Page 1

JAARGANG 1, NR. 3 MAART 2018 Een Initiatief van de Antwerpse Driebandliga ADL2000

“Ssssst, de ooit zo grote biljartreus België slaapt…” is een quote die we heden ten dage rond de Belgische biljarttafels meermaals horen fluisteren. Maar is dit effectief zo? Met de huidige wereld– en vicewereldkampioen in onze rangen vieren we sportief nochtans hoogdagen. Toch moeten we constateren dat we stilaan meer en meer terrein verliezen met landen als Korea, Vietnam, Turkije en zelfs Nederland. Waar ligt de oorzaak? Heeft België nog een toekomst als biljartgrootheid? En als we over toekomst spreken, spreken we automatisch over jeugd. Hebben we in België voldoende jeugd? En hoe krijgen we ze terug aan de tafels? Een reeks interessante vragen die we aan enkele kopstukken van de Belgische biljartwereld voorleggen, in de hoop de biljartreus, die België heet, zachtjes te laten ontwaken...

RAYMOND CEULEMANS: “BILJARTEN IS SPORT, KUNST EN CULTUUR” Glenn Van Laere en Peter Verreyde / Foto’s Danny Coen & Andries Vangeel

Vraag eender wie nog nooit een biljarttafel van dichtbij heeft gezien, laat staan een keu heeft vastgenomen, om één biljarter te noemen en 99% komt zonder nadenken met de naam Raymond Ceulemans. De man die met meer dan honderd titels op zijn palmares eigenhandig het Belgische biljarten groot heeft gemaakt. Naast de sportieve eretekens geniet hij eens zo hard van de familiale titels. “Ons vader” voor de ene generatie, “Bompa” voor de andere. “Ridder” volgens voormalig Koning Albert II, of gewoon “Raymond” voor iedereen. Wij steken onze adoratie niet onder stoelen of banken en houden het als biljartliefhebbers bij “grootmeester”. Hij mag dan wel de gezegende leeftijd van 80 hebben bereikt, qua enthousiasme voor het spelletje moet hij nog steeds voor niemand onderdoen. Een gesprek over zijn liefde voor het spelletje, de Belgische biljartwereld en over het biljartvuur dat nog steeds brandt. There is a light that never goes out. Kader 20/18: Grootmeester, als de man die het Belgisch biljarten op de wereldkaart heeft geplaatst, hoe heeft u het biljartlandschap, globaal en in ons land, de laatste jaren zien evolueren?

wat drinkgeld, bij wijze van spreken. Dat veranderde toen Beyer het profcircuit in het biljarten introduceerde. De Billiard World Association, kortweg BWA. Alles wat er nu internationaal nog beweegt wat betreft biljarten is eigenlijk een overblijfsel van die BWA. Ik zeg bewust overblijfsel en geen ruïne, maar veel scheelt het toch niet. Hetgeen overgebleven is, is zeker lovenswaardig, maar het is allemaal wat verbrokkeld. Dat is jammer, want we waren heel goed op weg om het te maken, net zoals het snooker. Kader 20/18: Moeten we die BWA dan zien als een soort van overkoepelende wereldwijde federatie?

Raymond: Ik ben verheugd te mogen constateren dat biljart nog altijd leeft, en we gaan daar niet flauw over doen: biljarten zal altijd blijven bestaan. Maar het is de laatste jaren voor de topspelers financieel niet altijd gemakkelijk geweest. Mijn generatie heeft een gouden tijd gekend onder impuls van

Werner Bayer die via sponsoring met zijn bedrijf Delsa voor een enorm aantrekkelijke prijzenpot zorgde. Die georganiseerde tornooien waren op en top professioneel. Maar dan spreken we wel al over de jaren 80 en begin jaren 90. In de 25 jaar daarvoor speelde ik ook gewoon voor een beker en

Raymond: Nee, zeker niet. BWA was iets apart. Een apart profcircuit. Dat had niets te maken met de traditionele internationale en nationale bonden. Diezelfde bonden zijn trouwens altijd een beetje tegen de BWA geweest. Om een voorbeeld te geven, toen Ludo Dielis en ik het contract met de BWA getekend hadden, werden wij door de Belgische biljartfederatie geschorst. De pers is daar dan gretig op gesprongen en die publiciteit was natuurlijk net datgene wat BWA nodig had.


Pagina 2

KADER 20/18 Door het succes van die BWA is de bond trouwens na een half jaar op haar stappen moeten terugkeren, en hebben ze de schorsing ongedaan gemaakt. Door de BWA hebben we 10 jaar lang goed van het biljarten kunnen leven. Na 1995 was het BWA-tijdperk voorbij. Nadien hebben de bonden het initiatief genomen om een een internationaal profcircuit te organiseren, maar het succes van de BWA is nooit geëvenaard geweest. Maar als ik de recente evolutie zie, waarbij Korea qua sponsoring en investeringen in de biljartsport het voortouw neemt, dan ben ik terug positief ingesteld. Als dat Koreaans scenario zich doorzet

“Antwerpen is en blijft de bakermat van het biljarten in België” komt er terug een kentering qua publiciteit en populariteit. Dan ben ik ervan overtuigd dat we de jeugd ook terug aan de tafels krijgen. Kader 20/18: Welk effect zou dat Koreaans scenario op het biljarten in België kunnen hebben? Raymond: Onze Belgische topspelers gaan uiteraard kunnen profiteren van de financieel aantrekkelijke tornooien, en uiteindelijk gaat dit ook doorvloeien naar de basis, de jeugd. Kader 20/18: Zou intussen de politiek ook niet zijn duit in het zakje moeten doen? We denken maar aan de erkenning van het biljarten als sport, subsidies voor de jeugd, etc.

Raymond: Och ja, politiek, daar kan ik me soms een beetje lastig in maken. Ik heb de minister van sport eens op zijn plaats gezet, waar Jacques Rogge, toen nog voorzitter van het Internationaal Olympisch Comité, bij stond. De minister verklaarde dat hij biljarten niet beschouwde als een sport, maar als een spel, dat voornamelijk in de cafés werd gespeeld. Toen ik hem vervolgens vroeg waarom ik dan als biljarter in 1967 de nationale trofee voor sportverdienste heb gekregen en waarom ik in 1978 ben uitgeroepen tot sportman van het jaar, bleef het angstwekkend stil. Hij is al niet groot, maar toen werd hij zeker toch een paar centimeter kleiner (lacht). Maar effectief, aan de jeugd moeten we blijven denken. Momenteel zitten we met spelers als Caudron en Merckx nog goed voor een tiental jaar. Die gaan zich nog wel een tijdje in de wereldtop blijven nestelen. Er is wel jeugd, maar of ze wederom zo sterk gaan worden, dat is nog maar de vraag. Het zou zo maar kunnen dat de bakens verlegd gaan worden. Wij zijn, samen met Nederland, altijd

het beste biljartland geweest. Of dat zo zal blijven, betwijfel ik. Maar dat zeiden ze in onze hoogdagen ook, en kijk, er zijn er ook een paar opgestaan. We wanhopen dus niet. Zeker niet als de toekomst voor de biljarters financieel zo aantrekkelijk wordt zoals het nu oogt. Dat gaat jeugd aantrekken, daar ben ik 100% van overtuigd. Of het dan toppers gaan worden, dat hebben we niet in de hand. Biljarten is moeilijk hé. Dat is sport, kunst en cultuur. Kader 20/18: Misschien is die moeilijkheidsgraad ook wel een struikelblok voor de jeugd? Raymond: In vergelijking met pool en snooker misschien wel. Maar dat is altijd zo geweest. Nu heeft de jeugd echter veel meer mogelijkheden dan vroeger. Ze hebben keuze te over wat betreft sport en ontspanning. Pas op, ik benijd ze niet hoor. Ik denk dat de hedendaagse jeugd het daarmee niet gemakkelijk heeft. Zeker niet met de overheersing van sociale media. In mijn tijd leek het allemaal frivoler, speelser en veel minder prestatiegericht.

Kader 20/18: Pleit u dan ook voor meer frivole kledijvoorschriften aan de biljarttafel? Raymond: Ook daar is het verschil met vroeger immens. Wij gingen naar een receptie in een maatpak. Tegenwoordig gaan ze in een jeans en sportschoenen (lacht). Ik heb daar niks op tegen. Wij spelen dit jaar de nationale interclubcompetitie ook zonder gilet, met enkel een sporthemd. Maar bij grote kampioenschappen hebben de topspelers ook een functie als uithangbord van de sport. En dan vind ik een keurige outfit met gilet wel noodzakelijk. Nogmaals, biljarten is sport, kunst en cultuur. Dat moet je met respect behandelen en ook met respect uitdragen naar de buitenwereld Kader 20/18: Wij proberen dat met onze Antwerpse Driebandliga ook respectvol te doen. Heeft u trouwens ooit in de ADL-competitie gespeeld? Raymond: Ik heb ooit een paar wedstrijden meegedaan met De Witte Molen uit Sint-Niklaas. Ik vind het


Pagina 3

JAARGANG 1, NR. 3

“Als mijn aanwezigheid een nieuwe Marc Coucke kan overtuigen om te investeren in onze sport, dan ga ik dat zeker niet laten liggen” een aangename competitie voor de recreatieve biljarter. Daarom ben ik ook van mening dat topspelers in die competitie weinig tot niets te zoeken hebben. Laat de recreatieve biljarter onderling plezier hebben in het spelletje en moedig dat als topspeler aan. Ga kijken en supporteren! Meespelen vind ik gewoon ongepast. Kader 20/18: Welke rol is er voor de Antwerpse Driebandliga weggelegd in de toekomstige Belgische biljartwereld? Raymond: Net zoals de ADL in het verleden zijn steentje in het Belgisch biljarten heeft bijgedragen, zal het dat in de toekomst blijven doen. Dat is een prima competitie op de kleine tafel, waarbij mensen op een laagdrempelige manier kunnen kennismaken met competitief driebanden. Die rol valt niet te onderschatten. En het is Antwerps! Antwerpen is en blijft de bakermat van het biljarten in België. Ze hadden overal ten lande wel een goede speler zitten. In Brussel, in Vlaanderen, maar Antwerpen had er meerdere goede (lacht). Kader 20/18: Dit gezegd zijnde, waarom dan het Belgisch Kampioenschap organiseren in Blankenberge en niet in Antwerpen? Raymond: Ok, maar Blankenberge vind ik zo slecht nog niet. Ook met de aankomende wereldbeker in juni. Prachtige periode om dan aan zee te vertoeven,

vind je niet? En wat die afstand betreft, geef toe, in België kennen we toch geen afstanden hé. Als we anderhalf uur autorijden, zitten we ofwel in Nederland, in Frankrijk of in Duitsland. De afstand naar Blankenberge vind ik relatief. Dat mag geen reden zijn om niet aanwezig te zijn als biljartliefhebber. Kader 20/18: Als we de hypothese van een nieuwe succesvolle periode voor het biljarten even voor werkelijkheid nemen, en er ontstaat in België een nieuw biljartklimaat met voldoende publiciteit en sponsoring, goede omkadering van de jeugd en successen van topspelers. Zou men u nog warm kunnen maken voor het voorzitter– of erevoorzitterschap?

Raymond: Als ik heel eerlijk mag zijn, denk ik niet dat zoiets voor mij nog is weggelegd. Ik laat het graag aan de volgende generatie. Wat niet wil zeggen dat ik mijn steentje niet kan bijdragen waar het kan. Mensen bijstaan en advies geven zal ik met veel plezier blijven doen. Als mijn aanwezigheid een nieuwe Marc Coucke kan overtuigen om te investeren in onze sport, dan ga ik dat zeker niet laten liggen (lacht). In die optiek wordt de aankomende World Cup in Blankenberge zeer belangrijk. We moeten aan de wereld, en aan de Koreanen vooral, laten zien wat we in huis hebben. De voorzitter van de Wereld Biljart Bond (UMB), de heer Barki, zal ook zijn opwachting maken. Een man die wel open staat voor vernieuwing en die

vernieuwing willen we in Blankenberge zeker laten zien. Ik heb zelf nogal een speciale band met hem. Hij heeft me geïnviteerd op het wereldkampioenschap in Egypte in oktober. Iets wat hij ook jarenlang heeft gedaan voor het wereldbekertornooi in Hurghada. Zijn voorwaarde was steeds dat ik zou meespelen, maar dat weigerde ik elk jaar opnieuw. Ik was immers gestopt in 2001 en daar kwam ik niet op terug. Ik mocht telkens niet meer komen hé! 5 jaar op rij trok hij zijn invitatie weer in (lacht). Voor het aankomende wereldkampioenschap weet hij dat ik niet mag meedoen, maar toch inviteert hij me. En nu ga ik uiteraard. Die contacten zijn en blijven belangrijk. Kader 20/18: Wat mogen we in de toekomst nog van Raymond Ceulemans verwachten? Raymond: Ik ben uitgenodigd om in juni deel te nemen aan de Trophy of the Legends in Eeklo. Een driebandtornooi enkel voorbehouden aan spelers ouder dan 65. Onder andere Kobayashi heeft al te kennen gegeven daarvoor nog eens naar België af te zakken. Daar kijk ik enorm naar uit. Ook iets nieuw dat de biljartwereld in België weer in de spotlights zet. Ik kan het alleen maar toejuichen. De toekomst van onze sport oogt rooskleurig.

KADER 20/18 is een realisatie van: “ D E L IV I N G” G l e n n V a n La e r e P e te r V e r r e y d e Andries Vangeel P e te r Ma s t F a c e b o o k : AD L 2 0 0 0

Kader 20/18 Editie 3 : Raymond Ceulemans  

“Ssssst, de ooit zo grote biljartreus België slaapt…” is een quote die we heden ten dage rond de Belgische biljarttafels meermaals horen flu...

Kader 20/18 Editie 3 : Raymond Ceulemans  

“Ssssst, de ooit zo grote biljartreus België slaapt…” is een quote die we heden ten dage rond de Belgische biljarttafels meermaals horen flu...

Advertisement