Page 1

Kale - Leie Archeologische Dienst

Jaarverslag Kale-Lei e

Arch eo logi sche

2007

Di enst


2

Jaarverslag 2007

COLOFON © 2008 © Kale - Leie Archeologische Dienst, individuele auteurs (Geeraard De Baets = GDB, Lynn De Clercq = LDC, Wim De Clercq = WDC, Elise Martens = EM, Johan Hoorne = JH, David Vanhee = DV) Layout : D. Vanhee, Kale-Leie Archeologische Dienst Ontwerp voorpagina : I. Callebout, Zquadra Druk & bindwerk : Zquadra Verantwoordelijk uitgever : Kale - Leie Archeologische Dienst Kasteelstraat 26, 9880 Aalter www.deklad.be


Kale - Leie Archeologische Dienst

3

INHOUD 1. Inleiding

5

2. Algemeen over de KLAD in 2007

6

2.1 Raad van Bestuur

6

2.2 Bestuursvergaderingen

6

2.3 Uitbreiding

7

2.4 Basisgegevens KLAD

7

3. Administratie

8

4. Inrichting en uitrusting

9

5. Financiën

10

5.1 Inleiding

10

5.2 Gemeentelijke bijdrage

10

5.3 Provinciale bijdrage

10

5.4 Subsidie van de Vlaamse Gemeenschap 2007

10

5.5 Begroting en balans

11

5.6 Financiële situatie van de KLAD 2007

11

6. Archeologische werking

13

6.1 Contacten met het werkveld

13

6.1.1 VIA

13

6.1.2 Vlaamse Overheid, VIOE

13

6.1.3 Vlaamse Overheid, Agentschap R-O

13

6.1.4 Provincie Oost- Vlaanderen

13

6.1.5 Gemeentelijke diensten

13

6.1.6 Universiteit Gent

14

6.1.7 Regionale partners

14

6.2 Archeologisch advies

15

6.3 Werfcontroles

18

6.3.1 Aalter – Poeke Kasteeldomein

18

6.3.2 Evergem – Belzele Steenovenstraat

19

6.3.3 Knesselare – Ursel Eekloseweg

21

6.3.4 Nevele C. Buyssestraat

22

6.4. Prospecties met ingreep in de bodem

22

6.4.1 Aalter – Manewaarde

22

6.4.2 Deinze – Bachte-Maria-Leerne Groenstraat (JH)

23

6.4.3 Deinze – Grammene Grijsbulckstraat (JH)

23


4

Jaarverslag 2007

6.4.4 Deinze – St.-Martens-Leerne Damstraat (JH)

25

6.4.5 Evergem Guldensporenlaan (JH)

26

6.4.6 Evergem Hoevestraat (JH)

27

6.4.7 Evergem Zwartestraat (JH)

28

6.4.8 Evergem – Ertvelde Hospitaalstraat

28

6.4.9 Evergem – Wippelgem Noorwegenstraat (De Nest 08)

29

6.4.10 Knesselare – Ursel Urselseweg (JH)

30

6.4.11 Lovendegem – Schoordam (JH)

30

6.4.12 Nevele – Hansbeke Kerkhofuitbreiding

30

6.5 Opgravingen

31

6.5.1 Aalter Loveld 07 (WDC)

31

6.5.2 Nevele - Hansbeke kerk

35

7. Publiekswerking

36

7.1 Het pdpo-project

36

7.2 Erfgoeddag

38

7.3 Openmonumentendag

39

7.4 Wetenschappelijke publicaties en lezingen (JH)

39

7.5 Week van de Smaak II

39

8. Voorlopige planning 2008

41

8.1 Algemene werking

41

8.1.1 Financiële aanpak van de KLAD 2008

41

8.1.2 Aanloop naar de hernieuwing van de KLAD

41

8.2 Veldwerk

41

8.2.1 Inventarisatie

41

8.2.2 Werfcontroles en (voor)onderzoeken

42

8.2.3 Natuurwetenschappelijk onderzoek

42

8.3 De terugkoppeling naar het publiek

42

9. Bijlagen

43

9.1 Verslagen van de Raad van Bestuur

43

9.2 Begroting 2007

60

9.3 Eindbalans 2007

62

10. Beeldverantwoording

65


Kale - Leie Archeologische Dienst

5

1. INLEIDING Beste lezer, 2007 was best een bewogen jaar voor de KLAD. De dienst kreeg door de algemene vernieuw ing van de gemeenteraad en de provincieraad bij de verkiezingen van 8 oktober 2006 een nieuw bestuur. De nieuw e ploeg w erd daarbij direct geconfronteerd met een moeilijke beslissing. Om economische redenen zou de dienst namelijk moeten terugvallen op ĂŠĂŠn intergemeentelijk archeoloog, tenzij er extra fondsen zouden gevonden worden. En dat bleek een zeer moeilijke opdracht. Desondanks werd er weer heel wat mooi werk verzet; maar liefst 12 vooronderzoeken en een paar belangrijke werfcontroles passeerden de revue. Twee daarvan zullen in 2008 nog een vervolgonderzoek krijgen. In 2007 werden dan weer 2 opgravingen uitgevoerd in de regio, echter niet door de dienst zelf. Ook op het vlak van publieksw erking w erden nieuw e initiatieven genomen. Dit alles, samen met het administratief en overzicht, kan u nalezen in dit jaarverslag 2007.

financieel


6

Jaarverslag 2007

2. ALGEMEEN OVER DE KLAD IN 2007 (DV) 2.1 RAAD VAN BESTUUR Door de algemene vernieuwing van de gemeenteraad en provincieraad bij de verkiezingen van 8 oktober 2006 verviel het mandaat van de Raad van Bestuur op 31 januari 2007. De nieuwe Raad werd ge誰nstalleerd op 8 maart 2007. Tijdens deze installatievergadering werden de bestuursmandaten verdeeld. Het nieuwe bestuur ziet er als volgt uit. Voorzitter

Martine Bergez (Aalter)

Ondervoorzitter

Johan Beke (Prov; Oost-Vlaanderen)

Ondervoorzitter

Hugo Verhaeghe (Nevele)

Secretaris

Gerda Ginneberge (Deinze)

Penningmeester

Martine Schelstraete (Knesselare)

Leden met effectieve stem :

Leden met raadgevende stem :

Aalter

Eveline Eggerick

Aalter

Joost Sturtewagen

Deinze

Christoffel Roos

Deinze

Tony De Kimpe

Evergem

Filip Lehouck en Eddy Carette

Evergem

Kathleen Pisman

Knesselare

Kris Ally

Knesselare

Roland Bonami

Lovendegem

Chris De Wispelaere en Etienne Van Acker

Lovendegem

Ann Mattheeuws

Nevele

Johan Cornelis

Nevele

Mia Pynaert

Prov. Oost-Vlaanderen Luc Lampaert Technisch adviseurs : Filip Bastiaen Aalter, Dienst Bevolking Luc Bauters Prov. Oost-Vlaanderen, Dienst Monumentenzorg en Cultuurpatrimonium Wim De Clercq Universiteit Gent, Vakgroep archeologie en oude geschiedenis van Europa Johan Hoorne en David Vanhee intergemeentelijke archeologen KLAD Nancy Lemay Agentschap Ruimtelijke Ordening en Onroerend Erfgoed Germain Van Beversluys Deinze, Dienst Cultuur Raf Walgrave Nevele, Werkgroep Monumenten, Landschappen en Archeologie

2.2 BESTUURSVERGADERINGEN De vorige Raad van Bestuur behield het mandaat tot 31 januari 2007 en vergaderde in 2008 nog tweemaal om het jaarverslag 2006, de begroting 2007 en de eindbalans 2006 te bespreken en goed te keuren. 25 januari 2007 29 januari 2007

De Bestemming, Nevele Langemunt 16, Nevele

De nieuwe Raad van Bestuur kwam voor het eerst samen op de installatievergadering van 8 maart 2007 in het Koetshuis van het Kasteel van Poeke. Daarna volgden er nog 4 bijeenkomsten. 10 mei 2007 13 september 2007 8 november 2007 13 november 2007 Fig. 1: De nieuwe Raad van Bestuur van de KLAD.

Hammeke 18, Nevele Stadhuis, Deinze Gemeentehuis, Knesselare Koetshuis Kasteel Poeke, Aalter

De verslagen van de Raad van Bestuur zitten in bijlage (zie 9.1).


Kale - Leie Archeologische Dienst

7

2.3 UITBREIDING VAN DE REGIO Tijdens het overleg rond het tekort in de financiering (zie 5.6) bleek de gemeente Maldegem interesse te hebben toe te treden tot de KLAD. Uit de toenmalige berekening bleek dat een verhoging van 20% op de gemeentelijke bijdrage samen met de bijdrage van de gemeente Maldegem voldoende zou zijn om de werking van de KLAD te garanderen. Maldegem zou echter als economisch knooppunt van Oost-Vlaanderen en als gebied met hoge gekende archeologische potentie en de beschermde site Middelburg er bovenop de werkdruk enorm verhogen. Ondertussen heeft de gemeente Maldegem beslist niet toe te treden tot de KLAD, maar wil de gemeente zelf een oplossing zoeken om het archeologisch erfgoed in stand te houden.

2.4 CONTACTGEGEVENS KLAD Adres:

Kale – Leie Archeologische Dienst Kasteelstraat 26, 9880 Aalter

Tel. en Fax:

051/636136

Website:

www.deklad.be

Email:

info@deklad.be

Contactpersoon:

David Vanhee (Intergemeentelijke Archeoloog)

GSM:

0498/36. 26. 80

Email:

david.vanhee@deklad.be

Contactpersoon:

Johan Hoorne (Intergemeentelijke Archeoloog)

GSM:

0495/22.71.43

Email:

johan.hoorne@deklad.be


8

Jaarverslag 2007

3. ADMINISTRATIE (DV) Tijdens 2007 voerde de KLAD geen veranderingen door op administratief vlak. Begin 2008 zal er wel een vereenvoudiging in het betalingssysteem doorgevoerd worden zodat elektronisch bankieren mogelijk wordt.


Kale - Leie Archeologische Dienst

4. INRICHTING EN UITRUSTING (DV) Er werden geen grote investeringen of aankopen gedaan in 2007.

9


10

Jaarverslag 2007

5. FINANCIËN (DV) 5.1 INLEIDING De begroting voor 2007 is gebaseerd op de bijdragen van de gemeenten en de Provincie Oost-Vlaanderen en de subsidie 2007 van de Vlaamse Overheid. 5.2 GEMEENTELIJKE BIJDRAGE De gemeentelijke bijdrage is opgebouwd uit drie factoren en kan berekend worden met de volgende formule: VB + (aantal ha x OB) + (aantal inwoners x IB) VB

vast bedrag = € 2.790

OB

oppervlaktebijdrage = € 0,315 per ha

IB

inwonersbijdrage = € 0,1125 per inwoner

Daarbij wordt de inwonersbijdrage berekend op basis van de bevolkingsgegevens van het jaar onmiddellijk voorafgaand aan het werkingsjaar. Dit is vastgelegd in Art. 20 van de Statuten van de projectvereniging KLAD. In 2007 kreeg de KLAD een totaal van € 39.630,50 aan gemeentelijke bijdrages. Respectievelijk € 7.490,09 van de gemeente Aalter, € 8.355,20 van de gemeente Deinze, € 8.791,29 van de gemeente Evergem, € 4.851,07 van de gemeente Knesselare, € 4.456,40 van de gemeente Lovendegem en € 5.686,45 van de gemeente Nevele.

5.3 PROVINCIALE BIJDRAGE De provinciale bijdrage van Oost-Vlaanderen is vastgelegd op € 10.000 en werd op 25 oktober 2007 gestort.

5.4 SUBSIDIE VAN DE VLAAMSE OVERHEID 2007 De resultaatsverbintenis tussen het Agentschap Ruimtelijke Ordening en Onroerend Erfgoed en de KLAD werd goedgekeurd van de Raad van Bestuur 23 november 2006. De inhoud van deze afsprakennota verschilde niet erg veel van die van de vorige jaren. Deze afsprakennota legt het gebruik van de subsidie vast. In de eerste instantie moet deze gebruikt worden om de loonkost van een intergemeentelijk archeoloog te betalen. Deze archeoloog – of eigenlijk de dienst – moet instaan voor de volgende taken: Beleidsvoorbereidende taken en -opvolgende taken Opmaken van een overzicht van de archeologische erfgoedwaarden en het actualiseren van de inventaris ervan. Opmaken van een lokale archeologische advieskaart per gemeente, met bijzondere aandacht voor risicogebieden. Integreren van het archeologisch beleid in de structuurplanning en de stedenbouw. Adviseren van belangrijke stedenbouwkundige vergunningen. Bijhouden van een register van alle uitgebrachte adviezen en alle verrichte terreinwerkzaamheden. Opmaken van een beheersplan.


Kale - Leie Archeologische Dienst

11

Veldwerk Prospecteren met het oog op de detectie van nieuwe vindplaatsen, met bijzondere aandacht voor de risicogebieden. Controleren van bouwwerven. Uitvoeren of laten uitvoeren van noodonderzoek. Opvolging van de vergunde opgravingen in de regio die uitgaan van andere archeologen of instanties. Sensibiliserende en stimulerende taken Aanmoedigen van archeologisch onderzoek in de regio. Fungeren als aanspreekpunt voor de regio en zorgen voor afstemming tussen de verschillende partners. Nemen van initiatieven ter verbreding van het maatschappelijk draagvlak. Aandacht hebben voor de vrijwilligerswerking. Op de hoogte blijven van de recente ontwikkelingen op het vlak van archeologie. Om een regelmatige en efficiënte werking te garanderen wordt de subsidie in schijven uitbetaald. De eerste 40% (€ 20.000) van de subsidie wordt vereffend na ondertekening van het ministeriële besluit. De volgende 40% (€ 20.000) wordt vereffend op 1 september 2007 na het indienen van een register van de uitgebrachte adviezen. De laatste schijf van 20% (€ 10.000) na schriftelijke aanvraag en goedkeuring door het afdelingshoofd van de Agentschap R-O aan de hand van de nodige stavingstukken en het jaarverslag.

5.5 BEGROTING EN DE BALANS De begroting 2007 (zie 9.2) is opgebouwd rond de inkomsten en de geschatte uitgaven en investeringen van de KLAD. De inkomsten bestaan uit de gemeentelijke en provinciale bijdrages en de subsidie 2007 van de Vlaamse Overheid. De gecontroleerde balans 2007 met een overzicht van de effectieve uitgaven van de KLAD in 2007 is toegevoegd in bijlage (zie 9.3).

5.6 FINANCIËLE SITUATIE KLAD 2007 De KLAD nam in 2005 J. Hoorne in dienst als tweede intergemeentelijk archeoloog. Dit was noodzakelijk om de grote hoeveelheid werk (vooronderzoeken en eventuele opgravingen, maken van de archeologische kaarten, tentoonstellingen, uitwerking vorige onderzoeken, ontwikkelen website,…) op te kunnen vangen. Het was tevens mogelijk omdat er in 2003 en 2004 een overschot van ca. € 50.000 was gecreëerd. Hiermee werd de tweede archeoloog gefinancierd en dat maakte meteen een einde aan de reservevorming. Dit werd duidelijk in 2007. Bij de opmaak van de begroting bleek dat er een structureel tekort was om met 2 archeologen te blijven werken. De huidige totale jaarlijkse inkomsten komen op ca. € 100.000 (€ 40.000 gemeenten, € 10.000 Provincie, € 50.000 Vlaamse Overheid). De vaste uitgaven (verzekeringen, huur, accountant, budget voor minimale werking) bedragen ongeveer € 20.000, terwijl de loonkost voor 2 intergemeentelijke archeologen ongeveer op € 95.000 per jaar beloopt. Er is een tekort van € 15.000 tot zelfs € 20.000 per jaar. Dit zou zich al manifesteren eind 2007, waardoor er snel een oplossing gevonden zou moeten worden. Als oplossing op korte termijn besloot de Raad van Bestuur om J. Hoorne met verlof zonder wedde te sturen, zodra er zich extern gefinancierde projecten zouden aanbieden binnen of buiten de regio. In juni kon J. Hoorne aan de slag als projectarcheoloog voor het


12

Jaarverslag 2007

archeologisch onderzoek op de percelen rond Flanders Expo te Gent. Een project dat momenteel nog steeds loopt. Een oplossing op lange termijn vinden bleek echter minder evident. De KLAD zal moeten bezuinigen, maar de dienst heeft met de huidige bemanning, vaste kosten en een minimale werking jaarlijks toch nood aan â‚Ź 15.000 tot 20.000 â‚Ź budget in meer. Een aanvraag voor meer fondsen of hogere subsidies bij de Vlaamse Overheid of de Provincie Oost-Vlaanderen lijkt niet haalbaar, omdat de bedragen vastgelegd zijn. Ook het optrekken van de gemeentelijke bijdrage lijkt geen oplossing te bieden. Enerzijds omdat uit de berekeningen blijkt dat een verhoging van de bijdrage met 20% hoogstens de helft van het beoogde bedrag oplevert. Anderzijds omdat de verhoging van de bijdragen bij de Meetjeslandse besturen erg gevoelig ligt. Binnen deze regio zijn meer dan 20 intergemeentelijke samenwerkingsverbanden actief, allemaal op zoek naar meer middelen. Momenteel is er nog geen oplossing gevonden. Die kan misschien gevonden worden in de nakende onroerende erfgoedconvenant met de oprichting van intergemeentelijke erfgoeddiensten zoals aangekondigd in de Beleidsnota van Minister D. Van Mechelen. De KLAD zal dan ook trachten hiervan een proefproject te worden.


Kale - Leie Archeologische Dienst

13

6 ARCHEOLOGISCHE WERKING 6.1 CONTACTEN MET HET WERKVELD (DV) 6.1.1 VIA Dit forum (Vereniging voor (Inter)gemeentelijke Archeologische diensten) biedt de mogelijkheid van elkaar te leren en gezamenlijke standpunten in te nemen. Tijdens 2007 kwamen de gemeentelijke en intergemeentelijke archeologische diensten driemaal samen. De eerste samenkomst vond plaats op 9 januari bij de KLAD. Tijdens deze bijeenkomst werd – op vraag van de K.C.M.L. – nagegaan hoe de aanvraag voor de opgravingsvergunning vereenvoudigd kan worden. Op 16 mei werd in de gebouwen van Raakvlak te Brugge het thema "vondstenverwerking en depot" behandeld, terwijl de vergadering bij de Stadsarcheologische Dienst Antwerpen op 19 oktober handelde over onder meer grootstedelijke bouwprojecten en archeologie. 6.1.2 VLAAMSE OVERHEID, VIOE De KLAD kon opnieuw rekenen op de landmeter van het VIOE om proefsleuven, opgravingvlakken en sporen in te meten en om grondplannen te digitaliseren.

6.1.3 VLAAMSE OVERHEID, AGENTSCHAP R-O Tijdens 2007 werd geregeld overleg gevoerd tussen de administratie en de verschillende intergemeentelijke archeologische diensten waarbij specifieke zaken zoals de resultaatsverbintenis, het takenpakket van de intergemeentelijke diensten, de financiering en methodiek van projecten (vooronderzoek – onderzoek) aan bod kwamen. Daarnaast bleef de KLAD de stedenbouwkundige vergunningen en de verkavelingsaanvragen adviseren in samenwerking met de N. Lemay. Ook voor moeilijke dossiers kon beroep gedaan worden op de erfgoedconsulenten van Brussel of Gent.

6.1.4 PROVINCIE OOST -VLAANDEREN De KLAD kan voor beleidskwesties, advies en zelfs voor archeologisch onderzoek steeds een beroep doen op de vakkunde van provinciale archeologen L. Bauters en B. Cherretté.

6.1.5 GEMEENTELIJKE DIENSTEN Na het overleg in 2006 werken de meeste gemeenten met de Lokale Archeologische Advieskaarten (LAA) en worden zeker de grootste dossiers ter advisering doorgestuurd naar de KLAD. Toch moet de KLAD tijd blijven investeren in persoonlijk contact met de verschillende gemeentelijke diensten Ruimtelijke Ordening en Stedenbouw zodanig dat dit echt ingeburgerd geraakt bij de behandeling van deze dossiers. De communicatie met de Dienst Stedenbouw van de gemeente Evergem blijft echter moeilijk. Dat uitte zich in 2007 eerst in het verrassingsdossier Evergem Hoevestraat (zie 6.4.6). Hoewel het hier om een vrij grote verkaveling ging, had de gemeente Evergem dit dossier nooit ter advies voorgelegd aan de KLAD. Deze kwestie werd besproken op de Raad van Bestuur van 10 mei 2007, waarna de bestuursleden van Evergem dit meenamen naar het College van Burgemeester en Schepenen. Op 6 juli volgde de beslissing van de gemeente Evergem dat er geen advies meer zou gevraagd worden aan de KLAD met betrekking tot aanvragen stedenbouwkundige vergunningen, verkavelingsvergunningen en plannen met betrekking tot de opmaak van


14

Jaarverslag 2007

ruimtelijke uitvoeringsplannen omdat hiervoor een decretale basis ontbreekt. De KLAD zou wel ingelicht worden over de grote projecten die vergund worden zodat de dienst zelf de bouwheer kan contacteren om onderzoek uit te voeren naar het archeologisch patrimonium. De Evergemse bestuursleden lichtten deze beslissing verder toe op de bestuursvergadering van 13 september 2007. Deze beslissing is enerzijds genomen omdat er geen decretale basis is die de gemeente zou moeten volgen om advies aan de KLAD te vragen. Anderzijds ligt het bouwtempo binnen de gemeente enorm hoog, waardoor telkens advies vragen aan de KLAD te veel werk voor de dienst R.O.-Stedenbouw met zich mee zou brengen, vertragend zou werken en een meerkost voor de bouwheren zou betekenen. De Raad van Bestuur merkte daarbij op dat de proactieve werking van de KLAD zo teniet gedaan wordt wat zich zal uiten in verrassingsdossiers voor de KLAD, maar ook voor de bouwheren die opeens met een archeologisch vooronderzoek te maken krijgen waarvoor ze noch de financiële middelen, noch de tijd hebben vrijgemaakt. In het slechtste geval zullen werven stilgelegd worden wanneer er archeologische vondsten worden gedaan. Dat uitte zich op het einde van 2007 al in de dossiers Evergem – Belzele Steenovenstraat (zie 6.3.2) en Evergem – Wippelgem Noorwegenstraat (zie 6.4.9); 6.1.6 UNIVERSITEIT GENT Als sinds de oprichting van de intergemeentelijke projectvereniging is er een hechte samenwerking met de Gentse Universiteit. Zo wordt het grote archeologische project Kluizendok te Evergem gecoördineerd door Prof. Dr. J. Bourgeois, Prof. Dr. Ph. Crombé en Drs. W. De Clercq. De opgravingen zelf zijn in handen van P. Laloo en Y. Perdaen. Verder kon de KLAD rekenen op Drs. W. De Clercq bij de determinatie van aardewerk, inwinnen van praktische informatie en de uitvoering van het onderzoek op de site van Aalter Loveld 07 (zie 6.4 2). De KLAD kan daarnaast ook rekenen op de hulp van verschillende studenten van de Universiteit Gent.

6.1.7 REGIONALE PARTNERS Binnen het Meetjesland bestaat een hecht netwerk van regionale organisaties werkzaam binnen verschillende sectoren. Deze willen door de krachten te bundelen tot een eenduidige structuur met een gecoördineerde beleidsvoering komen. Sinds vorig jaar maakt ook de KLAD deel uit van dit netwerk. De dienst is op deze manier nauwer betrokken bij de werking van de regionale sociale, toeristische en culturele partners wat tot samenwerking moet leiden. Zo ontstonden onder meer samen met de Erfgoedcel Meetjesland de tentoonstelling "Velden vol verleden", de educatieve koffer "Speuren naar sporen" en de "Smakelijke Teletijdmachine" voor de tweede editie van de Week van de Smaak. Binnen dit netwerk is gebleken dat er zowel vanuit de diensten als vanuit de lokale besturen vraag is naar vereenvoudiging, structuur en mogelijkheden om de algemene kosten te drukken. Daarom heeft Streekplatform+ Meetjesland in samenwerking met Prof. Dr. A. Heene het project Samen Sterk! Een toekomstgerichte reflectie over de intergemeentelijke en regionale samenwerking in het Meetjesland gestart. De bedoeling is de organisatie van de intergemeentelijke en regionale samenwerking in het Meetjesland in kaart te brengen, te confronteren met ervaringen in andere regio’s, met verwachtingen van de lokale besturen en andere betrokken partijen en na te gaan of er in de toekomst verbeteringen mogelijk zijn naar effectiviteit of efficiëntie. Ook de KLAD is hier actief bij betrokken.


Kale - Leie Archeologische Dienst

15

6.2 ARCHEOLOGISCH ADVIES (DV) Zoals we reeds vermeldden werkte de KLAD nauw samen met erfgoedconsulente N. Lemay bij het adviseren van stedenbouwkundige dossiers die onder artikel 127 van het Decreet Ruimtelijke Ordening vallen. Hierna volgt een overzicht van de uitgebrachte adviezen.

Aalter Gemeente : Aalter Adres : Manewaarde Werf : verkaveling (RUP) van een privéverkavelaar Advies : vooronderzoek d.m.v. proefsleuven Aangevraagd door : Gemeente Aalter

Gemeente : Aalter - Lotenhulle Adres : Heirstraat / Lodorp (binnengebied) Werf : verkaveling van 22 loten van een privéverkavelaar Advies : vooronderzoek d.m.v. proefsleuven Aangevraagd door : Gemeente Aalter

Deinze Gemeente : Deinze Adres : Aalterse Steenweg Werf : verkaveling van een privéverkavelaar Advies : vooronderzoek d.m.v. proefsleuven Aangevraagd door : Gemeente Deinze

Gemeente : Deinze Adres : Kouter Werf : sociale woningen OCMW Gent Advies : vooronderzoek d.m.v. proefsleuven Aangevraagd door : Gemeente Deinze

Gemeente : Deinze Adres : Nieuwgoedlaan Werf : verkaveling van een privéverkavelaar Advies : vooronderzoek d.m.v. proefsleuven Aangevraagd door : Gemeente Deinze


16

Gemeente : Deinze – Bachte-Maria-Leerne Adres : Groeneveldstraat Werf : verkaveling 18 loten van een privÊverkavelaar Advies : vooronderzoek d.m.v. proefsleuven Aangevraagd door : Gemeente Deinze

Evergem Gemeente : Evergem Adres : Baljuwstraat / Forelstraat Werf : oprichten van 12 KLE en 3 middelgrote woningen (sociale huisvesting) Advies : vooronderzoek d.m.v. proefsleuven Aangevraagd door : Agentschap R-O (Gent)

Gemeente : Evergem Adres : Hoeksken Werf : bouw van een dienstencentrum (OCMW Evergem) Advies : vooronderzoek d.m.v. proefsleuven Aangevraagd door : Agentschap R-O (Gent)

Gemeente : Evergem - Ertvelde Adres : Hospitaalstraat 2 Werf : bouw van een rustoord (OCMW Evergem) Advies : vooronderzoek d.m.v. proefsleuven Aangevraagd door : Agentschap R-O (Gent)

Gemeente : Evergem Adres : Rerum Novarumstraat Werf : bouw van een ontmoetingscentrum Advies : vooronderzoek d.m.v. proefsleuven Aangevraagd door : Agentschap R-O (Gent)

Gemeente : Evergem Adres : Sint-Kristoffelkerk Werf : restauratiewerken aan de kerk Advies : werfbegeleiding

Jaarverslag 2007


Kale - Leie Archeologische Dienst

Aangevraagd door : Agentschap R-O (Gent)

Knesselare Gemeente : Knesselare - Ursel Adres : Rozestraat Werf : verkaveling van 8 loten door een privĂŠverkavelaar Advies : vooronderzoek d.m.v. proefsleuven Aangevraagd door : Gemeente Knesselare

Lovendegem Gemeente : Lovendegem Adres : Grote Baan 103 Werf : bouw appartement Advies : Geen bezwaar Aangevraagd door : Gemeente Lovendegem

Gemeente : Lovendegem Adres : Grote Baan 56 Werf : bouw toonzaal en appartementen Advies : Geen bezwaar Aangevraagd door : Gemeente Lovendegem

Gemeente : Lovendegem Adres : Grote Baan Werf : bouw Advies : Geen bezwaar Aangevraagd door : Gemeente Lovendegem

Gemeente : Lovendegem Adres : Grote Baan 181 Werf : slopen van een woning, aanleggen van een parking en de bouw van een toonzaal Advies : Geen bezwaar Aangevraagd door : Gemeente Lovendegem

Gemeente : Lovendegem

17


18

Jaarverslag 2007

Adres : Oostveld Kouter 47 Werf : bouw van een particuliere woning Advies : Geen bezwaar Aangevraagd door : Gemeente Lovendegem

Nevele Gemeente : Nevele Adres : P. Cockuytstraat Werf : bouw van sociale woningen Advies : vooronderzoek d.m.v. proefsleuven Aangevraagd door : Agentschap R-O (Gent)

Gemeente : Nevele - Poesele Adres : Poekestraat Werf : aanleg van een verkaveling Advies : vooronderzoek d.m.v. proefsleuven Aangevraagd door : Gemeente Nevele

Gemeente : Nevele - Vosselare

Fig. 2: Muurresten onder de toegang tot de moestuin van het kasteel van Poeke.

Adres : Hoogstraat Werf : aanleg van een verkaveling Advies : vooronderzoek d.m.v. proefsleuven Aangevraagd door : Gemeente Nevele

6.3 WERFCONTROLES (DV) De KLAD voerde in 2007 een reeks werfcontroles en vooronderzoeken met proefsleuven uit. Een overzicht van de werfcontroles en de vooronderzoeken met ingreep in de bodem en met weinig of geen resultaten volgt hieronder. Sommige werfcontroles of vooronderzoeken bleken wel positief en mondden uit in opgravingen.

6.3.1

AALTER – POEKE KASTEELDOMEIN

Op 17 februari troffen werkmannen van de gemeente Aalter bij werkzaamheden in het kader van het restauratiedossier van het acetyleenfabriekje de resten aan van een cisterne vlak naast dit acetyleenfabriekje. De KLAD stond, samen met de architect, in voor het opmeten en fotograferen van de cisterne. Later werd in het kader van het restauratiedossier van de moestuinmuur een deel van een oudere muur blootgelegd bij de ingang tot de moestuin. Ook hier stond de KLAD in voor het


Kale - Leie Archeologische Dienst

19

opmeten en fotograferen. Deze vondsten worden meegenomen in de restauratiedossiers.

Fig. 3: Doorsnede en bovenaanzicht van de aangetroffen muurresten.

6.3.2. EVERGEM – BELZELE STEENOVENSTRAAT Op 8 november bracht de gemeente Evergem de KLAD op de hoogte van de goedkeuring van een verkaveling van 103 wooneenheden op een terrein van ca. 5 ha aan de Steenovenstraat / Molenhoek te Evergem – Belzele. Na een controle in de luchtfotografische databank van de Universiteit Gent bleek dit terrein te behoren tot een zeer rijke archeologische kouter langs de vallei van de Kale. Op het terrein zelf was door luchtfotografie een omgrachte site vastgesteld. Gewapend met de zorgplicht nam de KLAD direct contact op met de ontwikkelaar C.V.H.C. Deze meldde echter dat de aanleg van de wegenis reeds zou starten op 3 december en dat de gronden pas vrijkwamen op 30 november. Een onderzoek met proefsleuven kon niet meer uitgevoerd worden en daarom werd in samenspraak met de ontwikkelaar en de aannemer beslist de afgraving van de wegkoffers op te volgen. De resultaten van deze werfcontrole waren verbluffend. Binnen de wegkoffer werden maar liefst 6 belangrijke zones met archeologische

Fig. 4: Controle op het wegtracé, met 4 paalsporen op de voorgrond en één van de grachten vlakbij de kraan.


20

Jaarverslag 2007

sporen ontdekt, goed voor ongeveer 55% van de totale oppervlakte van het tracé.

Fig. 5: Luchtfoto van de omgrachte site te Evergem - Belzele.

In de eerste afgebakende zone sneed de wegkoffer de omgrachte site aan. Deze site blijkt meer dan 50 m bij 50 m te zijn en het wegtracé vertoont meerdere paalsporen die behoren tot zeker één huisplattegrond en 3 mogelijke afvalkuilen of waterputten. Het aardewerk gerecupereerd uit de grachten is afkomstig van kogelpotten uit de volle middeleeuwen. Ook in zone II werd een huisplattegrond aangesneden. Het gaat om een deel van een herkenbaar plattegrond van een gebouw met dubbele palenzetting uit de volle middeleeuwen. Het gebouw is ongeveer 18 m lang en vermoedelijk zo een 10 m breed. In de derde zone werden paalsporen, grote kuilen, een vermoedelijke waterput en verschillende grachten uit de middeleeuwen aangetroffen. Verder zitten er ook een aantal grachten en paalsporen die op basis van het aardewerk tot de metaaltijden (ijzertijd) teruggaan. Zone IV bevatte een reeks archeologische sporen die door de rijzende stand van het grondwater enkel vluchtig bekeken konden worden. Dit was ook in zone V het geval. Hier is de aanwezigheid van een reeks paalsporen en van verschillende grachten vastgesteld. Tenslotte werd in zone VI een brede gracht met fragmenten van een middeleeuwse kogelpot en een gracht met materiaal uit de metaaltijden (ijzertijd) gevonden. Deze gegevens bevestigden de hoge archeologische potentie van het plangebied en leiden tot nieuwe onderhandelingen met de ontwikkelaar over de te volgen strategie. Daarbij werd beslist de rest van het terrein te onderzoeken met proefsleuven om een volledige evaluatie van het bodemarchief te kunnen maken en een planning en financiële raming op te maken. Dit zal begin 2008 uitgevoerd worden en tot zolang ligt de aanleg van


Kale - Leie Archeologische Dienst

21

de verkaveling stil. Dit oponthoud van de werkzaamheden toont het belang van de proactieve aanpak ten opzichte van het archeologisch patrimonium door archeologisch advies in de stedenbouwkundige en verkavelingsaanvragen te integreren. Hierdoor kunnen zowel de KLAD als de bouwheer de nodige tijd en middelen incalculeren om een vooronderzoek en eventueel een archeologisch onderzoek uit te voeren. Het Collegebesluit van Evergem (zie 6.1.5) maakt dit echter onmogelijk waardoor werven met archeologische vondsten dreigen vertraagd of zelfs stilgelegd te worden. Dit is een zeer nadelig scenario voor de ontwikkelaars die geconfronteerd worden met dure vertragingen en extra niet ingecalculeerde kosten.

Fig. 6: De archeologische zones afgebakend door de opvolging van de wegkoffer.

6.3.3. KNESSELARE – URSEL EEKLOSEWEG Bij de controle op 30 mei van een afgegraven terrein voor de uitbreiding van een industrieel pand en de aanleg van een toegangsweg werden geen relevante sporen aangetroffen.


22

Jaarverslag 2007

6.3.4. NEVELE C. BUYSSESTRAAT Op 16 april werden de verbouwingswerken van de oude pastorij gecontroleerd. Deze werken bleken zeer ingrijpend voor het gebouw, maar grepen slechts minimaal in op het bodemarchief. Plaatselijk waren de vloeren opengebroken en daarbij werden enkele oude muurresten gefotografeerd.

6.4. PROSPECTIES MET INGREEP IN DE BODEM 6.4.1. AALTER MANEWAARDE (DV) Tussen 6 en 9 november stond de KLAD in voor de begeleiding van het archeologisch vooronderzoek van de toekomstige verkaveling te Aalter Manewaarde. Daaruit bleek dat er zich op het ca. 3,5 ha groot terrein 2 zones met archeologische sporen bevinden. EĂŠn daarvan manifesteerde zich als een reeks losse vondsten in de verschillende sleuven zonder dat er sporen afgebakend konden worden. Het gaat om materiaal uit de ijzertijd en de Romeinse tijd (waaronder een munt) dat duidelijk niet verspoeld of gerold is. Zelfs in een kijkvenster aangelegd tussen 2 sleuven en met de hulp van Drs. W. De Clercq kon echter niet meer afgelijnd worden dan zones met materiaal zonder concrete sporen.

Fig. 6: Overzichtsfoto op het grachtencomplex en de paalsporen in het kijkvenster bij Zone II, Aalter - Manewaarde.

ZONE I

ZONE II

Fig. 7: Sleuvenplan van de nieuwe verkaveling te Aalter - Manewaarde. De sporen aangetroffen in Zone II komen in aanmerking voor verder onderzoek.


Kale - Leie Archeologische Dienst

23

In de andere zone werden wel concrete sporen in de sleuven vastgesteld. Een kijkvenster legde een systeem van grachten en paalsporen bloot waarin aardewerk uit de volle middeleeuwen werd aangetroffen. Deze zone komt in aanmerking voor verder archeologisch onderzoek. Dit onderzoek zal tussen maart en april 2008 uitgevoerd worden door 2 projectarcheologen. De bouwheer draagt de volledige kosten van het onderzoek en de projectarcheologen worden aangesteld via het Ename Expertisecentrum.

6.4.2. DEINZE – BACHTE-MARIA-LEERNE GROENSTRAAT (JH) Op 25 januari onderzocht de KLAD een terrein van ongeveer 0,5 ha langs de Groenstraat te Deinze. Dit terrein maakt deel uit van een hoge en goed gedraineerde kouter waarop in het verleden al vrij belangrijke vondsten werden gedaan (opgraving Deinze – RWZI door W. De Clercq). Vandaar dat voor de relatief kleine oppervlakte toch werd geadviseerd om een archeologisch vooronderzoek uit te voeren. De zeer lage densiteit aan grondsporen was opmerkelijk. Slechts één recente rechthoekige kuil werd aangesneden, en er werden slechts enkele verspoelde scherfjes gevonden. Een mogelijke verklaring voor het afwezig zijn van sporen is dat het terrein reeds te veel afhelt en daardoor minder goed werd bevonden voor occupatie.

Fig. 8: Recente rechthoekige kuil op het terrein aan de Groenstraat, te Deinze - Bachte-Maria-Leerne .

Fig. 9: Overzichtsfoto op het vooronderzoek met proefsleuven te Deinze - Bachte-Maria-Leerne Groenstraat.

6.4.3. DEINZE – GRAMMENE GRIJSBULCKSTRAAT (JH) Op de nieuw aan te leggen verkaveling (ongeveer 3,5 ha) langs de Grijsbulckstraat in Grammene werd bij de bouwaanvraag een archeologisch advies ingebouwd. De ervaring van de bouwheer met het project de Deinze – Terwilgenstraat zorgde ervoor dat een preventieve aanpak mogelijk was. Op 10, 11 en 12 april kon de intergemeentelijk archeoloog met de vrijwilligers A. De Logi en K. Keppens met behulp van lange parallelle proefsleuven het terrein prospecteren.


24

Jaarverslag 2007

In deze sleuven werden in het overgrote deel van het terrein enkel recente resten aangesneden. Het gaat daarbij om vrij recente grachten, waaronder een gedempte gracht rond het boerderijgebouw. Eveneens werden er grachten met Raeren- en pijpaardewerk aangetroffen. Uit WOII stamde een obus die door DOVO ter plekke onschadelijk diende gemaakt te worden. Twee structuren in het oostelijk deel van het terrein werden door middel van kleine kijkvensters verder onderzocht. Net in dit oostelijke deel

Fig. 10: Sleuvenplan van de nieuwe verkaveling Grijsbulckstraat in Deinze - Grammene.

waren dit quasi de enige aanwezige sporen. Een eerste spoor (A) had een sleutelgatvorm en was ongeveer 1,5 m lang. De structuur was slechts zeer ondiep bewaard, maar de moederbodem vertoonde een oranjerode band net onder het spoor, wat wijst op in situ verhitting. Op basis van enkele aardewerken pijpjes kan deze structuur in de 17e tot de 18e eeuw geplaatst worden. De functie is wegens de typische vorm en de in situ verhitting van de bodem wellicht terug te brengen tot een oven. Het blijft echter onduidelijk met welk doel hier een vrij kleine oven werd aangelegd. Fig. 11: De sleutelvormige oven.


Kale - Leie Archeologische Dienst

25

Een grotere grondverkleuring werd aangetroffen in de meest noordwestelijke sleuf (B). Het gaat om een ten minste 4 m lang en circa 1,5 m breed spoor met een langs de randen erg houtskoolrijke en centraal vrij zandige vulling die was afgezoomd met een dun kleiig bandje en waarbij de moederbodem langs de zijwanden oranje was verkleurd, wat ook hier op een in situ verhitting wijst. De structuur was rechthoekig van vorm en liep nog buiten het onderzoeksgebied door. In doorsnede vertoonde de structuur vrij rechte wanden en een vlakke bodem. De vulling bestond uit twee pakketten: onderaan en langs de zijwanden een erg houtskoolrijke vulling en een centrale zandige lens. Dit vertoont overeenkomsten met de opvulling van een Romeins brandrestengraf. Het grote verschil is echter de in situ verhitting en de vrij grote afmetingen. Mogelijk gaat het over een kolenbranderskuil of andere artisanale activiteit. De precieze betekenis kan absoluut niet worden bepaald en door het ontbreken van enig dateerbaar materiaal bestaat er ook over de datering geen duidelijkheid. Gezien de beperkte aanwezigheid van sporen werd geen vervolg aan het onderzoek gebreid. Fig. 12: Overzichtsfoto en coupefoto van het rechthoekig spoor.

6.4.4. DEINZE – ST.-MARTENS-LEERNE DAMSTRAAT (JH) Vlak bij het gekende grafveld van Sint-Martens-Leerne – Damstraat / A. Cassimanstraat werd de bouw van een villa met zwembad gepland. Daarom werd dit perceel op 7 maart gesondeerd door de KLAD. In het deel van het perceel tegen de Damstraat werden enkel wat recente kuilen aangetroffen. Tegen de perceelsgrens werden wel een viertal paalsporen en een grote kuil aangetroffen. Deze sleuf werd uitgebreid met twee kijkvensters die echter geen nieuwe sporen opleverden. De kuil was rond in doorsnede met een diameter van ongeveer 1 m. Dit spoor was slechts een 5 à 10-tal cm diep bewaard en in de vulling werden enkele silexfragmenten en wat prehistorisch aardew erk aangetroffen. Als er een mogelijke nederzetting in de buurt is, dan valt deze grotendeels buiten het bedreigde perceel, de aangetroffen sporen kunnen op de grens zitten of behoren tot de periferie.

Fig. 13: Kijkvenster op één van de proefsleuven te Deinze - St. -Martens Leerne Damstraat, met de coupefoto van de kuil als inzet.


26

Jaarverslag 2007

Verder onderzoek was niet noodzakelijk, maar aandachtvoor wat er met de achterliggende gebieden zal gebeuren is noodzakelijk.

6.4.5. EVERGEM GULDENSPORENLAAN (JH) Op een circa 3 ha groot perceel wordt vlak bij de nog bewaarde motte van Ertvelde – Hoge Wal een woonverkaveling gepland. Gezien de grootte van de verkavel ing w erd reeds vroeg in het vergunningsproces een archeologisch advies ingeschreven. Op 29 en 30 januari werd het terreinwerk uitgevoerd. Een tiental lange parallelle proefsleuven leverden echter weinig relevante sporen op. Het overgrote deel van de grondverkleuringen bleken vrij recente of subrecente verstoringen te zijn. Er werden eveneens een aantal grachten aangesneden en hier en daar een verspreide kuil, die in de postmiddeleeuwen te plaatsen zijn. Ook dit proefonderzoek bleef zonder gevolg. Fig. 14: Proefsleuvenonderzoek te Evergem Guldensporenlaan.

Fig. 15: Luchtfotografisch overzicht op het vooronderzoek te Evergem Guldensporenlaan.


Kale - Leie Archeologische Dienst

27

6.4.6. EVERGEM HOEVESTRAAT (JH) Vrij laat werd de KLAD op de hoogte gesteld van de nakende nieuwe verkaveling van een kleine 3 ha langs de Hoevestraat te Evergem. Ondanks een ontbreken van een bindend advies kon de bouwheer toch overgehaald worden om preventief proefsleuven te laten uitvoeren. Het veldwerk werd uitgevoerd op 5 en 6 april. Het terrein lag grotendeels op erg natte gronden, en op die delen waren geen archeologisch relevante sporen op te tekenen. In het noorden lag een lange strook op een droger stuk terrein. Daar leken in een kleine zone een aantal grondverkleuringen en postmiddeleeuwse en mogelijk iets oudere grachten zich af te tekenen. In een kijkvenster werd duidelijk dat het overgrote deel van de vermoede paalsporen eigenlijk natuurlijke sporen waren.

Fig. 17: Sleuvenplan van het vooronderzoek op de toekomstige verkaveling in de Hoevestraat te Evergem.

Fig. 16: Inventarisatie van de sporen in de proefsleuven te Evergem - Hoevestraat.


28

Jaarverslag 2007

Verder onderzoek was niet noodzakelijk. 6.4.7. EVERGEM ZWARTESTRAAT (JH) Op een vroeger voor serrebouw gebruikt terrein werd de bouw van een nieuw appartementsblok gepland. Ook hier werd een archeologisch advies bij de bouwvergunning voorzien. Op 19 februari werd het terrein onderzocht met een nauw grid van proefsleuven, plaatselijk uitgebreid met kleine kijkvensters. Behalve veel verstoringen, die veroorzaakt werden door de serrebouw werden een aantal volmiddeleeuwse of postmiddeleeuwse grachten en één enkel en klaarblijkelijk geïsoleerd paalspoor aangetroffen en onderzocht. De resultaten bleken echter te mager om een vervolgonderzoek te rechtvaardigen.

Fig. 18: Overzicht op één van de proefsleuven te Evergem Zwartestraat.

6.4.8. EVERGEM – ERTVELDE HOSPITAALSTRAAT (DV) Op 13 november voerde de KLAD een onderzoek met proefsleuven uit op het terrein van de uitbreiding van het woon- en zorgcentrum Ten Oudenvoorde. Uit dit onderzoek bleek het terrein voor het grootste deel verstoord te zijn, onder meer door de aanwezigheid van verschillende nutsleidingen, een ingebuisde beek, de fundamenten van enkele gesloopte gebouwen. Er volgde geen verder onderzoek.

Fig. 19: Het sleuvenplan op de percelen van het toekomstig uitbreiding van het woon– en zorgcentrum. Het gearceerde gedeelte was volledig verstoord.


Kale - Leie Archeologische Dienst

29

6. 4 . 9 . E V E R G E M – W I P P E L G E M N O O R W E G E N S T R A A T ( D V ) Op 16 en 17 oktober voerde de KLAD een archeologisch vooronderzoek uit op de terreinen van het toekomstige waterspaarbekken en de ontsluitingsweg van het ovaal van Wippelgem naar het bestaande industrieterrein De Nest (fase 1 en 2) van de ontwikkelaar G2I-Maes. In dit nat gebied werden geen noemenswaardige sporen aangetroffen. Er kwam dan ook geen vervolgonderzoek.

Fig. 20: Overzichtsfoto van het vooronderzoek en het sleuvenplan.


30

Jaarverslag 2007

6.4.10. KNESSELARE – URSEL URSELSEWEG (JH) Langs de Urselseweg in Ursel werd een kleine verkaveling van een paar loten gepland op de noordflank van de tertiaire cuesta. Op de natte kleiige grond werd op 16 januari de teelaarde van de wegkoffer afgegraven. Tijdens dit vooronderzoek werden enkele postmiddeleeuw se kuilen aangetroffen en vooral (sub)recente verstoringen. Bijkomend onderzoek was niet noodzakelijk.

Fig. 21: Overzichtsfoto op de aanleg van de wegkoffer. Gezien de ligging van de wegkoffer werd deze als proefsleuf gebruikt.

6.4.11. LOVENDEGEM – SCHOORDAM (JH) Lovendegem – Schoordam is een dossier dat al enige tijd aansleept. Uiteindelijk kon men in 2007 met de werken beginnen, met inbegrip van een archeologisch vooronderzoek. Over het grootste deel van het terrein werden slechts recente grachten en kuilen aangetroffen, dit was het natste deel van het terrein. In de zuidwestelijke uithoek van het terrein werden een aantal grachten met daarin wat volmiddeleeuws schervenmateriaal aangetroffen. Er bleken echter geen andere sporen aanwezig te zijn, waardoor een vervolgonderzoek niet aangewezen leek.

Fig. 22: Eén van de sleuven te Lovendegem Schoordam.

6.4.12. NEVELE – HANSBEKE KERKHOF (DV) Op 11 mei voerde de KLAD een onderzoek met proefsleuven uit op een perceel dat dienst zou doen als uitbreiding voor het kerkhof van Hansbeke. In de 2 proefsleuven samen werden 1 paalspoor en 2 grachten aangetroffen met aardewerk uit de metaaltijden. Deze sporen bleken zeer ondiep bewaard. Op basis van deze gegevens werd geen verder onderzoek uitgevoerd.

Fig. 23: Proefsleuf op de uitbreiding van het kerkhof te Hansbeke, met op de voorgrond de ondiep bewaarde grachten.


Kale - Leie Archeologische Dienst

31

Fig. 24: Sleuvenplan van de toekomstige verkaveling te Lovendegem Schoordam.

6.5 OPGRAVINGEN 6.5.1 AALTER LOVELD 07 (WDC) Inleiding Op vraag van de KLAD werd tussen 9 tot 26 december 2007 door de Vakgroep Archeologie van de Universiteit Gent een archeologisch onderzoek uitgevoerd op het door bebouwing bedreigd perceel 604d (Aalter, Afdeling 2, Sectie C). Dit perceel is gelegen op de tertiaire opduiking (22 m TAW) in de archeologisch bekende Loveldlaan te Aalter.

In 2006 vond schuin tegenover dit terrein van de Loveldlaan reeds een archeologisch onderzoek plaats (perceel 591l²). Hierbij werden de resten van een deel van een


32

Jaarverslag 2007

omvangrijke steenbouwsite uit de 3e eeuw n.C. ontdekt. De bouwwijze in steen is uiterst zeldzaam in de Romeinse periode in het gebied tussen de Scheldevallei en de Kust. Vlak tegenover het onderzoeksperceel werd dan weer een nog steeds functionerende Romeinse waterput onderzocht en werden funderingen aangesneden. Verder zijn er nog tal van vondsten en vondstmeldingen bekend, zoals een fraai bronzen beeld van de godin Victoria en militair beslag. Bronnen uit 1460 beschrijven de plaats dan weer als “Kestere” een toponiem dat die zou verwijzen naar Castrum, of versterkte (leger)plaats. Wellicht speelde de (tijdelijke) aanwezigheid van het Romeinse leger dan ook een rol in de aard en ontwikkeling van deze site. Geofysisch vooronderzoek Voorafgaand aan de graafwerken werd het potentieel van dit gebied volledig geëvalueerd (722 m²) door middel van geofysische prospectietechnieken (protonenmagnetometer en georadar). Uit dit geofysisch vooronderzoek, vooral georadar, kwamen verschillende indicaties naar voor die potentieel interessant oogden. Ze werden dan ook bij afgraving en opgraving nauwzettend geëvalueerd.

Resultaten van het onderzoek

Fig. 25: Overzichtsfoto op de resten van de omvangrijke steenbouwsite te Aalter Loveld, opgegraven in 2006. Fig. 26: De prospectie met de georadar.

Van het perceel werd de teelaarde tot op 30 cm diepte verwijderd op de bouwplaats voor de woning (225 m²) en de regenput. Daarbij tekende zich een sterk lemige plaatselijk zelfs kleiige zandbodem af. Deze sterk gehomogeniseerde, compacte bodem liet zich archeologisch uiterst moeilijk lezen. De bodemsporen kenmerkten zich immers door een bleekgrijze, quasi humusarme textuur

Sporen van recente datum Haaks op de Loveldlaan werden om de 50 cm resten van beploeging of scheuring opgemerkt. Deze lineaire sporen doorsneden de bodem plaatselijk tot 60 cm diep. Naast ploegsporen gevuld met moderne teelaarde, werden er ook parallelle exemplaren aangetroffen die een blekere, meer uitgeloogde vulling hadden wat suggereert dat dit terrein reeds eerder werd gescheurd. Overigens, deze ploegsporen tekenden zich duidelijk af op het georadar beeld, of toch vooral daar waar ze veel klein puin opgenomen hadden. Parallel aan de NW-zijde van het perceel werd een ca. 2 m brede strook modern puin aangetroffen dat tot meer dan 50cm diep in de bodem aanwezig was. Deze strook tekende zich duidelijk af in georadar en protonenmagnetometer. Het betreft het restant van een oude landweg die tot voor een decennium nog


Kale - Leie Archeologische Dienst

33

zichtbaar was aan het oppervlak en op topokaarten nog aangeduid staat. Net als hoger reeds aangegeven valt op hoe diep opgevoerd puin ingetrapt of ingereden kan worden in een natte moederbodem. Verder werd nog een rechthoekige kuil van 1,65 bij 1 m op basis van de textuur en vondsten (plastiekzakken en wat glas) als zeer recent te omschrijven. Deze kuil manifesteerde zich in het georadar- en protonenmagnetometerbeeld als een zeer sterke reflectie, die het gevolg was van de sterke compactie van de bodem (teelaarde) in deze kuil.

Sporen van Romeinse oorsprong Tot de sporen die gelinkt kunnen worden aan de Romeinse periode, behoren 9 paalgaten, 5 kuilen en 1 grotere rechthoekige kuil. Geen van deze structuren tekende zich éénduidig af bij de geofysische bodemonderzoeken. Negen sporen werden dus als paalgat herkend. Opvallend is wel dat de meeste van deze palen zeer ondiep bewaard zijn. Ze kenmerkten zich meestal door een bleekgrijze aanlegkuil, en een meer donkergrijze paalkern. Stukken van dakpannen, verbrande klei of zandleem en grote houtskoolbrokken werden frequent in de palen aangetroffen. Mogelijk brandden de palen af, of werden de paalgaten gevuld met brandafval toen ze verwijderd werden. Behalve 2 paalsporen, die in een andere lijn liggen, behoren ze vermoedelijk allemaal tot dezelfde houtbouwconstructie. Hoewel de kans groot is dat hier een lange wand van een houten gebouw werd aangesneden, kan dit door de beperktheid van de afgravingszone niet met volle zekerheid achterhaald worden. Vijf sporen behoren tot de categorie van de kuilen. Het zijn op 1 geval na ondiepe (van 5 tot 20cm diep) resten van ingravingen waarvan de functie ons ontgaat. Eén kuil bevatte echter een lensvormige opbouw waarin op de bodem verbande klei, veel houtskoolstippen en dito brokken werd gevonden, samen met een stukje verbrand bot. De afdekkende laag bestond uit verzet kleiig zand. Qua structuur en opvulling doet dit spoor sterk denken aan een brandrestengraf, al is de dichtheid aan houtskool in het onderste pakket te laag om het

Fig. 27: Overzichtsfoto van het afgegraven perceel 604d in de Loveldlaan.


34

Jaarverslag 2007

als dusdanig te weerhouden. Op de rand van de afgraving werd een rechthoekige kuil van 100 bij 130 cm aangetroffen. Dit spoor werd niet herkend bij geofysisch onderzoek. Deze structuur had een NW-ZO oriëntatie en werd aanvankelijk bij intekening van het grondplan aangemerkt als “onzeker” spoor. Bij verdieping bleek het echter om een duidelijk archeologisch spoor te gaan. In doorsnede vertoont de kuil loodrechte wanden tot –210cm diep (geen grondwater) in de met diepte steeds meer kleiige bodem. De bodem was vlak. De bovenste 10cm van de kuil vertoonde een bleke, weinig humeuze vulling. De rest van de opvulling was homogeen grijs, doorspekt met houtskoolbrokken en sterk gefragmenteerd aardewerk waaronder meerdere randen van kookpotten met naar buiten gebogen rand in handgemaakt aardewerk, een rand van een beker in terra nigra en een bodem van een wrijfschaal in Maaslands aardewerk. Meerdere sterk verbrijzelde, soms verbrande dakpanfragmenten en 1 stuk van een testa vullen het vondstenspectrum aan. Opmerkelijk was dat op de bodem tegen de zuidelijke wand een bijna volledige tegula was geplaatst. Deze dakpan vertoonde sporen van brand of overbakking . De exacte betekenis van deze vondst ontgaat ons, de verticale positie tegen de kuilwand laat er geen twijfel over bestaan dat ze er intentioneel is tegen gezet. Uit de homogene opvulling en uit de steile wanden zonder afbrokkelingssporen kan een vrij kortstondig functioneren voor deze structuur worden afgeleid. Een functie als extractiekuil voor klei lijkt ons de meest aannemelijke hypothese.

Interpretatie Het onderzoek op perceel 604d is duidelijk geen maat voor niets gebleken, hoe beperkt het in omvang ook was. De ontdekking van houtbouwresten vullen onze kennis van de structuur en opbouw van het ondertussen ca. 30ha grote nederzettingsareaal op de dominante tertiaire hoogte Loveld met nieuwe gegevens aan. Voor de eerste maal werden sporen aangetroffen ten zuiden van de Loveldlaan, daarvoor bleven alle vondst(meldingen) en opgravingen tot de noordzijde beperkt. In tegenstelling tot de campagne van 2006 schuin tegenover het onderzoeksperceel van 2007, en ook in tegenstelling tot het onderzoek uit 1992, werden er nu geen resten van steenbouw aangetroffen, al doen de aanwezigheid van natuursteenbrokken en dakpannen ingedrukt in de bodem de nabijheid ervan veronderstellen. De aangetroffen paalgaten behoren tot een deel van een houtbouwconstructie, mogelijk een deel van de lange wand van een houten gebouw. Ernaast lagen kuilen, waarvan één - mogelijk een kleiwinningsput - opvallend diep was. Meerdere sporen bevatten brandafval en dakpanfragmenten, wat doet vermoeden dat er een brand heeft gewoed of dat er een vuurgerelateerde artisanale activiteit heeft plaatsgevonden in de onmiddellijk buurt. Van enkele dakpanfragmenten werden dan ook stalen genomen om te bepalen of ze ter plekke gemaakt kunnen zijn. Idem ook voor enkele traag gedraaide scherven aardewerk in een roodbruin kwartsrijk baksel dat ook reeds in 2006 aan het licht kwam. Qua datering kunnen deze sporen moeilijk met grotere precisie dan algemeen Romeins worden omschreven al werd in één spoor de voet van een beker aangetroffen die zowel qua vorm als baksel identiek is aan een bodemscherf gevonden in het 3e eeuwse ensemble opgegraven in 2006. De toepassing van georadar en protonenmagnetometer bleek in deze kleiige bodem weinig rendabel te zijn en vooral geschikt voor het detecteren van objecten en structuren met grotere dichtheid dan de reeds compacte bodem. Daarbij werden vooral recente verstoringen en in ploegsporen of bodem aanwezige dakpan- en natuursteenfragmenten opgemerkt in georadar. Ondanks het negatieve resultaat voor de oudere sporen op dit terrein zal deze methode door de Vakgroep Archeologie in de komende jaren intensief getest worden in verschillende bodems en op verschillende soorten sites. De eerste


Kale - Leie Archeologische Dienst

35

resultaten in zandbodems zijn alvast zeer hoopvol.

Bibliografie Hoorne J., De Clercq W., Verbrugge A., 2007. Archeologisch onderzoek Aalter-Loveldlaan. 3 tot 31 juli 2006. KLAD-rapport 5. De Clercq W., Verdonck L., Hoorne J., Laloo P. en Verbrugge A. Geofysische prospectie en preventief archeologisch onderzoek van een bouwperceel in het Loveld te Aalter (Prov. O.-VL, dec. 2007). Sporen van Romeinse houtbouw. In: Romeinendag 2008 (in druk).

6.5.2 NEVELE - HANSBEKE SINT-PETRUS EN PAULUSKERK (EXAMINO CVBA) Binnen het restauratiedossier van de Sint-Petrus en Pauluskerk te Hansbeke was de aanleg van een nieuw verwarmingssysteem voorzien. Daarbij zouden in het koor en in de twee zijbeuken convectoren geplaatst worden. Hiervoor dienden putten gegraven te worden van minimum 60 cm breed en 80 cm diep. Gezien de kerk als monument beschermd is, was het archeologisch opvolgen van deze werken wettelijk verplicht. Het doel van dit onderzoek was het registreren van de mogelijk archeologisch waardevolle structuren en dit slechts in die zones die verstoord zullen worden. Op deze plaats zou immers het archeologisch archief volledig vernietigd worden.

Het terreinwerk duurde twee weken en werd uitgevoerd door archeologen M. Deceuninck en N. Vanholme van Examino cvba in opdracht van de kerkfabriek St. Petrus en Pauluskerk. De KLAD beperkte zich tot de begeleiding van de werken.

Ondanks de beperkte onderzochte oppervlakte, is het archeologisch potentieel van de kerk nu beter gekend. Het staat vast dat er oudere, waardevolle structuren aanwezig zijn, ondermeer muurwerk in natuursteen. Bij elke toekomstige ingreep in de bodem in of rond de Sint-Petrus en Pauluskerk is archeologisch onderzoek en begeleiding zeker noodzakelijk. Verder onderzoek geldt immers ook voor het huidige opgaand muurwerk. De weinige bouwsporen tonen duidelijk aan dat oudere muren ge誰ntegreerd zijn in de huidige kerk.

De resultaten van dit archeologisch onderzoek kunnen nagelezen worden in het rapport dat door Examino cvba uitgegeven werd.

Bibliografie Deceuninck M. & Vanholme N. 2008. Archeologisch onderzoek Sint-Petrus en Pauluskerk Hansbeke. 48pp. (Rapport Examino cvba). Fig. 28: Overzichtsfoto op de muurresten in natuursteen.


36

Jaarverslag 2007

7. PUBLIEKSWERKING De Kale – Leie Archeologische Dienst besteedde zoals elk jaar veel aandacht aan publiekswerking. Om de slagkracht te vergroten werd vooral samengewerkt met andere diensten.

7.1 HET PDPO-PROJECT (DV, EM, LDC) Het idee een reizende tentoonstelling te ontwikkelen over het regionale archeologisch patrimonium en de rol daarin van de KLAD ontstond reeds in 2004. Door een gebrek aan middelen en tijd bleef dit idee echter in de koelkast liggen, tot er een samenwerking ontstond met de Erfgoedcel Meetjesland en er een subsidie van de Provincie Oost-Vlaanderen, Dienst Land- en Tuinbouw in de vorm van een pdpo-project binnengehaald werd. Dit maakte het mogelijk tussen december 2006 en maart 2007 een extra projectmedewerker aan te werven om de reizende tentoonstelling samen met een educatieve koffer rond het regionaal ruraal archeologisch erfgoed uit te werken. Dit resulteerde op 1 maart 2007 tot de officiële opening door J. Verstrynge (uittredend voorzitter KLAD), F. Sierens (voorzitter Comeet en Erfgoedcel Meetjesland) en L. Bauters (provinciaal archeoloog) van de tentoonstelling Velden vol verleden in het Cultuurcentrum van Evergem. Hiermee was het startschot gegeven voor een tentoonstelling die de 16 gemeenten van de Leiestreek en het Meetjesland zal aandoen. Fig. 29: Zicht op een deel van het materiaal gebruikt op de boks over de Romeinse tijd. Fig. 30: De boks over de prehistorie, opgesteld in de bibliotheek van Nevele.

Momenteel zijn de volgende data vastgelegd :

Van 2/03 tot 30/03/2007

Van 2/04 tot 22/04/2007

Cultuurcentrum Evergem

Bibliotheek Aalter

Weststraat 31, 9940 Evergem – Sleidinge Boomgaardstraat 10,9880 Aalter Van 7/05 tot 30/05/2007

Van 4/06 tot 27/06/2007

Bibliotheek Deinze

Bibliotheek Maldegem

Gentpoortstraat 1, 9800 Deinze

Schouwburgplaats 3, 9990 Maldegem


Kale - Leie Archeologische Dienst

37

Van 29/06 tot 29/07/2007

Van 1/08 tot 30/08/2007

Bibliotheek Lovendegem

Bibliotheek Nevele

Dorp 28, 9920 Lovendegem

Stationsstraat 20, 9850 Nevele

Van 3/09 tot 27/09/2007

Van 1/10 tot 30/10/2007

Bibliotheek Knesselare

Gemeentehuis St–Martens-Latem

Veldstraat 53, 9910 Knesselare

Dorp 1, 9830 Sint-Martens-Latem

Van 5/11 tot 29/11/2007

Van 3/12 tot 3/01/2008

Bibliotheek Zomergem

Het Jeneverhuis Eeklo

Den Boer 15, 9930 Zomergem

Van Hoorebekeplein 2, 9900 Eeklo

Van 8/01 tot 1/02/2008

Van 5/02/08 tot 4/03/08

Bibliotheek Zulte

Bibliotheek Waarschoot

Gaston Martensplein 9, 9870 Zulte

Nieuwstraat 6, 9950 Waarschoot

Van 6/03/08 tot 2/04/08

Van 4/02/08 tot 2/05/08

Toerisme Meetjesland Eeklo

NEC Aalter

Stationsstraat 21, 9900 Eeklo

Kasteelstraat 26, 9880 Aalter

Van 6/05/08 tot 4/06/08

Van 6/06/08 tot 4/07/08

Galerie Stadhuis

Bezoekerscentrum Middelburg

Plein 1, 9970 Kaprijke

Groene Markt 8A in Maldegem

Van 8/07/08 tot 31/07/08

Van 4/08/08 tot 28/08/08

Bibliotheek Zelzate

Bibliotheek Evergem

Burg. J. Chalmetlaan 50, 9060 Zelzate

Spoorwegstraat 12, 9940 Evergem

Van 30/08/08 tot 29/09/08

Van 1/10/08 tot 30/10/08

Bibliotheek Assenede

Bibliotheek St.-Laureins

Sportstraat 2a, 9960 Assenede

Leemweg 24, 9980 St.-Laureins

Daarmee zal de tentoonstelling tot en met oktober 2008 rondreizen en 20 locaties aandoen. Momenteel wordt ook bekeken of de tentoonstelling een meer permanent karakter kan krijgen. In de bibliotheek van Deinze werd op 24 mei 2007 het tweede luik van het project voorgesteld. De koffer Speuren naar sporen bestaat uit 10 kwartetten: 5 kwartetten over de door archeologen gehanteerde perioden en 5 kwartetten over archeologie in de praktijk en bij elk kwartet hoort een object. In de koffer zit ook nog een speldoek met een kaart van de 13 gemeenten van het Meetjesland, de 3 gemeenten van de Leiestreek en de stad Gent. Een aantal vindplaatsen uit de streek staan op de kaart met sterren aangeduid. Verder


38

Jaarverslag 2007

staat er een tijdsband met afbeeldingen op en 5 zinnen die verwijzen naar de 5 ‘Archeologie in de praktijk’kwartetten. Het spel zelf gaat als volgt; de klas wordt in 5 teams verdeeld die rond het speldoek gaan zitten. Elk team krijgt 1 periodevoorwerp, 1 praktijkvoorwerp, 4 periodekaarten en 4 praktijkkaarten. De teams krijgen eerst de tijd om hun voorwerpen, kaarten en het speldoek te bestuderen. Daarna begint het spel. Het team met de jongste speler mag het spel starten. Elk team geeft om beurt een kaart die het niet nodig heeft door aan het team aan de linkerzijde. Op die manier gaan de kaarten rond en worden de kwartetten samengesteld. Het doel van het spel is zo snel mogelijk de juiste kwartetten te verzamelen die bij de objecten horen. Het team dat daar het eerst in slaagt wint.

Fig. 31: Kinderen van het 5e en 6e leerjaar van de basisschool Erasmus te Deinze spelen het spel Speuren naar sporen.

Het hele opzet impliceerde wel dat de kinderen over een vrij ruime kennis van de regionale archeologie moeten beschikken. Daarom werd beslist om aan het spel een kant-en-klaarlessenpakket te koppelen. Dat zal leerkrachten in staat stellen in een paar lessen meer te vertellen over de archeologie in de praktijk en de regionale geschiedenis met de archeologische vondsten. Dit lessenpakket is gemaakt met het programma PowerPoint. Naast de reizende tentoonstelling en de educatieve koffer werd op 22 november 2007 de publicatie Meetjesland Graaft voorgesteld in het Bezoekerscentrum te Middelburg (Maldegem). Deze publicatie is gestoeld op de inhoud van de reizende tentoonstelling maar gaat veel dieper in op het landelijke archeologisch erfgoed in het Meetjesland. De lezer zal een algemeen beeld krijgen over het archeologisch onderzoek en een overzicht krijgen van de geschiedenis met de belangrijkste archeologische vondsten van de regio. Hierdoor vormt ze een blijvende output voor het project.

De publicatie is het derde deel van de reeks Erfgoed leeft, uitgegeven door de Erfgoedcel Meetjesland en die een kwaliteitsvolle en laagdrempelige publicatiereeks vormt over het erfgoed uit deze regio. Dergelijke Fig. 32: Cover van de publicatie Erfgoed leeft erfgoedgidsen handelen over een algemeen erfgoed3, Meetjesland graaft. thema uit het Meetjesland, begeleiden een themaproject van deze erfgoedcel, ondersteunen en versterken een onderzoeksthema van één of meerdere van de lokale erfgoedactoren of verschijnen naar aanleiding van een landelijk erfgoedevenement. Op deze manier willen de KLAD en de Erfgoedcel Meetjesland, met steun van Provincie Oost-Vlaanderen, Dienst Land- en Tuinbouw, een zo ruim mogelijk publiek kennis laten maken met het rijke archeologische patrimonium van de regio’s van het Meetjesland en de Leiestreek.

7.2 ERFGOEDDAG (DV) De KLAD was op Erfgoeddag 2007 aanwezig met de tentoonstelling Velden vol verleden in


Kale - Leie Archeologische Dienst

39

de bibliotheek van Aalter. Intergemeentelijk archeoloog D. Vanhee stond daarbij in voor de begeleiding van de bezoekers door de tentoonstelling.

7.3 OPENMONUMENTENDAG (DV) De KLAD was op Openmonumentendag 2007 aanwezig in de gemeenten Deinze en Aalter met een poster over Leven en wonen van de prehistorie tot in de middeleeuwen. In de bibliotheek van Knesselare stond de tentoonstelling Velden Vol verleden opgesteld.

7.4 WETENSCHAPPELIJKE PUBLICATIES EN LEZINGEN (JH) 7.4.1. ARTIKELS De Clercq W., Hoorne J. & Vanhee D., 2007. Een versterking te Knesselare - Kouter: Opgravingscampagne 2006 (Oost-Vlaanderen). Romeinendag. Namen 21-04-2007 : 95-98. Hoorne J., De Clercq W. & Verbrugge A., 2007. Een Romeinse steenbouw te Aalter Loveldlaan (Provincie Oost -Vlaanderen). Romeinendag. Namen 21-04-2007 : 67-71. Hoorne J. & Vanhee D., 2007a. Sporen uit de Metaaltijden op het Aquafintraject Knesselare - Aalter-Brug Fase 1 (provincie Oost-Vlaanderen). Lunula. Archaeologia protohistorica XV : 131-134. Hoorne J. & Vanhee D., 2007b. Nederzettingssporen uit de Vroeg La Tène-periode en andere vondsten uit de Metaaltijden op het Aquafintracé te Knesselare (provincie Oost-Vlaanderen). Lunula. Archaeologia protohistorica XV : 147-154. Hoorne J. & Vanhee D., 2007c. Een huisplattegrond uit de Vroege IJzertijd te Aalter Kerkhof (provincie Oost-Vlaanderen). Lunula. Archaeologia protohistorica XV : 155-162. Hoorne J. & Vanhee D., 2007d. Romeinse resten op het aquafintracé Knesselare - Aalter-Brug fase 1B en 2. Romeinendag. Namen 21-04-2007 : 111-115.

7.4.2. RAPPORTEN Hoorne J., De Clercq W. & Verbrugge A., 2007 (onuitgegeven). Archeologisch onderzoek Aalter – Loveldlaan. 3 tot 31 juli 2006. Poeke, 50 p. (= KLAD-rapport 5) 7.4.3 LEZINGEN Hoorne* J., De Clercq W. & Verbrugge A., 2007. Aalter - Loveldlaan’. Romeinendag, Namen 21-04-2007.

‘Romeinse

steenbouw

te

AW-dubbellezing onder thema ‘Beheer, beleid en dagelijkse archeologische realiteit: ca sestudy K n e s s e l a r e ’ ;; met Hoorne J.: ‘Een traject door het verleden: begeleiding van het Aquafintraject Knesselare - Aalter-Brug’;; & De Clercq W.: ‘De inheems Romeinse nederzettingstructuur in de regio Knesselare’;; Gent 19-03-2007. Hoorne J.: ‘Een gebouwplattegrond uit de Vroege IJzertijd te Aalter - Kerkhof (O.-Vl.)’ Lunula. Archaeologia protohistorica XV, Leuven 24-02-2007.

7.5 WEEK VAN DE SMAAK II (DV) Met de aankondiging van de tweede editie van de Week van de Smaak ontsproot het idee om het publiek enerzijds te laten proeven van de


40

Jaarverslag 2007

Romeinse of middeleeuwse keuken – weliswaar in een modern jasje – en anderzijds het via een brochure kennis te laten met het regionaal archeologisch patrimonium. Dit werd concreet uitgewerkt door de KLAD, de Cultuurdienst Deinze en de Erfgoedcel Meetjesland. Het project kreeg de naam De smakelijke teletijdmachine. Acht restaurants en één school werden hierbij betrokken. Het gaat om de volgende zaken: Den Duyventooren, De Plezanten Hof en ’t Pleintje uit Aalter, d’ Oude Leie en Sint-Theresia-Instituut uit Deinze, Chateaubriand, Kristoffel en Vagebond uit Evergem en Celeste uit Nevele. Zij stelden aan de hand van verschillende literaire werken en gespecialiseerde websites elk een eigen Romeins of middeleeuws menu samen. Deze menu’s werden geserveerd tijdens de Week van de Smaak van 15 tot 24 november 2007. De bijhorende brochure werd opgemaakt door de KLAD en gefinancierd door de Erfgoedcel Meetjesland.

Fig. 33: De promotiecampagne voor De smakelijke teletijdmachine, voor de 2e editie van de Week van de Smaak.


Kale - Leie Archeologische Dienst

41

8. VOORLOPIGE PLANNING 2008(DV) 8.1 ALGEMENE WERKING 8.1.1 FINANCIËLE AANPAK VAN DE KLAD 2008 Onder 5.6 werd de huidige financiële situatie besproken, waaruit blijkt dat de reserves opgebouwd in de beginjaren opgeraken. De huidige totale jaarlijkse inkomsten bedragen ca. € 100.000 (€ 40.000 gemeenten, € 10.000 provincie, € 50.000 Vlaamse Overheid). De vaste uitgaven (verzekeringen, huur, accountant, budget voor minimale werking) bedragen ongeveer € 20.000, terwijl de loonkost voor 2 intergemeentelijke archeologen ongeveer € 95.000 per jaar bedraagt (zonder aanpassing loonschalen, anciënniteit en indexering 2008). Om met 2 archeologen te blijven werken is er een structureel tekort van zeker € 15.000 tot € 20.000. In 2008 zal er een oplossing gevonden moeten worden wanneer de dienst wil verder gaan met 2 intergemeentelijke archeologen en zo de vooropgestelde dienstverlening wil blijven aanbieden. Dit kan misschien gevonden worden in de nakende onroerende erfgoedconvenant met de oprichting van intergemeentelijke erfgoeddiensten zoals aangekondigd in de Beleidsnota van Minister D. Van Mechelen. Indien er geen oplossing gevonden wordt zal de KLAD verder moeten gaan met 1 archeoloog. Dit brengt de dienstverlening van de KLAD onder druk, waardoor meer werk en onderzoek uitbesteed zal moeten worden.

8.1.2 AANLOOP NAAR DE HERNIEUWING VAN DE KLAD De KLAD werd in mei 2003 boven de doopvont gehouden als intergemeentelijke projectvereniging. Volgens het Decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking (Art. 13) wordt een projectvereniging opgericht voor een periode van ten hoogste zes jaar en kan deze opeenvolgende keren verlengd worden voor een termijn die telkens niet langer mag zijn dan zes jaar. Deze verlenging moet voor de afloop beslist worden door de deelnemende gemeentebesturen. Bij gebrek aan instemming van alle betrokken gemeenten of bij het uitblijven van één of meer beslissingen, wordt de projectvereniging ontbonden. Dit impliceert dat de KLAD in mei 2009 hernieuwd moet worden. De voorbereiding start echter al in 2008 zodat de aanvraag met het begeleidende dossier tijdig de besturen bereikt en de gemeenteraadsbeslissingen binnen zijn voor deze datum. Het dossier zelf zal bestaan uit de aangepaste statuten, de nieuwe budgettering, het werkingsverslag en een beleidsplan. Bij de opmaak zal te rade gegaan worden bij de gemeentebesturen en hun administraties, de Vlaamse Overheid, de provincie Oost-Vlaanderen en de verschillende archeologische en andere actoren.

8.2 VELDWERK 8.2.1 INVENTARISATIE De gegevens van prospecties en onderzoek uit 2007 doorgeven aan de CAI. Dit wordt tevens opgenomen voorwaarden bij projecten die uitbesteed worden.

en in

2008 worden de bijzondere

Tevens zal er tijd vrijgemaakt worden om nieuwe gegevens te verzamelen, reeds ingevoerde gegevens te controleren en eventuele onregelmatigheden of problemen te melden. De planning zal vooral uitgevoerd worden in het kader van de gemeentelijke ruimtelijke structuurplannen en ter aanvulling van de Lokale Archeologische Advieskaarten.


42

Jaarverslag 2007

8.2.2 WERFCONTROLES EN VOORONDERZOEKEN De KLAD zal in 2008 enerzijds de uitgebrachte adviezen opvolgen en anderzijds actief op zoek gaan naar ontbrekende dossiers. Daarbij zal worden gezocht naar oplossingen om de mazen van het net zo klein mogelijk te maken, wat weer een goede samenwerking met de gemeentelijke diensten impliceert. Voor 2008 staan alvast de volgende vooronderzoeken gepland: Aalter – Lotenhulle Binnengebied, Deinze Aalterse Steenweg, Deinze – Petegem ad Leie Nieuwgoedlaan, Deinze – St. – Martens – Leerne Groenevelddreef, Evergem – Belzele Steenovenstraat, Knesselare – Ursel Rozestraat, Lovendegem Molendreef, Lovendegem Suprabazar, Nevele Ter Mote en Nevele – Vosselare Hoogstraat. Dit jaar zal ook de herinrichting van de Hoge Wal te Evergem – Ertvelde plaatsvinden. Deze werken zullen door de KLAD opgevolgd worden. Bij een positief vooronderzoek of dito werfcontrole positief is zal er een onderzoek uit voortvloeien, mogelijk met bijkomend personeel.

8.2.3 NATUURWETENSCHAPPELI JK ONDERZOEK In de begroting 2008 is een post voorzien voor natuurwetenschappelijk onderzoek. De archeologisch vondsten zullen uitwijzen hoe dit besteed wordt.

8.3 DE TERUGKOPPELING NAAR HET PUBLIEK Ook in 2008 wil de KLAD veel aandacht aan de publiekswerking besteden. Daarbij wordt gekeken om samen te werken met andere diensten uit de regio om de slagkracht te vergroten. De reizende tentoonstelling Velden vol verleden loopt nog tot oktober 2008. Ondertussen wordt gekeken om deze tentoonstelling een meer permanent karakter te geven. De educatieve koffer Speuren naar sporen wordt verder gepromoot via de folder Cultureel erfgoed in het Meetjesland voor kinderen en jongeren van de Erfgoedcel Meetjesland. Hierbij wordt aandacht besteed aan de bestaande educatieve pakketten – waaronder de archeologische educatieve koffer – in het Meetjesland. Verder zal de KLAD op aanvraag van de gemeenten aanwezig zijn op de grote manifestaties zoals Erfgoeddag en Openmonumentendag. Tevens zullen de resultaten van de opgravingen in 2008 bekend gemaakt worden, zowel in de vakliteratuur als voor het brede publiek.


Kale - Leie Archeologische Dienst

10. BEELDVERANTWOORDING Fig. 1: Foto J. Hoorne, KLAD. Fig. 2: Foto D. Vanhee, KLAD. Fig. 3: Foto D. Vanhee, KLAD. Fig. 4: Foto D. Vanhee, KLAD. Fig. 5: Foto J. Semey, Universiteit Gent. Fig. 6: Foto D. Vanhee, KLAD. Fig. 7: Foto D. Vanhee, KLAD. Fig. 8: Foto J. Hoorne, KLAD. Fig. 9: Foto D. Vanhee, KLAD. Fig. 10: Foto J. Hoorne, KLAD. Fig. 11: Foto J. Hoorne, KLAD. Fig. 12: Foto J. Hoorne, KLAD. Fig. 13: Foto J. Hoorne, KLAD. Fig. 14: Foto J. Hoorne, KLAD. Fig. 15: Foto B. Stichelbaut, Universiteit Gent. Fig. 16: Foto J. Hoorne, KLAD. Fig. 17: Foto J. Hoorne, KLAD. Fig. 18: Foto J. Hoorne, KLAD. Fig. 19: Foto D. Vanhee, KLAD. Fig. 20: Foto D. Vanhee, KLAD. Fig. 21: Foto J. Hoorne, KLAD. Fig. 22: Foto J. Hoorne, KLAD. Fig. 23: Foto D. Vanhee, KLAD. Fig. 24: Foto J. Hoorne, KLAD. Fig. 25: Foto J. Hoorne, KLAD. Fig. 26: Foto W. De Clercq, Universiteit Gent. Fig. 27: Foto W. De Clercq, Universiteit Gent. Fig. 28: Foto N. Vanholme, Examino cvba. Fig. 29: Foto D. Vanhee, KLAD. Fig. 30: Foto D. Vanhee, KLAD. Fig. 31: Foto D. Vanhee, KLAD. Fig. 32: Foto Erfgoedcel Meetjesland. Fig. 33: Foto Zquadra.

65


66

Jaarverslag 2007


Kale - Leie Archeologische Dienst

67

Dit jaarverslag 2007 van de Kale - Leie Archeologische Dienst werd opgemaakt gedurende januari 2008 door J. Hoorne en D. Vanhee, in opdracht van de Raad van Bestuur. Tijdens de bestuursvergadering van 21 februari 2008 werd de inhoud goedgekeurd.

Martine Bergez Voorzitter KLAD

Gerda Ginneberge Secretaris KLAD

Jaarverslag KLAD 2007  

© 2008 © Kale - Leie Archeologische Dienst, David Vanhee tenzij anders vermeld figuren © Kale - Leie Archeologische Dienst, tenzij anders v...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you