Issuu on Google+


Kelsey van Tellingen 2012


De stoffen bloemetjeskaft alleen al fascineerde me, zo’n oud album, het viel al bijna uit elkaar.


Opa en oma hielden er altijd van om veel bloemen op het balkon te zetten en eten voor de vogels. Nu staan er enkel nog een paar plantjes op de vensterbank.


Dit was de plek waar mijn oma ten huwelijk werd gevraagd. Hierop stonden vijf foto’s van de grond en van het noorden, zuiden, westen en oosten. Hij gaf haar op deze plek ook een roosje, die ze altijd bewaard heeft.


dit

ik moet

ik moet

Ik

Ik weet het niet

heel erg kijken

denk dat dat is

dat

dirk en ik samen eerst

op

samen uitgeweest zijn

ik denk

dat dat hier

opzit

Nee

het was nee het was hier vlakbij

Ik weet het niet meer zo


Waar istie nou?

He?

Hij is nou overleden

en zeg nog even wat je daarvoor zei, want ik ben een

dat gaat het ene oor in en het andere oor

sufferd

– floep – uit


‘Je hebt iets van mij en dat moet ik terug hebben!’ ‘De fotoalbums? Die mocht ik lenen van U, want ik had ze nodig voor school.’

‘Ja maar ik moet het terug hebben!’

‘Ooh heb je die albums nu al bij, heb je ze niet meer nodig? Je had ze best nog wat langer mogen houden, ik kan ze toch niet meer zien.’


De stille getuigen