Issuu on Google+

4

December 2011

VEMW is hét kenniscentrum en dé belangenbehartiger voor zakelijke energie- en watergebruikers.

VEMW Journaal

Roy Tummers: ‘Ik wil leden stimuleren om met hun vragen en issues te komen’ pagina 8

“Streep door leveranciersverplichting”

In dit nummer o.a.

Nederlandse elektriciteitsbedrijven zijn groot voorstander van de door henzelf geopperde ‘leveranciersverplichting’. Logisch, want vooral voor bedrijven met kolengestookte energiecentrales is makkelijk aan deze ‘groenestroomverplichting’ te voldoen en zorgt het voor extra inkomsten. Gewoon wat biomassa meestoken en de groencertificaten stromen binnen. Door de grote hoeveelheid certificaten die zij op die manier verkrijgen hebben zij vervolgens een machtspositie op de ‘groencertificatenmarkt’. Zij kunnen ervoor kiezen deze certificaten strategisch in te zetten, bijvoorbeeld door ze gewoon in de zak te houden. Een eventuele boete nemen ze dan voor lief. Die kunnen ze eenvoudig bekostigen uit de gestegen elektriciteitsprijs voor de consument. De leveranciersverplichting is geen goede oplossing om duurzaamheid te bevorderen en kost de consument onnodig veel geld. VEMW wil een streep door deze plannen en presenteerde, in aansluiting op haar ‘Beleidsvisie Duurzame Energie’, haar ‘Standpunt Leveranciersverplichting’. Lees verder op pag 6

En verder in dit nummer

2 Gaskwaliteit blijft aandacht VEMW vragen 3 Afnemer dupe van zwakke positie NMa

Afnemer dupe van zwakke positie NMa Brussel eist een onafhankelijke toezichthouder. Nederland vaart echter haar eigen koers. VEMW vindt de positie van de NMa niet goed geregeld in het huidige wetsontwerp van EL&I. pag 3

Grondwaterbelasting eindelijk van tafel ‘Milieumaatregel‘ blijkt ordinaire lastenverzwaring voor een handjevol bedrijven. Eindelijk komt er een einde aan deze marktverstorende belasting. pag 10

4-5 Grondwaterbelasting eindelijk van tafel

8-9 Roy Tummers – nieuwe VEMW Directeur Water

6-7 “Streep door leveranciersverplichting”

10 FD Energiedebat 11 Column Spoor

Hoogleraar ‘Consument en Energie’ benoemd Kamerlid Van den Akker verstond zijn vak 12 Nieuw VEMW-lid Verenigingsnieuws VEMW


Tips

Actueel

Gaskwaliteit blijft aandacht VEMW vragen De verandering van de aardgaskwaliteit wordt nu wel héél concreet: - de eerste LNG-tanker arriveerde afgelopen zomer op de Maasvlakte - het invoeden van groen gas gebeurt steeds vaker - de Nordstream pipe werd op 9 november officieel in gebruik genomen en - eind 2012 komt er Nordstream-gas naar Nederland Tijd dus om de regulering hierop aan te passen. VEMW wilde voor hoogcalorisch gas (H-gas) een ministeriële regeling (MR). Tweede Kamerlid Paulus Jansen (SP) diende een motie van die strekking in om dit te bereiken. Hoewel er veel sympathie in de Tweede Kamer was voor deze motie is deze helaas toch verworpen door VVD, CDA en PvdA. Dit betekent dat de kwaliteitsspecificaties van H-gas zeer breed blijven. Lidbedrijven met een directe aansluiting op dit net, die bilateraal onderhandelen met GTS, lopen hierdoor tegen praktische vragen op. VEMW heeft daarom een werkgroep H-gas opgericht om hen met raad en daad bij te staan. Voor laagcalorisch gas (G-gas) is VEMW nadrukkelijk betrokken bij de consultaties voor de overgangsperiode (2011-2021) en de periode daarna. De verwachting is dat al het aangeboden

aardgas in Nederland uiteindelijk van hoogcalorische kwaliteit wordt. Vanaf welk jaar en of dat gefaseerd zal gebeuren is nog onduidelijk. VEMW dringt aan op éénmalige ombouw en vervanging van installaties, zoveel mogelijk aansluitend op onderhouds- en investeringscycli. Het invoeden van groen gas vraagt om een herziening van de Gaswet. De rol en de taken van de regionale netbeheerders veranderen. Zij zullen nadrukkelijk een rol moeten krijgen bij het faciliteren van invoeding en het bewaken van de kwaliteit. Ook deze ontwikkeling vraagt de aandacht van VEMW. Meer informatie over de verandering van de gaskwaliteit, en de VEMW-acties met betrekking tot dit onderwerp, vinden leden op het Ledennet onder de tab ‘Gas&WKK’‘Aansluiting en transport’- ‘Gaskwaliteit’.

Gas komt niet meer alleen uit Slochteren. De gaskwaliteit verandert hierdoor.

Benut De Stemming! ‘De Stemming!’ is hét VEMW-overzicht van de Nederlandse gas- en elektriciteitsnoteringen. VEMWleden hebben gratis toegang tot deze dagelijkse update. Door deze praktische overzichten krijgt u inzicht in de prijsontwikkeling. Niet alleen van vandaag, maar ook over meerdere jaren.

Particuliere netten Nieuwe wetgeving rondom particuliere netten is in aantocht. Er is nog veel onduidelijk, maar zeker is dat er veel verandert en dat alle bestaande ontheffingen komen te vervallen. VEMW volgt alle ontwikkelingen op de voet en houdt u op de hoogte van relevante ontwikkelingen. Wees u bewust van mogelijke veranderingen. VEMW informeert de leden via nieuwsberichten, haar website en bijeenkomsten.

Vragen? Stel ze aan uw VEMWadviseur Eric Picard: 0348 48 43 70 of ep@vemw.nl

Benchmark weer in aantocht In het eerste kwartaal van het nieuwe jaar ontvangt u zoals gebruikelijk een uitnodiging voor deelname aan de ‘VEMW Benchmark Inkoop Energie’. Met dit prijsvergelijkende energie-onderzoek biedt VEMW u de mogelijkheid uw eigen inkoopprestaties te vergelijken met die van anderen. Deelname van zoveel mogelijk VEMW-leden is hiervoor wenselijk. Hoe meer deelnemers, hoe betrouwbaarder de resultaten, hoe scherper u volgend jaar kunt inkopen. Zelfs als uw inkoopstrategie afgelopen jaar ongewijzigd is, kan het resultaat verschillen en is deelname dus zinvol. Dit wordt het vierde achtereenvolgende jaar dat VEMW de benchmark onder de leden uitvoert. Het aantal deelnemers aan de benchmark groeit elk jaar evenals het totale volume dat in de benchmark is betrokken.

2

“Om een goed beeld te krijgen van je eigen inkoopprestaties raad ik iedereen aan deel te nemen aan de VEMW Benchmark Inkoop Energie! Ikzelf leer daar enorm veel van. Een echte aanrader”. - Joost Ubbens, Procurement Director bij PQ Voor meer informatie neem contact op met uw VEMW-adviseur Eric Picard: 0348 48 43 70 of ep@vemw.nl

VEMW Journaal | December 2011


Opinie

Afnemer dupe van zwakke positie NMa De implementatie van Europese wetten voor de elektriciteits- en gasmarkt op nationaal niveau bevindt zich nu in het politieke besluitvormingsproces. Deze zomer presenteerde het ministerie van EL&I een eerste ontwerp wetsvoorstel om dit zogeheten ‘Derde Pakket’ nationaal vorm te geven. Zo’n drie maanden te laat. VEMW vindt dat de onafhankelijkheid van de nationale toezichthouder niet goed is geregeld in dit eerste voorstel. Dat kan belangrijke consequenties hebben voor de netgebruikers, zoals VEMW-leden. Brussel eist onafhankelijke toezichthouder Volgens Brussel moet een toezichthouder onafhankelijk, onpartijdig, transparant, juridisch gescheiden en functioneel onafhankelijk, van welke organisatie dan ook, zijn. Volgens VEMW is de onafhankelijkheid van de NMa echter niet goed geregeld in het huidige wetsontwerp van EL&I. VEMW stelt : • dat de toezichthouder een onafhankelijke rechtspersoon moet worden. De medewerkers van de NMa zijn nu nog allemaal in dienst van EL&I en dus niet onafhankelijk. • dat de toezichthouder ondergebracht moet worden bij een reguleringsministerie (zoals Justitie) in plaats van – zoals nu – een beleidsministerie (EL&I). • dat de minister geen bevoegdheid moet hebben tot het geven van instructies voor het (tarieven) toezicht zoals in de vorm van beleidsregels. VEMW is verontrust over het voornemen van de regering om het personeelsbestand van de NMa met 50 procent te reduceren. Dit draagt in het geheel niet bij aan de toekomstige rol en verantwoordelijkheden van de toezichthouder, zoals die nu door Brussel aan de lidstaten wordt opgelegd. VEMW heeft haar zienswijze geuit in een brief van 31 augustus 2011. Deze is te downloaden op het VEMW-ledennet onder de tab ‘Gas&WKK’-Wet- en Regelgeving’-’Wetgeving’.

VEMW Journaal | December 2011

3


Resultaat

Grondwaterbelasting eindelijk van tafel Sluiting van vier papierfabrieken en ontslag voor honderden werknemers. Dat is de trieste balans van de effecten van de grondwaterbelasting. Wat ooit in het leven is geroepen als milieumaatregel blijkt een ordinaire lastenverzwaring voor een handjevol bedrijven. In de fiscale agenda van staatssecretaris Weekers is deze lastenverzwaring nu eindelijk geschrapt. De Tweede Kamer stemde hier 17 november mee in. Zodra de Eerste Kamer het voorstel goedkeurt komt er eindelijk een einde aan deze marktverstorende belasting. ‘Milieumaatregel’ Al sinds 2007 bepleit VEMW het schrappen van de grondwaterbelasting. De oorspronkelijke gedachte van de overheid bij deze grondwaterbelasting is dat zij ‘het onttrekken van grondwater wil ontmoedigen’ wat ‘tot spaarzaamheid moet leiden met voorraden die uitputtelijk zijn’. Een uitermate zwak en niet op enige realiteit gebaseerd argument. Bedrijven die afhankelijk zijn van grondwater gaan van nature al zuinig om met grondwater. Verspilling past absoluut niet in de ondernemersgeest, dus ook waterverspilling niet. Waterintensieve bedrijven hebben er altijd groot belang bij hun watergebruik te reduceren: elke liter water die zij teveel oppompen leidt tot hogere energiekosten. Dit heeft ertoe geleid dat de waterintensieve industrie voorloper is met innovatieve processen om water (en energie) te besparen. De grondwaterbelasting werkt hierin juist contraproductief: het belas-

4

tinggeld kunnen ondernemers niet meer besteden aan duurzaamheidsprogramma’s. Ongelijk speelveld De concurrentiepositie van de papier- en levensmiddelenindustrie en de chemische sector wordt door deze oneerlijke belasting sterk aangetast. De meerderheid van de Europese lidstaten kent een dergelijke grondwaterbelasting niet eens. Daar waar landen wel een dergelijke belasting kennen blijkt het grondwater tot wel viermaal lager belast. Nederland, met haar delta van twee grote rivieren, heeft de hoogste grondwaterbelasting in Europa! Van het natuurlijke vestigingsvoordeel dat water in ons land de industrie zou kunnen bieden, wordt niet geprofiteerd. Gezamenlijke lobby De grondwaterbelasting wordt eenzijdig opgebracht door een paar branches die voor hun proces grondwater nodig hebben, zoals de papier- en levensmiddelenindustrie en de chemische sector. De industrie draagt jaarlijks circa € 30 miljoen af. De Nederlandse voedingsmiddelenbedrijven brengen hiervan zelfs gezamenlijk de helft op. De belasting raakt daarmee deze bedrijven onevenredig. VEMW heeft in haar strijd tegen deze belasting dan ook steun gekregen van de Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie (FNLI), FNV Bondgenoten en de Koninklijke Vereniging van Nederlandse Papier- en kartonfabrieken (VNP)

VEMW Journaal | December 2011


Resultaat

Papierfabriek Doetinchem Operationeel Directeur Bart Broens van Papierfabriek Doetinchem is uiteraard blij met het afschaffen van de grondwaterbelasting. “De marges in de papierindustrie zijn laag. In ons geval moeten we gemiddeld een kwart van onze netto winst afdragen aan de grondwaterbelasting. Jaar in, jaar uit. Dat hakt er behoorlijk in. Als je buurlanden zo’n belasting niet kennen, of de grondwaterbelasting is daar veel lager, dan is dat gewoon oneerlijke concurrentie. Ik hoop inderdaad dat er nu eindelijk een einde is gekomen aan deze oneerlijke belasting”. Papierfabriek Doetinchem is een zelfstandige onderneming. “Wij moeten onze eigen broek ophouden en een dergelijke belasting heeft dan ook direct effect op ons resultaat en onze financiële ruimte. Wij maken geen onderdeel uit van een groter concern. In Nederland gevestigde papierfabrieken die onder een internationale moedermaatschappij vallen hebben zeker ook direct last van deze belasting. De moedermaatschappij vergelijkt uiteraard de lasten in verschillende landen. Nederland is gewoon een relatief duur land om te ondernemen. Onze energie- en personeelskosten zijn hoog in vergelijking met andere Europese landen. Als daar dan ook nog zo’n zware belasting bij komt die in andere landen niet geldt, of veel minder is, dan pakt dat negatief uit voor het vestigingsklimaat.

nemer ben je altijd bezig processen nóg verder te optimaliseren. Je kijkt waar je nog verder efficiency kan behalen. Wij pompen ons grondwater zelf op en reinigen en hergebruiken het water intern in ons proces vele malen alvorens het naar de afvalwaterzuivering gaat. De grondwateronttrekking valt onder een provinciale vergunning. We werken al jaren via diverse projecten aan vermindering van ons grondwaterverbruik en hebben ook voor de komende jaren een waterbesparingsplan opgesteld. Belangenbehartiger “Wij zijn een kleine tot middelgrote papierfabriek. De politiek overtuigen van het onrechtmatige en inefficiënte effect van deze grondwaterbelasting lukt nooit in je eentje. Wij zijn daarom blij met belangenorganisaties als VNP en VEMW die dit soort issues, jaar na jaar, op de agenda blijven zetten. ‘Ruimte om te ondernemen’ is geen vanzelfsprekendheid. Daar moet je continu aan werken. Zeker in deze economisch zware tijden ”, aldus Broens.

Papierfabriek Doetinchem is in 1937 opgericht door de gebroeders Van Veen. Van 1963 tot en met 1992 maakt de onderneming deel uit van het Bührmann-Tetterode Concern (later KNP – BT). Vanaf 1993 is Papierfabriek Doetinchem een zelfstandige onderneming. De papierfa-

Belasting ondermijnt efficiency “De grondwaterbelasting beperkt bovendien onze investeringmogelijkheden. De investeringen die we als onderneming doen, zijn mede afhankelijk van onze winst. Als die winst wordt afgeroomd, blijft er minder over om te investeren. Dit heeft consequenties voor het verder verbeteren en verduurzamen van ons proces. Als onder-

briek begeeft zich in de nichemarkt van lichtgewicht verpakkingsmateriaal. Jaarlijks produceren zij 65.000– 70.000 ton lichtgewicht verpakkingspapier en tissues op basis van oud papier. Papierfabriek Doetinchem heeft 190 werknemers. De afzetmarkt ligt voor het overgrote deel in Europa. Papierfabriek Doetinchem verbruikt circa 1.2 miljoen m3 grondwater per jaar. Dit water wordt vele malen intern hergebruikt.

Bart Broens, Operationeel Directeur van Papierfabriek Doetinchem VEMW Journaal | December 2011

5


Beleid

Vervolg van cover

“Streep door leveranciersverplichting” Groencertificaten Energiebesparing, SDE+, producentenverplichting, bij- en meestook, ETS III; de ideeën om duurzaamheid te bevorderen buitelen over elkaar heen. Nieuwste loot aan de stam is het voorstel van de elektriciteitsproducenten: de leveranciersverplichting. Bij dit systeem moeten alle ­­energie­­leveranciers in Nederland een minimum­­­percentage aan groene stroom leveren. Ook energieleveranciers die voornamelijk goedkope buitenlandse groene stroom inkopen, moeten op zoek naar duurzame energie in Nederland. Er is echter te weinig groene stroom in Nederland voorhanden om aan de toenemende vraag te voldoen. Door een verplichting zou duurzame energieproductie gestimuleerd worden. Producentenspeeltje Elektriciteitsproducenten met kolenge-

stookte centrales, kunnen de ‘groene’ markt gaan beheersen. Door bij- en meestook van biomassa kunnen zij immers op vrij eenvoudige wijze op grote schaal groencertificaten vergaren. Deze certificaten kunnen zij naar believen verhandelen. Doordat de prijs voor de certificaten wordt bepaald door de marginale technologie, zullen producenten die biomassa-meestook inzetten, overwinsten ontvangen. Maar er is ook een grote kans dat er geen liquide markt voor certificaten ontstaat. Bedrijven zullen certificaten strategisch inzetten en wellicht niet aanbieden op de markt, of ze opsparen. Dit heeft grote consequenties voor de prijs. Het wordt hiermee een speeltje van elektriciteits­producenten ten koste van de afnemers. Innovatieremmend Een leveranciersverplichting stimuleert slechts grootschalige toepassing van

Productie

Handel

bestaande en weinig innovatieve technieken. Toepassing van nieuwe, veelbelovende, technologieën is, in vergelijking tot bijvoorbeeld biomassa-meestook in kolencentrales, risicovoller. Een leveranciersverplichting stimuleert niet om daarin te investeren. De BV Nederland blijft daardoor steken in oude technologieën. Innovatie blijft achterwege, terwijl dat een ‘must’ is om op lange termijn de Europese duurzaamheidsdoelstellingen te halen. De leveranciersverplichting levert geen zinvolle bijdrage aan het op lange termijn verduurzamen van de samenleving. Geen marktwerking De energiebedrijven, verenigd in EnergieNederland, onderkennen enkele bezwaren. Zij hebben alternatieven laten onderzoeken. Hieruit blijkt dat het oplossen van de tekortkomingen een uiterst complex systeem tot gevolg heeft.

Levering

Biomassa Kolen Wind Handelaar Broker Aggregator

Zon

Leveranciers

Klant

Nieuwe technologieën

In Nederland opgewekte duurzame energie krijgt per megawattuur (MWh) een certificaat.

Alle certificaten moeten verplicht op de beurs worden verhandeld.

Controle Boetes indien niet aan verplichting wordt voldaan

Onvoldoende certificaten ingeleverd Boete

Leveanciers moeten een verplicht percentage duurzaam leveren. Het percentage is jaarlijks oplopend.

VEMW-standpunt: Streep door leveranciersverplichting. Een leveranciersverplichting stimuleert slechts grootschalige toepassing van bestaande en weinig innovatieve technieken, zoals biomassa-meestook in kolencentrales

6

VEMW Journaal | December 2011


Beleid

Groencertificaten-speeltje voor elektriciteitsproducenten Er is een grote kans dat er geen liquide markt voor certificaten ontstaat. Bedrijven zullen certificaten strategisch inzetten en wellicht niet aanbieden op de markt, of ze opsparen. Bovendien zullen elektriciteitsproducenten met veel duurzame opwekkingscapaciteit, zoals biomassa-meestook in kolencentrales, een grote mate van marktmacht hebben.

Nederland zou straks een leveranciers­ verplichting moeten combineren met een ‘feed-in tarief ‘voor duurdere technologieën. Daarbij komt een additionele ‘afroomregeling’ ter voorkoming van overwinsten. Dus komen er kennelijk twee soorten systemen. Wie begrijpt dit nog? Wie houdt het overzicht? En wie houdt het toezicht? Uiteraard kan de overheid regulering toepassen om eventuele marktmacht van de producenten te doorbreken, maar dat is het paard achter de wagen spannen. De leveranciersverplichting was juist bedoeld om marktwerking te bevorderen. Ervaringen in andere Europese lidstaten laten zien dat het hanteren van een leveranciersverplichting erg complex is en dat er inderdaad marktverstorende effecten zijn. Het Verenigd Koninkrijk heeft daarom aangekondigd af te stappen van een leveranciersverplichting en ook in België blijkt dat het systeem veel problemen kent.

leveranciersverplichting. Het is complex en het bevordert duurzaamheid niet. De kosten van de leveranciersverplichting zijn hoger dan de SDE+-regeling (Stimuleringsregeling Duurzame Energie). Dit wordt bevestigd door de Algemene Energieraad: “In het SDE+ systeem zijn de overheid en de consument het beste af, in het verplichtingensysteem de producent”. De afnemer draait daarnaast op voor de boetes die producenten moeten betalen wanneer zij niet aan hun leveranciersverplichting voldoen. Uit ervaringen van andere Europese lidstaten blijkt dat de prijs van de boete de bepalende factor is voor de prijs van het certificaat; dat heeft weinig weg van marktwerking. De afnemer wordt dus tweemaal geplukt: voor een inefficiënte regeling èn voor de boete.

VEMW standpunt De leveranciersverplichting werkt marktverstorend, leidt tot overwinsten bij producenten, houdt innovatieve ontwikkelingen tegen en is onnodig duur. De leveranciersverplichting is daarom een slecht plan om duurzaamheid te bevorderen. De elektriciteits-producenten proberen met de leveranciersverplichting Europese doelstellingen op nationaal niveau vorm te geven. Volgens VEMW kan de overgang naar een duurzame energiesector tegen de laagste maatschappelijke kosten alleen maar op Europees niveau worden bereikt. Een goed functionerend emissiehandelssysteem vormt hiervoor de basis. De CO2-prijs moet voldoende prikkels geven voor investeringen in duurzame energie, het nuttig gebruik van warmte en energiebesparing. Met de recente aanpassing van de SDE naar de SDE+ wordt het volgens VEMW mogelijk om verschillende technologieën verder te ontwikkelen en daarna grootschalig toe te passen. De verschillende technologieën gaan onderling concurreren om subsidie. Zo wordt de Europese doelstelling tegen de laagst mogelijke kosten voor de maatschappij gerealiseerd.

3 EU Doelstellingen

CO2 Beperking

VEMW Journaal | December 2011

Duurzame energie

EU benadering: Subsidies voor zowel CO2-beperking, energie-

CO2 Beperking

besparing als duurzame energie.

Afnemer twee maal geplukt Uit CPB-onderzoek blijkt dat de kosten van een leveranciersverplichting € 4,3 miljard bedragen, waarbij de oneigenlijke winsten voor de energiesector oplopen tot € 2,3 miljard in 2020. De zakelijke energiegebruikers, maar ook de consument ondervinden geen enkel voordeel van de

Energie efficiency

Ongebreidelde subsidies voor duurzame energie zijn het resultaat. VEMW benadering: Maak CO2-beperking leidend. Verschillende technologieën concurreren voor subsidie. Europese doelstellingen worden tegen de laagst mogelijke

Duurzame energie

Nuttig gebruik van warmte

Energie efficiency

kosten voor de maatschappij gerealiseerd.

7


Beleid

Roy Tummers – nieuwe VEMW Directeur Water Roy Tummers is er klaar voor. Het enthousiasme voor zijn nieuwe baan straalt van hem af. Per 17 oktober 2011 is Tummers de nieuwe Directeur Water van VEMW. De waterwereld is hem niet onbekend: Evides Waterbedrijf was zijn vorige werkgever. Een korte introductie. Gefronste wenkbrauwen Ja, er werden wel wat wenkbrauwen gefronst bij Evides, het waterbedrijf in Zuid-West Nederland waar Tummers als Manager Strategie werkte. Toch begreep iedereen zijn overstap naar VEMW en zag men dat hier een mooie uitdaging voor hem lag. Tummers brengt een diversiteit aan ervaring mee. Als pas afgestudeerde milieukundige startte hij bij een technisch georiënteerd adviesbureau in een baan die sterk in het verlengde van zijn opleiding lag. Tummers voelde zich al snel thuis in de advieswereld. Complexe issues ontrafelen en samen met de opdrachtgever naar een oplossing toewerken waren op zijn lijf geschreven. Na enkele jaren koos Tummers voor de grotere consultancybureaus Deloitte en later KPMG. “Deze bedrijven wilden zich meer richten op overheidsgedomineerde bedrijven, actief op het gebied van afval, water en milieu, en veelal opererend op het grensvlak van publiek en privaat. Deze organisatieadviesbureaus zochten daarom ingenieurs die de brug konden slaan tussen de technische disciplines en de organisatorische en financiële disciplines. Dan moet je werkelijk al je talenten aanspreken. Het is een zeer veeleisende wereld, maar ik heb er ongelooflijk veel geleerd. Je krijgt een helder beeld over hoe organisaties en processen werken, en belangrijker, hoe deze kunnen worden verbeterd. Ik ben daar ook in contact gekomen met de ‘waterwereld’. Zo ben ik in mijn tijd bij KPMG als consultant betrokken geweest bij de oprichting van watercyclusbedrijf ‘Waternet’ in Amsterdam. Toen was mij al helder dat er flink kan worden bespaard door de waterketen anders in te richten ”. Evides Toen kwam de wens om ‘aan de andere kant van de tafel’ te zitten. “Je wilt op een gegeven moment zelf een proces optimaliseren en daar zelf volledig verantwoordelijk voor zijn, in plaats van er als een consultant met een bepaalde afstand naar kijken. Daarom besloot ik om naar waterbedrijf Evides te gaan. Hier heb ik leiding gegeven aan de afdeling Strategie èn de strategische besluitvorming voorbereid rondom een grote verscheidenheid aan onderwerpen, zoals de zoetwatervoorziening, de waterketen, maatschappelijk verantwoord ondernemen, beveiliging en de levering van drink- en industriewater op langere termijn. Evides is een divers bedrijf. Het produceert drinkwater maar ook diverse

8

soorten ‘ander’ water zoals gedemineraliseerd water. Daarnaast is Evides actief op het gebied van afvalwaterzuivering. Zo participeert Evides in de exploitatie van afvalwaterzuiveringsinstallatie ‘de Harnaschpolder, één van de grootste Europese afvalwaterzuiveringen. Evides is het enige drinkwaterbedrijf in Nederland met een grote industriewaterpoot. Dat kan ook niet anders met de Botlek en het Sloegebied in je achtertuin”. Het is bij Evides waar Tummers in contact kwam met belangenbehartiging. Zo heeft hij onder andere bijgedragen aan de verankering van de zoetwaterbelangen van Evides in het Deltaprogramma.

‘Ik wil leden stimuleren om met hun vragen en issues te komen’ VEMW’s wateragenda Tummers oriënteert zich momenteel nog op de dossiers die bij VEMW onder zijn hoede vallen. “De VEMW-wateragenda vind ik een ontzettend helder document. Die biedt zeker houvast om mee te starten. Deze agenda is echter alweer wat jaartjes oud. Er zijn inmiddels nieuwe issues bijgekomen die aandacht vragen. Ik denk dan bijvoorbeeld aan het op peil houden van de zoetwatervoorziening voor de industrie en de bescherming van grondwaterbronnen. Samen met de VEMW-leden moeten we kijken waar de prioriteiten worden gelegd voor bijvoorbeeld de komende vijf jaar”. Tummers wil daartoe veel leden bezoeken om de wensen en ideeën te inventariseren. “Ik wil leden stimuleren om met hun vragen en issues te komen.

VEMW Journaal | December 2011


Kennismaking

Daarnaast wil ik ook kijken naar de organisatie en samenstelling van taaken beleidsgroepen. De vereniging is gebaat bij veel actieve leden. Ik betwijfel of het aantal actieve leden in Taak- en Beleidsgroep in balans is met het aantal issues. Maar ook dat hoor ik graag van de leden zélf”. Tummers is met zijn ervaringen een doorgewinterde waterman. “Ik kan inderdaad snel in de dossiers thuis raken”. Zijn er dan nog uitdagingen? “Jazeker wel. Het zwaartepunt zal hier voornamelijk op belangenbehartiging liggen. Het maakt natuurlijk uit of je dit doet voor een regionaal drinkwaterbedrijf of voor een landelijke vereniging voor zakelijke watergebruikers. Daarnaast is Brussel voor mij nog redelijk onontgonnen terrein. Hier zal ik zeker met de Taakgroep Lozingseisen in investeren”.

Speerpunten Algemeen •

Door middel van intensief contact met leden de betrokkenheid van leden bij de waterdossiers vergroten

In nauw overleg met leden verder vergroten van de slagkracht van VEMW (effectiviteit en efficiëntie belangenbehartiging)

Relaties op- en uitbouwen met politici en andere bestuurders

Specifiek (enkele voorbeelden) •

Pleiten voor vroegtijdige betrokkenheid van zakelijke waterverbruikers in besluitvormingsprocessen en daarmee tevens gebruik maken van de innovatiekracht van bedrijven.

Concurrentiepositie van waterafhankelijke bedrijven versterken (geen ondoorzichtige, tegenstrijdige en overbodige wet- en regelgeving)

Competitie Sport is een belangrijk onderdeel in het dagelijks leven van Tummers. Hij doet niet alleen aan hardlopen, maar ook aan squash en zaalvoetbal en was vroeger een fanatiek roeier. “Sport is voor mij heel belangrijk. Het karakteriseert me denk ik ook wel. Sport is competitie. Dit vraagt om resultaatgerichtheid. Daarnaast moet je teamspeler zijn om samen te kunnen winnen. Dat ligt me. Ik ben een echte bijter en blijf vasthouden tot het resultaat daar is. Dat doe ik niet alleen in de sport, maar ook in mijn werk. Ik hoop dan ook samen met de VEMW-leden tot mooie resultaten te komen”.

Doelmatige waterketen: pleiten voor realisatie publieke afvalwater(keten)bedrijven en daarmee besparingen bewerkstelligen

Zoetwatervoorziening: zorg dragen voor voldoende zoet water voor de industrie, nu en in de toekomst maar ook: bescherming van grondwaterbronnen

Tariefregulering drinkwaterbedrijven

Ir. Roy.E.J. Tummers, Urmond (1971) 1997 Afgestudeerd in Milieuhygiëne, afstudeerrichting milieumanagement en –economie 1997-1999 Milieuadviseur, Tauw BV 1999-2004 Consultant en manager, Deloitte 2004-2006 Executive Business Consultant, Atos Consulting (voorheen: KPMG Consulting) 2006-2011 Manager Strategie, Evides NV 2011-heden Directeur Water, VEMW Samenwonend, vader van 3 kinderen

VEMW Journaal | December 2011

9


Maatschappij

FD Energiedebat De energie-intensieve industrie zit, ondanks alle duurzaamheidsinitiatieven, nog steeds in het verdomhoekje van ‘zware vervuilers’. Zoveel werd duidelijk tijdens het eerste debat uit een reeks die Het Financieele Dagblad afgelopen kwartaal organiseerde. Hoogleraar Ernst Worrell, VEMW Directeur Hans Grünfeld en Tweede Kamerlid voor GroenLinks Liesbeth van Tongeren in discussie. “Waarom moeten we in Nederland eigenlijk een enorme grote zware industriesector hebben?”

Inspanningen industrie onderbelicht Tijdens dit debat werd duidelijk dat het beeld over zakelijke energiegebruikers zeer negatief is en dat er veel kennis ontbreekt. Van Tongeren poneerde zelfs dat de zware industrie in Nederland verantwoordelijk is voor 80% van het energieverbruik. De industrie is echter maar voor 40% verantwoordelijk voor het energieverbruik in Nederland. De zware industrie beslaat hier slechts een deel van. Daarnaast ontbreekt enige realiteitszin over de inspanningen van de industrie om tot een duurzame economie te komen. VEMW heeft hier nog veel werk te verrichten.

Enkele voorbeelden van duurzaamheid in de industrie Een twee kilometer lange stoompijpleiding tussen AkzoNobel en Afvalverwerkingsbedrijf Twence bespaart AkzoNobel 40 miljoen m3 aardgas (goed voor 80.000 inwoners) bij de

Debat op verschillende niveaus

zoutproductie. Twence levert haar restwarmte

Duurzame industrie of sterke concurrentiepositie? De stelling van de avond was: de industrie moet meer ondernemen om de energietransitie te laten slagen. Tijdens haar introductie ging Van Tongeren nog een stap terug en filosofeerde over de vraag waarom we als maatschappij steeds maar willen groeien: “We hebben nog steeds geen ander spel bedacht dan groei, groei, groei. Groei op een planeet die eindig is kan niet”. Haar conclusie was van een verbluffende eenvoud: zij stelde dat Nederland eigenlijk dan maar helemaal geen zware industrie meer zou moeten hebben. De insteek van het debat, duurzame industrie of sterke concurrentiepositie, was volgens Hans Grünfeld niet de juiste. “Het gaat er niet om óf we duurzamer moeten. Daar is iedereen het over eens. Ook in de industrie. Dat moet gebeuren en dat gebeurt ook al. Wel moeten we duurzamer worden mét behoud

10

van de concurrentiepositie. Dit is niet alleen belangrijk voor de werkgelegenheid, maar juist ook om de kennis op te bouwen om duurzamer te kunnen worden”.

door de pijpleiding aan de zoutproducent. De CO2-uitstoot vermindert bovendien met 72.000 ton per jaar. Een mooi voorbeeld van samenwerking tussen partijen die van oorsprong geen natuurlijke partners zijn.

CO2-doelstellingen haalbaar Volgens Worrell zijn gestelde CO2-doelstellingen technisch best haalbaar, maar ontbreken vaak de juiste prikkels om deze te bereiken. Hij gaf aan daar niet alleen financiële prikkels onder te verstaan, maar ook organisatorische. De kennis over duurzaamheid binnen het bedrijf ligt vaak op uitvoerend niveau en leeft deze materie te weinig op CEO-niveau. “Die hebben vaak een meer korte termijn visie gedreven door de boekhoudkundige cijfers. Zij richten zich eerder op het ‘laag hangend fruit’, terwijl voor duurzaamheid een langetermijn visie nodig is die de hele keten moet beslaan”, aldus Worrell.

Suiker Unie Green Energy bouwt een vergistingsinstallatie voor de productie van 10 miljoen m3 groen gas (goed voor 6200 huishoudens) uit 100.000 ton plantaardige reststromen, zoals bietenpuntjes en bladresten. Suiker Unie verhoogt hiermee zijn groengascapaciteit van 15 naar 25 miljoen m3. Hiermee wordt het een van de grootste producenten van groen gas in Nederland. GasTerra levert het groene gas vervolgens aan BioMCN. BioMCN verwerkt het groene gas tot 2e generatie bio-methanol. Bio-methanol is een belangrijke duurzame grondstof voor onder meer milieuvriendelijke (bio-)brandstoffen, plastic en verf.

VEMW Journaal | December 2011


Mensen

Kamerlid Van den Akker verstond zijn vak Afgelopen zomer is oud-Tweede Kamerlid Hans van den Akker (CDA) overleden. Van 1998-2002 was hij woordvoerder economische zaken en Europese zaken. Ook hield hij zich bezig met milieubeheer en rijksuitgaven. Van den Akker speelde een belangrijke rol bij de discussies over de liberalisering en de privatisering van de energiesector. Hij verzette zich met succes tegen privatisering van het hoogspanningsnet. Het wetsvoorstel om de privatisering van Tennet tegen te gaan is van zijn hand. Hierdoor is tot op de dag van vandaag Tennet nog steeds in staatshanden en zijn privatiseringsdebacles, zoals die bij het spoor optreden, op het vlak van de elektriciteitsvoorziening uitgebleven. Het was ook Van den Akker die de waardering van de ‘bakstenen‘ tijdens de liberalisering van de nutsbedrijven aan de kaak stelde. Toenmalig Minister Jorritsma waardeerde de inboedel van de elektriciteitsbedrijven op maar liefst € 10 miljard. Dit bedrag wilde zij via verhoging van de transporttarieven op de afnemers verhalen. Van den Akker agendeerde deze veel te hoge inboedelwaardering en de oneerlijke wijze van innen. De ‘bakstenen’ werden uiteindelijk voor een vijfde van dit bedrag gewaardeerd en werden uit de algemene middelen van EZ betaald. VEMW heeft veel aan Van den Akker te danken. Het was geen man die in de schijnwerpers stond. Zijn dossierkennis was fenomenaal. Hij stond open voor verschillende gezichtspunten. VEMW heeft hiervan dankbaar gebruik gemaakt. Hij was een zeer succesvol parlementariër: in een periode dat de CDA-fractie in de oppositie zat werden 29 amendementen van zijn hand aangenomen. Een indrukwekkende score. Met zijn overlijden is de Nederlandse politiek een ware parlementariër ontvallen. Hans van den Akker werd 69 jaar.

Hoogleraar ‘Consument en Energie’ benoemd Prof. mr.dr. S.A.C.M. Lavrijssen (1976) is met ingang van 1 september 2011 hoogleraar Consument en Energie aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam (UvA). De leerstoel Consument en Energie is ingesteld ter bevordering van onafhankelijk multidisciplinair onderzoek naar de positie van de huishoudelijke en zakelijke consument in de energiemarkt onder invloed van liberalisering, globalisering en klimaatveranderingsvraagstukken. De leerstoel is ondergebracht bij het Centrum voor Energievraagstukken van de UvA en is mede mogelijk gemaakt door inzet van de Consumentenbond, Vereniging Eigen Huis en VEMW. Saskia Lavrijssen heeft zich gespecialiseerd in het Europees recht, het mededingingsrecht, economische regulering en goed bestuur. Sinds 1999 is de energiesector een bijzonder aandachtsgebied in haar onderzoek. Mede vanwege haar expertise op het gebied van de regulering van de energiesector, werd zij in 2010 benoemd tot plaatsvervangend raadsheer bij het College van Beroep voor het Bedrijfsleven.

Spoor Column

Onafhankelijk toezicht, juist nu!

Ton Spoor, voorzitter VEMW

VEMW Journaal | December Augustus 2011 2011

In zwaar economisch weer is het ieder voor zich. Zo denkt ook de overheid. Budgettekorten resulteren in opmerkelijke acties. In deze magere tijden wil de overheid, als aandeelhouder van netbedrijven, zoveel mogelijk dividend. Tegelijkertijd is diezelfde overheid terughoudend in het verschaffen van extra kapitaal om noodzakelijke investeringen te doen. Een kritische toezichthouder vindt de overheid dan alleen maar lastig en een beperking van haar bewegingsvrijheid. Er wordt daarom van alles bedacht om het toezicht terug te dringen én dit toezicht minder onaf-

hankelijk te maken. Voorbeelden zijn: korten op de middelen van de NMa, zoals budget en personeel (50% reductie!), beperking van bezwaarmogelijkheden, evaluatie van de gas- en elektriciteitswet en minder regelgeving, etc.

Onafhankelijk toezicht is noodzakelijk om monopoloïde netbedrijven hun publieke taak te laten uitoefenen. Bij wet is dit nog niet goed verankerd. Dit is een manco dat de politiek moet oplossen.

11


Agenda

Vereniging

Korting voor VEMW leden!

Nieuw VEMW-lid: ASML ASML is sinds oktober 2011 lid van VEMW. Een kennismaking met projectmanager Nicolas Lallemant.

Wat is ASML? ASML is een van ‘s werelds leidende leveranciers van lithografische systemen voor de halfgeleiderindustrie. Wij fabriceren complexe machines die cruciaal zijn voor de productie van computerchips. Zo’n 70-80% van de productie gebeurt in ons hoofdkwartier in Veldhoven. Daarnaast hebben we productiesites in Wilton (USA) en Taipei (Taiwan).

Wat is uw functie hier? Ik werk als projectmanager binnen de ‘Manufacturing and Logistics’-sector. Naast een strategisch coördinerende

rol binnen de operationele duurzaamheidsgroep van ASML, ben ik verantwoordelijk voor ‘niet-product gerelateerde’- energie- en CO2-besparingen bij ASML Veldhoven. Bovendien coördineer ik het wereldwijde energie- en CO2-masterplan van ASML.

Waarom is ASML VEMW-lid geworden? Wij zijn om meerdere redenen lid van VEMW geworden. Ten eerste fungeert VEMW als kenniscentrum. VEMW ontvangt informatie van verschillende medespelers van de Nederlandse industrie. Dit geeft ons de mogelijkheid onze eigen positie te bepalen en strategische keuzes op het gebied van energie,

9 december en 16 december 2011 VEMW Energielunch Woerden 20, 27 januari en 17 februari 2012 VEMW Energielunch Woerden 7 februari 2012 Europese energie inkopers seminar Eindhoven VEMW leden hebben 20% korting

CO2 en water te begrijpen. Ten tweede volgt VEMW de relevante ontwikkelingen op het gebied van wetgeving en helpt het de industrie met één mond te spreken naar Nederlandse overheden en energieleveranciers. Maar wellicht het meest belangrijke is de interactie met andere VEMW-leden en de uitwisseling van informatie via workshops en lunchlezingen. Dit biedt ons de gelegenheid om van andere ervaringen te leren op het gebied van duurzaamheid - een hoofdreden voor ons om toe te treden tot VEMW.

16 maart en 23 maart 2012 VEMW Basiscursus elektriciteit & gas Woerden 18 september 2012 VEMW Waterdag

Kijk voor meer informatie en aanmelding op de website www.vemw.nl onder ‘Activiteiten’.

Verenigingsnieuws VEMW Basiscursus elektriciteit en gas VEMW start in 2012 de ‘Basiscursus elektriciteit en gas’ voor de zakelijke energiegebruiker. De Basiscursus is een introductie voor VEMW-leden die te maken hebben met energievraagstukken. De cursus beoogt in kort tijdsbestek een overzicht te geven van de achtergronden van het energiebeleid, de technische voorwaarden (codes) en de inkoop van energie. Zowel de dagelijkse praktijk als beleidsmatige vraagstukken komen in deze cursus aan bod. De Basiscursus is in nauw overleg met VEMW-leden samengesteld. De tweedaagse Basiscursus wordt voorjaar 2012 in Woerden gegeven. Voor het volledige programma, de kosten en inschrijven ga naar www.vemw.nl en klik op de button ‘Activiteiten’. Voor eventuele vragen kunt u contact opnemen met Eric Picard 0348 48 43 70 of ep@vemw.nl.

Colofon

Aan de totstandkoming van deze uitgave is de uiterste zorg besteed. Voor informatie die onvolledig of onjuist is opgenomen, alsmede voor de gevolgen van activiteiten die ondernomen worden op basis van deze informatie aanvaarden wij geen aansprakelijkheid.

‘VEMW Journaal’ is een uitgave van de Verenig-

Reacties

VEMW: Houttuinlaan 8,

ing voor Energie, Milieu en Water (VEMW).

Als u wilt reageren op artikelen

3447 GM Woerden

‘VEMW Journaal’ wordt verspreid in een oplage

of zelf interessant nieuws te

Tel 0348-48 43 50

van ca. 2.000 exemplaren onder VEMW-leden en

melden heeft, kunt u zich wenden

desk@vemw.nl / www.vemw.nl

relaties en verschijnt ieder kwartaal.

tot VEMW, Thessa de Ridder,

Druk:

De Swart, Den Haag

tel 0348-48 43 57.

Opmaak: SD Communicatie, Rotterdam

ISSN 1389-7691


VEMW Journaal 3-11