Page 1

aardrijkskunde eerstes

SVC-Lyceum Ieper

65


aardrijkskunde eerstes

SVC-Lyceum Ieper

66


HOOFDSTUK 3: GESTEENTEN 1. De aardkorst is opgebouwd uit gesteenten 1.1 Wat zijn gesteenten? Gesteenten = het natuurlijke vast materiaal waaruit de aardkorst is opgebouwd.

De aardkorst is de buitenste dunne ‘schil’ van de aarde en is 5 tot 50 km dik.

1.2 Bodem, oppervlaktegesteente en ondergrond (zie ook excursie) BODEM = de bovenste losse laag waarin de plantenwortels groeien; bestaat uit losse gesteenten en bevat een humuslaag, vele levende organismen, lucht en water

Deze is donker gekleurd door de aanwezigheid van plantaardig en dierlijk leven en afgestorven materiaal (= humus).

OPPERVLAKTEGESTEENTE = het gesteente dat aan de oppervlakte ligt

Deze laag is lichter gekleurd.

ONDERGROND = het deel van de aardkorst onder de bodem; bestaat uit losse of vaste gesteenten

aardrijkskunde eerstes

SVC-Lyceum Ieper

67


Samengevat:

1.3 Gesteenten onderzoeken en benoemen We kunnen de gesteenten opdelen in 2 grote groepen, namelijk: 1 losse gesteenten 2 vaste gesteenten 1.3.1 Losse gesteenten De losse gesteenten die we in BelgiĂŤ vooral terugvinden zijn grind

zand

leem

klei

Het verschil in deze gesteenten wordt vooral bepaald in het verschil in korrelgrootte. Die bepaald eveneens of de korrels afzonderlijk grijpbaar zijn of niet. Daarnaast bepaalt ook de kneedbaarheid over welk soort gesteente we het hebben.

aardrijkskunde eerstes

SVC-Lyceum Ieper

68


OPDRACHT Onderzoek voor de volgende gesteenten welke kenmerken we hebben. 1. grind korrelgrootte: (= _________ mm)  grove korrels - korrels zichtbaar met het blote oog - korrels niet zichtbaar met het blote oog  korrels grijpbaar - korrels niet afzonderlijk grijpbaar - kleeft aan de huid - kleeft sterk kneedbaarheid: niet kneedbaar - matig tot vrij kneedbaar - vrij tot sterk kneedbaar 2. zand korrelgrootte: (= _________ mm)  grove korrels - korrels zichtbaar met het blote oog - korrels niet zichtbaar met het blote oog  korrels grijpbaar - korrels niet afzonderlijk grijpbaar - kleeft aan de huid - kleeft sterk kneedbaarheid: niet kneedbaar - matig tot vrij kneedbaar - vrij tot sterk kneedbaar 3. leem korrelgrootte: (= _________ mm)  grove korrels - korrels zichtbaar met het blote oog - korrels niet zichtbaar met het blote oog  korrels grijpbaar - korrels niet afzonderlijk grijpbaar - kleeft aan de huid - kleeft sterk kneedbaarheid: niet kneedbaar - matig tot vrij kneedbaar - vrij tot sterk kneedbaar 4. klei korrelgrootte: (= _________ mm)  grove korrels - korrels zichtbaar met het blote oog - korrels niet zichtbaar met het blote oog  korrels grijpbaar - korrels niet afzonderlijk grijpbaar - kleeft aan de huid - kleeft sterk kneedbaarheid: niet kneedbaar - matig tot vrij kneedbaar - vrij tot sterk kneedbaar OPMERKING De voornaamste gesteentesoorten komen in de natuur veelal niet als zuiver zand, zuivere klei,… voor. Meestal zijn ze vermengd. Vb. zand met een bijmenging van klei = kleihoudend zand

aardrijkskunde eerstes

SVC-Lyceum Ieper

69


1.3.2 Vaste gesteenten = gesteenten die je moeilijk kan losmaken van de andere, de korrels hangen vast aan elkaar. Bij de vaste gesteenten onderscheiden we drie klassen: 1. De stollingsgesteenten: ontstaan door stolling uit vloeibare materie, het magma vb. graniet, basalt 2. De afzettingsgesteenten: ontstaan door het aaneenkitten van de korrels van de losse gesteenten vb. zandsteen, kalksteen, conglomeraat (= aaneenkitten van grind) 3. De omvormingsgesteenten: ontstaan door een gedaanteverandering van afzettings - of stollingsgesteenten onder invloed van een hoge temperatuur en druk vb. marmer, leisteen. Om een onderscheid te maken tussen verschillende soorten vaste gesteenten gaan we rekening gaan houden met vier kenmerken: 1. De kleur 2. De aanwezigheid van kalk: wanneer het gesteente opbruist met een scheikundig zuur kunnen we zeggen dat het gesteente kalk bevat. 3. Het breukvlak (wanneer je een steen in 2 stukken slaat krijg je een breukvlak) korrels zichtbaar, voelbaar,‌ 4. De krasbaarheid: kan je krassen maken in het gesteente OPDRACHT Maak gebruik van de gegeven gesteentes en van onderstaande tabel. Welke gesteentes vind je

Zie ook http://www.mir.ap.be/geogesdetstart.htm aardrijkskunde eerstes

SVC-Lyceum Ieper

70


1. Kleur Aanwezigheid van kalk Het breukvlak De krasbaarheid Gesteentesoort 2. Kleur Aanwezigheid van kalk Het breukvlak De krasbaarheid Gesteentesoort 3. Kleur Aanwezigheid van kalk Het breukvlak De krasbaarheid Gesteentesoort 4. Kleur Aanwezigheid van kalk Het breukvlak De krasbaarheid Gesteentesoort

2. Belang van gesteenten en bodem voor de mens 2.1. Bodem en landbouwmogelijkheden Voor de landbouw is het bovenste / onderste deel van de aardkorst belangrijk. Dit is _______________________ Deze bodem moet aan drie voorwaarden voldoen omdat plantengroei mogelijk zou zijn.

aardrijkskunde eerstes

SVC-Lyceum Ieper

71


2.1.1 Het moet een los gesteente zijn. Losse gesteenten kunnen op 2 manieren ontstaan. 1. door verwering: vaste gesteenten verbrokkelen onder invloed van het weer, door koude, regen en vorst. 2. door afzetting: deze bodems bestaan uit gesteentes die afgezet zijn door de zee, rivieren, de wind, ‌ 2.1.2 Het moet voldoende water bevatten. Landbouwers gebruiken grote delen van ons grondoppervlak voor de landbouw. Bij de keuze van de teelten moeten ze rekening houden met de waarde van de bodem. De waarde van de bodem wordt bepaald door de grondsoort (oppervlaktegesteente) en de vochtigheid. Die vochtigheid wordt bepaald door de doorlaatbaarheid of vochtgehalte van het gesteente; en die hangt dan weer af van de korrelgrootte. Doorlaatbaarheid = de snelheid waarmee het water door het gesteente sijpelt. Is afhankelijk van de korrelgrootte.

Bezinksnelheid = de snelheid waarop een gesteente tot op de bodem zakt. Dit kunnen we aan de hand van een simpele proef duidelijk maken: we gieten bij vier verschillende gesteenten een gelijke hoeveelheid vloeistof.

___________

____________

aardrijkskunde eerstes

_____________

____________

SVC-Lyceum Ieper

72


De bezinking van vier losse gesteenten: waar bevinden de korrels zich na 5 minuten? Noteer bij de pijltjes: zandkorrels, grind, kleikorrels en leemkorrels

2.1.3 Het moet voldoende voedsel bevatten. Hoe komt het voedsel in de bodem in de natuur? ______________________________________________________________ ______________________________________________________________ Waarvan kan de landbouwer gebruik maken om extra voedsel in de bodem te brengen? ____________________________ SAMENVATTING grind

zand

leem

klei

Korrelgrootte Doorlatendheid Vochtigheid Vruchtbaarheid

2.2. Industrieel nut van gesteenten Op bepaalde plaatsen gaat men stenen uit de ondergrond gaan halen of ontginnen. Deze ontginningsplaatsen worden groeven of mijnen genoemd. Deze gesteentes worden dan gebruikt voor bepaalde toepassingen. OPDRACHT Neem de kaart van de steengroeven in BelgiĂŤ: K____ Vul de tabel op volgende blz. verder aan.

aardrijkskunde eerstes

SVC-Lyceum Ieper

73


Gesteentegroep (los of vast) LAAG BELGIË

Plaats

gesteente

gebruikt voor

-

-

-

-

Het zuiden van West – Vlaanderen

Mol Genk MIDDEN BELGIË

Doornik

HOOG BELGIË

Ardennen

Bron:

Oefening

aardrijkskunde eerstes

SVC-Lyceum Ieper

74


3. Facetkaarten oppervlaktegesteenten 3.1 Facetkaart oppervlaktegesteenten eigen omgeving Opgave: kleur de oppervlaktegesteenten van Ieper volgens de legende. zand zandleem leem

geel oranje bruin

+ - + - = staatsgrens

Overtrek de autoweg in het rood en het Ieperleekanaal in het blauw. Los volgende vragen op: - Welke bodem overweegt in het Heuvelland? ___________________________ - Welke bodem overweegt in Ieper en Poperinge? _______________________ - Waar tref je klei aan? (ligt nog zuidelijker dan bereik bovenstaande kaart) ______________________________________________________________ (zie http://tinyurl.com/gest-bodemkaart1 of http://tinyurl.com/gest-bodemkaart2)

- Welke 4 gesteenten vinden we terug in Zuid West-Vlaanderen?

______________________ ______________________ ______________________ ______________________

aardrijkskunde eerstes

SVC-Lyceum Ieper

75


3.2 Facetkaart oppervlaktegesteenten in België

1. Noteer bij de punten de namen van de steden. 2. Overtrek de volgende rivieren in het blauw: IJzer, Leie, Schelde, Samber, Maas. 3. Welke gesteenten vind je in: LAAG - BELGIË:

0 - 5 m: _______________________________________ 5 - 50 m: ______________________________________ op de 50 m grens: _______________________________

MIDDEN - BELGIË:

50 - 200 m: ____________________________________ Limburg (Maas): ________________________________

HOOG - BELGIË:

overwegend losse / vaste gesteenten.

CONCLUSIE:  Ten noorden van de lijn Samber – Maas: klei - zand – zandleem – leem = LOSSE BODEMS of AFZETTINGSGESTEENTEN Dit zijn bodems die door de zee of rivieren werden afgezet of die door de wind werden aangewaaid. Deze bodems komen vooral voor in ______________ en ______________België. -

KLEIbodem ontstond door afzetting van klei door de ________ of door de ______________

-

ZANDbodem ontstond door afzetting van zand door de ______

-

LEEMbodem onstond door afzetting van leem door de _______

aardrijkskunde eerstes

SVC-Lyceum Ieper

76


 Ten zuiden van de lijn Samber – Maas: stenige gronden = VASTE GESTEENTEN of VERWERINGSGESTEENTEN bodems die ontstaan zijn door het verweren van vaste moedergesteenten uit de ondergrond. Deze bodems komen vooral voor in ____________-België. TIP: opzoeken definities/omschrijvingen In GOOGLE kun je gemakkelijk definities opzoeken. In het zoekvenster voer je het volgende in: define: + het woord waarvan je de definitie zoekt (zonder spaties) Zoek op deze manier de definitie op van ‘verwering’: Verwering = __________________________________________________ ____________________________________________________________ ____________________________________________________________ ____________________________________________________________

VEREENVOUDIGDE FACETKAART

aardrijkskunde eerstes

SVC-Lyceum Ieper

77


4. Ontginningen vormen littekens in het landschap

Kleigroeve in Boom

aardrijkskunde eerstes

OTL-stort in Rumst: industrieel afval

SVC-Lyceum Ieper

78


5. Online-oefeningen http://tinyurl.com/gest-kruiswoord http://tinyurl.com/gest-herkennen http://tinyurl.com/gest-toepassingen http://tinyurl.com/gest-beschrijving http://tinyurl.com/gest-refkrtB http://tinyurl.com/gest-combineeroef Tip! http://www.ikdoorgrondvlaanderen.be

aardrijkskunde eerstes

SVC-Lyceum Ieper

79

HFDST 3 cursus 1 aardrijkskunde SVC  

Hoofdstuk 3 van de cursus aardrijkskunde eerstes aan het Sint-Vincentiuscollege en Lyceum te Ieper.