Issuu on Google+

inDruk PO zomer 2008 voorjaar 2009

Digitale rekenles daagt kinderen uit zelf oplossingen te bedenken

Digitaal leermateriaal prikkelt hoogbegaafde kinderen!

Wie had het beste digibordidee?


inhoud voorjaar 2009 2 3 4 6 7 8 9

Homo Zappiens digilessen po leren met pda lestips Digitale School

10 11 12 14 15

Heeft u zin in een lente-arrangement? In dit nummer van inDruk zult u opvallend vaak het woord ‘arrangeren’ tegenkomen. De arrangerende leerkracht is eigenlijk iets van alle tijden. Wie arrangeert nu niet? Maar het woord heeft een nieuwe lading gekregen sinds op heel veel plaatsen leraren bezig zijn met het maken van leermateriaal en daarbij gebruik maken van al het moois dat internet te bieden heeft. Deze inDruk gaat over digitale leermaterialen. Er worden veel voorbeelden belicht van instanties, bedrijven en groepen scholen die samen materialen maken. Er zijn nieuwe initiatieven om juist voor digiborden materialen te maken en vanuit de politiek is er, zoals u weet, ook erg veel belangstelling om het maken van digitale leermaterialen te stimuleren. Waarom eigenlijk? Uit onderzoek blijkt dat veel docenten klagen over de beschikbaarheid van goed materiaal. Er zijn computers in de school, we willen het werken uit een boek varieren met andere leermiddelen en we weten dat we op een schat wonen: Er zijn voor iedereen, als je even gaat zoeken, meer dan voldoende prachtige ruwe bronnen te vinden: filmpjes, foto’s, educatieve websites en games, enzovoorts. Maar meestal is er nog een didactische slag te maken, voordat het materiaal, bijvoorbeeld in de vorm van een opdracht of een digibordles, aan uw leerlingen kan worden voorgeschoteld. Het proces waarin een leraar dit doet: het bronmateriaal verrijkt tot leermateriaal, of leerobecten of leseenheden, heet arrangeren. Het is een vaardigheid die de moeite waard is, omdat u digitaal precies hetzelfde doet als wat u altijd heeft gedaan: de aangeboden lesstof naar uw hand zetten. U heeft altijd geknipt, gekopieerd en geplakt. Nu kan dat gemakkelijk digitaal. In de artikelen de Leermiddelenbank van Digischool of het artikel Digilessen komen naar het primair onderwijs van Herman Rigter, wordt verteld hoe. Het leuke van deze periode is dat veel inititatieven elkaar lijken te hebben gevonden, dat er bundeling plaats vindt en dat er grote landelijke inititatieven zijn om het zoeken op internet nog prettiger en tijdbesparender te maken voor u. Kortom: reden genoeg om dit blad van voor naar achter te verslinden!

Welkom in een wereld vol avontuur! In Het Rijk van Heen en Weer maak je een knetterend spannende ontdekkingstocht door zes wonderlijke landen, op zoek naar contact. Ieder land heeft weer heel andere belevenissen voor je in petto.

Ontrafel de geheimen van Het Rijk van Heen en Weer

Reis terug in de tijd, maak contact met buitenaardse wezens of kruip in de huid van je favoriete soapster. Neem een kijkje bij de buren, chat in een nieuwe taal, maak nieuwe vrienden en ontdek of jij de geheimen van Het Rijk van Heen en Weer kunt ontrafelen!

Museumlessen voor het onderwijs Speciaal voor het onderwijs heeft het Museum voor Communicatie museumlessen ontwikkeld voor kinderen van 4 tot en met 12 jaar. Leerlingen uit groep 1 en 2 gaan op reis om te zoeken naar middelen om dapper te worden en minder verlegen. Communicatie thuis, het gebruiken van fantasie en taalontwikkeling spelen een grote rol in deze lessen. Groep 3 en 4 leren tijdens hun reis dat communicatie niet alleen afhankelijk is van emoties maar ook van de ontvanger en van de plaats. Ze schrijven o.a. een brief aan hun fantasievriendje, bellen naar het Huisland en laten hun mooiste dromen achter in Droomland Leerlingen uit groep 5 en 6 maken een tuimelend vliegavontuur mee en reizen door verschillende landen. Uit elk land nemen ze iets mee wat invloed heeft op hun reis. Ze leren hoe mensen vroeger communiceerden, of thuis, en hoe dat gaat in landen waar je de taal helemaal niet spreekt. En hoe ‘spreek’ je een alien eigenlijk aan? Groep 7 en 8 gaan met een speciaal paspoort op ontdekkingsreis. Zijn ze daarin doortastend? Sluw? Lui? Avontuurlijk? Culturele en tijdgebonden verschillen ten opzichte van leerlingen staan centraal. Ook komen ze erachter dat ze op het internet veel meer sporen achterlaten dan ze denken… Ontwerp: Lava grafisch ontwerpers

van de redactie digiborden serious game Davindi hoogbegaafdheid rekenmateriaal rekenles

advertentie A4.indd 1

Frans Schouwenburg sectormanager po

Gratis lesmateriaal Wilt u meer informatie, samenwerken met Kennisnet of heeft u vragen? Mail de redactie: indrukpo@kennisnet.nl

Op www.muscom.nl/onderwijs is gratis voor groep 5 en 6 het lespakket van Het Rijk van Heen en Weer beschikbaar. www.muscom.nl

2

Kennisnet • inDruk PO • voorjaar 2009


digiborden

Wie had er het beste digibordidee? Toen in oktober 2008 de nieuwe digibordenwebsite van Kennisnet gelanceerd werd was dat ook meteen het startschot voor de wedstrijd ‘ het beste digibordidee’. Leerkrachten uit het PO en docenten VO werden uitgenodigd om hun innovatieve ideeën rondom het gebruik van het digibord in de klas in te zenden en om zo kans te maken op een van de mooie digibordprijzen. We hadden vele inzendingen vanuit het PO maar helaas heeft maar een enkele docent vanuit het VO zijn digibordidee met ons gedeeld.

De jury, bestaande uit Arno Coenders (Kennisnet) en Tessa van Zadelhoff (extern redacteur van de Kennisnet digibordensite), heeft bij de beoordeling op de volgende zaken gelet: • Er moet gebruik gemaakt worden van de interactieve mogelijkheden van het digibord, de les mag dus niet enkel uit projectie bestaan. • Wordt er in de les gebruik gemaakt van een mix aan instructievormen? • Wordt er gebruik gemaakt van multimedia? • Hoe scoort de les op het gebied van interactiviteit, creativiteit, kwaliteit, overdraagbaarheid en originaliteit?

Digitale microscopen zijn er voor Jack Nowee van Basisschool de Akker in Boskoop (Symbaloo, Yurls, Webjes en Weetjes), Pierre Vossen van SG Philips van Horne uit Weert (digibordles Synagoge), Paul Burgmeijer van BS De Kinderburg in Sassenheim (interactieve spelquiz ‘de lift’) en Hans Koopmans van OBS Buttinga in Oosterwolde. digiborden.kennisnet.nl

De ingestuurde lessen en ideeën waren erg gevarieerd van vorm en inhoud. De komende tijd zullen we de mooiste lessen en de beste ideeën op digiborden.kennisnet.nl plaatsen zodat iedereen kennis kan nemen van deze inzendingen. De winnaar van de set stemkastjes is Els Kooymans van Basisschool Maria Regina te Steenbergen. Els heeft een les Engels voor het digibord ingestuurd waarbij ze volop gebruik heeft gemaakt van de interactieve mogelijkheden die de digibordsoftware biedt. De jury vond het idee om via een koppeling naar Skype de klas te laten converseren over het onderwerp met een native speaker in Australië erg origineel. Er is rijkelijk gebruik gemaakt van multimedia, er is een vorm van feedback in de les verwerkt en de les kan zowel klassikaal, individueel als in een groepje gebruikt worden.

20-11-2008 10:01:14

Kennisnet • inDruk PO • voorjaar 2009

3


serious game

Mijn naam is Haas – leerzaam in een fantasierijk landschap Wie de website van ‘Mijn naam is Haas’ bezoekt, zal snel onder de indruk raken van de professionele en – vooral – fantasievolle vormgeving. Maar de ‘serious game’ voor kleuters (!) is veel meer dan een visueel hoogstandje. Het initiatief is namelijk ook een didactische uitblinker. Volgens Annelies Veurman van ICT Delta, een bovenschoolse ict-organisatie die ruim 25 aangesloten basisscholen helpt om van ict te profiteren, is dat één van de unieke kenmerken van het project. Maar wat ‘kunnen’ kleuters met ‘Mijn naam is Haas’? Waarom reageren leerkrachten zo enthousiast? En wat is de meerwaarde in het klaslokaal?

“Kleuters hebben het gevoel dat ze meegaan op ontdekkingsreis.”

4

Kennisnet • inDruk PO • voorjaar 2009

“In de kern is het een woordenschatprogramma, bedoeld om taalachterstanden bij jonge kinderen te verminderen,” vertelt Annelies. “Ook de bij ons aangesloten scholen hebben leerlingen voor wie Nederlands niet de eerste taal is. Helaas bleken er eigenlijk geen woordenschatprogramma’s te bestaan die zich op deze doelgroep richtten.” Om daar verandering in te brengen, werd door ICT Delta een verzoek bij de Kennisrotonde ingediend. Annelies: “Daar is deze game uit voortgekomen. Heel bijzonder, want bij de ontwikkeling zijn het Expertisecentrum Nederlands, die zorg dragen voor de wetenschappelijke onderbouwing én de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht betrokken. Later is de game doorontwikkeld door het bedrijf van de oorspronkelijke ‘creatievelingen’ die inmiddels zijn afgestudeerd.”


taalavontuur “Dit initiatief biedt grote kansen om taalproblemen op een effectieve én leuke manier aan te pakken.” Schaapjes die niet kunnen zwemmen Het idee achter ‘Mijn naam is Haas’ is om kleuters taal te leren in een speelse setting. “De creativiteit van kinderen wordt constant geprikkeld. Ze creëren zélf de wereld waarin Haas spannende avonturen beleeft door tekeningen te maken. Omdat ze direct invloed op het ‘spelverloop’ uitoefenen, komt het verhaal echt tot leven. De combinatie van muziek en vormgeving zuigt de kinderen helemaal op. Kleuters hebben het gevoel dat ze meegaan op ontdekkingsreis. Aan het begin van het spel worden ze door Haas uitgenodigd om een weg te tekenen. Afhankelijk van de weg die de kinderen tekenen, wordt Haas met specifieke uitdagingen geconfronteerd, die hij ‘samen’ met de kinderen moet overwinnen. Zo worden de kleuters geprikkeld om oplossingsrichtingen te onderzoeken, waarbij taal natuurlijk een belangrijke rol speelt. Neem een woordje als ‘brug’. Op een gegeven moment komen de kinderen schaapjes tegen die honger hebben, maar het voedsel niet kunnen bereiken omdat dit op de andere oever ligt en de schaapjes niet kunnen zwemmen. De kinderen tekenen dan spontaan een brug, waarna het clubje over kan steken.”

Aansluiten op bestaande lesthema’s

Games in het kleuteronderwijs?

De game is laagdrempelig en levert weinig frustraties op. “Haas heeft bovendien een hulpje, een eendje, dat feedback geeft als kinderen het even niet meer weten. Zo gaat het op een gegeven moment regenen. Het idee is dat de deelnemertjes dan een paraplu tekenen. Als ze daar niet direct op komen, stelt eendje dat voor.” De game wordt thematisch met woordjes gevoed. “In de onderbouw wordt veel met thema’s – jaargetijden, de boerderij – gewerkt en daar sluit de game inhoudelijk op aan. Zo komen woordjes die bij een thema passen in de spelwereld aan bod. Je kunt woorden met behulp van ict dus een keertje extra oefenen, zodat je even de handen vrij hebt, terwijl de leerlingen gewoon doorwerken.”

De reacties zijn superenthousiast. “Leerkrachten die met de eerste demoversie aan de slag zijn gegaan, bleken bij de lancering van de nieuwe versie, nog steeds met de demo te werken. Ondanks de technische problemen van die vroege versie, wilden de kinderen Haas namelijk niet loslaten. Dat heeft ook met de interactie te maken, want veel kinderen spelen samen en gaan uitgebreid discussiëren over het verhaal. Ook dat komt de woordenschat natuurlijk ten goede!” Voor Annelies is de meerwaarde in ieder geval duidelijk. “Dit initiatief biedt grote kansen om taalproblemen op een effectieve én leuke manier aan te pakken. Veel mensen zullen zich misschien afvragen of games in het kleuteronderwijs thuishoren, maar onze ervaringen tonen aan dat je kinderen zo enorm kunt stimuleren!” www.mijnnaamishaas.nl www.ictdelta.nl

Kennisnet • inDruk PO • voorjaar 2009

5


Davindi

Natuurlijk digitaal in Ruurlo De Ruurlose openbare basisschool De Driesprong ligt in een prachtig, landelijk gebied. “Midden in de natuur zelfs,” zegt adjunct directeur Hillie Kupper. Toch heeft de digitale snelweg ook De Driesprong bereikt, want de ‘roulerende’ computers worden veel gebruikt en in groep 7 en 8 heeft het digitale schoolbord zijn intrede gedaan. “We zijn enthousiast over de mogelijkheden. Filmpjes voegen bij lessen als aardrijkskunde of geschiedenis bijvoorbeeld veel toe.”

Vooral de ‘educatieve zoekmachine’ Davindi, die via de Kennisnet startpagina wordt ontsloten, blijkt een waardevolle aanvulling. “Kinderen hebben de neiging om direct in Google te zoeken. Dat is ze van huis uit meegegeven. Gelukkig proberen ze ook graag nieuwe dingen uit. Ik heb ze aan de hand van een Kennisnet-quiz een ‘wedstrijdje zoeken’ laten houden in Davindi. Dat leverde opvallend goede resultaten op. Kinderen die Davindi eenmaal kennen – en dat zijn er schoolbreed helaas nog onvoldoende – geven zelf aan dat ze er veel aan hebben, vooral bij het maken van werkstukken.”

Het juiste niveau De grootste winst ten opzichte van traditionele zoekmachines, is volgens Hillie dat het gevonden materiaal beter aansluit op de belevingswereld en het niveau van de kinderen. “Als ze materiaal uit Google gebruiken, snappen ze soms zelf niet meer wat er nu eigenlijk in hun werkstuk staat. Wel zou ik het prettig vinden als het aantal bronnen binnen Davindi wordt uitgebreid, want sommige slimmere kinderen vinden het aanbod te beperkt en kiezen uiteindelijk toch weer voor Google. Ook het ‘doorlinken’ – bijvoorbeeld van Davindi naar Teleblik – ervaren sommigen als een lastig. “Ze moeten toch een extra drempel over en apart inloggen.”

Woordweb Ondanks die kanttekeningen, wordt het gebruik van Davindi gestimuleerd. “Dat geldt niet alleen voor de kinderen; ook sommige leerkrachten moeten het portaal nog ‘ontdekken’. Binnen groep 7 en 8 werkt grofweg een derde van de leerlingen met Davindi. “Die zijn erg positief. Over sommige onderwerpen, zoals roken en verslaving, is uitstekend materiaal te vinden. Waar kinderen veel van opsteken, zijn de ‘associaties’ die aan de linkerkant in het woordweb verschijnen; allemaal woordjes die aan het zoekthema zijn gerelateerd. Zo kunnen ze makkelijk verder zoeken en worden ze op de diverse elementen geattendeerd – bijna een digitale variant op ‘begrijpend lezen’.” www.obsde3sprong.nl davindi.kennisnet.nl

“Als ze materiaal uit Google gebruiken, snappen ze soms zelf niet meer wat er nu eigenlijk in hun werkstuk staat.” 6

Kennisnet • inDruk PO • voorjaar 2009


hoogbegaafdheid

Samen, actief en betrokken leren; dát is het motto van basisschool Bommelstein in Nieuw Vennep. ‘Samen’ betekent natuurlijk ook dat er aandacht voor alle kinderen moet zijn, zoals kinderen die afwijken van ‘het gemiddelde’. Hoogbegaafde leerlingen bijvoorbeeld. Natasja van Dam, lid van het zorgteam in de bovenbouw, zorgt ervoor dat ‘extra speciale’ kinderen – van leerlingen met dyslexie tot hoogbegaafde klasgenootjes – die aandacht krijgen. En digitaal leermateriaal speelt daar een belangrijke rol in.

“Hoe oud ben ik op Mars?” Digitaal leermateriaal prikkelt hoogbegaafde kinderen “Waar wij mee worstelden, is de vraag of je kinderen die in meerdere vakken uitblinken, eigenlijk wel verrijkend materiaal op vakniveau aan moet willen bieden. Het risico is namelijk dat ze te ver op klasgenootjes vooruit gaan lopen en – ook in het vervolgonderwijs – te weinig leermomenten beleven. Aan de andere kant vinden we het belangrijk dat deze kinderen niet naar Leonardo-scholen overstappen, want onze samenleving bestaat niet alleen uit hoogbegaafden en heterogeniteit bereidt ze daar op voor.”

Zelf op onderzoek uit

Natuurwetten op zijn kop

Voor het jonge Bommelsteinse team stond al snel vast dat digitale leermiddelen uitsluitsel boden. “We werken veel met digiborden, want digitaal leermateriaal is interactiever dan boekjes en dat spreekt kinderen aan.” Niet al het materiaal bleek even geschikt te zijn voor de slimme doelgroep. “We wilden vooral dat de lessen hoogbegaafde leerlingen zouden uitdagen om zélf op onderzoek uit te gaan en zochten naar onderwerpen die niet in de lessen werden behandeld, maar wel iets toevoegden. Uiteindelijk vonden we op www.lesmateriaalvoorhoogbegaafden.com prikkelende digitale leermiddelen. Bijvoorbeeld over Sterrenkunde, inclusief kopieerbare werkbladen en verwijzingen naar internetsites. Dat materiaal bleek betaalbaar én bruikbaar te zijn.”

“De kinderen zijn binnen dit thema onder andere bezig geweest met zwarte gaten; bijna een filosofisch onderwerp omdat het de natuurwetten volledig op zijn kop zet. Ze hebben sites bezocht, filmpjes bekeken en prachtige PowerPoint presentaties gemaakt. Die aanpak werd door hen als een verademing ervaren. Het leukste vond ik zelf dat ze weer echt gingen leren. Maar er kwamen ook bijzondere discussies uit voort, zoals over de vraag hoe oud je op Mars bent? Een Marsjaar duurt slechts drie maanden, dus ben je dan vier keer zo oud?” Hoewel Bommelstein geen materiaal ontwikkelt (“daar ontbreekt de tijd voor”) gaat Natasja zeker door op de ingeslagen weg. “Goed digitaal leermateriaal helpt de honger naar kennis van hoogbegaafde kinderen te stillen.” www.beterweters.nl www.bommelstein.nl www.lesmateriaalvoorhoogbegaafden.com

Kennisnet • inDruk PO • voorjaar 2009

7


rekenmateriaal

Roy Wielens ‘ontwikkelde’ zelf digitaal leermateriaal voor rekenen

“Zodra de leerlingen eraan gewend zijn, krijgt het leerelement de overhand” Groep 8 leerkracht en Kennisnet-ambassadeur Roy Wielens is al sinds de ‘386’ gefascineerd door computers. Het is dan ook niet vreemd dat juist hij als eerste leerkracht van de gemoedelijke Sint Willibrordus school in Groenlo een digibord in het klaslokaal introduceerde. “Allemaal mooi en aardig natuurlijk, maar lang niet alle lesmethodes bleken al in gedigitaliseerde vorm beschikbaar te zijn.”

Dat gold ook voor rekenmethode Rekenrijk. “Om dat op te lossen heb ik, na contact met de uitgever, sommen en uitkomsten ingescand, zodat ze op het digibord kunnen worden gebruikt. Dat was enorm veel werk en uiteindelijk bleef het natuurlijk toch een statisch geheel. Tegelijkertijd merkte ik echter dat leerlingen – vooral kinderen met leerproblemen – het visuele aspect van het digibord heel prettig vonden. Als ik een som uit een boek voorlas, dan haakten ze snel af. Bij gevisualiseerde uitleg kon ik ze plotseling wel bij de les houden.”

Strategisch rekenen Maar Roy wilde meer dan ‘sommen projecteren’ op het digibord. “Hoewel we klassikaal onderwijs geven, werken we ook individueel en groepsgebonden. Binnen het rekenonderwijs hebben we dat doorgevoerd door kinderen in ‘kleurgecodeerde’ groepjes samen te laten werken. Na een korte introductie, bedenken ze samen een strategie om de sommen op te lossen en presenteren die – ieder met een eigen kleur pen – op het digibord. Vervolgens onderzoeken we klassikaal welke oplossing het beste werkt. De strategie is dus belangrijker dan het antwoord.”

Goede afbeeldingen werken verhelderend

“Het is belangrijk om ook sceptici bij de implementatie te betrekken. Dat zijn de mensen die je weer met beide benen op de grond zetten.” 8

Kennisnet • inDruk PO • voorjaar 2009

Nu de leerlingen aan het digibord gewend zijn (“In het begin ging er nog wel eens wat mis, wat voor veel hilariteit zorgde”) merkt Roy dat het leerresultaat echt verbetert. “Het is wel raadzaam om het digibord niet als presentatiemiddel te gebruiken en interactiviteit in te bouwen. Denk aan links naar een rekenmachine of een trapje van het numerieke stelsel. Alle hulpmiddelen zijn zo te integreren.” Naast voordelen en enkele technische knelpunten (“niet alle filmpjes zijn even scherp”) wil Roy in de toekomst graag meer visueel materiaal inzetten. Met de juiste afbeelding kun je concepten als ‘oppervlakte’ en ‘omtrek’ uitstekend visualiseren. En dat spreekt leerlingen aan.” www.stwillibrordus-groenlo.nl digiborden.kennisnet.nl


rekenles

De verlengde instructie in kindertaal; digitale rekenles daagt kinderen uit om zelf oplossingen te bedenken “Sommige leerlingen wilden zo graag op het digitale schoolbord werken, dat ze net deden alsof ze iets niet snapten.” In de jonge Arnhemse wijk Schuytgraaf staat de snelgroeiende basisschool Arabesk. “In de wijk wonen veel jonge gezinnen,” vertelt Cynthia Arns, die als werkplekstudent begon en nu fulltime voor de klas staat. “Op onze TOM-school gaan we uit van de individuele behoeften van kinderen en streven we naar een rijke leeromgeving. Die aanpak spreekt veel ouders blijkbaar aan.” De sfeer binnen de Arabesk is letterlijk open, want de klassen zijn niet met deuren van elkaar gescheiden. ”Zo kunnen kinderen van de vier leeftijdsgroepen gemakkelijk contact leggen en samenwerken.” Maar ook de leerkrachten hebben een open instelling, zeker waar het ontwikkelingen op het gebied van digitale leermiddelen betreft. “Hoewel niet iedere leerkracht een ‘computerexpert’ hoeft te zijn, wordt van nieuwkomers wel verwacht dat ze interesse hebben in ict, want je wordt er bij ons dagelijks mee geconfronteerd.”

Krijtloze school Binnen De Arabesk speelt ict een belangrijke rol. Cynthia: “Eén van de ambities was om een krijtloze school te worden. Inmiddels wordt massaal gebruik gemaakt van digiborden; een luxe positie dus!” De overgang van krijt naar digitaal, waar Cynthia als Kennisnet ambassadeur nauw bij betrokken was, verliep opvallend soepel. “Vooral omdat er weinig weerstanden bij de leerkrachten bestonden.” Naast digiborden en digitale portfolio’s – kinderen kunnen hun werkjes inscannen en aan hun ouders laten zien – worden er binnen De Arabesk digitale lessen ontwikkeld. Cynthia: “Wij willen aansluiten op de ontwikkeling van het kind, bijvoorbeeld tijdens de verlengde instructie bij rekenen. Dat komt normaal gesproken neer op de leerkracht, maar wij proberen dat steeds meer naar het digitaal schoolbord te verleggen.”

“Misschien moet je het zo proberen” Het werkt eigenlijk heel eenvoudig. Cynthia: “De les bestaat uit Flipcharts. De eerste dia geeft de lesinhoud kort weer. Daarna zien de leerlingen een som, die ik bewust heb uitgekozen omdat veel kinderen er moeite mee hebben. Die som wordt gepresenteerd als een gevisualiseerde probleemstelling – een klein verhaaltje eigenlijk – waardoor ze aan het denken worden gezet. Vervolgens verzinnen ze samen een oplossing.” De opdrachten aan het digibord worden meestal in tweetallen uitgewerkt. En hoewel de rest van de klas ondertussen gewoon doorwerkt, wordt soms spontaan ‘ingegrepen. “Dan loopt er ineens een leerling naar voren die zelf een andere oplossing heeft bedacht!”

Kindertaal De digitale rekenles biedt volgens Cynthia veel voordelen. “Leerlingen leggen hun oplossingen ‘in kindertaal’ aan elkaar uit en de leerkracht neemt de rol van begeleider op zich. Bovendien kun je de sommen altijd hergebruiken.” Bij de introductie bleek wel een grappig ‘bijverschijnsel’ op te treden: “Sommige leerlingen wilden zo graag op het digitale schoolbord werken, dat ze net deden alsof ze iets niet snapten.”Gelukkig kunnen we daar als leerkracht op inspelen!” www.basisschool-de-arabesk.nl

Kennisnet • inDruk PO • voorjaar 2009

9


Homo Zappiens

Paul Lummen, ict coördinator Tof Onderwijs:

“De nieuwe generatie leerlingen moet op een nieuwe manier worden geprikkeld.” Van chatprogramma’s tot YouTube, en van weblogs tot Twitter; de huidige generatie leerlingen groeit op in een digitale wereld. Een wereld waar informatie met een muisklik beschikbaar is en mensen op andere manieren communiceren. Toch weerspiegelen veel lesprogramma’s die ‘nieuwe realiteit’ niet en worden leerlingen vaak nog op een traditionele manier benaderd.

“Redenen genoeg dus om ons af te vragen of we onze lesmethodiek niet kunnen aanpassen,” vertelt Paul Lummen, stafmedewerker automatisering/ict-coördinator van tien Tubbergense basisscholen. Uit een inventarisatie binnen de stichting bleek dat er veel animo voor het zoeken naar alternatieven bestond. “Vervolgens zijn we op onderzoek uitgegaan. Wat werkt? Hoe kunnen we leerlingen prikkelen? De Homo Zappiens theorie van professor Wim Veen bood aanknopingspunten. Hij beschrijft kenmerken van ‘moderne’ leerlingen. Zo zijn het vaak multitaskers, die huiswerk maken terwijl de tv aan staat en tegelijkertijd met vriendjes op msn chatten. Games en communities als Hyves, spelen een belangrijke rol in hun leven. Om daar op aan te sluiten hebben we een innovatieve didactische lesvorm ontwikkeld: “Learning by Design.”

Thematisch samenwerken

Chatten over de les

Binnen Learning by Design wordt thematisch gewerkt. Paul: “De leerlingen gaan in groepjes met een door de leerkracht bepaald thema aan de slag en formuleren zélf de onderzoeksvragen. Als de leerkracht het met de voorgestelde aanpak eens is, wordt een ‘leerovereenkomst’ ondertekend en begint het echte werk. De leerlingen zoeken samen naar antwoorden en houden een logboek op internet bij. Ook het ‘eindproduct’ – dat kan variëren van tekst en presentaties tot foto’s, filmpjes en muziek – wordt online gezet. Het idee is om dit als aanvulling op het klassikale onderwijs in te zetten. Het is niet de bedoeling dat leerlingen dezelfde leerstof ook nog eens op de traditionele manier tot zich nemen. De ‘reguliere’ leermethode wordt dus niet zozeer aangepast als wel uitgebreid met moderne technieken.”

Omdat de leerlingen helemaal zelf bepalen hoe ze leren én hoe het resultaat wordt gepresenteerd, voelen ze zich erg verantwoordelijk. “Je kunt ze geen groter plezier doen! De leerlingen vinden het heel leuk en blijken zelfs in de avonduren nog over de opdrachten te chatten.” Hoewel er volgens Paul de nodige verbeterpunten zijn (“een kwestie van vallen en opstaan”) wordt het in groep 6 geïntroduceerde project binnenkort uitgebreid naar de groepen 7 en 8. “Leerlingen én leerkrachten zijn enthousiast. Ik ben er dan ook van overtuigd dat we op het goede spoor zitten en dat digitale leermiddelen absoluut educatieve meerwaarde hebben.”

www.tofonderwijs.nl/homozappiens

“Net als bij een computerspel, zijn er ‘levels’ ingebouwd. Omdat ieder level iets oplevert, worden de leerlingen constant uitgedaagd om verder te komen.” 10

Kennisnet • inDruk PO • voorjaar 2009


digilessen po

Digilessen komen naar het primaire onderwijs! Teleblik, Davindi of toch ‘good old’ Google? Wie op zoek gaat naar digitale leermiddelen heeft tegenwoordig een schat aan bronnen tot zijn beschikking. Bovendien zijn er veel scholen die zélf materiaal ontwikkelen of bestaande informatiedragers zodanig arrangeren dat er nieuwe lessen ontstaan. Om ook dat materiaal makkelijk toegankelijk te maken en scholen te helpen om onderling lessen uit te wisselen, wordt binnen het voortgezet onderwijs gebruik gemaakt van Digilessen VO – een initiatief dat binnenkort een PO zusje krijgt.

Projectleider Herman Rigter: “Binnen Digilessen VO wisselen 27 scholen hun materiaal uit via een laagdrempelige website. Tijdens trainingen en conferenties waar toevallig leerkrachten uit het PO aanwezig waren, bleek al snel dat er ook vanuit deze sector veel belangstelling voor het initiatief bestaat.” Reden genoeg dus om een aantal scholen uit te nodigen om de kansen te onderzoeken. “Vlak voor de kerstvakantie is uitgebreid overlegd met de Digitale Leerweg Noord Nederland, een ICT-samenwerkingsverband van o.a. basisscholen, in de drie noordelijke provincies. Vervolgens is het traject meteen in gang gezet. De scholen van DLNN kunnen nu al materiaal uitwisselen en het is de bedoeling dat andere scholen snel volgen.”

“Eén van de voordelen is dat je als leerkracht op de actualiteit kunt inspelen.”

Inspanningverplichting stimuleert het gebruik

Haal de tsunami de klas in!

De nieuwe website is opgezet volgens het succesvolle Digilessen VO model. “Docenten die op de website inloggen kunnen direct digitale lessen samenstellen. Dat werkt eigenlijk heel simpel. Is een les ‘af’, dan wordt die opgenomen in de database en – nadat de redactie ze heeft beoordeeld – aan andere gebruikers ter beschikking gesteld.” Omdat eerdere ervaringen aantonen dat scholen graag ‘halen’ maar het ‘brengen’ er soms een beetje bij inschiet, wordt van alle instellingen een inspanningsverplichting verwacht. “Afhankelijk van het aantal leerlingen, ben je als deelnemer verplicht om enkele lessen per jaar te maken. Zo waarborgen we het aanbod.”

Hoewel Digilessen PO sterk lijkt op haar VO pendant, is wel degelijk sprake van een nuanceverschil. “In het PO zal bijvoorbeeld meer aandacht worden besteed aan lessen voor het digibord. Daar bestaat enorm veel behoefte aan. Je kunt dan denken aan kennisoverdracht of kennisconstructielesjes.” Als de Drentse kinderen representatief zijn, mag het project op enthousiaste reacties rekenen. “De leerlingen vinden het een leuke manier van werken. Eén van de voordelen is dat je als leerkracht op de actualiteit kunt inspelen. Als er ergens een natuurramp plaatsvindt, dan kun je die gebeurtenis direct in een digitale les verwerken en met collega’s delen.” www.digilessenpo.nl

Kennisnet • inDruk PO • voorjaar 2009

11


leren met pda

Trekt ‘doorlopend leren’ straks een naar andere scholen? Leren met behulp van PDA blijkt binnen meerdere onderwijsvormen inzetbaar Binnen het project “verantwoordelijk en actief leren met een persoonlijk hulpje’ – in de wandelgangen al snel omgedoopt in doorlopend leren – hebben drie basisscholen onderzocht of PDA’s een bijdrage aan de ontwikkeling van kinderen kunnen leveren. Het idee is simpel; kinderen lopen een GPS speurtocht, krijgen onderweg informatie (filmpjes, instructies) op het scherm van hun PDA en voeren opdrachten uit. Nu de resultaten op de NOT zijn gepresenteerd, blikken we met twee hoofdrolspelers terug. Wat vonden kinderen leuk of spannend? Zijn er technische knelpunten? En is ‘doorlopend leren’ een schoolvoorbeeld van geslaagd digitaal leermateriaal?

Ict-coördinator Jan van Kollenburg (adaptieve basisschool De Bras in het grensgebied tussen Delft en Nootdorp) is in ieder geval enthousiast. “Niet alleen omdat onze leerlingen er heel fanatiek mee aan de haal gingen, maar vooral omdat het aantal toepassingsmogelijkheden zo groot is. Binnen één school, maar ook wanneer je het breder trekt, want ‘doorlopend leren’ leent zich voor diverse onderwijsvormen.” Jan’s ‘eigen’ school is geïnspireerd door een onderwijsconcept van Luc Stevens, waarbij de individuele leervraag van kinderen centraal staat. “We werken in zogenaamde familiegroepen. Jonge leerlingen bezoeken Brasland; ouderen de Braswereld. Maar verder lopen alle leeftijden vrolijk door elkaar heen. Ieder kind werkt samen met mentoren aan zijn eigen planning, bijvoorbeeld op het gebied van taal en rekenen. Ict speelt daarbij een belangrijke rol en we zijn constant op zoek naar bruikbaar digitaal leermateriaal. Wat biedt de markt? Kunnen kinderen hun weg daar zelfstandig in vinden? Moderne leerlingen werken niet meer lineair en het materiaal dat we aanbieden moet daar op aansluiten.” Omdat De Bras voor zo’n ‘persoonlijke’ aanpak kiest, is het soms lastig om goed materiaal te vinden. “Uitgevers stemmen veel materiaal op het klassikale onderwijs af.”

12

Kennisnet • inDruk PO • voorjaar 2009


sprintje

Andere onderwijsvorm, vergelijkbare problematiek Collega ict-coördinator en groepsleerkracht Léon Heusschen liep eigenlijk tegen hetzelfde probleem aan, hoewel de redenen anders zijn. “Ik werk op De Octaaf, een Haagse school voor speciaal basisonderwijs. Bij ons vind je leerlingen met leerachterstanden of sociaal emotionele uitdagingen; op het eerste gezicht dus een heel andere werkomgeving. Maar ook voor ons geldt, dat we in feite heel individueel werken. Ik heb bijvoorbeeld kinderen in de klas die net beginnen aan rekenboek 5, terwijl anderen misschien al halverwege boek 7 zijn. Dat heeft ook gevolgen voor de inzet van ict-middelen, zoals smartboards. Er wordt namelijk lang niet altijd klassikaal lesgegeven. Om de borden toch goed te benutten, hebben we in PowerPoint bijvoorbeeld geautomatiseerde dictees ontwikkeld, die de kinderen zelfstandig – met een koptelefoon op – kunnen maken. Leuk is ook dat ze zelf aan de slag mogen met het digitale bord. Ze maken dan bijvoorbeeld Kennisnet-spelletjes. Heel interactief dus, maar wel anders dan in het ‘reguliere’ onderwijs.”

Vrolijk door de regen Samen met een derde school (De Lepelaar) onderzochten Léon en Jan of de inzet van een PDA toegevoegde waarde heeft. Jan: “Daarbij kwamen we er al snel achter dat er geen Nederlandstalige kindvriendelijke software voor bestaat.” “Bovendien was het programmeren voor veel leerkrachten te lastig,” vult Léon aan. Om die knelpunten weg te nemen, werd – in samenwerking met Jan, Bas (van De Repelaer in Dordrecht), AB-ZHW en software ontwikkelaar KeurICT – een op het onderwijs toegespitste applicatie ontwikkeld. Jan: “Leerlingen kunnen nu GPS-tochten volgen, waarbij de opdrachten visueel, tekstueel, en auditief worden aangeboden. Maar ook de antwoorden kunnen op verschillende manieren worden verwerkt, bijvoorbeeld door ze in te typen, meerkeuzevragen aan te vinken of in te spreken. Dat spreekt dus meerdere leerstijlen en leeftijden aan.“ “Dat is één van de aspecten waarom het ook binnen het speciaal onderwijs werkt, zegt Léon. “Je kunt het zo makkelijk of moeilijk maken als je wilt. Zo hebben we een bostocht georganiseerd, waarbij kinderen bijvoorbeeld de opdracht kregen om een paddenstoel op een bepaalde boom te fotograferen. Overigens liepen we daar wel tegen technische knelpunten aan, want het ene kind kreeg een opdracht

over een eik terwijl hij bij een beuk stond. En andersom. Aan de andere kant: de kinderen zijn zwaar enthousiast. Zelfs als ze door de stromende regen lopen, hoor je ze nooit klagen!”

Intense belevenis Ook Jan hoort alleen maar positieve reacties binnen zijn school. “Zo vond een juf het opvallend dat een slimme, maar wat teruggetrokken jongen, zijn antwoorden heel fanatiek aan het inspreken was. Ze gaan er volledig in op.” Léon: “Vooral jongere kinderen vinden het enorm spannend als ze plotseling de stem van de leerkracht uit het apparaatje horen komen.” Beiden stippen wel aan dat het samenstellen van de lessen tijdrovend is. “Maar je kunt het materiaal meerdere keren gebruiken en het helpt kinderen echt om te ‘leren leren’, vindt Léon. Jan: “Kinderen onthouden het ook opvallend goed, waarschijnlijk omdat ze de lessen zo intens beleven. Zelf zie ik nog veel meer toepassingsmogelijkheden, bijvoorbeeld voor nieuwe leerlingen. Waar zit de mediatheek? Wat kun je daar doen? Maar het mooiste is misschien wel dat je één les op allerlei niveaus kunt geven. Als een kind nog niet goed kan schrijven, kan hij de antwoorden gewoon inspreken. In die zin is het dus universeel”

www.nldata.nl/rkbsdebras www.octaafsbo.nl www.lopendleren.nl

Kennisnet • inDruk PO • voorjaar 2009

13


nieuws

Digitaalleermateriaal.kennisnet.nl Op vernieuwde site digitaalleermateriaal.kennisnet.nl vindt u als leerkracht uit het PO informatie over digitaal leermateriaal. Naast algemene informatie over leermiddelenbeleid, geeft de site een overzicht van verschillende initiatieven die spelen op het gebied van digitaal leermateriaal, goede voorbeelden en links. Er is een praktische ingang voor het zoeken, maken en delen van digitaal leermateriaal.

Zoeken Bij ‘Zoeken’ staat een overzicht van zoekmachines en andere tools die u helpen bij het zoeken en vinden van digitaal leermateriaal. Hier zijn bijvoorbeeld ook de resultaten te vinden van de inventarisatie van bronnen van digitaal leermateriaal in het PO.

Webtips van Webmeester Willem Steeds vaker maken leerkrachten gebruik van digitaal leermateriaal. Dit materiaal kun je natuurlijk zelf maken maar er is ook al veel te vinden op het internet. InDruk verzamelde een aantal interessante links op dit gebied.

Maken ‘Maken’ geeft aan hoe u digitaal leermateriaal kunt arrangeren (samenstellen) of zelf ontwikkelen.

Delen Onder ‘Delen’ wordt duidelijk gemaakt wat het belang is van het delen van digitaal materiaal met collega-docenten. Ook hier een overzicht van onder andere repositories. Een repository bevat, naast de leermaterialen zelf, gegevens over deze materialen zodat ze vindbaar worden voor gebruikers. 

Aan de slag gaan met digitaal leermateriaal De huidige informatie op de site is een goede basis om als school aan de slag te gaan met digitaal leermateriaal. Alle nieuwe en relevante informatie uit onderzoeken, goede voorbeelden, publicaties en relevante links worden gepubliceerd op de site. Mist u op deze site informatie of heeft u vragen over digitaal leermateriaal? Laat het ons weten: digitaalleermateriaal@kennisnet.nl digitaalleermateriaal.kennisnet.nl www.kenniswiki.nl/digitaal_lesmateriaal

Wikiwijs Minister Plasterk presenteerde begin december zijn initiatief rondom Wikiwijs. Doelstelling is leraren de kans te bieden om zelf eigen lesmateriaal te ontwikkelen, in de vorm van digitale schoolboeken. Daarbij wordt gezocht naar een Wikipedia-achtige aanpak zodat leraren het materiaal samen uitwerken, aanscherpen, verbeteren, aanvullen en actualiseren. Al het zo gecreëerde Wikiwijsmateriaal moet voor alle scholen vrij toegankelijk zijn. Bij Wikiwijs is het voor individuele docenten op vrijwillige basis mogelijk om met andere docenten leermateriaal te ontwikkelen en met elkaar te delen. Het einddoel van Wikiwijs is om al het lesmateriaal aan te bieden, van basisonderwijs tot hoger onderwijs. Meer informatie: www.wikiwijsinhetonderwijs.nl 14

Kennisnet • inDruk PO • voorjaar 2009

Woordkasteel en Sommenplaneet is gratis software met heel veel educatieve activiteiten op het gebied van spelling en rekenen. Beide programma’s zijn via de website te downloaden en werken zowel stand-alone als in een netwerk. www.woordkasteel.com Anno is een grote website boordevol informatie over de vaderlandse geschiedenis. Actuele onderwerpen worden vanuit een historisch perspectief belicht en daarnaast heeft Anno een onderwijsportal waar de hoeveelheid lesmateriaal alleen maar groeit. Er zijn lessen te vinden voor leerlingen vanaf groep 5. www.anno.nl Beter Onderwijs Nederland (BON) heeft samen met een groep rekenspecialisten uit het onderwijsveld een website gemaakt met lesmateriaal rekenen voor de diverse groepen van de basisschool. rekenhulp-basisschool-pabo.nl Klokrekenen is een prima naam voor deze website. Je kunt er namelijk werkbladen samenstellen om leerlingen het rekenen met analoge en digitale klokken te laten oefenen. Niet meer en niet minder. www.klokrekenen.nl Op taallessen online vind je veel lessen taal, spelling en begrijpend lezen om direct in de klas te gebruiken. De lessen zijn bedoeld voor de bovenbouw van het basisonderwijs en voor volwassenen met taalproblemen. www.taallessenonline.nl Op het huiswerkweb zijn werkbladen te vinden voor kinderen die bezig zijn met het aanvankelijk leesproces. www.huiswerkweb.nl/leerling/groep3lerenlezen.htm


Digitale School

Erik Verhulp, directeur De Digitale School:

“Het materiaal dat je met de online lessenmaker samenstelt, voldoet altijd aan de ELO vereisten.” Dat er veel digitaal leermateriaal wordt ontwikkeld is een feit. Maar lang niet al dat materiaal wordt per definitie met andere scholen gedeeld. Bovendien is sprake van een groot aantal verschillende ‘formaten’, zoals Word, PowerPoint en Excel. “Hoewel daar fantastische lessen tussen zitten, zullen we op termijn toch voor eenduidigheid moeten kiezen,” denkt Erik Verhulp, directeur van De Digitale School, de stichting die de ruim 12.000 leermiddelen uit de leermiddelendatabase beheert.

“Toen we uploaders van lessen vorig jaar tijdelijk met een cadeaubon beloonden, nam het aantal geüploade lessen explosief toe,“ Voor wie niet bekend is met leermiddel.org: de website www.digischool.nl biedt leerlingen (via de vaklokalen) en docenten (via de communities) gratis toegang tot alle leermaterialen. Erik: “Binnen de communities wordt informatie uitgewisseld. Het materiaal dat de leden ontwikkelen, kan worden geüpload naar onze database www.leermiddel.org.” Inmiddels zijn ruim 12.000 leermiddelen via de database ontsluitbaar. En dat aantal groeit. “Maandelijks worden er zo’n 120.000 leermiddelen gedownload en 200 nieuwe leermiddelen toegevoegd. Best een mooie tussenbalans, maar we zouden graag zien dat het aantal actieve uploaders verder toeneemt.”

Online lessenmaker maakt kwaliteitsslag mogelijk Kwaliteit is een belangrijk uitgangspunt. “We hebben er bewust voor gekozen om communitymanagers aan te stellen, die al het ingezonden materiaal beoordelen. Pas als aan minimumkwaliteitseisen is voldaan, wordt het materiaal zichtbaar voor andere gebruikers. Om de kwaliteit extra te stimuleren, wordt binnenkort een nieuw initiatief gelanceerd; de online lessenmaker. “Er is in Nederland sprake van een belangrijke ontwikkeling op het gebied van digitale leermiddelen. Het aantal basisscholen met een elektronische leeromgeving (ELO) neemt namelijk snel toe. En al die ELO’s moeten worden ‘gevoed’ met materiaal dat aan SCORM en QTI standaarden voldoet.” Bovendien sluiten scholen zich aaneen om samen digitale lessen te ontwikkelen en uit te wisselen.

Lessen die iedere ELO ‘lust’ Met de online lessenmaker kunnen individuele leerkrachten dat bruikbare materiaal straks zelf creëren. “De lessen die hiermee worden gemaakt, zijn eenduidig, worden correct gemetadateerd én voldoen aan de technische ELO vereisten. Maar we kiezen er ook voor om een wat strengere redactieslag toe te passen, zodat we de kwaliteit extra stimuleren.” Het programma biedt veel opties. “Tekst, film, geluid, links naar websites; je kunt er van alles in kwijt.” Om ‘beginners’ snel wegwijs te maken, worden niet alleen ‘live’ workshops aangeboden, maar is ook een bijzondere variant ontwikkeld. “Je kunt een behoorlijk diepgaande cursus binnen de eigen ELO volgen. In je eigen tempo. En in het eigen klaslokaal. De training is namelijk met de online lessenmaker samengesteld en kan dus in iedere ELO worden ingezet!” www.leermiddel.org www.digischool.nl

Kennisnet • inDruk PO • voorjaar 2009

15


Verzamel geld voor een zelfgekozen SCOOLS-school SCOOLS is een actie van Edukans, bekend van de schoenendoosactie Schoenmaatjes. Het is een actie voor het basisonderwijs met verassende digitale elementen. Bij SCOOLS halen scholen geld op voor een door hen zelf gekozen SCOOLS-school in een ontwikkelingsland. De opbrengst van de actie wordt visueel gemaakt op een digitale actiepagina. In de klas kunnen zo op het digitale schoolbord kinderen, boeken, leerkrachten en pennen in je eigen digitale school ‘gesleept’ worden. Ook vinden scholen hier actuele verslagen, filmpjes en foto’s van hun project.

WereldWeetjes Voor elke € 2,- die de leerlingen ophalen, krijgen ze een Edukanskaart met WereldWeetjes. De kaarten zijn aantrekkelijk vormgegeven met verschillende verzamelelementen. Zo gaat sparen vanzelf. De WereldWeetjes zijn bovendien interessant bij de Aardrijkskundeles. Met de kaarten spelen de kinderen op internet een online competitie tegen andere klassen. 25% van de opbrengst van SCOOLS mag besteed worden voor de eigen school. Zie voor meer informatie: www.edukans.nl/scools

Word online jurylid! Honderden scholieren hebben dit schooljaar een interessante website, boeiende film of spannende game gemaakt voor één van de Wedstrijden. In totaal doen dit jaar 700 teams mee aan de wedstrijden van Kennisnet! Het is altijd weer geweldig om te zien wat scholieren samen voor elkaar kunnen krijgen. Wilt u ze zien en mee bepalen wie de beste is? Wordt dan online jurylid. Binnenkort gaan de online juryrondes van start en Kennisnet nodigt u uit om u op te geven als online jurylid. U beoordeelt de inzendingen van de teams vanachter uw pc. Het beoordelen doet u aan de hand van vastgestelde criteria. U hoeft geen professional te zijn om te kunnen jureren. Hoeveel inzendingen u wilt beoordelen en hoeveel tijd u er dus aan wilt besteden, bepaalt uzelf. De inzendingen die door de online jury als beste worden beoordeeld gaan door naar een vakjury die de uiteindelijke winnende teams bepaald. Kijk snel op wedstrijden.kennisnet.nl/jury en geef u op! Als dank voor het jureren ontvangt u een leuke gadget.

Graven naar kennis op Cleverland Kennisnet was ook dit jaar weer aanwezig tijdens Cleverland. Het kerstvakantie-evenement werd op 30 december bezocht door 3.300 bezoekers. Zes studio’s leidden vaders, moeders, opa’s, oma’s en kinderen door een wereld van spanning, beweging, optredens en ontdekking. In studio 4, het Cleverland-lab, bevond zich de kleurrijke stand van Kennisnet. Cleverland 2008 was, ook volgens de organiserend Teleac/ NOT-directeur Van der Want, mede dankzij de schitterende stand van Kennisnet, een groot succes.

Schatten en dinosaurussen De deelname aan Cleverland stond dit jaar in het teken van schatgraven en dinosaurussen. Om zoveel mogelijk kinderen kennis te laten maken met het schatgraafspel van Kennisnet, werd er speciaal voor Cleverland een giga-zandbak neergezet in een Hilversumse tv-studio. De kinderen konden eerst op kids.kennisnet.nl graven naar kennis op de computer en daarna mochten ze in een grote gele zandbak zoeken naar verborgen schatkistjes met daarin kaartjes die correspondeerden met een dino-prijs. Vol spanning stonden de kids in de rij. kids.kennisnet.nl

Leraar24 blijvend in ontwikkeling Leraar24 is een online platform van, voor en door leraren, bedoeld om u te ondersteunen bij het uitoefenen van uw beroep. Met Leraar24 kunt u zich op elk moment van de dag efficiënt en kosteloos informeren en verder groeien in uw vak. In de dagelijkse praktijk kunt u tegen vraagstukken aanlopen waarover u graag meer wilt weten. Of waarover u

misschien wel met collega-leraren ervaringen wilt uitwisselen, maar uw tijd is beperkt. Dan kunt u hier terecht. Leraar24 is als het ware een online gereedschapskist vol praktische oplossingen en voorbeelden die u direct in uw dagelijkse onderwijs kunt toepassen. U raadpleegt Leraar24 waar en wanneer het u uitkomt; 24 uur per dag. www.leraar24.nl

colofon > Kennisnet inDruk PO is een gratis blad voor leerkrachten werkzaam in het basisonderwijs. In het blad staat de praktische gebruikswaarde van Kennisnet centraal. Kennisnet inDruk is een uitgave van Stichting Kennisnet en verschijnt vier keer per jaar. Van de Kennisnet inDruk bestaat ook een aparte uitgave voor het voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs. Het blad is ook digitaal (pdf-file) beschikbaar op indruk.kennisnet.nl

Leraar24 is • Een online platform voor de verdere professionalisering van leraren • Van, voor en door leraren • Praktisch en direct toepasbaar • Tijdbesparend en kosteloos • Boeiend en onderhoudend

Hoofdredactie: Alexandra Myk > Eindredactie en ­coördinatie: Sylvia Hoyinck > Tekstbijdragen: GOfor Productions, Tessa van Zadelhoff, Frans Schouwenburg, Bram Litjens, Esther van der Zwalm en Alexandra Myk > Fotografie: GOfor Photos, Andre Ruigrok > Vormgeving: GOfor Design, Den Haag > Druk: Koninklijke De Swart, Den Haag > Issn: 1571-2427 Reacties en suggesties: indrukpo@kennisnet.nl Overname van teksten is toegestaan met bronvermelding. Op reportages en interviews, foto’s en illustraties berusten auteursrechten.


inDruk