Page 1

  

‘ ‘  ‘ ‘   ‘ ‘

 ‘  ‘‘‘

 ‘‘ ‘     ‘

  ‘ ‘ 

‘‘  ‘! 

‘ ‘

c


V  Inleiding ................................ ................................ ................................ ................................ ............. 3 Het onderzoeksveld in kaart................................ ................................ ................................ ............... 4 1.1 De School voor hoogbegaafde kinderen Gouda ................................ ................................ ........ 4 1.2 De school in ontwikkeling ................................ ................................ ................................ ......... 4 1.3 De betrokkenen................................ ................................ ................................ ........................ 6 1.4 Samenvatting ................................ ................................ ................................ ........................... 6 De onderzoeksvraag................................ ................................ ................................ ........................... 7 2.1 Het onderzoek ................................ ................................ ................................ .......................... 7 2.2 De onderzoeksvraag en deelvragen ................................ ................................ .......................... 7 2.3 Samenvatting ................................ ................................ ................................ ........................... 7 De onderzoeksinstrumenten ................................ ................................ ................................ .............. 8 3.1 De onderzoeksinstrumenten verantwoord ................................ ................................ ............... 8 3.2 Samenvatting ................................ ................................ ................................ ........................... 9 Data verzamelen ................................ ................................ ................................ .............................. 1c 4.1 Literatuurstudie................................ ................................ ................................ .................... 16c 4.2 Interview ................................ ................................ ................................ .............................. 161 4.3 Enquete................................ ................................ ................................ ................................ 162 4.4 Observaties ................................ ................................ ................................ .......................... 163 4.5 Samenvatting ................................ ................................ ................................ ....................... 164 Gezamenlijke betekenisverlening en actieplan................................ ................................ ................. 15 5.1 Betekenisverlening ................................ ................................ ................................ ............... 165 5.2 Actieplan ................................ ................................ ................................ ................................ 16 5.3 Samenvatting ................................ ................................ ................................ ......................... 16 Ondernomen acties................................ ................................ ................................ .......................... 17 Onderbouw ................................ ................................ ................................ .............................. 18 Middenbouw:................................ ................................ ................................ ........................... 19 Bovenbouw: ................................ ................................ ................................ ............................. 21 6.4 Acties en vervolgonderzoek ................................ ................................ ................................ .... 22 6.5 Samenvatting ................................ ................................ ................................ ......................... 22 Evaluatie ................................ ................................ ................................ ................................ .......... 23 7.1 Korte samenvatting van de deelvragen................................ ................................ ................... 23 7.2 Korte evaluatie aan de hand van de onderzoeksvraag................................ ............................. 24 1


7.3 Meerwaarde van het onderzoek ................................ ................................ ............................. 24 Bijlage 1 Planning ................................ ................................ ................................ ............................. 25 Bijlage 2 Theoretisch kader en literatuurstudie ................................ ................................ ................ 26 Bijlage 3 Interview................................ ................................ ................................ ............................ 3c Bijlage 4 EnquĂŞte ................................ ................................ ................................ ............................. 35 Bijlage 5 Observaties ................................ ................................ ................................ ........................ 39 Bijlage 6 ergadering betekenisverlening................................ ................................ ......................... 42 Bijlage 7 Actieplan................................ ................................ ................................ ............................ 43 Bijlage 8 Actie: aanvullende literatuur ................................ ................................ .............................. 44 Bijlage 9 Actie: formulieren uitwisselen ................................ ................................ ............................ 45 Bijlage 1c Actie: overzicht websites ................................ ................................ ................................ .. 49

2


V   V      Een digitale wereld. Door de opkomst van het internet ligt er veel meer informatie voor handen en is communiceren op afstand een groot deel van onze sociale contacten geworden.Contacten worden onderhouden via vriendensites, e-mail en de mobiele telefoon. Wanneer we iets willen weten duiken we snel het web op. We vermaken onszelf met games en downloaden erop los. De kinderen van nu groeien hiermee op. Dit is goed te zien op mijn stageschool. In ieder lokaal hangt een digitaal schoolbord en elke leerling heeft de beschikking over een laptop. Maar weten de leerlingen wel om te gaan met alle informatie die voor handen ligt? Zijn de leerlingen wel informatievaardig? Tijdens de eindevaluatie van vorig jaar bleek dat de werkstuk lessen niet naar wens verliep. De vaardigheden bij het maken van een werkstuk worden onvoldoende beheerst door de leerlingen en de leerkrachten hebben geen zicht op de aanpak van elkaar. Het team wil graag meer zicht krijgen op de informatievaardigheden van de leerlingen en de kennis die zij hiervoor moeten beheersen, zodat zij op school een doorgaande lijn neer kunnen zetten voor de informatievaardigheden. In dit verslag beschrijf ik de ontwikkeling door onderzoek tot en met stap 8. Het onderzoek voer ik uit op School voor hoogbegaafde kinderen Gouda te Gouda.‘ "‘  ‘‘   #‘  ‘‘ ‘‘  ‘ $‘ ‘‘‘‘  ‘ # ‘‘  ‘ Hierin staat stap 1. Daarbij wordt het onderzoeksveld in kaart gebracht. Hier ziet u de visie en de uitgangspunten van de school en dat wat de school wil bereiken wat betreft de informatievaardigheden van de leerlingen en een doorlopende leerlijn. Ook de organisatie en betrokkenen worden hier beschreven.  ‘ Hierin staat stap 2, waar de onderzoeksvraag met de deelvragen geformuleerd staan.  ‘

Hierin staat stap 3. De onderzoeksinstrumenten worden beschreven, die voor het uitwerken van de deelvragen worden gebruikt.  ‘ Hierin staat stap 4. Hierin staan de uitkomsten van het onderzoek met de onderzoeksinstrumenten. Hieronder vallen: literatuurstudie, interview, enquête, observaties.  ‘ : In dit hoofdstuk staan stap 5 en 6. De onderzoeksresultaten worden aan het team gepresenteerd, welke hier betekenis aan verlenen en vervolgacties formuleren.  ‘ Stap 7 van het onderzoek, waarbij de acties worden uitgevoerd, staat hier beschreven. Het team heeft de acties aan de hand van de conclusies uit de onderzoeksresultaten uitgevoerd. Hieruit komen nieuwe acties voort, welke naar een vervolgonderzoek leiden.  ‘: Stap 8 van het onderzoek. Hierin worden de onderzoeksvraag en deelvragen geÍvalueerd. (Kallenberg, 2cc7)

3


(       (   In dit hoofdstuk wordt de School voor hoogbegaafde kinderen Gouda en het onderzoeksgebied in kaart gebracht. K K             Y    De School voor hoogbegaafde kinderen Gouda is in 2cc8 gestart en valt onder stichting de Groeiling. De school is opgezet voor hoogbegaafde(IQ hoger dan 13c) leerlingen en telt 64 leerlingen, verspreid over 4 groepen. De uitgangspunten van de visie van de school zijn:     . Belangrijke kenmerken van de school zijn: å‘ Iedereen kan groeien. å‘ Een veilige omgeving kenmerkt zich door voorspelbaarheid. å‘ Iedereen heeft een eigen ontwikkelingsmotor. å‘ ertrouwen in eigen kunnen leidt tot een positief zelfbeeld. å‘ Wie het initiatief kan nemen, kan zichzelf ontwikkelen. å‘ Ieder heeft een eigen verantwoordelijkheid. å‘ Leren is meer dan een cognitief proces. (Bron: beleidsplan 2cc8-2c11)  Dit zie je vertaald in: å‘ De kinderen zijn gegroepeerd op basis van leeftijd, maar werken in niveaugroepen. å‘ De kinderen krijgen onderwijs in alle vakken die de minister verplicht stelt en Leonardovakken. å‘ Projecten nemen een centrale plaats in het onderwijs in. å‘ Top-down benadering is de basisbenadering binnen het onderwijsconcept. å‘ Competentieontwikkeling is belangrijker dan de leerinhouden zelf. å‘ Er wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheden in de buitenwereld. å‘ Het stimuleren van de motivatie van de leerlingen. ( Bron: beleidsplan 2cc8-2c11) 

   School voor hoogbegaafde kinderen Gouda werkt met compacten en verrijken. Compacten doen zij door de stof aan te passen aan de kennis van de leerlingen. Leerlingen krijgen daarbij minder van de leerstof of gaan hier, tot op bepaalde hoogte, versneld doorheen. errijken doen zij door projecten, samenwerken, extra werk, blokuren (hierbij kiezen de leerlingen zelf lessen uit een lessenpakket, welke zij voor 6-8 weken volgen), Spaans en de Werkstuk lessen. (Bron: schoolgids, 2c1c-2c11)

K               Aan het eind van elk jaar wordt er gekeken welke punten van de ontwikkelingsagenda het komende schooljaar prioriteit hebben. Een van de prioriteiten is de Werkstuk lessen. Hierbij maken de leerlingen werkstukken die zij vervolgens presenteren. Het doel is: ÍžHet leren onderzoeken, leren doorzetten, leren presenteren op verschillende manieren. Het doel dit jaar is om Werkstuk lessen meer te structureren afhankelijk van de groep. Zelfstandig werken is ook een doel bij dit vakÍ&#x;. (Bron: jaarplan 2c1c-2c11) Ă°       4


De leerlingen lopen tegen onduidelijke eisen aan: ze hebben moeite met het afbakenen van het gekozen onderwerp; het zoeken van informatie en deze verwerken. Ze hebben dan ook veel vragen en begeleiding nodig. De leerkrachten geven aan dat de leerlingen veel knippen en plakken, met name internetbronnen gebruiken, de bronnen niet controleren op waarde en dat de leerlingen tijdens het zoeken niet lezen, maar veelal doorklikken. Doordat de leerlingen zelfstandig werken, met een eigen gekozen onderwerp en ieder op eigen tempo, vraagt dit van de leerkrachten veel individuele begeleiding. Hier hebben zij echter niet genoeg handen voor. Per leerkracht zijn er 16 leerlingen die zij moeten begeleiden. Deze lopen tegen verschillende problemen aan (vaak dezelfde problemen op verschillende momenten), waardoor de leerkracht dit niet klassikaal kan bespreken en begeleiden. Het belang van het onderzoek is dat er duidelijke eisen komen ten aanzien van de vaardigheden die nodig zijn bij het maken van werkstukken en duidelijk stappen die de leerlingen moeten doorlopen, waarbij de leerkrachten de leerlingen gerichter en beter kunnen begeleiden. ĂŻ        e

Boekhorst, Albert, e.a. (1999) Informatievaardigheden, 1 druk, Utrecht, Lemma. e Bronkhorst, John. (2cc2) Basisboek ICT didactiek, 2 druk, Baarn, HBuitgevers. e Bronkhorst, John. (2ccc) De digitale school, 1 druk, Baarn, Bekadidact. e Dekkers, Peter. (1994) Onderwijs in stellen, 1 druk, Tilburg, Zwijsen. e DĂźmmer, Gerard. (2c11) ICT voor de klas, 1 druk, Groningen/Houten, Noordhoff. e Hollander, Peter. (2c1c) Goochelen met informatievaardigheden, 1 druk, Bussum, Coutinho. Kaap, Albert van der. e.a. (2cc7) Naar een leerlijn informatievaardigheden. Enschede, SLO. e Kennisnet, Stichting. (2cc9) Kennis van waarde maken, 2 druk, Zoetermeer, Kennisnet. e Kuiper, Els. E.a. (2cc8) Webwijsheid in het PO en O, 1 druk, Den Haag, OTB B. Linde, D. van der, e.a. (2cc9) Kennisbasis ICT, versie 1.c, Algemeen Directeurenoverleg Educatieve Faculteiten. e Neut, Irma van der. (2c1c) ICT en duurzame onderwijsvernieuwing?, 1 druk, Purmerend, Gravo Offset. e Schravesande, Edwin. (2cc9) De betrouwbaarheid van internetbronnen, 1 druk, Den Haag, Koninklijke de Swart. e Siemensma, Ferry. (2cc1) Digitaal rijbewijs voor kinderen, 1 druk, ijfhuizen, Schoolsupport. e Slettenaar, Jolanda. (2c1c) School voor hoogbegaafde kinderen Gouda, Schoolgids 2c1c-2c11, 1 druk, Gouda.

                     

              

    ĂŻ         oor het theoretisch kader heb ik bovenstaande bronnen bekeken. Hieruit heb ik informatie gehaald die voor mijn onderzoek van belang zijn. Zo staat hier informatie in over de informatievaardigheden en het maken van een werkstuk. Er is heel veel over te vinden en ik ben erachter gekomen dat er volop onderzoek wordt gedaan naar dit onderwerp.  

5


K                      De indirect betrokkenen ĂŻ !    !Ă°   !     

         " "   V     # $  % # "& # Y $ '

K    In dit hoofdstuk staat het onderzoeksonderwerp en het belang hiervan beschreven. DeWerkstuk lessen bestaat uit het maken van werkstukken. Hierbij schort het aan de informatievaardigheden van de leerlingen en tasten de leerkrachten in het diepe bij het begeleiden van de leerlingen. In het volgende hoofdstuk zal ik dit verder uitbouwen aan de hand van mijn onderzoeksvraag. Ă°#  



6


    (  ( In dit hoofdstuk wordt het onderzoek aan de hand van het vorige hoofdstuk verder uitgewerkt in een onderzoeksvraag en deelvragen.  K   . Het onderzoek gaat over de informatievaardigheden van de leerlingen bij het maken van een werkstuk en de begeleiding die de leerkrachten hierin kunnen geven. Er moet in eerste instantie meer duidelijkheid komen over de werkstuk tijd en de informatievaardigheden die hierbij van toepassing zijn om een duidelijke leerlijn te kunnen neerzetten.           Het praktijkprobleem wat naar boven is gekomen in het vorige hoofdstuk is de aanleiding van de onderstaande onderzoeksvraag geworden.                           KKK                                              ! รฐ                   Welke doelen wil het team bereiken in de werkstuk lessen? Wat houden informatievaardigheden in? Hoe kunnen deze informatievaardigheden verdeeld worden in niveaus? Wat zegt kennisbasis ICT over informatievaardigheden? Aan welke aspecten van informatievaardigheden werkt de School voor hoogbegaafde kinderen nu en hoe worden deze begeleid? Tegen welke problemen lopen de leerlingen en leerkrachten aan tijdens het maken van een werkstuk? Welke niveauverschillen zitten er tussen de groepen? Welke informatievaardigheden beheersen de leerkrachten?

    In dit hoofdstuk is het onderzoeksveld in kaart gebracht aan de hand van een onderzoeksvraag, de planning voor het beantwoorden van deze vragen staat in de bijlage (bijlage 1). In het volgende hoofdstuk zullen deze vragen gekoppeld worden aan de onderzoeksinstrumenten.

 7


        (  ) In dit hoofdstuk staat de keuze van de onderzoeksinstrumenten beschreven en welke deelvragen er met de onderzoeksinstrumenten worden beantwoord. Ook staat hier beschreven welke stappen er per deelvraag ondernemen worden.  K        !   In eerste instantie moet er duidelijkheid komen over wat er al over het onderwerp bekend is en om de richting van het onderzoek aan te kunnen geven. Dit is deels in het theoretisch kader gedaan en wordt met een literatuurstudie verder uitgediept. Daarbij vormt de literatuurstudie de basis van de andere onderzoeksinstrumenten. Ook zal de literatuurstudie een handreiking geven voor het opstellen van de leerlijn. (Kallenberg, 2cc7)  *       + *      V,ĂŻ       + (                + -   . /0 Met een vragenlijst werk je met een vastgelegde procedure, waardoor er concreet meetbare gegevens opgeleverd worden. Ook is het mogelijk om enkele open vragen te formuleren om de opvattingen van de deelnemers mee te nemen en de kennis van de leerlingen te testen. Ik wil een beeld krijgen van de kennis en toepassing van informatievaardigheden van de leerlingen. Daarbij moet er vergelijkbare informatie uitkomen om een beeld te krijgen van de niveau verschillen in de groepen. Ik maak hierbij gebruik van een schriftelijke (klassikale) enquĂŞte met meerkeuze vragen. Hierbij licht ik de enquĂŞte klassikaal toe, waarna de leerlingen de vragenlijsten invullen. (Kallenberg, 2cc7)

*            + ĂŻ                 + *            + V   Met een doelgericht gesprek kan je met vragen achterhalen wat er bij personen leeft. Dit past goed bij wat ik bij de leerkrachten wil bereiken. Ik maak hierbij gebruik van een semigestructureerde interview. Hierbij stel ik een deel van de vragen van te voren vast, zodat ik de informatie die ik wil kan verkrijgen en vergelijken. Deze vragen zijn gericht op hun kennis, ideeĂŤn en meningen. Hier zal dan ook voldoende ruimte voor zijn. Door het semigestructureerde interview kan ik goed op de informatie inspelen. Het nadeel van een semi-gestructureerd interview is dat er veel verwerkingstijd in gaat zitten. Doordat er slechts 4 teamleden zijn, zal dit redelijk meevallen en is de informatie makkelijker te vergelijken. (Kallenberg, 2cc7)

*        

 + Y                        + 8


ĂŻ                    + *          +      Met een observatie kan je informatie verzamelen over het gedrag van leerlingen door deze waar te nemen. anuit een vraagstelling kan je gericht kijken en luisteren naar het gedrag van de leerlingen. Door vanuit een vraagstelling te observeren, kan je ook zo objectief mogelijk informatie verzamelen. De observaties geven een aanvulling op de enquĂŞte en het interview, zodat de gegevens concreter worden. (Kallenberg, 2cc7) *            + Y                        +ĂŻ                     + *         

   +

    In dit hoofdstuk staan de onderzoeksinstrumenten beschreven die helpen bij het beantwoorden van de vragen. In het volgende hoofdstuk worden de onderzoeksinstrumenten uitgewerkt en vergeleken.                ĂŻ###1(2234       #  5 .6 ĂŻ7 # 7872#38793 7((7(:#(237(: 7(;#(; 

9


    (  : In dit hoofdstuk werk ik de vragen uit met behulp van de onderzoeksinstrumenten. Ik heb een samenvatting gemaakt van de literatuurstudie, het interview, de enquĂŞte en observaties. In de bijlagen staan de uitwerkingen volledig beschreven.     Ă° (#  )#  :# /0;#   #  K "    Ik heb een bronnenonderzoek gedaan naar informatievaardigheden. Dit bronnenonderzoek heeft inzicht gegeven in de informatievaardigheden. In dit hoofdstuk staat een korte analyse van de bronnen. Deze worden in de bijlagen en in de hoofdstukken Í&#x161;interviewÍ&#x203A; en Í&#x161;observatiesÍ&#x203A; verder toegelicht. Internetgebruik Dit onderzoek richt zich met name op de informatievaardigheden op het internet. Het is dan ook van belang om te weten welke kenmerken het internet heeft. Kuiper en Hollander omschrijven deze kort als: Internet heeft een enorme omvang; is ongeordend; heeft een grote mate van actualiteit; is toegankelijk; heeft hyperlinks en heeft een sterk visueel karakter. 1(  (22  (2294 Deze kenmerken brengen ook gevaren met zich mee. aak genoemde gevaren zijn de betrouwbaarheid en het butterfly effect of verdwalen, waarbij kinderen alles voor waar aannemen en van site naar site springen. Het suc6-model In de bronnen over informatievaardigheden wordt regelmatig verwezen naar het suc6-model van Eisenberg en Berkowitz. In dit model staat beschreven hoe je een informatieprobleem kan oplossen. Hierin worden de volgende stappen beschreven: onderkennen van de informatiebehoefte/behoefte bepaling, formuleren van de informatievraag/vragen, identificeren van informatiebronnen/zoeken, beheersen van de benodigde technologie/vinden, selecteren en verwerken van de gevonden informatie/kiezen en evalueren/terugkijken. 1<   893Ă°  888(  (224 Ook Stichting Leerplanontwikkeling gebruikt in het onderzoek naar de leerlijn 1    (2234 informatievaardigheden het suc6-model. Wanneer je de literatuur verder gaat bestuderen, blijkt dat je de literatuur over informatievaardigheden regelmatig aan deze stappen kan koppelen. Zo beschrijft Kuiper 1(2294wat zoek- lees- en beoordelingsvaardigheden zijn en Hollander 1(224beschrijft waar je op moet letten bij het lokaliseren, vinden en beoordelen van informatie en gaat net als Omes 1(224 in op de 3BÍ&#x203A;s: begrijpbaarheid, betrouwbaarheid en bruikbaarheid. Taxonomie Bloom De belangrijkste vraag van het onderzoek is misschien wel hoe de kennis van de enorme informatieberg geordend kan worden. Benjamin Bloom ontwierp in 1956 een eenvoudig systeem voor dit probleem. De taxonomie van Bloom. Dit is in 2cc1 aangepast door Anderson en Krathohl. Lagere orde van denkvaardigheden; herinneren; begrijpen; toepassen; analyseren; evalueren; creĂŤren en de hogere orde van denkvaardigheden. 1% (2Ă°   (22;4 1c


  V   Ik heb een interview gehouden met de leerkrachten. Hierin heb ik vragen gesteld over de bedoeling van de werkstuk lessen, de aanpak van de leerkrachten, de begeleiding van de leerlingen en hun zicht op de informatievaardigheden van de leerlingen. In dit hoofdstuk beschrijf ik de belangrijkste punten uit het interview, waarbij ik geregeld naar de literatuur zal verwijzen. Bedoeling: De leerkrachten hebben de werkstuklessen opgezet met bepaalde ideeĂŤn. De bedoeling van de werkstuk lessen hebben de leerkrachten als volgt weergeven: Eigen thema uitdiepen; Leren plannen; Informatie verwerken; Link met wereldoriĂŤntatie. Zij vinden dit belangrijk, doordat de informatiebehoefte van de leerlingen ontzettend groot is. De leerlingen kunnen echter moeilijk omgaan met de grote hoeveelheden informatie die er beschikbaar zijn. Aanpak van de leerkrachten: De leerkrachten hadden aangegeven dat zij niet goed wisten hoe zij de leerlingen moesten begeleiden. In het interview kwam naar voren dat iedereen een andere aanpak heeft in: thuis of op school werken; tussendoor of aan het eind presenteren; aan de hand van een stappenplan, een topondernemerskaart of zonder stappenplan; verplichting tot gebruik van boeken of vrije keuze in bronnen; verschillende verwerkingsvormen of verplichting tot werkstuk, vaste beoordelingscriteria of vanuit eigen ideeĂŤn. Hierbij gaven de leerkrachten aan dat dit onder andere een reden is om een leerlijn op te zetten, zodat er meer eenheid komt. Problemen waar de leerlingen tegenaan lopen: De leerkrachten konden redelijk goed aangeven waar de leerlingen tegenaan liepen. Zij gaven aan dat de leerlingen moeite hadden met het formuleren van onderzoeksvragen en om hier zoektermen bij te bedenken. Daarbij zagen ze dat de kinderen alles voor waar aannemen op het internet. In de onderbouw en middenbouw werd voornamelijk geknipt en geplakt. Hierbij werd de tekst soms maar half gelezen. Ook gaven de leerkrachten aan dat leerlingen veel van site naar site springen en Problemen in de begeleiding: Over de begeleiding waren ze kort en krachtig: - Elke leerling wordt individueel geholpen. Er worden geen klassikale instructies gegeven. - De onderbouw en middenbouw vinden het lastig om de werkstukken te beoordelen door de verschillende soorten werkstukken en doordat er geen criteria hiervoor is. In de bovenbouw hebben ze wel een beoordelingsformulier met vastgestelde criteria. ĂŻ De leerkrachten hebben een test gedaan, waarin wordt getest hoe informatievaardig zij zijn. ..# # . =#+> 

Zij konden deze test goed maken, maar gaven aan dat zij zelf niet aan alle informatievaardigheden 11


dachten tijdens de werkstuk lessen. Ook gaven zij aan dat zij geregeld moesten gokken tijdens de test. Tijdens het interview kwamen er ook al enkele tips naar voren. Deze zullen na het opzetten van de leerlijn terug komen.

  # $% Ik heb een enquête uitgevoerd onder de leerlingen. Deze is opgesteld aan de hand van de literatuur. De enquête geeft een beeld van hoe de leerlingen hun eigen informatievaardigheden inschatten en hoe de leerlingen gebruik maken van bronnen. In dit hoofdstuk staat een korte analyse van de enquête. Formuleren van de informatievraag/vragen: De leerlingen geven aan dat ze redelijk tot makkelijk hun informatievraag kunnen formuleren en redelijk vragen kunnen bedenken bij deze informatievraag. De meeste leerlingen bedenken vervolgens eerst welke informatie zij al beheersen, maar gaan niet na welke informatie zij nog moeten opzoeken en waar zij dat eventueel kunnen vinden. Zoek strategieën toepassen/zoeken: Het starten met zoeken verloopt echter verspreid. De een pakt eerst een boek, de ander gaat het internet op en zoekt op zijn onderwerp. De leerlingen uit de bovenbouw benoemen hierbij vooral het gebruik van boeken, dit is ook verplicht. Bij het zoeken gebruiken alle leerlingen www.google.nl als eerste bron. Daarna is www.wikipedia.nl ook favoriet. De leerlingen geven aan dat zij zoektermen met name in meerdere woorden formuleren. Lokaliseren van de informatie/vinden: Wanneer de leerlingen op een site komen (via Google) bekijken de meeste leerlingen kort of de site van toepassing is op hun onderwerp. Enkele leerlingen geven aan de site goed door te lezen. De leerlingen geven aan niet elke keer op nieuwe linken te klikken. Bijna alle leerlingen geven aan dat zij hierbij op de betrouwbaarheid, bruikbaarheid en begrijpbaarheid letten. Er zijn slechts enkele leerlingen die een site betrouwbaar vinden door het vergelijken met andere sites. Andere leerlingen geven bijzondere redenen van betrouwbaarheid aan als o.a.: virusscanners; serieuze informatie; aantal bezoekers. Selecteren en verwerken van de gevonden informatie/kiezen: Wanneer de leerlingen hun gevraagde informatie hebben gevonden lezen zij de tekst goed door. ervolgens geven de meeste leerlingen aan de informatie om te zetten naar eigen woorden, het andere deel geeft aan zowel eigen woorden als de informatie uit de bronnen te gebruiken. Slechts een leerling geeft aan de informatie te kopiëren. Wanneer de leerlingen de informatie van een site hebben gehaald, geven zij aan deze altijd in de bronnen te vermelden. Slechts enkele leerlingen geven aan te vergeten waar ze deinformatie vandaan hebben. 12


Evalueren/terugkijken: De meeste leerlingen geven aan hun hele werkstuk nog even door te lezen en te controleren of ze alle informatie hebben gevonden/erin staat. Slechts enkele leerlingen geven aan alleen te kijken of het er goed uitziet.

  &  Om een beter beeld te krijgen van de informatievaardigheden van de leerlingen heb ik naast een enquête ook geobserveerd. Hierbij heb ik op de punten uit de enquête gelet.Doordat de leerlingen al verder waren dan het kiezen van een onderwerp, is stap 1 uit het suc6-model hier niet in opgenomen. In dit hoofdstuk staat een korte samenvatting van de observaties. Formuleren van de informatievraag/vragen: Wanneer ik naar het werk van de leerlingen kijk, valt het op dat de leerlingen graag gebruik maken van een woordweb. Dit woordweb bevat korte woorden, maar soms ook hele vragen. Dit woordweb gebruiken zij als houvast. Nergens staat beschreven hoe zij dit verder gaan aanpakken. In de bovenbouw wordt volgens een formulier gewerkt. Zij brengen hun stappen al meer in kaart. Zoek strategieën toepassen/zoeken: In de observaties komt duidelijk naar voren dat alle leerlingen gebruik maken van www.google.nl. Enkele leerlingen gaan verder op www.wikipedia.nl zoeken, wanneer zij er op Google niet uitkomen. Opvallend zijn de zoektermen. De leerlingen houden zich vast aan de voor hen bekende woorden. Bij het zoeken naar de geschiedenis van de trein, denken zij niet aan locomotief. Daarbij gebruiken een groot deel van de leerlingen hele zinnen in de zoekmachine en anderen een of twee woorden. De zoektermen bedekken vaak een breed deel van het onderwerp. In de bovenbouw wordt dit al meer gespecificeerd. Zij zijn beter in staat om de kernwoorden uit hun vragen te halen. Alleen in de bovenbouw worden boeken gebruikt. De leerlingen in de onder-, en middenbouw, zelfs als zij graag lezen, gebruiken alleen het internet. Lokaliseren van de informatie/vinden: De leerlingen in de onderbouw en middenbouw gaan heel wat sites door. Zij klikken veel. Opvallend is dat ze bij sites met plaatjes langer blijven hangen. Er wordt zelden echt gelezen, alleen gescand. Logisch, want er staan vaak sites bij die niet van toepassing zijn op hun informatiebehoefte. aak komen de leerlingen vertellen dat ze niets kunnen vinden, zonder een gerichte vraag te stellen. In de bovenbouw worden boeken gebruikt. Het is duidelijk dat zij de inhoud van de boeken aanhouden in hun zoektocht. Deze is dan ook gerichter en levert betere resultaten op. Selecteren en verwerken van de gevonden informatie/kiezen: aak wordt de eerste goede site die de leerlingen vinden dan ook meteen gebruikt. De gegevens worden zelden met elkaar vergeleken. In de bovenbouw wordt dit wel gedaan i.v.m. de boeken die zij moeten lezen. De leerlingen in de bovenbouw beschrijven de informatie in eigen woorden op, in de onder- en middenbouw wordt hierbij voornamelijk geknipt en geplakt. De leerlingen in de middenbouw gaan wel na wat de moeilijke woorden betekenen. De leerlingen kunnen hun bronnen vaak niet terug vinden en gevenwww.google.nl op als bron. De leerlingen in de bovenbouw worden hierop gecontroleerd, zij houden dit wel bij. 13


    In dit hoofdstuk staan de onderzoeksinstrumenten uitgewerkt. Deze hebben de deelvragen beantwoord. De deelvraag: Í&#x161;Hoe kunnen informatievaardigheden in niveaus verdeeld worden?Í&#x203A; Is nog niet beantwoord. Dit is wel nodig bij het opzetten van de leerlijn. Tijdens de presentatie van de onderzoeksresultaten komt dit dan ook verder ter sprake. 

14


$            (  ; In dit hoofdstuk staat beschreven welke betekenis de leerkrachten aan de onderzoeksresultaten verbinden. Hierbij is meteen stilgestaan bij de mogelijke acties.   Ă° ?#      3# 9#Y        K "    

De leerkrachten hebben een korte samenvatting van de theorie bekeken.De leerkrachten concludeerden dat zij zelf onvoldoende zicht hebben op de informatievaardigheden die nodig zijn bij het maken van een werkstuk. Hierbij waren zij onder de indruk van het suc6-model. Zij willen de leerdoelen van de leerlingen hierop aan laten sluiten. Ă&#x160;%& Â&#x2018; Â&#x2018;Â&#x2018; Â&#x2018; Tijdens de presentatie hebben de leerkrachten de volgende punten naar voren gehaald: - De leerlingen hebben moeite om goede vragen te bedenken en zoeken hierdoor erg breed. - Door het butterfly effect onthouden de leerlingen niet waar zij de informatie vandaan hebben en kunnen zij de sites niet terugvinden. - De leerlingen beheersten het formuleren van de zoektermen onvoldoende en kennen de mogelijkheden van zoekmanieren niet. - De leerlingen weten niet wanneer een site betrouwbaar of betrouwbaar is. De meeste leerlingen bekijken de websites wel op begrijpbaarheid. Wanneer zij onvoldoende informatie vinden gaan zij echter ook voor websites die minder begrijpbaar zijn. - De leerlingen vertrouwen websites volledig en nemen niet te tijd om de informatie met elkaar te vergelijken. De leerkrachten hebben hierbij geconcludeerd dat de leerlingen onvoldoende informatievaardigzijn en dat hier meer aandacht aan besteed moet worden. Deze punten worden dan ook meegenomen in de leerlijn. Aan de hand van de informatievaardigheden uit het suc6-model willen zij enkele leerdoelen formuleren. # Tijdens het interview kwamen de leerkrachten er al achter dat zij allen op verschillende manieren met de Werkstuk lessen omgaan. Zij gaven aan dat zij hier meer over moeten communiceren. Zij gaan de formulieren die zij hebben naar elkaar opsturen. anuit de leerlijn wordt er verder gekeken naar de aanpak van de Werkstuk lessen. Â&#x2018; Â&#x2018;

Â&#x2018;  "Â&#x2018;Â&#x2018; Een andere ontdekking was dat de leerlingen in de onder- en middenbouw minder informatievaardig zijn dan in de bovenbouw. De leerkrachten zijn het erover eens dat alle leerlingen aan de informatievaardigheden moeten voldoen, maar op een ander niveau. Dit niveau zien zij aan te brengen door van leerkracht- naar leerling gestuurd te werken.

15


  '  anuit de betekenisverlening zijn enkele acties ontstaan. De volgende acties zijn uit de betekenisverlening gekomen: - De leerkrachten wisselen formulieren voor de Werkstuk lessen uit en maken een lijst tips en trucs voor elkaar. - De leerkrachten krijgen een samenvatting van de theorie en bestuderen deze. - De leerkrachten gaan vanuit een samenvatting/formulieren van de theorie leerdoelen formuleren, waarbij zij het suc6-model aanhouden als opbouw. De leerkrachten werken in tweetallen, verdeeld over: onderbouw (leerkrachtgestuurd), middenbouw(gedeeltelijke sturing) en bovenbouw (leerling gestuurd). - De leerkrachten gaan alvast op zoek naar goede informatieve sites voor leerlingen en maken hier een lijst van. Deze lijst zal geregeld, bij nieuwe sites, aangevuld worden. Y Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; De leerkrachten waren erg enthousiast en kwamen al met goede ideeĂŤn voor de begeleiding van de leerlingen. Deze acties zijn van toepassing nadat de leerlijn vast staat. De volgende acties zullen later mogelijk uitgevoerd worden: - De leerlingen van de bovenbouw maken videoÍ&#x203A;s van de informatievaardigheden. Hierin komen bijvoorbeeld videoÍ&#x203A;s over: het gebruik van zoekmachines/zoekmanieren en sites beoordelen op betrouwbaarheid. - Lessen voor verschillende bouwen over: betrouwbaarheid, zoekmachines/zoekmanieren, veilig surfen. - Lessen voor de onderbouw waarin gezamenlijk de stappen van het suc6-model worden doorlopen. - We kwesties zoeken en maken voor de leerlingen in de onderbouw, middenbouw en eventueel ook de bovenbouw, aansluitend bij de projectthemaÍ&#x203A;s. - Er moet een portal komen met goede informatieve sites voor leerlingen, waarbij er een indeling in themaÍ&#x203A;s komt. Bijvoorbeeld: taal, rekenen, natuur, dieren, landen, etc.

    In dit hoofdstuk staat kort welke betekenis de leerkrachten aan het onderzoek hebben gegeven. Zij hebben hieruit acties geformuleerd, welke deels in dit onderzoek worden uitgevoerd en waarvan enkele acties terug zullen komen in een vervolg onderzoek. In het volgende hoofdstuk zullen de acties uitgewerkt worden.         ĂŻ###1(2234       #  5 .6 ĂŻ7 # 7)3#()3

16


     (  ? anuit de betekenisverlening zijn enkele acties ontstaan en uitgevoerd. In een vergadering zijn deze acties besproken en verder uitgediept, waaruit nieuwe acties zijn ontstaan. In dit hoofdstuk staan de Bijlage: 9.informatie uitwisselen, 1c.overzicht websites uitgewerkte acties. Â&#x2018;  K V     Â&#x2018;  Â&#x2018;# Â&#x2018;  Â&#x2018; Â&#x2018;Â&#x2018;Â&#x2018; Â&#x2018;Â&#x2018;Â&#x2018;Â&#x2018;Â&#x2018; "Â&#x2018; Â&#x2018;Â&#x2018; Â&#x2018;  Â&#x2018; $'Â&#x2018; De leerkrachten hebben verschillende formulieren en tips naar elkaar gestuurd. Hierin staan formulieren en tips met de inhoud van een werkstuk, een stappenplan, plan van aanpak en beoordelingen.   &     Â&#x2018;  Â&#x2018;Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018;Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018;Â&#x2018; Â&#x2018;  Â&#x2018;Â&#x2018;Â&#x2018;Â&#x2018;Â&#x2018; "Â&#x2018;$Â&#x2018;Â&#x2018;Â&#x2018;Â&#x2018;  Â&#x2018;Â&#x2018;Â&#x2018;Â&#x2018;  $' De leerkrachten hebben allemaal websites doorgestuurd of op papier gezet. Ik heb de websites vast ingedeeld op sites voor leerkrachten en sites voor leerlingen. Er moet nog een portal komen voor deze sites. Dit zal een vervolg actie zijn.   (    Â&#x2018;  Â&#x2018;Â&#x2018;Â&#x2018;Â&#x2018;Â&#x2018;Â&#x2018;Â&#x2018; Â&#x2018;   Â&#x2018;   Â&#x2018;#"Â&#x2018;"Â&#x2018; Â&#x2018;   Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018;  #$' De leerkrachten hebben allemaal voor hun eigen groep een formulier ingevuld met leerdoelen. Hierbij is er een onderverdeling in het suc6-model. De leerkrachten zijn uitgegaan van een leerkracht gestuurde situatie tot een leerling gestuurde situatie. De leerkrachten hebben de gegevens gepresenteerd en de leerdoelenaangevuld met elkaars gegevens. De onderstaande leerlijnen zijn eruit gekomen:

17


&  De leerlingen voeren samen met de leerkracht een opdracht uit en doorlopen de stappen van het suc6-model. Â&#x2018; $  Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; $  Â&#x2018;   Â&#x2018;   Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018;

$) Â&#x2018;   Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; $  Â&#x2018;Â&#x2018;Â&#x2018;  Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018;

$Â&#x2018;Â&#x2018;#Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; $Â&#x2018;Ă&#x160; *Â&#x2018;"Â&#x2018; Â&#x2018;  Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018;

  Â&#x2018; De leerkracht heeft een onderzoeksvraag geformuleerd; de leerlingen begrijpen het probleem/de doelstelling. Â&#x2018;  Â&#x2018;Â&#x2018;Â&#x2018; Â&#x2018;Â&#x2018;Â&#x2018;  ($Â&#x2018;

Een mindmap maken van het onderwerp De aanwezige kennis formuleren Formuleren welke kennis nog nodig is ragen formuleren die bij het onderwerp passen Â&#x2018;  Â&#x2018;Â&#x2018;($Â&#x2018; De belangrijkste woorden in de vragen onderstrepen Aan de hand van instructies, informatie in een aangegeven bron opzoeken Â&#x2018;  Â&#x2018;Â&#x2018;($Â&#x2018; Gebruik maken van het menu (eventueel met hulp) Aangeven of hij/zij de informatie op de site begrijpt Snapt woorden/zinnen. Kan moeilijke woorden eruit halen en opzoeken.

De belangrijkste informatie in de tekst selecteren De gevonden informatie aan de onderzoeksvraag koppelen Â&#x2018;  Â&#x2018;Â&#x2018;Â&#x2018; Â&#x2018;Â&#x2018;Â&#x2018;  ($$Â&#x2018; beoordelen of er voldoende informatie staat om de onderzoeksvraag te beantwoorden de informatie uit de tekst, met betrekking tot de onderzoeksvraag, in eigen woorden samenvatten Â&#x2018;  Â&#x2018;Â&#x2018; Â&#x2018;Â&#x2018;Â&#x2018;Â&#x2018;  ($$Â&#x2018; Benoemen welke stappen er zijn doorlopen om bij het antwoord te komen Benoemen wat hij/zij geleerd heeft

18


i

 ) De leerlingen kiest een onderwerp uit een voorgeselecteerde onderwerpen lijst. Samen met de groep werkt de leerling een stappenplan door. Hierin kan hij het volgende: Â&#x2018; $  Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; $  Â&#x2018;   Â&#x2018;   Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018;

$) Â&#x2018;   Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; $  Â&#x2018;Â&#x2018;Â&#x2018;  Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018;

$Â&#x2018;Â&#x2018;#Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018;

  Â&#x2018; De leerling kan aan de hand van een onderwerp uit een bepaalde selectie: Een onderzoeksvraag formuleren. De leerling kan, aan de hand van de voorgeschreven stappen:

Een mindmap maken van het onderwerp Het onderwerp (samen met de leerkracht) afbakenen Kan de aanwezige kennis formuleren Kan formuleren welke kennis nog nodig is Kan 4 tot 6 vragen formuleren die bij het onderwerp passen De leerling kan, aan de hand van de voorgeschreven stappen: Gebruik maken van voorgeschreven bronnen Zoektermen formuleren Gebruik maken van zoekmanieren (met hulp) en hierbij breder en smaller zoeken De voorgeschreven bronnen (met hulp) aanvullen met andere websites De zoektermen leiden naar goede bronnen/antwoorden op de vragen De leerling kan, aan de hand van de voorgeschreven stappen: Gebruik maken van de zoekresultaten in de zoekmachines als eerste stap naar relevante informatie De site op betrouwbaarheid beoordelen aan de hand van vastgestelde vragen (WWA) en stappen Wie, wat (doel = vermaken, verkopen of informeren), actueel?

De site op bruikbaarheid beoordelen De informatie op de site voldoet aan de informatiebehoefte.

De site op begrijpbaarheid beoordelen Snapt woorden/zinnen. Kan moeilijke woorden eruit halen en opzoeken.

De informatie op de site vergelijken met minimaal een andere bron Afwisselen met het scannen en lezen van de tekst Gebruik maken van het menu en de links De gevonden informatie/bronnen beschrijven op een formulier. De leerling kan, aan de hand van voorgeschreven stappen: De gevonden informatie terug vinden (door het formulier met de informatie- en bronbeschrijving) Een selectie maken van de belangrijkste informatie uit de tekst De informatie koppelen aan de informatiebehoefte Beoordelen of er voldoende informatie voor handen is om de vragen te beantwoorden De informatie in eigen woorden samenvatten Alle verkregen informatie in een paar zinnen samenvatten 19


Â&#x2018; $Â&#x2018;Ă&#x160; *Â&#x2018;"Â&#x2018; Â&#x2018;  Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018;

De leerling kan een bronnenlijst aan het werkstuk toevoegen (met behulp van het formulier met de informatie- en bronbeschrijving). De leerling kan, aan de hand van voorgeschreven stappen: Aangeven welke stappen zijn doorlopen Aangeven wat goed en minder goed ging Aangeven wat hij/zij heeft geleerd (proces en product)

2c


"  ) De leerlingen maken een werkstuk bij een zelfverzonnen onderwerp en voeren daarbij zelfstandig de stappen van het suc6-model uit. Zij maken hierbij wel gebruik van de aangereikte formulieren. Â&#x2018; $  Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; $  Â&#x2018;   Â&#x2018;   Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018;

$) Â&#x2018;   Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; $  Â&#x2018;Â&#x2018;Â&#x2018;  Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018;

$Â&#x2018;Â&#x2018;#Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018;

  Â&#x2018; De leerling kan : Het probleem/de doelstelling formuleren Een plan van aanpak opzetten Formuleren wat hij wil bereiken De leerling kan:

Een mindmap maken van het onderwerp Het onderwerp afbakenen De aanwezige kennis formuleren Formuleren welke kennis nog nodig is Minimaal 5 vragen formuleren die bij het onderwerp passen Onderscheid maken in de hoofdvraag en de deelvragen De leerling kan: Zoektermen zo formuleren, dat deze naar de goede informatie leiden. Gebruik maken van zoekmanieren Breder en smaller zoeken Bedenken welke bronnen hij/zij kan raadplegen De leerling kan: Gebruik maken van de zoekresultaten in de zoekmachines en deze als eerste stap naar relevante informatie gebruiken De site op betrouwbaarheid beoordelen Wie, wat (doel = vermaken, verkopen of informeren), actueel. Er zijn verwijzingen naar bronnen. Feiten of meningen?

De site op bruikbaarheid beoordelen De informatie op de site voldoet aan de informatiebehoefte.

De site op begrijpbaarheid beoordelen Snapt woorden/zinnen. Kan moeilijke woorden eruit halen en opzoeken.

De site met minimaal 2 andere bronnen vergelijken Gericht afwisselen met het scannen en lezen van de tekst Gebruik maken van het menu en de links De gevonden informatie/bronnen opslaan in een eigen mapje bij de favorieten De leerling kan: De gevonden informatie terug vinden De informatie organiseren Het niveau van de informatie inschatten Beoordelen of er voldoende informatie voor handen is Een selectie maken van de belangrijkste informatie De informatie in eigen woorden samenvatten Op alle vragen een antwoord geven Een conclusie/samenvatting schrijven over het geheel 21


Â&#x2018; $Â&#x2018;Ă&#x160; *Â&#x2018;"Â&#x2018; Â&#x2018;  Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018;

In de tekst een verwijzing naar de bron maken. De leerling kan: Aangeven welke stappen zijn doorlopen Aangeven wat goed en minder goed ging Aangeven wat hij/zij heeft geleerd (proces en product)

  '      Nu de leerlijn van de informatievaardigheden voor leerlingen staat zijn er een aantal nieuwe acties ontstaan die aangeven dat er behoefte is voor een vervolgonderzoek. Dit zijn de volgende acties: $Â&#x2018;  Â&#x2018; Â&#x2018;Â&#x2018;# Â&#x2018; De leerkrachten willen de websites die zij aan het verzamelen zijn in een portal zetten. De websites moeten op thema komen staan. Zij willen daarbij een systeem waarin de leerlingen van breed naar smal kunnen zoeken. Bijvoorbeeld: natuurĂš dieren Ăš zoogdieren Ăš honden of wereld Ăš werelddelen Ăš landen Ăš stad. $Â&#x2018; Â&#x2018;Â&#x2018;Â&#x2018;  Â&#x2018;"Â&#x2018;Â&#x2018;  Â&#x2018; Nu de leerkrachten een beeld hebben van de informatievaardigheden die de leerlingen moeten beheersen, kan dit verder worden uitgebreid naar de begeleiding hiervan. Kennis leerkrachten: Mogelijk zullen de leerkrachten hun eigen informatievaardigheden moeten verbreden (Kennisbasis ICT). Lessen: Zij willen kijken welke lessen bij de leerlijn aansluiten (zoeken of zelf maken). Deze lessen moeten aansluiten bij de projecten op school. Hierbij moeten formulieren komen die de stappen van informatievaardigheden ondersteunen. Te denken aan formulieren voor bijvoorbeeld: Betrouwbaarheid websites, zoektermen formuleren en het gebruik van zoekmanieren. Ook willen zij de leerkracht ICT inzetten voor lessen over de betrouwbaarheid van websites, het gebruik van zoekmachines en het werken met programmaÍ&#x203A;s voor presentaties. Daarbij kunnen de leerlingen van de bovenbouw instructievideoÍ&#x203A;s maken, waarin zij de stappen of vaardigheden uit de leerlijn uitleggen.

$Â&#x2018;     Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018;Â&#x2018;  " Â&#x2018; De leerkrachten willen de beoordelingsformulieren aanpassen aan de leerlijn. $Â&#x2018; "Â&#x2018;Â&#x2018;Â&#x2018; Â&#x2018;Â&#x2018;   Â&#x2018; Uiteindelijk willen zij de leerlijn verder uitwerken met de presentatievaardigheden en attitudedoelen. Hierbij te denken aan: beheersing van programmaÍ&#x203A;s, houding en taalgebruik.     Alle acties zijn uitgevoerd. Deze zijn bekeken en vanuit de acties zijn nieuwe acties ontstaan. In het volgende hoofdstuk wordt het onderzoek geĂŤvalueerd.

22


<  (  3 In dit hoofdstuk staat beschreven of de onderzoeksvraag en de deelvragen zijn beantwoord. Ă&#x; K *        *      *  

 + De belangrijkste doelen van de Werkstuk lessen (werkstuk maken) is dat de leerlingen een eigen thema kunnen uitdiepen, leren plannen en informatie kunnen verwerken. Dit ondersteunt het Leonardoprincipe van verdiepen en verbreden. *       + Hierin worden de volgende stappen beschreven: onderkennen van de informatiebehoefte/behoefte bepaling, formuleren van de informatievraag/vragen, identificeren van informatiebronnen/zoeken, beheersen van de benodigde technologie/vinden, selecteren en verwerken van de gevonden informatie/kiezen en evalueren/terugkijken. (                 + De leerkrachten zien het aanleren van de informatievaardigheden als een leerkracht gestuurde naar leerling gestuurde activiteiten. *      V,ĂŻ       +<            + In kennisbasis ICT gaan ze uit van informatievaardigheden waar de leerkracht van het O aan moet voldoen. Aangezien er steeds meer van deze informatievaardigheden terugkomen in het PO, zeker op de School voor hoogbegaafde kinderen, is het ook voor de leerkrachten van de School voor hoogbegaafde kinderen van belang om in deze informatievaardigheden te voldoen. De leerkrachten beschikken al over redelijke vaardigheden. Zij zullen deze de komende periode gaan verbreden. Y                        + Tijdens de Werkstuk lessen en andere vakken wordt geregeld aan een deel van de informatievaardigheden gewerkt. Er wordt echter niet echt verdiept ingegaan op de informatievaardigheden, daarbij worden in de middenbouw de informatiebepaling en het identificeren van de informatiebronnen vaak overgeslagen. Ook is er geen aandacht voor het gebruik van de informatiebronnen. ĂŻ                    + De leerkrachten hebben met name problemen met het begeleiden van de leerlingen, doordat zij niet goed weten hoe zij de leerlingen moeten begeleiden. De leerlingen beschikken over te weinig informatievaardigheden om de opdrachten uit te voeren en lopen regelmatig vast in het proces. *         

   + De onderbouw en de middenbouw hebben met name problemen met de informatievaardigheden. Zij beginnen met het probleem van het formuleren van de juiste vragen en de bijbehorende zoektermen en hebben vervolgens te maken met het butterfly effect. De bovenbouw kan zichzelf nog redelijk redden, doordat zij een vastere structuur aangeboden krijgen. Zij lopen echter ook vast in het proces, maar worden hierbij ondersteund door hun ouders, aangezien zij thuis werken.

23


Ă&#x;  *           Het onderzoek moest antwoord geven op de volgende vraag: +                      KKK                                              !, Het onderzoek is uitgevoerd. anuit de verzamelde gegevens, met behulp van de onderzoeksinstrumenten, is een deel van de onderzoeksvragen beantwoord. an hieruit zijn verdere acties geformuleerd. Deze acties hebben geleid tot het samenbrengen van een leerlijn. Zij willen hierbij nog wel een aanvulling met attitudedoelen en presentatievaardigheden. De leerlijn informatievaardigheden geeft de leerkrachten een houvast om te bedenken hoe zij de leerlingen willen begeleiden om deze informatievaardigheden aan te leren. Er zal dan ook een vervolgonderzoek moeten komen. Hiervoor staan enkele nieuwe acties al genoteerdin het vorige hoofdstuk.

Ă&#x;  i      De leerkrachten zijn blij met de leerlijn informatievaardigheden. Hierdoor kunnen zij een start maken met het verbeteren van de Werkstuk lessen. Dit kunnen zij doen doordat zij nu richtlijnen hebben, waaraan zij kunnen werken tijdens de Werkstuk lessen.

                 ĂŻ###1(2234       #  5 .6 ĂŻ7 # 7;#8?

24


Ă°    In deze bijlage staat de planning voor het onderzoek. Hierbij staat de week, de betrokkenen en de actie beschreven. Â&#x2018; 7

9 1c

11 en 12 12

12-14

14

15

15-19 2c

2c 2c

Y Â&#x2018; Stap 1: Beschrijven van school en probleem. Stap 2: Formuleren onderzoeksvraag/subvragen Stap 1 en 2 bespreken en verbeteren. Stap 3: Onderzoeksinstrumenten bepalen en bespreken. Stap 4: Literatuurstudie uitvoeren. Stap 4: Opzetten enquĂŞte, interview, observatielijst. Stap 4: Uitvoeren enquĂŞte, interview, observatielijst. Stap 4: Gegevens onderzoeksinstrumenten verwerken en vergelijken. Stap 5: erkregen data delen met team: betekenis geven en conclusies. Stap 6: Acties benoemen Stap 7: Uitvoeren van de acties Stap 7: Evalueren acties / vervolg acties formuleren? Stap 8: Evalueren proces/onderzoek Presenteren onderzoek

 Â&#x2018; Marleen Bespreken met team

Gerard DĂźmmer, leerkring. Simone Koolen.

Marleen Marleen

Team, leerlingen, Marleen

Marleen

Team: samen

Team: individueel Team: samen

Team ICT-leerkring

25


Ă°( ĂŻ        In het onderzoek wordt met name gekeken naar de internet informatievaardigheden. De leerlingen maken veel gebruik van het internet in hun zoektocht naar de informatiebehoefte. In deze bijlage staat een grotere samenvatting van de literatuur. Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018;Â&#x2018; Â&#x2018; Hollander en Kuiper beschrijven duidelijk de kenmerken van internet. Hierin verwijzen zij naar de gevaren of valkuilen van het internet.Â&#x2018;Â&#x2018; Â&#x2018;  Â&#x2018;Â&#x2018; Kinderen hebben het idee dat ze met een muisklik de hele wereld op hun computerscherm kunnen krijgen. De grote omvang maakt het mogelijk om informatie over elk willekeurig onderwerp te vinden. De kinderen moeten goed weten wat ze zoeken en die zoekopdracht goed vast kunnen houden. alkuil: Indruk dat je alles kan vinden op het internet.  Â&#x2018;  Â&#x2018; Het kent geen eenvormige en inzichtelijke structuur. Je moet de structuur goed beheersen: hoe zit internet in elkaar, hoe vind je je weg, wat zijn handige manieren van zoeken? alkuil: Je kan makkelijk verdwalen.    Â&#x2018; De informatie heeft geen lineaire structuur, maar is verbonden via links. Een antwoord is op verschillende manieren en plaatsen te vinden. Je kan via de links een eigen weg bepalen, maar dit vraagt specifieke (lees) vaardigheden van zoeken. alkuil: Het butterfly effect.  Â&#x2018; Â&#x2018; De afbeeldingen, filmpjes en geluid hebben een eigen informatief gehalte. Dit visuele aspect heeft betekenis en je moet er kritisch naar kijken. alkuil: Alleen naar de plaatjes kijken en beginnen met plaatjes zoeken. ĂŻ  " Â&#x2018; Je kan er altijd terecht, je kan makkelijk zelf auteur worden van internetinformatie. Je hebt vaardigheden nodig om de informatie kritisch te beoordelen op waarheid en betrouwbaarheid. alkuil: Je hebt eenvoudig toegang tot onbruikbare, foutieve en soms zelfs schadelijke informatie. Een andere valkuil van internet is dat het internet eenvoudig aan de behoefte aan feiten en weetjes voldoet. Hierbij kan de illusie ontstaan dat je veel weet als je veel informatie hebt verzameld. Leren vereist dat er iets met de informatie gedaan wordt, zodat het kan leiden tot kennis en inzicht. 

















1(  (22  (2294

26


Â&#x2018; Â&#x2018;   Â&#x2018; Aan de hand van het suc6-model staan de verschillende vaardigheden verder beschreven.

 Â&#x2018; Â&#x2018;ĂŻ*Â&#x2018;Â&#x2018;Â&#x2018; Â&#x2018;Â&#x2018; 

Je komt in een situatie terecht waarin je kennis onvoldoende is om de volgende stap te nemen. Dit kan zijn door de confrontatie met een nieuwe opdracht, wanneer er iets in de omgeving veranderd, of doordat we zelf veranderen. Het is belangrijk dat je de behoefte aan kennis dan signaleert. 1Ă°  8884 Je stelt daarbij de volgende vragen: Wat is het probleem? (probleemdefinitie); Wat wil ik precies weten? (behoeftebepaling); Hoe ga ik het aanpakken?;Wat wordt er van mij verwacht?; Hoeveel tijd heb ik?; Wat verwacht ik van Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; 1(  (224 de uitkomst?Â&#x2018;Â&#x2018;Â&#x2018; Â&#x2018;  Â&#x2018; Â&#x2018;*Â&#x2018;"Â&#x2018;  Â&#x2018;Â&#x2018;  Â&#x2018; Het formuleren van een informatievraag is een noodzakelijke stap ter bevrediging van de informatiebehoefte.          Ă°  8884 Â&#x2018; De basiskennis vormt een onderdeel van de presentatie. ia een woordweb wordt dit in beeld gebracht.Â&#x2018;Â&#x2018;Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018;1(  (224Â&#x2018; Je stelt daarbij de volgende vragen: Wat weet ik al en wat nog niet?; Wat wil ik nog weten? 1(  (224  Â&#x2018;

Â&#x2018; *Â&#x2018;"Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018;Â&#x2018;  Â&#x2018; Er zijn drie typen informatiebronnen: objecten/processen (observatie), mensen (conversatie) en documentaire informatie (consultatie). Deze kunnen we raadplegen voor het bevredigen van de informatiebehoefte. 1Ă°  8884 Je moet de zoektermen afleiden uit je vragen. 1  (2294 Je stelt daarbij de volgende vragen: Welke zoek strategieĂŤn kunnen worden gebruikt?; Wat is een goede zoekterm?; In welke bronnen ga ik zoeken?; Hoe ga ik zoeken? 1(  (224Â&#x2018;Â&#x2018; Hoe werken zoekmachines? (leestekens, spelling)Â&#x2018;Â&#x2018;Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018;Â&#x2018;Â&#x2018;Â&#x2018; 1  (2294

27


Â&#x2018;  Â&#x2018; Â&#x2018;*Â&#x2018;"Â&#x2018;  Â&#x2018;Â&#x2018; Â&#x2018; Ten eerste moet je toegang hebben tot de informatiebron, daarna moet je ook weten hoe je met de 1Ă°  8884 bron om moet gaan. Bij het lokaliseren van de informatie is het belangrijk dat er over leesvaardigheden wordt beschikt. Je moet goed gebruik kunnen maken van menuÍ&#x203A;s en links en de tekst afwisselend scannen en goed lezen. De leesresultaten op de zoekmachine goed en handig lezen kan als eerste stap naar relevante informatie gebruikt worden.Â&#x2018;Â&#x2018;Â&#x2018;Â&#x2018;Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018;Â&#x2018;Â&#x2018;Â&#x2018; 1  (2294Â&#x2018; Het gebruik van hyperlinks dwingt tot een andere leesstrategie dan de vaardigheden die je nodig hebt bij het lezen van informatie op papier. Eerst moet je leren om een tekst te scannen: geeft de tekst op het eerste gezicht de informatie die ik zoek? Wanneer de informatie lijkt te voldoen aan je 1(  (224 informatiebehoefte ga je de tekst beter lezen. Bij het doornemen van de site is het belangrijk om te letten op de WW/BBB-vragen. Wie, waarom, Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018;Â&#x2018;Â&#x2018;Â&#x2018;Â&#x2018; 1  (2294Â&#x2018; bruikbaar, begrijpbaar, betrouwbaar?Â&#x2018; Â&#x2018; Je stelt daarbij de volgende vragen: Hoe vind ik de benodigde informatie?; Wanneer is de informatie juist en betrouwbaar?; an wie is de informatie afkomstig?; Is de informatie begrijpbaar?; Sluit de informatie aan bij mijn informatiebehoefte?; Wanneer is het voldoende informatie?Â&#x2018;Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; 1(  (224  Â&#x2018;

Â&#x2018;*Â&#x2018;"Â&#x2018;  Â&#x2018;Â&#x2018;#Â&#x2018;Â&#x2018; Â&#x2018;  Â&#x2018; Je moet de waarde in kunnen schatten van de gevonden informatie en beslissen of je deze informatie kan/gaat gebruiken. Hierbij moet je letten op: juistheid, volledigheid, actualiteit, controleerbaarheid, nauwkeurigheid. 1Ă°  8884 De benodigde informatie is gevonden en bestudeerd. De informatie wordt verwerkt in de 1(  (224Â&#x2018; presentatie.Â&#x2018;Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Je stelt daarbij de volgende vragen: Wat is de belangrijkste informatie; Zijn alle vragen beantwoord?; kan ik de informatie samenvatten?  Â&#x2018; Â&#x2018; *Â&#x2018;"Â&#x2018;"Â&#x2018;Â&#x2018; Â&#x2018;Â&#x2018;   Â&#x2018;Â&#x2018; Gedurende alle stappen evalueer je op het proces. Aan het einde van alle stappen evalueer je op het gehele proces. 1Ă°  8884 Je stelt daarbij de volgende vragen: In hoeverre is het probleem efficiĂŤnt opgelost?; heb ik alle stappen goed doorlopen?; Waar liep ik tegenaan?; wat heb ik geleerd? 1(  (224

28


Â&#x2018;" Â&#x2018;ĂŻ  Â&#x2018;Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018;Y Â&#x2018;Â&#x2018; 

" Â&#x2018;  Â&#x2018;  Â&#x2018; CreĂŤren Evalueren

Analyseren Toepassen

Begrijpen

Herinneren

 "Â&#x2018;

 "Â&#x2018;Â&#x2018;

Hogere orde denkvaardigheden Ontwerpen, plannen, construeren, produceren, uitvinden, maken. Controleren, hypothese opstellen, kritiek geven, experimenteren, oordelen, onderzoeken. ergelijken, organiseren, bijdragen, uitzoeken, structureren, integreren. Uitvoeren, gebruiken, implementeren.

Programmeren, filmen, publiceren. Schrijven op forums/weblogs, informatie van websites controleren. EnquĂŞte / formulieren maken, mindmap. Ontwerpen, sketch-up, serious games, informatie online delen. Interpreteren, samenvatten, afleiden, Weblog bijhouden/volgen. parafraseren, vergelijken, uitleggen, voorbeelden geven. Herkennen, luisteren, omschrijven, Favorieten delen met terugvinden, labelen, lokaliseren, anderen. vinden. Lagere orde denkvaardigheden 1% (24

Â&#x2018; Â&#x2018;  Â&#x2018; In Kennisbasis ICT staan 5 categorieĂŤn benoemd met ICT onderwerpen. Als leerkracht op het voortgezet onderwijs moet je in deze onderwerpen vaardig zijn. Door de plek van ICT op School voor hoogbegaafde kinderen Gouda zijn deze vaardigheden ook van belang van het team. Deze vaardigheden zij nodig om de leerlingen voldoende te kunnen begeleiden in het ICT onderwijs. De volgende categorieĂŤn staan beschreven: Attitude: de leerkracht heeft een professionele houding ten aanzien van ICT en onderwijs (zelfreflectie, initiatief en leiderschap); Instrumentele vaardigheden: de leerkracht is vaardig in het bestandsbeheer, programmaÍ&#x203A;s en kan zijn weg vinden op het web; Informatievaardigheden: de leerkracht is mediawijs en informatievaardig (leerbronnen selecteren en beoordelen, leerlingen wapenen tegen risicoÍ&#x203A;s); Algemene didactiek: de leerkracht maakt gebruik van ICT en kan hierin een combinatie met nietdigitale leermiddelen maken. Hierbij maakt de leerkracht gebruik van digitaal materiaal bij presentaties en instructies, communicatiemiddelen, ondersteunen/begeleiden en evalueren/toetsen van leerlingen. Arrangeren en ontwikkelen: de leerkracht kan ICT gebruiken bij het arrangeren of ontwikkelen van lesmaterialen. 1! ##(2284

 29


Ă°) V   In deze bijlage staat de vragenlijst voor de leerkrachten en de uitwerking van het interview. Daarnaast heb ik de leerkrachten een test laten doen, waarin de informatievaardigheden naar voren komen. Hier heb ik met de leerkrachten over gepraat.  "Â&#x2018;#    Â&#x2018; Wat is de bedoeling van de Werkstuk lessen? Welke doelen zijn hiervoor opgesteld? Y  Â&#x2018; Welke stappen moeten de leerlingen doorlopen bij hun werkstuk? Welke aanreikingen krijgen ze hierbij? Hoelang en wanneer mogen de leerlingen aan het werkstuk werken? Hoe wordt het werkstuk beoordeeld?   Â&#x2018; Hoe begeleiden jullie de leerlingen bij de stappen?    Â&#x2018; Waar hebben de leerlingen moeite mee tijdens de Werkstuk lessen? Tegen welke problemen lopen jullie concreet aan? #Â&#x2018;#: Bedoeling: De leerkrachten hebben de Werkstuk lessen opgezet met bepaalde ideeĂŤn. De bedoeling van de Werkstuk lessen hebben de leerkrachten als volgt weergeven: Eigen thema uitdiepen; Leren plannen; Informatie verwerken; Link met wereldoriĂŤntatie. Zij vinden dit belangrijk, doordat de informatiebehoefte van de leerlingen ontzettend groot is. De leerlingen kunnen echter moeilijk omgaan met de grote hoeveelheden informatie die er beschikbaar zijn. Aanpak van de leerkrachten: De leerkrachten hadden aangegeven dat zij niet goed wisten hoe zij de leerlingen moesten begeleiden. In het interview kwam naar voren dat iedereen een andere aanpak heeft in: thuis of op school werken; tussendoor of aan het eind presenteren; aan de hand van een stappenplan, een topondernemerskaart of zonder stappenplan;verplichting tot gebruik van boeken of vrije keuze in bronnen; verschillende verwerkingsvormen of verplichting tot werkstuk, vaste beoordelingscriteria of vanuit eigen ideeĂŤn. Hierbij gaven de leerkrachten aan dat dit onder andere een reden is om een leerlijn op te zetten, zodat er meer eenheid komt. - In de onderbouw werken de leerlingen met topondernemerskaarten en presenteren ze hun werk niet. Ze krijgen hier wel een beoordeling voor, maar de manier waarop beoordeeld wordt, staat niet 3c


vast. - In de middenbouw is er keuze vrijheid voor het onderwerp en presentatievorm. Zo kunnen de leerlingen ook een theater stuk schrijven of een PowerPoint maken. De leerlingen presenteren deze wanneer ze hun werk klaar hebben. Ze werken op school en behoren een stappenplan te volgen. De beoordeling is voornamelijk productgericht. - In de bovenbouw hebben de leerlingen ook een keuze vrijheid in hun onderwerp. Ze moeten echter wel een werkstuk hiervan maken. De leerlingen volgen hierbij een stappenplan en moeten elke week laten zien wat zij gedaan hebben. Zij werken namelijk thuis aan hun werkstuk. Bij het presenteren mogen zij ook gebruik maken van hun werkstuk op het digitale schoolbord. Problemen bij het begeleiden van de leerlingen: De leerkrachten konden redelijk goed aangeven waar de leerlingen tegenaan liepen. Zij gaven aan dat de leerlingen moeite hadden met het formuleren van onderzoeksvragen en om hier zoektermen bij te bedenken. Daarbij zagen ze dat de kinderen alles voor waar aannemen op het internet. In de onderbouw en middenbouw werd voornamelijk geknipt en geplakt. Hierbij werd de tekst soms maar half gelezen. Ook gaven de leerkrachten aan dat leerlingen veel van site naar site springen en Over de begeleiding waren ze kort en krachtig. Wanneer een leerling een vraag heeft helpen ze deze. Wanneer deze vraag geregeld terug komt (al is het met een ander onderwerp), leggen de leerkrachten dit elke keer opnieuw uit. Daarbij vonden de leerkrachten in de onderbouw en middenbouw het lastig om de werkstukken te beoordelen, doordat de werkstukken en de leerlingen zo van elkaar verschillen. Terwijl de bovenbouw vaste criteria aanhoudt voor de beoordeling, waarbij toch ruimte is voor de verschillen van leerlingen. Â&#x2018;  Â&#x2018;Â&#x2018;Â&#x2018;Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018;Â&#x2018; $Â&#x2018;

1. De meeste leerkrachten kozen in plaats van starten; taalvaardigheid. 2. De leerkrachten gaven allemaal aan dat informatievaardigheden niet een vak apart is. oor het beeld dat zij op dit moment van informatievaardigheden hebben komen deze juist met name voor tijdens de activiteiten.

31


3. De leerkrachten vinden het eindresultaat minder belangrijk dan het proces. Juist het proces vinden zij belangrijk bij de Werkstuk lessen. Zij koppelen deze vragen meteen aan de Werkstuk lessen.

4. Hierin stemden zij allen in. 5. Hierin verschilden de leerkrachten. De leerkrachten vonden dat je informatievaardig was, wanneer je op het internet je weg kon vinden. Anderen gaven aan dat dit niet voldoende was. Hierover kwam een discussie. Wanneer ben je informatievaardig? Met de beschrijving die ernaast is weergeven heb ik deze discussie afgesloten, waarbij ik heb aangegeven dat dit later terug komt.

7. Dit opende de ogen van de leerkrachten in de onderbouw en middenbouw. Hier letten zij niet op de tijd. Juist het omgaan met frustraties is een leerdoel van de Werkstuk lessen. 8. Dit geeft weer dat vooraf nadenken over het onderwerp van belang is.

32


9. Hierin verschilden de leerkrachten. De ene helft denkt dat informatievaardigheden nodig zijn om de stappen te doorlopen. De andere helft ziet de informatievaardigheden als de stappen zelf, waaronder nog meer doelen liggen. 1c. De leerkrachten in de bovenbouw vinden deze informatie een goede aanvulling. De leerlingen moeten bij hen inderdaad de verwachtingen noteren. Het is handig deze op reĂŤle verwachtingen te controleren.

 (#(      #            #<                   #

33


 3#              .     #                  # 6            # รฐ                   #V                    # 6              # 9#*        #                     #

 ()#                # 6               # (:#                          #               #

34


Ă°: < /0 In de onderstaande enquĂŞte hebben de leerlingen ingevuld wat voor hen van toepassing is. Dit heb ik in onderstaand schema weergeven. Aantal leerlingen: Aarde/ groep 4: 6; Water/ groep 5-6: 16; uur/ groep 6-8: 13; Lucht/ groep 7-8: 16. Ik kanÂ&#x2018; " "  "Â&#x2018;een onderwerp uitkiezen $Â&#x2018; (A:6 W:5 :3 L:3 ) (A:4 W:9 :9 L:12 ) (A:c W:2 :1 L:c ) Ik kan  " "  " vragen bedenken bij mijn onderwerp. (A:1 W:6 :4 L: 6) (A:4 W:8 :7 L: 8) (A:1 W:2 :2 L: 2) Y Â&#x2018;Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018;Â&#x2018;

(meerdere antwoorden mogelijk) ĂĄÂ&#x2018; eerst bedenken wat ik zelf al weet ĂĄÂ&#x2018; zoek ik eerst in een encyclopedie of (A:6 W:12 :1c L: 12) woordenboek ĂĄÂ&#x2018; eerst bedenken waar ik informatie (A:c W:2 :c L:c ) kan vinden ĂĄÂ&#x2018; zoek ik boeken met informatie over (A:c W:6 :5 L: 6) mijn onderwerp (A:1 W:3 :6 L: 1c) ĂĄÂ&#x2018; meteen het internet op om te kijken ĂĄÂ&#x2018; meteen het internet op en zoek ik op wat er allemaal te vinden is via een informatieve sites zoekmachine (A:1 W:7 :6 L: 3) (A:5 W:9 :2 L: 4) ĂŻ    Â&#x2018; (A:c W:c :c L: c) Â&#x2018; Y Â&#x2018;Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018;Â&#x2018;Â&#x2018;  Â&#x2018;Â&#x2018;"Â&#x2018; Â&#x2018;

ĂĄÂ&#x2018; in ĂŠĂŠn woord ĂĄÂ&#x2018; in meerdere woorden (A:3 W:2 :3 L: 1) (A:2 W:15 :8 L: 12) ĂĄÂ&#x2018; in een vraag (A:1 W:2 :2 L: 4) Â&#x2018;  Â&#x2018;Â&#x2018;Â&#x2018;Â&#x2018;Â&#x2018;"Â&#x2018;Â&#x2018; Â&#x2018;Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018;Â&#x2018;Â&#x2018; Â&#x2018; (meerdere antwoorden mogelijk) ĂĄÂ&#x2018; Google.nl ĂĄÂ&#x2018; Netwijs.nl (A:6 W:15 :11 L: 15) ĂĄÂ&#x2018; Wikipedia.nl ĂĄÂ&#x2018; Wikikids.nl (A: (S 6) W: 1(S 12) :2 (S 5) L: 1(S 12) (A:c W(S 6) (S 2) L: 1) ĂĄÂ&#x2018; Meester Sipke ĂĄÂ&#x2018; Kennisnet.nl (A:c W:c :c L: c) ĂĄÂ&#x2018; Anders, namelijk (A: bing 1, W:leerwereld.nl 1, :c L:c ) Â&#x2018;  Â&#x2018;Â&#x2018;

ĂĄÂ&#x2018; bekijk ik meestal alleen informatie die van toepassing is op mijn onderwerp (A:6 W:14 :11 L: 12) ĂĄÂ&#x2018; dwaal ik meestal snel af naar andere onderwerpen en links 35


(A:c W:2 :2 L: 2) Tussenin: (L: 2) Â&#x2018; Y Â&#x2018;Â&#x2018; Â&#x2018;Â&#x2018;Â&#x2018; Â&#x2018; ĂĄÂ&#x2018; klik ik snel van site naar site ĂĄÂ&#x2018; kijk ik snel of de informatie die ik wil (A:c W:3 :c L: c) erop staat ĂĄÂ&#x2018; lees ik een site goed door (A:4 W:12 :8 L: 14) (A:2 W:4 :5 L: 2) Y Â&#x2018;Â&#x2018;Â&#x2018;#Â&#x2018;"Â&#x2018; Â&#x2018;Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; (meerdere antwoorden mogelijk) ĂĄÂ&#x2018; dat de site begrijpbaar is (A:4 W:11 :1c L:1c ) ĂĄÂ&#x2018; dat de site betrouwbaar is (A:2 W:8 :9 L:13 ) ĂĄÂ&#x2018; dat de site bruikbaar is (A:3 W:8 :9 L: 1c) Â&#x2018; Â&#x2018;#Â&#x2018;#Â&#x2018;Â&#x2018;Â&#x2018; #Â&#x2018;Â&#x2018; 

Water: Als er geen gekke dingen op staan:3, serieuze informatie:3, vergelijken bronnen:3, veel bezoekers:1, Ik pas op met sites die naar adres vragen: 1, aan de juf vra gen:1.Â&#x2018; Lucht: vergelijken bronnen:7, virusscan:2, veel bezoekers:1, recenties:1, wikipedia is altijd betrouwbaar: 1, geloofwaardige tekst: 3, als je je e-mail kan achterlaten:1, bronvermelding:1. uur: vergelijken bronnen: 13, vergelijken eigen kennis: 2, taalgebruik en plaatjes: 1, vormgeving:1, MCafee:1 Aarde:wie zet er nou onzin op een website:2, Let ik niet op:1, ergelijken met andere websites:1, Als er serieuze informatie opstaat:1. Â&#x2018; Y Â&#x2018;Â&#x2018; Â&#x2018;Â&#x2018; Â&#x2018;Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; (meerdere antwoorden mogelijk) ĂĄÂ&#x2018; Lees ik de informatie goed door ĂĄÂ&#x2018; schrijf ik de informatie over (A:5 W:9 :13 L:13 ) (A:1 W:2 :c L: c) ĂĄÂ&#x2018; Bekijk ik de informatie snel door ĂĄÂ&#x2018; beschrijf ik de informatie in eigen (A:1 W:7 :c L:2 ) woorden ĂĄÂ&#x2018; Lees ik de informatie niet, maar kijk (A:3 W:9 :12 L: 1c) ik alleen naar de titel ĂĄÂ&#x2018; wissel ik mijn werkstuk af met stukken uit de bronnen en mijn eig en (A:c W:1 :c L:c ) woorden ĂĄÂ&#x2018; ergelijk ik de informatie met andere (A:3 W:7 :5 L:4 ) bronnen (A:1 W:5 :5 L: 11) ĂĄÂ&#x2018; Ik schrijf wat ik zelf weet (A: 1) Ik gebruik  Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018;  die ik vind. (A:1 W:3 :2 L:2 ) (A:4 W:13 :11 L: 14) Â&#x2018; Â&#x2018;Â&#x2018;Â&#x2018; Â&#x2018;"Â&#x2018;#Â&#x2018; Â&#x2018; ĂĄÂ&#x2018; vermeld ik deze in een lijst voor of ĂĄÂ&#x2018; vermeld ik nooit 36


achteraan in mijn werkstuk (A:4 W:12 :12 L: 15) ĂĄÂ&#x2018; vermeld ik bij zinnen die ik heb overgenomen (A:c W:c c: L: c)

(A:1 W:c :c L:c ) ĂĄÂ&#x2018; vermeld ik soms (A:c W:3 :1 L:c ) ĂĄÂ&#x2018; ik vergeet altijd waar ik de informatie vandaan heb gehaald (A:2 W:5 : L: 1)

ĂĄÂ&#x2018; anders, namelijk (A:c W:c :c L: 1 (ik onthoud ze en schrijf ze er later bij als ik ze heb gebruikt) Y Â&#x2018;Â&#x2018;Â&#x2018;"Â&#x2018;#Â&#x2018;#

ĂĄÂ&#x2018; loop ik nergens tegen aan (A:c W:1 :2 L: 4)Â&#x2018; ĂĄÂ&#x2018; loop ik regelmatig vast en kom dan niet verder (A:c W:4 :c L:c ) Â&#x2018; ĂĄÂ&#x2018; loop ik soms vast, maar kom met hulp van anderen verder (A:6 W:11 :11 L: 12 ) Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018;Â&#x2018;Â&#x2018; Â&#x2018;Â&#x2018;"Â&#x2018;#

ĂĄÂ&#x2018; makkelijk in hoofdstukken verdelen (A:c W:6 :8 L: 3)Â&#x2018; ĂĄÂ&#x2018; redelijk in hoofdstukken verdelen (A:6 W:8 :4 L: 12) Â&#x2018; ĂĄÂ&#x2018; moeilijk in hoofdstukken verdelen (A:c W:2 :1 L: 1)Â&#x2018; Â&#x2018;  Â&#x2018;"Â&#x2018;#Â&#x2018;Â&#x2018;Â&#x2018;Â&#x2018;Â&#x2018;Â&#x2018; Â&#x2018;  ' Â&#x2018; (meerdere antwoorden mogelijk) ĂĄÂ&#x2018; Word ĂĄÂ&#x2018; PowerPoint (A:5 W:14 :12 L:16 ) Â&#x2018; (A:4 W:2 : L: c) ĂĄÂ&#x2018; Anders, namelijk (A:c W: :publisher 1 L: c) Y Â&#x2018;Â&#x2018;"Â&#x2018;#Â&#x2018;Â&#x2018; Â&#x2018; ĂĄÂ&#x2018; Lees ik mijn werkstuk helemaal door (A:5 W:14 :13 L:14 ) ĂĄÂ&#x2018; Bekijk ik alleen of het er goed uitziet (A:5 W:2 :4 L:2) ĂĄÂ&#x2018; Bekijk ik of alle hoofdstukken erin zitten (A:5 W:14 :12 L:16 ) ĂĄÂ&#x2018; Ik controleer of ik al mijn vragen beantwoord heb (A:4 W:15 :15 L:16 ) Â&#x2018; Y Â&#x2018;Â&#x2018;"Â&#x2018;#Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018;Â&#x2018;Â&#x2018;Â&#x2018; Â&#x2018;Â&#x2018; Â&#x2018; (meerdere antwoorden mogelijk) ĂĄÂ&#x2018; PowerPoint ĂĄÂ&#x2018; Poster (A:4 W:11 8: L: 8) Â&#x2018; (A:c W:2 :5 L: 1) ĂĄÂ&#x2018; Muurkrant ĂĄÂ&#x2018; Een eigen website (A:c W:2 :3 L:3 ) Â&#x2018; (A:c W:3 :c L: c) 37


ĂĄÂ&#x2018; Anders, namelijk (A:2 W:printen 2, :printen of op digibord werkstuk tonen 2 L:3 ) Â&#x2018; Â&#x2018;Â&#x2018;Â&#x2018;Â&#x2018;Â&#x2018; Â&#x2018;  Â&#x2018;Â&#x2018;  Â&#x2018; (meerdere antwoorden mogelijk) ĂĄÂ&#x2018; Spelletjes ĂĄÂ&#x2018; (A:6 W:13 :8 L: 6)Â&#x2018; ĂĄÂ&#x2018; informatie zoeken (A:5 W:12 :1c L:14 ) Â&#x2018; ĂĄÂ&#x2018; ĂĄÂ&#x2018; filmpjes (A:3 W:7 :4 L: 5)Â&#x2018; ĂĄÂ&#x2018; ĂĄÂ&#x2018; muziek (A:2 W:6 :6 L: 8)Â&#x2018; ĂĄÂ&#x2018; ĂĄÂ&#x2018; E-mail (A:2 W:12 :14 L:16) ĂĄÂ&#x2018; ĂĄÂ&#x2018; anders, namelijkÍ&#x2122;Í&#x2122;Í&#x2122;Í&#x2122;Í&#x2122;Í&#x2122;(A: W: gedichten en

oefenprogrammaÍ&#x203A;s voor schoolvakken (A:3 W:6 :4 L: 7) fotoÍ&#x203A;s (A:c W:3 :5 L: 4) vriendensites (zoals Hyves) (A:3 W:7 :5 L:6 ) tekenprogrammaÍ&#x203A;s (A:1 W:6 :1 L: 3) verhalen schrijven 1, nieuws: 1)

Â&#x2018; Â&#x2018;# Â&#x2018;"Â&#x2018; Â&#x2018;  Â&#x2018;Â&#x2018;Â&#x2018;%& Â&#x2018; Â&#x2018; W Een leerling geeft aan dat ze beschermt internet wil, dat heeft ze thuis ook.



38


Ă°;      " Â&#x2018;

Onderbouw Middenbouw De leerlingen hebben van te voren een woordweb gemaakt.

Bovenbouw

Ja De leerlingen hebben opgeschreven wat ze al wel/niet weten.

Ja

Nee Nee De leerlingen hebben duidelijke vragen opgesteld.

Ja

Nee

Hoofdstukken van te voren Ja ingedeeld. De leerlingen kunnen zoektermen zo formuleren dat zij bij de juiste informatie terecht komen. Nee Onjuiste spelling, hele vragen geformuleerd.

Soms Soms Blijven bij onderwerp. ullen zoektermen in met ullen soms hele vragen in. onderwerp en deelonderwerp Meesten gebruiken meerdere (eten hond). woorden. Geen gebruik van Geen gebruik van zoekmanieren. zoekmanieren. De leerlingen kunnen van te voren bedenken welke bronnen zij kunnen gebruiken. Nee Meteen naar google.nl

Nee Meteen naar google.nl Kijken niet op veel gebruikte sites door leerkrachten.

Ja Zoeken boeken erbij. Weten enkele informatieve sites te vinden. Kijken ook naar sites die leerkracht heeft aangegeven.

De leerlingen maken gebruik van meerdere bronnen. Nee Alleen internet

Soms Op aanraden leerkracht ook boek. De leerlingen gebruiken de volgende sites als eerste bron:

Ja erplicht 2 boeken, uit zichzelf internet.

Google: plaatjes zoeken

Google: informatie zoeken, soms ook eerst plaatjes. Wikipedia is tweede favoriet, echter erg veel vragen over inhoudÍ&#x2122;..

Na gebruik boek: google.

Klikken redelijk snel weg. Scannen pagina wel eerst zorgvuldig. Raken snel van onderwerp af

Kunnen bedacht doorklikken op links, maar raken soms ook van onderwerp af.

Gebruik van links Klikken veel door naar links. Scannen pagina snel en klikken weer door of terug.

39


door spelletjes die ze tegenkomen. De leerlingen bekijken de informatie op betrouwbaarheid Nee Nee

Nee, niet echt. ergelijken informatie site wel met boeken. De leerlingen bekijken de informatie op begrijpbaarheid en bruikbaarheid Scannen pagina snel en klikken Leerlingen scannen tekst Leerlingen bekijken eigen weer door of terug. zorgvuldig op titel, plaatjes, gekozen sites zorgvuldiger dan dikgedrukte woorden. sites via google.nl. De leerlingen doen het volgende met de informatie die zij nodig hebben (lezen, scannen, knippen en plakken, in eigen woorden zetten) Leerlingen zijn met name met De leerlingen knippen en Moeten de tekst in eigen plaatjes knippen en plakken plakken de informatie woorden beschrijven. bezig. voornamelijk, maar vullen deze Gebruiken kleine stukken tekst. aan met eigen woorden en Schrijven veel op wat ze zelf gaan meestal de moeilijke (denken te) weten. woorden na. De leerlingen vermelden de bronnen in een bronnenlijst Ja: google.nl Met name google.nl Ja, de leerlingen zijn verplicht Links via google.nl vermelden Soms vermelden ze andere dit bij te houden. ze niet. sites. Meestal alleen als zij deze terug kunnen vinden. De leerlingen vermelden de bronnen bij gekopieerde stukken Nee Nee Soms.  "Â&#x2018;  Â&#x2018; Formuleren van de informatievraag/vragen: Wanneer ik naar het werk van de leerlingen kijk, valt het op dat de leerlingen graag gebruik maken van een woordweb. Dit woordweb bevat korte woorden, maar soms ook hele vragen. Dit woordweb gebruiken zij als houvast. Nergens staat beschreven hoe zij dit verder gaan aanpakken. In de bovenbouw wordt volgens een formulier gewerkt. Zoek strategieĂŤn toepassen/zoeken: In de observaties komt duidelijk naar voren dat alle leerlingen gebruik maken van www.google.nl. Enkele leerlingen gaan verder op www.wikipedia.nl zoeken, wanneer zij er op Google niet uitkomen. Opvallend zijn de zoektermen. De leerlingen houden zich vast aan de voor hen bekende woorden. Bij het zoeken naar de geschiedenis van de trein, denken zij niet aan locomotief. Daarbij gebruiken een groot deel van de leerlingen hele zinnen in de zoekmachine en anderen een of twee woorden. Alleen in de bovenbouw worden boeken gebruikt. De leerlingen in de onder-, en middenbouw, zelfs als zij graag lezen, gebruiken alleen het internet. Lokaliseren van de informatie/vinden: De leerlingen gaan heel wat sites door. Zij klikken veel. Opvallend is dat ze bij sites met plaatjes langer blijven hangen. Er wordt zelden echt gelezen, alleen gescand. Logisch, want er staan vaak sites bij die niet van toepassing zijn op hun informatiebehoefte. 4c


aak komen de leerlingen vertellen dat ze niets kunnen vinden, zonder een gerichte vraag te stellen. Selecteren en verwerken van de gevonden informatie/kiezen: aak wordt de eerste goede site die de leerlingen vinden dan ook meteen gebruikt. De gegevens worden zelden met elkaar vergeleken. In de bovenbouw wordt dit wel gedaan i.v.m. de boeken die zij moeten lezen. De leerlingen in de bovenbouw beschrijven de informatie in eigen woorden op, in de onder- en middenbouw wordt hierbij voornamelijk geknipt en geplakt. De leerlingen in de middenbouw gaan wel na wat de moeilijke woorden betekenen. De leerlingen kunnen hun bronnen vaak niet terug vinden en gevenwww.google.nl op als bron. De leerlingen in de bovenbouw worden hierop gecontroleerd, zij houden dit wel bij. Â&#x2018;



41


Ă°? -          Powerpoint presentatie:

 Â&#x2018;Â&#x2018;$$Â&#x2018;! Â&#x2018; Aanw: Jolanda, Elly, Justin, Simone Marleen en Marloes (notulen) 1.Â&#x2018; Presentatie Marleen: informatieverwerking Marleen vertelt ons de uitslag van haar onderzoek m.b.t. informatievaardigheden van kinderen. Acties: Â&#x2018; Informatie uitwisselen (tips en trucs) Â&#x2018; Stappenplan schrijven Â&#x2018; (Nog mailen naar Marleen als je bruikbare formulieren hebt) Â&#x2018; Database van bruikbare, betrouwbare en begrijpbare internetsites. (Marleen heeft een site hiervoor) Later zullen er ook: Â&#x2018; InstructievideoÍ&#x203A;s maken ( BB voor OB) Â&#x2018; Lessen verzorgen voor leerlingen over betrouwbaarheid websites en zoekmanieren. Â&#x2018; Aanpak andere Leonardoscholen (navraag doen?)

  

42


Ă°3 Y  In deze bijlage staat de planning van de acties die nog uitgevoerd moeten worden na de betekenisverlening.        ĂŻ           !      !        *                    

   

  * ;

V  

* ;

ĂŻ   !               # ĂŻ  

* ;79 * 81 (24

    

* 8  

* ;78

  

43


รฐ9 Y     De leerkrachten hebben de samenvatting van de literatuur meegekregen (bijlage 2) en de volgende literatuur: (   #1(224$        รฐ

, # รฐ 3?33;;7;9  ! #   ##1(2284     V,รฏ  #2Y      <  @ #  Y    ###1(2234&         #< !# รฐ :;(;?3()(: Hierin staat het suc6-model, informatievaardigheden waar leerkrachten uit het O aan moeten voldoen en een mogelijke leerlijn die het SLO heeft opgezet.  

44


Ă°8 Y   

  anuit de betekenisverlening zijn enkele acties ontstaan en uitgevoerd. Â&#x2018; Â&#x2018;  Â&#x2018;# Â&#x2018;  Â&#x2018; Â&#x2018;Â&#x2018;Â&#x2018; Â&#x2018;Â&#x2018;Â&#x2018;Â&#x2018;Â&#x2018; "Â&#x2018; Â&#x2018;Â&#x2018; Â&#x2018;  Â&#x2018; $' +  Â&#x2018; Â&#x2018;Â&#x2018; Â&#x2018;Â&#x2018;Â&#x2018;# Â&#x2018;  Â&#x2018;Â&#x2018;"Â&#x2018;# Â&#x2018;Â&#x2018; $Â&#x2018;   (Titel van je werkstuk, jouw naam, datum, mooie passende afbeelding/tekening)Â&#x2018; 2.Â&#x2018;  # : ik doe dit werkstuk over Í&#x2122;Í&#x2122; omdat ik er graag meer over wil leren of: Í&#x2122;Í&#x2122;Í&#x2122;... Hoe ben je aan dit onderwerp gekomen. Wat je verwacht van de zoektocht naar informatie. Wat wil je leren? ( ongeveer 1c regels) 3.Â&#x2018;   schrijf je pas achteraf,dus als je hoofdstukken al zijn geschreven. Dit is een korte samenvatting van je hele werkstuk. Als de lezer jouw inleiding leest moet het een goed beeld krijgen van jouw werkstuk. Je moet het Í&#x17E;reclame-achtigÍ&#x; schrijven, als een promotie van je werkstuk. (bijvoorbeeld: en wil je meer weten over hoe de Chinezen wonen, lees dan snel verder in hoofdstuk 4, want die gaat helemaal over de leefgewoontes van de Chinezen) 4.Â&#x2018;   : wat vindt je op welke bladzijde

$Â&#x2018;   Â&#x2018;($$Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018;#$Â&#x2018;Â&#x2018; 6.Â&#x2018;     : titel, auteur, uitgever, jaar van uitgave 7.Â&#x2018; ?#  hoe is je zoektocht naar informatie gegaan? Wat heb je geleerd? Heb je een antwoord gekregen op je vraagstelling? Wat vond je het meest verrassende wat je hebt geleerd?

+  Â&#x2018; Â&#x2018;  Â&#x2018; 1. Onderwerp kiezen 2. Woordweb maken 3. Mindmap maken 4. Onderzoeksvragen stellen 5. Projectkaart invullen 6. Informatie zoeken 7. Informatie verwerken in werkstuk 8. Presentatievorm kiezen 9. Presenteren Â&#x2018;

Â&#x2018;

45


+  Â&#x2018;

Â&#x2018;  " Â&#x2018;

46


+  Â&#x2018; Â&#x2018; Â&#x2018;  Â&#x2018;

Â&#x2018;

47


+  Â&#x2018;

Â&#x2018;  Â&#x2018;

Â&#x2018; ĂŻ Â&#x2018;  Â&#x2018;  Â&#x2018; Duidelijk verstaanbaar, inleiding/slot/kern, inhoud, taalgebruik, illustraties, vragen beantwoorden, houding, tijdsduur (min. 1c minuten?), klas inkijken.Â&#x2018;



48


Ă°2 Y     De leerkrachten gaan op zoek naar goede informatieve sites voor leerlingen en maken hier een lijst van. Deze kunnen de leerlingen gebruiken in hun zoektocht. In deze bijlage staan de sites tot nu toe. (  www.docentenplein.nl http://www.kennisnet.nl/po informatie voor leerkrachten met links naar verschillende sites. www.teleblik.nl beeld en geluid http://www.ictcreatief.nl/lesidee/ICT/ICT.ht ml Les ideeĂŤn per bouw; ICT gericht. http://ictpo.kennisnet.nl informatie en materialen voor ICT op school/in de klas http://dib.sip.be/kijkwijzer/leerkracht.htm veel sites voor lessen of kinderen

V  http://www.beleefdelentejunior.nl/ Films van vogels http://www.ntr.nl/ educatie, cultuur en informatie http://www.ntr.nl/thema/educatie Heel veel informatieve sites. Bv: talen. http://www.ntr.nl/thema/schooltv Informatieve afleveringen op alfabet. Bv: mens of klimaat. http://www.schooltv.nl/beeldbank/po/ Informatieve filmpjes http://www.schooltv.nl/nudn/ nieuws uit de natuur http://www.willemwever.nl/ raag en antwoord van en voor kinderen http://www.hetklokhuis.nl/ informatief programma http://www.13indeoorlog.nps.nl/ informatief programma over de oorlog http://www.kids4kidsproject.com/ Project over verschillen http://kids.kennisnet.nl informatie over vakgebieden op niveau V.0 http://www.hetklokhuis.nl/onderwerp/googl e informatie over google http://www.surfsafe.nl/ informatie over veilig internetten voor kinderen http://www.gratiscursus.be/zoeken/ cursus

-   www.netwijs.nl www.mybee.nl http://www.oyani.nl/zoekmachine_4_kids_WNF.ht ml http://quinturakids.com/ http://www.8-12.info/ http://www.meestersipke.nl/ http://searchandclick.startze.nl/zoekmachine-voorkids.html http://www.davindi.nl/ http://www.kiddiesearch.nl/ http://www.askkids.com/ http://www.schooltv.nl/eigenwijzer ./ http://bubbl.us/ mindmapping www.prezi.com presentatie http://tabbloid.com tijdschrift maken http://sites.google.nl website maken www.lessenmaker.nl webquest, website, lessen, werkstukken maken en opslaan. http://scratch.mit.edu/ spelletjes, verhalen, muziek, kunst maken en delen op internet. Â&#x2018; http://sketchup.google.com/ Hiermee kan je 3-d tekenen (zelfde als sketch up programma) http://www.game-maker.nl/ Gamemaker http://www.cinekidstudio.nl/p/cinekidstudio film maken

1 http://www.jeugdjournaal.sr/ jeugdjournaal

49


internetgebruik   www.rekenweb.nl rekenspelletjes www.spelletjes.nl www.spele.nl http://www2.digischool.nl/leerling/po spelletjes voor alle vakgebieden op niveau http://www.spelletjesplein.nl/ spelletjes voor alle vakgebieden 0 www.cambiumned.nl www.jufmelis.nl www.beterontleden.nl www.onlineklas.nl www.wrts.nl $ www.webkwestie.nl www.webje.yurls.net

&  www.digischool.nl www.digin.nl www.schoolbieb.nl www.Huiswerkweb.nl www.leerlingen.com www.scholieren.com

2  www.rekenweb.nl www.onlineklas.nl

0   www.onlineklas.nl www.brujon.net/topo http://www.toporopa.eu/nl/

Â&#x2018;

5c


59031768-Onderzoek-Informatievaardigheden-Marleen-Pikker  

School: Basisschool voor hoogbegaafde kinderen Sleutelpersoon: Simone Koolen Geschreven door: Marleen Pikker Leerkringbegeleider: Gerard Düm...

Advertisement
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you