaten

3500 600 3000

Totaal vlogen 7384 jongen uit (in 2014: 11.130). Het aantal tweede broedsels daalde van 533 (2014) naar 184 met een gemiddelde van 2,9 jongen per nest. Drie paartjes produceerden in de muizenrijke gebieden een derde legsel, waarvan één mislukte. De grootste toename was in Oostelijk Flevoland: van 9 naar 37 broedparen (208%!) en de grootste af­ name was in Utrecht/Betuwe-West (-48%). Er was een wisselend succes in het aantal broedparen op de Waddeneilanden. Texel was het meest succesvol met maar liefst 19 paren. Ameland volgde met 5 paren (alles mislukt) en Schiermonnikoog met 1 paar op de zolder van het kooikerhuisje op het oostelijk deel van het eiland.

2493

Gewoonlijk volgt na een topjaar van de veldmuis (2014) een daljaar, maar in een groot deel van ons land was dat niet het geval. Met name in de klei- en veengebieden kregen we te maken met een ‘na-piek’. Er waren nog volop muizen, hetgeen resulteerde in vroege en grote legsels van de kerkuil. Eind 2015 stortte de veldmuispopulatie in. In het oosten en zuiden was dat eind 2014 al het geval. Grote verschillen dus. Toen ook in de goede veldmuizen­ gebieden de voedselsituatie slechter werd, ontstond een voedselprobleem voor de jonge, pas uitgevlogen kerk­ uilen. Ze gingen zwerven en kwamen terecht in de voedselrijke, brede bermen 800 langs wegen. In de maanden november en december werden veel verkeers-

32

19

0

94

95

96 90 96

9197 97

9298 98

93 99 99 94 00 00 95 01 01 96

02 0297

03 0398

04 99 04

Jaar

05 00 05

06 01 06

0207 07

Jaar

800

03 08 08

04 09 09 05 10 10 06

11 11 07

12 1208

1309

10 14

11 15

12

13

14

15

Jaar 761

Eerste broedsels Nederland.

700

600 530 500

400

374

300

200

117 100

88

83

184

161

158

68

68

14

33

12

113

89

71

61

32

Tweede broedsels Nederland.

19

0 96

97

98

99

00

01

02

03

04

05

06

07

08

09

10

11

12

13

14

15

Jaar

Nieuwsbrief Uilen 2016 | 3


152

Friesland

546

21

1966

3,6

56

224

Drenthe

242

15

606

2,5

1

uitgevlogen

46

3e broed

3,6

gem. uitgevlogen

905

waarvan mislukt 2e broed

Totaal 2e broed

14

aantal juv. 2e broed

gem. uitgevlogen

252

niet gecontr. 1e broed

aantal juv. 1e broed

Groningen

2015

Totaal 1e broed

waarvan mislukt 1e broed

Landelijk overzicht Nederland 2015

3,3

2

6

129

95%

4

4

2

0

450

21%

1

0

232

4%

2

0

229

-6%

0

0

108

-2%

0

85

-9%

2014 2015 t.o.v.

2014

West-Overijssel. / NO Polder

215

17

289

1,3

2

Twente

106

18

245

2,3

0

Achterhoek-Noord

77

20

146

1,9

Achterhoek-Liemers

65

6

168

4

2,6

0

0

0

0

86

-24%

Veluwe

146

28

469

37

3,2

5

8

4

1,6

96

52%

Betuwe-Oost

29

5

50

3

1,7

0

0

0

0

28

4%

Flevoland / Zuid

77

13

241

0

3,1

14

39

5

2,7

42

83%

Flevoland / Oost

37

1

137

0

3,7

9

27

3

3

12

208%

Utrecht-Betuwe-West

46

0

4

0

89

-48%

Noord-Holland

154

3

10

Zuid-Holland Zeeland Noord-Brabant Limburg TOTAAL 2015

14

466

89

10

199

23

3

153

18

353

6

2,3

318

25

808

11

2,5

135

20

336

3

2687

245

7384

87

In werkelijkheid is het aantal broedsels in 2015 hoger dan in de tabel is weergegeven. Van een aantal regio’s ontbreken helaas de broedgegevens. Hopelijk lukt het dit jaar alle kasten te controleren.

Bijzondere ringmelding Theun Talsma van Schiermonnikoog vond de resten van een dode kerkuil in de eendenkooi (geslagen door een havik). De vogel was geringd. Hij belde de gegevens door en de kerkuil werd afgemeld bij het Vogeltrekstation. Groot was mijn verbazing: de kerkuil was geringd door Jan Doevedans op 25 juli 1995: leeftijd 20 jaar en 8 maanden! De oudste tot nu toe terug gemelde kerkuil in Nederland was 19 jaar en 4 maanden. Een nieuw record dus! Het Europese record staat op naam van een Zwitserse kerkuil, deze werd 21 jaar en 4 maanden. Tot slot: iedereen bedankt voor de geweldige inzet. Dankzij jullie werk hebben we weer een gezonde kerkuilenpopulatie in Nederland. Succes de komende maanden bij de inventarisaties. 4 | Nieuwsbrief Uilen 2016

0

1

6

27

2

2,7

138

12%

4

11

0

2,8

110

-19%

25

34

4

1,4

117

31%

6

9

2

1,5

418

-24%

2,5

2

2

1

1

124

9%

2,8

184

533

28

2,9

2493

8%

Tekst: Johan de Jong

Veilig jagen langs de snelweg Jaarlijks worden in de nazomer en herfst honderden (meest jonge) kerkuilen doodgereden langs de snelwegen. Het verkeer is de belangrijkste doodsoorzaak voor kerkuilen. De (brede) bermen van snelwegen zijn meestal muizenrijk en in daljaren van de veldmuis zijn er in de extensief beheerde bermen altijd wel muizen te vinden. Ook andere uilensoorten, zoals ransuil, steenuil, velduil en roofvogels vinden daar een goede voedselbron. Kerkuilen gebruiken de hectometer­ paaltjes als uitvalsbasis voor de jacht. De wegbermen vormen voor de jonge kerkuilen ook aantrekkelijke routes waarlangs de dispersie naar een eigen territorium verloopt. Bij het opvliegen van de lage hm-paaltjes komen de uilen gemakkelijk in aanraking met het voorbijrazend verkeer. Onderzoek heeft aangetoond dat bij toename van de wegbreedte en bij op- en afritten het aantal slachtoffers toeneemt.

5

12

Op één van die plekken (‘knelpunten’) is in samenwerking met Rijkswaterstaat een pilot gestart (zie Nieuwsbrief Uilen 2014). Tussen Heerenveen en Drachten zijn rond het kruispunt Beetsterzwaag (Frl.) aan beide kanten van de snelweg de hm-paaltjes voorzien van een draaiende rol. De vogels kunnen niet meer op het aangepaste hm-paaltje zitten. Als alternatieve zitplaats is een houten T-constructie van 3 m hoog en op een afstand van 5 m van de weg geplaatst. Hierdoor: •  blijft de muizenrijke wegberm beschikbaar als jachtgebied voor de kerkuil; •  heeft de kerkuil minder last van de zuigende werking van het vrachtverkeer; •  heeft de kerkuil voldoende hoogte om veilig de weg over te steken.

De eerste resultaten Rijkswaterstaat, politie, weggebruikers en de vrijwilligers van de Werkgroep Kerkuilen Friesland gaven de locaties door van de verkeersslachtoffers. Van de geringde exemplaren kon de leeftijd vastgesteld worden via het Vogeltrek­ station (meest jonge kerkuilen).


Eén van de honderden verkeersslachtoffers. (Foto: Joeke Paulusma)

Het project is gestart op 5 november 2014. Op 1 september 2015 zijn de eerste resultaten op de kaart gezet. In het westen en noorden van de provincie profiteerden de jonge uilen nog van de ‘na-piek’ van de veldmuis. Er was voldoende voedsel aanwezig in de weilanden en de uilen bleven rond hun broedgebied hangen. Ruim 40 verkeersslachtoffers werden geregistreerd, waarvan de meesten op de A7 (Drachten Heerenveen). In het project viel één slachtoffer op de plek waar de aanpassing op het hm-paaltje defect was! Eind 2015 stortte de veldmuispopulatie in met als gevolg een fikse toename van de verkeersslachtoffers (zie kaartje). De uilen uit het westen van de provincie probeerden nog aan voedsel te komen in de bermen langs de snelweg, maar ook vooral langs secundaire wegen, zoals de haak (nieuwe rondweg) om Leeuwarden en Dokkum-Hardegarijp. Tussen Drachten en Heerenveen nam het aantal verkeersslachtoffers toe, maar in het project werden geen dode uilen gemeld. Er zijn nog geen foto’s vastgelegd van kerkuilen, die gebruik

maakten van de T-palen. De valcamera’s worden ’s nachts op één paal gericht en het zou dan ook een toevalstreffer zijn indien een kerkuil juist op die paal (1 van de 60) gaat zitten. Overdag worden de palen veelvuldig gebruikt door buizerds, kraaien en kauwtjes.

De eerste resultaten zijn positief. Als de resultaten zo blijven kan de pilot worden uitgevoerd op andere plekken (‘knelpunten’) in Nederland.

Een overzicht van de verkeersslachtoffers kerkuil tot 21 januari 2016.

Nieuwsbrief Uilen 2016 | 5


Nieuws uit de regio Groningen Tekst en foto: André Eijkenaar

Duiventillen erg in trek Na een topjaar in 2014 had ik niet verwacht dat dit nog overtroffen zou worden in 2015. Een belangrijk deel van de gemelde broedparen is terug te voeren op één persoon, Anno Galama. Hij is sinds

Het is altijd moeilijk om een zekere doodsoorzaak vast te stellen bij jonge uilen. Vaak denk je aan voedselgebrek. Nu was er toch aanleiding om een aantal jongen te laten onderzoeken op gifresten. Er werden inderdaad vaak sporen van gif gevonden. De werkgroep heeft inmiddels een flyer samengesteld met alternatieven voor de bestrijding van muizen en ratten. (Zie ook pag. 22 van deze Nieuwsbrief). Je zou zeggen dat deze toename van de muizenpopulatie toch eens moet stoppen. Ik ben dan ook erg benieuwd wat 2016 gaat brengen.

Tekst en foto: André Eijkenaar

Reddingspoging ‘geslaagd’ In Groningen werd meerdere malen in duiventillen gebroed.

twee jaar vrijwilliger in deze regio en heeft, door er veel tijd (ca. twee dagen per week) en energie in te steken, veel bereikt. Zijn regio bevindt zich voornamelijk op de kleigronden en daar heeft de veldmuis zich uitstekend kunnen reproduceren. In vergelijking met de zandgronden was ook het aantal jongen per legsel veel hoger. Wat zou het mooi zijn als iedere vrijwilliger zoveel tijd beschikbaar zou kunnen maken. Op die manier zou je een reële inschatting kunnen maken van het werkelijke aantal broedgevallen in Groningen. Waarschijnlijk is er nu sprake van een forse ondertelling. Echter veel vrijwilligers doen dit werk al tientallen jaren naast hun drukke baan. En ook dat verdient groot respect! Een project dat ik dit jaar had opgestart was het broeden van kerkuilen in duiventillen. Aanvankelijk leek het incidenteel, maar toen ik meer meldingen ontving, besloot ik deze te gaan fotograferen. Een tijdrovende bezigheid, maar een mooie kans ze eens op een andere manier vast te leggen. De enorme toename van de muizen had echter ook een keerzijde: een toename van het gebruik van gif. 6 | Nieuwsbrief Uilen 2016

Op 1 september 2015 maakten we een inspectieronde langs een aantal kasten in Noord-Groningen. In diverse kasten konden de jonge kerkuilen al worden geringd en in één kast waren ze nog te klein. ’s Morgens hadden we een melding ontvangen van een geringde dode kerkuil op een erf in Ezinge. De kerkuil was verdronken in een drinkbak voor vee, waar een draad overheen was gespannen. Vermoedelijk was de uil hier tegenaan gevlogen en daarna verdronken. In de boerderij was een kast geplaatst waarin op dat moment sprake was van een broedgeval. Aan het eind van onze ronde hebben we de dode kerkuil opgehaald. Het bleek om een vrouwtje te gaan met een behoorlijke broedvlek en we hadden het vermoeden dat dit het vrouwtje uit de kast was.

Vermoedelijk ging het mannetje door met de aanvoer van muizen…

Toen we in de kast keken, zagen we acht jonge kerkuilen, waarvan de jongste - die gestorven was - twee dagen oud was. De andere zeven zaten, bovenop een bult muizen (naar schatting 50 stuks), in piramidevorm tegen elkaar aan. Vermoedelijk is het mannetje door blijven gaan met de aanvoer van muizen. De oudste jongen lieten een klagend geluid horen en bedelden om voedsel. We hebben de jongen uit de kast gehaald en in stukjes gesneden muizen gevoerd, waarbij alleen de vochtige, weke delen werden gebruikt. Nadat het piepen en bedelen minder werd, besloten we de zeven uilen te verdelen over twee kasten in de buurt waarvan we de leeftijd van de jongen wisten. De drie oudste hebben we in een kast geplaatst waar twee jongen van circa drie weken oud zaten. Vlak voor het herplaatsen hebben we ze nog een keer muizen gegeven. De andere vier hebben we in een kast geplaatst met drie iets oudere jongen. Ook deze kregen muizen voordat we ze erin hebben gezet. Drie weken later gingen we kijken hoe het de herplaatste kerkuiljongen was vergaan. De kast waarin we de drie grootste pullen hadden geplaatst bleek succesvol te zijn. Alle vijf jongen waren groot geworden en zijn later op normale wijze uitgevlogen. Helaas was een van deze jongen zo onfortuinlijk om na 51 dagen en 9 kilometer verderop door toedoen van een auto te verongelukken. Van de kast met de vier kleinst herplaatste pullen was er van de totaal zeven jongen slechts een groot geworden en uitgevlogen.


Friesland Tekst: Freerk Jelsma Foto’s: Grietje Jelsma ‘Veilig’ het dak op... en weer af!

Schoorsteenuilen Een boer uit Garyp had een timmerman de opdracht gegeven om de schoorsteen van het voorhuis af te sluiten en oud nestmateriaal van kauwtjes te verwijderen. Toen hij de klus zou uitvoeren en met het benodigde materiaal op het dak was geklommen kwam hij tot een bijzondere ontdekking. Bij de schoorsteen gekomen stond hij oog in oog met een aantal jonge kerk­uilen. Hij kon zijn opdracht niet uitvoeren. De regiocoördinator van de kerkuilenwerkgroep werd ingeschakeld. Hoe nu verder? In overleg met de bewoners werd besloten de uilen uit de schoorsteen te halen en over te brengen naar een nieuwe nestkast in de oude ligboxstal, die niet meer in gebruik was. Op zaterdag 4 juli, een snikhete dag, zou de operatie plaatsvinden. Bij de schoorsteen aangekomen zag ik vijf jonge kerkuilen op de rug liggen. Zij keken mij met grote ogen aan. Het nest lag op een diepte van maar liefst 1,5 meter. Een lastige klus om ze eruit te halen.

Met een grote houten wasknijper werden de jongen eruit gehaald. Ze werden in een tas meegenomen naar beneden waar ze werden geringd, gewogen en gemeten. Daarna werden ze in hun nieuwe onderkomen geplaatst.

De afstand van de schoorsteen tot de kast was behoorlijk groot en we waren benieuwd of de ouders hun jongen konden vinden. Maar het liep allemaal goed af! De schoorsteen werd afgesloten en alle vijf jongen zijn uitgevlogen.

De vijf jonge kerkuilen op anderhalve meter diepte in de schoorsteen.

Nieuwsbrief Uilen 2016 | 7


Twente Tekst en foto’s: Johan Drop

Afwezigheid van muizen heeft weerslag op broedgevallen Na het geweldige broedseizoen 2014 met een recordaantal uitgevlogen jongen en de daaropvolgende zachte winter waren de verwachtingen voor 2015 hooggespannen. Het recordaantal uitgevlogen jongen zou een flinke boost moeten geven aan de broedpopulatie. Maar de natuur is soms onvoorspelbaar en het waren de muizen - of liever gezegd de afwezigheid van muizen - die het broedseizoen 2015 in Twente zouden bepalen. Allereerst is de muizenstand bepalend voor de start van het broedseizoen. Anders dan bij de meeste uilen wordt het begin van het broedseizoen bij kerkuilen niet door de kalender of een vroeg voorjaar bepaald, maar is de voedselsituatie de bepalende factor. Kerkuilen zijn voedselspecialisten en muizen prijken torenhoog op het menu, waarbij de beschikbaarheid dan ook bepalend is voor de aanvang en het verloop van het broedseizoen. De voortekenen in de winter en het hele vroege voorjaar wezen hier niet op, maar

een koud voorjaar heeft waarschijnlijk een grote wissel getrokken op de muizenstand. In Twente werd in april maar liefst 17 dagen lang vorst aan de grond gemeten, met op 28 april ruim negen graden onder nul. Ook mei verliep koel terwijl in juni op negen dagen vorst werd gemeten. Wellicht dat door de langdurige kou de muizenstand zich niet heeft kunnen ontwikkelen en de gevolgen hiervan vonden wij dan ook weer terug in de broedgevallen van de kerkuil. Bij veel kasthouders was er twijfel of de nestkast wel bezet was en de eerste controles begin juni waren niet bemoedigend. Verschillende kasten waren leeg en in veel kasten trof men wel een broedpaar maar geen broedsel aan. In veel kasten met een broedsel zaten de uilen nog te broeden of er waren nog kleine jongen. Slechts in enkele kasten zaten ringbare jongen. Om de broedende kerkuilen niet on­ nodig te storen, werden verdere controles een aantal weken uitgesteld. De eerste jongen werden half juni geringd waarbij de jongen zes weken oud bleken te zijn. Teruggerekend begonnen de eerste kerkuilen begin april een broedsel. De laatste broedsels werden in augustus geringd waarbij de start van het legsel begin juni was. Dat geeft aan

De conditie van de Twentse kerkuiljongen was in het algemeen goed.

dat het tijdstip en daarmee de omstandigheden om een legsel te beginnen per broedplek verschillend waren. Opvallend was het hoge aantal van 14 broedparen die, waarschijnlijk door voedselgebrek, de broedperiode niet hebben afgemaakt en het legsel hebben verlaten. Bij de broedparen die de broedperiode wel hebben afgemaakt, was het aantal jongen gering. Uit de 106 broedsels vlogen totaal 245 jongen uit. Broedparen met een tweede broedsel hebben we - in tegenstelling tot 2014 - niet gehad. Het was opmerkelijk dat de conditie van de aanwezige jongen in veel kasten best goed was, zelfs vaak bovengemiddeld. Aan muizen was, op dat moment althans, kennelijk geen gebrek. Het jong op de weegschaal (zie foto) is een van de drie jongen uit een kerk­ uilenkast in Albergen. Alle drie jongen waren uitzonderlijk zwaar en dit jong woog 454 gram, meer dan 100 gram boven de norm.

Dit jong uit Albergen woog maar liefst 454 gram.

8 | Nieuwsbrief Uilen 2016


Achterhoek Noord Tekst: Eddie Oosthof Foto’s: Gerrie Nijenhuis

Maak je kasten zelf Natuurontwikkelingsprojecten en sanering van boerenbedrijven hebben ons als uilenwerkgroep al diverse finan­ciële voordeeltjes opgeleverd. Voor de uilen zijn die werkzaamheden vaak een nadeel, omdat er niet alleen ‘nieuwe natuur’ komt, maar er verdwijnen nogal eens natuurlijke nestplaatsen. Een voorbeeld van zo’n natuurontwikke­ lingsproject is het weer laten meanderen (kronkelen) van de Berkel bij Almen. Daar kregen we het verzoek om vervangende nestplaatsen te zoeken voor kerkuilen en steenuilen. Er waren kasten beschikbaar via Landschapsbeheer en de vraag was of wij die dan maar op wilden hangen op geschikte plekken. De kasten die we kregen waren een mooi staaltje timmerkunst, maar voor de manier waarop wij onze uilen ‘verzorgen’ totaal ongeschikt. Je kon ze eenvoudigweg niet openen om controles uit te voeren voor het ver­ zamelen van de nodige biometrische gegevens. Goede raad is dus: maak je kasten zelf. Dan kun je ze net zo maken als je wilt en aanpassen aan de plek waar ze moeten komen te hangen.

Loodpannen met invliegopening Op enkele boerenerven moesten wat bijgebouwen en kapschuren wijken voor nieuwe huizen of een nieuwe stal. De kerkuilen moesten dus een andere roestplek of in één geval een andere broedplaats vinden. Dat kan best wat extra geld opleveren voor de kas als het een project is dat door een ontwikkelaar moet worden uitgevoerd. Nu hebben we Wim in de werkgroep en die beschikt over een gedegen bouwkundige expertise. Hij kwam op het idee om loodpannen te maken met een invliegopening en die dan te plaatsen op het zogenaamde schild van het dak. Het dak moest daarvoor enigszins worden aangepast en het vergde aardig wat tijd en inspanning om dat voor elkaar te boksen. Op de zolder maakten we dan de kast zo dicht mogelijk achter de invliegopening. Het mooiste

Vrijwilliger Eddie Oosthof ‘inspecteert’ de invliegopening.

succes was, dat één paartje de nieuwe kast direct betrok en ook jongen heeft gehad het afgelopen jaar. Helaas is het broedsel in een later stadium mislukt, mogelijk door voedsel­ gebrek. Dat zagen we het afgelopen jaar vaker in ons werkgebied. Voor het komende broedseizoen wordt het natuurlijk weer spannend. Dus met wat vindingrijkheid konden we het onze uilen toch nog wel eens naar de zin maken, ook al zag het er even duister voor ze uit wat betreft hun woongelegenheid.

De aanpassing van het dak vergde veel inspanning.

Nieuwsbrief Uilen 2016 | 9


Achterhoek Liemers Tekst: André Smit en Dick Langwerden

Schijnt bedriegt Na een eerder succes zagen de eigenaren kerkuilen vliegen in en om de schuur waar hun kast in de nok hing. Bij kastcontrole bleek dat deze niet bezet was. Echter in de koker die de kast met het ‘oelengat’ verbindt, zat een holenduif te broeden. Het nest sloot de koker in zijn geheel af. De koker is inmiddels vervangen door een ruimere, in de hoop dat het dit jaar weer zal leiden tot een geslaagd broedgeval.

Tekst en foto: Dick Langwerden

Bosuil kraakt kerkuilenkast Een bosuilpaartje maakt al vele jaren gebruik van een kerkuilenkast.

De ‘kraak’ heeft sinds 2003 al 28 jonge bosuilen opgeleverd.

10 | Nieuwsbrief Uilen 2016

De in de nok van een ‘schoppe’ in De Heurne opgehangen kast blijkt een ideale broedplek voor deze welkome gasten. Al in december en januari is de roep van de bosuil te horen in een nabijgelegen bosperceel. De eerste keer liep uit op een catastrofe. Het bosuilvrouwtje had in het achterste gedeelte (over het lage tussenschot) haar eieren gelegd en haar jongen gekregen. Toen echter de kauwtjes van de kast gebruik wilden maken werd de kast voorin helemaal volgepakt met takken. De jong bosuilen raakten erin verstrikt en het vrouwtje kon ze onvoldoende warm houden. Wat was wijsheid? De kasteigenaar heeft hierop twee dingen gedaan. Hij heeft de kast gehalveerd. Omdat de broedende bosuil dicht achter het gat zit (de grondoppervlakte

bedraagt 40 x 40 cm), wagen de kauwtjes het niet meer om in de kast te komen. Blijkbaar was het zien van de grote ‘oelenkop’ voldoende om geen acties meer te ondernemen. Hij heeft een camera geplaatst. Zo kan de kasteigenaar op zijn televisiescherm in de gaten houden wat er met de jongen gebeurt. Ook dat was goed, want de kauwtjes brachten wel takken in de kast, toen het vrouwtje niet meer haar jongen warm hoefde te houden. De jonge bosuilen boden geen enkele weerstand. Sinds 2003 is er tien keer gebroed en zijn er 28 jonge bosuilen uitgevlogen. Afgelopen 15 februari is de bosuil weer voor het eerst in de kast gesigna­ leerd. Naar ik hoop wederom met veel succes.


Oostelijk Flevoland Tekst en foto: Lykele Zwanenburg en Hans Docter

Veel muizen veel uilskuikens De afgelopen drie broedseizoenen waren bijzonder voor de kerkuil in Oostelijk Flevoland. Wat wij niet hadden verwacht was dat er in 2015 een enorme verspreiding van de kerkuil over Oostelijk Flevoland plaatsvond. De eerste controle vond plaats op 15 mei, de laatste op 21 oktober. Opvallend was dat het broeden de laatste jaren twee tot drie weken eerder begint. Wij starten meestal midden-eind juni met de controle van de kasten, maar begonnen dit jaar eerder. Bij controle van de eerste kast op 15 mei was er nog maar één jong (bijna vliegvlug) aanwezig. De rest was al uitgevlogen. Op 7 augustus hadden we aan de Vis­ vijverweg een eerste legsel met negen eieren die onbevrucht waren. De oorzaak hiervan is onbekend.

Bij een ander adres aan de Visvijverweg waren twee broedsels. Het eerste broedsel zat in de kast met drie jongen, die op 6 juni zijn geringd. De veehouder belde ons eind augustus dat er vier kerkuilen in de hooiberg rondliepen die nog niet vliegvlug waren. Hij had de jongen in een open fruitkist gelegd en de kist op zolder gezet. De oude uilen hebben de jongen rijkelijk gevoerd met muizen en bij de controle hebben we vier gezonde jongen geringd. Waarschijnlijk waren de kerkuilen die in de kast zaten nog niet uitgevlogen, zodat de moeder alweer een nieuw legsel had geproduceerd op een zeiltje in de hooiberg. Hier zijn de jongen waarschijnlijk vanaf gevallen. Dit hadden wij nog niet eerder meegemaakt. Bij de controle van de kasten werden we vaak door veehouders met hoogwerkers geholpen om bij de kasten te komen. Bij het bezoeken van de kasten worden de ouders gewaarschuwd dat we komen en dat de kinderen welkom zijn bij het ringen. Dit jaar waren de jeugdleden van IVN

De vier kerkuilen in de fruitkist werden door de ouders rijkelijk gevoerd met muizen.

Dronten (Instituut voor Natuureducatie en Duurzaamheid) aanwezig bij het ringen van de uilen. Er werd veel verteld over de uilen en er werden foto’s gemaakt. De kinderen mochten een uil vasthouden zodra ze geringd waren (zie foto).

Educatie is erg belangrijk! (Foto: Dirk de Haan)

Nieuwsbrief Uilen 2016 | 11


12 | Nieuwsbrief Uilen 2016


EĂŠn van de weinige kasten in Twente met vier of meer jonge kerkuilen. (Foto: Johan Drop)

Nieuwsbrief Uilen 2016 | 13


Veluwe Tekst en foto’s: Frans van Korlaar

Kerkuil in Renkum krijgt eigen zolder met kasten Op 29 januari 2015 nam de Stichting ‘Renkums Beekdal’ een aantal taken van Staatsbosbeheer over. Zij maakten samen­ werkingsafspraken en kwamen een huurovereenkomst overeen. Het bestaande natuurinformatie­centrum ‘De Beken’ van Staatsbosbeheer in Renkum werd getransformeerd tot een centrum voor informatie, educatie en vrijwilligerswerk. De open kapschuur van het complex, waar de kerkuil broedde, werd grondig verbouwd. Voor de kerkuil werd speciaal een zolder ingericht en voorzien van twee kasten. Er werd een camerasysteem geïnstalleerd met vier infraroodcamera’s. Buiten is een camera op de vliegplank gericht, in iedere kast is een camera geplaatst en een camera kijkt in de zolderruimte. Het wachten is nu op de terugkeer van de kerkuil. Tot op heden is er geen activiteit waargenomen.

De vertaling van de Latijnse tekst bij de vliegplank is: ‘Tyto Alba, uil, kom bij ons, hier is plek voor jou’.

Voor de Renkumse kerkuil werd speciaal een zolder met twee kasten ingericht.

Tekst en foto: Wim Nugteren

Kerkuilen weer terug op Disselenbrink na verbouwing De oude stal van boerderij De Disselenbrink in Marle was dringend aan renovatie toe. Maar voor een paartje kerkuilen was het een paradijs. Het rieten dak was zo slecht dat ze makkelijk in en uit konden vliegen. Er zaten lichtplaten hoog in het dak, dus de uilen konden op de hanenbalken in het zonnetje zitten. In de nok hingen restanten van de vroegere hooiblazer. Het uiteinde van de pijp was een prima plek voor een nest. We wilden verbouwen maar ook graag de uilen houden. Dus er kwam een nieuw uilenbord en daarachter werd een afgesloten zoldertje getimmerd. In het zoldertje een nestkast, een zitstok, hooi, turfmolm etc. 14 | Nieuwsbrief Uilen 2016

Alles om het de kerkuilen naar de zin te maken. Het duurde een tijd en we kregen het idee dat de uilen het toch niet zo’n mooi hok vonden. Maar in de zomer van 2014 was er toch bewoning inclusief jongen.

Ook dit jaar is er volop leven. Het hok zit nogal hoog in de schuur maar met een hoogwerker konden we onlangs een kijkje nemen: zeven kerkuilen in de kist! De oude stal van De Disselenbrink was een waar paradijs…


Tekst: Harry van Diepen

Dubbel succes in uilentoren In de Nieuwsbrief Uilen 2009 stond al een beschrijving van de unieke uilen­ toren in Ederveen. De toren was in september 2002 gereed. In 2003 broedden er al direct steenuilen in de toren. Eind 2004 kwamen er kerkuilen die een aantal jaren (2005, 2007, 2008) met succes broedden. De steenuil wisselde de kerkuil in de jaren 2011 tot en met 2014 af, waarna beide uilensoorten in 2015 met succes jongen grootbrachten. Er vlogen in juni drie jonge steenuilen uit en in juli vier jonge kerkuilen.

Deze steenuil heeft een rattenstaartlarve in de snavel. (Foto: André Eijkenaar)

Uit de Ederveense uilentoren vlogen in 2015 kerk- én steenuiljongen uit! (Foto: Harry van Diepen)

Nieuwsbrief Uilen 2016 | 15


Noord-Holland Tekst: Gerrit Visch en Jan van de Star

Texels broedgeval in graankist In het verleden werden er in de winter op Texel sporadisch kerkuilen gespot. Lieuwe en Adriaan Dijksen beschreven in het jaaroverzicht van de vogelwerkgroep Texel dat er in 1983 sprake was van drie broedparen. Wat later dan in NoordHolland steeg het aantal broedparen op Texel (van 2 in 2009 tot 21 in 2015). Een bijzonder voorval was het broeden van een kerkuil in een kist van één kubieke meter, hoog opgestapeld tussen de andere kisten. In die kist lag nog een laagje oude gerst op de bodem. Daarmee was het een voedselrijke plek voor de huismuis en dus ook voor jonge kerkuilen! De jongen waren dan ook goed doorvoed. Na het ringen is de kist met jongen weer teruggezet op de oude plek. Ze zijn allemaal uitgevlogen.

De bewuste ‘gerstkist’ met uilen onderaan de stapel. (Foto: Gerrit Visch)

De kist was een voedselrijke plek. (Foto: mevr. Lap)

16 | Nieuwsbrief Uilen 2016

Gelukkig was er een hoogwerker waarmee de nestkast kon worden gecontroleerd.

Tekst: Luc Smit Foto’s: Fam. Groot en Marco Konings

Verstoring door tornado? Bij nestcontrole in mei - in het buiten­ gebied van Wieringerwerf - troffen we een kerkuil in de schuur. Door opslag van materiaal was er geen nestkast­controle gedaan. De bewoners vermoedden dat er twee uilen waren. Op 24 augustus verwoestte een tornado echter de boerderij en loopstal. Tijdens ons bezoek op 29 augustus konden we, door de ravage die de tornado had aangericht, niet bij de nestkast komen die zich achterin de boerderijschuur bevond. Deze bleef uiteindelijk gelukkig gespaard gedurende de opruim- en sloopwerkzaamheden van de schuur. Op 19 september werd ik gebeld door de melkveehouder. Of ik direct kon komen. Er zaten zes ringbare jongen in de nestkast en er stond een hoogwerker ter beschikking. De ouders zaten verscholen, schuin boven de kast op de nokbalk. Na het terugzetten van de jongen hebben we de kast regendicht gemaakt.

Luc Smit haalt de jongen veilig naar beneden om te wegen en te ringen.

De reactie van de familie op Facebook: ‘Wat een goed nieuws! Er zitten gewoon zes uilskuikens in de nestkast! Ze zijn ruim vier weken oud en waren dus al uit het ei toen de tornado een groot gedeelte van de schuur verwoestte. Ze zijn gezond en hebben dikke buikjes van de vele muizen die ze eten. ‘Een blije Luc Smit ’. Op 25 november waren alle jongen uitgevlogen. Op 1 februari 2016 verbleven de volwassen uilen nog in de schuur, terwijl er al dakplaten zijn geplaatst. Op 27 februari meldde de familie dat er een uil in de nestkast zat…

‘Een blije Luc Smit


Zuid-Holland Tekst: Jaap Graveland

Eindelijk kerkuilen in de Krimpenerwaard Op 7 mei 2014 mailde Klaas de Mik, coördinator van de plaatselijke weide­ vogelgroep: “Bij een van de boeren hangt een uilenkast waar een paar jaar geleden een kerkuil in gebroed heeft. Volgens de boer lagen er weer uilenballen. Ik heb er een uitgeplozen en volgens mij zijn ze van kerkuilen. De boer is nieuwsgierig geworden en heeft daarna de ladder gepakt en in de kast gekeken. In de kast zaten jonge uilen. Grote kans dat het kerkuilen zijn”. Een beroemde en veel geciteerde zin uit het voorwoord van de Asterix albums luidt: “Zo’n 2000 jaar geleden was heel Gallië bezet door de Romeinen”. Heel Gallië? Nee, “een kleine nederzetting bleef moedig weerstand bieden…”. Die zin was lange tijd van toepassing op kerkuilen in de Krimpenerwaard. Heel Nederland werd geleidelijk bezet door de kerkuil, ze zaten ondertussen ook overal in Zuid-Holland. In heel Zuid-Holland? Nee, niet in de Krimpenerwaard. Al twintig jaar inventariseert de uilenwerkgroep van de Natuuren Vogelwerkgroep Krimpenerwaard (NVWK) er de uilen. In de beginjaren hingen we veel kasten op voor de bosuil. Maar dat doen we niet meer. De bosuil is sterk toegenomen, door het ouder worden van de bomen in de talrijke geriefbosjes, eendenkooien en in de bebouwings­linten, en door onze nestkasten. De Krimpenerwaard is een laagveenpolder van 13000 ha. Driekwart is weiland,

Het muizenrijke 2014 bracht de ommekeer! (Foto: Cor Oskam)

maar er broeden nu al meer dan vijftig bosuilparen, vooral in de bebouwings­ linten tussen de weilanden. Waarschijnlijk daarom blijft de steenuil al jaren op ca. 12 broedparen steken, ondanks veel geschikt habitat en de bijna 100 nestkasten die we sinds 2006 hebben geplaatst. Want die steenuil kan alleen maar broeden in die bewoningslinten. Door onze inventarisaties weten we ook hoe het met de kerkuilen gaat. We troffen ze nooit aan bij de kast­ controles en het aantal waarnemingen op waarneming.nl was ook bijzonder schaars. Tot 2009. In 2009-2011 broedden er opeens 1-3 broedparen in onze waard. De jaren er op leken ze weer verdwenen. We hingen in 2011 ca. twintig kerkuil­ kasten op, maar er broedde in 2012 en 2013 geen enkel paar in.

Begon in 2014 de victorie? Het muizenrijke jaar 2014 bracht de ommekeer, zo lijkt het. We stelden opeens vijf broedparen vast. Twee kerkuilparen broedden in kasten waar eerder in het jaar bosuilen in broedden. En drie van de vijf paren zaten op locaties waar ook in 2009-2011 werd gebroed. We ringden in totaal 19 jongen. In 2015 vonden we opnieuw vijf broedparen. Op drie plekken waren de uilen spoorloos verdwenen, maar we stelden op drie andere locaties nieuwe broedgevallen vast. We ringden 8 jongen. Op twee andere plekken vonden we ook kerkuilen, maar het is onduidelijk of daar is gebroed. Na het broedseizoen hoorden we van een bewoner dat er bij hem al jaren een paartje broedde. Dat was dus nummer zes. Sommige bewoners met kerkuilen op hun erf hebben het niet zo op ‘die natuurmensen’ dus het is lastig om daar gegevens van te krijgen. Het heeft te maken met eerdere ambitieuze plannen om een groot deel van de Krimpenerwaard in natuurgebied om te zetten. Dat heeft veel kwaad bloed gezet maar gelukkig begint dat nu te slijten. Dat is belangrijk want we zijn erg afhankelijk van meldingen door bewoners. Dat bleek opnieuw in 2015. De plaatselijke veevoerhandelaar in Berkenwoude meldde aan de al genoemde

Heeft de kerkuil nu vaste ‘grond’ onder de voeten in de Krimpenerwaard? (Foto: Anita Melenboer)

weidevogelcoördinator dat er waarschijnlijk een kerkuil in de schuur zat waar hij zijn hooi opsloeg. We gingen op de koffie en inderdaad. Er zat een paartje op een oud duivennest in een nis tussen twee balken hoog in de schuur. Op 300 m van mijn huis langs een weg waar ik vaak ’s avonds fiets. Nooit iets gezien of gehoord en er waren ook geen andere waarnemingen van de kerkuil daar. In 2014 startte de NVWK het project ‘NVWK geeft erven vleugels’. Op al 70 erven nemen bewoners maatregelen om hun erf geschikter te maken voor erf­vogels, zoals de kerkuil. We hangen daarvoor ook kerkuilkasten op. Het grote aantal buizerds (ca. tien paar per 25 km2) en bosuilen illustreert dat er behoorlijk wat muizen voorkomen. Dus we hebben goede hoop dat de kerkuil nu vaste grond onder de voeten heeft gekregen in de Krimpenerwaard. Nieuwsbrief Uilen 2016 | 17


Zeeland Tekst: Hans Molenaar

Extreem vroege broedsels Ik ben inmiddels een jaar de nieuwe provinciale coördinator van Zeeland en weet nu ongeveer wat mij te doen staat. En ik kan zeggen dat het een leuke invulling is van mijn vrije tijd met veel mogelijk­ heden. 2015 was, in vergelijking met 2014, een goed maar wel verwarrend jaar voor ons en de kerkuil. Vanuit de regio kwam de informatie dat er zeer vroege broedsels waren. In onze eigen regio heb ik zelf ook twee van deze gevallen geconstateerd. Bij aanvang van de nestkastcontroles eind mei/begin juni waren de eerste jonge kerkuilen al uitgevlogen.

Limburg Tekst: Lex Verbeek Foto’s: Landgoed Kasteel Daelenbroeck

‘Gereserveerd voor kastcontrole kerkuilen’ In het buitengebied van het dorp Herkenbosch, enkele kilometers ten zuidoosten van Roermond, ligt het Landgoed Kasteel Daelenbroeck. Dit horecacomplex omvat de Voorburcht uit de 17de – 18de eeuw, waarin de receptie en het restaurant gevestigd zijn en de Hoofdburcht waarvan de gewelven en kelders uit de 14de eeuw stammen. Recentelijk zijn op de gerestaureerde ondergrondse ruimten enkele verdiepingen in gedeeltelijk historische stijl opgebouwd. Hier worden grote partijen en bruiloften georganiseerd. Als laatste staat er op dit landgoed nog een volledig gerestaureerde boerderij in U vorm, waarin 16 luxe suites zijn gerealiseerd. Ongeveer 30 jaar geleden was deze hoeve in nagenoeg vervallen staat. Daar deze locatie, gezien de ligging en de aanwezigheid van twee invlieggaten in de gevel, een ideale plek was om een kerkuilenkast te plaatsen, hoefden we er niet lang over na te denken en werd er een kast op één van de hanenbalken gemonteerd. Rond 1990 was het eerste succesvolle broedsel hier een feit. Bijna elk daaropvolgend jaar is hier een broedsel uitgevlogen en soms ook een tweede. Rond het jaar 1996 ontstond het idee om de 18 | Nieuwsbrief Uilen 2016

Deze conclusie werd getrokken na het vinden van donsveren (terwijl we eind 2014 de nestkasten hadden schoongemaakt). Daarmee is meteen het belang aangetoond om de nestkasten elk jaar schoon te maken, zodat ze gereed zijn voor het volgende seizoen, dat zeer vroeg kan beginnen. Ik begrijp uiteraard dat dit in veel gevallen niet mogelijk is. Het kost immers wel weer een ronde langs de kasten en daarmee tijd en we zijn al zo druk bezig.Hierna bleef het lange tijd stil met de meldingen van broedgevallen en ook waren er meer dan normaal meldingen van mislukte eerste broedsels. Ik heb geen harde gegevens maar hier moet het tijdelijk verminderde voedselaanbod van muizen wel de oorzaak van zijn.

Op 24 juli heb ik nog een nestkast geïnspecteerd met een eerste broedsel. Het betrof hier een juveniel van 1 dag oud en nog drie eieren. Gauw de kast weer gesloten en op 14 september de vier kerkuiljongen geringd. In augustus kwamen er meer meldingen van late eerste broedsels binnen. De subregio’s Walcheren, Beveland en Oost Zeeuws-Vlaanderen hebben ieder hun eigen jaarverslag over 2015 gemaakt. Deze jaarverslagen zijn terug te vinden op www.kerkuil.com onder regionieuws. En we vergeten natuurlijk niet dat dit alles door de vrijwilligers binnen de regio’s van de kerkuilenwerkgroep tot stand is gekomen. Zonder hun inzet was dit allemaal niet mogelijk. Ook willen we de sponsoren in de diverse subregio’s bedanken voor hun bijdrage.

boerderij te verbouwen tot een appartementencomplex met bovenverdiepingen. Omdat de kerkuilen dit pand al verschillende jaren bewoonden, werden we als kerkuilenwerkgroep benaderd om mee te denken aan een oplossing voor deze vogels. Ons idee was om de uilenkast direct achter één van de invlieggaten te plaatsen, in de hoop dat de architect dan nog genoeg ruimte over zou hebben om de suites met bovenverdieping te realiseren, waarbij er dan ook nog een zoldervloer aangelegd zou kunnen worden. Dit alles is uiteindelijk in goed overleg voor elkaar gekomen. Zelfs de originele balken van de boerderij zijn in de bovenverdiepingen prominent zichtbaar op hun plaats gebleven. In verband met de verbouwing heeft de kerkuil op deze locatie slechts 1 broed­seizoen over moeten slaan en vond hij in die periode op een andere boerderij - op 650 meter afstand - alsnog zijn onderkomen. Direct na de verbouwing hebben we de

uilenkast, staande op korte pootjes op de zoldervloer, tegen het invlieggat geplaatst. Het andere invlieggat hebben we met gaas dichtgemaakt om te voorkomen dat de kerkuilen de zolder op kunnen komen. Korte tijd daarna was de kast weer bezet en volgden de broedsels elkaar weer bijna jaarlijks op. Om een kastcontrole uit te kunnen voeren moeten we nu via één van de suites naar de zolderverdieping gaan. Dit lukt niet altijd omdat de kamers door het horecabedrijf intensief aan gasten verhuurd worden. En vooral in de periode waarin de meeste jonge kerkuilen worden geringd. Doch wanneer we bijtijds aangeven op welke datum we de uilenkast willen controleren, wordt deze suite voor ons op de betreffende dag vrijgehouden en staat er op het boekingsscherm van de receptie: ‘Gereserveerd voor kastcontrole kerkuilen’. Geweldig dat het mogelijk is om zo te kunnen samenwerken ten behoeve van deze prachtige vogels.

Op de zolder van de gerestaureerde boerderij is de uilenkast gesitueerd.


Veilig de ladder op…….. en weer af! Tekst: Jochem Sloothaak Foto’s: Marco Renes en Jochem Sloothaak

Met ruim 300 vrijwilligers uit NoordBrabant die jaarlijks bij meer dan 5.000 gastgevers advies geven, en de nestkasten controleren en onderhouden, wordt er een hoop werk verricht voor de Brabantse kerkuil en steenuil. Het gaat hier om écht mensenwerk. Een praatje maken en soms een ‘bakske’ doen met de trotse gastgevers, is een vast onderdeel van de controles. Eigenlijk sta je dan helemaal niet stil bij de risico’s van dit werk. Want, zo lang het goed gaat, gaat het toch goed? Maar het controleren van kasten op hoogte, het sjouwen met de nestkasten en het schoonmaken ervan brengen flinke risico’s met zich mee. Zeker bij kerkuilenkasten komen we soms gevaarlijke situaties tegen in hoge veldschuren of kerktorens. Aangezien het vrijwilligerswerk door Brabants Landschap wordt ondersteund, proberen we juist deze risico’s goed onder de aandacht te brengen.

En gezamenlijk bepalen we hoe we zo veilig mogelijk kunnen werken. Omdat uilenwerkgroepen dus niet in opdracht van Brabants Landschap werken, is er geen sprake van een formele/informele werkrelatie. Hierdoor kan niets dwingend worden voorgeschreven en kan Brabants Landschap uilenbeschermers alleen wijzen op de veiligheidsaspecten, het gezond verstand en een eigen verantwoordelijkheid. Niemand wil dat door een noodlottig ongeval de uilen­ bescherming in een kwaad daglicht komt te staan. In 2014 werd daarom een onderzoek uitgevoerd door AP Natuuradvies naar de huidige werkwijze van uilenwerkgroepen met de focus op veiligheidsmaat­ regelen en eventuele verbeterpunten.

Cursussen ‘Veilig werken op hoogte’ Het onderzoek bestond uit een literatuurstudie (er is al een hoop op papier gezet) en veldbezoeken met zes geselecteerde uilenwerkgroepen. Dit betroffen

groepen verspreid over Brabant die al lang actief waren met de uilenbescherming, veel ervaring hadden en met meerdere subgroepjes werkten. Alle resultaten werden verwerkt in een rapport met veel handige bevindingen en tips. Hoofdconclusie was dat de risico’s wel degelijk bekend waren, maar dat deze vaak genegeerd werden vanwege haast, gewenning of nonchalance. Reden dus om in Brabant cursussen te gaan organiseren over ‘Veilig werken op hoogte’. Inmiddels zijn er vier theorie-avonden en vier praktijkochtenden gehouden waardoor zo’n 100 vrijwilligers zijn opgeleid om risico’s in te schatten en veilig te werken met ladders, klimtuigjes (veiligheidsharnas) en zekeringsmate­ riaal. Je zou kunnen zeggen: ‘Nog maar 200 te gaan’. Maar de ervaring leert dat een deel van de uilenbeschermers zelf niet de ladder op gaat, maar dat er meestal een vaste klimmer is binnen een werkgroep.

Nieuwsbrief Uilen 2016 | 19


(Foto: Leo Daanen)

Voor de cursussen was een gecertificeerde instructeur (o.a. Irata level 3 voor de insiders) ingehuurd van het bedrijf Arqueé. Op de theorie-avonden werd volop aandacht besteed aan de regelgeving rond het klimmen op hoogte en er werden tal van voorbeelden gegeven waarbij risicovolle situaties kunnen worden vermeden. Want preventie is uiteindelijk de beste maatregel. Juist daarom: Je kunt beter

een kast verhangen, dan hem jaarlijks met allerlei veiligheidsmaatregelen controleren. De theorie-avonden hadden deels tot doel om de aanwezigen bewust te maken van de risico’s. Zonder dat besef, wordt er in het veld niet naar gehandeld.

worden gekeurd. Een logistiek en administratief avontuur, maar wel verplicht. De uitrustingen bestaan uit een veiligheidsharnas, een positioneringslijn, een valbeveiligingssysteem (Skylotec), een softsling en twee (bijbehorende) karabiniers.

Aan de groepen zijn vervolgens 110 klimuitrustingen in bruikleen gegeven, die jaarlijks door Brabants Landschap

Uitleg en oefenen met het gebruik gebeurde op de instructie-ochtenden. Lachwekkende taferelen van uilen­ beschermers die elkaar het harnas proberen om te doen, maar ook met een zeer serieuze kant: elkaar zekeren. Situaties bij kerkuilenkasten (gebouwen) en bij steenuilenkasten (bomen) werden goed geoefend. Al met al leerzame maar ook gezellige ochtenden.

Ludieke filmpjes In het kader van het veilig werken zijn twee ludieke filmpjes gemaakt binnen het programma Braakballen. Zeker de moeite waard om even terug te kijken: w w w.brabantslandschap.nl/zelfaan-de-slag/vrijwilligerswerk/uilen­ bescherming 20 | Nieuwsbrief Uilen 2016


Ransuilen in Blauwhuis Tekst: Lydia Barkema-Drost (Roofvogel- en uilenwerkgroep Súdwest-Fryslân) Foto: Johan Flapper

Gedurende de winterperiode 2014/2015 waren er nog steeds veel veldmuizen in Friesland aanwezig. Hier profiteerden niet alleen de ransuilen van maar ook grote groepen velduilen. In Blauwhuis, een Fries dorpje met 580 inwoners dichtbij Sneek, zat in januari 2015 een flink aantal ransuilen. Deze ransuilen sliepen in een groepje naaldbomen in het dorp. Rond de avondschemering vlogen ze uit naar de omliggende weilanden om te gaan jagen. Tijdens de schemering werden vijfentwintig vogels geteld. Op 18 januari 2015 werden de eerste baltsvluchten van de ransuilen waargenomen. De vogels klapten met de vleugels onder het lichaam tegen elkaar aan, wat goed hoorbaar was. De roep was niet van de lucht. Een bijzonder schouwspel zoals ze om elkaar heen vlogen, ogenschijnlijk niet gehinderd door onze aanwezigheid.

Bij de tweede nestcontrole was alleen het oudste jong aanwezig. Het andere jong was waarschijnlijk opgegeten door de oudste: kaïnisme. Het oudste jong was in tien dagen flink gegroeid, had een vleugellengte van 164 mm en woog 245 gram. Het jong is succesvol uitgevlogen. Nog vier nesten werden waargenomen in Blauwhuis met afgewisseld twee keer een, drie en vier uitgevlogen jongen.

In het najaar verzamelden de rans­ uilen zich en sliepen in vier naast elkaar staande lindes. Op 25 oktober telden we 67 ransuilen die de roest­ bomen tegen de schemering verlieten. In de loop van november, toen de bomen hun blad verloren, verkasten de vogels en verspreidden zich naar andere locaties.

Een ransuiljong in de Blauwhuister mand.

Ransuilen broeden in oude kraaien- en eksternesten. Voor een geschikte nestlocatie zijn ze hiervan afhankelijk. Er is ook een mogelijkheid ze te helpen door een mand in de boom te plaatsen. Dit werd op 9 maart gedaan, in een els op zes meter hoogte dichtbij de roestbomen. De volgende dag zat er al een ransuilvrouwtje in de mand. De enthousiaste bewoners volgden de activiteiten van de vogels op de voet. Het mannetje droeg muizen aan en op 23 april vloog het vrouwtje voor het eerst van het nest. Naar alle waarschijnlijkheid waren er jongen. Op 30 april werd naar het nest geklommen: drie eieren en twee jongen. De twee jongen werden opgemeten. De oudste had een vleugellengte van 85 mm en woog 210 gram, de jongste had een vleugellengte van 37 mm en woog 100 gram. De drie eieren waren onbevrucht. Nieuwsbrief Uilen 2016 | 21


Ratten en muizen: van bestrijden naar beheersen Tekst: Wied Hendrix

Een van de risico’s van het inzetten van bestrijdingsmiddelen voor ratten en muizen is sterfte van ‘niet doelwit organismen’. Met andere woorden: ook andere dieren kunnen het slachtoffer worden van deze middelen. Alle ratten- en muizenbestrijdingsmiddelen zijn zogenaamde anticoagulantia. Het zijn dus bloedverdunners. En maken het bloed zo dun, dat de rat of muis die het middel heeft binnengekregen sterft aan inwendige bloedingen. Dieren die knaagdieren op het menu hebben staan, zoals kerkuilen en steenuilen, lopen het risico slachtoffer te worden van doorvergiftiging. Knaagdieren die al gesnoept hebben van het gif, zijn minder vitaal en daardoor een gemakkelijk prooi voor een uil. Een ander risico van het gebruik van knaagdierbestrijdingsmiddelen op grote schaal is het optreden van resistentie. Ratten en muizen sterven dan niet meer aan het middel. Het uitzetten van middelen in een resistente knaagdierpopulatie betekent in wezen, dat je de beesten aan het voeren bent in plaats van bestrijden. Dat kan nooit de bedoeling zijn!

Vanwege het risico op doorvergiftiging en het risico van het optreden van resistentie komt steeds meer het accent te liggen op beheersen van de populatie in plaats van bestrijden. Allereerst moet de draagkracht van de omgeving verminderd worden. Ratten en muizen hebben twee dingen nodig om te kunnen overleven: voedsel en schuilplaatsen. Probeer dus voedselvoorraden zo veel mogelijk onbereikbaar te maken en te houden voor knaagdieren. Naast voedsel moeten knaagdieren ook schuilplaatsen hebben. Bruine ratten komen vaak in (bedrijfs)gebouwen om voedsel te zoeken, maar hebben hun schuilplaatsen meestal buiten de gebouwen. Houtstapels, pallets, puin, dichte beplanting en allerlei materialen tegen gevels geplaatst zijn ideale schuilplaatsen voor bruine ratten. Opruimen die rommel en u hebt al een belangrijke slag in de knaagdierbestrijding gewonnen! Zwarte ratten komen vooral in het zuiden van het land voor en zijn ook te vinden in dorpen en steden. Probeer het binnen­

komen van de ratten zo veel mogelijk te voorkomen door gaten af te dichten en gebouwen zo veel mogelijk ontoegankelijk te maken. Als u tuinvogels voert, zorg dan dat het voer tegen de avond op is. Als u toch een bestrijding wilt uitvoeren, gebruik dan eerst klemmen en vallen. Gun uzelf de tijd handig te worden met het inzetten van mechanische middelen. Chemische middelen mogen uitsluitend buiten worden ingezet door gecertificeerde bestrijders of door agrariërs, die daarvoor een cursus hebben gevolgd. Zij moeten werken volgens een strak protocol, waarbij het risico voor andere diersoorten tot een minimum wordt beperkt. Er is geen enkel middel, dat door particulieren buiten gebouwen mag worden gebruikt, doe dat dan ook niet. Lees altijd voor het gebruik van een middel zorgvuldig het etiket en pas het middel toe volgens de etiketvoorschriften. Kort gezegd: als de uilen u lief zijn, wees dan terughoudend met knaagdierbestrijdingsmiddelen of liever nog: gebruik ze helemaal niet! Laat het opruimen van de kleine knagers over aan de echte specialisten, zoals de uilen.

Wied Hendrix Wied Hendrix is docent aan een agrarisch onderwijscentrum en verzorgt onder andere cursussen knaagdierbeheersing voor agrarische bedrijven. Een deel van zijn vrije tijd vult hij in met bescherming van kerkuilen en steenuilen.

Voedsel en schuilplaatsen onbereikbaar maken, is een goed begin om knaagdieren (zoals deze bruine rat) te bestrijden. (Foto: André Eijkenaar)

22 | Nieuwsbrief Uilen 2016


Van de bestuurstafel

Tekst: Ruud Leblanc

Bestuurszaken Peter van Dam heeft afscheid genomen van het bestuur. Peter was verantwoordelijk voor de digitale nieuwsbrief en voor educatie. Dit wordt opgevangen door de andere bestuursleden. In Achterhoek Noord heeft mevr. Mary Mombarg het provinciaal coördinatorschap overgenomen van Anton Meenink, die het vele jaren heeft gedaan. De afdeling Overijssel heeft Florian Bijmold bereid gevonden Ger Snaak op te volgen, die per 1 februari zijn jarenlange functie als coördinator heeft neergelegd. In de Veluwe hebben we Bertus van den Burg bereid gevonden om als ad interim de coördinatorfunctie van Harry van Diepen over te nemen. Langs deze weg bedanken we Peter, Anton, Ger en Harry bijzonder hartelijk voor hun jarenlange inzet.

Nieuwsbrief van 2015 Wederom zijn er 15.000 exemplaren van de ‘Nieuwsbrief uilen 2015’ verdeeld onder de vrijwilligers en kasteigenaren. Hierin stond een overzicht van de verdubbeling van het aantal broedgevallen en maar liefst 14 pagina’s met mooie bijdragen uit de verschillende regio’s. Een dankwoord voor de hofleverancier van de schitterende foto’s, André Eijkenaar, is hier wel op zijn plaats. Ook de schitterende foto van het ransuiljong in het hart was van zijn hand.

Nestkaart

Verder ontving de Stichting € 7.015,- aan giften en donaties. De donateurs blijven een belangrijk onderdeel van de financiering van onze uitgaven.

Website De website www.kerkuil.com heeft in 2015 meer dan 38000 virtuele bezoekers gehad. Dat zijn er meer dan 100 per dag. Hier zit een duidelijke stijgende tendens in. Het is voor ons interessant om te kunnen zien hoe de bezoekers op de website terechtkomen. Bijvoorbeeld via andere sites en met welke zoekwoorden er gezocht wordt. Daarom is deze van onschatbare waarde als communicatiemiddel. Veel mensen komen zo terecht bij de regiocoördinator van hun eigen gebied. De webcam die in een schuur van It Fryske Gea in Eernewoude is geplaatst is via www.kerkuil.com te bekijken tijdens het broedseizoen.

Social media SKWN heeft een eigen facebook pagina. Het aantal leden neemt nog steeds gestaag toe.

Sovondag Op zaterdag 28 november 2015 werd onze stand weer goed bezocht tijdens de Sovon-dag in Ede.

ring te krijgen voor het marter-proof maken van nestkasten. In totaal is er € 1.700,binnengekomen, waardoor we 94 aluminium platen konden verdelen over de regio’s die ze nodig hebben. Via de website is een film van Frank Julsing te bekijken van een steenmarter die door de schuur struint en een nestkast in gaat. Ook in 2016 werken we mee aan Beleef de lente.

Braakballen onderzoek Het bestuur stimuleert het centrale onderzoek van de aangeleverde braakballen door de Zoogdiervereniging.

World Owl Conference 2017 Deze wordt georganiseerd in Venaus in Italië van 22-26 maart 2017.

Fleringen is lid in de Orde van Oranje-Nassau rijker Johan Drop besteedt al ruim 25 jaar op vrijwillige basis veel tijd aan de natuur. Als regiocoördinator van Twente (sinds 1991) doet hij belangrijk werk voor de instandhouding van de (kerk)uil en zwaluwen, waardoor hij informatie kan verstrekken aan het Vogeltrekstation van het Nederlands Instituut voor Ecologie in Wageningen (NIOO-KNAW). In zijn dagelijkse leven is hij werkzaam bij het Pius X College te Almelo.

Ringersbijeenkomsten Er zijn vier certificeringbijeenkomsten geweest in vogelasiel ‘De Fûgelhelling’.

Digitale nieuwsbrief

Via dit project van Sovon komen de beste broedbiologische gegevens binnen. Daarom streeft de Stichting er naar om zoveel mogelijk gegevens in te voeren en zal er ook in 2016 aandacht aan besteed worden. Bestuurslid Herman Bisschop bezoekt de verschillende regiovergaderingen om hier uitleg over te geven.

In 2014 zijn we gestart met een digitale nieuwsbrief. Geïnteresseerden kunnen zich hiervoor aanmelden door een mailtje te sturen naar digitalenieuwsbrief@ kerkuil.com. Deze wordt onregelmatig uitgegeven, afhankelijk van kopij die binnenkomt. Wilt u bijvoorbeeld een sponsor bedanken, dan kan dit ook via dit medium, mits u er tekst bij aanlevert.

Ondersteuning

Beleef de lente

Ook in 2015 zijn we zowel financieel als fysiek ondersteund door Vogel­ bescherming Nederland.

In 2015 deed de kerkuil mee met de webcams van VBN op www.beleefdelente.nl. Het achterliggende doel was om sponso-

Johan Drop met het dik verdiende lintje. (Foto: R. Lenferink)

Voor al zijn verdiensten werd Johan Drop op 27 maart jl. lid in de orde van OranjeNassau verklaard. Hij kreeg de bijbehorende versierselen tijdens de jaarvergadering van Natuur- en Vogelwerkgroep De Grutto (NVWG) opgespeld door burgemeester Mervyn Stegers. Nieuwsbrief Uilen 2016 | 23


Aan iedereen, die het kerkuilenbeschermingswerk een warm hart toedraagt Ondersteun ons werk door een éénmalige gift op rekening nummer NL23 RABO 0344 2321 74 t.n.v. Kerkuilenwerkgroep Nederland te Hoorn onder vermelding van uw naam en adres (dan sturen wij u een Nieuwsbrief Uilen). Of word donateur via onze website www.kerkuil.com. We zijn blij met elk bedrag! Alvast bedankt. ANBI-RISN: 816866570

www.kerkuil.com

Steenuil. (Foto: André Eijkenaar)

Nieuwsbrief uilen 2016