Page 1

JAARGANG 1, NUMMER 4 MAART 2018 Een Initiatief van de Antwerpse Driebandliga ADL2000

“Ssssst, de ooit zo grote biljartreus België slaapt…” is een quote die we heden ten dage rond de Belgische biljarttafels meermaals horen fluisteren. Maar is dit effectief zo? Met de huidige wereld– en vicewereldkampioen in onze rangen vieren we sportief nochtans hoogdagen. Toch moeten we constateren dat we stilaan meer en meer terrein verliezen aan landen als Korea, Vietnam, Turkije en zelfs Nederland. Waar ligt de oorzaak? Heeft België nog een toekomst als biljartgrootheid? En als we over toekomst spreken, spreken we automatisch over jeugd. Hebben we in België voldoende jeugd? En hoe krijgen we ze terug aan de tafels? Een reeks interessante vragen die we aan enkele kopstukken van de Belgische biljartwereld voorleggen, in de hoop de biljartreus, die België heet, zachtjes te laten ontwaken...

LUDO DIELIS: “BILJART, ETEN EN CHACHACHA” Glenn Van Laere en Peter Verreyde / Foto’s Andries Vangeel & Dirk Acx

De grootte van een kampioen wordt vaak bepaald door de sterkte van zijn rivalen. Rivalen waarbij je vaak de vraag stelt: “Wat als?” Hoe groot had Raymond Poulidor kunnen worden zonder de aanwezigheid van Anquetil en Merckx? Had Jimmy White geen onaantastbare status genoten zonder die dekselse Steve Davis en Stephen Hendry? Diezelfde vraag bekruipt ons wanneer we aanschuiven tegenover Ludo Dielis. Ludo was een uitzonderlijk talent die in zijn carrière het ongeluk had om op een even uitzonderlijk talent als Raymond Ceulemans te botsen. Of moeten we eerder zeggen dat hij het geluk had? Samen zorgden ze immers voor ongekende hoogdagen van het Belgisch biljarten. De populariteit van onze sport in het tijdperk Ceulemans-Dielis is iets waar we nu alleen maar met grote bewondering en een beetje heimwee op kunnen terugkijken. Biljartgrootheid, charmeur en spraakwaterval Ludo Dielis over het verleden, het heden en de toekomst van zijn geliefde sport. Kader 20/18: Ludo, als de man die medeverantwoordelijk is voor de toenmalige hoogconjunctuur van onze sport, hoe staan we er vandaag voor in ons biljartlandje?

kampioenschap in Blankenberge aanzienlijk was. Dat doet me concluderen dat de biljartliefhebber van al die interne fricties weinig tot niets gemerkt heeft. De organisatie van biljart, of het nu internationaal, nationaal of op clubniveau is, draait altijd rond 4 à 5 mensen. Die mensen, met elk hun taken, trekken dan de rest van de biljartfamilie mee. Dat is altijd zo geweest. Voorwaarde is wel dat die kern één hecht blok vormt. Als daar maar de minste twijfel of tegenstrijdigheid in ontstaat, heeft dat zijn effect op het functioneren van zo‟n organisatie. Kader 20/18: Toch moeten we vaststellen dat dit geen recent probleem is. We horen vaak het verwijt dat er ook in jullie hoogdagen te weinig is geïnvesteerd in onze sport.

Ludo: ik zeg dit met de beste bedoelingen en zeker niet om negatief te willen doen, maar er is toch veel nodig om het terug allemaal een beetje op de rails te krijgen. Ik volg het van op een afstand en zelfs van op die afstand moet ik vaststel-

len dat er door bepaalde groeperingen binnen het Belgisch biljarten meer gediscussieerd wordt dan goed is. Daar is de biljartsport niet mee gediend. Aan de andere kant verheugt het me dan weer dat de publieke belangstelling voor het Belgisch

Ludo: Dat is inderdaad de weelde in ons land altijd geweest. De bonden hebben zelf nooit veel moeten doen, want de kampioenen kwamen bij wijze van spreken vanzelf. Dat maakte ons misschien ook zo sterk, omdat we, als selfmade mannen, niet op hulp van buitenaf moesten rekenen. Wij wisten dat, als je een hele goede biljarter wilde worden,


Pagina 2

KADER 20/18 heel je leven rond biljart moest draaien, zonder dat je ervan kon leven. Je moest vechten om te overleven. Dat kweekt vechtlust en karakter en dat kan op wereldniveau, waar iedereen technisch zo goed als dezelfde bagage heeft, het verschil maken. Ik hoop dat Raymond het mij niet kwalijk neemt want het is goed bedoeld, maar diegene met het slechtste karakter zal de beste zijn (lacht). Ik bedoel uiteraard het karakter om te presteren, de niet aflatende wil om te winnen. Maar om op je vraag terug te komen: je hebt gelijk. Wat nu hé? We hebben nog steeds die weelde met spelers als Merckx en Caudron, maar daarna? Kader 20/18: Wat kunnen we doen om die dreigende leemte op te vullen? Ludo: Ik hoop dat de recente ontwikkeling, waarbij de nieuwe reeks van World Cup tornooien toch voor wat financiële mogelijkheden gaat zorgen, een kentering kan inluiden. Ik hou van mijn sport en ik ben dan ook opgetogen met die nieuwe wind. Hoe je het draait of keert, meer financiële mogelijkheden zorgen voor meer publiciteit. En die publiciteit hebben we nodig om ons product te laten aanslaan bij de jeugd. Ik haal graag het voorbeeld van Luca Brecel aan. Bij sportliefhebbers is hij al jaar en dag bekend, maar pas als hij eindelijk een tornooi wint, wordt hij voorpaginanieuws. En dan spreken de mensen niet over zijn sportieve prestatie maar over de 160000 euro die hij daarmee verdient (lacht). Zo werkt het nu eenmaal. Kader 20/18: Een schrijnend verschil met de verdienste en publiciteit van de wereldtitel van Caudron.

Ludo: Absoluut, dat kunnen we zelfs niet vergelijken. Ook in onze tijd was het geen vetpot hoor. Raymond en ik verdienden links en rechts wat prijzengeld, maar wij hadden beiden onze zaak als hoofdinkomen. Ik heb nooit durven leven van biljarten alleen. Daarom heb ik bewondering voor de spelers die dat vandaag wel doen, maar goed voor de sport is dat niet. Die mannen spelen de hele week competitie in België, Nederland, Duitsland, Frankrijk, tot in Portugal toe, om toch maar van de sport te kunnen leven. Sorry, maar je kan niet op zaterdag voor Ajax spelen en vervolgens op zondag voor Anderlecht. In onze sport kan dat wel en dat is een beetje nefast voor de belangstelling. In mijn club BC Deurne zien we dat duidelijk in de toeschouwersaantallen van de eerste ploeg. Een vijftal jaar geleden zaten er daar tweewekelijks nog 100 toeschouwers. Dit jaar gemiddeld 20-25 toeschouwers. Ook sponsors stellen zich vragen bij zo‟n competitieformat. We zijn het er allemaal over eens dat Caudron de meest complete biljarter van allemaal is. Ik spreek dan niet enkel over

drieband, maar over alle disciplines. Mocht er iemand een wereldkampioenschap vijfkamp organiseren, dan speelde hij iedereen naar huis. Is het dan niet jammer dat hij , weliswaar met een groot hart, bij BC De Goeie Queue meespeelt om de mensen daar een plezier te doen? Ik pleit voor meer respect voor de topspelers. Die zouden op een andere manier aan de bak moeten kunnen komen. Die nieuwe reeks van World Cup tornooien is al een stap in de goede richting, maar ook nationaal zou de bond over de huidige competitie moeten nadenken. Biljarten moet terug een evenement worden. Kader 20/18: Zoals u jaren geprobeerd hebt met o.a de Diamond Trophy, de Supercup en het wereldkampioenschap? Ludo: Ik ambieerde vooral om de mensen die nauwelijks tot geen binding hadden met biljart een aangename avond te bezorgen. De competitieformule is daarbij ook belangrijk. Voor toeschouwers is het aantrekkelijker om naar kortere

matchen van bijvoorbeeld 40 punten te kijken, terwijl spelers liever naar 50 punten spelen. Maar er zijn nog zoveel mogelijkheden om van biljart een aantrekkelijk product te maken. Herbronnen en daarover nadenken is vandaag meer dan noodzakelijk. Kader 20/18: Wat zouden we op nationaal niveau aan onze competitie kunnen verbeteren? Ludo: Ik heb dat al vaak gezegd en meestal luistert er niemand (lacht), maar een inkrimping van de nationale competitie zou geen slechte zaak zijn. Momenteel kan je de topspelers elke week gratis aan het werk zien. Dat is te veel. Ik zeg niet dat het voorstel dat ik in mijn hoofd heb beter is, maar het loont de moeite om er over na te denken. Verdeel de teams in eerste afdeling bijvoorbeeld in 4 groepen van 4 teams met 3 heenwedstrijden en 3 terugwedstrijden. Beste 2 teams per poule spelen in wedstrijden met rechtstreekse uitschakeling voor de titel. Onderste 2 teams spelen volgens dezelfde formule voor het behoud.


Pagina 3 J A A R G AN G 1, N U M M E R 4

Dat zijn heel wat minder wedstrijden, maar elk van die wedstrijden is wel belangrijk. Dat trekt toch automatisch meer volk. Denk als bond toch na over zulke zaken, zeker nu de kalender meer dan vol geraakt met de nieuwe World Cup. Een beetje minderen, om het belangrijker te maken. Dat is mijn idee.

“Het kan nog!” Het bewijs dat biljarten nog leeft in België. 3 weken later was het echter al over en sprak niemand nog over biljarten. Na een succesvol tornooi was die vaststelling zeer teleurstellend. Kader 20/18: Welke raad kan je de organisatoren van de aankomende World Cup nog meegeven?

Kader 20/18: Momenteel is biljart heel aantrekkelijk in Korea. Wat doen ze daar anders dan hier? Ludo: Ik vergelijk Korea met België vijftig jaar geleden. Als populaire volksport stonden hier overal biljarts. Elk café in elk dorp had wel een biljart staan. Dat zie je daar nu ook met duizenden clubs overal ten lande. In combinatie met enkele wereldtoppers zorgt voor dat een ongekende populariteit. Dat ze het koesteren en niet dezelfde fouten maken als hier (lacht).

“Ik heb nooit durven leven van het biljarten alleen” Kader 20/18: Japan is in het verleden ook zo’n grootmacht geweest. Hoe verklaar je, als notoir kenner van het Japans biljarten, hun terugval? Ludo: Japan maakt inderdaad een beetje hetzelfde mee als wij. Alhoewel wij nu met Caudron en Merckx nog wel de vervangers van Ceulemans en Dielis hebben. In Japan is er na Kobayashi nog nauwelijks iets gekomen. Ze hebben het, net als wij, in hun hoogdagen misschien iets te gemakkelijk aangepakt. Een

sport is zoals steeds afhankelijk van zijn vedetten. Rolmodellen kunnen de populariteit van een sport omhoog tillen. Als die wegvallen zie je dat die sport het soms moeilijk krijgt. Japan is daar zo‟n voorbeeld van. Kader 20/18: Komt, wat dat betreft, de nieuwe wind in onze sport en de bijhorende financiële upgrade dan niet op het ideale moment voor België? Ludo: Zeker en vast. Ik ben echt blij met wat er nu beweegt. Helemaal ontsnappen aan de overheersing van Korea gaat in de toekomst niet lukken. Maar we kunnen nu een kentering inzetten waarmee we na afloop van de periode MerckxCaudron hopelijk terug nieuwe wereldtoppers kunnen presenteren. Als liefhebber van de biljartsport hoop ik het van harte.

Kader 20/18: Het WK in Antwerpen in 2013 werd ook omschreven als zo’n kantelpunt. Toch bleef de reactie uit. Wat moet er nu anders? Ludo: Dat is toch wel het strafste wat ik heb meegemaakt. Toen ik de eerste keer in de Lotto Arena stond, dacht ik echt: “Waar ben ik aan begonnen?” (lacht) Ik mikte op 500 toeschouwers per dag, hoewel ik plaats had voor 2000 toeschouwers. Ik heb toen de prijzen voor de abonnementen bewust laag gehouden en dat was een succes. In totaal zijn er 8000 toeschouwers opgedaagd gedurende heel het tornooi, met een fantastische sfeer in de zaal tot gevolg. Ik hoor Catherine Van Eylen van Sporza vol bewondering nog zeggen: “Amai Ludo, is dat biljarten?” Toen ik de toeschouwersaantallen onder ogen kreeg heb ik gezegd:

Ludo: Voor zover ik het kan beoordelen is de organisatie onder leiding van Kurt Ceulemans zeer goed bezig. Op zijn plannen wordt al eens conservatief gereageerd met de opmerking: “Is dat wel allemaal nodig?” Daar ben ik heel duidelijk in: ja! Dat is zeker nodig. Mensen willen entertainment. Als ik naar het basketbal ga kijken, word je als toeschouwer ook meegenomen in het randgebeuren met muziek, cheerleaders, enz. Je hebt dat nodig om mensen te vermaken. Het is de uitdaging om daarin voor onze relatief rustige biljartsport een juiste balans te vinden, maar dat kan niet anders dan goed zijn. Alles mag, tot de spelers aan het biljart staan. Vanaf dan moet het stil zijn. Ik weet waarover ik spreek want ik heb het jaren geprobeerd als organisator. Kurt heeft misschien veel van mij opgestoken wat dat betreft (lacht). De basis voor mijn evenementen was: biljart, eten en chachacha. Een totaalconcept voor man en vrouw. Kader 20/18: Kriebelt het nog als biljartliefhebber en organisator om mee je schouders eronder te zetten? Ludo: Het is goed geweest voor mij. Ik wil nog altijd wel wat doen, maar achter de schermen. Als men mij in de toekomst vraagt om een taak in de


Pagina 4

KADER 20/18 organisatie te vervullen, ga ik niet op voorhand nee zeggen. Maar een volledig project dragen, daar pas ik voor. Kader 20/18: Een veelgehoorde suggestie voor de toekomst van het Belgische biljarten is de oprichting van een Vlaamse federatie om ook aanspraak te maken op subsidies langs Vlaamse kant. Hoe denkt Ludo Dielis daarover? Ludo: Nu gaan we over politiek beginnen en dat is niet mijn meest favoriete onderwerp. Voor mij hoeft dat niet. Ik voel me in de eerste plaats Belg. Ik weet wel wat er speelt, en ik begrijp de beweegreden, maar ik weet niet of het de goede manier is. Kader 20/18: De belangrijkste beweegreden is uiteraard meer financiële steun voor de jeugd. Maar waar zit die jeugd? Hoe krijgen we ze terug aan het biljarten? Ludo: Geef de jeugd rolmodellen en de mogelijkheid om van biljarten een beroep te maken en er zal voldoende jeugd opstaan. Waarom gaan ze massaal voetballen? Omdat ze opkijken naar hun idolen voetballers en er veel geld mee te verdienen valt. De World Cup in Blankenberge is een eerste kleine stap. Laten we hopen dat er nog vele volgen. Kader 20/18: Wat kan er vanuit de KBBB nog gedaan worden ter ondersteuning van de jeugd? Ludo: Dat is een moeilijke kwestie want dan kom je automatisch uit bij de topspelers. Die zijn het meest geschikt om de grootste talenten optimaal te begeleiden. Zulke spelers trekken ook vers bloed aan. Maar je mag ook niet verwachten dat ze dat voor de smoutebollen

gaan doen. Kader 20/18: Laten we ter introductie van de sport scholen uitnodigen op grote evenementen als het BK en de World Cup! Ludo: Maar natuurlijk, door mensen uit te nodigen, doe je niemand kwaad. Ze kunnen alleen nee zeggen (lacht). Ik organiseer al tien jaar een biljarttornooi voor andersvaliden. Die heb ik op het WK in de Lotto arena ook allemaal uitgenodigd. Dat doet iets met die mensen hé. Laat de jeugd proeven van onze sport, want we hebben ze hard nodig. Laat ons eerlijk zijn, een verjonging zou onze sport deugd doen. Als we nu een biljart-

club binnen stappen en er zijn vier spelers jonger dan 40 aanwezig, dan vallen we omver van verbazing. Ik gebruik bewust jonger dan 40, want als we spreken over jonger dan 20, dan moeten we zelfs niet meer verder praten (lacht). Maar dat is helaas wel de realiteit. Kader 20/18: Wij zijn als jonge snaken begonnen in de Antwerpse Driebandliga. Heb je daarin ooit meegespeeld? Ludo: Nee, nooit. Ik heb ooit wel de vraag gehad, maar toen ik begon over mijn premie was het niet meer nodig. Zonder pretentieus te willen klinken, maar dan weten mensen ook waarom ik het doe.

“Biljarten moet terug een evenement worden” ADL is een competitie voor mensen die graag biljarten. Dat is niet gemaakt voor topspelers die zo de recreatieve biljarter zijn speelgoed afnemen. Dat is harde taal, maar zo zie ik het. De Antwerpse Driebandliga is prachtig. Dat is Antwerps! Voor de hardwerkende mensen die „s avonds voor hun plezier gaan biljarten. Topspelers hebben daar niets te zoeken. Wat niet wil zeggen dat we het niet kunnen ondersteunen. Ik heb onlangs met Blomdahl, Philipoom en Raymond een scotch double demonstratie gespeeld in een ADL-café. Aan zulke initiatieven moeten we af en toe onze medewerking verlenen. Voor het volk en in het belang van onze sport. Want het volk maakt tenslotte de sport. Kader 20/18: Raymond Ceulemans was dezelfde mening toegedaan en voegde daar nog aan toe: “Antwerpen is de bakermat van de Belgische biljartwereld”. Mee eens? Ludo: Absoluut. De betere spelers kwamen zeer regelmatig uit de Antwerpse regio. Dat is toe te schrijven aan de typische Antwerpse cafécultuur, waarbij kinderen op jonge leeftijd met biljarten in aanraking kwamen. Sommigen werden ontdekt en bijgeschoold door de betere spelers en zo ging dat verder. In mijn jeugd was biljarten “hot” in Antwerpen. Het contrast met vandaag kan niet groter zijn. Misschien is het binnen 50 jaar weer omgekeerd (lacht).


Pagina 5 J A A R G AN G 1, N U M M E R 4

Kader 20/18: Denk je stiekem nog aan deelname aan de aankomende World Cup? Ludo: (lacht) Nee, mijn tijd is gedaan. Ik speel enkel nog Nationale Interclub met BC Deurne en binnenkort speel ik mee in Eeklo voor the trophy of the legends, het tornooi voor spelers boven 65. Raymond doet ook mee en ik ben ervan overtuigd dat hij al aan het trainen is (lacht). Het ziet er naar uit dat Kobayashi ook komt en dan oogt het deelnemersveld toch heel fraai. Maar het is niet gezegd dat wij als legend daar zomaar gaan winnen. Er zijn heel wat Belgische spelers boven 65 die vandaag nog heel goed zijn. Denk maar aan Leslie Menheer en Martin Spoormans. Het is in ieder geval een mooie organisatie die onze steun verdient. Kader 20/18: Wie wint volgens jou de World Cup dit jaar? Ludo: Wat ik al jaren verwacht, kan dit jaar wel eens gaan gebeuren. Ik zie Caudron zowel de wereldtitel als het eindklassement in de wereldbeker winnen. Er is iets veranderd aan hem. Alsof er een bepaalde last van zijn schouders is gevallen. Hij focust zich echt op wat hij belangrijk vindt. Hij piekt meer, heb ik de indruk. Misschien niet onverstandig. In onze tijd waren we met 3 à 4 spelers outstanding. Nu moet je rekening houden met misschien wel 15 kanshebbers tijdens grote tornooien. En vanuit Koreaanse hoek komen er elk jaar nieuwe potentiële winnaars bij. Je mag dat niet onderschatten. Kader 20/18: Is er een verschil in spelwijze tussen Koreanen en Europeanen? Spelen zij bijvoorbeeld andere figuren?

Ludo: Ik vergelijk Korea altijd met Japan. Die vinden zelf nooit iets uit, die verbeteren enkel wat bestaat (lacht). Toen ik de eerste keer in Japan kwam, als een speler van 1,3 moyenne, dacht ik ze daar eens iets te laten zien. Aandachtig volgden de Japanners mijn matchen en toen ik na afloop vroeg wat ze ervan vonden, kreeg ik het horen: “Je kan heel goed biljarten en heel goed driebanden, maar je kent er eigenlijk niets van”. (lacht) Ik speelde drieband op gevoel, net zoals iedereen. Daar heb ik dan een deal gesloten met Kobayashi, waarbij ik hem zou leren bandstoten. In ruil zou hij me dan alles bijbrengen wat betreft driebandsystemen. En dat is ook gebeurd. Leuk detail: ik word later wereld-

kampioen bandstoten in Murcia, waarbij ik heel het tornooi slechts 2 wedstrijden verlies. Jawel, tegen Kobayashi. Globaal bekeken zijn de Aziaten systeemtechnisch zeer sterk, maar je mag nog zoveel systemen kennen als je wil, als je de figuren of het biljart niet voelt, ga je weinig punten maken. Je moet je een systeem toeeigenen en het aanpassen aan je gevoel. Als het een exacte wetenschap was, zou iedereen het kunnen. En net die moeilijkheid maakt het zo prachtig. Biljart is mooi hé. Eens je door die microbe gebeten wordt, geraak je er niet meer vanaf. Kader 20/18: Bedankt voor het gesprek, Ludo. Laten we samen die microbe verspreiden.

“Biljarten is mooi hé. Eens je door die microbe gebeten wordt, geraak je er niet meer vanaf ”

KADER 20/18 is een realisatie van: “ D E L IV I N G” G l e n n V a n La e r e P e te r V e r r e y d e Andries Vangeel P e te r Ma s t F a c e b o o k : AD L 2 0 0 0

Kader 20/18 Editie 4 : Ludo Dielis  

“Ssssst, de ooit zo grote biljartreus België slaapt…” is een quote die we heden ten dage rond de Belgische biljarttafels meermaals horen flu...

Kader 20/18 Editie 4 : Ludo Dielis  

“Ssssst, de ooit zo grote biljartreus België slaapt…” is een quote die we heden ten dage rond de Belgische biljarttafels meermaals horen flu...

Advertisement