Page 1

EDITIE 1, APRIL 2013

ELKE DAG KUNST IN EEN NIEUW PERSPECTIEF


N

a maar liefst 10 jaar wachten opent het Rijksmuseum eindelijk opnieuw geheel haar deuren. Nederland is altijd een kruispunt van wegen geweest en dat is ook te zien in de nieuwe opstelling van het Rijks. Op deze manier kunnen de kunstwerken vanuit verschillende perspectieven en zienswijzen worden gezien. 365° RIJKS; elke dag kunst in een nieuw perspectief. Een krant om een breed publiek te enthousiasmeren voor kunst, door de lezer kunst steeds in een ander perspectief te laten leren beleven. 365° staat voor het zien van kunst in de dingen van alledag. Het dagelijks leven is het patroon van gebruikelijke handelingen en bezigheden die in een bepaalde periode door de meeste mensen als voor de hand liggend beschouwd worden. Gebeurtenissen of daden die geen bijzonder karakter hebben en volgens een min of meer regelmatig ritme terugkeren. Herkenbare voorbeelden zijn eten, slapen, werken, het huishouden en seksualiteit. Zaken die voor iedereen als ‘gewoon’ worden beschouwd. Maar wat is ‘gewoon’, hoe zouden we deze zaken zien als we in een andere cultuur, andere tijd of andere samenleving waren opgegroeid. Op welke andere manier kunnen we naar zaken kijken die voor ons als zo normaal worden beschouwd? Daarom gaan we in deze eerste editie van 365° RIJKS verder in op het fenomeen dagelijks leven en hoe dit in het verleden is vertaald door kunstenaars. Ook willen we samen met jullie lezers op een andere manier naar deze kunstwerken kijken. Wat houden ze tot nu toe voor ons verborgen? Welke verhalen vertellen ze nog meer dan wat we er alleen op het eerste perspectief uithalen. We hopen dat we jullie ook kunnen inspireren om op andere manieren, van andere gezichtspunten naar kunst en naar de dagelijkse dingen om jullie heen te gaan kijken. Kleur je wereld om je heen met je eigen perspectief, je eigen visie. Hoofdredactie 365° RIJKS

6

5

12

19

16

2


20 24

14

STYLING COLINDA VAN DER PUTTEN | MARIJN BLAAUW | KARIN DE WAARD | KIM SCHEL

22

10

26

3


Het stilleven is vanouds een genre waarin de schilder zijn kundigheid kan tonen. Met uiterste precisie worden kleuren en texturen van objecten zo natuurgetrouw weergegeven. Deze taak lijkt voor de fotografie een fluitje van een cent, maar door deze fotografen wordt eindeloos geënsceneerd en geretoucheerd, met verrassende resultaten. Het medium blijkt hierbij minder objectief dan gedacht.

4

Scheltens & Abbenes vormen sinds 2002 samen een duo met een uniek talent van het maken van stillevens. De kracht zit hem door de combinatie van een fotograaf met haar creatieve vakmanschap van een kunstenaar. Ze maken strak en georganiseerde stillevens door de technische perfectie en de individuele handwerk. Ze maken werk voor grote bedrijven, als Vitra, COS, Yves Saint Laurent en Hermes. Daarnaast worden vele editorials geplaatst in tijdschriften als Fantastic Man, Wallpaper, Another Magazine, the Gentlewoman en de New York Times Style Magazine. De specialiteit van Scheltens & Abbenes is het tot in de puntjes uitwerken van de perfecte compostie. Een belangrijk aspect van het werk is het proces in de studio, waar ze voortdurend bezig zijn met het herbouwen van een setting. Alle tussenstappen worden vastgelegd op polaroid en die bestuderen ze dan samen intensief om tot de juiste compositie te komen. Ze blijven continu alles verplaatsen en stukje bij beetje komen ze tot een haast ultiem en perfect eindresultaat. Ze nemen absolute vrijheid betreft de objecten. Ze maken geen standaard presentatie van verkoopbare producten, maar gebruiken de voorwerpen om nieuwe vormen te creëren. De autonome artistiek kwaliteit van de foto heeft altijd voorrang. Op zoek naar karakteristiek van de fotografie van Scheltens & Abbenes dringen zich woorden op als oogverblindend en zinsbegoochelend. De serie boeketten die ze hebben

gemaakt doet direct denken aan de bloemstillevens uit de zeventiende eeuw, maar toch klopt er iets niet. De bloemen zijn erg plat en het licht lijkt overal vandaan te komen. Bovendien steken er satéprikkers uit de boektten. ‘ Voor veel mensen lijkt het alsof ze gemaakt zijn met de computer, maar het is alleen maar handwerk,’ legt Scheltens uit in een kort telefoongesprek. Scheltens en Abbenes hebben in de serie bloemstillevens een bijzondere werkwijze: ze knippen plaatjes uit boeken en tijdschriften en maken hiervan een 3D-collage welke wordt gefotografeerd. Dit spel met 2D en 3D zorgt voor een hyperreele afbeelding die de illusie wekt met de computer gemaakt te zijn. Het werk laat zien hoe we door de computer anders naar foto’s zijn gaan kijken. In deze tijden van crisis speelt het gevoel van de kunstenaars weer een grote rol. Het verlangen naar het verleden en de Romantiek is vele malen groter dan in de jaren 60 en 70. In de Romantiek draait het in de kunsten onze hoogstpersoonlijke gevoelens. Om het overtreden van de regels die niet overeenkomen met deze puurste en zuiverste emoties. Je kunt de stroom die nu aan de gang is vergelijken van het gevoel van verwarring dat na de Franse Revolutie heerste. Alleen dit keer gaat het om de shock van de snelheid van de elektronische omkering; het feit dat tijd en plaats bijna geen rol meer spelen. Ook nu zien we kunstenaars die bezorgd zijn om de toekomst en verlangen naar het verleden. Kunstenaars maken gebruik van het verleden om iets over het heden. Ze keren zich naar het verleden om de moderne wereld te begrijpen en te analyseren. We kunnen ook zeggen dat de onontkoombaarheid van onze digitale wereld er voor zorgt dat we op zoek zijn naar een soort puurheid, naar zuivere ervaringen. We kunnen eigenlijk elk moment van de dag overstappen naar een wereld die niet echt is, hetzij ver weg. Hierdoor ontstaat een soort hyperrealiteit met verschillende werkelijkheden die naast elkaar bestaan.


Rachel Ruysch Dutchflowers, 1716 Rijksmuseum

Scheltens & Abbenes Bouquet V, 2008 Danziger Gallery


Willem Bartel van der Kooi Het gestoorde pianospel, 1716 Rijksmuseum


.

7


Het Rijksmuseum Amsterdam, meestal Rijksmuseum, of kortweg het Rijks, genoemd, is het grootste en belangrijkste rijksmuseum van Nederland. Het ligt kunst en geschiedenis. Een groot deel van zijn ruim 1 miljoen voorwerpen tellende collectie bestaat uit werken van 17e-eeuwse Nederlandse meesters. In Top 100 der Nederlandse UNESCO-monumenten. Verbouwing en heropening. Het hoofdgebouw is nog tot april 2013 gesloten in verband met verbouwing lingen gehouden. Het Rijksmuseum is dagelijks geopend van 09.00 uur tot 18.00 uur (op 1 januari is het museum gesloten). De heropening van het vern dende Kunst bestaande uit: schilderijen, beeldhouwkunst & kunstnijverheid, Aziatische kunst, rijksprentenkabinet (tekeningen, prenten en foto’s), geschie op de 17e-eeuwse Hollandse Meesters. Ook bezit het museum een kleine collectie, met name, Zuid-Nederlandse en Italiaanse meesters. De verzamelin jecten en nog vele andere voorwerpen. Ook deze collectie heeft een internationaal karakter, waarbij de nadruk ligt op de Nederlandse kunst. De collectie met name Chinese, Japanse, Indiase en Indonesische kunst, vanuit een Aziatisch standpunt. Chinees- en Japans exportporselein, koloniale meubelen e voorwerpen, kostuums, documenten, curiosa en belangrijke voorwerpen van andere aard die betrekking hebben op voornamelijk de politieke en militaire Indische Compagnieën en uit particulier bezit. De nadruk van de collectie ligt op de 17de en 18de eeuw. Het Rijksmuseum beschikt ook over een Kuns jkste, meer monumentale topstukken worden gepresenteerd in de Eregalerij, een grote zaal in de lengteas van het museum. Aan het uiteinde van deze meesterwerk van Rembrandt van Rijn. Rembrandt schilderde het tussen 1639 en 1642. De officiële naam luidt: De compagnie van kapitein Frans Banning tersgilde als groepsportret besteld. Het werd waarschijnlijk rond 1796/1797 voor het eerst ‘De Nachtwacht’ genoemd. Volgens Ernst van de Wetering is schutterscompagnieën, om in tijden van oorlog of oproer ook werkelijk in actie te komen om de veiligheid van de republiek te waarborgen. Later verloren machtsuitoefening en functies werden er vergeven. Zij beschikten over een eigen gebouw, doelen geheten, waar zij oefenden en bijeenkwamen bij fees De compagnie van Frans Banning Cocq was een van de schutterscompagnieën van Amsterdam. Vanaf het eind van de 16e eeuw had elke stadsw stad belast. Aan het hoofd van elke compagnie stonden een kapitein, en diens plaatsvervangende luitenant. Verder kende elke compagnie een vaande In 1638 besloot een groep schutters zichzelf te laten vereeuwigen door hun wijkgenoot Rembrandt van Rijn die aan de Breestraat woonde, niet ver van de Klo aquarel van het schilderij; de heren dragen hier hun chique naam als landjonker: Schets van de schilderije op de groote Sael van de Cleveniers Doelen, daerin Rembrandt hield het schilderij tamelijk donker waardoor hij met lichteffecten de aandacht op bepaalde partijen kon vestigen. Door verkleuring van het vernis w eeuw als bijnaam De Nachtwacht. Rembrandt heeft het enorme doek waarschijnlijk in een galerij op de binnenplaats van zijn woning geschilderd. Toen het d derd, rechts in de boog van de poort, met de namen van al de 18 geportretteerden. Bas Dudok van Heel ontrafelde de onderlinge familiebetrekkingen van de niersdoelen. De schuttersstukken uit die tijd kwamen vaak stijf over. Samuel van Hoogstraten vergeleek de figuren met de poppetjes op een kaartspel. Frans H hoe de vele individuele portretten tot één geheel te maken: hij schilderde een doek vol bruisende luidruchtige activiteit. Kapitein Frans Banning Cocq, in deftig tenburch zich ook in beweging; met in de hand het fraaie steekwapen, een partizaan, naar voren gericht geeft hij de marsrichting aan. De schutters demonst de luitenant in, met de rug van zijn hand de loop van de musket omhoogdrukkend om ongevallen te voorkomen), en het wegblazen van resten niet ontploft kru de banieren en lansen zijn geheven, en opgewonden kinderen rennen tussen de schutters rond. Sommige schutters zijn in een druk gesprek verwikkeld en li tussen licht en donker, tussen glanzende en doffe kleuren, door grote variatie in houdingen, gebaren en gelaatsuitdrukkingen in tegengestelde bewegingen d wekt de indruk van een dynamisch ogende momentopname. Rembrandt zette het saaie onderwerp om tot een nog nooit vertoond in scène gezet toneelstuk. herkenbaar waren. Nog nooit was dat door een kunstenaar met zo veel bravoure en kunstzinnige eigenzinnigheid gedaan. Uiteindelijk heeft Frans Banning Coc zo een slimme compositie, is zo vol kracht, dat alle andere schilderijen hierbij vergeleken op speelkaarten lijken.” Deze uitspraak is zeker van toepassing op de mat en afstandelijk kijkend op een rij met de twee officieren en de vlag in het midden. Bij Rembrandt echter is de compositie (de ordening van de personen o hecht netwerk van loodrecht op elkaar staande evenwijdig verlopende compositielijnen (gevormd door lansen, geweren en gestrekte armen) is de ordening v Johann Sebastian Bach): een vast dwingend onderliggend stramien waarop boeiend en dynamisch gevarieerd wordt, zonder in clichés te vervallen. De Nach In 1715 verhuisde het schilderij naar het stadhuis op de Dam. Het moest daar tussen twee deuren hangen, en daarom werd er aan alle zijden een strook afg schutters en de pluim van de hoed van een derde man nu niet meer op het schilderij staan en het effect van een bewegend gezelschap is afgezwakt. Sindsd schilderij heeft laten maken (die beide veel kleiner zijn), kan men indirect nog steeds het weggesnedene bestuderen. (De replica, door Gerrit Lundens, hangt de voormalige Grote Sael van Hendrick Trip. Vanaf 1885 hangt de Nachtwacht als bruikleen van de gemeente Amsterdam in het Rijksmuseum dat toen geop Wilhelmina in 1898 werd de Nachtwacht even uit het museum gehaald om een tentoonstelling in het Stedelijk Museum ter gelegenheid van de feestelijkhede heeft een aparte smalle doorgang om het schilderij weg te halen in noodgevallen. Na Medemblik verhuisde het doek naar een kustbunker in de duinen bij Ca grotten in de Sint-Pietersberg bij Maastricht overgebracht. Op 25 juni 1945 arriveerde het schilderij per binnenschip in Amsterdam. De toenmalige directeur va De Nachtwacht tijdelijk naar een andere vleugel overgebracht. Tijdens de met veel publiciteit omgeven onderneming werd het doek uit de lijst gehaald; ingep hooggetakeld, en door een speciale gleuf het gebouw binnengebracht. Tijdens de verbouwing hangt De Nachtwacht tijdelijk in de Philipsvleugel van het Rijk die zich in het rijks bevinden zijn: Schilder: Rembrandt van Rijn, schilderij: De Nachtwacht. Schilder: Johannes Vermeer, schilderij: Het melkmeisje. Schilder: B nelis van Haarlem, schilderij: Kindermoord te Bethlehem. Schilder: Dirck van Baburen, schilderij: Prometheus door Vulcanus geketend. Schilder: Melchlor d’H dje. Schilder: Frans Hals, schilderij: Huwelijksportret. Schilder: Jan Steen, schilderij: De burgermeester van Delft. Schilder: Jan Cornelisz van Verspronck, sc Meindert Hobbema, schilderij: Watermolen. Schilder: Jakob van Ruysdael, schilderij: De molen van Wijk bij Duurstede. Schilder: Geertgen tot Sintjans, schilde die de stadhouderlijke familie door de eeuwen heen had opgebouwd. Nadat de laatste stadhouder het land in 1795 ontvlucht was, werd wat restte van deze v november 1798 werd, op initiatief van de minister van financiën, Alexander Gogel, besloten de resterende verzameling, bestaande uit Italiaanse kunst, portrette dit museum in 1800 zijn deuren in het eveneens in beslag genomen Huis ten Bosch in Den Haag. De Amsterdamse kunsthandelaar Cornelis Sebille Roos (175 bedreigde zwaan van Jan Asselijn. Toen in 1806 Lodewijk Napoleon de troon besteeg als koning van Holland, kreeg het de naam Koninklijk Museum. In 1808 onder de Nachtwacht - - werd ondergebracht op de bovenverdieping van het Paleis op de Dam. De nieuwe directeur, Cornelis Apostool, werd belast met het heette, naar het 17e-eeuwse Trippenhuis. Hier werd ook de prentenverzameling uit Den Haag in ondergebracht, terwijl de historische voorwerpen verplaatst w stelling tot dat van zijn voorganger Roos, nauwelijks grote aankopen gedaan. De verwerving van de verzameling, die de Amsterdamse bankier Adriaan van d het aantrekken van vreemdelingen naar de stad. Het bestuur stelde als voorwaarde dat door vrijwillige particuliere bijdragen ƒ 40.000 van de ƒ 50.000 voor meesterwerken naar het buitenland verdwenen. In 1885 werd het huidige Rijksmuseum naar ontwerp van P.J.H. Cuypers voltooid (zie Gebouw). Dit gebouw b de verzameling van het Nederlandsch Museum voor Geschiedenis en Kunst in Den Haag – die de basis vormde voor de afdeling Nederlandse Geschiedenis – In de leeggekomen ruimte werden tentoonstellingen gehouden met hedendaagse kunst, zoals de expositie Onze kunst van heden in 1939-1940. In april 1942 ersberg bij Maastricht. In 2008 is Wim Pijbes (1961) benoemd tot hoofddirecteur van het museum, als opvolger van Ronald de Leeuw. Pijbes, beschouwt het a energie richten op het zo snel mogelijk heropenen van het museum. Daarom was er een tijdelijke heropening van een gedeelte van het hoofdgebouw. In de w jksmuseum is een open instelling die mensen, kunst en geschiedenis verbindt. Vanuit deze visie ontsluit, digitaliseert en deelt het museum zijn kennis en inf beeldmateriaal. Het Rijksmuseum heeft als doel zo veel mogelijk gegevens over zijn objecten online beschikbaar te stellen aan het publiek. Inmiddels zijn er seringsprojecten is het ‘Prentenkabinet Online’. Doel van het project is de collectie van 700.000 prenten, tekeningen en foto’s online toegankelijk te maken en ers en programmeurs. Zij kunnen deze gegevens vrij gebruiken via de Rijksmuseum API (Application Programming Interface) op de website. De API wordt tev ste openbare kunsthistorische bibliotheek van Nederland. Het museum verhuisde in 1885 naar de huidige locatie net buiten de oude binnenstad. H renaissance-elementen. Het gebouw is rijk geornamenteerd met tal van verwijzingen naar de vaderlandse geschiedenis. Het gebouw kadert in de 19e eeuws Nederland. De keuze voor gotiek en renaissance is voor de hand liggend: deze stijlen kwamen voor in de bloeiperiodes van Nederland.Om de verbinding tus Museumstraat, die aanvankelijk voor alle verkeer geopend was. Vanaf 1931 konden auto’s er niet meer onder door. Diverse museumdirecteuren hebben er sin op de beide binnenplaatsen. Deze werden in de jaren vijftig dichtgebouwd en opgevuld met extra expositieruimten. In de loop der jaren is het museumgebouw len bezoekers, niet meer voldeed vindt sinds 2003 een grote verbouwing plaats. Bij deze grote ingreep worden vele oorspronkelijke elementen uit de tijd van is het Rijksmuseum een van de belangrijkste toeristische doelen in Amsterdam. Mede als gevolg van de verbouwingswerkzaamheden is nu het nabijgelegen Va traat bij de Jan Luijkenstraat, kwam in 1996 gereed. De vleugel is in gebruik als tijdelijke museumruimte tijdens de grootscheepse verbouwing van het hoofdge in de lucht waren aangetroffen bij een asbestinventarisatie. Begin december 2003 ging een groot deel van het museum dicht voor een verbouwing die aanvan tie en vernieuwing van het Rijksmuseum bedragen € 375 miljoen. Het Rijksmuseum draagt € 45 miljoen bij en wordt daarin gesteund door Founder Philips, IN museum. Vanaf 2013 is in het gerenoveerde museum een nieuwe opstelling te zien van Nederlandse kunst en cultuur van 1200 tot 2000 in zijn samenhang. D uitgevoerd. Dit onderzoek geldt tevens als proef voor een nieuwe methode van bouwhistorisch onderzoek die is ontwikkeld door de Rijksgebouwendienst. De Waardestelling.nl. Er is veel ophef geweest over de vraag of de Museumstraat, de karakteristieke onderdoorgang voor fietsers en voetgangers, die een verbindi maar velen vreesden dat daardoor te weinig ruimte zou overblijven voor het doorgaand verkeer. Het stadsdeel Oud-Zuid heeft het ontwerp voor de verbouwin ontwerp gepresenteerd, waarbij èn de publieksingang in de onderdoorgang komt èn er ruimte blijft voor fietsers. Op 5 juli 2012 besloot de gemeenteraad van echter niet voor scooters.Na een half jaar wordt de situatie geëvalueerd. In juli 2012 werden de bouwwerkzaamheden aan het museum voltooid, op 16 juli vo de topstukken uit de Philipsvleugel naar het hoofdgebouw verplaatsen. Op 22 augustus 2012 werd een nieuw logo onthuld, met een nieuw speciaal voor het m dat meer dan dertig jaar is meegegaan. Het Rijksmuseum heeft ook een kleine dependance in een terminal van Luchthaven Schiphol, na de paspoortcontrole van werken uit de Gouden Eeuw en jaarlijks worden drie tijdelijke tentoonstellingen georganiseerd. Luchthaven Schiphol is de eerste luchthaven ter wereld me


t tussen de Stadhouderskade en het Museumplein in het Amsterdamse stadsdeel Zuid en biedt in zijn ruim 200 zalen een overzicht van de Nederlandse n het gebouw is tevens het Rijksprentenkabinet gevestigd. Het Rijksmuseum is eigendom van de Staat (Rijksgebouwendienst) en staat op de lijst van de g. Tijdens de verbouwing blijven de 17de-eeuwse topstukken voor het publiek te zien in de Philipsvleugel. Hier worden ook kleine wisselende tentoonstelnieuwde Rijksmuseum voor het publiek is op 14 april 2013. Een dag er voor is de officiële opening. Het Rijksmuseum bezit de volgende collecties: Beeledenis, de collectie schilderijen geeft een overzicht van de Nederlandse schilderkunst van de 15e eeuw tot omstreeks 1900. De nadruk ligt hierbij vooral ng beeldhouwkunst & kunstnijverheid bestaat uit beeldhouwwerken, meubels en betimmeringen, edelsmeedkunst, keramiek en glas, textiel, metalen obe Aziatische kunst is voor het merendeel afkomstig van de Vereniging van Vrienden der Aziatische Kunst en geeft een overzicht van de ontwikkeling van en zilver behoren echter ook tot deze collectie. De verzameling geschiedenis bevat schilderijen, scheepsmodellen, wapens, vlaggen, gouden en zilveren geschiedenis van Nederland. De voorwerpen zijn afkomstig uit de verzamelingen van de stadhouders, admiraliteiten, de kamers van de Oost- en Weststhistorische Bibliotheek en een restauratie-atelier voor conserverings- en restauratiewerkzaamheden. Het museum heeft diverse topstukken. De belangrizaal bevindt zich misschien wel het meest bekende werk in het museum, de Nachtwacht van Rembrandt. De Nachtwacht is het bekendste schilderij en g Cocq en luitenant Willem van Ruytenburgh maakt zich gereed om uit te marcheren. Dit werk, een schuttersstuk, werd door een compagnie uit de schuthet werk in zekere zin mislukt. Al in de 16e eeuw organiseerden vrijwilligers, op de manier van de beroepsgilden, zich in burgerwachten, zogenoemde n zij hun functie, al bleef het decorum. De schutterscompagnieën verwerden tot ceremoniële gezelschappen met een niet onaanzienlijke invloed: politieke stelijke gelegenheden. De schutterscompagnieën dienden ook als erewacht, zoals bij de feestelijke intocht in 1638 van Maria de’ Medici in Amsterdam. wijk in Amsterdam zo’n compagnie, die was onderverdeeld in vier korporaalschappen. De schutterscompagnieën waren met de verdediging van de eldrager. Het was een voornaam gezelschap waarvan de officieren en de leden er alle belang bij hadden om zich mooi uitgedost te laten portretteren. oveniersdoelen. Het motief of het eigenlijke onderwerp van het grote doek staat kort beschreven in het latere familiealbum van Banning Cocq, naast een kleine nne de Jonge Heer van Purmerlandt als Capiteijn, geeft last aen zijnen Lieutenant, de Heer van Vlaerdingen, om sijn Compaignie burgers te doen marcheren. werd het schilderij nog veel donkerder, waardoor onterecht werd aangenomen dat het scenario op het schilderij zich ‘s nachts afspeelt. Zo kreeg het in de 18e doek klaar was, klaagden sommige geportretteerden over hun onherkenbaarheid op het werk. Daarop heeft later een andere schilder een medaillon bijgeschile 18 personen, afgebeeld op De Nachtwacht. Bovendien reconstrueerde hij de situering van de verschillende schuttersstukken in de grote zaal van de KloveHals portretteerde de leden van de Haarlemse schutterij terwijl zij aanzaten aan een banket. Rembrandt bedacht een dramatische oplossing voor het probleem g zwart met de rode sjerp van zijn rang, onderstreept met een stevig handgebaar zijn commando, zet zijn stok schrap en begint te lopen. Naast hem zet Ruytreren het behendig vullen van een musket met kruit (de in het rood geklede man links), het afvuren (door de enigszins verschrikte man tussen de kapitein en uit uit de pan van zijn musket (de man achter de linkerschouder van Willem van Ruytenburgh). De tamboer staat klaar om een roffel in te zetten, een hond blaft, ijken niet in de gaten te hebben dat ze worden geschilderd. Rembrandt gooide alle remmen los om een sfeer vol opwinding te creëren, door rijke contrasten dwars over het beeldvlak en uit het beeldvlak weg, door een complexe ruimtelijke opzet die de blik zigzaggend naar voren en naar achteren leidt. Het geheel Hij regisseerde zijn portretklanten in een halfdonkere toneelruimte, waar rondzwervende lichtplekken hun gezichten zo markeerden dat zij als portret nog net cq het werk toch aanvaard, zij het onder protest. Een van de leerlingen van Rembrandt schreef ooit: “Zijn oeuvre is zo een sprookjesachtige uitvinding en heeft e Nachtwacht. Bij Rembrandts tijdgenoten Nicolaes Eliasz. Pickenoy en Backer is hetzelfde thema voorspelbaar uitgewerkt: alle leden van de compagnie vlak, op het doek) en het beeldaspect clair-obscur (afwisseling van licht en donker) uiterst bedacht en met een groot gevoel voor evenwicht weergegeven. Op een van het werk doorgeweven met daarbij een accent door goed geplaatste lichtvlekken. Dit is ook het kenmerk van elk groot kunstwerk uit de barok (vgl. muziek htwacht hing in de grote feestzaal van de Kloveniersdoelen aan de huidige Amsterdamse Nieuwe Doelenstraat. Het mat toen ongeveer 5 meter bij 3,87 meter. gesneden. Hierdoor verdwenen er aan de boven-, onder- en rechterzijde enkele details. Van de linkerzijde werd het grootste deel verwijderd, waardoor twee dien meet het schilderij 4,37 bij 3,63 meter (ofwel 82% van het oorspronkelijke oppervlak). Aangezien Frans Banning Cocq een replica en een aquarel van het tegenwoordig in de National Gallery te Londen.) Tussen 1817 en 1885 hing het schilderij in het Trippenhuis in Amsterdam, destijds het eerste rijksmuseum, in pend werd; sinds 1906 in een speciaal hiervoor gebouwde zaal, die momenteel in de oorspronkelijke stijl wordt hersteld. Tijdens de inhuldiging van koningin en meer aanzien te geven. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd De Nachtwacht eerst overgebracht naar kasteel Radboud in Medemblik. Het Rijksmuseum astricum, waartoe het uit de lijst moest worden gehaald en werd opgerold. In april 1942 werd De Nachtwacht uit de rijkskluis van Heemskerk naar de mergelan het Rijksmuseum, Van Schendel, viel bij die gelegenheid bovenop het schilderij, dat hiervan geen ernstige schade ondervond. Op 11 december 2003 werd pakt in vetvrij papier; in een houten frame gehangen dat in twee beschermhoezen werd gestoken; op een kar over straat naar de andere vleugel gereden; omksmuseum. Als de verbouwing van het Rijksmuseum in 2013 is voltooid, zal De Nachtwacht weer naar de Nachtwachtzaal terugkeren. De andere topstukken Bartholomeus van der Helst, schilderij: Schuttersmaaltijd in de Voetboogdoelen te Amsterdam. Schilder: Gabriel Metsu, schilderij: het ziek kind. Schilder: CorHondecoeter, schilderij: het drijvend veertje. Schilder: Jan Asselijn, schilderij: De bedreigde zwaan. Schilder: Rembrandt van Rijn, schilderij: Het Joodse Bruichilderij: Portret van een meisje in het blauw. Schilder: Pieter de Hooch, schilderij: Het landhuis. Schilder: Johannes Vermeer, schilderij: Het straatje. Schilder: erij: De heilige maagdschap. Schilder: Jan van Scorel, schilderij: Maria Magdalena. De basis van de collectie van het Rijksmuseum vormt de kunstverzameling verzameling door de regering van de Bataafse Republiek in beslag genomen. Het grootste deel hiervan werd door de Fransen naar Parijs verscheept. Op 19 en van de Oranjes en vaderlandse rariteiten, onder te brengen in een nationaal museum naar Frans voorbeeld. Onder de naam Nationale Kunst-Galerij opende 54-1820) was de eerste directeur van het museum en was als zodanig, in samenwerking met Gogel, verantwoordelijk voor de eerste aankopen, waaronder De 8 verhuisde het museum in opdracht van Lodewijk Napoleon naar Amsterdam, waar het vanaf 1809 samen met de kunstverzameling van Amsterdam — waart samenstellen van een catalogus van objecten. In 1817 verhuisde de collectie van het Rijks Museum, zoals het inmiddels na de troonsbestijging van Willem I werden naar het in 1820 in Den Haag opgerichte Kabinet van Zeldzaamheden. Onder het directeurschap van Apostool (van 1808 tot 1844) werden, in tegender Hoop in 1854 aan de gemeente Amsterdam naliet, was dan ook allerminst vanzelfsprekend. Men geloofde niet in het belang van de 224 schilderijen voor r de successierechten moest worden opgebracht. Hadden enkele welvarende burgers de 224 schilderijen niet voor het land willen behouden, dan waren de bood niet alleen plaats voor de collectie van het Rijksmuseum, ook de verzameling werken van levende meesters, die zich vanaf 1838 in Haarlem bevond, en – werden in het nieuwe museum ondergebracht. Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog werd een deel van de collectie elders in veiligheid gebracht. 2 werd een groot deel van de collectie van het Rijksmuseum opgeslagen in een speciaal daartoe gebouwde kluis in de onderaardse gangen van de Sint-Pietals zijn belangrijkste opdracht ‘de urgentie’ van het Rijksmuseum weer hoog op de agenda te krijgen. Hij noemt een sluiting van tien jaar rampzalig en wil alle weekenden tussen 19 juli en 31 augustus 2008 kon het publiek de verloren gewaande decoraties bekijken die in de vier jaar ervoor zijn gerestaureerd. Het Riformatie over de collectie. De collectie informatie is gestandaardiseerd volgens internationale museale standaarden en voorzien van kwalitatief hoogwaardig al meer dan 200.000 objecten via de website van het Rijksmuseum toegankelijk gemaakt. Het merendeel is voorzien van een afbeelding. Een van de digitaliachterstanden in de registratie in te halen. Daarnaast stelt het Rijksmuseum de gegevens en afbeeldingen van 111.000 objecten beschikbaar aan appbouwvens gebruikt voor de aanlevering van data aan partners. De bibliotheekcollectie is online doorzoekbaar via de Rijksmuseum Research Library. Dit is de grootHet is gehuisvest in een speciaal voor dit doel door de Nederlandse architect P.J.H. Cuypers ontworpen gebouw. Cuypers combineerde gotische en se pogingen om een collectieve architectuurstijl te bereiken. Cuypers tracht hier een nationale stijluitdrukking te creeëren, een stijl die symbool staat voor heel ssen de nog te bouwen wijken in Amsterdam-Zuid en het centrum van de stad te garanderen werd in het midden van het gebouw een doorgang gebouwd, de ndsdien voor geijverd om deze doorgang geheel af te sluiten en onderdeel van het museum te laten worden. Aanvankelijk was er vanuit de doorgang vrij zicht w vele malen verbouwd en is van binnen een groot deel van het oorspronkelijke karakter kwijtgeraakt. Omdat het museum, mede door de toenemende aantalCuypers weer tevoorschijn gehaald en/of in oude staat hersteld en/of gereconstrueerd, waardoor het gebouw veel van zijn oude glorie herkrijgt. Al vele jaren an Goghmuseum het drukste museum van Nederland geworden. De verbouwing van de zuidvleugel van het museum, nu de Philipsvleugel, aan de Hobbemasebouw (2003-2013). In april 2003 werd het Rijksmuseum op last van de Arbeidsinspectie enkele dagen gesloten voor het publiek omdat er losse asbestdeeltjes nkelijk enkele jaren zou gaan duren, maar door diverse vertragingen, heeft het zo’n tien jaar in beslag genomen. De kosten van de totale verbouwing, renovaNG en de BankGiro Loterij. De Nachtwacht is gedurende deze tijd in de Philipsvleugel met zijn achttien zalen te zien met alle 17de-eeuwse topstukken van het De Nachtwacht keert terug in de Nachtwachtzaal, aan het einde van de Eregalerij. Voor de verbouwing van het Rijksmuseum is een bouwhistorisch onderzoek resultaten van het onderzoek zijn openbaar gemaakt via de website Waardestelling.nl. De resultaten van het onderzoek zijn openbaar gemaakt via de website ing vormt tussen het Museumplein en het stadscentrum, open zou blijven. Het Rijksmuseum was van plan om de hoofdingang in de onderdoorgang te situeren, ng van de onderdoorgang in het voorjaar van 2005 afgekeurd omdat het in strijd was met het bestemmingsplan. In het voorjaar van 2006 werd een aangepast n Amsterdam, op advies van B & W, om de doorgang onder het museum na voltooiing van de verbouwing weer open te stellen voor fietsers en voetgangers, ond de officiële sleuteloverdracht plaats. Het zal nog tot april 2013 duren voordat het museum weer volledig open gaat, twee weken daarvoor zal het museum museum ontworpen lettertype. Tussen Rijks en museum staat nu een spatie. Het ontwerp van grafisch ontwerpster Irma Boom vervangt het oude logo uit 1980 e. Deze werd op 9 december 2002 geopend door de Prins Willem-Alexander en wordt geheel gesponsord door de ING. Er is een permanente tentoonstelling et zo’n museum. De toegang is gratis. In 2009 werden hier ruim 100.000 bezoekers ontvangen. georganiseerd. Rijksmuseum te Amterdam. 365 graden Rijks.


Abraham de Vries Zelfportret, 1621 Rijksmuseum

Peter Stigter Graduation, 2009 Artez eindexamenshow


DESIGN

GEINSPIREERD DOOR MEESTERWERKEN

11


EEN REIS DOOR

HET DA

1555

1640

1. 4.

1631

1575

3.

1685

2. 5.

1

2

3

4

5

Overal ter wereld zorgen vrouwen voor het huishouden, maar nergens is de huisvrouw zo’n begrip als in Nederland. De Hollandse huisvrouw heeft naam gemaakt met haar bazigheid, ondernemingsgezin, bewegingsvrijheid, huiselijkheid en vooral haar overdreven properheid. Op dit moment werken in Nederland veel meer vrouwen in deeltijd dan elders; zij combineren hun baan met de zorg voor de kinderen. De Nederlandse samenleving was al vroeg georganiseerd in kleine wooneenheden: jonge mensen vormden een huishouden, zodra ze een eigen woning hadden. Voor het houden van zo’n eigen huis was de huisvrouw cruciaal. Ze had weinig talent voor ondergeschiktheid, maar deed het huishoudelijk werk wel. 12

De voeding van de armere bevolking bestond in de 15e, 16e en 17e eeuw voor een groot deel uit grof tarwe- of roggebrood, uitgezonderd in de jaren van misoogst, wanneer boekweitbrood werd gebruikt, terwijl voorts gebruikt werden peulvruchten, pastinaken (hiervoor in de plaats kwamen later de aardappelen) en grove wintergroenten: rapen, koolsoorten, uien, prei. Daarnaast in dikwijls zeer geringe mate, varkenvlees, kaas, eieren en afhankelijk van de streek, waar men woonachtig was, vis. Het gebruik van haring was sterk afhankelijk van de streek en aanvoer. Het bier in vele soorten en kwaliteiten was in deze eeuwen wel de meest populaire volksdrank.

De eerste Afrikanen die in Noord-Europa arriveerden, waren meestal slaven of exslaven. Dat geldt ook voor de eerste zwarte inwoners van Amsterdam. Met de Spaanse verovering van Antwerpen in 1585 vluchtte veel joden voor de katholieke inquisitie naar Amsterdam. Binnen NoordEuropa was slavernij verboden. De omvangrijke Nederlandse rol in de slavenhandel voltrok zich grotendeels later, tussen 1621 en 1814, en bleef bovendien buiten de grenzen van de Nederlandse Republiek. Het houden van slaven werd dus blijkbaar gedoogd in Amsterdam. In de geschiedenisboeken over Amsterdam is weinig te vinden over hoe het de eerste zwarte inwoners van de stad verging.

Deze beeldengroep van een vader, moeder en kind, stelt de Heilige familie voor. Maria en Jozef wandelen zij aan zij met hun zoon tussen hen in. Het paar houdt de handen van het Christuskind vast om hem te helpen bij het lopen. Tijdens de Beeldenstorm zijn veel religieuze beelden vernield. In drie weken tijd werden vele kerken geschonden en het interieur vernield. De verscherpte tegenstellingen die mede een gevolg waren van de Beeldenstorm leidde indirect tot het uitbreken van de Tachtigjarige Oorlog en het ontstaan van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.

Sint Nicolaas was in de 13e eeuw al een van de belangrijkste feestdagen; in die tijd werd het Sinterklaasfeest in Utrecht al gevierd door de schoen van vier arme kinderen te vullen met geldstukken, in andere steden werd ook iets voor de armen gedaan. In Nederland zet men vanaf de 15e eeuw de schoen. In eerste instantie gebeurde dat in de kerk en was de opbrengst voor de armen. Uit de 16e eeuw bestaan beschrijvingen van het schoen zetten door kinderen in de huiskamer. Jan Steen heeft in de 17e eeuw de Sinterklaasochtend op twee schilderijen vastgelegd. Kinderen krijgen daarop snoepgoed zoals kruidnoten, chocoladeletters, marsepein en speelgoed in de schoen.


AGELIJKS LEVEN

1817

1766

1800 7. 6

1858 8.

1903

10.

9.

6 Van oudsher staat Nederland bekend als vissersland. Eeuwenlang trekken families van generatie op generatie de Noordzee op om hun kost te verdien. De Hollandse haring was in de 16e en de 17e eeuw een belangrijk exportproduct. De visserij, de handel en de diverse nevenbedrijven profiteerden van de grote afzetmarkt in het Oostzeegebied en Noordwest Duitsland. De haringvisserij op de Noordzee bracht Holland veel welvaart. Vanaf de 17e eeuw begon Nederland met de commerciële walvisvaart. Willem Cornelisz van Muyden was in 1613 de eerste succesvolle walvisvaarder. Van 1614 tot 1642 had de Noordsche Compagnie het alleenrecht.

7 De kat is een van de oudste huisdieren van de mens. Er is bewijs dat de Egyptenaren al in 2000 v. Chr. de kat als huisdier hadden. Omdat katten goede jagers waren, werden ze gedomesticeerd om de graanvoorraden van de mens tegen knaagdieren als ratten en muizen te beschermen. Bij de christenen waren katten in de laten middeleeuwen niet geliefd. In de 14e eeuw werden katten, omdat ze in verband werden gebracht met hekserij in grote getalen verbrand en doodgeknuppeld. Desondanks zijn katten toch een dienstbaar onderwerp binnen de schilderskunst. Ze zijn niet altijd goed zichtbaar op de schilderijen, maar kijkt men goed zul je veel katten in het Rijks tegenkomen.

8 De voeding van de armere bevolking bestond in de 15e, 16e en 17e eeuw voor een groot deel uit grof tarwe- of roggebrood, uitgezonderd in de jaren van misoogst, wanneer boekweitbrood werd gebruikt, terwijl voorts gebruikt werden peulvruchten, pastinaken (hiervoor in de plaats kwamen later de aardappelen) en grove wintergroenten: rapen, koolsoorten, uien, prei. Daarnaast in dikwijls zeer geringe mate, varkenvlees, kaas, eieren en afhankelijk van de streek, waar men woonachtig was, vis. Het gebruik van haring was sterk afhankelijk van de streek en aanvoer. Het bier in vele soorten en kwaliteiten was in deze eeuwen wel de meest populaire volksdrank.

9 Muziekkast van eiken- en grenenhout, gedeeltelijk beschilderd in kleuren en goud en met beslag van vertind ijzer. Het is een geschenk van P.J.H. Cuypers aan zijn tweede vrouw Antoinette Cathérine Thérèse, in 1858. De romantiek is een kunststroming uit de 19e eeuw. In de romantische periode van de klassieke muziek maken componisten steeds grotere composties met steeds meer noten en moeilijkere ritmes. Ze gebruiken veel en vreemde, niet eerder toegepaste muziekinstrumenten. Er is veel drama en emotie te horen. Alles draait om wat mensen voelen, fantasie en de natuur. Veelvuldig terugkerende thematiek omvat onder de andere verheerlijking van de liefde (zowel de ideale als onmogelijke).

10 Tegenwoordig trouwen we laat en uit liefde, krijgen we weinig kinderen en vinden we ons daarmee maar wat modern. Maar tot 1800 deden de Nederlanders het niet anders. Liefde en huwelijk zijn al eeuwenlang het resultaat van zorgvuldige afweging van belangen. In heel Europa is het tot in de negentiende eeuw de gewoonte om het huwelijk uit te stellen. Het toekomstige paar moet zich eerst economisch kunnen redden, en bij gebrek aan voorbehoedsmiddelen is laat trouwen de beste manier om het aantal kinderen te beperken. Toch trouwde men, in tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, in de meeste gevallen uit liefde, met de zelf gekozen partner. 13


Rembrandt van Rijn De Nachtwacht, 1642 Rijksmuseum


Giovanni Battista Caccini Christus de Verlosser, 1598 Rijksmuseum

Diego Merino Hide & Seek, 2012 Volt Man


‘IDENTITEIT IN MODE’ Een onderwerp dat steeds prominenter aanwezig is in de modewereld. Waar herkennen we Nederlandse mode aan? In de Gouden Eeuw was Nederlandse mode een voorbeeld voor heel Europa. Nederland was destijds een rijk land, en onze kledingstijl werd daarom massaal gekopieerd. Echter, de afgelopen vijftig jaar hebben wij onszelf, wat mode betreft, geïdentificeerd met modesteden als Parijs, Londen, New York en Milaan.

Frans Molenaar, Alexander van Slobbe en Viktor & Rolf. Van Slobbe treedt in de voetsporen van zijn Nederlandse voorbeelden Mondriaan en Rietveld door minimalistische ontwerpen. Viktor & Rolf bouwden hun reputatie op door te werken vanuit een concept of idee. Ook dat wordt op niet veel plekken in de wereld zo goed toegepast als in Nederland. Nederlandse identiteit in de mode bestaat wel degelijk. Met ons minimalistisch en conceptueel design zijn we bekend in de hele wereld.

De stijlvolle Nederlander droeg in de afgelopen decennia kleding die gepresenteerd werd op de shows in onze steden. De laatste twintig jaar lijkt er toch een Nederlandse identiteit te ontstaan. De voorlopers hiervan zijn

Jonge ontwerpers hebben het momenteel niet makkelijk. Maar dat weerhoudt ze er niet van prachtige collecties te lanceren en langzaam maar zeker naam te maken. Het project Jonge Modeontwerpers & Dutch Identity in

Fashion is in het leven geroepen om de ontwerpers de mogelijkheid te geven zich te laten inspireren door de Nederlandse geschiedenis en hun creaties op een bijzondere locatie te showen. De potretschilder van Mierevelt uit de Gouden eeuw diende als inspiratie voor zeven jonge ontwerpers. In 2011 hebben zijn het grote succes uit de Nederlandse modegeschiedenis, het protestantse zwart en molensteenkraag, vertaald naar een hedendaags modeontwerp. De zeven ontwerpers waren Bravoure, Soepboer & Stooker, Eudia & Ingrid Maria Meijer, Mirte Engelhard, Corsage, Daphne van den Heuvel en Ester van Kempen. Winnaars van dit project waren Anne Stooker (Utrecht, 1984) en Berber Soepboer (Schiermonnikoog,

1983), ze studeerde vijf jaar geleden af op de Gerrit Rietveld Academie aan het Fashion Department. Tot juli afgelopen jaar hadden ze de winkel Soepboer & Stooker aan de Amsterdamse Overtoom. Nu werken ze vanuit hun nieuwe studio op de Haarlemmerhouttuinen aan een platform ‘without a home’ en aan hun kledinglabel Soepboer & Stooker Collection. De ontwerpers werken vanuit een zogenoemde ‘stamboom’. De collectie groeit als een boom door steeds nieuwe unica’s te ontwerpen.

17


18


Jan Gregor van der Schardt Johann Neudorfer de Jongere, 1570 Rijksmuseum


20


IEDERE DAG ANDERS Vincent Willem van Gogh (Zundert, 30 maart 1853 – Auvers-sur-Oise, 29 juli 1890) was een Nederlands kunstschilder. Zijn werk valt onder het postimpressionisme, een kunststroming die het negentiendeeeuwse impressionisme opvolgde. Van Goghs invloed op het expressionisme, het fauvisme en de vroege abstractie was enorm en kan worden gezien in vele andere aspecten van de twintigsteeeuwse kunst. Het Van Gogh Museum in Amsterdam is gewijd aan het werk van Van Gogh en zijn tijdgenoten. Van Gogh wordt tegenwoordig gezien als één van de grote schilders van de 19e eeuw. Deze erkenning kwam echter pas laat. Tijdens zijn leven werd er waarschijnlijk maar één schilderij verkocht: De rode wijngaard (Poesjkinmuseum in Moskou). Anna Boch, een Belgische kunstenares en zus van zijn vriend Eugène Boch kocht het voor 400 toenmalige frank op de expositie van de Brusselse Les XX in 1890, een paar maanden voor Van Goghs dood. Er verliepen maar drie jaar tussen zijn zwaarmoedige De aardappeleters (1885) en de kleurenexplosie in het zuidelijke

Arles (1888). Van Gogh produceerde al zijn werk in slechts tien jaar, voordat hij begon te lijden aan een zenuwziekte en, naar men algemeen aanneemt, zelfmoord pleegde. Zijn roem groeide na zijn dood snel. Bekende schilderijen die hij naliet zijn: de aardappeleters, Kerkje in Auvers, de sterrennacht en diverse zelfpotretten. De werken van Van Gogh zijn wereld beroemd en deze zijn dan ook veelvuldig op een vernieuwde manier weergegeven door diverse kunstenaar en amateurs over heel de wereld. Ook binnen andere kunstvormen is het leven van Van Gogh door de jaren heen een inspiratiebron geweest. De Vlaamse schrijver en beeldend kunstenaar Louis Paul Boon baseerde zijn roman Abel Gholaerts (1944) op het leven van Van Gogh. Over het leven van de kunstenaar zijn ook diverse films gemaakt o.a. Lust for Life (1956), Vincent en Theo (1996) en Van Gogh een kleurrijk potret (2009). Don McLean schreef het bekende lied “Starry, starry night” over hem, gebasseerd op het schilderij de sterrennacht.

21


e j s i e m w Nieu w u a l b t e h in 22


Johannes Cornelisz Meisje in het blauw, 1641 Rijksmuseum


1. Portret van een man, Maarten van Heemskerck, 1529

2.

2. Maria Magdalena, Jan van Scorel, 1530 3. Portret van een vrouw, Rembrandt Harmensz. van Rijn, 1639

1.

4.

4. Zelfportret van Jacob Cornelisz van Oostsanen 1533 5. Madonna, Willem Paulet, 1674 6. Portret van Willem I, koning der Nederlanden, Joseph Paelinck, 1819 7. Maria van Hongarije landvoogdes der NL, anoniem, 1550

3.

5.

8. Gerard Andriesz Bicker Bartholomeus van der Helst, 1640

HET NIEUWE RIJKS HEEFT ECHT IETS TE VERTELLEN

6.

7.

9.

9. Portret van Marie J van Saksen, Jean-Etienne Liotard, 1749 10. Na誰ef, karikaturaal portret van Jean-Etienne Liotard. anoniem ca. 1800

8.

11. Portret van Karel V, Jan Cornelisz. Vermeyen, 1530

10.

11. 26


365

8.000

In maar liefst 80 zalen, 8.000 voorwerpen het verhaal vertellen van kunst en geschiedenis van 800 jaar Nederlandse cultuur van de Middeleeuwen tot nu. 1 Ticket toegang geeft tot ongeveer anderhalve kilometer museum.

1

Het Rijksmuseum straks als eerste grote nationale museum ter wereld 365 dagen per jaar geopend is.

Er bij de presentatie Beatrix Regina, 30 foto’s van het leven en werk van onze koninging te zien zijn.

30

De dolk van Koning Willem I. Maar liefst 115 diamenten telt. De kris is te zien in de wapenkamer van het museum.

115

Rijksstudio 125.000 bekende, onverwachte en verrassende beelden digitaal beschikbaar heeft.

125.000

Wist je dat?

27


D

e aantrekkingskracht voor verschillende materialen en de gewoonte om vanaf zijn tweede objecten uit elkaar te halen om ze zo beter te kunnen begrijpen, trokken deze Franse ontwerper al heel erg vroeg naar design. Het exotische eiland Reunion in de Indische Oceaan was zijn geboortegrond, maar sinds de middelbare school is Gaspard Graulich (1983) dikwijls verkast. Nadat hij zijn middelbare schooldiploma had gehaald verliet hij het eiland en vertrok richting Parijs, waar hij toegelaten werd aan de nationale school voor toegepaste kunsten. Hier leerde hij gedurende twee jaar de basis van industrieel design en ontwikkelde hij zijn respect voor creatieve en goedgeproduceerde producten. Na zijn opleiding heeft hij een aantal jaar gewerkt, waar hij zijn eigen aanpak van werken ontwikkelde. Een aantal jaar later ging hij terug de schoolbanken in, ditmaal de school voor kunst en design in Reims en afsluitend een bachelor in Ecologisch design op de Universiteit of Besançon.

Gaspard Graulich Gaspard Graulich 26

In 2009 startte Gaspard Graulich zijn eigen designstudio. De werkzaamheden die hij binnen deze designstudio doet zijn nogal gevarieerd, van merk- en productpositionering, interieur design voor publiceerders en jonge merken tot het zelf produceren voor galeries. Door zijn brede blik en zijn gevarieerde achtergrond benaderd Graulich design van verschillende oogpunten, zowel industrieel, conceptueel als ecologisch verantwoord. Zijn industriële inzicht leidt er toe dat hij de technische kant van producten makkelijker inziet. De conceptuele aanpak zorgt er voor dat hij de noodzaak ziet van het benaderen van producten op verschillende perspectieven. Volgens hem moet design mensen kunnen verwonderen. Het zou een trigger moeten zijn voor een frisse blik op dingen, of nog beter het begin vormen van reflectie. Hij wil zijn vak graag breed benaderen: van industrieel ontwerp tot en met conceptueel werk. ‘Verantwoord design gaat niet alleen over ecologie, maar ook over culturele, sociologische en zelfs filosofische aspecten.’ Op de vraag of hij een speciale designheld koestert, komt er een resoluut nee. ‘Design hoeft niet geïnspireerd te zijn door design. Het echte leven vind ik belangrijker.’ Die verantwoordelijkheid leidt er toe dat hij functies en perspectieven overdenkt, contexten analyseert en zoekt naar een balans tussen het ontwerpen van een mooi design dat relevant is maar ook waar een onverwachter, verrassende kant aan zit. De functie van producten is afhankelijk

van de functie die we willen geven aan producten.De stad is voor hem niet zaligmakend. ‘Ik vind de natuur eigenlijk veel inspirerender.’ Zijn koffer staan permanent klaar voor nieuwe oorden. Behalve dan de twee vintage exemplaren van zijn alternatieven ladekastje Packup. Op een aftands tafeltje monteerde hij twee koffers als laden. Een nieuw typologie van een bergmeubel. Want relevant en verantwoord design wil hij maken. ‘Dingen die je aan het denken zetten.’ Een van zijn andere ontwerpen is de kastenserie Les Frères Plo : vier losse plankjes in een klemframe, op pootjes van gekleurd staaldraad. ‘Die zet je zelf in elkaar zonder lijm of schroeven’ Graulich gaat ze zelf produceren, want bij de industrie heeft hij nog weinig aansluiting gevonden. Wel exposeert hij geregeld in galeries rond de hele wereld. Toegepaste kunst of kunstnijverheid is esthetische vormgeving van functionele voorwerpen zoals, gebouwen, meubels, kleding, drukwerk en dergelijke. In tegenstelling tot de niet-functionele, autonome uiting van beeldende kunst hebben ontwerpen van toegepaste kunst ook een praktisch nut, een functie. In toegepaste kunst worden de principes van design en artistieke esthetica toegepast op alledaagse gebruiksvoorwerpen zoals een theepot, auto, affiche of stoel. Naast esthetiek is ook ergonomie een belangrijke pijler in de waardering van het ontwerp. Zoutvaatjes, tafellakens, kachelplaten, sleutels, bloemenvazen, een porseleinen aap: ook deze – misschien onverwachte – voorwerpen hebben allemaal een plaats in de collectie van het Rijksmuseum. Onder de noemer ‘kunstnijverheid’ zijn de kunstnijverheidsobjecten ondergebracht van metaal (met uitzondering van juwelen en horloges), glas, keramiek en textiel (voor zover het geen kleding betreft). In totaal gaat het om zo’n 15.000 voorwerpen. Sommige van deze voorwerpen zijn in huishoudens uit andere eeuwen gebruikt, en leren ons van alles over het leven van onze voorouders. Andere voorwerpen hebben een meer decoratieve functie en dienden als pronkstuk in de huizen of paleizen van vorsten, edellieden, rijke burgers of in kerken. Het Rijksmuseum bezit een schat aan kunstnijverheid. In de Klassieke oudheid was er geen scheiding tussen ‘schone kunsten’ en ‘toegepaste kunsten’. Het latijnse woord ‘ars’ betekend oorspronkelijk ‘kunde’, ‘vaardigheid’, kunst en kunde werden niet onderscheiden. Die scheiding is ook typisch een westers verschijnsel, dat zich pas langzaam na de middeleeuwen voltrok. In de middeleeuwen was er geen verschil tussen kunstenaar en ambachtsman. Pas in de renaissance begon een zekere scheiding op te treden tussen de scheppende kunstenaar en


uitvoerende ambachtsman. Dit dient evenwel onmiddellijk genuanceerd te worden, want veel kunstenaars waren ook bij de kunstnijverheid betrokken, waar immers hun ontwerpen werden uitgevoerd. Schilders als Albrecht Durer, Hans Holbein en Rafael maakten bijvoorbeeld ontwerpen voor gouden voorwerpen, glasschilderingen, interieurdecoraties en wandtapijten. Ook interieurontwerp hoort onder de noemer kunstnijverheid. De ontwikkeling van het interieur is verbonden met de religieuze en maatschappelijke ontwikkelingen, maar ook met andere kunstvormen. Het ontwerp van meubels maakte gedurende de Gouden Eeuw een belangrijke verandering door. Voorheen waren meubels voornamelijk gebruiksvoorwerpen en praktisch van aard maar in de loop van de zeventiende eeuw werden meubels steeds meer een kunstobject. Het interieur van welgestelde 17e-eeuwse Hollandse burgers kenmerkte zich door de fascinatie voor nieuwe exotische materialen en producten. Deze kwamen binnen handbereik dor de omvangrijke trans-Atlantische handel van ‘de

Verenigde Oost-Indische Compagnie’. Door de groeiende welvaart van de Republiek konden rijke burgers zich steeds kostbaarder huisraad permitteren, waarbij de artistieke kwaliteit voorop stond en in sommige gevallen de gebruiksfunctie naar de achtergrond verdween. Het 18e-eeuwse interieur in de Nederlanden stond zeer onder de invloed van de Franse Lodewijk stijllen. Dat was de manier waarop men interieurs, meubels en gebruiksvoorwerpen vormgaf en decoreerde aan het hof van de Lodewijken XIV, XV en XVI. Ook in het oosten van het land volgden de rijke families deze ontwikkelingen. Zij lieten hun kastelen en buitenhuizen verbouwen, eigentijds restylen en meubileren. Veel van de ons nu bekende meubels zijn 18e eeuwse uitvindingen, zoals het kabinet en de secretaire. Recueil de decorations interieures uit 1812 was een van de eerste verhandelingen waarin ontwerpers hun uitgangspunten theoretisch uiteenzetten. De auteurs, Charles Percier en Pierre F.L. Fontaine, waren architechten en

decorateurs van keizer Napoleon. Hun Recueil dat de algemeen geldende wetten van het ware, het eenvoudige en het schone bespreekt zou van grote invloed blijken op latere ‘functionalisme’ waar de industriële vormgeving is uit voortgekomen. Zij stelden toen reeds de normen en principes vast van de bruikbaarheid en ergonomie die een grote rol in het ontwerp dienden te spelen. Hun begrip ‘arts industriels’ was echter veel ruimer dan wat er nu in onze sterk geïndustrialiseerde moderne wereld onder wordt verstaan. Het ging hier om een heel scala van producten, van zuiver ambachtelijke tot de meeste gemechaniseerde, van huisnijverheid tot fabriek. Ook de Duitse architect Karl Friedrich Schinkel publiceerde een reeks toonaangevende teksten over goed design voor esthetisch verantwoorde gebruiksvoorwerpen, waarbij hij zich richtte tot Frabikanten und Handwerker. Een echt hiërarchische scheiding kwam echter pas in de 18e eeuw en vooral in de 19e eeuw, wat ook door de opkomst van de fabrieksproductie in de hand werd gewerkt. De al eerder genoemde Ruskin veroordeelde deze ontkoppeling van de toegepaste kunst en schone kunsten

in heftige bewoordingen. Wat hem tegenstak in de mechanisch productie was de foutloze precisie die bij hem levenloos en geestdodend overkwam. De fabrieksarbeider die dit werk moest doen werd zo van zijn creativiteit en spontaniteit beroofd. William Morris wilde de scheiding tussen ontwerper en uitvoerder, tussen kunst en ambacht, die tijdens de industriële revolutie ontstaan was terugdraaien. Morris ging uit van het materiaal zelf en de wijze waarop dat het beste bewerkt kan worden. De kunstenaars van het bauhaus verzetten zich na de tweede wereldoorlog niet tegen de industrie. Zij maakten gebruik van de technische ontwikkelingen. Zij streefden net als Morris ernaar, om kunst en ambacht zoveel mogelijk te scheiden. En ook om samenwerking tussen disciplines als architectuur, vormgeving en beeldende kunst. De kunstenaars van het bauhaus wezen onnodige ornamentiek af en zagen de vorm van het voorwerp als uitdrukking van de functie. Door de groeiende welvaart in de loop van de jaren tachtig van de 20ste eeuw zijn vormgeving en design volop in de belangstelling komen staan. 27


UNIEKE FIETS WINNEN MAAK JIJ GESCHIEDENIS MET EEN VAN DE 365° RIJKS FIETSEN? CHECK JE UNIEKE CODE EN WIN! -

SPECIAAL ONTWIKKELD VOOR DE OPENING VAN HET NIEUWE RIJKSMUSEUM.

BEZOEK VOOR 31 MEI 2013 HET NIEUW GEOPENDE RIJKSMUSEUM CHECK DE UNIEKE CODE OP HET TOEGANGSBEWIJS. EN WIN EEN VAN DE DRIE 365° RIJKS FIETSEN.

WWW.FIETSFABRIEK.NL/WINACTIE

k

5, 9 8 € . V . T.W

365 RIJKS  

Academie Artemis