ADCN 50Y ANNUAL

Page 1

1968

1969

1970

1971

1972

1973

1974

1975

1976

1977

1978

1979

1980

1981

1982

1983

1984

1985

1986

1987

1988

1989

1990

1991

1992

1968 2018

50Y ADCN


HEADER Cheers to the

INTRO NILS EN DINESH

Ducilit volor aut aut lam ene corem experiam latur sam a proraer natur, officias ipsae venienti re cum fuga. Sin et maiorrum am faceaqu oditiur am illabor poremporum il illorum sed eatius si ab iduntur reri con plaborpos aut atemolu ptatis eius molore doluptatus remporepres rae siti rem. Sed ut prem es apienis venis etur, temquo et volupta temporem sedistr uptatur rae nis idebit alitias aut ut fugit que officipsam restrum quaspero molore ipictur, sequi test mosamusaped mod quam nectasp erferro es ressimendit, totatemo to tem ipsunt ut porro con periatia nullor sam fugitatisin consed eostiis simint fugia con nonsequam, ut pro velenda ectotatiis doles destrum a voloriberum sit milla core ium ut es as doluptaspere vendellest eaquaep receaquibus qui cullaudis excerum et occumetur? Fuga. Itas erorectur? Xerferi a voluptatur, cumquas dolescium sinvele stotatet re corum fugitiaturem dellectur? Ipsamus min etur aut volescillaut volupta verupti bearum que occabo. Et illaudi blautem si doluptat abo. Itate dis as ducid etus aruptatiatem nus as acipit es aut plandel idi te la volor a que volestiis remo venime magnimaio et, utas et eum fugit, corit estiosam, odistiorae pratquat.

fuga. Exeratiist aceste sae. At hariae expeliq uatur, officius expliamus aliquidio. Nequia ditas neceatia ditatur accus sequi officimil ipicidunt faciis re dolor re doluptiis rem in consequunt quate a delia aliquasin cum seque consequos mi, es ditaquas ea nonsequidunt lacias accati odis et res conet mossime nihictiati berchillo omnis et parum lab id expliquistem quia qui sitaquidus. Ignatiu saperis simagnatum arcid qui quam ipsam, quam rest ut occusti dundani sum fugitiis quia aliqui nonsequi ut que nonecusam si dolo minctotae nobitiorro modipici re dolum utempore nobit od ut magnis maximincias estiae lam que pratum doluptat. Udi a quibus nullatem etur? Qui rehendes dessit omnis eium venimusdam, odi reium qui nis distiundae quistiur alici doluptatem rem re lis ut laccusant que alignis quaturit modicabore dolor sit prenda iscipsa niendi cum quatet qui as sum quibus entiis entiis aut millest omnis ipsam nobis rest raturita vollaborum, quam sit quiscius saped eumquis exerit ex excerep ernatem est odic tem ne nectur? Qui culpa quas eum qui te iumque essitisquo temodicium nati dolessimet ipid undaerum volupta dendern atessim postiasitium illaccum aut autat.

Itaquissedio dolo optatiam rerspiscia quo ente eumque si Nequibus et, odi ut qui officit aut haribus apietur, qui con opta volectur? Quiate moluptatus. nimil ma nist, vit molo maionsent aut lam, cus, am, aliquiat aceaturera conseculles estorio int od quosam etus doluptur, Pore porum aut utem utati te pariorecus dendign isquaecto et eribusda conempor aut odias audissit, in nus nonseria is ex exlam rerciam ea eum nia quiderferro coria ea volorrum quatusae erchi cidiostio dem. Ur, ipsandu cipsanis esciis ma quas venis di necepuda vendit arcipsae volest, occab in cones ni dio enduntisin placea derum faceaque laborum quissi totatem et laborum usam dolorempora cone coreperum nonsectas aut volest eos expero quostiorum estiisi tatint eum fuga. Itae et est, in estiam santorem ernat. sum latquamusa nihictat. Olut eturit dis eribus dioribus nectemo luptium et rem ut vent Dolenih ictest pel illicatio ipsae non corecum sit escipsapeles laborem quo initas dias accullescium fugiam incieni minctorit eiur sincti blacessit, quas enectur re cor accaborera dusdaes el mi, omnim sequae rate ma sundae vel invelendae exerrum in commoluptate sapiciendae estempor ma inihillaccae dolesnobis vellatq uiamus dionsed ut cid ut earum imagnat. Udipit endis que exerumendus cor re sitEvel ea ne cus debit volut lab ipsuntiatur, voluptio. Udam exerument officiae dolorerferum que minis aceatur ibusda simusam faciae doluptaCongratulations ADCN on your 50th, and final, Annual. It sure takes bravery to tiae dero quaestia necab int volum aut molore nobis ant demstop se publishing the Dutch advertising quos sapitatur nobitio. Et audandae nonseni hicat. Ximust at Bible. Especially in the year that we’re making ournon debut in it. But we won’t hold any grudges. We’re eager to see reriore mpores susantis esto voleste mporibus. Piendan debit,the cuscinew sum ent. how ADCN will fuel creativity for the next 50 years. More than ever,

it’s our ambition to be part of that future. Cheers to change! xxs.amsterdam

Adit officab intusande della nossusa erspit dolo dolorum et officidio. Ut ad qui vendam la doluptas re nihil is solorep erundanditis eum si rest laccaborrum eostisi utat inulpa dentium 2

— BRAVE & AMBITIOUS — XXS AMSTERDAM


••

•• ••

••

••

• • •

• • •

• • • •••

Dit is een uitgave van ADCN bij het 50e ADCN Jaarboek - ADCN Annual 2017 Samenstelling en concept: Dinesh Sonak en Nils Adriaans Hoofdredactie: Nils Adriaans Bijdragen: Harmen Meinsma, Thomas Rijsman, Gijs de Swarte, Lukas van de Ven, Caro Verbeek Productie: Elise Zwart Ontwerp cover: Jacques Koeweiden Ontwerp en uitwerking binnenwerk: Karin Janssen Fotografie: Erik Hijweege, Marie Wanders, Studio Beerling Drukwerk: Drukkerij Roelofs Met dank aan: Mercis Publishing B.V. Met speciale dank aan alle adverteerders en partners (op alfabetische volgorde): ACHTUNG!mcgarrybowen Boomerang Create Cheil Amsterdam Cake Film & Photography Czar Dawn DDB & Tribal Amsterdam DPPLR Hazazah J. Walter Thompson Amsterdam Joe Public Take-Away Advertising MediaMonks N=5 Onesize PublicisOne STR8 TBWA\NEBOKO The Odd Shop Van Santen Netwerk XXS

HET MAGAZINE In dit supplement staat, in het kader van het laatste ADCN Jaarboek en de lancering van ADCN.nl/archive de liefde voor boekontwerp, boeken in het algemeen en Het Boek (zoals Lukas van de Ven het ADCN Jaarboek noemt), centraal. Of zoals ontwerper Robin Uleman tijdens een voorgesprek gekscherend zei: ‘Dit is een vak voor gekken.’ Verder sluit ik me graag aan bij zijn collega Sybren Kuiper, met wie ook een interview in deze bijlage staat, die zegt: ‘Waarom zou je een voorwoord hebben, waarin je gaat vertellen wat er in een boek – of in dit geval magazine – staat? Dan hoeft de lezer het toch niet meer te bekijken?’ En wie kan dat beter weten dan een boekontwerper, wiens doel het vooral is ‘om tijd te stelen van lezers’? Kortom, veel kijk- en leesplezier met het ontwerp van Karin Janssen en de omslag van Jacques Koewieden. En veel dank aan alle partners die speciale advertenties, met het thema ‘vieren’, voor deze uitgave hebben gemaakt. Nils Adriaans Hoofdredacteur PS Oh, en mijn eigen favoriete boek? Dat is het net niet verschenen boek van Gummbah (een van De Best Verzorgde Boeken van 2010): ‘Een glimmende stemvork suist door de wereld’ van Fleur Bok, met het adembenemende gedicht ‘Respect’.

4 De makers van het finale ADCN Jaarboek aan het woord 8 Interview met anti-blader ontwerper -SYB14 & 36 Boekliefhebbers & hun liefde voor boekdesign 16 Fotograaf Harmen Meinsma en ze leefden nog lang en gelukkig 20 Informatie-ontwerper Richard Vijgen over de toekomst van het (e-)boek 26 Lukas van de Ven bekroont de beste Jaarboeken van de afgelopen 50 jaar 32 Het favoriete boek van 6 ADCN-bestuursleden 40 ADCN-erelid Dick Bruna ontwierp meer dan 2000 boekomslagen 43 De systematische grilligheid van ontwerper Robin Uleman

3


HET LICHT BLIJFT BRANDEN JORIS VAN ELK IS DE MAN ACHTER VIJF JAARBOEKEN EN HEEFT ZE ALLE VIJFTIG THUIS STAAN. DIT (HET 50E ADCN JAARBOEK) IS ZIJN ‘MEEST COMPROMISLOZE’. MET OVERZICHT, EEN TOEFJE NOSTALGIE EN DE BLIK FERM OP DE TOEKOMST GERICHT VERTELLEN HIJ ÉN DE ANDERE MAKERS VAN HET BOEK OVER DE BETEKENIS VAN DIT LAATSTE ADCN JAARBOEK, DIE PAGINA VOOR PAGINA OP ZWART GAAT. Tekst: Gijs de Swarte


‘Wat voel je erbij? Daar gaat het toch altijd weer om’, zegt Van Elk. Hij heeft alle vijftig jaarboeken thuis staan, heeft er vijf op zijn naam en het kost hem dan ook weinig moeite mooie herinneringen op te roepen. ‘Generaties creatieven hebben er heel veel bij gevoeld. In het boek zag je wat er gemaakt was en dan dacht je al snel: oh ja, dat wil ook maken, en dat ook en dat… Het was pure inspiratie, want ja – ooit in een grijs verleden was er nog geen internet en kon je eigenlijk nergens zo makkelijk, zo’n goed overzicht vinden van wat er in het vak werd gepresteerd. En dan was er natuurlijk de enorme schouderklop, de bevestiging die ervan uitging. Ik ben zelf een kwart eeuw geleden begonnen en kan me nog goed herinneren dat ik er voor het eerst in stond met werk voor PUK, het uitzendbureau voor daklozen. Dat betekende alles voor een jonge creatief – en het betekende vooral dat je erbij hoorde, eindelijk. Een grotere like kon je niet krijgen.’ DE LAT Het gaat Van Elk niet te ver om te zeggen dat hij van het ADCN Jaarboek houdt. ‘Er zijn dan ook werkelijk prachtige voorbij gekomen’, vervolgt hij. ‘Ik herinner me het boek van Diederick Hillenius en Poppe van Pelt uit 2000, echt een van de mooiste. Zij lieten het werk achter het werk zien, de ideeën, de krabbels, de schetsen. Briljant. Of het boek uit 2013 met het thema Monnikenwerk, waarbij, in de eerste bijgevoegde app ooit, de illustraties uit het boek tot leven kwamen. En Jaarboek 2016, gemaakt in samenwerking met drie academies. Met een tentoonstelling in het Amsterdamse Stedelijk Museum, zodat alle studenten konden zeggen dat hun eerste werk al werd geëxposeerd. Echt fantastisch.’ Het boek, meent Van Elk, staat voor vakkennis, liefde voor het werk, de gedrevenheid het best mogelijke te maken en vooral voor kwaliteit. ‘In het boek kon en kun je nu nog zien wat het hoogste niveau is in Nederland,’ zegt hij. ‘Het was de maatstaf.’ ‘Het is de ADCN, de lat kan nauwelijks hoger liggen’, zegt ook Jeroen Puntman van Drukkerij Roelofs erover. Puntman, mede-

werker aan deze en veel voorgaande jaarboeken, verwoordt daarmee een sentiment dat bij vrijwel iedereen die erin staat of er op de een of andere manier aan heeft bijgedragen, te beluisteren valt. TASTBAARHEID Ook de ‘tastbaarheid’ van het boek wordt door vrijwel alle betrokkenen genoemd als belangrijke waarde. ‘Dat uit de kast kunnen pakken en dan bladeren, zonder vooropgezet plan kijken waar het boek je mee naartoe neemt…’, zegt graphic producer Marcel Kremer, die aan meerdere Jaarboeken en ook aan deze meewerkte. ‘Het is er, zo’n boek’, zegt Bela Sarah Oortwijn, graficus bij Straight, dat eveneens aan deze en aan vele voorgaande heeft meegewerkt. ‘Ooit werd er een plastic plaatje bij geleverd waarop de radiocommercials te horen waren’, zegt Van Elk nog. ‘Daarop volgden CD’s, later DVD’s, apps. Al die dragers verdwijnen wel op een gegeven moment, maar het boek, dat bewaar je. Het werk, zo vergankelijk in ons vluchtige vak, was ermee gedocumenteerd, voor de eeuwigheid min of meer.’

‘Als je in het Jaarboek stond betekende het vooral dat je erbij hoorde, eindelijk! Een grotere like kon je niet krijgen’ 5


ZONDER CONCESSIES Het doel bij elk boek was verder gaan dan vorige keren. De kernvraag daarbij, volgens Van Elk, wat slaat aan bij mensen die zelf ook voortdurend onontgonnen terrein opzoeken in hun werk? Puntman en ook de andere geïnterviewden noemen dit exemplaar onverdeeld het meest spannende en vergaande ooit. Van Elk: ‘Het basisprincipe bij dit boek is dat het van licht naar donker gaat. Het is een vertaling van wat er, althans voor wat betreft het drukwerk, ook werkelijk gebeurt. Het licht gaat uit als het ware. Maar, en dat is een belangrijke maar, het licht blijft middels een glow in the dark lampje op de rug van het boek ook branden. Het dilemma is natuurlijk: hoe ver ga je met het doorvoeren van zo’n idee? Noodzakelijk ver, zeg ik. Maak het maar zo donker mogelijk, elke pagina, tot je achterin het boek niets meer ziet. Dan zie je dus ook het werk niet meer en daarmee zit je tegen de rand aan van wat we nog net oké vinden, dan wel er overheen. Misschien zijn er ook mensen die dat teveel van het goede vinden, maar kritiek hoort net zozeer bij het vak als de waardering voor een zonder concessies uitgevoerd concept.’ LOSLATEN EN OMARMEN Het punt is – en daar gaat het allemaal om: het boek volstaat niet meer. Het is een ontwikkeling die wordt omarmd, zij het duidelijk met een vleugje nostalgie. ‘Droevig dat het de laatste is’, zegt Puntman. ‘Maar zonder enige twijfel van deze tijd.’ ‘De tijd van die ene mooie print-advertentie, en de briljante commercial alleen, ligt al heel lang achter ons’, voegt Kremer daaraan toe. ‘Kenmerkend is dat we altijd naar nieuwe vormen op zoek gaan. Het boek valt weg nu en dat past, maar wie weet hoe het beste van het vak in de komende jaren over het voetlicht gebracht zal worden? Dat kan zo maar weer een boek zijn, of een magazine of wat dan ook.’ De recente Buy The Change-campagne van Dawn voor Triodos komt als veelzeggend voorbeeld voorbij. Daarbij worden alle mogelijk media ingezet: commercials, outdoor, online film, een

6

website, app. Het doel is een beweging te creëren die mensen helpt om met hun inkoopkeuzen op de bedrijven te ‘stemmen’ die het met de wereld goed voorhebben. Van Elk: ‘Het werk van Dawn is een sterk voorbeeld van hoe campagnes tegenwoordig opgebouwd zijn. Wil je daar recht aan doen, dan heb je de visie en rol van de bank nodig, de ideeën en doelstellingen van het bureau, en de uitingen in de verschillende media. Je kan er plaatjes van laten zien met een omschrijving erbij, maar dat voldoet niet meer. Het Dawn en Triodos mantra “verandering kun je kopen” is zonder twijfel het beste online inzichtelijk te maken en dat gebeurt dan ook. ‘En de vijf door mij gemaakte boeken zijn evenzoveel kindjes van me. Maar toch zeg ik: vasthouden aan dingen van vroeger doet ons werk geen eer aan. Het leven is loslaten en omarmen en wat wij, als het goed is in ons vak doen, is een reflectie daarvan geven.’

Groepsfoto v.l.n.r.: Bela Sarah Oortwijn, Jaap van Bruggen, Jan Geerling en Peter Kaars van Straight en geheel rechts Joris van Elk (foto: Bas de Graaf). Fotografie Drukkerij Roelofs: Erik Hijweege


HEADER

INTRO NILS EN DINESH

Ducilit volor aut aut lam ene corem experiam latur sam a proraer natur, officias ipsae venienti re cum fuga. Sin et maiorrum am faceaqu oditiur am illabor poremporum il illorum sed eatius si ab iduntur reri con plaborpos aut atemolu ptatis eius molore doluptatus remporepres rae siti rem. Sed ut prem es apienis venis etur, temquo et volupta temporem sedistr uptatur rae nis idebit alitias aut ut fugit que officipsam restrum quaspero molore ipictur, sequi test mosamusaped mod quam nectasp erferro es ressimendit, totatemo to tem ipsunt ut porro con periatia nullor sam fugitatisin consed eostiis simint fugia con nonsequam, ut pro velenda ectotatiis doles destrum a voloriberum sit milla core ium ut es as doluptaspere vendellesur aut volescillaut volupta verupti bearum que occabo. Et illaudi blautem si doluptat abo. Itate dis as ducid etus aruptatiatem nus as acipit es aut plandel idi te la volor a que volestiis remo venime magnimaio et, utas et eum fugit, corit estiosam, odistiorae pratquat. Nequibus et, odi ut qui officit aut haribus apietur, qui con nimil ma nist, vit molo maionsent aut lam, cus, am, aliquiat aceaturera conseculles estorio int od quosam etus doluptur, eribusda conempor aut odias audissit, in nus nonseria is ex exerchi cidiostio dem. Ur, ipsandu cipsanis esciis ma quas venis di sin placea derum faceaque laborum quissi totatem et laborum expero quostiorum estiisi tatint eum fuga. Itae et est, in estiam sum latquamusa nihictat. Dolenih ictest pel illicatio ipsae non corecum sit escipsapeles eiur sincti blacessit, quas enectur re cor accaborera dusdaes el in commoluptate sapiciendae estempor ma inihillaccae dolescid ut earum imagnat. Udipit endis que exerumendus cor re sitEvel ea ne cus debit volut lab ipsuntiatur, voluptio. Udam exerument officiae dolorerferum que minis aceatur ibusda simusam faciae doluptatiae dero quaestia necab int volum aut molore nobis ant demquos sapitatur se nobitio. Et audandae nonseni hicat.

Ximust at reriore mpores susantis non esto voleste mporibus. Piendan debit, cusci sum ent. Adit officab intusande della nossusa erspit dolo dolorum et officidio. Ut ad qui vendam la doluptas re nihil is solorep erundanditis eum si rest laccaborrum eostisi utat inulpa dentium fuga. Exeratiist aceste sae. At hariae expeliq uatur, officius expliamus aliquidio. Nequia ditas neceatia ditatur accus sequi officimil ipicidunt faciis re dolor re doluptiis rem in consequunt quate a delia aliquasin cum seque consequos mi, es ditaquas ea nonsequidunt lacias accati odis et res conet mossime nihictiati berchillo omnis et parum lab id expliquistem quia qui sitaquidus. Ignatiu saperis simagnatum arcid qui quam ipsam, quam rest ut occusti dundani sum fugitiis quia aliqui nonsequi ut que nonecusam si dolo minctotae nobitiorro modipici re dolum utempore nobit od ut magnis maximincias estiae lam que pratum doluptat. Udi a quibus nullatem etur? Qui rehendes dessit omnis eium venimusdam, odi reium qui nis distiundae quistiur alici doluptatem rem re lis ut laccusant que alignis quaturit modicabore dolor sit prenda iscipsa niendi cum quatet qui as sum quibus entiis entiis aut millest omnis ipsam nobis rest raturita vollaborum, quam sit quiscius saped eumquis exerit ex excerep ernatem est odic tem ne nectur? Qui culpa quas eum qui te iumque essitisquo temodicium nati dolessimet ipid undaerum volupta dendern atessim postiasitium illaccum aut autat. Itaquissedio dolo optatiam rerspiscia quo ente eumque si opta volectur? Quiate moluptatus. Pore porum aut utem utati te pariorecus dendign isquaecto et lam rerciam ea eum nia quiderferro coria ea volorrum quatusae necepuda vendit arcipsae volest, occab in cones ni dio enduntiusam dolorempora cone coreperum nonsectas aut volest eos santorem ernat. Olut eturit dis eribus dioribus nectemo luptium et rem ut vent laborem quo initas dias accullescium fugiam incieni minctorit mi, omnim sequae rate ma sundae vel invelendae exerrum

— FUCKING YOUNG — CAKE FILM AND PHOTOGRAPHY / JOUK OOSTERHOF LOVE A GOOD (GOODBYE) PARTY


DE ANTI-BLADER ONTWERPER Sybren ‘-SYB-’ Kuiper heeft eindeloos veel fotografieboeken ontworpen, won een ADCN Lamp en heeft tweemaal in de jury gezeten. Nils Adriaans interviewde hem aan de hand van een greep uit eigen werk, en schetst zo een beeld van Kuipers ontwerpvisie. ‘Mijn doel is vooral om tijd te stelen van lezers.’ Tekst: Nils Adriaans

Nee, Sybren Kuiper is er de ontwerper niet naar om zichzelf op de borst te kloppen. Hij is zelden bij openingen of vernissages – zelfs niet als hij het boek zelf heeft ontworpen. ‘Ontwerpers zijn bijna altijd introverten, hè.’ Zelf heeft hij ook niet zoveel met boeken. ‘Boekenverzamelaars worden gek als ze bij mij op mijn studio mijn boeken schots en scheef over elkaar gegooid zien. Ik zie boeken als gebruiksartikelen.’ Dat de ADCN een magazine over boekontwerp maakt, vindt hij vooral grappig. Kortom, hij staat er losjes in, in dat hele boekontwerp-vak. Maar als het op het ontwerpen zelf aankomt, is hij bevlogen. Dan gaat hij verzitten, wordt hij als het ware groter en komt hij los. Hij ontwerpt boeken naar eigen zeggen ‘met huid en haar; ik verbind me er emotioneel mee. Als ik bijna geen tijd heb om na te denken, is dat het beste. Dan gaat mijn verstand me niet in de weg zitten.’ Kuiper (1961), die pas op z’n 27ste aan de HKU ging studeren, na een studie Nederlands, ontwierp in 2005 zijn eerste fotografieboek: voor Cuny Janssen, die bij de Albert Heijn op de kaasafdeling werkte. ‘Ik verwonderde me erover dat zo’n bijna etherisch, onhandig meisje werkte tussen de bijdehante Utrechtse meisjes. Ze bleek fotografie te studeren en zo raakten we aan de praat.’ Hij werkte in die tijd halve dagen als artdirector bij ontwerpbureau Dietwee. ‘Daar begeleidde ik ontwerpers bij grotere opdrachten en in mijn eigen tijd deed ik kleinere projecten op persoonlijke titel. Tijdgebrek deed de rest. Ik werd genoodzaakt om veel intuïtiever te werken. Die situatie was eigenlijk vrij ideaal.’ Totdat de liefde hem naar Den Haag (‘met de zee om de hoek’) dreef, waar hij nog altijd woont en werkt. Hij zou uiteindelijk 7 boeken voor Janssen maken. Vanaf dat eerste fotoboek werden het er al snel meer. Hij ontwierp fotoboeken voor onder anderen Viviane Sassen, Rob Hornstra, enkele Magnumfotografen, maar ook andere kunstacademiestudenten – naast jaarverslagen, catalogi, brochures en affiches (Kuiper won in 2009 tevens de Theaterafficheprijs, NA). Van alleen boeken ontwerpen wordt namelijk bijna niemand rijk, enige uitzonderingen daargelaten. Kuiper: ‘Fotografen kost het alleen maar geld. Die moeten mij, de drukker én de uitgever/ distributeur betalen. Bij een oplage van 750-1000 exemplaren kost het je zo 15.000 euro. Voor hen draait het om naamsbekendheid, maar meestal ligt er een diepere, persoonlijke drijfveer aan ten grondslag: closure, het afronden van een project waar ze emotioneel aan verbonden zijn.’

8


9


HYPERSCHERP De fotografieboeken, die Kuiper ontwerpt, variëren van ‘heel simpel’ tot ‘veel fysiekere verhalen’. Het liefst geeft hij persoonlijke, maatschappelijk geëngageerde verhalen die nog ruw zijn, vorm; daar heeft hij het meeste aan toe te voegen. Hoewel mensen dat niet verwachten bij zijn manier van ontwerpen, gebruikt hij doorgaans maar enkele papiersoorten (Muncken Print Rough en Arctic Volume) en bijna altijd dezelfde typografie (Universe Condensed, Baskerville, Garamond en sinds kort ‘een prachtige, hele smalle letter’ van studiogenoot en letterontwerper Erik van Blokland, Action). De ‘verhaaltechnische potentie’ bij het ontwerpen van boeken, ziet hij veel eerder in het experimenteren met verschillende bindwijzen. Daarin schuilt voor hem de fysieke intimiteit van boekontwerp (Kuiper werkt veel met de ambachtelijke binder Wytze Fopma, NA).

laatst denkt dat de man op de foto de seriemoordenaar is. Maar in werkelijkheid is het een willekeurige foto. Ik vond het interessant om met de betekenis van beeld te spelen. Het boekje bewees toen al dat ik een “anti-blader” ontwerper ben; ik eis graag de regie op en wil voorkomen dat mensen ergens een beetje doorheen bladeren, en het dan ongeïnteresseerd wegleggen. Ik steel graag wat tijd van lezers.’

De realiteit komt binnen als een mokerslag – als kijker wil je in snikken uitbarsten

POLITIERAPPORT Het volgende boek, dat Kuiper laat zien, is Gomorrah Girl (2011) van de Italiaanse fotograaf Valerio Spada over jonge vrouwen in Napels. Kuiper gebruikte een facsimile van een politierapport over een onschuldig gedood Napolitaans meisje (door een verdwaalde maffia-kogel) als ‘ondergrond’ voor de foto’s van Spada. Verder niets. De in wezen onschuldige meisjesportretten worden zo als het ware onderdeel van het rapport; als kijker voel je dat dat schuurt.

Om een voorbeeld te geven pakt Kuiper er een Albert Heijn-tas bij, die vol blijkt te zitten met fotoboeken. Daaruit haalt hij het boek ‘Abba … Zappa’ (2008) van popfotograaf Gijsbert Hanekroot. Het bijzondere eraan is dat de ruim 300 pagina’s allerlei verschillende afsneden hebben, waardoor het lijkt alsof je een pak foto’s in je hand hebt. ‘Toen Gijsbert bij me kwam, kwam hij letterlijk met een enorme stapel foto’s binnenlopen. Zo kwam ik op het – simpele – idee. Hoewel iedereen mij probeerde duidelijk te maken dat zo’n boek nooit machinaal gebonden zou kunnen worden, ging binderij Hexspoor de uitdaging aan. Zij maakten het mogelijk als we het papier heel slim zouden snijden, waardoor de dikte evenwichtig verdeeld zou worden. Het voordeel van complex precisiewerk – wanneer er niets mis mag gaan – is dat iedereen hyperscherp is. Vaak gaat er juist iets mis als het ontwerp voor de hand ligt. Dan verslapt de aandacht.’ Het tweede fotografieboek, dat Kuiper uit z’n AH-tas tovert, is nota bene zijn eigen eindexamenwerk uit 1993: Een dag uit het leven van een fictieve seriemoordenaar. Het kleine, vierkante boekje, dat in een doosje zit, is van binnen naar buiten uitvouwbaar en zoomt in tekst en beeld steeds verder in op de ‘seriemoordenaar’. Kuiper: ‘Het verhaal zuigt je als het ware het boekje in, waardoor je op het

10

Het boekje bewijst ook dat Kuiper tijdens zijn eindexamen al deed, waar hij later pas in zou gaan excelleren. ‘Ik kom er vaker pas later achter, wat ik ben, om het zo maar te zeggen. Hoe dat komt? Ik ontwerp op emotie, waardoor ik me niet heel erg bewust ben van mijn stijl; ik reageer vooral op het materiaal. Pas na enkele jaren drong ook pas tot me door dat ik een vrij grove, lompe ontwerper ben.’ Met zelfspot: ‘Ik ben een beetje de Fred Flintstone van het ontwerpvak. Anderen zijn veel preciezer.’

‘Als het even kan haal ik alle niet-relevante boekinformatie weg. Typische element als onderschriften, titelpagina’s en paginanummering leiden vaak alleen maar van de ervaring af. Een voorwoord is al helemaal dodelijk – waarom zou je vooraf vertellen wat de kijker te zien gaat krijgen? Laat ze maar eerst hun eigen ervaring opdoen. Als dat gebeurd is, mag de fotograaf achterin het boek kwijt wat die wil. Dat is vaak ook belangrijk, want het moet ook geen rebus worden. Een goed boek is een balanceer-act tussen foto’s, tekst en context. De mix moet precies goed zijn.’ Twee boeken, die vanuit het perspectief van de fotograaf persoonlijker van aard zijn, zijn Mimicry (2010) van Judith van IJken en This is not because you didn’t want to speak with me on your trip (2017) van de Noorse fotograaf Adrian Øhrn Johansen. Voor Mimicry fotografeerde Van IJken jongvolwassenen in vintagekleding van hun ouders. In het boek worden die beelden afgewisseld met oude foto’s van de ouders in dezelfde kleding. Maar dusdanig asymmetrisch gebonden, dat de nieuwsgierigheid van de lezer geprikkeld wordt.


opbouwt met haar. Heel vrolijk en normaal. Juist daardoor komt de realiteit van het boekje met foto’s uit haar laatste jaren, dat de lezer net heeft uitgepakt, binnen als een mokerslag – als kijker wil je in snikken uitbarsten. ‘Dit is echt een anti-blader ontwerp. Hier heb ik voor mijn doen lang over nagedacht.’

Kuiper: ‘Ik begin pas als praktisch alle foto’s er al zijn, dan kan ik reageren op wat de fotograaf zelf in zijn of haar hoofd heeft. Als ze zelf al een ontwerp-idee hebben, vraag ik vaak de ruimte om één tegenvoorstel. Maar uiteindelijk is de opdrachtgever de baas. Als die niet blij is, heb ik het niet goed gedaan. In het geval van Mimicry bijvoorbeeld heb ik de discussie over de cover, waarop één foto van Judith staat, verloren. Om te beginnen klopt het niet met de opzet, waarbij telkens twee foto’s met elkaar communiceren, maar meer algemeen, vind ik dat je het een foto niet kunt aandoen om zo uit de context gehaald te worden. Voor mij begint het verhaal op de cover en is de cover niet een soort samenvatting.’ In het geval van This is not because you didn’t want to speak with me on your trip kan daar al geen sprake van zijn, omdat het boek zich in een cassette bevindt. Johansen portretteerde zijn eigen moeder, die aan een progressieve psychische ziekte leed en daar uiteindelijk aan ten onder ging. De titel van het boek vormde de tekst op het afscheidsbriefje aan haar zoon. Uiterst sombere foto’s worden gecombineerd met jeugdfoto’s van de moeder, waarop ze als een heel normaal, vrolijk meisje te zien is; het contrast is enorm. Om dat contrast optimaal te laten werken, ontwierp Kuiper het boek op zo’n manier, dat je het als kijker als het ware uitpakt (‘ont-wikkelt’). Eerst zie je haar opgroeien: kleuter, tiener, puber, jonge moeder, zodat je een band

‘Vaak gaat er iets mis als het ontwerp voor de hand ligt. Dan verslapt de aandacht’

SCHATTIGE JONGETJES Een andere, absolute parel van Kuiper is het boek Mandy en Eva (2013) van fotografe Willeke Duijvekam, waarbij Kuiper een vergelijkbaar omgekeerd proces toepast. In het boek, waarbij de kijker de bladen van binnen naar buiten om en om omslaat, ontsluiten zich de verhalen van de transgenders Mandy en Eva, die de kijker van volwassen vrouw langzaam, bladzijde voor bladzijde, ‘terug’ zien veranderen in extreem schattige jongetjes. ‘Ik wilde Mandy, die lekker bubbly is, en Eva, die veel dromeriger en introverter is, allebei een eigen boek geven, omdat ze beiden hun eigen proces hebben doorgemaakt. Dat verdienden ze, vond ik.’ Hij vervolgt: ‘Als je het verhaal chronologisch vertelt als een documentaire, wordt het kitscherig. Ik ben er om dat te voorkomen; om fotografen, die vaak te dicht op het onderwerp zitten, daarvan te weerhouden. Mijn werk lijkt, ietwat overdreven, soms op een combinatie van een architect en film editor: een boek is een bouwwerk én een verhaal.’ Tenslotte trekt Kuiper de zwarte monografie Cry out for joy, you lower parts of the earth, met het verzamelde werk van de beeldhouwster Karin van Dam uit de AH-tas. Kuiper won er in 2005 onder meer een Lamp en Dutch Design Award mee (in totaal werden 10 van Kuipers fotografieboeken bekroond bij de jaarlijkse Best Verzorgde Boeken-verkiezing, NA). Het boek bestaat uit verschillende papiersoorten en druktechnieken, zoals stansen, pregen en lakken. ‘Dit is een voorbeeld van een fysieke vertaling van de inhoud: het grote, vaak zwarte werk van Karin, met zwartgeverfde vijvers van de Bouwmarkt als ufo’s, met gaten erin – vandaar het stansen. Het is minder emotioneel dan wat ik normaalgesproken maak. Maar omdat het rijk was aan ontwerpstijlen, deed het boek het goed bij de prijzen.’ Glimlacht: ‘Ik heb in ieder geval weten te voorkomen dat het een protserig koffietafelboek werd.’

Fotografie boeken: Marsel Loermans, fotografie portret Sybren Kuiper: Robin de Puy

11


Deze gaat Het Boek niet halen.

De inspiratie. Het bewijs. De lat. Met pijn in ons digitale hart nemen wij afscheid van Het Boek. Het waren vijftig fantastische jaargangen.

— DEZE GAAT HET BOEK NIET HALEN. — CHEIL AMSTERDAM


— THE ART OF DENDROCHRONOLOGY — ONESIZE


HEEL INTENS

WE VROEGEN 9 BOEKLIEFHEBBERS OM HUN LIEFDE VOOR BOEKONTWERP EN BOEKEN TE VERKLAREN. DIT ZIJN HUN LOFREDES. Tekstbewerking: Gijs de Swarte, Nils Adriaans

VERRASSING EN VERWARRING ERIK KESSELS, oprichter van KesselKramer en KesselsKramer Publishing: ‘Van jongs af aan ben ik gefascineerd door het tactiele en seriematige van boeken. Op mijn 14de maakte ik mijn eigen fanzines en daarna ben ik altijd met het maken van boeken bezig geweest. Het ontwerpen en produceren van een

object met een bepaalde maat, een specifiek gevoel en zelfs een geur blijft erg boeiend. Als een boek helemaal klaar en af is, is voor mij de spanning wel meteen over en wil ik alweer aan iets anders beginnen. ‘Mijn “eigen”, meest dierbare boek is 2 kilo of KesselsKramer. Een boek van exact 2 kilo, ontworpen als een baksteen, met daarin het overzicht van het werk van KesselsKramer van de eerste 10 jaar. Het is natuurlijk vreemd om trots op je eigen boek te zijn, maar voor ons als KesselsKramer betekende dit een internationale doorbraak. Bijzonder aan het boek is ook dat het het oplopende gewicht

als paginanummering heeft. ‘De belangrijkste componenten van goed boekontwerp – in mijn ogen – zijn verrassing en verwarring. Een favoriet op dat gebied is Supplement to the Italian Dictionary uit 1958 van de legendarische Italiaanse ontwerper Bruno Munari, dat beelden van Italiaanse handgebaren en hun betekenis bevat. Een supergrappig boek, maar ook een klassieker in de ontwerpwereld. ‘Een andere favoriet is het piepkleine boekje Point it, waarvan er al meer dan 2 miljoen verkocht zijn. Het is een langwerpig boekje met uitsluitend beeld. Het is bedoeld om mee

te nemen op vakantie, zodat je voorwerpen uit het boek kunt aanwijzen als je de taal niet spreekt. Een geweldig concept en qua fotografie ook nog eens een prachtige uitgave. Dit type “gebruiksfotografie” maakt een hoop in mij los en inspireert me mateloos.’

mijn ontwerpen vooral uit de inhoud, in plaats van een extra designlaag eraan toe te voegen. Een goed boek ontwerpt zichzelf. ‘De meeste nieuwe boeken ontdek ik via instagram en koop ik daarna online – moet ik tamelijk beschaamd toegeven. Ik kom nog wel bij Architectura & Natura, omdat een aantal van mijn opdrachtgevers zich in die hoek bevinden. Het goede van een boekenwinkel is toch dat je altijd weer de winkel uit loopt met iets waar je niet naar op zoek was. Ik kijk dan vooral naar de combinatie formaat, materiaalgebruik, bindwijze en papier. Op Koningsdag doe ik ook altijd wel een paar interessante vondsten.

‘Het boek dat mij het meest dierbaar is, is Wim Crouwel, Mode and Module. Dat is op alle fronten iconisch: een bij-zondere en heel belangrijke ontwerper, de tekst van Hugues C. Boekraad over het werk van Crouwel en een geweldig ontwerp door Karel Martens en Jaap van Triest.’

‘EEN GOED BOEK ONTWERPT ZICHZELF’ Boekontwerper SANDER BOON: ‘Tijdens mijn tweede jaar op de academie onstond mijn liefde voor boekontwerp. Hoofddocent Rein Houkes daagde ons uit om kritisch naar de betekenis van het grafisch

ontwerpen op zoek te gaan. Ik heb toen alles wat ik dacht te weten over ontwerpen aan de kant geschoven en ben teruggegaan naar het ontstaan van ons alfabet: de eerste handgeschreven boeken, de eerste gedrukte boeken, de typografie die daarbij hoorde en welke functie, betekenis en mogelijkheden dit had en heeft. Op dat punt ben ik eigenlijk blijven hangen. ‘Ontwerpen van boeken zie ik als het vertellen van een verhaal. Ik kijk graag naar films en documentaires en hoe daarin een verhaal wordt verteld. Er zijn veel overeenkomsten: de vertelvorm, standpunten, tempo en montage. Verder haal ik de inspiratie voor

14


‘HOE VERZIN JE HET?’ COLETTE OLOF, curator en oprichtster O, Wonder: ‘Ik ben opgegroeid tussen meters boekenplanken, van romans tot geschiedenis-encylopedieën, en kunstcatalogi, cartoons tot erotische verhalen… Mijn vader was nogal een boekenverzamelaar. ‘Als kind verslond ik de kinderboeken van Roald Dahl, als jongvolwassene de rest. Vooral zijn korte verhalen uit Mijn Liefje, Mijn Duifje hebben een diepe indruk op me achtergelaten. Ik denk vaak aan het verhaal over de perfecte misdaad, waarbij een vrouw

‘SPECIAAL VOOR DIE OCHTEND KOCHT DICK BRUNA TWEE TAARTJES’ RON VAN ROON van Studio Ron van Roon: ‘In 1976 ging ik het huis uit en mocht ik als afscheidscadeau iets van mijn ouders uitzoeken om mee te

haar man vermoordt met een ingevroren stuk vlees, dat ze daarna opeet en waarvan ze het bot aan de hond voert waardoor alle sporen gewist zijn. Hoe verzin je het? ‘Maar het boek dat bij mij de liefde voor kunstboeken en boekontwerp, aanwakkerde, was van de Japanse fotograaf Daido Moriyma in de tijd dat ik als curator bij Foam werkte. Dat was voor het eerst dat een boek fysiek zo klopte, zo

perfect in elkaar zat en me bij de keel greep. Heel intens. Vanaf dat moment ben ik met mijn man Japanse fotoboeken gaan verzamelen, want er zijn heel veel fantastische boeken in Japan gemaakt. ‘Daarnaast haal ik veel inspiratie uit Offprint Paris en London: een driedaagse beurs voor onafhankelijke uitgevers uit de culturele sector (fotografie, design, typografie). Het is het walhalla voor de

nemen. Zonder aarzelen koos ik voor het Amerikaanse fotoboek Year van Baldwin H. Ward over de roerige periode van 1900 tot 1950. Een combinatie van top-fotografie (van onder anderen Yousuf Karsh) en een stevige Amerikaanse opmaak. ‘In dezelfde boekenkast van mijn ouders stonden ook enkele pockets van The Saint (van Leslie Charteris). Met opvallende omslagen, die ontworpen waren door Dick Bruna. Tijdens mijn studie op de Gerrit Rietveld Academie in 1974 ben ik hem gaan opzoeken in zijn atelier in Utrecht. Speciaal voor die ochtend kocht Bruna twee taartjes. ‘Wat ik zo geweldig vind aan dit vak is dat je geschreven taal verbeeldt door middel van typografie en beeld. Ik kan

heerlijk in alle rust achter het scherm zitten zoeken. Bij het fysiek presenteren van een voorstel, zeg ik wel eens tegen de uitgever: “En nu nog een mooi stukje muziek bij het omslag.” Maar dat gaat natuurlijk niet. ‘Mijn favoriete ontwerp van nu is – naast zijn nieuwe ontwerp voor de Bijbel (2016) – het eveneens bekroonde omslagontwerp voor het boek Onzichtbaar (Paul Auster, 2009) door mijn collega Bart Rouwhorst. Origineel van idee, perfect uigevoerd en oogstrelend. Al blijft het allermooiste boek natuurlijk het door mijn moeder samengestelde fotoalbum over mijzelf toen ik het huis verliet. Mooi om door te geven aan mijn kinderen Rijk en Ella.

liefhebber van creativiteit in geprinte vorm! In mei doe ik voor het eerst zelf mee met mijn eigen tijdschrift O, Wonder!, dat kunstenaars, schrijvers en denkers, die zich bezighouden met green culture, een platform biedt.’ Foto Colette Olof: Tara Fallaux

‘Uiteindelijk is een boek is heel persoonlijk. Lang geleden gaf ik aan een zakenrelatie een boek cadeau met een overzicht van de controversiële foto’s van Robert Mapplethorpe. Met rode oortjes keek hij in het boek en ik heb daarna nooit meer iets van hem vernomen… Sindsdien geef ik liever boekenbonnen.’ Foto Ron van Roon: Claudia Kamergorodski

(Lees verder op pagina 36)

15


EEN VERVLOGEN JEUGD Hoofdredacteur Nils Adriaans vroeg de jonge fotograaf Harmen Meinsma om het thema ‘Einde’ te verbeelden, in het kader van het laatste ADCN Jaarboek ooit. Meinsma, die als geen ander drama met een knipoog (en een dikke laag, klonterige mascara) weet te vangen, vertelt over de foto die hij maakte: ‘Een vervlogen jeugd en de drang om hieraan vast te houden: komt het verhaal tot een einde of vormt het juist een nieuw begin? Voor deze foto heb ik de Rotterdamse Hannah gefotografeerd. Ik heb haar ontmoet in een winkelcentrum in Rotterdam-Ommoord waar ze een opvallende verschijning is. Haar houtskool zwarte oogschaduw en een stem zo helder als die van een zestienjarige puber, maken deze grande dame tot een waar icoon. Een tijdloos icoon van wie de leeftijd een mysterie is en voor wie geheime aanbidders in de rij staan. En zo eindigt het sprookje.’

Fotografie: Harmen Meinsma Paradijsvogel: Hannah Kleding: L.I.O.N.E. Dank aan Ed Tijsen, Lione Giessen en Gracy’s Rotterdam www.harmenmeinsma.com



HEADER

INTRO NILS EN DINESH

Ducilit volor aut aut lam ene corem experiam latur sam a proraer natur, officias ipsae venienti re cum fuga. Sin et maiorrum am faceaqu oditiur am illabor poremporum il illorum sed eatius si ab iduntur reri con plaborpos aut atemolu ptatis eius molore doluptatus remporepres rae siti rem. Sed ut prem es apienis venis etur, temquo et volupta temporem sedistr uptatur rae nis idebit alitias aut ut fugit que officipsam restrum quaspero molore ipictur, sequi test mosamusaped mod quam nectasp erferro es ressimendit, totatemo to tem ipsunt ut porro con periatia nullor sam fugitatisin consed eostiis simint fugia con nonsequam, ut pro velenda ectotatiis doles destrum a voloriberum sit milla core ium ut es as doluptaspere vendellest eaquaep receaquibus qui cullaudis excerum et occumetur? Fuga. Itas erorectur? Xerferi a voluptatur, cumquas dolescium sinvele stotatet re corum fugitiaturem dellectur? Ipsamus min etur aut volescillaut volupta verupti bearum que occabo. Et illaudi blautem si doluptat abo. Itate dis as ducid etus aruptatiatem nus as acipit es aut plandel idi te la volor a que volestiis remo venime magnimaio et, utas et eum fugit, corit estiosam, odistiorae pratquat. Nequibus et, odi ut qui officit aut haribus apietur, qui con nimil ma nist, vit molo maionsent aut lam, cus, am, aliquiat aceaturera conseculles estorio int od quosam etus doluptur, eribusda conempor aut odias audissit, in nus nonseria is ex exerchi cidiostio dem. Ur, ipsandu cipsanis esciis ma quas venis di sin placea derum faceaque laborum quissi totatem et laborum expero quostiorum estiisi tatint eum fuga. Itae et est, in estiam sum latquamusa nihictat. Dolenih ictest pel illicatio ipsae non corecum sit escipsapeles eiur sincti blacessit, quas enectur re cor accaborera dusdaes el in commoluptate sapiciendae estempor ma inihillaccae dolescid ut earum imagnat. Udipit endis que exerumendus cor re sitEvel ea ne cus debit volut lab ipsuntiatur, voluptio. Udam exerument officiae dolorerferum que minis aceatur ibusda simusam faciae doluptatiae dero quaestia necab int volum aut molore nobis ant demquos sapitatur se nobitio. Et audandae nonseni hicat. Ximust at reriore mpores susantis non esto voleste mporibus. Piendan debit, cusci sum ent.

fuga. Exeratiist aceste sae. At hariae expeliq uatur, officius expliamus aliquidio. Nequia ditas neceatia ditatur accus sequi officimil ipicidunt faciis re dolor re doluptiis rem in consequunt quate a delia aliquasin cum seque consequos mi, es ditaquas ea nonsequidunt lacias accati odis et res conet mossime nihictiati berchillo omnis et parum lab id expliquistem quia qui sitaquidus. Ignatiu saperis simagnatum arcid qui quam ipsam, quam rest ut occusti dundani sum fugitiis quia aliqui nonsequi ut que nonecusam si dolo minctotae nobitiorro modipici re dolum utempore nobit od ut magnis maximincias estiae lam que pratum doluptat. Udi a quibus nullatem etur? Qui rehendes dessit omnis eium venimusdam, odi reium qui nis distiundae quistiur alici doluptatem rem re lis ut laccusant que alignis quaturit modicabore dolor sit prenda iscipsa niendi cum quatet qui as sum quibus entiis entiis aut millest omnis ipsam nobis rest raturita vollaborum, quam sit quiscius saped eumquis exerit ex excerep ernatem est odic tem ne nectur? Qui culpa quas eum qui te iumque essitisquo temodicium nati dolessimet ipid undaerum volupta dendern atessim postiasitium illaccum aut autat. Itaquissedio dolo optatiam rerspiscia quo ente eumque si opta volectur? Quiate moluptatus. Pore porum aut utem utati te pariorecus dendign isquaecto et lam rerciam ea eum nia quiderferro coria ea volorrum quatusae necepuda vendit arcipsae volest, occab in cones ni dio enduntiusam dolorempora cone coreperum nonsectas aut volest eos santorem ernat. Olut eturit dis eribus dioribus nectemo luptium et rem ut vent laborem quo initas dias accullescium fugiam incieni minctorit mi, omnim sequae rate ma sundae vel invelendae exerrum nobis vellatq uiamus dionsed ut

Adit officab intusande della nossusa erspit dolo dolorum et officidio. Ut ad qui vendam la doluptas re nihil is solorep erundanditis eum si rest laccaborrum eostisi utat inulpa dentium 2

— TITLE WERK—CELEBRATION GEEN TITEL — ADVERTENTIE — NAAMN=5 BUREAU


Het papier is op

17:17

Dan verzin je toch iets anders? 17:19

Van Santen Netwerk Denken. Creëren. Doen.

vansantennetwerk.nl

Van kilo’s aan jaarboeken naar terabytes aan inspiratie. Gefeliciteerd, ADCN!

— PAPERLESS PAPERLESS — — VAN SANTEN NETWERK


‘EEN E-BOOK IS GEEN BOEK’ Als informatie-ontwerper onderzoekt Richard Vijgen (1982) nieuwe manieren om verhalen te vertelen. Hij maakt onder andere interactieve visualisaties van data en maakt daarmee het onzichtbare zichtbaar. Dit is zijn visie op de ontwikkeling van het boek en het design ervan in de digitale wereld. ‘Het digitale boek heeft een open einde.’

‘Hoe het fysieke boek zich tot het digitale boek verhoudt, is een interessante vraag. Als je het fysieke van een boek loslaat, wat blijft er dan nog over? Een telefoonboek op het internet is geen boek maar een database, terwijl een roman als e-book nog wel een boek is. Maar is een digitaal boek met een miljoen pagina’s ook nog een boek? Zonder de fysieke component van een boek kun je spelen met de definitie van een boek.

Tekst: Thomas Rijsman

‘Voor boekontwerpers is het altijd een vraag geweest: hoe kun je de techniek die bestaat betekenis geven? Die vraag is niet nieuw. Het gebonden boek had altijd de functie om informatie naar een groot publiek te communiceren. Die functie staat onder druk, omdat er meer praktischere bestaan voor het delen van informatie. De vraag is: wat komt daarvoor terug? ‘Ik maak de vergelijking met fotografie en schilderkunst. Na de intrede van fotografie, is de oorspronkelijke functie van het schilderij – een waarheidsgetrouw beeld geven – veranderd. Daardoor heeft de schilderkunst zich kunnen toeleggen op andere vormen en experimenten, zoals abstracte schilderkunst. Voor het boek als medium geldt hetzelfde. Zonder de praktische noodzakelijkheid laat het zich makkelijker onderzoeken. ‘De meest interessante fysieke boeken van het moment zijn extravagante boeken, zoals de boeken van Irma Boom. Zij maakt heel fysieke boeken. Alle fysieke eigenschappen worden erg onderzocht. En dat is niet eens altijd papier. Kunstenaars die boeken maken, nemen daar veel vrijheid in.’

20


TELEFOONBOEK ‘Digitale boeken hebben de economische noodzakelijkheid van fysieke boeken overgenomen. Een telefoonboek online is ook veel beter en logischer dan een fysiek telefoonboek. Dat werpt weer een nieuwe vraag op: op het moment dat digitaal de meest praktische en economische manier is, wat betekent dat voor vormgeving? Je kan zeggen: een tekstbestandje is het makkelijkste en het handigste. Maar wat betekent dat dan voor de traditie van het boekontwerp? Heeft het nog zin om dat, zoals een online telefoonboek, een identiteit te geven? ‘Volgens mij is het altijd zinvol om informatie ook een identiteit te geven. Ik denk dat het een andere vorm krijgt. Neem bijvoorbeeld een boekomslag. Bij een digitaal boek is dat een soort anachronisme omdat je het verleden nadoet; als boekontwerper haal je niet veel eer uit JPEG-boekomslagen voor e-books. Maar ik kan me wel voorstellen dat je op een andere manier op een beeldscherm informatie vorm kan geven. En zo een gevoel en betekenis kan meegeven. Dan moet je naar een vorm die past bij het medium waarop je het boek leest. Experimenteel design, beeldscherm-typografie, dynamische vormgeving; er gebeurt al het nodige wat op dat vlak. ‘Je moet vooral waken voor het horseless carriage syndrome. Toen begin negentiende eeuw de auto zijn intrede deed, werd dat ervaren als een kar zonder paard. Het werd beschouwd als iets dat je al kent maar dan anders. Dat is nu ook aan de hand met het e-book. Maar een e-book is geen boek. Als je dat gegeven omarmt, heb je de vrijheid om de mogelijkheden te gaan onderzoeken. Wat is nou een interessante manier om een beeldscherm spannend te maken? Dat is een evolutie: hoe ga je om met tekst op een beeldscherm zonder dat je het een e-book noemt. Dan begint digitale tekst een eigen vorm te krijgen. Er zijn al veel experimenten qua dynamiek en interactie. Dat zie je bijvoorbeeld al terug in de long read, zoals bij De Correspondent of The New York Times.’ TUSSENVORM ‘In 2005 al deed ik met mijn eigen Project Gutenberg/Realtime Bookdesign onderzoek naar hoe je die dynamiek en interactie kunt inzetten. Ik kwam op het spoor van een enorme database van rechtenvrije boeken. Ik dacht: als dit de toekomst is van het boek, wat betekent dat dan voor de rol van de ontwerper? Alle boeken waren teruggebracht naar platte tekst, gestript van elke vorm.

‘Ik probeerde vervolgens een vorm te bedenken waarin de vormgeving van een boek, binnen zo’n database-structuur, betekenis zou krijgen. Ik maakte een installatie met een interface voor die database. Op het moment dat je een boek aanklikte, werd het op basis van een aantal variabelen (zoals het moment zelf en het onderwerp van het boek) real-time vormgegeven en uitgeprint. Het resultaat was een fysiek boek dat er iedere keer anders uitzag; iedere kopie was uniek. Het was een tussenvorm – om een brug te slaan tussen het traditionele boek en de mogelijkheden die ik toen zag. Ik had ook een beeldscherm-tekst kunnen ontwerpen, maar door het wél fysiek te maken, zocht ik de aansluiting bij de gangbare beleving van het boek. Een bewust ingezette horseless carriage. Om je daartegen af te kunnen zetten. ‘Dertien jaar later merken we dat de omvang en complexiteit van informatie alleen maar toeneemt. Steeds meer verhalen gaan over data. Op het moment dat je een artikel schrijft over WikiLeaks kun je daar digitaal een vorm voor bedenken; een tekst die verwijst naar onderdelen van bepaalde data van WikiLeaks, met bijvoorbeeld visualisaties van die data. De vraag is hoe je omgaat met de toenemende schaal van info. Een format van 300 pagina’s past heel goed bij de drukpers, maar binnen een andere setting is omvang arbitrair. In de onderzoeksjournalistiek zie je al veel artikelen die verwijzen naar meerdere bronnen. Lineariteit is ook een punt van discussie. Een fysiek boek lees je van voor naar achteren. Daar is al wel mee geëxperimenteerd, maar digitaal kun je daar nog veel verder in gaan. ‘Kortom, voor het vertellen van verhalen binnen het digitale spectrum, wordt het idee van het boek steeds meer losgelaten. Als je het dan hebt over de toekomst van het boek en vormgeving ervan, valt er in de digitale wereld nog zoveel te ontdekken. Het fysieke boek heeft een einde, het digitale boek niet: dat heeft een open einde.’

Richard Vijgen is information designer en docent aan de ArtEZ Hogeschool voor de kunsten in Arnhem. www.richardvijgen.nl Project Gutenberg/Realtime Bookdesign (achtergrond) Ontwerp long read Richard Vijgen Snow Fall, long read van The New York Times


— OH MY GOD, VANAVOND GA IK LIT — DPPLR / FILM EN FOTOGRAFIE (MAARTEN GROEN VOOR VELORETTI)


— FUTURISTIC 404 — J. WALTER THOMPSON AMSTERDAM




EN DE GRAND PRIX VOOR BESTE ADCN BOEK GAAT NAAR…

Lukas van de Ven heeft alle jaarboeken (zijn vader, eveneens artdirector, verzamelde de eerste 25) en noemt het zelfs ‘Het Boek’. De ADCN vroeg hem om als jury van 1 zijn favoriete jaarboeken te kiezen. Tekst: Lukas van de Ven

1968 — Pim van der Meer

1969 — Joop Smit

2013 — Joris van Elk,

2014 — Marcel Kampman,

Floris Hülsmann

Joris van Elk

2015 — Jacques Koeweiden,

2016 — André Dammers,

Paul Postma, Joris van Elk

Bert Teunissen, Joris van Elk

26

We hadden ooit de jury van 10, de vakjury en de ledenjury. Toen kregen we de jury van 14, de vakjury en de ledenjury. En nu hebben we de jury van 1000 en 1, plus 10 of 14 leden. En nu ben ik gevraagd om iets te zeggen over de 50 ADCN Jaarboeken. Als jury van 1. Of ik een top 5 wil benoemen. Hoe kan ik dat anders doen dan door dezelfde pluimen, veren en schouderklopjes uit te delen die al die juryleden 50 jaar lang uitgedeeld hebben: — Eervolle vermelding — Dubbele vermelding — Bronzen Lamp — Zilveren Lamp — Gouden Lamp — Grand Prix. HET EERSTE BOEK UIT 1968 KRIJGT VAN MIJ EEN EERVOLLE VERMELDING. Niet veel mensen zullen deze in hun boekenkast hebben staan (die van mij is al half opgevreten door zilvervisjes), maar is zeker het vermelden waard. Niet omdat het er zo mooi uit ziet, of omdat er zo’n geweldig concept in het design zit. Maar wel omdat toen de traditie begonnen is. Met de intentie om reclame creatiever te maken is de ADCN opgericht. Waarschijnlijk door een clubje gezellige mensen dat het leuk vond om samen biertjes te drinken, Caballero zonder filter te roken en het creatieve werk te vieren. Ik was toen precies -1 jaar, maar als ik toen had kunnen schrijven had ik Het Boek vanaf toen met beginkapitalen geschreven. Het Boek. Een begrip onder de fanatiekelingen. Uitspraken als

‘Die gaan Het Boek in’, ‘Dat is een Boekertje’, ‘Dat stond 6 jaar geleden al in Het Boek’ of ‘Yes! Ik sta Godverdomme eindelijk in Het Boek!’ volgden. Afijn. Het begon dus in 1968. Een Eervolle Vermelding voor de maker, Pim van der Meer. DE 5X DUBBELE VERMELDING GAAT NAAR JORIS VAN ELK. De maker van de laatste 5 Jaarboeken. 10% van alle Boeken. Nee, hij deed dat niet alleen. Samen met onder anderen Jacques Koeweiden en Paul Postma maakte hij deze lange finale. Deze man heeft er minimaal 1000 uren inzitten en het resultaat mag er zijn. Het Boek maken. Dat is een eer. Daarom was ik ieder jaar dat ik ADCNlid was, benieuwd wie het mooie pensum kreeg om Het Boek te maken. En dat was de laatste jaren wel wat minder spannend. What’s in a name? Vanaf nu maak ik Elk Jaarboek, moet hij gedacht hebben. Maar ze mogen er zijn Joris, dank je wel! EN DAN NU DE HOOFDPRIJZEN. Gelukkig hebben we sinds 4 jaar ook Brons om uit te reiken. Alleen Goud en Zilver zou te weinig zijn. Want eigenlijk zijn alle Jaarboeken bijzonder. Een Boek waar iedereen in wil staan. Dat had je vroeger alleen met het telefoonboek. Een Boek waar je naar uitkijkt, alleen dat al maakt het bijzonder. Maar de een is nou eenmaal beter dan de andere. Het Brons gaat naar het tweede Boek van Frans Hettinga. Voor mij een van de grootste Nederlandse artdirectors. Te vroeg gestorven, maar gelukkig heeft hij in 1973 én in 1983, naast al dat


‘IN 1998 WAS HET EEN SLACHTPARTIJ BIJ DE JURY. SCHIJNT. HET HEEFT IN IEDER GEVAL EEN PRACHTIG BOEK OPGELEVERD’

1970 — Swip Stolk,

1971 — David Houthuyse

1973 — Frans Hettinga

Anthon Beeke

1975/1976 — André Beaux,

1976 — B.W. v.d. Hout

Béla Stamenkovits

1980 — Bart Hammer,

1981 — Bert Rorije

1974 — Herman Gerittzen,

1975 — Arnold van Brakel,

J.W. Veenhoven

Rob Tania

1977 — Ben van Damme,

1978 —Joop de Boers,

1979 — André Huyzer,

Henny van Varik

Hans Goedicke

Richard Wagner

1982 — Ton Vergouw

1983 — Frans Hettinga

1993 — Krijn van Noordwijk

1984 — Cliff Barrow

Duncan Mackintosh

1985/1986 —

1986/1987 — Clement

1992 — Rob Sluijs,

Henny van Varik

Burger, Theo Klooster

Ton Druppers

1994 — Onno Kraft van Ermel

27


2000 — Poppe van Pelt en Diederick Hillenius

2001 — De Designpolitie, Richard van der Laken, Pepijn Zurburg

geweldige reclamewerk ook twee mooie Jaarboeken nagelaten. Op de eerste pagina van dat laatste boek staat een advertentie van Saab. Met de heading: ‘Wie last krijgt van ‘n acute blindedarm, mag hopen dat z’n dokter ‘n goeie ontsteking heeft.’ Van Wim Ubachs en Gerard van der Hart. Zonder Het ADCN Jaarboek uit 1983 waren we die advertentie wellicht vergeten.

ZILVER. Krijn van Noordwijk. Die man is gewoon even de hele wereld overgevlogen om geweldige foto’s te maken van mensen met een Lamp in hun handen. Een schitterende serie tussen heel mooi reclamewerk van andere helden. Het werk van 1993 staat in een prachtig Boek. Mag Krijn in de eregalerij alsjeblieft?

En in deze categorie is nog een aantal prijzen gevallen: Béla Stamenkovits (1987/1988), Paul Meijer (1989), Johanna Koelman (1990), Gerard van der Hart (1991), Peter Hebbing (1997), Lode Schaeffer en Erik Wünsch (1999), Sanne Braam (2002), Ferry van Tongeren en Arjan van Woensel (2003), Jeroen van Zwam en Marcel Hartog (2011) én Joris mogen allemaal tegelijk het podium op om hun Brons op te halen.

GOUD. In 1998 was het een slachtpartij bij de jury. Schijnt. Het heeft in ieder geval een prachtig Boek opgeleverd. Dank Anthon Beeke. 20 jaar later is het bloed nog steeds vloeibaar. En voelbaar, als ik naar de foto’s van Edo Visser kijk. Top Boek boordevol geweldig werk, wat mij destijds bloed liet ruiken. En nog steeds.

1973 — Frans Hettinga

1987/1988 — Béla

1989 — Paul Meijer

1991 — Gerard van der Hart,

2003 — Doom & Dickson, Ferry

Bob Velleman

v. Tongeren, Arjan v. Woensel

1997 — Peter Hebbing,

1999 — Lode Schaeffer,

2002 — Sanne Braam

Bettina Zuidmeer

Erik Wünch,

1990 — Johanna Koelman

Stamenkovits, Gerard Foekema

1995 — Jan Paul Reij, Hans Wolf, Karen Heuter

1996 — Pieter Brattinga

Marieke Bokelman

28


EN DAN DE GRAND PRIX! Het creatieve werk vieren moet met plezier gebeuren. Het Boek mag best een vrolijk naslagwerk zijn. Het liefst fantastisch vormgegeven en met een goed idee als basis. En dat is toch echt, zonder twijfel, Het Boek van Poppe van Pelt en Diederick Hillenius uit 2000. De eerste schets… het moment waarop je Het Idee noteert, daar gaat het om. En dat is waar Dit Boek over gaat. Een goed idee verkoopt zichzelf, maar het moet toch nog even op een foamboardje naar de klant. ‘2000’ is gewoon het allerleukste Boek. Klaar.

PERSOONLIJKE BETROKKENHEID, TOT SLOT. Ik ben nogal trots geweest op de eerste keer dat ik in Het Boek stond. In 1996. Het Boek van Pieter Brattinga. Voor mij persoonlijk dus een belangrijk Boek. Vanaf toen waren De Boeken dus nog leuker om te bewaren. Maar waar het om gaat is dat Het Boek voor iedereen in het reclamevak een prachtig naslagwerk is. De geschiedenis van de Nederlandse creatieve reclame. Reclame is vluchtig, het verdwijnt. Gelukkig maar, want ik vind het doorgaans vreselijk irritant, maar goede creatieve reclameconcepten moeten bewaard blijven. De beste mensen uit het vak hebben 50 jaar lang die selectie gemaakt. Om iets van te leren, of alleen maar omdat het hartstikke leuk is.

Wat mij betreft had Het Boek natuurlijk nooit mogen verdwijnen. RIP.

2000 — Diederick Hillenius, Poppe van Pelt

1998 — Anthon Beeke

Fotografie: Studio Beerling

2012 — Autobahn, Rob Stolte,

2006 — VBAT

2007 — Selmore,

Maarten Dullemeijer

Rob van Gijzelen, Meriel

Michael Jansen,

Verheul, Maarten van

Bas Korsten

2008 — The Stone Twins

Disseldorp, Masaaki Oyamada

2005 — Vandejong Pjotr de Jong, Joanna van der Zanden

2004 —Dagan Cohen

2009 — TBWA\NEBOKO

2010 — …,staat

2011 — Publicis, Jeroen

Pim van Nunen, Bas Engels

creative agency

van Zwam, Marcel Hartog

29


— NO TITLE — BOOMERANG


— CELEBRATING CREATIVITY RIGHT ON THE DOORSTEP — CZAR AMSTERDAM


HET ADCN-BESTUUR MET BOEKEN SOMMIGE VRAGEN IN HET LEVEN ZIJN HEEL SIMPEL: WAT IS JE FAVORIETE BOEK? ZES BESTUURSLEDEN VAN DE ADCN GINGEN ERMEE OP DE FOTO

‘WE MOETEN ONZE VRIJZINNIGHEID UITBOUWEN’ Mark van Iterson, Global Design Director Heineken: ‘In Amsterdam, geschiedenis van de meest vrijzinnige stad ter wereld van de Amerikaanse schrijver, historicus en journalist Russell Shorto komt voor mij heel veel samen. Waarom Nederland en Amsterdam zo’n geweldige plek zijn voor creativiteit en design, dat het geen toeval is dat Heineken hier z’n wortels heeft, en hoe fascinerend de wisselwerking is van omgeving, cultuur, waarden, historie en vooruitgang. Russell Shorto legt als buitenstaander heel mooi verbanden tussen Spinoza, Anne Frank, Rembrandt, vrijheid, individualiteit, innovatie en ondernemingsdrang. Het maakt me trots daar een klein beetje deel van uit te maken, en sterkt me in het besef dat we onze vrijzinnigheid moeten koesteren, verdedigen en uitbouwen.’

32

HOOP Cyril van Sterkenburg, Managing Director Vandejong: ‘In Ville de Calais van fotograaf Henk Wildschut uit 2017 is de vluchtelingenproblematiek met zoveel zorg en liefde, met zo’n bijzondere kijk, in beeld gebracht. Steeds opnieuw keerde hij het afgelopen decennium terug naar dit stukje niemandsland. Een zwaar onderwerp, vastgelegd in al zijn rauwheid. Maar wat er vooral uit spreekt, is hoop. De veerkracht van mensen. Hoe je kunt blijven dromen van een betere toekomst. En hoe je samen, steeds opnieuw, een samenleving kunt opbouwen. Het boek is prachtig vormgegeven door Robin Uleman (op pagina 44 staat een interview met Rob Uleman over de fotoboeken van Henk Wildschut, red.).’

HET EMOTIONELE HART VAN ANIMATIE Vincent Lammers, Creative Director & Partner Ambasssadors: ‘Dit boek, Starting Point: 1979-1996, is een verzameling van artikelen en presentaties door regisseur Hayao Miyazaki (Spirited Away, Princess Mononoke) en interviews met hem. Ik vind dit een van de belangrijkste boeken over het maken van animatie en het creatieve proces dat daaraan is verbonden. Het heeft bijna geen plaatjes, maar gaat juist over de gedachten erachter; het is misschien wel meer een boek over filosofie en observaties binnen de animatie-industrie en de wereld waarin we leven. ‘Zo praat Miyazaki in de alinea hieronder over het animeren van rennende karakters. In bijna ieder ander animatieindustrie wordt technisch uitgelegd hoe dit werkt aan de hand van verschillende animatie-principes, hier praat Miyazaki juist over het gevoel, de emotie en de


noodzaak die de animatie “maken”: het emotionele hart van animatie, letterlijk de emoties die het karakter bewegen. “The running of surging masses on fire with anger, the running of a child doing his best to hold back tears until he reaches his house, the running of a heroine who has forsaken everything but the desire to flee -- being able to show wonderful ways of running, running that expresses the very act of living, the pulse of life, across the screen would give me enormous delight. I dream of someday coming across a work that requires that kind of running. ‘Ik heb dit boek zonder twijfel al meer dan tien keer gelezen. Ik geef het ook steeds weg, dus ik heb het al een paar keer opnieuw aan moeten schaffen. Nu ik het er weer over heb, wil ik het eigenlijk alweer gaan lezen.’

GRUWELIJKE HUMOR Sarah Hagens, Founder & Director Hagens: ‘Naar één favoriet boek dat je inspireert vragen, is natuurlijk belachelijk. Toen ik 12 jaar was, gaf mijn moeder mij dit boekje van Drs P. Ze zei erbij dat ik het misschien best grappig zou vinden. Redelijk sceptisch begon ik aan het bundeltje, maar al gauw vond ik P’s soms gruwelijke humor hilarisch. Vanaf toen ben ik meer van zijn werk gaan lezen. En dat doe ik nog steeds. ‘De logologische ruimte: opstellen over taal van Rudy Kousbroek is een ander lievelingsboek. En dan met name het verhaal De albatros in de Ferdinand Bolstraat. Of anders de gedichten van Ingmar Heytze, dat is bijna tastbare inspiratie.

‘IK HOUD DAARVAN: MOOI NEDERLANDS MET SCHERPE HUMOR. TAAL DIE UITDAAGT OM STEEDS ANDERS NAAR DE WERELD TE KIJKEN. WOORDEN DIE JE UIT ONVERWACHTE HOEK BIJ JE KLADDEN GRIJPEN’

33


HI-TECH EN LO-FI Jochem Leegstra, Founder & Creative Director ...,staat: ‘Een favoriet boek kiezen is haast onmogelijk. In de grote bibliotheekmuur die we in de studio van …,staat hebben, staan waanzinnig mooie exemplaren – zowel qua inhoud als vormgeving en papierkeuze. Unieke fotoboeken, een paar mooie exemplaren van ontwerpers, zoals Irma Boom, en een overdosis magazines, die de tijdgeest zo heerlijk vasthouden. De serie van Visionaire valt op in m’n collectie, hopelijk past dat nog in de definitie van “boek”. ‘Visionaire is meer een verzamelobject, zit in de hoek van luxury, kunst en mode, en gaat verder dan een boek of magazine. Visionaire is begin jaren ‘90 gestart in New York. In al die jaren hebben kunstenaars, fotografen en ontwerpers als Steven Klein, John Baldessari, Tom Ford, Mario Testino, Diana Vreeland en Hedi Slimane als gastredacteur nummers samengesteld. Daarnaast zijn er ook uitgaves gemaakt door luxury & fashion huizen als Hermès, Comme des Garçons, Louis Vuitton, maar ook bijvoorbeeld Levi’s en Mini. En in

34

de eerdere uitgaves werd er met meerdere creatieven per uitgave gewerkt aan abstractere thema’s als Hype, White, Faces, Scent, Erotica en Desire. Iedere uitgave is dus uniek en daarnaast is de oplage beperkt (à een paar duizend maximaal), met als gevolg dat de meeste nummers uitverkocht zijn en alleen nog via eBay en veilingen voor hoge prijzen te krijgen zijn. ‘Ik heb een aantal ervan in onze bibliotheek staan. Diegene die ik als favoriet heb gekozen is nummer 39 uit 2002, met het thema Play. Dit is de eerste uitgave, waarbij ze van fotografie naar “bewegend beeld” zijn gegaan. De houten box, in dit geval, bestaat uit zestien flipboekjes met filmfragmenten van onder anderen Nick Night, Pedro Almodovar, Karl Lagerfeld en Spike Jonze. ‘Leuk detail: de uitgave is een samenwerking met Sony PlayStation, waardoor de hi-tech gamewereld mooi wordt gecombineerd met het bijna retro, lo-fi, tactiele van een flip-boekje. Daar hou ik nou van. (Voor de liefhebber, No.39 Play is online nog te koop voor 175 dollar.)’

VAN FEEL GOOD NAAR FEEL BAD EN WEER TERUG Kim Dingler, Director Marketing & Strategy Talpa Global: ‘Een klein leven van de Amerikaanse schrijfster Hanya Yanagihara is een vreemdsoortig, uniek boek over vier studievrienden in New York. Het gaat van feel good naar feel bad en weer terug. Een recensent beschreef het als “borderline slachtofferporno”: oh, wat lijden we! Dat is het misschien ook, maar dan wel van het fijne soort.’

Fotografie: Marie Wanders

‘EEN RECENSENT BESCHREEF HET ALS “BORDERLINE SLACHTOFFERPORNO”’


— CRÉATEUR — STRAIGHT.

35


VERVOLG VAN PAGINA 15

BOEKEN MET PERSOONLIJKHEID LUIS MENDO, illustrator / ontwerper, woont in Tokio: ‘Mijn passie voor boeken begon op het moment dat ik kon lezen en vijf, zes jaar oud was. Mijn moeder had veel modetijdschriften en boeken thuis, die ik verslond.

36

Spaanse versie van Le Monde en Couleurs, oorspronkelijk uitgegeven in het Frans door Editions Odé in de jaren ‘40. Het zijn boeken die de wereld uitleggen aan de Franse middenklasse, rijkelijk geïllustreerd. Illustratoren reisden er de hele wereld voor over om alles ter plaatse te tekenen. Als je dat doorbladert, komt die wereld weer tot leven. Dat is magisch.’

Daarna volgden de stripboeken waardoor het tekenen belangrijker voor me werd, en waardoor ik waarschijnlijk ontwerper en illustrator ben geworden. ‘Perverse Optimist met het werk van Tibor Kalman en Made You Look van Stefan Sagmeister hebben een sterke invloed op

mijn eigen werk gehad, en hebben me zelfs geïnspireerd om in 2005 een eigen designwinkel te beginnen. ‘Je kunt wel zeggen dat boeken een constante zijn in mijn leven. Vaak loop ik in Tokio, door de wijk Jinbocho, waar je heel veel oude boekhandels vindt en trouwens ook de beste curry in de stad. Dan zoek ik altijd naar boeken met persoonlijkheid. Je zou het kunnen vergelijken met hoe je je tot mensen verhoudt; een bepaalde geur, de kledingkeuze, het geluid van de stem, de manier van lopen, op basis van een glimp kun je soms en heel beeld vormen. Een goed ontworpen uitgave heeft dat ook: elk detail moet hetzelfde verhaal vertellen. En als dat klopt, blijft het verhaal intact. ‘Ik heb bijvoorbeeld twee delen van El Mundo en Color, de

ERKEND BOEKENVERSLAAFDE LIZA ENEBEIS, creatief directeur ontwerpbureau Studio Dumbar: ‘Als erkend verslaafde zoek ik overal naar boeken. De jacht op het vinden van “het boek” voor de juiste prijs is een absoluut opwindend

spel. Er zijn boeken die astronomische bedragen waard zijn en als ik vermoed dat ik ze ergens moet kunnen vinden voor een fractie van de prijs, is de jacht begonnen en is het spannend tot ik ze ook echt vind. ‘Het begon toen ik naar de kunstacademie ging. Ik was 17 en ik verhuisde naar Parijs. Er was een boekwinkel in de buurt waar ik woonde, met een grote kunstafdeling die tot middernacht open was. Ik ben daar zo’n beetje ingetrokken. Het was alsof ik naar een galerie ging en in staat was

om alle kunst te kopen. Stukje bij beetje begon ik meer en meer boeken te verzamelen. Naar een boekwinkel gaan, nieuw of tweedehands of een boekenmarkt of online zoeken, werd een gewoonte. Sommige mensen gaan naar de sportschool, ik zoek boeken. ‘Er is één boek, van Anish Kapoor, dat ik steeds weer opnieuw in handen neem. Het heeft geen woorden, geen afbeeldingen, maar alleen kleuren. Het zegt niets direct en toch geeft de rangschikking van kleur het boek betekenis


RONDDWALEN IN JE EIGEN GEDACHTEN HANS GREMMEN, boek-ontwerper: ‘Ontwerpen gaat over fouten maken en daarvan leren. Alleen wanneer een boek wordt gedrukt en ingebonden is, is het mogelijk om alle beslissingen te overzien en te beoordelen of het de juiste zijn geweest. Het laatste boek dat je hebt gemaakt hebt zou in theorie het beste moeten zijn, omdat het alle kennis en experimenten van de vorige boeken bevat. Ik zie boekontwerpen als een evenwichtsoefening tussen under- en overstatement. Een goed ontwerp is voldoende aanwezig is om de inhoud te verheffen, en onzichtbaar genoeg om niet in de weg te lopen. ‘Ik begin altijd met een zeer standaard ontwerp. Dan ga ik

en creëert het een ongelofelijk krachtige ervaring. Het geeft de essentie weer van wat design voor mij betekent: met het kleinste en meest pure gebaar kun je een hele wereld oproepen. Schrofer Sketches, ontworpen door Joost Grootens, staat ook al jaren boven in de top tien. Als je Schrofers werk van dichterbij kan bekijken, voelt dat als een voorrecht – versterkt door het drukwerk en de kleur lijken de schetsen bijna echt. Maar mijn nieuwste boek is altijd mijn favoriet.

er steeds opnieuw doorheen en pas het aan, zodat het aan autonomie wint. Een goed voorbeeld van wat me inspireert, is het boek Amérique (1986) van Jean Baudrillard. Niet zozeer vanwege het ontwerp, maar vanwege de manier waarop hij schrijft: hardop denkend. Zinnen beginnen zonder te weten hoe ze eindigen, ronddwalen in je eigen gedachten. Het past naadloos bij het onderwerp van het boek: reizen zonder duidelijke bestemming, en tegelijkertijd nieuwe realiteiten creëren. Zo zijn er veel meer voorbeelden van boeken die me raken. Ik ben in bibliotheken opgegroeid als het ware; eindeloze planken met boeken vormden mijn jeugd, met even zovele toegangspoorten tot zeer verschillende werelden.

Het heeft mijn horizon enorm vergroot. Gewoon gaan, geen plan… dat is het. Altijd voorwaarts. Dat doe ik ook in mijn ontwerpen.’

En het idee dat ik een mooi boek niet voor altijd kan houden, ervaar ik nu al als een ware marteling.’

SOMMIGE MENSEN GAAN NAAR DE SPORTSCHOOL, IK ZOEK BOEKEN.

37


MAGISCHE BOEKENLIEFDE ANNA MARIA KIOSSE, illustrator: ‘Als klein kind nam mijn moeder mij en mijn broer elke zaterdag mee naar de bibliotheek. We brachten daar veel tijd door en snuffelden dan door alle kinderboeken. Ik herinner me dat zo goed, de geur, de vormen en

‘ALS HET KLOPT, DAN WEET JE HET’ Het Zwitserse ontwerpduo HALLER BRUN (SONJA HALLER EN PASCAL BRUN). Haller: ‘Ik ben van kleins af aan gefascineerd geweest door boeken. Mijn ouders moesten me altijd voorlezen en vanaf dat ik zelf kon lezen had ik altijd een boek bij me. Ik heb een tijdje getwijfeld tussen

38

afmetingen, de kleuren van de illustraties – het was magisch. Aan het eind konden we altijd een boek kiezen om mee naar huis te nemen tot de week erna, als het hele spektakel opnieuw zou beginnen. Dat is eigenlijk het begin van een boekenliefde die me nooit verlaten heeft. Dus de lijst van boeken die deel uitmaken van mijn leven is lang. Victore Or, Who Died and Made You Boss? van James Victore zit daarbij; een enorme inspiratiebron, iedere keer weer. Das Allerletzte van Marc Ritter en Tom Ising, over “de dood” en hoe ze dat benaderen:

de materialen die worden gebruikt, de omslag, typografie en het gebruik van oude schoolillustraties en infographics. A Dog Day van Emily Rand, prachtig geïllustreerd en met een geweldig verhaal, dat geschreven is in een gedichtstructuur. En Die Kunst, ein kreatives Leben zu führen van Frank Berzbach. Niet alleen mooi ontworpen, maar ook met de beste adviezen ooit over hoe je een creatief leven kunt leiden. Het verhaal is natuurlijk het belangrijkst, maar ontwerp kan zo veel doen. Een goed ontworpen boek moet de kijker

journalist en textielontwerper worden, maar op de kunstacademie kwam ik in aanraking met grafisch ontwerp en met name boekontwerp. Vanaf dat moment was ik verkocht.’ Brun: ‘Het fascinerende is dat een nieuw boekproject altijd weer een reis is, een ontdekkingstocht. Een ontdekkingstocht die je bovendien maakt met

de auteurs, uitgevers, kunstenaars, drukkers en binders; experts die elkaar allemaal beïnvloeden, van wie je leert. Dat is verrijkend om mee te maken. ‘Het boek waar we het meest trots op zijn is denk ik de monografie Whispers – Ulay on Ulay over de artiest Ulay (Frank Uwe Laysiepen). Dat is een complex en gelaagd boek waarin je elke keer andere dingen kunt ontdekken.’ Haller: ‘De inspiratie halen we voornamelijk uit de inhoud zelf. Door die te bestuderen, veel met elkaar en met de betrokken mensen te praten krijgen we het nodige inzicht: wat is de essentie, hoe willen we het verhaal vertellen en welk gevoel willen we eraan geven? Het gaat erom dat de inhoud op zo’n manier naar

prikkelen, en je moet er zin in krijgen om het te lezen en er zin in houden. Het kan een verhaal in boekvorm de verhevigde ervaring van een designobject meegeven.’

vorm wordt vertaald, dat het natuurlijk voelt. Dat je ziet dat er veel zorg en aandacht aan is besteed en er doordachte beslissingen zijn genomen. Dat gaat niet alleen over lay-out en typografie, maar ook over het ritme van een boek, de materialen en hoe het boek gebonden is – hoe het boek in je handen voelt. Een boek kan allerlei vormen hebben, maar als het klopt dan weet je het, dan klopt het.’


— HERE’S TO 50 ADCN YEARBOOKS — MEDIAMONKS


2000 KUNSTWERKEN OP POCKETFORMAAT

VEEL MENSEN HEBBEN ER WEL EEN PAAR IN DE KAST STAAN: DE LICHTVOETIGE DETECTIVES UIT DE ZWARTE BEERTJES-REEKS VAN UITGEVERIJ A.W. BRUNA & ZOON. MAAR WEINIGEN ZULLEN BESEFFEN DAT DE HERKENBARE OMSLAGEN ERVAN DOOR (ADCN-ERELID) DICK BRUNA ZIJN ONTWORPEN.

Henri Matisse, Jazz no. 4, The Nightmare of the White Elephant, uit het kunstenaarsboek Jazz, 1947

Tekst: Caro Verbeek

Fernand Léger, Fêtes de la faim, in Les Illuminations, 1949

40


Net als in het geval van de nijntje-reeks kenmerken de omslagen van ‘De Saint’, ‘De Schaduw’ en ‘Maigret’ zich door heldere contrasterende kleuren, eenvoudige abstracte vormen, iconische silhouetten, egale vlakken en overtuigende contouren.Tussen 1951 en 1969 ontwierp Bruna ruim 2000 (!) omslagen. In het begin noodgedwongen. De jonge Bruna had het werk van Picasso, Matisse en Léger gezien tijdens een stage in Parijs. Het maakte zo’n diepe indruk op hem, dat hij kunstenaar wilde worden. Maar zijn vader besloot dat zijn zoon voor de uitgeverij moest gaan werken. De werkdruk (soms moesten er wel drie omslagen per week worden gemaakt), zorgde ervoor dat Bruna een razendsnelle artistieke ontwikkeling doormaakte. Geen techniek liet hij onbenut: scheuren, fotografie, collage, tekenen, schilderen. Wat me als curator van de tentoonstelling ‘Dick Bruna. Kunstenaar’ (Rijksmuseum, 2015) altijd zal bijblijven, was het geleidelijke inzicht dat de boekomslagen daadwerkelijk waren geïnspireerd op de Franse avant-garde kunst. Net als Matisse knipte Bruna bijvoorbeeld vormen uit gekleurd papier en liet hij perspectief achterwege. In het boekomslag ‘Maigret aan de Rivièra’ zijn de schaarsporen en de nadruk op het platte vlak heel duidelijk zichtbaar. En zoals Léger maakte hij lijntekeningen met losse kleurvlakken erachter, zoals bij ‘Maigret en de geschaduwde schoolmeester’. Dat vond Bruna spannend, want ‘dan moet je twee keer kijken’. Bruna zag de omslagen zelf waarschijnlijk ook als meer dan ontwerpen; ‘dick’, schreef hij duidelijk leesbaar onder elke voltooide compositie. Zo kan nagenoeg iedere Nederlander zich rijk rekenen met een gesigneerd kunstwerk op pocketformaat.

Caro Verbeek (1980) is als historica verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam en was in 2015 samensteller van de tentoonstelling ‘Dick Bruna. Kunstenaar’ in het Rijksmuseum. www.caroverbeek.nl

41


— TITLE WERK CELEBRATION — SJIT — ADVERTENTIE — THE NAAM ODD BUREAU SHOP


SYSTEMATISCH GRILLIG Grafisch ontwerper Robin Uleman maakte – onder meer – enkele boeken met fotograaf Henk Wildschut, die veel, zo niet alles, zeggen over zijn kijk op de combinatie tussen vorm en inhoud. ‘Ik wil dat een boek aanwezigheid heeft, iets lichamelijks haast.’ Tekst: Nils Adriaans

Op de Gerrit Rietveld Academie vroeg een docent in het basisjaar al aan hem of grafisch ontwerp wel de richting was die het beste bij hem paste. Uleman (1969): ‘Zij vond dat er een poëtische onderstroom in mijn werk zat, maar ik wist toen nog niet hoe ik daar vorm aan moest geven. Later in het eerste vakjaar grafisch ontwerpen vond ik sommige onderdelen van ontwerp, zoals typografie, ook saai en formeel; ik begreep nog niet zo goed wat ik ermee kon. Ik had een groot verlangen naar betekenis – om vorm én inhoud met elkaar te verbinden;

het moest ergens om gaan. Dat heb ik nog steeds, maar ik weet nu hoe ik die dingen bij elkaar kan brengen.’ VERHALEN VERTELLEN De basis voor zijn persoonlijke, autonome visie op het ontwerpen van boeken werd gelegd bij Dietwee, waar hij jarenlang onder meer prijswinnende jaarverslagen voor zakenbank Insinger de Beaufort maakte. ‘Dat zag ik echt als boeken. Het waren jaarverslagen met alles wat daarbij hoorde, maar we werden ook gevraagd om

ieder jaar zelf een onderwerp te bedenken, een thema dat de positie van de bank op dat moment het beste weerspiegelde. Die verhalen vormden het zwaartepunt van de opdracht. Ron en Tirso (Ron Faas en Tirso Francés, de oprichters van Dietwee, NA) waren er zeker in de conceptfase nauw bij betrokken, maar ze gaven me alle vrijheid om het project naar me toe te trekken. Ik ontwierp het jaarverslag, zette het beeld uit, schreef in de conceptfase vaak teksten om het verhaal tastbaar te maken en werkte nauw samen met copywriters

43


‘Voor mij is grafisch ontwerpen een taal die ik steeds beter leer spreken; een taal die beeld en tekst op een heel eigen manier kan verbinden’

en fotografen. Ik kon er de kwaliteiten in ontwikkelen en samenbrengen, waar ik later van heb geprofiteerd bij het ontwerpen van boeken voor anderen.’ SAMENWERKING MET HENK WILDSCHUT Een boek voor iemand als Henk Wildschut ontwerpen, vraagt natuurlijk om een andere benadering, aldus Uleman. ‘Hij is de fotograaf, hij bepaalt het onderwerp, de invalshoek, maar met dat uitgangspunt kun je bij het maken van een fotoboek nog allerlei kanten op. Het vertrouwen dat hij me telkens weer geeft, zorgt ervoor dat ik de vrijheid voel om me het materiaal eigen te maken. En dat is nodig om het van binnenuit te vertalen in een boek met de juiste zeggingskracht. Vaak zijn de onderwerpen precair, behandelen ze een thema dat maatschappelijk gevoelig ligt, zoals migratie of voedselproductie. Het vinden van de juiste vorm luistert nauw. Het wordt snel vals of kitscherig.’ KLANKBORD ‘Over het algemeen werkt Henk voor een langere periode aan hetzelfde project’, vervolgt Uleman. ‘Meestal betrekt hij me al in een vroeg stadium bij zijn plannen, als hij nog aan het onderzoeken en inventariseren is. Vaak gaat er dan nog een hele tijd overheen voor er meer vastomlijnde plannen ontstaan voor het maken van een boek. Tijdens die gesprekken tasten we de mogelijkheden af: de invalshoeken, de keuzes, de afbakening van het onderwerp. In die zin ben ik een klankbord. Later kijk ik hoe het materiaal het best tot zijn recht komt in een boekvorm. Ondertussen wordt zijn fascinatie langzamerhand de mijne. Als het goed is ontstaat er zo een boek, dat verder gaat dan een mooi vormgegeven drager met reproducties – maar wordt het boek

44

de belichaming van het project. Vorm en inhoud zijn dan onlosmakelijk met elkaar verbonden.’ GRAFISCH ONTWERPEN IS EEN TAAL ‘Elk onderwerp vraagt om zijn eigen aanpak. Er zijn geen recepten voor. In die zin ben ik niet geïnteresseerd in handschrift, vorm of formule. Mijn enige streven is om een boek te maken dat je niet links kunt laten liggen, waarbij elke bladzijde telt. Ik wil dat een boek aanwezigheid heeft, iets lichamelijks haast. Voor mij is grafisch ontwerpen een taal die ik steeds beter leer spreken; een taal die beeld en tekst op een heel eigen manier kan verbinden en de betekenis van een onderwerp kan versterken. Ik wil de mogelijkheden van die taal – het formaat, de bindwijze, het papier, de sfeer van de typografie, de lay-out, de vertelstructuur, de edit – zo precies mogelijk benutten. Binnen de context van het boekontwerp, en die van het fotoboek in het bijzonder, is die taal soms zichtbaar, maar meestal komt hij op een onopvallende manier tussenbeide. Het gaat over het bepalen van de tussenruimte, de onderlinge relaties van de beelden en de sfeer waarin ze het best gedijen. Daarbij gaat veel tijd zitten in het zoeken naar de onderliggende verhaallijn. Hoe je de verbinding tussen die “onderstroom” en het waarneembare oppervlak vormgeeft, verleent het boek zijn waarachtigheid.’ STERIEL Het eerste boek van Uleman voor Henk Wildschut, dat vervolgens ter sprake komt, is Voedsel (2013). In opdracht van het Rijksmuseum en NRC Handelsblad fotografeerde Wildschut voor de tentoonstelling Document Nederland: Ons dagelijks brood een jaar lang de Nederlandse voedselproductie van

groenten, fruit, vlees, melk, vis en eieren. De fotografie en het boek ogen nogal steriel. Het boek is opgedeeld in hoofdstukken als Protocol, Ruimte en Hygiëne, en op elke spread staan twee foto’s tegenover elkaar. Iedere pagina is bovendien voorzien van een paragraafnummer met daarachter schijnbaar eenvoudige woorden als ‘Vergassen’, ‘Kantine’ en ‘Dons’. Die paragraafnummers verwijzen naar de index achterin waar alle foto’s die in hetzelfde bedrijf zijn genomen bij elkaar staan, voorzien van achtergrondinformatie. Door deze ‘onduidelijke’ verwijzingen gaat het geheel schuren: je vermoedt als lezer verbanden in het boek, die er in werkelijkheid ook zijn, maar die je niet direct kunt duiden. Uleman: ‘Vroeger had je op school van die geïllustreerde boekjes, die heel simpel uitlegden waar bijvoorbeeld melk vandaan kwam. Heldere plaatjes met heldere woorden. Dat gaf de indruk van een begrijpelijke wereld. Een wereld mijlenver verwijderd van de vertrouwenscrisis die er nu is rond voedsel. Toch doen producenten nog steeds hun best dat heldere en romantische beeld hoog te houden. Bij het ontwerp van dit boek zat dat in mijn achterhoofd. Ik wilde het contrast tussen dat ogenschijnlijk eenvoudige beeld en de feitelijke complexiteit van de huidige voedselproductie opvoeren. Verder viel me op hoeveel gelijkenissen die uiteenlopende bedrijven vertoonden; hoeveel die verschillende systemen met elkaar gemeen hadden. Vandaar dat ik een foto van een treintje met containers in een tuinbouwkas heb geplaatst tegenover een foto met kratten vol piepkuikens in een opfokbedrijf voor legkippen en ze heb voorzien van ogenschijnlijk transparante woorden als ‘Aankomst’ en ‘Transit’. Naast dat industriële en systematische


had Henk zich ook gericht op het steriele, de talloze protocollen om de nodige hygiëne te waarborgen. De analogie met een ziekenhuis drong zich op. Vandaar het groen van operatiekamers op de harde band, de pagina’s met de inhoudsopgave en de index en de betrouwbare Zwitserse typografie die refereert aan farmaceutische verpakkingen uit de jaren zeventig.’ WANDELENDE DUINEN Daarna komen de fotoboeken Shelter (2010) en Ville de Calais (2017) op tafel, die beide gaan over de vluchtelingenproblematiek en -stromen in Europa met Calais als tijdelijke eindbestemming voor al diegenen die hopen de oversteek naar Groot-Brittannië te maken. In Shelter gaat het om de sporen van migranten op diverse plekken in Europa (Griekenland, Italië, Malta, Spanje en Frankrijk) voor ze uiteindelijk samenkomen in de bossen rond Calais. Uleman: ‘Shelter concentreert zich op het individu, ook al zijn portretten bewust vermeden. Door de manier waarop Henk de hutten in beeld heeft gebracht zou je ze kunnen opvatten als portretten. Ik wilde een boek ontwerpen dat recht deed aan de waardigheid van deze mensen, en de manier waarop ze zich handhaven onder zeer erbarmelijke omstandigheden. Daarbij wilde ik het vluchten en schuilen zonder je je werkelijk beschermd te weten, invoelbaar maken. Door pagina’s van verschillend formaat als het ware achter elkaar te stapelen vang je telkens een glimp op van het volgende beeld. Alles wat je ziet is flinterdun en biedt nauwelijks bescherming. Tijdens het bladeren ontstaat

45


‘Mijn enige streven is om een boek te maken dat je niet links kunt laten liggen, waarbij elke bladzijde telt’

zo een vermoeden: achter elke hut, achter elk bosje gaat weer een mensenleven schuil.’ In het indrukwekkende en veelbekroonde boek Ville de Calais (waaronder een bekroning bij De Best Verzorgde Boeken en winnaar van de Prix du Livre d’Auteur des Rencontres de la Photographie d’Arles, NA) zijn vooral de bewegingen van de vluchtelingen in en om de Franse havenplaats Calais gedocumenteerd. Uleman haalt het fenomeen van ‘wandelende duinen’ aan: ‘Dit fenomeen ontstaat als het zand van de voorkant van een duin wordt weggeblazen en aan de achterkant landt. Als dit proces maar lang genoeg aanhoudt kan het duin zich na verloop van tijd meters hebben verplaatst. Een wandelend duin. Dit gebeurde er – letterlijk – in het vluchtelingenkamp in de duinen van Calais: er ontstonden continu nieuwe kernen, of ze schoven op, met een eigen economie en eigen, subculturele wetten en waarden. Net als in een stad. Daarom hebben we het boek Ville de Calais genoemd.’ WAARACHTIG Weer ligt er een ingenieus systeem ten grondslag aan Ulemans ontwerp. En ditmaal ís het onderwerp zelf grillig: het kamp in de duinen van Calais, dat eind 2016 werd ontruimd. Uleman: ‘Het probleem zat ‘m ditmaal in de enorme hoeveelheid beelden en in de sprongen in de tijd: enerzijds was er het grotere verhaal van een “bidonville”, een sloppenwijk die binnen no-time uitgroeide tot een “stad”, anderzijds waren er kleinere, soms persoonlijke verhalen die we ook wilden vertellen. Hoe wissel je dat af en zorg je ervoor dat het chronologisch gezien geen wirwar wordt? Dat hebben

46

we opgelost met tijdsaanduidingen en bijschriften die de lezer houvast geven – het is behoorlijk veel en aangrijpend wat je ziet. ‘Verder zitten er om de acht pagina’s twee kortere pagina’s die het ritme doorbreken en werken als een pauze of een las: er wordt een nieuw onderwerp aangesneden, of het markeert een wending in de geschiedenis. En om de schaal van het kamp en de ontwikkeling in de tijd inzichtelijk te maken, is achterin het boek een uitgebreide index opgenomen met daarin reeksen van foto’s van specifieke plekken, die je ziet veranderen in de tijd.’ Wat maakt Ville de Calais verder ‘een Uleman’? Hij denkt even na: ‘Eigenlijk vind ik dat geen relevante vraag. Het doet er niet toe. Het gaat om de foto’s, het onderwerp, en of het boek waarachtig is, zoals ik dat noem. Maar als ik toch iets moet noemen, dan zit het hem in de precisie waarmee het veranderlijke, onaffe en ruwe van het boek is ontworpen. ‘En in de manier waarop de edit is gedaan, hoe ik het vaste ritme van de kortere pagina’s heb gebruikt om het beeldverhaal te laten stromen; ik vergelijk dat vaak met muziek, daar zit systematiek in (het ritme) en een grillige melodie vol tempowisselingen, die daar tussendoor slingert.’

Fotografie (Shelter): Willem Popelier


Film & Photography

— THE END OF PRINT — HAZAZAH HAZAZAH


1993

1994

1995

1996

1997

1998

1999

2000

2001

2002

2003

2004

2005

2006

2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

50Y ADCN

1968 2018