Page 1

BALO SINT-NIKLAAS KAHO Sint-Lieven

LESVOORBEREIDING A.

Identificatiegegevens

Student(e):

Stageschool:

     

Klas:

2LO (GIT)

Stageklas:

     

Stageles nr.:

  

Mentor:

     

Vaklector:

De Rudder Reine

Datum stageles:

     

Stagelector:

     

Begin- en einduur:

75 min.

LEERGEBIED:

Wereldoriëntatie

ONDERDEEL:

Tijd

LESONDERWERP: De tijd van de ridders en kastelen (De vroege middeleeuwen)

B.

Opvolging: algemene beoordelingen

Voorbereiding (1ste versie) Besproken met lector:      op datum van:       Nagezien op datum van:       door mentor:       Bedenkingen door de mentor/lector: met deze lesvoorbereiding mag je lesgeven deze les aanpassen rekening houdend met volgende feedback (zie lesvoorbereiding) deze les opnieuw maken want:      

2de versie aanwezig tijdens de realisatie

Samen school maken Ankerscholen en Lerarenopleiding LO in Synergie met Accent op ieders talent KAHO Sint-Lieven - Campus Waas, Hospitaalstraat 23, 9100 Sint-Niklaas AJ 2011-2012

lieve.heylen@kahosl.be - tel. 03 780 89 05, fax 03 780 89 03, www.kahosl.be

1


C.

Inleidende rubrieken:

LEERPLANSITUERING:

Leerplan Katholiek Basisonderwijs: Wereldoriëntatie p. 126, 8.10: Kinderen kunnen in de tijd ordenen en zowel hun eigen als de Europese geschiedenis in perioden indelen. - In de indeling van de Europese geschiedenis in volgende perioden kennen: * de tijd van de burchten en steden of de Middeleeuwen (van ca. 500 – 1500) p. 127, 8.11: Kinderen kunnen de eeuwenband en een tijdband van de grote perioden in de Europese geschiedenis functioneel gebruiken. p. 128, 8.12: Kinderen zien in dat mensen, dieren, planten, objecten, opvattingen, structuren … evolueren in de tijd. p. 129, 8.14: Kinderen beseffen dat er naast een heden, ook een verleden en een toekomst zijn.

BEGINSITUATIE: Voorkennis van de klasgroep: De leerlingen kunnen met een tijdsband werken en kennen het begrip ‘een eeuw’. Ze zagen reeds de tijd van de Grieken en Romeinen (die vooraf gaat aan de tijd van de Middeleeuwen). Leerlingspecifieke gegevens:       Organisatie:       De leerlingen kunnen enkele kenmerken van de vroege middeleeuwen verwoorden.

HOOFDDOEL:

DOELEN: MAX. 4

1. De leerlingen reconstrueren kort de val van het West – Romeinse Rijk aan de hand van prenten en stukjes tekst en verwoorden dat door de val van het West – Romeinse Rijk een nieuwe tijd begint. 2. De leerlingen verwoorden aan de hand van enkele werkvormen een aantal kenmerken en belangrijke gegevens van de vroege Middeleeuwen (Karel de Grote, De Noormannen, situering van de tijd, …) 3. De leerlingen leven zich in bij het spel over de verschillende standen. 4. De leerlingen reflecteren kort over de les en kunnen de belangrijke zaken uit de les kort herhalen.

ONDERWIJS- EN LEERMIDDELEN:

Tijdslijn

Opgenomen audioversies(vriend Karel de Grote en Karel de Grote)

Vriendenboek Karel de Grote

kaarten inleefspel, gekleurd papier inleefspel

Prenten (Boot Vikingen, ridder, Noorman, monnik)

kwisvragen, kaartjes met A,B,C,D

BRONNEN:

AJ 2011-2012

Handleiding Ankers p. 148 - 153

http://www.google.be/imgres? q=boot+vikingen&um=1&hl=nl&sa=X&rlz=1G1MDNCCNLBE460&biw=939 &bih=418&tbm=isch&tbnid=K1yr4-L9naj6M:&imgrefurl=http://www.geschiedenisleraar.info/blog/%3Ftag

Samen school maken Ankerscholen en Lerarenopleiding LO in Synergie met Accent op ieders talent

2


BALO SINT-NIKLAAS KAHO Sint-Lieven

LESVOORBEREIDING %3Dvikingen&docid=mRLRF09hYjVkUM&imgurl=http://www.geschiedenis leraar.info/blog/wpcontent/uploads/2011/07/vikingschip.jpg&w=495&h=488&ei=bqXwTpn7L 8ydOu3G7bMB&zoom=1&iact=rc&dur=587&sig=10805899553044449651 3&page=1&tbnh=104&tbnw=105&start=0&ndsp=12&ved=1t:429,r:0,s:0&t x=51&ty=73 

http://00457.06sc.thinkquest.nl/index.php?id=6

http://www.google.be/imgres? q=monnik+middeleeuwen&um=1&hl=nl&sa=X&rlz=1G1MDNCCNLBE460& biw=939&bih=418&tbm=isch&tbnid=GQ1g0JUISKyleM:&imgrefurl=http:// bop.vgc.be/educatief/webquest/middeleeuwen/nieuws.html&docid=E86 mvOapTDge4M&imgurl=http://bop.vgc.be/educatief/webquest/middelee uwen/monnik.jpg&w=243&h=243&ei=sKfwTtGPE4GBOt_9aEB&zoom=1&iact=hc&vpx=322&vpy=111&dur=521&hovh=194&hovw=1 94&tx=119&ty=162&sig=108058995530444496513&page=1&tbnh=84&tb nw=87&start=0&ndsp=14&ved=1t:429,r:2,s:0

http://www.google.be/imgres? q=knight&start=23&num=10&um=1&hl=nl&rlz=1G1MDNCCNLBE460&biw =939&bih=418&tbm=isch&tbnid=cdJqXhTgEyodRM:&imgrefurl=http://ass assinscreed.wikia.com/wiki/Knight&docid=62x2WRhneAv8WM&imgurl=ht tp://images.wikia.com/assassinscreed/images/8/88/DVDKnight.png&w=1057&h=2876&ei=rabwTvuDFImgOpGG5LwB&zoom=1&ia ct=hc&vpx=364&vpy=50&dur=1154&hovh=371&hovw=136&tx=100&ty=348&sig=10805899553 0444496513&sqi=2&page=4&tbnh=184&tbnw=68&ndsp=6&ved=1t:429,r: 2,s:23

http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20031127_riddersenkastelen01

Samen school maken Ankerscholen en Lerarenopleiding LO in Synergie met Accent op ieders talent KAHO Sint-Lieven - Campus Waas, Hospitaalstraat 23, 9100 Sint-Niklaas AJ 2011-2012

lieve.heylen@kahosl.be - tel. 03 780 89 05, fax 03 780 89 03, www.kahosl.be

3


D. Bordschema en/of synthese digitaal bordschema: Linkerzijbord

Middenbord

brainstorm burchten, de lln. schrijven enkele woorden aan bord, hier enkele voorbeelden wat de lln. kunnen aanhalen:

Rechterzijbord

De tijd van de burchten en ridders

(tijdslijn) 0

500

1000

Ridders grachten

Karel de Grote Verschillende standen (adel – geestelijken – boeren)

Hoe konden de mensen zich beschermen tegen de Noormannen?

Vikingen 9de eeuw: plunderingen door de Vikingen/Noormannen ( 2 prenten komen ook aan bord, zie lv)

Vallen opzetten

Burchten Als bescherming/ verdediging.

Opstanden

AJ 2011-2012

Eerst uit hout -> later uit steen Uitvinding buskruit: kastelen minder veilig

Samen school maken Ankerscholen en Lerarenopleiding LO in Synergie met Accent op ieders talent

4


E. Lesverloop: Leerinhouden en didactisch handelen FASE 1: Inleiding – prenten ordenen over de val van het (West-) Romeinse Rijk om zo tot een nieuwe tijd te komen: De tijd van de burchten. Timing: 10 min.

Werkvorm: groepswerk en klassikaal overlopen

Doelnr.: 1

Materiaal: Per groep een enveloppe met de prent- en tekstblaadjes in. Ordenen (val West Romeinse Rijk) Lk: De leerkracht verdeelt op voorhand de klas in groepjes van ongeveer 4 à 5 lln. per groepje. OG: Kijk eens goed naar de prenten en het stukje tekst. VS: Wat zien jullie? OG: Elke prent of elk stukje tekst staat voor een gebeurtenis van heel lang geleden. Probeer eens de prenten en tekst in de juiste volgorde te leggen. Op het einde wordt klassikaal overlopen wat de juiste volgorde is, zo is kort de val van het Romeinse Rijk geschetst en hebben de leerlingen een overgang naar de tijd van de burchten. 1: Een kaart van het Romeinse Rijk net voor de val. 2: Een prent van een Germaanse familie. 3: Nadat de verschillende Germaanse stammen het West-Romeinse Rijk hadden veroverd, bleven ze vechten met elkaar. Zo ontstonden verschillende koninkrijken. Lk: Als je deze prenten in volgorde bekijkt zie je een belangrijke gebeurtenis van de geschiedenis. Dit is de val van het West – Romeinse Rijk rond 500 VC. Vanaf die moment spreekt men van een nieuwe tijd omdat de Romeinen (die macht hadden over onze gebieden) verslagen werden.  Prenten zie bijlage 1

FASE 2: leskern – de tijd van de burchten Timing: 60 min

Werkvorm: olg, luisteren, inleefspel, kwisvorm

Doelnr.: 1, 2, 3

Materiaal: tijdslijn, opgenomen audioversies, vriendenband, kaarten inleefspel, gekleurd papier inleefspel, prenten, kwisvragen, kaartjes met A,B,C,D Ovrgang Lk: Nadat er verschillende koninkrijken ontstonden, spreekt men dus van een nieuwe tijd. VS: Hoe noemt deze tijd? De middeleeuwen, de tijd van de burchten en steden. LK: De tijd waarover we gaan spreken kennen jullie misschien onder verschillende namen. De meesten hebben wel al eens van de middeleeuwen gehoord. Wel eigenlijk kunnen we de middeleeuwen opdelen in 2 verschillende perioden. VS: Wie weet hoe we die twee perioden noemen? 1. De tijd van de burchten en de ridders. 2. De tijd van de steden en abdijen. Lk: We gaan het vandaag hebben over de eerste periode. Lk: schrijft de titel ‘ de tijd van de burchten en ridders’ aan bord. Het is de bedoeling dat tijdens de les een bordschema samen met de leerlingen wordt opgebouwd. Op het einde van de les zou het bord moeten bestaan uit enkele belangrijke eigenschappen van de tijd van de burchten.

Samen school maken Ankerscholen en Lerarenopleiding LO in Synergie met Accent op ieders talent AJ 2011-2012

5


Situering in tijd Lk: Toen we de prenten in volgorde legden, sprak ik van een datum wanneer een nieuwe tijd (namelijk de middeleeuwen) begon. VS: Wie weet nog wanneer men ongeveer spreekt van deze tijd? Ongeveer 500 NC. Lk: Hangt een tijdslijn op bord. Bij voorkeur de tijdslijn die reeds gebruikt is tijdens de lessen wero. OG: Wie duidt eens aan wanneer de periode begint? VS: De periode van de burchten duurde ongeveer een halve eeuw. Hoelang is dat? 500 jaar VS: Wanneer eindigde deze periode dan ongeveer? Ongeveer in het jaar 1000 NC. OG: Duidt dit ook eens aan op de tijdslijn.  Tijdslijn: zie bordschema, maar liefst degene gebruiken die in de klas voor wero tijd gebruikt wordt. Karel De Grote Op voorhand is een bandje opgenomen. Een dappere ridder uit de middeleeuwen vertelt iets, de lln. beluisteren dit fragment en lossen klassikaal enkele vragen op over dit fragment. Tekst op het bandje ‘ Dag iedereen, Ik ben Jan de dappere ridder. Ik leefde in de tijd van de burchten. Jullie weten al dat na de val van het Romeinse Rijk heel Europa was opgedeeld in verschillende koninkrijken. De eerste eeuwen heerste er vooral chaos omdat er zoveel kleine, verspreide koninkrijken waren. Gelukkig herstelde mijn goede vriend, Karel De Grote de rust. Er was nu terug een keizerrijk in West-Europa onder leiding van Karel De Grote.’ VS: -

Wat gebeurde er na de val van het Romeinse Rijk? Het gebied was opgedeeld in verschillende koninkrijken.

-

Wat heerste er vooral de eerste eeuwen? Chaos.

-

Wie herstelde het keizerrijk in West-Europa? Karel De Grote

Het vriendenboek van Karel De Grote Karel De Grote stelt zichzelf kort voor op een audioband. Daarna moeten de leerlingen ‘het vriendenboek’ van Karel De Grote aanvullen. Tekst bandje Karel De Grote: ‘ Dag onderdanen, euh ik bedoel lieve jongens en meisjes. Ik ben Karel De Grote. Ik ben geboren in april 742, dat is in de vroege middeleeuwen ofwel de tijd van de ridders en kastelen. In 768 werd ik koning van de Franken, dat is een Germaanse stam. Deze Germaanse stam had de leiding over een groot deel van West-Europa. Mijn bijnaam ‘De Grote’ kreeg ik omdat ik een sterke koning was. Ik verdeelde mijn land in graafschappen en hertogdommen. Ik liet dan een graaf of hertog dat gebied besturen in mijn naam. Ik moedigde de oprichting van abdijscholen aan, hoewel ik zelf bijna niet kon lezen of schrijven. In die scholen werden geestelijken opgeleid die voor mij kwamen werken. In 800 na Christus kroonde de paus mij tot keizer en zo werd ik de beschermheer van alle Christenen.’

OG: Luister eerst eens goed en probeer na het fragment het vriendenboek van Karel de Grote in te vullen. Daarna mogen jullie nog eens luisteren en aanvullen waar nodig. (het bandje wordt dus tweemaal beluisterd)

Op het einde wordt het vriendenblaadje klassikaal verbeterd.

 Vriendenblaadje: zie bijlage 2

Samen school maken Ankerscholen en Lerarenopleiding LO in Synergie met Accent op ieders talent AJ 2011-2012

6


Verschillende standen Lk: In de tijd van Karel de grote werd de bevolking opgedeeld in verschillende groepen. We noemen dat ook standen. Aan de hand van een spel worden de drie standen duidelijk gemaakt. Lk: Deelt willekeurig gekleurde kaartjes uit. Spel: een paar adel, een paar geestelijken en een grote groep boeren en stedelingen. Geel/goudkleurig (max 4): adel Groen (max 4): geestelijken Rood (grootste groep): stedelingen en boeren

OG: Jullie hebben allemaal een kleurtje gekregen. Ga eens per kleur staan. VS: Wat valt jullie op? Weinig groene en gele kaartjes, veel rode. Lk: ‘ Ik geef nu per groepje een blaadje, lees dat eens goed.

Geel: Jullie zijn mensen van adel. Jullie hebben veel voor het zeggen en dragen mooie dure kleren. De arme mensen moeten veel geld aan jullie betalen of jullie verjagen ze. Zo worden de armen steeds armer en jullie steeds rijker. De enige naar wie jullie moeten luisteren is de koning. Groen: Jullie zijn de geestelijken. Priesters, paters…. Dankzij Karel de Grote worden jullie opgeleid in abdijscholen. Jullie leren lezen en schrijven. De arme mensen luisteren naar jullie omdat ze schrik hebben dat ze door God gestraft gaan worden als ze niet luisteren. Rood: Jullie zijn de boeren en stedelingen, de grootste groep van de bevolking. Jullie moeten hard werken en moeten een groot deel van de opbrengsten geven aan de adel.  Blaadjes: zie bijlage 3.

Als alle groepjes weten wat welke kleur inhoudt, geeft de leerkracht enkele stellingen. De leerlingen lopen naar de rechterkant van de klas als ze akkoord zijn met de stelling en naar de linkerkant als ze niet akkoord zijn. Stellingen/uitspraken die de leerlingen moeten beantwoorden als hun personage. 1.

Ik heb een goed leven. (eventueel extra uitlag achteraf: De adel en de geestelijken hadden over het algemeen een goed leven. De boeren en stedelingen moesten knokken om te kunnen overleven.

2.

Ik vind dit eerlijk. (persoonlijke mening van de lln. als hun personage)

3.

Als er oorlog komt, zal ik daarvan het meest het slachtoffer zijn. (eventueel extra uitleg achteraf: vooral de boeren en stedelingen zijn het slachtoffer, zij zullen moeten vechten onder bevel van de adel. Als er door oorlog hongersnood komt, zullen zij dit het meest gewaar worden.)

De stellingen worden klassikaal telkens overlopen, de leerkracht laat telkens enkele lln. verwoorden waarom ze al dan niet akkoord gaan en geeft indien nodig nog wat uitleg. Bij de tweede stelling wordt ook de mening gevraagd van zichzelf (dus niet als personage).

De Noormannen (kort om zo naar de functie van burchten te komen) Lk; de rust die Karel de Grote bracht, bleef niet duren. Er kwamen indringers. Lk: hangt een prent van een boot van de Noormannen op bord. VS: Wat zie je? Een boot, een toren … VS: Van wie is deze boot? DeVikingen, Noormannen (aandacht aan beide benamingen besteden) De term Noormannen komt aan bord.

Samen school maken Ankerscholen en Lerarenopleiding LO in Synergie met Accent op ieders talent AJ 2011-2012

7


VS: Deze boot is van de Noormannen. Wie waren dat? De Noormannen waren een bevolkingsgroep die onze gebieden plunderden vanaf de 9 de eeuw na Christus. Ze kwamen uit het Noorden(vandaar hun naam). Ze worden ook wel eens Vikingen genoemd. Het bordschema wordt aangevuld met ‘9de eeuw: plunderingen door de Noormannen’. Lk: Laat 3 prenten zien met drie verschillende mannen op, de lln. moeten er de Noorman uithalen. Deze komt ook aan bord.  Prent Boot: bijlage 4  Prenten Viking, ridder en monnik

Burchten: De bescherming tegen de Noormannen. Brainstorm: Hoe konden de mensen zich beschermen tegen de Noormannen?  Brainstorm aan zijbord of in groepjes van 5 op een groot wit blad. Lk: bespreekt kort wat er aan bord staat. Als het woord ‘kastelen’ er tussen staan, bouwt de leerkracht hier op verder, anders zelf aanbrengen als leerkracht. Het woord ‘burchten’ komt aan bord. Lk: ‘De bevolking vond bescherming in burchten (ook wel kastelen genoemd) van de plaatselijke heer of in versterkte abdijen.’ Kwis: burchten Er wordt een korte kwis gehouden, de lln. knippen een kladblad in 4 gelijke delen. Op de delen komen respectievelijk een hoofdletter A,B,C en D. Na elke kwisvraag steken de lln. de letter in de lucht die overeenkomt met het volgens hen juiste antwoord. Enkele belangrijke zaken die nog in de kwis vermeld worden, komen ook aan bord.  Kwis zie bijlage 6

FASE 3: evaluatie over Timing: 5 min.

de les

Werkvorm: klassikaal

Doelnr.: 4

Materiaal: / OG: kijk nu eens goed naar het bord.

F.

-

Waarover ging de les?

-

Vond je het een leuke les?

-

Wat vond je het interessants?

-

Wil je nog iets meer weten over de tijd van de ridders en de steden (eventueel kan de lk. tegen de volgende les Wero nog enkele dingen opzoeken als de lln. met vragen blijven zitten).

-

Lijkt je dit een gemakkelijke tijd om in te leven?

-

Ben je nieuwsgierig naar wat na deze tijd komt?

Reflectie bij de gegeven les

Bedenkingen door de student onmiddellijk na de les:

Samen school maken Ankerscholen en Lerarenopleiding LO in Synergie met Accent op ieders talent AJ 2011-2012

8


Bijlage 1 Prent 1: Kaart Romeinse Rijk

Kaart van het Romeinse Rijk op zijn hoogtepunt. Prent 2: Germaanse familie

Prent 3: Tekstje

Nadat de verschillende Germaanse stammen het West-Romeinse Rijk hadden veroverd, bleven ze vechten met elkaar. Zo ontstonden verschillende koninkrijken.

Germaanse familie

Samen school maken Ankerscholen en Lerarenopleiding LO in Synergie met Accent op ieders talent AJ 2011-2012

9


Bijlage2: Vriendenboek Karel de Grote

Naam: ……………………………………………………… Ik ben geboren in maart ……………………………...(jaartal) . Dat is in de vroege …………………………………………. . of de tijd van de ……………………………………………... en…………………………………………………………… .

In ……………... (jaartal) werd ik koning van de Franken, dat is een ………….. ………… stam. Deze stam had de leiding over een groot deel van ………………. ……………………………. . Mijn bijnaam is: ………………………………………. Ik verdeelde mijn land in ………………………………. en hertogdommen. Ik liet dan een ………………………. of ……………. ………dat gebied besturen in mijn naam. Ik moedigde de oprichting van ………………………….. …………..aan. In die scholen werden ………………………………. opgeleid die voor mij kwamen werken. In ………………. (jaartal) kroonde de paus mij tot ……………… en zo werd ik beschermheer van ………………………………………… .

(oplossing: zie tekstje in de lesvoorbereiding)

Samen school maken Ankerscholen en Lerarenopleiding LO in Synergie met Accent op ieders talent AJ 2011-2012

10


Bijlage 3: spel Elk groepje krijgt een strookje met uitleg (afhankelijk van de kleur van de groep).

Geel: Jullie zijn mensen van adel. Jullie hebben veel voor het zeggen en dragen mooie, dure kleren. De arme mensen moeten veel geld aan jullie betalen of jullie verjagen ze. De arme boeren moeten zelfs een deel van hun oogst afstaan om een stukje grond te mogen bewerken. Zo worden de armen steeds armer en jullie steeds rijker. De enige naar wie jullie moeten luisteren is de koning.

Groen: Jullie zijn de geestelijken (priesters, paters‌). Dankzij Karel de Grote worden jullie opgeleid in abdijscholen. Jullie leren lezen en schrijven. De arme mensen luisteren naar jullie omdat ze schrik hebben dat ze door God gestraft gaan worden als ze niet luisteren.

Rood: Jullie zijn de boeren en stedelingen, de grootste groep van de bevolking. Jullie moeten hard werken en moeten een groot deel van de opbrengsten geven aan de rijken. Als jullie grond willen bewerken, moeten jullie een deel van de oogst afstaan.

Samen school maken Ankerscholen en Lerarenopleiding LO in Synergie met Accent op ieders talent AJ 2011-2012

11


Bijlage 4: Prent boot (Vikingen)

Samen school maken Ankerscholen en Lerarenopleiding LO in Synergie met Accent op ieders talent AJ 2011-2012

12


Bijlage 5: (prent Viking, ridder en monnik) A. Noorman/Viking

B. Ridder

Samen school maken Ankerscholen en Lerarenopleiding LO in Synergie met Accent op ieders talent AJ 2011-2012

13


C. Monnik

Samen school maken Ankerscholen en Lerarenopleiding LO in Synergie met Accent op ieders talent AJ 2011-2012

14


Bijlage 6: Kwis Vraag 1: Uit welk materiaal werden de eerste kastelen gemaakt? a. Uit ijzer b. Uit hout c. Uit steen d. Uit stro en hooi  De eerste burchten waren van hout, daarna werden de kastelen of burchten in steen gemaakt. De stenen kastelen waren veel steviger en brand kon er moeilijkere uitbreken. Vraag 2: Hoe noemt de brug die bij gevaar omhoog gehaald kon worden? a. De ophaalbrug b. Kasteelbrug c. Gevarenpoort d. Kasteeldeur  Als er gevaar dreigde, kon men de ophaalbrug ophalen. Zo kon niemand meer binnen of buiten het kasteel. Ophaalbruggen werden vooral gebruikt bij kastelen waar een gracht omheen lag. Vraag 3: Waardoor was een kasteel plots niet zo veilig meer? a. Doordat de boeren in opstand kwamen. b. Door de grachten die begonnen uit te drogen. c. Door de uitvinding van het buskruit en het kanon. d. Het juiste antwoord is niet gegeven.  Een kanon kon flink schade toedienen aan de kastelen. De dikke muren boden nu minder bescherming. Vraag 4: Kastelen werden door de uitvinding van het buskruit niet meer gebruikt als fort (voor verdeding). Hoe werden ze dan wel gebruikt? a. Als school b. Als woonhuis (van de adel) c. Als abdij d. Als ziekenhuis  Omdat de oorspronkelijke functie van het kasteel (verdediging) verviel, ging men de kastelen meer gebruiken als woonhuis. Het was vooral de adel die in de kastelen terecht kwamen.

Samen school maken Ankerscholen en Lerarenopleiding LO in Synergie met Accent op ieders talent AJ 2011-2012

15

test  

test tijd, om te proberen