Page 1

Digitaal leermateriaal kleine groenopleidingen Summer Schools 2010 Beter onderwijs via de Netwerkschool MBO zomer 2010


In deze uitgave 2 Column Jan-Kees Meindersma 3 Digiborden in het mbo 4 Digitaal leermateriaal voor kleine groenopleidingen 6 Online tools Kennisnet

7 S ummer Schools 8 ICT en onderwijs dichter bij elkaar 9 Augmented Reality 10 Netwerkschool

11 Wikiwijs 12 Kort nieuws

Het mbo is innovatie Het schooljaar 2009-2010 is bijna voorbij. U heeft hard gewerkt om studenten klaar te stomen voor hun examens, assessments en proeven van bekwaamheid. Een nieuwe generatie mbo-studenten is gereed om als vakman de arbeidsmarkt op te gaan of door te studeren aan een hbo-opleiding. Daar mag u trots op zijn. De zomervakantie is een goed moment om te bezinnen. Gaan we de komende jaren dezelfde onderwijsaanpak hanteren? Organiseren we het onderwijs op vergelijkbare manier? Waar kunnen we onszelf als professional en organisatie nog verbeteren? In hoeverre zijn onze financiële middelen nog toereikend om onze ambities te realiseren?

“Gaan we de komende jaren dezelfde onderwijsaanpak hanteren?” Vijf mbo-instellingen gaan komend schooljaar heel bewust aan de slag met deze vragen. Zij hebben gekozen om in vijf jaar tijd het denkmodel van de Netwerkschool in de praktijk te brengen. Deze vijf willen laten zien dat een mbo-instelling op een heel andere manier georganiseerd kan worden, waarbij voor hetzelfde geld meer leerrendement behaald wordt en studenten en bedrijfsleven een hogere kwaliteit ervaren. De inzet van ict is hierbij een cruciale factor. Kennisnet ondersteunt deze vijf instellingen om samen met hen te zoeken naar de optimale inzet van ict in zowel het onderwijs zelf als de ondersteunde processen hierbij. Uiteraard delen wij onze ervaringen met u via de vernieuwde website mbo.kennisnet.nl, congressen en publicaties. Niet elke opleiding richt zich de komende jaren op zo’n radicale vernieuwing als de Netwerkschool. Een deel van deze opleidingen zal zich zelf wel moeten vernieuwen. Elke mbo-instelling kent zijn kleine, specialistische

opleidingen. Ze sluiten sterk aan op de behoefte van het bedrijfsleven, maar hebben vaak te weinig studenten om rendabel te zijn. Samen met twee AOC’s heeft Kennisnet onderzocht op welke wijze het toch mogelijk is om geschikt leermateriaal beschikbaar te maken zonder hierbij zwaar te moeten investeren in de ontwikkeling hiervan. U leest hier meer over in deze inDruk. Vernieuwing kan het gevolg zijn van nieuwe technologie. In het mbo lijken digitale schoolborden echter niet zo’n grote vlucht te nemen als in het basis- en voortgezet onderwijs. Is dat terecht? Heeft het beroeps­ onderwijs hier minder aan? In de workshopreeks met (opleidings-)managers op het Albeda college kreeg ik gedeeltelijk antwoorden op deze vragen. Zowel binnen techniek- als de sportopleidingen waren digitale schoolborden erg gewenst. Zij noemden het voorbeeld om sportbewegingen van een student op video vast te leggen en deze vervolgens met behulp van het digitale schoolbord te analyseren en te beoordelen. Na de zomer publiceren wij in samenwerking met instellingen en saMBO~ICT een handig boekje over de zin en onzin van digitale schoolborden in het mbo. Mocht u deze zomer geen zin hebben in bezinnen. Maar wilt u zich wel laten inspireren. Dat kan ook! Samen met IBM en Microsoft organiseren wij de Summerschools. U kunt zich in twee dagen laten inspireren en de inspiratie omzetten tot doen. U bent van harte uitgenodigd.

Jan-Kees Meindersma Sectormanager mbo

Wilt u meer informatie, meedoen met Kennisnet of hebt u vragen? Mail de redactie: indrukmbo@kennisnet.nl.


inDruk MBO zomer 2010

Digiborden in het mbo Na ‘Laptops in het mbo’ wordt op dit moment de laatste hand gelegd aan een nieuw boekje: Digiborden in het mbo. Wat zijn de mogelijkheden en waar moet je rekening mee houden bij het gebruik van digiborden in het onderwijs? Op die vragen volgen na de zomer de antwoorden. “Digitale schoolborden zijn aan een opmars bezig”, vertelt John Hanswijk. Hij is namens Kennisnet opdracht­ gever van het nieuwe boekje. “Wie de overstap naar het digibord maakt, heeft veel te kiezen. Maar de vraag is: wat is de meerwaarde? In het nieuwe boekje willen we die vraag zorgvuldig beantwoorden. We willen scholen helpen een afgewogen keuze te maken als zij besluiten over te gaan op het digitale schoolbord. Een boekje dus met tips en trucs, praktische toepassingen en ervaringen van docenten.”

Logisch Startpunt van het boekje was een bijeenkomst op 24 maart waarbij medewerkers van ROC’s en AOC’s hun bevindingen over digiborden met elkaar hebben gedeeld. Hanswijk: “Er zijn tal van uitvoeringen en keuzes op de markt. Van het geprojecteerde beeld via een beamer tot grote LCD-schermen. Vooral in het primair onderwijs en voortgezet onderwijs zie je ze al veel. En ik ben ervan overtuigd dat het mbo snel zal volgen. Veel scholen zijn innovatief bezig, beschikken over de meest prachtige gebouwen. Dan is dit een logische stap. Bovendien zijn de studenten van straks er groot mee geworden. Voor hen is het vanzelfsprekend dat ze in hun vervolgopleiding ook met digiborden te maken krijgen.”

Projectmatig Waarom zijn digiborden nog niet zo ingeburgerd in het mbo? Hanswijk: “Daar kan ik alleen maar naar gissen. Maar ik denk dat men vaak een schoolbord associeert met klassikaal onderwijs. Ook een digibord. Terwijl juist digiborden heel goed kunnen worden ingezet voor projectmatige opdrachten. Dat werkt fantastisch, als docent word je er gelukkig van.” Hanswijk spreekt uit ervaring. Als voormalig docent aan het Albeda College was hij een van de eerste docenten met een digibord. “In 1997 had ik al zo’n bord in mijn lokaal staan. Ik vond het een ontzettend goed middel om mijn kennis over te brengen; het werkte rendement verhogend. Ook al was het toen nog groot, log en heel duur - de leerlingen vonden het fantastisch!” Het boekje Digiborden in het mbo verschijnt na de zomer. In de volgende InDruk leest u meer informatie.






inDruk MBO zomer 2010

“ We hebben bekeken of het mogelijk is om met digitaal leermateriaal arrangementen te maken voor verschillende opleidingen.�


inDruk MBO zomer 2010

Het groene beroepsonderwijs kent een groot aantal kleine opleidingen zoals milieubeheer, paardenhouderij en watermanagement. Het is lastig om voor iedere ontwikkeling in het groene bedrijfsleven een nieuwe opleiding te starten en die rendabel te laten zijn. Kennisnet en twee agrarische opleidingencentra hebben bekeken of digitaal leermateriaal ervoor kan zorgen dat met weinig investering en mankracht toch flexibel ingespeeld kan worden op

Digitaal leermateriaal voor kleine groenopleidingen Flexibel inspelen op de bewegende markt Arrangementen voor verschillende opleidingen Arno Coenders is projectmanager bij Kennisnet. Hij geeft aan: “Bij het project zijn twee AOC’s betrokken: het Clusius College en Citaverde. Citaverde heeft een vestiging in Horst, in de buurt van een grote groenteveiling. Veel studenten aan het AOC worden dus voorbereid op een baan bij die veiling. Beroepsopleidingen moeten zo algemeen zijn dat iemand die zijn diploma in de ene regio gehaald heeft, ook in een andere regio aan de slag kan. Maar het bedrijfsleven in een regio verwacht ook dat studenten voorbereid zijn op een baan in die regio. Tijdens het project wilden we bekijken of het mogelijk was om met digitaal leermateriaal arrangementen te maken voor verschillende opleidingen. Ook wanneer die opleidingen aangepast moeten worden doordat de arbeidsmarkt verandert.”

Wikiwijs AOC’s hebben veel kleine opleidingen. Een AOC weet over welke specifieke kennis en competenties studenten moeten beschikken na het doorlopen van deze opleiding. Het leermateriaal dat nodig is om deze specifieke kennis en competenties te leren, is vaak (nog) niet aanwezig binnen de instelling. Het aanschaffen of ontwikkelen van leermateriaal voor een opleiding is duur, zeker als het gaat om lage studentenaantallen. Arno Coenders: “Tijdens het project is bekeken welk digitaal leermateriaal er al was op het gebied van duurzaamheid. Daar is een over­ zicht van gemaakt. Ook is er een reader gemaakt over duurzaamheid, met bijvoorbeeld links naar informatie op www.wikipedia.nl en de site van het Wageningen University & Research centre (WUR). Verder is een opdracht gemaakt over duurzame energie voor studenten

in het derde jaar van hun mbo-opleiding. Het project levert een leerarrangement op, dat op www.wikiwijs.nl geplaatst wordt.”

Realiteit Het project levert dus een compleet leerarrangement op. Daarmee lijkt het geslaagd, maar Arno Coenders geeft aan: “We wilden tijdens het project bekijken welk proces er nodig is om goed digitaal leermateriaal te vinden, dat toegespitst is op de situatie in de regio. Bijvoorbeeld door gebruik te maken van het lesmateriaal van bedrijven. Dat blijkt in de praktijk lastig te zijn; zo heeft het Clusius College een tomatenteler gevonden die werkt met LED-technologie. Heel interessant voor studenten dus, maar doordat er een patent zit op de technologie, kan niet alle informatie erover openbaar gemaakt worden. Verder heb je te maken met de realiteit van de dag: onderwijs­ instellingen leggen vaak geen prioriteit bij ict. Als een docent moet kiezen tussen het zoeken van digitaal leermateriaal en het vervangen van een zieke collega, is de keuze natuurlijk snel gemaakt. Het project heeft dus duidelijk gemaakt welke valkuilen er zijn bij het verzamelen van digitaal leermateriaal dat aangepast kan worden aan de verschillen per opleiding en regio, maar niet welk proces ervoor nodig is.”






inDruk MBO zomer 2010

Online tools Kennisnet Nieuwe sectorpagina mbo en meer

De mogelijkheid om te reageren op artikelen, overzichtelijke verwijzingen… Kennisnet krijgt binnenkort een nieuwe sectorpagina voor het mbo. Wat zijn de wijzigingen? En wat verandert er nog meer? lezen, zoeken naar leermateriaal en bekijken welke bijeen­ komsten er zijn over hun vakgebied. Clara Bik: “De community’s krijgen een nieuwe vormgeving met een vaste navigatiebalk en uiteindelijk moeten ze allemaal, net als kennisnet.nl/mbo, een reageermogelijkheid krijgen. Ook krijgt iedere community een link naar digitaal leermateriaal, met onder andere een zoekfunctie die in Wikiwijs zoekt. Daarnaast wordt vanuit iedere community gelinkt naar marktplaatsmbo.nl; daar zijn immers onder andere handige documenten per vak te vinden. Iedere community krijgt een digitale nieuwsbrief. We beginnen met de vernieuwing van de community’s Voertuigen, Administratie en Zorg & Welzijn en daarna volgen de andere.”

Flink gesnoeid

En verder…

Clara Bik, senior webredacteur mbo bij Kennisnet: “Op kennisnet.nl/mbo komt, net als op docentvo.kennisnet.nl, de mogelijkheid om te reageren op berichten. Actuele berichten over beroepsonderwijs en ict. De site voor VO-docenten kent die reageermogelijkheid al langer en we merken dat deze er interactiever van wordt. De introductie van een nieuwe vormgeving is een mooi moment om de inhoud eens kritisch te bekijken. Dat hebben we dan ook gedaan; omdat door de bomen het bos niet meer te zien was, hebben we flink gesnoeid. Voorheen hadden we aparte sites voor mbo-docenten en voor mbo-managers. Dat onderscheid maken we nu niet meer. Ook hadden we een veelheid aan sites voor het mbo; het waren er ongeveer zestig. Uiteindelijk beperken we het aantal sites tot minder dan tien, die gestructureerd worden getoond op kennisnet.nl/mbo. Verder kan iedereen zich aanmelden voor de nieuwsbrief, die maandelijks verschijnt, en op de Onderzoeksreeks van Kennisnet. Of digitaal door de InDruk bladeren.”

Verder zijn of komen er blogs die gekoppeld zijn aan Kennisnetpublicaties. Zo kwam in april 2010 een boekje uit over laptops in het mbo; hier hoort de blog laptopsinhetmbo.nl bij. Vergelijkbare combinaties zijn er over digiborden in het mbo en de aan- en afwezigheidsregistratie. Een andere website die gelanceerd is, is mbostandaarden.kennisnet.nl. Bij mbo-instellingen bestaat een behoefte aan een standaard voor deelnemer­ gegevens. Vaak zijn gegevens meerdere keren vastgelegd in verschillende systemen. Integratie van de applicaties is moeilijk; ze moeten vaak handmatig gekoppeld worden. Daarbij zijn maatwerkoplossingen nodig voor de uitwisseling van deze gegevens. Om voor dit probleem een oplossing te bieden, is het project mbo Standaarden opgezet. Het doel van dit project is om een moeiteloze uitwisseling van deelnemer­gegevens tussen applicaties binnen mbo-instellingen te creëren.

Community’s

Meer weten?

Niet alleen kennisnet.nl/mbo wordt vernieuwd, maar ook de beroepscommunity’s. Deze community’s zijn bedoeld voor mbo-docenten; ze kunnen er bijvoorbeeld nieuws

kennisnet.nl/mbo mbostandaarden.kennisnet.nl


inDruk MBO zomer 2010

Samen met toonaangevende ict-bedrijven organiseert Stichting Kennisnet de komende augustusmaand weer een inspirerend en innovatief programma voor professionals in het onderwijs. Tijdens deze Summer Schools doen docenten, managers en bestuurders uit primair, voortgezet en beroepsonderwijs veel ict-inspiratie op. Ze leren van bedrijven en elkaar over de onderwijsmogelijkheden van innovaties met ict. Jan Floris volgde met twee collega’s de Summer Schools 2009 bij Microsoft in Brussel.

Uitdagingen onderwijs aangaan met ict tijdens Summer Schools

Let IT shine! Waardevolle suggesties Jan Floris is senior beleidsmedewerker van de Dienst ICT van het ROC Amsterdam (36.000 leerlingen, 2500 medewerkers, 450 opleidingen). Floris en zijn collega’s bezochten de Summer Schools 2009 om te onderzoeken of en hoe zij technologische innovaties toe kunnen passen in onderwijs­ concepten als afstandsleren en competentie­ gericht onderwijs. Floris: “Het sterke van Summer Schools is dat je in gemengde groepen van verschillende onderwijstypen en –organisaties aan de slag gaat. Je spiegelt je eigen situatie en problemen aan die van anderen. Als deelnemer heb je ook een actieve rol door een presentatie te houden. Het is alleen al goed om in de voorbereiding je eigen ict-visie weer scherp te krijgen. Ten tweede levert zo’n presentatie praktische suggesties op. Zo hebben wij de groep ons probleem voor­ gelegd: hoe organiseer je in zo’n enorme school je onderwijsapplicaties effectief en selecteer je beter op kwaliteit?”

Summer Schools voor het vo Vergezichten vernemen van ict-ontwikkelingen, zo vat Floris de Summer Schools samen. Hij vindt deelname voor elk onderwijstype inspirerend. “In het vo spelen weer andere kwesties. Je ziet bijvoorbeeld dat docenten veel met foto’s en filmpjes werken om leerlingen bij het onderwijs te betrekken. Een vraag die daar rijst is het omgaan met privacy en auteurswetgeving.” Po, vo, mbo of hbo, de gemeenschappelijke deler is ‘back to the basics’, vindt Floris. “Stel eerst vast wat je wilt bereiken met je onder­ wijs. Maak pas daarna de keuze voor de apparatuur en programmatuur, hoe aantrekkelijk deze er ook uitzien.”

Summer Schools 2010: meld u nu aan! Geef uw zomervakantie een extra dimensie en doe mee aan de Summer Schools 2010. In het programma Let IT shine nemen ict-bedrijven u mee in de technologische mogelijkheden uw onderwijs effectiever, efficiënter en motiverender te maken. Twee dagen lang (dag 1: visie-ontwikkeling, dag 2: implementatie) neemt u een kijkje bij innovatieve bedrijven. En wordt u geprikkeld en geïnspireerd met ict de uitdagingen aan te gaan waar uw schoolorganisatie voor staat. Data:

1 6 en 17 augustus 2010, 23 en 24 augustus 2010, 30 en 31 augustus 2010

Deelnemende IBM, Microsoft, Dactique, Three Ships, Adobe, G-Company, bedrijven: HP, SMART en anderen. Inschrijven:

tot 30 juni 2010. Er is per twee dagen plaats voor maximaal 30 onderwijsinstellingen die elk door een koppel worden vertegenwoordigd.

Meer informatie via www.summerschool2010.nl






inDruk MBO zomer 2010

Ict en onderwijs dichter bij elkaar Twee jaar is er nauwelijks geïnvesteerd in de hardware bij het Albeda College. Van de 7000 computers worden momenteel zo’n 2400 pc’s vervangen die ouder dan 4 jaar zijn. Voor de school is de uitvoering van dit masterplan een uitgelezen moment het gat te dichten tussen de ict-afdeling en het onderwijs en een visie te ontwikkelen over ict-gebruik en ondersteuning in de organisatie.

Samen met Novius, specialist op het gebied van Business Informatie Planning, werd onlangs een workshop opgezet om zoveel mogelijk informatie uit de verschillende branches te laten komen. Doel is op basis daarvan een informatieplan te schrijven, waaruit uiteindelijk concrete afspraken over ict-ondersteuning voortvloeien.

Aansluiting vinden Sander Peters is servicemanager op de ict-afdeling van het Albeda College en organiseert samen met zijn collega en beleidsmedewerker Monique Uuldriks voor elke branche een workshop. Peters: “Naast de branche­ directeur en onderwijsmanager nodigen we telkens ook een paar docenten en beleidsmedewerkers uit die in de praktijk veel met ict bezig zijn. Daarnaast nemen Novius en Kennisnet deel aan deze bijeenkomsten. De rol van Kennisnet is het inbrengen van landelijke ontwikkelingen. Belangrijk is aansluiting bij elkaar te vinden en in de toekomst meer samen op te trekken.”

Informatie losweken Beleidsplannen, jaarplannen en andere officiële documenten van de branche dienen als uitgangspunt voor de interactieve workshops. Met behulp van opdrachten wordt zoveel mogelijk informatie uit de deelnemers los­ geweekt. Peters: “We leggen een hele rits vragen en stellingen op tafel die gericht zijn op ict-ondersteuning in het onderwijs. Bijvoorbeeld over ict-gebruik bij afwezig­ heids­­registratie of het nut van digiborden. Telkens

reageren de deelnemers in kleine groepjes door een paar kernwoorden op post-its te schrijven en die bij de betreffende vraag te plakken. Vervolgens bespreken ze hun reacties met elkaar en presenteren de uitkomst.”

Mobiele registratie Uit het gesprek over ict-gebruik bij afwezigheidsregistratie kwam ondermeer naar voren dat de registratie zowel handmatig als met een Excel-sheet plaatsvindt. Iedereen was het erover eens dat het digitaal zou moeten. Tege­ lijker­tijd werd de vraag opgeworpen hoe de lesuren buiten het leslokaal, bijvoorbeeld tijdens stages of op buitenlocaties tijdens de lessen sport en beweging, het beste konden worden geregistreerd. Mobiele registratie zou daarvoor een oplossing kunnen zijn.

Vaardige docenten Volgens Peters is het mooi om te zien hoe iedereen serieus op zoek gaat naar de meerwaarde van ict-gebruik in het onderwijs. “Digiborden zijn misschien niet perse noodzakelijk maar voor onderwijsassistenten is het wel handig om daarmee te leren werken. En als ze eenmaal in het leslokaal hangen is het belangrijk dat docenten voldoende vaardigheden hebben om dit hulpmiddel goed in te zetten. Dergelijke discussies leiden uiteindelijk tot specifieke speerpunten waarop een branche zich gaat richten. Aan ons de taak om de betreffende ict ondersteuning te bieden.”


inDruk MBO zomer 2010

Augmented Reality verbreedt je belevingswereld Onderwijs dáár waar het gebeurt Augmented reality: een techniek die de digitale wereld laat samensmelten met de realiteit. Deze jonge technologische ontwikkeling brengt online informatie dichterbij, waar je maar wilt. Met online applicaties als Wikitude is het bijvoorbeeld gemakkelijk om educatieve speurtochten uit te zetten.

Wat is augmented reality? Augmented reality is een innovatieve technologie die het mogelijk maakt om extra informatie op te roepen over de plaats waar je de camera van je mobiele telefoon op richt. Een voorbeeld: een student is op zoek naar informatie over het oude stadhuis. Hij richt zijn camera op de plek waar dat stadhuis vroeger stond. Speciale software herkent de gps-coördinaten, die als trigger dienen voor extra informatie. Binnen enkele seconden wordt het oude stadhuis - op het scherm van de mobiel - virtueel in de omgeving geprojecteerd. Inclusief gegevens over de architectuurstijl en de geschiedenis van het gebouw.

“Augmented reality verbreedt de wereld van studenten en docenten.”

Opdracht maken Een tocht uitzetten is heel gemakkelijk via online augmented reality designers, zoals Wikitude. Je kiest op een digitale kaart de locatie waar de opdracht zich afspeelt. De vragen, teksten en afbeeldingen voeg je toe aan deze locatie. Opslaan als pdf en de opdracht is klaar. De studenten downloaden vervolgens via een code de opdracht op hun gsm, gaan naar de locatie en voeren de opdracht uit. Na afloop versturen de studenten de resultaten met hun telefoon naar de docent.

Nu jij Augmented reality vult het ‘klassieke’ lesmateriaal aan en zorgt zo voor een verrijking van het lesaanbod. Probeer het zelf en ontdek hoe deze techniek bijna letterlijk de wereld van studenten én docenten verbreedt.

Nieuwe onderwijswereld Deze technologie biedt allerlei interessante mogelijk­ heden voor omgevingsonderwijs. Studenten kunnen óp locatie alles leren óver die locatie. De docent zet met behulp van een online applicatie boeiende en interactieve speurtochten uit. Met een mobiele telefoon met gps op zak gaan de leerlingen vervolgens op pad. De mogelijk­ heden zijn grenzeloos; voor alle lessen zijn creatieve opdrachten te bedenken. Studenten ontdekken via hun mobiel een nieuwe wereld terwijl zij opdrachten uitvoeren.

Meer weten? Lees meer over augmented reality op www.surfnetkennisnetproject.nl/innovatie/ augmentedreality of surf direct naar de augmented reality designer op www.wikitude.org.




10

inDruk MBO zomer 2010

Netwerkschool Beter onderwijs tegen dezelfde of lagere kosten. Dat is het uitgangspunt geweest voor het model De Netwerkschool, onder de noemer van ‘Netwerkschool 2.0’. De tientallen mensen die aan de formulering van dit model hebben meegedacht, hebben gewerkt vanuit de overtuiging dat het mbo beter kan en beter moet. Het mbo is namelijk domweg te belangrijk voor middelmatig onderwijs.

De naam Netwerkschool 2.0 slaat zowel op de interne als de externe organisatie van de school. Intern betekent het dat de school is georganiseerd als een flexibele en servicegerichte netwerkorganisatie. Extern staat de Netwerkschool 2.0 voor hechte samenwerking met bedrijven en instellingen in de regio en professioneel relatiebeheer.

Enthousiaste instellingen De ROC’s, AOC’s en vakinstellingen die kennisgemaakt hebben met het model waren enthousiast. Allereerst omdat de samen­hang van het model de scholen handvatten bood om na te denken over hun eigen organisatie, maar ook en vooral omdat ze in het model oplossingsrichtingen herkenden voor de uitdagingen waarmee zij zichzelf geconfronteerd zagen.

Netwerkschool 3.0 Nu Netwerkschool 2.0 er ligt, is het ook tijd voor actie. Verschillende scholen hebben al aangegeven in de praktijk te willen gaan experimenteren met het model van de Netwerkschool. Zij zullen voor hun eigen uitverkoren opleiding en specifieke situatie hun eigen Netwerkschool 3.0 gaan vormgeven en ermee aan de slag gaan. In dit kader is het een kansrijke ontwikkeling dat inmiddels ook het Innovatieplatform, onder voorzitterschap van premier Balkenende, het Netwerkschoolmodel heeft omhelsd als uitgangspunt voor innovatie in het mbo.

Experimenteren Een aantal scholen is al in de praktijk bezig met de implementatie van (delen van) de Netwerkschool. Om de verdere kennisontwikkeling rondom het model in goede banen te leiden hebben Het Innovatieplatform, onder leiding van premier Balkenende, en het ministerie van Onderwijs besloten dat een aantal mbo-scholen op wetenschappelijk verantwoorde wijze met het model moet kunnen gaan experimenteren.

www.netwerkschool.nl

Experiment De Netwerkschool moet het bewijs gaan leveren van de werkbaarheid van het werk- en denkmodel van de Netwerkschool. Het uitgangspunt van het Netwerkschoolmodel is het leveren van beter middelbaar onderwijs tegen dezelfde of lagere kosten. De Netwerk­school is bedacht als antwoord op de vraag: hoe kunnen we in het mbo meer rendement halen uit de onderwijseuro? Het doel van het Experiment De Netwerkschool is het in de praktijk van het mbo toetsen van de merites van het werk- en denkmodel van de Netwerkschool. Het bijzondere aan het Experiment De Netwerkschool is dat verschillende onderwijs­innovaties (ict-inzet, flexibele organisatie, functie­differentiatie, hechte samenwerking met het bedrijfsleven) worden samengebracht in een integraal model.

Opzet van het Experiment Vijf ROC’s zullen één opleiding inrichten en uit­voeren volgens het model van De Netwerk­school. Het gaat hierbij inhoudelijk om bestaande curricula die in een nieuwe opzet worden geplaatst, bij voorkeur naast de bestaande traditionele opleiding. De looptijd van het experiment, inclusief voorbereiding, is vijf jaar (2010-2015). In totaal 14 ROC’s hebben zich aangemeld als kandidaat voor het experiment. De selectie van de kandidaten is inmiddels afgerond. Medio mei zullen de vijf kandidaten formeel bekend worden gemaakt. Snel daarna, op 27 mei is de kickoff gepland en zullen de experimenten van start gaan. Kennisnet is bij de experimenten betrokken als partner en onder­ steund op het grensvlak van onderwijs en ict.


inDruk MBO zomer 2010

Digitale leermiddelen in het onderwijs ‘Er kan een grote slag worden gemaakt’ Als het aan het ministerie van OCW ligt, wordt Wikiwijs de komende jaren hét online platform voor digitaal leermateriaal voor iedere docent: van basis­onderwijs tot universitair onderwijs. Daar gaat wel een lange weg aan vooraf, zo blijkt uit een eerste nulmeting naar het gebruik van digitale leermiddelen in het onderwijs.

“Wikiwijs heeft tot doel om het gebruik van open, digitaal leermateriaal te vergroten”, vertelt onderzoeker Hans van Buuren van de Open Universiteit. “Docenten krijgen de gelegenheid zelf leermateriaal te ontwikkelen en te delen. Zo kunnen ze meer met de inhoud van hun onderwijs bezig zijn en zich daarin verder professionaliseren. En zo hoopt het ministerie de kwaliteit van het onderwijs te vergroten.” Om het bereik en de invloed van Wikiwijs te kunnen aantonen, is onlangs een eerste nulmeting gehouden naar het gebruik van digitale leermiddelen in primair onderwijs, vmbo en mbo. Wat zijn de belangrijkste bevindingen? Van Buuren: “Opvallend is dat het primair onderwijs voorop loopt. Deze docenten maken vaker gebruik van digitale leermiddelen dan hun collega’s in het voortgezet onderwijs. Overigens verwachten docenten van alle schooltypen wel een toename van het gebruik van digitaal leermateriaal in de toekomst.”

Inzicht krijgen Zo’n 40 procent van de docenten van alle schooltypen geeft aan zelf nog nooit digitaal leermateriaal te hebben gemaakt of bewerkt. Van Buuren: “Daar kan dus nog een

grote slag in worden gemaakt. Hetzelfde geldt voor het delen van lesmateriaal: slechts 45 procent van de docenten heeft de intentie om hun eigen leermaterialen met anderen te delen. Blijkbaar is men daar toch huiverig voor.” Daarbij spelen leeftijd en het aantal jaren dat iemand werkzaam is in het onderwijs een belangrijke rol. Gemiddeld genomen is de houding tegenover digitaal leermateriaal negatiever naarmate men ouder is. Opvallend is verder dat vrouwelijke docenten positiever zijn tegenover digitaal leermateriaal dan mannelijke docenten. “Het is de vraag hoe die cijfers veranderen naarmate Wikiwijs meer is ingeburgerd”, zegt Van Buuren. “Daarvoor is meer onderzoek nodig. Daarom kunnen we pas conclusies trekken als er vervolgmetingen zijn geweest. Het is de bedoeling dat we dat ieder jaar gaan meten. Zo krijgen we inzicht in verschuivingen in het gebruik, de ontwikkeling en het delen van open, digitaal leermateriaal. En ook in het effect van digitale leer­ middelen op leer­lingen. Deze nulmeting is dus een eerste aanzet tot een veel breder onderzoek. www.wikiwijs.nl

11


inDruk MBO zomer 2010

Weblog: Laptops in het mbo

De inDruk is vernieuwd

Het weblog Laptopsinhetmbo.nl is een initiatief van Kennisnet.mbo en saMBO~ICT ten behoeve van kennisuitwisseling tussen mbo-instellingen op het gebied van het gebruik van laptops. Naast de weblog is er een Surfgroep aangemaakt om het samen­ werken nog beter te kunnen ondersteunen! Zorg dat je je abonneert op deze website…én ga naar de Surfgroep. Dan blijf je op de hoogte van de laatste ontwikkelingen!!

Het is u waarschijnlijk niet ontgaan dat de inDruk vernieuwd is. Niet alleen qua uitstraling, maar ook sluiten de artikelen beter aan bij de praktijk. Wat vindt u van de vernieuwde inDruk? Geef uw mening via indrukpo@kennisnet.nl Laptops in het mbo. Hoe? Zo! Knelpunten in beeld met De Onderwijsagenda Inspiratie tijdens CvI 2010 MBO voorjaar 2010

Geïnteresseerd in deelname of wilt u meer weten? Neem dan contact op met mevrouw Hilda Groeneveld, projectleider EXMO Kennisnet, H.groeneveld@kennisnet.nl, tel. (079) 329 65 17.

Laptops in het MBO Leo Bakker en Maaike Stam

KE232 Br laptops hv new.indd 1

– juni 2010 de belangstelling voor dergelijk onder­zoek in het mbo. Bij gebleken interesse vanuit het mbo is het streven het onderzoek op te starten in september 2010 en metingen te laten plaatsvinden in de periode januari – april 2011. Als er een regeling wordt vast­ gesteld, selecteert Kennisnet aanvragen en verstrekt de instellingen een bijdrage in de kosten. De bijdrage kan besteed worden aan nog aan te schaffen materiële voorzieningen, software en trainingen, welke in het kader van het onderzoek noodzakelijk zijn. De onderwijsinstellingen dienen uiterlijk medio september 2010 een onder­zoeks­aanvraag in die beoordeeld zal worden in het kader van de regeling.

18-03-2010 16:18:24

Eindrapport Taal en Rekenen in het mbo verschenen In dit rapport worden de leerervaringen geschetst die Kennisnet in het project heeft opgedaan in de inventarisatie van leer­ materiaal, met vocabulaire-ontwikkeling en met portaal/zoekfunctie-ontwikkeling voor een specifieke doelgroep. Download het rapport op marktplaatsmbo.nl.

Videoverslagen van CvI De Conferentie voor Onderwijsvernieuwing en ict is inmiddels afgelopen en het was een groot succes! Kon jij er niet bij zijn? Bekijk op YouTube de verslagen van twitteraars, workshops, Flipfilmers en sprekers: www.youtube.com/mbochannel

Uit Marktplaatsmbo.nl KE227 inDrukMBO voorjr10.indd 1

05-03-2010 11:55:58

Experimenteren met ict in het onderwijs (EXMO) Kennisnet ondersteunt mbo-onderwijs­ instellingen die in 2010-2011 onderzoek willen uitvoeren naar opbrengsten van ict in het onderwijs. Scholen die willen weten of de door hen geïmplementeerde toepassing in de praktijk daadwerkelijk de meerwaarde heeft die zij voor ogen hebben, kunnen aan dit onderzoek meedoen. Onderwijsinstellingen krijgen zo antwoorden op vragen die bij hen leven over de toe­gevoegde waarde van icttoepassingen in het onderwijs. Dit om de onderwijs­instellingen te helpen bij het maken van onderbouwde keuzes over inzet van ict. Kennisnet verkent in de periode april

colofon > Kennisnet inDruk MBO is een gratis blad voor docenten werkzaam in het middelbaar beroepsonderwijs. Van de Kennisnet inDruk bestaat ook een aparte uit­gave voor het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs. Het blad is ook digitaal (pdf-file) beschikbaar op indruk.kennisnet.nl. Uit deze uitgave mag niks worden verveelvoudigd (waaronder begrepen het opslaan in een geautomatiseerd gegevensbestand) of openbaar gemaakt, op welke wijze dan ook, behoudens in geval de verveelvoudiging van de inhoud van deze uitgave plaatsvindt onder de licentie “naamsvermelding, niet­commercieel, geen afgeleide werken” als gehanteerd door Creative Commons.

Marktplaatsmbo.nl wordt met uw hulp steeds groter. Inmiddels zijn er 2.374 documenten geplaatst die managers en docenten in het mbo kunnen gebruiken. Hieronder drie voorbeelden. Taal en rekenen uit Markplaatsmbo.nl: - Implementatieplan Taal en Rekenen Koning Willem I College - Implementatieplan Taal en Rekenen ROC Mondriaan - Stappenplan implementatie Rekenen Heeft u interessante documenten voor uw collega’s? Plaats ze dan op de Marktplaatsmbo.nl

Hoofdredactie: Marien van Breukelen > Eindredactie en coördinatie: Marien van Breukelen en Jiska Verschoor > Tekstbijdragen: Miranda van Elswijk, Sep Schaffer, Point to Point Communicatie, Jan-Kees Meindersma, Margreet Ruysbroek > Fotografie: AOC raad, Joost van der Vleuten, Goedele Monnens, Kennisnet > Vormgeving: Einder Communicatie, Nijmegen > Druk: OBT de Bink, Leiden > Issn: 1571-2427 Reacties en suggesties: indrukmbo@kennisnet.nl Op reportages en interviews, foto’s en illustraties berusten auteursrechten.

inDruk MBO zomer 2010  

inDruk mbo: hét kwartaalblad van Kennisnet voor professionals in het middelbaar beroepsonderwijs.