Issuu on Google+

STUDIEGIDS 2013 - 2014


STUDIEGIDS CREATIVE WRITING 2013 - 2014 EERSTE TWEEDE JAAR DERDE


Inhoud

7 Inleiding 10 Jaarrooster eerste jaar 12 Jaarrooster tweede jaar 14 Jaarrooster derde jaar 16 Weekroosters 19 Vakomschrijvingen Propedeuse 63 Vakomschrijvingen tweede jaar 97 Vakomschrijvingen derde jaar 122 Studieleiding en docenten 123 Colofon


“Get everyone together.” “All these people.” “No more waiting.” “Means through mass.” “It’s criminal to pause.” “To wallow.” “To complain.” “We have to be happy.” “To not be happy would be difficult.” “We would have to try to not be happy.” “We have an obligation.” “We’ve had advantages.” “We have a platform from which to risk.” “A cushion to fall back on.” “This is abundance.” “A luxury of place and time.” “Something rare and wonderful.” “It’s almost historically unprecedented.” “We must do extraordinary things.” “We have to.” “It would be obscene not to.” “We will take what we’ve been given and unite people.” “And we’ll try not to sound so irritating.” “Right. From now on.”


I tell her how funny it is we’re talking about all this because as it so happens I’m already working to change all this, am currently in the middle of putting together something that will address all these issues, that will inspire millions to greatness, that with some high school vrends--Moodie and two others, Flagg and Marny-- we’re putting something together that will smash all these misconceptions about us, how it’ll help us all to throw off the shackles of our supposed obligations, our fruitless career tracks, how we will force, at least urge, millions to live more exceptional lives, to [standing up for effect] do extraordinary things, to travel the world, to help people and start things and end things and build things... “And how will you do this?” she wants to know. “A political party? A march? A revolution? A coup?”

Dave Eggers Uit A Heartbreaking Work of Staggering Genius


Inleiding Creative Writing studiejaar 2013-2014 Met ingang van studiejaar 2011-2012 startte ArtEZ in samenwerking met Literair Productiehuis Wintertuin de voltijd studie Creative Writing. De studie is een vierjarige afstudeerrichting, gevestigd aan ArtEZ Arnhem. Voor de theoretische basisvakken werkt de studie samen met de faculteit der letteren van de Radboud Universiteit Nijmegen. Waarom deze studie? En waarom nu? ArtEZ begon deze afstudeerrichting ‘schrijven’, omdat er binnen de literatuur ingrijpende veranderingen plaatsvinden. Vernieuwingen in de informatie- en communicatietechnologie hebben een impact die wel wordt vergeleken met de uitvinding van de boekdrukkunst. Die was niet alleen van beslissende betekenis voor de verspreiding en toegankelijkheid van teksten, maar ook voor de artistieke ontwikkeling van de schrijfcultuur. Even ingrijpend verandert tegenwoordig de manier waarop we teksten maken, verspreiden, bewaren en gebruiken. En de digitale mogelijkheden vernieuwen nog steeds in hoog tempo. Het is dan ook ongewis wat in de toekomst de meest gangbare vorm zal worden waarin we literaire teksten lezen. Wat wel al duidelijk is: de traditionele leescultuur gaat steeds meer op in een breder vertakte literaire cultuur. Enkelvoudige geletterdheid, alleen gericht op het lezen van boeken, wordt vervangen door een meervoudige geletterdheid die ook gericht is op nieuwe digitale, theatrale en interdisciplinaire verschijningsvormen van teksten. In de literatuur ontstaat hierdoor een nieuwe dynamiek. Schrijvers, uitgevers, bibliotheken, redacteuren, literair agenten, boekverkopers, literaire organisaties en publiek komen in een netwerkverband te staan, verschillende disciplines verkeren gelijktijdig in dezelfde ruimte en diverse media worden door en naast elkaar gebruikt. Ook de wijze waarop literaire teksten verschijnen verandert door het online publiceren, door de komst van het e-book en door de digitalisering van de distributie. Dit alles is van grote invloed op de status van de tekst. Publiceren in boekvorm is niet langer het voornaamste doel. En de literaire tekst behoort niet langer exclusief tot het traditionele domein van de letteren. Ook de werking op het podium, de bruikbaarheid voor makers uit andere disciplines en de inzetbaarheid in een ander medium zijn criteria waaraan literaire teksten moeten voldoen.

7


Schrijverschap Status en aard van het schrijverschap veranderen door deze ontwikkeling eveneens. Meer en meer dienen schrijvers over kennis van verschillende disciplines en verschillende media te beschikken. Daarnaast vraagt het actief omgaan met inhoud binnen de sociale media om vaardigheden als attenderen en doorverwijzen. Dit zijn nieuwe artistieke competenties, die het traditionele domein van het autonome werk te buiten gaan. Wie in de literaire cultuur van de toekomst wil creĂŤren en delen, heeft naast talent en stilistische vaardigheden ook een interdisciplinaire kijk nodig en competenties op het vlak van modereren en samenwerken.

8

Interdisciplinaire samenwerking Het fenomeen van de meervoudige geletterdheid is op allerlei manieren in ons dagelijkse leven aanwezig. Vroeger kon je voor literatuur naar de boekhandel en de bibliotheek. Nu worden we non-stop geconfronteerd met literaire teksten en verhalen die ons op verschillende manieren bereiken: gedrukt of als e-book, maar ook als animatie, graphic novel, als perzine, als hiphoptekst, performance, als luisterboek, als tweet, als facebookstatus, als blog. De literaire cultuur, oftewel de kunst van het vertellen en het maken van teksten als kunstdiscipline, is in een nieuwe fase beland. Evenals het huidige theater, is het steeds meer een mengcultuur, die beĂŻnvloed wordt door andere kunstvormen en waarin auteurs de samenwerking met makers uit andere disciplines opzoeken. Binnen ArtEZ hogeschool voor de kunsten komen de kunstdisciplines theater, dans, art & design, muziek, architectuur en nu ook literatuur, samen en is er veel aandacht voor interdisciplinaire samenwerking. Om aan te sluiten bij de bestaande kaders van het hoger onderwijs is de studie Creative Writing een vierjarige afstudeerrichting van de bachelor Theater. Traditioneel is theater de plek waar literatuur publiek ontmoet. Dat is nog altijd zo, maar tegenwoordig vervloeien de disciplines: het is steeds moeilijker vast te stellen waar de literatuur ophoudt en het theater begint. We zien dit in de actuele literaire podiumcultuur, waar dramaturgie en enscenering een steeds grotere rol spelen; in de vervaging van de traditionele grenzen tussen theatertekst en literaire tekst en in de cross-overs tussen popmuziek, hiphop en performing poetry. Ook zien we in Europa een professioneel circuit ontstaan van festivals, productiehuizen en podia waarin nieuwe literaire producties aan het publiek worden getoond. Veelal zijn


deze producties het resultaat van de interdisciplinaire samenwerking tussen schrijvers, performers en makers uit diverse kunstdisciplines. In dit circuit is grote behoefte aan multigeletterde producenten, schrijvers en makers. Deze ontwikkelingen vragen om een andere visie op het schrijverschap. Evenals in de overige scheppende kunsten is er behoefte aan scholing, ontwikkeling en vorming. In de Angelsaksische wereld, maar ook in de ons omringende landen is de studie Creative Writing een belangrijke schakel in de keten van de schrijfcultuur. ArtEZ hogeschool voor de kunsten wil met deze nieuwe studie oog hebben voor de actualiteit en voor de hierboven geschetste ontwikkeling in de kunsten. De studie Creative Writing stelt zich ten doel een open, interdisciplinair georiĂŤnteerd en onderzoekend schrijverschap te ontwikkelen. Naast de vaktechnische ontwikkeling van het schrijven, zal de nadruk liggen op de groei van het ondernemende en onderzoekende kunstenaarschap. De ontwikkeling van kennis en van het abstracte denk- en maakvermogen zijn belangrijke aspecten van de studie, die talentvolle schrijvers wil voorbereiden op een dynamische en interdisciplinaire beroepspraktijk.

9


5. TEKST & STIJL

6. TEKST & MEDIA

7. TEKST & WERELD

3 3 3 3 3 3 3

3 3 3 3 3 3 3

3 3 3 3 3 3 3

3 3 3 3 3 3 3

2,5 2,5 2,5 2,5 2,5 2,5 2,5

3 3 3 3 3 3 3

HERFSTVAKANTIE

8 9

3 3

3 3

3 3

3 3

2,5 2,5

3 3

BEOORDELINGSWEEK opdrachtvrije week opdrachtvrije week

1 2 3 4 5

3 3 3 3 3

3 3 3 3 3

3 3 3 3 3

3 3 3 3 3

2,5 2,5 2,5 2,5 2,5

3 3 3 3 3

KERSTVAKANTIE KERSTVAKANTIE

6 7 8

3 3 3

3 3 3

3 3 3

3 3 3

2,5 2,5 2,5

3 3 3

BEOORDELINGSWEEK opdrachtvrije week Reisweek opdrachtvrije week VOORJAARSVAKANTIE

1 2 3

3

4

3

3

2,5

3

3

4

3

3

2,5

3

4 5 6 7 8 9 10

3 3 3 3 3 3 3

3 3 3 3 3 3 3

3 3 3 3 3 3 3

3 3 3 3 3 3 3

2,5 2,5 2,5 2,5 2,5 2,5 2,5

3 3 3 3 3 3 3

BEOORDELINGSWEEK MEIVAKANTIE opdrachtvrije week

1 2 3 4 5 6 7 8 9

3 3 3 3 3 3 3 3 3

3 3 3 3 3 3 3 3 3

3 3 3 3 3 3 3 3 3

2,5 2,5 2,5 2,5 2,5 2,5 2,5 2,5 2,5

2 2 2 2 2 2 2 2 2

BEOORDELINGSWEEK

105 245

107 35

105 35

101 40

40,5 15

9.TEKST & VORM

4. SCHRIJFATELIER

10

week 36 (2 sep) week 37 (9 sep) week 38 (16 sep) week 39 (23 sep) week 40 ( 30 sept) week 41 (7 okt) week 42 (14 okt) week 43 (21 okt) week 44 (28 okt) week 45 (4 nov) week 46 (11 nov) week 47 (18 nov) week 48 (25 nov) week 49 (2 dec) week 50 (9 dec ) week 51 (16 dec) week 52 (23 dec) week 1 (30 dec) week 2 (6 jan) week 3 (13 jan) week 4 (20 jan) week 5 (27 jan) week 6 (3 feb) week 7 (10 feb) week 8 (17 feb) week 9 (24 feb) week 10 (3 maart) week 11 (10 maart) week 12 (17 maart) week 13 (24 maart) week 14 (31 maart) week 15 (7 april) week 16 (14 april) week 17 (21 april week 18 (28 april) week 19 (5 mei) week 20 (12 mei) week 21 (19 mei) week 22 (26 mei) week 23 (2 juni) week 24 (9 juni) week 25 (16 juni) week 26 (23 juni) week 27 (30 juni) week 28 (7 juli) contacturen zelfstudie uren / opdrachten totaal aantal uren

8. TEKST & PODIUM

1. SCHRIJVEN & SPREKEN 1 2 3 4 5 6 7

JAARROOSTER EERSTE JAAR CREATIVE WRITING 2013–2014

3 3 3 3 3 3 3 3 3 42,5 30

105 35

5 2


15. schrijven boekrecensies 1 1 1 1 1 1 1

3 3

2,5 2,5

3 3

3 3

2 2

1 1

1 1

40 24,5 24,5 24,5 24,5 24,5 24,5 24,5 0 24,5 24,5

totaal uren

14. recensies kunsten 1 1 1 1 1 1 1

16. bibliotheek (lezen)

12.Literair bedrijf 2 2 2 2 2 2 2

13. Studie loopbaan begeleiding

11. inleiding verhaal en poĂŤzieanalyse 3 3 3 3 3 3 3

10. inleiding literatuurgeschiedenis

3 3 3 3 3 3 3

9.TEKST & VORM

7. TEKST & WERELD 2,5 2,5 2,5 2,5 2,5 2,5 2,5

8. TEKST & PODIUM

6. TEKST & MEDIA 3 3 3 3 3 3 3

3 3 3 3 3

2,5 2,5 2,5 2,5 2,5

3 3 3 3 3

2 2 2 2 2

1 1 1 1 1

1 1 1 1 1

21,5 21,5 21,5 21,5 21,5

3 3 3

2,5 2,5 2,5

3 3 3

2 2 2

1 1 1

1 1 1

21,5 21,5 21,5

3

2,5

3

2

1

1

3

2,5

3

3

2

1

1

22,5 40 22,5

3 3 3 3 3 3 3

2,5 2,5 2,5 2,5 2,5 2,5 2,5

3 3 3 3 3 3 3

3 3 3 3 3 3 3

2 2 2 2 2 2 2

1 1 1 1 1 1 1

1 1 1 1 1 1 1

24,5 24,5 24,5 24,5 24,5 24,5 24,5

3 3 3 3 3 3 3 3 3

3 3 3 3 3 3 3 3 3

3 3 3 3 3 3 3 3 3

1 1 1 1 1 1 1 1 1

1 1 1 1 1 1 1 1 1

105 35

51 20

54 20

35 45

35 40

24,5 24,5 24,5 24,5 24,5 24,5 24,5 24,5 24,5 0 836,5 843 1680

2,5 2,5 2,5 2,5 2,5 2,5 2,5 2,5 2,5

2 2 2 2 2 2 2 2 2

101 40

40,5 15

42,5 30

52 44

4 54

0 185

11


4. TEKST & STIJL

5. TEKST & MEDIA

6.ROMAN & ACTUALITEIT

3 3 3 3 3 3 3

2 2 2 2 2 2 2

3 3 3 3 3 3 3

3 3 3 3 3 3 3

2,5 2,5 2,5 2,5 2,5 2,5 2,5

3 3 3 3 3 3 3

reisweek (uren) verdieping 1e orientatie (uren) verdieping 2e orientatie (uren) totaal aantal uren

HERFSTVAKANTIE

8 9

3 3

2 2

3 3

3 3

2,5 2,5

3 3

BEOORDELINGSWEEK opdrachtvrije week

1 2 3 4 5

3 3 3 3 3

2 2 2 2 2

3 3 3 3 3

3 3 3 3 3

2,5 2,5 2,5 2,5 2,5

KERSTVAKANTIE KERSTVAKANTIE

6 7 8

3 3 3

2 2 2

3 3 3

3 3 3

2,5 2,5 2,5

BEOORDELINGSWEEK opdrachtvrije week VOORJAARSVAKANTIE

BEOORDELINGSWEEK MEIVAKANTIE opdrachtvrije week

2 2 2 2 2 2 2 2 2

2 2 2 2 2 2 2 2 2

3 3 3 3 3 3 3 3 3

BEOORDELINGSWEEK

120,0 37,0 78,0 134,0

52,0 37,0

78,0 25,0

1 2 3

12 12 12

4 5 6 7 8 9 10

12 12 12 12 12 12 12

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

51,0 23,0

8.TEKST & VORM

3. SCHRIJFATELIER

12

week 36 (2 sep) week 37 (9 sep) week 38 (16 sep) week 39 (23 sep) week 40 ( 30 sept) week 41 (7 okt) week 42 (14 okt) week 43 (21 okt) week 44 (28 okt) week 45 (4 nov) week 46 (11 nov) week 47 (18 nov) week 48 (25 nov) week 49 (2 dec) week 50 (9 dec ) week 51 (16 dec) week 52 (23 dec) week 1 (30 dec) week 2 (6 jan) week 3 (13 jan) week 4 (20 jan) week 5 (27 jan) week 6 (3 feb) week 7 (10 feb) week 8 (17 feb) week 9 (24 feb) week 10 (3 maart) week 11 (10 maart) week 12 (17 maart) week 13 (24 maart) week 14 (31 maart) week 15 (7 april) week 16 (14 april) week 17 (21 april week 18 (28 april) week 19 (5 mei) week 20 (12 mei) week 21 (19 mei) week 22 (26 mei) week 23 (2 juni) week 24 (9 juni) week 25 (16 juni) week 26 (23 juni) week 27 (30 juni) week 28 (7 juli) contacturen zelfstudie uren / opdrachten subtotaal aantal uren

7. TEKST, DYNAMIEK & PODIUM

2. CREATIVE WRITING

1. SAMENWERKINGSPROJECT 1 2 3 4 5 6 7

JAARROOSTER TWEEDE JAAR CREATIVE WRITING 2013–2014

2,5 2,5 2,5 2,5 2,5 2,5 2,5 2,5 2,5

2,5 2,5 2,5 2,5 2,5 2,5 2,5 2,5 2,5

3 3 3 3 3 3 3 3 3

45,0 26,0

42,5 38,5

54,0 34,0

21 30


(contact)uren

3 3

15. Lezen & beschouwen

3 3

14. Recensies

2,5 2,5

13. studieloopbaan

3 3

12. PROGRAMMAMAKEN

3 3 3 3 3 3 3

10. FILOSOFIE

3 3 3 3 3 3 3

11.LITERAIR BEDRIJF

9. literatuurgeschiedenis

2,5 2,5 2,5 2,5 2,5 2,5 2,5

8.TEKST & VORM

6.ROMAN & ACTUALITEIT

7. TEKST, DYNAMIEK & PODIUM

5. TEKST & MEDIA 3 3 3 3 3 3 3

40 19,5 19,5 19,5 19,5 19,5 19,5 19,5 3 3

22,5 22,5

3 3 3 3 3

2,5 2,5 2,5 2,5 2,5

3 3 3 3 3

13,5 13,5 13,5 13,5 13,5

3 3 3

2,5 2,5 2,5

3 3 3

13,5 13,5 13,5

51,0 23,0

2,5 2,5 2,5 2,5 2,5 2,5 2,5 2,5 2,5

2,5 2,5 2,5 2,5 2,5 2,5 2,5 2,5 2,5

3 3 3 3 3 3 3 3 3

3 3 3 3 3 3 3 3 3

2,5 2,5 2,5 2,5 2,5 2,5 2,5 2,5 2,5

45,0 26,0

42,5 38,5

54,0 34,0

21,0 30,0

49,5 7,5

1 1 1

2 2

14 14 14

1 1 1 1 1

2 2 2 2 2 2 2

14 14 14 14 14 14 14

8,0 75,0

30,0 26,0

18,0 42,0

0,0 0,0 42,0 178,0

20,5 20,5 20,5 20,5 20,5 20,5 20,5 20,5 20,5 0

576,0 796,0 1372,0

28 200 80

1680,0

13


14

week 36 (2 sep) week 37 (9 sep) week 38 (16 sep) week 39 (23 sep) week 40 ( 30 sept) week 41 (7 okt) week 42 (14 okt) week 43 (21 okt) week 44 (28 okt) week 45 (4 nov) week 46 (11 nov) week 47 (18 nov) week 48 (25 nov) week 49 (2 dec) week 50 (9 dec ) week 51 (16 dec) week 52 (23 dec) week 1 (30 dec) week 2 (6 jan) week 3 (13 jan) week 4 (20 jan) week 5 (27 jan) week 6 (3 feb) week 7 (10 feb) week 8 (17 feb) week 9 (24 feb) week 10 (3 maart) week 11 (10 maart) week 12 (17 maart) week 13 (24 maart) week 14 (31 maart) week 15 (7 april) week 16 (14 april) week 17 (21 april week 18 (28 april) week 19 (5 mei) week 20 (12 mei) week 21 (19 mei) week 22 (26 mei) week 23 (2 juni) week 24 (9 juni) week 25 (16 juni) week 26 (23 juni) week 27 (30 juni) week 28 (7 juli) subtotaal aantal uren zelfstudie

HERFSTVAKANTIE BEOORDELINGSWEEK

KERSTVAKANTIE KERSTVAKANTIE BEOORDELINGSWEEK VOORJAARSVAKANTIE

BEOORDELINGSWEEK MEIVAKANTIE donderdag 29 vrij maandag 9 vrij BEOORDELINGSWEEK

1 2 3 4 5 6 7

2 2 2 2 2 2 2

8 9

2 2

1 2 3 4 5

2 2 2 2 2

6 7 8

2 2 2

1 2 3

6. Programmamaken

5. Creative Writing

4. Recensies

3. Lezen en beschouwen

2. Tekst & visuele cultuur (reportage)

1. Oriëntatie (verdieping)

JAARROOSTER DERDE JAAR CREATIVE WRITING 2013–2014

3 3 3 3 3 3 3

10

3 3 3 10

3 3 3 3

10

4 5 6 7 8 9 10

10

1 2 3 4 5 6 7 8 9

10

34 196 160 140 28

50 90

15 27 69 86


2 2 2 2 2 2 2

2 2 2 2 2

34 60 140 28 10

2 2 2

50 90 7. Proza & non-ďŹ ctie

6. Programmamaken

5. Creative Writing

4. Recensies

3. Lezen en beschouwen

2. Tekst & visuele cultuur (reportage)

2 2 2 2 2 2 2 3 3 3 3 3 3 3

3 3 2 2 3 3

3

3

3

3

3

15 27 69 86

10

24 80

10

10

3 3 3 3 3 3 3 3 3

2 2 2 2 2 2 2 2 2

27 57

36 57

28 28 28 28 28 28 28 28 28 28 28 28 28

51 364 33

3

3

3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3

3 3 3 3 3 3 3

3

3

3

24 32

(contact)uren

13. schrijfatelier/studieloopbaan

12. Stage / Vrije Minor

9. Literatuurgeschiedenis

8. Tekst & beeld

11. Didactiek

2 2 10. FilosoďŹ e en Verhaalanalyse

10 3 3 3 3 3 3 3 9 6 6 6 6 11 18 6 6

12 6 9 16 9

12 6 9

10

3

3

5 7,0 10 17 7 7 7 10 7

652 1028 1680 15


WEEKROOSTER EERSTE, TWEEDE EN DERDE JAAR CREATIVE WRITING 2013–2014

Creative Writing jaar 2013 / 2014 blok 1

10.00

MA 1e jr

11.00

3 SCHRIJVEN & SPREKEN

12.00

16

MA 2e jr

MA 3e jr

DI 1e jr TEKST & STIJL

TEKST & MEDIA

2

DI 2e jr 3

DI 3e jr

3 CREATIVE WRITING 03-sep 17-sep 01-okt 15-okt 29-okt

WO 1e jr SCHRIJF ATELIER

WO 2e jr 3

TEKST & VORM

WO 3e 3

13.00

14.00

15.00

16.00

17.00

18.00

2,5 2,5 3 TEKST ROMAN TEKST & & & BEELD WERELD ACTUALITEIT 02-sep 16-sep 30-sep 14-okt 28-okt

3 TEKST & STIJL

3 3 2 SCHRIJF TEKST SCHRIJF ATELIER & MEDIA ATELIER & DIDACTIEK


JF ER

1e jaar

WO 1e jr SCHRIJF ATELIER

WO 2e jr 3

TEKST & VORM

WO 3e jr 3

DO 1e jr

DO 2e jr

2e jaar 3e jaar

DO 3e jr

3 VERHAAL ANALYSE PROZA & NON FICTIE

VR 1e jr

3

22,5

VR 2e jr

VR 3e jr

18,5 9

CREATIVE WRITING DAG 11-okt

2 LITERAIR BEDRIJF / SLB

17

3

TIEK

TEKST & MEDIA

3

SCHRIJF ATELIER

2

TEKST & VORM

3

3

SALON

FILOSOFIE TEKST & VISUELE CULTUUR

FILOSOFIE

2

1

20-sep 20-dec 21-mrt 27-jun

SALON 18-okt 24-jan 12-apr

SALON 29-nov 21-feb 16-mei


Vakomschrijvingen Creative Writing

propedeuse 2013–2014

ArtEZ Arnhem © Frank Tazelaar Monique Warnier


20


Studieonderdelen propedeuse ECT (afgerond)

UREN

LEERLIJN

SCHRIJVEN & SPREKEN OPDRACHT SCHRIJVEN & SPREKEN WERKPLAATS SCHRIJVEN & SPREKEN

integrale leerlijn integrale leerlijn integrale leerlijn

100 175 100

4,0 4,5 4,0

TEKST & STIJL TEKST & VORM TEKST & WERELD TEKST & PODIUM TEKST & MEDIA INLEIDING LITERATUURGESCHIEDENIS INLEIDING VERHAAL- EN POËZIEANALYSE BIBLIOTHEEK

vaktechnische leerlijn vaktechnische leerlijn vaktechnische leerlijn vaktechnische leerlijn vaktechnische leerlijn vaktechnische leerlijn vaktechnische leerlijn vaktechnische leerlijn

140 140 60 70 140 60 60 155

5,0 5,0 1,5 2,5 5,0 2,5 2,5 6,5

21

HET LITERAIR BEDRIJF studieloopbaan leerlijn 98 3,5 STUDIELOOPBAAN studieloopbaan leerlijn 52 2,0 ALGEMEEN (introductie, reisweek, excursie) studieloopbaan leerlijn 40 1,0 SCHRIJFATELIER trainingsleerlijn 140 5,0 RECENSIES, COLUMNS, REPORTAGES trainingsleerlijn 150 5,5 TOTAAL 1680 60,0


22


Schrijven & Spreken werkcolleges opdracht werkplaats Docenten

Werkcolleges: behandeling thema’s, lessen uit de syllabus door Frank Tazelaar Werkplaats: Werkplaatsopdrachten worden begeleid door studieleiding Studiepunten 12,5 Periode Hele jaar Contacttijd 105 uur Competenties Creërend vermogen Reflectief vermogen Technisch vermogen Professioneel vermogen Opzet, werkvorm Wekelijkse syllabusgestuurde, thematische lessen door en begeleiding studieleiding. Colleges Gastcolleges Elk themablok gastsprekers gerelateerd aan het thema. Opdracht Studenten krijgen opdrachten gerelateerd aan de thema’s waar zelfstandig of collegiaal aan gewerkt wordt. Samenhang met vak Bibliotheek en het Literair Bedrijf. Werkplaats In de werkplaats worden de opdrachten gepresenteerd en in een intervisiesetting besproken. Begeleiding door studieleiding. Salon In de maandelijkse salon worden de opdrachten en nieuwe teksten gepresenteerd en in een intervisiesetting met 1e en 2e jaars besproken.Begeleiding door studieleiding. Leerdoelen/doelstellingen • Studenten worden bekend gemaakt met de actuele wereld van de literatuur, het theater en de kunsten.

23


Korte omschrijving van de inhoud

24

• Na afloop van het 1e jaar weet de student welk soort verdieping hij/zij in het 2e en 3e jaar zal doen. • Studenten leren hun opinie te motiveren. • Studenten kunnen afstand nemen tot het persoonlijke. • Studenten kunnen interdisciplinair werken. • Studenten kunnen hun verbeeldingskracht inzetten. • Studenten kunnen origineel verwoorden; studenten hebben uitdrukkingsvaardigheden en literair vermogen ontwikkeld. • Studenten kunnen voordragen. • Studenten kunnen vanuit opdrachten werken. In Schrijven & Spreken staat de werking van teksten centraal. In de cursus worden teksten gemaakt , hardop gelezen, bewerkt en besproken. In de colleges krijgen de studenten thematische lessen met een uitgebreide syllabus als basis. Het creatieve proces, de actualiteit van de beroepspraktijk en het leven en (net)werken als schrijver / kunstenaar in deze tijd zijn uitgangspunten. Lessen worden gegeven door de studieleiding en een reeks gastdocenten. Vanuit de syllabus krijgen de studenten opdrachten, waar zij thuis aan werken en die zij in de werkplaats gezamenlijk bespreken. Het programma in de Werkplaats kent een intervisie setting. Studenten zijn, vanuit de opdracht zelf mede verantwoordelijk voor de invulling van het programma in de Werkplaats. In Schrijven & Spreken wordt tevens theorie behandeld en verwerkt in de opdrachten Ook opdrachten voor het vak Bibliotheek volgen uit de syllabus en uit de colleges Schrijven & Spreken.


Thema’s eerste jaar Ik ben de maker. Topics: Wat is kunstenaarschap? Hoe verloopt het creatieve proces? Analyse verschillende typen makers. Periode: augustus-oktober Tijd & Plaats. Topics: Geschiedenis, toekomst, heden. Leeftijd, coming of age. Herinnering. Plaatsbepaling. Familie. Reizen en thuiskomen. Nederland, Europa, Wereld Periode: november-maart Ooit. Topics: utopie. Droom, fantasie, het onmogelijke, het grote streven. Periode: maart-mei Faust. Topics: de keuze. Zonde en deugd. Goed en slecht. Moraliteit. Periode: mei-juli Beoordelingsvorm De beoordeling van de opdracht vindt plaats aan het einde van ieder blok, door de studieleiding. Beoordeling op • inzet en aanwezigheid (de student is minimaal 80% van alle contacturen aanwezig) • participatie en attitude tijdens Schrijven & Spreken en de Werkplaatsen (de student neemt actief deel aan discussies en werkt gedisciplineerd aan opdrachten) • gemaakt product (opdrachten) • ontwikkeling van uitdrukkingsvaardigheden en van literair vermogen: gedurende het jaar is bij de student een vooruitgang waarneembaar in de wijze van uitdrukken in tekst en van voordracht • de eindopdracht, d.i. een presentatie van alle deelopdrachten en op procesontwikkeling

25


26

Relatie met andere studieonderdelen/ onderzoek

Literatuur Studiemateriaal

• denkstijl ontwikkeling: gedurende het jaar is bij de student een ontwikkeling zichtbaar in de wijze van denken • stijlontwikkeling: gedurende het jaar is bij de student een ontwikkeling in het hanteren van de behandelde literaire middelen en technieken zichtbaar • kritiek: de student kan met argumenten een kritische onderbouwing geven van eigen en andermans werk • ‘out of the box’-denken ontwikkelen: de student kan op een geheel eigen manier kijken naar probleemstellingen en komt met creatieve oplossingen • opinie/meningontwikkeling: gedurende het jaar is bij de student een vooruitgang waarneembaar in de wijze van opinie vormen en formuleren • retorische ontwikkeling/debatteren: de student kan met kennis van zaken en aantoonbare kennis van de teksten uit de reader verbanden leggen en stellingen verdedigen • voordracht. De kennis uit alle andere vakken wordt verwerkt in de integrale leerlijn (het vak Schrijven & Spreken, met de Opdracht en de Werkplaats). Thema’s uit Schrijven & Spreken kunnen ook als uitgangspunt dienen in de andere vakken. Boeken uit het vak Bibliotheek kunnen aan bod komen in Schrijven & Spreken. Afhankelijk van thema, zie het vak Bibliotheek. Syllabus


Tekst & Stijl Docenten

Els Moors (1e blok) Jasper Henderson (2e blok) Jan van Mersbergen (3e blok) Ivo Victoria (4e blok) 5,0 Hele jaar 105 uur Technisch vermogen Werkcolleges

Studiepunten Periode Contacttijd Competenties Opzet, werkvorm en begeleiding Colleges Leerdoelen/doelstellingen Toelichting op de 11 vaktechnische onderdelen: • Studenten hebben kennis van de 11 vaktechnische onderdelen van een verhaal en kunnen deze toepassen in hun verhaal: 1. Begin 2. Personage 3. Structuur/vertellen en vertelstandpunten 4. Gedachten, gesprekken, gezichtspunten 5. Setting 6. Literaire tijd 7. Spanning 8. Plot 9. Einde verhaal (slot) 10. Motieven 11. (Poëtisch) taalgebruik • Studenten maken een begin met het ontwikkelen van stijl; stijl is de beheersing van de literaire technieken. • Studenten maken een begin met het inzetten van die literaire technieken voor het vinden van een eigen toon. • Studenten kunnen gebruikmakend van verschillende technieken een kort verhaal schrijven.

27


1. Begin • Studentenontwikkelen de vaardigheid om een verhaal op te zetten. 2. Personage • Studenten hebben kennis van de manieren om informatie over personages te verwerken. Studenten kunnen hiermee personages opbouwen en zo spanningsopbouw in het verhaal bereiken: karakterontwikkeling, doseren van achtergrondinformatie, handelen en praten. • Studenten hebben kennis van de verschillende functies van personages. Studenten kunnen deze vormgeven, zoals hoofdpersoon/protagonist en bijfiguren.

28

3. Structuur/vertellen en vertelstandpunten • Studenten hebben kennis van het gebruik van structuur. Hieronder wordt o.a. verstaan perspectiefwisseling, chronologisch of alternerend vertellen, flashbacks, afwisseling van tijd en plaats, cirkelvertelling, raamvertelling, werken met meer verhaallijnen. Studenten kunnen dit hanteren in hun verhaal. • Studenten hebben kennis van de vertelstandpunten: het auctoriale, het ik-vertelstandpunt, het personale en tussenvormen. Studenten kunnen deze vertelstandpunten toepassen. • Studenten hebben kennis van de begrippen informatiedosering en tijdstructuur, zoals de presentatie van de volgorde van gebeurtenissen en het tempo van vertellen. Studenten kunnen met behulp hiervan spanning creëren. • Studenten hebben kennis van wat een meervoudige vertelsituatie is, waarbij meerdere perspectieven gebruikt worden. Studenten kunnen dit toepassen.


4. Gedachten, gesprekken, gezichtspunten • Studenten kunnen gedachten, gesprekken en gezichtspunten hiermee weergeven. Hiertoe hebben studenten kennis van de begrippen monoloog, innerlijke monoloog/monologue intérieur, directe of indirecte rede, free indirect style, dialogen, tekstinterferentie en stijldifferentiatie. 5. Setting • Studenten hebben kennis van het belang dat een voortdurende wisselwerking tussen ruimte en de personages daarbinnen kan hebben. Studenten kunnen ruimte inzetten voor hun verhaal en personages. • Studenten hebben kennis van de begrippen historische tijd, coleur locale, de beschrijving van de omgeving waarin het verhaal speelt. Studenten kunnen via uitbeelding van de ruimte hierover informatie geven. • Studenten hebben kennis van het begrip motieven (zie leerdoel 9). Studenten kunnen met ruimte betekenis toevoegen aan hun verhaal. 6. Literaire tijd • Studenten hebben kennis van de werking en toepassing van literaire tijd, zoals historische tijd, vertelde tijd, verteltijd, volgorde en voortgang vertelde tijd, d.i. tijdsverloop, en hebben kennis van vertelritme. Studenten kunnen dit toepassen in hun verhaal. • Studenten hebben kennis van werkwoordstijden en kunnen deze zinvol en correct toepassen. 7. Spanning • Studenten hebben kennis van de technieken om spanning op te bouwen, door gebruik te maken van middelen zoals structuur, einde verhaal als eerste vertellen,

29


afwisseling heden en verleden, informatie te doseren, omslagmomenten en bedrieglijke rust. Studenten ontwikkelen de beheersing om dit toe te passen in hun verhaal. 8. Plot • Studenten hebben kennis van de verschillende soorten plots. Hieronder wordt o.a. verstaan character-driven verhaal, plot-driven verhaal, hoofdplot, steunplot, spiegelplot, subplot en de concepten romans-in-verhalen en raamvertellingen. Studenten kunnen deze plots en concepten toepassen in hun verhaal.

30

9. Slot (Einde verhaal) • Studenten ontwikkelen de vaardigheid van hoe een verhaal goed af te ronden, waardoor verhaallijnen bij elkaar komen, personages zich ontwikkeld hebben, met een einde dat het verhaal verheft en verhevigt. Studenten kunnen dit toepassen in hun verhaal. • Studenten ontwikkelen de vaardigheden van hoe aan een verhaal richting gegeven wordt en hoe een verhaal een wegebbend einde kan hebben. Studenten kunnen dit toepassen in hun verhaal. 10. Motieven • Studenten hebben kennis van motieven. Studenten kunnen betekenisdragende eenheden in het verhaal, van beeldspraak, symboolgebruik en thematiek toepassen en daarmee hun verhaal betekenis te geven. 11. (Poëtisch) taalgebruik • Studenten hebben kennis van de 5 vaktechnische elementen van poëtische taalgebruik. Studenten kunnen op zinsniveau deze elementen toepassen in hun proza. Studenten ontwikkelen de vaardigheid om stijldifferentiatie aan te brengen in hun teksten:


Korte omschrijving van de inhoud

1. Poëtische functie van taalgebruik, op de verschillende talige niveaus, iconiciteit, conventies en intertekstualiteit 2. Metrum, ritme, klank, accenten, heffingen 3. Klankherhaling 4. Stijlfiguren, volgens het principe van equivalentie, van deviatie, of een combinatie van beide op woordniveau, syntactisch niveau en semantisch niveau 5. Beeldspraak, zoals metafoor en metonymia, verschillende soorten overdracht zoals concretisering, personificatie etc., symbolen. In het vak Tekst & Stijl ligt het accent op proza. Studenten leren een verhaal vertellen en hun eigen stijl ontwikkelen. Daartoe krijgen ze inzicht in literaire technieken, worden teksten gelezen en krijgen ze opdrachten. De nadruk ligt op het creëren van betekenis. De thema’s uit het vak Schrijven & Spreken komen terug in de vakken zoals Tekst & Stijl. Stijl is beheersing van je techniek. Daartoe leren de studenten alle literaire technieken (stilistische technieken) en verhaalstructuren (vormtechnieken), die samenkomen in de 11 vaktechnische onderdelen die een verhaal kent (zie bij leerdoelen). Het creëren van betekenis: wat is betekenis? Wat is het verschil tussen wat je opschrijft en wat je wil vertellen / vertelt. Wat vertel je niet, hoe creëer je personages en scenes en zinnen die een betekenis creëren zonder het te benoemen. Hoe lezen mensen je tekst? Wat kan de lezer jou leren over wat je hebt geschreven? Hoe leer je bewust te worden van wat je teweeg brengt of kan brengen met een tekst, scene, zin, woord en daar controle over verkrijgen? Nadruk op de functie van stijl, perspectief en

31


Beoordelingsvorm

Beoordeling op

32

Relatie met andere studieonderdelen/ onderzoek Literatuur Studiemateriaal

volgorde,structuur en spanningsboog in het creëren van betekenis. Per blok wordt een aantal vaktechnische elementen uitgelicht. Wel wordt elk blok op alle onderdelen beoordeeld; beoordeling door de docent van het vak. • deelname aan de lessen (de student is minimaal 80% van alle contacturen aanwezig) • participatie en attitude tijdens de lessen (de student neemt actief deel aan discussies en werkt gedisciplineerd aan opdrachten) • ontwikkeling bij de verwerking van opdrachten en op de ingeleverde opdrachten • de beheersing van de literaire technieken gehanteerd in de geschreven teksten. • verbeeldingskracht. • voordracht. In het vak Schrijfatelier en in de Werkplaats Schrijven & Spreken kunnen de studenten werken aan de opdrachten uit de schrijfvakken uit de tra. Boeken uit het vak Bibliotheek kunnen behandeld worden in dit vak. Zie het vak Bibliotheek Te bepalen door docent


Tekst & Vorm Docenten

F. Starik (1e blok) Jan Willem Anker (2e blok) Nyk de Vries (3e blok) Thomas Möhlmann (4e blok) 5,0 Hele jaar 105 uur Technisch vermogen Werkcolleges

Studiepunten Periode Contacttijd Competenties Opzet, werkvorm en begeleiding Leerdoelen/doelstellingen • Studenten ontwikkelen een poëtica waarin de eigen zichtbaarheid, de persoonlijke motivatie en verhouding tot de actualiteit tot uitdrukking komt. • Studenten kunnen een poëtische tekst schrijven gebruikmakend van de verschillende technieken. • Studenten hebben kennis van de 5 elementen van poëtisch taalgebruik en kunnen deze elementen inzetten in een poëtische tekst: 1. Studenten hebben kennis van de poëtische functie van taalgebruik, op de verschillende talige niveaus, van iconiciteit, van conventies en intertekstualiteit. Studenten kunnen dit toepassen in hun poëtische teksten. 2. Studenten hebben kennis van metrum, zoals ritme, accenten, heffingen, van niet-metrische vs. metrische vers. Studenten kunnen dit toepassen in hun poëtische teksten. 3. Studenten hebben kennis van klankherhaling en strofische vormen, zoals rijm en eenheid van versregel. Studenten kunnen dit toepassen in hun poëtische teksten. 4. Studenten hebben kennis van stijlfiguren. Studenten kunnen dit op syntactisch niveau en

33


Korte omschrijving van de inhoud

Beoordelingsvorm

Beoordeling op 34

Relatie met andere studieonderdelen/ onderzoek Literatuur Studiemateriaal

semantisch niveau toepassen in hun poëtische teksten. 5. Studenten hebben kennis van beeldspraak, zoals metafoor en metonymia, van de soorten overdracht, van symbolen. Studenten kunnen deze toepassen in hun poëtische teksten. In het vak Tekst & Vorm ligt het accent op poëzie. Studenten leren een poëtische tekst schrijven. Daartoe krijgen ze inzicht in literaire technieken, leren ze rijmtermen kennen zoals cesuur, enjambement etc., worden teksten gelezen en krijgen ze opdrachten. De thema’s uit het vak Schrijven & Spreken komen terug in de vakken zoals Tekst & Vorm. Per blok wordt een aantal elementen uitgelicht, wel wordt elk blok op alle onderdelen beoordeeld; beoordeling door de docent van het vak. • deelname aan de lessen (de student is minimaal 80% van alle contacturen aanwezig) • participatie en attitude tijdens de lessen (de student neemt actief deel aan discussies en werkt gedisciplineerd aan opdrachten) • ontwikkeling bij de verwerking van opdrachten en op de ingeleverde opdrachten • de toepassing van de elementen van poëtisch taalgebruik in de eigen poëtische teksten • verbeeldingskracht • voordracht In het vak Schrijfatelier en in Werkplaats Schrijven & Spreken kunnen de studenten werken aan de opdrachten uit de schrijfvakken. Boeken uit het vak Bibliotheek kunnen behandeld worden in dit vak. Zie vak Bibliotheek Te bepalen door docent.


Tekst & Wereld Docent Studiepunten Periode Contacttijd Competenties Opzet, werkvorm en begeleiding Leerdoelen/doelstellingen

Alex van der Hulst 1,5 1e blok en 4de blok 40,5 uur Technisch vermogen Werkcolleges • Studenten kunnen zich verhouden tot de actualiteit en kunnen de actualiteit verwerken in non fictie teksten. Studenten kunnen een eigen standpunt ontwikkelen. • Studenten zijn zich bewust van hun omgeving. Studenten kunnen zich hiertoe verhouden vanuit een persoonlijke motivatie en morele betrokkenheid. • Studenten hebben kennis van de opbouw van een betoog. Studenten kunnen dit toepassen in een non fictie tekst. • Studenten weten hoe te zoeken naar informatie en kunnen relevante informatie uit de gevonden gegevens halen. Studenten kunnen een analyse van deze relevante informatie maken ten behoeve van een tekst. • Studenten hebben kennis van waardebeoordeling van webinformatie en ze zijn webvaardig. Studenten kunnen informatie wegen en beoordelen op waarheid of waarschijnlijkheid. • Studenten hebben kennis van de relevante 9 vaktechnische onderdelen en kunnen deze toepassen in hun non fictie tekst: [voor een uitgebreide omschrijving de literaire technieken zie bij Tekst & Stijl] • 1. Structuur/vertellen en vertelstandpunten 2. Gedachten, gesprekken, gezichtspunten 3. Ruimte 4. Literaire tijd 5. Spanning

35


Korte omschrijving van de inhoud

36

6. Plot / wending 7. Einde non fictie tekst/betoog 8. Motieven 9. (Poëtisch) taalgebruik • Studenten kunnen daarbij rekening houden met de specifieke elementen van opiniestukken en kritieken, zoals het formuleren van een mening en kritiek, het etaleren van hun smaak, het opbouwen van een goed betoog en het onderbouwen met relevante informatie en feiten. • Studenten ontwikkelen een eigen stijl. In het vak Tekst & Wereld ligt het accent op non fictie. Er wordt gekeken naar de elementen waar alle schrijvers van non fictie mee te maken krijgen. Denk aan het vinden van geschikte onderwerpen, observeren, het vergaren van informatie, interviewen, selecteren, filteren, de verschillende manieren om dit op te schrijven, zoeken naar de kern en ethiek. Ook is er aandacht voor de Amerikaanse variant ‘creative non fiction’ en New Journalism. Met bekende voorbeelden als Truman Capote (In Cold Blood), Norman Mailer, Tom Wolfe en Hunter S. Thompson. De volgende onderdelen komen aan bod: • retoriek: hoe objectief ben je in non-fictie? En hoe schaar je de lezer aan je zijde? • Observeren: oefeningen hoe je zo veel mogelijk van je omgeving en onderwerp te weten komt • interviewen/reportage/portret: je bent afhankelijk van anderen voor je informatie, hoe krijg je die? • Schrijven en schrappen: hoe kom je van 20 pagina’s uitgeschreven materiaal tot de kern in twee pagina’s en waarom is al die tijd die je erin hebt gestoken niet overbodig geweest? • Ethiek: waar liggen de grenzen van het publiceren, wat schrijf je wel en niet op? Hoe ga je met je bronnen om? • Hoe doen de meesters van het vak het?


Beoordelingsvorm Beoordeling op

Relatie met andere studieonderdelen/ onderzoek Literatuur Studiemateriaal

beoordeling door de docent van het vak • deelname aan de lessen (de student is minimaal 80% van alle contacturen aanwezig) • participatie en attitude tijdens de lessen (de student neemt actief deel aan discussies en werkt gedisciplineerd aan opdrachten) • ontwikkeling bij de verwerking van opdrachten en op de ingeleverde opdrachten • toepassen van de technieken voor non fictie in eigen non fictie teksten • verbeeldingskracht In het vak Schrijfatelier en in Werkplaats Schrijven & Spreken kunnen de studenten werken aan de opdrachten uit de schrijfvakken. Boeken uit het vak Bibliotheek kunnen behandeld worden in dit vak. Zie vak Bibliotheek Te bepalen door docent

37


Tekst & Podium Docenten

38

Thomas Verbogt Hanneke Hendrix 2,5 Blok 2 en Blok 3 (november – mei) 42,5 uur Technisch vermogen Werkcolleges

Studiepunten Periode Contacttijd Competenties Opzet, werkvorm en begeleiding Leerdoelen/doelstellingen Toelichting op de 12 vaktechnische onderdelen • Studenten hebben kennis van de 12 vaktechnische onderdelen van een verhaal en kunnen deze toepassen in een theatrale tekst: 1. Dialoog 2. Monoloog 3. Personage 4. Structuur/vertellen en vertelstandpunten 5. Gedachten, gesprekken, gezichtspunten 6. Ruimte 7. Literaire tijd 8. Spanning 9. Plot 10. Slot (einde verhaal) 11. Motieven 12. (Poëtisch) taalgebruik • Studenten kunnen daarbij rekening houden met de specifieke elementen van drama, zoals regieaanwijzingen, spreektaal, enscenering, nadruk op schrijven van dialoog en monoloog en zijn er bewust van dat een dramatekst gericht is op uitvoering. • Studenten hebben kennis van de structuuropbouw van theaterstukken. Studenten kunnen dit toepassen in een dramatekst. • Studenten hebben kennis van de ontwikkelingen in dramateksten. Studenten kunnen vanuit deze traditie komen tot een vernieuwende dramatekst.


• Studenten kunnen een dialoog schrijven. • Studenten kunnen een monoloog schrijven. • Studenten ontwikkelen een eigen stijl. 1. Dialoog • Studenten hebben kennis van de belangrijke eigenschappen van een dialoog: spontaniteit, levensechtheid en stilering – studenten kennen de paradox van gestileerde spontaniteit. Studenten kunnen deze toepassen in hun dramatekst. • Studenten hebben kennis van de belangrijkste onderdelen van een dialoog. Studenten kunnen deze toepassen in hun dramatekst: 1. Exposé: informatie over situatie en personages. 2. Typering: woordkeus, jargon, accent, concrete details uit hier en nu. 3. Ontwikkeling in personages, door dubbelheid toe te passen (twee tegengestelde emoties tegelijkertijd tonen/hebben) en door subtekst (taal verhult wat de handeling van een personage duidelijk maakt). 4. Aankondiging en verwachtingen; als verwachtingen niet worden ingelost, zoekt de lezer/het publiek naar het waarom daarvan; dat creëert dubbelheid en subtekst. 2. Monoloog • Studenten hebben kennis van de belangrijke eigenschappen van een monoloog: interne geloofwaardigheid, schakelen tussen bewustzijnsniveaus en de centrale gedachte - de basisgedachte ofwel grondgedachte. Studenten kunnen deze toepassen in hun dramatekst. • Studenten hebben kennis van de belangrijkste techniek van een monoloog: het personage schakelt in zichzelf

39


tussen verschillende stemmen, schakelt tussen bewustzijnsniveaus, zoals het verhaal, de reflectie op zichzelf, de directe zintuiglijke ervaring van het hier en nu. Studenten kunnen dit toepassen in hun dramatekst. 3. Personage • Studenten hebben kennis van de manieren om informatie over personages te verwerken. Studenten kunnen hiermee personages opbouwen en zo spanningsopbouw in hun theatertekst bereiken: karakterontwikkeling, doseren van achtergrondinformatie, handelen en praten. • Studenten hebben kennis van de verschillende functies van personages. Studenten kunnen deze vormgeven, zoals hoofdpersoon/protagonist en bijfiguren.

40

4. Structuur/vertellen en vertelstandpunten • Studenten hebben kennis van het gebruik van structuur. Hieronder wordt o.a. verstaan perspectiefwisseling, personale verteller, chronologisch of alternerend vertellen, flashbacks, afwisseling van tijd en plaats, cirkelvertelling, raamvertelling, werken met meer verhaallijnen. Studenten kunnen dit hanteren in hun theatertekst. • Studenten hebben kennis van de vertelstandpunten: het auctoriale, het ik-vertelstandpunt, het personale en tussenvormen. Studenten kunnen deze vertelstandpunten toepassen. • Studenten hebben kennis van wat een meervoudige vertelsituatie is, waarbij meerdere perspectieven gebruikt worden. Studenten kunnen dit toepassen. 5. Gedachten, gesprekken, gezichtspunten • Studenten kunnen gedachten, gesprekken en gezichtspunten hiermee weergeven. Hiertoe hebben studenten kennis van de begrippen monoloog, innerlijke


monoloog/monologue intérieur, directe of indirecte rede, free indirect style, dialogen, tekstinterferentie en stijldifferentiatie. 6. Ruimte •Studenten hebben kennis van het belang van de wisselwerking tussen ruimte en de personages daarbinnen. Studenten kunnen ruimte inzetten voor hun verhaal en personages. • Studenten hebben kennis van de begrippen informatiedosering en tijdstructuur, zoals de presentatie van de volgorde van gebeurtenissen en het tempo van vertellen. Studenten kunnen met behulp hiervan spanning creëren. • Studenten hebben kennis van de begrippen historische tijd, coleur locale, de beschrijving van de omgeving waarin het verhaal speelt. Studenten kunnen via uitbeelding van de ruimte hierover informatie geven. • Studenten hebben kennis van het begrip motieven (zie leerdoel 11). Studenten kunnen met ruimte betekenis toevoegen aan hun dramatekst. 7. Literaire tijd • Studenten hebben kennis van de werking en toepassing van literaire tijd, zoals historische tijd, vertelde tijd, verteltijd, volgorde en voortgang vertelde tijd, (tijdsverloop), en hebben kennis van vertelritme. Studenten kunnen dit toepassen in hun theatertekst. • Studenten hebben kennis van werkwoordstijden en kunnen deze zinvol en correct toepassen. 8. Spanning • Studenten hebben kennis van de technieken om spanning op te bouwen, door gebruik te maken van middelen zoals structuur, einde verhaal als eerste vertellen,

41


afwisseling heden en verleden, informatiedosering, omslagmomenten en bedrieglijke rust. Studenten ontwikkelen de vaardigheid om dit toe te passen in hun theatertekst. 9. Plot • Studenten hebben kennis van de verschillende soorten plots. Hieronder wordt o.a. verstaan character-driven verhaal, plot-driven verhaal, hoofdplot, steunplot, spiegelplot, subplot en de concepten romans-in-verhalen en raamvertellingen. Studenten kunnen deze plots en concepten toepassen in hun theatertekst.

42

10. Slot (Einde verhaal) • Studenten ontwikkelen de vaardigheid van hoe een verhaal goed af te ronden, waardoor verhaallijnen bij elkaar komen, personages zich ontwikkeld hebben, met een einde dat het verhaal verheft en verhevigt. Studenten kunnen dit toepassen in hun dramatekst. • Studenten ontwikkelen de vaardigheden van hoe aan een verhaal richting te geven. Studenten kunnen dit toepassen in hun dramatekst. 11. Motieven • Studenten hebben kennis van motieven. Studenten kunnen betekenisdragende eenheden in het verhaal, van beeldspraak, symboolgebruik en thematiek toepassen en daarmee hun theatertekst betekenis geven. 12. (Poëtisch) taalgebruik • Studenten hebben kennis van de vaktechnische elementen van poëtische taalgebruik. Studenten kunnen op zinsniveau deze elementen toepassen in hun dramateksten. Studenten ontwikkelen de vaardigheid om stijldifferentiatie aan te brengen in hun teksten.


Korte omschrijving van de inhoud

Beoordelingsvorm Beoordeling op

Relatie met andere studieonderdelen/ onderzoek Literatuur Studiemateriaal

In het vak Tekst & Podium ligt het accent op drama. Toneelteksten zijn gericht op het uitspreken van een tekst waarbij de informatie in dialoog en monoloog verwerkt zit. Studenten leren een ontwikkeling en gebeurtenis weergeven in een theatrale tekst. Studenten kennen de werking van drama in de andere media en kennen de mogelijkheden van interdisciplinariteit in drama. Er wordt vanuit de traditie van dramateksten naar vernieuwing in teksten gewerkt. Studenten krijgen inzicht in literaire technieken, er worden teksten gelezen en ze krijgen opdrachten. De thema’s uit het vak Schrijven & Spreken komen terug in de vakken zoals Tekst & Podium. Beoordeling door de docent van het vak. • deelname aan de lessen (de student is minimaal 80% van alle contacturen aanwezig) • participatie en attitude tijdens de lessen (de student neemt actief deel aan discussies en werkt gedisciplineerd aan opdrachten) • ontwikkeling bij de verwerking van opdrachten en op de ingeleverde opdrachten • de toepassen van de literaire technieken voor drama in de eigen drama teksten • verbeeldingskracht • voordracht In het vak Schrijfatelier en in Werkplaats Schrijven & Spreken kunnen de studenten werken aan de opdrachten uit de schrijfvakken. Boeken uit het vak Bibliotheek kunnen behandeld woen in dit vak. Zie vak Bibliotheek Te bepalen door docent

43


Tekst & Media Docenten

Dennis Gaens Martijn Brugman 5,0 Hele jaar 101 uur Technische vermogen Werkcolleges

Studiepunten Periode Contacttijd Competenties Opzet, werkvorm en begeleiding Leerdoelen/doelstellingen Bij tekst en media staat de vaardigheid om het schrijverschap te vertalen naar een breed scala aan media centraal, evenals de werking, productie en distributie van verschillende media.

44

• Studenten hebben kennis van de verschillende publicatiemogelijkheden en de eigenschappen en effecten daarvan. • Studenten zijn in staat de koppeling tussen vorm en inhoud te maken bij de productie van een zine. • Studenten zijn in staat hun werk overtuigend aan een publiek te presenteren, zowel op het podium, als online en op papier. • Studenten kunnen hun verhaalideeën naar beeld vertalen. • Studenten beheersen de basistechnieken voor het vertellen van een beeldverhaal, kunnen deze herkennen in bestaand werk en toepassen in eigen werk. • Studenten kennen de basisbeginselen van scriptschrijven en kunnen deze toepassen in een eigen script. • Studenten kunnen werken in opdracht en daarbij hun eigen identiteit inzetten. • Studenten kunnen pitches schrijven. • Studenten kunnen omgaan met feedback van opdrachtgevers en deze adequaat verwerken.


Korte omschrijving van de inhoud

Beoordelingsvorm Beoordeling op

Relatie met andere studieonderdelen/ onderzoek Literatuur Studiemateriaal

• Studenten kunnen verschijnselen op social media adequaat duiden en inzetten voor hun eigen schrijverschap. • Studenten kunnen hun schrijverschap vertalen naar een online aanwezigheid. In dit vak ligt het accent op het maken van vertaalslagen. De studenten ontwikkelen een schrijversschap dat zich niet alleen uit in het schrijven van verhalen, gedichten en toneelteksten, maar dat zich ook laat vertalen naar andere media en disciplines. Centraal staat niet alleen de productie voor verschillende media, maar ook de promotie en distributie van literair werk. De studenten leren hun schrijverschap breed en interdisciplinair in te zetten. In het eerste jaar wordt dit brede schrijversschap en het vermogen tot het maken van vertaalslagen ontwikkelt door het maken van een zine, het schrijven van een script voor een beeldverhaal, schrijven in opdracht en schrijven voor social media. beoordeling door de docent van het vak • deelname aan de lessen (de student is minimaal 80% van alle contacturen aanwezig) • participatie en attitude tijdens de lessen (de student neemt actief deel aan discussies en werkt gedisciplineerd aan opdrachten) • ontwikkeling bij de verwerking van opdrachten en op de ingeleverde opdrachten • toepassen van de technieken voor nieuwe media in eigen webteksten • verbeeldingskracht In het vak Schrijfatelier en in Werkplaats Schrijven & Spreken kunnen de studenten werken aan de opdrachten uit de schrijfvakken. Boeken uit het vak Bibliotheek kunnen behandeld worden in dit vak. Zie vak Bibliotheek Te bepalen door docent

45


Inleiding internationale literatuurgeschiedenis Docent Studiepunten Periode Contacttijd Competenties

46

dr. Maaike Koffeman (cursuscoĂśrdinator) 2,5 Blok 3 en 4 (februari-juli) 51 uur Technisch vermogen Reflectief vermogen Hoorcollege en werkcollege

Opzet, werkvorm en begeleiding Leerdoelen/doelstellingen Na afronding van de cursus kun je een overzicht geven van de belangrijkste ontwikkelingen in de westerse literatuur vanaf de oudheid tot heden. Je bent in staat teksten en auteurs in hun historische context te plaatsen en deze te analyseren met behulp van literatuurwetenschappelijke concepten. Je kunt een eigen interpretatie van een literaire tekst uitwerken en je bevindingen mondeling en schriftelijk presenteren. In deze cursus maak je kennis met een aantal onbetwiste Korte omschrijving meesterwerken uit de Westerse literatuurgeschiedenis. In van de inhoud een chronologisch overzicht van de klassieke oudheid tot het postmodernisme komen de belangrijkste auteurs en literaire stromingen voorbij. Daarbij wordt veel aandacht besteed aan de cultuurhistorische context waarin de teksten zijn ontstaan en aan hun doorwerking in latere tijden. Ook komen belangrijke concepten en benaderingen uit de literatuurwetenschap aan bod. Schriftelijke en mondelinge opdrachten. Beoordelingsvorm De toetsing voor deze cursus bestaat uit schriftelijke Beoordeling op opdrachten en presentaties en actieve participatie in de werkcolleges. • Schriftelijke opdrachten: Bij ieder college is een voorbereidende opdracht geformuleerd. Je leest de primaire tekst met deze opdracht in je achterhoofd en formuleert voor jezelf een antwoord.


Relatie met andere studieonderdelen/ onderzoek Literatuur

Studiemateriaal

Soms moet je het uitwerken tot een essay, andere keren houd je een mondelinge presentatie, schrijf je een verhaal of gedicht of discussieer je met je medestudenten. Aan het eind van de onderwijsperiode herschrijf je je werk op basis van de ontvangen feedback en bundel je alles in een dossier. Dit dossier vormt de basis voor de beoordeling. • Participatie en presentie: Je bent verplicht alle colleges bij te wonen en actief deel te nemen aan alle activiteiten. In geval van ziekte of andere zwaarwegende redenen moet je dit voor aanvang van het college melden aan de docent. Wanneer je teveel colleges mist of meermalen onvoorbereid naar college komt, moet je extra opdrachten maken. Boeken uit het vak Bibliotheek worden behandeld in dit vak.

Je leest iedere week een primaire tekst. Dat kan variĂŤren van een roman (die je zelf dient aan te schaffen of in de bibliotheek te lenen) tot een verhaal of serie gedichten. Kortere teksten worden in een reader aangeboden. Syllabus

47


Inleiding verhaal- en poëzieanalyse Docent Studiepunten Periode Contacttijd Competenties

48

dr. Jannah Loontjens 2,5 Eerste blok (september – november) en vierde blok (mei – juli) 54 uur Technisch vermogen Reflectief vermogen Hoorcollege en werkcollege

Opzet, werkvorm en begeleiding Leerdoelen/doelstellingen • Studenten maken zich de beginselen van de structurele analyse van verhalend proza eigen. • Studenten hebben inzicht in de grondbeginselen van de poëzieanalyse. • Studenten hebben kennis van het basisinstrumentarium van de poëzieanalyse en kunnen dit hanteren in de praktijk. • Studenten maken kennis met literatuurwetenschappelijke kaders. • Studenten kunnen deze theoretische kaders toepassen. • Studenten hebben kennis van literatuurwetenschappelijke stromingen en concepten. Korte omschrijving In dit vak ligt de nadruk op het lezen en het scheppende vervan de inhoud mogen van het lezen. Een tekst kan op talrijke wijzen gelezen worden en heeft net zoveel verschillende betekenissen. De student maakt kennis met enkele belangrijke theoretische kaders, zoals structuralisme, poststructuralisme, postmodernisme, die als achtergrond zullen dienen om literaire teksten te duiden. Literaire werken, romans en gedichten, zullen steeds vanuit een ander kader geanalyseerd worden. Schriftelijk tentamen en werkcollegeopdrachten. Beoordelingsvorm • deelname aan colleges (de student is minimaal 80% van Beoordeling op alle contacturen aanwezig).


Relatie met andere studieonderdelen/ onderzoek Literatuur

• participatie en attitude tijdens de colleges (de student neemt actief deel aan discussies en werkt gedisciplineerd aan opdrachten). • referaat • ingeleverde werkcollegeopdrachten. • schriftelijk eindtentamen in de vorm van een essay. Boeken uit het vak Bibliotheek kunnen behandeld worden in dit vak. Voor dit vak maken we gebruik van het boek Mijn leven is mooier dan literatuur van Jannah Loontjens In dit vak houden elke week (behalve de eerste en laatste week) twee studenten een presentatie waarvoor ze zelf de tekst kiezen die we in de klas analyseren. Het blok wordt afgesloten met een eindopdracht in de vorm van een essay. Eerste Blok 1. Kennismaking met literatuuranalyse Literatuur: Impasse van Martinus Nijhoff. 2. Beginnen Mijn leven is mooier: p 9-28 Literatuursuggestie: De eeuwige stad – Nicolaas Matsier 3. Schrijversangst Mijn leven is mooier: p 29-45 Literatuursuggestie: De kant van Swann – Marcel Proust 4. Lezen 1 Mijn leven is mooier: p 47-61 Literatuursuggestie: Een hongerkunstenaar en andere verhalen – Franz Kafka

49


5. Lezen 2 Mijn leven is mooier: p 61-78 Literatuursuggestie: Mrs Dalloway – Virginia Woolf 6. Waarom? Mijn leven is mooier: p 79-94 Literatuursuggestie: As I Lay Dying – William Faulkner 7. Doornemen van de schrijfopdracht. 8. Bespreken van resultaten. Verhaal en poëzieanalyse

50

Vierde Blok 1. Wat is engagement Mijn leven is mooier: p 95-110 Literatuursuggestie: Mrs Dalloway – Virginia Woolf 2. Wat is een schrijver? Mijn leven is mooier: p 111-125 Literatuursuggestie: Een hongerkunstenaar en andere verhalen – Franz Kafka 3. Wat is waarheid? Mijn leven is mooier: p 125-143 Literatuursuggestie: Dierbaar – Linn Ullmann 4. Begin van een einde Mijn leven is mooier: p 145-154 Literatuursuggestie: Het Proces – Franz Kafka 5. De dood is nog niet Mijn leven is mooier: p 154-169 Literatuursuggestie: As I Lay Dying – William Faulkner 6. Modernisme / Postmodernisme Structuralisme / Poststructuralisme 7. Doornemen van de schrijfopdracht. 8. Bespreken van resultaten.


Bibliotheek Docenten Studiepunten Periode

Studieleiding 6,5 Hele jaar 0 uur Contacttijd 185 uur Competenties Technisch vermogen Reflectief vermogen Opzet, werkvorm Studenten lezen zelfstandig boeken uit de literatuurlijst in en begeleiding de syllabus. De boeken zijn gekoppeld aan de thema’s van Schrijven & Spreken. Leerdoelen/doelstellingen Studenten hebben aan het einde van de opleiding een reeks belangrijke literaire werken gelezen en zijn op de hoogte van de meest recente ontwikkelingen in de literatuur. Korte omschrijving De studenten ontvangen aan het begin van het studiejaar van de inhoud een literatuurlijst. De boeken op de lijst zijn gekoppeld aan de thema’s van het vak Letter&Geest en aan het vak Inleiding literatuurgeschiedenis. De studenten lezen de boeken en kunnen zich ertoe verhouden wanneer ze aan bod komen in een van de andere vakken. De boeken komen op verschillende manieren aan bod in een aantal vakken, zoals Schrijven & Spreken (in een literaire salon), Tekst & Stijl (proza), Tekst & Podium (drama), Tekst & Vorm (poëzie), Inleiding literatuurgeschiedenis en Inleiding verhaal- en poëzieanalyse. Een aantal boeken worden gerecenseerd in het vak Schrijven boekrecensies. Beoordelingsvorm De beoordeling is gekoppeld aan de vakken Schrijven & Spreken (in een literaire salon), Tekst & Stijl (proza), Tekst & Podium (drama), Tekst & Vorm (poëzie), Inleiding literatuurgeschiedenis, Inleiding verhaal- en poëzieanalyse en Schrijven boekrecensies. • het aantal gelezen boeken Beoordeling op • de manier waarop er met de inhoud van de boeken wordt omgegaan: kan de student de boeken als referentiekader

51


Indicatoren voor beoordeling

Relatie met andere studieonderdelen/ onderzoek

Literatuur Studiemateriaal 52

gebruiken? Kan hij de verschillen tussen (meester)werken benoemen? • de student toont aan dat hij de literatuur gelezen heeft door middel van geschreven recensies • de student toont aan dat hij de literatuur gelezen heeft door middel van referenties aan de boeken in zijn werk/ opdrachten • de student toont aan dat hij de literatuur heeft gelezen door dat hij erover mee kan praten in de overige vakken. De te lezen boeken worden besproken in de vakken Schrijven & Spreken, Tekst & Stijl (proza), Tekst & Podium (drama), Tekst & Vorm (poëzie), Inleiding literatuurgeschiedenis of Inleiding verhaal- en poëzieanalyse, en een aantal worden besproken in een recensie in het vak Schrijven boekrecenies. Zie literatuurlijst in Syllabus. Syllabus met literatuurlijst en informatie over in welk vak het boek besproken of behandeld wordt.


Literair bedrijf Docenten Studiepunten Periode Contacttijd Competenties

Studieleiding en gastdocenten 3,5 1e, 2e en 3e blok 3 blokken van 2 uur plus zelfstudie 54 uur Reflectief vermogen Professioneel vermogen Creërend vermogen Werkcolleges, gastcolleges, werkbezoeken

Opzet, werkvorm en begeleiding Leerdoelen/doelstellingen • Studenten hebben een goed en actueel beeld van de volle breedte van het literair bedrijf • Studenten weten de weg in het literaire bedrijf • Studenten bouwen een netwerk op • Studenten hebben een beeld van de beroepsmogelijkheden na afronding van de opleiding. • Studenten kunnen (na 2 jaar) een goede keuze maken voor de 3-jaars stage en de minor. • Studenten komen in aanraking met verschillende toepassingen van literatuur. • Studenten komen in aanraking met de literaire kant van social media en kunnen hiermee omgaan • Studenten komen in aanraking met de multidisciplinaire kant van literatuur en kunnen daarmee werken. • Studenten kunnen reflecteren. Korte omschrijving Doel van het vak literair bedrijf is ervoor zorgen dat de stuvan de inhoud denten een beeld krijgen van het beroepsveld waarin ze terecht komen na afloop van hun studie. • Studenten krijgen verschillende reeksen gastcolleges, waarin ze onderwezen worden en zicht krijgen op de verschillende praktische toepassingen van literatuur. • Studenten oriënteren zich op de literaire wereld onder meer door bezoek aan ondernemers/bedrijven werkzaam in de literaire wereld.

53


Beoordeling op

54

Relatie met andere studieonderdelen/ onderzoek Literatuur Studiemateriaal

• Aan de hand van opdrachten uit de werk- en gastcolleges en middels het afleggen van werkbezoeken krijgen de studenten een actueel beeld van de literaire wereld. • De student krijgt een beeld van de verschillende beroepsmogelijkheden binnen het literair bedrijf. • deelname aan de werkcolleges, gastcolleges en werkbezoeken (de student is minimaal 80% van alle contact– uren aanwezig) • participatie en attitude tijdens de colleges en werkbezoeken (de student neemt actief deel aan discussies en werkt gedisciplineerd aan opdrachten) • de ingeleverde opdrachten In dit vak krijgt de student vaardigheden aangeleerd die hij in de overige vakken kan toepassen, bijvoorbeeld recensies schrijven en columns schrijven. n.v.t. Te bepalen door docent


Studieloopbaanbegeleiding Docent Studiepunten Periode Contacttijd Competenties

Bert van Beek 2,0 Hele jaar Minimaal 2 individuele gesprekken. Reflectief vermogen Professioneel vermogen Individuele gesprekken (minimaal 2 gesprekken per jaar).

Opzet, werkvorm en begeleiding Leerdoelen/doelstellingen • Studenten kunnen een goede afweging maken bij te maken keuzes in hun studieloopbaan. • Monitoring van de studievoortgang en ontwikkeling student. Korte omschrijving Doel van het vak studieloopbaanbegeleiding is het bieden van de inhoud van een goede ondersteuning bij het efficiënt en met plezier doorlopen van hun studie. De studenten stellen aan het begin van het jaar een persoonlijk ontwikkelingsplan op en bespreken dat met de studieleiding. Gedurende het jaar blijft het persoonlijk ontwikkelingsplan de rode draad en wordt er naar teruggegrepen om de individuele ontwikkeling te toetsen. Daarin wordt aan de volgende onderdelen gewerkt: • Individuele studievoortgang: voortgang studie, bespreken knelpunten, studiehouding zoals inzet, planning en studeren, bespreken welbevinden op de opleiding, wijze waarop gebruik gemaakt wordt van leerbronnen, bespreken portfolio. • Loopbaanoriëntatie: kennismaken met de opleiding en het onderwijsconcept zoals thema’s die aan bod komen en projecten die gaan volgen, de wijze waarop getoetst en geëvalueerd wordt, de structuur en organisatie van de opleiding. • Stage: aan het eind van het tweede jaar weten waar een stage dan wel minor gevolgd kan worden

55


Beoordelingsvorm

56

Beoordeling op Relatie met andere studieonderdelen/ onderzoek Literatuur Studiemateriaal

• De studenten kunnen hun studieloopbaan op een zodanige manier plannen en doorlopen dat deze aansluit bij hun persoonlijke ambitie in studie, arbeid en beroep. In individuele gesprekken (minimaal 2 per jaar) wordt het functioneren besproken; voor 1 februari ontvangt de student een voortgangsgesprek op basis waarvan de student kan besluiten de studie voort te zetten dan wel af te breken. In de individuele gesprekken komt de studievoortgang aan bod, daarbij wordt ook gekeken naar het portfolio en het persoonlijk ontwikkelingsplan. Beiden dienen als ontwikkelingsinstrument. In het ontwikkelingsplan wordt de gewenste ontwikkeling verwoord, in het portfolio is deze ontwikkeling concreet te zien aan de hand van de gemaakte opdrachten uit andere vakken. De inhoud van het portfolio wordt niet in het vak Studieloopbaanbegeleiding beoordeeld, dit gebeurt bij de vakken in de vaktechnische en de trainingsleerlijn. • Deelname • Persoonlijke vordering In dit vak worden de ervaringen uit alle andere vakken besproken. Ook wordt er aandacht besteed aan de ontwikkeling van feedback en het reflecterend vermogen van de student. n.v.t. Te bepalen door docent


Schrijfatelier Docent Studiepunten Periode Contacttijd Competenties

Bert van Beek 5,0 Hele jaar 107 uur • Technisch vermogen • Reflectief vermogen • Professioneel vermogen Opzet, werkvorm In het Schrijfatelier worden schrijftechnieken geoefend en en begeleiding wordt gewerkt aan opdrachten uit andere vakken. Daarnaast krijgen de studenten instrumenten aangereikt die zijn gericht op het ontwikkelen van het vermogen tot artistieke zelfontwikkeling. Hierbij ligt de nadruk in het eerste jaar op leren plannen, feedback ontvangen en geven, experimenteren, formuleren van leerdoelen, onderzoeken en samenwerken. Begeleiding gebeurd door de schrijfbegeleider van de opleiding. Leerdoelen/doelstellingen • Studenten hebben kennis van de 3 fasen van het schrijfprocesmodel dat ArtEZ Creative Writing hanteert en kunnen deze recursief toepassen in hun literair werk. 1. Plannen 2. Uitvoeren 3. Evalueren Plannen • Studenten zijn zich bewust van hun omgeving. Studenten kunnen zich hiertoe verhouden vanuit een eigen motivatie en betrokkenheid. • Studenten tonen zich bewust te zijn van de wijze waarop ze omgaan met deadlines en opdrachten. • Studenten kunnen een realistische, haalbare planning maken. • Studenten kunnen leerdoelen formuleren.

57


Uitvoeren • Studenten tonen over een doordachte werkwijze van het produceren van literair werk te bezitten of tonen de bereidheid deze te ontwikkelen. • Studenten tonen bereidheid tot samenwerken. • Studenten kunnen hun leeservaringen formuleren. • Studenten tonen te willen experimenteren door op basis van oefeningen een tekst te herschrijven.

58

Korte omschrijving van de inhoud

Evalueren • Studenten kunnen op een veilige en concrete manier feedback geven op het werk van anderen. • Studenten tonen de bereidheid open te staan voor feedback van anderen op hun literair werk. • Studenten laten in verschillende versies van literair werk het experimenteren op basis van deze feedback zien. • Studenten hebben kennis van hoe te zoeken naar informatie en kunnen relevante informatie uit de gevonden gegevens halen. • Studenten kunnen een onderzoek doen op basis van een afgebakende onderzoeksvraag. In het eerste jaar van het vak Schrijfatelier ligt het accent op alle aspecten van het schrijfproces. Er wordt hierbij niet primair naar een product toe gewerkt, maar er wordt gekeken naar hoe de student zich kan ontwikkelen. Studenten leren leerdoelen te formuleren op basis van hun eigen interesses en motivatie. Deze leerdoelen zijn SMART en worden ingezet in het eigen literair werk en organisatie. De student leert feedback te geven en te ontvangen op eigen en andermans werk en toont de bereidheid om op basis van deze feedback literair werk te herschrijven. De student leert het effect dat een tekst op hem heeft te verwoorden en te relateren aan kenmerken van de eigen (artistieke) motivatie. De student ontwikkelt inzicht in het eigen leerproces en de eigen plaats als maker van tekst.


De schrijfbegeleider is een aantal uur per week aanwezig om de studenten te begeleiden bij het maken van opdrachten uit de vakken (uit de vaktechnische leerlijn), en de schrijfopdrachten van Schrijven & Spreken (uit de integrale leerlijn). De schrijfbegeleider laat de studenten in het schrijfatelier technieken oefenen, bijv. om effectief te leren vrijschrijven, om zelfvertrouwen te krijgen in het schrijven en in het spreken. Studenten zijn verplicht aanwezig tijdens het schrijfatelier om te werken aan hun opdrachten en er met elkaar en de schrijfbegeleider over van gedachten te wisselen. Elk blok moet een student iets op de agenda zetten om te bespreken in het schrijfatelier. Het Schrijfatelier biedt een constante in de training tijdens de studie, die verder heel veel aspecten van het schrijven aanstipt, zodat de studenten zich leren ontwikkelen en zodat de opleiding de student leert kennen. Beoordelingsvorm Beoordeling op

Relatie met andere studieonderdelen/ onderzoek

Literatuur Studiemateriaal

De beoordeling vindt plaats aan het einde van ieder blok door de docent. • aanwezigheid tijdens ateliers (de student is minimaal 80% van de contacturen aanwezig) • participatie en attitude tijdens de lessen • ontwikkeling gemaakte opdrachten • eindopdrachten In het Schrijfatelier wordt gewerkt aan opdrachten van andere vakken uit de trainingsleerlijn, integrale leerlijn of vaktechnische leerlijn. De schrijfbegeleider begeleidt de studenten bij het maken van deze opdrachten. In het Schrijfatelier worden tevens schrijftechnieken geoefend. Te bepalen door docent Reader

59


Recensies kunsten & recensies boeken Docenten Studiepunten Periode Contacttijd Competenties

60

Studieleiding 5,5 Hele jaar 70 uur Professioneel vermogen Reflectief vermogen Opzet, werkvorm Zelfstudie: de student leest de boeken uit de lijst in het vak en begeleiding Bibliotheek en schrijft leesverslagen en recensies. De student bezoekt tentoonstellingen en voorstellingen en schrijft kritieken, columns of reportages. Leerdoelen/doelstellingen Studenten oefenen het schrijven van recensies van literatuur tentoonstellingen, theatervoorstellingen, festivals etc. Korte omschrijving De studenten krijgen bij het vak Bibliotheek een boeken- en van de inhoud tekstlijst De te lezen boeken sluiten aan bij de thema’s in het vak Schrijven & Spreken. De studenten bezoeken tentoonstellingen, theatervoorstellingen en festivals, en schrijven daarover recensies. Opdrachten worden na de herfstvakantie uitgedeeld door de studieleiding. De thema’s sluiten aan bij Schrijven & Spreken. Beoordelingsvorm De beoordeling vindt plaats aan het eind van elk blok. De studieleiding beoordeelt. Beoordeling op • basis van portfolio wordt nagegaan of alle opdrachten uitgevoerd zijn • het aantal recensies • stijl, argumentatie, inzicht, overtuigingskracht Indicatoren voor Reflectief vermogen: beoordeling Na afronding van Schrijven kunsten: • kan de student kritiek op eigen en andermans werk formuleren en beargumenteren • heeft de student in zijn werk laten zien dat hij zich kan laten inspireren door andere kunstdisciplines en verbanden kan leggen tussen de disciplines


Professioneel vermogen

Relatie met andere studieonderdelen/ onderzoek Literatuur Studiemateriaal

Na afronding van Schrijven recensies • heeft de student laten zien een attitude te kunnen ontwikkelen die het schrijverschap stimuleert • heeft de student laten zien zichzelf te kunnen laten inspireren door zeer diverse bronnen • heeft de student in zijn werk laten zien dat hij bezig is met zijn eigen ontwikkeling als schrijver • heeft de student laten zien gedisciplineerd te kunnen omgaan met opdrachten, projecten en eigen ideeën De boeken en te recenseren voorstellingen en tentoonstellingen sluiten aan op de thema’s van het vak Schrijven & Spreken. Te bepalen door studieleiding (zie lijst bibliotheek en werkboek op de elektronische leeromgeving) Te bepalen door studieleiding 61


Vakomschrijvingen Creative Writing

Tweede jaar 2013–2014

ArtEZ Arnhem © Frank Tazelaar Monique Warnier


64


STUDIEONDERDELEN TWEEDE JAAR ECT (afgerond)

LEERLIJN

CREATIVE WRITING integrale leerlijn 4,0 PROGRAMMA MAKEN integrale leerlijn 2,0 BIBLIOTHEEK (LEZEN EN BESCHOUWEN) integrale leerlijn 6,0 SAMENWERKINGSPROJECT integrale leerlijn 8,0 VERDIEPING 1e ORIテ起TATIE vaktechnische leerlijn 7,0 VERDIEPING 2e ORIテ起TATIE vaktechnische leerlijn 3,0 TEKST & STIJL TEKST & VORM ROMAN EN ACTUALITEIT TEKST, DYNAMIEK EN PODIUM TEKST EN MEDIA LITERATUURGESCHIEDENIS FILOSOFIE EN VERHAALANALYSE

vaktechnische leerlijn vaktechnische leerlijn vaktechnische leerlijn vaktechnische leerlijn vaktechnische leerlijn vaktechnische leerlijn vaktechnische leerlijn

3,0 3,0 3,0 3,0 3,0 3,0 3,0

65

HET LITERAIR BEDRIJF studieloopbaan leerlijn 3,0 STUDIELOOPBAAN BEGELEIDING studieloopbaan leerlijn 1,0 SCHRIJFATELIER trainingsleerlijn 3,5 SCHRIJVEN RECENSIES trainingsleerlijn 1,5 TOTAAL 60,0


Creative Writing Docent Studiepunten Periode Contacttijd Competenties

Frank Tazelaar 4,0 1ste, 2de en 4de blok 37 uur Creërend vermogen Reflectief vermogen Technisch vermogen Professioneel vermogen Opzet, werkvorm • Opdracht en begeleiding Studenten krijgen opdrachten gerelateerd aan de thema’s waar zelfstandig of collegiaal aan gewerkt wordt. Samenhang met vak Bibliotheek en het Literair Bedrijf. • Werkplaats In de werkplaats worden de opdrachten gepresenteerd en in een intervisiesetting besproken. Begeleiding door studieleiding. • Salon In de maandelijkse salon worden de opdrachten en nieuwe teksten gepresenteerd en in een intervisiesetting met 1e en 2e jaars besproken. Begeleiding door studieleiding. Leerdoelen/doelstellingen • Studenten leren een opinie te ontwikkelen en kunnen hierin de eigen belezenheid verwerken. • Studenten hebben onderzoeksvaardigheden ontwikkeld, kunnen informatie vinden en bronnen raadplegen. Korte omschrijving In de cursus wordt aan narratieve tekst gewerkt. In Creative van de inhoud Writing wordt tevens theorie behandeld en verwerkt in de opdrachten. Beoordelingsvorm De beoordeling van de opdracht vindt plaats aan het einde van ieder blok, door de studieleiding. • inzet en aanwezigheid (de student is minimaal 80% van Beoordeling op alle contacturen aanwezig) • de eindopdracht, d.i. een presentatie van alle deelopdrachten en op procesontwikkeling Afhankelijk van thema, zie het vak Bibliotheek. Literatuur

67


Studiemateriaal

68

Door docent te bepalen.


Programmamaken Docenten Studiepunten Periode Contacttijd Competenties

Kim van Kaam, Monique Warnier, gastdocenten 2,0 Blok 2 30 uur Creërend vermogen, technisch vermogen, reflectief vermogen, professioneel vermogen. Gastcolleges, opdrachten en eindopdracht.

Opzet, werkvorm en begeleiding Leerdoelen/doelstellingen • de studenten weten het verschil tussen programmeren en programmamaken. • de studenten weten wat er nodig is om tot een (avondvullend) programma te komen. • de studenten kunnen een (avondvullend) programma maken. • de studenten leren signaleren. • de studenten leren presenteren en verwijzen. • de studenten leren interdisciplinair te denken. • studenten leren een thema vanuit verschillende disciplines te benaderen. • de studenten kunnen samenwerken. • de studenten leren organiseren. Korte omschrijving In het vak programmamaken leren de studenten een (cultuvan de inhoud reel) programma maken. Ze krijgen een reeks gastcolleges van makers uit verschillende disciplines en media. Iedere gastles wordt voorafgegaan door een opdracht die de studenten voorbereid op de les die volgt, en die ze kunnen gebruiken voor de eindopdracht. Er wordt uitgegaan van het idee dat een programma maken een artistieke vaardigheid is, waarbij keuzes in thema en verbanden die gelegd worden een uitdrukking zijn van die vaardigheid. De studenten leren niet alleen de artistieke kant van het programmamaken kennen, maar krijgen les en oefening in het opzetten en regelen van de praktische zaken

69


Beoordelingsvorm Beoordeling op

Relatie met andere studieonderdelen/ onderzoek Literatuur Studiemateriaal

70

die komen kijken bij een programma. Aan het einde van het vak hebben de studenten ervaring met alle aspecten van het maken van een programma. Eindopdracht. • aanwezigheid tijdens colleges (de student moet minimaal 80% van de lessen aanwezig zijn). • participatie en atttitude tijdens de (gast)colleges. • participatie deelopdrachten. • ingeleverde eindopdracht. Recensies kunsten, de bezochte voorstellingen en festivals kunnen als voorbeeld dienen n.v.t. n.v.t.


Bibliotheek (lezen en beschouwen) Docenten Studiepunten Periode Contacttijd Zelfstudie Competenties

Studieleiding 6,0 Hele jaar 0 uur 178 uur Technisch vermogen Reflectief vermogen Opzet, werkvorm Studenten lezen zelfstandig boeken uit een zelf samengeen begeleiding stelde literatuurlijst. De boeken zijn gekoppeld aan de thema’s van Creative Writing. Leerdoelen/doelstellingen Studenten hebben aan het einde van de opleiding een reeks belangrijke literaire werken gelezen en zijn op de hoogte van de meest recente ontwikkelingen in de literatuur. Korte omschrijving De studenten stellen aan het begin van elk blok zelf een litevan de inhoud ratuurlijst samen. De studenten lezen de boeken en schrijven een reeks essays als verslag van deze leeservaring. Beoordelingsvorm Eindopdracht en essay. Beoordeling op • essay • de manier waarop er met de inhoud van de boeken wordt omgegaan: kan de student de boeken als referentiekader gebruiken? Kan hij de verschillen tussen (meester) werken benoemen? Indicatoren voor beoordeling • de student toont aan dat hij de literatuur gelezen heeft door middel van geschreven essays • de student toont aan dat hij de literatuur gelezen heeft door middel van referenties aan de boeken in zijn werk/ opdrachten • de student toont aan dat hij de literatuur heeft gelezen door dat hij erover mee kan praten in de overige vakken.

71


Relatie met andere studieonderdelen/ onderzoek

72

De te lezen boeken worden besproken in de vakken Schrijven & Spreken, Tekst & Stijl (proza), Tekst & Podium (drama), Tekst & Vorm (poĂŤzie), Inleiding literatuurgeschiedenis of Inleiding verhaal- en poĂŤzieanalyse, en een aantal worden besproken in een recensie in het vak Schrijven boekrecensies.


Samenwerkingsproject 3e blok Docenten

Diverse docenten uit verschillende disciplines en faculteiten aan ArtEZ, begeleid door studieleiding CW. Studiepunten 8,0 Periode 3 Contacttijd Per module verschillend. Competenties CreĂŤrend vermogen Reflectief vermogen Professioneel vermogen Technisch vermogen Opzet, werkvorm Workshops, verdiepende lessen en samenwerkingsproen begeleiding jecten met andere faculteiten resulterend in voordrachten, teksten en zines. Leerdoelen/doelstellingen De studenten gaan samenwerken met studenten en makers uit andere disciplines. Er wordt in projecten gewerkt; soms ligt de nadruk op het schrijven van een tekst die gespeeld gaat worden en soms gaat om tekst die ontstaat met een beeldend werk. Beoordelingsvorm Toetsing op eindproducten per module. Beoordeling op Ontwikkeling, verwerking en eindpresentatie van de opdrachten.

73


Oriëntaties Grote Oriëntatie - Studiepunten : 7,0 Kleine Oriëntatie - Studiepunten : 3,0 Docenten

74

Elke student krijgt een begeleider toegewezen. Dit is één van de vaste docenten van de vaktechnische vakken. Studiepunten 10,0 Periode Alle semesters Contacttijd 20 uur Competenties Professioneel vermogen Technisch vermogen Creerend vermogen Reflectief vermogen Opzet, werkvorm Elke tweedejaarsstudent Creative Writing doet twee oriënen begeleiding taties, waarin hij of zij inhoudelijk begeleid wordt door een docent en redactioneel door een medestudent. Een grote oriëntatie staat voor 7 studiepunten. 1 studiepunt = 28 uur werken voor de student. De docent besteedt aan een grote oriëntatie 20 uur contacttijd. De kleine oriëntatie staat voor 3 studiepunten. Leerdoelen/doelstellingen Doel van de oriëntaties is verdieping. De student kan zelfstandig een langere periode aan een werk besteden en krijgt grip op de totstandkoming van een product dat een lange spanningsboog of een verder uitgesponnen verhaallijn nodig heeft. Ook kan de student plannen en vooruit werken. De student doet ervaring op in het werken en overlggen met een redacteur. Korte omschrijving De docent en de student bepalen samen de inhoud/vorm van van de inhoud de opdracht. De docent houdt eerst een intakegesprek, om te kijken waar de student het beste aan kan gaan werken in dit vak. Naar aanleiding van deze intake schrijft de student een projectvoorstel en ontwikkelt een planning.


Beoordelingsvorm

15 oktober moet het projectplan voor de grote oriëntatie klaar zijn. De grote oriëntatie loopt gedurende het hele studiejaar. De kleine oriëntatie start in het 3e blok deel van het schooljaar (februari 2013). Hier bepalen docent en student eveneens samen de vorm/inhoud van de opdracht in een intake gesprek. 21 januari is de deadline voor de projectomschrijving kleine oriëntatie. De kleine oriëntatie start in het derde blok (februari 2013).

Beoordeling op

Alle opdrachten moeten klaar zijn in de beoordelingsweek voor de zomervakantie - de week van 8 juli. De oriëntaties worden door minimaal twee docenten beoordeeld. De begeleider en een docent die de student niet begeleid heeft. De opdracht voor de oriëntatie moet leiden tot een concreet eindproduct. De vorm is afhankelijk van het vak, dat kan variëren van een korte novelle, een essayreeks, een monoloog tot een script voor een graphic novel. Vorderingen bijhouden: De student moet maandelijks een rapportage/logboek plaatsen in zijn portfolio.

75


Tekst & Stijl Docenten

76

Jasper Henderson (1e blok) Els Moors (2e blok) Jaap Robben (4e blok) 3,0 1e, 2e en 4e blok 78 uur Technisch vermogen Werkcolleges

Studiepunten Periode Contacttijd Competenties Opzet, werkvorm en begeleiding Leerdoelen/doelstellingen Studenten maken gebruik van de 11 vaktechnische onderdelen van een verhaal zoals geleerd in het eerste jaar, uitgebreid met plot, intuïtie en taal. Korte omschrijving In het vak Tekst & Stijl ligt het accent op proza. Studenten van de inhoud leren een verhaal vertellen en hun eigen stijl ontwikkelen. Daartoe krijgen ze inzicht in literaire technieken, worden teksten gelezen en krijgen ze opdrachten. De nadruk ligt op het creëren van betekenis. Beoordelingsvorm Per blok wordt een aantal vaktechnische elementen uitgelicht. Wel wordt elk blok op alle onderdelen beoordeeld; beoordeling door de docent van het vak. Beoordeling op • deelname • participatie en attitude • ontwikkeling opdrachten • beheersing literaire verbeeldingskracht • voordracht Literatuur Zie het vak Bibliotheek Studiemateriaal Te bepalen door docent


Tekst & Vorm Docenten Studiepunten Periode Contacttijd Competenties Opzet, werkvorm en begeleiding Leerdoelen/doelstellingen

Korte omschrijving van de inhoud Beoordelingsvorm

Beoordeling op

Literatuur Studiemateriaal

Tsead Bruinja (1e blok + 4e blok) 3,0 1e en 4e blok 54 uur Technisch vermogen Werkcolleges • Studenten bouwen voort op de elementen van poëtisch taalgebruik zoals geleerd in het eerste jaar. • Studenten kunnen een poëtische tekst schrijven gebruikmakend van de verschillende technieken. • Studenten ontwikkelen een poëtica waarin de eigen zichtbaarheid, de persoonlijke motivatie en verhouding tot de actualiteit tot uitdrukking komt. In het vak Tekst & Vorm ligt het accent op tekstexperiment en vertalen van poëzie. De werking van het woord in andere media komt in dit vak aan de orde. Per blok wordt een aantal elementen uitgelicht, wel wordt elk blok op alle onderdelen beoordeeld; beoordeling door de docent van het vak. • deelname aan de lessen (de student is minimaal 80% van alle contacturen aanwezig) • participatie en attitude tijdens de lessen (de student neemt actief deel aan discussies en werkt gedisciplineerd aan opdrachten) • ontwikkeling bij de verwerking van opdrachten en op de ingeleverde opdrachten • de toepassing van de elementen van poëtisch taalgebruik in de eigen poëtische teksten • verbeeldingskracht • voordracht Zie vak Bibliotheek Te bepalen door docent

77


Roman & Actualiteit Docent Studiepunten Periode Contacttijd Competenties

78

Danielle Serdijn 3,0 1e blok en 4e blok 45 uur Technisch vermogen Reflectief vermogen Werkcolleges

Opzet, werkvorm en begeleiding Leerdoelen/doelstellingen Doel van de cursus is tweeledig: • enerzijds bronnen kunnen herkennen in het werk van schrijvers, • anderzijds bronnen kunnen vinden en gebruiken in het eigen werk. Korte omschrijving Serie van 8 lessen waarin brongebruik centraal staat. Het van de inhoud soort bronnen dat aan de orde komt: • Historische bronnen • Populairwetenschappelijke bronnen • Sociaal/maatschappelijke bronnen • Sociaal/psychologische bronnen Beoordelingsvorm • Minipresentatie • Presentatie materiaalverzameling • Eindverhaal op basis van materiaalverzameling Beoordeling in Week 46 Literatuur Via docent. Studiemateriaal Via docent.


Tekst, Dynamiek & Podium Docent Studiepunten Periode Contacttijd Competenties Opzet, werkvorm en begeleiding Leerdoelen/doelstellingen

Korte omschrijving van de inhoud

Beoordelingsvorm Beoordeling op

Jibbe Willems 3,0 2e blok en 4e blok 42,5 uur Technisch vermogen Werkcolleges Studenten kunnen de vaktechnische onderdelen van een verhaal zoals geleerd in het eerste jaar toepassen in een theatrale tekst. In het vak Tekst & Dynamiek ligt het accent op drama. Toneelteksten zijn gericht op het uitspreken van een tekst waarbij de informatie in dialoog en monoloog verwerkt zit. Studenten leren een ontwikkeling en gebeurtenis weergeven in een theatrale tekst. Studenten kennen de werking van drama in de andere media en kennen de mogelijkheden van interdisciplinariteit in drama. Er wordt vanuit de traditie van dramateksten naar vernieuwing in teksten gewerkt. Studenten krijgen inzicht in literaire technieken, er worden teksten gelezen en ze krijgen opdrachten. De thema’s uit het vak Schrijven & Spreken komen terug in de vakken zoals Tekst & Podium. Beoordeling door de docent van het vak. • deelname aan de lessen (de student is minimaal 80% van alle contacturen aanwezig) • participatie en attitude tijdens de lessen (de student neemt actief deel aan discussies en werkt gedisciplineerd aan opdrachten) • ontwikkeling bij de verwerking van opdrachten en op de ingeleverde opdrachten • de toepassen van de literaire technieken voor drama in de eigen drama teksten • verbeeldingskracht • voordracht

79


Relatie met andere studieonderdelen/ onderzoek Literatuur Studiemateriaal

80

In het vak Schrijfatelier en in Werkplaats Schrijven & Spreken kunnen de studenten werken aan de opdrachten uit de schrijfvakken. Boeken uit het vak Bibliotheek kunnen behandeld worden in dit vak. Zie vak Bibliotheek Te bepalen door docent


Tekst & Media Docenten

Dennis Gaens Martijn Brugman 5,0 1e en 2e blok 51 uur Technische vermogen Werkcolleges

Studiepunten Periode Contacttijd Competenties Opzet, werkvorm en begeleiding Leerdoelen/doelstellingen Bij tekst en media staat de vaardigheid om het schrijverschap te vertalen naar een breed scala aan media centraal, evenals de werking, productie en distributie van media.

Korte omschrijving van de inhoud

• Studenten kunnen een idee voor film of serie formuleren in opeenvolgend een pitch, treatment en script. • Studenten kunnen filmeigen technieken herkennen en toepassen. • Studenten kunnen ideeën en concepten vertalen in beeld. • Studenten leren literaire middelen in te zetten buiten de literatuur. • De studenten ontwikkelen het vermogen te experimenteren. • Studenten kunnen hun schrijverschap interdisciplinair inzetten. In dit vak ligt het accent op het maken van vertaalslagen. De studenten ontwikkelen een schrijversschap dat zich niet alleen uit in het schrijven van verhalen, gedichten en toneelteksten, maar dat zich ook laat vertalen naar andere media en disciplines. Centraal staat niet alleen de productie voor verschillende media, maar ook de promotie en distributie van literair werk. De studenten leren hun schrijverschap breed en interdisciplinair in te zetten. In het tweede jaar wordt specifiek dieper ingegaan op de relatie tussen tekst, verhaal en

81


Beoordelingsvorm Beoordeling op

82

Literatuur Studiemateriaal

beeld: in het eerste blok schrijven de studenten een scenario voor een korte film of serie en in het tweede, experimentele blok leren ze hoe ze zich met literaire middelen kunnen uitdrukken in beeld. beoordeling door de docent van het vak. • deelname aan de lessen (de student is minimaal 80% van alle contacturen aanwezig) • participatie en attitude tijdens de lessen (de student neemt actief deel aan de les en werkt gedisciplineerd aan opdrachten) • ontwikkeling bij de verwerking van opdrachten en op de ingeleverde opdrachten • toepassen van de aangereikte technieken in eigen werk • verbeeldingskracht • het conceptuele vermogen Zie vak Bibliotheek Te bepalen door docent


Literatuurgeschiedenis Literatuur in perspectief: Nederlandse literatuur van 1880 tot nu Docent Studiepunten Periode Contacttijd Competenties

Marieke Winkler 3,0 4e blok 21 uur Technisch vermogen Analytisch en interpreterend vermogen Reflectief vermogen Hoor- werkcolleges

Opzet, werkvorm en begeleiding Leerdoelen/doelstellingen • Studenten hebben kennis van de moderne Nederlandse literatuur van 1880 tot nu, de historische en sociaal-culturele context waarin de werken tot stand zijn gekomen en de manier waarop zij ontvangen zijn. • Studenten lezen en reflecteren op enkele canonieke Nederlandse werken (proza en poëzie). Zij leren de literaire werken te vergelijken op basis van vorm, inhoud en achterliggende literatuuropvatting en worden uitgedaagd de werken door de tijd heen met elkaar in verband te brengen. • Studenten leren enkele (theoretische) literatuurwetenschappelijke concepten kennen. Zij leren deze te definiëren en toe te passen op primaire werken uit heden en verleden. • Studenten trainen hun interpreterend en analyserend vermogen zowel mondeling (tijdens het college) als schriftelijk in de vorm van verschillende soorten opdrachten (het schrijven van een kritiek, een essay en een kort verhaal). Korte omschrijving In dit vak kijken we naar de Nederlandse literatuur in de 20e van de inhoud eeuw en gaan we na hoe deze zich verhoudt tot de hedendaagse Nederlandse literatuur. Het vak richt zich specifiek

83


84

Beoordelingsvorm Beoordeling op

op de literatuurgeschiedenis in het eigen taalgebied en behandelt verschillende belangrijke literaire kunstwerken van Nederlandse auteurs van 1880 tot nu (o.a. Nescio, Paul van Ostaijen, Hermans, Mulisch en Verhelst). We staan stil bij de context waarin het werk tot stand is gekomen, de (internationale) artistieke stroming waar de auteur eventueel een plaats in heeft gehad en de manier waarop men na verschijning op het werk heeft gereageerd. Als lijdraad voor dit literatuurhistorische overzicht maken we gebruik van enkele overkoepelende begrippen (o.a. intermedialiteit, ontluistering, defictionalisering, fragmentatie). Aan de hand van deze begrippen wordt gekeken hoe de literatuur uit het verleden een relatie onderhoudt met meer recente werken. Welke lijnen zijn er te trekken doorheen de 20e eeuw, en welke lijnen lopen door naar de 21e eeuw? De student leert op deze manier de literatuurgeschiedenis uit het eigen taalgebied beter kennen en kan deze kennis inzetten bij het bepalen van een eigen, individuele plaats ten opzichte van het bestaande. Schrijfopdrachten en afsluitend dossier. Beoordeling door de docent van het vak. • voor dit vak geldt presentieplicht. In geval van ziekte of andere zwaarwegende redenen wordt dit vooraf gemeld bij de docent. • participatie en houding tijdens de lessen. De student neemt actief deel aan discussies, zorgt dat hij/zij de stof bestudeerd heeft en vragen geformuleerd heeft bij de gelezen teksten. • het (voldoende) inleveren van de opgegeven collegeopdrachten. • kwaliteit van het einddossier waarbij gelet wordt op: toepassing van de literatuurhistorische kennis, kwaliteit van de eigen interpretatie en analyse van


Relatie met andere studieonderdelen/ onderzoek

Literatuur

Studiemateriaal

de primaire werken, reflecterend vermogen, revisie en positiebepaling. Dit vak sluit aan bij het vak ‘Literatuurgeschiedenis in Europese context’. Het richt zich net als dat vak op de literatuurgeschiedenis maar dan met een specifieke focus op de situatie in Nederland. Tevens maakt het in de organisatie en opzet gebruik van literatuurwetenschappelijke termen. Het corpus teksten dat bestudeerd dient te worden sluit aan bij de teksten die centraal staan in de cursus ‘Verhaal & poëzieanalyse’. Analytische methoden en technieken die in ‘Verhaal & poëzieanalyse’ aan bod komen kunnen tevens ingezet worden voor dit vak, in het bijzonder met betrekking tot de opdrachten wordt een toepassing van de kennis uit de cursus ‘Verhaal & poëzieanalyse’ gewaardeerd. Tijdens de cursus worden enkele canonieke romans, dichtbundels en/of losse gedichten uit de moderne Nederlandse literatuur gelezen. De titels worden nader bekend gemaakt. Syllabus (wordt van tevoren verstrekt). Zelf aanschaffen: Nescio – Titaantjes, De uitvreter, Mene tekel, Harry Mulisch – De zaak 40/61 en Peter Verhelst – Tongkat.

85


Filosofie en zelfreflexief schrijven Docent Studiepunten Periode Contacttijd Competenties Opzet, werkvorm en begeleiding Leerdoelen/doelstellingen

86

Korte omschrijving van de inhoud

Beoordelingsvorm Beoordeling op

Dr. Jannah Loontjens 3,0 1e blok en 4e blok 49,5 uur Reflectief vermogen Werkcolleges • Studenten maken kennis met filosofische teksten over het schrijverschap • Studenten krijgen een indruk van de geschiedenis van de recente Westerse filosofie • Studenten leren analytisch lezen • Studenten maken kennis met filosofische vragen over taal en schrijverschap Voor dit vak zullen we gebruik maken van het boek Mijn leven is mooier dan literatuur, waarin Jannah Loontjens het literaire schrijfproces verbindt met filosofische vragen over o.a. begin, taal, originaliteit en einde. Aan de hand van het denken over schrijverschap maken de studenten kennis met enkele filosofische teksten, van Heidegger, Nietzsche, Barthes, Foucault en Blanchot. Voor elke les moet een tekst uit de reader worden gelezen en houden twee studenten een referaat over die tekst. Referaat en een essay aan het eind van het blok. • deelnamen aan de colleges (de student is minimaal 80% van alle contacturen aanwezig) • participatie en attitude tijdens de colleges ( de student neemt actief deel aan discussies en werkt gedisciplineerd aan opdrachten) • ingeleverd essay • referaat


Relatie met andere studieonderdelen/ onderzoek Literatuur

Boeken uit het vak Bibliotheek kunnen behandeld worden in dit vak. Voor dit vak maken we gebruik van het boek Mijn leven is mooier dan literatuur van Jannah Loontjens en een reader. In dit vak houden elke week (behalve de eerste en laatste week) twee studenten een presentatie. Eerste Blok 1. Inleiding Zelfreflexiviteit: begin Mijn leven is mooier: p. 9-19 2. Begin vanuit niets Mijn leven is mooier: p. 19-45 Oorsprong / Oorspronkelijkheid 3. Het Niets 1. Heidegger: 1e deel Wat is metafysica? 4. Het Niets 2. Heidegger: 2e deel Wat is Metafysica? 5. De Schrijver is een Lezer Mijn leven is mooier: p.47-78 6. De Dood van de Auteur Roland Barthes 7. Doornemen van de schrijfopdracht. 8. Bespreken van resultaten. Vierde Blok 1. Wat is literatuur? Mijn leven is mooier: p.79 -110 2. Wat is een auteur? Foucault: Wat is een auteur? 3. Waargebeurd Mijn leven is mooier: p.111-144 4. Waarheid

87


Nietzsche: Waarheid en Leugen. 5. Eindigen Mijn leven is mooier: p.145-169 6. Het Einde Blanchot: Literatuur en het recht op de dood. 7. Doornemen van de schrijfopdracht. 8. Bespreken van resultaten.

88


Literair bedrijf Docenten Studiepunten Periode Contacttijd Competenties

Studieleiding en gastdocenten 3,0 2e blok 8 uur Reflectief vermogen Professioneel vermogen Opdracht en individuele gesprekken

Opzet, werkvorm en begeleiding Leerdoelen/doelstellingen • Studenten hebben een goed en actueel beeld van de volle breedte van het literair bedrijf • Studenten hebben een goed beeld van de beroepsmogelijkheden na afronding van de opleiding. • Studenten kunnen (na 2 jaar) een goede keuze maken voor de 3-jaars stage en de minor. • Korte omschrijving Doel van het vak literair bedrijf is dat de studenten een beeld van de inhoud krijgen van het beroepsveld waarin ze terecht komen na afloop van hun studie. • Studenten oriënteren zich op diverse tekstuele uitingen en op de literaire wereld onder meer door bezoek aan ondernemers/bedrijven werkzaam in de literaire wereld. Door het maken van een mindmap wordt het literair bedrijf in beeld gebracht. Beoordeling op • de verslagen van de werkbezoeken • de mindmap van het Literair Bedrijf Literatuur n.v.t. Studiemateriaal Te bepalen door docent

89


Studieloopbaanbegeleiding Docent Studiepunten Periode Contacttijd Competenties

Bert van Beek 2,0 Hele jaar Minimaal 2 individuele gesprekken. Reflectief vermogen Professioneel vermogen Individuele gesprekken (minimaal 2 gesprekken per jaar).

Opzet, werkvorm en begeleiding Leerdoelen/doelstellingen • Studenten kunnen een goede afweging maken bij te maken keuzes in hun studieloopbaan. • Monitoring van de studievoortgang en ontwikkeling student. Korte omschrijving Doel van het vak studieloopbaanbegeleiding is het bieden van de inhoud van een goede ondersteuning bij het efficiënt en met plezier doorlopen van hun studie. 90

De studenten stellen aan het begin van het jaar een persoonlijk ontwikkelingsplan op en bespreken dat met de studieleiding. Gedurende het jaar blijft het persoonlijk ontwikkelingsplan de rode draad en wordt er naar teruggegrepen om de individuele ontwikkeling te toetsen. Daarin wordt aan de volgende onderdelen gewerkt: • Individuele studievoortgang: voortgang studie, bespreken knelpunten, studiehouding zoals inzet, planning en studeren, bespreken welbevinden op de opleiding, wijze waarop gebruik gemaakt wordt van leerbronnen, bespreken portfolio. • Loopbaanoriëntatie: kennismaken met de opleiding en het onderwijsconcept zoals thema’s die aan bod komen en projecten die gaan volgen, de wijze waarop getoetst en geëvalueerd wordt, de structuur en organisatie van de opleiding.


Beoordelingsvorm

Beoordeling op Relatie met andere studieonderdelen/ onderzoek Literatuur Studiemateriaal

• Stage: aan het eind van het tweede jaar weten waar een stage dan wel minor gevolgd kan worden • De studenten kunnen hun studieloopbaan op een zodanige manier plannen en doorlopen dat deze aansluit bij hun persoonlijke ambitie in studie, arbeid en beroep. In individuele gesprekken (minimaal 2 per jaar) wordt het functioneren besproken; voor 1 februari ontvangt de student een voortgangsgesprek op basis waarvan de student kan besluiten de studie voort te zetten dan wel af te breken. In de individuele gesprekken komt de studievoortgang aan bod, daarbij wordt ook gekeken naar het portfolio en het persoonlijk ontwikkelingsplan. Beiden dienen als ontwikkelingsinstrument. In het ontwikkelingsplan wordt de gewenste ontwikkeling verwoord, in het portfolio is deze ontwikkeling concreet te zien aan de hand van de gemaakte opdrachten uit andere vakken. De inhoud van het portfolio wordt niet in het vak Studieloopbaanbegeleiding beoordeeld, dit gebeurt bij de vakken in de vaktechnische en de trainingsleerlijn. • Deelname • Persoonlijke vordering In dit vak worden de ervaringen uit alle andere vakken besproken. Ook wordt er aandacht besteed aan de ontwikkeling van feedback en het reflecterend vermogen van de student. n.v.t. Te bepalen door docent

91


Schrijfatelier Docent Studiepunten Periode Contacttijd Competenties

Opzet, werkvorm en begeleiding

Bert van Beek 3,5 Hele jaar 52 uur • Technisch vermogen • Reflectief vermogen • Professioneel vermogen In het Schrijfatelier worden schrijftechnieken geoefend en wordt gewerkt aan opdrachten uit andere vakken. Daarnaast krijgen de studenten instrumenten aangereikt die zijn gericht op het ontwikkelen van het vermogen tot zelfanalyse, zelfreflectie, formuleren van leerdoelen en leereffecten, evalueren leerresultaten, samenwerken, overleg en vergaderen, feedback geven en ontvangen, conflicthantering etc.

92

Hierbij ligt de nadruk in het tweede jaar op modelmatig werken, het ontwerpen en evalueren van leerresultaten, leren door mimesis en zelfonderzoek. Begeleiding gebeurd door de schrijfbegeleider van de opleiding. Leerdoelen/doelstellingen • Studenten kunnen de opdrachten die zij vorig jaar hebben geoefend plaatsen in de volgende schrijfprocesmodellen: 1. Cognitief schrijfprocesmodel (Flower-Hayes) 2. Sociaal schrijfprocesmodel (Nystrand) 3. Expressief schrijfprocesmodel (Elbow) • Studenten kunnen op basis van de schrijfprocesmodellen hun eigen oefenopdrachten ontwerpen en de leerresultaten hiervan formuleren. • Studenten kunnen de schrijfstijl van verschillende auteurs ontleden en toepassen op hun eigen werk.


Korte omschrijving van de inhoud

Beoordelingsvorm Beoordeling op

Relatie met andere studieonderdelen/ onderzoek

Literatuur

Studenten kunnen een methodische gesprekscyclus doorlopen.

• De studenten kunnen een persoonlijk ontwikkelingsplan maken, waarin zij zich op basis van de opleidingscompetenties en eigen motivatie zichzelf doelen kunnen stellen. In het tweede jaar van het vak Schrijfatelier ligt het accent op het orienterende en evaluatieve aspect van het schrijfproces. Studenten leren een werkplan te maken. Dit werkplan wordt gemaakt vanuit een schrijfprocesmodel. De student leert opdrachten te ontwerpen die tot doel hebben zichzelf te motiveren. De student leert teksten te analyseren en te experimenteren met schrijfstijlen die niet de eigen zijn. De student leert onderzoek te doen naar de eigen professionalisering. De student ontwikkelt inzicht in het eigen leerproces en de eigen plaats als maker van tekst. Het Schrijfatelier biedt een constante in de training tijdens de studie, die verder heel veel aspecten van het schrijven aanstipt, zodat de studenten zich leren ontwikkelen en zodat de opleiding de student leert kennen. De beoordeling vindt plaats aan het einde van ieder blok door de docent. • aanwezigheid tijdens ateliers (de student is minimaal 80% van de contacturen aanwezig) • participatie en attitude tijdens de lessen • ontwikkeling gemaakte opdrachten • eindopdrachten In het Schrijfatelier wordt gewerkt aan opdrachten van andere vakken uit de trainingsleerlijn, integrale leerlijn of vaktechnische leerlijn. De schrijfbegeleider begeleidt de studenten bij het maken van deze opdrachten. In het Schrijfatelier worden tevens schrijftechnieken geoefend. Te bepalen door docent

93


Studiemateriaal

94

Reader Writing with Power, Peter Elbow (aan te schaffen)


Recensies Docenten Studiepunten Periode Contacttijd Competenties

Studieleiding 1,5 Hele jaar 0 uur Professioneel vermogen Reflectief vermogen Opzet, werkvorm • De student schrijft leesverslagen en recensies. en begeleiding • De student bezoekt tentoonstellingen en voorstellingen en schrijft kritieken, columns of reportages. Leerdoelen/doelstellingen Studenten oefenen het schrijven van recensies van literatuur, tentoonstellingen, theatervoorstellingen, festivals etc. en kunnen deze werken in een kader plaatsen. Korte omschrijving De studenten stellen bij het vak Bibliotheek een boeken- en van de inhoud tekstlijst samen. De studenten lezen boeken, bezoeken tentoonstellingen, theatervoorstellingen en festivals, en schrijven daarover beschouwingen en recensies. Opdrachten worden na de herfstvakantie uitgedeeld door de studieleiding. Beoordelingsvorm De beoordeling vindt plaats aan het eind van elk blok. De studieleiding beoordeelt. Beoordeling op • basis van portfolio wordt nagegaan of alle opdrachten uitgevoerd zijn • het aantal recensies • stijl, argumentatie, inzicht, overtuigingskracht • beschouwing en het werk in een kader kunnen plaatsen Relatie met andere De boeken en te recenseren voorstellingen en tentoonstelstudieonderdelen/ lingen sluiten aan op de thema’s van het vak Schrijven & onderzoek Spreken. Literatuur Te bepalen door studieleiding (zie lijst bibliotheek en werkboek op de elektronische leeromgeving). Studiemateriaal Te bepalen door studieleiding.

95


Vakomschrijvingen Creative Writing

Derde jaar 2013–2014

ArtEZ Arnhem © Frank Tazelaar Monique Warnier


98


Studieonderdelen derde jaar TOETSING EINDE CURSUS

TOETSING EINDE BLOK

ECT (afgerond)

LEERLIJN

CREATIVE WRITING integrale leerlijn 5,0 X ORIテ起TATIE (verdieping) vaktechnische leerlijn 7,0 X LEZEN EN BESCHOUWEN integrale leerlijn 5,0 X PROGRAMMAMAKEN integrale leerlijn 3,0 X TEKST & VISUELE CULTUUR (reportage) trainingsleerlijn 7,0 X 99 PROZA & NON FICTIE vaktechnische leerlijn 4,0 X TEKST & BEELD vaktechnische leerlijn 4,0 X LITERATUURGESCHIEDENIS vaktechnische leerlijn 3,0 X FILOSOFIE EN VERHAALANALYSE vaktechnische leerlijn 3,0 X DIDACTIEK vaktechnische leerlijn 3,0 X STAGE/VRIJE MINOR studieloopbaan leerlijn 12,0 X STUDIELOOPBAAN BEGELEIDING studieloopbaan leerlijn 1,0 X SCHRIJFATELIER trainingsleerlijn 2,0 X RECENSIES TOTAAL

trainingsleerlijn

1,0 60,0

X


100


Creative Writing Docenten Studiepunten Periode Contacttijd Competenties

Opzet, werkvorm en begeleiding

Gastdocenten en studieleiding 5,0 Hele jaar (vijf meetings van een dag: 11 oktober, 6 december, 7 februari, 28 maart, 30 mei.) 50 uur Creërend vermogen Reflectief vermogen Technisch vermogen Professioneel vermogen Opdracht Studenten krijgen opdrachten gerelateerd aan de thema’s waar zelfstandig of collegiaal aan gewerkt wordt. Samenhang met vak Bibliotheek.

Werkplaats In de werkplaats (5 dagen in het studiejaar 2013-2014) worden de opdrachten gepresenteerd en in een intervisiesetting besproken. Begeleiding door studieleiding. Leerdoelen/doelstellingen • Studenten leren zich met verschillende narratieve technieken te verhouden tot de actualiteit. Korte omschrijving In Creative Writing staat de werking van het vertellen van de inhoud centraal. In vijf intensieve dagen met gastdocenten wordt gewerkt aan vijf elementen van één verhaal. In de cursus wordt aan narratieve tekst of artikel gewerkt waarin een thema centraal staat. In Creative Writing wordt tevens theorie behandeld en verwerkt in de opdrachten Beoordelingsvorm De beoordeling van de opdracht vindt plaats aan het einde van ieder blok, door de studieleiding. • inzet en aanwezigheid (de student is minimaal 80% van Beoordeling op alle contacturen aanwezig) • de eindopdracht, d.i. een presentatie van alle deelopdrachten en op procesontwikkeling

101


Literatuur Studiemateriaal

102

Afhankelijk van thema, zie het vak Bibliotheek. Studiemateriaal


OriĂŤntatie & verdieping Docenten Studiepunten Periode Contacttijd Competenties

Zelfstudie 10,0 Alle semesters 5 uur Professioneel vermogen Technisch vermogen Opzet, werkvorm Zelfstandig werken aan de uitwerking van een projectplan en begeleiding waarvoor de student het voorstel/synopsis maakt. Leerdoelen/doelstellingen Het leren presenteren en verdedigen van een synopsis, het leren uitwerken van een projectplan tot een literair product. Het overleggen met een redactie. Korte omschrijving Elke derdejaarsstudent schrijft een voorstel voor een verhaal van de inhoud of ander literair product. Deadline is 15 okotber. Deze format is een synopsis zoals je die zou inleveren bij een literair agent, een uitgever of als schrijfbeursverzoek bij het Fonds voor de Letteren. Deze synopsis wordt beoordeeld door een commissie van docenten. Vervolgens wordt, bij goedkeuring, het voorstel uitgewerkt in een eerste draft. Deadline 10 januari. Deze draft wordt beoordeeld door een redactie van medestudenten. Daarna wordt de draft uitgewerkt tot het product, dat beoordeeld wordt na de deadline van 15 juni door een commissie van drie kerndocenten. Beoordeling op De synopsis moet leiden tot een concreet eindproduct dat door een commissie van drie schrijvers/redacteuren (te weten: twee kerndocenten en een schrijver/redacteur die niet aan de opleiding verbonden is) wordt beoordeeld. De vorm van het eindproduct kan variĂŤren van een korte novelle, een essayreeks, een monoloog tot een script voor een graphic novel.

103


Lezen en beschouwen Docenten Studiepunten Periode Contacttijd Competenties

104

Studieleiding 5,0 Hele jaar 0 uur Technisch vermogen Reflectief vermogen Opzet, werkvorm Studenten lezen zelfstandig boeken uit een zelf samengeen begeleiding stelde literatuurlijst. De boeken zijn waar mogelijk gekoppeld aan de thema’s uit het vak Creative Writing. Leerdoelen/doelstellingen Studenten hebben aan het einde van de opleiding een reeks belangrijke literaire werken gelezen en zijn op de hoogte van de meest recente ontwikkelingen in de literatuur. Korte omschrijving De studenten stellen aan het begin van elk blok zelf een litevan de inhoud ratuurlijst samen. De studenten lezen de boeken en schrijven een reeks essays als verslag van deze leeservaring. Beoordelingsvorm Eindopdracht + essay. Beoordeling op • essay • de manier waarop er met de inhoud van de boeken wordt omgegaan: kan de student de boeken als referentiekader gebruiken? Kan hij de verschillen tussen (meester) werken benoemen? Indicatoren voor beoordeling

• de student toont aan dat hij de literatuur gelezen heeft door middel van geschreven essays • de student toont aan dat hij de literatuur gelezen heeft door middel van referenties aan de boeken in zijn werk/ opdrachten • de student toont aan dat hij de literatuur heeft gelezen door dat hij erover mee kan praten in de overige vakken.


Programmamaken Docenten Studiepunten Periode Contacttijd Competenties

Kim van Kaam Monique Warnier 3,0 Blok 2 15 uur Creërend vermogen, technisch vermogen, reflectief vermogen, professioneel vermogen. Werkcolleges.

Opzet, werkvorm en begeleiding Leerdoelen/doelstellingen de studenten maken een (avondvullend) literair programma. • de studenten kunnen zelfstandig werken met behulp van gegeven randvoorwaarden. • de studenten weten het verschil tussen programmeren en programmamaken. • de studenten weten wat er nodig is om tot een (avondvullend) programma te komen en kunnen dat toepassen. • de studenten leren signaleren. • de studenten leren presenteren en verwijzen. • de studenten werken interdisciplinair. • de studenten benaderen een thema vanuit verschillende disciplines. • de studenten kunnen samenwerken. Korte omschrijving In de werkcolleges programmamaken wordt gewerkt aan een van de inhoud avondvullend literair programma. De studenten krijgen inleidende lessen waarin ze hernieuwd kennis maken met het verschil tussen programmamaken en programmeren, met werken in een redactie en met de verschillende aspecten die komen kijken bij het bedenken en uitvoeren van een programma. Daarna gaan de studenten zelfstandig aan de slag, aanvankelijk met de hele klas, maar in een latere fase werken de studenten in groepen (programmabegeleiding, productie en pr). De studenten werken aan een (avondvullend ) literair

105


Beoordelingsvorm 106

Beoordeling op

Relatie met andere studieonderdelen/ onderzoek Literatuur Studiemateriaal

programma dat daadwerkelijk uitgevoerd wordt aan het eind van het blok. Er wordt uitgegaan van het idee dat een programma maken een artistieke vaardigheid is, waarbij keuzes in thema en verbanden die gelegd worden, een uitdrukking zijn van die vaardigheid. De studenten leren niet alleen de artistieke kant van het programmamaken kennen, maar krijgen les en oefening in het opzetten en regelen van de praktische zaken die komen kijken bij een programma. Na afloop schrijven de studenten een evaluatie over het gevolgde traject, waarin gereflecteerd wordt op hun individuele ontwikkeling, leerdoelen en op de ontwikkeling van het geheel: het proces van programmamaken van idee tot uitvoering. Beoordelingsgesprek aan de hand van de schriftelijke evaluatie van de student. • aanwezigheid tijdens colleges (de student moet minimaal 80% van de lessen aanwezig zijn). • participatie en atttitude tijdens de werkcolleges. • participatie en attitude bij tot stand komen en uitvoering van programma. Recensies kunsten, de bezochte voorstellingen en festivals kunnen als voorbeeld dienen n.v.t. n.v.t.


Tekst & Visuele cultuur (reportage) Docenten Studiepunten Periode Contacttijd Competenties

Martijn Brugman 7,0 Hele jaar 34 uur Professioneel vermogen Creerend vermogen Reflectief vermogen Technisch vermogen Opzet, werkvorm Tijdens de eerste twee blokken van het jaar werkcolleges. De en begeleiding twee laatste blokken wordt gewerkt aan het eindproduct. Leerdoelen/doelstellingen Het vak is gericht op verbreding van het schrijverschap en aansluiting bij ontwikkelingen in de schrijf- en beeldcultuur, waarin essayistiek, script, documentaire, journalistiek, fictie en beschouwing steeds meer mengen. Doelstelling is de studenten te introduceren in deze ontwikkelingen. Korte omschrijving Introductie in de werkwijze van vernieuwende auteurs/ van de inhoud denkers/filmmakers als Malcolm Gladwell en Miranda July. Onderzoek naar de presentatie van thema’s in hun werk leidt tot het kiezen van een maatschappelijk actueel onderwerp en een beschouwing van de representatie van dit onderwerp in de visuele cultuur. Beoordelingsvorm Beoordeling eindopdracht. Beoordeling op Particiaptie en product Literatuur Malcolm Gladwell Studiemateriaal n.v.t.

107


Proza & non-fictie Docent Studiepunten Periode Contacttijd Competenties

108

Henk van Straten 4,0 1 27 uur Technisch vermogen Professioneel vermogen Werkcolleges

Opzet, werkvorm en begeleiding Leerdoelen/doelstellingen Studenten maken gebruik van de vaktechnische onderdelen van proza en schrijven een artikel, verhaal of essay. Korte omschrijving Studenten werken aan de combinatie van verhalend proza en van de inhoud reportage in artikelvorm. Beoordelingsvorm Opdracht (artikel) en gesprek Beoordeling op Artikel Indicatoren voor beoordeling Deelname, ontwikkeling opdracht, beheersing van het verhaal, vorm en scherpte van het artikel. Literatuur Te bepalen door docent.


Tekst & Beeld Docent Studiepunten Periode Contacttijd Leerdoelen/doelstellingen

Korte omschrijving van de inhoud

Dennis Gaens 4,0 2e blok 24 uur Tekst en Beeld staat in het teken van het ontwikkelen van een eigen stem binnen de poëzie. • Studenten hebben kennis van de begrippen toon, thematiek en stem. Ze weten deze van elkaar te onderscheiden en te herkennen in zowel poëzie van andere dichters als eigen werk. • Studenten kunnen zichzelf en hun werk plaatsen in een web van verwante kunstenaars. Ze kunnen aangeven in welke opzichten ze verschillen van deze kunstenaars en wat de gemeenschappelijkheden zijn. • Studenten kunnen de invloed van verwante kunstenaars op hun werk aanwijzen en verantwoorden. • Studenten kunnen bewust de thematiek, stem of toon van een werk of kunstenaar vertalen naar een eigen werk. • Studenten tonen een eerste aanzet tot een stem. Tekst en Beeld is het derdejaars poëzievak. In het eerste jaar is vooral aan technische vaardigheden gewerkt, in het tweede aan performance en in het derde jaar staat het ontwikkelen van een eigen stem centraal. Studenten gaan hiervoor in kaart brengen wat hun thema’s zijn, leggen een web aan van verwante kunstenaars en leren technieken, thematiek, toon en stem van deze te vertalen naar hun eigen werk.

109


Literatuurgeschiedenis Docent Studiepunten Periode Contacttijd Competenties Opzet, werkvorm en begeleiding Leerdoelen/doelstellingen

Korte omschrijving van de inhoud 110

Beoordelingsvorm Beoordeling op

Literatuur Studiemateriaal

gastdocent 3,0 Blok 4 27 uur reflectief vermogen, professioneel vermogen. Werkcolleges, opdrachten en eindopdracht. • de student leert (klassieke) theaterteksten interpreteren en te duiden • de student krijgt zicht op de opvoeringsgeschiedenis van een aantal theaterteksten. • de student leert verbanden leggen tussen disciplines • de student leert een tekst in een breder kader te plaatsen In het vak literatuurgeschiedenis worden een aantal klassieke theaterteksten behandeld. Daarbij wordt de tekst in een dramaturgisch kader geplaatst: er worden meerdere uitvoeringen van dezelfde tekst behandeld, er worden verbanden gelegd tussen disciplines en interpretaties, waarbij de nadruk niet ligt op de historische waarde van de tekst, maar de manier waarop de inhoud/het thema van de tekst geduid wordt. Op die manier krijgt de student zowel informatie over de opvoeringsgeschiedenis van een klassieker als over de duiding van de klassieker, en hoe de klassieke thema’s in de hedendaagse cultuur doorleven. Eindopdracht • aanwezigheid tijdens colleges (de student moet minimaal 80% van de lessen aanwezig zijn). • participatie en atttitude tijdens de (gast)colleges. • participatie deelopdrachten. • ingeleverde eindopdracht. n.v.t. n.v.t.


Filosofie: Close Reading Docent Studiepunten Periode Contacttijd Competenties

dr. Jannah Loontjens 3,0 1e blok + 4e blok 36 uur Technisch vermogen Reflectief vermogen Hoorcollege en werkcollege

Opzet, werkvorm en begeleiding Leerdoelen/doelstellingen • Studenten maken kennis met hedendaagse filosofie. • Studenten leren analytisch lezen. • Studenten hebben een indruk van de geschiedenis van de filosofie. Korte omschrijving In dit vak zullen we een hedendaags filosofisch werk van A tot van de inhoud Z gezamenlijk lezen en duiden. De studenten zullen naar aanleiding van deze tekst inzicht krijgen in de recente geschiedenis van de Westerse filosofie en de belangrijke vraagstukken van deze tijd. Dit jaar zullen we ons concentreren op Peter Sloterdijks werk Sferen. Beoordelingsvorm De eindopdracht bij elk blok bestaat uit een essay of verhaal, met een filosofische vraag als uitgangspunt, maar de participatie in de klas en deelname aan de discussie zal tevens meegewogen worden in de beoordeling. Beoordeling op • deelname aan colleges (de student is minimaal 80% van alle contacturen aanwezig) • participatie en attitude tijdens de colleges (de student neemt actief deel aan discussies en werkt gedisciplineerd aan opdrachten) • ingeleverde opdrachten Relatie met andere Boeken uit het vak Bibliotheek kunnen behandeld worden in studieonderdelen/ dit vak. onderzoek Literatuur Voor dit vak maken we gebruik van het boek Sferen (band I) van Peter Sloterdijk

111


Didactiek Docent Studiepunten Periode Contacttijd Competenties

112

Bert van Beek 3,0 Blok 1 en 2 51 uur • Reflectief vermogen • Professioneel vermogen Opzet, werkvorm • In het vak didactiek leren de studenten technieken, en begeleiding houdingen en vaardigheden die hen in staat stellen het vakmanschap over te dragen aan derden. De studenten lezen vakliteratuur en bespreken deze in de les. Ze leren vanuit hun eigen motivatie een onderwijsmodule te maken op het gebied van één van de vaktechnische vakken en voeren deze uit. • Begeleiding gebeurd door de docent en in intervisiegroepen. Leerdoelen/doelstellingen • Studenten kennen elementaire didactische begrippen en kunnen deze toepassen in een onderwijssituatie. • Studenten tonen een houding die het mogelijk maakt het vakmanschap aan derden over te brengen. • Studenten kunnen zelfstandig een les ontwikkelen. • Studenten kunnen onder begeleiding een lesmodule ontwikkelen. • Studenten tonen van elkaar te willen leren in een intervisiegroep en zijn organisatorisch in staat de bijeenkomsten frequent en goed te laten verlopen. Korte omschrijving Eèn van de beroepsuitgangen van de opleiding is de (buivan de inhoud tenschoolse) onderwijspraktijk. In dit vak leren studenten de beginselen van didactiek. Hierbij wordt nadruk gelegd op activerende didactiek. De studenten komen in het eerste blok wekelijks bijeen om hun kennis te vergroten, te oefenen met voor een klas staan (mini-lessen geven), en om lessen te leren ontwerpen. Het eindproduct van het eerste blok is een uitvoerbare


Beoordelingsvorm Beoordeling op

Literatuur

lesmodule. In het tweede blok moeten de studenten deze lesmodule uitvoeren. Het verloop hiervan bespreken ze in een intervisiegroep. Deze module kan onder anderen in het buitenschoolse programma van scholen en bij cursuscentra uitgevoerd worden. De opleiding probeert zoveel mogelijk plaatsen aan te reiken, maar de student is uiteindelijk verantwoordelijk voor de uitvoering. Het eindproduct van het tweede blok is een opname van één van de gegeven lessen/workshops en een analyse van de intervisiegroep. De beoordeling vindt plaats aan het einde van ieder blok door de docent. • aanwezigheid tijdens ateliers (de student is minimaal 80% van de contacturen aanwezig) • participatie en attitude tijdens de lessen • ontwikkeling gemaakte opdrachten • eindopdrachten Leren in vijf dimensies, Robert Marzano

113


Stage / vrije minor Docenten Studiepunten Periode Contacttijd Competenties Opzet, werkvorm en begeleiding

114

nvt 12,0 3e blok nvt Afhankelijk van keuze, in elk geval professioneel en reflectief STAGE De student gaat stage lopen binnen het literaire bedrijf. Dat kan een stage zijn binnen Nederland maar ook in het buitenland. De student schrijft een motivatie voor zijn stagekeuze en deze moet goedgekeurd worden door de studieleiding. In de motivatie staan eveneens heldere leerdoelen. De stage wordt beoordeeld vanuit de opleiding, maar ook vanuit de stageplek. Wanneer de student toegelaten is tot de stageplek van zijn keuze, zal hij samen met de stagebegeleider van het bedrijf een leerdoelen overzicht opstellen en dat voorleggen aan de stagebegeleider van de opleiding. Ook wordt er gelet op het aantal uren dat aan de stage besteedt wordt en hoe die over de periode verdeeld worden. Gedurende de stage houdt de student een logboek bij. Aan het eind van de stage levert de student een stageverslag in. VRIJE MINOR De student kan een vrije minor volgen binnen ArtEZ. Daarvooor schrijft de student een motivatie, inclusief leerdoelen en waarom dit vak een aanvulling is op de studie. Bovendien moet de student aangeven waarom hij de vrije minor kiest in plaats van een stage. De motivatie moet goedgekeurd worden door de studieleiding en de examencommissie. De vrije minor kan bestaan uit het volgen van 1 vak van 12 studiepunten, maar kan ook opgebouwd worden uit meerdere vakken die samen voor 12 studiepunten staan. Daarbij is wel belangrijk dat de samenhang tussen de vakken goed


onderbouwd is. De vrije minor kan ook bestaan uit de uitvoering van een goedgekeurd projectplan, begeleid door een door de studieleiding aangewezen docent. Aan het eind van de vrije minor periode vindt er een gesprek met de studieleiding plaats om te zien of de leerdoelen voldoende behaald zijn. Leerdoelen/doelstellingen • de student leert functioneren binnen een professionele omgeving • de student kan zijn professionele werkhouding inzetten • de student bouwt een netwerk op • de student kan samenwerken • de student kan zijn kennis toepassen • de student kan buiten zijn vertrouwde omgeving functioneren en leren Korte omschrijving ... van de inhoud Beoordelingsvorm Eindgesprek voor Stage, in de Vrije Minor wordt het gevolgde vak/project beoordeeld. Ook wordt een afrondend gesprek gehouden met de student om te bepalen of de leerdoelen gehaald zijn. Beoordeling op STAGE: Logboek Stageverslag Beoordeling stagebegeleider bedrijf Attitude en werkhouding Eindgesprek VRIJE MINOR: Eindgesprek en resultaten gevolgde vakken/project

115


Studieloopbaanbegeleiding Docent Studiepunten Periode Contacttijd Competenties

Bert van Beek 2,0 Hele jaar Minimaal 2 individuele gesprekken. Reflectief vermogen Professioneel vermogen Individuele gesprekken (minimaal 2 gesprekken per jaar).

Opzet, werkvorm en begeleiding Leerdoelen/doelstellingen • Studenten kunnen een goede afweging maken bij te maken keuzes in hun studieloopbaan. • Monitoring van de studievoortgang en ontwikkeling student. Korte omschrijving Doel van het vak studieloopbaanbegeleiding is het bieden van de inhoud van een goede ondersteuning bij het efficiënt en met plezier doorlopen van hun studie. 116

De studenten stellen aan het begin van het jaar een persoonlijk ontwikkelingsplan op en bespreken dat met de studieleiding. Gedurende het jaar blijft het persoonlijk ontwikkelingsplan de rode draad en wordt er naar teruggegrepen om de individuele ontwikkeling te toetsen. Daarin wordt aan de volgende onderdelen gewerkt: • Individuele studievoortgang: voortgang studie, bespreken knelpunten, studiehouding zoals inzet, planning en studeren, bespreken welbevinden op de opleiding, wijze waarop gebruik gemaakt wordt van leerbronnen, bespreken portfolio. • Loopbaanoriëntatie: kennismaken met de opleiding en het onderwijsconcept zoals thema’s die aan bod komen en projecten die gaan volgen, de wijze waarop getoetst en geëvalueerd wordt, de structuur en organisatie van de opleiding.


Beoordelingsvorm

Beoordeling op Relatie met andere studieonderdelen/ onderzoek Literatuur Studiemateriaal

• Stage: aan het eind van het tweede jaar weten waar een stage dan wel minor gevolgd kan worden • De studenten kunnen hun studieloopbaan op een zodanige manier plannen en doorlopen dat deze aansluit bij hun persoonlijke ambitie in studie, arbeid en beroep. In individuele gesprekken (minimaal 2 per jaar) wordt het functioneren besproken; voor 1 februari ontvangt de student een voortgangsgesprek op basis waarvan de student kan besluiten de studie voort te zetten dan wel af te breken. In de individuele gesprekken komt de studievoortgang aan bod, daarbij wordt ook gekeken naar het portfolio en het persoonlijk ontwikkelingsplan. Beiden dienen als ontwikkelingsinstrument. In het ontwikkelingsplan wordt de gewenste ontwikkeling verwoord, in het portfolio is deze ontwikkeling concreet te zien aan de hand van de gemaakte opdrachten uit andere vakken. De inhoud van het portfolio wordt niet in het vak Studieloopbaanbegeleiding beoordeeld, dit gebeurt bij de vakken in de vaktechnische en de trainingsleerlijn. • Deelname • Persoonlijke vordering In dit vak worden de ervaringen uit alle andere vakken besproken. Ook wordt er aandacht besteed aan de ontwikkeling van feedback en het reflecterend vermogen van de student. n.v.t. Te bepalen door docent

117


Schrijfatelier Docent Studiepunten Periode Contacttijd Competenties

Opzet, werkvorm en begeleiding

Bert van Beek 2,0 Hele jaar 24 uur • Technisch vermogen • Reflectief vermogen • Professioneel vermogen In het Schrijfatelier worden schrijftechnieken geoefend en wordt gewerkt aan opdrachten uit andere vakken. Hierbij ligt de nadruk in het derde jaar op het formuleren van een poëtica, recursiviteit, organisatie en presentatie. Begeleiding gebeurd door de schrijfbegeleider van de opleiding.

118

Schrijfatelier heeft meer dan in de voorgaande jaren het karakter van individuele en groepsbegeleiding. Studenten werken aan de eigen professionalisering door middel van het uitvoeren en verdiepen van de gestelde doelen uit het POP. Leerdoelen/doelstellingen • Studenten kunnen de doelen uit hun POP operationaliseren en er op reflecteren. • Studenten kunnen op basis van analyse en synthese een eigen poëtica formuleren. • Studenten kunnen de keuzen die zij maken bij het samenstellen van een portfolio beargumenteren. Korte omschrijving In het derde jaar van het vak Schrijfatelier ligt het accent op van de inhoud het plannende, reflectieve en evaluerende aspect van het schrijfproces en de eigen professionele positie. Studenten leren vanuit hun eigen POP recursief doelen te stellen en werken er in de les aan deze te behalen. Dit kan schrijfwerk zijn, maar ook het contact onderhouden met andere makers of organisatoren of het zelf produceren van een creatief product.


Hiernaast toont de student het vermogen om het eigen werk te kunnen analyseren en een beargumenteerde positie in te kunnen nemen over het beoogde doel van het werk. Hierbij toont de student aan te kunnen tonen hoe hiervoor stijlmiddelen en literaire middelen worden ingezet. Ook toont de student de eigen visie op esthetiek te kunnen verwoorden.

Beoordelingsvorm Beoordeling op

Relatie met andere studieonderdelen/ onderzoek

Literatuur Studiemateriaal

Het Schrijfatelier biedt een constante in de training tijdens de studie, die verder heel veel aspecten van het schrijven aanstipt, zodat de studenten zich leren ontwikkelen en zodat de opleiding de student leert kennen. De beoordeling vindt plaats aan het einde van ieder blok door de docent. • aanwezigheid tijdens ateliers (de student is minimaal 80% van de contacturen aanwezig) • participatie en attitude tijdens de lessen • ontwikkeling gemaakte opdrachten • eindopdrachten In het Schrijfatelier wordt gewerkt aan opdrachten van andere vakken uit de trainingsleerlijn, integrale leerlijn of vaktechnische leerlijn. De schrijfbegeleider begeleidt de studenten bij het maken van deze opdrachten. In het Schrijfatelier worden tevens schrijftechnieken geoefend. Te bepalen door docent Reader

119


Recensies Docenten Studiepunten Periode Contacttijd Competenties

120

Studieleiding 1,0 Hele jaar 0 uur Professioneel vermogen Reflectief vermogen Opzet, werkvorm Zelfstudie: de student leest boeken en bezoekt tentoonen begeleiding stellingen en voorstellingen en schrijft hierover kritieken, columns of reportages. Leerdoelen/doelstellingen Studenten oefenen het schrijven van recensies van literatuur tentoonstellingen, theatervoorstellingen, festivals die ze zelf uitkiezen en die aansluiten bij hun specialiteit. Korte omschrijving De studenten lezen boeken, bezoeken tentoonstellingen, van de inhoud theatervoorstellingen en festivals, en schrijven daarover recensies. De te lezen boeken en de thema’s sluiten aan bij de specialiteit van de student. Opdrachten worden na de herfstvakantie uitgedeeld door de studieleiding. Beoordelingsvorm De beoordeling vindt plaats aan het eind van elk blok. De studieleiding beoordeelt. Beoordeling op • basis van portfolio wordt nagegaan of alle opdrachten uitgevoerd zijn • het aantal recensies • stijl, argumentatie, inzicht, overtuigingskracht • aansluiting bij eigen specialiteit Relatie met andere De boeken en te recenseren voorstellingen en tentoonstellinstudieonderdelen/ gen sluiten aan op de eigen specialiteit van de student. onderzoek


Studieleiding en docenten Studieleiding Frank Tazelaar Hoofd opleiding F.Tazelaar@artez.nl

Monique Warnier Coördinator opleiding M.Warnier@artez.nl

Lyzette Siepman Management assistent L.Siepman@artez.nl creativewriting@artez.nl

Telefoonnummer Creative Writing 026-3535804 Docenten

122

Jasper Henderson Tekst en stijl Els Moors Tekst en stijl Ivo Victoria Tekst en stijl Jaap Robben Tekst en stijl Jan van Mersbergen Tekst en stijl Dennis Gaens Tekst en media Martijn Brugman Tekst en media Bert van Beek Studieloopbaanbegeleiding Jannah Loontjens Filosofie Daniëlle Serdijn Roman en actualiteit Henk van Straten Proza en non-fictie Kim van Kaam Programmamaken

Thomas Verbogt Tekst, dynamiek en podium Hanneke Hendrix Tekst, dynamiek en podium Jibbe Willems Tekst, dynamiek en podium Alex van der Hulst Tekst en wereld F. Starik Tekst en vorm Tsead Bruinja Tekst en vorm Jan Willem Anker Tekst en vorm Nyk de Vries Tekst en vorm Thomas Möhlmann Tekst en vorm Marieke Winkler Literatuurgeschiedenis Maaike Koffeman Literatuurgeschiedenis Jochem Riesthuis Literatuurgeschiedenis


Colofon

Dit is een uitgave van Literair Productiehuis Wintertuin ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten Samenstelling Vormgeving Fotografie Redactie

Frank Tazelaar, Monique Warnier Jos Lenkens Hanne van der Woude Noortje Kessels, Myrna Epping

123



Opm studiegids artez cw 13 14 klaar j123 issuu