Page 1

Handleiding KlasseStudio versie 1.1 De Digitale Sleutel - Leiden


Inhoudsopgave Inleiding...........................................................................................................................3 Wat is KlasseStudio?.......................................................................................................3 Waarom zou ik KlasseStudio gebruiken? ............................................................................5 Is KlasseStudio makkelijk te gebruiken? ............................................................................5 Wat kost het om mee te doen aan KlasseStudio?.................................................................5 Is er ook iemand die mij kan helpen, een helpdesk bijvoorbeeld?...........................................5 Stappenplan......................................................................................................................6 Stap 1 Meld je aan.............................................................................................................7 Stap 2 Bepaal wat je wil gaan doen.......................................................................................8 Stap 3 Haal de technische benodigdheden op........................................................................10 Stap 4 Bekijk de bijgesloten boeken en bezoek websites........................................................11 Stap 5 Instrueer de kinderen..............................................................................................12 Stap 6 Opnames maken....................................................................................................15 Stap 7 Inladen van je filmmateriaal. ...................................................................................16 Stap 8 Monteer het tv-programma .....................................................................................19 Stap 9 Film maken............................................................................................................25 Stap 10 Het eindresultaat naar de redacteur.........................................................................27 Stap 11 De koffer weer inleveren........................................................................................28 Stap 12 Bekijk de uitzending met de leerlingen.....................................................................29 Bijlage A Lesbrief en werkbladen.........................................................................................30 Werkblad 1 − Voorbereiding van een uitzending................................................................32 ................................................................................................................................. 32 Werkblad 2 – De opname produceren..............................................................................36 Werkblad 3 − Monteren en uploaden...............................................................................37 Werkblad 4 − Bespreken................................................................................................38 Bijlage B Alle items op een rij.............................................................................................39 Bijlage C Achtergrondinformatie en theorie ..........................................................................44 Bijlage D Oefeningen voor in de klas ...................................................................................50 Bijlage E Inhoud KlasseStudiokoffer....................................................................................53 Colofon...........................................................................................................................54

2


Inleiding Let op: dit is de handleiding voor het gebruik van KlasseStudio in Leiden. Er zijn aparte versies voor de andere steden! Maak van je klaslokaal een televisiestudio! Dat is het motto van KlasseStudio. Met KlasseStudio worden leerlingen en leerkrachten in staat gesteld om op eenvoudige wijze hun eigen reportages en programma’s te maken. In deze handleiding wordt kort stilgestaan bij alle praktische stappen die je als leerkracht moet doorlopen om met de kinderen aan de slag te kunnen gaan. De handleiding vervangt niet de cursus. De handleiding is opgebouwd aan de hand van een stappenplan. Het stappenplan leidt je door het hele proces van televisie maken tot aan de uitzending van je zelfgemaakte programma.

Wat is KlasseStudio? Wat is KlasseStudio? Op deze vraag zijn verschillende antwoorden mogelijk: 1.

Kinderen maken afzonderlijk televisieprogramma’s van gemiddeld een paar minuten die tot één uitzending worden gemonteerd.

2.

KlasseStudio is een methode om kinderen in het primair onderwijs eenvoudig met video te laten werken.

3.

KlasseStudio is een methode om de betrokkenheid van de kinderen bij ‘normale’ lessen te vergroten.

4.

KlasseStudio is een methode waarbij kinderen door middel van een opdracht werken aan een groot aantal kerndoelen.

5.

KlasseStudio is de televisiezender van het primair onderwijs in Deventer.

6.

KlasseStudio is een cursus, een website en een koffer met videobenodigdheden die door leerkrachten in Deventer kunnen worden gebruikt.

Onderwijskundig Bij de ontwikkeling van nieuwe vormen van onderwijs hoort een verandering van vorm en inhoud van leermaterialen. In dit geval met behulp van audiovisuele middelen. Leerlingen leren het best vanuit een betekenisvolle omgeving. De kracht van KlasseStudio is dat kinderen het ‘vet’ vinden om programma’s te maken en dat ze zo al doende creativiteit, samenwerkingsvaardigheid en ICT- en taalvaardigheden ontwikkelen (zie kerndoelen). Daarnaast worden gedurende het proces vanzelfsprekend informatievaardigheden ontwikkeld. Leerlingen zijn actief bezig met hun eigen leerproces. Onder begeleiding van de leerkracht bepalen ze: •

wat er gemaakt wordt – welke type programma

wat de inhoud ervan moet zijn

wie wat moet gaan doen (taakverdeling)

waar de opnamen plaats gaan vinden

wat je ervoor nodig hebt

Het vervaardigen van programma’s vraagt van de makers:

3


sociale vaardigheden: overleg voeren, je mening duidelijk maken, verlies leren nemen, water bij de wijn doen, verantwoordelijkheid nemen en dragen, plannen etc.

taalvaardigheden, zowel mondeling als schriftelijk: verwoorden van een standpunt, actief luisteren, storyboard maken, omgaan met schema’s

In de huidige informatiesamenleving is mediawijsheid erg belangrijk. Met dit project leren leerlingen zelf hun informatie te zoeken en te verzamelen. Vervolgens beoordelen zij dit op bruikbaarheid en produceren vervolgens eigen informatiebrokjes. Bij dit project worden daarvoor camera, audio- en opnameapparatuur en beeldbewerking gebruikt. Ze volgen hiermee de tendens op internet waarbij consumenten veranderen in producenten van hun eigen materiaal. De leerkracht speelt actief de rol van coach en ondersteuner. Bij de ene leerling of groep leerlingen zal de sturing vanuit de leerkracht groter moeten zijn dan bij de ander. Het leerresultaat zal groot zijn, want wat zelf gezocht, gecreëerd wordt, wordt ook beter onthouden. Kerndoelen Kerndoelen die mogelijk bereikt worden tijdens KlasseStudio: Mondeling onderwijs •

Leerlingen leren informatie te verwerven uit gesproken taal. Ook leren ze die informatie, mondeling of schriftelijk, gestructureerd weer te geven.

Leerlingen leren zich naar vorm en inhoud uit te drukken bij het geven en vragen van informatie, het uitbrengen van verslag, het geven van uitleg, het instrueren en bij het discussiëren.

Leerlingen leren informatie te beoordelen in discussies en gesprekken die informatief of opiniërend van karakter zijn en ze leren met argumenten te reageren.

Schriftelijk onderwijs •

Leerlingen leren informatie te achterhalen uit informatieve en instructieve teksten, waaronder schema’s, tabellen en digitale bronnen.

Leerlingen leren naar inhoud en vorm teksten te schrijven met verschillende functies, zoals: informeren, instrueren, overtuigen of entertainen.

Leerlingen leren informatie en meningen te ordenen bij het lezen van school- en studiemateriaal en andere instructieve teksten, zo ook bij systematisch geordende bronnen, waaronder digitale bronnen.

Leerlingen leren informatie en meningen te ordenen bij het schrijven van een brief, een verslag, een formulier of een werkstuk. Zij besteden daarbij aandacht aan zinsbouw, correcte spelling, een leesbaar handschrift, bladspiegel, eventueel beeldende elementen en kleur.

Leerlingen krijgen plezier in het lezen en schrijven van voor hen bestemde verhalen, gedichten en informatieve teksten.

Oriëntatie op jezelf en de wereld •

Leerlingen leren zelfredzaam te zijn in sociaal opzicht, als verkeersdeelnemer en als consument.

De leerlingen leren over kenmerkende aspecten van de volgende tijdvakken: o.a. televisie en computer.

4


Kunstzinnige oriëntatie •

Leerlingen leren met behulp van beelden, taal, muziek, spel en beweging gevoelensen ervaringen uit te drukken en om er mee te communiceren.

Leerlingen leren over hun eigen werk en dat van anderen na te denken.

Waarom zou ik KlasseStudio gebruiken? Leerkrachten die tot nu toe met KlasseStudio gewerkt hebben, merken dat kinderen zeer enthousiast zijn over het maken van een eigen educatief filmpje. De betrokkenheid bij de les is erg groot. Door KlasseStudio worden kinderen: •

uitgedaagd samen te werken om een concreet resultaat (het programma) te realiseren;

uitgedaagd hun creativiteit te gebruiken om een goed programma te bedenken;

uitgedaagd uit grote hoeveelheden ruw videomateriaal hun eigen verhaal te maken/kiezen;

uitgedaagd de computer, microfoons, videoapparatuur zo te gebruiken dat het leidt tot een (goed) eindproduct;

uitgedaagd zich goed te verdiepen in het onderwerp dat wordt behandeld in het filmpje.

op vernieuwende wijze betrokken bij een aantrekkelijke vorm van onderwijs.

Is KlasseStudio makkelijk te gebruiken? Ja, maar… voordat het makkelijk is, moet je wel de cursus volgen en de les goed voorbereiden. De eerste keer zal altijd wat ‘zoeken’ met zich meebrengen en meer tijd kosten dan je had verwacht. De volgende

keren

zal

je

merken

dat alles

gemakkelijker

gaat.

Video zal

een

nieuw

onderwijsmiddel in het onderwijs worden. Leerkrachten die tot nu toe met KlasseStudio hebben gewerkt, zijn van mening dat het gezien de leereffecten bij de kinderen, de tijdsinvestering zeker waard was.

Wat kost het om mee te doen aan KlasseStudio? KlasseStudio is gratis. Er zijn dus geen kosten verbonden aan deelname aan de cursus en het gebruik van de KlasseStudiokoffer. Input van de deelnemende school is het leveren van feedback op het project. Ook moet er bij elk filmpje een stukje geschreven worden over de school zelf en de taakverdeling van het filmpje.

Is er ook iemand die mij kan helpen, een helpdesk bijvoorbeeld? Heb je vragen over KlasseStudio? Neem dan contact op met de eindredacteur - John Kranenburg.

5


Stappenplan Het stappenplan is als ruggensteuntje bedoeld. Het is niet verplicht om alle stappen te doorlopen. Uiteraard bepaal je als leerkracht zelf hoe je KlasseStudio gebruikt. Maar de deadlines voor de uitzending zijn, net als in Hilversum bij echte televisiestations, serieus te nemen. Oftewel, als u meedoet, moet u ook op de afgesproken tijd uw filmpje aanleveren. Het stappenplan bestaat uit 12 stappen. Deze leiden je van het allereerste begin tot de eerste uitzending. De volgende stappen kunnen doorlopen worden: Stap 1 Meld je aan Stap 2 Bepaal wat je wil gaan doen Stap 3 Haal de technische benodigdheden op Stap 4 Bekijk de bijgesloten boeken en bezoek websites Stap 5 Instrueer de kinderen Stap 6 Opnames maken Stap 7 Inladen filmmateriaal Stap 8 Monteer het tv-programma Stap 9 Film maken Stap 10 Het eindresultaat naar de redacteur Stap 11 De koffer weer inleveren Stap 12 Kijk de uitzending met de leerlingen

Werkbladen Aan het eind van de 12 stappen vindt u nog een lesbrief met 6 werkbladen die u kunt inzetten bij de lessen KlasseStudio. Daarin worden behandeld: de voorbereiding, de opname, het monteren en het evalueren. Bij de relevante stappen zal daar naar verwezen worden.

6


Stap 1 Meld je aan Als je mee wilt doen met Klassestudio meld je dan aan bij de hoofredacteur. John Kranenburg is dit voor Leiden. Voor het schooljaar 2007 – 2008 zijn er al vastgestelde cursusdata. In Leiden wordt nog schooljaar 2007/2008 een start gemaakt met Klassestudio. Op 29 mei wordt de eerste workshop gehouden (9.00-17.00 uur). De workshop wordt gehouden in het instructielokaal van DDS en verzorgd door Fokje Pietersen, een professioneel filmer. Tijdens deze workshop wordt stilgestaan bij diverse aspecten van filmproductie: voorbereidingen; onderwerp, draaiboek enz. het filmen zelf het bewerken en monteren van opnames. Groep A start op 29 mei met een workshopdag. Vervolgens gaan deze scholen tot de zomervakantie filmen. Eventueel kan gedurende de september de draad weer opgepakt worden. Groep B start op 25 september met een workshopdag en gaat vervolgens tot de kerstvakantie aan de slag. Daarnaast is er nog 10 uur beschikbaar om de scholen persoonlijk te begeleiden. Hoe dit verder wordt ingevuld wordt in de loop van het traject nader bepaald. Workshopsdata: 29 mei en 25 mei

7


Stap 2 Bepaal wat je wil gaan doen Bepalen wat je wil doen Waarschijnlijk heb je nu al de cursus gevolgd. Tijdens de cursus heb je wellicht al een idee gekregen van wat voor item je wil gaan doen. Dit moet je nu verder uitwerken. Wellicht heb je nog meer ideeën gekregen over welk onderwerp je met de leerlingen wil gaan behandelen. Voor extra inspiratie kun je ook eens op internet (webvideo.kennisnet.nl) kijken.

Items Wat zijn de items? -

De 5 beste tips! Kinderen geven vijf tips over hoe met het onderwerp om te gaan aan andere leerlingen.

-

De Etalage. Leerlingen zijn vaak heel deskundig op, één voor het onderwerp relatieve, vaardigheid. Dit wordt gefilmd, met gesproken commentaar of muziek.

-

De stelling. Naar aanleiding van een stelling over het thema van deze uitzending interviewen leerlingen mensen die voor of tegen de stelling zijn.

-

Nieuwsbekeken. Dit onderdeel bestaat uit een verdieping rond het probleem, waarin verschillende partijen aan het woord komen en aandacht is voor achtergronden (klassiek tv nieuwsitem dwz meningsvormend).

-

Vrije keuze

In bijlage B kun je alle nodige informatie over de verschillende items nog eens rustig nalezen. Oefeningen voor in de klas bij een van deze items kun je terugvinden in bijlage D. Laat je de leerlingen vrij of geef je ze een duidelijke opdracht? Dat hangt natuurlijk af van de leerlingen, hun niveau en de discipline in de klas. Je kan een opdracht specifieker maken: -

maak een gedicht;

-

draag een verhaal voor over het plaatje dat je op het greenscreen projecteert;

-

maak een langer verhaal (tekst in beeld) en speel een (of meer) scènes uit;

-

Maak een lied/rap;

-

Maak muziek (erbij).

Nog wat losse ideeën: 1.

Je laat de kinderen interviews afnemen over onderwerpen die passen bij actuele thema’s in de les. Denk bijvoorbeeld aan het interviewen van opa’s en oma’s over hun ervaringen in de oorlog, of tijdens de jaren vijftig en zestig. Of mensen op straat hun mening vragen over bijvoorbeeld dierproeven.

2.

Je laat de kinderen een reportage of documentaire maken. Ook dit kan aansluiten op andere onderwerpen die op dat moment aandacht krijgen op school. Denk bijvoorbeeld aan pesten, ruimtevaart of heel iets anders: de lente.

3.

Je gaat reclamefilmpjes maken waarin ook de leerlingen een rol spelen.

4.

Je geeft de kinderen alle vrijheid zelf te laten kiezen wat ze willen doen. De enige twee eisen die je stelt is dat het filmpje maar een bepaald aantal minuten mag duren en dat het natuurlijk interessant moet zijn voor de kijker.

8


Als je bepaald hebt wat je wil gaan doen, kun je er voor kiezen een instructie en verwerkingsblad te maken. Voorbeelden hiervan vind je in bijlage A. Deze kun je gebruiken of aanpassen naar je eigen behoefte.

Opnamelocatie Wanneer je in staat bent om met de kinderen op pad te gaan is dat natuurlijk geweldig, maar dit is niet altijd mogelijk. -

je kan de school niet uit;

-

er is veel omgevingslawaai;

-

er is geen goede plek om te filmen.

Hiervoor is er een eenvoudige oplossing, gebruik het groene doek! Verzin een verhaal, met:

-

een foto (resolutie 720x576)1;

-

een opdracht;

-

evt. een omgevingsgeluid;

-

evt. muziek (blij, triest, heldhaftig, rap).

Duur van het filmpje Je moet als school in totaal 4,5 minuten tv-materiaal aanleveren. Als het langer duurt, is de kans groot dat de hoofdredacteur gaat knippen in je bijdrage. Het beste is om gemiddeld 2 minuten per programma te nemen. Het kan namelijk snel langdradig worden voor de kijker. Bij het journaal duurt een item ook nooit langer dan twee minuten. Je kan als school dus meerdere programma’s inleveren voor de uitzending!

Opnames op de schoolwebsite zetten Uiteraard kun je veel meer filmpjes maken. Immers, niet alles hoeft in de KlasseStudio uitzending te komen. Je kan je films ook op de website van de school zetten. Dat gaat heel makkelijk met behulp van de Kennisnet Video Portal (videoportal.kennisnet.nl). Op de videoportal kan je je film opslaan. Dan krijg je een website adres. Dat kan je op de schoolwebsite zetten. De bezoekers van de schoolwebsite kunnen dan het filmpje bekijken.

Met de kinderen overleggen Je hebt de KlasseStudio koffer maximaal 4 weken in je bezit. Zeker als je meerdere programma’s wilt gaan maken, is het raadzaam op tijd te beginnen met de voorbereiding. Samen de kinderen natuurlijk. Het schrijven van filmscripts of interviewvragen kan ook al als je de koffer nog niet hebt.

1

Je kan foto’s kleiner maken op de website www.foto-service.nl 9


Stap 3 Haal de technische benodigdheden op Om met KlasseStudio te kunnen werken heb je de KlasseStudiokoffer nodig. •

Inhoud van de koffer staat in de bijlagen.

Als je de koffer meeneemt, controleer dan samen met de persoon die de koffer afgeeft of de inhoud compleet is. Als dat zo is, teken je voor ontvangst van een complete koffer. Indien je niet tekent en er later blijkt dat er onderdelen missen, dienen die door de school te worden vergoed.

Let op! Mini DV-bandjes zitten niet in de koffer! Die zal je zelf moeten kopen. Zonder deze bandjes kun je niet filmen. Vergeet die dus niet. Mini DV-bandjes zijn verkrijgbaar bij elektronicawinkels, maar vaak ook bij supermarkten en drogisterijen (bijvoorbeeld de Kruidvat verkoopt prima bandjes).

10


Stap 4 Bekijk de bijgesloten boeken en bezoek websites In de koffer zit één boek: •

Een boek van het klokhuis waar veel handige en praktische tips in staan. Ook geschikt voor kinderen.

Deze boeken geven zeer veel tips en aanknopingspunten voor het filmen met kinderen en kunnen je helpen bij het bepalen van wat je wil doen in de klas. Op internet staat ook zeer veel bruikbare informatie. Die is aanvullend op deze handleiding. Kijk eens op: http://webvideo.kennisnet.nl/maakjeeigenvideofilm http://webvideo.kennisnet.nl/webvideoindeles/didactiek http://eyt.surfnet.nl/xlearn/start.html http://eyt.surfnet.nl/xlearn/naslagwerk/word.html Hier vind je ook interessante en bruikbare aanwijzingen die je kunnen helpen bij de instructie van de leerlingen. Bijvoorbeeld filmpjes over camerastandpunten, informatie over het storyboard en manieren om met muziek het beeld te manipuleren.

11


Stap 5 Instrueer de kinderen Wellicht heb je bij stap 2 al overleg gehad met de kinderen over wat je wil gaan doen, heb je de koffer in je bezit en ben je ingelezen. Dan kun je nu echt met de kinderen aan de slag. Zij zullen hun televisieprogramma moeten gaan voorbereiden. De klas zal over het algemeen in kleine groepjes verdeeld moeten worden. Het aantal kinderen in een groepje is afhankelijk van de opdracht die de kinderen krijgen. Normaal gesproken zal een groepje uit 4 kinderen bestaan, maar als er bijvoorbeeld een musical wordt gefilmd is het logisch om de hele klas erbij te betrekken. Aan de hand van ‘idee tot en met uploaden’ van webvideo.kennisnet.nl (maak je eigen video) kun je de leerlingen het proces van een item maken uitleggen. Deze tekst is hieronder aangepast weergegeven. Gebruik deze opdracht of pas hem aan voor eigen gebruik en deel hem uit aan de kinderen.

Uitleg opdracht Een of meerdere groepjes gaan aan de slag met een item. Stap 1: Idee Als je een goed idee hebt, vraag je aan de meester of juf of je de film mag gaan maken. Vertel wat voor soort film (item) je wilt gaan maken en waarom je de film wilt gaan maken. Als je idee goedgekeurd is, ga je bedenken hoe je dat allemaal gedaan moet worden. Welke stappen er doorlopen moeten worden, wie wat gaat doen en wanneer, en wat je er allemaal voor nodig hebt. Stap 2: Uitwerken Daarna ga je een draaiboek/opnameplan maken. In dit draaiboek komt alles te staan wat je nodig hebt om je film te maken. Afhankelijk van het item waarvoor je hebt gekozen, begin je met het uitwerken van je idee in een storyboard. Per scène beschrijf je wat er gebeurt. Maak ook een plattegrondje van de ruimte die je gaat filmen. Geef aan waar je de camera gaat zetten. Als de ruimte te klein is gebruik de achterkant van het opnameplan. Daarna ga je per onderdeel opschrijven wat en wie je nodig hebt, wie dat gaat regelen en hoeveel tijd je ervoor nodig denkt te hebben. Schrijf echt alles zo precies mogelijk op! Dat helpt je straks bij het filmen. Bepaal ook wie welke rol gaat spelen bij het filmen: •

Wie is de cameraman of -vrouw?

Wie is de geluidsman of -vrouw?

Wie is acteur of interviewer?

Wie is de regisseur ?

Wie doen er nog meer mee met het maken van de film?

Stap 3: Produceren Voordat je nu echt mag gaan filmen is het ook handig als je weet hoe de camera werkt en waar je als cameraman of –vrouw op moet letten. Bekijk samen met de meester of juf:

12


de website webvideo.kennisnet.nl/maakjeeigenvideofilm/leerlingpo/aandeslag/produceren

hoe de camera werkt (zie pdf op de website) en

cameratechniek (waar moet je als cameraman of –vrouw allemaal op letten) (zie pdf op de website)

cameratechniek (waar moet je als cameraman of –vrouw allemaal op letten).

Plannen gemaakt, draaiboek helemaal klaar: filmen maar! Stap 4: Monteren Alles wat je volgens je plan wilde filmen, staat nu op het Mini DV-bandje. Het staat natuurlijk nog niet in de goede volgorde en er zijn vast ook wel stukken mislukt. Om een programma van 2 minuten te maken volgens het plan/draaiboek dat jullie gemaakt hebben, moet je nu gaan monteren. Dat betekent dat je alle opnames in de goede volgorde achter elkaar gaat zetten. Om straks mooie overgangen te kunnen maken bij het monteren moet je altijd aan het begin en aan het einde van het fragment 5 seconden extra nemen. Dit is een heel nauwkeurig werkje. Maar als je straks vaker hebt gemonteerd, is het net zo makkelijk als je veters strikken. Monteren doe je op de computer. Om je te leren hoe je dat moet doen ga je met je juf of meester lezen

in

montage

en/of

kijken

op

deze

http://webvideo.kennisnet.nl/maakjeeigenvideofilm/leerlingpo/aandeslag/monteren.

website: 2

Stap 5: Uploaden

Uploaden Naast de website is er ook een online omgeving waar de gemaakte video’s ge-upload kunnen worden. Dit doet John Kranenburg voor je. Als je je filmpje bij hem inlevert, komt het later op klassestudio.kennisnet.nl te staan. Werkwijze uploaden (dit doet John Kranenburg dus): • Filmpje bewerken en tot maximaal 30 mb opslaan • http://upload.klassestudio.nl/ in de browser invoeren • Login naam en wachtwoord invoeren • Gewenste bestand selecteren • De button upload klikken • Wachten op bevestiging • Nadat de school het filmpje heeft geupload zorgt de coördinator dat alle filmpjes tot een geheel worden gevormd • Nadat dat heeft gedaan wordt door de redactie bij Kennisnet de filmpjes van de server gehaald en in de videoportal en op de site van Klassestudio geplaatst.

Bij deze instructie kun je gebruikmaken van de werkbladen in Bijlage A. Uiteraard kan je deze instructie helemaal aanpassen naar je eigen wensen en les. Het mag allemaal gewoon worden gekopieerd. Nog een aantal tips voor de instructie: •

het is belangrijk tijdens de instructie de kinderen goed uit te leggen hoe de camera werkt;

zorg dat je batterijen zijn opgeladen;

2

De tekst op deze site gaat over Pinnacle 7/8. Bij KlasseStudio wordt gewerkt met Pinnacle 10.7. Daar kunnen verschillen tussen zitten. Desondanks kan het soms handig zijn deze handleiding te raadplegen. 13


besteed ook aandacht aan de manier waarop de camera op het statief wordt gezet;

benadruk nog eens aan de leerlingen dat ze hun hand moeten stilhouden tijdens het opnemen;

leg de kinderen ook uit hoe ze moeten inzoomen;

vergeet de microfoon niet. Leg vooral uit hoe je de microfoon aanzet;

laat de leerlingen voor het filmen controleren of er bandjes in de camera zitten;

1,2,3 Stilte op de set!

het klinkt overbodig, maar instrueer de leerlingen ook om goed op het REC knopje drukken.

14


Stap 6 Opnames maken Als alles is voorbereid kun je starten met het maken van de opnames. Het klinkt wellicht een beetje stom, maar vergeet niet de bandjes in de camera te doen! Kijk eventueel ook nog even naar de tips op Werkblad 2 van Bijlage A. Je zal moeten bepalen of je de kinderen alleen laat filmen of dat er bijvoorbeeld ouders mee de straat op moeten. Let op: de taak van de ouder is een veilige werkomgeving voor de opnameploeg te creëren. De ouder moet zich niet bezig houden met de inhoud van de opnames (iets wat ze wel graag doen!). Wanneer je niet beschikt over ouders en het niet mogelijk is om de school uit te gaan, kun je gebruik maken van het greenscreen (groene doek). Bij stap 2 hebben we daar ook al iets over gezegd. De kinderen hoeven dan de school niet uit. Ze kunnen op een plekje in de school filmen. Dit is / wordt in de cursus uitgebreid besproken. Er is per klas maar één camera. De kinderen kunnen dus niet allemaal tegelijk filmen. Heb je al een idee wat de kinderen doen die niet filmen? Idee: laat de rest van de groep een activiteit verrichten die weinig of geen begeleiding vraagt. Mochten er alsnog vragen van de opnameploeg komen heb je zo ruimte en tijd om op de groep te reageren.

15


Stap 7 Inladen van je filmmateriaal. Als al het materiaal gefilmd is, dan kan het monteren starten. In deze fase ga je de beste beelden kiezen en ordenen zodat er een televisieprogramma ontstaat. Hoe ga je te werk? 1.

Pak de computer uit de koffer en start deze op. Als je zorgt dat de stekker in het stopcontact zit, dan werkt de computer beter.

2.

Als de computer is gestart, dan moet je het programma Pinnacle Studio starten. Dat doe je als volgt. Klik op het Studio 11 plus icoontje op je werkblad (zie Figuur 1) Of start het op via Start -> All Programms -> Studio 11 plus (zie Figuur 2).

Figuur 1 Klik op het Studio 10 icoontje

3.

Figuur 2 Opstarten via Start

Als Pinnacle is gestart, moet je de beelden van de camera op de computer gaan zetten. Dit is in de cursus ook behandeld. Dat doe je als volgt: sluit eerst de camera aan op de computer met behulp van de firewire-kabel. Een voorbeeld van de firewire-kabel staat in Figuur 3. Aan de zijkant van de computer en achter het uitklapbare schermpje van de camera zit het poortje waarop het snoertje past. Zie Figuur 4.

Figuur 3 Het uiteinde van een firewire-kabel

4.

Figuur 4 De kabel aansluiten op camera en laptop

Nu heb je de camera aangesloten op de computer. Vervolgens kan je starten met het downloaden van de beelden van de camera naar de computer. Dat doe je als volgt: zet de camera aan (knopje zit bovenop de camera).

5.

Stel de camera in op de afspeelmodus. Dat doe je door het wieltje in de juiste positie te draaien. Zie Figuur 5.

16


Figuur 5 De camera instellen op de afspeelmodus 6.

Kies in Pinnacle Studio 11 voor het eerste tabblad “Opnemen”. Dan krijg je het venster zoals in de volgende figuur is afgebeeld.

Figuur 6 Venster bij opnemen 7.

Spoel vervolgens het bandje in de camera terug naar het begin. Dat doe je door middel van de terugspoelknop op de camera op het computerscherm. De juiste knop wordt links in het plaatje met een rode pijl aangewezen op de camera in Figuur 6.

8.

Als het bandje is teruggespoeld, klik je op instellingen. Je krijgt nu de Setup-opties voor Pinnacle te zien (zie Figuur 7). Zorg ervoor dat de instellingen staan op: Automatisch gebaseerd op video-inhoud. Zie de rode pijl in Figuur 7. Maar let op! Als je een half uur achter elkaar hebt gefilmd zonder te stoppen is het lastig om zelf de film op te splitsen. Kies dan voor de optie “maak nieuwe scène elke xx (zelf invullen!) seconden”. Klik daarna op OK.

17


9.

De instellingen zijn goed ingesteld? Start dan met opnemen naar de computer. Dat doe je door aan de rechter kan van het computerscherm “DV opname” te selecteren. Zie de bovenste rode pijl aan rechterkant in Figuur 6 en vervolgens te klikken op “Opname starten” (de onderste rode pijl).

Figuur 7 Setup voor Pinnacle 10. Nadat je op “opname starten” hebt geklikt opent er een nieuw venster op je scherm. Zie Figuur 8 . Je kan hier een naam (naam van de school of de groep) invullen voor het filmpje dat je van de camera op de computer zet. In het voorbeeld hebben we gekozen voor KlasseStudio 1. Vervolgens druk je op “Opname starten”. Deze knop wordt in Figuur 8 aangewezen met de rode pijl.

. Figuur 8 Opname starten 11. Het downloaden van de camera naar de computer kan een tijdje duren. Als je de kinderen laat monteren is het handig als je dit al vooraf hebt gedaan. 12. Als de beelden op de computer staan, dan kun je beginnen met monteren. Dit wordt behandeld in het volgende hoofdstuk.

18


Stap 8 Monteer het tv-programma Bewerken van video met Pinnacle In dit hoofdstuk geven we wat praktische tips voor het bewerken in Pinnacle. Het hoofdstuk vervangt zeker niet de handleiding van Pinnacle. Op internet kun je ook een praktische handleiding van Pinnacle vinden. In de favorieten van de KlasseStudio laptop staat het linkje weergegeven. Scènes slepen naar de ‘montagetafel’ (tijdlijn) •

Klik op het tabblad bewerken. In de catalogus zie je één of meerdere scènes. Een scène kun je bewerken op de montagetafel.

Sleep de scène(s) die je wilt gaan monteren vanuit de catalogus naar de tijdlijn.

De tijdlijn krijg je in beeld door te klikken op de knop bij de rode pijl in Figuur 9.

Klik op de afspeelknop van de viewer rechtsboven om te zien hoe de scènes achter elkaar afspelen.

Sla je project op. Studio 11 slaat de ‘aard van de bewerkingen’ en de geknipte stukjes van je scène(s) op in een bestand met de extensie *.stu 3: •

Klik in de menubalk op Bestand  Opslaan

Kies de locatie waar je het bestand gaat opslaan.Dit opslaan moet gebeuren in dezelfde map als waar de gecapturede filmfragmenten staat. In deze map staan dus tenminste 3 bestanden: i.

Een gecapturede filmfragmenten (*.mpg).

ii.

Een project met daarin alle bewerkingen (*.stu)

iii.

Een bestandje (*.scn) waarin het programma eigen info opslaat waardoor het later het gevraagde fragment snel weer op de montagetafel kan leggen.

Figuur 9 Het bewerken van video 3

Bij het daadwerkelijk maken van de film (stap III) wordt het stukje ‘gecapturde’ video bewerkt en als kopie op de computer opgeslagen. 19


Het bewerkingspaneel kan op drie verschillende manieren worden weergegeven. •

Standaard weergave (middelste knop, zie Figuur 9)

Weergave van de namen en lengtes van clips (rechter knop, zie rode pijl in Figuur 10)

Weergave van clip naar clip (linker knop, zie Figuur 11)

Het bewerken gebeurt door de gewenste scènes naar de tijdbalk te slepen. Hierbij kun je elke gewenste volgorde hanteren. Daarna kun je elke scène op de tijdbalk naar eigen behoefte inkorten.

Figuur 10 Weergave van de namen en lengtes van clips

Figuur 11 Weergave van clip naar clip

20


Scènes inkorten Op de montagetafel4 kun je opgenomen scènes inkorten (zowel aan het begin als aan het eind). Door op de (gele) tijdsbalk te klikken met de linker muisknop en dan te slepen kun je de schaal van de tijdsbalk veranderen. Dit is handig als je heel precies het punt wilt bepalen waarop een scène begint of eindigt. Zodra je een groter stuk wilt ‘verder spoelen’ is een grovere schaal handig. Het grijze gestreepte blokje (in combinatie met de verticale lijn) in de gele tijdsbalk geeft aan welk deel van de scène je op dat moment bekijkt. •

Zoek de precieze locatie op waar je een ‘knip’ wilt maken.

Druk op het ‘mesjes icoon’ net boven tijdbalk (links naast de prullenbak). Je maakt nu een ‘knip’, een markering van begin of eind. Je ziet dat je oorspronkelijke scène nu in tweeën is verdeeld.

Klik op het gedeelte van de scène dat je wilt weggooien. Het wordt blauw, ten teken dat het is geselecteerd.

Klik op het prullenbakje. Het geselecteerde deel van de scène wordt weggegooid.

Bekijk het geknipte resultaat in de viewer. Ben je tevreden over het resultaat, sla dan je project op. Ben je niet tevreden, kies dan in het menu Bewerken  Ongedaan maken. (Ctrl + z)

Figuur 12 Scène(s) inkorten

Films verfraaien 4

De montagetafel is het onderste deel van het scherm van Studio 9 in tabblad Bewerken. 21


Je

kunt

je

fragmenten

verfraaien

met

onder

andere

beeldovergangen,

een

titel

of

achtergrondgeluid. Beeldovergangen •

Sla je project op voordat je beeldovergangen gaat invoeren.

Sleep een beeldovergang tussen de scènes.

Bekijk het resultaat in de viewer.

Figuur 13 Mogelijke beeldovergangen

Titel Maken •

Klik op het derde tabblad van de catalogus.

Sleep een titel op een van de scènes.

Sla de montage op en bekijk het resultaat in de viewer. Natuurlijk is dit niet de titel die je wilt hebben. Door in de tijdsbalk te dubbelklikken op de titel kom je in een scherm waar je de titel kunt bewerken. Door dit scherm te sluiten sla je de wijziging op en kom je terug bij de montagebalk.

Lengte van de titel Automatisch duurt de titel zo lang als de scène waarin je hem plaatst. Wil je de tijd anders instellen dan doe je dat rechtsboven in dit dialoogvenster. Sla de nieuwe titel eventueel op, wanneer je hem vaker wilt gebruiken. Zo niet, klik dan direct op het groene vinkje rechtsboven. Zwart maken Aan het begin van elke professionele film hoort een stuk zwart of een titel. De volgende stap is dus zelf een titel of een stuk zwart aan het begin van de film te maken: 1.

Kies in de menubalk Gereedschapskist  Titel maken. In het dialoogvenster dat verschijnt maak je een stuk zwart (eigenlijk een titel zonder tekst).

2.

Kies Volledig scherm.

3.

Kies linksboven Opslaan en geef de titel de naam: 'zwart'. Het kan zijn dat iemand anders al een stuk zwart gemaakt heeft, dan gebruik je dat.

4.

Sluit het venster door rechtsboven op het groene vinkje te klikken.

5.

Kies 'toon titels' in het tabblad van de catalogus.

22


6.

Voeg de titel 'zwart' die je net hebt gemaakt toe aan de catalogus: a.

Klik op het gele mapje rechtsboven het linker catalogusblad.

b.

Selecteer je zelfgemaakte titel 'zwart'. Nu staat de titel 'zwart' in de catalogus. De titels staan op alfabetische volgorde.

7.

Sleep de titel 'zwart' voor de eerste scène, en na de laatste scène.

Figuur 14 Titel toevoegen

Figuur 15 Titel maken Op dezelfde manier kun je ook elementen uit de andere tabbladen van de catalogus invoegen door ze uit de catalogus naar de tijdlijn te slepen. Bijvoorbeeld: •

foto's, die je eerst zelf in de catalogus plaats door ze op te halen uit een map of van een schijf

geluidsfragmenten

en

effecten.

Kies

en

fragment

uit

de

lijst

of

voer

zelf

een

muziekfragment in vanaf muziek CD of spreek in via de microfoon. •

Pas kleur, contrast en helderheid van de scènes aan elkaar aan.

Verander de snelheid van een fragment: je kunt een scène vertraagd of versneld laten spelen. Heel interessant als je gedragingen of bewegingen wilt bestuderen.

Met de montageschaar kun je precies bepalen welk stukje van een bepaalde scène gebruikt wordt in de montage. Speel de scène en verschuif de schuifjes naar het juiste punt, of klik op [ voor het begin en ] voor het einde, of pas de tellerstand aan in minuten, seconden, beelden.

23


Zorg dat je tijdens het bewerken van de film (knippen, titels, overgangen enz.) het project regelmatig opslaat, anders loop je het risico dat al die bewerkingen verloren gaan.

24


Stap 9 Film maken Let op: in dit hoofdstuk staat beschreven met welke standaard in Deventer de film moet worden gemaakt. Als je klaar bent met monteren 1.

Als je helemaal klaar bent moet je het filmpje op de juiste manier opslaan. Dit is een zeer belangrijke stap. Volg daarom precies de instructie.

2.

Ga naar tabblad 3 “Film maken”. Dat ziet er uit als in Figuur 16. Het eindresultaat van de film moet opgeslagen worden als: •

bestandstype “Windows Media”

en voorkeursinstelling “High Quality PAL”.

Zie de twee bovenste rode pijlen in Figuur 16.

Figuur 16 Instellingen om een hoge kwaliteit film aan te maken 3.

Als je de juiste instellingen hebt gekozen dan kun je de film maken. Klik op de groene knop “Bestand maken…” Zie de onderste rode pijl in Figuur 16.

4.

Geef vervolgens het bestand (je film) een naam en klik op OK. Zie Figuur 17

25


Figuur 17 Je film opslaan 13. Hierna zal er onder het voorbeeldvenster een groene balk zichtbaar worden met daarboven de tekst “Film maken is bezig�. Zie de volgende figuur.

Figuur 18 Film maken is bezig Zodra deze balk verdwenen is, is de film gereed! Je kan het eindresultaat bekijken door het bestand te openen.

26


Stap 10 Het eindresultaat naar de redacteur De gemaakte filmpjes worden uiteindelijk aangeleverd bij John Kranenburg van Digitale sleutel. Hij zorgt ervoor dat de resultaten door worden gestuurd naar de redacteur van Kennisnet. Deze zorgt dat de filmpjes www.klassestudio.nl geplaatst worden.

27


Stap 11 De koffer weer inleveren Als het filmpje is verzonden naar de redactie, dan kan je de koffer, microfoon en hengel weer inleveren. Maar eerst moet je nog even: 1.

De bandjes uit de camera halen. Die heb je immers zelf gekocht.

2.

Al je bestanden branden op DVD zodat je die later nog eens kan gebruiken.

3.

Al je bestanden wissen van de computer zodat de gebruiker na jou een ‘schone’ computer heeft.

4.

Nalopen of alles weer (heel) in de koffer zit.

28


Stap 12 Bekijk de uitzending met de leerlingen Als laatste kan je de totale uitzending met de kinderen bekijken via www.klassestudio.nl. De filmpjes komen online op een vooraf te bepalen tijdstip. Dit wordt besloten door John Kranenburg en de scholen die Klassestudio draaien. Op de website wordt ook een versie geplaatst die te bekijken is op plekken waar een lagere bandbreedte is, bijvoorbeeld bij de ouders thuis. Het is leuk om met de kinderen de uitzending te bespreken. Je kan bijvoorbeeld je eigen resultaat met dat van de andere scholen vergelijken: -

Hoe hebben zij het verhaal uitgewerkt?

-

Is alles netjes gefilmd?

-

Hebben ze de muziek goed gebruikt?

Bij deze stap kun je gebruikmaken van werkblad 4 uit de bijlage.

29


Bijlage A Lesbrief en werkbladen Doelstelling lessen KlasseStudio Na het volgen van deze lessen zijn de leerlingen in staat: 1.

Een video-opname voor te bereiden.

2.

Een camera of microfoon te bedienen.

3.

De verkregen informatie en beelden te verwerken en te presenteren.

4.

Een video-opnamesessie te beoordelen en te bespreken.

Doelgroep De video-opname is in principe door leerlingen van alle niveaus tijdens lessen ‘Oriëntatie op de wereld’ of ‘Taalonderwijs’ uit te voeren. De bijbehorende werkbladen zijn geschreven voor de midden- en bovenbouw. Met aanpassingen is de lesbrief eventueel ook door andere groepen te gebruiken. Afhankelijk van het niveau van de groep wordt de aard van de video-opname bepaald. Ook de tijdsduur is afhankelijk van de doelstelling van de les en het niveau van de groep. De lesbrief bestaat uit vier delen: 1.

Voorbereiding van een video-opname voor de uitzending van ‘KlasseStudio’ (behorende bij stap 5; Instrueer de kinderen). •

Ideevorming

Uitwerking idee

2.

De opname ( produceren) (behorende bij stap 6).

3.

Monteren en uploaden (behorende bij stap 7).

4.

Bespreken (behorende bij stap 10).

Tijdsduur Minimaal 5 à 6 lesuren, te verdelen over 2 weken. Werkwijze: 1.

Voor elk lesdeel is een werkblad beschikbaar. Verdeel de groep in groepjes van 5 tot 8 leerlingen. Bepaal van tevoren hoe lang elk lesdeel gaat duren. Deel per lesdeel aan elk groepje een werkblad uit en begin en eindig elk lesdeel klassikaal.

2.

Plan en organiseer zowel technisch als inhoudelijk de feitelijke uitzending via KlasseStudio. Zorg voor apparatuur!

De lessen bestaan uit vier elementen: 1. Voorbereiding/Werkblad 1 De stappen 1 & 2 ( idee & uitwerken – zie Stap 5 van de handleiding) worden door de leerkracht geïntroduceerd. Start de les met een korte introductie en uitleg. Laat daarna elk groepje bepalen wat het doel van de video-opname is. Laat de vragen, ideeën opschrijven en laat ook de taakverdeling binnen elk groepje vastleggen. • Alternatief: bij meer beschikbare tijd kan elk groepje alvast informatie over het betreffende onderwerp gaan zoeken op internet dan wel via het documentatiecentrum. Of men kan brainstormen over het onderwerp (verhaal, interview, commercial, etc.).

30


Tijdsduur 2 x 45 minuten.

2. De video-opname/Werkblad 2 Op basis van stap 3 (produceren) heeft de groep zich voorbereid. Laat ruimte voor nieuwe ontwikkelingen, maar coach tijdens de opnamen. Tijdsduur: 45 minuten NB: zorg eventueel voor technische ondersteuning bij de video-opname.

3. Monteren/Werkblad 3 De opnamen moeten worden verwerkt. Alles moet teruggebracht worden tot een uitzending van 5 minuten! De uitzending bestaat bij voorkeur uit twee bijdragen van 2,5 minuten. Kies de overgangen, wanneer gebruik je een voice-over, etc. Als alles verwerkt is mag je gaan uploaden. Het bewerken zal, zeker in het begin, door de leerkracht gedaan worden. Maar zoveel mogelijk in samenwerking met de leerlingen. Tijdsduur: afhankelijk van ervaring. Tussen 45 minuten tot 240 minuten!

4. Evalueren/Werkblad 4 Deel nu werkblad 4 uit en laat dit door elk groepje invullen. Laat elk groepje kort vertellen wat ze ervan vonden, neem de werkbladen in en rond af. Tijdsduur: 15 minuten.

31


Werkblad 1 − Voorbereiding van een uitzending

Verwerkingsblad Je gaat in een groepje een film van maximaal 2 minuten maken. Je moet bij iedere stap bedenken dat ook kinderen van andere scholen het leuk moeten vinden om er naar te kijken. Je werkt aan de hand van de volgende 5 stappen. Weten jullie alles wat je wilt weten? Of zijn er nog dingen waarvan je precies zou willen weten hoe het zit? Met wie zitten jullie in het groepje?

Stap 1: Idee Een opvallende, leuke titel is een goed begin. Die titel moet ervoor zorgen dat al jullie klasgenoten roepen: vertel ons meer, laat ons meer zien!

Jullie titel: ………………………………………………………………………………………………………………………………….. Schrijf hier kort je idee op

Stap 2: Uitwerken Maak je opnameplan. Begin met het maken van een storyboard. Hierin beschrijf je plaatje voor plaatje wat je gaat filmen en wat er op dat moment in de film gebeurt. Maak je eigen storyboard net als het voorbeeld.

32


Daarna ga je je plan maken. Vul alle vakjes in.

33


Draaiboek/Opnameplan Naam van je productie

34


Plaats waar je gaat opnemen Tijd en datum van opname De regisseur is De geluidsman/vrouw is De cameraman/vrouw is Wie doen er nog meer mee met je film? Beschrijf wat je gaat filmen

Maak een plattegrondje van de ruimte die je gaat filmen. Geef aan waar je de camera gaat zetten. Als de ruimte te klein is gebruik de achterkant van dit vel Is er een stortbad gemaakt? Zoja niet het aan dit vel Hoeveel shots ga je maken? Wat heb je nodig om deze shots te maken * Aan apparatuur * Aan props, decor, kostuums Is er dialoog in je stukje? Hoe gaat die?

Heb je meer spelers nodig dan die er in je groepje zitten? Wat moeten zij dan doen?

Maak er eventueel tekeningen bij van hoe je het ziet. Dit doe je op een apart blaadje.

35


Werkblad 2 – De opname produceren Zo, nu gaat het echt gebeuren. Aan de hand van het storyboard gaan we de opname maken.

Tip 1: Verdeling van de taken is bekend. Probeer je daar aan te houden.

Tip 2: Houd je checklist goed in de gaten! Wie doet dat bij jullie?

Tip 3: Houd je storyboard bij de hand.

Tip 4: Bespreek het shot, de filmopname, goed door met iedereen.

Tip 5: Let op de camerastand. Waar is de zon, de grootste lichtinval?

Tip 6: Gebruik het statief voor een stabieler beeld!

Tip 7: Kijk en Luister goed!

Tip 8: Als je iets niet begrijpt: vragen aan de begeleider!

Opdracht 1: Schrijf hier je opmerkingen, vragen op tijdens de opname: 1. 2. 3. 4. 5.

36


Werkblad 3 − Monteren en uploaden •

Wie monteert leerkracht leerlingen …………………………………………………….. ……………………………………………………..

Hoe lang moet de opname duren? Aantal minuten: …………………..

Wie doet het uploaden/ Meestal zal dat de leerkracht zijn. leerkracht leerlingen …………………………………………………….. ……………………………………………………..

37


Werkblad 4 − Bespreken Per opnamegroep. Mooi! De opname is achter de rug. Nu het belangrijkste: wat vonden jullie ervan? Beantwoord de volgende vragen en geef dit formulier terug aan je leerkracht: Ik vond:

heel moeilijk - moeilijk - gewoon - niet zo moeilijk - gemakkelijk

1. Het bedenken van een goed onderwerp …. 2. Het bedenken van een goede titel….. 3 Het samenwerken met anderen Leerlingen…. 4. Het maken van het storyboard was… 5. Het maken van de opname was… Ik vond:

heel nuttig - nuttig - gewoon - niet zo nuttig - zinloos

6. De inhoud van de uitzending… 7. De kwaliteit van het geluid …. 8. De kwaliteit van beelden …. En wat moet er de volgende keer juist wel gedaan worden? ……………………………………………………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………………………………………………….. Heb je nog een laatste opmerking? ……………………………………………………………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………………………………………………………………………………………..

Dank je wel!!!

38


Bijlage B Alle items op een rij Een KlasseStudio filmpje kan op zeer veel manieren worden opgebouwd. We hebben een aantal formats uitgewerkt. Deze uitwerkingen noemen we items. De items zijn bedacht om kinderen van alle niveaus en leeftijden te laten participeren. Daarnaast geeft het de mogelijkheid om binnen een stramien speelse elementen in te voegen. We raden dan ook aan om aan de hand van deze items te werken. Met sommige items kunnen kinderen gelijk aan de slag. Andere vergen meer voorbereiding en begeleiding. Elk item heeft zijn eigen deskundigheid nodig. Hierdoor is het mogelijk om op basis van de tijd die je met de kinderen hebt, het niveau van je kinderen en de grootte van de groep het item uit te kiezen dat daar bij past. De theoretische achtergrond hiervan kun je terugvinden in bijlage C.

De 5 beste tips! (kort item ca. 2 minuten) Kinderen geven vijf tips over hoe met het onderwerp om te gaan aan andere leerlingen. Voorbeeld: Als je licht op je fiets het niet doet, wat dan? •

Tip 1 - Ga op de stoep lopen.

Tip 2 - Altijd een reserve lampje bij je hebben.

Tip 3 - Vraag een volwassene die kent om je te helpen.

Tip 4 - Bel je ouders of ze je op komen halen.

Tip 5 - Laat je fiets staan en neem de bus.

Deze tips kunnen in een dramatische setting geplaatst worden als de leerlingen het leuk vinden om te spelen. Dus niet alleen zeggen, maar ook laten zien! Werkwijze •

Bespreek met de kinderen het onderwerp.

Baken een vraag af. De vraag moet praktisch zijn en aansluiten bij de belevingswereld van kinderen.

Inventariseer de tips van de kinderen en schrijf die op een lijst op het bord. Zoek naar praktische, persoonlijke en misschien onconfessionele tips. Welke vragen laten zich goed visualiseren?

Deel de groep in vijf kleine groepjes, waarin ook kinderen deelnemen die het leuk vinden om te acteren. Elke groepje krijgt een tip om te visualiseren. Elk tip mag ongeveer 20 seconden duren.

Kinderen maken een tekening hoe het beeld eruit komt te zien. Zijn er meer camerastandpunten, maak dan meer tekeningen. Schrijf de tekst bij de tekeningen. Dit zijn de storyboards.

Laat alle kinderen alle storyboards bekijken.

Beslis samen of er een volgorde in de tips is, zo ja welke.

De kinderen maken een opnameplan en bespreken dit met de leerkracht.

De opnames worden gemaakt.

Als het programma klaar is wordt het met de hele klas besproken. Is het geworden wat iedereen had gedacht?

39


Klassikaal (voor theorie zie bijlage C ) •

de opnameprocedure

opnameplan, draaiboek, storyboard

gebruik van de camera

beeldtaal

montage technisch (basis)

montagevormgeving (basis)

De Etalage (kort item ca. 2 minuten) Leerlingen vaak een ding heel erg goed. Dit wordt gefilmd, met gesproken commentaar of muziek. Voorbeeld: een leerling die goed (en veilig) met een skateboard overweg kan. De leerling wordt gefilmd terwijl hij zijn trucje doet. In een voice-over hoor je hoe dit zo gekomen is. Ongeveer 2 minuten. Werkwijze Bespreek het onderwerp in de klas. Kunnen de leerlingen iets of iemand bedenken die ze in de etalage willen zetten? Dit kan een leerling zijn of een persoon waarmee leerlingen veel te maken hebben. Is deze persoon ook voor een groot publiek (leerlingen) interessant te maken? Denk aan een positief rolmodel voor andere leerlingen! De hoofdpersoon moet zijn trucje meerdere keren kunnen uitvoeren, geheel of gedeeltelijk. •

Inventariseer met de leerlingen alles wat ze kunnen bedenken over het onderwerp en maak een lijst ervan op het bord. Het onderwerp wordt op verschillende manieren gefilmd: vanuit allerlei standpunten, met verschillende kaders, met verschillende bewegingen.

Geef elk opnameteam een specifieke opdracht op het gebied van beeld. Leerlingen kunnen dit voorbereiden. Wat willen ze opnemen? Wat hebben ze nodig aan extra apparatuur, statief, ladder, rijdervoorzieningen, etc. Opnames worden klassikaal of in kleine groepjes gemaakt. Dit is afhankelijk van de opnameplannen. Gezamenlijk wordt naar het beeldmateriaal gekeken. Welke shots spreken de kinderen aan?

Het montageteam schrijft de opmerkingen op. Dit is de basis voor de montage.

De hoofdpersoon wordt geïnterviewd. Dit interview kan klassikaal beluisterd worden.

Van dit interview mag ongeveer twee minuten overblijven. •

Allereerst wordt er een geluidsmontage gemaakt. Op dit geluid worden de beelden gemonteerd.

Het item wordt vertoond en in de klas besproken met de persoon erbij die geportretteerd is.

Als de geportretteerde het ermee eens is kan het uitgezonden worden.

Klassikaal (voor theorie zie bijlage C) •

gebruik van de camera

beeldtaal

de opnameprocedure

40


gebruik van geluid

het interview

montagetechnisch

montagevormgeving

De Stelling (kort item ca. 2 minuten) Naar aanleiding van een stelling interviewen leerlingen mensen die voor of tegen de stelling zijn. Met korte antwoorden en een snelle montage geeft dit een algemene indruk over hoe er over dit onderwerp wordt gedacht. Voorbeeld: Stelling- Er is te weinig plek om veilig te spelen op straat. Eenmaal de vraag gesteld in beeld en daarna korte antwoorden van verschillende mensen/leerlingen die hun mening geven. Ongeveer 2 minuten Werkwijze •

Bespreek met leerlingen het onderwerp. Wat is hun mening over het onderwerp? Dit mag best over een afgeleide of over een onderdeel van het onderwerp gaan. Formuleer met de leerlingen een uitdagende stelling die onmiddellijk reactie oproept.

Maak met de leerlingen een lijst van mensen wiens mening ze graag willen horen.

Bedenk een intro, waarin in de stelling wordt gesteld en eventueel gevisualiseerd.

Maak een team die het intro gaat uitwerken in een draaiboek en indien nodig een storyboard. Bespreek dit met de klas. Maak de opnames met de leerlingen.

Verdeel de rest van de leerlingen in opnameteams van 4 leerlingen. Deze leerlingen krijgen een aantal mensen om te interviewen. Het is een kwantitatief interview, leerlingen hoeven dus niet diep door te vragen, als er maar een duidelijke reactie op de stelling komt. Oefen dit in de klas.

Maak de opnames.

Bekijk de opnames in de klas. Bespreek met leerlingen welke opnames bruikbaar zijn.

Het montage team (of leerlingen uit de opnameteams die gaan monteren) schrijft de opmerkingen van leerlingen op (en de plaats op de tape).

De editors maken een volgorde, denk aan leuke uitsmijter!

De montage volgorde: eerst de intro, dan alleen de antwoorden. Het item mag maximaal 2 minuten duren. Klassikaal (voor theorie zie bijlage C) •

gebruik van de camera

beeldtaal

de opnameprocedure

draaiboek, opnameplan, storyboard

montage technisch

Nieuwsbekeken / reportage (lang item ca. 4,5 minuut) Dit item is een verdieping van een probleem. Verschillende partijen komen aan het woord en er is aandacht voor achtergronden (dit is een klassiek meningsvormend tv nieuwsitem). Voorbeeld: Voor

41


en tegenstanders komen aan het woord over veiligheid. Er wordt achtergrondinformatie gegeven dmv tekst, plaatjes, beelden of animatie. Het item eindigt met een conclusie. De duur is maximaal 4,5 minuten. Dit is een programma dat wat dieper op een onderwerp in kan gaan. Er zijn verschillende structuren mogelijk. Die worden hieronder behandeld. Opbouw Een lineaire opbouw Dit is een programma met een duidelijke kop, middenstuk en staart. Een herkenbare hoofdlijn met een enkele uitwijding op een aspect van het onderwerp. Er is meestal een chronologische opbouw in tijd of proces. Flashbacks zijn natuurlijk wel mogelijk. Het is een goede vorm voor een meningsvormend programma. Deltavormige opbouw Het programma bestaat uit verschillende invalshoeken die aan het einde bij elkaar komen. Deze vorm leent zich goed voor het maken van een portret van een complexere situatie. Een voorbeeld kan zijn hoe iedereen toeleeft naar een evenement met als afsluiting het evenement zelf. Een vorm die zich goed leent voor een informatief programma. Associatieve opbouw Bij deze vorm is de gevoelswaarde heel belangrijk. Het programma kan bestaan uit verschillende onderdelen die samen het verhalen vormen. De vormen zijn vrijer en persoonlijker, de journalistiek principes hoeven minder nageleefd te worden. Deze vorm wordt vaak gebruikt voor persoonlijke statements. Wat kunnen onderdelen zijn in je programma? Dit kunnen zijn: inleiding op locatie, inleiding in studio, historische feiten gepresenteerd op basis van statistieken, onderzoek of verklaringen, interviews van voor of tegenstanders op locatie of in de studio, algemene meningen van betrokkenen, gespeelde scènes, tekeningen en animaties, foto’s, oude filmopnames, filmmateriaal van internet, situatie in beeld gebracht op verschillende tijdstippen, object als metaforen. Keuze van je onderwerp Probeer je onderwerp af te bakenen. Je kunt in een item van 4 1⁄2 minuut niet de hele wereldproblematiek te behandelen. De mening van de regering is zelden belangrijk. Zoek naar invalshoeken die voor leerlingen interessant zijn. Jullie kijkers zijn in eerste instantie medeleerlingen en familie. Probeer de visie van de leerlingen serieus te nemen. Laat ze aan het woord. Zij zijn ook deskundig, ook al zeggen ze iets waar jij als leerkracht het misschien niet mee eens bent. Je kunt voor het evenwicht er een andere mening tegenoverstellen. Werkwijze •

Inventariseer de meningen over dit onderwerp. Probeer deze in een vooronderstelling te benoemen. Dit is niet je titel.

Maak een inventarisatie van het materiaal wat je over je onderwerp hebt.

Maak een inventarisatie van het materiaal wat je graag wilt hebben(realistisch).

Probeer van elk stukje een tijdsinschatting in het programma te maken. Leg deze stukjes in de gewenste volgorde. Dit is nu je scenario.

Maak de shots die je nodig hebt en zoek het overige materiaal bij elkaar.

Monteren en klaar!

42


Klassikaal (voor theorie zie bijlage C) •

gebruik van de camera

beeldtaal

de opnameprocedure

draaiboek, opnameplan,storyboard

gebruik van geluid

interviewvaardigheden

de beeldas

43


Bijlage C Achtergrondinformatie en theorie Deze bijlage bevat de theoretische achtergrond van de cursus aan de leerkrachten. Deze basiskennis is minimaal nodig om iets van het filmproces te kunnen begrijpen en invloed te hebben op het resultaat. Je hoeft dan niet alles te weten van het veelzijdige werk van televisie maken, maar misschien is het wel interessant genoeg om het eens helemaal door te lezen. De teksten zijn ook geschikt voor leerlingen. 1. Het interview De voorbereiding Je hebt een onderwerp voor een film. Door onderzoek kom je er achter wie de betrokkenen zijn bij dit onderwerp. Bedenk waarover je met iemand wilt spreken. Wat zijn de belangrijkste punten in het interview? Schrijf een aantal steekwoorden op om je te helpen tijdens het interview. Werkwijze •

Stel de geïnterviewde op zijn gemak en vertel kort waar het interview ongeveer over zal gaan. Vertel nog niet wat je precies gaat vragen.

Bouw het interview langzaam op, begin met vragen waardoor de vragensteller zich op zijn gemak gaat voelen.

Stel open vragen, dus geen vragen waar je nee of ja op kunt antwoorden

Stel één vraag per keer. Als je meerdere vragen in een vraag stelt, krijg je alleen antwoord op de laatste.

Praat niet door de antwoorden van je gast heen, deze kun je er niet uit monteren

Probeer door te knikken je gast te stimuleren om te praten.

Luister goed of je echt antwoord krijgt, stel de vraag anders nog een keer op een iets andere manier.

Luister goed! Als er iets in het antwoord vragen oproept, vraag dan door.

Bedank altijd iemand voor zijn medewerking aan het eind van het interview.

Vergeet niet het stukje over geluid te lezen! 2. Geluid Er bestaan vijf soorten geluid: 1.

Direct geluid: geluid wat je tegelijk opneemt met je beeld.

2.

Sfeer geluid: achtergrondgeluiden die de sfeer bepalen.

3.

Effectgeluid: dat kan direct geluid lijken maar hoeft het niet te zijn bijvoorbeeld voetstappen van een lopend iemand terwijl je de voeten niet ziet in beeld.

4.

Muziek die er later op gezet is: muziek die je hoort en ziet (een orkest dat je ziet en hoort), sfeermuziek die bij de scène hoort (bijv. opnames in een disco).

5.

Voice-over: vertelstem of gedachtenstem die achteraf wordt toegevoegd.

Gebruik van de microfoon Er zijn verschillende soorten microfoons. De microfoon die standaard op een camera zit het hardst op wat er het dichtst bij is. Dit is in veel gevallen de cameraman/vrouw. Met een microfoon aan een hengel kun je wel een goed interview maken. Je kunt met de microfoon het gesprek min of

44


meer sturen. Met een microfoon voor je mond ga je vanzelf wel praten. De beste afstand tot de mond is ongeveer 30 centimeter. De interviewer moet niet vergeten de microfoon naar zijn/haar eigen mond te richten bij het stellen van de vragen. Richten is heel belangrijk! Een richtingsgevoelige microfoon is meestal niet in beeld. Je kunt wel goed geluid krijgen om een groter afstand. De lengte wordt bepaald door de gevoeligheid van de microfoon. Setnoise Maak op de set een paar minuten algemeen omgevingsgeluid. Dit geluid is goed bruikbaar om de continuïteit in je filmpje te behouden. Bijvoorbeeld als bestaand geluid bij je opnames niet goed zijn of om in de montage twee shots beter achter elkaar te laten doorlopen. Controleren van het geluid De beste kwaliteit krijg je door kritisch mee te luisteren tijdens de opnames. De geluidsman/vrouw staat naast de camera en luistert mee; zijn er bijgeluiden of storingen te horen? Dat vliegtuig op de achtergrond hoort misschien niemand tijdens de opnames maar kan achteraf heel storend zijn. De geluidsman/vrouw zorgt dat deze fouten weinig voorkomen. Sluit de koptelefoon aan en maak er gebruik van! Nog enkele tips: •

Probeer je geluid altijd zo hard mogelijk op te nemen.

Een betere kwaliteit dan bij je opnames kun je niet maken. Maak je het opnamegeluid harder in je montage dan maak je ook het achtergrondgeruis luider.

Alle geluiden behalve het directe geluid neem je later op. In de montage plaats je het op de plek waar je het wilt hebben.

In een opnameplan schrijf je naast welke beelden, ook welke geluiden er opgenomen moeten.

Geluiden die op een bepaalde plaats horen, kunnen ook het beste op die plaats worden opgenomen. Andere effecten kunnen van internet gedownload worden of staan op Cd’s.

Je kunt met een voice-over werken.

In de montage worden alle geluiden toegevoegd en gemixed.

3. Montage vormgeving Het monteren van stukken beeld kan verschillende redenen hebben. Praktische reden Je wilt naar andere plaats gaan of naar een andere tijd (naar een ander scène). Het kan ook zijn dat je een persoon of een bewegend voorwerp in beeld wilt houden. Monteren geeft je ook de mogelijkheid om tijd over te slaan. Je stapt in de auto en in het volgende shot ben je duizend kilometer verder. De tussentijd is dan niet belangrijk voor je filmpje. Dramatische reden Een shot krijgt pas betekenis door het shot dat ervoor of erna getoond is. Bijvoorbeeld we zien een tijger losbreken uit de dierentuin en daarna iemand vlees klaarmaken voor de barbecue in de tuin. Onze fantasie of verstand legt zelf het verband. Je kan iemand zien luisteren in plaats van de spreker; hoe komt dit nieuws aan?

45


Montage met harde lassen Vroeger waren er veel regels wanneer snijden wel of niet gewenst was. Tegenwoordig gaat dit minder op. Dit zijn tips om je montage met harde lassen er zo onopvallend mogelijk uit te laten zien: •

Snijden in een stil moment.

Als je snijdt in een beweging, ga dan met het volgende beeld een paar frames(1/25 ste seconde) terug, dan lijkt de beweging continue.

Snijd niet in een camera- of zoombeweging.

Houd het aandachtspunt in het beeld op dezelfde plek. Je moet daar met je opname dan wel rekening mee houden. Je kunt door dit principe te gebruiken ook de aandacht van je kijker ergens op richten.

Als je hoofdpersoon uit beeld loopt kun je snijden naar alles.

Lukt het snijden niet tussen twee shots(de shots matchen niet), plak er dan een cutaway tussen. Dit is een shot waarin niets gebeurt, de poes in de vensterbank bijvoorbeeld. Laat dan wel het geluid goed doorlopen van de scènes waar het omgaat.

Het beeld snijden gaat beter als je het geluid van het te komen shot iets eerder laat beginnen en/of iets langer laat doorlopen dan het beeld. Dit noem je een Audiolead en een L-cut.

Montage met andersoortige overgangen De mogelijkheid om tegenwoordig andersoortige overgangen te maken zijn ruim aanwezig. Deze overgangen vallen altijd erg op. Een overvloeier (dissolve) wordt vaak gebruik als begin of eind van een scène. Als je veel overvloeiers gebruikt wordt je filmpje traag en verliest zijn spanning. Een fade-in of fade-out is een dissolve met zwart aan het begin of eind van je filmpje. Monteren van een interview Het belangrijkste werk zit bij de opnames. Probeer de geïnterviewde te filmen in verschillende kaders. Je kunt van kader wisselen tijdens het stellen van de vragen. Daarna neem je nog een shot op in een totaalkader op zo’n manier dat je niet kunt zien wat ze zeggen. Met dit shot kun je je montage beginnen. Neem aan het einde van het interview alleen de interviewer (medium kader) op terwijl deze de vragen stelt en dat zij/hij bevestigt knikt. Wel handig als iemand die vragen even opschrijft. Deze beelden kun je gebruiken tussen de beelden van je geïnterviewde. Als je delen uit het interview wilt halen kan dit op deze manier vrij onopvallend. Zo kun je alleen de belangrijkste punten die uit het interview zijn gekomen in je programma laten zien. Vergeet ook geen cutaways te maken voor ditzelfde doel.

4. Opname De opnameprocedure. Opnames worden gemaakt door een crew. Deze crew kan bestaan uit: •

De cameraman/vrouw: deze staat achter de camera, maakt het gewenste kader en beweging, en bedient de knoppen.

De geluidsman/vrouw: zorgt voor alles wat met geluid te maken heeft, en luistert mee naar de geluidskwaliteit van de opname.

46


De regisseur vraagt op stilte voor de opname en telt af. De regisseur zegt ook stop als teken dat de camera kan stoppen. De regisseur beslist na overleg met de camera en geluid of de opname goed was.

De interviewer neemt het interview af en houdt de microfoon vast.

De productieleider houdt een opnamelijst bij(houdt bij welke opnames zijn gemaakt en in hoeveel takes), zorgt ervoor dat de camera goed haar gang kan gaan, heeft altijd extra batterijen bij zich voor de camera.

De lichtman/vrouw zorgt voor alles wat met licht te maken heeft.

Opnemen •

De regisseur vraagt of licht en geluid klaar staan voor opname. (camera klaar? geluid klaar?) Is het antwoord ja, dan zegt de regisseur hardop STILTE VOOR OPNAME , daarna telt de regisseur hardop van vijf terug naar nul, waarvan vijf, vier, drie hardop en twee, een, nul in gedachten.

Bij twee zet de cameraman/vrouw de camera aan.

De actie begint na nul

Als de opname volgens de regisseur klaar is, zegt ze stop en vraagt de cameraman/vrouw en geluidsman/vrouw of de (technische) kwaliteit goed is.

Dat staat erop!

De productieleider weet al wat de volgende opname is.

5. De Beeldas Een belangrijke regel bij het maken van een video is om niet over de beeldas te gaan. Als het toch gebeurt raakt de kijker in verwarring. Je hebt meerder assen in beeld: •

een dramatische as, die zich tussen twee mensen afspeelt

een bewegingsas, dit is de richting waarin een voorwerp zich beweegt.

Als je één kant van deze as blijft, is de omgeving voor de kijker constant, ook als je van standpunt verandert of een ander kader maakt. Ga je aan de ander kant staan met je camera dan gaat bijvoorbeeld ook de auto die aan het filmen bent opeens de andere kant op rijden. Of links en recht worden omgewisseld! Dit principe van niet over de as gaan, wordt in alle beeldmateriaal toegepast (behalve misschien in videoclips). Wil je toch over de as: •

beweeg de camera binnen het shot over de as

zet er een shot tussen precies op de as

maak een shot vanuit de lucht en gebruik deze als tussenshot.

6. Beeldtaal Kaders Kaders zijn grof in te delen in vier verschillende types. Close-up

47


In een Close-up zie je een gezicht met eventueel een stukje schouder. Een Close-up is populair geworden door de komst van de televisie. Een Close-up wordt meestal gebruikt wanneer de geportretteerde iets belangrijks zegt of als er emotie op het gezicht te zien is. Een Close-up is het meest spannendste shot en betrekt de kijker bij het onderwerp. Medium shot Bij een mediumshot zie je het lichaam van kruin tot middel. Een mediumshot is het meest neutrale shot en wordt vaak gebruikt door nieuwslezers of inleiders. De aandacht gaat naar de persoon in de omgeving. Totaalshot In een taalshot zie je de persoon totaal in zijn of haar omgeving. Dit shot wordt vaak gebruikt als eerste shot van een scène. En natuurlijk als er veel te zien is in je scene. Detailshot Dit is een opname van een onderwerp dat speciale aandacht verdient in je film. Doordat je dit van zeer dichtbij filmt weet de kijker dit ook. Verder zijn er allerlei variaties te bedenken van kaders die hier tussenin zitten. Vormgeving in het beeld Een goede richtlijn voor de plaats van een hoofd is om de ogen op een derde van het beeld te houden. Kijkt of beweegt de persoon in een richting zorg dat er in het beeld wat ruimte is (dus niet met de neus tegen de rand van het beeld). De kijker zoekt naar een aandachtpunt in beeld, vaak in het midden. Als dit niet je hoofdpersoon of de actie is, zorg dan dat er niets afleidt in het midden. Scheve lijnen in het beeld geven een spannender beeld. Probeer nooit iemand recht voor een muur te zetten maar geef een achtergrond die je onderwerp ondersteunt. Standpunten De plaats waar je de camera neerzet heet een standpunt. Dit is het perspectief van de camera. Er zijn verschillende standpunten mogelijk: •

Op ooghoogte van de camerapersoon.

Op aangepaste hoogte: op ooghoogte van de te filmen persoon of object.

Kikkerperspectief: hier staat de camera op een zeer laag standpunt. De te filmen persoon lijkt hierdoor groter. Je kijkt letterlijk tegen de persoon op.

Vogelperspectief: hier staat de camera op een heel hoog standpunt. De te filmen persoon lijkt kleiner. Je kijkt letterlijk op deze persoon neer.

Camerabewegingen •

Panoramashot: horizontale beweging van de camera naar links of rechts.

Tilt: verticale beweging van de camera naar boven of beneden.

Lift: camera blijkt horizontaal maar beweegt naar boven of beneden.

Rijder: camera zit stil op een rijdend apparaat zoals een rail, auto, fiets, winkelwagentje, etc.

Krab: camera beweegt om een object heen.

Kraan: in de lucht hangende kraan die bewegingen naar alle kanten kan maken.

Zip: snelle beweging van persoon naar persoon waarin het beeld ertussenin vaag is.

48


Zoom: een zoom is geen beweging van de camera maar een mogelijkheid van de lens. Als er voldoende variatie is van beelden is zoomen niet nodig. Zoomen maakt een amateuristische indruk. Soms kan uitzoomen interessant zijn als het uitzoomen een geheel nieuw beeld oplevert anders dan het eerste beeld voorspelde.

N.b. Een camerabeweging dicteert de lengte van het shot in de montage. Snijden in het beeld is heel opvallend. Opname van statief geeft een professionele uitstraling. Een schouderopname heeft een documentaire uitstraling. Termen Shot: opname tussen aan en uitdoen van de camera Take: aantal opnames van een shot (take 1, take 2 tot het gelukt is) Scène: alle shots die zich op één plaats in één tijd afspelen De lengte van shots De lengte is gebaseerd op hoe lang het beeld de kijker kan boeien. •

2 seconden: de camera beweegt niet en ook in beeld is geen beweging

4 seconden: de camera beweegt niet maar in beeld is beweging

6 seconden: de camera beweegt maar in beeld is geen beweging

8-10 seconden: de camera beweegt en ook in beeld is beweging

49


Bijlage D Oefeningen voor in de klas Oefeningen Voor leerlingen aan de slag gaan met het maken van de “echte” opnames, kan de leerkracht de leerlingen met deze oefeningen praktische handvatten geven. Bij de lessen in de klas gaat het om de praktische kennis van de leerlingen te activeren. Sommige oefeningen zijn klassikaal, andere in groepjes. De oefeningen in groepjes zijn vooral handig als je de beschikking hebt over meerdere camera’s. Door het terugzien kosten ze ook meer tijd. Het oefenen van de opnameprocedure wordt altijd erg onderschat. Het is echter een noodzakelijke basis voor structuur en overzicht van het opnameproces. De beeldas Klassikaal Zet twee mensen voor de klas die naar elkaar kijken; film van de ene kant en film van de ander kant. Laat zien en bespreek. Teken een plattegrond op het bord om het begrip beeldas te verduidelijken. Laat een actiescène of een dramatische scène zien van een speelfilm en bespreek de beeldas. Doel: begrijpen van het begrip de beeldas Lengte: 10 minuten Beeldtaal Klassikaal Sluit de camera aan op de TV. Vraag een vrijwilliger om voor de camera te staan. Deze ziet de Tv niet. Leg steeds een kader, standpunt of camerabeweging uit door eerst te vertellen over wat voor beeld je wilt hebben en wanneer je zo’n beeld gebruikt. Laat een leerling dit uit voeren en een opname maken. De leerling die eerst voor de camera staat gaat daarna achter de camera staan totdat iedereen geweest is. Bekijk en bespreek het opgenomen materiaal. Doel: het kennismaken met beeldtaal. Lengte: afhankelijk van het aantal leerlingen 20 minuten Opdracht in groepjes Leerlingen vormen groepjes van drie tot vijf personen. Het groepje kiest een invalshoek om de klas aan buitenstaanders te laten zien in vijf shots van maximaal 10 seconden per shot. Alle shots moeten van elkaar verschillen in kader standpunt en/of beweging. Een invalshoek kan zijn: de leerlingen, de functie van het lokaal, de sfeer van de school, etc. Een groepje krijgt 5 minuten voor de voorbereiding (wat en hoe gaan ze het filmen) en 5 minuten voor de uitvoering van deze opdracht. Het is handig om meerdere camera’s te hebben. Heb je dit niet, dan kunnen de andere leerlingen acteren in de film dat ze met de les bezig zijn. Bekijk het resultaat gezamenlijk. Laat de klas raden wat de invalshoek van de makers zou kunnen zijn. Daarna vertellen de makers wat ze wilden laten zien. Doel: gebruik maken van de mogelijkheden om vorm te geven met behulp van beeldtaal

50


Lengte: Afhankelijk van het aantal leerlingen en camera’s 30 minuten De opnameprocedure Klassikaal Doe de opnameprocedure meerdere keren plenair, voor de klas, met wisselende crew totdat de rollen er goed inzitten Doel: leren kennen van de opnameprocedure Lengte: 5 tot 10 minuten, deze oefening is goed te combineren met een interview en geluidsoefening Het interview Opdracht in groepjes Begin met uitleg over open en gesloten vragen. Stel een centraal onderwerp, bijvoorkeur iets wat met het thema van dit televisieprogramma te maken heeft. Doe een kort interview voor met een leerling. Vraag de leerlingen naar voorbeelden van open of gesloten vragen. Daarna kunnen de leerlingen elkaar interviewen. Maak groepjes van vier leerlingen. Ze mogen maximaal 5 vragen stellen en één vraag moet naar aanleiding van een eerder gekregen antwoord zijn. Bekijk de interviews met de hele klas. Doel: leren interviewen Lengte: 30 minuten, deze oefening is goed te combineren met het oefenen van de opnameprocedure en geluidsoefening Geluid Opdracht in groepjes Oefenen met het geluid kan tijdens het oefenen van het interview. Leerlingen kunnen ook met specifieke geluidsopdrachten gestuurd worden. Zoals: •

Zoek het geluid van de stilte in school en welk beeld hoort daarbij?

Film een gedeelte van de school met een tegengesteld geluid.

Film een geluidsbron van zo dichtbij dat je hem niet meer herkent.

Film een gebeurtenis in school en geef daar als een sportcommentator commentaar op zonder zelf in beeld te komen.

Bespreek de resultaten en vertoon ze in de klas. Doel: de (on)mogelijkheden van geluid leren kennen Lengte: Afhankelijk wat je opdracht is, varierend van 20 tot 45 minuten. Opnameteam CREW Wat moet je doen als je gaat filmen: 1.

Maak goede afspraken met je klasgenoten.

2.

Maak samen een tijdplan: wanneer gaan jullie filmen?

3.

Waar gaan jullie filmen?

4.

Wie ga je filmen/ interviewen?

5.

Zijn met die personen afspraken gemaakt?

6.

Wie gaat filmen?

7.

Wie gaat interviewen?

51


8.

Wie doet het geluid?

9.

Wanneer gaan jullie monteren?

Als de taken zijn verdeeld, moet iedereen zijn eigen taken doen. De cameraman/vrouw: •

Maak een afspraak met de leerkracht om de camera op te halen (doe dat niet op het laatste moment aangezien je nog de camera moet controleren)

Altijd controleren dat het bandje is terug gespoeld (behalve als je bij de camera een briefje hebt van de vorige filmer dat de eerste x-aantal minuten erop moet blijven, controleer of dat zo is)

Altijd controleren dat de batterijen zijn opgeladen. Zo niet zet ze dan nog even in de oplader tot gebruik.

Altijd na het filmen controleren of het inderdaad wel is gefilmd. Het zou zonde zijn als je daar pas achterkomt als je terug op school bent!

Na alle scènes te hebben gefilmd, controleer nog een keer of alles erop staat.

Spoel het bandje terug tot jouw eerste scène.

Laad het filmpje in de computer, geef het filmpje een naam en bewaar hem.

Breng de camera teruggespoeld naar de leerkracht en plaats alvast voor de volgende filmer de batterij in de oplader.

De interviewer: •

Maak een afspraak met de mensen die je gaat interviewen (waar spreek je af? Wanneer? Om hoe laat?)

Zet al je vragen op papier zodat je ze niet vergeet .

Leer je vragen en tekst ( als jij ook de inleider bent) uit je hoofd.

Zorg er altijd voor dat de microfoon niet in beeld is. De microfoon moet wel dicht bij de geïnterviewde zijn zodat je nog wel goed geluid hebt!

De geluidsman/vrouw: •

Contoleer in de microfoon of de batterij het nog doet. Je ziet een rood lampje flitsen als hij het doet. Zorg dat je altijd een reserve pen-lite batterij bij je hebt (in nood, leen hem even uit je mp3 of Discman).

Luister tijdens de opname naar algemeen geluid. Is iedereen verstaanbaar? Gaat er niet een vliegtuig over die iedereen in de drukte vergeet?

Controleer of de microfoon weer uit is gezet voor je hem opbergt.

52


Bijlage E Inhoud KlasseStudiokoffer 1 Microfoon verlengkabels

1 Koptelefoons

1 Laptop 1 Muis 1 voeding

2 Batterijen

1 Videocamera’s

1 Boek Klokhuis 1 Boek Speelfilms maken

1 Opladers 1 Aansluitsnoeren 1 Stroomkabel

1 Groen doek

1 Handleiding

1 Microfoons

1 Afstandsbediening

1 Statieven

1 Firewire kabels 2 USB Kabel 2 Videokabel 1 groene UTP kabel (niet op foto)

1 Microfoonhengels

Niet in dit schema, maar wel aanwezig in de koffer, is een groene UTP kabel!

53


Colofon KlasseStudio

is een project van Schoolglas

(www.digitaal-leren.nl)

en

het

Deventer (www.schoolglas.nl), Digitaal SURFnetKennisnet

Leren

innovatieproject

(www.surfnetkennisnetproject.nl).

Deze handleiding is geschreven door Menno Smidts (Schoolglas) Karin van Bakel (Kennisnet) Leonie Bakker (Digitaal leren) Joost Maarschalkerweerd (Digitaal leren) Ivo Reints (SURFnet) Opmerkingen, tips en suggesties kunnen worden gestuurd naar klassestudio@schoolglas.nl

Deventer en Den Haag, juli 2007.

54

HandleidingKS Leiden-1  

Handleiding KlasseStudio versie 1.1 De Digitale Sleutel ­ Leiden 2

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you