Issuu on Google+

(ver)rijk onderwijs, natuurlijk met ict! Jaarplan2010.kennisnet.nl


(ver)rijk onderwijs, natuurlijk met ict!

Jaarplan2010.kennisnet.nl 30 november 2009


(ver)rijk onderwijs, natuurlijk met ict! Jaarplan2010.kennisnet.nl Zoals in het Meerjarenplan 2009 – 2012 beschreven wordt in het onderwijs natuurlijk gebruik gemaakt van ict. Het jaarplan 2010 bouwt voort op de kaders zoals in dat plan gepresenteerd. In 2010 gaat het er om dat de mogelijkheden die ict biedt beter worden benut. Met de investeringen die de afgelopen jaren zijn gedaan is een basis gelegd waar het onderwijs steeds meer gebruik van maakt. Hierbij moet de kennis die is opgebouwd over de wijze waarop de inzet van ict de kwaliteit, effectiviteit en efficiëntie van het onderwijs kan verbeteren worden benut. Het verrijken van onderwijs, natuurlijk met ict dus. Opbouw Ontwikkelingen in het onderwijs en bewegingen in het speelveld van onderwijs en ict bepalen de focus van Kennisnet. Een jaarplan schrijven we dan ook van „buiten naar binnen‟. Het plan is modulair opgebouwd. In het eerste deel wordt ingegaan op de algemene context en strategie van Kennisnet. In het tweede deel wordt ingegaan op de verschillende sectoren. Tenslotte is nog een bijlage met achtergrondinformatie opgenomen.

deel 1

• 1 Onderwijsontwikkelingen

• 2 Betekenis ict

• 3 Bijdrage Kennisnet

• 4 Focus 2010

deel 2

• PO • VO • MBO • OCW en strategische partners • Financiën en verantwoording

Achter grond

Zowel in het algemene deel als in de sectorhoofdstukken wordt begonnen bij het beschrijven van de ontwikkelingen in het onderwijs en de uitdagingen waar instellingen mee te maken hebben. Vervolgens wordt ingegaan op de betekenis die ict in het onderwijs kan hebben en de huidige stand van zaken. Op basis hiervan wordt de strategie van Kennisnet bepaald. Dit leidt uiteindelijk tot een aantal gerichte interventies, waarbij combinaties van concrete activiteiten en diensten van Kennisnet worden ingezet om te kunnen inspelen op de behoefte van het onderwijs.


Leeswijzer Elk hoofdstuk begint met een korte introductie, een ankeiler. Zo kan de lezer snel bepalen of hij een hoofdstuk geheel of gedeeltelijk wil lezen. Door deze introducties achter elkaar te plaatsen ontstaat een beknopt overzicht van de inhoud en opbouw van het plan.

DEEL 1: ALGEMEEN 1.

ONTWIKKELINGEN IN HET ONDERWIJS Kwalitatief hoogwaardig onderwijs is van belang om de ambities van Nederland waar te kunnen maken. Onderwijsinstellingen proberen hun verantwoordelijkheid te nemen, maar hebben te maken met beperkte (financiële) middelen. De uitdaging om het leren meer op maat in te richten vraagt om verbetering en vernieuwing. Ict is hierbij onmisbaar. Lees meer… ........................................................................................................................... 3

2.

ICT IN HET ONDERWIJS Onderzoek laat zien dat doordacht gebruik van ict een bijdrage levert aan het verbeteren van de kwaliteit en effectiviteit van het onderwijs. Het gebruik van ict in het Nederlandse onderwijs neemt langzaam maar zeker toe. De effecten worden steeds zichtbaarder. Het speelveld van ict en onderwijs is in beweging. De markt is dynamisch met vele aanbieders en diverse rollen voor onderwijsinstellingen. Lees meer… ........................................................................................................................... 9

3.

KENNISNET Ict is niet het doel, maar een onmisbaar middel binnen het onderwijs van vandaag en een belangrijke bouwsteen voor het onderwijs van morgen. In dit hoofdstuk worden de kaders voor Kennisnet beschreven. Daarbij wordt voortgebouwd op het Meerjarenplan 2009 – 2012. Lees meer… ..........................................................................................................................15

4.

KENNISNET IN 2010: ONDERSTEUNEN EN INSPIREREN Kennisnet ondersteunt en inspireert het onderwijs bij het gebruik van ict. Daarbij kiest Kennisnet voor samenhang, maar ook voor een aantal duidelijk herkenbare accenten die aansluiten bij de behoeften van instellingen en ruimte geven aan het leren van morgen. Er zijn drie programmalijnen en er is apart aandacht voor innovatie en expertise. De doelstellingen en aanpak worden kort toegelicht. Lees meer… ..........................................................................................................................21

DEEL 2: CONCRETE UITWERKING PRIMAIR ONDERWIJS In het primair onderwijs is de uitdaging om talenten van elk kind tot hun recht te laten komen. Ict kan hier een bijdrage aan leveren doordat het maatwerk mogelijk maakt en de kwaliteit van het onderwijs kan verbeteren. Kennisnet ondersteunt bestuurders en directies bij het ontwikkelen van een visie op het gebruik van ict. Docenten worden ondersteund door in te zetten op het verbeteren van de beschikbaarheid van digitaal leermateriaal. Daarnaast zijn er laagdrempelige tools waarmee digitaal leermateriaal kan worden (door)ontwikkeld en die kunnen worden ingezet voor professionalisering. Lees meer… ..........................................................................................................................33 VOORTGEZET ONDERWIJS In het voorgezet onderwijs is de druk om te veranderen groot. Leerlingen, hun ouders en de samenleving vragen meer maatwerk en kwaliteit terwijl veel scholen te maken hebben met het lerarentekort en een hoge werkdruk. Het voortgezet onderwijs neemt initiatieven om met ict deze uitdagingen aan te gaan. Kennisnet ondersteunt en inspireert deze beweging door het beschikbaar stellen van expertise en diensten. Het stimuleren van een integrale ict-benadering op de scholen blijft een prioriteit, daarom ondersteunt Kennisnet lerende netwerken van managers en docenten. Daarnaast zijn breed toegankelijke toepassingen beschikbaar onder andere gericht op het (door)ontwikkelen en delen van digitaal leermateriaal en de professionalisering van docenten. Lees meer… ..........................................................................................................................45


MIDDELBAAR BEROEPSONDERWIJS In het middelbaar beroepsonderwijs is de implementatie van het competentiegericht onderwijs in de laatste fase gekomen. Naast het voldoen aan de kwalificatiedossiers werken instellingen aan het beter laten aansluiten van het onderwijs op de individuele wensen en behoeften van deelnemers en het bedrijfsleven. De beschikbare middelen zijn echter beperkt. Ict wordt niet alleen gezien als middel om de kwaliteit van het leren te verbeteren, maar ook als instrument om de bedrijfsvoering te verbeteren en flexibiliteit mogelijk te maken. Instellingen nemen zelf het initiatief. Kennisnet ondersteunt hen met expertise en diensten en inspireert door samen met hen complexe vraagstukken te onderzoeken en oplossingen te verkennen. Lees meer… ..........................................................................................................................55 OCW EN STRATEGISCHE PARTNERS Kennisnet houdt niet alleen rekening met de behoefte van onderwijsinstellingen. Er zijn andere partijen die voor Kennisnet van belang zijn om ict in het onderwijs te stimuleren. Zo speelt Kennisnet in op de thema‟s die op de beleidsagenda van het ministerie van OCW voorkomen en zoekt Kennisnet samenwerking met relevante organisaties op het gebied van ict en onderwijs. Door intensief samen te werken met een aantal strategische partners kan het onderwijs beter worden ondersteund. Lees meer… ..........................................................................................................................65 FINANCIËN EN VERANTWOORDING Kennisnet wordt gesubsidieerd door het ministerie van OCW. Naast een basissubsidie zijn er aanvullende subsidies voor specifieke activiteiten. Als publieke organisatie hecht Kennisnet veel belang aan transparantie in het kader van de publieke legitimatie en verantwoording. Lees meer… ..........................................................................................................................73

ACHTERGRONDINFORMATIE In dit laatste deel van het jaarplan is achtergrondinformatie opgenomen. Daarbij wordt ingegaan op de organisatie Kennisnet. Vervolgens wordt de samenhang tussen verschillende interventies beschreven. Tenslotte worden de gebruikte bronnen weergegeven. Lees meer… ..........................................................................................................................83 WIE IS KENNISNET Kennisnet is vooral een organisatie waar het gaat om de mensen. In dit hoofdstuk wordt de organisatiestructuur beschreven en worden de afdelingen voorgesteld. De verantwoordelijkheden en samenstelling van de Raad van Toezicht en de Programmaraad komen ook aan de orde. Daarnaast wordt ingegaan op de in het Meerjarenplan beschreven ambities, kernwaarden en rollen. Lees meer… ..........................................................................................................................85 INTERVENTIES OM TE ONDERSTEUNEN EN TE INSPIREREN Bij het verbeteren van het onderwijs kan worden gekozen voor het veranderen „binnen‟ de huidige context of het meer fundamenteel vernieuwen. Bij beide kan ict een belangrijke rol spelen. Maar de wijze waarop deze ontwikkelingen effectief kunnen worden gestimuleerd is verschillend. Lees meer… ..........................................................................................................................91 BRONNEN Om dit jaarplan te schrijven is gebruik gemaakt van een veelheid aan bronnen. Naast persoonlijke contacten betrof dit informatie uit onderzoek over ict in het onderwijs, publicaties over (technologische) ontwikkelingen en de impact die ze mogelijk hebben op het leren en verhandelingen over ontwikkelingen in het onderwijs en informatie uit allerlei sites, zoals edublogs. Lees meer… ..........................................................................................................................97


(ver)rijk onderwijs, natuurlijk met ict! Jaarplan2010.kennisnet.nl Inhoudsopgave DEEL 1: ALGEMEEN 1.

ONTWIKKELINGEN IN HET ONDERWIJS .................................................................................... 3 De vraag aan het onderwijs ........................................................................................... 3 Het onderwijs .............................................................................................................. 5 De uitdaging ............................................................................................................... 6 Van onderwijsontwikkelingen naar ict in het onderwijs… .................................................... 7

2.

ICT IN HET ONDERWIJS ..................................................................................................... 9 Ict in het onderwijs ...................................................................................................... 9 Het speelveld van onderwijs en ict................................................................................ 11 Van ict in het onderwijs naar Kennisnet… ...................................................................... 13

3.

KENNISNET ................................................................................................................. 15 Kennisnet: geschiedenis ............................................................................................. 15 Meerjarenplan 2009 - 2012: Natuurlijk met ict! .............................................................. 16 Werkwijze................................................................................................................. 16 Inhoudelijke focus...................................................................................................... 19 Van Meerjarenplan naar jaarplan 2010 .......................................................................... 19

4.

KENNISNET IN 2010: ONDERSTEUNEN EN INSPIREREN .............................................................. 21 Analyse .................................................................................................................... 21 Accenten in 2010 ....................................................................................................... 22 Programmalijnen ....................................................................................................... 24 Focus naar buiten ...................................................................................................... 29 Van algemeen naar specifiek… ..................................................................................... 29

DEEL 2: CONCRETE UITWERKING PRIMAIR ONDERWIJS ............................................................................................................. 33 Ontwikkelingen in het primair onderwijs ........................................................................ 34 Ict in het primair onderwijs ......................................................................................... 35 Kennisnet en het primair onderwijs .............................................................................. 36 Focus primair onderwijs 2010 ...................................................................................... 37 VOORTGEZET ONDERWIJS ....................................................................................................... 45 Ontwikkelingen in het voortgezet onderwijs ................................................................... 46 Ict in het voorgezet onderwijs...................................................................................... 47 Kennisnet en het voorgezet onderwijs ........................................................................... 48 Focus voorgezet onderwijs in 2010 ............................................................................... 49 MIDDELBAAR BEROEPSONDERWIJS ............................................................................................. 55 Ontwikkelingen in het middelbaar beroepsonderwijs ....................................................... 56 Ict in het middelbaar beroepsonderwijs ......................................................................... 57 Kennisnet in het middelbaar beroepsonderwijs ............................................................... 58 Focus middelbaar beroepsonderwijs in 2010 .................................................................. 59 OCW EN STRATEGISCHE PARTNERS ............................................................................................ 65 Inleiding ................................................................................................................... 67 OCW ........................................................................................................................ 67 (Strategische) partners ............................................................................................... 69 Overzicht van aanvullende programma‟s en projecten ..................................................... 71


FINANCIテ起 EN VERANTWOORDING .............................................................................................. 73 Begroting ................................................................................................................. 75 Verantwoording ......................................................................................................... 76

ACHTERGRONDINFORMATIE WIE IS KENNISNET ............................................................................................................... 85 Organisatiestructuur .................................................................................................. 85 Raad van Toezicht ..................................................................................................... 88 Programmaraad......................................................................................................... 89 Ambities, kernwaarden en rollen .................................................................................. 90 INTERVENTIES OM TE ONDERSTEUNEN EN TE INSPIREREN ................................................................... 91 Verbeteringen in het onderwijs .................................................................................... 91 Vernieuwingen in het onderwijs ................................................................................... 93 De interventies .......................................................................................................... 93 BRONNEN .......................................................................................................................... 97 Gesprekspartners ...................................................................................................... 97 Bronnenlijst .............................................................................................................. 98 Afbeeldingen ............................................................................................................. 99


Deel 1: algemeen In het eerste deel van het jaarplan worden de algemene ontwikkelingen in het onderwijs beschreven. Vervolgens wordt ingegaan op de betekenis van ict voor het onderwijs. In het derde hoofdstuk worden de kaders zoals beschreven in het Meerjarenplan 2009 – 2012 toegelicht. In het vierde hoofdstuk wordt de focus voor 2010 beschreven. Wat dit voor de verschillende sectoren betekent komt aan de orde in het tweede deel van het jaarplan.

deel 1

• 1 Onderwijsontwikkelingen

• 2 Betekenis ict

• 3 Bijdrage Kennisnet

• 4 Focus 2010

deel 2

• PO • VO • MBO • OCW en strategische partners • Financiën en verantwoording

Pagina 1


Ontwikkelingen in het onderwijs

1. Ontwikkelingen in het onderwijs Kwalitatief hoogwaardig onderwijs is van belang om de ambities van Nederland waar te kunnen maken. Onderwijsinstellingen proberen hun verantwoordelijkheid te nemen, maar hebben te maken met beperkte (financiële) middelen. De uitdaging om het leren meer op maat in te richten vraagt om verbetering en vernieuwing. Ict is hierbij onmisbaar. Lees meer …

De vraag aan het onderwijs Een onderwijsinstelling heeft te maken met een complexe vraag en een groot aantal vragers; ook het bedrijfsleven, de sociale omgeving van de school en de politiek rekenen erop dat een instelling inspeelt op hun behoeften. Ouders en lerenden: ruimte voor de ontwikkeling van talent Van onderwijs wordt verwacht dat het inspeelt op de individuele talenten en achtergrondkenmerken van lerenden. Vrijwel alle onderwijsinstellingen zoeken naar mogelijkheden om onderwijs meer op maat in te richten. Waarbij niet alleen rekening wordt gehouden met extremen, maar met de talenten van ieder individu. Omdat de carrière van een lerende zich niet binnen één sector of onderwijsinstelling afspeelt, is aandacht voor doorlopende leerlijnen en het uitwisselen van gegevens over leerprestaties belangrijk. Het belang om te kunnen inspelen op diversiteit in leerbehoeften en achtergrondkenmerken wordt nog groter door de toenemende etnische diversiteit van de onderwijspopulatie, met name in de grote steden. Allochtone leerlingen hebben vaker te maken met leerachterstanden, vooral wat betreft taal, en kleurrijke klassen vragen vaak om andere omgangsvormen voor leerlingen en leerkrachten (SLO, 2008). Economie en bedrijfsleven: opleiden van kenniswerkers en beroepskrachten Kennis is de bron van de economie. Zoals in Did you know: shift happens beeldend is weergegeven verandert de samenleving onder invloed van informatisering en globalisering. Het onderwijs leidt op voor een grotendeels onvoorspelbare toekomst (Fisch, et al., 2006 - 2009)1. Welke kennis en vaardigheden dan nodig zijn om te kunnen functioneren als werknemer of als burger, is nu nog niet precies te voorspellen. Naast kennis zal het vooral van belang zijn dat mensen beschikken over een veelheid aan vaardigheden die hen in staat stellen in te spelen op veranderingen. Het gaat erom dat mensen leren omgaan met informatie, dat ze creatief zijn, dat ze kunnen samenwerken, kunnen omgaan met een veelheid aan culturen en in staat zijn om te blijven leren. zie www.21stcenturyskills.org/route21

Daarnaast hebben vooral in het middelbaar beroepsonderwijs instellingen veel contacten met (regionale) bedrijven die vaak hun specifieke vraagstukken hebben.

1

Did you know begon als een gewone PowerPoint. De presentatie werd geconverteerd naar een YouTube-fragment en is inmiddels meer dan 20 miljoen keer bekeken.

Pagina 3


(ver)rijk onderwijs, natuurlijk met ict!

Samenleving: socialiseren, zorg en veiligheid Van onderwijsinstellingen wordt ook een maatschappelijke bijdrage gevraagd. Dat gaat verder dan het socialiseren, het ervoor zorgen dat lerenden later goed kunnen functioneren in de maatschappij. Van scholen wordt verwacht dat ze misstanden signaleren; die kunnen de gezondheidszorg betreffen, maar ook de veiligheid. Dit is in het bijzonder van belang omdat er steeds meer „overbelasteâ€&#x; leerlingen zijn: leerlingen die te maken hebben met een opeenstapeling van problemen in en rond de thuissituatie en die als gevolg daarvan de school voortijdig verlaten (WRR, 2009). Samenwerking tussen scholen, politie en jeugdzorg is inmiddels gemeengoed geworden en wordt verankerd in een wettelijk kader Zorg in de school in 2010 (Ministerie van OCW, 2009a). Uitwisseling van gegevens is daarbij een randvoorwaarde. Politiek: productiviteit en kwaliteit De ambitie van het kabinet is te komen tot een sterker, slimmer, schoner, solide en solidair Nederland. De financiĂŤle en economische crisis maakt dat het noodzakelijk is om te komen tot een aantal fundamentele heroverwegingen. De ambities blijven overeind, maar zullen met minder overheidsmiddelen moeten worden gerealiseerd. Het kabinet heeft een twintigtal werkgroepen ingericht die de opdracht hebben om concrete beleidsalternatieven voor de toekomst te ontwikkelen. De doelstelling is duidelijke keuzes te kunnen maken en zo een solide basis te leggen voor Nederland in 2020. Een van de werkgroepen kijkt naar de productiviteit in het onderwijs. In de Tweede Kamer is aangegeven dat de ambitie is dat het Nederlandse onderwijs en de wetenschap mondiaal bij de top vijf behoren (Ministerie van Algemene Zaken, 2009). Het onderwijs zelf: docenten en managers willen meer! Ook de professionals binnen het onderwijs zelf willen veranderingen. Steeds meer docenten, managers en bestuurders geven aan dat ze niet tevreden zijn met de manier waarop het onderwijs nu is georganiseerd. Omdat ze zien dat het onderwijs van vandaag niet meer aansluit op de behoefte, of omdat ze het beroep van docent meer kleur en diepte willen geven2. Vragen die leven binnen het onderwijs hebben betrekking op flexibiliteit en maatwerk, actualiteit en aanpasbaarheid en het vergroten van de mogelijkheden om tijd- en plaatsongebonden te leren, maar ook op veranderingen van de organisatie van het onderwijs. Niet door direct een nieuw onderwijsconcept neer te zetten, maar door uitgaande van de ambities en behoeften van het onderwijs slimmere oplossingen te kiezen waarbij ict een rol kan spelen.

2

Tijdens de dag van de Leraar 2008 werd dit kunstwerk gemaakt. Vele leraren maakten een eigen puzzelstukje. Het resultaat was dit kunstwerk http://deleraarvanhetjaar.kennisnet.nl/thema09.

Pagina 4


Ontwikkelingen in het onderwijs

Het onderwijs Onderwijsinstellingen proberen zo goed mogelijk in te spelen op de vragen die hen worden gesteld, maar hebben beperkte mogelijkheden. Gestandaardiseerde output De output van onderwijsinstellingen is grotendeels gestandaardiseerd. Te behalen leerdoelen en competenties zijn vastgelegd in kerndoelen, eindtermen en kwalificatiedossiers. Onderwijsinstellingen worden in belangrijke mate afgerekend op het rendement dat zij behalen op deze output: het aantal succesvolle (gediplomeerde) schoolverlaters. Instellingen die slecht presteren merken dit in hun financiering. Daarnaast kan het leiden tot verscherpt toezicht door de inspectie van het onderwijs en voor de keuze die lerenden maken bij het selecteren van de instelling. Wettelijke kaders De mogelijkheden die een onderwijsinstelling heeft om het leren anders in te richten zijn begrensd door wettelijke kaders. De kaders en richting worden steeds meer in overleg met de vertegenwoordigers van de sectoren bepaald. In kwaliteitsagendaâ€&#x;s en convenanten wordt vervolgens de gewenste ontwikkelrichting beschreven. De tendens is dat vanuit het ministerie van OCW steeds minder zaken tot in detail worden geregeld zodat meer ruimte ontstaat. Toch zijn er nog regels die belemmerend kunnen werken, bijvoorbeeld de urennorm. Naast OCW stellen andere instanties kaders, zoals andere ministeries en lokale overheden. Maar ook in caoâ€&#x;s worden afspraken gemaakt waar de instelling zich aan moet houden. Daarnaast worden steeds meer eisen gesteld aan horizontale en verticale verantwoording. Lerarentekort en andere beperkingen in middelen Als een instelling wil veranderen spelen nog andere praktische belemmeringen die kunnen leiden tot uitstel of afstel. Zo liggen huisvestingsplannen vaak voor jaren vast en zijn beslissingen over de inrichting van de infrastructuur voor een langere periode leidend. Daarnaast bestaat een kwalitatief en kwantitatief lerarentekort, is tijd voor nascholing beperkt en kunnen instellingen onvoldoende selecteren op kwaliteit bij het vervullen van vacatures. Als een instelling het anders wil gaan doen, is het vinden van passend leermateriaal ook een behoorlijke uitdaging. Onvoldoende zicht op ruimte Zoals het Netwerk Onderwijs Innovatie stelt is in het onderwijs jarenlang sprake geweest van betutteling. Het ministerie schreef voor, pedagogische centra dachten na, uitgevers maakten methoden. Scholen en leraren waren uitvoerders (Netwerk Onderwijsinnovatie, 2009). In de afgelopen jaren hebben instellingen meer vrijheid gekregen om het onderwijs in te richten naar de eigen professionele inzichten. Maar veel managers en bestuurders zijn nog op zoek naar mogelijkheden om deze te benutten. Daarbij zijn ze veel tijd kwijt aan het oplossen van de problemen van vandaag, terwijl het ontwikkelen van een visie tijd kost. Managers en bestuurders die de ruimte wel zien zijn, stap voor stap, in staat het onderwijs op hun instelling te verbeteren.

Pagina 5


(ver)rijk onderwijs, natuurlijk met ict!

De uitdaging Binnen het onderwijs wordt gezocht naar mogelijkheden om beter in te kunnen spelen op de behoefte van lerenden en de maatschappij. Dit wordt gevoed door maatschappelijke discussies over de kwaliteit van het onderwijs, maar ook door het besef dat het onderwijs nu de kans heeft om de rol van motor van de economie waar te maken. Daarbij zijn de budgetten beperkt. Het verbeteren van de kwaliteit en het bieden van meer maatwerk binnen de gestelde (financiële) kaders is niet eenvoudig en gaat de reikwijdte van de individuele instellingen veelal te boven. De sectororganisaties starten samen met (vooruitstrevende) instellingen initiatieven om innovatie binnen het onderwijs te stimuleren, ict speelt daarbij een belangrijke rol (VO-raad, 2009; saMBO~ICT, 2009). Ook andere instellingen, publiek en commercieel, leveren een bijdrage aan het verbeteren van het onderwijs. Er zijn twee bewegingen te onderscheiden. De nadruk ligt op het benutten van diverse mogelijkheden om vanuit de bestaande context het leren effectiever en efficiënter te maken. Maar er wordt ook verder gekeken, waarbij de huidige onderwijsinstellingen niet het uitgangspunt zijn. Dat vraagt lef om te experimenteren en te onderzoeken hoe het leren van de toekomst eruit kan zien. Let’s make things better Binnen het huidige systeem is nog ruimte voor verbeteringen. Door het anders inzetten van middelen kan de kwaliteit van het leren worden verbeterd en kan de effectiviteit worden verhoogd. Daarbij wordt gezocht naar samenwerking, binnen en buiten het onderwijs. Zo komen zowel in het primair onderwijs als in het voortgezet onderwijs steeds meer brede scholen tot stand. Hierbij is de onderwijsinstelling participant, maar kunnen ook kinderopvang, welzijnsinstellingen en culturele instellingen deel uit maken van de school. De samenwerking vergroot de kansen van leerlingen (Landelijk Steunpunt brede scholen). Daarnaast werken instellingen uit verschillende sectoren met elkaar samen om zo de doorlopende leerlijnen te verbeteren en wordt, met name in het MBO, intensief samengewerkt met het bedrijfsleven. In haar advies Naar doelmatiger onderwijs beschrijft de Onderwijsraad een aantal aanknopingspunten om met de huidige middelen die het onderwijs te beschikking staan een zo hoog mogelijk kwaliteitsniveau tot stand te brengen. Ict is een van de elmenten waar de Raad op in gaat. Daarbij wordt aangegeven dat om tot een doelmatiger onderwijs met ict te komen in de eerste jaren vooral extra investeringen nodig zullen zijn (Onderwijsraad, 2009). Dat ict een bijdrage kan leveren aan het verbeteren van kwaliteit en het verhogen van effectiviteit blijkt ook uit onderzoek. De mogelijkheden worden gezien door de onderwijsinstellingen die meer gebruik willen maken van ict. Dit vraagt om een inzet van ict die aansluit bij de specifieke situatie van een instelling. De behoefte aan ondersteuning op maat neemt dan ook toe.

Pagina 6


Ontwikkelingen in het onderwijs

Let’s change the rules

Figuur 1: veranderen en vernieuwen

De vraag is of de nu ingezette verbeteringen leiden tot een voldoende adequaat toegerust onderwijsstelsel. Het onderwijsstelsel is ingericht in een andere tijd, een verdergaande update is nodig om de uitdagingen van de toekomst aan te kunnen (Derksen, et al., 2006; Netwerk Onderwijsinnovatie, 2009). Er bestaat nu een aantal initiatieven die het huidige systeem en de instellingen ter discussie stellen. Daarbij kan het gaan om het uitdenken van een concept of het experimenteren. In het MBO wordt dit onder andere in de praktijk gebracht met de Netwerkschool. In het primair onderwijs is het concept van de Sterrenschool uitgedacht waarbij brede scholen in Almere en Apeldoorn het concept in de praktijk willen brengen (Denktank Sterrenschool). Dat ict binnen deze nieuwe concepten een belangrijke rol speelt, staat niet ter discussie. Ict maakt een nieuwe inrichting van het onderwijs mogelijk, niet alleen als middel bij het leren (het primaire proces), maar ook ter ondersteuning van de secundaire processen.

Van onderwijsontwikkelingen naar ict in het onderwijs‌ Het onderwijs staat voor de uitdaging om de kwaliteit en de flexibiliteit van het onderwijs te verbeteren. Tegelijkertijd is sprake van beperkte middelen waardoor een efficiencyslag noodzakelijk is. Onderwijsinstellingen en sectororganisaties nemen initiatieven om ict in te zetten om deze doelstellingen te bereiken.

Pagina 7


Ict in het onderwijs

2. Ict in het onderwijs Onderzoek laat zien dat doordacht gebruik van ict een bijdrage levert aan het verbeteren van de kwaliteit en effectiviteit van het onderwijs. Het gebruik van ict in het Nederlandse onderwijs neemt langzaam maar zeker toe. De effecten worden steeds zichtbaarder. Het speelveld van ict en onderwijs is in beweging. De markt is dynamisch met vele aanbieders en diverse rollen voor onderwijsinstellingen. Lees meer …

Ict in het onderwijs Rendement van ict! Ict kan een bijdrage leveren aan het verhogen van de leerprestaties of het effectiever en efficiënter inrichten van het (leer)proces. Dat is niet alleen de mening van enthousiaste leerlingen, docenten en managers, maar is ook de conclusie uit steeds meer onderzoek. Onderzoek laat niet alleen zien dat ict een meerwaarde heeft, maar gaat ook in op de complexiteit van het laten renderen van ict. Er is steeds meer bekend over de randvoorwaarden die van belang zijn voor onderwijsinstellingen om ict te kunnen benutten. Zo verschenen onlangs de volgende (internationale) onderzoeken:  Evidence on the impact of technology on learning and educational outcomes (BECTA, 2009).  Op basis van divers onderzoek is de conclusie dat ict leidt tot verbeteringen in het leren. Dit vraagt een systematische aanpak waarbij ict is ingebed in de onderwijsvisie.  Evaluation of Evidence-Based Practices in Online Learning (U.S. Department of Education, 2009).  Op basis van het vergelijken van meer dan 1000 onderzoeken is de conclusie dat de combinatie van onderwijs in de klas met online ondersteuning de beste resultaten oplevert. De motivatie van lerenden wordt groter en dit leidt tot verminderde uitval en betere leerprestaties.  Vier in Balans Monitor 2009: ict in het onderwijs: stand van zaken (Kennisnet, 2009d).  In de monitor wordt een aantal (nationale en internationale) onderzoeken aangehaald die laten zien dat ict, onder voorwaarden, werkt. De onderzoeken gaan in op effectiever, efficiënter en aantrekkelijker onderwijs met ict. Waarbij het kan gaan om ingrijpende aanpassingen of de inzet van concrete toepassingen, zoals digitale schoolborden. Op de onderzoekspagina van Kennisnet wordt onderzoek ontsloten over de resultaten in het Nederlandse onderwijs. Ook hieruit blijkt dat ict de kwaliteit van het onderwijs kan versterken en de werkdruk van docenten kan verlichten. Dit vraagt echter om een weloverwogen visie op de inzet van ict en voldoende aandacht voor de randvoorwaarden.

Pagina 9


(ver)rijk onderwijs, natuurlijk met ict!

Stand van zaken in het Nederlandse onderwijs

% leraren dat ict gebruikt 100 80 60 40

Kennisnet laat jaarlijks onderzoek doen naar de integratie van ict in het onderwijs en de bereikte resultaten en brengt deze naar buiten in de Vier in Balans Monitor. Uit de laatste monitor blijkt dat de invoering van ict langzaam maar zeker verloopt. De toename is zichtbaar in het aantal docenten dat gebruikt maakt van computers, het aantal uren dat ict wordt gebruikt en het aantal verschillende toepassingen dat wordt benut. Ict is niet meer uit het onderwijs weg te denken. Docenten en managers geven aan dat de ontwikkeling nog lang niet is voltooid en zien volop mogelijkheden om ict te gebruiken om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren en tijd te besparen.

20 0

ontwikkeling

verwachting

Figuur 2: ontwikkeling en verwachting ict-gebruik

Vrijwel iedere docent kan een computer bedienen, maar slechts de helft beschikt over de vaardigheden die nodig zijn computers als didactisch hulpmiddel in te zetten. De beschikbaarheid van digitaal leermateriaal blijft volgens docenten een knelpunt. De computerdichtheid lijkt zich op een niveau van ĂŠĂŠn computer per zes leerlingen te stabiliseren. De focus van instellingen ligt nu op het verbeteren van de internetvoorziening en, met name in het primair en voortgezet onderwijs, op het aanschaffen van digitale schoolborden. Leerlingen zijn wel vaardig als het gaat om het gebruik van ict, voor hen is ict iets dat gewoon is. Maar zij zijn niet per definitie in staat om op een goede manier om te gaan met de informatie die via het internet wordt aangeboden. Docenten en schoolmanagement beschouwen ict als een bruikbaar hulpmiddel voor kwaliteitsverbetering van het onderwijs en vinden dat ict meer gebruikt zou moeten worden in de nabije toekomst. Docenten geven daarbij de hoogste prioriteit aan het verbeteren van de ictinfrastructuur en het aanschaffen van digitaal leermateriaal. Het management ziet de professionalisering van docenten als de belangrijkste stap. Succesvolle implementatie van ict kan alleen als een instelling aandacht besteedt aan de balans tussen visie, deskundigheid, digitaal leermateriaal en ict-infrastructuur. En als docenten en managers hierbij de handen ineen slaan. Dit vereist van het management leiderschap en het faciliteren van samenwerking. Samenwerking levert een bijdrage aan de professionalisering op het gebied van ict. Dit geldt voor de school (als lerende organisatie) en ook voor de professionaliteit van individuele docenten. Waar het nu op aan komt is het benutten van deze samenwerking voor de ontwikkeling en verspreiding van kennis over de noodzakelijke verbindingen tussen vakinhoud, didactiek en ict (Kennisnet, 2009d).

Pagina 10


Ict in het onderwijs

Het speelveld van onderwijs en ict Onderwijsinstellingen investeren in ict. In de infrastructuur, de software, leermateriaal en de professionalisering van docenten. De markt speelt hier op in door het aanbieden van specifieke producten voor het onderwijs. Dat was onder andere goed zichtbaar op de Nationale Onderwijs Tentoonstelling. Een paar jaar geleden waren nauwelijks ictproducten te vinden, tijdens de NOT 2009 waren de hallen gevuld met ict-diensten. Variërend van digitale schoolborden en andere icthardware tot allerlei digitaal leermateriaal. Naast partijen die van oudsher actief zijn op de onderwijsmarkt, zoals de educatieve uitgevers, zijn er ook nieuwe spelers bij gekomen. Erfgoedinstellingen en instellingen uit de creatieve sector die digitaal leermateriaal maken of ontwikkelen, dienstenleveranciers die de inrichting en beheer van de infrastructuur voor hun rekening nemen en diverse aanbieders van (online) cursussen. Ook onderwijsinstellingen en individuele docenten zelf zijn producent. Bijvoorbeeld als het gaat om de (door)ontwikkeling van digitaal leermateriaal of het arrangeren hiervan. Daarnaast is steeds meer materiaal vrij beschikbaar via het internet, waarbij de bronnen overal vandaan kunnen komen. De MIT heeft vrijwel al haar leermateriaal beschikbaar gesteld op http://ocw.mit.edu, er is een veelheid aan sites met informatie over de mogelijkheden van ict en in edublogs worden ervaringen uitgewisseld tussen betrokken docenten en experts. Verder zijn allerlei gratis toepassingen beschikbaar waar lerenden en docenten materiaal kunnen opslaan en bewerken. Meer aanbod, meer mogelijkheden, maar… Het aantal aanbieders dat actief is stijgt, evenals bijvoorbeeld de hoeveelheid leermateriaal die wordt aangeboden. Gelijktijdig blijft de vraag om beschikbaar en bruikbaar materiaal onverminderd groot. Er is onvrede over de geboden ondersteuning op het gebied van professionalisering. Daarnaast hebben vooral scholen in het primair en voortgezet onderwijs nog veel vragen over de beste oplossing bij het inrichten van de infrastructuur. De markt lijkt te zoeken naar manieren om de aansluiting tussen vraag en aanbod te realiseren. Een eenduidige verklaring voor de knelpunten is niet te vinden. Wel is er een aantal zaken vraagstukken die regelmatig terugkomen (Kennisnet, 2009a). Het aanbod past veelal niet bij de huidige onderwijsomgeving. Digitaal leermateriaal dekt vaak niet het gehele onderwijsprogramma, de beschrijvingen van de leerdoelen zijn veelal onvolledig, handleidingen niet altijd beschikbaar. Daardoor is het combineren van digitaal materiaal voor veel docenten niet eenvoudig en blijft dit iets wat in de marge van de les wordt toegepast. Dat de markt voor leermiddelen jarenlang aanbodgedreven was, waardoor docenten ook niet gewend zijn om bij het invullen van hun onderwijs te kiezen voor kleinere eenheden, helpt hierbij niet. Daarnaast is het leermateriaal niet altijd goed toegankelijk. Ingewikkelde systemen met allerlei beveiligingen en zonder aansluiting op de leeromgeving van de onderwijsinstellingen maken dat veel docenten de drempel gewoon te hoog vinden. Ze willen materiaal op maat, dat simpelweg uit „de kast‟ te halen is, net als een boek.

Pagina 11


(ver)rijk onderwijs, natuurlijk met ict!

Docenten die gedreven zijn en geloven in het gebruik van digitaal leermateriaal blijken overigens wel in staat te zijn een groot deel van hun onderwijs op deze manier in te vullen. Maar zij zijn bereid hier veel tijd in te investeren. Bij professionalisering zijn dezelfde ontwikkelingen zichtbaar. Er is wel aanbod, maar het voldoet nog niet aan de vraag. Daarbij is het voor docenten en managers ook niet duidelijk wat ze nu precies moeten weten en hoe ze dat het beste kunnen leren. Docenten leren vooral van elkaar, op de onderwijsinstelling zelf of in online communities. Daarnaast is er ook meer formeel aanbod beschikbaar, waaronder een masteropleiding leren en innoveren die op een aantal hogescholen wordt aangeboden. Nationaal en internationaal worden initiatieven ondernomen om duidelijkheid te krijgen over de ict-competenties waar docenten over moeten beschikken, het TPACK-model lijkt daarbij een goede basis te bieden (Mishra, et al., 2006). Op het gebied van de ict-infrastructuur kan de instelling kiezen uit een veelheid aan opties. Ict wordt steeds persoonlijker, socialer, meer vermenselijkt en meer geïntegreerd (Derksen, et al., 2008). Aandacht voor de harde technologie verschuift naar de achtergrond. Het is vooral van belang dat een instelling weet op welke manier en met welke doelen ict zal worden ingezet. Vervolgens kan een passende aanpak worden gekozen. Het breedbandig internet biedt daarbij nieuwe mogelijkheden zoals cloud computing, dit zijn online omgevingen waar software wordt aangeboden en content wordt opgeslagen. Op een onderwijsinstelling resteren nog „kale‟ computers. Leerlingen, docenten en managers hebben overal en altijd toegang tot een gepersonaliseerde werkomgeving met „hun‟ applicaties en content. De vraag ingevuld? Zoals aangegeven is het aantal aanbieders en de omvang van het aanbod op allerlei aspecten rond ict fors toegenomen. Daarbij is er meer variëteit. Maar het onderwijs blijft op zoek naar passende oplossingen en is niet altijd tevreden met het geboden aanbod. Wellicht komt dit doordat het onderwijs vooral uit gaat van een gestandaardiseerde aanpak, terwijl ict juist flexibiliteit mogelijk maakt, maar ook vraagt. Het wordt daarmee nog belangrijker dat het onderwijs de juiste vraag aan de markt stelt en de juiste partijen weet te benaderen. Traditionele aanbieders in het onderwijs hebben nog geen passend businessmodel gevonden en staan afwachtend tegenover het doen van investeringen of het betreden van een markt die veel meer onzekerheden met zich mee brengt. Terwijl nieuwe aanbieders juist weinig feeling hebben met het onderwijs en niet weten hoe ze hun producten passend kunnen krijgen. Ook hebben onderwijsinstellingen vaak nog te weinig zicht op wat ze nu echt willen met ict en kennen ze de mogelijkheden niet goed, waardoor ze nog onvoldoende in staat zijn duidelijk te maken waar ze behoefte aan hebben. Gecombineerd met onzekerheden over de financiële situatie van het onderwijs wordt het voor aanbieders lastig om forse investeringen te doen.

Pagina 12


Ict in het onderwijs

Van ict in het onderwijs naar Kennisnet‌

Onderzoek Aanbod

Vraag

Kennisnet

Er is steeds meer bewijs dat ict een bijdrage kan leveren aan de verbetering van de kwaliteit van het onderwijs en aan het vergroten van effectiviteit en efficiĂŤntie(Kennisnet, 2009d). Dat vraagt echter een weloverwogen invoeringsstrategie van de onderwijsinstellingen. In het Nederlandse onderwijs is een langzame maar gestage toename van het gebruik zichtbaar. Docenten en managers hebben de ambitie om ict meer te gaan gebruiken en zoeken naar mogelijkheden om dit te doen, zodat het kan bijdragen aan het realiseren van hun doelstellingen. Er zijn steeds meer spelers actief op het snijvlak van onderwijs en ict. Voor Kennisnet betekent dit dat we alert zijn op ontwikkelingen in de markt in relatie tot de ontwikkeling en inzet van eigen diensten. De dynamiek op de markt zorgt dat het voor instellingen lastig is weloverwogen keuzes te maken ten aanzien van de inrichting van de ict-infrastructuur, het aanschaffen van leermateriaal of het vormgeven aan professionalisering. Het onderwijs heeft behoefte aan informatie en ondersteuning bij het vinden van een passend aanbod. Kennisnet kan daarbij een makelende rol vervullen.

Pagina 13


Kennisnet

3. Kennisnet Ict is niet het doel, maar een onmisbaar middel binnen het onderwijs van vandaag en een belangrijke bouwsteen voor het onderwijs van morgen. In dit hoofdstuk worden de kaders voor Kennisnet beschreven. Daarbij wordt voortgebouwd op het Meerjarenplan 2009 – 2012. Lees meer …

Kennisnet: geschiedenis Kennisnet is in 2001 opgericht door de onderwijsorganisaties uit het primair -, voortgezet - en middelbaar beroepsonderwijs. Bij de oprichting was de doelstelling „het realiseren van een kwalitatief hoogwaardig aanbod van voor het onderwijs relevante content’. De ontwikkeling en het beheer van een portal en bijbehorende diensten en het toezicht houden op nl.tree (de leverancier van de internetvoorziening voor scholen) waren de belangrijkste activiteiten (Ministerie van OCW, 2001a). In datzelfde jaar richtten de onderwijsorganisaties uit het primair en voortgezet onderwijs stichting Ict op school op. De taken van Ict op school hadden betrekking op het vertalen van vragen van scholen naar diensten en producten op het gebied van ict naar aanbieders, belangenbehartiging, het ontwikkelen en delen van kennis en het stimuleren van samenwerking (Ministerie van OCW, 2001b). Door ontwikkelingen in de markt en in het onderwijs veranderde de ondersteuningsbehoefte. In 2006 zijn beide organisaties gefuseerd. Hierdoor ontstond er een krachtige publieke ictondersteuningsorganisatie met een brede dienstverlening. Gezien de veelheid aan ontwikkelingen en de daarmee veranderende behoeften van het onderwijs is het van belang om de koers continu te blijven ijken. Zo vond in 2008 een interne evaluatie plaats, gevolgd door een externe herijking door het ministerie van OCW. Op basis hiervan werden de focus en strategie verder aangescherpt: meer focus op vraagsturing en aansluiting bij actuele thema‟s in het onderwijs, minder consumentendiensten en meer zorg voor ketenwerking, meer aandacht voor innovatie en expertise, minder voor internetdienstverlening en het loslaten van belangenbehartiging. In het Meerjarenplan 2009 – 2012: Natuurlijk met ict! is dit verder geconcretiseerd (Kennisnet, 2008a).

Bureau Kennisnet (voor oprichting stichting)

Stichting Kennisnet (2001)

Stichting Ict op School (2001)

Stichting Kennisnet Ict op School (2006)

Stichting Kennisnet (2008)

Pagina 15


(ver)rijk onderwijs, natuurlijk met ict!

Meerjarenplan 2009 - 2012: Natuurlijk met ict! Kennisnet is de publieke ict-ondersteuningsorganisatie voor alle onderwijsinstellingen in het primair, voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs. Dit betekent dat we met gevoel voor onderwijsinhoudelijke vraagstukken passende ondersteuning leveren op het gebied van ict.

Rollen

Kern waarden

• Expert • Dienstverlener • Innovator

• Innovatief • Publiek • Onafhankelijk • Deskundig

In het Meerjarenplan was de missie als volgt geformuleerd: „Kennisnet biedt onderwijsinstellingen onafhankelijke expertise en diensten bij het effectief gebruik van ict om de kwaliteit van het leren te verbeteren‟. Op de langere termijn richt Kennisnet zich nadrukkelijker op het leerproces van het individu. Het gaat dan om: „het faciliteren en ondersteunen van grenzeloze toegang tot leren door het bieden van bouwstenen voor het individu om het eigen leerproces te ondersteunen.‟ De missie uit het Meerjarenplan is doorvertaald naar drie programmalijnen en daarnaast werd het belang van innovatie en expertise (onderzoek) benadrukt. In het Meerjarenplan is beschreven op welke manier Kennisnet deze doelstellingen wil bereiken. Kennisnet vervult hierbij een aantal rollen: expert, dienstverlener en innovator. De kernwaarden innovatief, publiek, onafhankelijk en deskundig geven aan hoe Kennis haar rol wil invullen (Kennisnet, 2008a)3.

Werkwijze Samen slagvaardig Kennisnet kan alleen succesvol zijn als de organisatie in staat is snel en slagvaardig in te spelen op de veranderende behoeften in het onderwijs en daarbij rekening te houden met ontwikkelingen in de context. Publieke organisatie van en voor het onderwijs Kennisnet is opgericht door het onderwijsveld. Het onderwijs is zich steeds nadrukkelijker aan het organiseren, ook op het gebied van ict. Kennisnet ondersteunt deze ontwikkelingen. Kennisnet ontplooit geen activiteiten op de markt. Daar waar een goed functionerende markt ontstaat zal Kennisnet de focus verleggen naar nieuwe domeinen. Oplossingen met het onderwijs De behoefte aan ondersteuning van het onderwijsveld is leidend bij het bepalen van de koers van Kennisnet. De ondersteuning van Kennisnet is flexibel, Kennisnet koppelt activiteiten aan belangen van de sectoren en actuele thema‟s zoals taal en rekenen en onderwijs op maat maar ook aan de noodzaak om meer met minder (geld) te moeten doen. Innoveren doe je samen Met het SURFnet Kennisnet Innovatieprogramma geeft Kennisnet samen met SURFnet en SURF een impuls aan de ict-vernieuwing in het gehele onderwijs. Zoals in de meerjarenvisie 2009 – 2012 aangegeven staat de online digitale leer- en (samen)werkomgeving van de toekomst centraal (SURFnet, Kennisnet, 2009).

3

Definities zijn opgenomen in deel drie.

Pagina 16


Kennisnet

Strategische samenwerking

s ofe pr

e lis na sio

g rin

Mediawijsheid ECPEPN

Le e

rm

Acadin Leraar24

Teleblik

Wikiwijs

Mobilize Picnic Young

Kennisnet/Surfnet Innovatieprogramma

innovatie

a te

ria

al

Kennisnet is open in haar werkwijze en zoekt waar mogelijk samenwerking met organisaties binnen en buiten het onderwijs. Dat begint bij het leggen van verbindingen tussen diensten van Kennisnet en van die andere partijen (bijvoorbeeld het doorzoekbaar en toegankelijk maken van collecties) of het uitwisselen van kennis. Met strategische partijen wordt intensief samengewerkt op diverse thema‟s waarbij de ambities van de organisaties elkaar raken en versterken. Strategische partners zijn organisaties uit het publieke domein die een ondersteunende rol in het onderwijsveld vervullen. De variëteit aan partijen is groot. Juist nu ict zich meer heeft bewezen als een belangrijk middel om onderwijs te verbeteren en te vernieuwen, is het aantal organisaties dat in meer of mindere mate betrokken is bij ict in het onderwijs aan het toenemen. Samenwerking versterkt de slagkracht en zorgt dat publieke middelen effectiever kunnen worden ingezet. Naast activiteiten vanuit de basissubsidie is Kennisnet samen met andere organisaties ook betrokken bij een aantal (nieuwe) aanvullende projecten die ten doel hebben het gebruik van ict te bevorderen of ict als middel gebruiken om ambities van het onderwijs te kunnen verwezenlijken (zie ook deel twee, pagina 71). Internationale kennisdeling Andere landen hebben te maken met soortgelijke vraagstukken. Het kan inspirerend werken om over de grenzen te kijken en kennis te delen, problemen kunnen hierdoor vaak sneller worden opgelost. Denk hierbij aan voorbeelden van effectief gebruik van ict of technologische ontwikkelingen, of aan thema‟s zoals mediawijsheid en professionalisering. Kennisnet volgt internationale (beleids)ontwikkelingen op het gebied van ict en onderwijs. Kennisnet onderhoudt namens Nederland de contacten met het European Schoolnet (EUN) en heeft zitting in de steering committee en in het policy innovation committee (PIC). Op basis van de deelname aan internationale netwerken en door het in kaart brengen van internationaal (vergelijkend) onderzoek ontstaat meer inzicht over de effectiviteit van interventies gericht op het benutten van ict in het onderwijs te bevorderen. Vooral BECTA (Verenigd Koninkrijk) en Uni-C (Denemarken) zijn organisaties met vergelijkbare doelstellingen en activiteiten als Kennisnet. Maar ook CoSN (Verenigde Staten) en AICTEC (Australië) zijn interessante partijen om kennis mee te delen en te ontwikkelen. Kennisnet deelt haar ervaringen ook met andere landen, opdat zij gebruik kunnen maken van de in Nederland ontwikkelde kennis en expertise. Dat doet Kennisnet niet alleen via internationale netwerken, en het ontvangen van buitenlandse delegaties, maar ook door mee te werken aan diverse publicaties. Tenslotte wordt bij het in beeld brengen van inspirerende voorbeelden van ict gebruik over de grenzen gekeken en wordt bezien hoe ervaringen van onderwijsinstellingen in andere landen kunnen worden benut in de Nederlandse context.

Pagina 17


(ver)rijk onderwijs, natuurlijk met ict!

Legitimatie en verantwoording Het is belangrijk om te weten wat het onderwijs van Kennisnet vindt en hoe andere partijen in het speelveld van onderwijs en ict Kennisnet waarderen. Zo kunnen activiteiten beter worden ingezet. Daarnaast is voor publieke organisaties zoals Kennisnet transparantie noodzakelijk in het kader van publieke legitimatie en verantwoording. Transparantie bij strategiebepaling Jaarlijks wordt in het jaarplan vastgelegd op welke manier Kennisnet een bijdrage gaat leveren aan het realiseren van de geformuleerde doelstellingen. Daarbij wordt uitgegaan van de behoefte van het onderwijs. Naast de reguliere contacten met docenten, managers en anderen worden over het jaarplan gesprekken gevoerd met diverse betrokken. Bij het opstellen van het jaarplan 2010 is ook gebruik gemaakt van uitkomsten van (internationaal) onderzoek en van diverse (online) publicaties, edublogs en vele andere inspirerende bijdragen die op het internet zijn gevonden. Een uitgebreid overzicht van de gebruikte bronnen en gesprekspartners is te vinden in het derde deel van dit jaarplan. Verantwoordingsinformatie: resultaten, waardering en effecten

Figuur 3: verantwoording

De informatie die Kennisnet gebruikt om verantwoording af te kunnen leggen heeft betrekking op de directe resultaten, op de waardering door het onderwijs en de ketenpartners en op de maatschappelijke effecten.  Resultaten: dat wat Kennisnet grotendeels zelf doet voor onderwijsinstellingen (in figuur A). Bijvoorbeeld aantal ambassadeurs of bezoeken op portal.  Waardering door onderwijsinstellingen (in figuur A’) Wordt gemeten in klanttevredenheidsonderzoek. Op basis hiervan wordt de kwaliteitsindex berekend.  Waardering door ketenpartners (sectororganisaties, strategische partners, leveranciers). Wordt gemeten in het ketenpartneronderzoek, daarnaast wordt gesproken met onder andere sectororganisaties. o betekenis van Kennisnet voor onderwijs volgens partners (in figuur A’’) o betekenis van samenwerking voor het bereiken van ictintegratie (in figuur B) o betekenis van Kennisnet voor het realiseren van eigen doelstellingen (in figuur C)  Effecten: de maatschappelijke effecten die Kennisnet samen met het onderwijsveld wil bereiken (in figuur D) Wordt gemeten in de Vier in Balans Monitor, bijvoorbeeld percentage docenten dat ict gebruikt. Daarbij zijn de maatschappelijke effecten het moeilijkste te beïnvloeden, daar is vooral het onderwijs zelf aan zet. De resultaten van activiteiten van Kennisnet zijn pas na langere tijd zichtbaar. Door het combineren van de informatie over de resultaten, de waardering en de stand van zaken in het onderwijs ontstaat een beeld over de toegevoegde waarde van Kennisnet en haar activiteiten. Voor een duiding van de beschikbare gegevens zie deel twee, Financiën en verantwoording op pagina 73.

Pagina 18


Kennisnet

Inhoudelijke focus In het Meerjarenplan 2009 – 2012 is vanuit de missie gedefinieerd wat de inhoudelijke focus van Kennisnet is. Programmalijnen: organisatie, professionalisering en leermateriaal

Organisatie

Leermateriaal

Professionalisering

Er is sprake van drie programmalijnen:  De programmalijn organisatie richt zich op de ondersteuning van het management bij het formuleren van een visie en het concretiseren hiervan, op de inrichting van de ict-infrastructuur en op het gebruik van ict bij bedrijfsprocessen.  De programmalijn professionalisering richt zich op de docent, daarbij gaat het om de ontwikkeling van ict-competenties en het vergroten van hun kennis over effectiviteit van ict.  De programmalijn leermateriaal richt zich op het vergroten van de beschikbaarheid en het gebruik van digitaal leermateriaal. Daarnaast is er aandacht voor innovatie, gericht op de inzet van (nieuwe) technologieën. Hierdoor krijgen instellingen toegang tot nieuwe effectieve vormen van leren en het organiseren hiervan. Bij de programmalijnen zijn meerjarendoelstellingen en indicatoren geformuleerd die betrekking hebben op de (maatschappelijke) effecten in het onderwijs. Zo wordt de voortgang van het gebruik van ict in het onderwijs zichtbaar gemaakt. Daarnaast zijn er jaardoelstellingen die ingaan op de bijdrage van Kennisnet aan de gewenste ontwikkelingen. Onderzoek naar effecten Onderzoek geeft inzicht in het potentiële rendement van ict in het onderwijs en de wijze waarop deze meerwaarde kan worden gerealiseerd. Onderzoeksresultaten worden gebruikt om de eigen activiteiten slimmer te kunnen doen, maar vooral om onderwijsinstellingen beter te ondersteunen bij het gebruik van ict. Interactie en communicatie met het onderwijs Een goede relatie met het onderwijsveld, met individuele instellingen en met bestuurders en sectororganisaties is een voorwaarde om het gebruik van ict te kunnen stimuleren. Deze relaties worden verstevigd door het oprichten of ondersteunen van lerende netwerken. Expertise en diensten worden vervolgens op maat ingezet. Daarnaast is gebruik gemaakt van een mix van communicatiemiddelen om bekendheid en vertrouwdheid te vergroten. Zo was Kennisnet aanwezig op de NOT 2009 en werden samen met SURF de Onderwijsdagen georganiseerd.

Van Meerjarenplan naar jaarplan 2010 In 2009 is de verbinding van Kennisnet met het onderwijs verstevigd. Samen met het onderwijs wordt gezocht naar een passende aanpak bij het gebruik van ict. Dit verwacht het onderwijs van Kennisnet en kan leiden tot effectievere oplossingen. De continue interactie zorgt voor draagvlak en maakt tussentijdse bijstellingen mogelijk als dit nodig is vanwege actuele ontwikkelingen of omdat een andere insteek een betere invulling van de behoefte blijkt te zijn.

Pagina 19


Kennisnet in 2010: ondersteunen en inspireren

4. Kennisnet in 2010: ondersteunen en inspireren Kennisnet ondersteunt en inspireert het onderwijs bij het gebruik van ict. Daarbij kiest Kennisnet voor samenhang, maar ook voor een aantal duidelijk herkenbare accenten die aansluiten bij de behoeften van instellingen en ruimte geven aan het leren van morgen. Er zijn drie programmalijnen en er is apart aandacht voor innovatie en expertise. De doelstellingen en aanpak worden kort toegelicht. Lees meer …

Analyse Het onderwijs staat voor de uitdaging om de kwaliteit en de flexibiliteit van het onderwijs te verbeteren, terwijl de (financiële) middelen beperkt zijn. Onderzoek laat zien dat ict een bijdrage kan leveren aan het verbeteren van de kwaliteit en het verhogen van effectiviteit en efficiëntie. Managers en docenten zien welke mogelijkheden ict biedt om het onderwijs zo in te richten dat het beter aansluit bij hun wensen en de behoeften van lerenden en anderen. Onderwijsinstellingen en sectororganisaties nemen initiatieven om ict in te zetten om de uitdagingen waar ze voor staan aan te kunnen. Daarbij gaat het om het verbeteren van de kwaliteit van leren zelf en het effectiever organiseren van de bedrijfsprocessen die het leren (op maat) mogelijk maken. Het onderwijs vraagt ondersteuning aan Kennisnet bij het realiseren van haar ambities. Deze ondersteuning moet aansluiten bij de specifieke context van instellingen en tevens zijn afgestemd op de bewegingen in het speelveld van ict en onderwijs, waarbij andere partijen ook een bijdrage (kunnen) leveren aan het gebruik van ict in het onderwijs. Het onderwijs is verder op zoek naar ideeën om buiten de gebruikelijke kaders naar oplossingen voor de problemen te zoeken en mogelijkheden te verkennen om het leren van morgen vorm te geven. Het ministerie van OCW zoekt naar mogelijkheden om de productiviteit van het onderwijs op een hoger niveau te brengen en de innovatieve kracht van het onderwijs te versterken. Dit is een uitdaging waarbij van Kennisnet en andere organisaties die het onderwijs ondersteunen een bijdrage wordt verwacht. Op basis van deze analyse heeft Kennisnet haar strategische koers aangescherpt. Het gaat vooral over een verschuiving, voor een drastische koerswijziging is geen aanleiding. De veranderingen hebben betrekking op een aanscherping van de missie, op de werkwijze en op het (ver)leggen van accenten binnen de verschillende programmalijnen.

Pagina 21


(ver)rijk onderwijs, natuurlijk met ict!

Accenten in 2010 Aanscherping missie De missie was zoals die is beschreven in het Meerjarenplan 2009 – 2012 was de volgende: Kennisnet biedt onderwijsinstellingen onafhankelijke expertise en diensten bij het effectief gebruik van ict om de kwaliteit van het leren te verbeteren. De veranderingen die zullen worden aangebracht zijn:  biedt wordt ondersteunt en inspireert. Hiermee wordt benadrukt dat Kennisnet aansluit bij behoeften vanuit het onderwijs en dat Kennisnet ondersteuning biedt aan initiatieven van het onderwijs zelf.  om de kwaliteit van het leren te verbeteren vervalt. Hiermee wordt aangegeven dat inzet van ict in de secundaire processen meer nadruk zal krijgen. Dit resulteert in de volgende missie en context: Het onderwijs staat voor de uitdaging om het leren van de toekomst vorm te geven. Daarbij wordt het leren zo ingericht dat de talenten van ieder individu - leerlingen, studenten, docenten en managers - worden ontwikkeld en benut. Dit betekent verbetering en vernieuwing. Dat vraagt om een slimme inzet van ict. Daar willen wij een bijdrage aan leveren.  Kennisnet ondersteunt en inspireert onderwijsinstellingen met onafhankelijke expertise en diensten bij het effectief gebruik van ict. Hoe we de missie invullen wordt beschreven in de volgende paragrafen. Eerst wordt hierbij ingegaan op de werkwijze, vervolgens op de inhoudelijke accenten voor 2010. Open werkwijze De hoofdlijnen uit het Meerjarenplan 2009 – 2012 blijven overeind. De behoefte aan ondersteuning van het onderwijsveld is leidend bij het bepalen van de koers van Kennisnet. Onderwijsinstellingen en sectororganisaties geven daarbij aan voor welke doelstellingen ze ict willen inzetten en aan welke ondersteuning ze daarbij behoefte aan hebben. De kwaliteit van de dienstverlening moet hoog zijn omdat de afhankelijkheid van goed werkende ict toepassingen groot is. Tegelijkertijd wordt verwacht dat de doorlooptijden kort zijn en is vooraf moeilijk te duiden hoe het proces precies gaat lopen en of het antwoord overeenkomt met de behoefte. Dat vraagt om open processen waarbij tussentijds interactie met gebruikers plaatsvindt om tijdig te kunnen bijsturen. Om passende ondersteuning te bieden werkt Kennisnet niet alleen voor, maar vooral ook met het onderwijsveld bij het zoeken naar en realiseren van oplossingen. Kennisnet brengt hierbij expertise en (combinaties van) verschillende diensten in. Ook in haar communicatie is Kennisnet open, daarbij gaat het niet alleen over het beschikbaar stellen van informatie, maar juist ook om de interactie met docenten, managers en anderen.

Pagina 22


Kennisnet in 2010: ondersteunen en inspireren

Verschuivingen op de inhoud De afgelopen jaren is veel geĂŻnvesteerd in ict in het onderwijs. Hierdoor is een basis gelegd die kan worden benut om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren en effectiviteit te verhogen. Onderzoek laat zien op welke manier dat kan worden gedaan. De nadruk ligt in 2010 op het gebruiken van de mogelijkheden die ict biedt om de uitdagingen waar het onderwijs voor staat aan te gaan. Er zijn nog een aantal andere verschuivingen ten opzichte van voorgaande jaren. Binnen de programmalijn organisatie zal meer focus komen te liggen op het stroomlijnen van secundaire processen. Dit volgt uit het belang van de doorlopende leerlijn. Maar ook omdat het stroomlijnen van deze processen de productiviteit kan verhogen. Onderwijsinstellingen, maar ook sectororganisaties en het ministerie, hebben dit vraagstuk hoog op de agenda staan. Binnen de programmalijn professionalisering zijn de doelstellingen in 2010 gelijk gebleven. De verschuiving binnen deze lijn heeft vooral te maken met de aanpak die is gekozen om deze doelstellingen te bereiken. Daarbij wordt met name ingezet op het stimuleren van communities of practice. Dit zijn lerende netwerken waar de deelnemers met en van elkaar leren en samen kennis ontwikkelen, (kennis) projecten uitvoeren of (leer)materiaal delen. Een ander thema dat in 2010 nadrukkelijk de aandacht zal krijgen is open digitaal leermateriaal. Zoals de Onderwijsraad in haar advies over open leermiddelen aan gaf kunnen juist open leermaterialen een belangrijke impuls geven aan het gebruik van ict in het onderwijs. Open leermateriaal kan niet alleen een bijdrage leveren aan aantrekkelijker onderwijs, maar kan ook het beroep van leraar inhoudelijk interessanter maken (Onderwijsraad, 2008). Bij innovatie zal meer aandacht zijn voor het ondersteunen van initiatieven, zoals de Netwerkschool, die erop gericht zijn het leren anders in te richten. Ict is daarbij een middel om dit vorm te geven. Daarnaast wordt vanuit de onderwijsbehoeften in de toekomst verkend welke technologische ontwikkelingen relevant zijn en waar experimenten zinvol zijn om te bezien of, en onder welke condities, een concept leidt tot gewenste resultaten. Een andere inhoudelijke verschuiving heeft betrekking op het versterken van de aandacht voor expertise. Het onderwijs heeft behoefte aan inzicht in de verwachte meerwaarde, de kosten en andere factoren waar rekening mee moet worden gehouden om zoveel mogelijk opbrengsten uit ict te halen. Kennisnet is het expertisecentrum op het gebied van rendement van ict in het onderwijs. De focus ligt daarbij vooral op het benutten en het inzetten van de beschikbare kennis. In de volgende paginaâ€&#x;s wordt ingegaan op de doelstellingen per programmalijn en met welke mix aan activiteiten en/of diensten Kennisnet intervenieert om deze te bereiken. Daarnaast wordt apart ingegaan op innovatie en expertise. Tenslotte wordt beschreven hoe de accentverschillen zichtbaar zullen worden gemaakt.

Pagina 23


(ver)rijk onderwijs, natuurlijk met ict!

Programmalijnen Organisatie De programmalijn organisatie richt zich met name op de bestuurders, managers en beleidsmakers in het onderwijs. Kennisnet wil hen ondersteunen bij het vormgeven en uitwerken van ict-beleid dat aansluit bij de vraag aan het onderwijs. Binnen deze programmalijn is er ook aandacht voor de infrastructuur en voor de secundaire processen. Managers en bestuurders hebben behoefte aan informatie over de mogelijkheden die ict biedt en de wijze waarop randvoorwaarden moeten worden ingericht. Ze willen bewijs voordat ze kostbare tijd en middelen gaan vrijmaken. Op basis hiervan kunnen zij tot een visie komen en deze vertalen in een concrete aanpak. Kennisnet kan hen hierbij ondersteunen. Daarnaast is Kennisnet door de sectororganisaties en het ministerie van OCW gevraagd om samen met SURF een bijdrage te leveren aan het verbeteren van de informatiestromen tussen instellingen onderling en in het kader van de verantwoording. De meerjaren (outcome) doelstellingen voor de programmalijn organisatie luiden:  Leidinggevenden hebben een visie op inzet van ict vanuit een integrale benadering van het leren en stellen op basis hiervan beleidsplannen op.  Onderwijsinstellingen maken optimaal gebruik van de beschikbare resources en infrastructuur en ondersteunen zo de lerende en verbeteren de kwaliteit van het leren.  Ict ondersteunt bedrijfsvoeringprocessen en zorgt dat competenties en voortgang van lerenden transparant zijn. Kennisnet levert hieraan in 2010 een bijdrage door bestuurders en managers te ondersteunen bij het ontwikkelen van een visie. Op basis hiervan kunnen zij afwegingen maken over de inzet van de ictinfrastructuur. De visie heeft zowel betrekking op de onderwijsinrichting als op de bedrijfsvoering. Aanpak: gezamenlijke ontwikkeling van kennis en visie Onderwijsinstellingen zijn verantwoordelijk voor inrichting en uitvoering in de eigen organisatie. Kennisnet wil bestuurders en managers inspireren tot een visie te komen die aansluit bij de behoeften van het onderwijs en de thema‟s die in een specifieke instelling spelen. Zo ontwikkelt Kennisnet samen met het onderwijs expertise door ruimte te bieden aan experimenten en onderzoek te doen naar het rendement van ict. Kennisnet biedt instellingen verder middelen om de eigen situatie in beeld te brengen en te vergelijken met andere instellingen om zo te bepalen waar extra aandacht nodig is. De ondersteuning krijgt ook vorm door het inrichten en begeleiden van lerende netwerken. Netwerken waarin bestuurders en managers gezamenlijk activiteiten starten die gericht zijn op het beter benutten van ict in het onderwijs. Er zal worden verkend in hoeverre het mogelijk is om meer aan te sluiten bij initiatieven van lokale overheden. Daarnaast ondersteunt Kennisnet het tot stand komen van de centrale voorzieningen die nodig zijn om informatiestromen efficiënter in te kunnen richten.

analyseren

(lerende) fysieke en virtuele netwerken

standaarden

inzicht vergroten in effecten en rendement van ict

gezamenlijke kennis- en visieontwikkeling

stroomlijning informatie huishouding

Pagina 24


Kennisnet in 2010: ondersteunen en inspireren

Professionalisering In de programmalijn professionalisering zet Kennisnet de docent centraal. Kennisnet wil daarbij de docent ondersteunen om meer en effectiever gebruik te maken van ict en hen laten zien wat de mogelijkheden zijn. Daarbij is het van belang dat professionalisering van docenten aansluit bij de visie van de instelling. Het management is hierbij cruciaal, zij kunnen docenten de ruimte geven en inspireren om hun competenties te versterken en te benutten. De meeste docenten voelen zich nog niet voldoende toegerust om ict, leerinhoud en didactiek op een zinvolle manier met elkaar te verbinden. Professionalisering van docenten moet aansluiten op de behoefte van de docent en is vooral succesvol als sprake is van integratie met het HRM-beleid van een instelling. De beschikbaarheid (kwantiteit en transparantie) en bruikbaarheid (kwaliteit, flexibiliteit) van professionaliseringsaanbod wordt als onvoldoende beoordeeld. Onderwijsinstellingen vragen Kennisnet om ondersteuning bij het vormgeven van professionaliseringsbeleid op het gebied van ict en onderwijs en het vinden van adequaat aanbod. De meerjaren (outcome) doelstellingen voor de programmalijn professionalisering luiden: ď Ł Docenten benutten de beschikbare mogelijkheden. Ze maken samen met het management duidelijk waar zij behoefte aan hebben. ď Ł Ict wordt, ook door docenten, gebruikt om zelf te leren en zich te ontwikkelen. De ondersteuning van het onderwijs op het gebied van professionalisering blijft in 2010 een prioriteit. Kennisnet wil de positie van docenten versterken en een bijdrage leveren aan de verdere ontwikkeling van ict-competenties. Op deze manier kan ict beter worden ingezet in het primaire proces. Aanpak: lerende netwerken en online ondersteuning Professionals leren vooral met en van elkaar. Daarbij is het van belang dat ze zelf de verantwoordelijkheid kunnen nemen over hun eigen leerproces. De eerste stap is dat een docent zich bewust is van de noodzaak om nieuwe kennis of vaardigheden aan te leren. Managers spelen daarbij een belangrijk rol, zij kunnen de docenten hierin begeleiden door het bieden van ruimte om te experimenteren, door samenwerking te stimuleren en door ict op te te nemen in het bredere professionaliseringsbeleid van een instelling. Kennisnet wil docenten en managers overtuigen van het belang van het aanleren van ict-competenties. En hen in staat stellen de leerbehoeften zo eenvoudig mogelijk in te vullen. Hiertoe stimuleert Kennisnet verschillende lerende netwerken. Daarnaast wordt een online ondersteuningsaanbod beschikbaar gesteld. Zo worden de mogelijkheden van ict om zelfstandig en flexibel te kunnen leren benut.

analyseren

lerende netwerken

(online) workshops en handreikingen

inzicht in benodigde ictcompetenties vergroten

samen leren, samen kennis ontwikkelen

kennisoverdracht (zoveel mogelijk op maat)

Pagina 25


(ver)rijk onderwijs, natuurlijk met ict!

Leermateriaal In de programmalijn (digitaal) leermateriaal staan de beschikbaarheid en bruikbaarheid van digitaal leermateriaal centraal. Activiteiten richten zich niet alleen op de onderwijsinstellingen, maar zeker ook op de aanbieders van digitaal leermateriaal of ontwikkelaars van toepassingen.

• Vindbaar

Beschik • Kosten baar

• Toegankelijkheid

• Arrangeerbaar Bruik • Afspreekbaar baar • Betrouwbaar • Aantrekkelijk

Het gebrek aan digitaal leermateriaal wordt al lang gezien als een knelpunt voor effectief gebruik van ict. Het gaat daarbij niet alleen om de beschikbaarheid – de kwantiteit - maar ook over de kwaliteit: de bruikbaarheid. Daarnaast weten instellingen niet op welke manier ze materiaal kunnen benutten (Kennisnet, 2009a). Kennisnet richt zich op de docent en op de manager, maar ook op organisaties die leermateriaal ontwikkelen. Kennisnet biedt een platform voor het beschikbaar stellen van digitaal leermateriaal en ondersteunt het gebruik hiervan. Hierbij wordt extra aandacht besteed aan het stimuleren van het gebruik en de beschikbaarheid van open digitaal leermateriaal.

De meerjaren (outcome) doelstellingen voor de programmalijn leermateriaal zijn:  Het beschikbare digitale leermateriaal wordt in het onderwijs gebruikt en gedeeld om de kwaliteit van het leren te verbeteren.  Er is, vanuit de onderwijsinstellingen, een duidelijke vraag richting marktpartijen. De behoefte aan beschikbaar en bruikbaar digitaal leermateriaal blijft onverminderd groot. Ook in 2010 stimuleert Kennisnet docenten digitaal leermateriaal te arrangeren, te delen en te gebruiken. Aanpak: meer transparantie en open digitaal leermateriaal Kennisnet wil de educatieve contentketen versterken door het (blijven) bevorderen van standaarden en de verdere uitrol van platformdiensten. Daarnaast wordt onderzocht of andere aanpakken mogelijk zijn, bijvoorbeeld door te bezien hoe andere landen met deze problematiek omgaan. Er is in het bijzonder aandacht voor open digitaal leermateriaal. Daarbij gaat het om het gebruiken, het delen, het arrangeren en het (door)ontwikkelen. Dit doet Kennisnet samen met andere partijen. Beschikbare open collecties worden ontsloten en docenten geprikkeld hier een actieve bijdrage aan te leveren. Of het beschikbare digitaal leermateriaal wordt gebruikt hangt daarnaast samen met de deskundigheid en houding van docenten en met de inrichting van de onderwijsinstelling. Die elementen worden opgepakt in de andere programmalijnen. analyseren

platforms

digitale gereedschappen

vergroten inzicht over effectief gebruik leermateriaal

contentleveranciers en toepassingen verbinden

focus op stimuleren „open‟ materiaal

Pagina 26


Kennisnet in 2010: ondersteunen en inspireren

Innovatie Naast activiteiten binnen de programmalijnen heeft Kennisnet specifiek aandacht voor innovatie. Het verkennen van de ruimte om met ict het leren anders vorm te geven en te organiseren. Onderwijsinstellingen en sectororganisaties zoeken de grenzen van het huidige onderwijssysteem en verkennen de mogelijkheden van het leren van de toekomst. Ze vragen Kennisnet om ondersteuning. Op dit moment zijn verschillende partijen in het veld bezig een beeld op de toekomst te ontwikkelen. Kennisnet ondersteunt deze initiatieven door kennis en expertise in te brengen over de wijze waarop ict het leren en het organiseren van dat leren van de toekomst beïnvloedt. Vanuit de beschikbare expertise over de ontwikkeling van het leren in de toekomst wil Kennisnet beleidsmakers en beslissers, maar ook managers, docenten, lerenden en ouders inspireren en inzicht bieden in de toekomst en wat zij daar aan kunnen bijdragen. Daarbij wordt in het bijzonder gekeken naar mogelijkheden die leiden tot verbetering van kwaliteit en stijging van productiviteit. Om te benadrukken dat we werken vanuit een integrale visie zijn de meerjarendoelstellingen aangescherpt tot:  Het onderwijs heeft duidelijke beelden van de manier waarop ict het leren en de wijze van organiseren (opnieuw) gaat vormgeven.  Het onderwijs beschikt over concrete bouwstenen voor deze nieuwe vormen van leren en het organiseren daarvan door inzet van (nieuwe) technologieën. In 2010 besteedt Kennisnet aandacht aan het samen met het onderwijs genereren van bouwstenen voor de toekomst. Daarbij gaat het om het experimenteren, het uitvoeren van verkenningen en het benutten van (internationaal) onderzoek. Daarnaast ontwikkelt Kennisnet samen met „leiders met ambitie‟ beelden over de toekomst. Aanpak: innoveren doe je samen Innovatie wordt samen met anderen opgepakt. Sectororganisaties vragen Kennisnet ondersteuning bij het uitwerken van hun ambities op het gebied van innovatie. Hetzelfde geldt voor initiatieven als de Netwerkschool. Kennisnet zal samen met deze organisaties verkenningen uitvoeren en bezien wat er uit (internationaal) onderzoek bekend is. Dit kan vervolgens in de praktijk worden gebracht door een aantal experimenten mogelijk te maken. Het is ook belangrijk te blijven inspireren. Zo kunnen ervaringen uit andere landen of sectoren veranderingen in het Nederlandse onderwijs inspireren. En kunnen technologische ontwikkelingen leiden tot vernieuwende aanpakken, zeker indien daarmee de kwaliteit en effectiviteit van het onderwijs kan worden verhoogd. Een groot deel van de activiteiten worden uitgevoerd in het kader van het SURFnet/Kennisnet Innovatieprogramma. Zo worden de krachten gebundeld en wordt een impuls gegeven aan ict-vernieuwing in het gehele onderwijs door technologie- en gebruiksverkenningen, haalbaarheidsstudies en pilots, dienstontwikkeling, stimulering van het gebruik en (lokale) implementaties en kennisontwikkeling en – disseminatie. Ook hierbij geldt dat we dit doen in interactie met de professionals in het onderwijs. Daarbij zal onder andere gebruik worden gemaakt van (bestaande) lerende netwerken. En wordt samengewerkt met andere organisaties die zich bezig houden met het ondersteunen van het onderwijs, met onderwijsvernieuwing of ict-ontwikkelingen.

Pagina 27


(ver)rijk onderwijs, natuurlijk met ict!

Expertise Kennisnet is het expertisecentrum op het gebied van ict en onderwijs. Kennisnet bundelt en verspreidt resultaten uit nationaal en internationaal onderzoek en laat zelf onderzoek doen. Voordat een manager of bestuurder echt gaat investeren in ict heeft hij of zij behoefte aan inzicht in de verwachte meerwaarde, de kosten en de factoren waarmee rekening moet worden gehouden om zoveel mogelijk opbrengsten uit ict te halen. Kennisnet is het expertisecentrum op het gebied van rendement van ict in het onderwijs. Daarbij staat de vraag centraal hoe het gebruik van ict de kwaliteit van het leren kan verbeteren en hoe meer flexibiliteit en maatwerk kan worden geboden met behulp van ict. Expertise wordt ontwikkeld door het (laten) doen van onderzoek, het (laten) uitvoeren van experimenten, het in beeld brengen van technologische ontwikkelingen en het bundelen van beschikbare kennis over ict in het onderwijs uit het binnen- en buitenland. De focus ligt in 2010 op het benutten van de beschikbare kennis. Kennisnet richt zich niet op het (laten) doen van theoretisch onderzoek, maar vooral op praktijkonderzoek. Het analyseren of bepaalde kennis ook toepasbaar is in andere omstandigheden. Bijvoorbeeld door internationale ervaringen in de Nederlandse situatie te toetsen, of gebruik te maken van ervaringen uit andere sectoren. Daarnaast zet Kennisnet in op het delen van beschikbare nationale en internationale kennis. Aanpak: kennis delen is kennis ontwikkelen Kennisnet zet expertise in om het onderwijs te ondersteunen bij het uitwerken en vormgeven van ict-beleid. Daarbij kiest ze voor een open benadering. Zo worden onderwijsinstellingen en onderzoekers (samen) uitgedaagd om experimenten aan te dragen waarbij vervolgens wordt onderzocht wat de meerwaarde van ict in de onderwijspraktijk is. De beschikbare informatie wordt op verschillende manieren gedeeld. Via online media, via publicaties, tijdens bijeenkomsten en conferenties en natuurlijk via de verschillende lerende netwerken.

Pagina 28


Kennisnet in 2010: ondersteunen en inspireren

Focus naar buiten Kennisnet stelt de klant, de professional in het onderwijs, centraal. Kennisnet ondersteunt onderwijsinstellingen bij het aangaan van de uitdagingen waar zij voor staan. En Kennisnet wil het onderwijs inspireren bij het vormgeven van het leren van morgen. Communicatie op maat Kennisnet kiest voor open communicatie. Daarbij gaat het niet alleen om het verspreiden van informatie, maar juist ook om de interactie met docenten, managers en andere organisaties die actief zijn op het gebied van onderwijs en ict. Door kennis te delen ontstaat zo nieuwe kennis. Informatie zal zoveel mogelijk op maat beschikbaar worden gesteld. Daarbij wordt gebruik gemaakt van verschillende media en andere kanalen. Online zal Kennisnet gebruik maken van de verschillende portals en e-zines, maar ook van interactieve toepassingen zoals weblogs en Twitter. Daarnaast zijn er diverse folio-uitgaven, folders, reguliere publicaties en uitgaven in de onderzoeksreeks. Ook persoonlijke interactie is van belang bij het verspreiden van kennis, dat krijgt vorm via de relatiemanagers, actieve deelname aan diverse conferenties en het verzorgen van presentaties op uiteenlopende bijeenkomsten. Ook lerende netwerken zoals het Samen Deskundiger en de verschillende ambassadeursprogrammaâ€&#x;s zijn van groot belang bij het verspreiden en ontwikkelen van kennis. Kennisnet zet in 2010 in op het actief benaderen van de pers en andere (nieuwe) media. Hierdoor wordt het bereik verder vergroot. Een belangrijk speerpunt daarbij is het onder de aandacht brengen van de bijdrage die ict kan leveren aan het verhogen van kwaliteit en productiviteit van het onderwijs. Concrete diensten Het palet aan diensten en activiteiten van Kennisnet is breed. Dat maakt het mogelijk om uiteenlopende doelgroepen op een passende manier te ondersteunen. Dat krijgt op uiteenlopende manieren vorm. Er worden afspraken gemaakt met instellingen om gezamenlijk te komen tot een (ict-)aanpak. Daarnaast zijn verschillende (lerende) netwerken waar docenten en managers samen komen tot passende oplossingen. Er zijn een aantal diensten die laagdrempelig voor iedereen toegankelijk zijn. Daarbij gaat het onder andere om Leraar24 (platform gericht op de ondersteuning van docenten bij uitoefening van hun beroep), Wikiwijs (gericht op het ontwikkelen en gebruiken van open leermateriaal) en verschillende (vak)communities (gericht op uitwisseling van ervaringen en het samen leren en ontwikkelen).

Van algemeen naar specifiek‌ Kennisnet wil het onderwijs ondersteunen en inspireren bij het gebruik van ict. Het zijn de specifieke ontwikkelingen en behoeften in de verschillende sectoren die leidend zijn bij het vormgeven van de interventies die we in 2010 zullen inzetten. Dit wordt in het tweede deel beschreven. Hier wordt ook ingegaan op de financiÍn en de wijze waarop Kennisnet verantwoording aflegt.

Pagina 29


Deel 2: concrete uitwerking De doelstellingen worden bepaald op basis van de behoeften van de lerenden en professionals. Het bepalen van een passende strategie vindt plaats op basis van de kenmerken van onderwijsorganisaties en relevante ontwikkelingen in de omgeving. Gesprekken met docenten, managers en bestuurders en andere experts, verzoeken vanuit de sector en uitkomsten van onderzoek leveren input. Kennisnet kan verschillende activiteiten en diensten inzetten om zo de doelstellingen te realiseren. Alleen door het maken van slimme combinaties kunnen de gewenste resultaten worden behaald, zelden zal één activiteit voldoende zijn om het doel te bereiken. Wat effectief is zal per sector verschillen. In dit deel worden de uitkomsten per sector gepresenteerd. Daarbij wordt eerst ingegaan op ontwikkelingen in de verschillende sectoren, dan op de rol die ict speelt en vervolgens op de bijdrage die Kennisnet kan leveren. Daarna wordt de concrete aanpak, per programmalijn, voor elke sector beschreven. De hoofdstukken zijn los van elkaar leesbaar, zodat de lezer alleen de stukken over zijn of haar sector kan lezen. Dat betekent wel dat vergelijkbare teksten bij verschillende sectoren terugkomen. Er is een apart hoofstuk over vraagstukken die leven bij relaties buiten het onderwijsveld, zoals het ministerie van OCW. Het laatste hoofdstuk gaat in op de financiën en de verantwoording. Bij de uitwerking wordt vanzelfsprekend aangesloten bij de lijnen zoals in deel 1 gepresenteerd. Dit kader is in de onderstaande figuur samengevat.

Onderwijs

Ict

Kennisnet

•Noodzaak tot verbeteringen •Initiatief tot verandering en vernieuwing vanuit onderwijs

•Kennis over rendement •Dynamiek in speelveld onderwijs-ict

•Missie: Kennisnet ondersteunt en inspireert onderwijsinstellingen met onafhankelijke expertise en diensten bij het effectief gebruik van ict (was: Kennisnet biedt onderwijsinstellingen onafhankelijke expertise en diensten bij het gebruik van ict om de kwaliteit van het leren te verbeteren)

•Focus •Open Organisatie •Samen met anderen

•Organisatie: aandacht voor secundair proces •Professionalisering: verder versterken lerende netwerken Programma •Leermateriaal: meer aandacht voor open lijnen

Pagina 31


Primair Onderwijs

(ver)rijk onderwijs, natuurlijk met ict! Jaarplan2010.kennisnet.nl In het primair onderwijs is de uitdaging om talenten van elk kind tot hun recht te laten komen. Ict kan hier een bijdrage aan leveren doordat het maatwerk mogelijk maakt en de kwaliteit van het onderwijs kan verbeteren. Kennisnet ondersteunt bestuurders en directies bij het ontwikkelen van een visie op het gebruik van ict. Docenten worden ondersteund door in te zetten op het verbeteren van de beschikbaarheid van digitaal leermateriaal. Daarnaast zijn er laagdrempelige tools waarmee digitaal leermateriaal kan worden (door) ontwikkeld en die kunnen worden ingezet voor professionalisering.


Jaarplan2010.kennisnet.nl

Ontwikkelingen in het primair onderwijs Leerlingen (x 1.000) Leerlingen

2008/2009 1.600

Aantal scholen Basisscholen Speciaal onderwijs (basis en voortgezet)

6.898 313 + 323 = 636

De uitdaging voor het primair onderwijs (PO) is optimale onderwijskwaliteit te leveren waardoor de talenten van elk kind tot hun recht komen (PO raad, 2009). Daarbij gaat het ook over de persoonlijk vorming. Opbrengstgericht werken is een thema waar bestuurders hun verantwoordelijkheid voor nemen, bijvoorbeeld door het ontwikkelen van een visie op leren en instrumenten voor kwaliteitszorg.

Aantal besturen 1.284 Personeel (x 1.000 pers) 2008 - directie 10 - docenten 135 - overig personeel 30 OCW in kerncijfers (Ministerie van OCW, 2009d)

Goed onderwijs moet kinderen kennis bijbrengen, sociale vaardigheden, plezier in leren en burgerschap. De discussie over kennis spitst zich daarbij met name toe op het domein van taal en rekenen. Dit komt onder andere tot uiting in invoering van de referentieniveaus die per 1 augustus 2010 wettelijk zijn verankerd. Daarnaast is er aandacht voor verschillen tussen leerlingen. In eerste instantie lag daarbij vooral de focus op onderwijs voor leerlingen met leerproblemen, recentelijk is het besef gegroeid dat excellente leerlingen onvoldoende worden uitgedaagd waardoor ze vaak onder hun niveau presteren. Dit heeft geleid tot het meerjarige Excellentieprogramma basisonderwijs (Ministerie van OCW, 2008d). Sociale vaardigheden en burgerschap vragen veel aandacht van de instelling. Deels vanwege de etnische diversiteit waar een school mee te maken heeft, maar vooral ook omdat samenwerken en samen leren al vroeg worden aangeleerd. Daarnaast wordt van scholen verwacht dat ze intensief samenwerken met andere instellingen. Op het gebied van sport en cultuur, maar ook als het gaat om zorg en veiligheid. De zware focus van de media en veel ouders op de CITO-uitslagen kan belemmerend werken op scholen die meer ruimte willen voor andere leerarrangementen. Daarnaast kan ook het toezicht van de inspectie voor het onderwijs betekenen dat scholen vooral voor zekerheid kiezen. Op verschillende plaatsen wordt geëxperimenteerd met scholen die hun openingstijden uitbreiden. Het nadenken over het onderwijs voor de toekomst heeft in het primair onderwijs geleid tot het uitdenken van het concept van de Sterrenschool. Het daadwerkelijk realiseren van een school van de toekomst wordt in het kader van de brede school ontwikkelingen opgepakt, onder andere in Apeldoorn. Wat betreft het personeelsbeleid is de uitdaging niet alleen de leerlingen te laten leren, maar ook leerkrachten, schoolleiders en anderen uit te dagen zich te blijven ontwikkelen. De kwaliteit van de PABO heeft hierbij in het bijzonder de aandacht. De oprichting van meer Academische PABO‟s en het komen tot goed beschreven kennisbasis voor verschillende vakgebieden zijn daarbij van belang. In het primair onderwijs zijn er inmiddels ongeveer duizend brede scholen, samenwerkingsverbanden tussen partijen die zich bezighouden met opgroeiende kinderen. Doel van de brede school is de ontwikkelingskansen van de kinderen te vergroten. Het onderwijs is één van de participanten. Ook de kinderopvang, een peuterspeelzaal, sportinstellingen en culturele instellingen kunnen een onderdeel van de brede school zijn. Steeds meer leerlingen in het primair onderwijs hebben baat bij passend onderwijs. Passend onderwijs betekent dat elk kind het onderwijs krijgt dat het beste bij zijn of haar talenten en beperkingen past. Om onderwijs op maat zo dicht mogelijk bij de leerling en zijn docent te organiseren wordt de zorgplicht voor onderwijsinstellingen geïntroduceerd en wordt de rugzakregeling beëindigt. Er komen middelen beschikbaar voor samenwerkende onderwijsinstellingen. Daarnaast gaan onderwijsinstellingen verplicht samenwerken met zorg- en welzijnsinstellingen en uitvoeringsinstanties van gemeenten. Medio 2010 volgt concrete uitwerking binnen het traject Zorg voor jeugd en het wetsvoorstel Zorg in de school (Ministerie van OCW, 2009b).

Pagina 34


Primair onderwijs

Ict in het primair onderwijs Veel managers en docenten zijn overtuigd van de mogelijkheden die ict biedt om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren. Dit wordt aangetoond door diverse onderzoeken en blijkt uit de vele verzoeken die Kennisnet krijgt om te praten over hulp bij deze vraag. In 2009 is gemiddeld een computer per zes leerlingen beschikbaar, waarmee de trend naar 1 op 1 zich stabiliseert. Er is sprake van een snelle opmars van digitale schoolborden, zeker in het afgelopen jaar. Ongeveer tweederde van de scholen heeft minimaal één digitaal schoolbord, de verwachting is dat over twee jaar bijna iedere school over één of meerdere digitale schoolborden beschikt. Op grote schaal worden in veel regio‟s glasvezeltrajecten opgezet. Dit leidt tot nieuwe samenwerkingsverbanden die vroeger of later geconfronteerd worden met vragen van functionele aard: hoe gaan we die snelle verbindingen inzetten in de school? Het recente besluit van de Opta over een verbod voor KPN om een „gratis‟ verbinding aan blijven te bieden vanaf september 2010 maakt dat scholen een nieuwe afweging zullen moeten maken over hun internetvoorzieningen. Leerkrachten maken vooral gebruik van internet, leerlingvolgsystemen en oefen- en tekstverwerkingsprogramma‟s. Games en digitaal toetsen bijvoorbeeld, worden veel minder ingezet. Leerkrachten vinden dat ze nog onvoldoende op de hoogte zijn van de mogelijkheden en niet genoeg vaardigheden hebben om de aanwezige mogelijkheden ook echt in een didactische context in te zetten. Leerkrachten zoeken ondersteuning bij het vinden van de juiste combinaties van ict, vakinhoud en didactiek. De beschikbaarheid en bruikbaarheid van digitaal leermateriaal is volgens veel docenten nog onvoldoende. Materiaal is lastig te vinden en het is vaak niet duidelijk hoe het kan worden ingezet in de les. Leerkrachten geven aan dat zij behoefte hebben aan een ict-beleidsplan dat aansluit bij de overkoepelende onderwijsvisie van de school en dat daadwerkelijk in praktijk wordt gebracht. Op dit moment heeft ongeveer de helft van de scholen een ict-beleidsplan dat in praktijk gebracht wordt (Kennisnet, 2009d).

Pagina 35


Jaarplan2010.kennisnet.nl

Kennisnet en het primair onderwijs Kennisnet wordt in het PO goed gewaardeerd. Managers willen graag worden ondersteund bij het ontwikkelen en uitdragen van een visie. De basis hiervoor wordt veelal gevonden in onderzoeksresultaten over het rendement van ict in het onderwijs. Benchmarks kunnen scholen ondersteunen bij het bepalen voor welke aspecten (extra) aandacht nodig is. Onderlinge samenwerking is een belangrijke aanjager voor ictprofessionalisering van docenten en het gezamenlijk ontwikkelen van een visie. Naast de ondersteuning die scholen elkaar bieden, is contact en samenwerking met de relevante organisaties en stakeholders buiten de school belangrijk. Kennisnet stimuleert dit door het faciliteren en organiseren van fysieke en virtuele netwerken. Binnen dergelijke netwerken kunnen scholen ervaringen uitwisselen, elkaar inspireren en op weg helpen, bijvoorbeeld bij het verder uitdiepen van thema‟s die collectief gedeeld worden. Op bestuursniveau organiseert Kennisnet onderwijssalons, op managersniveau worden deze contacten geïntensiveerd binnen het Samen Deskundiger programma. In dit programma werken bovenschoolse ictcoördinatoren samen aan visievorming om de integratie van ict in hun onderwijs te coördineren en optimaliseren. In het ambassadeursprogramma tenslotte komen leerkrachten met elkaar in contact, wisselen ervaringen uit en leren van elkaar bij het in de praktijk brengen van deze visie. Ook de PABO‟s worden in deze netwerken meegenomen. In de meeste lerarenopleidingen wordt nog te weinig aandacht besteed aan ict gebruik in een didactische context. Samen met een groep PABO‟s wordt gewerkt aan een visie hierop, die kan leiden tot nieuwe beleidskeuzes voor de PABO, hoewel algemeen onderkend wordt dat betrokkenen in de PABO al erg veel veranderingen hebben meegemaakt in de afgelopen jaren. De inzet is met een groep PABO‟s en andere betrokken instanties tot een Sterrenschool-achtig concept te komen voor de lerarenopleiding. Om de vraag van leerkrachten over de beschikbaarheid van bruikbaar leermateriaal te beantwoorden, wordt ingezet op de versterking van de educatieve contentketen. Doelstelling is dat het beschikbare leermateriaal eenvoudige toegankelijk wordt en dat leerkrachten die zelf materiaal willen (her)bewerken dit eenvoudig kunnen doen. Met twee internetdiensten wil Kennisnet in 2010 nadrukkelijk de leerkracht in het PO bedienen en daarmee herkenbaar zijn:  Wikiwijs en webmakertools: Wikiwijs maakt (open) digitaal leermateriaal toegankelijk, de docent kan hiervan gebruik makenen om zelf leermateriaal te ontwikkelen.  Leraar24: een multimediaal platform van en voor docenten gericht op de ondersteuning van docenten bij het uitoefenen van hun beroep. Voor kinderen in het PO zal in 2010 de kidsportal verder worden doorontwikkeld.

Pagina 36


Primair onderwijs

Focus primair onderwijs 2010 Per programmalijn wordt in de volgende paragrafen aangegeven hoe Kennisnet in 2010 het primair onderwijs zal ondersteunen. Organisatie Aanleiding

Uit onderzoek blijkt dat de wensen en inzichten van leerkrachten, managers en bestuurders uit elkaar liggen met betrekking tot het gebruik van ict. Technische voorzieningen, vaardigheden van leerkrachten en leermateriaal sluiten onvoldoende op elkaar aan of staan te los van de visie op onderwijs van de school. Dit belemmert het succesvol gebruik van ict en blokkeert om de kwaliteit van het leren te verbeteren. Administratieve processen en verantwoording kosten veel tijd. Ict kan hier een besparing opleveren door verschillende systemen aan elkaar te koppelen. Veel besturen van scholen beseffen dat gestructureerd gebruik van ict-middelen een succesvoorwaarde is om rendement uit de investeringen te halen. Dit blijkt onder meer uit signalen vanuit de bovenschoolse netwerken, de onderwijssalons en de contacten met besturen. Het uit zich in ondersteuningsverzoeken rondom vraagstukken als het invoeren van een elektronische leeromgeving, en dan niet alleen in de klas, maar ook bij het optimaliseren van andere processen. Denk bijvoorbeeld aan administratieve zaken, aan het structureel regelen van ictondersteuning (shared service centres) en aan innovatiecentra naar analogie van City Learning Centres.

Doelstelling

Beschrijving

Beschrijving

In 2010 versterkt Kennisnet de bestuurders en managers bij visieontwikkeling zodat ict integraal onderdeel van de visie op de onderwijsinrichting en bedrijfsvoering wordt.

Verkennen en analyseren In het onderzoeksprogramma EXPO (Experimenteren met ict in het Primair Onderwijs) zullen tien PO-scholen de ruimte krijgen om hun ideeën over de meerwaarde van door hen gebruikte ict-toepassingen te toetsen. Het gaat daarbij om ict-toepassingen die in de schoolpraktijk al zijn geïntroduceerd en waarvan men wil weten of het oplevert wat men vooraf heeft bedacht. Het programma is in het najaar van 2009 gestart, de uitkomsten zullen in 2010 beschikbaar komen. Deze zullen op diverse manieren onder de aandacht worden gebracht bij managers, bestuurders en docenten in het primair onderwijs. (Lerende) netwerken Kennisnet ondersteunt verschillende vormen van lerende netwerken, virtueel en fysiek. Kennisnet brengt deelnemers bij elkaar, organiseert bijeenkomsten en zorgt voor de inbreng van expertise. Ook de inrichting en het onderhoud van virtuele omgevingen wordt door Kennisnet opgepakt. In het PO zet Kennisnet in 2010 in op de volgende lerende netwerken:  Samen deskundiger: managers en bovenschools ict-coördinatoren worden bijeen gebracht, delen en ontwikkelen kennis en kunnen gezamenlijke activiteiten starten. In interactie wordt input geleverd voor de visie van scholen. Daarbij wordt ook gekeken op welke wijze de diensten van Kennisnet door de betreffende scholen kunnen worden benut en aan welke diensten behoefte is.  Samen deskundiger met de PABO: stimuleren van samenwerking met en tussen PABO‟s op bestuurlijk niveau om te komen tot duidelijk afspraken over de inzet van ict. Daarbij gaat het om het versterken van de aandacht voor ict-competenties in het curriculum en het werken aan een Sterrenpabo-concept waarin een onderwijsconcept helemaal opnieuw wordt doordacht.

Pagina 37


Jaarplan2010.kennisnet.nl

Assessment en benchmarks Beschrijving

Kennisnet heeft samen met het onderwijsveld twee onderzoekstools ontwikkeld die uitermate enthousiast door scholen ontvangen zijn. De tools zijn onder een grote groep scholen geijkt, waardoor ze een betrouwbaar instrument zijn geworden voor verder gebruik. Scholen die de tools gebruiken krijgen een goed beeld van zaken op de school volgens de leerkrachten, schoolleiders en het bovenschools management. Vanuit deze overzichten wordt een benchmark met de situatie in Nederland gegeven.  Didactiek in Balans: gericht op de leerkrachten van de betrokken besturen.  Leiderschap in Balans: gericht op de schoolleiders van de betrokken besturen. De tools worden ingezet binnen het Samen Deskundigernetwerk en leveren zo input voor het ontwikkelen van een visie, het opstellen van activiteitenplannen, het uitvoeren en evalueren van voorgenomen activiteiten.

Beschrijving

Beschrijving

(Online) workshops, handreikingen en ondersteuning  Visieworkshop: In de workshop van „visie naar doelen‟ kan de schoolleider met zijn gehele team toewerken naar een ict-beleidsplan. De workshop is online beschikbaar, maakt gebruik van actuele informatie en wordt ondersteund door competentietools. De workshop kan worden begeleid door (getrainde) deelnemers uit het Samen Deskundiger programma of door onderwijsbegeleidingsdiensten.  Onderwijssalons: In (fysieke) onderwijssalons (diner pensants) worden bestuurders, managers en schoolleiders uitgedaagd om, onder begeleiding van Kennisnet, te discussiëren over ict-ontwikkelingen in relatie tot de eigen instellingen. Zoals in de laatste twee jaar op meer dan tien netwerken van besturen is gebleken, vormen deze salons het startpunt van een traject gericht op de ontwikkeling van een visie op bestuursniveau. Veel scholen zullen in 2010, mede in verband met uitspraak van de OPTA over het KPN aanbod, opnieuw een afweging moeten maken over de internetvoorziening. Zij kunnen hierbij rekenen op ondersteuning vanuit Kennisnet in de vorm van informatie over de te maken afwegingen. (Open) standaarden Vanuit het belang van lerenden en een soepel onderwijsproces is het stroomlijnen van de informatiehuishouding wenselijk. Daarbij gaat het om het delen van informatie binnen een instelling en tussen instellingen. De verschillende systemen moeten hierbij met elkaar worden verbonden. Ook moet het begrippenkader op elkaar worden afgestemd. Een eerste voorwaarde is het maken, onderhouden, levend houden en implementeren van afspraken over open standaarden op het gebied van bedrijfsvoering (zowel informatie als processen). De sectororganisaties willen hierbij de handen ineen slaan om te komen tot een gemeenschappelijke informatiearchitectuur voor het gehele onderwijsveld. Kennisnet ondersteunt samen met SURF de sectorraden bij het opstellen van een plan om dit samenwerkingsplatform informatiebeleid Onderwijs vorm te geven. Dit is een complex traject dat tijd zal kosten en dat alleen succesvol kan zijn als het wordt ondersteund door alle sectororganisaties en OCW.

Pagina 38


Primair onderwijs

Professionalisering Aanleiding

De kwaliteit van het onderwijs wordt vooral bepaald door de leerkracht. Uit onderzoek blijkt dat zij zichzelf nog onvoldoende vaardig vinden en behoefte hebben aan ondersteuning bij het toepassen van ict in de les. Daarbij gaat het over kennis over effectief gebruik van ict binnen de school, vaardigheden om ict zelf te kunnen gebruiken en inzicht in de beschikbare middelen. In de wet BIO is wettelijk vastgelegd dat de leerkracht zijn eigen kwaliteit tegen het licht houdt en indien nodig actie onderneemt. Een aspect hierbij is het kunnen omgaan met ict. De behoefte om hier aandacht aan te besteden kan komen doordat zijn directe schoolomgeving verandert door de invoering van digitale schoolborden, elektronische leeromgeving en andere innovaties, maar kan ook worden gestuurd door keuzes ten aanzien van de didactiek, zoals aandacht voor passend onderwijs en het bieden aan maatwerk voor zowel de zwakkere als de zeer goede leerling. Leerkrachten hebben een voorkeur voor leren van en met elkaar. Dat kan zowel binnen het eigen schoolteam als met andere scholen samen. De leerkracht heeft veel verantwoordelijkheden en plichten, waardoor weinig tijd overblijft om te werken aan professionalisering. Dit raakt ook de discussie over ict-competenties. Leerkrachten hebben behoefte aan een snel en efficiënt ingericht leerproces dat aansluit bij hun behoeften. Ook omdat de tijd die leerkrachten hebben om aan professionalisering te besteden beperkt is. Kennisnet biedt een gecombineerde benadering met bijeenkomsten over een langere periode voor leerkrachten die de tijd en ruimte krijgen zich op ict gebied te professionaliseren. Daarnaast biedt Kennisnet toegang tot virtuele netwerken voor leerkrachten en laagdrempelige „just in time‟ tools voor docenten.

Doelstelling

In 2010 versterkt Kennisnet de (aankomende) docent zodat hij zijn ictcompetenties beter kan inzetten in het primaire proces.

(Verkennen) Assessment en benchmarks Beschrijving

In samenwerking met de Pabo‟s en andere relevante partijen wordt een ictcompetentieprofiel voor de leerkracht in het primair onderwijs vastgesteld. Dit profiel sluit aan bij de opvattingen en ontwikkelingen die op dit vlak spelen. De competenties worden niet alleen onder de aandacht gebracht, maar resulteren ook in één zelf-assessment tool, waar de leerkracht zichzelf kan inschalen en vergelijken met andere leerkrachten in Nederland. De bestaande tools zullen in deze zelf-assessment tool worden geïntegreerd. In onze activiteiten met Pabobestuurders worden deze instrumenten ingezet om ict in het pabo-curriculum te borgen. Lerende netwerken

Beschrijving

Kennisnet wil leerkrachten in staat stellen om met en van elkaar te leren en gezamenlijk kennis te ontwikkelen. Dit krijgt vorm op diverse manieren die aansluiten bij de behoeften van de school en de leerkracht en die meer of minder tijdsinstensief kunnen zijn. Kennisnet kent onder andere de volgende netwerken voor docenten in het primair onderwijs:  Ambassadeurs: leerkrachten werken samen aan de ontwikkeling van ictkennis en vaardigheden. De ambassadeur draagt deze over naar de collega‟s van de eigen school. Om succesvol te kunnen zijn is het van belang dat hierbij sprake is van bestuurlijk draagvlak. Ambassadeurstrajecten worden gestart vanuit behoeften die naar voren zijn gekomen in een Samen Deskundiger programma.

Pagina 39


Jaarplan2010.kennisnet.nl

ď ˝

Communities: leerkrachten delen in de communities online materiaal en ervaringen. Communities komen in stand in samenwerking met de Digischool.

(Online) workshops, handreikingen en ondersteuning Beschrijving

Pagina 40

Kennisnet biedt diverse (online) tools en handreikingen die laagdrempelig toegankelijk zijn voor alle docenten. De tools zijn te vinden via de verschillende portals en worden onder de aandacht gebracht in de verschillende netwerken van Kennisnet. In 2010 zal met name Leraar24 hiervoor het platform zijn. ď ˝ Leraar 24: een multimediaal platform van en voor docenten gericht op de ondersteuning van docenten bij het uitoefenen van hun beroep. Leraar24 biedt online informatie over het beroep van leraar bestaande uit informatieve videoâ€&#x;s en verdiepende dossiers.


Primair onderwijs

Professionalisering van de docenten: leerlingen begeleiden slim te gebruike n Aanleiding

Voor het primair onderwijs is de leerling ook een doelgroep. Het juist kunnen zoeken, vinden, selecteren, interpreteren en verwerken van informatie is tegenwoordig net zoâ€&#x;n belangrijke vaardigheid als lezen, schrijven en rekenen. Kinderen gebruiken internet voor ontspanning en om de wereld om zich heen te ontdekken. Vrijwel alle kinderen vinden het leuk om online spelletjes te doen. Docenten en ouders hebben behoefte aan een plek op internet waar kinderen kunnen spelen zonder dat ze worden geconfronteerd met ongewenste inhoud of individuen. Spelen is juist voor deze doelgroep een goede manier om te leren. Daarnaast is het internet ook voor kinderen een plek vol ontdekkingen. Daarbij geldt dat Kennisnet zich met name richt op het ondersteunen van docenten bij het begeleiden van leerlingen. Daarnaast neemt Kennisnet deel aan het netwerk Mediawijsheid dat zich richt op het mediawijzer maken van iedereen.

Doelstelling

ď Ł

In 2010 versterkt Kennisnet de docent zodat hij in staat is leerlingen op een vertrouwde en veilige wijze de mogelijkheden van ict te laten verkennen.

Digitale gereedschappen: Kidsportal Beschrijving

Kennisnet biedt de leerling een veilige speel- en leeromgeving. Een vertrouwde en inspirerende internetomgeving waarmee de leerling in het primair onderwijs al op jonge leeftijd zijn digitale vaardigheden veilig en vertrouwd kan aanscherpen. De site is uitdagend en speels en sluit aan bij het niveau en de interesse van kinderen. Leerlingen kunnen zelfstandig gebruik maken van de site. Digitale gereedschappen: Wedstrijden

Beschrijving

Door inzet van wedstrijden waarbij leerkrachten worden uitgedaagd om met leerlingen te werken aan ict-passingen, zoals het maken van videoâ€&#x;s en websites, stimuleren we het organiseren van ict-gerelateerde activiteiten in de dagelijkse onderwijssetting.

Pagina 41


Jaarplan2010.kennisnet.nl

Leermateriaal Aanleiding

De beschikbaarheid en bruikbaarheid van digitaal leermateriaal blijft voor veel leerkrachten een knelpunt. Leerkrachten willen het beschikbare materiaal makkelijker kunnen vinden (via Kennisnet), willen dat er meer open leermateriaal beschikbaar dat ze vrij van kosten kunnen gebruiken, aanpassen en verspreiden en willen weten welke leermiddelen het beste effect hebben (afhankelijk van de vorm van lesgeven). Om de vindbaarheid te verbeteren blijft aandacht voor de standaardisatie van de beschrijvingen van materiaal van wezenlijk belang. Vervolgens kunnen verschillende collecties via een ingang doorzoekbaar worden gemaakt en kunnen afspraken worden gemaakt over een laagdrempelige ontsluiting vanuit de schoolomgeving. De aandacht voor taal en rekenen maakt dat juist op deze domeinen extra behoefte is aan kwalitatief hoogwaardig digitaal leermateriaal. Het merendeel van de leerkrachten wil zelf geen materiaal ontwikkelen. Zij willen vooral weten hoe ze digitaal leermateriaal kunnen inzetten binnen door de school (of methode) uitgestippelde leerlijnen. Scholen (en leerkrachten) die wel zelf materiaal willen (door) ontwikkelen en delen vragen Kennisnet een bijdrage te leveren aan het inrichten van faciliteiten om dit eenvoudig mogelijk te maken.

Doelstelling

Beschrijving

Beschrijving

4

ď Ł

In 2010 stimuleert Kennisnet het door de leerkracht arrangeren, inzetten en delen van digitaal leermateriaal in het primaire proces.

(Open) standaarden Kennisnet streeft naar beschikbaar digitaal leermateriaal eenvoudig toegankelijk te maken. Open standaarden zijn hierbij cruciaal. Om bijvoorbeeld leermateriaal op een eenvoudige manier vindbaar te maken, is een heldere en eenduidige beschrijving van het materiaal noodzakelijk. De metadata-afspraken zijn gebaseerd op open standaarden die in beheer zijn van Edustandaard.4 Platforms De bestaande platformdiensten zoals Edurep, Entree en het videoplatform worden verder ontwikkeld en onder de aandacht gebracht van relevante contentpartijen. Het succes van de keten begint bij het ontsluiten en toegankelijk maken van relevante collecties. De platforms vormen de basis onder een aantal diensten die Kennisnet samen met partners ontwikkelt. Daarbij gaat het, naast Wikiwijs, onder andere om: ď ˝ Acadin: een (leer)omgeving die op verschillende manieren ruimte biedt de talenten van leerlingen met (uitzonderlijk) cognitief talent verder te ontwikkelen. Acadin faciliteert het aanbieden van onderwijs op maat voor deze doelgroep en biedt ondersteuning aan onderwijsgevenden die hen daarbij begeleiden. Acadin ontsluit collecties met voor deze groep interessant leermateriaal en vanuit de leeromgeving kan worden gecommuniceerd met specialisten, experts, wetenschappers en andere hoogbegaafde kinderen. Acadin wordt samen met het SLO verder ontwikkeld en komt voort uit het excellentieprogramma basisonderwijs (Ministerie van OCW, 2008d).

EduStandaard is een samenwerking van scholen, contentleveranciers en dienstverlenende instanties. De activiteiten zijn op dit moment belegd bij Kennisnet. EduStandaard voorziet in de behoefte aan afspraken over standaarden voor het Nederlandse onderwijs en beheert en onderhoudt deze afspraken over onderwijstechnologische standaarden en specificaties.

Pagina 42


Primair onderwijs

Teleblik: biedt toegang tot duizenden uren televisiemateriaal. In Teleblik worden televisieuitzendingen van onder andere de publieke omroepen en Polygoon via internet toegankelijk gemaakt voor het onderwijs. Teleblik wordt samen met Teleac en Beeld en Geluid uitgevoerd. De start van het project is gefinancierd door het ministerie van OCW, vanaf 2009 worden de kosten gedragen door de partners zelf. Naast Teleblik is er vanaf september 2009 ook Ed*it. Deze dienst van Beeld en Geluid bouwt voort op Teleblik (1.0) en biedt meer mogelijkheden dan het gratis Teleblik. Voor deze dienst moeten gebruikers betalen. Digitale gereedschappen Kennisnet biedt de volgende digitale hulpmiddelen voor leerkrachten om zelf leermateriaal te ontwikkelen of arrangeren:  Wikiwijs: de leerkracht kan op Wikiwijs (open) leermateriaal (door)ontwikkelen, arrangeren en gebruiken én kan in contact komen met andere leerkrachten in de communities.  Webmakertools ondersteunen de leerkracht bij het maken van lessen, die ondersteund of gestuurd worden door webtoepassingen. De set tools die wij leveren bestaat uit: o Onderwijsetalage: leerkrachten kunnen opdrachten, verwijzingen, beeld en geluidmateriaal tonen aan hun leerlingen. o Lessenmaker: de leerkracht kan lessen maken die via internet vrij te benaderen zijn. o Webquestmaker: de leerkracht kan een webquest maken. Een webquest is een opdracht waarbij leerlingen zelf actief op zoek gaan naar informatie en kennis op internet. o Websitemaker: als instrument voor het uitvoeren van lessen met ict-activiteiten. Websitemaker is een tool waarmee leerlingen zelf een website kunnen maken. Leerkrachten kunnen deze tool bijvoorbeeld inzetten voor het maken van werkstukken. o Groepen: een basale voorziening waarmee snel kennis en informatie kan worden gedeeld in een op eigen initiatief op te richten groep. 

Beschrijving

Pagina 43


Voortgezet Onderwijs

(ver)rijk onderwijs, natuurlijk met ict! Jaarplan2010.kennisnet.nl In het voorgezet onderwijs is de druk om te veranderen groot. Leerlingen, hun ouders en de samenleving vragen meer maatwerk en kwaliteit terwijl veel scholen te maken hebben met het lerarentekort en een hoge werkdruk. Het voortgezet onderwijs neemt initiatieven om met ict deze uitdagingen aan te gaan. Kennisnet ondersteunt en inspireert deze beweging door het beschikbaar stellen van expertise en diensten. Het stimuleren van een integrale ict-benadering op de scholen blijft een prioriteit, daarom ondersteunt Kennisnet lerende netwerken van managers en docenten. Daarnaast zijn breed toegankelijke toepassingen beschikbaar onder andere gericht op het (door)ontwikkelen en delen van digitaal leermateriaal en de professionalisering van docenten.


Jaarplan2010.kennisnet.nl

Ontwikkelingen in het voortgezet onderwijs Leerlingen (x 1.000) 2008/2009 - leerlingen 900 - gediplomeerden 173 - ongediplomeerde 34 schoolverlaters Instellingen aantal scholen 647 Personeel (x 1.000 fte) 2008 - directie 4 - docenten 64 - overig personeel 18 OCW in kerncijfers (Ministerie van OCW, 2009d)

Het voortgezet onderwijs is in beweging. In de afgelopen periode zijn diverse maatregelen en activiteiten geïnitieerd die nieuwe ontwikkelingen op gang hebben gebracht. Niet alleen gericht op het oplossen van de aanwezige problemen, ook om ruimte te creëren voor de benodigde onderwijsvernieuwing.

Het voortgezet onderwijs staat onder druk. Als het gaat om de inhoud van het onderwijs is er bij velen zorg over de kwaliteit van het taal- en rekenonderwijs, het bieden van een „optimale leerloopbaan‟ voor iedere leerling en een betere voorbereiding van leerlingen op de maatschappij. Daarnaast wordt afgevraagd of scholen niet teveel naar binnen gericht zijn. Leren vindt in toenemende mate buitenschools plaats. Het is van groot belang dat het voortgezet onderwijs verbonden blijft met en inspeelt op deze omgeving. Docenten uiten hun onvrede over de werkdruk en de geringe aandacht die ze kunnen besteden aan zorgleerlingen door de grootte van de klassen. Door de vergrijzing dreigt vakkennis te verdwijnen en er is veel kritiek over de kwaliteit ven de lerarenopleidingen. Het versterken van de professionaliteit van het onderwijspersoneel is een prioriteit, ook vanwege het verwachte lerarentekort. Het is belangrijk dit probleem structureel op te lossen. Noodmaatregelen, zoals het inzetten van onbevoegde docenten en mensen uit het bedrijfsleven, leiden op den duur tot aantasting van de kwaliteit van het onderwijs. Een ander aandachtspunt is het leermiddelenbeleid. De invoering van de „gratis schoolboeken‟ heeft voor beweging gezorgd. Scholen hebben hiermee de mogelijkheid gekregen om het leermiddelenbeleid in te passen in de totale visie van de instelling. Wat precies de effecten zijn, is nog niet zeker. De grote omslag van folio naar digitaal leermateriaal is vooralsnog achterwege gebleven. Onder regie van de VO-raad neemt de sector zelf de verantwoordelijkheid. Vanuit eigen kracht en op basis van een gedeelde visie werkt men aan een nieuwe balans om voortgezet onderwijs te creëren, waarin iedereen zijn plek vindt en maximaal wordt uitgedaagd zijn talent te ontplooien. Uiteraard staat het leren van leerlingen hierbij centraal. Het is echter net zo belangrijk een optimale omgeving te creëren waar docenten, ouders, het bedrijfsleven en alle andere actoren in de sector zich thuis voelen (VO-raad, 2008; VO-raad, 2009). Een laatste punt is de manier waarop een school haar informatiehuishouding heeft ingericht. Vanuit het belang van leerlingen en een soepel en aansluitend onderwijsproces is afstemming tussen de diverse sectoren en het stroomlijnen van de processen wenselijk. Uitwisseling van gegevens over het leerproces en de leerresultaten helpt om de doorlopende begeleiding van leerlingen goed vorm te kunnen geven. Daarnaast is het beschikbaar stellen van informatie een onderdeel van de verantwoordingsplicht aan overheden. Door het koppelen van bedrijfsprocessen aan het leerproces kan het onderwijs effectiever worden ingevuld en kunnen docenten worden ontlast van tijdrovende administratieve taken en zich richten op de primaire taak: het ontwikkelen van kennis, vaardigheden en sociale competenties bij een heterogener wordende populatie leerlingen.

Pagina 46


Voortgezet onderwijs

Ict in het voorgezet onderwijs Scholen kennen een grote variëteit aan toepassingen en vinden dat ict een onlosmakelijk onderdeel van de inrichting en organisatie van het onderwijs is geworden. Docenten vragen zich niet meer af of zij gebruik van ict moeten maken, maar hoe zij ict kunnen inzetten om recht te doen aan het specifieke leerproces van de individuele leerling. Managers vinden ict vooral van belang bij het vormgeven van aantrekkelijker onderwijs voor leerlingen, het creëren van een rijke leeromgeving en het flexibiliseren van het leerproces. Van hen wordt verwacht dat zij samen met docenten een schoolspecifieke en integrale visie over het gebruik van ict samenstellen. Dit is vooralsnog niet op alle scholen gelukt. Ongeveer vijfenveertig procent van de scholen in het voortgezet onderwijs heeft een visie en beleidsplan dat ook daadwerkelijk in de praktijk wordt gebracht. De andere scholen zijn nog niet zover. Eenenzestig procent van de docenten maakt gebruik van computers tijdens de les. Managers gaan ervan uit dat dit aantal verder stijgt. Zij verwachten dat over drie jaar negen van de tien docenten computers bij het lesgeven gebruikt. In de school is per zes leerlingen één computer beschikbaar. Hierbij is het aantal digitale schoolborden sterk gestegen. Drieënnegentig procent van de scholen heeft er inmiddels minimaal één aangeschaft. Docenten geven aan nog wel behoefte te hebben aan meer computers, betere ondersteuning en snellere verbindingen. Managers leggen de prioriteit meer bij het ontwikkelen van ictbeleid en deskundigheidsbevordering. Docenten gebruiken het internet voor het zoeken van informatie, maken gebruik van oefenprogramma‟s, tekstverwerking, elektronische leeromgevingen en gebruiken het internet als communicatiekanaal. Leerlingen gebruiken ict vooral om informatie te zoeken op het internet, met elkaar in contact te komen en om samen te werken aan opdrachten. Hoewel leerlingen over behoorlijke ict-vaardigheden beschikken, blijkt uit onderzoek dat de typering digital natives empirisch niet houdbaar is. Zo blijven de informatievaardigheden van leerlingen achter. Ze kunnen wel informatie op internet zoeken, maar blijken slecht te kunnen beoordelen wat deze informatie waard is en hoe ze er op zinvolle wijze gebruik van kunnen maken. De beschikbaarheid van bruikbaar digitaal leermateriaal blijft een belangrijk knelpunt. Door internet is de hoeveelheid beschikbare informatie exponentieel toegenomen. Toch ervaren docenten het aanbod als onvoldoende bruikbaar. Ze willen bijvoorbeeld het materiaal zelf kunnen aanpassen en ermee experimenteren. Betere vindbaarheid, het koppelen van leermateriaal aan onderdelen van het curriculum en inzichtelijk maken wat collega-docenten van het materiaal vinden door middel van social tagging worden gezien als mogelijke oplossingen (Kennisnet, 2009d).

Pagina 47


Jaarplan2010.kennisnet.nl

Kennisnet en het voorgezet onderwijs Kennisnet ondersteunt scholen bij het effectief gebruik van ict. De behoefte van de school is hierbij het uitgangspunt. Kennisnet bepaalt hierbij op basis van haar expertise op welke wijze wordt ingespeeld op behoeften. Het uitgangspunt hierbij is dat de geboden ondersteuning een bijdrage levert aan het realiseren van onze missie (effectief gebruik van ict in het onderwijs) en er geen sprake is van marktverstoring. Daarnaast draagt Kennisnet bij aan de sectorbrede initiatieven zoals in gang gezet vanuit de VO-raad. Daarbij gaat het om het leveren van expertise en de inzet van onze diensten. Waar nodig wordt extra kennis ontwikkeld door het doen van onderzoek of het uitzetten van experimenten. Scholen vragen Kennisnet ondersteuning bij het formuleren van een integrale visie over het gebruik van ict in onderwijs. Daarbij voelen managers zich het meest geholpen als zij meer in contact komen met scholen die hun ict-beleid al hebben vormgegeven vanuit een vergelijkbare onderwijsvisie. Zij willen meer kennis en praktijkervaringen uitwisselen over thema‟s als het investeren in infrastructuur, informatiedragers als tablets en e-boeken en mobiliteit. Ook willen zij weten welke ict-strategieën effectief zijn en wat de kosten en baten van een gekozen ict investering zijn. Docenten vragen zich niet meer af of zij gebruik van ict zouden moeten maken maar op welke wijze zij ict-middelen kunnen inzetten die optimaal passen in de wens hun onderwijs te flexibiliseren en variëren. Om passende ondersteuning te bieden staat het opbouwen en onderhouden van de relatie met scholen centraal. Daarbij gaat het over samenwerking tussen scholen en tussen scholen en Kennisnet. Dit heeft tot doel te komen tot een geïntegreerde aanpak van ict bij de inrichting van het onderwijs en het ondersteunen van de processen rond het leren. De kern hiervan wordt gevormd door het Ambassadeurs- en het Managersprogramma. Binnen deze programma‟s worden scholen op basis van hun kenmerken samengebracht in fysieke en virtuele lerende netwerken. Daarbij ligt de focus op het versterken van de visievorming van de leidinggevende/beslisser samen met de docent. Verder worden internetdiensten ingezet die zich richten op de ondersteuning van alle docenten en professionals. In 2010 ligt de focus vooral op:  Vakcommunities: het platform waar docenten met collega‟s in contact kunnen komen om ervaringen over het vak uit te wisselen en waar ze samen kunnen werken aan de integratie van ict in het onderwijs.  Wikiwijs: een open leermaterialenplatform voor de gehele onderwijskolom waar docenten leermaterialen kunnen vinden, arrangeren en uploaden.  Leraar24: een multimediaal platform van en voor docenten gericht op de ondersteuning van docenten bij het uitoefenen van hun beroep.

Pagina 48


Voortgezet onderwijs

Focus voorgezet onderwijs in 2010 Op welke wijze Kennisnet in 2010 vorm geeft aan het ondersteunen en inspireren van het voortgezet onderwijs wordt op de volgende pagina‟s uitgewerkt.

Organisatie Aanleiding

Scholen zijn verantwoordelijk voor de inrichting en uitvoering van de eigen organisatie. Deze verantwoordelijkheid strekt zich uit van onderwijsinhoud tot bedrijfsvoering. Ict is in alle aspecten van de schoolorganisatie inzetbaar. Om tot verantwoorde keuzes te komen, spelen de volgende zaken een rol: onderwijsvisie, onderwijsinnovatie, omgeving (gebouw, inrichting en ict), financiën, verantwoording, personeelsbeleid en schoolcultuur. Besturen en management van onderwijsinstellingen hebben behoefte aan ondersteuning bij het ontwikkelen van een visie en de implementatie hiervan zowel ten aanzien van de inzet van ict bij het leren zelf als in de bedrijfsvoering. Samenwerking en samenhang tussen instellingen is essentieel om zaken echt van de grond te kunnen krijgen. Ook de samenwerking met andere sectoren speelt hierbij een rol. Informatiebeleid, met een nadruk op het uitwisselen van gegevens in de keten, is hierbij een van de aandachtspunten. De VO-raad heeft aangekondigd in het voorjaar een plan te presenteren waarin de ambities van het onderwijs zelf zullen worden neergelegd. Daarbij gaat het om het innoveren van het voortgezet onderwijs, zodat de kwaliteit en het proces aansluit bij de kennisambities van Nederland. Kennisnet is gevraagd het tot stand komen van het plan te ondersteunen.

Doelstelling

In 2010 versterkt Kennisnet de bestuurders en directies zodat zij ict als integraal onderdeel in de onderwijsvisie gaan hanteren.

Verkennen en analyseren Beschrijving

De VO-raad heeft de ambitie om nieuwe contouren te formuleren voor het Nederlandse voortgezet onderwijs. Juist omdat het voortgezet onderwijs de verbindende schakel is tussen het primair onderwijs en het MBO en hoger onderwijs wordt ook gekeken naar de raakvlakken met andere sectoren. Dit wil zij doen in samenwerking met onder andere Kennisnet, SLO, Citogroep, GEU en Digischool. De opdracht die de VO-raad zichzelf heeft gesteld is het onderwijs „klaar‟ te maken voor een leidende rol in de ontwikkeling van een hoogwaardige kenniseconomie in Nederland. Het gaat daarbij om het optimaal ontwikkelen van talenten van iedereen. Ict is daarbij een belangrijk middel. Kennisnet zal dit traject ondersteunen. In eerste instantie door het inbrengen van expertise en het ondersteunen van het tot stand komen van het Masterplan. Dit zal in mei worden gepresenteerd tijdens het VO-congres. Afhankelijk van de geformuleerde doelstellingen kan Kennisnet ook een rol spelen bij de verdere uitwerking. Bijvoorbeeld door het ontwikkelen van relevante kennis. Dit kan op drie manieren vorm krijgen:  Onderzoek: het, samen met betrokkenen uit het veld, uitvoeren van (desk)research naar een bepaald onderwerp. Het doel is de ontwikkeling van nieuwe (collectieve) kennis.  Experimenten: het samen met een of meerdere instellingen experimenteren om een theorie te toetsen in de praktijk. Het doel is de ontwikkeling van getoetste (collectieve) kennis.  Demonstrator: het vertalen van een vraag in een tastbare ict oplossing. Het doel is de vraag aan te scherpen en kennis te ontwikkelen over het gewenste aanbod.

Pagina 49


Jaarplan2010.kennisnet.nl

(Lerende) netwerken Beschrijving

Kennisnet ondersteunt verschillende vormen van lerende netwerken, virtueel en fysiek. Kennisnet brengt deelnemers bij elkaar, organiseert bijeenkomsten en zorgt voor de inbreng van expertise. Ook de inrichting en het onderhoud van virtuele omgevingen wordt door Kennisnet opgepakt. In het VO zet Kennisnet in 2010 in op de volgende lerende netwerken:  Managersprogramma VO: managers worden bijeen gebracht, delen en ontwikkelen kennis en kunnen gezamenlijke activiteiten starten om te komen tot een effectief gebruik van ict. Managers bepalen vooraf wat zij in het programma willen bereiken. Kennisnet ondersteunt dit proces en brengt expertise in die aansluit bij de behoeften van de groep. Vanuit elke managersgroep is een directe koppeling met een ambassadeursgroep VO, waardoor manager en docent/ambassadeur gezamenlijk kunnen optrekken in het realiseren van doelen.  Regionale en/of thematische netwerken: Relevante spelers vanuit instellingen en andere partijen worden bij elkaar gebracht om gezamenlijk in een aantal stappen op een actueel thema kennis te delen en ontwikkelen. Assessment en benchmarks

Beschrijving

De meerderheid van de VO-scholen is van plan de komende jaren te gaan investeren, te gaan verbouwen of nieuwbouwprojecten op te starten. In de oriëntatie- en ontwerpfase is het belangrijk de ict-investering geïntegreerd te benaderen, vanuit de relatie visie, onderwijs, personeel, organisatie en gebouw. In 2009 is een vooronderzoek uitgevoerd om te komen tot een beslisboom. Een online tool waar de geïntegreerde aanpak van ict-investeringen binnen een onderwijsinstelling centraal staat. Het streven is om deze tool in 2010 beschikbaar te stellen aan de VO instellingen. (Open) standaarden

Beschrijving

Scholen hebben in toenemende mate behoefte aan het tot stand brengen van koppelingen tussen verschillende systemen waarin gegevens van leerlingen worden vastgelegd, bijvoorbeeld de leerlingvolgsystemen en de leerlingenadministratie. Hiermee kunnen de bedrijfsprocessen binnen de school verbeterd worden. Vanuit het belang van lerenden en een soepel onderwijsproces is het stroomlijnen van de informatiehuishouding ook tussen instellingen wenselijk om zo een doorlopende leerlijn te faciliteren. De verschillende systemen zullen met elkaar worden verbonden. Ook moet het begrippenkader op elkaar worden afgestemd. Een eerste voorwaarde is het maken, onderhouden, levend houden en implementeren van afspraken over open standaarden op het gebied van bedrijfsvoering (zowel informatie als processen). De sectororganisaties willen hierbij de handen ineen slaan om te komen tot een gemeenschappelijke informatiearchitectuur voor het gehele onderwijsveld. Kennisnet ondersteunt samen met SURF de sectorraden bij het opstellen van een plan om dit samenwerkingsplatform informatiebeleid Onderwijs vorm te geven. Dit is een complex traject dat tijd zal kosten en dat alleen succesvol kan zijn als het wordt ondersteund door alle sectororganisaties en OCW.

Pagina 50


Voortgezet onderwijs

Professionalisering Aanleiding

Doelstelling

Om leerlingen optimaal te ondersteunen in het leren is het noodzakelijk dat docenten beschikken over passende competenties en vaardigheden. Veranderende maatschappelijke wensen ten aanzien van het onderwijs, schaarste in het docentenaanbod en veranderende leerlingen dwingen scholen na te denken over de optimalisering van de invulling van de professionele rol van de docent. Het is van belang dat docenten over voldoende ict-competenties beschikken om ict te gebruiken. Daarbij is er ook aandacht voor de vaardigheden die docenten in staat stellen leermateriaal te gebruiken door uit verschillende componenten lesmateriaal samen te stellen. Ict kan ook worden gebruikt als middel om professionalisering van docenten vorm te geven op uiteenlopende gebieden. In dit kader wordt ook gekeken naar de mogelijkheden die ict kan bieden bij het uitoefenen van het docentenberoep en de professionalisering. Er wordt veel aandacht besteed aan aankomende leraren, met name door het aangaan van verbindingen met lerarenopleidingen. Centraal staat hierbij de noodzaak tot het delen van kennis en het gezamenlijk bepalen van de ict-competenties. ď Ł

In 2010 versterkt Kennisnet de (aankomend) docent in het VO zodat hij zijn ict-competenties beter kan inzetten in het primaire proces.

Assessment en benchmarks Beschrijving

Er is in 2009 een ict-competentieprofiel voor docent vastgesteld op basis van de Adef (de vereniging van Lerarenopleidingen in het HBO) Kennisbasis ict. Het profiel wordt verwerkt in een zelf-assessment tool waarbij de docent eigen vaardigheden kan vergelijken met andere docenten in Nederland. De bestaande tools (vier in balans, ict-assessment) worden stopgezet, zodra deze tool beschikbaar is. (Lerende) netwerken (fysiek en virtueel)

Beschrijving

In het VO wordt voor de professionalisering ingezet op lerende netwerken. Daarbij gaat het om een combinatie van virtuele en fysieke netwerken. De combinatie van verschillende netwerken en het leggen van de relatie tussen docenten en managers maakt het voor scholen mogelijk professionalisering structureel in te bedden in het schoolbeleid. ď ˝ Ambassadeursnetwerk: dit zijn netwerken waarbij fysieke bijeenkomsten centraal staat. Kennisnet brengt deelnemers bij elkaar, organiseert bijeenkomsten en zorgt voor de inbreng van expertise. Bij de start wordt voor de deelnemers vastgelegd wat de (leer)doelen van het programma zijn en op welke wijze dit kan worden ingebed in de school. Daarbij wordt gezocht naar aansluiting bij het managersprogramma. Het netwerk wordt ondersteund door een online informatiekanaal waar kennis kan worden uitgewisseld en waar relevante publicaties en bijeenkomsten beschikbaar zijn. ď ˝ Communities: dit zijn virtuele netwerken waarbij docenten van elkaar kunnen leren en kennis met elkaar kunnen delen. Vooraf zijn er geen leer- of ontwikkeldoelen. De actuele leerbehoefte van de deelnemers is leidend. De vakcommunities worden samen met Digischool uitgevoerd. Samen verzorgen we de technische voorzieningen en wordt informatie ingebracht.

Pagina 51


Jaarplan2010.kennisnet.nl

Beschrijving

(Online) workshops, handreikingen en ondersteuning Kennisnet biedt ook diverse (online) tools en handreikingen die laagdrempelig toegankelijk zijn voor alle docenten. De tools zijn te vinden via de verschillende portals en worden onder de aandacht gebracht in de verschillende netwerken van Kennisnet. In 2010 biedt Kennisnet de volgende (online) workshops en handreikingen aan:  Leraar 24: een multimediaal platform van en voor docenten gericht op de ondersteuning van docenten bij het uitoefenen van hun beroep. Leraar24 biedt online informatie over het beroep van leraar bestaande uit informatieve video‟s en verdiepende dossiers.  Online workshops ict-competenties: online workshops over specifieke ictcompetenties.  Gestandaardiseerde fysieke workshops over ict competenties bij ambassadeursbijeenkomsten en/of tijdens „maatwerkbijeenkomsten‟. In programma‟s zoals Wikiwijs is professionalisering een belangrijk aspect.

Pagina 52


Voortgezet onderwijs

Leermateriaal Aanleiding

De beschikbaarheid van digitaal leermateriaal wordt vooral in het VO gezien als een belangrijk knelpunt. Kwalitatief hoogwaardig leermateriaal is van belang omdat dit een van de bepalende factoren is voor de kwaliteit van het onderwijs. Scholen maken nu veelal gebruik van de bekende methodes. De focus ligt op folio materiaal. Mede als gevolg van de „gratis leerboekenâ€&#x; maatregelen is een verschuiving zichtbaar in de VO-sector. Directies zijn op zoek naar alternatieven voor methodes en dure werkboeken. Leermiddelenbeleid wordt gezien in samenhang met algemeen onderwijsbeleid. Daarbij is er aandacht voor digitaal leermateriaal, omdat dit de mogelijkheden tot flexibiliteit vergroot en mogelijk kosten bespaart. Ict maakt het voor scholen (of individuele docenten) mogelijk om zelf leermateriaal te ontwikkelen en te delen. Een belangrijke ontwikkeling is dat de samenwerking binnen en tussen instellingen toeneemt. De betrokkenheid van de VO-raad bij dit thema heeft geresulteerd in de oprichting van het IP-VO. VOcontent.nl is hiervan het eerste resultaat. De verdere ontwikkeling van VO-content zal in samenwerking met Wikiwijs vorm krijgen. Om het gebruik van digitaal leermateriaal te bevorderen moet het aangeboden materiaal duidelijk zijn gekoppeld aan kerndoelen. Daarbij is het van belang dat uiteindelijk een dekkend aanbod ontstaat en dat docenten in staat zijn om met losse componenten, digitaal en folio, zelf een leerlijn inhoud te geven.

Doelstelling

ď Ł

In 2010 stimuleert Kennisnet het door de docent arrangeren, inzetten en delen van digitaal leermateriaal in het primaire proces.

Platforms Beschrijving

Kennisnet streeft er naar beschikbaar digitaal leermateriaal eenvoudig toegankelijk te maken. De VO-raad heeft in het kader van het IP-VO een forse impuls gegeven aan de ontwikkelingen en het delen van open leermateriaal. VOcontent.nl (voorheen bekend als de Landelijke Open Leermiddelenbank) zal voor het voortgezet onderwijs een veelheid aan kwalitatief hoogwaardig open leermateriaal bieden. Kennisnet speelt hierbij, op verzoek van de VO-raad, een regisserende rol, vooral daar waar het gaat om het gebruik van open standaarden en het organiseren van de educatieve contentketen. Om het leermateriaal op een eenvoudige manier vindbaar te maken, is een heldere en eenduidige beschrijving van het materiaal noodzakelijk met behulp van de metadata-afspraken, gebaseerd op open standaarden zoals ze nu zijn vastgelegd en in beheer zijn genomen door Edustandaard.5 De bestaande platformdiensten zoals Edurep, Entree en het videoplatform leggen de basis onder de open leermiddelenbank. Daarnaast zal in overleg met het IPVO en Wikiwijs worden bezien welke collecties toegankelijk kunnen worden gemaakt.

5

EduStandaard is een samenwerking van scholen, contentleveranciers en dienstverlenende instanties. De activiteiten zijn op dit moment belegd bij Kennisnet. EduStandaard voorziet in de behoefte aan afspraken over standaarden voor het Nederlandse onderwijs en beheert en onderhoudt deze afspraken over onderwijstechnologische standaarden en specificaties. Meer informatie vindt u op www.edustandaard.nl.

Pagina 53


Jaarplan2010.kennisnet.nl

Digitale gereedschappen Beschrijving

Pagina 54

Het aantal docenten dat echt actief gebruik maakt van digitaal leermateriaal is beperkt. De aandacht voor het thema is, mede in relatie tot „gratis schoolboeken‟, vergroot. Kennisnet biedt een aantal online middelen voor docenten om zelf leermateriaal te ontwikkelen, te arrangeren, te delen of gewoon te gebruiken. Daarbij zal de grootste groep docenten vooral kiezen voor het gebruik:  Wikiwijs: de leerkracht kan hiermee leermateriaal (door)ontwikkelen, arrangeren en gebruiken én kan in contact komen met andere leerkrachten in de communities.  Communities: voor docenten is een logische plek om zich online op het eigen vak te oriënteren en te bezien welke digitale leermaterialen er zijn binnen de eigen vakcommunity. Docenten vinden hier niet alleen leermateriaal, maar ook informatie over het gebruik. De relatie tussen communities en Wikiwijs zal in 2010 nader vorm krijgen.  Webmakertools webtoepassingen die de leerkracht ondersteunen bij het maken van lessen. De set tools die Kennisnet heeft zijn: o Onderwijsetalage: leerkrachten kunnen hiermee opdrachten, verwijzingen, beeld en geluidmateriaal tonen aan hun leerlingen. o Lessenmaker: de leerkracht kan hiermee lessen maken die via internet vrij te benaderen zijn. o Webquestmaker: de leerkracht kan hiermee een webquest maken. Een webquest is een opdracht waarbij leerlingen zelf actief op zoek gaan naar informatie en kennis op internet. o Websitemaker: instrument voor het uitvoeren van lessen met ict-activiteiten. Websitemaker is een tool waarmee leerlingen zelf een website kunnen maken. Leerkrachten kunnen deze tool bijvoorbeeld inzetten voor het maken van werkstukken.


Jaarplan2010.kennisnet.nl In het middelbaar beroepsonderwijs is de implementatie van het competentiegericht onderwijs in de laatste fase gekomen. Naast het voldoen aan de kwalificatiedossiers werken instellingen aan het beter laten aansluiten van het onderwijs op de individuele wensen en behoeften van deelnemers en het bedrijfsleven. De beschikbare middelen zijn echter beperkt. Ict wordt niet alleen gezien als middel om de kwaliteit van het leren te verbeteren, maar ook als instrument om de bedrijfsvoering te verbeteren en flexibiliteit mogelijk te maken. Instellingen nemen zelf het initiatief. Kennisnet ondersteunt hen met expertise en diensten en inspireert door samen met hen complexe vraagstukken te onderzoeken en oplossingen te verkennen.

Middelbaar Beroepsonderwijs

(ver)rijk onderwijs, natuurlijk met ict!


Jaarplan2010.kennisnet.nl

Ontwikkelingen in het middelbaar beroepsonderwijs Leerlingen (x 1.000)* - BOL Voltijds - BOL Deeltijds - BBL Totaal BOL en BBL VAVO Educatie Totaal VAVO en educatie Totaal Onderwijsinstellingen ROC‟s Vakinstellingen Overig WEB-instelling AOC‟s Totaal Kenniscentra Personeel (x 1.000 fte) - directie - docenten en overig personeel * exclusief deelnemers NT2 OCW in kerncijfers, MBO-raad, (Ministerie van OCW, 2009d)

2008/ 2009 341 11 170 522 14 37 51 573 2008 43 13 4 13 73 17 2008 0,5 44

Het Middelbaar Beroepsonderwijs (MBO) is op zoek naar mogelijkheden om binnen de gestelde kaders passende dienstverlening te bieden aan studenten en het bedrijfsleven. Daarbij heeft zij te maken met een aantal ontwikkelingen op de inhoud en de organisatie van het onderwijs. De implementatie van het competentiegericht onderwijs is in de laatste fase terecht gekomen. Teams, docenten en begeleiders zijn bekend met de inhoud van de kwalificatiedossiers en zijn bezig het onderwijs volledig op deze dossiers te laten aansluiten. Zij zorgen voor adequaat leermateriaal en voor passende vormen van toetsing en examinering. Dit moet leiden tot een hogere kwaliteit, iets waar de student in het MBO nadrukkelijk om vraagt, een kwart van de studenten gaf in 2008 hun opleiding en instelling een onvoldoende (JOB, 2008). In ditzelfde kader zal het MBO aandacht gaan besteden aan het versterken van taal- en rekenvaardigheden, zo wordt voor het eerst centrale examinering voor Taal en Rekenen ingevoerd. Dit leidt tot nieuwe onderwijs- en organisatievormen van Taal en Rekenen.

Met de invoering van het competentiegericht onderwijs neemt de aandacht voor het leren in en met de praktijk verder toe. Binnen de AOC-raad beroepspraktijkvorming ligt een aantal knelpunten die moeten worden opgepakt om de gewenste resultaten te bereiken (Dijk 12, 2009). Daarnaast ontstaan er – in aanvulling op de traditionele stage - steeds meer vormen van werkplekleren. Instellingen hebben hun eigen leerbedrijven in de school, of plaatsen hun “school” juist ín het bedrijf. Mede door de economische crisis stijgt het aantal deelnemers in het MBO. Er zijn meer nieuwe inschrijvingen, studenten kiezen ervoor langer door te leren en er vindt een verschuiving plaats van beroepsbegeleide leerweg (BBL) naar beroepsopleidende leerweg (BOL) (Ministerie van OCW, 2009). Tegelijkertijd is sprake van afnemende inkomsten als gevolg van de marktwerking op volwasseneneducatie (MBO-raad, 2009). Dit maakt dat de instellingen onder financiële druk staan. Studenten en bedrijfsleven vragen daarnaast om een groot aantal specifieke opleidingen en flexibiliteit in leertrajecten. De onderwijslogistiek moet zo worden ingericht dat het mogelijk is de juiste balans te vinden tussen efficiëntie/betaalbaarheid en een gevarieerd aanbod. Het ondersteunen van de individuele student neemt in belang toe. Studenten in het MBO zijn erg divers, in leeftijd, vooropleiding en het ontwikkelingsniveau. Ze hebben allemaal behoefte aan kwalitatief hoogwaardig onderwijs dat aansluit bij hun talenten en hun ervaringen. Om studenten goed te kunnen op- en begeleiden werken docenten in teams, waarbinnen zij verschillende rollen vervullen. Naast het overdragen van het ambacht is er daarbij steeds meer aandacht voor coaching en (loopbaan)begeleiding. De druk op verantwoording neemt toe. Instellingen en docenten moeten aan verschillende stakeholders aantonen in hoeverre zij aan de gestelde regels en afspraken voldoen. Het gaat bijvoorbeeld om verzuimregistratie, het registreren van aanwezigheid in het kader van onderwijstijd en het voldoen aan de nog vast te stellen examenprofielen. MBO instellingen zoeken samen naar nieuwe concepten en oplossingen om op bovenstaande ontwikkelingen in te kunnen spelen. Hierbij is duidelijk dat onderwijs en bedrijfsvoering niet langer “los” van elkaar beschouwd kunnen worden. Initiatieven als Parell, Triple A en Netwerkschool 2.0 hebben geresulteerd in nieuwe ideeën over de inrichting van bedrijfsvoering en de onderwijsorganisatie in het MBO. Ook procesmanagement MBO2010 blijft het komende jaar instellingen ondersteunen bij hun vraagstukken rond bedrijfsvoering en professionalisering.

Pagina 56


Middelbaar beroepsonderwijs

Ict in het middelbaar beroepsonderwijs Docenten in het MBO maken steeds vaker gebruik van elektronische leeromgevingen, digitale toets- en oefenprogramma‟s en digitaal leermateriaal6. Tegelijkertijd vindt zestig procent van de docenten dat zij nog niet vaardig genoeg is in het didactisch gebruik van ict. Docenten geven ook aan dat zij nog steeds over onvoldoende digitaal leermateriaal beschikken dat past bij hun vakgebied en het competentiegericht onderwijs daarbinnen. Zij geven prioriteit aan het beter vindbaar maken van dit leermateriaal aan de hand van domeinen, competenties, leerdoelen en referentieniveaus. Door de invoering van het centraal examen Taal en Rekenen in het MBO is de vraag om adequaat digitaal leermateriaal op dit gebied zeer actueel. Tenslotte vinden docenten het moeilijk om binnen de nieuwe ontwikkelingen op ict gebied de juiste keuzes te maken. Niet alleen de eigen instelling biedt bijvoorbeeld een leeromgeving aan, maar ook de uitgeverij, branche of het kenniscentrum hebben hun eigen webomgevingen waarin digitaal les- en toetsmateriaal staat of ontwikkeld kan worden. Kiest de docent nu voor de één, de ander, of voor een combinatie? Binnen een instelling draaien er zestig tot duizend applicaties. Tussen instellingen is er sprake van een grote variëteit aan applicaties. Binnen bepaalde instellingen geldt dat ook voor de onderwijsafdelingen. Het organiseren van goede vraagsturing op de ict-voorzieningen binnen de instelling staat nog in de kinderschoenen. Er is weinig aandacht geweest voor de wensen van de gewone docent als gebruiker van applicaties. Docenten willen eenvoudige applicaties die hen direct voordeel opleveren. De meeste systemen lijken echter alleen maar meer (administratief) werk op te leveren. Opleidingsdirecteuren en -managers zijn nog onvoldoende in staat om in hun beleid de juiste (functionele) vraag te formuleren aan de ondersteunende informatie- en ict afdelingen. Op alle niveaus binnen de instelling is vraag naar adequate managementinformatie. Docenten vragen om de juiste informatie over de voortgang van een student (cijferresultaten, begeleidingsgegevens, specifieke zorginformatie). Een deel van deze informatie zou toegankelijk en uit te breiden moeten zijn door praktijkbegeleiders uit het leerbedrijf en door de studenten zelf. Onderwijsmanagers en bestuurders hebben op hun beurt behoefte aan betrouwbare en actuele stuurinformatie. Naast deze toenemende vraag om managementinformatie stelt ook de verantwoordingplicht hoge eisen aan de informatievoorziening. Het goed registreren van af- en aanwezigheid in het kader van verzuim en onderwijsuren norm is bijvoorbeeld niet eenvoudig gezien de variëteit in leervormen binnen het MBO. Bestuurders geven in een kwalitatief onderzoek aan dat bij het doorvoeren van strategische veranderingen als verdergaande flexibilisering hun huidige softwareoplossingen niet voldoen (Kennisnet, MBO2010, 2009). Hier gaat het onder andere om software voor planning en roostering en het begeleiden van studenten. Bestuurders vragen daarnaast om meer afstemming tussen strategische vraagstukken en de inzet van ict. De samenvoeging van het BVE platform, ROC-i partners en (een gedeelte van) DEUG tot saMBO~ICT en de sterkere binding met de MBO raad is hier een voorbeeld van. Het laat zien dat de sector regie op ict vraagstukken in eigen hand wil en kan nemen.

6

(Kennisnet, 2009a): Meer dan 75% van de MBO docenten maakt in 2009 gemiddeld 8 keer per maand gebruik van een elektronische leeromgeving en gemiddeld 6 keer van oefenprogramma‟s.

Pagina 57


Jaarplan2010.kennisnet.nl

Kennisnet in het middelbaar beroepsonderwijs Meer dan vijfennegentig procent van de docenten en managers in het MBO kennen Kennisnet. Zij vinden de organisatie in zijn algemeenheid ook relevant. Tegelijkertijd zijn de diensten van Kennisnet relatief slecht bekend onder docenten en managers, met een gemiddelde score van rond de vijfentwintig procent. Dit in tegenstelling tot de andere sectoren (Kennisnet, 2009b). Ook in het ketenpartneronderzoek laat de MBO sector duidelijk een eigen geluid horen, met het verzoek om meer aandacht voor bedrijfsvoering en directe aansluiting op vraagstukken die in de sector leven (Kennisnet, 2009c). Kennisnet kiest daarom bewust voor een nieuwe aanpak. Kennisnet verbreedt haar activiteiten nadrukkelijk richting bedrijfsvoering met onderwerpen als managementinformatie, verantwoording, studentdossiers en onderwijslogistiek. Daarbij creëert Kennisnet, in samenwerking met partijen als saMBO~ICT, MBO raad, MBO2010 en Triple A, ruimte om op actuele vraagstukken in te kunnen spelen. Hierbij is de ambitie om samen met instellingen concepten en ideeën om te zetten in realiteit. In de nieuwe aanpak werkt Kennisnet nog nauwer samen met de individuele instelling door deze specifiek ondersteuning te bieden met diensten en expertise. Kennisnet ondersteunt bestuurders en onderwijsmanagers met maatwerkinterventies om te komen tot betere vraagsturing en afstemming tussen vraag en aanbod van ict-voorzieningen. Met de individuele instelling worden afspraken gemaakt over welke diensten een bijdrage gaan leveren aan het realiseren van de ambities en het beleid van de instelling. Op vraagstukken met een collectief karakter kan samen met een instelling expertise ontwikkeld en ervaringen opgedaan worden. Een andere belangrijke peiler is het delen van kennis en ervaring tussen instellingen. Kennisnet ondersteunt netwerken van bestuurders, managers, stafmedewerkers en docenten waar zij van en met elkaar kunnen leren. Zowel fysiek als virtueel. Het lerend ambassadeurs netwerk, de MBO marktplaats, de communities en specifieke kenniskringen vormen hierbij de basis. In samenwerking met saMBO~ICT en de MBO raad wordt verder gewerkt aan standaarden voor de uitwisseling van informatie, binnen en buiten de instelling. Kennisnet laat in 2010 een deel van haar innovatie-activiteiten aansluiten op de experimenten van de Netwerkschool, door expertise in te brengen en ruimte te bieden voor ict-gerelateerde experimenten. Kennisnet maakt in haar aanpak nadrukkelijk onderscheid in doelgroepen binnen het MBO. Hierbij zijn vier hoofddoelgroepen te onderscheiden: bestuurders, (onderwijs) lijnmanagers, docenten en staf. Deze doelgroepen vereisen een andere vorm van ondersteuning en aanpak en zelfs binnen een bepaalde doelgroep zijn er grote verschillen. Een docent motorvoertuigentechniek heeft op dit moment niets aan Teleblik. Een docent Welzijn wel. Bestuurders worden zoveel mogelijk persoonlijk benaderd. Kennisnet opereert hierbij als onafhankelijke sparringpartner. (Onderwijs) lijnmanagers benaderen we met een eigen boodschap. Zij worden via allerlei middelen op hoogte gebracht van de voor hun docenten relevante diensten van Kennisnet op het gebied van professionalisering, organisatie en digitaal leermateriaal. Docenten in het MBO gebruiken vaan vooral vakgerichte communicatiemiddelen en zijn daardoor lastig te bereiken. Kennisnet zoekt nadrukkelijker de samenwerking met bestaande communities om de docent zelf direct te bereiken. Met twee internet diensten wil Kennisnet in 2010 nadrukkelijk de docent in het MBO bedienen en daarmee herkenbaar zijn:  Communities, waar docenten online informatie kunnen vinden over ontwikkelingen in hun beroepsveld en, de rol van ict hierbij, en waar zij als beroepsgenoten van elkaar kunnen leren met praktische tips en toepassingen.  Digitale portalen als Wikiwijs waar docenten digitaal (open) leermateriaal kunnen vinden en deze kunnen arrangeren tot bruikbaar lesmateriaal voor hun studenten.

Pagina 58


Middelbaar beroepsonderwijs

Focus middelbaar beroepsonderwijs in 2010 In de volgende tabellen wordt duidelijk gemaakt wat het middelbaar beroepsonderwijs in 2010 van Kennisnet kan verwachten. Organisatie Toelichting

In de meeste instellingen is de laatste jaren veel geïnvesteerd in ict – in hard- en software, voor het onderwijs en voor de bedrijfsvoering. De meeste instellingen hebben op centraal niveau een professionele ict-afdeling ingericht7. Doorgaans zijn op instellingen adequate infrastructuur en leeromgevingen, portals en toetsomgevingen beschikbaar. Toch beschikken nog lang niet alle MBO instellingen bijvoorbeeld over een goede internetverbinding. Beperkte budgetten dwingen instellingen om kritisch te kijken naar de kosten en opbrengsten van hun investeringen. Veel van deze gedane investeringen hebben nog niet het gewenste rendement opgeleverd. Docenten maken nog onvoldoende gebruik van de beschikbare onderwijsapplicaties. De vraag van docenten heeft bij de inrichting van ict voorziening onvoldoende centraal gestaan. Bovendien ontstaat door de sterk veranderende inzichten op het organiseren van onderwijs behoefte aan een ander soort ict ondersteuning van de bedrijfsvoering. Vragen van de landelijke en lokale overheid naar (verantwoordings-)gegevens kunnen met de huidige systemen onvoldoende snel en kostenefficiënt beantwoord worden. Parell en Triple A zijn initiatieven waarin de afgelopen twee jaar instellingen samen aan de slag zijn gegaan om te komen tot een goed doordacht fundament voor de inrichting van de bedrijfsvoering van een onderwijsinstelling. De volgende stap is een vertaling naar concrete oplossingen.

Doelstelling

In 2010 versterkt Kennisnet de (ict en lijn)manager en de CvB-leden in de visieontwikkeling en implementatie aanpak, zodat ict daar een integraal onderdeel van uit maakt. Het betreft hier zowel de onderwijsinrichting als de bedrijfsvoering.

Verkennen en analyseren Beschrijving

Kennisnet biedt het MBO de mogelijkheid om kennis te ontwikkelen over bedrijfsvoeringprocessen die het leren ondersteunen. Denk daarbij aan thema‟s als werkplekleren, onderwijscatalogus, verzuimregistratie, etc. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar de huidige situatie, maar ook naar oplossingen met nieuwe, innovatieve technologieën. Kennisnet sluit aan op initiatieven als de experimenten Netwerkschool. De uitvoering kan op drie manieren vorm krijgen:  Onderzoek: het, samen met betrokkenen uit het veld, uitvoeren van (desk)research naar een bepaald onderwerp. Het doel is de ontwikkeling van nieuwe (collectieve) kennis.  Experimenten: het samen met een of meerdere instellingen experimenteren om een theorie te toetsen in de praktijk. Het doel is de ontwikkeling van getoetste (collectieve) kennis.  Demonstrator: het vertalen van een vraag naar een tastbare ictoplossing. Het doel is de vraag aan te scherpen en kennis te ontwikkelen over het gewenste aanbod.

7

Shared service centers – in een enkel geval zelfs over instellingen heen

Pagina 59


Jaarplan2010.kennisnet.nl

(Lerende) netwerken Beschrijving

Kennisnet zet in 2010 voor het MBO in op drie vormen van lerende netwerken, van sectorbreed naar instellingsspecifiek:  Mbo marktplaats (in samenwerking met MBO2010): biedt managers en stafdiensten een virtueel platform voor het delen van kennis en ervaring.  Lerende ambassadeursnetwerken: uitwisselen van kennis en ervaringen tussen MBO instellingen. Daarbij gaat het zowel om de inzet van ict in het onderwijs als bij de bedrijfsvoering.  Themagericht lerend netwerk: gezamenlijk ontwikkelen van kennis. Relevante spelers vanuit instellingen en andere partijen worden bij elkaar gebracht om gezamenlijk in een aantal stappen op een actueel thema kennis te delen en ontwikkelen. (Open) standaarden

Beschrijving

Kennisnet biedt in samenwerking met MBO2010, saMBO~ict en Triple A ondersteuning bij het omzetten van het referentie procesmodel van Triple A naar concrete systemen. Mogelijk is er extra instrumentarium nodig om de encyclopedie van Triple A eenvoudiger toepasbaar te maken voor de MBO instelling. Hier vindt nog overleg plaats met MBO2010. In 2009 zijn afspraken gemaakt over de uitwisseling van kerngegevens van deelnemers tussen applicaties binnen een MBO instelling. In 2010 zal de ontwikkelde standaard met pilots getest worden. De sector MBO heeft behoefte aan een juiste en efficiënte terugkoppeling van haar gegevens uit BRON voor benchmarking doeleinden. De sectororganisaties willen hierbij de handen ineen slaan om te komen tot een gemeenschappelijke informatiearchitectuur voor het gehele onderwijsveld. Kennisnet ondersteunt samen met SURF de sectorraden bij het opstellen van een plan om dit samenwerkingsplatform informatiebeleid Onderwijs vorm te geven. Kennisnet gaat samen met SURFnet de mogelijkheden verkennen om alle MBO instellingen tegen betaalbare condities deel te laten nemen aan het SURFnet. (Online) workshops, handreikingen en ondersteuning Op verzoek van een instelling verzorgt Kennisnet een op maat gemaakte presentatie of workshop om de vraagsturing van onderwijs te verbeteren en de samenwerking tussen onderwijs en ict te stimuleren. Daarnaast gaat Kennisnet met een aantal instellingen experimenteren met de mogelijkheid tot het aanvragen van een “second opinion”. Wanneer onderwijs lijnmanagers een plan van aanpak, beleidsplan of ander ict gerelateerd plan ontwikkelt hebben kunnen zij op basis van dit plan Kennisnet om inhoudelijke feedback en handreikingen vragen. Tot slot blijft Kennisnet netwerkorganisaties als saMBO~ict, Netwerkschool en Parell ondersteunen in hun (online) kennisdeling.

Pagina 60


Middelbaar beroepsonderwijs

Professionalisering Toelichting

Docenten willen meer gebruik maken van ict, maar vinden zichzelf nog onvoldoende in staat om optimaal gebruik te maken van de mogelijkheden. Een tiental onderwijsinstellingen is bezig met het vormgeven van een centraal professionaliseringsbeleid in de vorm van MBO-academies en instellingsbrede Human resource development (HRD) programma‟s. Daarnaast stellen instellingen steeds duidelijkere kaders rondom professionalisering. Doel hierbij is om de in de CAO vastgelegde tien procent tijdsbesteding aan professionalisering van docenten ook echt te realiseren. Kennisnet sluit haar interventies op het gebied van professionalisering in de eerste plaats aan op het professionaliseringsbeleid van de onderwijsinstelling zelf, zowel bij centrale HRD stafdiensten als bij de leidinggevenden zelf. Onderwijsmanagers en HRD-functionarissen worden zich hierdoor steeds beter bewust van de ict-competenties waar docenten over zouden moeten beschikken nu en in de toekomst – en waarom deze competenties helpen bij het succesvol invoeren van het competentiegericht onderwijs. Vervolgens is het van belang dat onderwijsmanagers een beeld krijgen van de mate waarin hun teams en de docenten daarin beschikken over de juiste ict competenties aan de hand van een assessment tool. Op basis van die analyse kan de onderwijsmanager of HRD manager een opleidingsbeleid samenstellen waarin ook het aanbod van Kennisnet meegenomen kan worden. Naast (formele) opleidingsprogramma‟s blijkt uit onderzoek8 dat docenten op het gebied van ict voor een belangrijk deel ook leren van elkaar en elkaars voorbeelden. Het gaat dan vooral om communities of practice van „beroepsgenoten‟. Door virtuele varianten hiervan te faciliteren wil Kennisnet een waardevolle aanvulling bieden op de directe collega die je concrete vragen beantwoordt of een mooi praktisch voorbeeld laat zien.

Doelstelling

In 2010 versterkt Kennisnet de docent in zijn ontwikkeling van ictcompetenties en stimuleert de inzet van ict in het onderwijsproces.

Verkennen en analyseren Beschrijving

Kennisnet biedt overzicht in welke ict-competenties relevant geacht worden bij welke rol van een docent in het competentie gericht onderwijs. Daarbij wordt ook gekeken naar de internationale context en naar ontwikkelingen rond ict competenties van docenten in andere sectoren. Deze inzichten worden verspreid onder de onderwijsmanagers, HRD en academy managers. Tegelijkertijd onderbouwt Kennisnet de legitimering dat bepaalde ictcompetenties of toepassingen van ict in het primair proces de gewenste leerrendementen opleveren en competentiegericht onderwijs effectief maken. (Lerende) netwerken

Beschrijving

Docenten kunnen van elkaar leren in onze communities. Door deel te nemen aan online communities werken docenten impliciet aan hun online vaardigheden. In 2010 wil Kennisnet de communities versterken. Met drie communities gaan we intensief aan de slag om deze in alle facetten te optimaliseren. De overige communities lopen in 2010 in het huidige stramien door. In 2011 zullen zij op basis van de opgedane ervaringen verder verbeterd worden.

8

(Kennisnet, 2009d p. 84), vijftig procent van docenten heeft het meeste aan de hulp van collega‟s voor het ontwikkelen van hun ict vaardigheden.

Pagina 61


Jaarplan2010.kennisnet.nl

Assessment en benchmarks Beschrijving

Om te kunnen professionaliseren is het voor het management cruciaal om te weten waar hun docenten staan. Assessment door docenten van hun eigen ictcompetenties is hierbij essentieel. De assessment-tool van Kennisnet moet onderdeel worden van het professionaliseringsbeleid van de instelling. Daarnaast wil Kennisnet via deze tool managers inzicht gaan geven in hoe hun docenten het doen ten opzichte van andere opleidingen binnen de instelling en vergelijkbare opleidingen binnen andere instellingen. (Online) workshops, handreikingen en ondersteuning

Beschrijving

Pagina 62

Het aanbod op het gebied van professionalisering wordt zoveel mogelijk geïntegreerd in het professionaliseringbeleid van de instelling en aangeboden via de opleidingsportaal of de MBO-academy van een instelling. Kennisnet biedt in 2010 de volgende (online) workshops en handreikingen aan:  Leraar 24: een multimediaal platform van en voor docenten gericht op de ondersteuning van docenten bij het uitoefenen van hun beroep. Leraar24 biedt online informatie over het beroep van docent bestaande uit informatieve video‟s en verdiepende dossiers.  online workshops: online workshops op specifieke ‘ict-competenties‟ zoals vinden en arrangeren van digital leermateriaal.  fysieke train de trainer workshops: fysieke workshops voor trainers in instellingen over ‘ict-competenties‟ met als doel dat de getrainde deelnemers binnen de instelling grotere groepen kunnen trainen.  fysieke workshops op studiedagen: fysieke workshops en lezingen voor docenten op studiedagen van instellingen.


Middelbaar beroepsonderwijs

Leermateriaal Toelichting

De afgelopen jaren is door het afspreken van standaarden en het leveren van een gemeenschappelijke infrastructuur gelukt om meer digitaal leermateriaal eenvoudig beschikbaar te krijgen voor docenten (en studenten). Kennisnet wil een groter aantal instellingen in het MBO aan laten sluiten op deze infrastructuur. De vindbaarheid en bruikbaarheid van leermateriaal voor docenten blijft een knelpunt. De voorlopers weten hun weg te vinden, andere docenten ervaren nog veel drempels. Op sommige domeinen in het MBO is nog onvoldoende adequaat materiaal beschikbaar. De sectorbrede invoering van het competentiegericht onderwijs in 2010 zal de behoefte verder doen toenemen. Ook de invoering van decentrale examinering van taal en rekenen zal tot een grotere vraag van adequaat (digitaal) leermateriaal leiden. Ook blijft het lastig om snel en kostenefficiënt specifiek digitaal leermateriaal beschikbaar te stellen aan een opleiding, zodat deze opleiding het materiaal zo kan arrangeren dat het aansluit op de behoeften van de opleiding en de studenten. Kennisnet kiest in 2010 bewust voor de reguliere docent, en daarmee voor de meerderheid van de docenten. Niet langer worden de innovatieve leerkrachten als belangrijkste doelgroep gehanteerd. Het gaat de gewone docent om het snel en eenvoudig vinden van lesmateriaal en het arrangeren van dit lesmateriaal tot zijn eigen les. De docent participeert hierbij niet langer individueel, maar opereert vanuit de context van zijn of haar team.

Doelstelling

In 2010 stimuleert Kennisnet de docent in het arrangeren, inzetten en delen van digitaal leermateriaal in het primaire proces.

Verkennen en analyseren Beschrijving

Kennisnet wil samen met instellingen het toepassen van digitaal leermateriaal in specifieke praktijksituaties en voor specifieke vraagstukken verkennen en experimenteren. De experimenten zullen worden gekoppeld aan de beroepscontext die kenmerkend is voor het MBO. Hierbij gaat het om leerlijnen, het ontsluiten van bedrijfscontent en contractonderwijs. De uitkomsten van de verkenningen en experimenten dienen een collectief belang en zullen onder alle instellingen gedeeld worden. Digitale gereedschappen

Beschrijving

Bij digitale gereedschappen ligt de focus op “vinden” en “arrangeren” door de gewone docent. Arrangeren is het bij elkaar voegen van leerobjecten voor een specifiek leerlijn voor een bepaalde groep studenten. Belangrijk hierbij is dat zowel inhoud als functionaliteit aansluit bij de directe behoefte van een docent. Samen met het Expertisecentrum Taal en Rekenen in het MBO wordt vanuit een experiment een portal (of twee portalen) neergezet voor deze docenten om al het (digitale) leermateriaal voor taal en rekenen te kunnen vinden. Samen met het expertisecentrum worden de gewenste collecties ontsloten in de portal via Edurep en Entree. Door middel van het programma Wikiwijs wordt meer materiaal voor docenten in het MBO vindbaar, deelbaar en bereikbaar gemaakt. Daarnaast moeten de gereedschappen voortkomend uit Wikiwijs het materiaal van grote uitgevers, consortia van instellingen en open initiatieven arrangeerbaar maken. Kennisnet wil docenten –indien zij op zoek zijn naar informatie- duidelijke

Pagina 63


Jaarplan2010.kennisnet.nl

antwoorden bieden over het ontwikkelen van eigen leermateriaal, de auteursrechten, de verschillende omgevingen waarin ontwikkeld kan worden en de praktische eisen die zij zouden moeten stellen aan geboden ontwikkel- en leeromgevingen. Kennisnet biedt docenten inzicht in de verschillende mogelijkheden en helpt hen de juiste keuzes maken in het aanbod. Platforms Beschrijving

Kennisnet wil zoveel mogelijk MBO instellingen verbinden met zoveel mogelijk relevante contentaanbieders door te stimuleren dat zij Edurep en Entree integreren in hun eigen online omgeving. Om deze inspanning voor instellingen de moeite waard te maken zal tegelijkertijd meer aandacht uit moeten gaan naar de inhoud. Het succes van de keten begint bij het ontsluiten en toegankelijk maken van relevante collecties. Op dit moment worden binnen het MBO vooral video collecties als Teleblik als erg waardevol ervaren. Hierbij moet wel de kanttekening gemaakt worden dat Teleblik slechts interessant is voor een deel van de docenten in het beroepsonderwijs. De geboden content sluit vooral aan bij docenten Taal, Welzijn, Burgerschap en Educatie.

Pagina 64


Jaarplan2010.kennisnet.nl Kennisnet houdt niet alleen rekening met de behoefte van onderwijs-instellingen. Er zijn andere partijen die voor Kennisnet van belang zijn om ict in het onderwijs te stimuleren. Zo speelt Kennisnet in op de thema’s die op de beleidsagenda van het ministerie van OCW voorkomen en zoekt Kennisnet samenwerking met relevante organisa-ties op het gebied van ict en onderwijs. Door intensief samen te werken met een aantal strategische partners kan het onderwijs beter worden ondersteund.

OCW en strategische partners

(ver)rijk onderwijs, natuurlijk met ict!


OCW en (strategische) partners

Inleiding De focus van Kennisnet en de keuze van activiteiten volgt uit ontwikkelingen in de verschillende sectoren en de behoeften die het onderwijs heeft. Er zijn ook meer generieke ontwikkelingen waar Kennisnet op kan en wil inspelen om het gebruik van ict in het onderwijs te stimuleren. Daarbij kan het gaan om activiteiten die volgen uit maatschappelijke of technologische ontwikkelingen. Deze worden met name opgepakt binnen de innovatielijn (zie ook Innovatie op pagina 27). Ook vraagstukken of initiatieven van „niet-onderwijsinstellingen‟ kunnen leiden tot bijstellingen in de focus of het initiëren van activiteiten. Daarbij gaat het om het ministerie van OCW en andere organisaties die actief zijn op het gebied van onderwijs (en ict). Daarnaast onderhoudt Kennisnet een internationaal netwerk en deelt kennis en ervaringen met verschillende internationale organisaties. Dit hoofdstuk beschrijft wat de vraagstukken en initiatieven betekenen voor ict in het onderwijs in het algemeen en Kennisnet in het bijzonder.

OCW Het ministerie van OCW is voor Kennisnet een belangrijke relatie. Niet alleen omdat het ministerie de voornaamste subsidieverstrekker is, maar ook omdat beleidsmaatregelen op verschillende domeinen het gebruik van ict kunnen versterken en ict het bereiken van beleidsdoelstellingen kan ondersteunen. Onderwijsbeleid, en de uitvoering hiervan, is steeds meer het resultaat van gezamenlijke inspanningen van het ministerie van OCW en andere partijen met eigen verantwoordelijkheden. Met name met de sectororganisaties worden door het ministerie afspraken gemaakt over de beleidsprioriteiten en activiteiten. Dit is vastgelegd in kwaliteitsagenda‟s per sector. Agendapunten zijn: het verbeteren van de taal- en rekenvaardigheden, ruimte geven aan talent en rekening houden met verschillen tussen leerlingen, het aanpakken van zwakke scholen, aandacht voor burgerschap, aansluiting onderwijs – arbeidsmarkt en flexibilisering van het onderwijs (Ministerie van OCW, 2008a; Ministerie van OCW, 2008b; Ministerie van OCW, 2008e). De versterking van de positie van de docent heeft in het bijzonder de aandacht van OCW, sectororganisaties en sociale partners (Ministerie van OCW en sociale partners, 2008). Ict wordt gezien als een middel om de geformuleerde ambities te realiseren. Dit heeft onder andere geleid tot het programma Leraar24 en het project Acadin.

Pagina 67


Jaarplan2010.kennisnet.nl

In de Maatschappelijke Innovatie Agenda Onderwijs (MIA) geeft OCW aan dat innovatie (“het verbeteren van de opbrengsten van onderwijs op een effectieve wijzeâ€?) vooral vanaf de werkvloer moet komen. Het Netwerk Onderwijsinnovatie zal scholen moeten prikkelen tot vernieuwing. Ook zal zij in beeld brengen welke belemmerende weten regelgeving innovatie in de weg staat. Door subsidieregelingen en het stimuleren van de ontwikkeling van nieuwe instrumenten wil het ministerie innovatie faciliteren (Ministerie van OCW, 2009c). Kennisnet is betrokken bij een aantal van de aangekondigde instrumenten. Samen met de Open Universiteit en het Ruud de Moor centrum heeft Kennisnet de regie bij het concretiseren van Wikiwijs. Daarnaast levert Kennisnet expertise op het gebied van ict bij het vormgeven van de Netwerkschool. Vanuit het belang van lerenden en een soepel onderwijsproces is het stroomlijnen van de informatiehuishouding wenselijk. Informatieuitwisseling tussen onderwijssectoren en tussen onderwijs en andere organisaties is complex. Tussen en binnen de sectoren zijn verschillen in informatiebeleid met eigen modellen voor processen, gegevens, standaarden en infrastructuur. Sectororganisaties zijn in overleg met het ministerie van OCW bezig met het maken van afspraken gericht op het inrichten van een schakelpunt. Doelstelling is het versterken van de samenhang en het realiseren van een gedeelde informatiearchitectuur om zo informatie over leerlingen (in het kader van de doorlopende leerlijn) te faciliteren, verantwoordingsinformatie te verbeteren en uitwisseling van gegevens met andere instellingen te faciliteren. In een aantal gevallen worden vanuit beleidsprioriteiten programmaâ€&#x;s of projecten gestart die aansluiten bij de missie van Kennisnet en die bovenop de basisactiviteiten van Kennisnet komen. Omdat de inzet een bovenproportioneel beslag zou leggen op de beschikbare middelen, vanwege de betrokkenheid van andere organisaties of omdat er (nog) geen directe behoefte vanuit onderwijsinstellingen is. Hiervoor ontvangt Kennisnet additionele middelen, zie ook het overzicht op pagina 71.

Pagina 68


OCW en (strategische) partners

(Strategische) partners

ofe pr

s ali ion ss

ng eri

Mediawijsheid ECPEPN

Le e

rm

Acadin Leraar24

Teleblik

Wikiwijs

Mobilize Picnic Young

Kennisnet/Surfnet Innovatieprogramma

innovatie

a te

ria

al

Kennisnet is open in haar opereren en zoekt samenwerking met organisaties binnen en buiten het onderwijs waar mogelijk. Met een aantal strategische partners wordt intensief samengewerkt op diverse thema‟s waarbij de ambities van de organisaties elkaar raken en versterken. Voor een deel van deze activiteiten zijn aanvullende middelen beschikbaar gesteld door het ministerie van OCW. Ketenpartners: natuurlijk verbinden met ict Uit een onderzoek onder de strategische partners en andere organisaties die actief zijn op het gebied van onderwijs (en ict) blijkt dat zij de bijdrage van Kennisnet aan het stimuleren van ict in het onderwijs goed waarderen, daarbij gaat het zowel over het belang als over de daadwerkelijke bijdrage. Veel organisaties hebben volop ambities om het gebruik van ict in de onderwijsinstellingen te stimuleren. Zowel de ketenpartners als de sectororganisaties zouden graag meer met Kennisnet samenwerken om hun doelstellingen beter te kunnen bereiken (Kennisnet, 2009c). De samenwerking met bestaande partners en het verder uitbouwen van het netwerk is dan ook een van de prioriteiten voor Kennisnet. Samen met verschillende organisaties zullen binnen de verschillende programmalijnen activiteiten worden opgepakt. In interactie met (mogelijke) partners zal worden bepaald op welke wijze dat het beste vorm kan krijgen. Dit kan variëren van het voeren van regie op (delen van) de keten en samen uitvoeren van projecten of (meerjarige) programma‟s tot het delen van kennis en het gebruiken van elkaars netwerken en informatiekanalen. Er zal ook worden verkend in hoeverre het mogelijk is om activiteiten samen met lokale overheden vorm te geven. Binnen de verschillende programmalijnen zijn voor 2010 vooralsnog de volgende thema‟s geïdentificeerd. Organisatie:  Ondersteunen van secundaire processen (informatiehuishouding en –architectuur) in het onderwijs (SURF). Professionalisering  Samenwerking met organisaties die zich bezighouden met professionalisering (SBL, Ruud de Moorcentrum, Teleac, SBO).  Samenwerking op het gebied van mediawijsheid (Beeld en Geluid, ECP.nl, NPO, Vereniging van Openbare Bibliotheken en andere organisaties uit het netwerk mediawijsheid). Leermateriaal:  Stimuleren van ontwikkelingen gericht op open digitaal leermateriaal (Open Universiteit).  Verdere ontwikkeling en beheer van standaarden op het gebied van digitaal leermateriaal en op toets-gegevens. Daarbij harmonisatie van het contentzoekprofiel (Kennisnet) en LORElom (SURF).  Aandacht voor het ontwikkelen van leerlijnen in combinatie met leermiddelenlabels (SLO).  Beschikbaarheid videomateriaal (Beeld en Geluid, Teleac).

Pagina 69


Jaarplan2010.kennisnet.nl

Daarnaast wordt er op het gebied van innovatie samengewerkt met organisaties vanuit de creatieve industrie (zoals de Waag), organisaties op het gebied van ict in het onderwijs (zoals SURF en SURFnet), het bedrijfsleven (bijvoorbeeld IBM en Microsoft) Om de expertisefunctie goed vorm te kunnen geven is het versterken van de samenhang met organisaties die het onderwijs ondersteunen op het gebied van innovatie van belang. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om de landelijke pedagogische centra, Kennisland en het Sectorbestuur Onderwijsarbeidsmarkt. Ook internationaal zijn er verschillende organisaties waarmee wordt samengewerkt. Daarbij gaat het onder andere om:  Samenwerking met vergelijkbare organisaties (BECTA, Uni-C).  Het onderhouden relaties met Europese organisaties zoals EUN (European Schoolnet) en internationale organisaties zoals COSn (Consortium of School Networking) en AICTEC (Australië).  De Nederlandse inbreng wordt verzorg in internationaal vergelijkend onderzoek zoals dat wordt uitgevoerd onder auspiciën van de OECD (Organisation for Economic Co-operation and Development) en de IEA (International Association for the Evaluation of Educational Achievement).  Het bijeen brengen van internationale onderzoekers op het gebied van ict in het onderwijs in de Edusummit.  Daarnaast ontvangt Kennisnet regelmatig delegaties met vertegenwoordigers vanuit andere landen en worden relevante internationale conferenties zoals de BETT bezocht.

Pagina 70


OCW en (strategische) partners

Overzicht van aanvullende programma’s en projecten Naast de basissubsidie kent Kennisnet een aantal aanvullend gefinancierde programma‟s en projecten. Bij aanvullende programma‟s gaat het veelal om het bereiken van een beleidsdoel uit de kwaliteitsagenda van de minister of staatssecretaris waarbij ict als middel ingezet wordt. Een voorbeeld hiervan is het stimuleren van excellentie in het primair onderwijs (Acadin) of het versterken van het vak van leraar (Leraar24). Daarnaast kan het gaan om zaken die gedurende het jaar een extra impuls kunnen gebruiken, omdat het op dat moment aansluit bij een dringende behoefte van de sector of een politieke prioriteit. Zoals bijvoorbeeld het programma Stimuleren Gebruik Digitaal Leermateriaal. Ten aanzien van de financiën is sprake van een duidelijke scheiding. Ontwikkelde diensten en expertise die reeds vanuit de basissubsidie zijn gefinancierd worden vanzelfsprekend niet doorbelast naar de aanvullende activiteiten. De bereikte effecten zijn lastiger te scheiden. De activiteiten die Kennisnet doet vanuit de basissubsidie en de aanvullende activiteiten versterken elkaar. Daardoor kunnen de verschillende doelstellingen effectiever worden bereikt. Hieronder het overzicht van de aanvullende programma‟s die Kennisnet in 2010 (en verder) uitvoert. Acadin Toelichting

Acadin is een online leer- en werkomgeving voor excellente leerlingen. Leerlingen kunnen inspirerend en uitdagend materiaal vinden en worden daarbij begeleid door de eigen docent, specialisten, wetenschappers en (oudere) begaafde kinderen.

Betrokken organisaties

SLO en Kennisnet zijn partners, Kennisnet is de penvoerder. De stichting Toptalent legt in het kader van Acadin relaties met excellente leerlingen in het hoger onderwijs. De jongste akademie van de KNAW is betrokken bij het ontwikkelen van een onderzoeksomgeving. Andere organisaties met leermateriaal of expertise voor begaafde leerlingen kunnen via Acadin content ontsluiten en zullen actief betrokken worden.

Looptijd

Het project is in 2008 gestart en loopt eind 2011 af. Expertisecentrum Mediawijsheid

Toelichting

Doel van het Expertisecentrum Mediawijsheid is het realiseren van een toename in kennis, vaardigheden en mentaliteit waar burgers en instellingen over moeten beschikken om zich bewust, kritisch, en actief te kunnen bewegen in de gemedialiseerde samenleving. Hiervoor wordt een netwerk van organisaties opgebouwd en worden activiteiten uitgevoerd die in het teken staan van het realiseren van die missie. Het doel is dat het programma een blijvende verandering realiseert en dat eind 2010 een volwassen Mediawijsheid Expertisecentrum staat.

Betrokken organisaties

Onder het expertisecentrum ligt een samenwerkingsverband ten grondslag tussen Beeld & Geluid,ECP-EPN, NPO, VOB en Kennisnet (penvoerder). Daarnaast kunnen organisaties op dit terrein zich aansluiten bij het netwerk, inmiddels hebben meer dan 150 organisaties dat gedaan.

Looptijd

Het programma loopt in elk geval tot en met 2010. Groen

Toelichting

Het ministerie van LNV stelt jaarlijks middelen beschikbaar voor de uitvoering van het sectorprogramma groene kennisverspreiding. Onderwerpen zijn groene thema‟s voor overig onderwijs, implementatie van ict en ict-infrastructuur.

Betrokken organisaties

De subsidie is uitsluitend voor de Kennisnet werkzaamheden op dit terrein. Er wordt intensief samengewerkt met partners die zich op hetzelfde domein richten, zoals het Ontwikkelcentrum, LPC‟s, SILO en STOAS.

Looptijd

Geen einddatum afgesproken, jaarlijks wordt een subsidieaanvraag ingediend.

Pagina 71


Jaarplan2010.kennisnet.nl

Innovatieprogramma SURFnet/Kennisnet Toelichting

Het doel van het programma is een impuls geven aan ict-vernieuwing in het gehele onderwijs door verkenningen, haalbaarheidsstudies en pilots, ontwikkeling van diensten en het gebruik hiervan stimuleren en vervolgens kennisontwikkeling en –disseminatie.

Betrokken organisaties

SURFfoundation, SURFnet en Kennisnet

Looptijd

In 2009 is het Meerjarenplan 2009 - 2012 ingediend. Subsidie wordt jaarlijks aangevraagd door het indienen van een jaarplan. Leraar24

Toelichting

Leraar24 is een online platform van, voor en door leraren, gericht op de ondersteuning van leraren bij het uitoefenen van hun beroep. Met Leraar24 kunnen docenten zich op elk moment van de dag efficiënt en kosteloos informeren en verder groeien in hun vak

Doelgroep

Docenten in PO, VO en MBO

Betrokken organisaties

Teleac, SBL, Ruud de MoorCentrum (Open Universiteit), Kennisnet is penvoerder. Een aantal andere organisaties werkt samen met Leraar24 om professionaliseringsaanbod te ontsluiten.

Looptijd

De looptijd van het programma is tot en met 2011. Programma Stimuleren Gebruik Digitaal Leermateriaal

Toelichting

Het doel van het programma is het gebruik van digitaal leermateriaal in het PO, VO en MBO te stimuleren. Een belangrijk onderdeel van het programma is om te komen tot een goed functionerende markt van digitaal leermateriaal. Het gaat om de aansluiting van verschillende bronnen van digitaal leermateriaal op de diensten die het onderwijs gebruikt om digitaal leermateriaal te zoeken, zoals ELO‟s of onderwijsportals. Andere activiteiten binnen het programma zijn inventarisaties naar bestaande bronnen van digitaal leermateriaal, onderzoek en kennisdeling.

Betrokken organisaties

Kennisnet voert het programma uit, met grote betrokkenheid van SBL, MBO Raad, GEU, VO-raad, SLO, Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, Platform VVVO en POraad. Deze organisaties zijn ook vertegenwoordigd in de stuurgroep.

Looptijd

Het Stimuleren Gebruik Digitaal Leermateriaal is een meerjarig programma dat loopt tot en met 2010. Wikiwijs

Toelichting

Wikiwijs wordt een plek op internet waar elke leraar leermateriaal kan vinden, gebruiken en aanpassen, van basis- tot universitair onderwijs. Wikiwijs biedt de mogelijkheid om zelf open leermateriaal te ontwikkelen, te bewaren en te delen. Wikiwijs is een platform waar leraren kennis over en ervaringen met open leermateriaal kunnen uitwisselen en zo nodig professionele ondersteuning vinden.

Betrokken organisaties

OpenUniversiteit/Ruud de Moorcentrum en Kennisnet (penvoerder) zijn partners. Kennisnet is verantwoordelijk voor ontsluiting (techniek) en communities.

Looptijd

Het gaat om een meerjarig programma. Het huidige programmaplan loopt tot en met januari 2011.

Pagina 72


Jaarplan2010.kennisnet.nl Kennisnet wordt gesubsidieerd door het ministerie van OCW. Naast een basissubsidie zijn er aanvullende subsidies voor specifieke activiteiten. Als publieke organisatie hecht Kennisnet veel belang aan transparantie in het kader van de publieke legitimatie en verantwoording.

FinanciĂŤn en verantwoording

(ver)rijk onderwijs, natuurlijk met ict!


Financiën en verantwoording

Begroting Het ministerie van OCW verstrekt Kennisnet subsidie voor het uitoefenen van haar activiteiten. De huidige subsidieperiode loopt van 2009 tot en met 2012. In het Meerjarenplan 2009 – 2012: Natuurlijk met ict! zijn de kaders voor deze periode aangegeven. De basissubsidie bedraagt €21,3 miljoen per jaar, daarnaast is de prijsbijstelling toegekend. Dit betekent dat in 2010 de basissubsidie uitkomt op €21,8 miljoen. Basissubsidie Dit jaarplan laat zien welke focus Kennisnet in 2010 kiest en welke activiteiten hierbij aansluiten. Het jaarplan is de basis voor de subsidieaanvraag. In de onderstaande tabel wordt weergegeven hoe deze middelen over de organisatie zijn verdeeld. (x €1.000)

PO

VO

MBO

CSM

S&I

Projecten

Diensten

Techniek

Communicatie

Onderzoek

Directie

Programma

50 257 307

50 434 484

100 382 482

200 585 785

375 779 1.154

1.325 966 2.291

2.860 1.665 4.525

3.165 1.007 4.172

1.375 508 1.883

1.680 521 2201

687 444 1.131

Personele kosten9 Programma + personeel Corporate kosten Bedrijfsvoering

300

471 471

1.415

Directie

50

Afschrijvingen

275

Financiële opbrengsten Marktopbrengsten

225 -325

-225

Corporate communcatie Totale kosten ondersteuning Totaal

Bedrijfsvoering

307

484

482

785

1.154

2.291

4.525

300

4.522

2.183

2.201

11.867 8.015 19.882

1.715 50 500 -325

-50

-275 300

50

1.265

1.965

1.181

1.736

21.847

300 350

Totaal

Aanvullende subsidies Naast de basissubsidie ontvangt Kennisnet nog aanvullende subsidies voor specifieke programma‟s of projecten. Deze worden veelal samen met andere organisaties uitgevoerd. De omvang van de aanvullende subsidies is niet op voorhand in te schatten. Daarnaast worden veel van deze diensten samen met andere partijen uitgevoerd en de middelen over beide organisaties verdeeld. Op dit moment zijn de volgende bedragen bekend (zie voor een beschrijving deel twee):  Acadin, samen met SLO. In totaal €0,9 miljoen in 2010, waarvan €0,7 miljoen voor Kennisnet.  Expertisecentrum Mediawijsheid, samen met Beeld en Geluid, ECP, NPO en de VOB. In totaal €1,5 miljoen in 2010, waarvan €0,7 miljoen voor Kennisnet, dit is inclusief de kosten voor het programmabureau.  Groen Kennisnet, in totaal €0,4 miljoen in 2010.  Leraar24, samen met Teleac, SBL en het Ruud de Moorcentrum. In totaal €2,8 miljoen in 2010, waarvan €0,4 miljoen via Kennisnet. Dit is inclusief de kosten voor het programmabureau omdat Kennisnet penvoerder is.  SURF(net)/Kennisnet-innovatieprogramma, samen met SURF en SURFnet. In totaal €4 miljoen in 2010, waarvan ca. €2 miljoen voor activiteiten van Kennisnet.  Stimuleren gebruik digitaal leermateriaal, deel van de activiteiten die voorzien waren in 2009 lopen door in 2010. Hierbij gaat het om een budget van ca. €0,7 miljoen. Voor de tweede helft van 2010 zal een nieuwe subsidieaanvraag worden gedaan.  Wikiwijs, samen met het Ruud de Moor centrum en de Open Universiteit. In totaal €2,7 miljoen in 2010, waarvan €1,4 miljoen via Kennisnet. Kennisnet is penvoerder van dit programma zodat ook bepaalde kosten van het programmabureau Dit is inclusief bepaalde kosten voor het programmabureau omdat Kennisnet penvoerder van dit programma is.

9

138 fte, prijspeil 2010

Pagina 75


Jaarplan2010.kennisnet.nl

Verantwoording Het is voor Kennisnet belangrijk om te weten wat het onderwijs van ons vindt en hoe andere partijen, waaronder de sectororganisaties, in het speelveld van onderwijs en ict Kennisnet waarderen. Zo kunnen we onze activiteiten beter inzetten. Daarnaast is voor publieke organisaties zoals Kennisnet transparantie noodzakelijk in het kader van publieke legitimatie en verantwoording. Vanzelfsprekend wordt ook verantwoording afgelegd aan de Raad van Toezicht en aan de subsidieverstrekkers (met name het ministerie van OCW). Verantwoordingsinformatie: resultaten, waardering en effecten De informatie die Kennisnet gebruikt om verantwoording af te kunnen leggen en waar nodig bij te kunnen sturen, heeft betrekking op de effecten (outcome), de resultaten (output) en de waardering door het onderwijs en de ketenpartners. 

Resultaten: dat wat Kennisnet doet voor onderwijsinstellingen (in figuur A). Wordt gemeten door Kennisnet zelf (bijvoorbeeld portalstatistieken). o aantal ambassadeurs, gebruikers, downloads, bezoeken, etc.

Waardering door onderwijsinstellingen (in figuur A’) Wordt gemeten in klanttevredenheidsonderzoek. o waardering en relevantie van Kennisnet (en diensten) in het algemeen (wordt vertaald in kwaliteitsindex). o ondersteuning die instellingen ervaren bij, bijvoorbeeld, vormgeven aan ict-beleid of professionalisering. o imagokenmerken.

Waardering door ketenpartners (sectororganisaties, strategische partners, leveranciers). Wordt gemeten in het ketenpartneronderzoek. En daarnaast besproken met onder andere sectororganisaties. o betekenis van Kennisnet voor onderwijs volgens partners (in figuur A’’) o betekenis van samenwerking voor het bereiken van ict-integratie (in figuur B) o betekenis van Kennisnet voor het realiseren van eigen doelstellingen (in figuur C)

Effecten: dat wat Kennisnet uiteindelijk samen met het onderwijsveld wil bereiken (in figuur D) Wordt gemeten in de Vier in Balans Monitor10 o Meerjarendoelstellingen: per programmalijn en voor innovatie, zijn meerjarige doelstellingen voor onderwijs en ict opgesteld. Zoals het percentage docenten dat gebruik maakt van ict-toepassingen. Op basis van de Vier in Balans Monitor wordt de voortgang jaarlijks gevolgd. Zo kan worden bepaald of het nodig is om zwaarder in te zetten op een bepaalde programmalijn.

10

Kennisnet speelt een rol bij het verwezenlijken van de doelstellingen en het realiseren van de streefwaarden zoals beschreven. Maar of de ambities ook daadwerkelijk worden waargemaakt is vooral afhankelijk van het onderwijs zelf. Onderwijsinstellingen zijn immers autonoom en zelf verantwoordelijk voor de visieontwikkeling, professionalisering en het leermiddelenbeleid. Naast de individuele instellingen zijn ook het ministerie van OCW, de sectororganisaties en andere partijen in de keten van belang om de ambities waar te kunnen maken.

Pagina 76


Financiën en verantwoording

Indicatoren In het onderstaande overzicht is aangegeven wat de (ingekorte) meerjarendoelstellingen, de jaardoelstellingen en de bijbehorende indicatoren zijn (de letters verwijzen hierbij naar de vorige figuur). Door het combineren van de verschillende gegevens ontstaat een beeld van de stand van zaken in het onderwijs en de bijdrage van Kennisnet daarbij.

Kennisnet ondersteunt en inspireert onderwijsinstellingen met onafhankelijke expertise en diensten bij het gebruik van ict in het onderwijs

A' en A''

Waardering (klanttevredenheidsonderzoek en ketenpartneronderzoek) - kwaliteitsindex en onderliggende gegevens - (h)erkenning van rollen (dienstverlener, expert, innovator)

Organisatie

D

A'

Professionalisering

Leermateriaal

Meerjarendoelstellingen - leidinggevenden hebben een visie op inzet ict en stellen beleidsplan op - instellingen maken optimaal gebruik van beschikbare resources en infrastructuur - ict ondersteunt bedrijfsvoeringsprocesssen

Meerjarendoelstellingen - docenten benutten mogelijkheden en maken duidelijk waar ze behoefte aan hebben - Ict wordt gebruikt om zichzelf te ontwikkelen

Meerjarendoelstellingen -beschikbare leermateriaal wordt gebruikt en gedeeld om kwaliteit van het leren te verbeteren - er is vanuit onderwijsinstellingen duidelijke vraag richting marktpartijen

Indicator (vier in balans) - mate waarin onderwijsinstellingen voor leerstofonderdelen afspraken maken over de inzet van ict - beoordeling van het gebruik van ict voor de bedrijfsvoering

Indicator (vier in balans) - % docenten dat gebruik maakt van bepaalde ict-toepassingen - vaardigheid van docenten in het organiseren van lessen waarin ict wordt gebruikt (PO)

Indicator (vier in balans) - verhouding tussen gebruik folio en digitaal

Doelstelling 2010 - Kennisnet versterkt bestuurders en managers bij visieontwikkeling zodat ict integraal onderdeel van de visie op onderwijsinsrichting en bedrijfsvoering wordt

Doelstelling 2010 - Kennisnet versterkt de (aankomende) docent zodat hij ict-competenties beter kan inzetten in het primaire proces - Kennisnet versterkt de docent zodat hij in staat is leerlingen op een vertrouwde en veilige wijze ict te laten gebruiken (PO).

Doelstelling 2010 - Kennisnet stimuleert het door de docent arrangeren, inzetten en delen van digitaal leermateriaal

Indicator (klanttevredenheidsonderzoek) - % managers dat zich ondersteund voelt door Kennisnet bij visieontwikkeling

Indicator (klanttevredenheidsonderzoek) - % docenten dat zich ondersteund voelt door Kennisnet op het gebied van eigen professionalisering

Indicator (klanttevredenheidsonderzoek) - % docenten dat zich ondersteund voelt door Kennisnet op het gebied van digitaal leermateriaal

Resultaten - Activiteiten en diensten

Resultaten - Activiteiten en diensten

Resultaten - Activiteiten en diensten

A

Kennisnet legt verantwoording af in het jaarverslag. Hierbij wordt op de volgende wijze gerapporteerd:  Kennisnet maakt zichtbaar wat de resultaten zijn op concrete activiteiten (A). Daarbij gaat het om de kwantitatieve resultaten (bijvoorbeeld het aantal ambassadeurs of het aantal bezoekers van diverse portals) en de kwalitatieve resultaten (bijvoorbeeld de waardering).  Omdat het uiteindelijk gaat of Kennisnet is staat is de geformuleerde doelstellingen te realiseren en de combinatie van activiteiten hier een bijdrage aan moet leveren, staat de waardering van het onderwijs en enkele partners centraal in de verantwoording (A‟ en A‟‟).  Daarnaast wordt zoveel mogelijk inzicht geboden in de (maatschappelijke) effecten (D). In de volgende paragrafen wordt ingegaan op waardering en worden de effecten die Kennisnet wil bereiken aangeduid.

Pagina 77


Jaarplan2010.kennisnet.nl

Waardering (A’en A’’) Kennisnet hecht veel belang aan de mening en waardering van onze klanten (het onderwijs), partners en stakeholders. Klanttevredenheidsonderzoek (A‟)

Kwaliteitsindex 140 120

127

122

131

118 Jaarlijks wordt de tevredenheid van docenten en managers 100 gemeten in het klanttevredenheidsonderzoek. Op basis van dit 80 onderzoek wordt de kwaliteitsindex berekend. Deze geeft over de 60 jaren heen een beeld van de toegevoegde waarde van Kennisnet 40 voor het onderwijs. Per sector en per doelgroep worden vier 20 specifieke diensten bevraagd. De samenstelling wordt jaarlijks 0 bepaald op basis van de focus van de organisatie. Diensten die 2005 2006 2007 2008 minder belangrijk zijn geworden voor het realiseren van onze Ict op school Kennisnet ict op school Kennisnet doelstellingen verdwijnen ten gunste van nieuwe activiteiten. Er worden ook diensten meegenomen waarbij Kennisnet een van de partners is. Samenwerking is immers een strategische keuze van Kennisnet. Verder wordt de totale bekendheid en waardering van Kennisnet meegewogen. Het gaat niet om een zo hoog mogelijke score te genereren. Een nieuwe dienst bijvoorbeeld kan bij aanvang een lage score op bekendheid geven. Als de dienst van strategisch belang is voor de stichting, is het toch logisch deze op te nemen in de kwaliteitsindex11. De combinatie van de index en een duiding van onderliggende gegevens geeft inzicht in de meerwaarde van Kennisnet volgens het onderwijsveld zelf (Kennisnet, 2009b).

Ketenpartners: natuurlijk verbinden met ict (A‟‟) Uit een onderzoek onder de strategische partners en andere organisaties die actief zijn op het gebied van onderwijs (en ict) blijkt dat zij de bijdrage van Kennisnet aan het stimuleren van ict in het onderwijs goed waarderen, daarbij gaat het zowel over het belang als over de daadwerkelijke bijdrage. Bij de programmalijnen hecht men het meeste belang aan het beschikbaar stellen van digitaal leermateriaal. Ook de samenwerking met de organisaties wordt goed gewaardeerd. De sectororganisaties geven hiervoor een ruime acht. Andere organisaties geven een ruime zeven. De meerwaarde van samenwerking met Kennisnet op het gebied van de expertisefunctie raakt met name de technische kennis. Ook de didactische kennis wordt gewaardeerd. In de rol van dienstverlener heeft Kennisnet een deel van de partners ondersteund door makelaar te zijn bij het uitwisselbaar maken van leermateriaal door het maken van afspraken over standaarden en metadatering. Verschillende ketenpartners zijn ermee geholpen wanneer Kennisnet zich in de innovatorrol richt op het tonen van innovatieve ontwikkelingen. Dit door onderwijsinstellingen te laten zien wat de mogelijkheden zijn, waardoor ze hun vraag beter kunnen formuleren. De waardering voor de bijdrage van Kennisnet in deze rol loopt behoorlijk uiteen. Veel organisaties hebben volop ambities om het gebruik van ict in de onderwijsinstellingen te stimuleren. Zowel de ketenpartners als de sectororganisaties zouden graag meer met Kennisnet samen werken om hun doelstellingen beter te kunnen bereiken (Kennisnet, 2009c). Het onderzoek onder ketenpartners zal tweejaarlijks plaatsvinden. In het tussenliggende jaar zullen vooral de sectororganisaties worden betrokken bij het beantwoorden van de vraag of Kennisnet haar ondersteunende en inspirerende rol kan waarmaken.

11

Als het doel is te maximaliseren zou de selectie van diensten op basis van populariteit onder docenten en managers worden gemaakt. We vinden het belangrijker dat de selectie volgt uit de gekozen focus en dat de index de reikwijdte van activiteiten dekt.

Pagina 78


Financiën en verantwoording

Kwaliteitsindex 2010 (A’) De kwaliteitsindex geeft de waardering van de klantgroepen docenten en managers weer. Per sector en doelgroep worden vier diensten meegewogen, evenals Kennisnet algemeen. In de onderstaande tabel is aangegeven welke diensten in 2010 kunnen worden meegewogen in de kwaliteitsindex. Er is sprake van een combinatie van diensten met een groot bereik (zoals Leraar24, communities en portals) en diensten die een kleinere doelgroep bereiken maar met grotere interactie (zoals ambassadeurs). Op basis van de ontwikkelingen zal een aantal nieuwe diensten in 2010 aan de kwaliteitsindex worden toegevoegd. Zoals Wikiwijs en Acadin. Deze zijn cursief weergegeven. Diensten die in 2009 nog wel in de index zaten maar niet aansluiten bij de focus in 2010 zijn doorgestreept. In plaats van specifieke doelgroepportals is in 2010 gekozen voor een algemenere insteek. Het gaat er immers niet om welke specifieke portal een docent of manager gebruikt. Bij de meeste groepen zijn er nu nog vijf diensten opgenomen. De definitieve selectie zal worden gedaan op basis van actuele ontwikkelingen.

Docent

PO

VO

MBO

Acadin Communities/ Wikiwijs Kidsportal Leraar24 Portal leerkracht Portals Kennisnet Thinkquest junior

Ambassadeurs Communities Leraar24 Portal docenten Portals Kennisnet Wedstrijden Wikiwijs

Communities Leraar24 Portal contentcreatie Portal docenten Portals Kennisnet Wikiwijs

Kennisnet algemeen

Kennisnet algemeen

Ambassadeurs Davindi Portal schoolleiders Portal ict-coördinator Portals Kennisnet Samen deskundiger Workshops Tools (benchmarks)

Managersprogramma Portal managers Tools (benchmarks) Portals Kennisnet Regelingen Workshops

Kennisnet algemeen Manager

Ambassadeurs MBO2010 Portal managers Portals Kennisnet Workshops Kennisnet algemeen

Kennisnet algemeen

Kennisnet algemeen Inspireren en ondersteunen per programmalijn (A’) Naast de kwaliteitsindex zal in 2010 ook aandacht worden besteed aan de vraag of het onderwijs de bijdrage die Kennisnet binnen de verschillende programmalijnen wil leveren herkent. In het klanttevredenheidsonderzoek zal dit als volgt worden meegenomen:  Managers: In welke mate wordt u door Kennisnet ondersteund bij visieontwikkeling (doelstelling organisatie).  Docenten: In welke mate wordt u door Kennisnet ondersteund bij uw eigen professionalisering (doelstelling professionalisering).  Docenten: In welke mate wordt u door kennisnet ondersteund op het gebied van digitaal leermateriaal (doelstelling leermateriaal). Daarnaast wordt in het onderzoek ook gevraagd hoe de onderwijsprofessionals Kennisnet waarderen in haar rol als dienstverlener, expert en innovator.

Pagina 79


Jaarplan2010.kennisnet.nl

Effecten (D) Het jaarlijkse Vier in Balansonderzoek geeft inzicht in de stand van zaken in ict in het onderwijs. Dit wordt gepubliceerd in de monitor (Kennisnet, 2009d; Kennisnet, 2008b). In de onderstaande tabel zijn de gegevens bijeen gebracht. Ook het streefcijfer voor 2012 is weergegeven in de tabel. De resultaten over 2009 komen in het voorjaar van 2010 beschikbaar en zullen worden opgenomen in het jaarverslag over 2009. Primair onderwijs Organisatie

-

Professionalisering Leermateriaal

Voortgezet onderwijs Organisatie

Professionalisering Leermateriaal

-

Afspraken over de didactische inzet van ict12 Beoordeling gebruik van ict bij bedrijfsvoering13 Gebruik van ict-toepassingen14 Vaardigheid in organiseren lessen15 Aandeel digitaal beschikbaar leermateriaal16

2007

2008

15%

16%

2012 (streven) 25%

Wordt in 2010 voor de eerste keer gemeten. 51% 54% 66% 38% 41% 50% 13% 15% 25%

In het primair onderwijs is in het algemeen sprake van een langzame maar gestage groei van het gebruik van ict. Daarbij ontstaat meer samenwerking tussen schoolbesturen en tussen bovenschoolse ict-coördinatoren en directeuren. Het samen ontwikkelen van leermateriaal is daarbij vaak een belangrijk thema. De ontwikkelingen in het primair onderwijs gaan niet snel, maar de beschikbare gegevens zijn vooralsnog geen aanleiding tot bijstellingen. 2007 2008 2012 (streven) Afspraken over de didactische inzet 7% 4% 15% van ict Beoordeling gebruik van ict bij Wordt in 2010 voor de eerste keer bedrijfsvoering gemeten. Gebruik van ict-toepassingen 59% 60% 66% Aandeel digitaal beschikbaar 16% 17% 33% leermateriaal In het voortgezet onderwijs geeft slechts een beperkt aantal managers aan dat er sprake is van afspraken over de didactische inzet van ict. Er is zelfs sprake van een afname. Gelijktijdig is er wel sprake van een toename van het aantal scholen dat een ict-beleidsplan heeft. De focus in deze plannen ligt veelal op de ictinfrastructuur en bijbehorende voorzieningen. De didactische inzet van ict maakt hier veelal geen deel van uit. Het blijft van belang dat er sprake is van een integrale benadering. Vanaf 2009 heeft Kennisnet daarom haar inspanningen gericht op de ondersteuning van managers bij het tot stand brengen van een visie op het gebruik van ict in het

12

Vraagstelling: Voor vrijwel alle leerstofonderdelen zijn school of sectiebrede afspraken gemaakt over de didactische inzet van ict. De inzet van ict sluit aan bij de opvattingen die de school heeft op het vlak van onderwijs en leren. Ict is bij alle leraren geïntegreerd in hun onderwijs. (respondent manager) 13

Vraagstelling: Hoe beoordeelt u het gebruik van ict voor de bedrijfsvoering van uw school zoals schooladministratie, informatievoorziening en gegevensuitwisseling met andere instellingen? (% goed of uitstekend, respondent manager) 14

Vraagstelling: Het percentage docenten dat één keer per maand of vaker gebruik maakt van de volgende toepassingen: tekstverwerking, oefenprogramma‟s, opzoeken van informatie, communicatie of samenwerking, elektronische leeromgeving, digitaal toetsen. (van al deze toepassingen wordt het gemiddelde genomen, respondent docent) 15

Vraagstelling: kunt u aangeven hoe vaardig u bent in het organiseren van lessen waarin ict wordt gebruikt? (% (zeer)gevorderd, respondent docent) 16

Vraagstelling: Welk deel van het leermateriaal is digitaal (respondent docent).

Pagina 80


FinanciĂŤn en verantwoording

MBO Organisatie

Professionalisering Leermateriaal

onderwijs verstevigd. Dit krijgt vorm via het managersprogramma maar ook door het onder de aandacht brengen van resultaten van onderzoek naar effectief gebruik van ict en goede voorbeelden via diverse communicatiekanalen. De verwachting is dat de effecten hiervan op termijn zichtbaar zullen zijn. Door initiatieven als Wikiwijs (gecombineerd met het IP-VO) is de verwachting dat het deel van het leermateriaal dat digitaal beschikbaar is sterk zal stijgen. 2007 2008 2012 (streven) Afspraken over de didactische inzet 28% 23% 50% van ict Beoordeling gebruik van ict bij Wordt in 2010 voor de eerste keer bedrijfsvoering gemeten. Gebruik van ict-toepassingen 70% 74% 75% Aandeel digitaal beschikbaar 35% 36% 40% leermateriaal In uitkomsten van de Vier in Balansmonitor in het MBO zijn, vanwege het geringe aantal respondenten, indicatief. Dat maakt dat de gegevens met enige voorzichtigheid moeten worden bezien. Conclusies kunnen vooral worden getrokken als deze worden gerelateerd aan input die door relatiemanagers en anderen wordt verzameld. Ten aanzien van de bovengenoemde aspecten geldt dat een kwart van de managers aan dat er sprake is van afspraken over de didactische inzet van ict met hun docenten. Dit aandeel lijkt te dalen. Onderwijsmanagers in het MBO zijn zeer divers in hun taakopvatting. Onderwijsdirecteuren maken geen afspraken met docenten. Teamleiders vaker wel. Klaarblijkelijk is het noodzaak dat teamleiders explicieter zijn in hun verwachtingen ten aanzien van hun teamleden. Kennisnet probeert juist deze managers te ondersteunen in het verduidelijken van hun eisen ten aanzien van docenten. Door duidelijk te maken over welke ict competenties een docent zou moeten beschikken. En hen tools aan te bieden om hun docenten zichzelf te laten beoordelen op hun ict competenties. Steeds meer docenten maken gebruik van ict toepassingen. Binnen het MBO lijken docenten massaal ict te gebruiken in hun werk. Dit komt onder andere door het professionele aanbod van applicaties door instellingen zelf en het verschaffen van laptops aan docenten. Langzaam verschuift de verhouding van folio naar digitaal leermateriaal. Vrijwel alle uitgeverijen bieden hun materiaal ook digitaal aan. Docenten zijn steeds meer bereid ook de digitale variant beschikbaar te stellen voor hun studenten.

Resultaten (A) Kennisnet heeft in de verschillende sectoren een aantal diensten dat cruciaal zijn is voor het bereiken van de geformuleerde doelstellingen. Daarbij gaat het om een combinatie van diensten die voor een breed publiek onderwijsprofessionals relevant zijn (zoals de communities en de portals), maar ook over diensten die een kleiner bereik hebben, maar meer de diepte in gaan (zoals Samen Deskundiger en het ambassadeursprogramma). Daarnaast zijn er activiteiten die gericht zijn op het verbeteren van de samenhang in de keten. Docenten en managers zijn niet de directe doelgroep, maar bijvoorbeeld contentleveranciers of partijen die zich bezig houden met professionalisering. In haar verantwoording zal Kennisnet de ontwikkelingen op bovenstaande domeinen in beeld brengen door kwantitatieve en kwalitatieve gegevens te combineren.

Pagina 81


Achtergrondinformatie

(ver)rijk onderwijs, natuurlijk met ict! Jaarplan2010.kennisnet.nl In dit laatste deel van het jaarplan is achtergrondinformatie opgenomen. Daarbij wordt ingegaan op de organisatie Kennisnet. Vervolgens wordt de samenhang tussen verschillende interventies beschreven. Tenslotte worden de gebruikte bronnen weergegeven.


Wie is Kennisnet

Wie is Kennisnet Kennisnet is vooral een organisatie waar het gaat om de mensen. In dit hoofdstuk wordt de organisatiestructuur beschreven en worden de afdelingen voorgesteld. De verantwoordelijkheden en samenstelling van de Raad van Toezicht en de Programmaraad komen ook aan de orde. Daarnaast wordt ingegaan op de in het Meerjarenplan beschreven ambities, kernwaarden en rollen. Lees meer ‌

Kennisnet is een kennisintensieve organisatie. Dat vraagt veel van de mensen die bij Kennisnet werken. Zij zijn niet alleen verantwoordelijk voor onze activiteiten en diensten, maar ook het belangrijkste product. Er werken nu bijna 150 mensen bij Kennisnet. Zij zijn jong (gemiddeld 36 jaar), hoogopgeleid en hebben zeer diverse studies gedaan. De verdeling man-vrouw is ongeveer gelijk. De voorkant van dit jaarplan en het logo zoals hier afgebeeld zijn opgebouwd uit fotoâ€&#x;s van Kennisnetmedewerkers, van de Raad van Toezicht en van de Programmaraad. Daarbij is gebruik gemaakt van AndreaMosaic17.

Organisatiestructuur Stichting Kennisnet is ingericht volgens het Raad van Toezichtmodel. Een algemeen directeur/bestuurder is verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken en legt verantwoording af aan de Raad van Toezicht. De meerderheid van de Raad wordt benoemd op basis van voordrachten door de sectororganisaties. Daarnaast zijn er vijf onafhankelijke leden.

Raad van Toezicht

Programmaraad

Onderzoek

Directie

Communicatie

Bedrijfsvoering en Control

Sectorteams

Strategie en Innovatie

Customer Services en Marketing

Projecten

Diensten

Techniek

In de Programmaraad wordt de inhoudelijke koers van Kennisnet besproken. De Programmaraad bestaat uit vertegenwoordigers uit het onderwijsveld en adviseert over strategische prioriteiten aan de bestuurder. De Programmaraad is hiermee een instrument om input vanuit het veld te organiseren.

De stichting kent een organisatiestructuur waarbij onderscheid is gemaakt tussen afdelingen die gericht zijn op het onderhouden van relaties met het onderwijs, het ministerie en strategische partners en afdelingen die zich bezig houden met de uitvoering van projecten en het op orde houden van diensten en bijbehorende techniek. Daarnaast is er een aantal ondersteunende afdelingen gericht op onderzoek, communicatie en bedrijfsvoering en control.

17

Zie ook http://www.andreaplanet.com/andreamosaic.

Pagina 85


Jaarplan2010.kennisnet.nl

Directie Toine Maes, algemeen directeur

Kennisnet heeft een tweekoppige directieleiding. De algemeen directeur is tevens de bestuurder van de stichting. Hij is verantwoordelijk voor de sectorteams en de afdelingen Strategie en Innovatie, Customer Services en Marketing, Communicatie en Onderzoek.

Marianne Mulder, directeur operations

De directeur operations is verantwoordelijk voor de afdelingen Projecten, Diensten, Techniek en Bedrijfsvoering & Control.

Frans Schouwenburg, sectormanager PO/VO

De sectorteams zijn verantwoordelijk voor het onderhouden van de relaties met de sectoren (instellingen en vertegenwoordigende organisatie). De teams brengen de behoeften in kaart en zorgen vervolgens in overleg met andere betrokkenen binnen Kennisnet voor een passende aanpak.

Sectorteams

Jan-Kees Meindersma, sectormanager MBO

Strategie en Innovatie Martine Kramer, manager S&I

De afdeling Strategie en Innovatie is verantwoordelijk voor de relatie met het ministerie van OCW, voor het bepalen van de (innovatie) strategie van Kennisnet en voor het onderhouden en benutten van een (internationaal) netwerk. Daarnaast heeft de afdeling een aantal staftaken.

Customer Services en Marketing Victor Barendsma, manager CSM

Customer Services & Marketing is verantwoordelijk voor de afhandeling van vragen die uit de markt komen. Zij ondersteunt daarbij gebruikers die vragen hebben over de werking van producten en diensten (helpdesk) en ondersteunt de relatiemanagers (binnendienst). Tevens adviseert zij samen met de afdeling communicatie over het te voeren marketing communicatie beleid.

Joni Wagner, manager Projecten

De afdeling Projecten heeft als taak projecten en programmaâ€&#x;s op uiteenlopende onderwerpen uit te voeren. De project- en programmamanagers werken daarbij nauw samen met onderwijsinstellingen en partnerorganisaties om de gedefinieerde resultaten te behalen.

Projecten

ď ˝ Pagina 86


Wie is Kennisnet

Diensten Jeroen Borgsteede, manager Diensten

Bij de afdeling Diensten is het dienstenportfolio van Kennisnet belegd. Iedere dienst is gekoppeld aan een productmanager. Deze productmanager zorgt in samenwerking met de rest van de organisatie dat Kennisnet diensten ontwikkelt die aansluiten bij de missie van Kennisnet en de behoeften van het onderwijsveld.

Dirk Linden, manager Techniek

De activiteiten van de afdeling Techniek zijn een natuurlijk onderdeel van de Kennisnet dienstverlening, zowel intern als extern. De afdeling is verantwoordelijk voor het technisch beheer van de diensten van Kennisnet. De afdeling Techniek zet haar kennis en kunde in bij de realisatie en uitvoering van de diensten en programmaâ€&#x;s van Kennisnet.

Alfons ten Brummelhuis manager Onderzoek

De afdeling Onderzoek bundelt en verspreidt kennis en inzichten over ict in het onderwijs. De afdeling ontwikkelt kennis die helpt bij het maken van evidence based keuzes voor de inzet van ict. Ook brengt de afdeling de stand van zaken rond ict in het onderwijs en de bijdrage van de producten en diensten van Kennisnet in beeld.

Victor Barendsma, manager Communicatie

De afdeling communicatie adviseert de organisatie over het communicatiebeleid rondom de organisatie Kennisnet en haar diensten, programma's, projecten en onderwijsthemaâ€&#x;s. Door de inzet van een uitgebreide set van marketing communicatie activiteiten werkt zij continu aan het neerzetten van een duidelijke organisatie identiteit bij onze doelgroepen.

Techniek

Onderzoek

Communicatie

Bedrijfsvoering en control Jos de Goede, manager Bedrijfsvoering & Control

De afdeling Bedrijfsvoering en control zorgt dat de werkzaamheden van Kennisnet goed kunnen verlopen. De afdeling heeft verschillende verantwoordelijkheden: financiĂŤn, juridische zaken, inkoop, personeel & organisatie, office management, facilitaire zaken. De afdeling ziet toe op het naleven van kaders en richtlijnen.

Pagina 87


Jaarplan2010.kennisnet.nl

Raad van Toezicht De Raad van Toezicht is het toezichthoudend orgaan van Stichting Kennisnet en houdt zich onder andere bezig met het goedkeuren van (meer)jaarplannen, begroting en jaarverslag. Daarnaast is de Raad een kritische sparringpartner voor het bestuur als het gaat om het formuleren van een strategisch beleid. De Raad van Toezicht bestaat uit elf leden en komt jaarlijks ongeveer zes keer bijeen. Kennisnet is opgericht door de onderwijsorganisaties. Daarom worden in de Raad van Toezicht zes leden op voordracht van de POraad, de VO-raad, de MBO-Raad en de AOC-Raad benoemd. Op deze manier wordt ook geborgd dat Kennisnet van en voor het onderwijsveld blijft. Onafhankelijke leden Ir. P. (Paul) ‟t Hoen (voorzitter) Voorzitter van de Adviesraad ICTRegie, commissaris van diverse ondernemingen, zelfstandig adviseur Dr. S.G.M. (Sylvia) van de Bunt-Kokhuis Universitair docent bij de Vrije Universiteit en Visiting Professor bij Liverpool Hope University

Leden voorgedragen door onderwijsorganisaties Mr. S.J. (Simon) Steen (vicevoorzitter) Algemeen Directeur Vereniging Bijzonder Scholen (VBS) www.vbs.nl N. (Niek) Barendregt Lid College van Bestuur, Edudelta Onderwijsgroep www.edudelta.nl

Drs. J.M. (Joan) Ferrier

Drs. B. (Bart) Bongers

Directeur van E-Quality, kenniscentrum voor emancipatie, gezin en diversiteit www.e-quality.nl

Voorzitter college van bestuur Nova College www.novacollege.nl

Drs. A.W. (Aline) Pastoor

A. (Ton) Hendriks

Directeur Zebra en raadslid Den Haag www.zebrawelzijn.nl, www.denhaag.nl

Directeur Openbare Basisschool „IJsselhof‟ te Zwolle www.obs-ijsselhof.nl

Drs. J.A.M. (Jan) van Velthoven

L. (Lieneke) Jongeling

Zelfstandig adviseur

Bestuur en rector van het Northgo College www.northgo-college.nl Drs. A. (Ad) van der Wiel

Op 22 december 2009 is Lieneke Jongeling onverwacht overleden. Haar inhoudelijke expertise en betrokkenheid zullen we missen.

Bestuurder van de Verenigde Scholen J.A. Alberdingk Thijm (VO en PO) www.atscholen.nl

Pagina 88


Wie is Kennisnet

Programmaraad De Programmaraad is een adviesorgaan, benoemd door de Raad van Toezicht, dat adviseert aan de bestuurder over strategische prioriteiten. De Programmaraad vormt een instrument voor de betreffende onderwijssectoren en Kennisnet om voeding vanuit het veld voor de programmering van Kennisnet veilig te stellen. De Programmaraad bestaat uit drie kamers één voor primair onderwijs, één voor voortgezet onderwijs en één voor beroepsonderwijs en volwasseneneducatie. De leden van de raad zijn werkzaam in de betreffende onderwijssector. De Programmaraad wordt geleid door een onafhankelijke voorzitter. Drs. A. (Anke) van Kampen (voorzitter) Zelfstandig adviseur www.ankevankampen.nl PO-kamer C.H.M. (Lia) van Acht

J. (Jos) Kooij

Ict-coördinator Werkplaats Kindergemeenschap PO www.wpkeesboeke.nl

Adviseur AVS www.avs.nl

Drs. M.H.M. (Maurits) Huigsloot

Drs. R.J. (Robbert Jan) de Vries

Beleidsmedewerker informatiebeleid en informatievoorziening www.poraad.nl

Adviseur Besturenraad www.besturenraad.nl

P.R. (Peter) Beij

Drs. N.R. (Roderik) Rot

Voorzitter Centrale Directie Het College Vos www.hetcollegevos.nl Mr. A.J.K. (Hans) Reiber

Stafdirecteur ISW www.isw.nl

Voorzitter Innovatieplatform VO

Algemeen Directeur Liemers College www.liemerscollege.nl

J.H. (Jan) Bartling MIM

W.J. (Willem) de Potter

Manager I&A ROC Aventus www.aventus.nl H. (Hans) Doffegnies

Lid College van Bestuur Hoornbeeck College www.hoornbeeck.nl P.A.J. (Paula) Sukel

Directeur ICT Amarantis Onderwijsgroep www.amarantis.nl

Lid College van Bestuur Onderwijsgroep Tilburg www.onderwijsgroeptilburg.nl

VO-kamer

Drs. H. (Harald) Wiggers

MBO-kamer

Pagina 89


Jaarplan2010.kennisnet.nl

Ambities, kernwaarden en rollen Kennisnet laat zich op een aantal manieren beschrijven. In de eerste twee delen van het jaarplan is vooral ingegaan op onze missie en de activiteiten. In het Meerjarenplan 2009 – 2012: Natuurlijk met ict! is beschreven wat onze rollen en kernwaarden zijn. Deze zijn als volgt gedefinieerd. Rollen Kennisnet is in het onderwijs actief in de volgende drie rollen:   

Innovator: Kennisnet verkent nieuwe mogelijkheden op het gebied van onderwijs en ict en ondersteunt en prikkelt scholen bij uitvoering van nieuwe risicovolle ideeën. Dienstverlener: Kennisnet levert publieke diensten om de integratie van ict in het onderwijs te bevorderen. Expert: Kennisnet beschikt over onafhankelijke kennis vanuit onderzoek en de praktijk, doet onderzoek op het gebied van onderwijs en ict en draagt de kennis op maat uit.

De hedendaagse onderwijsvraagstukken vragen om een aanpak in samenhang. Kennisnet maakt gebruik van het gehele spectrum aan mogelijkheden en zet hierbij veelal een combinatie van rollen in. Kernwaarden De kernwaarden van Kennisnet benadrukken wie de organisatie is, waar we voor staan en hoe we te werk gaan. Kernwaarden geven de cultuur van de organisatie weer. Voor Kennisnet gaat het om:  

 

Innovatief: Kennisnet handelt innovatief. Ze verkent nieuwe mogelijkheden in de verbinding van onderwijs en ict om onderwijsinstellingen ook bij de vraagstukken van morgen te ondersteunen. Publiek: Kennisnet levert maatschappelijke waarde daar waar het publiek gelegitimeerd is of indien vrager en aanbieder elkaar (nog) niet vinden. In haar verantwoording hanteert ze een hoge mate van openheid en transparantie. Onafhankelijk: Kennisnet is onafhankelijk. Ze heeft geen eigen zakelijk belang bij uitkomsten van vraagstukken van onderwijsinstellingen. Deskundig: Kennisnet is deskundig. Ze is in staat op basis van de aanwezige kennis en expertise onderwijsinstellingen met raad en daad terzijde te staan.

Rollen

Kern waarden

Pagina 90

•Expert •Dienstverlener •Innovator

•Innovatief •Publiek •Onafhankelijk •Deskundig


Interventies om te ondersteunen en te inspireren

Interventies om te ondersteunen en te inspireren Bij het verbeteren van het onderwijs kan worden gekozen voor het veranderen „binnen‟ de huidige context of het meer fundamenteel vernieuwen. Bij beide kan ict een belangrijke rol spelen. Maar de wijze waarop deze ontwikkelingen effectief kunnen worden gestimuleerd is verschillend. Lees meer …

Op basis van het beschikbare onderzoek over het gebruik van ict in het onderwijs kan worden bepaald welke aanpak waarschijnlijk het meest effectief zal zijn. Ook meer algemene studies over organisatieveranderingen en professionalisering (in het onderwijs) kunnen worden gebruikt om de effectiviteit van interventies in het onderwijs te verbeteren. In de onderstaande analyse wordt achtereenvolgens ingegaan op:  De wijze waarop verbeteringen in het onderwijs met behulp van ict vorm kunnen krijgen en kunnen worden gestimuleerd.  De wijze waarop vernieuwingen van het onderwijs met ict kunnen worden ondersteund en geprikkeld.

Verbeteringen in het onderwijs Docenten en managers bepalen samen de kwaliteit van het onderwijs en moeten gezamenlijk vorm geven aan de gewenste verbetering. Een passende infrastructuur en voldoende beschikbaar en bruikbaar leermateriaal zijn hierbij randvoorwaarden voor succes. Vier in balans dus (Ict op school, 2004). Docenten 

De belangrijkste factoren die bepalen of docenten ict effectief gebruiken zijn te vangen onder de volgende drie noemers (Park, et al., 2005; Tondeur, et al., 2008; Voogt, 2008):  Opvattingen van docenten over leren en onderwijzen.  Vertrouwen en inzicht in de meerwaarde van ict voor het leren.  Deskundigheid en zelfvertrouwen ten aanzien van het gebruik van ict in het onderwijs. Managers kunnen docenten hierin begeleiden door het bieden van ruimte om te experimenteren, het stimuleren van samenwerking en het opnemen van ict in het bredere professionaliseringsbeleid van een instelling. Andere organisaties, zoals Kennisnet, kunnen docenten hierbij ondersteunen en prikkelen door:  Sponsoren of inrichten lerende netwerken: professionals leren vooral van en met elkaar. Daarbij is het van belang om aandacht te hebben voor reflectie en het inbrengen van expertise/begeleiding waar nodig.  Het doen van verkenningen (onderzoek, experimenten) naar de wijze waarop ict kan worden benut. En de resultaten hiervan beschikbaar stellen.  Het verbeteren van de beschikbaarheid (en vindbaarheid) van digitaal leermateriaal door afspraken te maken over (open) standaarden en het inrichten van platforms. Het beschikbaar stellen van digitale gereedschappen waardoor docenten die dat willen en kunnen zelf aan de gang kunnen met het (door) ontwikkelen van leermateriaal.  Laagdrempelige toegang tot assessmenttools om te bepalen wat docenten weten, wat ze nog zouden moeten leren en hoe ze dat vorm kunnen geven. Handreikingen (online leermateriaal) om dit vervolgens voor deels in te vullen en informatie over scholingsaanbod in de markt.

Managers en bestuurders 

Managers en bestuurders zijn op zoek naar oplossingen voor de problemen waar zij dagelijks mee te maken hebben. Variërend van het vinden van voldoende docenten en het omgaan met een diverse leerlingenpopulatie, met veeleisende ouders en het moeten voldoen aan verschillende (kwaliteits)kaders en het doen van ingrijpende investeringen. Ze moeten hierbij balanceren tussen het oplossen van de problemen van vandaag en het aangaan van de uitdagingen van de (nabije) toekomst. Voordat ze aandacht hebben voor ict zullen ze eerst de overtuiging moeten hebben dat dergelijke investeringen(in tijd of geld) bijdragen aan het oplossen van hun problemen.

Pagina 91


Jaarplan2010.kennisnet.nl

Daarnaast hebben ze behoefte aan informatie over de wijzer waarop ze vervolgens tot een visie en een concrete aanpak kunnen komen. Sectororganisaties kunnen een rol spelen bij het bewustwordingsproces. Daarnaast kunnen zij informatie over de mogelijkheden (en randvoorwaarden) uitdragen. Ook het ministerie van OCW kan managers en bestuurders uitdagen om aan de gang te gaan met het verbeteren van het onderwijs. Andere organisaties, zoals Kennisnet, kunnen managers ondersteunen en prikkelen door:  In gesprekken met managers en bestuurders vanuit hun behoefte in beeld brengen waar ict een bijdrage aan kan leveren.  Het verkennen van de mogelijkheden van ict gebruik en het beschkbaar stellen van informatie over wat werkt.  Benchmarks om te bepalen hoe de instelling er voor staat als het gaat om het gebruik van ict.  Het faciliteren van lerende netwerken: professionals leren vooral met en van elkaar. Daarbij is er wel behoefte aan begeleiding en het inbrengen van expertise.

Sectororganisaties  

Sectororganisaties zijn zich inmiddels bewust van de urgentie. Zij zien ict als een middel om veranderingen in het onderwijs tot stand te brengen. Maar zijn op zoek naar kennis en middelen. Organisaties zoals Kennisnet kunnen deze organisaties ondersteunen door:  Het inbrengen van expertise. En het doen van verkenningen (onderzoek en experimenten) om deze informatie beschikbaar te krijgen.  Het faciliteren van ontwikkelingen door de inzet van diensten of het faciliteren van te maken afspraken, bijvoorbeeld gericht op de (door) ontwikkeling van digitaal leermateriaal.

Overheden 

Overheden kunnen zorgen voor kaders, voor richting en voor ruimte. Ook kunnen ze het denken prikkelen door instellingen - maar ook individuele managers, docenten en lerenden - uit te dagen met nieuwe concepten te komen. Organisaties als Kennisnet kunnen het ministerie ondersteunen en prikkelen door: o Het doen van onderzoek (verkenningen) en het vervolgens inbrengen van expertise en het beschikbaar stellen van informatie. o Het ondersteunen en prikkelen van het onderwijs, waardoor het belang van ict duidelijker wordt.

Lieveranciers 

Organisaties die diensten kunnen leveren aan het onderwijs, variërend van educatieve uitgeverijen en andere contentleveranciers, tot onderwijsbegeleidsdiensten en hardwareleveranciers hebben behoefte aan duidelijkheid over de vraag van het onderwijs nu en in de toekomst. En willen graag weten waar het materiaal aan moet voldoen om ook daadwerkelijk te worden benut. Organisaties als Kennisnet kunnen de partijen ondersteunen en prikkelen door: o Het inbrengen van expertise en het beschikbaar stellen van informatie uit onderzoek (verkenningen). o Het ontwikkelen en beheren van standaarden en bijbehorende platforms om content en diensten te koppelen en transparantie te vergroten.

Pagina 92


Interventies om te ondersteunen en te inspireren

Vernieuwingen in het onderwijs Als het gaat om vernieuwing spelen andere factoren een rol. Vernieuwing gaat meestal de reikwijdte van een individuele instelling te boven, omdat er kaders moeten worden opgerekt en (tijdelijk) moet worden geïnvesteerd in randvoorwaarden. Vernieuwing vraagt daarmee vooral lef van onderwijsinstellingen en ruimte om ambities waar te kunnen maken. Daarbij blijkt uit diverse publicaties en onderzoek dat vernieuwing kan werken als rekening wordt gehouden met weerstanden of deze worden vermeden. Interessante inzichten hierover staan onder andere beschreven in Disrupting class waarin wordt gesteld dat innovatie vooral kansrijk is als het, in eerste instantie, geen gevolgen heeft voor de reguliere processen of als de noodzaak tot verandering zo groot is dat de weerstand om die reden klein is (Christensen, 2008). Daarnaast komt echte innovatie vaak min-of-meer toevallig tot stand. Door open te staan voor nieuwe ideeën en door de ruimte nemen om te leren. Een belangrijke bron van inspiratie zijn hierbij de lerenden zelf. Zij kunnen ons helpen om het onderwijs van morgen vorm te geven. Organisaties als Kennisnet kunnen vernieuwing in het onderwijs ondersteunen en prikkelen door:  Verkenningen te doen om zo kennis te ontwikkelen en vervolgens te delen over de mogelijkheden die technologie biedt om in te kunnen spelen op maatschappelijke ontwikkelingen en onderwijskundige behoeften.  Ruimte te bieden om te experimenteren (verkennen) waarbij mislukken mag, als er maar van wordt geleerd.  Het bij elkaar brengen van leiders met ambitie in (lerende) netwerken en die te ondersteunen door het inbreng van expertise.

De interventies Kennisnet kan diverse middelen inzetten om invulling te geven aan de behoefte van het onderwijsveld en zo de doelstellingen te realiseren. Het is daarbij van belang dat gezocht wordt naar een goede mix van activiteiten en diensten, omdat het zelden zo is dat met één activiteit het gewenste doel kan worden bereikt. Communicatie, ook via de portals, en relatiemanagement zijn van belang om te zorgen dat de interventies aansluiten bij de behoefte en dat ze ook daadwerkelijk kunnen worden gevonden.

Verkennen en analyseren: • Kennisnet ontwikkelt (beproefde) kennis over de inzet van ict in het onderwijs. (Lerende) netwerken: • Kennisnet stimuleert fysieke en virtuele netwerken van docenten, managers, bestuurders en stafmedewerkers. Assessment en benchmarks: • Kennisnet helpt docenten en managers bij het in beeld brengen van de eigen situatie. (Online ) workshops, handreikingen en ondersteuning: • Kennisnet biedt informatie om kennisontwikkeling van docenten en managers te stimuleren. Digitale gereedschappen: • Kennisnet biedt de mogelijkheid om zelf aan de slag te gaan met het gebruik van ict. (Open) standaarden: • Kennisnet faciliteert en stimuleert het maken van afspraken over standaarden in het Nederlandse onderwijs. Platforms: • Kennisnet onderhoudt een infrastructuur voor het delen en ontsluiten van materiaal.

Pagina 93


Jaarplan2010.kennisnet.nl

Diensten In het onderstaande overzicht worden een aantal diensten van Kennisnet en verschillende partners in beeld gebracht.

Homepage Kennisnet

Acadin.nl, samen met SLO en pilotpartijen

Ambassadeurs

Communities

Digitaal Leermateriaal

Edurep

Entree

Groen.kennisnet.nl

Leraar24.nl, samen met Teleac, SBL en Ruud de MoorCentrum

Kidsportal

Marktplaats MBO 2010

Mediawijzer.net, samen met ECP, Beeld en Geluid, NPO, VOB

Pagina 94


Interventies om te ondersteunen en te inspireren

Onderzoek

Standaarden

SURFnet/Kennisnetinnovatieprogramma

Teleblik, samen met Beeld en Geluid en Teleac

Websitemaker

Wikiwijs, samen met Open Universiteit

Pagina 95


Bronnen

Bronnen Om dit jaarplan te schrijven is gebruik gemaakt van een veelheid aan bronnen. Naast persoonlijke contacten betrof dit informatie uit onderzoek over ict in het onderwijs, publicaties over (technologische) ontwikkelingen en de impact die ze mogelijk hebben op het leren en verhandelingen over ontwikkelingen in het onderwijs en informatie uit allerlei sites, zoals edublogs. Lees meer …

Gesprekspartners Het jaarplan 2010 is tot stand gekomen op basis van de uitkomsten van (internationaal) onderzoek en in interactie met vele partijen in het onderwijs. Het gehele jaar door zijn er vele contacten met docenten, managers en bestuurders. De behoeften die daar uit naar voren komen zijn meegenomen in het jaarplan. Daarnaast is over dit plan gesproken met:  Sectororganisaties (PO-raad, VO-raad, MBO-raad, AOC-raad)  IP-VO, saMBO~ICT, MBO 2010  Ketenpartners  Ministerie van OCW  Programmaraad Kennisnet (en de afzonderlijke programmakamers)  Raad van Toezicht Kennisnet Online Edublogs (Nederland)  Back to school: marcelkesselring.wordpress.com  Computers in de klas: computersindeklas.web-log.nl  Karin blogt: www.karinblogt.nl  Onderwijs van overmorgen: onderwijsvanovermorgen.nl  Onderwijs in de 21e eeuw: onderwijs21.wordpress.com  Trendmatcher tussen ict en onderwijs: www.karssenberg.nl/weblog  Wilfred Rubens, Technology Enhanced Learning: wilfredrubens.typepad.com Edublogs (internationaal)  Clayton Christensen, Disrupting class: disruptingclass.mhprofessional.com  Education week, Leader Talk: blogs.edweek.org/edweek/LeaderTalk/  Karl Fish, The Fishbowl: thefischbowl.blogspot.com/  Scott McLoed, Dangerously irrelevant: www.dangerouslyirrelevant.org/  TED-blog: blog.ted.com

Pagina 97


Jaarplan2010.kennisnet.nl

Bronnenlijst -

BECTA Evidence on the impact of technology on learning and educational outcomes [Online] // Becta. - 2009. - http://partners.becta.org.uk. Christensen M Disrupting Class; how disrupting innovation will change the way the world learns [Boek]. - 2008. - http://www.disruptingclass.com/.

-

Denktank Sterrenschool De sterrenschool [Online]. - http://www.desterrenschool.nl.

-

Derksen Barry, Kroon drs. ing. Ronald en Rutkens drs. Erik Ict-innovatie in het onderwijs: structureerbaar en uitvoerbaar? [Online] // Compact. - 2006. - http://www.compact.nl/artikelen/C2006-1-Derksen.htm. Derksen Barry, Noordam Peter en Vlist van der Aart Trends in IT 2008 - 2009 Op tijd investeren in de juiste technologie [Boek]. - 2008. Dijk 12 Beroepspraktijkvorming in het MBO - Ervaringen van leerbedrijven [Online] // Marktplaats MBO2010. - 2009. - http://www.marktplaatsmbo.nl.

-

Fisch Karl en McLeod Scott Did you know [Online] // Shift Happens. - 2006 - 2009. http://shifthappens.wikispaces.com/. Ict op school Vier in Balans+ [Online] // onderzoekspagina Kennisnet. - 2004. http://onderzoek.kennisnet.nl/vierinbalans.

-

JOB JOB Monitor 2008 [Online] // ODIN5. - 2008. - http://www.odin5.nl.

-

Kennisnet Hier heb ik niets aan! Essays over bruikbaar digitaal leermateriaal [Online]. - 2009a. http://kennisnetonderzoek.wordpress.com/.

-

Kennisnet Kennisnet klanttevredenheidsonderzoek 2008 [Rapport]. - 2009b. Kennisnet Meerjarenplan 2009 - 2012: Natuurlijk met ict! [Online] // Kennisnet. - 2008a. http://over.kennisnet.nl/.

-

Kennisnet Natuurlijk verbinden met ict! Onderzoek naar samenwerking tussen ketenpartners en Kennisnet [Online] // Kennisnet. - 2009c. - http://over.kennisnet.nl. - Het rapport is tot stand gekomen op basis van onderzoek door het ITS. Kennisnet Vier in Balans Monitor 2009 [Online] // onderzoekspagina Kennisnet. - 2009d. http://onderzoek.kennisnet.nl/vierinbalans. Kennisnet Vier in Balansmonitor 2008 [Online] // Onderzoekspagina Kennisnet. - 2008b. http://onderzoek.kennisnet.nl.

-

Kennisnet, MBO2010 Verkenning in het kader van onderwijslogistiek [Online] // marktplaats MBO2010. - 2009. - http://www.marktplaatsmbo.nl.

-

Landelijk Steunpunt brede scholen [Online] // Brede school.nl. - http://www.bredeschool.nl. MBO-raad MBO Raad verheugd: kabinet stopt marktwerking educatie (persbericht) [Online] // MBO-raad. - 2009. - http://www.mboraad.nl.

-

Ministerie van Algemene Zaken brief aan Tweede Kamer over brede heroverwegingen kabinet [Online] // Ministerie van Algemene zaken. - 2009. http://www.minaz.nl/Actueel/Kamerstukken/2009/September/Brief_aan_Tweede_Kamer_over_bred e_heroverwegingen_kabinet. Ministerie van OCW Brief wettelijke borging zorg in en om de school [Online] // Ministerie van OCW. - 2009a. - http://www.minocw.nl/documenten/127716.pdf. Ministerie van OCW en sociale partners Leerkracht van Nederland, sterke basis voor de toekomst [Online] // Leerkacht van Nederland. - 2008. http://www.leerkrachtvannederland.nl/het_convenant.

-

-

-

Ministerie van OCW Heroverweging passend onderwijs (brief Tweede Kamer) [Online] // Ministerie van OCW. - 2009b. http://www.minocw.nl/actueel/nieuws/36034/meerhandenindeklasdoorpassendonderwijs.html. Ministerie van OCW Kennisnet verzelfstandigt (persbericht) [Online] // ministerie van OCW. 2001a. - http://www.minocw.nl/actueel/persberichten/68/Kennisnet-verzelfstandigt.html. Ministerie van OCW Kwaliteitsagenda Primair onderwijs, scholen voor morgen [Online] // Ministerie van OCW. - 2008a. http://www.minocw.nl/kwaliteitsagendaprimaironderwijs/index.html.

Pagina 98


Bronnen

-

-

-

Ministerie van OCW Kwaliteitsagenda Voortgezet Onderwijs, onderwijs met ambitie [Online] // Ministerie van OCW. - 2008b. - http://www.minocw.nl/kwaliteitsagendavo/index.html. Ministerie van OCW Maatschappelijke Innovatieagenda Onderwijs (MIA) [Online] // Ministerie van OCW (Innovatie in het onderwijs). - 2009c. - http://www.minocw.nl/innovatieinhetonderwijs/. Ministerie van OCW OCW in kerncijfers 2004 - 2008 [Online] // Ministerie van OCW. - 2009d. www.minocw.nl. Ministerie van OCW Stichting Ict op school van start (persbericht) [Online] // Ministerie van OCW. - 2001b. - http://www.minocw.nl/actueel/persberichten/106/stichting-ict-op-school-vanstart.html. Ministerie van OCW Stimuleren excellentie basisonderwijs (persbericht) [Online] // ministerie van OCW. - 2008d. - http://www.minocw.nl/documenten/46491.pdf. Ministerie van OCW Strategische agenda beroepsonderwijs, werken aan vakmanschap [Online] // ministerie van OCW. - 2008e. - http://www.minocw.nl/beroepsonderwijs/1003/Strategischeagenda-beroepsonderwijs.html. Mishra Punya en Koehler Matthew J. TPCK - Technological Pedagogical Content Knowledge [Online]. - 2006. - http://www.tpack.org. Netwerk Onderwijsinnovatie Kansen voor innovatie in het onderwijs [Online] // Innovatie in het onderwijs (ministerie van OCW). - 2009. - http://www.minocw.nl/innovatieinhetonderwijs. Onderwijsraad Naar doelmatiger onderwijs [Online]. - 2009. http://www.onderwijsraad.nl/publicaties/2009/naar-doelmatiger-onderwijs. Onderwijsraad Onderwijs en open leermiddelen [Online] // Onderwijsraad. - 2008. http://www.onderwijsraad.nl. Park Sung Lee, Ertmer Peggy A. en Simons Krista D. Problem-Based Learning (PBL) and Teachersâ€&#x; Beliefs regarding Technology Use [Online] // Purdue University college of education. 2005. - http://www.edci.purdue.edu/ertmer/docs/AECT06_Park_proc.pdf.

-

PO raad Goed onderwijs voor elk kind [Online] // PO-raad. - 2009. - http://www.poraad.nl. saMBO~ICT Jaarplan saMBO~ICT [Online] // roc-i-partners. - 2009. - http://www.roc-ipartners.nl/.

-

SLO Omgaan met culturele diversiteit [Online] // SLO. - december 2008. - http://www.slo.nl.

-

SURFnet, Kennisnet SURFnet/Kennisnet innovatieprogramma [Online]. - 2009. http://www.surfnetkennisnetproject.nl. Tondeur J [et al.] multidimensional approach to determinants of computer use in primary education: teacher and school characteristics [Tijdschrift] // Journal of Computer Assisted Learning. - 2008. - 6 : Vol. 24. - pp. 394-506. http://www.onderwijskunde.ugent.be/downloads/Art_multidimensional.pdf. U.S. Department of Education Evaluation of Evidence-Based Practices in Online Learning [Online] // U.S. Department of Education. - 2009. - http://www.ed.gov.

-

-

-

Voogt J. Satisfying pedagogical practices using ICT [Sectie van boek] // Pedagogy and ICT use in schools around the world. Findings from the IEA SITES 2006 study / boekaut. N. Law W. J. Pelgrum, & T. Plomp. - 2008. VO-raad beleidsagenda en sectoragenda voortgezet onderwijs [Online] // VO-raad. - 2008. http://www.vo-raad.nl/vo-raad/beleidsagenda-en-sectoragenda. VO-raad Startdocument Innovatieplatform VO (IP-VO) [Online] // VO-raad. - 2009. http://www.vo-raad.nl/themas/innovatie-en-ict/werkwijze-ipvo. WRR Vertrouwen in de school, over de uitval van 'overbelaste' jongeren [Online] // WRR. - 2009. http://www.wrr.nl.

Afbeeldingen De afbeeldingen zijn afkomstig uit verschillende bronnen. Er is onder andere gebruik gemaakt van Wikicommons, van de Flickrgroup Great quotes on education (pagina 21, 23, 24) en van fotoâ€&#x;s die gemaakt zijn in het kader van de scholenbouwprijs (pagina 30 en 42) door Kees Rutten. Ook is gebruik gemaakt van diverse online stockaanbieders, zoals Istockphoto.com, Shutterstock.com en Stockxpert.com.

Pagina 99


Jaarplan 2010