Page 1

November 2012


Column

Inhoudsopgave Het Nederlands onderwijs in ‘watertrappel-stand’

4

Aanstekelijk enthousiasme over apps in

de klas

6 Wanneer is een leraar ict-bekwaam?

Onder die titel werd het al wat oudere McKinsey rapport ‘How the world’s most improved school

8 Wie is er bang voor de Houthacker?

systems keep getting better’ in de Nederlandse con-

MediaMasters keert voortaan jaarlijks terug

text geplaatst. De conclusie: het Nederlands onderwijs is beter dan we denken, maar niet zo goed als

10 Het Internet der Dingen als onderwijstool

we willen. Dat klinkt in de basis nog best goed. Maar

met dat watertrappelen als metafoor wordt het beeld meteen wat negatiever. We

14 Benoem een informatiemanager

houden nog net ons hoofd boven water maar komen geen meter vooruit. Of je nou

de positieve of negatieve uitleg pakt, in ieder geval is het zo dat het beter kan en

als we niet achterop willen raken het ook beter moet. Daar kun je het alleen maar

18 Meer grip op ict-investeringen

mee eens zijn.

Als je wat dieper in dat rapport duikt, zie je ook welke interventies nodig zijn in het onderwijs om van ’good‘ naar ’excellent‘ te komen. Die liggen vooral op het terrein van docentprofessionalisering en het stimuleren van peer review tussen docenten. Toevallig (of niet) zijn dat precies dezelfde onderwerpen die wij vanuit Kennisnet ervaren als het gaat om het integreren van ict in het onderwijs. Wat betreft professionalisering van docenten op het terrein van ict, is het kader voor ict-bekwaamheid een goede basis. In deze editie van inDruk lees je er meer over.

Iedereen overal de juiste informatie

Vruchten plukken van de batenboom

22 Luister naar de leerling, verbeter het onderwijs 24 Flipping the classroom

Effectief omgaan met onderwijstijd

28 Wegwijzer voor digitaal leermateriaal

Professionalisering via peer review komt in deze inDruk aan bod in verhalen over praktische toepassingen, die scholen kunnen inspireren of de weg wijzen. Wat

32 Sociale media in de beroepspraktijkvorming

doen collega’s met apps in het basisonderwijs? Hoe kan het Internet der Dingen

Bloggen over je stage

bijdragen aan het leerproces? Hoe zorg je dat je visie op ict past bij je onderwijsvisie? Heeft ‘flipping’ jouw ‘classroom’ iets te bieden?

34 Doorgeefluik wordt persoonlijke leeromgeving

Elo’s in ontwikkeling

Als je vanuit watertrappelen vooruit wil komen, moet je een andere zwemtechniek toepassen. Meer van hetzelfde helpt dan niet. Ik vond dat Diederik Samsom het mooi omschreef tijdens de verkiezingscampagne: “Ik kan niet overzien wat er over een paar maanden gebeurt en kan dus ook geen garanties geven over mijn verkiezingsprogramma. Wat ik wel kan garanderen is wat mijn kompas zal zijn bij alles wat ik doe.” Dat is eigenlijk ook wat je over ict kunt zeggen. Het is niet te voorspellen wat de komende maanden en jaren op ict-gebied gebeurt. Wat je wel hoopt is dat docenten een open attitude, een open mind hebben om datgene wat nieuw is en werkt ook daadwerkelijk toe te passen. In samenspraak en samenwerking met collega’s. Dan wordt ‘excellent’ niet een steeds verder wegschuivend doel maar de realiteit van vandaag. Toine Maes

2 - inDruk november 2012

36 Nieuws


Altijd op de hoogte! InDruk is een gratis uitgave van Kennisnet voor docenten en managers uit het po, vo en mbo en verschijnt 2 keer per jaar. InDruk houdt je op de hoogte van de trends, ontwikkelingen en vraagstukken op het gebied van ict in het onderwijs.

Meld je aan en ontvang inDruk! Ga naar Indruk.kennisnet.nl om je direct online aan te melden. Meer informatie? indruk@kennisnet.nl

Colofon Kennisnet inDruk is een gratis blad voor docenten, managers en schoolleiders in het basisonderwijs, voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs. Het blad is ook digitaal beschikbaar op Indruk.kennisnet.nl Uit deze uitgave mag niks worden verveelvoudigd (waaronder het opslaan in een geautomatiseerd gegevensbestand) of openbaar gemaakt, op welke wijze dan ook, behoudens in geval de verveelvoudiging van de inhoud plaatsvindt onder de licentie ‘naamsvermelding, niet-commercieel, geen afgeleide werken’ als gehanteerd door Creative Commons.

Hoofdredactie: Evita Nort Eindredactie: Edith van Gameren, Annemiek de Groot, Charlot Lammers Tekstbijdragen: Wietse van Bruggen, Carla Desain, John Hanswijk, Maartje de Jonge, Jacqueline Kuijpers, Annemiek Nederpel, Tonny Plas, Margreet Vermeer, Michael van Wetering, Erik Woning Fotografie: Debbie Bernasco, Boudewijn Benting Vormgeving: The Public Group, Rotterdam Druk: OBT de Bink, Leiden Issn: 1571-2427 Reacties: indruk@kennisnet.nl Op reportages en interviews, foto’s en illustraties berusten auteursrechten.

inDruk november 2012 - 3


Aanstekelijk enthousiasme over apps in de klas Na digiborden en laptops worden ook tablets als ictmiddel in het onderwijs ingezet. Wanneer visie of middelen vanuit de school nog ontbreken, gaan sommige leerkrachten zelf met tablets en educatieve apps aan de slag. Wat zijn hun ervaringen? Wat zien zij als meerwaarde? En hoe maken zij een keuze uit de vele apps die beschikbaar zijn? In het midden van het klaslokaal van Eveline Kaleveld ligt een iPad,

mogelijke perspectieven kunt bekijken. Een tablet moet meer zijn

klaar voor gebruik. Kaleveld is leerkracht van groep 1-2 op de Villa

dan een leuke gadget.”

Novaschool in Utrecht. Ze gebruikt haar eigen iPad als aanvulling op een circuit dat haar leerlingen dagelijks doorlopen. Naast

Kaleveld merkt dat die nieuwe invalshoek tot andere gesprekken

puzzelen, lezen en het spelen van educatieve spellen op het digi-

met haar klas leidt. Ook krijgt ze steeds meer vragen van ouders die

bord gaan ze nu ook aan de slag met een app die Kaleveld heeft

willen weten welke apps in de klas zijn gebruikt. De leerkracht kan

uitgezocht. Deze keer is dat Block-a-doodle-doo, waarin kinderen

hen dan verwijzen naar haar Yurls-pagina Evelinekaleveld.yurls.net,

voor een probleem worden gesteld dat ze kunnen oplossen door op

waarop ze apps beschrijft die zij geschikt vindt voor educatieve

een logische manier met elementen te slepen. “Kinderen lossen om

doelen. Zo kunnen de ouders er ook mee aan de slag.

de beurt een probleem op, maar naarmate het moeilijker wordt gaan ze elkaar ook helpen,” zegt Eveline. “Het is belangrijk dat een app een leercurve bevat. Mijn leerlingen zijn samen geconcentreerd bezig en reageren enthousiast wanneer een taak is volbracht.” Apps op maat

Sommige kinderen kunnen bijvoorbeeld hulp gebruiken bij hun woordenschat, daar zoek ik dan op maat een app bij”

Dat enthousiasme én de mogelijkheid lesstof op een aanvullende manier te behandelen zijn voor Kaleveld redenen de eventuele schade die haar apparaat kan oplopen voor lief te nemen. Ze heeft veel interesse in ict en wil daarom niet wachten op actie vanuit de

Kenny app

school. Inmiddels heeft Kaleveld haar eigen visie op het gebruik van

Kennisnet ontwikkelt een app voor kleuters die hoort bij de

apps: “Je moet weten waarom je een app inzet: wat wil je ermee

site Kenny.nl. De app bestaat uit spellen waarin hoofdfiguur

bereiken? Sommige kinderen kunnen bijvoorbeeld hulp gebruiken

Kenny de hoofdrol speelt. Kinderen gaan hierin aan de slag

bij hun woordenschat, daar zoek ik dan op maat een app bij. Ook is

met kleuren, vormen en ruimtelijke oriëntatie. De app komt

het een mooi hulpmiddel om lesstof vanuit een andere invalshoek te

nog dit jaar beschikbaar, houd hiervoor Kenny.nl in de gaten.

behandelen. Soms letterlijk, als je bijvoorbeeld een auto vanuit alle

4 - inDruk november 2012


Interactiviteit als meerwaarde

geeft aan ook veel tijd te steken in iedere app die haar leerlingen

Ook Hanneke Meinen kon haar nieuwsgierigheid niet bedwingen en

onder ogen krijgen. Eveline: “Ik wil een app van voor tot achter

nam haar iPad mee naar school. Meinen geeft les aan groep 2 op de

kennen. Waar gaan ze tegenaan lopen? Welke problemen kun je

Groningse Schoolvereniging en is ict-coördinator. De school is dit

verwachten? Ik wil op alles zijn voorbereid en vragen kunnen

jaar gestart met drie iPads, die echter alleen bedoeld zijn voor de

beantwoorden.”

groepen 5 tot en met 8. Meinen zet apps zorgvuldig in, ze moeten echt meerwaarde bieden. Papieren prentenboeken en houten

Meinen en Kaleveld merken dat het lastig is scepsis onder collega’s

puzzels zijn nog steeds heel waardevol, maar de interactiviteit van

om te buigen. Er zijn nog geen kant-en-klare leerresultaten om

een app biedt nieuwe mogelijkheden. “Als er bijvoorbeeld een be-

naar te verwijzen en het inzetten van tablets kost tijd. Ze hopen dat

roep wordt gedaan op extra vaardigheden, zoals het op de juiste

hun enthousiasme en dat van de leerlingen aanstekelijk zal werken

manier draaien van een puzzelstukje, is een app mooi leergereed-

op andere leerkrachten.

schap,” zegt Meinen. “Ik vind het leuk om kinderen te observeren, ik laat ze graag vrij en kijk wat ze doen. Mijn leerlingen werken in tweetallen met een tablet, één leerling mag deze bedienen en de

Wat zijn geschikte apps?

ander geeft aanwijzingen. Dat doen ze ook met een app als Teken-

Wanneer is een app interessant om in te zetten in de

blok. De resultaten van de leerlingen stuur ik per e-mail naar de

klas? Wat zijn de criteria waar je op moet letten?

ouders en ik gebruik ze als achtergrond op het digibord. Een tablet

Op Byod.kennisnet.nl worden deze vragen beantwoord.

is ontwikkeld voor individueel gebruik; ik zoek manieren om de

Ook kun je er wegwijs raken in het grote aanbod van

resultaten toch te delen.”

educatieve apps.

Op de hoogte Meinen blijft via Twitter op de hoogte van interessante apps.

Contactpersoon

Collega’s die nog sceptisch zijn adviseert ze eens een paar maanden

Naam: Annemiek Nederpel

intensief met een tablet aan de slag te gaan, de mogelijkheden te

Email: a.nederpel@kennisnet.nl

leren kennen en hun ervaringen te delen. Kaleveld beaamt dit en

inDruk november 2012 - 5


Wanneer is een leraar ict-bekwaam? Kennisnet merkt al jaren dat er grote behoefte is aan duidelijkheid over het begrip ‘ict-bekwaam’. Wat maakt een leraar ict-bekwaam? Wat moet hij kennen en kunnen om ict effectief in te zetten in zijn onderwijs? En wat is dat dan eigenlijk: effectief inzetten van ict in het onderwijs?

“Op mijn vorige school werd veel meer met ict gedaan, er stond in

is nee. Natuurlijk heeft een goede les niet per se (en soms ook

elke klas een digibord en er was draadloos internet zodat leerlingen

vooral geen!) ict nodig. Maar het onderwijs kan, net zoals deze maat-

van alles op konden zoeken. Op deze school is ict minder belangrijk.

schappij, niet meer om ict heen. En waarom zou ze? Het maakt het

Gelukkig heb ik zelf een aantal laptops kunnen regelen zodat er ook

leven een stuk makkelijker.

digitaal geoefend kan worden. Dat zorgt voor meer variatie in mijn lesaanbod en de leerlingen vinden het leuk. Of ik ict-bekwaam ben?

Kennis en kunde

Nou dat weet ik niet, ik ben wel handig op de computer en probeer

In mei 2012 diende de Onderwijscoöperatie (voorheen SBL) bij het

gewoon van alles uit. Meer dan mijn collega’s in ieder geval, sommige

ministerie van OCW een voorstel in tot herijking van de algemene

moeten er niets van weten. Een leerlingvolgsysteem? Ja natuurlijk,

bekwaamheidseisen voor leraren. In dit voorstel wordt het vol-

dat vult iedereen gewoon in. Dat moet.”

gende vermeld over ict-gebruik: “Een leraar wordt ict-bekwaam

Misschien is dit verhaal van juffrouw Laura, die in het speciaal

geacht als hij kennis heeft van digitale leermaterialen en -middelen

voortgezet onderwijs werkt, herkenbaar voor je. Het roept vragen

en als hij de pedagogisch-didactische mogelijkheden en beperkingen

op over ict-bekwaamheid. Moet elke leraar kunnen werken met een

daarvan kent. Daarnaast moet hij doelmatig gebruik kunnen maken

leerlingvolgsysteem? Welke eisen kunnen worden gesteld aan de

van beschikbare digitale leermaterialen en –middelen.” Kortom,

didactische toepassing van ict? Hoe zit het met digitale basisvaar-

een ict-bekwaam leraar heeft kennis en kunde en, daaraan vooraf-

digheden zoals tekstverwerken, presenteren en het bedienen van

gaand, een professionele houding tegenover ict. Net als nieuws-

een beamer? En kun je niet ontzettend goed onderwijs aanbieden

gierigheid en de bereidheid levenslang te leren, hoort het inspelen

zonder welk ict-middel dan ook? Het antwoord op die laatste vraag

op de mogelijkheden van nieuwe technologische ontwikkelingen bij

6 - inDruk november 2012


een professionele houding. De definitie van het ministerie is nog

leraren. Toch kennen we veel voorbeelden van leraren die dit al

voor vele interpretaties vatbaar. Maar deze definitie vormt wel het

doen, bijvoorbeeld met sociale media of door intercollegiale coaching

startpunt voor het formuleren van hoe deskundig een leraar op het

tussen verschillende scholen. Kennisnet draagt zelf ook een steentje

gebied van ict moet zijn.

bij aan de professionele ontwikkeling met behulp van ict door de Kennisnet Community’s, de discussiegroepen op LinkedIn en door

Onderwijs ondersteunen

Leraar24.

Hoe kan een leraar ict gebruiken om het onderwijs te ondersteunen en verrijken? De beroepscontext van de leraar laat zich, volgens de

Een voorwaarde voor het op een adequate manier uitvoeren van

Onderwijscoöperatie, verdelen in drie kerntaken: pedagogisch-

deze drie kerntaken is het onder de knie hebben van digitale basis-

didactisch handelen, het werken in de context van de school en

vaardigheden, oftewel de ‘knoppenvaardigheden’, zoals het om

professionele ontwikkeling of vakbekwaamheid. Kennisnet heeft bij

kunnen gaan met diverse hardware (computer, digibord, beamer)

elke kerntaak de ict-bekwaamheid van de leraar gedefinieerd (zie

en softwaretoepassingen (tekstverwerking, presentatiesoftware,

Ictbekwaamheid.kennisnet.n).

audio/videobewerking) en de weg kunnen vinden op internet. Kort samengevat beschrijft Kennisnet hiermee welke bekwaam-

1. Pedagogisch-didactisch handelen

heden een leraar nodig heeft om ict op zo’n manier te integreren

Deze kerntaak gaat over het dagelijks werk; wat doet de leraar in

dat het zorgt voor aantrekkelijker, efficiënter en effectiever onder-

zijn lessen, wanneer heeft hij interactie met zijn leerlingen en op

wijs. We gaan uit van een meerwaarde: ict dient om het onderwijs

welke manier kan ict hem hierbij ondersteunen? Denk hierbij aan

te ondersteunen op die punten waar het goed door ict ondersteund

het gebruik van een video om instructie te geven, een GPS-tocht in

kan worden. De beschrijving is van toepassing op leraren in het

de natuur, huiswerkvragen per sms, het inzetten van adaptieve

basis-, voortgezet- en middelbaar beroepsonderwijs.

oefenprogramma’s waarin elke leerling op zijn eigen tempo en niveau kan werken of het afnemen van digitale toetsen met automa-

Start de discussie

tisch gegenereerde feedback. De EXPO-, EXSO- en EXMO-onderzoeken

Het is belangrijk om met elkaar in gesprek te gaan over ict.

van Kennisnet leveren elk jaar weer nieuwe voorbeelden op van

Kennisnet ontwikkelde bij het ‘kader voor ict-bekwaamheid van

effectief ict-gebruik in de dagelijkse praktijk.

leraren’ een aantal concrete handvatten voor schoolteams om met elkaar in discussie te gaan over ict in het onderwijs en antwoord te

2. Werken in de schoolcontext

vinden op vragen als:

Hier gelden voorbeelden als het kunnen omgaan met, en het op een

• Wat vinden we als school belangrijk?

effectieve manier inzetten van een leerlingvolgsysteem, een elo,

• Op welke manier willen we ons onderwijs ondersteunen

administratieve pakketten, digitale communicatiemiddelen of een

arrangeertool. Efficiency is hier de grote meerwaarde. Hoe vanzelf-

• Wat is het ‘ideaalplaatje’ en hoe staan we er nu voor?

sprekend is deze bekwaamheid van de leraar? Kan en moet elke

• Welke nascholing is nodig?

leraar deze systemen hanteren? En zo ja, wie kiest voor deze syste-

• Hoe kunnen we elkaar ondersteunen?

en verrijken met ict?

men en wie controleert? Of nog belangrijker: wie faciliteert dat leraren met deze systemen om kunnen gaan?

Meer informatie Wil je je eigen ict-bekwaamheid verbeteren? Kijk op

3. Professionele ontwikkeling

Ictbekwaamheid.kennisnet.nl

De derde beroepscontext die de Onderwijscoöperatie beschrijft, hebben we vrij geïnterpreteerd. Wat doet een leraar om vakbekwaam te blijven? Hoe blijft hij op de hoogte van de laatste

Contactpersoon

ontwikkelingen in zijn vakgebied en op welke manier kan ict hem

Naam: Erik Woning

daarbij helpen? Kennisnet heeft nog niet veel onderzoek uitgevoerd

Email: e.woning@kennisnet.nl

naar de meerwaarde van ict bij professionele ontwikkeling van

inDruk november 2012 - 7


Wie is er bang voor de Houthacker?

MediaMasters keert voortaan jaarlijks terug Mediawijsheid hoort thuis in het lesprogramma van elke basisschool, daar is iedereen het over eens. Mediawijzer.net zocht naar een speelse en laagdrempelige manier om mediawijsheid onder de aandacht te brengen van leerlingen van groep 7 en 8 en van hun leerkrachten en ouders. Zo ontstond in 2011 het interactieve spel MediaMasters dat in de Week van de Mediawijsheid gespeeld is door ruim 1000 schoolklassen. Na dit doorslaande succes is besloten er een jaarlijks terugkerend evenement van te maken. Joyce Sint Nicolaas van Mediawijzer.net is medeverantwoordelijk

ook blij dat er naar aanleiding van MediaMasters veel gepraat is, in

voor de inhoud van het spel. “We werkten samen met een team van

de klas en thuis. “Verschillende ouders twitterden dat ze eindelijk

tien mensen: een regisseur, film- en animatiemakers, educatieve

een goed gesprek over media hadden gehad met hun kinderen.

specialisten en gamebouwers. Het was een hele klus, maar het is

Sommige leerkrachten meldden dat ze erachter waren gekomen dat

gelukt om te maken wat we voor ogen hadden: een Schooltv-achtige

hun leerlingen al behoorlijk veel wisten, maar anderen hadden juist

combinatie van informatief en verhalend.

gemerkt dat hun leerlingen online nog heel naïef waren.”

Centraal staat een game met een spannende verhaallijn en interactieve elementen, op zo’n manier dat het lijkt of de kinderen zélf

Ieder jaar

deel van het verhaal uitmaken. Een voorbeeld uit 2011: in een film-

“MediaMasters moet een jaarlijks terugkerend fenomeen worden,

fragment vlak voor de ontknoping reden de personages uit het

waar iedereen naar uitkijkt”, vindt Joyce. “Een week waarmee

verhaal langs een bordje met de plaatsnaam van de betreffende

rekening wordt gehouden in de jaarplanning van scholen. In 2011

school. De kinderen kregen daardoor echt het gevoel dat ze dichterbij

hebben 1000 klassen het spel uitgespeeld. Dit jaar verwachten we

kwamen, dat was bloedspannend. De verhaallijn in 2012 is weer

een verdubbeling van dat aantal. MediaMasters 2012 vindt plaats

heel anders, maar even meeslepend.”

van 23 tot en met 30 november. Leerkrachten van groep 7 en 8 kunnen zich nog tot en met 4 november 2012 kosteloos inschrijven

Leerzame onderdompeling MediaMasters is niet alleen leuk en spannend, maar ook heel leerzaam. Joyce: “Die week zat vol met vragen en opdrachten over je eigen mediagebruik, over de invloed die allerlei media op je hebben, over de leuke kanten eraan en over hoe je jezelf tegen gevaren

via Mediamasters2012.nl.” Leerdoelen De leerdoelen van MediaMasters: Analyse:

kritisch leren kijken naar media

en snappen hoe deze werken

hoe Google werkt. Zo creëerden we een soort onderdompeling in

Bewustwording:

het effect van media ervaren en

het onderwerp mediawijsheid. De leerlingen gingen hierdoor

begrijpen

Gedrag:

inzicht krijgen in eigen mediagedrag

Dialoog:

praten over media, thuis en in de klas

In gesprek

Creatie:

zelf media kunnen inzetten,

Mediawijzer.net richt zich niet alleen op kinderen, maar op de

maken en delen

kunt beschermen. We hadden een goede samenwerking met andere media, Klokhuis zond bijvoorbeeld die week een aflevering uit over

beseffen dat mediawijsheid niet alleen gaat over wat je in een klas doet, maar over je hele leven, je relaties met anderen en je vriendschappen.”

opvoedingsdriehoek ouders – kinderen – leerkrachten. Joyce is dan

8 - inDruk november 2012


MediaMasters op basisschool De Hazesprong in Nijmegen

werkt toch, ook al begrijp je dat ze dat expres doen: dan vraag je in de winkel toch eerder aan je ouders of je die smaak chips mag kopen.”

Het is bijna een jaar geleden dat Isa, Bram en Timo meededen met

Al trappen ze heus nog wel eens in die reclametrucs, ze hebben nu in

MediaMasters, maar ze kunnen het zich nog goed herinneren.

elk geval wel door hoe het werkt.

“Ik vond het geweldig. Zó spannend! Vooral de filmpjes waren leuk en spannend, het verhaal ging elke dag verder”, vertellen ze door elkaar

Een deel van de opdrachten deden leerlingen thuis. En in de klas is

heen. Maar de Houthacker was toch wel het aller-allerspannendst.

er een week lang elke dag een uur aan MediaMasters besteed, vertelt

Die Houthacker dreigde naar de school toe te komen… “En toen werd

meester Rob: “Het is wat mij betreft een heel goede manier om aan-

het scherm zwart, dat had hij gedaan. Het is nu nog steeds zo: als de

dacht te besteden aan mediawijsheid. Die week was zo leerzaam.

computers raar doen of als de verbinding wegvalt, zeggen we tegen

Wanneer er in de loop van het jaar iets vervelends gebeurde op Hyves

elkaar dat het de schuld is van de Houthacker.”

of zo, dan konden we in het gesprek daarover meteen terugvallen op wat we geleerd hadden bij MediaMasters. Ik vind het een heel ge-

Meester Rob Fila bloost een beetje als hij opbiecht: “Bij het eindspel

slaagd project, we maken hier een jaarlijkse gewoonte van.”

was ik er bijna ingetuind. Dat ging zó snel en hoe meer antwoorden we gaven, hoe meer punten we kregen. Toen er naar mijn wacht-

Bekijk de trailer van MediaMasters 2012.

woord werd gevraagd, tikte ik dat in, zonder erbij na te denken. Gelukkig konden de kinderen me nog net op tijd tegenhouden.” De klas heeft gedurende die week veel geleerd over media, over hoe je ze kunt gebruiken en wat er fout kan gaan. “Iemand uit de klas had een stripje met een vieze tekst op onze klassenpagina gezet. Sommige kinderen hadden zelfs op ‘like’ geklikt, maar anderen gingen ermee naar de meester. En ook iemand van MediaMasters stuurde

Meer informatie

meester Rob een berichtje. We hebben toen in de klas uitgebreid

Mediawijzer.net

gepraat over wat je wel en wat je niet mag plaatsen op internet.”

Mediamasters2012.nl Mediawijsheid.kennisnet.nl

En tv-reclames doorzien de kinderen tegenwoordig ook. “Daar zetten ze zo’n muziekje onder, dat echt in je hoofd blijft hangen. Als je in de winkel loopt, komt die muziek terug in je hoofd en koop je zo’n pro-

Contactpersoon

duct sneller”, vertellen Timo en Isa. Bram vindt de benadering van

Naam: Mary Berkhout

chipsmerken wel doortrapt: “Dan zeggen ze dat een nieuwe smaak

Email: mary.berkhout@mediawijzer.net

maar tijdelijk wordt gemaakt, dus dat je er snel bij moet zijn. Dat

inDruk november 2012 - 9


Het Internet der Dingen als onderwijstool Sensoren in hardloopschoenen die je resultaten via je smartphone online bijhouden. Fotolijstjes die zelf je vakantiefoto’s ophalen van je Facebookprofiel. Het Internet der Dingen is geen toekomstmuziek meer, het is er al. Wat kunnen we daarmee op school?

Het Internet der Dingen is de volgende evolutie van het internet.

werken met allerlei apparaten. Ze moeten inzicht krijgen in ma-

Met het Internet der Dingen breekt het wereldwijde web uit de

nieren waarop ze apparaten kunnen inzetten. Om gericht feed-

beperking van beeldschermen en documenten. Het is steeds

back te kunnen geven op het handelen van leerlingen moet een

meer alomtegenwoordig. Elk object in de fysieke wereld

docent eigenlijk meekijken met wat ze doen, maar vaak is dat

(een poster, thermostaat of zelfs de sprinkler in de tuin)

niet mogelijk. Als leerlingen met een apparaat werken, kan een

kan in verbinding met het internet komen te staan. Zo kun je via je smartphone vanaf je vakantieadres je tuin sproeien. Maar wat kan deze nieuwe stap nu praktisch

voor het onderwijs

docent vaak alleen het eind-

Als leerlingen met een apparaat werken, kan een docent vaak alleen het eindproduct beoordelen, maar niet het proces”

betekenen?

product beoordelen, maar niet het proces. Zeker niet wanneer het apparaat bijvoorbeeld op de stageplek staat. Hier kan het Internet der Dingen iets toevoegen,

door apparaten te laten registreren wat de leerling precies doet Hackathon

en die data naar internet te sturen. Met sensoren kan het hele

Veel voorbeelden waarin het Internet der Dingen in het onder-

proces in beeld worden gebracht voor de docent. Hoe werkt de

wijs is toegepast, zijn er nog niet. Kennisnet organiseerde

leerling met de apparatuur? Welke snelheid heeft hij ingesteld?

eerder dit jaar een zogenaamde hackathon, een open ontwerp-

En voor hoe lang? Zo wordt het een stuk eenvoudig en concreter

bijeenkomst waarin verschillende disciplines samenkomen om

voor de docent om samen met de leerling terug te kijken. Leer-

toepassingen te bedenken en te maken. Ook onderwijsmensen

lingen geven nog wel eens sociaal wenselijke antwoorden; door

deden mee. Op de hackathon zijn een aantal toepassingen

de data die de apparatuur ‘uploadt’ hebben de docent en de

bedacht. Omdat hierop de CC-BY licentie rust (de gebruiker mag

leerling de feiten paraat om goed te kunnen reflecteren.

onder enkele voorwaarden het werk kopiëren, verspreiden, doorgeven en ‘remixen’) kunnen ook anderen ermee aan de slag.

Draaibank gaat online

In het onderwijs of daarbuiten mogen de bedachte concepten

In het experiment koppelen we een fysiek apparaat aan het

gebruikt en verder ontwikkeld worden. De ideeën zijn te vinden

internet en lezen uit wat ermee gebeurt. Dit apparaat is gewoon-

op Innovatie.kennisnet.nl.

lijk niet met het internet verbonden, door dit wel te doen, komt er allerlei informatie beschikbaar die leraar en leerling kunnen

Eén van de bedachte toepassingen wordt nu als praktijkexperi-

helpen in het onderwijsproces.

ment gerealiseerd. In veel opleidingen moeten leerlingen leren

De situatie is dat een leerling een activiteit moet uitvoeren met

10 - inDruk november 2012


Ideaal of Big Brother? Met de introductie van het World Wide Web (WWW) raakte het internet breed bekend. Waar je eerst een geschoolde techneut moest zijn kon je nu als doorsnee gebruiker surfen op het internet en allerlei informatie opzoeken. ‘Web 2.0’ was de volgende stap: gebruikers konden zelf meedoen aan het vormgeven van het internet. Via blogs en sociale media kan iedereen zelf informatie publiceren en actief participeren op allerlei platforms. Het Internet der Dingen is de volgende stap in de ontwikkeling van internet, waarbij ‘dingen’ een belangrijke rol krijgen. Er zijn al talloze apparaten waarvan het meer of minder voor de hand ligt dat ze verbonden zijn met internet en daar informatie ophalen en plaatsen. Denk aan smartphones en tablets maar ook aan koelkasten, huizen, auto’s en steden. Deze ‘dingen’ verzamelen informatie met hun sensoren en kunnen die via het internet uitwisselen en daarop zonodig handelen. Koelkasten houden de voedselvoorraad en de houdbaarheid daarvan in de gaten en bestellen aanvullingen. Huizen bewaken het energieverbruik, de veiligheid en de luchtkwaliteit. Auto’s beschikken over steeds meer route- en file-informatie en kunnen onderling afstemmen hoe hun bestuurders met minimale vertraging op hun bestemmingen kunnen komen. Er komt ook een generatie sensoren aan die onze kleding ‘slim’ kan maken, bijvoorbeeld onze gezondheidstoestand, stemming en stressniveau waarneemt. Nanotechnologie biedt onvoorstelbaar kleine sensoren die in ons lichaam metingen kunnen verrichten of zelfs acties kunnen uitvoeren op ongewenste cellen, virussen of bacteriën. Big Brother? Dit soort ontwikkelingen werpt een heel nieuw licht op wonen, leren en werken. Vanuit een optimistisch perspectief biedt het Internet der Dingen ongekende mogelijkheden om ons leefcomfort te verhogen. Vanuit een pessimistisch perspectief zou het Internet der Dingen kunnen leiden tot een ‘Big Brother’-samenleving, waarin je voortdurend geobserveerd wordt en beknot in je persoonlijke vrijheid onder het mom van collectieve veiligheid of producti-viteit. Het Internet der Dingen verkeert nog in een zeer pril stadium en er zijn dus nog allerlei toekomstscenario’s mogelijk. Kennisnet verkent deze scenario’s vanuit het perspectief van leren. We streven daarbij naar het ontdekken van inspirerende toepassingen die het persoonlijke leerproces van mensen nieuwe mogelijkheden kunnen bieden. Daarmee willen we bijdragen aan een optimistisch toekomstbeeld met het Internet der Dingen.

inDruk inDruk november zomer 2012 - 11


een draaibank. Aan de draaibank is een Arduino-bordje (een soort

(voorheen Pachube), een platform voor data-uitwisseling dat

zelfbouw computer waar je allerlei sensoren aan kunt hangen, zie

door veel Internet der Dingen-toepassingen wordt gebruikt. Zo

kader) vastgemaakt dat in verbinding staat met internet. De leerling scant met een app op zijn smartphone de unieke code van de draaibank. Daarmee acti-

wordt bijvoorbeeld vastge-

Als de leerling aan de slag is, meten de sensoren allerlei activiteiten, zoals de snelheid waarmee de leerling het apparaat laat werken�

veert hij de Arduino-hard-

legd hoe snel het apparaat heeft gedraaid, met wat voor instellingen en hoe lang dat is gebeurd. Een website haalt die data uit Cosm op en toont ze op een

ware om te gaan meten. Als de leerling aan de slag is, meten de

begrijpelijke manier. Zo kan de docent naar de gegevens kijken,

sensoren allerlei activiteiten, zoals de snelheid waarmee de

conclusies trekken over het handelen van de leerling en preciezer

leerling het apparaat laat werken. Wanneer de leerling de code

feedback geven dan voorheen.

van de draaibank scant, kan hij ook aanvullende informatie en uitleg over het apparaat vinden. Het object is uniek identificeerbaar en kan bijvoorbeeld gekoppeld zijn aan een filmpje met

Cosm

uitleg.

Als je met Arduino een apparaat hebt gemaakt en de informatie uit de sensoren wilt kunnen uitlezen op een

Betere feedback

website, kun je gebruikmaken van een dienst als Cosm.

De gegevens rondom een bepaald object, in dit geval de draai-

Ook als de informatiestroom de andere kant opgaat (van

bank, worden opgeslagen in de cloud. Dat wordt gedaan met Cosm

internet naar het apparaat) kan Cosm dit afhandelen. Daarnaast kan Cosm data vinden die anderen beschik-

Arduino

baar stellen. Die data kun je vervolgens weer in je eigen

Arduino is een open hardware computerplatform. De

toepassing gebruiken.

werking ervan kun je zelf programmeren. Het maakt gebruik van het software platform Processing, een een-

Cosm.com

voudige maar krachtige visuele programmeertaal. Aan het platform kun je allerlei sensoren hangen die dingen als beweging, aanraking en temperatuur registreren, of

Meer informatie

informatie van het internet ontvangen. Op basis van die

Meer weten over het Internet der Dingen en onze activiteiten

input kunnen acties starten, zoals het aanzetten van een

op dit gebied? Kijk op Innovatie.kennisnet.nl

motor of een LED-lampje. Naast het standaard Arduinobord zijn er diverse varianten, zoals een verkleinde

Innovatie.kennisnet.nl/historyofobjects1

versie en een versie met meer geheugen.

Serge de Beer van Lentiz onderwijsgroep schrijft in een gastblog op de Kennisnet Innovatieportal over de uitvoering

Arduino.cc

12 - inDruk november 2012

van het experiment The History of Objects.


Door de data die de apparatuur ‘uploadt’ hebben de docent en de leerling de feiten paraat om goed te kunnen reflecteren”

Zelf aan de slag Open source software gebruiken we al dagelijks en mag door iedereen gedeeld, gebruikt en bewerkt worden. Op die zelfde principes leunt open hardware. Veel populaire 3d-printers zijn bijvoorbeeld onder een open licentie beschikbaar. Met open hardware ligt de vormgeving niet in handen van grote bedrijven, maar kun je

De gegevens kunnen ook voor andere zaken gebruikt worden. Zo

ook zelf meebouwen aan het Internet der Dingen. Er is

kun je bijvoorbeeld over een langere periode bijhouden of het

toegankelijke literatuur beschikbaar om ermee te leren

apparaat nog goed functioneert of dat onderhoud nodig is. Voor

werken, bijvoorbeeld het boek Making things talk. Maar

een school met allerlei apparatuur is op deze manier het onder-

ook met de genoemde hardware en software kun je zelf

houd beter te voorzien en voordeliger te plannen. Dat kan de

aan de slag.

onderhoudskosten beperken en tegelijkertijd de levensduur van apparaten verlengen. Het beschreven experiment wordt in 2012 uitgevoerd. De uit-

Contactpersoon

komsten ervan en alle informatie om dit zelf te doen, worden

Naam: Wietse van Bruggen

ook weer op zo’n manier beschikbaar gesteld dat anderen er op

Email: w.vanbruggen@kennisnet.nl

voort kunnen bouwen.

inDruk inDruk november zomer 2012 - 13


Benoem een informatiemanager

Iedereen overal de juiste informatie

‘Meer kwaliteit met minder geld’ is de trend in onderwijsland. Ict is de komende jaren onontbeerlijk om de ambities van meer kwaliteit en tegelijk meer efficiëntie met elkaar te verenigen. Daarbij hoort een strakke regie die zorgt voor samenhang in de verschillende ict-investeringen en samenwerking tussen scholen. Ik pleit daarom voor het benoemen van een informatiemanager op elke school, vergelijkbaar met de chief technology officer in het bedrijfsleven. Voor veel scholen is het investeren in ict een black box. Het is moei-

brengen. Ict gaat nu vooral over het primaire proces (software,

lijk te zien wat het rendement is en de kosten nemen steeds meer

licenties, computers) en het secundaire proces, dat gaat over alle

toe. Samenwerking tussen individuele scholen is meestal ver te

andere informatiestromen zoals leerlingvolgsystemen, administratie

zoeken. Scholen moeten meer doen met minder en tegelijkertijd de

en de communicatie van de school naar buiten (bijvoorbeeld via de

kwaliteit van het onderwijs waarborgen en verantwoorden.

website). Maar daar houdt het meestal op, terwijl er nog meer te

Ict speelt hierbij een essentiële rol. De Vier in Balans Monitor 2011

doen is. Want op veel scholen gaan de informatiestromen langs

die Kennisnet jaarlijks uitgeeft, liet al zien dat in alle sectoren van

elkaar heen. Voor systemen is een verschillende inlog nodig, samen-

het onderwijs een degelijk fundament aanwezig is om ict te gebrui-

werkende scholen hebben geen toegang tot elkaars informatie. Het

ken. Het merendeel van de leraren vindt zichzelf ict-vaardig en voor

idee dat leerlingen overal op elk tijdstip kunnen leren is een

elke 5 leerlingen is er een computer. Vrijwel alle computers zijn aangesloten op internet en het aantal leslokalen met een digibord groeit snel. Er komt steeds meer digitaal leer-

toekomstdroom.

Het blijkt heel lastig de visie van de school op onderwijs en de visie op de inzet van ict-middelen met elkaar in overeenstemming te brengen”

materiaal en er is een duidelijke

Belangrijk is te beseffen dat de ondersteunende processen als administratie en communicatie naar buiten, dus alles wat niet in de klas gebeurt, onverbrekelijk verbonden moeten zijn met de

ambitie om meer ict in te zetten, zowel voor kennisoverdracht als

visie op onderwijs. Kees Hoefnagel, voorzitter van het College van

voor kennisconstructie. Als de verwachtingen uitkomen, gebruiken

Bestuur van de Stichting Onderwijsmiddelen Limburg, zei het

over vijf jaar vrijwel alle leraren ict, en bovendien doen ze dat

onlangs zo: “Wat zou het mooi zijn als scholen ook kunnen wat bij-

intensiever en gevarieerder. Van een optioneel hulpmiddel ontwikkelt

voorbeeld in een ziekenhuis kan. Ik droom ervan dat iedereen in de

ict zich tot een fundamentele bouwsteen van het onderwijs. Deson-

organisatie, van docent tot leerling, overal de beschikking heeft

danks blijft de groei van het ict-gebruik achter bij de ambities van

over de juiste middelen om het werk goed te doen.”

leraren en management.

Investeren in ict-management is voor dit alles essentieel. Je moet een goede regie voeren op investeringen. Dat investeren is vaak

Samenhang ver te zoeken

gefragmenteerd: de docent schaft een softwarepakket aan, de

Het blijkt heel lastig de visie van de school op onderwijs en de visie

wsysteembeheerder schaft zijn eigen systemen aan. Dat leidt ertoe

op de inzet van ict-middelen met elkaar in overeenstemming te

dat heel veel scholen dubbele systemen hebben.

14 - inDruk november 2012


onderwijsbeleidsplan

ictbeleidsplan

horizon: ca. 3 jaar

Onderwijsvisie

Informatievisie

ictvisie

horizon: ca. 1 jaar

Onderwijsplan

Informatieplan

ictplan

dagelijkse operatie

informatiebeleidsplan

Onderwijsbeheer

Informatiebeheer

ictbeheer

Beleidsplanning onderwijs, informatie en ict

De juiste informatie

Informatiemanager als spil

Informatiemanagement gaat over wat er nodig is om iedereen op het

Vervolgens is de vraag: wie is de spil bij het formuleren van die

juiste moment van de juiste informatie te voorzien. Het is daarbij

visie en het bewaken van de uitvoering ervan? De schoolleider heeft

een valkuil om alleen naar de ict-voorzieningen te kijken. Het gaat

niet de benodigde ict-kennis, de ict-coรถrdinator (docent, systeem-

juist om het verbeteren van bestaande processen en informatie-

beheerder) kan de vertaalslag naar onderwijsbeleid niet maken.

stromen in de school. Alles begint met een visie. Het gestructureerd

Een systeembeheerder zal bijvoorbeeld niet snel zeggen dat alle

uitwerken van een integrale visie op onderwijs en ict is een stuk

systemen in de cloud brengen een goed idee is. Dat kan immers

makkelijker als u het door Kennisnet ontwikkelde 9-vlaksmodel voor

consequenties hebben voor zijn eigen werkzaamheden. Toch moeten

informatiemanagement gebruikt. Bij deze aanpak wordt tussen het

dergelijke vragen beantwoord worden. Iemand moet de consequenties

onderwijsbeleidsplan en het ict-beleidsplan een derde kolom

van keuzes in kaart brengen en helpen bij het realiseren van

geplaatst: die van het informatiebeleidsplan. Dit moet zorgen dat er

oplossingen. In het bedrijfsleven is een oplossing gevonden voor dit

samenhang ontstaat tussen het onderwijsbeleidsplan en de ict-inves-

probleem, daar stellen ze een chief technology officer of informatie-

teringen, of het nu gaat om de dagelijkse operatie, het jaarplan of de

manager aan. Scholen kunnen hier een voorbeeld aan nemen. Stel

aanpak voor de komende 3 tot 5 jaar. Het maakt niet uit hoe groot de

ook een informatiemanager aan: iemand die beleid kan formuleren

school is: een dergelijke aanpak is voor iedereen noodzakelijk. Want

op het snijvlak van kennis van onderwijs en ict. Wat is er beschik-

hiermee worden de informatiestromen binnen de school in kaart

baar aan systemen die het onderwijs verder kunnen helpen?

gebracht en wordt gekeken naar wat de school aan ict-middelen

Belangrijk is dat de verantwoordelijkheid voor informatiemanagement

gebruikt. Het plan moet de wensen van de gebruikers (de onderwijs-

op bestuursniveau komt te liggen. Dit is extra nodig omdat besturen

visie) in overeenstemming brengen met de wensen van de beheerders.

vaak verantwoordelijk zijn voor verschillende scholen. Die scholen

Je moet daarbij denken aan zaken als: waar laat ik de leerling werken,

zijn gewend om op ict-gebied autonoom te opereren, maar om een

in of buiten de klas en wat is hiervoor nodig? Maar ook het systeem-

optimaal rendement uit ict-investeringen te halen moet je het

beheer en de administratie horen hierbij.

centraal regelen. Koninkrijkjes moeten doorbroken worden.

inDruk november 2012 - 15


Worstelen met keuzes Als relatiemanager van Kennisnet heb ik de afgelopen jaren veel

Ict op jouw school

zogenoemde ambitiegesprekken met scholen mogen voeren. In die

Maakt jouw school de juiste keuzes in ict? En sluiten die aan

sessies blijkt dat schoolleiders worstelen met de vraag voor welke

bij je onderwijsvisie? De methode ‘Richten van ict’ van

systemen ze moeten kiezen en welke investeringen daarbij horen.

Kennisnet helpt scholen bij het invoeren van een goed

“De technologische ontwikkelingen gaan zo snel, dat het verlammend

informatiebeleid. Op de website Richtenvanict.kennisnet.nl

werkt. Ik heb daarom de neiging te wachten met mijn investeringen.

vind je een stappenplan en hulpmiddelen om het informatie-

Ik weet niet welke technologische vernieuwing bestendig is voor de

beleid op je school aan te pakken. Ook vind je hier best

langere termijn”, zei recentelijk een bestuurder uit het vo tijdens één

practices van andere scholen. Wil je liever een gesprek op

van die sessies. Bij deze gesprekken, zo is de ervaring, kan duidelijk

school? Dat kan ook. Neem contact op met Margreet Vermeer

worden welke persoon geschikt zou zijn om een dergelijk project te

voor een afspraak.

leiden. Dat hoeft overigens niet één persoon te zijn. Belangrijke vragen zijn daarbij: waar zou voor onze leerlingen de échte waarde van ict kunnen zitten? Hoe kunnen we ónze aanpak versterken met

Contactpersoon

ict? Welke ict-toepassingen zouden bij ons het beste werken? Scholen

Naam: Margreet Vermeer

staan bij die zoektocht zeker niet alleen. De ambitiegesprekken laten

Email: m.vermeer@kennisnet.nl

zien dat leading practices bij andere scholen enorm kunnen helpen bij het formuleren van de aanpak voor de eigen scholen.

Het informatiebeleidsplan moet zorgen dat er samenhang ontstaat tussen het onderwijsbeleidsplan en de ict-investeringen”

16 - inDruk november 2012


Samen mediawijzer in 5 stappen Gratis lesmateriaal beschikbaar voor de basisschool Mobieltjes in de klas, pesten via MSN en alle leerlingen zitten op Hyves. Kinderen zijn razendsnel op de knoppen en ouders hebben vaak onvoldoende zicht op de gevaren. School lijkt daarom bij uitstek de plek om onze kinderen mediawijsheid te leren. Maar wie helpt de leraar bij te blijven? Ook de digitale generatie heeft begeleiding nodig

Voor mij een bevestiging dat de jeugd behoefte heeft aan begeleiding.

Martine van Raat (41), leerkracht groep 5: “Voor mijn gevoel werd ik links en

Bij elke stap worden ze uitgedaagd om bewust om te gaan met internet

rechts door de leerlingen ingehaald. Ze doen alsof ze alles weten, maar hun

en daarbij de juiste keuzes te maken.”

reflectie is onvoldoende. Ik had zoveel vragen: hoe bespreek ik een onderwerp als digitale kinderlokkerij, wat doe je tegen cyberpesten, wat weten

Meer tips voor leerkrachten

kinderen eigenlijk over online privacy?”

Van Raat benadrukt hoe belangrijk het is om je in te leven in de belevings­ wereld van de kinderen. “Zonder te oordelen, vraag gewoon eens wat ze nou

Op Samenmediawijs.kennisnet.nl vond van Raat een stappenplan waarmee zij direct aan de slag kon. “Ik voelde me serieus genomen in mijn ‘angst’ niet up-to-date te zijn: stap 1 is namelijk een online workshop voor leerkrachten.”

zo leuk vinden aan Hyves. Vragen stellen en interesse

Internet is ontzettend handig en leuk, maar ja, het moet wél veilig!”

tonen is de basis van mediaopvoeding. Een meester of juf die enthousiast is over nieuwe media én zich bewust is van de gevaren, is dé moderne leerkracht.” De laatste tip die zij wil meegeven aan andere

leerkrachten: “Laat je vooral inspireren op Mediawijsheid.kennisnet.nl Van Raat spijkerde haar eigen kennis bij en maakte vervolgens de stap

en Kids.kennisnet.nl. Hier houd je je eigen kennis op peil en leerlingen

van theorie naar haar eigen klaslokaal. “Als tweede stap heb ik de

worden vaardiger met media. Bovendien sluit het materiaal prachtig aan

mediawijsheidquiz gedaan in de klas. Klassikaal, op het digibord. Daarmee

op thema’s die we al in de klas behandelen. Als leraar heb je het al druk

liet ik de kinderen zien dat internet ontzettend handig en leuk is, maar ja,

genoeg met je eigen vakgebied, je hoeft het wiel echt niet opnieuw uit te

het moet wel veilig.” En wat zij hoopte, gebeurde ook: er werd gelachen en

vinden.”

er ontstond ruimte om te praten. Meer informatie Diploma Veilig Internet

Ook samen in 5 stappen mediawijzer worden?

En zo passeerden stap voor stap alle relevante onderwerpen de revue:

Ga naar Samenmediawijs.kennisnet.nl en start met het stappenplan!

waaruit bestaat een goede zoekopdracht (zoekmachine Davindi bleek een veilig en populair alternatief voor Google), hoe gedraag je je online, wat is het verschil tussen media en reclame en tot slot een eindtoets waarbij kinderen zelfs een diploma krijgen. “Geweldig populair is dat diploma!

inDruk november 2012 - 17


Meer grip op ict-investeringen

Vruchten plukken van de batenboom

Wat gaat een ict-investering nu eigenlijk opleveren? Draagt het bij aan onderwijsverbetering? Levert het een kostenbesparing op? Veel onderwijsinstellingen worstelen met deze vragen: veranderingen met ict staan nooit op zichzelf en de opbrengsten ervan zijn moeilijk meetbaar. Kennisnet heeft een instrument ontwikkeld om ict-investeringen goed te onderbouwen. Voor het kiezen van rendabele ict-investeringen is een helder

aantal onderwijsinstellingen een methode ontwikkeld (zie kader

geformuleerd informatiebeleid een eerste vereiste. Dit beleid

‘methodiek’). Deze methode is een belangrijk hulpmiddel voor

bevat realistische doelen, uitgangspunten en richtlijnen voor de

onderwijsinstellingen om de verschillende onderdelen van een

inzet van ict binnen een onderwijsorganisatie. De methode

businesscase uit te kunnen werken. De onderdelen worden hierna

‘Richten van ict’ (zie het artikel op pagina 14) helpt onderwijs-

toegelicht.

instellingen om in 5 stappen hun informatiebeleid vorm te geven. Vanuit een goed informatiebeleid kan gezocht worden naar samen-

Methodiek

hangende ict-oplossingen die direct of indirect een positieve bij-

Voor de methode zijn twee handleidingen beschikbaar voor

drage leveren aan het onderwijs.

verschillende doelgroepen, maar met dezelfde opzet:

Het maken van een businesscase is een goed middel om tot de juiste ict-keuzes te komen. Het is de zakelijke rechtvaardiging van een

1. De handleiding ‘Leidraad mini businesscase’ is met name

project. Een businesscase geeft inzicht in de relatie tussen investe-

gericht op het voortgezet onderwijs en maakt integraal

ringen en de visie van de onderwijsorganisatie, de organisatorische

onderdeel uit van de methode ‘Richten van ict’. De handlei-

consequenties van de investeringen (cultuur, mensen en processen)

ding is te vinden via: Richtenvanict.kennisnet.nl/vraag-

en het rendement van het project. Een businesscase is een beslis-

vanuit-secties-en-afdelingen/prioritering/

singsinstrument om te beoordelen of een ict-project gestart of voortgezet moet worden. Daarnaast is het ook een hulp bij het prioriteren van projecten.

2. De handleiding ‘Onderbouwd investeren in ict’ is ontwikkeld met mbo-instellingen en is te downloaden via: Businesscase.kennisnet.nl. Op deze website zijn ook prak-

Een businesscase opstellen Om onderwijsinstellingen te ondersteunen bij het vinden van de juiste ict-oplossingen heeft Kennisnet in samenwerking met een

18 - inDruk november 2012

tijkvoorbeelden te lezen van scholen die ervaring hebben opgedaan met de methodiek.


Aanleiding

1. Business rationale - Vragenlijst 2. Risico analyse

3. Kosten - baten analyse

- Scorecard

- Batenlogica boom - Rekenmodel 4. Beoordeling businesscase

Besluitvorming Stappenplan ‘Leidraad mini businesscase

1. Business rationale

Bij organisatorische risico’s kijken we of de organisatie in staat is

Het eerste gedeelte van de methode bestaat uit vragen over moge-

om een project uit te voeren. Denk aan vragen over het opdracht-

lijke redenen om een project uit te voeren. Het gaat hierbij om de

geverschap, de stakeholders en het veranderpotentieel binnen de

aansluiting bij de visie en de strategie, de verwachte bijdrage en

organisatie. Bij uitvoeringsrisico’s gaat het om de kwaliteit van de

de noodzaak en urgentie van het project. Het zijn vragen als:

projectorganisatie, de doorlooptijd en de omvang van de kosten. Naast de haalbaarheid van de investering kijken we ook naar de

• Welk probleem lost deze investering op?

risico’s rond de ‘maakbaarheid’ van de investering. Hierbij gaat het

• Wat gebeurt er als we niks doen?

bijvoorbeeld over de aansluiting bij de architectuur van informa-

• Aan welke strategische (organisatie-)doelen draagt de oplossing bij?

tievoorzieningen en de complexiteit van een voorziening. Kan een

• Wat zijn de verwachte opbrengsten?

voorziening of systeem informatie uitwisselen met andere systemen of apparaten en welke kennis is nodig is om het nieuwe systeem te

Het is belangrijk dat de juiste personen betrokken worden bij het

beheren?

beantwoorden van deze vragen. Bij het opstellen van een businesscase vertegenwoordigt de opdrachtgever het organisatiebelang. De

Praktijkvoorbeeld 1

belangen vanuit de gebruikers- en it-organisatie moeten daarbij

ROC Mondriaan heeft in samenwerking met Twynstra Gudde

goed in het oog worden gehouden.

met behulp van de methodiek een businesscase opgesteld voor de uniformering van de processen rond resultatenbeheer.

2. Risico-analyse

Hieruit bleek onder andere dat de vragenlijst (onderdeel van

Door vooraf na te denken over de risico’s, kan de kans van slagen

de business rationale) en de batenboom een belangrijke functie

van een project goed worden ingeschat. We onderscheiden daarbij

hebben in het vertalen van ambities naar concrete projecten.

zowel organisatorische als uitvoeringsrisico’s.

inDruk november 2012 - 19


Inspanningen Activiteiten die in het kader van het project worden verricht

Opstellen en implementeren visie op begeleiding

Output

Resultaten

Concrete opbrengst van de inspanning

Directe en indirecte resultaten die voorkomen uit de projectinspanningen

Volledig, actueel en centraal toegankelijk dossier

Proces standaardisatie

Selectie en implementatie van één systeem

School-brede analyse & trends, ingerichte plan-do-check-act cyclus

Lagere administratieve last

Betere begeleiding

Betere inzicht in status studieloopbaan vanstudenten

Betere intake

Minder loketten (want centraal toegangkelijk)

Betere keten afstemming (intern en tussen vo, mbo en ho)

Begeleiders en bedrijven weten welke begeleiding zij moeten bieden

Betere begeleiding tijdens het praktijkleren (BPV)

Ingebruikname van één systeem en werkwijze

Nazorg

Een herkenbare werkwijze voor de interne en externe belanghebbenden

Een voorbeeld van een batenboom

3. Kosten- en batenanalyse Praktijkvoorbeeld 2

De batenboom geeft inzicht in de baten van het project. Ook brengt

ROC De Leijgraaf is aan de slag gegaan met de businesscase

het de relatie in beeld tussen oplossingen, resultaten, effecten en

methodiek van Kennisnet. In een plenaire sessie met alle

doelen. Het is een effectief middel om de niet-financiële of kwali-

betrokkenen vanuit het onderwijs- en het organisatie-

tatieve kosten en baten helder te krijgen. Daarnaast helpt de baten-

domein is gesproken over de verwachte bijdrage van het

boom bij het benutten van een businesscase als communicatiemiddel

blended learning concept van De Leijgraaf. Tijdens de bij-

of het creëren van draagvlak. De batenboom is een belangrijk

eenkomst is een batenboom opgesteld en zijn de voornaamste

onderdeel van de methode, met name in het onderwijs, omdat hier

risico’s in kaart gebracht. De resultaten van de business-

vaak sprake is van maatschappelijke baten die moeilijk in geld uit te

case zijn gebruikt in de uitwerking van het projectplan.

drukken zijn. Denk aan het verbeteren van leerprestaties. De financiële kosten en baten worden vervolgens apart uitgewerkt

20 - inDruk november 2012


Effecten Strategische doelen waaraan de projectresultaten bijdragen

Ambitie Ambitie uit strategisch beleid

Tips • De batenboom maakt het mogelijk om de businesscase niet alleen te beoordelen op financiële kosten en baten,

Betere tijdsbesteding medewerkers (doelmatigheid)

Enthousiaste en competente medewerkers

maar ook opde kwalitatieve of niet-financiële opbreng sten. Deze zijn weliswaar (nog) moeilijk meetbaar, maar

zijn onmisbaar in de afweging.

• De businesscase-methode helpt om het gesprek over ict-

Optimaal financieel rendement Kortere doorlooptijd minder vertraging

investeringen organisatiebreed te voeren. Gebruik de batenboom hierbij als communicatiemiddel. • Een gevaar bij het opstellen van een businesscase is dat er somsnaar een bepaalde oplossing toe geredeneerd wordt. Vraag je altijd af of de aannames waarop de

Minder uitval & herplaatsingen

businesscase gebaseerd is, volledig en realistisch zijn.

• Het is belangrijk om een businesscase niet te smal te maken. Met name ict-investeringen hebben vaak betrek king op veranderende organisatieprocessen. Als het

Beter gebruik maken van de mogelijkheden voor extra bekostiging (passend onderwijs)

lukt deze processen mee te veranderen, worden meestal

Onderwijs dat gericht is op de arbeidsmarkt en doorstroom

de grootste besparingen bereikt. • De kosten gaan voor de baten uit: de baten zijn vaak niet

direct na het opleveren van het project meetbaar. Evalueer

de baten van een project niet alleen vooraf en tijdens,

Hogere tevredenheid studenten en ouders

maar ook na een project.

Goed en aantrekkelijk beroepsgericht onderwijs Tot slot: Een businesscase is wellicht als resultaat een belangrijk hulpmiddel voor besluitvorming, maar het proces om tot dit resultaat te komen is minstens zo belangrijk. We merken dat door het

aan de hand van rekenmodellen die de verschillen duidelijk maken

toepassen van de methodiek vooral de dialoog met de relevante

tussen de toekomstige en de huidige situatie.

betrokkenen helpt bij een (meer) evenwichtige besluitvorming en het creëren van meer draagvlak in de gebruikersorganisatie voor

4. Beoordeling

de oplossing. Zo zullen de gekozen oplossingen ook meer opleveren.

Voor een goede afweging van een businesscase is het noodzakelijk

Een onderwijsinstelling die meer grip wil krijgen op ict-investeringen

meerdere varianten voor een bepaalde oplossing te bekijken. Een

kan niet zonder een businesscase.

van de varianten is altijd de 0-optie: niets doen. De Scorecard die deel uitmaakt van de methode kan hierbij als hulpmiddel dienen.

Contactpersoon

Dit instrument helpt om een afweging te maken tussen de strategische

Naam: Tonny Plas

en bedrijfseconomische waarde en de organisatorische en technische

Email: t.plas@kennisnet.nl

risico’s van de projectvarianten.

inDruk november 2012 - 21


Luister naar de leerling, verbeter het onderwijs Hoe tevreden zijn leerlingen over het onderwijs dat ze krijgen? Wat is hun mening over de manier waarop hun leraar les geeft, het gebruik van ict in de les en de hoeveelheid inspraak die zij hebben? Het inventariseren van deze ervaringen van leerlingen is een manier om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren, soms al meteen tijdens de les. Door feedback te vragen aan leerlingen, en hier ook iets mee te

dige enquêtes tot het inrichten van sociale platforms met functionali-

doen, voelen leerlingen zich meer betrokken bij het onderwijs dat

teiten die vergelijkbaar zijn met Facebook. Leerlingen die zich niet zo

ze dagelijks krijgen. Iedere leerling individueel vragen wat hij of

goed durven uit te spreken kunnen op deze manier ook een stem krijgen.

zij vindt van het onderwijs is natuurlijk erg arbeidsintensief. Zeker als je dit frequent wilt doen onder (grote) groepen leerlingen. Ict

Vragen stellen

kan het verzamelen van ideeën, ervaringen en wensen van leerlin-

Leerkracht Erwin Klaasse heeft voor zijn leerlingen in groep 8 een

gen een stuk gemakkelijker maken. Om het onderwijs te verbeteren

online omgeving ingericht met behulp van Engrade.com, een digi-

en leerlingen meer betrokken te krijgen, is het wel belangrijk om de

taal platform waarmee je kunt communiceren met leerlingen en

feedback ook te bespreken.

leerlingen met elkaar. Hier kunnen leerlingen niet alleen hun mening geven over de lessen, maar ook vragen stellen als ze iets

Leerlingen in het voortgezet onderwijs kunnen hun mening over de

niet begrijpen. Volgens Klaasse heeft een dergelijk platform veel

gang van zaken op school delen tijdens mentoruren. Om het ophalen

voordelen: “Andere leerlingen reageerden vanzelf als iemand een

van hun meningen gemakkelijker te maken kan ict uitkomst bieden.

vraag had en hielpen elkaar, maar ik kon ook aan de hand van de

“Ict kan heel goed helpen om meningen en opvattingen van

vragen die leerlingen hadden extra aandacht schenken aan bepaalde

studenten te verzamelen en te visualiseren,” zegt Jelmer Evers,

onderwerpen.” Het is wel belangrijk dat de leerlingen en de leer-

docent geschiedenis. “Het kost wat extra tijd om dit op te

kracht vaardig genoeg zijn om hiermee om te gaan, bijvoorbeeld

zetten, maar ik zie het als een investering in de relatie met mijn

een schermafbeelding kunnen maken en die opslaan voor het geval

leerlingen.” Er zijn op dit gebied veel mogelijkheden, van eenvou-

dat er iets mis gaat.

22 - inDruk november 2012


Voor sommige leerlingen is het lastig om de aandacht bij de les te

scholieren samen aan de slag gaan om het onderwijs te verbeteren.

houden; het begrijpen van de lesstof is een nog grotere uitdaging.

Deze investering levert in ieder geval altijd een positief rendement.

Om hen de mogelijkheid te bieden tijdens de les kenbaar te maken dat ze iets niet begrijpen kan een tool als Understoodit.com bijzon-

Tools

der handig zijn. Hiermee kun je leerlingen - al dan niet anoniem - de

Om de reacties te verzamelen kun je gebruikmaken van gratis

mogelijkheid bieden om aan te geven of ze de uitleg snappen of

gereedschappen als Surveymonkey.nl, dat een gratis basisplan

niet. Leerlingen stemmen met hun smartphone, laptop of

biedt. Hiermee kun je kleinschalig vragenlijsten uitzetten.

tablet en op een speciale site voor de leraar zijn de resultaten

Netq-enquete.nl biedt een soortgelijk platform met een (beperkte)

direct zichtbaar. Zo weet de docent meteen of het nodig is om meer

gratis versie. Google Docs is een alternatief om een formulier te

uitleg te geven over bepaalde onderwerpen. Het maakt het

ontwikkelen, gekoppeld aan een spreadsheet. De opties en vraag-

makkelijker om het juiste tempo van je les te bepalen en de les zelf interactiever en aantrekkelijker te maken. Tevredenheid en schoolkeuze

typen zijn beperkt, maar het

Ik kon ook aan de hand van de vragen die leerlingen hadden extra aandacht schenken aan bepaalde onderwerpen”

aantal respondenten niet. Daarnaast bestaan er platforms die zijn ontwikkeld om communicatie met leerlingen te faciliteren. Voorbeelden hiervan zijn

Meningen en ervaringen van leerlingen spelen ook een belangrijke

Diipo.com, Edmodo.com en Engrade.com, waarvan Diipo het meest

rol in de keuze voor een middelbare school. Via de website

eenvoudig is en het best geschikt is om mee te beginnen. Deze

Schoolkompas.nl kunnen leerlingen en ouders uit het basisonder-

Twitter- en Facebook-achtige omgevingen zijn eenvoudig op te zetten

wijs kijken naar de tevredenheid van leerlingen op verschillende

en bieden naast sociale functies nog veel meer mogelijkheden.

middelbare scholen. Dit kunnen ze als overweging meenemen in de keuze van een vervolgopleiding. Scholen moeten zelf deze informatie aanleveren; inmiddels is ruim 30 procent van de middelbare scholen terug te vinden op deze website.

Hoe tevreden zijn jouw leerlingen? Er zijn veel mogelijkheden om zelf (kleinschalig) onderzoek

Behalve het organiseren van leerlingfeedback binnen de school zijn

te doen naar de tevredenheid van leerlingen. Een belang-

er ook organisaties die zich bezighouden met het (jaarlijks) ver-

rijk aandachtspunt hierbij is om voldoende tijd te besteden

zamelen van ervaringen en meningen van leerlingen over het

aan het maken van een goede vragenlijst en het ‘aanjagen’

onderwijs. Zo is er de LAKS-Monitor, een grootschalig wetenschap-

van de leerlingen om deze eerlijk en volledig in te vullen.

pelijk tevredenheidsonderzoek onder de scholieren in het voort-

Voor het samenstellen van een goede vragenlijst kun je

gezet onderwijs. Aan deelnemende scholen wordt met een digitale

gebruikmaken van materiaal van Durven, Delen, Doen

enquête gevraagd hoe tevreden de leerlingen zijn op verschillende

(Durvendelendoen.nl, een initiatief van VO-Raad). Met de

gebieden zoals de kwaliteit van de lessen en de docenten, de sfeer

VOspiegel.nl kan een school zelf enquêtes samenstellen met

en de veiligheid op de school. De vragenlijst wordt vervolgens

vragen die zijn ingedeeld op basis van het waarderings-

klassikaal afgenomen en besproken met de leraar. De resultaten van

kader van de inspectie. De kosten hiervoor zijn € 0,50 per

deze monitor zijn te bekijken op een speciale website:

leerling.

Laksmonitor2012.kiwi.qdelft.nl. Hier is ook het landelijke eindrapport te downloaden en kunnen bezoekers zelf overzichten maken op basis van de gegevens uit het onderzoek. Deze informatie kan als benchmark dienen om te kijken hoe de eigen school het doet ten

Contactpersoon

opzichte van het landelijk gemiddelde.

Naam: Erik Woning

Het belangrijkste doel van het verzamelen, visualiseren en registreren

Email: e.woning@kennisnet.nl

van de meningen en ervaringen van leerlingen is dat scholen en

inDruk november 2012 - 23


Flipping the Classroom

Effectief omgaan met onderwijstijd “Na de eerste twee weken zijn de leerlingen volledig gewend aan deze manier van werken,” zegt Jonathan Bergmann, leraar scheikunde op Woodland Park High School in Colorado. Zijn leerlingen krijgen huiswerk op dat bestaat uit het kijken van een filmpje en het maken van aantekeningen. Via Twitter was snel een Skypegesprek geregeld met de grondlegger van Flipping the Classroom. Bergmann vertelt waarom hij en zijn collega Aaron Sams ermee begonnen en welke mogelijkheden Flipping the Classroom biedt om effectiever om te gaan met onderwijstijd.

Flipping the classroom is ontstaan vanuit de noodzaak om flexibeler

Het is ruim vijf jaar geleden dat Bergmann en Sams voor het eerst

te zijn in de momenten waarop de twee Amerikaanse docenten de

experimenteerden met deze vorm van lesgeven. Zij waren zeker niet

leerlingen instructie gaven. Door die momenten te digitaliseren en

de eerste die video’s gebruikten als onderdeel van hun onderwijs,

buiten de lessen om aan te bieden, hielden zij veel extra tijd over

maar ze behoorden wel tot de early adopters van screencastsoftware (1)

tijdens de klassikale les. Die tijd konden ze besteden aan het

in het reguliere onderwijs, wat het voor hen mogelijk maakte om

uitvoeren van experimenten, projecten en het persoonlijk begelei-

hun lessen op te nemen en te ‘flippen’. Toch zijn er ook veel leraren

den van de leerlingen. Ze hadden hierbij vooraf geen idee dat

die, bewust of onbewust, op een vergelijkbare manier hun onder-

dit model uit zou groeien tot ver

wijs inrichten, zonder hierbij

buiten de muren van hun klaslokalen.

gebruik te maken van video’s.

Inmiddels delen zij hun ervaringen met de hele wereld, hebben ze een boek over Flipping the Classroom geschreven en werken ze aan een

De resultaten in de klas van Bergmann zijn met gemiddeld 1 punt omhoog gegaan en leerlingen stellen betere vragen”

Er is dan ook niet zoiets als dé Flipped Classroom, er zijn vele varianten en invullingen mogelijk. De kracht van het

nieuwe serie boeken over dit

idee zit hem in het feit dat

onderwerp.

het is aan te passen naar de praktijk van alledag. Diverse ict-hulpmiddelen werken hierbij

De YouTube-generatie

ondersteunend. Bergmann vertelt dat de leerlingen snel gewend

Flipping the Classroom past uitstekend bij de huidige generatie

zijn aan deze manier van les krijgen en dat er hierdoor ruimte is om

leerlingen. Je zou ze de YouTube-generatie kunnen noemen: altijd

de Flipped Classroom te personaliseren door aandacht te schenken

online en gewend om overal toegang te hebben tot voor hen rele-

aan de onderwijsbehoeften van de individuele leerlingen. Of het

vante informatie. Daarnaast zijn leraren ook steeds meer bezig om

werkt? De resultaten in zijn klas zijn met gemiddeld 1 punt omhoog

hen zoveel mogelijk persoonlijke aandacht en onderwijs op maat te

gegaan, maar nog belangrijker is dat Bergmann ervaart dat zijn

bieden. Flipping the Classroom is een onderwijsmodel dat deze

leerlingen een diepere kennis hebben van de materie: “Ze stellen

twee aspecten combineert.

inhoudelijk betere vragen en ik merk dat ze de stof beter begrijpen.”

24 - inDruk november 2012


HUISWERK

BEKIJK lesstof

hoofdstuk 3 lezen

online vanavond

Lesstof vandaag

Traditionele klas

De ‘Flip

Activiteiten vandaag

De ‘Flipped’ klas

• De instructie die normaal in de klas gegeven

• Tijdens de les wordt er gewerkt aan opdrachten,

wordt, kijken of volgen leerlingen thuis.

projecten en meta-cognitieve vaardigheden.

Klein beginnen

Unieke toetsen

Het is mogelijk om klein te beginnen met Flipping the Classroom,

Bergmann vertelt dat één van de grootste uitdagingen bij Flipped

maar wil je écht rendement behalen dan kun je er een stap verder

Mastery is dat leerlingen pas verder kunnen als ze kunnen aantonen

mee gaan. De eerste stap van een leraar die aan de slag gaat,

dat ze de stof beheersen. “Om dit te bewijzen moeten de leerlingen

bestaat uit het maken, of vinden, van geschikte filmpjes of andere

een toets maken, maar om te voorkomen dat ze deze toets uit hun

middelen die gebruikt kunnen worden ter vervanging van de klassikale

hoofd leren, is het nodig om iedere leerling iedere keer een unieke

instructie. Na een eerste jaar experimenteren is het goed

toets aan te bieden.” Bergmann maakt hiervoor gebruik van een

mogelijk om je Flipped Classroom naar een hoger niveau

(gratis) elektronische leeromgeving waarbij het mogelijk is om

te tillen. Want welk vak je als leraar ook geeft: het gaat er om dat leerlingen de stof écht goed beheersen voordat ze verder gaan met de volgende

automatisch toetsen te genereren

Goed lesgeven staat of valt met de verhouding die een leraar heeft met zijn leerling.”

stap. Iedere leerling doet dit

vanuit een database met vragen. “Het kostte veel tijd om voor ieder

onderdeel

meerdere

vragen te formuleren, maar het levert nu een enorme tijds-

op zijn of haar eigen manier en eigen tempo. Bergmann en Sams

besparing op.” Behalve het maken van een toets zijn er nog vele

hebben hun Flipped Classroom doorontwikkeld naar een Flipped

andere momenten waarop leerlingen kunnen aantonen dat zij

Mastery-model: leerlingen gaan in het meesterschap-model op

bepaalde lesstof beheersen. Denk bijvoorbeeld aan deelname aan

eigen tempo door de stof en gaan pas verder als ze een bepaald

discussies, het geven van presentaties, het maken van een video of

onderdeel beheersen. Het kunnen bewijzen daarvan is een verant-

het schrijven van een artikel of paper. Daarnaast zijn er allerlei sys-

woordelijkheid van de leerling zelf. Maar er zijn ook vele andere

temen in opkomst, zogenaamde learning analytics, die de voortgang

vormen te bedenken om Flipping the Classroom door te ontwikkelen.

en resultaten van leerlingen kunnen analyseren en hen passende

Een voorbeeld hiervan is onderzoekend leren, waarbij leerlingen

vervolgopdrachten kunnen aanbevelen. Een voorbeeld hiervan is de

door het stellen van vragen de lesstof ontdekken.

School of One in New York. Leerlingen op deze school maken aan het einde van hun dag een korte toets waarin getest wordt of ze de stof

inDruk november 2012 - 25


Tips • Flipping the Classroom is geen ‘wondermiddel’, het is een begin. • Flipping the Classroom + pedagogisch-didactisch model = pas succesvol. • Houd in de gaten of alle leerlingen de benodigde middelen thuis hebben. • Pak voldoende tijd om kwalitatief goed materiaal te maken. • Ga aan de slag! Hoe meer leraren content maken, hoe meer er te delen is. • Begin klein!

van die dag beheersen. De uitkomst van deze toets is niet alleen

de manier waarop je het liefste de tijd die je met je leerlingen hebt

bepalend voor de lesstof die ze de dag erna krijgen, maar ook voor

zou willen inrichten. Als je je tijd nu voornamelijk besteedt aan het

de manier waarop ze die krijgen: online, in een kleine of grote

geven van instructie aan de hele groep, dan kun je dat met

groep of bijvoorbeeld in een één-op-één sessie met een tutor. Video’s met instructie over een bepaald onderwerp vormen op deze manier slechts een onderdeel

Hoe kan ik het beste gebruik maken van de kostbare tijd die ik met mijn leerlingen in het klaslokaal heb?”

van het grotere menu waaruit leerlingen kunnen kiezen. Ondanks een centrale rol voor technologie die de Flipped Classroom ondersteunt, wordt de menselijke relatie tussen de leraar en de leerling niet vergeten. “Goed lesgeven valt of staat met de verhouding die een leraar heeft met zijn leerling,” stelt Bergmann. Door Flipping the Classroom verandert de rol van de leraar wel: in plaats van alleen maar informatie zenden, komt het helpen en begeleiden van leerlingen die het nodig hebben. “De leraar neemt een rol aan die vergelijkbaar is met die van een coach en begeleidt leerlingen bij het ontdekken van kennis.” Bergmann vertelt dat zijn rol als leraar nu veel inhoudelijker is en dat hij veel meer tijd besteedt aan het helpen van leerlingen. Zelf aan de slag Wil je zelf aan de slag, begin dan bijvoorbeeld met nadenken over

26 - inDruk november 2012


‘‘Met Flipping the Classroom heb ik

‘‘Ik kan de instructie op mijn eigen

de mogelijkheid gedifferentieerd

tempo en tijdstip, zo vaak als ik wil

onderwijs te bieden en maatgericht

volgen. Ook heb ik thuis, maar ook in

uitleg te geven. Daarbij is er meer

de klas meer gelegenheid tot het

interactie in de klas.’’

stellen van vragen.’’

de Flipped Classroom heel goed veranderen. Zoek op internet naar

Zelf doen

geschikt materiaal dat past bij de kennis die je wilt overdragen, of

Wil je Flipping the Classroom een keer uitproberen? Denk

maak zelf een video, website of een andere vorm die geschikt lijkt.

dan in ieder geval vooraf na over de volgende punten:

Onderschat je leerlingen niet: zij zijn gewend aan het werken met

• Maakt het merendeel van de leerlingen nu consequent en

eventuele technische hulpmiddelen. Geef leerlingen tips hoe ze

op tijd het huiswerk? Zo niet, dan speelt er misschien

goede aantekeningen kunnen maken tijdens de video’s (bijvoorbeeld

een ander probleem op het gebied van motivatie en

de Cornell-notitiemethode ). Ga na of de leerlingen thuis toegang

hebben tot internet en informeer ouders hierover: kijken naar

• Hebben alle leerlingen toegang tot internet vanuit huis

YouTube wordt huiswerk. Richt je klaslokaal zo in dat jij niet meer

en beschikken ze over een pc, laptop of tablet? Zo niet,

het middelpunt bent, maar dat diverse werkvormen gefaci-

hoe ga je hier mee om?

liteerd kunnen worden. Kijk voor meer tips bijvoorbeeld op

• Heb je de tijd om kwalitatief goede video’s te maken? Zo

Flippingtheclassroom.kennisnet.nl of lees het praktische boek

niet, maak je dan een deel van de video’s en ga je de

van Jonathan Bergmann en Aaron Sams Flip Your Classroom: Reach

rest op internet zoeken?

(2)

betrokkenheid binnen de lessen.

Every Student in Every Class Every Day. Begin met een simpele aansprekende video opdracht die Noten

leerlingen zelfstandig kunnen bestuderen. Gebruik in ieder

(1) Een screencast is een opname van het scherm van een computer

geval een reeds bestaande video. Zo verplaats je de leerstof

waarbij de handelingen van een gebruiker worden vastgelegd.

naar buiten de les, zodat de leerlingen al voorbereid het

(2) Voor meer informatie zie: Flippingtheclassroom.kennisnet.nl.

klaslokaal betreden.

Inspiratie Tools om zelf aan de slag te gaan en voorbeelden voor

Contactpersoon

inspiratie vind je op Flippingtheclassroom.kennisnet.nl.

Naam: Erik Woning

Bestel hier ook de gratis poster van Flipping the Classroom.

Email: e.woning@kennisnet.nl

inDruk november 2012 - 27


Wegwijzer voor digitaal leermateriaal Als leraar moet je in staat zijn zelf digitaal leermateriaal te maken of te zoeken. Maar wat maakt digitaal leermateriaal tot goed leermateriaal? Wanneer draagt het bij aan het leerproces van leerlingen? In dit artikel zetten we de succesfactoren van digitaal leermateriaal op een rijtje.

Het belangrijkste kwaliteitscriterium waar al het leermateriaal,

Kijken + luisteren = leren

folio en digitaal, aan moet voldoen is dat het leerzaam is. Goed

Leerlingen verwerken nieuwe informatie in drie fasen: ze selec-

leermateriaal laat leerlingen doelgericht leren: informatie om-

teren de relevante informatie in het sensorisch geheugen, orga-

zetten in kennis. Dat vraagt meer dan een sterke tekst alleen; het

niseren het in het werkgeheugen (ook wel ‘kortetermijngeheugen’

gaat om de combinatie van leerstof, didactiek en presentatie. Als

genoemd) en slaan het op in het langetermijngeheugen. De kunst

je digitaal leermateriaal beoordeelt moet je op andere dingen

is dus voorbij het werkgeheugen te komen: pas als iemand nieuwe

letten dan bij folio. Natuurlijk gaat het ook om de leerstof: is het

informatie weet te koppelen aan en te integreren in voorkennis

de neerslag van het examenprogramma, sluit de stof aan bij de

slaat hij het op in het langetermijngeheugen. Alleen dan is er

leerdoelen en bij de voorkennis van de leerlingen? Is de stof

sprake van leren. Wat helpt is leerlingen op verschillende

goed geordend? Dat is de basis. Maar wat digitaal leermateriaal

manieren aanspreken: met geschreven teksten, met beelden, met

uniek maakt is iets dat dieper gaat. Om dat helder te krijgen,

gesproken teksten. Dan komt dezelfde informatie langs twee

maken we even een uitstapje naar het leerproces van kinderen.

kanalen binnen: visueel en auditief. Dit heet het modaliteitseffect. Uit onderzoek blijkt dat dit effectiever is dan wanneer er maar één kanaal wordt aangesproken, bijvoorbeeld alleen lezen,

Informatieverwerkingsmodel van Mayer & Moreno

of alleen luisteren.

Selectie

Sensorisch geheugen

Woorden

Oren

Integratie

Werkgeheugen

Lange termijn geheugen

Geluiden

Auditief model Organisatie

Multimedia presentatie

Organisatie

Beelden

28 - inDruk november 2012

Ogen

Beelden

Voorkennis

Visueel model


Digitaal heeft voorsprong

3. Reikt het digitaal leermateriaal oefen- en verwerkingsmoge

Digitaal leermateriaal staat dus op voorsprong. Want digitaal

lijkheden aan?

leermateriaal kan de leerstof verpakken in een jasje van (bewe-

4. Motiveert het digitaal leermateriaal leerlingen?

gende) beelden, teksten en geluid, waardoor het verschillende

5. Geeft het digitaal leermateriaal feedback aan leerlingen?

zintuigen tegelijk aanspreekt (multimodaliteit) en daarmee het

Juist digitaal leermateriaal biedt hiertoe veel mogelijkheden.

sensorisch geheugen stimuleert. Een andere unieke eigenschap

De meest eenvoudige vorm is het ‘goed gedaan’ bij het oplos-

van digitaal leermateriaal is dat het zich automatisch kan

sen van een som.

aanpassen aan het niveau van de leerling, waardoor flexibele

6. Biedt het digitaal leermateriaal de leerling de mogelijkheid om

leerroutes ontstaan (adaptiviteit). Leerlingen kunnen dus doen

te reflecteren op de leertaak?

wat het beste bij hen past en dat activeert het werkgeheugen. Tot slot bieden de vele oefeningen en herhalingen de kans de

Differentiëren

stof werkelijk te verankeren in het langetermijngeheugen. Maar

Digitaal leermateriaal dat aan deze voorwaarden voldoet is op

niet al het digitaal leermateriaal voldoet aan deze voorwaarden.

de goede weg. Digitaal leermateriaal biedt daarnaast bij uitstek

Digitaal leermateriaal dat niet meer is dan een online boek heeft

mogelijkheden om te differentiëren, maar doet het dat ook? Is

deze meerwaarde niet. Om digitaal materiaal te maken of te

er verrijkingsmateriaal, zijn er remediërende opdrachten? Past

selecteren dat het leerproces echt verbetert, moet je het kunnen

het programma zich automatisch aan naar het niveau van de

beoordelen op eigenschappen op het gebied van presentatie en

leerling? Zijn er mogelijkheden om een eigen route te kiezen?

didactiek.

Deze adaptiviteit is ook een belangrijk beoordelingscriterium.

Criteria

Leerstijlen

De leerling moet aan de slag met de leerstof om kennis te verwerven.

Nauw verwant hiermee is het verschil in leerstijl van leerlingen,

Opdrachten maken, rollenspellen spelen: het zijn allemaal didactische

bijvoorbeeld de acht intelligenties (leervoorkeuren) van Gardner en

werkvormen die bijdragen aan het leerproces. Hoe beoordeel je of

de leerstijlen van Vermunt: reproductiegericht (deze leerling houdt

de didactiek van digitaal leermateriaal doeltreffend is?

van ‘stampen’ en letterlijk reproduceren), betekenisgericht (deze leerling richt zich op de hoofdzaken en legt zelf verbanden), toepas-

De zes bewezen effectieve didactische principes bieden houvast:

singsgericht (deze leerling heeft praktijkgerichte opdrachten nodig).

1. Activeert het digitale leermateriaal de voorkennis van een

Om ieder kind recht te doen moet leermateriaal voor elk wat wils

leerling?

bieden. Zo zullen verbaal-linguïstisch ingestelde leerlingen met veel

2. Richt het digitaal leermateriaal de aandacht van een leerling en

plezier een verslag schrijven en zullen lichamelijk-kinetisch inge-

houdt het zijn of haar aandacht vast? Bijvoorbeeld een schema

stelde kinderen opbloeien als zij over hetzelfde onderwerp een

aan het begin van een hoofdstuk met de leerdoelen en een korte

toneelstuk mogen maken. Kijk dus of het digitaal leermateriaal vol-

beschrijving van de inhoud.

doende rekening houdt met de verschillende leerstijlen.

inDruk inDruk november zomer 2012 - 29


Leerproces

Daarvoor kun je deze criteria hanteren:

Tot slot is een belangrijk beoordelingscriterium of het leer-

• Lengte: en leesbare webtekst is een korte tekst (een pagina

materiaal leerlingen ondersteunt in hun leerproces. Leren ze te

beslaat maximaal anderhalf scherm).

plannen? In digitaal leermateriaal moeten deze sturingsactivi-

• Indeling:

teiten duidelijk en toegankelijk zijn. Het gaat om voorbereiden,

• Ieder scherm heeft één kern.

plannen, monitoren en evalueren. Kijk dus of er in het leer-

• De belangrijkste informatie staat in het midden.

materiaal opdrachten zijn die het leerproces sturen. Voorbeelden

• Er is een heldere indeling in paragrafen en alinea’s; een

zijn:

• Maak een digitale mindmap met de onderwerpen in het leer-

• Taalgebruik:

doel. Kleur de onderdelen die je al weet groen. Kleur de

• De woorden zijn bekend en niet abstract.

onderdelen waarvan je al iets weet geel. En kleur alles wat je

• De zinnen zijn kort, helder en actief, zonder ingewikkelde

nog niet weet blauw.

constructies.

• Beschrijf in welke volgorde je de onderdelen van de lessen

• Zinnen zijn verbonden door voeg- en verwijswoorden, die

gaat uitwerken.

verwijzen naar onderwerpen op dezelfde pagina.

• Bekijk je planning en bepaal of je nog op schema bent. Zo

• De tekst wordt duidelijker door signaalwoorden (zoals dus,

niet: hoe kom je weer on track?

maar, vervolgens, omdat).

• Beschrijf wat je de volgende keer anders gaat doen en waarom.

• Vormgeving:

alinea gaat over één onderwerp.

• Opsommingen zijn verhelderend, maar een tekst die vrij Presentatie

wel alleen uit opsommingen bestaat belemmert het leren.

Wat digitaal leermateriaal uniek maakt, is de combinatie van

• Vet en cursief gedrukte tekst moet tot een minimum be-

teksten, beelden en geluid die meerdere zintuigen tegelijk aanspreken.

perkt blijven. Onderstrepingen zijn uit den boze (roept

Maar die combinatie is niet zonder meer goed. Een leerling

verwarring op met hyperlinks).

verwerkt een plaatje, filmpje of animatie beter als dit ondersteund

• Redundantie: Inhoud die niet voor iedere leerling relevant

wordt door auditieve informatie. Maar teveel uitweidingen in de

is, staat onderhyperlinks.

tekst kunnen juist weer belemmerend werken. Een goede presentatie is een drieluik: de teksten moeten begrijpelijk zijn, de beelden

Beelden

moeten het begrip ondersteunen en de lay-out moet de aandacht

Er zijn stilstaande beelden (foto’s, illustraties, modellen) en

van de leerlingen richten op wat belangrijk is.

bewegende beelden (animaties, video’s, virtuele beelden), concreet en abstract. Beelden kunnen alleen decoratief zijn

Tekst

(bijvoorbeeld aan het begin van een les), als geheugensteuntje

De begrijpelijkheid van digitale leerteksten is niet uitvoerig

dienen, abstracte begrippen verhelderen, de leerstof structureren

onderzocht, maar we kunnen de algemene richtlijnen voor web-

of concretiseren. Let bij het beoordelen van beelden hierop:

teksten bespreken en die toepassen op leerteksten. Leerlingen

• Heeft het beeld een duidelijk doel?

lezen een webpagina niet, ze scannen hem. Bij digitale teksten in

• Staan er onderschriften bij?

leermateriaal moeten de pagina’s dus zo ingericht zijn dat de

• Is er een sterke band tussen tekst en beeld?

leerlingen ze wél gaan lezen.

• Staan beeld en tekst dichtbij elkaar? • Het gebruik van illustraties is ook waardevol in opdrachten. Gebeurt dat ook?

30 - inDruk november 2012


Kennisnet presenteert: ‘Wat we weten’ Een nieuwe opzet voor onderzoekspublicaties In de publicatie ‘Kwaliteitscriteria Digitaal Leermateriaal’ brengen Arno Reints en Hendrianne Wilkens de bevindingen van vooraanstaande onderzoekers samen, om zo een beeld te kunnen geven van de stand van zaken. Oftewel: dit is wat we nu weten. Deze auteurs geven hiermee de aftrap voor een nieuwe reeks van uitgaven van Kennisnet die op deze leest geschoeid zijn. “Wat werkt en wat niet?”, zegt Melissa van Amerongen, wetenschappelijk medewerkster bij Kennisnet. “Daarover willen wij met deze bundeling van onderzoeksresultaten inzicht geven.” Kennisnet bouwt met deze nieuwe aanpak aan een kennisfundament van inzichten uit onderzoek over ict en onderwijs. Door deze informatie voor een breed publiek beschikbaar te stellen wil Kennisnet de professionalisering van het onderwijs ondersteunen. “Zekerheden uit onderzoek kunnen docenten en beleidsmakers helpen een gefundeerde keuze te maken”, aldus Van Amerongen. Wat zal er zoal aan bod komen? • Kun je leerlingen met een achterstand goed helpen met ict of stuur je ze dan het bos in? • Welke digitale vaardigheden hebben kinderen al van jongs af aan in huis en welke moeten ze op school nog leren? • Wat levert het op als een leraar zelf materiaal ontwerpt? Over deze nieuwe reeks kun je meer informatie vinden op Onderzoek.kennisnet.nl/watweweten

Lay-out Een goed ingedeeld scherm richt de aandacht op wat belangrijk is

• Nummering vertraagt het lezen, wat het dieper leren

en structureert de inhoud. Daarbij zijn de volgende elementen van

bevordert: de leerling onthoudt de tekst beter.

belang:

• Icoontjes kunnen de leerling zelfstandig door de stof sturen.

• Typografie: een gangbaar lettertype in redelijke grootte.

• Teveel markeringen werken belemmerend.

• Bladspiegel: links en rechts marges en een goede regelafstand. • Titels en kopjes: titels en tussenkopjes ondersteunen de

Dit artikel is gebaseerd op de publicatie ‘Kwaliteitscriteria

structuur van de tekst en helpen de leerling zich te oriënteren

Digitaal Leermateriaal’ van Arno Reints en Hendrianne Wilkens,

en informatie te vinden.

beiden verbonden aan het CLU, Expertisecentrum voor leer-

• Kleurgebruik: leerlingen onthouden begrippen beter als ze in

middelenontwikkeling, van de Universiteit Utrecht.

de tekst en in de illustratie dezelfde kleur hebben. Maar maak het nooit te bont. • Markeringen:

Contactpersoon

• Kaders kunnen in één oogopslag duidelijk maken dat het om

Naam: Alfons ten Brummelhuis

een voorbeeld of extra uitleg gaat.

Email: a.tenbrummelhuis@kennisnet.nl

inDruk november 2012 - 31


Sociale media in de beroepspraktijkvorming

Bloggen over je stage Tijdens de beroepspraktijkvorming leren studenten het meest. De communicatie tussen studenten en docenten en tussen studenten onderling is tijdens de stage echter vaak een knelpunt. Sociale media kunnen uitkomst bieden om problemen te bespreken, ervaringen uit te wisselen en kennis te delen. Vraag aan een mbo-student waar hij het meest heeft geleerd en je krijgt meestal “op mijn stage” als antwoord. De beroepspraktijkvorming, de stage, hoort bij het mbo. Studenten, docenten en praktijkopleiders vinden de beroepspraktijkvorming cruciaal als voorbereiding op de arbeidsmarkt. Dat wil niet zeggen dat iedereen tevreden is over het verloop ervan. Het gebeurt bijvoorbeeld regelmatig dat studenten op problemen stuiten, maar wachten met het

Zowel studenten als docenten gaven aan dat er vaker contact tussen hen was dankzij de blog” Knelpunten en ideeën

bespreken daarvan tot de docent op stagebezoek komt. Of studenten

Kennisnet heeft samen met CINOP en Twynstra Gudde

hebben ervaringen tijdens de stage die interessant zijn voor anderen,

geïnventariseerd welke knelpunten in de beroepspraktijk-

maar delen die niet omdat de mogelijkheden daarvoor beperkt zijn.

vorming (BPV) spelen. In de verschillende fasen die we

Soms boekt een student te weinig voortgang omdat de informatie-

kennen uit het BPV-protocol (Voorbereiding en Matching,

uitwisseling tussen school en leerbedrijf moeizaam verloopt.

BPV-periode, Beoordeling en Evaluatie) spelen negen knelpunten die bijna alle te maken hebben met communicatie. Naar aanleiding van dit onderzoek zijn vijf ideeën ontwikkeld voor het gebruik van sociale media in de BPV. Drie van deze concepten zijn gericht op de student: 1. Het bijhouden van een online blog door de student

tijdens de BPV.

2. Het werken aan een professioneel netwerk met LinkedIn. 3. Het direct stellen van leervragen via Twitter aan

begeleiders en medestudenten.

Twee andere concepten zijn gericht op begeleiders en andere verantwoordelijken: 4. Sociale media inzetten om kwaliteitsverbetering van de

BPV te bereiken.

5. Sociale media inzetten om een meer strategische

samenwerking met leerbedrijven aan te gaan.

Bij al deze ideeën wordt maximaal gebruikgemaakt van beschikbare (laagdrempelige en gratis) sociale media toepassingen. Ze zijn daarom direct uitvoerbaar

32 - inDruk november 2012


De meeste van die problemen komen voort uit (een gebrek aan) communicatie, blijkt uit onderzoek (zie kader). Aangezien sociale media dé

De meeste problemen tijdens de stage komen voort uit (een gebrek aan) communicatie”

communicatiemiddelen bij uitstek

docenten als praktijkopleiders zijn tevreden over de inzet van sociale media, vooral vanwege de hoeveelheid extra informatie die

zijn, lijkt het logisch daarin naar een oplossing te zoeken. Facebook

zij dankzij de blogs tot hun beschikking hebben. Voor Nimeto zijn

en Twitter zijn door veel mensen (vooral jongeren) omarmd en niet

de resultaten aanleiding om dit schooljaar alle studenten een blog te

meer weg te denken uit het ‘gewone’ leven. Kennisnet ontwikkelde

laten bijhouden op hun stageadres. Daarnaast gaan de studenten

een aantal concepten waarin sociale media zoals weblogs, LinkedIn

hun zakelijk netwerk uitbreiden door hun cv te plaatsen op LinkedIn.

en Twitter de communicatie in de beroepspraktijkvorming ondersteunen.

Op Mbo.kennisnet.nl kun je de 9 knelpunten nalezen en het rapport ‘Gebruik van sociale media in de BPV’ downloaden.

Weblogs bij Nimeto

Je kunt ook het EXMO-onderzoek downloaden via deze site

Vakschool Nimeto in Utrecht testte een van die Kennisnetconcepten

met daarin het volledie verslag van het bloggen bij Nimeto.

in de praktijk. De school liet studenten van de afdeling Vormgever Ruimtelijke Presentatie en Communicatie gedurende hun stage van 20 weken een weblog bijhouden. Ze kregen duidelijke instructies

LinkedIn

over de invulling en frequentie van hun blog, die het stageverslag

LinkedIn is een zakelijk netwerk waarmee ‘leden’ gebruik

verving. Een ‘kale print’ van hun blog werd opgeslagen in het port-

kunnen maken van elkaars contacten. Het netwerk kan helpen

folio. Via hun weblog deelden de studenten ervaringen waarop de

bij het vinden van een baan, je kunt elkaar vragen stellen of

docent kon reageren.

met elkaar discussiëren en LinkedIn heeft groepen over al-

Nimeto koos Blogger als tool voor de stageverslagen, omdat de

lerlei onderwerpen, waar groepsleden informatie kunnen

toegang tot het weblog daarmee goed in te stellen is: alleen docenten

uitwisselen.

en praktijkopleiders konden het stageverslag van de student lezen.

Linkedin.com

Blogger is eenvoudig in gebruik en heeft de mogelijkheid om foto’s te uploaden.

Weblogs Op een weblog kun je zelf publiceren, voor een groot

Vaker contact

publiek (denk aan Geen Stijl), of voor een select gezelschap

Nimeto is tevreden over de proef. Zowel studenten als docenten

dat je specifiek toegang geeft. Op internet kun je op

gaven aan dat er vaker contact tussen hen was dankzij de blog.

verschillende plaatsen een eigen weblog aanmaken. Goed

Docenten kregen een beter en completer beeld van de student en

bruikbaar voor het onderwijs zijn bijvoorbeeld:

konden hierdoor begeleiding op maat bieden. De conclusie lijkt

Blog.com

gerechtvaardigd dat de inzet van Blogger leidde tot meer contact-

Bloggers.nl

momenten en intensievere begeleiding. Nadelen werden ook

Blogger.com

genoemd, onder meer de extra tijd die het van docenten vraagt.

Wordpress.com

Overigens waren de studenten die een gewoon stageverslag maakten even tevreden over de begeleiding als de studenten die met blogs werkten.

Contactpersoon

Ook volgens het EXMO-onderzoek naar het rendement van experi-

Naam: John Hanswijk

menten met ict in het mbo, neemt het aantal contactmomenten

Email: j.hanswijk@kennisnet.nl

tussen student en docent toe als de student gaat bloggen. Zowel

inDruk inDruk november zomer 2012 - 33


Doorgeefluik wordt persoonlijke leeromgeving

Elo’s in ontwikkeling Hoe zal de elektronisch leeromgeving (elo) de komende jaren veranderen? InDruk vroeg Michael van Wetering, manager van de innovatieafdeling van Kennisnet, naar zijn mening. “De elo heeft – in zijn huidige vorm van doorgeefluik van mededelingen en huiswerkopdrachten – zijn langste tijd gehad. De leeromgeving zal zich meer gaan richten op de persoonlijke voorkeuren van de gebruikers, de leerlingen en docenten. Een verschuiving naar een persoonlijke leeromgeving (PLE) is onvermijdelijk.”

“Leerlingen krijgen gewoonlijk op de eerste schooldag een e-mail-

Balans tussen structuur en interactie

adres, inlogcodes voor de elo en het schoolcomputernetwerk en de

“Een leeromgeving heeft in feite drie functies: communicatie,

daarop geïnstalleerde software. Maar de meeste van die leerlingen

administratie en portfolio. De kunst is om bij elke functie de balans

komen binnen met een set persoonlijke leerbenodigdheden op zak:

te zoeken tussen controleerbaarheid en toegankelijkheid, tussen

ze brengen hun eigen device mee met eigen favoriete apps, ze heb-

structuur en interactie, tussen formeel en persoonlijk.

ben een aantal e-mailadressen in gebruik, ze hebben een eigen

De communicatiefunctie verlangt een zo laag mogelijke drempel,

informatiezoekstrategie ontwikkeld en een voorkeur voor de

zodat je mensen (docenten en leerlingen) echt bereikt en hen ver-

manier waarop ze online communiceren en samenwerken. Dan is het

leidt tot veel interactie. Hier is maximale vrijheid nodig, de struc-

gewoon zonde om ze op school als het ware ‘op nul te zetten’. De

tuur is minder belangrijk. Al moet je natuurlijk wel van alle deel-

vergelijking gaat natuurlijk niet helemaal op, maar je laat een klus-

nemers weten waar ze bereikbaar zijn.

jesman toch ook niet z’n gereedschapskist of eigen toolbelt inwis-

Voor de administratiefunctie, voor het vastleggen van resultaten

selen voor jouw standaardexemplaar als hij je school binnenstapt?”

van leerlingen, heb je juist wel een goede, formele en controleerbare omgeving nodig, die altijd klopt en niet gemanipuleerd kan

Updates op Facebook

worden. Hierover moet verantwoording afgelegd kunnen worden;

“Natuurlijk wil een school er zeker van zijn dat bepaalde berichten

structuur en borging is dan ook belangrijker dan toegankelijkheid.

bij leerlingen aankomen, vandaar dat schoolmailadres. In praktijk

Het invoeren en vastleggen van cijfers en resultaten moet goed

blijken leerlingen eigenlijk vooral hun hotmail- of gmail-adressen

beveiligd worden. Het publiceren van cijfers, zodat leerlingen ze

te gebruiken; het checken van de schoolmail schiet er nog wel eens

kunnen inzien, kan – gescheiden van de vastlegging – plaatsvinden

bij in. Je kunt als school dus beter aan elke leerling vragen op welk

op een meer open platform.

adres of op welk platform hij het beste bereikbaar is. Hetzelfde

De portfoliofunctie zit daartussenin. Je hebt hier een bepaalde

geldt voor roosterwijzigingen of cijfermeldingen, voor de meeste

mate van structuur en vastlegging nodig; maar de waarde van een

leerlingen is het veel natuurlijker om zo’n ‘update’ op Facebook te

portfolio zit ‘m vooral in de feedback die een leerling krijgt, in het

bekijken en die dan te delen als dat leuk of nuttig is.

gesprek over ‘wat heb je geleerd’?”

Een door de school beheerde complete computeromgeving wordt de komende jaren steeds minder belangrijk. Niet alleen brengen leer-

Wordt het geen rommeltje?

lingen hun eigen device mee, ook software staat steeds vaker ‘in de

“In discussies over persoonlijke leeromgevingen komt vaak het

cloud’ in plaats van op de schoolserver – dat geldt zelfs voor

argument naar voren: ‘als iedereen z’n eigen apparaat en z’n eigen

officiële schooladministratiepakketten.

toepassingen gebruikt, wordt het een rommeltje. Je hebt als school

Een goed (draadloos) schoolnetwerk voor internettoegang is

geen overzicht meer; zoiets is niet te beheren of te beheersen’. Ik

essentieel, evenals voldoende oplaadpunten. Enkele vaste school-

begrijp dat argument wel, vanuit mijn achtergrond als systeem-

computers voor noodgevallen zijn handig, maar leerlingen gebruiken

beheerder in het onderwijs. Ik lijmde vroeger geheugenchips vast

en beheren hun eigen ‘gereedschap’ verder zelf.”

in computers en afdekplaatjes in muizen, anders verdwenen chips

34 - inDruk november 2012


en muisballetjes als ik even niet oplette. Jongeren zoeken nu een-

ontwikkelingen gaande op dit gebied, bijvoorbeeld de persoonlijke

maal graag grenzen op.

leeromgeving Simulise. De ontwikkelaars hiervan willen de virtuele

Maar dat argument van onbeheer(s)baarheid is steeds minder rele-

leeromgeving van een school niet radicaal vervangen; ze zoeken

vant: Als leerlingen hun eigen spullen gebruiken op school, moeten

aansluiting bij wat scholen nu gebruiken en voegen daar de infor-

– en zullen – ze die zelf beheren en er verantwoordelijkheid voor

mele interactie-elementen aan toe die goed bij leerlingen passen.

nemen. Dat zal heus wel eens fout gaan, dan hebben ze een virus op

Een pilot met Simulise gaat pas in 2013 van start, ik kan nog niet

hun device, of dan wordt hun Twitter-account gehackt. Dat is best

oordelen over de werking ervan, maar de uitgangspunten zijn veel-

vervelend, maar geen ramp. De systeembeheerder kan in zo’n geval

belovend.

een antivirusprogramma aanreiken, de tip geven om het wacht-

Ik voorzie dat we binnen een paar jaar af zijn van de formele door-

woord te veranderen of helpen checken welke apps toegang hebben

geefluiken die elo’s nu vaak nog zijn. In plaats daarvan komen

tot het betreffende account. Dan vormt zoiets een mooi leermoment

leeromgevingen waarin naast de formele vastlegging van resultaten

voor een leerling. Natuurlijk moet de cijferadministratie goed be-

ook een rol is weggelegd voor informele interactie en de persoon-

veiligd zijn, maar verder hoef je echt niet alles dicht te timmeren.

lijke voorkeuren voor devices, apps, bronnen en zoekstrategieën.

Het is een school, geen bank…”

Zulke leeromgevingen laten leerlingen de middelen gebruiken die ze al kennen en waarderen, en geven de docent gerichter onder-

Ondersteunen van het leerproces

steuning om leerlingen te helpen bij hun leerproces.”

“Nog interessanter wordt het als je het fysieke leerproces kunt ondersteunen met de virtuele leeromgeving. Daarvoor moet je de drie verschillende functies van de leeromgeving combineren. Je

Meer informatie

kunt de gegevens over hoe een leerling presteert bij verschillende

Innovatie.kennisnet.nl/indruk/ple

vakken gebruiken om te analyseren waar zijn sterke en zwakke plekken zitten, en om te zien welke ondersteuning werkelijk helpt om de prestaties te verhogen. Als je die gegevens tijdig aanreikt aan elke

Contactpersoon

leerling persoonlijk – en aan de docent natuurlijk – kan begelei-

Naam: Michael van Wetering

ding en extra hulp precies daar ingezet worden waar het nodig is.

Email: m.vanwetering@kennisnet.nl

Toekomstmuziek? Dat valt wel mee. Er zijn enkele interessante

inDruk inDruk november zomer 2012 - 35


Nieuws Lespakket Diploma Veilig Internet uitgebreid Het lespakket Diploma Veilig Internet is uitgebreid met een gloednieuwe online game: Diploma Veilig Internet - The Game. Het spel is ontwikkeld om beter aan te sluiten bij het karakter van het lespakket. In een veilige en educatieve omgeving gaan leerlingen van groep 5 tot en met 8 op een speelse manier met mediawijsheid aan de slag. Met Diploma Veilig Internet – The Game daag je jouw leerlingen uit de juiste keuzes te maken. Lukt het ze oom Ap te bevrijden en uiteindelijk dat felbegeerde Diploma Veilig Internet in ontvangst te nemen? De inhoud en het resultaat zijn hetzelfde als het papieren lespakket. Het papieren lespakket blijft ook beschikbaar. Ga voor Diploma Veilig Internet – The Game naar Diplomaveiliginternet.nl

Regeling ‘Pas toe en leg uit’ Docenten willen zo goed mogelijk onderwijs geven. Steeds meer

voor tot 5 november 10.00 uur voorstellen indienen. Het voorstel

docenten maken daarbij gebruik van ict-hulpmiddelen. Ict maakt het

bevat een beknopte beschrijving van een ict-toepassing die je in

onderwijs niet alleen eigentijdser, maar met slimme verbindingen

jouw onderwijs gebruikt. Als jouw voorstel wordt geselecteerd

tussen leerinhoud, didactiek en ict is ook de aantrekkelijkheid en

ontvang je een videocamera om zelf jouw ict-toepassing vast te

kwaliteit van het onderwijs te vergroten. Kennisnet verzamelt met

leggen. In ruil voor deze opnames en het uploaden van de video

de regeling ‘Pas toe en leg uit’ voorbeelden van de inzet van ict in

blijft de camera in bezit van de school. Meer informatie vind je op

de praktijk. Alle docenten (po/vo/so/mbo/Pabo/Lero) kunnen daar-

Regelingen.kennisnet.nl

Teleblik thuis gebruiken! Teleblik biedt een schat aan interessant videomateriaal, ideaal voor

alle leerlingen Teleblik thuis gebruiken op hun pc of iPad. Met de

leerlingen om een spreekbeurt voor te bereiden of voor een werk-

digicode die jouw school begin september heeft ontvangen kunnen

stuk. Natuurlijk is een video van Teleblik ook heel geschikt als basis

zij zelf een account aanmaken om te profiteren van het rijke archief.

van een huiswerkopdracht. Als jouw school een gratis abonnement

Meer weten? Kijk op Teleblik.nl/digicodeinfo

heeft op Teleblik kun je de video’s in de klas laten zien, ook mogen

Kom naar Dé Onderwijsdagen Nog even en dan is het weer zover; op 13, 14 en 15 november vindt

het onderwijs, je tijdens zijn keynote aan het denken zetten.

het jaarlijkse congres Dé Onderwijsdagen plaats in het WTC in

Op 13 en 14 november is het programma gericht op het hoger

Rotterdam. Dé Onderwijsdagen bieden inzicht in de trends en

onderwijs. Nieuwsgierig? Ga naar Deonderwijsdagen.nl voor meer

ontwikkelingen op het gebied van ict binnen het hele onderwijsveld.

informatie en inschrijven.

Het programma op donderdag 15 november is speciaal samengesteld voor het primair, voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs. Laat je inspireren door de vele sessies of laat de jonge ondernemer Dale Stephens, met zijn unieke kijk op de toekomst van

inDruk november 2012  

inDruk november 2012

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you