Page 1

SOCIAAL & POLITIEK

1


Annemiek nnemiek Westerlinck

Carola Van Mol

VOORWOORD. Democracy now is een nationaal, onafhankelijk en hopelijk ooit award-winnend winnend magazine. Het magazine is ontstaan na een sociale politieke verschuiving op katholieke hogeschool Sint-Lieven, Sint SintNiklaas. De lectoren kwamen op de proppen met een taak rond actualiteit.. Vijf dappere studenten besloten een redactie te vormen en hebben het aangedurfd aangedur om hun eerste magazine te publiceren. Democracy Now! Now is een magazine dat de democratie onder de loep neemt in en rond België. Het logo is dan ook gebaseerd op het alom bekende monument van ons land, het ‘Atomium’. De redactie, Annemiek Westerlinck, Carola Van Mol, Merckx, Gianna De Smet en Jutta De Smedt. Smedt

Femke Merckx

Gianna De Smet

Femke

Jutta De Smedt

2


D

EMOCRATIE_NATIE?

23 maart 2011, Kaho Sint-Lieven Lieven ~ In februari verdiepte onze redactie zich in de democratie. Maar wat is nu democratie? Wat zijn de fundamentele principes en redenen? Hoe is het ontstaan? Is onze democratie tie een klassiek erfstuk van de Oudheid?

Democratie is een bestuursvorm, een manier waarop een land bestuurd wordt,, een zekere volksheerschappij. Het komt er op neer dat het volk zelf stemt zoals in het oude Athene of vertegenwoordigers kiest zoals in België en Nederland. Deze bestuursvorm is gebaseerd op het menselijke gelijkheidsideaal. “Als iedereen vrij en gelijk in rechten en plichten geboren is, dan heeft ook niemand meer recht dan een ander om bepaalde wetten vast st te stellen of beslissingen te nemen” aldus Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.

DEMOCRATIE. DIRECT OF INDIRECT? In een directe democratie ligt de uiteindelijke beslissingsmacht formeel bij de voltallige bevolking. Dat betekent dat over gelijk welk onderwerp de bevolking desgewenst rechtstreeks zelf kan beslissen, beslissen bijvoorbeeld per referendum. De meeste wetten zullen nog steeds in een parlement afgehandeld worden, maar die beslissingen kunnen dan steeds ongedaan gemaakt worden met een referendum. Dee bevolking kan ook zelf voorstellen indienen. Om democratie in een land met tien miljoen mensen te laten werken moeten we gebruik maken van een parlement dat het overgrote deel van de wetten behandelt. We spreken dus van indirecte democratie. Dat at parlement heeft echter maar beslissingsbevoegdheid zolang de bevolking niet zelf direct wenst te beslissen.

WAAROM DEMOCRATIE? Twee fundamentele principes liggen aan de basis van het idee van democratie. - Individuele autonomie:: niemand moet onderworpen zijn aan regels die worden opgelegd door anderen. - Gelijkheid:: iedereen moet evenveel gelegenheid krijgen om de beslissingen te beïnvloeden die mensen in de samenleving raken. Een democratisch systeem is het enige dat beide principes als fundamenteel menteel aanvaardt. Andere systemen als oligarchie, plutocratie of dictatuur schenden beide principes. Ze geven immers macht aan een bepaald deel van de samenleving, die beslissingen nemen voor de rest van de bevolking. In zulke gevallen worden noch gelijkheid, gelijkh noch de individuele autonomie gerespecteerd. De twee bovenstaande principes vormen de morele rechtvaardiging voor democratie. We W kunnen opmerken dat beide belangrijke principes van de rechten van de mens zijn. Andere redenen zijn: I. Er wordt vaak beweerd rd dat een democratisch systeem een meer efficiënte vorm van regeren oplevert, omdat de genomen beslissingen vaker worden gerespecteerd door het volk. Mensen breken niet vaak hun “eigen” regels. II. Beslissingen zullen waarschijnlijk beter aanvaard worden omdat ze werden genomen nadat een consensus werd bereikt tussen verschillende fracties; de regels zouden niet realistisch zijn als ze onaanvaardbaar waren voor brede lagen van de bevolking. Er is dus een vorm van interne controle op de soorten wetten die een en democratische regering zou moeten overwegen. III. Een democratisch systeem wordt ook verondersteld het initiatief te koesteren en daardoor beter te reageren op wijzigende omstandigheden, volgens het “twee weten meer dan één”-principe. één”

KLASSIEK EN MODERN. Alss de geschiedenis van de democratie eenvoudig verteld wordt, bestaat het verhaal uit twee delen. Het He eerste deel gaat dan over de Klassieke lassieke Oudheid en het tweede deel begint in de zeventiende en/of en/ achttiende eeuw. In een dergelijke geschiedschrijving bestaat bes er een onoverbrugbare kloof tussen oude en moderne democratie. De oude geschiedenis bevat namelijk de klassieke democratie in Athene in de vijfde en vierde eeuw v.Chr. . Tussen de bloeitijd van de klassieke democratie en de uitvinding van de moderne democratie d in de zeventiende en achttiende eeuw ligt de periode van meer dan tweeduizend jaar. Die ie wordt voor de 3


democratie niet van belang geacht wordt. Pas met de Amerikaanse en de Franse revoluties begint voor de democratie opnieuw een roemrijke periode. Zo wordt de geschiedenis van de democratie vaak in twee stukken gedeeld.

“Hoewel ik de klassieken niet klakkeloos geloof, denk ik dat zij verdiensten hebben die bijzonder geschikt zijn als tegenwicht tegen onze tekortkomingen.” Alexis de Tocqueville, De la démocratie en Amérique.

Dee geschiedenis van de democratie kan niet geschreven worden op een schone lei. Ook al is de moderne democratie strikt genomen een uitvinding van de achttiende eeuw, die uitvinding bouwde voort op een aantal oudere ideeën. De moderne democratie is dus maar ten dele modern. Democratische denkbeelden vindt men van oudsher. Niet iet alleen in Europa maar ook in andere werelddelen en culturen (bv. Azië). Het belang van tolerantie wordt bijvoorbeeld al benadrukt enadrukt door de Indiase keizer Ashoka in de derde eeuw v.Chr. Ook is bijvoorbeeld het principe van gelijkheid en het idee van een universele mensheid niet specifiek Europees of westers, ook al heeft dit idee belangrijke wortels in de Griekse en Romeinse Oudheid, en in het Christendom. Sporen zijn ook te vinden in de Babylonische wetgeving van Hammurabi, in de leer van Confucios, in het Boeddhisme en in de Koran. Toch spreekt men van een Europese ‘uitvinding’, omdat nergens anders sprake is van een ontwikkeling ling van dergelijke ideeën tot langdurige en invloedrijke tradities, die ook steeds weer hun neerslag kregen in politieke instituties. Door omvang, duur en institutionalisering was de ontwikkeling van democratische ideeën uniek voor Europa.

VAN KLASSIEKEE NAAR MODERNE DEMOCRATIE DEMOC . Dèmos Kratein ~ Eerst en vooral is het woord democratie zuiver Grieks. Het werd ook door de Grieken zelf voor ‘regering door het volk’ gebruikt. Van democratie was er dus als eerste sprake in de Griekse oudheid. Slaven, vrouwen, armen en vreemdelingen mochten toen echter nog niet stemmen. stemmen Het was dus ook niet geheel democratisch. h. Maar we kunnen in zekere zin

zeggen dat in Athene wel de basis werd gelegd voor deze nieuwe bestuursvorm. Demosthenes zei ooit: “In

Athene is er een groep mensen, mannen die bijzonder overtuigend de rechten van anderen voor het voetlicht kunnen brengen. Ik zou hen het volgende willen aanraden: het belang van Athene moet voorop staan wanneer ze tot anderen spreken. Pas dan beginnen ze hun eigen plicht te doen.” Herodotus was de eerste die de term in zijn geschriften tussen circa 450 en 425 v.Chr. intensief intensie gebruikte. Na dit veelbelovende begin is het begrip democratie in diskrediet geraakt en meer dan tweeduizend jaar lang is het verguisd geweest. Typerend voor de klassieke democratie is dat het een directe vorm van democratie was. De aanwezige burgers op de volksvergadering debatteerden en stemden met handopsteken over alle mogelijke belangrijke politieke kwesties. ( Herodotus (485-420 (485 v.Chr.)) Al ten tijde van de bloeitijd in Athene was democratie een omstreden regeringsvorm,, maar de visie en teksten van de antidemocraten zijn het meest bekend geworden. De antidemocratische bronnen bleven tot in de negentiende eeuw het politieke denken in Europa bepalen. Die negatieve beladenheid van het begrip democratie was ook in de achttiende achtti eeuw nog merkbaar, onder invloed van de Amerikaanse onafhankelijkheidsstrijd (1776--1783). De grondwetten van de afzonderlijke staten gaven een nadere omschrijving van de natuurlijke rechten: vrijheid van godsdienst, meningsuiting, vereniging en vergadering, vergad recht op persoonlijke veiligheid en recht van eigendom. Dit voorbeeld had grote invloed op de Franse revolutie (1789-1795). 1795). Sinds de achttiende eeuw heeft het idee van vertegenwoordiging een centrale plaats gekregen in het denken over democratie. 4


Zo kunnen we in het werk van Marx bijvoorbeeld een model van democratie vinden. Dit kan beschouwd worden als een poging om democratie voort voor te zetten. Toch is inmiddels het uitgangspunt van een vertegenwoordigend vertegenwoordigende democratie vrijwel aanvaard. aanvaard Karl Marx (1818-1883) Dit begon na de dictatuur van Napoleon, Napoleon die ontstond uit de worsteling tussen progressieve en conservatieve stromingen. In geheel Europa was er de overgangsvorm naar de constitutionele monarchie. Voor de eerste fase in deze strijd was het charter van Lodewijk XVIII (1814) het model: het koningschap bij de ‘gratie Gods’ verleent goedgunstig een constitutie, de uitvoerende macht blijft bij de Koning en zijn raadgevers, de Volksvertegenwoordiging heeft slechts een vetorecht over de wetten, haar Eerste Kamer is door de vorst is aangesteld, haar Tweede Kamer is volgens censuskiesrecht gekozen. In de loop van de eeuw kwam de politieke macht aan het volk, werd het kiesrecht uitgebreid, itgebreid, werd verantwoording van de uitvoerende macht aan de volksvertegenwoordiging ingevoerd en werd benoeming door de kroon van de leden van Eerste Kamer, Senaat of erfrechten in dezen afgeschaft. afg In Engeland, Nederland en België ging dit geleidelijk, geleidelijk in Frankrijk na revoluties (1830, 1848 en 1870). 1870)

Napoleon (1769-1821)

HET ONTSTAAN VAN DE PARLEMENTAIRE ARLEMENTAIRE DEMOCRATIE. e

In de 19 eeuw maken een reeks revoluties … Groot-Brittannië Brittannië ca. 1780 Rusland ca. 1890 BELGIË ca. 1825 Frankrijk ca. 1830 Australië ca. 1939 USA ca. 1845 Duitsland ca. 1850 China ca. 1950 … een einde aan het absolutisme in verschillende landen. Sommige ige staten, waaronder België, worden parlementaire democratieën: een grondwet verdeelt de macht over verschillende personen en instellingen. Men spreekt dan van scheiding van machten: de uitvoerende macht bestuurt het land en de rechterlijke macht spreekt recht. De wetgevende macht (het parlement) wordt door het volk verkozen, stemt de wetten en controleert de twee andere machten. In een democratie gelden ook een paar vrijheden: vrije mening, persvrijheid, godsdienstvrijheid,… . Maar in het begin is het stemrecht temrecht veelal alleen voor de rijken. Na de Eerste Wereldoorlog komt daar verandering in: men is wellicht bang voor opstanden van ex-soldaten ex en zo krijgt de gewone man ook stemrecht. e In de jaren dertig van de 20 eeuw verliest de parlementaire democratie veel van haar populariteit. Een zware economische wereldcrisis zorgt voor een enorm aantal werklozen. Totalitaire partijen beweren een oplossing te kunnen bieden en worden met veel aanmoedigingen toegejuicht. Het bekendste totalitaire regime is wel het Nazisme zisme van Hitler. In België hadden we o.a. Rex, Verdinaso en het Vlaams Nationaal Verbond Na de Tweede Wereldoorlog krijgt de parlementaire democratie in West-Europa Europa een nieuwe kans. De evolutie van het stemrecht in België: I. 1831 – cijnskiesrecht: Belgische Belgisch mannen vanaf 25 jaar die voldoende belasting (cijns) betalen. Enkel de rijken voldoen hieraan. II. 1893 – Algemeen meervoudig stemrecht: iedere Belgische man vanaf 25 jaar krijgt één stem. Rijken en mensen met een hoog diploma krijgen meer stemmen (in totaal maximum drie stemmen). Er geldt dan stemplicht. III. 1919 – Algemeen enkelvoudig stemrecht: iedere Belgische man vanaf 21 jaar. Belgische vrouwen mogen enkel op enkele uitzonderingen na niet stemmen voor het parlement. Zij mogen wel stemmen bij gemeenteraadsverkiezingen. gemeenteraadsve IV. 1948 – Het stemrecht voor het parlement wordt uitgebreid tot Belgische vrouwen vanaf 21 jaar. V. 1981 – Algemeen stemrecht voor iedere Belgische man en vrouw vanaf 18 jaar

5


D

EMOCRATIE IN DE BASISSCHOOL SSCHOOL.

Hoe kunnen we democratie op een goede manier behandelen in de basisschool? Het is geen gemakkelijk onderwerp! Hoe gaan we dan de leerlingen motiveren? Zo’n moeilijk onderwerp toch op een goede manier behandelen kan zeker!

het werkblad ziet u meteen wat leerlingen te weten zijn gekomen via de sites en wordt alles nog eens kort herhaald. Een goede les rond democratie vind je ook terug in het leerplan! 5

Mens en samenleving

5.12 Kinderen stellen vast dat er in het bestuur van ons land een taakverdeling is, die overeenkomt met verschillende graden van macht of gezag. 5.12.1, 5.12.2 en 5.12.3 5.13 Kinderen weten dat Vlaanderen, België en de Europese Unie elk een eigen

Als je de kans hebt in een computerklas les te geven, grijp dan zeker deze kans! Laat leerlingen eens brainstormen over democratie. Je zal opkijken van wat ze al weten over democratie. Houd een klasgesprek als de leerlinge leerlingen interesse hebben en er al het één en ander over weten. Blijkt dat de leerlingen nog niet veel weten, kan je overgaan tot de sites. Laat de leerligen op onderzoek uitgaan op deze sites: http://www.dekrachtvanjestem.be/kvjss/kinderen/index.html http://www.dekrachtvanjestem.be/kvjss/kinderen/animatie/flosj.html http://www.knooppuntdemocratie.be/portail/ext/democracity/?lg=nl

bestuur hebben waar beslissingen worden genomen. (*) (L5-6 (L5 !)

Je laat hen dankzij deze sites niet enkel de definitie van een democratie opzoeken, maar je laat hen meteen ook meer te weten komen over alles dat te maken heeft met democratie (zoals: het parlement, rechten, ...) ...). Je kan ook een werkblad maken om de gevonden den informatie door de leerlingen te laten verwerken. Hierdoor kunnen de leerlingen ook meer specifiek gaan zoeken naar informatie over democratie. Het is niet de bedoeling er een saaie les van te maken, anders gaat de motivatie van de leerlingen gen achteruit achteruit. Ze gaan dan ook veel minder informatie in zich opnemen. Door hen met het internet en met een werkblad (toffe lay-out) out) te laten werken, wordt de motivatie van de leerlingen groter. De gegeven sites zijn zeker interessant, omdat er zeer veel uitleg wordt gegeven en dit op een toffe manier. Voor de leerlingen lijkt het een spel, waardoor het allemaal veel leuker wordt om rond dit ‘zwaar’ onderwerp te werken. Even een voorbeeld hoe je de les kan opbouwen: Begin de les met een stellingenspel, op deze manier kom je ook te weten wat de leerlingen over democratie weten. Na het stellingenspel kan er gevraagd worden aan de leerlingen wat ze weten over democratie. Nu kan een klasgesprek plaatsvinden. In het midden van de les kunt u de leerlingen de verschillende ssites aanbieden, waarop ze op onderzoek uit gaan. Op het einde van de les kan dan, met betrekking tot de sites, een TOF werkblad gegeven worden. Aan de hand van

9.9.6 en 9.9.7

5.14 Kinderen zien in dat er een onderscheid is tussen democratische en andere leiderschapsstijlen. 5.14.1 en 5.14.3. 9

Mens en ruimte

9.7 Kinderen zien in dat mensen vaak ruimten afbakenen en/of grenzen trekken 9.7.5 9.9 Kinderen kunnen gebruik maken van diverse voorstellingen van de ruimte 9.10 Kinderen kunnen plaatsen en gebeurtenissen waar ze kennis mee maken vlot op een passende kaart of plattegrond terugvinden 9.10.3.1, 9.10.3.3 en 9.10.3.4 4

Mens en medemens

4.9 Kinderen kunnen leiding volgen of meewerken. (*) 4.9.1, 4.9.2, 4.9.3 en 4.9.4 10

Overkoepelende doelen

10.2 Kinderen uiten hun verwondering over het (on)(be)grijpbare, het goede, het mooie, het mysterieuze, het verrassende, … in de wereld 10.2.2 10.5 Kinderen werken samen. 10.5.1, 10.5.2, 10.5.4, 10.5.5, 10.5.6 en 10.5.7 10.9 Kinderen kunnen nauwkeurig waarnemen met al hun zintuigen. (*) 10.9.2 10.12 Kinderen kunnen uit een aantal vaststellingen zelf conclusies trekken. 10.12.2 10.13 Kinderen kunnen informatiebronnen op een doeltreffende manier hanteren. (*) 10.13.1, 10.13.2 en 10.13.4

6


D

EMOCRATIE: EVOLUTIE VAN DE RECHTEN.

Er bestaat geen algemeen aanvaarde definitie van het begrip democratie, maar er zijn wel principes algemeen aanvaard, waaraan een democratie moet voldoen. De principes: In een democratie is de macht tijdelijk en is hij verdeeld over verschillende groepen. De macht wordt verleend door de bevolking zelf aan vertegenwoordigers die verkozen worden in vrije en eerlijke verkiezingen. In een democratie wordt de macht uitgeoefend op basis van een meerderheid. Er worden een reeks fundamentele rechten formeel erkend en beschermd, zoals vrije meningsuiting en het recht om zich te verenigen.

Vrije meningsuiting is noodzakelijk, want iedereen moet zich kunnen informeren en moet kunnen controleren of de regels worden toegepast. De politieke en burgerlijke vrijheden moeten gerespecteerd worden in een democratische rechtsstaat. Er moet respect zijn voor de mensenrechten, voor de bescherming van minderheden en voor een eerlijke rechtsgang.

Een democratie wil niet zeggen dat het volk met ĂŠĂŠn stem spreekt. Pluralisme, conflict en meningsverschil zijn aanwezig in een democratie. Een democratie kan niet zonder een rechtsstaat! In een democratische rechtsstaat moet elke burger erop kunnen rekenen dat de regels altijd zullen worden toegepast, zonder uitzonderingen. Discriminatie wordt niet geduld, iedereen is gelijk!

Mensenrechten behoren toe aan iedereen. Als je mens bent, dan heb je er RECHT op! Er zijn twee sleutelwaarden die aan de basis liggen van de mensenrechten. De menselijke waardigheid en de gelijkheid van de mensen zijn de sleutelwaarden. Vanuit deze sleutelwaarden kunnen veel andere waarden worden afgeleid, zoals vrijheid, respect voor anderen, niet discrimineren, verdraagzaamheid, rechtvaardigheid en verantwoordelijkheid.

Bij de mensenrechten onderscheid men drie generaties rechten: De eerste generatie rechten of de burgerlijke en politieke rechten. De tweede generatie rechten of de economische, sociale en culturele rechten. De derde generatie rechten of de collectieve rechten.

7


D

EMOCRATIE IN DEZE TIJD.

7 FEBRUARI 1831: DE OMMEKEER IN BELGIË Op 7 februari 1831 werd De Belgische grondwet afgekondigd. Ze was enerzijds gebaseerd op de evoluties die ingezet waren door de Franse Revolutie, en anderzijds vormde ze een reactie tegen de praktijk en de principes van de voorafgaande Franse (1795-1814) en Nederlandse (1815-1830) periode. Hoe werd er vroeger geregeerd in België, Mr. Van De Lotte? Mr. Van De Lotte: Wel, tot voor de Franse Revolutie was het absolutisme de dominante staatsvorm in België. Het staatshoofd, de koning, regeerde op een autocratische manier. Zijn heerschappij was onbeperkt en zijn gezag erfelijk. Hij moest niet democratisch gelegitimeerd worden en zijn oordeel was onaantastbaar. Was er altijd maar één koning en het volk, of waren er nog hoge “machten”? Mr. Van De Lotte: Naargelang het betrokken land, was de macht van de standen belangrijk. Er waren drie standen. De clerus baden voor iedere mens onder zich, de adel vocht ter bescherming van de clerus en de burgerij en de burgerij werkte om zichzelf, de adel en de clerus van voedsel te voorzien. Maar het staatshoofd was oppermachtig en dus de grootste baas van het hele land. Wat is dan het belangrijkste dat uit de Franse Revolutie voorkwam? Mr. Van De Lotte: De belangrijkste voortvloeiende vernieuwing uit de Franse Revolutie was het beginsel van een verkozen parlement. De wetten werden gestemd door een vergadering van mensen die door de bevolking verkozen zijn. Het waren de volksvertegenwoordigers. De democratische organisatie was toen nog ver verwijderd van onze hedendaagse situatie. Alleen de gegoede burgers werden geacht belang te

hebbe n bij het besturen van de staat. Enkel zij hadden bijgevolg stemrecht. Dus de burgers die iets op hun kerfstok hadden, hadden helemaal niets te zeggen. Was het parlement dan het enige dat uit de Franse Revolutie voortkwam? Mr. Van De Lotte: Nee natuurlijk niet. De Franse Revolutie zorgde ook voor de scheiding der machten. In plaats van één grote bundeling van machten werden de wetgevende, de uitvoerende en de rechterlijke macht aan afzonderlijke instanties toegekend. Omdat de machten gescheiden werden verloren de Koning en de rechterlijke macht een stuk van hun invloed en macht ten opzichte van de mens. Natuurlijk moest de overheid dan ook een aantal basisrechten erkennen en respecteren. Die vooropgestelde rechtsregels moesten ze dan ook zelf naleven! Deze delen van een staat die voorkwamen uit de Franse Revolutie zijn kenmerkend voor een rechtsstaat. Wat is juist een rechtsstaat, Mr. Van De Lotte? Mr. Van De Lotte: Een rechtsstaat is een staat waarin de gezagsdragers (de Koning in dit geval) gebonden zijn door het objectieve recht waarvan zij de toepassing verzekeren, waarin de bevoegdheden van de gezagsdragers door de fundamentele rechten en vrijheden van burgers worden beperkt en waarin de rechtsregels afdwingbaar zijn bij een onafhankelijke rechtbank. Waarom werden de machten gescheiden? Mr. Van De Lotte: In 1748 verscheen het werk “De l’esprit des lois.” van de Franse aristocraat Montesquieu. Hij was niet populair en kwam maar weinig aan bod tijdens de grote omwentelingen van de Franse Revolutie. Na verloop van tijd werd dit boek beschouwd als de basis van de theorie van

8


de scheiding der machten. Hij vestigt de aandacht erop dat geen enkel systeem (noch de democratie, noch de aristocratie) perfect is. In wat daarop volgt beschrijft Montesquieu het Britse model: hij onderscheidt de wetgevende macht, de uitvoerende macht en de rechterlijke macht. De uitvoerende macht moet los staan van de wetgevende macht. Maar hij moet wel ten aanzien van de wetgevende macht verantwoording afleggen. De macht van de rechterlijke macht is beperkt. Bij de beschrijving van de machten stelt Montesquieu geen absolute scheiding voorop. Dus we hebben onze huidige samenleving met een scheiding van machten te danken aan de Britten? Mr. Van De Lotte: Inderdaad! En is dat dan voor iedereen gelijk? Mr. Van De Lotte: Neen, het verschilt naargelang op welk niveau men werkt. De scheiding der machten geldt natuurlijk ook voor de gemeenschappen en de gewesten, maar er zijn een aantal verschillen waar te nemen ten aanzien van het federaal niveau. De parlementsleden worden bijvoorbeeld verkozen voor een vaste periode van vijf jaar, de regeringen worden door de parlementsleden samengesteld en kunnen enkel via een constructieve motie geheel of gedeeltelijk worden vervangen. Zijn er bepaalde kenmerken in het voordeel van de scheiding? Mr. Van De Lotte: Alle machten gaan uit van de

natie. Zij worden uitgeoefend op de wijze bij de grondwet bepaalt. De macht gaat dus niet uit van één persoon of één groep personen, maar van de natie. De uitoefening van de machten gebeurt overeenkomstig de grondwet. Er zijn drie voordelen van de scheiding. Ten eerste controleren de wetgevende en de uitvoerende macht elkaar, maar kunnen ze ook samenwerken. Ten tweede heeft de rechterlijke macht een sterke onafhankelijkheid en ten derde is het beginsel van de scheiding een ongeschreven constitutionele (cf. grondwettelijke) regel. Het absolutisme bleef natuurlijk wel in het dagdagelijkse leven bestaan. Is er dan een verschil tussen de scheiding op nationaal niveau en Europees niveau? Mr. Van De Lotte: Er is op Europees niveau ook een scheiding van machten waar te nemen, maar deze is minder gebonden aan de betrokken instellingen. De beschrijving van de machten dient dus functioneel te gebeuren. Ten eerste hebben we de wetgevende functie, die vooral vanuit de instellingen van de Unie komt, maar uitgevoerd wordt door middel van interactie tussen de Europese commissie, het Europees Parlement en de Raad. Dan hebben we de uitvoerende macht, die door de lidstaten uitgeoefend wordt en binnen de commissie wordt waargenomen. Als derde hebben we de rechterlijke macht, die zowel bij de nationale rechtbanken, als bij het Hof van Jus titie van de Europese Unie wordt uitgeoefend.

9


D

EMOCRATIE IN DE WERELD.

EUROPA Wat is een mooier voorbeeld van democratie in Europa, dan de EU. Niemand minder dan 27 landen werken met elkaar samen om de belangen van hun landen te verdedigen. Eerst waren er landen die twijfelde aan die manier van democratie, maar een voor een zagen ze in dat de 6 beginnende landen het heel goed voor ogen hadden. Maar waarom is dit een democratie? Er is een burgerinitiatief. Dit houdt in dat iedereen wetsvoorstellen kan indienen zolang ze met een miljoen handtekeningen afkomen uit de verschillende EU landen. Naast het burgerinitiatief hebben we bevoegdheden Europese instellingen. Doordat er 27 landen zijn die in de EU zitten, zijn er ook veel mensen die beslissen moeten nemen omdat dit gaat over verschillende landen. De mensen zijn verdeeld in verschillende instellingen. o De Europese commissie (27 commissarissen). o Europees parlement (736 parlementsleden). o Raad van ministers (27 ministers). o Europees hof (27 rechters). o Regeringsleiders of Europese raad. o President van Europa = Herman van Rompuy. Als laatste hebben we het Nationale parlement. Deze heeft meer inspraak gekregen. De parlementen zijn nauwer betrokken bij het werk van de EU. Nieuwe regels zorgen ervoor dat de EU alleen daar actie onderneemt waar zij dat beter kan dan alle lidstaten afzonderlijk.

ROLLEN Democratie in BelgiĂŤ is verdeeld over 3 machten: -

De wetgevende macht. De uitvoerende macht. Rechterlijke macht.

Elke macht controleert en beperkt de andere macht, zo komt er niemand aan kop als baas. Dit heet de scheiding der machten. De wetgevende macht Deze macht maakt de wetten en controleert de uitvoerende macht. De koning en het parlement beoefenen deze macht. Het parlement bestaat uit 2 kamers: De Senaat en de Kamer van Volksvertegenwoordigers

De uitvoerende macht Deze macht bestuurt het land. Ze kijken toe dat de wetten in concrete gevallen worden toegepast en nageleefd. Dit is ook weer door de koning en deze keer krijgt hij hulp van zijn regering van ministers en staatsecretarissen. De rechterlijke macht Deze macht doet de uitspraken over de mensen die overtreden hebben gedaan en dat wordt uitgeoefend door hoven en rechtbanken. Bv. Hof van Cassatie = gaat na of er wel wettelijke fouten gebeurd zijn.

10


D

EMOCRATIE: TE MOEILIJK VOOR WOORDEN?

HET ABC ! Clerus: Clerus is afgeleid van het Griekse woord clericus. De geestelijken zijn de Paus, kardinalen, bisschoppen, priesters, monniken en nonnen. Binnen de middeleeuwen hadden zij samen met de adel veel macht, zij waren verantwoordelijk voor beslissingen en hadden het recht om te oordelen over leven en dood. Vanaf de Franse revolutie is de macht van de geestelijke stand in het grootste deel van Europa tanende.

cle·rus de; m r.-k. geestelijkheid

Democratie: Demos is het Griekse woord voor volk, kratein betekent regeren (macht). Democratie wil dus zeggen dat het volk macht heeft. Ze hebben stemrecht.

de·mo·cra·tie de; v -tieën staat(svorm) die aan het hele volk invloed op de regering toekent

Grondwet In de formele zin is de grondwet het geheel van rechtsregels waarvan de goedkeuring aan strakkere regels is gebonden dan wat voor de wetten geldt en waarvoor een specifieke wijzigingsprocedure wordt gevolgd. In de materiële zin is het, het geheel van fundamentele rechtsregels die de werking en de organisatie van de gezagsinstanties en de verhouding tussen deze gezagsinstanties en de rechtsonderhorigen bepalen, of de grenzen bepalen waarbinnen beide tot ontwikkeling kunnen komen.

grond·wet de; v(m) -ten wet die de grondbeginselen vd regering ve staat bevat

Monarchie Een monarchie is één van de vele regeringsvormen die als staatshoofd een erfelijke vorst hebben. Ze hebben een monarch aan het hoofd. De constitutionele monarchie is een monarchie waarbij er geregeerd wordt door middel van een grondwet.

mo·nar·chie de; v -chieën 1 regeringsvorm met als staatshoofd een erfelijk vorst 2 staat met een monarch aan het hoofd: constitutionele ~ monarchie met een grondwet

Rechtsstaat Een rechtsstaat is een staat waarin de gezagsdragers gebonden zijn door het objectieve – democratisch tot stand komen – recht waarvan zij de toepassing verzekeren, waarin de bevoegdheden van de gezagsdragers door de fundamentele rechten en vrijheden van burgers worden beperkt en waarin de rechtsregels afdwingbaar zijn bij een onafhankelijke rechtbank.

rechts·staat de; m -staten staat waarin het recht gehandhaafd wordt

Referendum (volksraadpleging): Dit is een vorm van directe democratie waarbij de burgers zich via een stemming uitspreken over een genomen of voorgenomen overheidsbeslissing, waarvan het resultaat voor de overheid bindend is. Bij een volksraadpleging is het resultaat van de stemming niet bindend voor de overheid.

re·fe·ren·dum het; o -s, -renda stemming, rechtstreeks door het volk en dus niet via gekozen volksvertegenwoordigers, over een bep. politieke kwestie

11


B

IJLAGEN.

BIJLAGE 1 23 maart 2011, Kaho Sint-Lieven ~ De weg van democratie is lang, zwaar en beproevend. Onze journalisten gingen opzoek naar de ’highlights’ van democratie

VROEGE DEMOCRATIE: 4000 V.CHR. – 27 V.CHR. ATHENE EN ROME. Vroege democratie begon in kleine gemeenschappen. Discussies werden openbaar gehouden, participatie was intens maar gelimiteerd. Zo waren vrouwen, slaven en buitenlanders uitgesloten.

508 v. Chr. Cleisthenes, aan de macht gebracht door de steun van de bevolking, voert een omvangrijk programma van politieke hervormingen uit in Athene.

462 v. Chr. Pericles introduceert de volledige democratie voor alle burgers van Athene, zodat ze actief kunnen deelnemen in het bestuur van de staat.

139 v. Chr. De eerste geheime stemming voor de Romeinse burgers vond plaats. Ze markeerden hun stem op een tablet en plaatsten deze in een urn.

12


REPRESENTATIEVE DEMOCRATIE: 1200- MIDDEN 20STE EEUW. Deze periode zag een stijging van vrijheid en stemrecht. Politieke partijen en competitieve campagnes werden geboren.

1200 Vlaamse steden beginnen onafhankelijkheid te eisen, na de eerdere Italiaanse trend.

1250 Frankrijk wordt de eerste koninkrijk met een permanent parlement.

1776 Verklaring van onafhankelijk van Thomas Jefferson is goedgekeurd.

1789 Franse revolutie. De macht is overgedragen aan het volk. Vrouwen kunnen nog niet stemmen.

1828 Volwassen blanke mannen hebben stemrecht in Amerika.

1831 Cijnskiesrecht, Belgische mannen vanaf 25 jaar (enkel rijken voldoen hieraan). België onafhankelijk.

1893 Algemeen meervoudig stemrecht: iedere Belgische man vanaf 25 jaar krijgt één stem. Rijken en mensen met een hoog diploma krijgen meer stemmen (in totaal maximum drie stemmen). Er geldt dan stemplicht.

1919 Algemeen enkelvoudig stemrecht: iedere Belgische man vanaf 21 jaar. Belgische vrouwen mogen enkel op enkele uitzonderingen na niet stemmen voor het parlement. Zij mogen wel stemmen bij gemeenteraadsverkiezingen.

1948 Het stemrecht voor het parlement wordt uitgebreid tot Belgische vrouwen vanaf 21 jaar.

MODERNE DEMOCRATIE: MIDDEN 20STE EEUW- NU. Democratie zoals wij ze kennen.

1950 India, een republiek, wordt de grootste democratie in de wereld.

1955-1968 Martin Luther King leidt de kleurlingen naar een ‘plek’ in de maatschappij, naar stemrecht.

1981 Algemeen stemrecht voor vrouwen.

1993 Apartheid eindigt in Zuid-Afrika, twee derde van de blanke kiezers stemmen voor de afschaffing ervan in een referendum.

1994 Nelson Mandela is de eerste democratisch verkozen president in Afrika.

2008 Barack Obama, democratische presidentskandidaat wint van republikein Mc.Cain. Een strijd dat de wereld volgde.

13


BIJLAGE 2

Het wereldrecord dat niemand wil hebben is voor ons

249 dagen zonder en nog geen regering in zicht © reuters

België mag zich vanaf vandaag wereldrecordhouder regeringsvorming noemen. We zitten 249 dagen zonder regering. Een weinig benijdenswaardige titel. Het oude record stond op naam van Irak. Bij een andere berekening van het formatieproces in Irak breekt België het wereldrecord overigens pas op 30 maart. Maar geen nood, ook die datum gaan we vrijwel zeker ook halen. De onderhandelingen zitten immers nog steeds muurvast. Gisteravond verlengde Koning Albert de opdracht van informateur Didier Reynders (MR) weliswaar met een kleine twee weken, maar meer tijd om zijn verslag op dinsdag 1 maart te overhandigen aan de koning gunde vooral Elio Di Rupo (PS) hem niet. De verwachtingen dat Reynders zal slagen in zijn opdracht, zijn immers niet bepaald hooggespannen. Na eerder Bart De Wever (N-VA) was gisteren ook Caroline Gennez (sp.a) bikkelhard over Reynders. "We hebben nooit zo veel stilgestaan als de laatste twee weken. Er is met geen woord over inhoud gerept. Tot nu toe heeft Reynders niets gedaan", zei ze op de VRT. Na twee weken Reynders luidt de voornaamste conclusie dat "de verscheidene gesprekspartners duidelijk hebben gemaakt dat de wil om te onderhandelen bestaat en dat die ruim wordt gedeeld." Na acht maanden formatie een lachwekkende vaststelling. Op vtm liet Bart De Wever weten dat dit voor hem de laatste onderhandelingen zijn. "Als het nu met de liberalen niet lukt, is het op. Dan resten ons enkel nog verkiezingen." (odbs) 17/02/11 04u22

14


B

RONNEN.

WEBSITES

http://www.vormen.org/Kompas/Democratie-tekst.html http://www.democratie.nu/index.php/en/directe-democratie/begrippen http://www.encie.nl/definitie/Democratie http://nl.wikipedia.org/wiki/Democratie http://users.telenet.be/Bart.Verhelle/html/democratie.html http://issuu.com/prezns/docs/democratie www.democratie.nu www.klascement.be http://www.dekrachtvanjestem.be/kvjss/kinderen/index.html http://www.knooppuntdemocratie.be/portail/ext/democracity/?lg=nl http://users.telenet.be/Bart.Verhelle/html/democratie.html http://www.vormen.org/Kompas/EvolutieMensenrechten.html#Anchor-Eerste-47857 http://www.mensenrechten.vormen.org/index2.php/tab/ietsmeer http://www.dekrachtvanjestem.be/kvjss/leerkrachten/dossierkast/democratie.html http://ec.europa.eu/dgs/secretariat_general/citizens_initiative/index_nl.htm http://europa.eu/lisbon_treaty/glance/index_nl.htm http://www.hln.be/hln/nl/1274/De-formatie/article/detail/1223750/2011/02/17/Het-wereldrecord-datniemand-wil-hebben-is-voor-ons.dhtml http://www.belgium.be/nl/over_belgie/overheid/democratie/drie_machten/ http://www.cassonline.be/easycms/home

BOEKEN DUJARDIN, J., e.a., Basisbegrippen publiekrecht, Die Keure, Brugge, 1994 VANDE LANOTTE, J. en GOEDERTIER, G., e.a., Handboek Belgisch publiekrecht, die keure, 2010 p. 9-19 Cursus ‘sociaal economische aspecten’ – Mennes Filip

15


C

OLOFON.

Auteurs Jutta De Smedt Gianna De Smet Femke Merckx Carola Van Mol Annemiek Westerlinck

Directie Reine De Rudder Geert Van Buynder

Redactie Katholieke Hogeschool Sint Lieven Mediatheek, 1e verdieping Hospitaalstraat 23, 9100 Sint – Niklaas Tel. 03 776 43 48 Fax. 03 766 34 62 info.waas@kahosl.be

Democracy now!  

Groepswerk 'Sociale en politieke aspecten' op de Katholieke Hogeschool Sint Lieven te Sint - Niklaas.