Issuu on Google+

&

Strategie Accenten ... voor het beheer van uw persoonlijk en familiaal vermogen

Bescherm je hulp in huis. En jezelf!

2

Twee brillen

4

Stap aan boord op het beste moment

10

Hou het hoofd koel in moeilijke economische omstandigheden

11

Onze wereld staat niet stil

12

Bedrijfsobligaties starten het jaar goed

14

Maandelijkse uitgave van KBC Bank & Verzekering Nr. 02 - 2 februari 2012


Klemtonen

Thema

• Ook als gezin wordt u beschouwd als werkgever • Niet in orde met wettelijke verzekeringsverplichting: u riskeert strafrechtelijke vervolging

Bescherm je hulp in huis. En jezelf!

Jenny komt al verschillende jaren bij u thuis poetsen. Elke donderdag om acht uur stipt staat ze bij u voor de deur. Die donderdag is ze evenwel te laat. Onderweg naar u toe kreeg ze een zwaar ongeval. Voorlopig kan Jenny niet meer werken en misschien houdt ze er een blijvend letsel aan over. Gelukkig voorziet de arbeidsongevallenwet dat Jenny een financiële tegemoetkoming krijgt, en dat haar medische kosten terugbetaald worden. Diezelfde wet verplicht u als werkgever evenwel een verzekering te sluiten voor iedereen die u tewerkstelt. Anders zal u deze kosten zelf moeten dragen.

Ook een gezin heeft verplichtingen De Arbeidsongevallenwet verplicht elke werkgever een verzekering te sluiten voor zijn personeel. Deze verplichting geldt ook voor een gezin dat iemand werk geeft. De wet beschouwt u namelijk als werkgever van zodra u met iemand een arbeidsovereenkomst afsluit. Dit is zo wanneer aan twee voorwaarden is voldaan: u betaalt een vergoeding en er is een ondergeschikt verband. Zelfs als u met iemand mondeling afspreekt om af en toe, tegen betaling bij u thuis te werken, bent u verplicht een arbeidsongevallenverzekering te sluiten. Wie aan huispersoneel denkt, denkt spontaan aan de poetsvrouw. Maar ook de tuinman, de chauffeur, de ziekenoppas of personen waarop u slechts af en toe een beroep doet, zoals de babysit, worden beschouwd als huispersoneel. Hierop zijn wel enkele uitzonderingen: - De poetsvrouw of tuinman die u aanneemt via het systeem van dienstencheques. Het Plaatselijk Werkgelegenheidsagentschap zorgt hier voor de arbeidsongevallenverzekering. - De babysit die u via de Gezinsbond aanvraagt. De Gezinsbond zorgt voor de verzekering. Strategie & Accenten

2


Als iemand u gratis helpt, hoeft u geen arbeidsongevallenverzekering te sluiten. Dus, voor de buurman die het gras afrijdt als u op vakantie bent, of voor uw tante die uw boodschappen meebrengt, … bent u niet verplicht een arbeidsongevallenverzekering te sluiten.

Moet ik mijn personeel aangeven bij de RSZ? In principe moet u de RSZ op de hoogte brengen van zodra u personeel heeft. Toch zijn er personen die in uw gezin kunnen werken, en die u toch niet dient aan te geven bij de RSZ. Een poetsvrouw die minder dan vier uren per dag voor u werkt EN die niet bij u thuis inwoont is hier een voorbeeld van. Let wel, als ze per week meer dan 8 uren werkt, moet ze wel ingeschreven worden, zelfs als die uren niet allemaal bij u thuis worden gepresteerd. Een voorbeeld: voor een poetsvrouw die 2 dagen per week telkens 3 uren bij u komt poetsen, is er geen verplichting tot aangifte bij de RSZ. Als ze daarboven ook nog 3 uren gaat werken bij een ander gezin, is er wel aangifteplicht.

Strategie & Accenten

Wat dekt de verzekering? Het slachtoffer van een arbeidsongeval krijgt, dankzij de arbeidsongevallenwet de terugbetaling van zijn medische kosten (dokter, kinesist, hospitalisatie, prothesen, …) een vergoeding voor zijn inkomensverlies een levenslange rente voor een eventuele blijvende ongeschiktheid In het ergste geval is er financiële steun voor de familie bij het overlijden van de werknemer. De begrafeniskosten worden vergoed en de achterblijvende samenwonende partner en kinderen van de werknemer ontvangen een lijfrente.

• • •

Indien u geen arbeidsongevallenverzekering sloot voor uw huispersoneel draait u zelf op voor de financiële gevolgen. Gelukkig staat het slachtoffer niet in de kou als u niet verzekerd bent. Het Fonds voor Arbeidsongevallen zal alle wettelijk verplichte vergoedingen aan het slachtoffer betalen. Maar het Fonds zal al deze kosten van u terugvorderen. En ook het ziekenfonds zal de terugbetaling vragen van al haar uitgaven. U kan strafrechtelijk vervolgd worden. De werkgever die zich niet aan de wettelijke verzekeringsver-

plichting houdt, riskeert een geldboete en zelfs een gevangenisstraf.

En hoe is uw hulp verzekerd bij KBC ? KBC biedt u een verzekering voor al uw hulp bij u thuis. In deze verzekering is iedereen verzekerd die in ondergeschikt verband en tegen betaling huishoudelijke arbeid voor uw gezin uitvoert. En of deze personen nu vast bij u in dienst zijn, of slechts sporadisch bij u een klusje opknappen, ze zijn allemaal meeverzekerd. Wat de KBC Verzekering voor hulp bij u thuis echter uniek maakt, is dat wij ook ongevallen naar aanleiding van vriendendiensten automatisch meeverzekeren. Dat wil zeggen dat iedereen die bij u thuis een ongeval krijgt naar aanleiding van de gratis hulp die hij biedt, even goed beschermd is als betaald personeel. U kan maar liefst 240 dagen per jaar een beroep doen op deze gratis hulp, zonder dat wij een bijpremie vragen. Let wel: wij rekenen daarvoor 1 dag per persoon en per begonnen dag.

3


Klemtonen

Strategie

• Obligatiemarkt en aandelenmarkt: totaal verschillend • De VS doet het beter dan Europa • Lagere inflatie betekent meer zuurstof voor economie

Twee brillen

Obligatiemarkten en aandelenmarkten lijken in totaal andere werelden te leven. Voor de obligatiemarkten is het totale kommer en kwel: de Duitse en Amerikaanse tienjaarsrente blijven onder de 2% en in bepaalde markten aanvaardden beleggers soms zelfs een negatieve rente.   Een heel andere beeld op de aandelenmarkten: de MSCI All Countries wereldindex steeg in de voorbije drie maanden zo’n 12%. De eurocrisis blijft weliswaar een bedreiging voor de (Europese) bankensector en de belegger in overheidsobligaties. Maar de economische data zijn aan de beterhand. Dat toont aan dat de weerslag van de eurocrisis op de reële wereldeconomie minder groot is dan gevreesd. Dat wijst er ook op dat in de waardering van aandelen nog veel slecht nieuws zit vervat. De bedrijfsresultaten van niet-financiële ondernemingen hebben nauwelijks last van de eurocrisis. Integendeel, bedrijven publiceerden in de voorbije kwartalen schitterende resultaten.

De eurocrisis: ook trage vooruitgang is vooruitgang Najaar 2011 werden verregaande hervormingen beslist op twee Europese topbijeenkomsten. De uitvoering ervan laat evenwel op zich wachten. De agenda om de belangrijke deadlines van 2012 te halen wordt met de dag zwaarder. Er wordt wel vooruitgang Strategie & Accenten

geboekt, maar het gaat allemaal heel traag. In de eerste maanden van 2012 staan onder meer op de agenda: de Griekse financieringsnoden, het opstarten van het permanente ESM steunfonds, de verankering van begrotingsdiscipline in de grondwet van elk euroland, de herkapitalisatie van de Europese banken.

De kracht van lagere inflatie In 2011 liep de inflatie fors op onder druk van stijgende olie-, voedings- en grondstoffenprijzen. Die prijzen piekten al in het voorjaar van 2011. Dat vertaalt zich nu ook in lagere inflatiecijfers. In de komende maanden zal de inflatie verder afnemen. Bij een stabiele olieprijs rond het huidige niveau van 115 USD per vat daalt de inflatie in de eurozone tot ongeveer +1,4% tegen het einde van 2012. Pas als de olieprijs verder stijgt tot 135 dollar blijft de inflatie rond 3% schommelen. In 2012 krijgen de gezinnen dus allicht de koopkracht terug die hen vorig jaar ontnomen werd. Meer koopkracht voor de gezinnen betekent ook meer zuurstof voor de economie.

Amerikaanse economie uit de gevarenzone Het conjunctuuroptimisme van begin 2011 sloeg al snel om in conjunctuurpessimisme. Die beweging is veel te ver gegaan. De Amerikaanse conjunc-

tuurindicatoren kwamen in de voorbije maanden sterker uit dan verwacht. De vertrouwensindicatoren tonen aan dat bedrijven en consumenten veel optimistischer gestemd zijn. Niet toevallig valt het herstel van de conjunctuurbarometers samen met de ontwikkeling van de inflatie. Ook in de VS zal de inflatieafkoeling de economische groei aanzwengelen. Het ziet er dus naar uit dat de VS-economie uit de gevarenzone van een recessie is geklommen. In Europa ziet het economische plaatje er anders uit. Het Oude Continent stevent af op een aantal kwartalen van negatieve groei. Vertrouwensindicatoren zijn in 2011 vrij fors gedaald en lijken pas sinds kort wat te stabiliseren.

Resultatenseizoen op volle toeren In het derde kwartaal van 2011 lagen de bedrijfswinsten in de VS (S&P 500) al 5% hoger dan het vorige record uit 2007. De verwachte gemiddelde winststijging van +6,5% voor het vierde kwartaal lijkt vlot haalbaar. Voor het volledige jaar 2012 wordt gerekend op een 3% hogere omzet en een winststijging van +7,5%. De winstontwikkeling van de Europese bedrijven blijft achter. Ook de vooruitzichten zijn wat minder. Europese bedrijven ondervinden allicht ook meer hinder van de eurocrisis. De lagere waardering van Europese aandelen lijkt dan ook terecht.

4


De Amerikaanse conjunctuurindicatoren kwamen in de voorbije maanden sterker uit dan verwacht.

Waardering als buffer Een winststijging vertaalt zich altijd ooit in een koersstijging. Ooit: soms kan dat vlugger gaan, soms laat dat - zoals vandaag - wat langer op zich wachten. Op basis van de koersboekwaardeverhouding, het dividendrendement of de koers-winstverhouding (op basis van gerealiseerde en dus gekende winsten of op basis van de onzekere toekomstige winst), de conclusie verandert niet: aandelen zijn goedkoop. De S&P 500 noteert aan 1,85 keer de boekwaarde, de MSCI Europe aan een koers-boekwaarde van 1,30. Dat zijn kortingen van ongeveer 35% tegenover het gemiddelde van de voorbije vijftien jaar. Op basis van de verwachte winst over 2012 ligt de koers-winstverhouding op 12,7 in de VS en op 9,9 in Europa. Dat is een korting van 20 tot 30% tegenover het langetermijngemiddelde. De lage waardering biedt een stevige buffer voor eventuele neerwaartse winstbijstellingen. We verwachten die overigens niet.

• •

Duidelijk kader voor het monetair beleid Voor de centrale banken is de economische omgeving glashelder. De inflatie is op zijn retour, de economische groei blijft mager, de banken zijn afhankelijk van een zuurstofkuur. De beleidsrente zal dus zeker niet verhoogd worden. Centrale banken zullen de geldmarkt blijven ondersteunen door rechtstreekse aankopen van overheidsobligaties en ander schuldpapier. 6

6

5

5

4

4

3

3

2

2

1

1

0

0

-1

-1

-2

-2

-3

2002

03

04 05 06 EMU (linkerschaal)

07

08

09 10 11 VS (rechterschaal)

-3

Inflatie EMU en VS

Strategie & Accenten

5


Aandelen zonder kapitaalbescherming Aandelen met kapitaalbescherming Obligaties

Strategie

Vastgoed Alternatieve beleggingen Liquiditeiten

Samenstelling van de portefeuille In de zeer defensieve doelportefeuille beleggen we 10% in aandelen. We vullen de aandelenpositie volledig in met beleggingsvormen met kapitaalbescherming (20%). Het aandelenrisico van deze afgeschermde beleggingsinstrumenten bedraagt 50%. De obligatiepositie maakt 43% van de portefeuille uit, inclusief het vastrentende gedeelte van de aandelenbeleggingen met kapitaalbescherming. Dat maakt 10% van de portefeuille uit (dat is 50% van 20%, zie hoger). We beleggen 33% rechtstreeks in obligaties. Liquiditeiten maken 47% van de portefeuille uit. De vermelde accenten die slaan op beleggingen in andere munten dan euro passen maar in heel beperkte mate in een zeer defensieve portefeuille. In de defensieve doelportefeuille beleggen we 24% in aandelen. Beleggingsformules zonder kapitaalbescherming maken 6,5% van de portefeuille uit. Beleggingsvormen met kapitaalbescherming krijgen een gewicht van 35%. Het aandelenrisico van deze afgeschermde beleggingsinstrumenten bedraagt 50%. De obligatiepositie maakt 65% van de portefeuille uit tegenover onze langetermijnnorm van 75%. In het obligatierisico moet ook rekening gehouden worden met het vastrentende gedeelte van de aandelenbeleggingen met kapitaalbescherming. Dat maakt 17,5% van de portefeuille uit (dat is 50% van 35%, zie hoger). We beleggen 47,5% van de portefeuille rechtstreeks in obligaties. De liquiditeiten (5,5% van de portefeuille) worden belegd in euro. De vermelde accenten die slaan op beleggingen in andere munten dan euro passen maar in beperkte mate in een defensieve portefeuille. In de dynamische doelportefeuille beleggen we 47% in aandelen. Beleggingsformules zonder kapitaalbescherming maken 27% van de portefeuille uit. Beleggingsvormen met kapitaalbescherming krijgen een gewicht van 40%. Het aandelenrisico van deze afgeschermde beleggingsinstrumenten bedraagt 50%. De obligatiepositie maakt 47% van de portefeuille uit (langetermijnnorm: 50%). In het obligatierisico moet ook rekening gehouden worden met het vastrentende gedeelte van de aandelenbeleggingen met kapitaalbescherming. Dat maakt 20% van de portefeuille uit (dat is 50% van 40%, zie hoger). We beleggen 27% van de portefeuille rechtstreeks in obligaties met een relatief korte restlooptijd (max. 3 jaar). We houden in een beleggingsportefeuille 2% liquiditeiten aan. Alle vermelde accenten komen in aanmerking voor een dynamische portefeuille. In de zeer dynamische doelportefeuille beleggen we 64% in aandelen. Beleggingsformules zonder kapitaalbescherming maken 44% van de portefeuille uit. Beleggingsvormen met kapitaalbescherming krijgen een gewicht van 40%. Het aandelenrisico van deze afgeschermde beleggingsinstrumenten bedraagt 50%. De obligatiepositie maakt 30% van de portefeuille uit (langetermijnnorm: 25%). In het obligatierisico moet ook rekening gehouden worden met het vastrentende gedeelte van de aandelenbeleggingen met kapitaalbescherming. Dat maakt 20% van de portefeuille uit (dat is 50% van 40%, zie hoger). We beleggen 10% van de portefeuille rechtstreeks in obligaties met een relatief korte restlooptijd (max. 3 jaar). We houden in een beleggingsportefeuille 3% liquiditeiten aan. Alle vermelde accenten komen in aanmerking voor een zeer dynamische portefeuille.

Strategie & Accenten

20% 47%

33%

2,0% 5,5% 6,5% 3,5%

35%

47,5%

2%

2% 2%

27%

27% 40%

1% 2% 3%

44%

10%

40%

6


Overheidsobligaties

Aandelen: omdat winstgroei samengaat met koersstijging Risico’s en onzekerheid zijn van alle tijden. Het risico van een systeemcrisis in de Europese bankensector. Dat hangt samen met de schuldencrisis in de eurozone, een omgeving van magere economische groei, de noodzaak om kapitaalbuffers te versterken, … Het imagoverlies van de Amerikaanse overheid als debiteur. Hoge olieprijzen en de spanningen in de Straat van Hormoes Het revolutionair klimaat in het Midden-Oosten kan de nervositeit in de grondstoffenmarkten opdrijven.   De wereld zal in 2012 allicht niet veiliger zijn dan in 2011, maar beleggers mogen niet vergeten dat de wereldeconomie een periode van hoogconjunctuur doormaakt en dat bedrijven recordwinsten kunnen voorleggen. Aandelenbeleggingen bieden een enorm potentieel.

Bedrijfsobligaties Converteerbare obligaties Geïndexeerde obligaties

• • • •

We zijn in de voorbije weken positiever geworden over de economische ontwikkelingen. Vooral de data uit de VS, nog altijd veruit de belangrijkste economie van de wereld, waren verrassend goed. We blijven wel veel belang hechten aan het afdekken van het neerwaartse risico. Dat kan met beleggingsformules met kapitaalbescherming.

Obligaties opkomende markten Euro- en Dollarsatellieten, PLN

100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%

EUR

USD

Andere

OBLIGATIEPORTEFEUILLE Zeer defensief profiel Defensief profiel (zeer) dynamisch profiel

90% 80% 70%

Bedrijfsobligaties blijven de kern van de obligatieportefeuille.

60% 50% 40%

Het renteverschil met (Duitse) overheidsobligaties bedraagt zo’n drie procentpunten. Dat is nog altijd een voldoende vergoeding voor het kredietrisico. Tegen de achtergrond van ijzersterke ondernemingsresultaten is het risico op wanbetalingen bij de nietfinanciële ondernemingen zeker niet toegenomen.   We geven de voorkeur aan obligaties met een relatief korte looptijd. Ook al vrezen we op korte termijn geen forse stijging van de obligatierente en beseffen we dat langere looptijden meer rente bieden dan korte.  Ooit moeten de abnormale economische omstandigheden van lage groei en lage inflatie overgaan in normale en ooit zal de obligatierente daarop reageren door verder te stijgen. Inflatie zou op lange termijn wel eens het grootste risico kunnen worden. Dan zijn lange looptijden nooit goed. We willen tijdig kunnen herbeleggen aan hogere rendementen.

30% 20% 10% 0%

EUR

USD OBLIGATIEPORTEFEUILLE Defensief profiel

Andere

(zeer) dynamisch profiel

70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%

EUR

USD

Andere

OBLIGATIEPORTEFEUILLE (zeer) dynamisch profiel

Strategie & Accenten

7


Strategie Accenten in de portefeuille

Belgische overheidsobligaties Ondanks de ratingverlaging door kredietbeoordelaar Standard & Poor’s geniet België nog altijd een uitstekende kredietwaardigheid (AA rating). Midden januari verlaagde S&P ook de rating van negen andere eurolanden. België wordt toch als relatief veilig ervaren. Het renteverschil tussen België en Duitsland bedraagt vandaag zo’n 275 basispunten. Dat is ongeveer het gemiddelde renteverschil binnen de eurozone. De Belgische rating is evenwel beter dan dat gemiddelde. We verwachten dan ook dat het renteverschil met Duitsland verder kan dalen. Een dalende Belgische rente zal de koersen van overheidsobligaties doen stijgen.

Hoogrentende obligaties De schuldencrisis is een probleem van de klassieke, veelal westerse, industrielanden. De gemiddelde schuldgraad van de overheden in de opkomende markten bedraagt maar de helft van die in de klassieke landen. Een relatief sterkere economische groei maakt het kwaliteitsverschil nog groter. Toch liggen de rentevergoedingen in de opkomende markten aanzienlijk hoger. Een gespreide portefeuille van vastrentend papier uit de opkomende markten biedt al snel een rendement van meer dan 5% voor korte looptijden tot minder dan drie Strategie & Accenten

jaar. Heel wat munten uit opkomende markten zijn bovendien nog flink ondergewaardeerd tegenover de euro. Als ze verder verstevigen, kunnen ze voor bijkomend rendement zorgen.

Opkomend Azië De opkomende economieën, in het bijzonder de Aziatische, blijven de groeipolen van de wereldeconomie. Alle voorwaarden voor een duurzame welvaartscreatie zijn aanwezig. De binnenlandse consumptie neemt almaar meer de rol van groeimotor van de uitvoer over. In het voorbije jaar waren wel wat twijfels gerezen over het Aziatische groeiverhaal, maar in de voorbije maanden is die bezorgdheid grotendeels weggeëbd. De Aziatische beurzen presteerden in 2011 minder dan de wereldindex, maar zijn de voorbije weken aan een inhaalbeweging begonnen.  De waardering is aantrekkelijk. De koers-winstverhouding van 10,0 is een korting van ongeveer 10% tegenover de wereldindex.

Technologie De technologiesector is niet meer die agressieve groeisector ten tijde van de dotcom-zeepbel, maar het is evenmin een mature sector. Op basis van de gemiddelde waardering en de winstgroeiverwachtingen van de analisten zou men anders kunnen vermoeden. Het groeipotentieel van de sector wordt onderschat. Vier grote ontwik-

kelingen zorgen voor een sterke structurele groei. ‘Mobility’ vuurt de ontwikkeling en verkoop van smartphones en tablet-pc’s aan, de ‘Digital living room’ brengt heel wat nieuwe toepassingen in de huiskamer, met ‘Cloud computing’ kunnen consumenten altijd en overal op hun eigen en hun sociale netwerk. Deze factoren zorgen voor een exponentiële groei van de ‘Data mobility’. Kortom, de sector zal profiteren van een voortdurende productvernieuwing, investeringen in capaciteit, een snelle vervangingsvraag, … Ondanks die structurele groeifactoren hanteren analisten heel conservatieve winstvooruitzichten. De koerswinstverhouding ligt zo’n 10% hoger dan die van de brede markt, maar is in historisch opzicht heel laag (gemiddelde premie van 38% over de voorbije 15 jaar). De verwachte winstgroei ligt daarentegen in lijn met de markt. Er is dus heel wat ruimte voor positieve verrassingen.

Telecom Telecomoperatoren zijn bedrijven met een stabiele (maar ook magere) omzetgroei die stevige cashflows genereren. Daardoor kunnen ze hoge en stabiele dividenden uitkeren aan hun aandeelhouders. Het hoge dividendrendement is een belangrijke troef. Aandelen uit de Europese telecomsector bieden een gemiddeld (bruto) dividendrendement van zo’n 9,2%. Wereldwijd bedraagt het dividendrendement zo’n 5,8%.

8


Sectorspreiding aandelenportefeuille Energie Basismaterialen IndustriĂŤle sectoren Cycl. consumentensectoren Niet-cycl. consumentensectoren Gezondheidszorg FinanciĂŤle sectoren Informatietechnologie Telecomoperatoren Nutsbedrijven 0%

2%

4%

Huidige spreiding

6%

8%

10%

12%

14%

16%

18%

20%

Neutrale spreiding

Economische vooruitzichten 26-01-2012 Economische groei (%) 2011 2012 2013 Inflatie (%) 2011 2012 2013 Beleidsrente (%) (*) 26-01-2012 April 2012 Juli 2012 Tienjaarsrente (%) (*) 26-01-2012 April 2012 Juli 2012 Wisselkoers (**) 26-01-2012 April 2012 Juli 2012

EMU

VK

VS

Japan

1,6 -0,2 1,4

0,8 0,4 1,5

1,7 1,9 1,7

-0,4 1,8 1,4

2,7 1,7 1,9

4,2 3,0 2,2

3,1 1,8 2,4

-0,2 -0,3 -0,2

1,00

0,50

0,25

0,10

1,79

1,98

1,89

0,97

1 EUR = GBP 0,83

1 EUR = USD 1,30

1 EUR = JPY 101,49

1 -

(*) : stijging van ongeveer 25 basispunten vanaf huidig niveau; : stijging van ongeveer 50 basispunten vanaf huidig niveuau; enz; : appreciatie van ongeveer 5% t.o.v. de euro vanaf huidig niveau; enz. ( * * ) : appreciatie van ongeveer 2,5% t.o.v. de euro vanaf huidig niveau

Strategie & Accenten

9


Instellingen voor collectieve belegging (ICB)(1)

In de kijker

Klemtonen • Stap in aan de best mogelijke startwaarde • Wereldwijde korf van 30 kwaliteitsaandelen

Stap aan boord op het beste moment

Door recente correcties op de aandelenbeurzen is het opwaarts potentieel van aandelen aantrekkelijker geworden. Beurscorrecties kunnen mooie kansen bieden om aan een aantrekkelijke koers in te stappen. Wanneer u best instapt blijft een moeilijke vraag. Doet u dat onmiddellijk, dan loopt u het risico dat de koersen verder dalen. Wacht u te lang, dan loopt u het risico een deel van de eventuele heropleving te missen. Niemand kan voorspellen wat de toekomst brengt. Eén ding is zeker, wie mee wil zijn met een eventueel herstel moet belegd zijn. De jongste kwartaalresultaten bevestigen de zoveelste

keer dat de ondernemingen over een ruime kasbuffer beschikken. Maar ook in andere gevallen is het verstandig om belegd te zijn. Vooropgesteld dat u kiest voor beleggingsformules die het neerwaartse risico beperken.

Timing Quality Stocks 6 KBC stelt u, als promotor, Timing Quality Stocks 6 voor, een compartiment van de Belgische bevek(1) KBC Participation. Dit fonds(2) belegt in een wereldwijde korf van 30 kwaliteitsaandelen. Dat zijn aandelen van bedrijven die goed scoren op het vlak van kwalitatief management, een gezonde balansstructuur en een solide langetermijnvisie. Stijgt de korf op eindvervaldag, dan wordt de positieve evolutie volledig uitgekeerd als meerwaarde bovenop uw startinleg. Deze meerwaarde wordt wel afgetopt op 125%(3). Is de korf op eindvervaldag gedaald, dan wordt de negatieve evolutie volledig als minderwaarde in

rekening gebracht met een maximale minderwaarde van -10%(4). De evolutie van de korf wordt berekend vanaf de best mogelijke startwaarde (de minimale startwaarde). Dit is de laagste waarde van de startwaarde of de laagste waarde van de korf, gemeten over een reeks van zes evaluatiemomenten (telkens eerste bankwerkdag van april 2012 t.e.m september 2012). Het fonds is uitgedrukt in EUR, u loopt dus geen wisselkoersrisico. Toch zijn er aandelen in de korf die in een andere munt noteren. De wisselkoersevolutie van die munten heeft evenwel geen invloed op het rendement. (1) Zie voetnoot 1 op de laatste bladzijde (2) De term ‘fonds’ verwijst hier naar een compartiment van de Belgische bevek KBC Participation. (3) Maximum 15,69% gemiddeld op jaarbasis, vóór kosten. (4) Minimum -1,88% gemiddeld op jaarbasis, vóór kosten.

Emissieperiode: van 30-01-2012 tot en met 02-03-2012 met valuta 07-03-2012. Toetredingskosten: 2,50% tijdens de emissieperiode, 3,50% nadien (waarvan 1% voor het fonds). Uittredingskosten: op de eindvervaldag: geen, vóór de eindvervaldag: 1% (orders vanaf 1,25 miljoen euro: 0,50%). Bedrag tot ontmoediging van een uittreding die volgt binnen één maand na intrede: max. 5%. Beursbelasting: kapitalisatiedeelbewijzen: 0,65% bij uittreding voor de eindvervaldag (max. 975 euro). Meerwaarde vrij van roerende voorheffing. Financiële dienst: KBC Bank, Centea en CBC Banque. (Vereenvoudigd) prospectus en laatste periodiek verslag in alle kantoren van KBC Bank, Centea en CBC Banque. Diverse voorbeelden zijn beschikbaar in het vereenvoudigd prospectus. Initiële inschrijvingsprijs: 1000 EUR.

Strategie & Accenten

10


Instellingen voor collectieve belegging (ICB)(1)

In de kijker

Klemtonen • Emoties mogen geen rol spelen bij beleggen • Optimale keuze tussen aandelen en obligaties

Hou het hoofd koel in moeilijke economische omstandigheden

2011 was geen rustig beleggingsjaar. Integendeel. De kernramp in Japan, de onrust in het Midden-Oosten, de schuldencrisis, … In een dergelijk beleggingsklimaat is het nodig het hoofd koel te houden en is doordacht beheer zonder veel sentiment heel belangrijk. Het is nodig om in extreme omstandigheden rationele beslissingen te nemen op basis van de heersende marktomstandigheden. Ook een spreiding van de risico’s blijft heel belangrijk.

Flexible Portfolio Daarom lanceerde KBC, als promotor, vorig jaar Flexible Portfolio, een compartiment van de Belgische bevek(1) KBC Participation. Het is een gemengd fonds(2) dat bij de start 50/50 gespreid werd over aandelen en obligaties. In de loop van het jaar beoordeelt een beheersmodel maandelijks hoe de aandelen- en obligatieverhouding binnen Flexible portfolio gespreid moet worden op basis van hun onderlinge prestaties. Presteren aandelen beter dan obligaties, dan wordt het aandelengedeelte opgebouwd ten koste van het obligatiegedeelte. Pres-

teren daarentegen de obligaties beter, dan wordt het obligatiegedeelte opgebouwd ten koste van het aandelengedeelte. In de praktijk betekent dit dat Flexible Portfolio op het einde van een jaarperiode uitsluitend zal samengesteld zijn uit de best presterende beleggingsvorm. Slechts in het theoretische scenario waar aandelen en obligaties gelijk presteren blijft het fonds gelijk gespreid. Op het einde van elk jaar wordt de portefeuille weer in evenwicht gebracht naar een gelijke verdeling over aandelen en obligaties. Indien aandelen beter hadden gepresteerd in de loop van het jaar, worden de ‘duurdere’ aandelen verkocht (er wordt winst genomen) en weer belegd in ‘goedkopere’ obligaties (= goedkoper aankopen) of omgekeerd in het geval obligaties het beter deden. Winstneming kan alleen, indien minstens één van beide beleggingsvormen positief gepresteerd heeft in het voorbije jaar, maar ook in de andere gevallen zal het fonds zich herbalan-

ceren naar een gelijke verdeling. (1) Zie voetnoot 1 op de laatste bladzijde (2) Waar u de term ‘fonds’ leest, betreft het een compartiment van de Belgische bevek KBC Participation.

Er kan dagelijks in- en uitgetreden worden. Toetredingskosten: 3%. Uittredingskosten: geen. Bedrag tot ontmoediging van een uittreding die volgt binnen één maand na intrede: max. 5%. Beursbelasting: kapitalisatiedeelbewijzen: 0,65% (max. 975 euro). Voor dividendgerechtigde aandelen:0%. Roerende voorheffing: voor kapitalisatiedeelbewijzen: meerwaarde vrij van roerende voorheffing. Voor dividendgerechtigde aandelen: 21% op de coupons. Kan afhankelijk van de individuele situatie van de belegger vermeerderd worden met een bijkomende heffing van 4%. Financiële dienst: KBC Bank, Centea en CBC Banque. (Vereenvoudigd) prospectus en laatste periodiek verslag in alle kantoren van KBC Bank, Centea en CBC Banque. Initiële inschrijvingsprijs: 1000 EUR.

Strategie & Accenten

11


Klemtonen

In focus aandelenmarkt

• Kansen voor opkomende markten EN voor westerse bedrijven • Uitdagingen voor heel wat sectoren

Onze wereld staat niet stil

De laatste decennia lijkt de wereld in een stroomversnelling te zijn gekomen. Dagelijks worden we overstelpt met informatie. Ook als belegger wordt het alsmaar moeilijker uit te maken welke informatie relevant is en welke niet. Om er voor te zorgen dat u door de bomen het bos nog kunt zien, bekijken we samen met u wat er allemaal op ons afkomt. Welke trends zijn er en welke kansen kunnen die ons bieden, nu en in de komende decennia?

De toekomst biedt niet alleen uitdagingen, maar ook kansen Aan het begin van het nieuwe millennium werd al duidelijk dat twee trends een heel belangrijke rol zouden gaan spelen. Enerzijds de globalisering en de rol die de technologische vernieuwingen daarin hebben gespeeld en nog zullen spelen, anderzijds de demografische verschuivingen op onze wereldbol en de gevolgen daarvan. Het is duidelijk dat deze twee grote trends niet alleen voor problemen zorgen, maar vooral ook heel wat kansen bieden.

• 

De opkomende markten zijn hierbij in het voordeel De groeivooruitzichten zijn er beter, de overheidsfinanciën zijn gezonder en de schulden lager. Dat de wereldeconomie nog groeit, is voornamelijk aan hen te danken: ze nemen 2/3 van die groei voor hun rekening. In de komende 40 jaar zal de wereldbevolking elke vijf jaar met 4% toenemen. 98% van die bevolkingsaangroei zal plaatsvinden in de opkomende landen. Consumptie wordt de nieuwe groeimotor. Naar schatting

Strategie & Accenten

zullen de volgende 20 jaar in de opkomende markten twee miljard mensen toetreden tot de middenklasse. Deze nieuwe middenklasse heeft dankzij een hoge spaarquote en weinig schulden ruimte voor consumptie en zal verschuiven naar een “westerse” levensstijl. Autoconstructeurs als Daimler, en BMW, en LVMH, marktleider in luxegoederen, benutten maar al te graag de kansen buiten hun eigen thuismarkt. Ze halen ondertussen een groot deel van hun winsten uit de opkomende markten met China als speerpunt.

• 

Toenemende verstedelijking en gevolgen voor de wereldeconomie Door de toenemende verstedelijking daalt de mogelijkheid van de bevolking om zelf in hun noden te voorzien. Door de veranderende levenswijze wijzigt ook het bestedingspatroon. De vraag naar voedsel en drinkbaar water neemt toe. De voedselopbrengst per hectare zal fors moeten stijgen. Dit biedt vooral kansen voor bedrijven die zich toeleggen op het verhogen van de productie van gewassen. De verstedelijking vraagt in de toekomst grote investeringen in de infrastructuur. Hier zullen vooral producenten van kapitaalgoederen voor elektriciteitstransmissie en -distributie

12


• 

“Grijp de beleggingskansen die de toekomst biedt”

(bijvoorbeeld ABB) en producenten van bouwmaterialen wel bij varen.

• 

De vraag naar grondstoffen en energie blijft toenemen. De olieprijs is de voorbije maanden nauwelijks gezakt en de energiesector houdt dan ook goed stand in dit woelig beleggingsklimaat. Het bedrijf Total is een onderneming met een geografisch breed gespreide productiebasis en is in zijn sector één van de bedrijven met de beste vooruitzichten voor de groei van de productie.

• 

De vergrijzing in het westen doet de nood aan medicijnen en medische

technologie zoals apparatuur en protheses toenemen. Diezelfde noden duiken trouwens ook op in de opkomende markten onder de vorm van welvaartsziekten. De vraag naar de uitbouw van een breed systeem van gezondheidszorg dringt zich ook daar op. De sector gezondheidszorg rekent op de opkomende markten om een deel van het octrooiverval te compenseren. Merck is een leidinggevend farmaceutisch bedrijf dat actief is in diverse therapeutische domeinen. Het heeft een sterke marktpositie in de VS, een ruime activiteitenspreiding en een interessante pijplijn.

Tot slot zijn er, om al deze uitdagingen aan te gaan, vooral nieuwe technologieën nodig. Voor bedrijven die innovatief zijn en technologische vooruitgang boeken of nieuwe producten ontwikkelen, zoals Apple en Cisco, is zeker een mooie toekomst weggelegd. Apple ontwerpt, fabriceert en verkoopt pc’s en communicatieoplossingen. De onderneming heeft een sterke onderzoeks- en ontwikkelingsafdeling.

Bent u geïnteresseerd in aandelenbesprekingen? Vraag aan uw KBC-bankkantoor om u ook de publicatie Strategie & Accenten AANDELEN te bezorgen.

6 5 4

China

3 2

Opkomende landen (ex China)

1 0

Industriële landen

-1 -2

Wereld

-3

20

02 20 03 20 04 20 05 20 06 20 07 20 08 20 09 20 10 20 11 20 12

-4

Regionale bijdragen aan de wereldgroei

Bedrijfsinformatie Daimler

Het Duitse Daimler is de tweede constructeur van luxewagens ter wereld. Het bedrijf is actief in vier segmenten: personenwagens, vrachtwagens, Financial Services en Andere voertuigen. Advies: Kopen Advieswijzigingen: geen Koers: 43,15 EUR Koersdoel: 45 EUR

Total

Vierde grootste oliemaatschappij ter wereld. Exploreert aardolie en gas. Is actief als producent en in raffinage en verkoop. Advies: Kopen Advieswijzigingen: geen Strategie & Accenten

Koers: 40,59 EUR Koersdoel: 46 EUR

Merck

Leidinggevend farmaceutisch bedrijf, actief in diverse therapeutische domeinen. Merck behandelt cardiovasculaire aandoeningen, astma, artritis en osteoporose. Advies: Kopen Advieswijzigingen: geen Koers: 38,78 USD Koersdoel: 40 USD

produceert hoofdzakelijk routers en apparatuur voor internettelefonie. Advies: Kopen Advieswijzigingen: 11-02-11 van kopen naar houden 25-11-11 van houden naar kopen Koers: 19,83 USD Koersdoel: 22 USD

Cisco Systems

Toonaangevende speler in netwerk- en communicatie-uitrusting voor spraak en data. Cisco

13


Klemtonen

In focus obligaties

• Rendement op bedrijfsobligaties blijft aantrekkelijk • Al acht kwartalen op rij uitstekende bedrijfsresultaten • Mijd te lange looptijden

(1)

Bedrijfsobligaties starten het jaar goed

In onze obligatieportefeuille blijven bedrijfsobligaties een belangrijke plaats bekleden. Dat is logisch want het lopend rendement op deze obligaties bedraagt ongeveer 4,3%. Dat is aanzienlijk meer dan het rendement op obligaties van landen met de beste kredietbeoordeling.

lijk op. Beleggers dumpten massaal overheidspapier van de zwakkere landen en ruilden dit voor papier van de sterkste landen. De rentevergoeding voor obligaties van de sterkste landen is daardoor extreem laag geworden. De belegger in deze obligaties betaalt nu een erg hoge prijs voor veiligheid.

Door de toegenomen bezorgdheid over de overheidsfinanciën in Europa liepen de verschillen in de rentevergoedingen op schulden van de diverse nationale overheden behoor-

Onze keuze gaat veeleer uit naar obligaties waarvoor de rentevergoeding meer in verhouding is met het risico. Dat evenwicht vinden we terug bij Belgische overheidsleningen. Het huidige renteverschil met Duitsland bedraagt minder dan 200 basispunten, dat is lager dan het gemiddelde binnen de EMU. Maar daar staat tegenover dat de kredietwaardigheid (rating) van België beter is dan dat gemiddelde.

Financiële versus niet-financiële bedrijven Ook bedrijfsobligaties bieden een rendement dat beduidend hoger is dan dat van de sterkste Europese overheidsobligaties. Voor financiële bedrijfsobligaties is dat logisch. Financiële inStrategie & Accenten

stellingen bezitten heel veel obligaties, zowel van sterke als van minder sterke landen. De inschatting van het landenrisico heeft dan ook een grote invloed op de inschatting van het risico van de financiële instellingen. Als beleggers een hogere vergoeding vragen voor obligaties van de minder sterke landen, is het logisch dat ze ook een hogere vergoeding vragen op obligaties van financiële instellingen die deze minder kwaliteitsvolle obligaties in bezit hebben. Maar voor obligaties van niet-financiële bedrijven ligt het anders. Het risico op wanbetalingen bij die niet-financiële ondernemingen is niet toegenomen. Integendeel. Het huidig niveau van de renteverschillen zou redelijk zijn als over een periode van vijf jaar meer dan 20% van alle kwaliteitsvolle bedrijven zou falen. En dat is ongeloofwaardig . In de voorbije veertig jaar gingen in de slechtste vijfjaarsperiode slechts 2,4% van de bedrijven (met AAA-rating) in faling. Dankzij de sterke bedrijfsresultaten over de voorbije kwartalen zijn de bedrijven er zelfs in geslaagd hun balansen te versterken. Al acht kwartalen op rij stijgen de bedrijfswinsten. Daardoor beschikken heel wat bedrijven over een pak liquide middelen. De bedrijven zijn nooit zo welvarend geweest als vandaag.

(1): zie voetnoot 2 op de laatste bladzijde

14


Goed begonnen, half gewonnen Bedrijfsobligaties namen in 2012, net zoals in 2011, een goede start. Dat is dit jaar volledig te danken aan de financiĂŤle bedrijfsobligaties. Beleggers beginnen blijkbaar toch wat vertrouwen te krijgen in de maatregelen die onder andere door de Europese Centrale Bank genomen worden. Indien Europa er de komende maanden in slaagt om een duidelijke weg in te slaan naar een oplossing, die weliswaar de nodige tijd zal vragen, kunnen bedrijfsobligaties en in het bijzonder de financiĂŤle bedrijfsobligaties de volgende maanden mogelijk een mooie return neerzetten.

We verwachten dat de bedrijfsresultaten en het beleggingsklimaat de komende maanden weer ondersteunend zullen zijn voor bedrijfsobligaties. Voor boekjaar 2012 verwachten analisten een stijging van de winsten van de Amerikaanse bedrijven uit de beursindex S&P 500 van 7,5% bij een 3% hogere omzet. Europa doet het wat minder goed op conjunctureel vlak en zal dus ook op het vlak van winststijging allicht wat achter lopen op de VS. Maar de vooruitzichten voor de bedrijven blijven aan beide zijden van de oceaan alvast positief.

Keuzes maken

de obligatierente abnormaal laag is, verwachten we op korte termijn geen forse stijging. We beseffen dat langere looptijden meer rente bieden dan kortere, maar we geven we toch de voorkeur aan obligaties met een relatief korte restlooptijd. Ooit zullen de huidige economische omstandigheden omslaan. Wanneer de obligatierente stijgt willen we liever herbeleggen aan die hogere rente. Een goede selectie van de debiteuren is ook van groot belang. Bedrijven opereren namelijk in een sterk competitieve omgeving. Daarom is het belangrijk het risico van de bedrijfsobligaties te spreiden over een voldoende aantal debiteuren.

Bij de keuze van bedrijfsobligaties mijden we de lange looptijden: Hoewel

6

6

5

5

4

4

3

3

2

2

1

1

0

0

-1 2002 03 04 Alle ratings

05 06 07 08 AAA bedrijfsobligaties

-1 09 10 11 12 BBB bedrijfsobligaties

Renteverschil tussen overheidsobligaties en bedrijfsobligaties

Onze obligatieselectie(2) Munt

Lening

Uitgifteprijs of indicatieve koers

Coupon

Rating

Primaire markt AUD

BNP PARIBAS FORTIS FUNDING 5,500% 27/02/2015

100,00%

5,500%

A1/AA-

Secundaire markt AUD

MERCEDES-BENZ AUSTRALIA 5,250% 12/12/14

100,550%

5,030%

A3/BBB+

CAD

COMMONWEALTH BANK AUSTRALIA 3,625% 14/10/2014

104,300%

1,980%

Aa2/AA

NOK

COMMONWEALTH BANK AUSTRALIA 4,625% 15/12/2015

105,600%

3,070%

Aa2/AA-

NZS

GE CAPITAL EURO FUNDING 6,500% 28/09/2015

107,600%

4,210%

Aa2/AA+

TRY

KFW 8,00% 8/10/2015

100,650%

7,770%

Aaa/AAA

Strategie & Accenten

15


Beeldspraak Een tweetal weken geleden verlaagde kredietbeoordelaar Standard & Poor’s (S&P) de rating van negen van de zeventien eurolanden. Een paar dagen later verloor ook het Europese noodfonds EFSF zijn AAA-status (een rechtstreeks gevolg van de ratingverlaging van zijn grote sponsors). De motivatie van S&P voor die ratingverlagingen was eerder politiek dan financieel-economisch geïnspireerd. Het ratingbureau wil hiermee vooral zijn kritiek op een te lakse en eenzijdige aanpak van de eurocrisis door de Europese leiders ventileren. We beschouwen die ratingverlagingen dan ook als een non-event. Want tijden veranderen. Hoelang is het geleden dat een AAA-rating van het EFSF als cruciaal werd gezien voor het overleven van de euro? Ook na die ratingverlagingen betalen we nog altijd met de euro. En dat zal morgen nog altijd zo zijn.

WWW Meer info op: www.kbc.be/beleggers

Briefwisseling aan: KBC BANK NV, KBC Asset Management, Havenlaan 6, 1080 Brussel Strategie & Accenten is een publicatie van KBC Asset Management NV (KBC AM). Voor de gegevens die dienen als uitgangspunt voor de projecties, scenario’s, prognoses en richtkoersen wordt een beroep gedaan op betrouwbare bronnen en eigen onderzoek. Deze aanbeveling valt niet onder de noemer ‘onderzoek op beleggingsgebied’ zoals bedoeld in het koninklijk besluit van 3 juni 2007 dat de voorschriften bevat ter bevordering van de onafhankelijkheid van onderzoek op beleggingsgebied en valt bijgevolg onder de wettelijke omschrijving van publicitaire mededeling. De fondsbeheerders van KBC AM kunnen vóór de verspreiding van deze aanbeveling handelen in de besproken aandelen. De artikelen in de publicatie vormen op zich geen gepersonaliseerd beleggingsadvies. De belegger dient zelf nog, best in samenspraak met zijn adviseur Sparen en Beleggen of relatiebeheerder, na te gaan of de besproken activa passen bij zijn persoonlijk risicoprofiel en zijn concrete beleggingsportefeuille. KBC AM noch enige andere vennootschap van de KBC-groep kan aansprakelijk worden gesteld voor de eventuele onjuistheid of onvolledigheid van de gegevens. Verantwoordelijke uitgever / hoofdredacteur: Alex Wolfers, Product & knowledge management KBC AM / Christiaan De Moor Feiten versus andere informatie met betrekking tot beursgenoteerde bedrijven: Voor de beursgenoteerde bedrijven die in deze publicatie vermeld worden, publiceert KBC AM een aandelenfiche op zijn website. Deze aandelenfiche bestaat enerzijds uit puur feitelijke informatie en anderzijds uit de mening van de analist over dat bedrijf. Die laatste tekstgedeelten hebben een gekleurde achtergrond. Frequentie van de advieswijzigingen De analisten van KBC Asset Management volgen de gebeurtenissen in de financiële wereld op de voet. Het aandelenadvies is een conclusie van een zorgvuldige afweging van drie dimensies: het aandeel zelf, de sector waartoe het bedrijf behoort en de regio waarin het gevestigd is. Elke wijziging in één van die drie componenten kan aanleiding geven tot een advieswijziging. De adviesmethodiek Een uitvoerig omschrijving van onze adviesmethodiek staat in de editie van Strategie & Accenten nummer A01 van 6 januari 2011. Deze editie is raadpleegbaar op www.kbcam.be/aandelen/adviesmethodiek. Een exemplaar van deze brochure is ook verkrijgbaar in elk KBC-kantoor. Voor een aantal essentiële elementen van deze beleggingsaanbeveling, die wegens plaatsgebrek niet in deze fiche zijn opgenomen, kunt u de “Algemene richtlijnen m.b.t. de beleggingsaanbevelingen van KBC Asset Management” raadplegen op www.kbcam.be/aandelen. Gebruikte foto’s: www.shutterstock.com

(1) Een bevek is een Instelling voor Collectieve Belegging (ICB). Een ICB wordt doorgaans opgericht door een financiële instelling, maar vormt een onafhankelijke juridische entiteit. Een deelbewijs gekocht in een ICB geeft recht op een deel van het resultaat in functie van het belegde bedrag. Het belegde kapitaal kan evenwel in waarde verminderen. De belegging in een ICB laat toe om het beleggingsrisico te spreiden en de toegang tot de beurzen en buitenlandse markten te vergemakkelijken. Beleggingen in ICB’s worden gedekt door het beschermingsfonds voor deposito’s en financiële instrumenten. Dit betekent dat een tegemoetkoming kan bekomen worden bij het beschermingsfonds ten belope van maximaal 20.000 EUR als een kredietinstelling of een beursvennootschap rechten van deelneming van ICB’s aanhoudt voor rekening van haar cliënten en deze niet kan leveren of teruggeven aan de rechtmatige eigenaars. Er wordt opgemerkt dat het eventuele verlies aan waarde van een ICB ten opzichte van zijn aanschaffingsprijs niet wordt gedekt door het Beschermingsfonds. (2) Een obligatie is een schuldtitel uitgegeven door een onderneming, een overheidsinstelling of een staat, terugbetaalbaar op een datum en voor een bedrag dat op voorhand werd vastgelegd en dat een interest opbrengt.

volgend nummer verschijnt op 1 maart 2012


Strategie & Accenten Aandelen