Issuu on Google+

Kennisrotonde

Stichting Kennisnet Ict op school

POSTADRES

Postbus 778 2700 AT Zoetermeer BEZOEKADRES

Paletsingel 32 2718 NT Zoetermeer

01.2007

T (079) 323 09 96 F (079) 321 23 22 E kennisrotonde@ictopschool.net www.kennisrotonde.nl

Wat weten we over‌

taal en ict www.kennisrotonde.nl


Inhoudsopgave

Over deze brochure

3

Wat weten we uit onderzoek over taal en ict?

5

Enkele resultaten nader belicht en zicht op actuele thema’s

7

Wat weten we nu en hoe verder?

15

Verwijzingen en geraadpleegde bronnen

18

Kennisrotonde wat weten we over... taal en ict

 


Over deze brochure……

Kinderen maken met plezier gebruik van nieuwe media, zoals bijvoorbeeld MSN en weblogs, om te communiceren met hun leeftijdsgenoten. Om in de les goed aan te kunnen sluiten bij hun communicatiegedrag, is het belangrijk om op de hoogte te zijn van de laatste ontwikkelingen op het gebied van hun taal en ictgebruik. In deze brochure zijn wetenschappelijke inzichten op het gebied van taal en ict samengevat en “vertaald” naar hand­ reikingen voor de vroeg- en voorschoolse educatie en voor het primair onderwijs om zo, met behulp van ict, het taalonderwijs te kunnen verbeteren. Omdat taal, ict en onderwijs zich continu blijven vernieuwen, blijft het niet bij deze brochure alleen. Wij nodigen u uit om via http://www.kennisrotonde.nl informatie en ervaringen uit te wisselen.

 

wat weten we over... taal en ict

 


Wat weten we uit onderzoek over taal en ict? Uit de honderden onderzoeken is een aantal geselecteerd dat aan het criterium van praktische bruikbaarheid voldoet. De onderzoeken liepen uiteen van vergelijkend onderzoek onder strikte experimentele condities en uitgevoerd met grote groepen, tot gevalstudies, waarbij maar enkele leerlingen betrokken waren en waarbij geen controlegroep werd gebruikt. Hoewel er bij de omvang en kwaliteit van het onderzoek nog veel te wensen is, zijn er nu al resultaten die direct in de praktijk te gebruiken zijn.

Zelfstandig en interactief leren • Als kinderen een probleem ervaren bij het werken met de computer is het goed ze daarover zelfstandig te laten discussiëren. Dat stimuleert mondelinge communicatie. Aanwezigheid van volwassenen wordt door kinderen vaak gevoeld als een inbreuk in hun wereld (Pramling & Samuelson, 2003). • Zelfstandig werken in een computerhoek kan stimulerend werken voor de taalontwikkeling. Werken in twee- of drietallen in een computerhoek leidt tot intensieve mondelinge communicatie in de vorm van overleg- en samenwerkingsgesprekken (NAEYC, 1996). • Geletterdheid in de 21e eeuw is meer dan teksten lezen. Het betekent in hoge mate het in kunnen schakelen van ict-gereedschappen die door kinderen al heel jong worden ge-

 

bruikt. Daarbij spelen film, foto’s, plaatjes, geluiden en interactieve combinaties daarvan een belangrijke rol. Leerlingen zijn volop bezig met schriftelijke en mondelinge communicatie met behulp van ict. Scholen doen daar nog nauwelijks iets mee (Leu e.a., 2004; Postel e.a. 2004).

Woordenschat • Ruim 9% van de Nederlandse ouders onderneemt geregeld taalactiviteiten met hun kinderen rondom een CDROM of DVD (Mullis, 2003). • Verhaalbegrip, woordenschat en grammaticale kennis van peuters neemt toe door het gebruik van levende boeken (Verhallen, 2003). • Het lezen van interactieve prentenboeken kan leerlingen uit de onderbouw van het basisonderwijs helpen om hun woordenschat te vergroten en een beter inzicht in verhaalstructuur te krijgen (Segers en Verhoeven, 2002). • Leerlingen die ict-toepassingen gebruiken, kunnen leerwinst halen op het gebied van fonologisch bewustzijn (structuur van klanken in een taal), woordenschatontwikkeling, begrijpend lezen en spellen (SIIA, 2000). • Leerlingen onthouden een begrip beter als ze woorden tegelijk met plaatjes krijgen aangeboden. Daarbij moeten die woorden en plaatjes dichtbij elkaar op het scherm staan.

wat weten we over... taal en ict

 


Enkele resultaten nader belicht en zicht op actuele thema’s Woorden, geluiden en plaatjes die niets met de inhoud te maken hebben, kun je beter weglaten. Woorden die in verhaalvorm worden aangeboden leveren meer leereffect op dan losse teksten op het scherm (Mayer, 2001).

Lezen en schrijven • Het gebruik van een computer thuis en op school verbetert de leesvaardigheid (Blok, 2002). • Gebruik van ict kan leerlingen helpen om moeilijke teksten te visualiseren en beter te interpreteren (Birmingham en Davies, 2001). • Spraakherkenningprogramma’s die gebruikt worden door dyslectische kinderen, zorgen ervoor dat leerlingen sneller en beter schrijven, langere teksten maken en betere zinnen produceren. Ze durven woorden te gebruiken die ze anders zouden vermijden omdat ze moeilijk te spellen zijn. Spellingsvaardigheid, begrijpend en technisch lezen blijken door het gebruik van de programma’s te verbeteren (Smits e.a. 2001). • Leerlingen die een tekstverwerker gebruiken in combinatie met gerichte aanwijzingen over het schrijfproces, kunnen hun vaardigheid in schrijven verbeteren (SIIA, 2000). • Jongens lezen meer via een computer dan meisjes. Hun lezen is actie- en interactiegericht. Ze lezen associatief (hyper lezen). Meisjes willen liever een duidelijke verhaalstructuur en

 

springen niet zo makkelijk tussen teksten heen en weer als jongens (Blair, e.a. 2003).

Taal en techniek • Peuters stellen vooral leuke animaties en spelletjes op prijs. Zelfstandig werkend gaan ze kriskras door een verhaal zonder met de verhaallijn rekening te houden (De Jong, M.T., & Bus, A.G.,2002). • Werken met digitale camera’s kan taalstimulering bevorderen (Labbo, 2002). • Avonturenspelletjes en simulaties kunnen leiden tot betere prestaties op het gebied van probleem oplossen en strategisch denken. Daarbij vindt veel mondelinge en schriftelijke communicatie plaats (McFarlane e.a., 2002). • Kinderen ervaren beelden (foto’s, video) als persoonlijk en subjectief en sturen ze aan kleinere groepen rond. Taal ervaren ze als objectiever en meer algemeen geldend (Okabe, 2004). • Jongens en meisjes hanteren verschillende zoekstrategieën op internet. Meisjes hanteren meer trefwoorden en kijken langer naar webpagina’s dan jongens. Jongens klikken meer links aan en springen tussen gevonden pagina’s heen en weer. Jongens browsen meer dan meisjes (Large e.a. 2002).

Zelden is er zoveel gecommuniceerd als in het ict-tijdperk. De toegenomen hoeveelheid middelen voorziet voor leerlingen in een natuurlijke behoefte. Ontwikkelingen op ict-gebied volgen elkaar in snel tempo op en kinderen weten zich snel aan te passen. Hieronder enkele actuele thema’s nader belicht.

Geletterdheid: meer dan woorden Als gevolg van technologische en maatschappelijke ontwikkelingen verandert het begrip geletterdheid voortdurend. Voor jonge kinderen is er een explosie aan mediaproducten gekomen die in-

vloed kunnen hebben op taalontwikkeling. Zo is de verkoop van “baby video’s” de laatste twee jaar verdrievoudigd. Tot nu toe werd aangenomen dat kinderen pas rond de leeftijd van twee tot twee en een half jaar systematisch naar TV gingen kijken. Het blijkt echter dat kinderen al tussen hun eerste en tweede levensjaar systematisch naar TV kijken. De effecten van vervroegde confrontatie met TV en andere media zijn nog nauwelijks onderzocht. Steeds meer zijn internet en ict verweven met beginnende geletterdheid. Tot

wat weten we over... taal en ict

 


de integratie van ict en taalonderwijs. Voor meer informatie: info@rolpaal.nl; http://www.freinet.nl

Inzet van ict is mogelijk en wenselijk bij zowel instructief als constructief leren

nu toe was lezen vooral gebonden aan een vastgelegde hoeveelheid tekst. Die werd gelezen zonder dat er op gereageerd kon worden. Nu is lezen van teksten vermengd met beelden, geluiden en komt het tegemoet aan het associatieve vermogen van kinderen. Springen tussen teksten, beelden en geluiden kan via hypertext. Op alle elementen uit zo’n omgeving kunnen leerlingen reageren. Dat reageren kan met veel verschillende gereedschappen: e-mail, nieuwsgroep, video-conferencing, chat, leeromgevingen en weblogs. Als nieuw aspect van geletterdheid, moeten kinderen leren welk communicatiegereedschap het best past bij henzelf en bij het doel dat zij nastreven (Leu e.a., 2004).

 

Integratie ict in taaldidactiek Er is behoefte aan een taaldidactiek waarin de inzet van ict is geïntegreerd. Daarbij kunnen de tussendoelen en leerlijnen zoals door het Expertise­centrum Nederlands ontwikkeld zijn, een uitgangspunt vormen (Aarnoutse, Verhoeven, 2003). Deze leerlijnen bieden de mogelijkheid om, op belangrijke punten, geschikt gebleken ict-technieken zinvol te integreren. Hieraan wordt door het Expertisecentrum Nederlands gewerkt. Vanuit hun opvatting over taalonderwijs is integratie van ict en taal op Freinetscholen vaak vanzelfsprekend. Basisschool “De Rolpaal”, Blokzijl won verschillende nationale prijzen voor

Op dit moment slagen scholen er nog niet in om het ict-gebruik van leerlingen in hun taalonderwijs te integreren (Postel, e.a., 2004). Dat heeft onder andere te maken met het ontbreken van de juiste educatieve software. ict-middelen die meer passen in een constructief leerarrangement worden binnen educatieve methoden nauwelijks ingezet. In de praktijk is er behoefte aan ict-middelen voor instructieve leerarrangementen en voor ict-middelen voor constructieve leerarrangementen. Hierbij gaat het vaak om de inzet van ict-tools die niet specifiek voor het (taal)onderwijs zijn ontwikkeld zoals programma’s voor tekstverwerking, presentaties en conceptmapping.

Vroeg- en voorschoolse educatie De inzet van ict in vroeg- en voorschoolse educatie wordt steeds belangrijker. Al in de vroeg- en voorschoolse educatie is de inzet van ict mogelijk en leidt tot positieve effecten met betrekking tot verhaalbegrip, woordenschat en grammaticale kennis (Verhallen, 2003). Kinderen raken gewend aan de media en willen er ook op peuterspeelzalen mee werken. Eenvoudige middelen als

een digitale camera kunnen er al voor zorgen dat betekenisvolle situaties makkelijk kunnen worden binnengehaald. Door de beelden te vertonen met behulp van een programma als PowerPoint kunnen ervaringen gedeeld worden en kan mondelinge communicatie vergroot worden evenals de woordenschat (Verhallen, 2003; Labbo, 2002). Een basisschool uit Den Haag is via de Kennisrotonde van ict op school kennis aan het ontwikkelen over taalstimulering bij peuters en kleuters. Vragen waarop een antwoord moet worden gevonden zijn bijvoorbeeld: Is de woordenschat en de mondelinge communicatie middels genoemde stimulering te vergroten? Is de ouderbetrokkenheid met genoemde stimulering te vergroten? Leidt dit tot betere resultaten bij peuters? Is modeling een bruikbaar proces in het stimuleren van voorlezen en vertellen? Breedband ict-voorzieningen kunnen daarbij een belangrijke rol spelen. Ze kunnen er mogelijk ook voor zorgen dat de drempel om de peuterspeelzaal te bezoeken verlaagd wordt. U leest meer over dit vraagstuk op http://www.kennisrotonde. nl/vraagstukken Het gebruik van levende boeken door jonge kinderen zorgt voor een beter verhaalbegrip, woordenschat en grammaticale kennis (Verhallen, 2003). In milieus met een lage sociaal econo­ mische status staat de televisie vaak

wat weten we over... taal en ict

 


hele dagen aan. Kinderen uit deze gezinnen lezen gemiddeld later dan die uit andere milieus en hebben al op jonge leeftijd meer moeite om hun aandacht bij een handeling te houden. Ook hebben ouders minder interactie met hun kinderen (Rideout, Vandewater, & Wartella, 2003; Kerkorian, 2004).

Lezen, schrijven en spreken en de inzet van ict-middelen Lezen en schrijven kunnen bij goede inzet van ict-middelen, verbeterd worden (SIIA, 2000; Blok, 2002). Ook dyslectische leerlingen kunnen, onder meer door het gebruik van spraakherkenningprogramma’s, sneller en beter leren schrijven en lezen en daarbij komen ze tot langere teksten en stijgt het zelfvertrouwen (Smits e.a., 2001; Wentink, Verhoeven, 2003). Het spelen van spelletjes kan taal­ stimulerend werken met betrekking tot mondelinge communicatie, leesvaardigheid, schrijven en het leren oplossen van problemen (McFarlane, 2002). De De la Reyschool in Den Haag kreeg in 2004 de Taalunieprijs voor het “Verhalen Atelier”, een digitaal ondersteunde schrijfomgeving. Met behulp van deze digitale schrijfomgeving worden kinderen in hun taalgebruik gestimuleerd en leren ze vlotter omgaan met taal. Voor meer informatie: http://taalunieversum.org/onderwijs/ onderwijsprijs/2004/verhalenatelier/

10 

Het gebruik van nieuwe informatie- en communicatiemiddelen roept voor taalonderwijs de noodzaak op tot nog betere woordenschat, schriftelijke en mondelinge communicatie, spelling, begrijpen en analyseren van teksten. De snelheid waarmee leerlingen kunnen reageren op communicatie wordt door het gebruik van de nieuwe technologie steeds belangrijker. Te lang wachten betekent dat informatie al geleverd is en communicatie erover al heeft plaatsgevonden. Leerlingen die langzaam lezen en schrijven lopen met de nieuwe technologie het risico achter te blijven. Dyslectici hebben daarbij bijzondere aandacht nodig, maar kunnen soms ook van specifieke compenserende hulpmiddelen gebruik maken zoals spraak-naartaal en taal-naar-spraak programma’s (Leu e.a., 2004). Basisscholen uit de gemeente Hengelo werkten gedurende twee jaar aan een didactiek van ict ondersteund interactief schrijfonderwijs en maakten onder andere een interactieve digitale kinderkrant. Voor meer informatie: http:// www.taalonderwijs.nl/melkweg/ Tekstverwerken via de computer is, zowel thuis als op school, een geïntegreerd gereedschap geworden. De inzet ervan blijkt positief effect te hebben op de lees- en schrijfprestaties van leerlingen. Daarbij moet worden aangetekend dat de meeste leerkrachten het gemaakte

wat weten we over... taal en ict

  11


werk laten presenteren als het af is. Het interactief bewerken van teksten door ontwerp, spelling en stijl samen te verbeteren gebeurt vrijwel niet. Verondersteld wordt dat hier veel meer mogelijkheden liggen om lezen, schrijven, woordenschat en denken te verbeteren (Mumtaz en Hammond, 2002).

Kinderen hebben moeite met het verwerken van informatie van internet Kinderen vinden het moeilijk om informatie die ze op internet zoeken en vinden te verwerken. Leerlingen kiezen puur op de titel en gaan intuïtief te werk. Ze zoeken vooral naar een concreet antwoord. Meestal zoeken ze naar letterlijke zinnen en als dat niet lukt veranderen ze gewoon hun zoekopdracht. Bij het beoordelen van de informatie laten leerlingen zich vaak leiden door de kwantiteit in plaats van door de kwaliteit. Leerlingen geloven dat een goede zoekmachine ook goede resultaten oplevert. Kinderen beoordelen een interactieve site positiever dan een “saaie” site met alleen maar tekst (Kafai en Bates, 1997; Large, 2002; Ng & Gunstone, 2002). Een didactische werkvorm om kinderen bij het zoeken op internet te ondersteunen is de Webquest. Een Webquest kent een structuurmodel waarmee geleid ontdekkend leren mogelijk wordt gemaakt. Daarbij is de kunst om voldoende

12 

vormen van intelligent zelf ontdekken mogelijk te maken bij een zo min mogelijk uitdrukkelijke product gerichte sturing. Onderzoek hiernaar vindt momenteel plaats in een amenwerkings­­ver­ band tussen het Expertisecentrum Nederlands en de Radboud Universiteit, met steun van de Ververs Foundation. Zoekgedrag op Internet gaat beter als er gerichte hulp wordt geboden. Ga voor voorbeelden naar http://webquest.kennisnet.nl/praktijk.

Jongens en meisjes reageren verschillend op ict Jongens lezen meer via een computer dan meisjes. Hun lezen is actie- en interactiegericht. Ze lezen associatief (hyper lezen). Meisjes willen liever een duidelijke verhaalstructuur en springen niet zo makkelijk tussen teksten heen en weer als jongens (Blair, e.a. 2003). Jongens vertonen ook een ander leesgedrag dan meisjes. Dat wordt nog onvoldoende erkend binnen het taalonderwijs in veel landen (Blair e.a., 2003). Jongens vertonen ook ander zoekgedrag op Internet dan meisjes. Ze browsen meer, springen heen en weer tussen veel verschillende pagina’s en zijn sneller geneigd een pagina te verlaten (Large e.a., 2002). Verondersteld wordt dat de veelal vrouwelijke leerkrachten (met name in de onderbouw en op peuterspeelzalen) onvoldoende op de hoogte zijn met deze verschillen en daardoor jongens soms

een leesgedrag opleggen dat niet bij hun aanpak past (Hoff Sommers, 2000).

Het sociale leven via het internet De nieuwe generatie leerlingen heeft een grotere openheid ten aanzien van het delen van op schrift gestelde gevoelens en belevenissen. Zo zijn, op dit moment, digitale dagboeken (weblogs of blogs) populair. In 2005 gaf 7% van een grote groep Amerikaanse ondervraagden aan (dat is ca. 8 miljoen mensen), wel eens een weblog gemaakt te hebben. Jongeren zijn er mee vertrouwd en schrijven er regelmatig in. Ook video en audio worden in een weblog soms gebruikt. Vermoed wordt dat een grote groep leraren onbekend is met het verschijnsel (Rainie, 2005). Waar leerlingen een deel van hun sociale leven via internet beleven, voornamelijk via de toegenomen communicatietechnieken slagen scholen er nog niet in om deze favoriete activiteit van leerlingen in hun taalonderwijs te integreren (Postel, e.a ., 2004). Meer informatie over weblogs is te vinden op http://www.mijnhomepage. nl/weblog/overweblogs.php.

maakt en recentelijk kunnen streaming video-beelden worden verstuurd. Daarbij blijkt, uit Japans onderzoek, dat beelden vooral worden gebruikt om intimiteiten te delen in relatief kleine groepen. Japan kende al langer de mogelijkheid om streaming video en grote hoeveelheid foto’s via GSM te versturen en ontvangen.

De GSM als populair communicatie­ middel In toenemende mate maken leerlingen ook gebruik van de GSM als communicatiemiddel, in verbinding met de computer. Niet alleen wordt daarbij mondeling gecommuniceerd, ook korte tekstberichten worden verstuurd (SMS), foto’s ge-

wat weten we over... taal en ict

  13


Wat weten we nu en hoe verder? De belangrijkste bevindingen samen­ gevat... • Ge letterdheid in de 21ste eeuw is niet meer alleen het lezen van teksten. Het omvat een heel scala van nieuwe media waarmee kinderen al vroeg geconfronteerd worden. • In de les kunnen leerkrachten met behulp van ict beter aansluiten bij de wensen van kinderen en bij de nieuwe communicatiemiddelen die kinderen gebruiken. • Op peuterspeelzalen kunnen, in het kader van taalstimulering, eenvoudige ict-hulpmiddelen een positief effect hebben. Hierbij kunnen bijvoorbeeld levende boeken en digitale camera’s ingezet worden. • Dyslectische leerlingen kunnen op veel manieren via ict geholpen worden. • Jongens hebben een andere instelling ten aanzien van computergebruik dan meisjes. • Kinderen vinden het moeilijk informatie op internet te zoeken, vinden en verwerken. • Met behulp van ict kunnen woordenschat, grammaticale kennis, verhaalbegrip en fonologisch bewustzijn verbeterd worden. • Door de juiste inzet van ict kunnen schrijf- en leesvaardigheid verbeterd worden. • Het sociale leven van kinderen vindt gedeeltelijk plaats via nieuwe communicatiemiddelen zoals internet en de GSM. 14 

• Spelletjes kunnen een bijdrage leveren aan mondelinge en schriftelijke communicatie en bij problemen oplossen en strategisch denken.

Handig om te weten... Misschien is uw school al volop aan de slag met ict of misschien ziet uw school er in eerste instantie een beetje tegenop om ict vaker te gebruiken in de klas. In de praktijk blijkt echter dat wie eenmaal aan het experimenteren slaat en de mogelijkheden van ict ontdekt, er al gauw plezier in krijgt. Ook het plezier van de leerlingen die graag laten zien wat ze er zelf mee kunnen, werkt bijna aanstekelijk. Hieronder staan enkele verwijzingen om uw school verder op weg te helpen.

CD-ROM Praktijk in Beeld – ict op de basisschool Met voorbeelden van ‘good practice’, achtergrondinformatie en praktische handreikingen, beoogt Praktijk in Beeld scholen te stimuleren om ict te inte­ greren in hun dagelijkse lespraktijk. De CD-ROM bevat diverse thema’s die u onafhankelijk van elkaar kunt bekijken. Zo kunt u meer te weten komen over bijvoorbeeld het gebruik van internet, het maken van eigen websites en over de functies van educatieve software. De getoonde praktijkvoorbeelden zijn met name geschikt voor scholen die aan het begin staan van het ontwikkelen van hun

wat weten we over... taal en ict

  15


ict beleid. Voor meer informatie: http://www.ictopschool.net/praktijkin-beeld.html.

U wilt meer weten over educatieve software? Benieuwd hoe ict ingezet kan worden bij speciaal onderwijs? Hoe maakt u in de klas een website? Er is een schat aan informatie over verschillende ict-gerelateerde onderwerpen. Een groot aantal links is voor u verzameld op http://www.ictopschool.net/links. U kunt aan de rechterkant van de pagina een selectie maken van onderwerpen die u interesseren.

Kennisnet organiseert en creëert virtuele ruimte om te leren. Dit doet zij door content zodanig te organiseren en te structureren dat dit aansluit op de onderwijspraktijk. Bovendien verleent Kennisnet diensten die het tijd- en plaatsonafhankelijk leren mogelijk maakt. Daarnaast verzorgt Kennisnet een technisch platform dat de toegang tot content en diensten mogelijk maakt. http://www.kennisnet.nl is een goed startpunt op internet voor het vinden van content en andere toepassingen voor de dagelijkse lespraktijk.

Kennisrotonde vraagstukken

Interactief taalonderwijs

Heeft u behoefte aan bepaalde kennis rondom ict-gebruik in het onderwijs en weet u niet of deze kennis al bestaat? De Kennisrotonde faciliteert scholen bij het leggen van verbindingen tussen hun onderwijskundige ambities en de mogelijkheden van ict op het gebied van innovatie. Via de Kennisrotonde wordt kennis gedeeld en als het nodig is, ontwikkeld en weer verspreid. U kunt zelf bepaalde vraagstukken indienen of een vraagstuk van een andere school volgen. Voor meer informatie: http://www.kennisrotonde.nl.

Het Expertisecentrum Nederlands levert een bijdrage aan de verbetering van het taalonderwijs op de basisschool en de voorschoolse periode. Interactief taalonderwijs is daarbij uitgangspunt. Interactief taalonderwijs gaat uit van het sociaal, betekenisvol en strategisch leren van taal en zoekt naar een balans tussen leerkracht- en leerlinggestuurd onderwijs. Het Expertisecentrum Nederlands richt zich op kennisverwerving, kennisoverdracht en het toepassen van kennis op het gebied van het leren van taal, communicatie en informatie­ verwerving. Voor meer informatie http://www.taalonderwijs.nl.

Relevante links op één pagina

16 

Content en andere toepassingen via http://www.kennisnet.nl

wat weten we over... taal en ict

  17


Verwijzingen en geraadpleegde bronnen Aarnoutse, C., Verhoeven, L. (red) (2003): Tussendoelen gevorderde geletterdheid. Nijmegen: Expertisecentrum Nederlands.

McFarlane, A., Sparrowbank, Y., Heald, Y. (2002). Report on the educational use of games. Cambridge: TEEM.

Birmingham, P., Davies, C. (2001) Storyboarding Shakespeare: learners’ interaction with storyboard software in the process of understanding difficult literacy texts. Journal of Information Technology for Teacher Education, 10 (3), pp. 241-253

Hoff Sommers, C. (2000). The war against boys. New York: Simon and Schuster. Goldberg, A., Russell, M., & Cook, A. (2003) The effect of computers on student writing: A meta analysis of studies from 1992 to 2002. Journal of Technology, Learning, and Assessment, 2(1). [Internet: http://www.jtla.org]

Blair, H., Sanford, K. (2003) Morphing literacy: Boys reshaping their literacy. Alberta: University of Alberta. Blok, H., Oostdam, R., Otter, M. & Overmaat, M. (2002) Computer assisted instruction in support of beginning reading instruction: A review. Review of Educational Research, 72(1), pp. 101-130 Labbo, L.D., Eakle, A.J., & Montero, M.K. (2002). Digital Language Experience Approach: Using digital photographs and software as a Language Experience Approach innovation. Reading Online, 5(8). Leu, D.J., Jr., Kinzer, C.K., Coiro, J., & Cammack, D.W. (2004). Toward a theory of new literacies emerging from the Internet and other information and communication technologies. In: R.B. Ruddell, & N. Unrau (Eds), Theoretical models and processes of reading (5th ed., pp. 1570-1613). Newark, DE: International Reading Association.

18 

De Jong, M.T., & Bus, A.G.(2002) The efficacy of electronic books in fostering kindergarten children’s emergent story understanding. Reading Research Quarterly, 39, 378-393 Large,A., Beheshti,K. & Rahman, T. (2002) Gender differences in collaborative Web searching behaviour: An elementary school study. Information Processing and Management, 38, 427-443 Mayer, R. (2001) Multimedia learning. Cambridge: Cambridge University Press. Mullis, I., Martin, M., Gonzalez, E. &Kennedy, A. (2003). PIRLS 2001. International report. IEA’s study of Reading Literacy Achievement in Primary Schools in 35 countries. Chestnut Hill M.A.: Boston College. Mumtaz, S., Hammond, M. (2002) The word processor revisited: observations

on the use of the word processor to develop literacy at key stage 2. British journal of Educational Technology, 3(33), pp. 345-347

Segers, E., Verhoeven, L. (2002) Multimedia support of early literacy learning. Computers and Education, 29, pp. 207221

NAEYC (1996): Technology and young children, ages 3 through 8. Position statement. [Online] http://www.naeyc. org/resources/positionstatements/pstech98.htm

SIIA (2002). 2000 Report on the effectiveness of technology in Schools. Washington: SIIA

Okabe, D. (2004) Emergent social practices. Situations and relations through everyday camera phone use. Seoul: Keio University. Postel, M., Stegers, E. (2004) Groei computers vergt meer vertrouwen bij docenten. Amsterdam: TNS-NIPO. Pramling, S. & Samuelson, I. (2003) The role of ict in the cognitive, social and emotional development of young children. Paper presented at: Early Learning in the knowledge society. Brussels: European conference.

Smits, A., Van der Helm, P. (2001) Dyslexie en software. In: Van Balkom,J., Dollevoet, T., Fber, F. (red) Speciale onderwijszorg in het voortgezet onderwijs. Leuven-Apeldoorn: Garant. Verhallen,M., Bus, A., & de Jong, M. (2003). Elektronische boeken in vroegschoolse educatie. Amsterdam: Stichting Lezen. Wentink, H., Verhoeven, L. (2003) Protocol leesproblemen en dyslexie. Nijmegen: Expertisecentrum Nederlands

Rainie, L. (2005) The state of blogging. Washington: PEW/INTERNET & American life project. Rideout,V.J., Vandewater, E.A., & Wartella, E.A. (2003). Zero to six: Electronic media in the lives of infants, toddlers and preschoolers (Report): The Henry J. Kaiser Family Doundation; Children’s Digital Media Centers.

wat weten we over... taal en ict

  19


Colofon

Tekst John Bronkhorst Expertisecentrum Nederlands Uitgave Stichting Kennisnet Ict op school Opmaak heleen van haaren, Den Haag Druk Drukkerij de Bink, Leiden In opdracht van Stichting Kennisnet Ict op school www.ictopschool.net www.kennisrotonde.nl kennisrotonde@ictopschool.net Copyright: Stichting Kennisnet Ict op school, januari 2007 Overname – indien niet voor commerciële doeleinden – is toegestaan onder bronvermelding. 20 


Wat weten we over...taal en ict?