Issuu on Google+

april, mei, juni 2012

Nr. 146

KBA

België/Belgique P.B./P.P. 9099 GENT X BC 10999

Kadervorming voor Afrikanen

Vooruitgangstraat 333/03 B-1030 Brussel (België) - Tel. 02 201 03 83 • Fax: 02 205 17 39 E-mail: info@kba-foncaba.be - www.kba-foncaba.be

Karibu Millenniumdoelstelling 1: recht op voedsel Burundi : 50 jaar onafhankelijk Afgiftekantoor Gent X - P602401 2ste kwartaal 2012

KARIBU 146 I APRIL, MEI, JUNI 2012

1


inhoud 3 Voorwoord recht op voedsel 5 Voedselzekerheid is een recht De 1ste Millenniumdoelstelling wil tegen 2015 de armoede en de honger halveren. Iedere mens heeft recht op voedsel. Voor een boer betekent dit recht op grond. 11 één maaltijd per dag De meeste boerenfamilies in Zuid-Kivu, een vruchtbare streek, eten maar één maaltijd per dag. 14 Getuigenissen uit Kananga Drie vrouwen getuigen over hun dagelijkse strijd voor voeding en bewerkbare grond. 16 Geen boer zonder grond In Kongoussi in Burkina Faso, is er een tekort aan landbouwgrond omdat de bevolking er jaar na jaar stijgt en de woestijnvorming voortschrijdt. 18 Omdat iedereen recht heeft op voedsel KBA kan uw steun goed gebruiken ZUID-KIVU (DR CONGO) 21 na de verkiezingen = vÓÓr de verkiezingen De teleurstelling van talrijke burgers van Bukavu. Burundi 24 50 jaar onafhankelijkheid Reden tot feest. Of niet? Een balans. 30 KBA - Resultatenrekening 2011

Ontvang je de tweemaandelijkse elektronische nieuwsbrief van KBA al? Schrijf je in via www.kba-foncaba.be of stuur een mailtje naar karibu@kba-foncaba.be en je krijgt de volgende nieuwsbrief in je mailbox! Blijf op de hoogte van het laatste nieuws uit Afrika, culturele evenementen in België... en LIKE de KBA Facebookpagina!

2


voorwoord Ja, 50 jaar worden in Afrika is bijna een record. Gemiddeld schommelt de levensverwachting rond de 40 jaar. Gedurende deze jaren 2000, blazen de meeste Afrikaanse landen 50 kaarsjes van hun onafhankelijkheid uit. Op 1 juli 2012 is het de beurt aan Burundi. Maar over welke onafhankelijkheid gaat het ? Dit nummer van KARIBU geeft enkele getuigenissen van gewone Burundezen die zich uitspreken over de redenen om zich te verheugen over die vijftigjarige gedenkdag ? Wat verwachten ze van de volgende vijftig jaar ? Globaal gezien is de balans van de onafhankelijkheid in de meeste Afrikaanse landen vrij negatief. Maar, wie is daar schuldig aan ? Aan de beschermende meesters van gisteren die vandaag rekenschap vragen ? Of aan hun leerlingen, met weinig verantwoordelijkheidzin, verkwistende erfgenamen van het staatspatrimonium ? De mislukking van de modellen van het verleden vraagt dat er nu samen nagedacht wordt over een nieuwe visie van de staten. In een internationale context van crisissen, met een nationaal decentralisatiebeleid, zal het nieuwe Belgische ontwikkelingsbeleid de capaciteitsversterking van de civiele maatschappij als prioriteit stellen. KBA die pionier is op dat vlak, zal haar koers blijven richten naar de versterking van de verantwoordelijken van de civiele maatschappij in Afrika. Het is uiterst belangrijk dat de Afrikaanse kaders zelf grondige analyses maken en staatsmodellen opbouwen voor de komende 50 jaren. KBA boekt vooruitgang in de onderhandelingen met Afrikaanse en internationale vormingsinstellingen om structurele samenwerking op gang te brengen. Met U blijven wij geloven dat de Afrikanen zelf de eerste actoren zijn van hun bevrijding. Vandaag, meer dan gisteren, rekent KBA op U om de Afrikaanse competenties te versterken in de organisaties van de civiele maatschappij, en om samen de toekomst van dit continent op te bouwen. Help ons in dit engagement. Heel oprecht, uit het diepste van ons hart, dank voor uw aanmoedigingen : «VOORUIT, DOE ZO VOORT, U DOET ZEER GOED WERK » . Dank voor uw vrijgevigheid. Afrika moet een sociaal leiderschap hebben dat geëngageerd is voor de Gerechtigheid, de Vrede en de Welvaart. Bernadette Zubatse Directrice KARIBU 146 I APRIL, MEI, JUNI 2012

3


recht op voedsel DE MILLENIUMDOELSTELLINGEN

Milleniumdoel 1: halvering van de armoede en honger Bij de start van het nieuwe millennium in 2000 bekrachtigden de 189 toenmalige lidstaten van de Verenigde Naties de Millenniumverklaring. Dat zijn afspraken om met alle landen samen tegen 2015 de belangrijkste wereldproblemen aan te pakken. Acht concrete en meetbare doelstellingen werden vastgelegd. De eerste doelstelling wil de grootste honger en armoede uitbannen. In 2015 moet het percentage mensen dat honger lijdt gehalveerd zijn. Nu zijn naar schatting 800 miljoen mensen we-

reldwijd ondervoed en sterven er elke dag 24.000 mensen aan honger. KBA ondersteunt de Millenniumdoelstellingen via de lokale vormingsprojecten en deze KARIBU staat helemaal in het teken van de eerste doelstelling: de honger uit de wereld bannen. We vroegen onze partners naar hun mening: wat betekent voedselzekerheid vandaag in Zuid-Kivu? In Burkina Faso? Waar staat Burundi, na 50 jaar onafhankelijkheid? ... en wat doen onze partners concreet?

Met uw hulp blijft KBA vormingsprojecten ondersteunen die de voedselzekerheid voor de kwetsbaarste Afrikaanse gezinnen verhoogt.

4


ZUID-KIVU (DR CONGO)

Voedselzekerheid is een recht!

De kwekers moeten teveel taksen betalen, wat hen verplicht agenten om te kopen Er is sprake van voedselzekerheid, wanneer het grootste deel van de bevolking het jaar rond over voldoende basisvoedingsmiddelen van goede kwaliteit kan beschikken. Bagenda Balagizi van KBA-partner CAB (Anti Bwaki Comité), legt de nadruk op het recht op voedingsmiddelen, onder meer door de bevolking de toegang te verzekeren tot grond. In de dorpen, de regio’s en het land, is er sprake van voedselzekerheid wanneer gezinnen de mogelijkheid hebben permanent en in voldoende hoeveelheid het nodige voedsel te produceren. Families die zelf niet verbouwen moeten over voldoende financiële inkomsten beschikken om het voedsel dat ze nodig hebben te kopen en de aangekochte voedingsmiddelen moeten grotendeels voortkomen uit plaatselijke productie.

De voedselzekerheid blijft dalen In het oosten van de D.R. Congo, be-

vindt de bevolking van Zuid-Kivu zich in een situatie van voedselonzekerheid die verschillende kenmerken heeft: Bewerkbare gronden zijn zeldzaam. Met bergachtige zones en een hoge bevolkingsdichtheid (meer dan 350 inwoners per km2) situeert het gemiddelde van de bewerkbare gronden per gezin in de Bushi zich tussen de 25 en de 30 aren. Boszones zijn moeilijk bereikbaar en worden bezet door gewapende bendes en uitgestrekte grondgebieden zijn eigendom van mijnmaatschappijen en grote uitbaters van de agro-industrie. KARIBU 146 I APRIL, MEI, JUNI 2012

5


De opbrengst van levensmiddelen vermindert. Dit is te wijten aan overexploitatie van de gronden, precaire landbouwmethodes, erosie van de gronden, degeneratie van zaden en van het kweekvee, de zwakte van de omkaderende diensten en de afwezigheid van politieke steun aan de kleine uitbaters. De sociaal-politieke en economische context is ongunstig. De huidige situatie wordt gekenmerkt door allerlei vormen van geweldpleging, plunderingen in de velden, hoeves en woningen, onveiligheid in de dorpen, de voortdurende verplaatsingen van de bevolking,‌ Ook moeten steekpenningen betaald worden aan militairen en andere staatsdiensten, terwijl de landbouwers van geen enkele politieke en administratieve steun of faciliteit kunnen genieten. Een aanpak die de voedselzekerheid niet ten goede komt. Er zijn tussenkomsten die de bovenhand genomen hebben op de wil om te produceren. De oorlogen, geweldplegingen en humanitaire rampen hebben sinds 1996 noodhulp gerechtvaardigd, 6

zoals het op grote schaal uitdelen van levens- en andere middelen. Dit wordt georganiseerd door tientallen internationale en lokale agentschappen en organisaties. Het zijn lovenswaardige en nuttige acties, die verondersteld worden tijdelijk, plaatsgebonden en beperkt te zijn maar ze zijn permanent, doorlopend en heel gewoon geworden. Ze hebben gezorgd voor nieuw gedrag, dat gemakzucht en parasitisme bevordert en een duurzame aanpak afzwakt. De grens tussen noodhulp en duurzame ontwikkeling werd overschreden. De interventies op het terrein zijn van missie veranderd, in functie van de financiering en de miljoenen uitgestrekte handen, die wachten op distributiecampagnes.

De teloorgang van de familiale landbouw Het verlaten van de landbouw is een pijnlijke werkelijkheid in een land waar meer dan 80 % van de bevolking op het platteland leeft en geen bezoldigde tewerkstelling heeft. Het werk op het veld wordt aan de landbouwersvrouwen overgelaten. Gezonde mannen en jongeren verkiezen een leven in de mijnen (waar zij zo goed als niets verdienen) of


in de rondtrekkende handel (waar zij wat ze bezitten verliezen aan de talrijke barrages van militairen en gewapende milities) of wijken uit naar de stad. Omdat de gronden onvruchtbaar zijn geworden of weggespoeld door erosie, en de mensen zonder ervoor te moeten werken levensmiddelen kunnen krijgen bij de humanitaire bedeling, is de verkoop van terreinen een courante zaak geworden. Meer en meer families stellen hun gronden te koop om zich vervolgens in te stad te vestigen of te investeren in handelsactiviteiten zonder toekomst. De laatste jaren zijn er ook veel gevallen van bewoners die verdreven worden doordat hun terreinen in beslag worden genomen door multinationale mijn- en agro-industriĂŤle maatschappijen, met de steun van de lokale overheid.

“Wij hebben velden die zouden kunnen produceren wat men ons nu komt geven� Het is duidelijk dat er een staat van veralgemeende verarming en voedselonzekerheid ontstaat en dat de landbouwgronden bedreigd zijn. Met een grote

bevolkinggroei (3,3 % per jaar) komen er steeds meer en meer monden voor minder en minder voedsel. De kloof tussen de demografie en de beschikbare voedingsmiddelen wordt elke dag groter en dat komt bovenop een voortdurende verlaging van het inkomen. De voedselafhankelijkheid van het buitenland, die de laatste tien jaren al merkbaar was, is nu structureel geworden. De lokale voedselproductie wordt vernietigd door taksen en steekpenningen aan ambtenaren en politie. Er is een gebrek aan politieke wil om de wet te doen naleven, terwijl het volume van ingevoerd voedsel elke dag toeneemt, ten gunste van een lakse en moordende reglementering. Welnu, de bevolking heeft het recht om permanent te beschikken over voldoende, gevarieerd voedsel. Daarvoor moet zij land hebben om het te bewerken en beschikken over de andere noodzakelijke factoren om het productief te maken. Het recht op voedsel mag in geen geval herleid worden tot het uitdelen van voedingsmiddelen. De landbouwers van Zuid-Kivu doen hierover hun beklag. Tijdens een vergadering van ajuinprodu-

De promotie van de productie van lokale levensmiddelen KARIBU 146 I APRIL, MEI, JUNI 2012

7


cerende boeren in Makunda verklaarde Paul Munda: “… die mensen die ons maïsbloem en boontjes brengen doen ons een stap achteruit zetten… Sommigen onder ons denken dat zij uit de hongersnood kunnen geraken door zich te laten inschrijven op de lijsten van de uitdelingen, terwijl wij velden hebben die datzelfde voedsel kunnen produceren dat men ons nu komt geven… Waarom geven ze het geld, dat zij nu uitgeven om die levensmiddelen aan te kopen, niet aan ons met de vraag dit geld te gebruiken om die levensmiddelen hier te produceren? Die mensen willen niet dat wij uit de miserie geraken, zij willen dat we afhankelijk van hen blijven”.

Multinationals bezetten de grond van de landbouwers Voor de inwoners van de dorpen in ZuidKivu betekent het recht op voedsel, de mogelijkheid om dat voedsel te kunnen verbouwen of kopen met de eigen middelen, er op elk ogenblik te hebben en genoeg te produceren voor zichzelf of voor de markt om zo inkomsten te genereren en aan andere behoeftes te kunnen voldoen. Dat recht kan maar werkelijkheid worden als men beslist de dorpen en de steden werkelijk te doen leven. De dorpen worden meer en meer verlaten omdat ze niet langer de ideale levensvoorwaarden bieden. De overgebleven landbouwers bewerken de grond zonder enige garantie, want de toegang tot de eigendom is moeilijk, soms zelfs onmogelijk, omwille van de buitensporige kosten en de lange, ontmoedigende procedures. Deze onveiligheid van de eigendom speelt in het voordeel van de grootgrondbezitters en de internationale mijn- en landbouwondernemingen, die zich op elk ogenblik kunnen vestigen met titels en rechten, in naam van een wet volgens dewelke de grond en de onder8

Het werk op het veld wordt aan de vrouwen overgelaten grond aan de staat behoren. Zo worden hele families gedwongen te verhuizen, weg van de gronden van hun voorouders die zij al generaties lang bewonen.

Mensen of gorilla’s? Voedselzekerheid en het recht op voeding en grond, zijn in de dorpen van de Bushi echte uitdagingen; de bevolking leeft er in een situatie van chronische hongersnood en van onrustwekkende afhankelijkheid van voedsel. Zones die een vijftiental jaren geleden de stad Bukavu nog bevoorraadden met maniok, maïs, sorgho… staan vandaag leeg. De mensen wachten op de marktdag om enkele grammen maniokbloem te kopen afkomstig uit Bukavu, in werkelijkheid ingevoerd uit Rwanda en Oeganda. In deze overbevolkte streek, ten prooi aan intense grondconflicten, moet de toekenning van uitgestrekte gronden aan mijn- of landbouwexploitanten gestopt en verboden worden. Er gaan ook meer en meer stemmen op om te protesteren tegen de unilaterale vergroting van de oppervlakte van het Kahuzi-Biega Park. Dat park werd in de jaren ‘70 door het regime van Mobutu


opgericht en bevindt zich in een provincie waar een tekort is aan landbouwgronden. Er moeten natuurlijk groene ruimtes zijn, bossen, beschermde gebieden,… die tot het ‘wereldpatrimonium’ behoren maar deze logica wordt niet begrepen door de lokale bevolking. Voor haar is het ondenkbaar dat haar geen enkele compensatie wordt geboden. De landbouwers hebben nooit begrepen hoe men het leven van miljoenen mensen en de toekomst van kinderen kan opofferen ten voordele van enkele families gorilla’s en olifanten, die overigens al uitgedund werden door de gewapende milities en de soldaten. Volgens dezelfde logica, zouden gronden en concessies die lange tijd braak bleven liggen en die door hun eigenaars niet op rationele wijze uitgebaat worden, opnieuw moeten kunnen worden toegewezen.

politieke wil om de lokale markt te beschermen Er zijn stimulerende maatregelen nodig. Deze zullen concreet gemaakt worden door het toepassen van de Landbouwwet, het publiceren van de toepassingsmaatregelen, de oprichting van een

systeem van landbouwkrediet en het afschaffen van taksen en andere verplichtingen die de ontwikkeling van de landbouw en de veeteelt afremmen. Het is moeilijk te begrijpen dat planters en veetelers, die het al moeilijk hebben om een basisinkomen te verwerven, onderworpen worden aan het betalen van taksen en exploitatievergunningen waarvan de kosten soms hoger oplopen dan de geïnvesteerde kapitalen. Tenzij dit met de bedoeling is de lokale productie te ontmoedigen ten voordele van de invoer van levensmiddelen… Een veeteler met enkele tientallen runderen wordt door drie tot vier diensten lastiggevallen die van hem een betaling eisen. Zo’n uitbater kan niet anders dan meewerken met corrupte agenten want anders moet hij ermee stoppen. De procedures om eigendom te verwerven moeten versoepeld worden, toegankelijk gemaakt en vereenvoudigd. Dit kan door administratieve beslissingen van lokale gezagsdragers. Een andere uitdaging van de productie van levensmiddelen is de markt, eerlijke prijzen. Zolang de productiekosten van de landbouwer hoog zijn in verhouding tot dezelfde ingevoerde producten op

Irrigatie is een noodzaak KARIBU 146 I APRIL, MEI, JUNI 2012

9


De rijstvelden in de moerassen de lokale markten, zal er geen productie zijn en dus ook geen voedselzekerheid. De productiekosten zijn hoog op lokaal vlak omwille van de taksen, het gebrek aan inkomsten, de onveiligheid van wegen (of het niet bestaan ervan) en militaire en administratieve steekpenningen. Een voldoende, gevarieerde en verzekerde productie is mogelijk als de lokale markt beschermd wordt, als de invoer omkaderd wordt en de afzet van de lokale landbouwproducten georganiseerd wordt. De invoer van levensmiddelen georganiseerd door humanitaire agentschappen moet stopgezet worden of toch zeker verminderd, ten gunste van lokale aankopen om zo de vermeerdering van de productie en geldcirculatie bij de landbouwers toe te laten.

De uitdagingen Een dergelijke strategie houdt in dat er geïnvesteerd wordt in wegen, in landbouwcampagnes en in het veilig stellen 10

van de producenten en hun productie. Het beveiligen van de productie veronderstelt ook het wegnemen van de door soldaten opgerichte posten, want dat zijn nu plaatsen van plundering. Er moet ook geïnvesteerd worden in vrede en veiligheid. Moesten de financiële middelen die sinds 1996 ingezet werden in wapens, onderhandelingen en humanitaire hulp geïnvesteerd zijn geweest in de strijd tegen de werkelijke oorzaken van de oorlogen, het buiten staat stellen van de krijgsheren om verdere schade te berokkenen en in duurzame ontwikkeling, dan zou de voedselzekerheid nu verder gestaan hebben. Tenslotte, is er nog de uitdaging van het milieu en de klimaatverandering waarvoor een sterke tussenkomst van de openbare overheden onontbeerlijk is. De programma’s voor herbebossing, en de inspanningen van lokale organisaties om het milieu te beschermen, moeten door de staat aangemoedigd en opgevoerd worden. De staat moet zich gedragen als de werkelijke eigenaar van de grond en van de ondergrond. Niet enkel wanneer het erop aankomt de gronden te verdelen, belastingen te heffen of de opbrengsten te innen maar ook als het gaat om de bescherming ervan en de rationele en duurzame uitbating, een waarborg voor de huidige en de toekomstige generaties. Er zijn talrijke uitdagingen: ze zijn niet onoverkomelijk als er een goed bestuur is. Want wat er nog ontbreekt om het recht op voedsel en op grond voor allen stevig te verankeren, is een echt politiek leiderschap, dat verantwoordelijk, competent en altruïstisch is. Patient Bagenda, algemeen secretaris van CAB (Anti Bwaki Comité), mei 2012, Bukavu.


één maaltijd per dag “De provincies Zuid- en Noord-Kivu kunnen heel de Congolese bevolking voeden”, zei men vroeger. “Vandaag hebben de mensen honger”, zegt Angèle Bahige van AIBEF (Steun aan de Initiatieven van het Familiaal Welzijn), KBApartner in Zuid-Kivu. Zij analyseert de voedselsituatie voor de bevolking van de Kabare en Walungu en vertelt over de inspanningen die door de organisatie geleverd worden, vooral met vrouwen.

De vrouwen hebben zich georganiseerd in groepen die gesteund worden door AIBEF

De oorlogen (1996-2007), de plunderingen, de verkrachtingen, de onveiligheid en de pesterijen van de militairen hebben de situatie van algemene armoede nog verergerd. De meeste gezinnen eten één magere maaltijd per dag.

te voeden die voortdurend aangroeit. In deze dorpen zijn er families die geen veld meer hebben, anderen oogsten helemaal niets meer. Zij hebben geen zaad van goede kwaliteit en beschikken niet over voldoende landbouwwerktuigen.

Honger in een vruchtbare streek

De boerenfamilies worden grotendeels ondersteund door de vrouwen, die zich inspannen om gewassen te telen, kleinhandel te drijven en zware lasten dragen om de kinderen ’s avonds eten te geven. Er is geen betaalde tewerkstelling in de dorpen. Enkele mannen werken in de thee- en kinaplantages, waar zij bijna niets verdienen, anderen zijn

In de dorpen Kabare en Walungu hebben de mensen honger. Omdat er minder en minder gronden zijn die bewerkt kunnen worden, omdat de bewerkbare gronden voortdurend kleiner worden, weggespoeld werden door erosie en niet meer voldoende opbrengen om een bevolking

KARIBU 146 I APRIL, MEI, JUNI 2012

11


Een kleine handelsactiviteit om de magere oogst bij te passen vertrokken naar mijnbouwbedrijven, vanwaar ze zelden terugkeren en meestal zonder geldmiddelen.

Voedselzekerheid voor oorlogsslachtoffers Het is binnen deze context dat AIBEF werkt om de situatie van de families. De organisatie zet zich in opdat elk gezin te eten zou hebben. De werking bestond er de afgelopen tien jaar in, arme families te begeleiden bij het verbouwen van het land, kleinvee te fokken en productieactiviteiten uit te oefenen die een financieel inkomen genereren. Wat belangrijk is voor deze families, is toegang

tot voedsel: de mogelijkheid om zelf te verbouwen en te oogsten, zelf van die oogst te kunnen eten en de overschot te verkopen. De families die lid zijn van de basisgroepen van AIBEF zijn meestal het slachtoffer geworden van plunderingen en geweld en hebben zo alles verloren. Sommige families hebben lapjes grond die ze niet verder kunnen bewerken bij gebrek aan werktuigen en zaden, anderen hebben helemaal geen veld en moeten overleven dankzij de gemeenschapsvelden. Vele moeten hun magere oogst aanvullen met activiteiten die iets opbrengen.

AIBEF is een lokale steunorganisatie voor ontwikkeling aan de basis, werkzaam in de Bushi (Kabare en Walungu). Voedselzekerheid voor families is de voornaamste opdracht van AIBEF. Sinds 2000 steunt de organisatie de basisgroepen in het in de praktijk brengen van initiatieven die bijdragen tot de verbetering van de levensvoorwaarden van de families die lid zijn. Dit gebeurt door hen toegang te geven tot volwaardige voeding en door hun inkomen te doen groeien. 12


Dat is de reden waarom, naast de vormingen, een bijkomende materiële steun (werktuigen, zaden en kleinvee) aan die mensen een prioriteit is geweest van AIBEF. AIBEF heeft een aantal groepen met in totaal meer dan 3000 gezinnen, gesteund met hakken, rieken, schoppen, zaaigranen en zaden van groenten, geiten, schapen, varkens en kweekkonijnen. Individueel en in gemeenschappelijk beheer, om families de mogelijkheid te geven de landbouw en het fokken van kleinvee opnieuw te starten na de geweldplegingen van de jaren 1996-2003.

Naar twee maaltijden per dag Voor dezelfde groepen heeft AIBEF microrealisaties gesteund in de kleinhandel, door middel van roterende kredietfondsen en infrastructuur voor het stockeren en de verkoop van de produc-

ten onder eigendom en beheer van de bevolking. AIBEF steunt ook verwerkingseenheden voor de oogst, met name een molen en schilmachine voor ongepelde rijst. Dit zijn middelen om een meerwaarde te geven aan de producten van de boeren. Families die lid zijn van de georganiseerde groepen, partners van de ontwikkelingsorganisaties, die helemaal niets hadden en waarvan de kinderen niet naar school gingen, hebben vandaag weer het recht verworven om te produceren en van hun oogst te genieten; anderen hebben nu activiteiten die hen toelaten opbrengsten te verdelen en voorraad en ontvangsten te beheren. Voor deze families zijn voortaan twee maaltijden per dag mogelijk.

Uitdagingen voor de overheid Blijven nog de problemen van het grondbezit, de kleine oppervlaktes en het gebrek aan bewerkbare gronden, de barrières van soldaten, belastingen en de wisselvalligheid van het klimaat. Daar waar er wel voldoende vruchtbare gronden zijn, zoals in Mwenga, zijn er nog andere uitdagingen te overwinnen: toegangswegen, vorming en mobilisering voor het werk. Ook moet het recht op voldoende en degelijk voedsel nog begrepen en gewaarborgd worden door de overheid. De boeren verwachten dat de overheid zorgt voor vrede en veiligheid, een einde stelt aan de pesterijen en instaat voor de noodzakelijke steun en faciliteiten voor de productie van levensmiddelen. Angèle Bahige, uitvoerend secretaris van AIBEF, Bukavu, mei 2012

Een betere oogst dankzij het toepassen van aangeleerde technieken KARIBU 146 I APRIL, MEI, JUNI 2012

13


KANANGA (DR CONGO)

2 vrouwen getuigen Alleen mannen kunnen grond verkrijgen “Ik heb geen eigen lapje grond of een persoonlijke concessie, want het verkrijgen van grond was altijd voorbehouden aan mannen. We hebben een perceel dat we betaald hebben na ons huwelijk maar de documenten werden opgemaakt op naam van mijn man, het is dus zijn eigendom. Dankzij de sensibilisering van CMBT rond de wetten die nu gereviseerd worden om conform te zijn aan het artikel 14 van de grondwet (over de gelijke rechten voor man en vrouw) weten we dat een vrouw haar grond mag kopen op haar eigen naam. Om van dit recht te genieten, moeten we ervoor pleiten dat de staat de herziening van de familiecodex versnelt en de maatregelen voor het verkrijgen van grond door een vrouw versoepelt. Vandaag bewerk ik velden in conces-

14

sies van particulieren, die daar geld voor vragen. Mijn salaris van adjunctdirectrice laat niet toe de familiale kosten te dekken. In ons OF ben ik lid van de ‘tontine’ (een spaarsysteem) van de coöperatieve van aankoop en verkoop en werk ik op het gemeenschapsveld. Ik spaar geld door maniok- en bonenbladeren als specerij te verkopen in de ‘tontine’. In de coöperatieve ontvangen we om de veertien dagen maïs en gezouten vis op krediet, die we na een week terugbetalen.” Marie José Mvidie, adjunct-directrice van een lagere school, gehuwd en moeder van 11 kinderen, ondervoorzitster van OF Tujukayi van de St. Paulus parochie in de gemeente Lukonga, in Kananga.


De concessies van onze voorouders zijn in gevaar “De grondwet van de D.R. Congo stipuleert in artikel 36 dat ‘Het werk een heilig recht en plicht is voor elke Congolees’. Ikzelf heb gekozen voor het veld. De Congolese staat moet me helpen te beschikken over de nodige grond om mijn landbouwwerk uit te oefenen. Vandaag ondervinden veel eigenaars van voorouderlijke concessies moeilijkheden door het feit dat de staat, ‘eigenaar van de Congolese grond en de ondergrond’, deze aan vermogende personen verkoopt. Om mijn grond te krijgen, moet ik aanzienlijke onkosten betalen om de juridische eigendomsdocumenten te bekomen. Dat is niet gemakkelijk voor mij. Daarom zijn acties bij ons provinciaal parlement van kapitaal belang. Het is noodzakelijk te bepleiten dat de voorwaarden voor het bekomen van een concessie door een vrouw soepeler zouden gemaakt worden, zodat de landbouwproductie voor families verzekerd kan worden. Elke man en elke vrouw heeft recht op voedsel. Wij, de Bamamu Tabulukayi, hebben geleerd hoe we onze gezinnen kwaliteitsvol voedsel kunnen geven en ondernemen inkomstgenererende activiteiten. We hebben landbouw, een tuintje op ons perceel, een moestuin, en fokken kleinvee. We bedrijven kleinhandel en vervaardigen fruitsappen, broden en ambachtelijke zepen. Persoonlijk kweek ik maïs, maniok, aardnootjes, boontjes en rijst, volgens het seizoen. De oogst dient om mijn familie te voeden maar ook om het schoolgeld van mijn kinderen te betalen. Ik heb een voorraad maïs en maniok in mijn graanschuurtje. De overschot van de productie van ons

gemeenschappelijk veld wordt opgeslagen in de graanbank van CBMT om goed zaad te hebben in de zaaiperiode. In mijn perceel heb ik een groentetuin en enkele kippen. Zelfs als het de hele dag hard regent, heb ik het nodige thuis: ik heb altijd een voorraad bloem en met een regenscherm ga ik groenten plukken in de tuin. Ik kan de eieren van de kippen nemen en mijn gezin hoeft zich geen zorgen te maken.” Katshiena Marie, landbouwster, voorzitster van de groep OF (Organisation des Femmes) Tuende Dikasa Dimue (wat betekent: “Laten we stappen met gelijke tred”) van de St. Thomas parochie, in de gemeente Lukonga in Kananga.

KARIBU 146 I APRIL, MEI, JUNI 2012

15


BURKINA FASO

GEEN BOER ZONDER GROND Op het platteland is voedselzekerheid enkel mogelijk wanneer landbouwgezinnen over voldoende grond beschikken. Vandaag is grond geen evidentie meer, onder meer omwille van de vlug stijgende demografie. Kinda Yiyandé, van de Wendin Songdé Vereniging (AWS), partner van KBA in de provincie Bam in Burkina Faso, geeft aan dat de voedselvoorziening niet meer verzekerd is. De vereniging heeft verschillende oorzaken vastgesteld van de voedselonzekerheid die de bevolking bedreigt. Er is ten eerste het klimaat, met onvoldoende regen en de slechte verspreiding ervan in tijd en plaats, gepaard aan de voortschrijdende woestijnvorming. Daarnaast zijn de gronden gedegradeerd, geërodeerd, weggespoeld en arm. Verder beheersen de boerengezinnen onvoldoende aangepaste landbouwtechnieken, wat te wijten is aan ongeletterdheid en het gebrek aan materiële en financiële middelen. Tenslotte kadert dit alles binnen een zeer snelle groei van de bevolking.

En de boer zag dat het goed was…!

Organisatie in groepen Als strategie om in actie te komen tegen deze situatie van voedselonzekerheid, heeft de Wendin Songdé vereniging ervoor gekozen de landbouwers uit te nodigen om samen te werken in groepen, wat toelaat hen beter op te leiden en te begeleiden op het terrein. Zo heeft zij zich vandaag speciaal gericht op de dertig groepen die lid zijn van haar organisatie. Deze hebben hun vertrouwen geschonken en hebben aanvaard de lidkosten van vijfduizend fcfa (7,62 euro) te betalen, evenals de jaarlijkse bijdrage van duizend fcfa (1,52 euro). De leden zoeken samen oplossingen voor specifieke problemen. Het is uit die ontmoetingen dat de noodzaak bleek om de bekwaamheden van de leden te versterken, want zonder kennis en know-how, is er geen vooruitgang. Degenen die de vormingen volgen, geven dit door aan de andere leden van de groep. Het beschikbare materiaal binnen de groepen is ook belangrijk. Het gaat om een kleine kar, twee houwelen, een gaffel en twee schoppen. De leden van de

Wendin Songdé is een landbouwvereniging die het leven zag in 2000. Zij telt vandaag meer dan 2.500 leden uit dertig groepen. Zij doet aan sensibilisatie, vorming en mobilisatie van de leden voor een daadwerkelijke deelname aan de economische, sociale en culturele ontwikkeling, vulgariseert agro-pastorale technieken, fokt pluimvee in dorpen, omkadert activiteiten van vrouwen… 16


De zaï techniek: er worden kleine kuilen gegraven waarin compost wordt gelegd. Wanneer de regen valt, zaait men in die kuilen. De zaï laat toe de vochtigheid lang genoeg te behouden. groepen kunnen hiervan gebruik maken voor landbouwwerk zoals het opmaken van composthopen, het transport van de compost, herbebossing en zo meer.

Versterken van vaardigheden Dankzij het partnerschap met KBA is er alfabetisering van start kunnen gaan tussen 2004 en 2007. Negen centra voor alfabetisering begeleiden mannen en vooral vrouwen. De groepen hebben ook vormingen gehad rond foktechnieken van kleinvee en landbouw. Dankzij die vormingen en het materiaal, hebben de groepen de opbrengst van hun oogsten aanzienlijk kunnen verhogen. Degenen die vroeger 400 kg gierst per hectare oogstten, kunnen nu tot 1.5 ton per hectare oogsten. De activiteiten helpen vrouwen de kwaliteit van het dagelijks voedsel te verbeteren én brengen inkomsten op voor de vrouwen, wat belangrijke is voor de scholing van de kinderen of in geval van gezondheidsproblemen.

Van wie is de grond? De grond is eigendom van de staat, volgens de teksten over de hervorming van

de landbouw en dat wordt gecontroleerd op het niveau van de gemeenten met de verdeling van de woonpercelen. In de dorpen blijven voorouderlijke eigendommen bestaan. Elke gebruiker getuigt dat de grond aan zijn ouders of verre voorouders toebehoort. De grondproblemen zijn talrijk en er zijn frequent conflicten. Vroeger waren er niet veel problemen wat de grond betreft maar vandaag, met een bevolking die jaar na jaar stijgt, dwingt het tekort aan grond sommige families zich te verplaatsen naar andere streken, op zoek naar vruchtbare gronden om hun familie te voeden. Daarnaast worden gronden ook frequent verkocht en dat komt door de armoede. Men verkoopt een stuk grond om over de middelen te beschikken om een huisje te bouwen, de familie te voeden of voor scholing van de kinderen. Het is jammer vast te stellen dat sommige gezinnen, nadat zij hun grond hebben verkocht, geen landbouwwerk meer kunnen verrichten en dus hun voedingsbron verliezen. Kinda Yiyandé, voorzitter van AWS, Kongoussi, mei 2012 KARIBU 146 I APRIL, MEI, JUNI 2012

17


Omdat iedereen recht

Ik kweek maïs, maniok, aardnootjes, boontjes en rijst, volgens de seizoenen. De oogst dient om mijn familie te voeden en om het schoolgeld van mijn kinderen te betalen. Als lid van de vereniging CBMT, wordt de overschot van de productie opgeslagen in de graanbank om ons toe te laten ook te consumeren in de overgangsperiode en het goede zaad te hebben in de zaaiperiode”. Katshiena Marie

18


heeft op voeding Wanneer leerde u voor het laatst iets dat uw leven veranderde? KBA investeert in vormingsprojecten voor volwassenen in Afrika. Lokale partners en hun leden krijgen de mogelijkheid om hun competenties te verhogen en hun kennis en ervaringen gericht door te geven binnen de gemeenschap. Zo leren mensen bijvoorbeeld technieken waarmee ze hun oogst kunnen verhogen en hun gezin voeden. In elk project leren mensen iets bij dat hun leven verandert. Vindt u ook dat elk mens de mogelijkheid moet hebben zijn gezin te voorzien van voldoende, gevarieerde en kwaliteitsvolle voeding en zelfstandig zijn ontwikkelingsproces in handen te nemen? Gebruik dan het overschrijvingsformulier in deze KARIBU voor een gift. Wij engageren ons ertoe dat uw gift levens verandert. Dank u!

Uw engagement voor Afrika kan blijven bestaan! KBA is een vzw die gemachtigd is legaten en schenkingen te ontvangen voor haar vormingsprojecten in Afrika. U kan KBA opnemen in uw testament of gebruik maken van een duolegaat. Dat is een schenking per testament aan de person(en) van uw keuze en tegelijkertijd aan een erkende vzw zoals KBA. U steunt dus de projecten van KBA en KBA zal de erfenisrechten betalen van de persoon die uw schenking krijgt! (Die kunnen oplopen tot 65%).

Gezien het erfrecht een ingewikkelde materie is, raden wij u aan een notaris te raadplegen die u een advies zal geven dat het best beantwoordt aan uw wensen. U kan ook altijd contact opnemen met Bernadette Zubatse, directrice van KBA, voor meer informatie! KARIBU 146 I APRIL, MEI, JUNI 2012

19


In de wijken van Bukavu zien de mensen geen verandering

20


ZUID-KIVU (DR CONGO)

na de verkiezingen = vÓÓr de verkiezingen Zes maanden na de verkiezingen in de DR Congo maakt Jean Moreau Tubibu van KBA-partner Groupe Jérémie (Bukavu) een analyse op basis van reacties die hij opving. Wat vooraf ging: Zuid-Kivu verwelkomde de organisatie van de nationale verkiezingen in november 2011. De resultaten werden door de oppositiepartijen betwist omwille van ernstige onregelmatigheden, vastgesteld door zowel de nationale als de internationale waarnemers. Ondertussen is het land weer voor vijf jaar vertrokken met dezelfde president maar het parlement en de regering zijn veranderd.

Geen verandering “Na de verkiezingen, is alles precies zoals vóór de verkiezingen”, zeggen talrijke burgers van Bukavu en van het binnenland, die een beetje teleurgesteld zijn. ‘Hatuoni kitu’, vertaalt zich als ‘we zien

De meningen zijn verdeeld. Sommigen zijn tevreden dat hun verkozenen in het parlement zetelen

helemaal niets speciaals, geen enkele verandering’. De eerste minister werd benoemd en voorgesteld aan de Nationale Vergadering en aan de senaat. Hij heeft ook zijn programma voorgesteld, “een kopie van dat van 2006 maar zonder tijdschema of budget”. In het parlement heeft de MP een eigen oppositiefractie opgericht, om de echte opposanten te destabiliseren. Toch begint er een parlementair debat te ontstaan, de opinies van de verkozenen worden bediscussieerd en het volk wacht op de debatten over de sociale aangelegenheden… Bagalwa C., 35 jaar, verantwoordelijke van de landelijke kern van de civiele maatschappij van Kaziba, op 45 km. van Bukavu, bevestigt dat “na alle electorale herrie, zoals bij de verkiezingen van 2006, alles weer normaal [is] geworden. De burelen van de politieke partijen zijn verdwenen, omdat sommigen de huurprijs niet meer konden betalen. Andere partijen kenden een ‘plotse dood’, vermits de mislukking bij de verkiezingen meteen ook het uiteenvallen van hun militanten en opportunistische leiders met zich meebracht. Maar de bevolking heeft haar wraak gehad want zij heeft de luie en demagoge politici afgestraft”. Deze opinie wordt door velen gedeeld. De legislatuur 2006 heeft door een gebrek aan verantwoordelijkheidszin niet KARIBU 146 I APRIL, MEI, JUNI 2012

21


De vorming van nationale waarnemers is onontbeerlijk voor de lokale verkiezingen kunnen overtuigen en de tijd was vlug verstreken, zodat zij verrast werden om plots opnieuw de stem van hetzelfde volk te heronderhandelen.

Of toch? Bij de intellectuelen van de organisaties van de civiele maatschappij (ODCI) van Zuid-Kivu, zijn er burgers die deze door teleurstelling gekleurde visie relativeren. Zij spreken van vooruitgang, ook al is die zeer magertjes. Gislain Murhola, 30 jaar, inwoner van Bagira, is van oordeel dat “ondanks de traagheid bij het begin van de benoeming van de actoren (ministers, leden van het bureau en parlementaire commissies en de vestiging van die instellingen), werd de keuze van het volk geëerbiedigd. Het zijn onze gekozenen die zetelen in het parlement. Ook werden sommige daders of medeplichtigen van bedrog op basis van de kieswet aangegeven en aangehouden door het gerecht.” Madeleine Bwenge, even voorbij de 50, verantwoordelijke van een plaatselijke organisatie die zich inzet voor de bescherming van het milieu en de herbe22

bossing van de kaalgekapte heuvels in de omgeving van Bukavu, bevestigt dat. Ook al werd bij deze verkiezingen onvoldoende rekening gehouden met de vrouwen “heeft de D.R. Congo een nieuwe eerste minister met een regering van technocraten en heeft deze ploeg een politiek programma voorgesteld. Dat is als iets positief. Wij, vrouwen, moeten nu nog eerbied afdwingen voor de bepalingen van de wet m.b.t. pariteit op de kieslijsten”.

De bevolking ontwaakt In de “Quado” in Ibanda, ooit een taxistation, nagelaten door de kolonie, lopen de opinies uiteen. Balemba K., 33 jaar, onderwijzer en landelijke animator, die een oud hemd aan het zoeken was in de gebruikte kleren, bevestigt dat “hij blind zou zijn de toeloop van de mensen niet te erkennen die met hun stem bepaalde gekozenen wilden belonen of afstraffen. Positief is ook dat er nieuwe figuren gekomen zijn om degenen te vervangen die dachten herkozen te worden door het uitdelen van kleine sommen geld en bier”. Kabonwa M. Bénite, een grootmoeder die leeft in de rurale groep van Butuzi te


Kaziba, verklaart dat “het positieve erin bestaat dat ook wij, het gewone volk, de bedriegers van de verkiezingen hebben ontdekt en verworpen. De bevolking ontwaakt en wil verantwoordelijkheden toevertrouwen aan degenen die hun levenslot delen”.

Positief is ook dat er nieuwe figuren gekomen zijn om diegenen te vervangen die dachten herkozen te worden door het uitdelen van kleine sommen geld en bier

De uitdagingen Aan de top van de grootste wetgevende instelling van het land, het Congolese parlement, functioneren twee kamers. De ene is wettelijk en legitiem, want samengesteld uit verkozenen, en de andere is de wettelijke Senaat, waarvan het volk de legitimiteit betwijfelt, want de leden ervan cumuleren reeds een mandaat zonder hiervoor de steun van het volk te hebben gekregen. Hetzelfde scenario speelt zich af op het niveau van de provinciale parlementen, waar de gekozenen van 2006 hun emolumenten blijven ontvangen, onder het mooie voorwendsel van een gebrek aan fondsen om nieuwe provinciale verkiezingen te organiseren. Meer en meer stemmen binnen de OSCI eisen het koppelen van de twee nog te organiseren verkiezingen: de provinciale en de lokale. Er zijn echter signalen dat het regime zich hieraan zou onttrekken en deze voor onbepaalde tijd uitstellen. Een andere uitdaging van formaat be-

staat erin fondsen te vinden - en goed te beheren - om die stembusgang(en) te organiseren, onder toezicht van onafhankelijke waarnemers. De ervaring toont aan dat zonder de druk van de internationale waarnemers, die de verslagen van de nationale waarnemers, de kerken en andere organisaties van het civiel middenveld steunden, het regime de aan het licht gebrachte fraude geminimaliseerd zou hebben.

De duivel van de onveiligheid Hij steekt weer de kop op. In Noord-Kivu met Walikale, Masisi…, in Zuid-Kivu met Fizi, de Hoge en Midden Hoogvlakten, Shabunda, Bunyakiri, Nindja… zijn er duizenden interne verplaatste personen zonder enige sociale bijstand op de weg van de dood gezet. Alles lijkt in brand te schieten en de Congolese gewapende machten zijn verzwakt door een gebrek aan discipline en eenheid in de bevelvoering, bovenop invallen van gewapende groepen uit Rwanda (FDLR) en Burundi (FNL), die dorpen in mijngebieden overnemen.

De democratie verstevigen Het doel blijft de organisatie van provinciale en lokale verkiezingen. Hierdoor zal het volk zich kunnen voorzien van leiders die hen nabij staan. De wortels van de democratie moeten versterkt worden en daarvoor is de actieve deelname van de bevolking nodig en moet de vrees voor onthoudingen verminderen, want die houdt het risico in dat de tijdelijke benoemingen aan het hoofd van de provinciale instellingen (burgemeesters, gemeenteraadsleden en hun colleges van raadgevers en provinciegouverneurs) gewoon blijven voortduren. Jean Moreau Tubibu, Groupe Jérémie, Bukavu, mei 2012 KARIBU 146 I APRIL, MEI, JUNI 2012

23


BURUNDI: 50 JAAR ONAFHANKELIJK

Burundi zou het ‘Afrikaans Zwitserland’ kunnen zijn… De 50ste verjaardag van de onafhankelijkheid van Burundi is voor de Burundezen een kans om een echt gewetensonderzoek te doen. De balans lijkt eerder mager. De Burundezen hebben de bestemming van hun land in handen genomen hebben, na het vertrek van de blanken. Maar van een werkelijke onafhankelijkheid zijn we nog veraf. Op alle domeinen (politiek, economie, opvoeding, godsdienst) hangt Burundi nog steeds af van het Westen waarvan het land op een onhandige manier het model probeert te kopiëren. Wanneer een land economisch grotendeels afhangt van buitenlandse hulp en dat deze hulp geconditioneerd wordt door wat de geldschieters zeggen, en wanneer een buurland bij u de wet komt stellen, dan zie ik niet waar de onafhankelijkheid is.

Abbé Michel Kayoya : « Ik heb nooit geleerd te houden van mijn volk » De eerste vrije verkiezingen van 1993, met de verkiezing van president Mel­ chior Ndadaye, betekenden een grote hoop voor het Burundese volk. Spijtig genoeg werd die ontluikende democratisering in de kiem gesmoord. Een burgeroorlog van meer dan 10 jaren heeft het land in rouw gedompeld. Uiteindelijk hebben de Burundezen zich aan de onderhandelingstafel gezet om zich op de weg van de democratie te zetten. We kunnen ook de beslissing toejuichen rond gratis lager onderwijs en gratis gezondheidszorg voor zwangere vrouwen. Dat is een hele stap vooruit ten aanzien van de discriminaties van het verleden. Ook appreciëren we de vrijheid van meningsuiting die tot stand kwam, ook al is die nog niet perfect.

0 5 De balans houdt ook dertig jaar van discriminatie en van uitsluiting in, onder een dictatoriale macht geleid door een burgerlijke en militaire oligarchie. Deze periode werd gekenmerkt door de gruweldaden van de genocide en andere misdaden tegen de mensheid, bedreven door Burundezen tegen andere Burundezen. Wat nog de negatieve balans van die 50 jaar tekent, is het slecht bestuur en het ontbreken van een werkelijk samenlevingsproject voor de gewone mens (Banyarucari), wat we zouden kunnen samenvatten in de harde zin van

24

Vandaag houdt de toekomst van Burundi veel onzekerheden in en risico’s van oplaaiend geweld. Zonder het Zwitsers model te willen idealiseren, is dat het model dat ik voor mijn land voorstel. Joseph Ntamahungiro, oud Algemeen Directeur van de Burundese Radio en Televisie (RTNB) en oud Hoofdraadgever bij de president van de Republiek, Brussel, mei 2012.


Herboren worden Mocht het mij gegund worden, mijn broer,

Losbarst van op de velden,

Herboren te worden

Van in de straten

Vanuit de warme buik van mijn moeder

Waar de moeders neuriën

Op een stuk grond…ergens

Wiegeliedjes

Zou ik,

Die de kleintjes doen inslapen

Ja, zou ik willen herboren worden

Zoals ze mij hebben doen inslapen

In Burundi!

In mijn kinderjaren Destijds

Niet in een knarsend land Waar partijen, neuzen en grootte Recht naar de strijd leiden Waar in de schaduw de dood rondsluipt

Mocht het mij gegund worden, mijn vriend,

Waar corruptie mode wordt

Mijn kinderjaren te herbeleven

Waar de zon verlicht

Gewiegd door de citer van grootvader

Het brommig gelaat

En de verhalen rond het vuur

Van de verkozenen die zich

Ik zou

Een te kleine taart betwisten

Ja, ik zou altijd willen herboren worden

En kinderen in lompen

In Burundi!

Slapend in karton Met hun handen

In dit land dat IMANA schiep

Hun buik samenknijpend.

In een opwelling van welwillendheid Feestend in de dans

Mocht het mij gegund worden, mijn zus,

Vijftig jaar ‘indépendance’

Mijn eerste kreet te laten

Dit land dat het mijne is

In de verwelkomende handen

Dat van u is en van ons

Van een attente vroedvrouw

Dit Burundi, mijn broer

Zou ik,

Dit Burundi, mijn zus

Ja, zou ik nog willen herboren worden

Dit Burundi, mijn vriend

In Burundi!

Waar het gemeenschappelijk verleden De diepe wortels heeft bedolven

In een vredevol land

Van onze gemeenschappelijke toekomst

Waar dromen mogelijk is

‘In-dépendance?’ Dans…dans !!!

Waar het dichte groene woud Onder de intens mooie blauwe hemel

Marie-Louise Sibazuri

Geen gevaren meer oproept Waar de schaterlach van de kinderen

KARIBU 146 I APRIL, MEI, JUNI 2012

25


50 jaar onafhankelijk Wat valt er te feesten ?

Er is niets te vieren van die 50 jaar. Ik heb mijn vader nooit gekend en mijn moeder is gestorven toen ik nog jong was. We zijn wezen gebleven. Mijn broers hebben mij verteld dat mijn vader vermoord werd tijdens de genocide van de hutu’s in 1972. Gedurende die 50 jaren hebben de Burundezen onophoudelijk burgeroorlogen gekend. Antoine Habonimana, geboren in 1972 in Nyakabiga (Bujumbura), chauffeur

In de eerst plaats het feit dat de Burundezen vrij zijn iets te verwezenlijken. Mathilde Hatungimana, geboren in 1984 te Ruyigi op de heuvel van Gasanda

Ons land is soeverein. Het wordt door de Burundezen zelf bestuurd. De zweep van de kolonisator is afgeschaft. Als je het ontwikkelingsniveau van de koloniale periode vergelijkt met dat van nu, dan zijn er veel verwezenlijkingen geweest tijdens die 50 jaar. Emmanuel Ntibayazi, geboren in Bururi in 1960, bewaker

Met deze 50 jaar vieren wij de autonomie van het sociaal politiek bestuur van ons land. Het zijn de zonen en dochters van de natie die het land beheren. Het is overgeschakeld van paternalisme naar partnerschap met zijn vroegere voogden. Francine Harerimana, geboren in Bururi in 1984, studente

Aan welke positieve verwezenlijkingen kan je denken?

De verkiezing van onze gezagdragers door het algemeen kiesrecht. Mathilde Hatungimana, geboren in 1984 te Ruyigi op de heuvel van Gasanda

26


Met de Akkoorden van Arusha engageerden de Burundezen zich om samen te leven in vrede en om rechtvaardig de goederen van het land te verdelen, zonder etnische uitsluiting. De defensie- en veiligheidscorpsen zijn nu inclusief. Ook heeft de komst van de democratie aan de Burundezen het recht gegeven om hun vertegenwoordigers te kiezen. Emmanuel Ntibayazi, geboren in Bururi in 1960, bewaker

De bouw van scholen, wegen, ziekenhuizen, gevangenissen, tribunalen. Het gratis onderwijs en de gratis medische zorgen voor kinderen onder de 5 jaar en zwangere vrouwen. Antoine Habonimana, geboren in 1972 in Nyakabiga (Bujumbura), chauffeur

Het terugkeren van vluchtelingen. Er is vrede en de jacht op mensen bestaat niet meer. Concilie Kwizera, Gitaga, boerin

Eerst en vooral het terugwinnen van de nationale soevereiniteit. Het was vernederend een volk te zien, beroofd van zijn vrijheid en autonomie om beslissingen te nemen. Ten tweede, de relaties die Burundi onderhoudt met verschillende staten, te beginnen met die van Oost en Centraal Afrika. Rémy Nahimana, geboren in Ngara in 1944

Welke negatieve elementen kun je vernoemen?

De etnische uitsluiting heeft veel geweld en schandelijke interetnische moordpartijen teweeggebracht. De vrede en de gerechtigheid laten te wensen over. De armoede neemt toe. Judith Ndabahagamye, gemeente Kanyosha (Bujumbura), geboren in 1946, leerkracht op pensioen KARIBU 146 I APRIL, MEI, JUNI 2012

27


Gewapende diefstallen en het vermoorden van albino’s. Stany Kenese, landbouwer, Gitega

Het volk leeft in angst en er zijn corrupte gezagdragers die de bevolking uitbuiten. De burgers leven in onwetendheid. Jean de Dieu Mboninyibuka, geboren in Kanyosha in 1994, student

Het tekort aan gekwalificeerde onderwijzers voor al de scholen, de verrijking van de gezagdragers en het leven dat vandaag erg duur is. Antoine Habonimana, geboren in 1972 in Bujumbura, Wijk Nyakabiga, chauffeur

De val van de monarchie heeft het land naar etnische verdeeldheid geleid. Het gebrek aan goed bestuur en aan een rechtstaat hebben in het land geleid tot etnische moordpartijen. Emmanuel Ntibayazi, geboren in Bururi in 1960, bewaker

Het niveau van de sociale en economische ontwikkeling laat nog te wensen over. Ook zijn er politici die de waarden van de democratie nog niet geïntegreerd hebben. Joachim Ndaruzenze, geboren in 1979 te Shombo-Karusi, student

Is het land vandaag onafhankelijk?

Het antwoord is dubbel. Aan de ene kant wel, want het wordt bestuurd door zijn eigen dochters en zonen. Aan de andere kant, op het economisch vlak, is het land niet onafhankelijk want het leeft in grote mate van hulp en subsidies van het buitenland. Dit beperkt de beslissingsmacht, zelfs voor de binnenlandse politiek. De landen die economisch helpen hebben de neiging voor te schrijven wat er moet gedaan en niet gedaan worden. Francine Harerimana, geboren in Bururi in 1984, studente

28


Ons land is niet echt onafhankelijk omdat er geen gerechtigheid is en geen respect voor andere opinies. De gecorrumpeerden hebben de kolonialen vervangen. Sinds de algemene verkiezingen van 2010, die door de oppositie betwist werden, leeft Burundi in een cyclus van nieuw geweld. Jean de Dieu Mboninyibuka, student, geboren in Kanyosha in 1994

Wat moet er gebeuren om een Burundi op te bouwen waar het goed is om te leven ?

Er moet er werkelijke sociale rechtvaardigheid komen en het gerecht moet onafhankelijk zijn. De politieke partijen moeten vrij en eerlijk kunnen functioneren. De leiders moeten de rechten en plichten van de burgers respecteren. De burgers moeten de rechten van de anderen respecteren en hun plichten tegenover de natie nakomen. Judith Ndabahagamye, gemeente Kanyosha, geboren in 1946, leerkracht op pensioen

Het instellen van een goed bestuur en het creëren van jobs voor Burundese jongeren in verschillende sectoren maar vooral in de landbouw die de basis is van de economie in Burundi. Antoine Habonimana, geboren in 1972 in Bujumbura, Wijk Nyakabiga, chauffeur

Er moet een strikte opvolging zijn van de engagementen. Het ontbreekt niet aan goede projecten maar de vruchten moeten de belofte van de bloemen inhouden. De politici die het land ontvlucht hebben, zouden terug naar de schaapstal moeten komen om samen het geliefde vaderland op te bouwen. Joachim Ndaruzenze, geboren in 1979 te Shombo-Karusi, student

29


KBA

RESULTATENREKENING Dank zij de giften van haar sympathisanten en de toegekende subsidies, heeft KBA gedurende het jaar 2011 haar missie in Afrika kunnen realiseren. De cijfers en de grafiek hieronder geven rekenschap van het gebruik van de beschikbare financieringen waarvan 81% voor de projecten in Afrika. Wij hoopten op een belangrijkere medefinanciering van de staat. We hebben moeten putKBA - UITGAVEN 2011

ten uit onze reserves. Om die reden vertoont de balans 2011 een verlies van 38.054,00 euro. De rekeningen van KBA zijn gecontroleerd door de heer Baudouin Theunissen, Commissaris/bedrijfsrevisor van het Bureau Crowe Horwath, Callens, Pirenne, Theunissen & C° nr. 0427.897.088 - Lidnummer: B00003.

KBA-INKOMSTEN 2011

Structuurkosten

33.677 e

Privé giften

89.117 e

Noordluik *

13.103 e

Gift 11.11.11

18.720 e

Zuidluik **

253.329 e

Uitzonderlijke kosten TOTAAL

13.541 e 313.650 e

Subsidies Diverses inkomsten TOTAAL

162.162 e 5.597 e 275.596 e

* Noordluik : Activiteiten voor Ontwikkelingseducatie (Tijdschrift KARIBU) & Website) en Fondsenwervingsactiviteiten ** Zuidluik : Projecten in Congo en Burundi

KBA - UITGAVEN 2011 Structuurkosten; 33.677€; 11%

Uitzonderlijke kosten; 13.541€; 4%

KBA - INKOMSTEN 2011 Gift 11.11.11; 18.720€; 7%

Noordluik; 13.103€; 4%

Zuidluik; 253.329€; 81% 30

Diverse inkomsten; 5.597€; 2% Privé giften; 89.117€; 32%

Subsidies; 162.162€; 59%


KBA investeert in de vorming van lokale partners rond vijf thema’s: familiale landbouw en voedselzekerheid, democratie en mensenrechten, conflictpreventie en vredesopbouw, opvoeding van jongeren en empowerment van vrouwen. KBA staat voor een eerlijke, open en diepgaande partnerrelatie, vanuit gelijkwaardigheid en dialoog. KBA staat ook voor een integrale benadering van de mens en van de gemeenschap: economische, sociale, politieke, culturele en spirituele aspecten krijgen een plaats.

PARTNERwerking

KBA is een door de overheid erkende NGO van internationale solidariteit gespecialiseerd in het versterken van de Afrikaanse civiele maatschappij. Lokale partners en hun basisgroepen krijgen de mogelijkheid om via opleidingen hun competenties te verhogen en hun kennis doeltreffend aan anderen door te geven. KBA werkt rechtstreeks en op basis van wederkerigheid samen met lokale Afrikaanse organisaties.

ACTIES in het Noorden

ACTIES in het Zuiden

KBA

Alles over K BA op www.kba-fon caba.be

De projecten: • zijn aangepast aan de culturele eigenheid van de lokale bevolking • stimuleren een democratische cultuur • creëren zelfredzaamheid • versterken de empowerment van de vrouw • dragen zorg voor het ecologisch systeem • worden niet opgelegd maar ontstaan vanuit de lokale bevolking

KBA neemt deel aan de ontwikkelingseducatie rond de Noord - Zuid problematiek en sensibiliseert geïnteresseerden, sociale organisaties en sympathisanten rond het belang van het duurzaam versterken van mensen en groepen in het Zuiden op basis van een eerlijke dialoog. KBA neemt actief deel aan campagnes van de Noord-Zuid beweging, 11.11.11 en CNCD zoals de actie rond de milleniumdoelstellingen, geeft advies (vooral over Centraal – Afrika) en brengt de thema’s onder de aandacht in het magazine KARIBU en via de website.

En u? KBA steunt voor een deel van het vormingswerk met Afrikaanse partnerorganisaties op giften. KBA dankt u 1000 x daarvoor! FINTRO: BE 94 1430 6786 22 14 (Voor giften van 40 euro of meer ontvangt u een fiscaal attest). KARIBU 146 I APRIL, MEI, JUNI 2012

31


KARIBU is het tijdschrift van de vzw KBA en verschijnt vier maal per jaar. Abonnement: Wordt gratis verstuurd naar alle geïnteresseerden

KBA is een door de overheid erkende NGO gespecialiseerd in het versterken van de capaciteiten van het maatschappelijk middenveld in Afrika. KBA kiest voor vormingsprojecten en directe samenwerking met lokale partners. Zo bereiken de projecten duurzame resultaten KBA reikt instrumenten aan zodat mensen zelfstandig hun ontwikkelingsproces in handen kunnen nemen.

Redactie: M-Bernadette Zubatse Luc Bonte Ruth Lamers Dries Fransen Jean Lefèbvre Marc Verschoore Adres: Vooruitgangstraat 333/03 B-1030 - Brussel tel.: 02 201 03 83 fax: 02 205 17 39 e-mail: info@kba-foncaba.be website: www.kba-foncaba.be Verantwoordelijke uitgever: M-Bernadette Zubatse (Vooruitgangstraat 333/03 - 1030 Brussel) Foto’s: KBA, AIBEF, APRODEPED, RODHECIC, WENDIN SONGDE Opmaak en druk: De Riemaecker Printing bvba www.deriemaecker.be

De inhoud van de gepubliceerde artikels geeft niet noodzakelijk de opinie weer van het KBA. Dit tijdschrift wordt gedrukt op gerecycleerd papier. Cette revue paraît aussi en français.


Karibu 146 Nederlands