Issuu on Google+

plaats_

_maken

portfolio_ _Jurjen van der Horst


portfolio

Ir. Jurjen van der Horst (1989) architect

Rouveen (Overrijssel) 06 45 36 66 36 jurjenvanderhorst.nl info@jurjenvanderhorst.nl druk: februari 2014


geselecteerd werk

p. 6

1_ Wellness by nature, Nature by wellness Peazummerlannen (Fr.)

p. 14

2_ Manifest voor contextuele architectuur met inhoud Westelijke Eilanden, Amsterdam

p. 24

3_ Buitenverblijf Rouveen (Ov.)

p. 30

4_ Waterpoort Giethoorn (Ov.)

p. 36

5_ (in) between machines, Seraing Music Factory Luik (Be.)

p. 44

6_STUDY 4REST Wageningen campus

meer werk op jurjenvanderhorst.nl

1

4 2 6

5

3


maak_plaats maak_plaats maak_plaats maak_smaak maak_plaats

aantrekkelijk passend karakter

maak_plaats maak_plaats maak_plaats maak_vaak maak_plaats

oefening volharding voldoening vermaak

maak_plaats maak_plaats maak_plaats maak_plaats maak_plaats maak_plaats

context omgeving locatie tijdsgeest ruimte plekken

maak_plaats maak_plaats maak_baar maak_plaats

esthetisch technisch financieel

maak_plaats maak_plaats maak_plaats maak_raak maak_plaats maak_plaats maak_plaats

bewust duurzaam optimaal


Plaats en maken. Als ik mijn passie voor architectuur tot twee woorden zou moeten reduceren, zouden het zeker deze twee zijn. Een ultieme samenvatting. Geïllustreerd op de kaft van dit portfolio met fragmenten van het inmiddels welbekende Google icoon. Plaats en maken, twee begrippen die minstens zo oud zijn als het woord architectuur zelf. Maar zo bekend, eenvoudig en vertrouwd, dat ze uit de mode geraakt lijken te zijn. Vervangen door trendy woorden als conceptuality, sustainability en meer van dat soort hippe termen. Die er overigens toe doen. Maar de geweldige rol die de begrippen plaats en maken kunnen spelen in het ontwerpproces, wordt zomaar eens vergeten. Bewust, maar nog vaker onbewust. Ik probeer ze niet uit het oog te verliezen. Integendeel. Voor mij begint architectuur steeds met de begrippen ‘plaats’ en ‘maken’. De eerste aanleidingen liggen meer dan tien jaar terug in de tijd. Op een plattelandsdorp in Overijssel, waar mijn ouders een rietdekkersbedrijf runnen. In mijn jeugd had ik een ontembare interesse in het maakproces die ik daar op de bouwplaatsen aantrof. En evenveel

aandacht voor de ontelbare discussies over die ‘nieuwe, rare, vreemde, moderne gebouwen’ die zouden misstaan in het (historisch) gebied. Of dit ook iets zegt over de plattelandscultuur wil ik in het midden laten. Het zou de discussie namelijk niet minder interessant maken. De discussie die zou uitdraaien op plaatsen, en wat daar wel, maar vooral ook niet gemaakt kon worden. Letterlijk en figuurlijk. Deze jeugdige nieuwsgierigheid heeft me niet meer losgelaten. Tijdens mijn studie architectuur zijn vraagstukken met betrekking tot het combineren van het nieuwe, het universele met de bestaande context blijven boeien. Ik ontdekte steeds meer facetten van de begrippen plaats en maken, waarna ze prominenter en breder werden ingezet bij mijn ontwerpen. Maken was niet meer zozeer een kwestie van bouwtechniek, maar kon ook over bruikbaarheid, organisatie en ruimtelijkheid gaan. Maken gaat nu over programma, over mensen, over plekken en over ruimte. Vooral over ruimte! En ruimte staat synoniem aan plaats. Mijn architectuur gaat nadrukkelijk over het maken van (ruimtelijke) plekken op verschillende plaatsen, locaties. Met veel

aandacht voor de context: de fysieke context van een plek, maar ook de intellectuele, programmatische en culturele condities van de context. Zowel lokaal, als in de bredere maatschappelijke context. De wisselwerking tussen de plek die ik maak, en de plaats waar ik deze maak, staat altijd voorop. In mijn afstudeeronderzoek ben ik op zoek gegaan naar de wijze waarop beide elkaar beïnvloeden. Het resultaat werd een (persoonlijk) ‘manifest voor contextuele architectuur met inhoud’. Hierin heb ik een houding gepresenteerd die zich richt op het maken van contextuele inpassingen die voorbij gaan aan het (kopieergedrag van) beeld, en zich weer vestigen op de inhoud. Naar het maken van ruimte, naar het maken van plaats. Want architectuur gaat in mijn ogen nog steeds over het maken van plaatsen, goed bruikbaar op allerlei gebruiksniveaus en daardoor vooral iets wat we om ons heen willen hebben. Om ons heen willen zien. En daarom is het zo mooi om dingen te maken. Plaatsen, gebouwen, maar ook tekeningen, modellen, maquettes of een portfolio. Vermakelijk!


6


Wellness by nature, nature by wellness. Peazemerlannen (Fr.)

plaats_

_maken

_ongereptheid _’echte en unieke’ natuur _zintuigelijke prikkels _onontdekt

_bewustwording _interactie _activiteit _waardering


Wellness by nature, nature by wellness. Peazemerlannen (Fr.) Is er nog natuur in Nederland? Of praten we in dat geval over landschap? Is het grootste deel namelijk niet door de mens geschapen land? Slechts de noordkust bij het Waddengebied bezit flarden van ‘wilde en ongerepte’ natuur waar de mens de strijd van de elementen niet altijd wist te winnen. Toch is dit prachtige gebied voor veel mensen onbekend. In het atelier Noorderruimte is daarom gezocht naar strategieën en concepten om dit unieke gebied onder de aandacht te brengen. Het eerste bezoek aan de kwelders en zomerpolders bij Paesens en Moddergat heeft een diepe indruk achtergelaten. In dit na een dijkdoorbraak (1973) ontstane natuurgebied worden al je zintuigen intens geprikkeld. De weidsheid en uitgestrektheid springt in het oog, net zoals de dynamische kleuren. Je hoort de stilte, letterlijk. Een overdaad aan geuren, de zee, modder en

2011, MASTER PROJECT I, ONTWERP, 90 M2, JOS BOSMAN EN NYNKE RIXT JUKEMA TENTOONGESTELD OP: SYMPOSIUM ‘OP ‘N DIEK’, GRONINGEN 21 EN 22 JUNI 2011

planten. En je voelt de kracht van de wind. Toch laten mensen hun prikkels vaak beperken tot het zicht. Door het bieden van een activiteit ontstaat er echter een nieuwe en concrete aanleiding om naar het gebied te komen. Een activiteit die ook de andere zintuigen prikkelt. Wellness, en wel op basis van de lokaal in de natuur aanwezige ingrediënten en middelen: Thalassa. Er ontstaat een wisselwerking tussen de wellnvess en de natuur, bezoekers die met als doel op de wellness afkomen, worden geïntroduceerd in de natuur van de wadden, en vice versa. Langs de 1000 meter lange doorgebroken dijkarm worden 4 units geplaatst waar men een algenbehandeling, modderpakking en zoutwaterspa kan ondergaan. Er ontstaat een sequentie van activiteiten die alle facetten van het dynamische landschap laat zien. De units

zijn zo vormgegeven en gesitueerd dat ze de bezoekers in een deel van de natuur bevriezen. De sculpturale vorm van de unit weerspiegelt de weerbarstigheid van het gebied en de materialisering zorgt ervoor dat ook binnen alle zintuigen geprikkeld blijven. Bewust niet wind- en waterdicht, maar wel zo vormgegeven dat er voldoende beschutting word geboden. De units zijn ter plekke te assembleren met robuuste eikenhouten segmenten die bestand zijn tegen de weersinvloeden. De verwering die optreed, doet de units meer en meer met het gebied versmelten. Ook buiten gebruik vormen de units een reeks prachtige objecten in het landschap. Objecten waarvan het aanzicht en de verschijningsvorm steeds veranderd bij verschillend weer, aanzicht en lichtinval

.

3. slib (670 m.) modderpakking 4. water (980 m.) zoutwaterspa

1. ontvangst kleedruimte 2. kwelder (300 m.) algenbehandeling

0

8

100

200 m

situatie Aan een oude (bitumen)dijkarm zijn 4 units gesitueerd die interacties op gang brengen met de verschillende facetten van het waddengebied door wellness activiteiten te bieden.


1

2

3

4

sculpturale vorm als resultante van de weerbarstigheid van het gebied

concept 1_ 2_ 3_ 4_

bevriezen van een plek die een specifiek venster op de natuur biedt toevoegen van diagonalen waarna er aan de vorm geduwd en getrokken kan worden er ontstaat een sculpturale vorm die de resultante lijkt van de weerbarstigheden in het gebied een semi-gesloten schil zorgt voor een atmosfeer waarin alle zintuigen geprikkeld blijven: zicht, geur, gehoor en gevoel

algenbehandeling Nadat men zich heeft omgekleed, wordt na 300 meter lopen de unit voor een algenbehandeling bereikt. De verwering laat het eikenhouten object steeds meer opgaan in zijn omgeving.

9


10

zoutwaterspa exterieur Het frame bestaat uit portalen van eikenhouten balken (180*180 mm). De portalen zijn vormvast en voldoende stabiel om de krachten van de natuur op te nemen.


zoutwaterspa interieur Op het frame zijn een of twee lagen met houten lamellen (40*60 mm) bevestigd. Een hiertussen geplaatste geperforeerde plaat voorkomt het binnendringen van ongedierte. De luiken van stalen spijlen kunnen worden opengedraaid om uitzicht te verkrijgen op het waddengebied.

11


12

modderbehandeling interieur ‘Opsluiting’ in de unit helpt de bezoekers stil te staan bij de zintuigelijke prikkels van het waddengebied.


Zintuigelijke prikkelingen die het (uit)zicht te boven gaan

gevelaanzicht, doorsnede en plattegrond

0

1

2

5m

13


14


Het contextdebat in beeld, op zoek naar ruimte. Een manifest voor contextuele architectuur met inhoud! hedendaagse woon-werkprogramma’s op de Westelijke Eilanden Amsterdam

plaats_

_maken

_centrum Amsterdam _grachten en eilanden _wonen en werken _ ‘oud’ en puur Amsterdam _contextdebat

_inbreidingen _ruimte! _manifest _inhoud _context 2.0

15

ruimtelijk model Bickerseiland populierenplex, 1.30


Een manifest voor contextuele architectuur met inhoud!

Afstudeeronderzoek (CUM LAUDE), sept 2012- aug 2013, Westelijke Eilanden Amsterdam, G. W. de Vries, M. van Rooij, M. Spaan en M. Reniers (M3H architecten) tentoongesteld op: Learning from the seventies, ARCAM Amsterdam &

Hedendaagse woon-werk programma’s op de Westelijke Eilanden Amsterdam

Archiprix selectie TU/Eindhoven

Het huidige contextdebat wordt als moeizaam ervaren en schijnt te wemelen van de paradoxen. Contextuele architectuur beperkt zich tegenwoordig hoofdzakelijk tot het scheppen van identiteiten en fictionele verhalen die zich weerspiegelen in het (gevel)beeld van het architectonisch object. Terwijl (contextuele) architectuur net zozeer over de productie van ruimte zou moeten gaan. Daarom is in dit afstudeeronderzoek de vraag gesteld of, en hoe het huidige, zo moeizaam ervaren contextdebat ruimte biedt voor invalshoeken die zich niet (uitsluitend) met het uiterlijk bezig houden. Deze vraag is ontstaan vanuit een zoektocht naar (persoonlijke) antwoorden in het maken van plaatsgebonden architectuur,

en heeft geresulteerd in een manifest waarin een nieuwe ontwerphouding gepresenteerd wordt om context ook en vooral in ruimte te kunnen vertalen. Input is enerzijds gevonden in de analyse van het contextdebat de afgelopen decennia, evenals in het stadsvernieuwingsproject van P. De Ley en J. van den Bout op het Bickerseiland in Amsterdam. Anderzijds is de basis van het manifest gevormd door het ontwerpen van drie inbreidingsprojecten op de Westelijke Eilanden in Amsterdam, waar geëxperimenteerd is met het maken van vernieuwende contextuele inpassingen. Als een reactie op het gemengde karakter van wonen en werken op de Westelijke Eilanden zijn drie uiteenlopende, hedendaagse woon-werk programma’s in

meer info op: www.jurjenvanderhorst.nl

ruimte vertaald die elk op hun eigen wijze aansluiting vinden bij de karakteristieken van de eilanden. Aan de hand van de drie ontwerpen wordt in het manifest een strategie gepresenteerd die zich richt op het maken van een ‘intertekstueel verhaal’, om deze te bundelen in een boek. Met deze metafoor wordt stapsgewijs uitgelegd hoe de verschillende betekenissen van de context gecombineerd kunnen worden, waarbij er zowel een inhoudelijk verhaal, als een herkenbare ‘kaft’ gemaakt wordt. Daarbij is er nog steeds een belangrijke rol voor het uiterlijk van het gebouw weggelegd. Maar met het belangrijke verschil dat het uiterlijke gevelbeeld in relatie met de inhoud van het gebouw tot stand komt

.

HUIS | typen

1600

en on

1625

1650

er k

1675

en

ww

scheepsbevonden activiteiten

type C: UIT

wonen

werken

ww

type A: IN

1700

type B: AAN

HUIS | type A: IN | basistype 4

Type A: In Basistype 4

Basistype 4 is, wanneer deze als 1 open ruimte zonder niveau’s wordt toegepast, als een ruimte met disproportionele afmetingen te noemen. Maar door het toepassen van vloervelden kan het een erg bruikbaar type worden, om functies in twee of drie gradaties te kunnen scheiden.

bestaande contextuele verhaallijnen

1750

1775

1800

kleine handel op houttuinen en winkels

+

1725

grootschalige industrie

A4.1

nieuwe contextuele verhaallijnen

1825

1850

1875

1900 A4.7

A4.2

1925

detailhandel

ateliers

kantoren en diensten

1950

1975

2000

16

bredere context: wonen en werken

lokale context van de Westelijke Eilanden

Het karakter van de Westelijke Eilanden werd eeuwenlang bepaald door de gemengde woon-werkbestemmingen op elk van de drie eilanden. Scheepswerven, pakhuizen en fabrieken hebben geen toekomst meer. Maar vanuit een bredere, maatschappelijke context is er een groeiende vraag naar nieuwe woon en werkprogramma’s. Met behulp van de matrixen van de eilanden (links Bickerseiland als voorbeeld) is voor elk eiland een passend woon-werk programma gekozen die aansluit op hedendaagse vraagstukken, en direct of indirect refereert aan de geschiedenis van de drie eilanden. Het ‘algemene’ programma wordt plaatsspecifiek en er ontstaat een dialoog tussen het nieuwe en het bestaande. Het vreemde en het vertrouwde. De kavel en de stad.

Bickerseiland: matrix met de programmatische en morfologische ontwikkelingen op het eiland. Hoe heeft het wonen en werken de morfologische structuur beïnvloed en vice versa? Resultaat: een serie bestaande verhaallijnen om een nieuwe woon-werk inpassing mee te ontwikkelen.


Een intertekstueel verhaal als basis voor vernieuwende contextuele architectuur. Een intertekstueel verhaal bevat nieuwe tekst waaraan echo’s van andere teksten zijn toegevoegd. Het weefsel van de nieuwe tekst is beïnvloed door bestaande teksten en verhalen. 1. verhaallijnen & structuur een vernieuwd concept

2. citaten en verwijzingen inhoudelijke kwaliteit

3. kaft als logisch gevolg roep om herkenning

Een vernieuwde structuur (concept) middels een combinatie van bestaande en nieuwe contextuele verhaallijnen: morfologie, cultuur, programma en maatschappij. Op alle niveau’s van de context: op Westelijke Eilanden, maar ook daarbuiten! Bestaande en nieuwe verhalen bundelen in een passende structuur!

Uitwerken van de gekozen structuur: Ervaringen van ‘universele’ ruimten plaatsspecifiek maken door een dialoog te zoeken met het lokale vernaculair. Direct of indirect, in vorm, maat, schaal, materiaal of kleur. Interpreteren gaat daarbij boven citeren: Programmatische eisen veranderen namelijk door de tijd heen. Maar associaties blijven!

Een gevel die ook intrinsiek gemotiveerd is en daardoor de voorbijganger introduceert in het contextuele verhaal van de inpassing. Over nieuwe en bestaande contextuele verhaallijnen, de verschillen tussen oud en nieuw. En de wijze waarop deze samen gaan. Het hele spectrum betekenissen van de context kan zo in de gevel bij elkaar komen.

17


verhaallijnen en structuur

bestaande contextuele structuren en verhalen als basis voor nieuwe ruimtelijke concepten

18

Bickerseiland: programma

Prinseneiland: constructie

Realeneiland: vormen en elementen

Het ruimtelijk concept is gericht op de verticale stapeling van woon- en werkprogramma’s, waartussen een ruimte ontstaat die dient als lichthof, verkeersroute en gezamenlijke gebruiksruimte. De lichthoven uit de bestaande bebouwingsstrook continueren zich daarmee in ruimtelijke zin in het nieuwe plan. In plaats van een vereiste om licht toe te laten treden zoals dat bij de bestaande woningen het geval is, wordt de lichthof hier echter ingezet om een nieuwe ruimtelijke ervaring te verzorgen. Een nieuwe ervaring die refereert aan de bestaande situatie. Met een bijkomend programmatisch voordeel.

Het ruimtelijk concept komt voort uit de wijze waarop pakhuizen worden gebouwd en richt zich op het maken van een constructie. Zoals de pakhuizen als utilitaire bouwwerken met deze constructie ruimtes maken, zo doet de nieuw ontworpen gebouwstructuur dat ook. De constructie maakt ruimtes voor atelierwoningen die, net als de pakhuizen, erg flexibel zijn om veranderingen op te kunnen nemen. Maar die tegelijkertijd een unieke ruimtelijkheid met zich meebrengten en is afgestemd op de toetreding van zonlicht en de omliggende bebouwing.

De eenvoudige vormen en eenvoudige bouwelementen van de scheepsloodsen dienen als inspiratie voor de nieuwe ‘loodsen’ die op een zelfde schuurachtige wijze zijn samengesteld, met het gebruik van eenvoudige elementen. Hierbij is een centrale rol weggelegd voor de polyester schaalelementen. Het materiaal verwijst naar de toepassing in de scheepsbouw van tegenwoordig, en het schone karakter weerspiegeld een nieuw soort gebruik van de loodsen. Er ontstaat een ambigue continuïteit van bestaande elementen en nieuwe, maar tegelijkertijd vertrouwde materialen.


Bickerseiland programmatische stapeling

Prinseneiland constructieve structuur

Realeneiland vormen en elementen

19


ruimtelijke citaten en verwijzingen

Bickerseiland: een ruimtelijk gebruik van de lichthof, refererend aan de beperkingen van de bebouwingsstrook

Home is where the work is

20

Om de gebruiker het ruimtelijke effect van de lichthof te laten ervaren, zijn woningen en werkruimtes afwisselend in de lengterichting of in de breedterichting van de kavel gestapeld. Zodoende ontstaat er een labyrint-achtige tussenruimte die op strategische plekken de gevel raakt. Hier zijn spreekkamers of andere functies gesitueerd, waarmee het hart van de tussenruimte gebruikt wordt voor de routing. Zo wordt het ruimtelijk gebruik geoptimaliseerd. In de vormgeving van de ruimten is gezocht naar een wijze om de kenmerkende karakteristieken van de strook en de lokale context te versterken. De tussenruimte die als lichthof dient, bestaat uit lichte, maar ook donkere ruimten. In de route die de gebruiker over de verschillende verdiepingen aflegt, wordt met deze wisselende

omstandigheden telkens een nieuwe bijdrage geleverd in de ervaring. Deze ervaring wordt verder uitgebreid doordat er steeds nieuwe en verrassende doorkijken naar buiten ontstaan die verschillende aspecten van het eiland laten zien. Het lichthof en de aangrenzende kantoren hebben een open en transparant karakter, in tegenstelling tot de woningen. Dit zijn ruimten waarin bewoners zich kunnen isoleren van hun werk. De ruimtelijke atmosfeer van de bebouwingsstrook manifesteert zich in de woningen. De diepte wordt gedramatiseerd door een configuratie te kiezen waarbij een doorzicht van voor- naar achtergevel mogelijk is.


+1

+2 21 eerste en tweede verdieping

ruimtelijk lichthof: gezamenlijke functies


ruimtelijke citaten en verwijzingen

Prinseneiland: verwijzingen naar de pakhuizen: een utilitaire structuur waarvan de invulling zichzelf wijst

focus on the (art)work

22

Het gebouw met atelierwoningen op het Prinseneiland kan worden gezien als een utilitaire gebouwstructuur waarvan de ruimtes door kunstenaars verder wordt ingevuld. De ‘onafgemaakte’ atmosfeer weerspiegelt zich in de ruimtelijke beleving van de pakhuizen en loodsen op het eiland. De ‘constructieve’ verwijzingen naar de pakhuizen vallen nadrukkelijk op. Een kale structuur, die door middel van slechts enkele elementen zoals de schuifpuien, het karakter krijgt dat bij zowel het Prinseneiland als bij atelierwoningen in het algemeen hoort. De ruimtelijkheid wordt gedirigeerd door de typische sprong in de vloervelden, om extra hoogte in het atelier te krijgen.


benieuwd naar de rest van de ruimtes, gevels en details? ga naar jurjenvanderhorst.nl

23 begane grond: tentoonstelling- en workshops

verdiepingen: split level atelierwoningen

De p groo de s halv de r sch


Buitenverblijf Rouveen (Ov.) 24

plaats_

_maken

_monument _slagenlandschap _historie _geboortedorp _ontspanningsplek

_verbindingen _ambacht _materialen _eigenhandig


25


Buitenverblijf Rouveen (Ov.) Rouveen is van oorsprong een agrarisch dorp, dat word gekarakteriseerd door een lang lint waaraan een honderdtal boerderijen naast en achter elkaar gelegen zijn. De ruimte tussen de boerderijen is opgevuld met schuren, loodsen en weilanden. Tegenwoordig zijn veel agrarische bestemmingen vervallen en de monumentale boerderijen worden omgebouwd tot riante woningen. Toch blijft de gemeente, de provincie en het rijk veel waarde hechten aan het historische karakter en het unieke dorpsgezicht. Zo ook in het geval van deze ontwerpopgave, die bestond uit het realiseren van een buitenverblijf op het erf van een monumentale woonboerderij. Decennia geleden werden deze erven ‘versierd’ met prachtige schuurtjes en

JAN 2010 - OKT 2011, ONTWERP, BEGELEIDING EN BOUW, ROUVEEN, 120 M2.

hooibergen, die op ambachtelijke wijze van lokale materialen werden gebouwd. De schoonheid en de vakmanschap van deze bouwwerken is iets wat zelden nog wordt aangetroffen. Om tegemoet te komen aan dit verloren aanzicht ambieerde de opdrachtgever deze lokale bouwstijl als basis voor zijn buitenverblijf. Met het toepassen van diverse transformaties op het ‘traditionele’ schuurmodel is een breed inzetbaar verblijf ontstaan. Het volume is aan de voor- en rechterzijde naar binnen geduwd waardoor een groot overdekt terras ontstaat. Dit terras is op zo gesitueerd dat de zon vanaf het avonduur naar binnen schijnt. Het zitgedeelte kan in de winter gebruikt worden als carport. Door het volume deels naar binnen te plaatsen komt de constructie

grotendeels in het zicht. De schuur word binnenstebuiten gekeerd en de verborgen schoonheid van materialen, elementen en verbindingen wordt bloot gelegd. Het tevoorschijn halen van het ambachtelijke handwerk en de lokale materialen geeft de buitenruimte een bijzondere sfeer mee. Vanzelfsprekend ontspannend, omdat de precisie en de tijd in het ambachtelijke werk is af te lezen. Evenals de wijze waarop alle onderdelen zo logischerwijs en binnen een vast maatsysteem in elkaar vallen. Telkens ontstaat zowel binnen als buiten weer het gevoel dat in deze drukke samenleving toch nog ‘slow time’ bestaat om zoiets als dit te bouwen. Een bewustwording dat naadloos het doel van het buitenverblijf schikt

.

N

26

Houten delen schuin gezaagd? De houten delen van de deur zijn niet orthogonaal, maar lopen taps toe, en zijn om en om geplaatst. De trapeziumachtige vorm direct voort uit de dunner wordende boomstam. Zo wordt er geen hout verspilt

situatie: agrarisch landschap In het kenmerkende slagenlandschap vormen groot aantal (van oorsprong tot agrarisch bestemde) monumentale boerderijen een lang lint. Naast de verschijningsvorm van de boerderijen zijn de vele schuren en loodsen bepalend geworden voor het dorpsaangezicht.


0

aanzicht en plattegrond Door het volume onder de kap naar binnen te zetten, komt de ambachtelijke constructie juist naar buiten. De schoonheid van de materialen, onderdelen en elementen speelt een belangrijke rol in het maken van de sfeer waar een buitenverblijf om vraagt.

1

2

3m

27


28


De schoonheid van het gewone, het noodzakelijke en het ogenschijnlijk eenvoudige

functionele esthetiek

Het buitenverblijf staat bol van functionele, soms bijna utilitaire esthetiek. De schoonheid van het gewone, het noodzakelijke en het ogenschijnlijk eenvoudige. Alle houten (bouw)delen zijn afgestemd op een gridmaat van 60 centimeter. Het buitenverblijf is niet alleen ontworpen, maar ook (mede) zelf gemaakt, inclusief het rieten dak.

29


Waterpoort Giethoorn (Ov.)

30

plaats_

_maken

_De Wieden _water _ontspanning _praalgondels

_poot _overgang _recreatie _aansluiting


31


Waterpoort

NOV. 2010, ONTWERP, WONING, MASTER ARCHITECTUUR, GIETHOORN, 200 M2

Giethoorn (Ov.) Dit weekend- en vakantiehuis in Giethoorn is ontworpen voor een natuurminnend gezin (fictief), die tijdens hun verblijf het merendeel van de tijd gebruikt om te wandelen, fietsen, kajakken en ontspannen. Er bestond geen behoefte aan grote materiele luxe, maar wel aan een hoge mate van ruimtelijkheid en contextuele interactie. De basis van het ontwerp is daarom voortgekomen uit de ‘halfronde’ poorten/onderkomens die bewoners van het dorp Giethoorn elk jaar tijdelijk construeren om daarin praalgondels te bouwen. De aan het water gesitueerde poorten manifesteren zich elk voorjaar en zomer als gelijktijdig verdwaalde en vertrouwde iconen in het uitgestrekte landschap. De vakantiewoning kan worden gezien als een geëvolueerde variant van deze lokale iconen. De economische, eenvoudige en in ruimtelijke zin voordelige vorm en constructiewijze zijn ingezet, en daar waar nodig doorontwikkeld om een rijke vakantiewoning te maken, die zich toch op een ingetogen wijze presenteert. Zo is

32

er aan de halfronde cirkelvorm geduwd, om het programma efficiënter te kunnen organiseren. Het programma is zodanig onder de poort geplaatst, dat het zich opent naar het deel van de omgeving waar het mooiste uitzicht wordt geboden en waarbij de oriëntatie ten opzichte van de zon optimaal is. Het asymmetrisch componeren van de ruimte onder de poort doet een overstek aan de zuidkant ontstaan die opwarming in de zomer voorkomt. Terwijl in de winter juist gebruik kan worden gemaakt van de passieve zonnewarmte. Onder de overkoepelende poortvorm is het terras gesitueerd, dat als verlengde van de woonkamer kan worden gezien. De continue dakvorm heft de grens tussen het binnen en het buiten zijn op. Een poort kan worden gezien als een overgangsgebied en deze overgang staat door het gehele ontwerpproces voorop. Zoals de tijdelijke poorten dienen ter ontspanning voor de lokale bevolking, zo dient ook deze poort als overgang van werk naar ontspanning voor het gezin van de opdrachtgever. Deze overgang is als een

rietland en ‘lamellen’ De verdichting en verdunning van een rietland bepaalt de ruimtelijke karakteristieken. Zo ook wordt in de vakantiewoning een ruimtelijk spel op gang gebracht, waarmee de overgang van arriveren tot ontspannen wordt vormgegeven.

ruimtelijke ervaring vormgegeven, door middel van het toepassen van verticale houten lamellen. De verdichting van begroeiing in het rietveld bepaalt een zekere mate van open- of geslotenheid. Zo ook bepaald de hoeveelheid houten lamellen de overgang tussen het arriveren, het acclimatiseren en het verblijven in de vakantiewoning. Men komt de woning binnen in een ‘rietveld’ van lamellen, die dienende ruimtes herbergt. Langzamerhand lost dit veld zich op en komt men in een vrij indeelbare ruimte uit, met een steeds vrijer wordend uitzicht op de omgeving. Het veld van lamellen is een eenvoudig, maar uiterst effectief middel om een ruimtelijk spel teweeg te brengen. Dit spel weerspiegelt zich ook in het gevelaanzicht. De vanzelfsprekendheid van alle ontwerpkeuzes geeft de vakantiewoning een mate van elegantie mee waarmee het zich onderscheid van de tijdelijke loodsen die de lokale bevolking jaarlijks bouwt, terwijl de associatie met deze pragmatische, utilitaire loodsen blijft

.


Een geĂŤvolueerde variant van lokale iconen

aanzicht waterkant De poort opent zich in de richting van het landschap en de overkoepeling heft de grens tussen binnen en buiten grotendeels op. In de gevel is het spel van verdichting en verdunning met verticale lamellen terug te zien.

33


Het veld van lamellen lost zich langzaam op, waarna de relatie tussen binnen en buiten steeds intenser wordt

34


11

6

10

5

4

2

1

7

verd.

2

4m

plattegronden en doorsnedes 1.200 1. 2. 3. 4. 5. 6.

8

3

bg.

0

9

entree stalling toilet garderobe keuken woongedeelte

7. douche 8. toilet 9. slaapkamer 1p 10. slaapkamer 1p 11. slaapkamer 2p

35


(in) between machines Seraing Music Factory Seraing (Be.) 36

plaats_

_maken

_ unheimisch _ desolaat _ staalfabrieken _ leegstand _maat en schaal

_ festival fabriek _ muziek-machines _ herrie en geflits _ het ongewenste? _ extreem


opengewerkt model mixed materials, 1.200

37


(in) between machines Seraing music factory

2012, MASTER PROJECT II, ONTWERP, 5000 M2, SERAING, ATELIER ‘ESCAPISM’: SJEF VAN HOOF

Seraing (Be.) Seraing is een voormalige industriestad nabij Luik, die de afgelopen eeuw furore maakte met haar enorme staalfabrieken en hoogovens van ‘s werelds grootste staalfabrikant Arcelor Mittal. Altijd was er de herrie van machines, de geur van kolen, het vuur en het licht van de ovens die deze stad ademen deed. Tot de fabrieken afgelopen decennium dicht gingen. Een desolate industriestad bleef over. Een economische woestijn waar werkloze arbeiders achterbleven en allochtonen, illegalen en roma’s hun intrek namen. Seraing is nu een unheimische plek, maar tegelijkertijd een plek van ongekende mogelijkheden. Voor waanzinnige ideeën. Het is een bijna onmogelijke opgave om de stad schoon te maken, de woonwijken aan te pakken en de openbare ruimte opnieuw in te vullen. Waarom zou je ook? Seraing is een stad van extremen, en bied een ‘playground’, zoals je deze nergens vindt. Stel je voor: centraal in de stad een overdekt festivalterrein in een van de lege

38

fabrieken! ‘(In) between machines’ laat de herrie, de drukte en de lichtflitsen terugkeren in een leegstaande hal, groter dan een voetbalveld en naast het stadsplein. Om de fabriek geschikt te maken voor muziek, theater, dans en film zijn twee enorme ‘machines’ in de hal geplaatst die fungeren als concertzalen. Ze zijn zodanig gecomponeerd dat er interessante tussengebieden ontstaan, waarin ‘ondersteunende’ machines zijn geplaatst: ticketverkoop, garderobe, bars, toiletten, etc. De zorgvuldige plaatsing van deze onderdelen doen een ruimtelijk apparaat ontstaan met waanzinnige plekken en gebieden. In de concertzalen, maar zeker ook daarbuiten, waar ook plekken voor performance zijn opgenomen. De concertzalen als doos in doos volumes ontworpen om het geluid te isoleren. Van deze nood is een deugd gemaakt om de ervaringen van de muziekmachines te maximaliseren. Juist

in de dramatisch smalle, hoge en donkere tussenruimte worden de spanningen weergenomen. Het geluid doet de aan kabels hangende trappen schommelen, en op de toiletten in deze tussenruimte dreunt de muziek door. (In) between machines: een veelvoud van bizarre ruimtelijke ervaringen. Midden in Seraing, omdat het kan! Om het geluid uit de hal enigszins te dempen en tegelijkertijd het binnenklimaat te verbeteren, is de uit staalplaten bestaande gevel aan de buitenzijde ingepakt met een 30 cm dikke laag schuimisolatie en voorzien van een polyurea coating. De gewichtstoename is nihil waardoor geen aanvullende maatregelen aan de bestaande constructie niet nodig zijn. Het resultaat is een zwarte monoliet, waar her en der glinsteringen uitkomen via spots of ventilatiegaten. Een gigantische brok steenkool in het centrum van Seraing, want waar zou het anders kunnen?

.


E -STAG BACK CHIL L

HALL 1 CHIL LAF TER

L2 HAL

STAG E+DR INKS

TICK CHILL ETS GAR DAR OBE

locatie: leegstaande staalfabriek Een van de vele leegstaande fabrieken in Seraing. De gevel herinnert aan de welvarende tijden van een halve eeuw geleden. Tegenwoordig zou je Seraing als een van de meest unheimische steden van West-Europa kunnen noemen.

Een grote festivalmachine Met het plaatsen van twee grote zalen en ‘ondersteunende’ machines ontstaat er een overdekt festivalterrein, waarin zowel de machines zelf als de ruimtes ertussen bizarre ervaringen bieden. De 100 meter lange straat is omgetoverd tot een drukke boulevard.

ENTRAN CE

39


longitudinal section

0

10

40

1.200

20

30 m

in between machines Tussen de (hoofd)machines (concertzalen) ontstaat dynamische ruimten waar ook kan worden opgetreden. Met ruimtes voor toneel, theater, film enzovoorts. De gigantische hal wordt opgedeeld in verschillende ruimten op verschillende niveaus waardoor men het als een festivalterrein of dorp gaat ervaren. plan first floor

1.200

mixed materials, 1.200


De spanningen van de ‘machines’ worden op dramatische wijze ervaren

in the machines De ‘noodzakelijke’ doos in doos constructie van de geisoleerde concertzalen wordt ingezet als verkeers- en toiletruimte. Het levert een bizarre ruimtelijke ervaring op, een plek waar de spanningen van de muziek op een gedramatiseerde wijze waarneembaar zijn. Vooral wanneer men zich over de hangende trap beweegt wordt het gevoel opgewekt midden in een machine te zitten.

41


Ingepakte fabriek als brok steenkool?

42

ingepakte fabriek als brok steenkool? De gevel van staalplaten wordt volledig ingepakt met 30 cm spuitisolatie, waarna er een matzwarte polyurea coating een waterdichte laag vormt. Het inpakken komt het klimaat ten goede, maar maakt de gevel ook hufterproof. In het monoliet dat ontstaat zijn spots opgenomen. vurenhout en multiplex, 1.500


0

40

80 cm

drukte, licht en herrie De geest van Seraing komt ‘s avonds weer tot leven als deze ‘festivalmachine’ wordt aangezet door de feestende mensen.

43


STUDY 4REST Stoas hogeschool Wageningen

plaats_

_maken

_ Wageningen Campus _ iconische gebouwen _ ‘ondergeschoven kindje’

_ monoliet _gieten _studeerbos _ruimtelijke differentiatie _ontmoeting en interactie

44 Conceptueel en constructief model tandartsgips, 1.50


45


STUDY 4REST Stoas hogeschool Wageningen Het Study 4rest is een (schaduw)ontwerp voor het nieuwe onderkomen van STOAS Vilenthum op de Wageningen Campus. Deze unieke kleinschalige kennisinstelling bidet opleidingen, onderzoek en diensten aan in de groene sector. Iedereen kent elkaar, en in de onderwijsvisie staat voorop dat er niet alleen een vak in het nieuwe gebouw moet kunnen worden geleerd. Studenten en docenten moeten vooral leren hoe je van elkaar kunt leren. Het resultaat: een ‘studiebos’, als doorontwikkeling op het ‘studielandschap’. De ruimtelijke en constructieve werking van bomen in een bos is aangegrepen om over 3 verdiepingen een uiterst gevarieerd en informeel studiegebied te maken. Zoals een bos tegelijkertijd grote, lichte open ruimtes, maar ook intieme, wat verduisterde en afgezonderde ruimtes bevat, zo ook bezit het nieuwe gebouw deze ruimtelijke differentiatie. Het gebouw bestaat uit zes bomen, die zich manifesteren als een stapeling

2011, afstudeerproject HBO Bouwkunde, ontwerp, 4000 m2, begeleiders: Miranda Nieboer (Windesheim) en Marc Houben (BDG architecten Zwolle)

van steeds breder wordende volumes waarin lokalen, nevenfuncties en sanitaire ruimten zijn geplaatst. Werk- en ontspanningsplekken zijn bewust tussen deze volumes geplaatst om een maximale interactie tussen studenten op gang te brengen. Het resultaat hiervan is een enorm interessante tussenruimte, met een bijna geheel open begane grond, waar tussen de stammen genoeg ruimte is om grote activiteiten te organiseren. De maat tussen de gestapelde volumes neemt naar boven toe af, waardoor het ruimtelijk karakter hier juist tegemoet komt aan werkplekken waar men geconcentreerd kan werken. Betonnen vloeren verbinden de gestapelde volumes met elkaar, waardoor er een monoliet en sculpturaal gebouw ontstaat. Het monoliete karakter is een ruimtelijke vertaling en bevestiging van de saamhorigheid en verbondenheid die in de onderwijsvisie nagestreefd wordt. Het monoliet wordt op een aantal plaatsen

doorboord om een lichtspel op gang te brengen, zoals je deze ook een bos treft. Met behulp van vides wordt er licht van boven gehaald om de verschillende sferen van de verblijfsruimten tussen de bomen te versterken. De vides en de gaten in het monoliet helpen in het afkaderen en definiëren van de verschillende verblijfsplekken. Het monoliete eindresultaat heeft het vermogen om de studenten op ontdekkingstocht te laten gaan in het bos. Het gebouw daagt de gebruikers uit om het gebouw te veroveren en te onderzoeken. De signatuur van dit orthogonale bos is ook in het gevelbeeld goed waar te nemen. Ondanks het feit dat deze school slechts een bescheiden volume is tussen de iconische gebouwen op de Wageningen Campus, weet dit markante object zich toch duidelijk te onderscheiden door de consequente uitvoering van het concept. Daar waar de rest een studielandschap heeft, daar heeft STOAS zijn studiebos

.

het bos als monoliet laat de studenten op ontdekkingstocht gaan

situatie 46

De signatuur van een orthogonaal bos karakteriseert het study 4rest op de Wageningen Campus. Het bescheiden volume is op een talud geplaatst om het monolieten voorkomen een voetstuk te geven die het verdient. Links het NIOO-KNAW van Claus en Kaan architecten. schuim en berkenplex, 1.1000


ruimtelijk model

conceptueel en constructief model

Zichtbaar zijn de zes gestapelde volumes van beton, waarin lokalen en ondersteunende functies zijn geplaatst. De ruimte tussen de volumes is waar het eigenlijk om gaat: een gevarieerde tussenzone met een grote diversiteit aan verblijfsruimten. Beneden groot en openbaar, boven klein en geconcentreerd.

Dit constructieve model van gips verduidelijkt de stapeling van volumes, en de wijze waarop de krachten worden afgedragen. De doorlopende vloervelden maken het gebouw tot een monoliet geheel. Ook duidelijk zichtbaar zijn de vides, die lichtbundels tot onder in het gebouw laten vallen, en tegelijkertijd plekken in de tussenruimte afbakenen.

karton, 1.200

tandartsgips, 1.50

47


boven

afzondering kleine plekken concentratie studeren

gradaties

+2

+1

beneden

ontmoeting open ruimtes gesprekken ontspanning

48

0


12

14

13

13

14

12 15

15

14

14

15

12

12 14 13

13

tweede verdieping

13 15

6

10 9

12. ateliers 13. docenten 14. stilteplekken 15 leslokalen

15

6

9

7

6 9

7

10

6

10 8 7

eerste verdieping

8

7

10 6 8

8

6. leslokalen 7. ateliers 8. werkplekken - en overlegplekken 9. docenten 10. back office 11. studeerplekken

5 3

3

2

3

5

5

4

1 begane grond 1. receptie 2. keuken 3. kantine 4. conciĂŤrge 5. ateliers

0

5

10 m

49


www.jurjenvanderhorst.nl architect


Plaats Maken. Portfolio. Jurjen van der Horst. Architect.