Page 1

&

Strategie Accenten ... voor het beheer van uw persoonlijk en familiaal vermogen

2 Thema Hou aan je BOB-avontuur geen kater over

5

Klopt dat ?

Stijgende rente nefast voor opkomende markten, klopt dat?

6 Strategie

Een jaar van opportuniteiten, minder een van risico’s

12

In focus

aandelenmarkt Aziatische consument geeft luxegoederen een duw in de rug

14

15

In de kijker Beleg duurzaam in de opkomende markten

In de kijker Tijd voor de dollar

Maandelijkse uitgave van KBC Bank & Verzekering • Nr. 01 - 3 januari 2014


Thema

Hou aan je BOB-avontuur geen kater over Klemtonen ❯❯ Rijd liever met uw eigen wagen ❯❯ Overweeg bijkomende verzekeringen

Denkt u eraan om tijdens de komende feestdagen BOB te zijn? Dan moet u zich bewust zijn van de mogelijke consequenties als u uw niet zo nuchtere vriend of familielid veilig met zijn wagen naar huis brengt. Een ongeval is snel gebeurd. De kans bestaat dat er achteraf een discussie ontstaat over wie aansprakelijk is. Die kans is helaas groter als u met een wagen rijdt die niet van u is. U kunt als BOB aansprakelijk gesteld worden voor de schade die u berokkent aan het voertuig waarmee u anderen, die een glaasje op hebben, naar huis vervoert.

2

Strategie & Accenten


Thema

In België is de eigenaar van een wagen wettelijk verplicht een verzekering burgerrechtelijke aansprakelijkheid (BA) te hebben. De verzekering dekt de lichamelijke en materiële schade die de wagen veroorzaakt aan derden. Ze dekt dus ook de schade als iemand anders dan de eigenaar met de wagen rijdt. Als u als BOB de wagen van iemand anders gebruikt – of omgekeerd, iemand brengt u met uw eigen wagen naar huis – vergoedt de verzekering de eventuele schade die de bestuurder van de verzekerde wagen aan anderen toebrengt. Weinig mensen staan stil bij de mogelijke consequenties als ze als BOB in de wagen van iemand anders stappen om hem of haar na een avond vol plezier veilig naar huis te brengen. Stel dat u als BOB bij een verkeersongeval betrokken raakt… De verzekering burgerrechtelijke aansprakelijkheid (BA), ook wel verplichte aansprakelijkheidsverzekering genoemd, dekt in dat geval: de materiële schade aan het voertuig van de andere chauffeur én de lichamelijke schade aan de bestuurder en de inzittenden van het andere voertuig. de lichamelijke schade aan de inzittenden van het voertuig dat u als BOB bestuurt, inclusief de eventuele lichamelijke schade aan de eigenaar van de wagen als hij zelf passagier is. Hij wordt in dit geval dus vergoed door zijn eigen verzekering.

Voor welke schade draait u als BOB zelf op? uw eigen lichamelijke schade. Een BA-verzekering dekt nooit de lichamelijke schade van de bestuurder. Die schade wordt alleen vergoed als de eigenaar van de wagen een bestuurdersverzekering heeft die de lichamelijke schade van de bestuurder (de eigenaar of iemand anders) vergoedt. de materiële schade aan de wagen waarmee u als BOB rijdt als u de schade veroorzaakt hebt (m.a.w. als u in fout bent). Als de wagen omnium verzekerd is, wordt de schade aan het voertuig waarmee u rijdt gedekt. Een gewone BA-verzekering dekt nooit de materiële schade aan het eigen voertuig.

• •

Overweeg een verzekering rechtsbijstand en een omniumverzekering als u met een recente wagen rijdt

• •

Wie voor de schade aan de wagen opdraait, hangt dus af van wie ze heeft veroorzaakt. Concreet: Als BOB in de wagen van een vriend wordt aangereden door een wagen die geen voorrang van rechts verleende, moet de verzekeringsmaatschappij van de andere chauffeur de schade aan de wagen vergoeden. Als u als BOB het ongeval veroorzaakt, komt de autoverzekering niet tussen. In principe moet u dan zelf de schade aan het voertuig van uw vriend vergoeden. Dat lijkt oneerlijk, omdat het om een vriendendienst gaat. De wet bepaalt namelijk dat de lener in geval van bruikleen de geleende zaken in dezelfde hoedanigheid moet terugbezorgen. Als dat niet mogelijk is, moet hij de waarde van het geleende goed terugbetalen.

• •

Strategie & Accenten

3


Thema

Speel op zeker Neem zelf een Ongevallenverzekering bestuurder of een KBC-Ongevallenverzekering PrivĂŠleven. Dan bent u altijd verzekerd voor lichamelijke letsels en niet alleen als BOB. Als u op voorhand weet dat u BOB bent, rijdt u beter met uw eigen wagen. Overweeg naast de verplichte aansprakelijkheidsverzekering zeker een verzekering rechtsbijstand en een omniumverzekering als u met een recente auto rijdt. Als u op het moment zelf besluit om BOB te zijn met de wagen van iemand anders, ga dan altijd na of de wagen verzekerd is. Controleer of de groene kaart nog geldig is. Rijd nooit met een niet-verzekerde auto. Ga ook na of de auto een Omniumverzekering heeft. Is dat niet het geval, en u veroorzaakt als BOB een ongeval, dan loopt u het risico om de schade aan de wagen waarmee u rijdt zelf te moeten vergoeden. En dan houdt u aan een nuchtere avond ongetwijfeld toch een kater over.

4

Strategie & Accenten


Klopt dat?

Stijgende rente nefast voor opkomende markten, klopt dat?

Het is een hardnekkig idee dat een periode van rentestijging of het vooruitzicht van renteverhogingen door de centrale banken slecht is voor de opkomende markten. Dat idee stamt uit de tijd van de Aziëcrisis in 1997. Toen waren de meeste Aziatische munten nog aan de Amerikaanse dollar gekoppeld. Daardoor moesten ze de renteverhogingen van de Amerikaanse centrale bank volgen, terwijl hun binnenlandse economie dat op dat moment eigenlijk niet kon verdragen. De VS verkeerde toen in hoogconjunctuur, Azië in laagconjunctuur. De muntkoppeling bestaat al lang niet meer en Azië kan nu dus onafhankelijk een rentebeleid voeren. Zelfs als men in de VS met “tapering” start, betekent dat niet noodzakelijk dat de centrale bank een remmend beleid voert. De geldkraan blijft openstaan, alleen het debiet wordt wat minder. Van een renteverhoging is bovendien nog lang geen sprake. De opkomende markten hebben sinds 1997 een hele transformatie doorgemaakt. De economische ontwikkeling wordt gefinancierd door binnenlandse investeringen, niet alleen meer door het vluchtige en soms speculatieve buitenlandse kapitaal. In tegenstelling tot de VS, Europa en Japan hebben de opkomende landen geen last van begrotingsproblemen of een excessieve schuldgraad. De economische ontwikkelingen stoelen ook op een bredere basis. China is niet langer zomaar de fabriek van het Westen, maar een sterk aan belang winnende consumentenmarkt.

Strategie & Accenten

5


Strategie

Een jaar van opportuniteiten, minder een van risico’s Klemtonen ❯❯ Verdere inflatieafkoeling mogelijk in komende maanden ❯❯ Om dit jaar even goed of beter te doen is een sterkere winstgroei dan in 2013 nodig

Luk Van Heden Strategist KBC Asset Management

Een jaar geleden stonden de beleggingsbladen en jaaroverzichten bol van de bedreigingen voor 2013. In de mate dat die risico’s in de loop van 2014 werkelijkheid worden, zullen ze in onze beleggingsstrategie aan bod komen. In deze editie gaan we dieper in op de lage inflatie en de ontwikkeling van de bedrijfswinsten.

Een jaar geleden stonden de beleggingsbladen en jaaroverzichten bol van de bedreigingen voor 2013: de VS zouden van de begrotingsafgrond storten, een of meerdere eurolanden zou uit de euro stappen, blinde besparingsdrift zou de recessie in Europa uitdiepen, de inflatie zou ontsporen, …

de consumenten neemt toe: dezelfde nominale loongroei minus lagere inflatie, betekent meer loongroei in reële termen. Lage inflatie geeft ook onrechtstreeks zuurstof aan de economie: het laat de centrale banken toe om hun goedkoopgeldbeleid te blijven voeren.

Vandaag blikken we terug op een geslaagd jaar voor beleggers die zich niet blind staarden op die risico’s. Onze referentiedoelportefeuilles behaalden een mooi resultaat: +5,9% voor het defensieve en +9,2% voor het dynamische profiel (gegevens tot en met 16 december).

Onlangs uitte de Europese Centrale Bank (ECB) wel openlijk haar bezorgdheid over een te lage inflatie. Dat lijkt voorbarig. Zolang de lage (of negatieve) inflatie niet omslaat in een daling van de lonen is er geen gevaar voor deflatie. Voorlopig zijn daar geen aanwijzingen voor, wel integendeel. In België zijn de lonen wel automatisch gekoppeld aan de index: een indexdaling leidt tot een daling van het loon. En deflatie is een reëel gevaar in Spanje, Portugal en Griekenland. Daar dalen de prijzen én de lonen.

En ja, veel van die risico’s worden nu weer als bedreigingen voor 2014 aangehaald: onaangename verrassingen in de eurocrisis, ontoereikende banengroei in de VS, dure olie, onhandig communicerende of overijverige centrale bankiers, een te lage inflatie, … In deze editie gaan we dieper in op de lage inflatie en de ontwikkeling van de bedrijfswinsten.

Lage inflatie ≠ deflatie De inflatie is in de loop van 2013 verder gedaald onder invloed van stabiele olieprijzen, de zwakke economische groei, globalisering, een sterke euro, … Zowel in de VS als in de eurozone bedraagt de algemene inflatie +0,9% (november). In de komende maanden is een verdere inflatieafkoeling waarschijnlijk en zijn zelfs negatieve inflatiecijfers mogelijk. Vaak vertaalt een lagere inflatie zich in tragere loonstijgingen. Dat is anno 2013 (nog) niet gebeurd. Dat is goed voor de economie, want de koopkracht van

6

Winstgroei is een must In 2013 is de Amerikaanse S&P 500 aandelenindex met 26,8% en de bedrijfswinsten in de VS maar met 5,4% gestegen. Ook in Europa was er een grote kloof tussen koersstijgingen en bedrijfswinsten: de brede aandelenindex MSCI Europe staat 16,7% hoger terwijl de winst per aandeel met 2,1% daalde. Begin 2013 werd in beide regio’s nog op een winstgroei van zo’n +9,5% gerekend. Dat die verwachtingen niet werden ingelost, kon beleggers blijkbaar niet zoveel schelen. De combinatie van sterke koersstijgingen en een zwakke winstontwikkeling zorgt voor hoogtevrees bij een aantal waarnemers. Ze lijken te vergeten dat de koersstijgingen in 2010, 2011 en 2012 achter ge-

Strategie & Accenten


Strategie 6

6

5

5

4

4

3

3

2

2

1

1

0

0

-1

-1

-2 -3 2003 2004 EMU

-2 Bron: Datastream 2005

2006 2007 VS

2008

2009 2010 2011 2012 Griekenland/Portugal/Spanje

-3

Ontwikkeling van de inflatie

bleven zijn op de winststijging én dat de stijging van de bedrijfswinsten in elk van die jaren ruimschoots de verwachtingen overtrof. Dezelfde waarnemers hadden toen geen oog voor waardering, maar alleen voor de winstverwachtingen die ze toen, tegen de achtergrond van een moeizaam economisch herstel, onredelijk optimistisch achtten. Over waardering gesproken: aandelen zijn in 2013 onmiskenbaar duurder geworden, maar niet echt duur. Neem bijvoorbeeld de MSCI Europe aandelenindex. De koers-boekwaarde ligt met 1,03 op ongeveer de helft van het gemiddelde van de voorbije vijftien jaar. De koers-winstverhouding op basis van de verwachte winst over 2014 (13,4) ligt ongeveer 10% onder het langetermijngemiddelde. De waarderingskloof met obligaties blijft groot: om de waardering van Europese aandelen en een Duitse overheidsobligatie naar elkaar te laten toegroeien, moet de koers-winstverhouding oplopen tot 54 of de tienjaarsrente tot 7,5%. Opwaardering was de voornaamste drijfveer van de mooie beursprestaties in 2013. Om dit jaar even goed of beter te doen is een sterkere winstgroei dan in 2013 nodig. Aandelenreturns kunnen niet op opwaardering blijven teren. Als dat de enige drijfveer voor koersstijging is, ontstaan er zeepbellen. De uitdaging voor 2014 bestaat er dus in voldoende winst-

Strategie & Accenten

groei te creëren als brandstof voor de aandelenmarkten. Dat wordt – zeker in Europa – een uitdaging.

Zolang lage (of negatieve) inflatie niet omslaat in een daling van de lonen is er geen gevaar voor deflatie

De analisten verwachten een stijging van de Europese bedrijfswinsten met 13% tegenover dit jaar. Voor de VS liggen de winstgroeiverwachtingen rond 10%, want daar is het winstherstel al verder gevorderd en is er minder ruimte om de winstmarges nog te verbeteren. Maar als de wereldwijde conjunctuur wat meezit – en daar gaan we in ons scenario ook van uit – moet een herstel van de bedrijfswinsten mogelijk zijn. Sinds midden 2013 zijn de conjunctuurindicatoren aan de beterhand en krijgt het economische herstel een bredere basis. Een beetje meer koopkracht door de lagere inflatie en wat minder saneren zijn de voornaamste redenen waarom 2014 beter wordt dan 2013.

7


Strategie Samenstelling van de portefeuille Aandelen zonder kapitaalbescherming

60

33

5 2

Zeer dynamisch

Obligaties

Alternatieve beleggingen

32

Aandelen met kapitaalbescherming

46

15

40

13

37

5 2

5

5

Dynamisch

Defensief

Vastgoed

25

Liquiditeiten

0

28

20

40

Aandelen werden in het voorbije jaar een stuk duurder. We zijn dan ook ene beetje voorzichtiger geworden voor aandelen, maar we blijven wel positief. De aandelenportefeuille wordt voor een deel ingevuld met hoogdividendaandelen. De portefeuille bevat ook de nodige ‘groeiaccenten’ (zie verder). Wie kiest voor obligaties kiest het best voor groeigerichte thema’s zoals bedrijfsobligaties en obligaties van opkomende landen. Ze bieden een hoger rendement voor eenzelfde risico. De markt van bedrijfsobligaties heeft wel sterk aan liquiditeit ingeboet. Beleggers houden bedrijfsobligaties het best tot op de eindvervaldag aan.

8

Zeer defensief

47

60

80

100

De renteniveaus in de opkomende markten liggen veel hoger dan in de oude industrielanden. Een gespreide portefeuille van vastrentend papier uit de opkomende markten levert al gauw een rendement van meer dan 5%. Een blootstelling aan die munten kan evenwel voor aardig wat schommelingen in de portefeuille zorgen. Vastgoed zorgt voor bijkomende risicospreiding in de portefeuille. Een vastgoedaandeel blijft een aandeel, maar veel defensieve beleggers worden vandaag gelokt door de hoge dividenden.

Strategie & Accenten


Strategie

Accenten in de portefeuille

Amerikaanse dollar Eind 2012 werd nog openlijk getwijfeld aan de overlevingskansen van de euro. In 2013 verstevigde de eenheidsmunt tegenover zowat alle munten. Was 2013 het jaar van de euro, 2014 kan dat van het groene biljet worden. We verwachten dat de dollar wat dichter bij zijn intrinsieke waarde van 1,00 à 1,10 USD per EUR zal gaan aanleunen. De dollar is ondergewaardeerd en jaar op jaar verbetert de concurrentiekracht van de VS tegenover Europa. De loonkosten stijgen er minder snel en de productiviteit neemt er sneller toe. Zowel het niveau als de ontwikkeling van de renteverschillen zijn in het voordeel van de dollar. De Fed begint haar soepele monetaire beleid stilaan terug te schroeven, terwijl de Europese Centrale Bank (ECB) nog naar middelen zoekt om de economie bijkomend zuurstof te geven. Dat moet de wisselkoers van de dollar ten goede kunnen komen. De ECB zal een duurdere dollar/goedkopere euro in ieder geval verwelkomen, zo niet (sluiks) aanmoedigen. Een zwakke euro helpt de Europese economie namelijk meer vooruit dan een renteverlaging.

Luxegoederen De winstmarges in de sector van de luxegoederen staan veel minder onder druk dan in andere sectoren. Producenten van luxegoederen zijn veel minder conjunctuurgevoelig dan algemeen wordt aangenomen en ze beschikken over een sterke prijszettingsmacht. De drempel voor nieuwe spelers op de markt is heel hoog, omdat sterke merknamen kunnen bogen op een lange traditie en moeilijk te onttronen zijn. In een omgeving van aftoppende bedrijfswinsten en winstmarges, heeft een sector met stabiele marges en ‘zekere’ winstgroei een steentje voor. De sector is niet goedkoop, maar de premie ten opzichte van de brede aandelenmarkt is gerechtvaardigd.

Strategie & Accenten

(Small & mid cap) aandelen uit de eurozone Europese aandelen zijn goedkoper dan Amerikaanse. Tot voor kort was dat ook helemaal terecht. Door de recessie en de eurocrisis bleef de winstontwikkeling in Europa de voorbije twee jaar ongeveer 20% achter op die in de VS. Maar het verschil in waardering tussen Europa en de VS is vandaag niet meer te rechtvaardigen. Vooral bedrijven gericht op de binnenlandse Europese markt zijn veel goedkoper dan hun Amerikaanse collega’s. Die veelal lokale spelers ondervinden ook minder hinder van de dure euro en kunnen extra profiteren van het conjunctuurherstel in Europa.

Europese aandelen zijn goedkoper dan Amerikaanse

We kiezen voor kleine en middelgrote Europese ondernemingen, zogenaamde small en mid caps. Ze blijven vaak in de schaduw van de beurs, omdat grote institutionele beleggers er weinig belangstelling voor hebben en/of weinig analisten de aandelen opvolgen. Dit universum biedt dus heel wat opportuniteiten voor wakkere beheerders.

9


Strategie

Economische vooruitzichten

Economische vooruitzichten 18-12-2013

EMU

VK

VS

Japan

Economische groei (%) 2013

-0,4

1,4

1,8

1,8

2014

1,2

2,5

2,7

1,7

2015

1,6

2,4

2,9

1,3

2013

1,3

2,6

1,4

0,3

2014

1,0

2,3

1,6

2,1

2015

1,5

2,1

2,2

2,2

0,25

0,50

0,25

0,10

1,83

2,87

2,82

0,65

1 EUR = GBP

1 EUR = USD

1 EUR = JPY

0,84

1,38

142,04

Inflatie (%)

Beleidsrente (%) (*) 18-12-2013 03-2014 06-2014 Tienjaarsrente (%) (*) 18-12-2013 03-2014 06-2014 Wisselkoers (**) 18-12-2013

-

03-2014

-

06-2014

-

(*)

stijging van ongeveer 25 basispunten vanaf huidig niveau; stijging van ongeveer 50 basispunten vanaf huidig niveau; enz;

(**)

appreciatie van ongeveer 2,5% t.o.v. de euro vanaf huidig niveau appreciatie van ongeveer 5% t.o.v. de euro vanaf huidig niveau; enz.

10

Strategie & Accenten


Strategie

Obligatieselectie

In de loop van 2013 kon de langetermijnrente wat stijgen, toen de Amerikaanse centrale bank in mei haar plannen aankondigde om de omvang van haar aankoopprogramma’s geleidelijk terug te schroeven. Dat zal effectief ook gaan gebeuren vanaf januari 2014. Zelfs na de recente stijging ligt de Duitse tienjaarsrente evenwel nog niet hoger dan de gemiddelde inflatie die over de looptijd van die beleggingen mag worden verwacht. De Amerikaanse tienjaarsrente steeg iets verder en ligt daar wel net boven. Geen aantrekkelijke beleggingsoptie dus en, hoewel we geen snelle beleidswijzigingen van de centrale banken verwachten, moeten beleggers op middellange en zeker op lange termijn toch rekening houden met een stijgende langetermijnrente.

Onze obligatieselectie(1) Munt

Lening

Uitgifteprijs of indicatieve koers

Coupon

Rating

Rendement Tegenwaar(in %) de in EUR (*)

Primaire markt EUR

KBC IFIMA 2.000% 2013-2018

100,000

100,000

A-

2,000

1 000.000

Secundaire markt MXN

IBRD 4.000% 2013-2018

101,200

101,200

AAA

3,710

niet bekend

AUD

MERCEDES BENZ Australia 4.000% 2013-2016

101,600

101,600

A-

3,410

1 384.578

NZD

KFW 3.750% 2012-2017

98,250

98,250

AAA

4,270

588,856

CAD

ABN AMRO BANK NV 3.500% 2013-2018

102,550

102,550

A

2,920

1 485.481

USD

PETROBRAS GLOBAL FINANCE 4.375% 2013-2023

89,950

89,950

BBB

5,450

682,986

(1) (*)

zie voetnoot (2) op laatste bladzijde Tegenwaarde in EUR van de minimum coupure inclusief verlopen rente. Indicatieve wisselkoers: 18-12-2013

Strategie & Accenten

11


In focus aandelenmarkt

Aziatische consument geeft luxegoederen een duw in de rug Klemtonen ❯❯ Sterke prijszetting ❯❯ Aziatische consument is sterke groeimotor

Producenten van luxegoederen blaken van gezondheid. De toenemende vraag uit de opkomende markten voedt de omzet en de stevige reputatie van de bekende merken beschermt de winstmarges. Deze nichemarkt heeft aantrekkelijke groeivooruitzichten en noteert dan ook met een premie tegenover de brede markt. Die premie is volgens ons gerechtvaardigd door de sterke prijszettingsmacht, de stabiele winstgroei en de goede groeivooruitzichten.

De sector van luxeproducten is de sector bij uitstek die kan profiteren van een sterke prijszettingsmacht. De exclusiviteit, de kwaliteit en de traditie van luxegoederen zijn belangrijk en maken hen heel gegeerd. Consumenten die luxegoederen kopen, hebben dan ook de neiging om hun aankopen niet te laten bepalen door de prijs van het product. Ook niet in tijden dat het ze iets minder voor de wind gaat. Daardoor staan producenten van luxeproducten in een sterke positie om hun prijzen op te leggen. Dat verzekert de sector stabiele winstmarges. Ook is de concurrentie binnen deze markt eerder beperkt. Sterke merknamen zijn gevestigde waarden, uniek, met een rijk verleden en associaties (personen, stijlen, …). Het is voor nieuwkomers niet evident om met een nieuw merk een plaats te veroveren in de markt.

Stabiele winstgroei In het luxesegment is de omzet minder onderhevig aan schommelingen van de westerse economie dan algemeen wordt aangenomen: de vraag naar luxegoederen stijgt gemiddeld driemaal sneller dan de wereldeconomie en moet vooral gezocht worden in de opkomende markten (zie taartgrafiek). De producenten slagen erin hogere marges te genereren door hun verkoopnetwerken uit te breiden en de productie beter af te stemmen op de vraag. Een stabiele omzetgroei in combinatie met hoge winstmarges geeft die nichemarkt een mooie winstgroei!

12

Omzet en winst zijn weinig onderhevig aan schommelingen in de westerse economie

Vraag uit opkomende markten groeit gestaag De sector is sterk Europees getint. Maar de groei van de luxesector wordt al lang niet meer bepaald door de consumptie van de westerse consument. Die rol is overgenomen door de opkomende markten. Ze profiteren van een structurele welvaartstoename, die een gevolg is van hun hoge economische groei. Die hogere welvaart resulteert in een hogere consumptie en vooral in een groeiende vraag naar goederen met toegevoegde waarde. Momenteel is vooral de Chinese consument heel belangrijk in het groeiverhaal. Meer dan een kwart van de verkopen van luxegoederen staat op naam van de Chinezen, maar die groei wordt stilaan gedeeld met andere landen (Indonesië, Maleisië, …). Tot voor kort waren vooral de ultrarijken de voornaamste klanten, maar de verkopen worden nu almaar meer gedragen door een sterk groeiende middenklasse. Een positieve ontwikkeling. Zelfs een belangrijk aandeel van de aankopen in het Westen zijn afkomstig van Chinese toeristen. Dat maakt van het Aziatische continent een gigantische afzetmarkt voor luxegoederen en andere westerse producten. Bedrijven als Swatch, Richemont en Kering spelen daar handig op in. Swatch is met een markt-

Strategie & Accenten


In focus aandelenmarkt Europa

7% 12%

18%

VS Japan China

20%

Rest Azië

31%

aandeel van 17% wereldleider in de horlogemarkt en bekleedt een sterke positie in het dure segment met merken als Breguet, Blancpain en Omega. Azië is de belangrijkste afzetmarkt voor het bedrijf en is goed voor zowat de helft van de omzet. Richemont is de tweede producent van luxegoederen en richt zich vooral op het hogere prijssegment. Regionaal werd de sterkste groei opgetekend in Japan en Amerika (beide +17%). In Europa steeg de omzet met 10%, vooral te danken aan de Aziatische consumenten die tijdens hun reizen naar Europa meer luxegoederen kochten. In Azië steeg de omzet 4%. Kering (vroeger Pinault Printemps) is de derde producent van luxegoederen ter wereld. De luxedivisie met merken als Gucci, Bottega Veneta en Yves Saint Laurent, groeit sterk in Azië en neemt al jaren de groei bij Kering op sleeptouw.

Op zoek naar rendement We beleggen graag in een sector waar de marges niet onder druk staan en de winstgroei veilig lijkt. Maar voor wat hoort wat. De sector is niet goedkoop en noteert met een premie ten opzichte van de brede aandelenmarkt. Die premie lijkt ons gerechtvaardigd door de sterke prijszettingsmacht, een stabiele winstgroei en een stevige groeimotor.

Strategie & Accenten

12%

Rest wereld

Bron: Citi

Wie koopt luxegoederen? (verdeling volgens geografische afkomst, 2012)

bedrijfsinformatie Swatch Koers:

579,5 CHF

Koersdoel:

645 CHF

Aanbeveling:

Kopen

Jongste wijziging van de aanbeveling:

12-03-2013 eerste aanbeveling: kopen

Kering Koers:

150,15 EUR

Koersdoel:

207 EUR

Aanbeveling:

Kopen

Jongste wijziging van de aanbeveling:

17/03/2011 van opbouwen naar kopen

Richemont Koers:

93,55 CHF

Koersdoel:

100 CHF

Aanbeveling:

Opbouwen

Jongste wijziging van de aanbeveling:

27/03/2013 eerste aanbeveling opbouwen

13


In de kijker Instellingen voor Collectieve Beleggingen (I.C.B.’s) (1)

Klemtonen ❯❯ Economische groei sluit duurzaamheid niet uit ❯❯ Sterke groei, aantrekkelijke waardering in opkomende markten

Beleg duurzaam in de opkomende markten Wie duurzaam belegt, investeert in bedrijven met respect voor de mens en het milieu. Dergelijke bedrijven creëren zowel waarde voor hun aandeelhouders als voor de maatschappij. Duurzaamheid kan hand in hand gaan met economische groei. In de meeste opkomende markten is de economische groei sterker dan in de ontwikkelde landen. Verscheidene opkomende markten zijn trouwens aantrekkelijk gewaardeerd. Bovendien hebben ook daar almaar meer bedrijven oog voor duurzaam ondernemen. SRI Emerging Markets combineert de groeikansen van de opkomende markten met duurzaamheid, door te beleggen in aandelen van bedrijven uit die markten die goed scoren op vlak van milieu, samenleving en deugdelijk bestuur. Het compartiment belegt dus toekomstgericht, in de regio’s van de toekomst.

KBC Equity Fund SRI Emerging Markets KBC stelt u, als promotor, SRI Emerging Markets voor, een compartiment van de Belgische bevek(1) KBC Equity Fund. Dat compartiment belegt voor minstens 75% van de activa in aandelen van bedrijven uit op-

14

komende markten. De aandelenselectie steunt op duurzaamheidsscreening: alleen aandelen van bedrijven die tot de besten in hun sector behoren inzake duurzaam ondernemen komen in aanmerking. Bij de beoordeling van de bedrijven wordt samengewerkt met onafhankelijke experts. Minstens 90% van de geselecteerde aandelen heeft deze screening doorstaan. Het compartiment is uitgedrukt in euro, maar belegt in effecten die uitgedrukt zijn in andere munten. Dat kan het resultaat van uw belegging zowel positief als negatief beïnvloeden. Het compartiment biedt geen kapitaalbescherming. (1): Zie voetnoot 1 op de laatste bladzijde. Er kan dagelijks toe- en uitgetreden worden. Toetredingskosten: 3%. Uittredingskosten: geen. Bedrag tot ontmoediging van een uittreding die volgt binnen één maand na toetreding: max. 5%. Beursbelasting: kapitalisatiedeelbewijzen: 1% bij uittreding (max. 1500 euro). Voor dividendgerechtigde aandelen 0%. De financiële dienst wordt verleend door KBC Bank NV, CBC Banque SA. Roerende voorheffing op dividenden (distributieaandelen): 25%. Meerwaarden (kapitalisatieaandelen) zijn niet onderworpen aan roerende voorheffing. De netto-inventariswaarde wordt o.m. gepubliceerd in de financiële pers (De Tijd en L’Echo) en op www.kbc.be/fondsenzoeker. Het prospectus, de essentiële beleggingsinformatie (KIID) en de jongste periodieke verslagen zijn kosteloos ter beschikking in het Nederlands bij KBC Asset Management NV en zijn voor het publiek toegankelijk op www.kbcam.be. Neem het document Essentiële Beleggersinformatie door, voor u beslist om te investeren in dit compartiment.

Strategie & Accenten


In de kijker Instellingen voor Collectieve Beleggingen (I.C.B.’s) (1)

Tijd voor de dollar Klemtonen

We staan positief tegenover de Amerikaanse dollar. De munt is ondergewaardeerd ten opzichte van de euro. Bovendien wil de Europese Centrale Bank liever een zwakke dan een sterke euro. Als u ook verwacht dat de dollar terug terrein zal winnen tegenover de euro, dan is dit het uitgelezen moment om een belegging in de Amerikaanse munt te overwegen.

KBC EquiPlus 90 Timing Step up USD1 KBC stelt u, als promotor, 90 Timing Step up USD 1 voor, een compartiment van de Belgische bevek(1) KBC EquiPlus. Dit compartiment belegt in een selectie2 van 30 aandelen van bedrijven die goed scoren op het vlak van een kwalitatief management, een gezonde balansstructuur en een gunstige evolutie van de winstgevendheid. Een mogelijke stijging van de korf wordt op vervaldag3 als meerwaarde uitgekeerd bovenop uw startinleg. Een eventuele korfdaling wordt voor 100% in rekening gebracht, maar is beperkt tot -10%1. U krijgt dus op de vervaldag minstens 90% van uw startinleg terug (900 EUR op 1000 EUR, vóór kosten en taksen). Bijkomend wordt jaarlijks (in februari 2015, 2016 en 2017) gekeken of de korf met minstens 5% gestegen is t.o.v. de minimale startwaarde. Is dat het geval, dan wordt het niveau van

Strategie & Accenten

terugbetaling op de vervaldag opgetrokken tot 100% van uw startinleg (1000 USD, vóór kosten en taksen). Het compartiment biedt geen kapitaalbescherming. Het compartiment noteert in USD, u loopt hierdoor een wisselkoersrisico.

Voorwaarden: Emissieperiode van 30-12-2013 tot en met 03-02-2014 voor 6u ’s morgens (behoudens vervroegde afsluiting) met valuta 07-02-2014. Alleen intekenbaar in uw bankkantoor. Toetredingskosten: 2,50% tijdens de intekenperiode, 3,5% nadien (waarvan 1% voor het fonds). Uittredingskosten op eindvervaldag: geen. Voor eindvervaldag 1%. Bedrag tot ontmoediging van een uittreding die volgt binnen één maand na intrede: max. 5%. Beursbelasting. De wet van 30 juli 2013 voorziet dat onder bepaalde voorwaarden bij inkoop, vereffening, op eindvervaldag, of bij verkoop RV dient ingehouden te worden. Het is momenteel niet duidelijk of deze wetgeving ook een impact heeft op dit beleggingsproduct. Kapitalisatiedeelbewijzen van 1 000 USD. Financiële dienst: KBC Bank en CBC Banque. Het prospectus , de essentiële beleggersinformatie en het laatste periodiek verslag zijn gratis in het Nederlands verkrijgbaar in alle kantoren van KBC Bank en CBC Banque of u kunt ze bekijken op www.kbc.be of www.cbc.be. Neem het document Essentiële Beleggersinformatie door, voor u beslist om in dit compartiment te investeren. De netto-inventariswaarde wordt o.m. gepubliceerd in de financiële pers (De Tijd en L’Echo) (1): zie voetnoot 1 op de laatste blz. (2): De aandelen voor een aandelenkorf worden gekozen uit een wereldwijd aandelenuniversum. De selectie gebeurt in vier stappen op basis van verschillende criteria: macro-economische factoren (stap 1), historische financiële data (stap 2), analyserapporten (stap 3) en optietechnische gegevens (stap 4). Bij stap 1 filteren we op basis van marktkapitalisatie en liquiditeit (verhandelbaarheid op de beurs). De uiteindelijke korf wordt door de Raad van Bestuur van de bevek goedgekeurd. Hij moet ook beantwoorden aan een aantal wettelijke vereisten: een minimaal aantal aandelen, een voldoende spreiding over regio’s en/of sectoren, de gewichten van de individuele aandelen... Bij de selectie maken we gebruik van parameters die het potentiële rendement van de beleggingen kunnen beïnvloeden. U vindt meer informatie over de korfsamenstelling in het prospectus. (3): (eindwaarde - minimale startwaarde) gedeeld door de startwaarde (4): Min. –1,91% gemiddeld op jaarbasis.

15

❯❯ De vooruitzichten voor aandelen zijn goed ❯❯ De USD is ondergewaardeerd


Briefwisseling aan: KBC BANK NV, KBC Asset Management, Havenlaan 2, 1080 Brussel Dit document is een publicatie van KBC Asset Management NV (KBC AM), gebaseerd op beleggingsaanbevelingen van KBC AM en/of samenvattingen van analyserapporten van KBC Securities NV (KBC Sec) en wordt verspreid door KBC Bank. Deze publicatie valt niet onder de noemer ‘onderzoek op beleggingsgebied’ zoals bedoeld in het koninklijk besluit van 3 juni 2007 tot bepaling van nadere regels tot omzetting van de richtlijn betreffende markten voor financiële instrumenten, doch is een publicitaire mededeling, zodat de wettelijke voorschriften ter bevordering van de onafhankelijkheid van onderzoek op beleggingsgebieden niet van toepassing zijn. Deze aanbevelingen vormen op zich geen gepersonaliseerd beleggingsadvies. De fondsbeheerders van KBC AM kunnen vóór de verspreiding van deze aanbevelingen handelen in het financieel instrument. De verloning van de medewerkers of aangestelden die voor KBC AM en/of KBC Sec werkzaam zijn en die bij het opstellen van de aanbevelingen betrokken waren, is niet direct gekoppeld aan zakenbanktransacties. Het prospectus, de essentiële beleggingsinformatie (KIID) en de laatste periodieke verslagen die kosteloos ter beschikking zijn bij KBC Asset Management NV en voor het publiek toegankelijk op www.kbcam.be. De informatie in dit document was geldig op het ogenblik waarop ze werd opgesteld maar kan zonder kennisgeving worden gewijzigd en biedt geen garantie voor de toekomst. De resultaten van de weergegeven financiële instrumenten en financiële indices zijn resultaten behaald in het verleden en vormen als zodanig geen betrouwbare indicator voor toekomstige resultaten. Indien de resultaten van de weergegeven financiële instrumenten en financiële indices uitgedrukt zijn in een andere valuta dan EUR, kan het rendement door valutaschommelingen hoger of lager uitvallen. Niets in dit document mag gereproduceerd worden zonder de voorafgaande uitdrukkelijke en schriftelijke toestemming van KBC AM. Deze informatie is onderworpen aan het Belgisch recht en aan de uitsluitende rechtsmacht van de Belgische rechtbanken. Voor een aantal essentiële elementen van de beleggingsaanbevelingen (waaronder de belangenconflictenregeling), die wegens plaatsgebrek niet in dit document zijn opgenomen, kunt u voor KBC Sec de «Disclosures» raadplegen op www.kbcsecurities.com/ disclosures en voor KBC AM de «Algemene richtlijnen m.b.t. de beleggingsaanbevelingen van KBC Asset Management» op www. kbcam.be/aandelen. Verantwoordelijk uitgever: KBC Groep NV, Havenlaan 2, 1080 Brussel, België. BTW BE 0403.227.515, RPR Brussel. www.kbc.be Feiten versus andere informatie met betrekking tot beursgenoteerde bedrijven: Voor de beursgenoteerde bedrijven die in deze publicatie vermeld worden, publiceert KBC AM een aandelenfiche op zijn website. Deze aandelenfiche bestaat enerzijds uit puur feitelijke informatie en anderzijds uit de mening van de analist over dat bedrijf. Die laatste tekstgedeelten hebben een gekleurde achtergrond. Wijzigingsfrequentie van de aanbevelingen: De analisten van KBC Asset Management volgen de gebeurtenissen in de financiële wereld op de voet. De aanbeveling is een conclusie van een zorgvuldige afweging van drie dimensies: het aandeel zelf, de sector waartoe het bedrijf behoort en de regio waarin het gevestigd is. Elke wijziging in één van die drie componenten kan aanleiding geven tot een wijziging van de aanbeveling. De methodiek van de aanbevelingen: Een uitvoerig omschrijving van onze methodiek staat in de editie van Strategie & Accenten nummer A01 van 6 januari 2011. Deze editie is raadpleegbaar op www.kbcam.be/aandelen/adviesmethodiek. Een exemplaar van deze brochure is ook verkrijgbaar in elk KBC-kantoor. Gebruikte foto’s: www.shutterstock.com (1) Een bevek (beleggingsvennootschap met veranderlijk kapitaal) en een sicav (société d’investissement à capital variable) zijn instellingen voor collectief beheer (ICB’s). Een ICB wordt doorgaans opgericht door een financiële instelling, maar vormt een onafhankelijke juridische entiteit. Een aandeel gekocht in een ICB geeft recht op een deel van het resultaat in functie van het belegde bedrag. Het belegde kapitaal kan evenwel in waarde verminderen. De belegging in een ICB laat toe om het beleggingsrisico te spreiden en de toegang tot de beurzen en buitenlandse markten te vergemakkelijken. Beleggingen in ICB’s worden gedekt door het beschermingsfonds voor deposito’s en financiële instrumenten. Dit betekent dat een tegemoetkoming kan bekomen worden bij het beschermingsfonds ten belope van maximaal € 20.000 indien een kredietinstelling of een beursvennootschap rechten van deelneming van ICB’s aanhoudt voor rekening van haar cliënten en deze niet kan leveren of teruggeven aan de rechtmatige eigenaars. Er wordt opgemerkt dat het eventuele verlies aan waarde van een ICB ten opzichte van zijn aanschaffingsprijs niet wordt gedekt door het Beschermingsfonds. (2) Een obligatie is een schuldtitel uitgegeven door een onderneming, een overheidsinstelling of een staat, terugbetaalbaar op een datum en voor een bedrag dat op voorhand werd vastgelegd en dat een interest opbrengt.

WWW Meer info op: www.kbc.be/beleggers

Het volgende nummer verschijnt op *6 februari 2014*

Strategie 2014 01 nl  

Strategie & Accenten Strategie Maandelijkse uitgave van KBC Bank & Verzekeringen kbc, vermogen, beleggen, beleggingsstrategie

Advertisement