Page 1

DE SPORTHERDENKING

’40-’45 BIJ HET

OLYMPISCH STADION


PROGRAMMA 10.30 UUR 11.00 UUR

12.00 UUR 12.30 UUR

Ontvangst bij atletiekverenging Phanos, Olympisch Stadion 1.

Frits Barend en Jurryt van de Vooren praten met specialisten en betrokkenen over het Nederlands Olympisch ComitĂŠ tijdens de Tweede Wereldoorlog en de onthulling van het beeld van Prometheus in 1947. Met unieke historische filmbeelden.

Ontvangst bij atletiekverenging Phanos voor herdenking.

Herdenking bij beeld van Prometheus op het plein voor het Olympisch Stadion.

13.15 UUR

Olympische jeugdclinics.

14.00 UUR

Informele afsluiting in de kantine van Phanos.


De sport als onvervangbaar medicijn

HET NOC TIJDENS DE TWEEDE WERELDOORLOG

Toen op 10 mei 1940 het Duitse leger de Nederlandse grens overstak, kwam de sportwereld slechts tijdelijk tot stilstand. Bij het grootste deel van de sportwereld leefde namelijk de overtuiging dat het gewone leven zo snel mogelijk weer moest worden opgepakt. Het tijdschrift Sport in Beeld/Revue der Sporten schreef op 21 mei 1940: “Na de gebeurtenissen welke ons volk en land tot in de diepste nerven hebben geschokt, is het zaak dat het leven zo spoedig mogelijk zijn rechten herneemt. De sport is te allen tijde een onvervangbaar medicijn gebleken.”

Door drs. Hidde van Eijk Ook het bestuur van het Nederlands Olympisch Comité was deze mening toebedeeld. Op 23 mei 1940 stuurde het een brief aan alle aangesloten bonden met de oproep om “de gewone werkzaamheden weder op te nemen.” Verder stelde het bestuur zich beschikbaar om waar nodig de belangen van de Nederlandse sport ook tijdens de oorlog te behartigen. Zaken waar het NOC zijn hulp aanbood, waren de extra kosten voor de verduistering van sportterreinen, bemiddeling bij de verschillende beperkende bepalingen ten aanzien van het verkeer en bij sportwedstrijden die door de lokale overheden verboden werden. Dat deze bemiddeling succesvol waren, bleek drie dagen later al. Op 26 mei werd er alweer gesport. De Duitsers reorganiseerden de Nederlandse sport grondig door een eind te maken aan de heersende verzuiling. De lappendeken van sportorganisaties werd zoveel mogelijk vervangen door koepelorganisaties. Het NOC wilde een overkoepelende eenheidsorganisatie met Nederlandse signatuur om zo de Duitse invloeden te weren uit het maatschappelijke en sportieve leven. Het waren echter verschillende hoge rijksambtenaren die doorslaggevend waren voor de vorming van eenheidsbonden. Het idee hierbij was dat ze wel moesten, omdat de Duitsers anders aan


iets nieuws zouden beginnen, “waarbij met principes in het geheel geen rekening gehouden wordt.” Als eerste was het voetbal aan de beurt, waarvoor vertegenwoordigers van de verschillende bonden bijeen werden geroepen. Wanneer de toonaangevende voetbalsport tot een fusie zou komen, zouden de andere sporten hopelijk ook meedoen, zo was de gedachte. In eerste instantie wilde het Rijk via een eigen sportieve stichting, de Nationale Stichting tot bevordering van de Lichamelijke Opvoeding (NSLO), de verschillende sporten verenigen. Het NOC werd zodoende buiten de deur gehouden, maar NOCvoorzitter Schimmelpenninck van der Oye liet zich niet zo makkelijk wegsturen. Hij zette zijn netwerk en diplomatieke gaven in, zodat deze dreigende overvleugeling teniet werd gedaan. Hiervoor in de plaats werd Karel Lotsy, zowel bestuurder van de Voetbalbond als het NOC, voorgedragen bij de bezetters.

en het NOC richtte zich daarom op het ondersteunen van de verschillende sportbonden. Het ging dan voornamelijk om financiële steun voor oorlogsschade, maar ook via het Rode Kruis probeerde het NOC Nederlandse krijgsgevangenen en tewerkgestelden te ondersteunen bij hun sportbeoefening door het sturen van materiaal en instructies.

Hij zou dan als algemeen ‘sportleider’ in staat zijn om alle verschillende belangen zo goed mogelijk te behartigen. Het NOC wilde via Lotsy op de hoogte blijven van de sportieve ontwikkelingen en tegelijk voorkomen dat het als instituut direct in contact zou staan met de Duitse overheersers. Bij de voordracht van Lotsy werd daarom ook door Schimmelpenninck van der Oye vanwege “tactische redenen” niet aan zijn NOC-verleden gerefereerd. Daarnaast kon Lotsy ook de invloed van de NSLO verder terugdringen en zo een bedreiging voor het NOC onschadelijk maken. Kortom: een politieke zet.

van Gevolmachtigden voor het sportwezen’ dat de secretaris-generaal zou moeten bijstaan. Lotsy deed hier maar kort aan mee, want in september 1941 nam hij ontslag. De andere twee leden van dit college hadden veel te weinig gezag om enige invloed uit te oefenen. Alle pogingen van de Duitsers om de Nederlandse sportwereld te hervormen, bloedden zodoende in de latere oorlogsjaren dood.

Na de benoeming van Lotsy kwamen de werkzaamheden van het NOC als instituut zo goed als stil te liggen. Organisatorisch had Lotsy de touwtjes in handen

ambities te verwezenlijken door daadkrachtig te handelen en een centrale positie in de Nederlandse sport op te eisen.

Door de internationale gebeurtenissen ging uiteindelijk alles anders dan bedacht. De functie van Lotsy werd door de Duitsers omgevormd tot een ‘College

De laatste oorlogsjaren stond het NOC aan de zijlijn. Na de bevrijding werd begonnen met de wederopbouw van de vooroorlogse structuren. Deze nieuwe situatie bood het NOC een uitstekende kans zijn


Alleen de levenden kunnen de doden nog herdenken

DE SPORTHERDENKING ’40-’45 BIJ HET OLYMPISCH STADION

Op 4 mei is de jaarlijkse Sportherdenking bij het Olympisch Stadion. Hier wordt stilgestaan bij de sporters die in de Tweede Wereldoorlog zijn omgekomen. Dat gebeurt bij het beeld van Prometheus, dat in 1947 door prins Bernhard werd onthuld – precies 65 jaar geleden. De Sportherdenking wordt op 4 mei 2012 voor de achtste opeenvolgende maal georganiseerd door het Comité Sportherdenking 4 mei Olympisch Stadion. Omdat NOC*NSF dit jaar het honderdjarig bestaan viert, is als thema gekozen voor het Nederlands Olympisch Comité tijdens de oorlogsjaren. Het is bij weinig mensen bekend, maar juist tijdens de Tweede Wereldoorlog groeide de populariteit van de Nederlandse sport spectaculair. Tegelijkertijd werd de sport in het hart geraakt door de uitsluiting en deportatie van Joodse sporters. Om hierbij stil te staan wordt elk jaar de Sportherdenking georganiseerd bij het beeld van Prometheus. Tijdens de plechtigheid wordt gesproken door Ton Rombouts, vicevoorzitter van NOC*NSF. Ook de Amsterdamse sportwethouder Eric van der Burg voert het woord, net als Paul Slettenhaar, voorzitter van het Amsterdamse stadsdeel Zuid. Daarna worden vijf kransen gelegd die gezamenlijk de Olympische ringen vormen. Het is allemaal ter nagedachtenis aan de “geest van de afwezigen”, zoals het Nederlands Olympisch Comité dat in 1947 zei bij de onthulling van het beeld van Prometheus. Want alleen de levenden kunnen de doden nog herdenken.


Olympisch Stadion dankt Martin Dijkstra Stoel 115, rij 24 op vak P is vanaf 4 mei 2012 de persoonlijke stoel van Martin Dijkstra in het Olympisch Stadion. Dijkstra was de initiatiefnemer van de Sportherdenking bij het Olympisch Stadion. Stoel 115, rij 24 op vak P is in de schaduw van waar ooit het beeld van Prometheus stond. Dit oorlogsmonument van Fred Carasso werd in 1947 onthuld, maar dreigde na de renovatie te verdwijnen. Mede door protest van Dijkstra is het verplaatst naar het plein voor het stadion, in plaats van uit het zicht te verdwijnen. Sinds 2005 vindt bij de huidige plek van het beeld de Sportherdenking plaats. Stoel 115, rij 24 op vak P is vanaf 4 mei 2012 de plek waar Martin Dijkstra, het kunstwerk van Carasso én het Olympisch Stadion symbolisch bijeenkomen. Wie hier plaatsneemt, heeft tenslotte hetzelfde uitzicht als het beeld van Prometheus vóór de renovatie. Stoel 115, rij 24 op vak P is daarmee vanaf 4 mei 2012 een permanent eerbetoon voor de betrokkenheid van Martin Dijkstra bij het Olympisch Stadion.

Het Comité Sportherdenking 4 mei Olympisch Stadion Het Comité Sportherdenking is verantwoordelijk voor organisatie en uitvoering van de Sportherdenking. De leden hiervan zijn : UÊ Martin Dijkstra (bewoner Zuid en initiatiefnemer van de herdenking) UÊ Jan-Coen Hellendoorn (oud-voorzitter stadsdeel Oudzuid, voorzitter Comité) UÊ Job van Amerongen (sportliefhebber, secretaris Comité) UÊ Simone Freling (AFC Ajax) UÊ Hans Lubberding (directeur Olympisch Stadion) UÊ Jurryt van de Vooren (sporthistoricus) UÊ Julius Egan (Amsterdamse Sportraad)


Het Nederlands Olympisch Comité in de Tweede Wereldoorlog  

Op 4 mei 2012 was bij het Olympisch Stadion de jaarlijkse Sportherdenking. Hier werd gesproken over het NOC tijdens de oorlogsjaren.

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you