Issuu on Google+

Ikjes


Korte, anekdotische stukjes geschreven volgens de spelregels van ik@nrc.nl door cursisten van schrijfdocent Judy Elfferich. Sommigen stuurden hun ‘ikje’ echt naar de krant. Teksten van Hanneke Koppers en Bert Reigor werden geplaatst. Meer ikjes zijn te lezen op www.nrc.nl/ik. Expositie De Krant De Nieuwe Veste, Breda mei-juni 2007


IK@DNV.NL

Knoopsgat Ze zeggen dat ik op die bewuste dag op het fietspad in de Voorstraat fietste. Hij noteerde het volgende. ,,Nadat ik mevrouw zo’n drie vierde lengte van mijn fiets had ingehaald, week mevrouw iets naar links uit voor het aldaar gelegen putje in het fietspad. Plots voelde ik een ruk aan mijn col-

bert. Ik merkte dat de handrem van mevrouw precies in het ene knoopsgaatje van mijn blazer was blijven haken, waarna het stuur van mevrouw 90°° omkeerde en zij ten val kwam. Ik kon mij zelf ternauwernood staande houden, hoewel mijn fiets omviel. Mevrouw is vervolgens door ambulance afgevoerd. Politie heeft mij gehoord, er is geen proces-verbaal opgemaakt.” HENRIËTTE VAN DE GRAAF


IK@DNV.NL

Bidden Joris, onze jongste, mag vandaag voor het eerst mee naar de kerk. Ik heb een prentenboekje voor hem meegenomen, zodat hij zich niet zal vervelen. Maar Joris verveelt zich geen moment: hij kan iedereen goed

zien, de vele kaarsen fonkelen en als de bel gaat, kijkt hij verwonderd naar die man in lange jurk die van de zijdeur naar het altaar loopt. Als het Onze Vader wordt gebeden, bidt hij hardop mee. Dan klinkt zijn hoge stemmetje luid onder het puntdak: ,,Smakelijk eten.� GERRIE HOLMAN


IK@DNV.NL

Mannenkwaal ’s Morgens plassen, naar de IJzeren Man, onmiddellijk wéér plassen, dan joggen. Na het joggen direct plassen; weer thuis... juist! Naar de huisarts. Plaspillen, helpen niet! Kijkoperatie. Ik denk: Nee toch, nu al? Ik ben pas eenenzestig! Bij controle door de uroloog blijkt alles in orde. Het gesprek

komt op fietsen. Tegenwoordig fiets ik veel. Hij is ook een fervent fietser. Wat voor zadel ik heb? Een hardleren. Dat blijkt verkeerd! Hier zijn speciale zadels voor. Gelzadels met een middenuitsparing. Ontwikkeld door urologen. Heeft hij ook! Niets aan de hand! Opgelucht naar mijn huisarts. Zeg: ,,Prostaat in de knel, potentie naar de hel? Dan wordt het tijd voor een zadel met gel.” JOS JANSSENS


IK@DNV.NL

Salto Als ik ’s avonds na de afwas op de bank voor de tv ga zitten, komt mijn langharige pers altijd languit op mijn schoot liggen. Op een keer, ik ben dan acht maanden in verwachting, ligt de

poes diep in slaap op mijn buik als de baby wel erg wild een beentje strekt: met een salto vliegt Kitty door de lucht. Ze is zo geschrokken dat ze zich na haar landing meteen omdraait, haar klauwen uitslaat en hard tegen mijn buik begint te blazen. ILONKA DE JONG


IK@DNV.NL

Sms Na een verkeringstijd van drie jaar weet ik niet of ik nog verder wil met Jakko. Pieter is namelijk ook erg leuk. Op een avond ben ik met Jak-

ko naar de bios geweest. Nadat hij me thuis heeft afgezet, sms ik Pieter om te zeggen hoe leuk ik hem vind, dat ik net thuis ben en wat ik ga doen. Nog geen minuut later krijg ik een erg boos antwoord. Van Jakko. ILONKA DE JONG


IK@NRC.NL

Fietser We moeten naar een huwelijk in Goes. We gaan met onze rode Golf, hoewel die eigenlijk naar de garage moet. Vorige week is een fietser geramd door een brommer en tegen onze geparkeerde auto gevallen. De buren zagen het ge-

beuren, maar niemand heeft gegevens genoteerd. Bij de snelwegoprit staan twee lifters in pak. Reisdoel: Goes. Het meisje heeft moeite om in te stappen, haar been zit in het verband. „Ook naar het huwelijk?” vraag ik. Nee. „Je been?” Aangereden door een brommer en tegen een auto geknald. Een rode Golf denkt ze. Een week geleden. HANNEKE KOPPERS


IK@DNV.NL

Verhuisd Op het kerkhof heb ik meer vrienden en bekenden dan daarbuiten, volgens mijn man. Ik mag er graag wandelen. Achteraan in een nieuwer gedeelte zeg ik mijn schoolvriend Leon gedag. Hij verongelukte in 1996. Zijn enige zus liet na zijn overlijden een levensgroot beeld van hem maken.

Dat staat in haar achtertuin. Een maand of wat geleden was zijn graf opeens weg. Verbaasd keek ik naar de lege plek waar eerst twee keien lagen, met zijn naam en foto op een koperen plaatje. Ze zal toch niet‌ Deze week loop ik weer eens het kerkhof op. In de eerste bocht van het pad ligt Leon. Ook na tien jaar op het kerkhof kun je dus verhuizen. TOOS MULDERS


IK@DNV.NL

Slip Er staat een lange rij wachtenden voor de kassa van het zwembad. Vóór me een mevrouw met een jong meisje. We vorderen langzaam; eindelijk kan ik naar binnen. Snel omkleden en polsbandje aanbieden voor een kluisnummer. Bij de display alwéér aansluiten. Ik herken dezelfde mensen. Nu in badpak. Onhandig torsen ze kle-

ding en schoenen, schuiven ze tassen mee met de voet. Het meisje kijkt gegeneerd om zich heen, dan bedremmeld naar de vrouw. Ik volg haar blik en kan met moeite mijn gezicht in de plooi houden. ,,Oma”, fluistert ze, ,,je hebt je onderbroekje nog aan.” Oma ontdekt de degelijke huidkleurige slip en schiet, onverwacht snel en met wangen even vurig als de bloemen op haar badpak, een kleedhokje in. BEP VAN NIEUWBURG


IK@DNV.NL

Tik We luisteren. Bij elke stap: Tik. Kauwgom onder mijn rechterschoen? Neen, niets te zien. Als we verder lopen weer: Tik. Linkerschoen dan misschien? Nee, het komt van rechts! Tik. Toch maar kijken. Geen kauwgom. ,,Zie je wel, ik zei het toch, het komt van rechts!” Tik. Vervelend, het irritante geluid blijft.

,,Misschien is mijn zool gebroken.” ,,Zou kunnen, zal ik eens kijken?” Gedwee legt hij zijn voet in mijn hand. Schoon en niet gebroken. We lopen weer verder. ,,Het komt van rechts”, houdt hij vol. Ineens weet ik het. De metalen eindjes van het koord dat door de zoom van mijn jas is geregen, slaan tegen elkaar. Tik. Opgelucht vervolgen we onze weg. Het getik horen we niet meer. BEP VAN NIEUWBURG


IK@DNV.NL

Glijbaan Ik ben veertig geworden. Dat vieren we in een recreatiewoning. In het bijbehorende zwemparadijs vinden de kinderen niets leuker dan op de grote waterglijbaan snel achter mij aan te gaan. Dan kunnen ze me bij de landing nog kopje onder krijgen. Voor mij gaat een man, iets ou-

der dan ik, onwennig naar beneden. Ik geef hem alle ruimte. Als ik beneden kom, staat hij zijn ogen uit te wrijven, precies op mijn landingsplek. Ik land boven op hem. Hij is woest en heeft door dat ik eigenlijk moet lachen. Slaande ruzie kan ik net voorkomen. Het is niet uit te leggen: veertig zijn en onder aan een glijbaan als kleine kinderen ruzie maken. EGBERT OOSTERBROEK


IK@DNV.NL

Judoles Onze zoon van negen zit op judo en zijn broertje van bijna zes wil dat ook. Ik vind het geweldig. Vóór zijn eerste les maak ik een foto van hem en zijn grote broer, allebei in judopak. Prachtig, die stoere mannen. Mijn vrouw brengt de jongste die eerste keer naar de sport-

school. Vertederd kijkt ze toe als hij, duidelijk onwennig, de groep binnenstapt. Ruim voor afloop van de les is ze weer in de sportschool, waar ze tot haar verbazing onze benjamin door de gang ziet rennen, met de leraar achter hem aan. Als hij gevangen is, verklaart hij huilend niet meer naar judo te willen: ,,Ze gooien me steeds op de grond!” EGBERT OOSTERBROEK


IK@DNV.NL

Spoor bijster ,,Is dit de trein naar Den Haag?” vraag ik vanochtend aan niemand in het bijzonder. ,,Nee”, zegt een vrouw naast me, ,,dit is de intercity naar Amsterdam.” Ze wijst naar het bord boven het perron. ,,Jawel”, zegt een meneer achter me, ,,dat staat op de trein.” Er ontstaat lichte commotie op

perron vijf, Utrecht Centraal. Toch stappen we allemaal in. De metalige stem uit de intercom maakt een einde aan de verwarring: ,,Dit is niet de trein naar Amsterdam CS, u bevindt zich in de sneltrein naar Den Haag. This is not…” De man die zojuist nog achter me stond, kijkt even in mijn richting alsof hij zeggen wil: Zie je wel. De vrouw stapt verbouwereerd uit, het perron weer op. JAAP VAN OSS


IK@DNV.NL

Video Met een effen gezicht geeft ze me de videoband terug die ik heb gemaakt op haar trouwdag, drie weken geleden. ,,Dit zal niet de bedoeling geweest zijn�, zegt ze. Bij het terugkijken van de band zie ik dat alles er toch heel mooi

op staat. Alleen blijkt dat de camera is blijven opnemen tijdens de terugreis in de auto. Ik zie de voeten van mijn zus, ik hoor gebrom van de motor en daarbovenuit onze stemmen, die vrijuit commentaar leveren op de bruid, de familie, haar vroegere vriendjes, haar jurk en de bruidegom. POOLSTER


IK@NRC.NL

Belofte „Pap...” Ik loop de trap op. „Wat is er meisje?” vraag ik. „Pap, ik ben bang om dood te gaan.” „Hoe kom je daar nu bij?” vraag ik verbaasd. „De opa van Lotte is dood en het zusje van Thijs ook en ze vieren nog elk jaar haar verjaardag.”

Ik begrijp dat ze het in de klas over doodgaan hebben gehad. „Meisje, ik beloof je dat je vannacht niet doodgaat.” Gerustgesteld kruipt ze onder haar dekbed. „Pap...”, hoor ik dan weer. Zuchtend keer ik terug. „Pap, als ik doodga, dan weet ik toch niet dat jij je belofte niet hebt gehouden?” BERT REIGOR


IK@NRC.NL

Brand Het is ver na middernacht. De studentenafdeling waar ik woon is in diepe rust. Ik word wakker van herrie op de centrale gang. Iemand bonst op mijn deur en schreeuwt: „Brand, brand, er is brand!” Slaapdronken sta ik op.

Nee hè, denk ik. Niet weer zo’n sukkel die de frietpan op het gas heeft gezet en in slaap is gevallen. Twee maanden geleden hebben we zo’n akkefietje gehad. Gelukkig was er alleen veel rookschade. Als ik de gang op loop, struikel ik over de flesjes bier die voor mijn deur zijn gezet, en waar de hele gang mee vol staat. Brand. BERT REIGOR


IK@DNV.NL

Slaapplaats Na een dag moeizaam liften stranden we in Straatsburg. Vrij eenvoudig vinden we een spotgoedkope plaats om te overnachten. Een soort jeugdherberg. Een man wijst ons een slaapzaal met stapelbedden die twee aan twee staan. Ik heb hoogtevrees en kies voor een benedenbed. Mijn vriend neemt het bed pal boven mij.

Na een gezellige avond in de stad gaan we op tijd naar bed. We zijn de enige gasten op onze slaapzaal. Een uurtje later wordt ons duidelijk waarom het hier zo goedkoop is. Onze slaapzaal loopt vol met daklozen. In het bed naast mij kruipt een zwaar beschonken man, vergezeld van een massieve urinelucht. Ik ben acuut van mijn hoogtevrees genezen. BERT REIGOR


IK@DNV.NL

Pruik Mijn voorkeur voor vrouwen blijft nooit lang verborgen voor de nieuwe brugklassers. Op hun vragen en opmerkingen probeer ik altijd eerlijk en open te reageren. Woensdag was het weer raak. Er hing een broeierige sfeer. Aan een tafel met allochtone meisjes

werd druk gesmiespeld. Plots komt een van de meisjes naar me toe en zegt dat ze een brutale vraag heeft, die ze eigenlijk niet durft te stellen. De klas wordt muisstil. ,,Ik weet al wat je wilt vragen”, zeg ik. ,,Het is waar.” Waarop een jongetje achter uit de klas roept: ,,Zie je nou wel! Ik zéi toch dat het geen echt haar is!” MIJK REINDERS


IK@DNV.NL

Mysterie In Rome hebben manlief en ik een Bernini-wandeling gemaakt. We zouden beginnen bij de kerk met de Extase van Theresa van Bernini. Toen we bij de kerk aankwamen, was deze net gesloten. We passeerden onderweg prachtige Bernini-fonteinen en we bezochten het Palazzo Barberini. Op het Piazza Navona aangeko-

men bleek de beroemde fontein (uit Het Bernini mysterie van Dan Brown) te zijn ingepakt voor restauratie. De wandeling die voor ons twee hoogtepunten zou hebben, namelijk de Extase en de fontein op het Piazza Navona, liep anders dan we verwacht hadden. We hebben genoten van de wandeling, maar Bernini bleef voor ons een groot mysterie. HENRIĂ‹TTE RUSCH


IK@DNV.NL

Beestje Samen met mijn tien jaar jongere broertje speel ik in de tuin. Het is mooi zomerweer, overal vliegen vlinders en insecten. Omdat hij in die tijd verzot is op dieren, vooral op kleine beestjes, wijs ik ze hem aan en noem ik ze allemaal bij

naam. ,,Kijk, een lieveheersbeestje!” zeg ik. ,,Daar, op die struik.” Hij loopt ernaartoe en bekijkt het beestje aandachtig. Met zijn kleine vingertje tikt hij zachtjes tegen het rode schild met de zwarte stipjes. Dan kijkt hij op en vraagt: ,,Bestaan er ook stoute heersbeestjes?” HILDE VAN SCHIJNDEL


IK@DNV.NL

Pech Het regende verschrikkelijk die dag. Maar ik had nog zeker tachtig kilometer voor de boeg toen het waarschuwingslampje van het oliepeil me steeds meer ging irriteren. Welke dop was het ook al

weer? Een liter ging er vlotjes in. Snel verder rijden maar. Rook uit de motorkap! Ik kreeg het benauwd. Volgens de gniffelende mannen van de dichtstbijzijnde garage was het niet zo goed voor de auto om olie in het koelsysteem te gieten. DESIREE SCHIJVEN


IK@DNV.NL

Routine Verpleegkundige is een mooi beroep. Een roeping, noemen ze het. Je draagt de zieke medemens een warm hart toe, je bent betrokken bij hun wel en wee, hun dagelijkse ditjes en datjes. Een echt mensenberoep. Die ochtend was meneer Van Buuren als eerste aan de beurt voor de dagelijkse controles en frisse wasbeurt. Vrolijk stap ik

kamer vier binnen. Ik leg de handdoeken klaar, een schone pyjama en die lekkere aftershave. ,,Goedemorgen deze morgen! Lekker geslapen? Dan gaan we u maar eerst even opfrissen. Wat denkt u ervan?” ,,Heerlijk”, zegt Van Buuren. ,,Zo, loopt u maar even mee!” In de volgende seconde kijken we allebei naar de lege plaats op het bed waar vijf dagen geleden nog een been lag. DESIREE SCHIJVEN


IK@DNV.NL

Secretaresse Bij de fysiotherapeut viel het me op dat de balie nooit bemand was. De fysiotherapeut kwam je altijd zelf roepen. Toen ik eens telefonisch een afspraak wilde maken, kreeg ik wel de secretaresse aan de lijn. Ze

maakte echter niet zelf een afspraak met me, maar verbond me door met de fysiotherapeut. Wat klantonvriendelijk! De keer daarop zat er weer niemand achter de balie. Toen een vrouwelijke fysiotherapeut een cliënt kwam ophalen, herkende ik de stem van de ‘secretaresse’ die ik aan de telefoon had gehad. LINDA VISSER


IK@DNV.NL

Uit school Ik zat in de eerste klas van de lagere school. We hadden de hele ochtend les gehad, eindelijk mocht ik naar huis. Het viel me op dat veel kinderen nog op het schoolplein bleven spelen. Thuis zei mijn moeder dat ik wel erg vroeg was. Ze dacht dat ik in de pauze al naar huis was ge-

gaan. Ik beweerde van niet: de les was gewoon afgelopen. Ik wilde naar mijn vriendinnetje om te spelen. Mijn moeder zei dat dat geen zin had, maar ik moest en zou toch naar haar toe. Eenmaal daar trof ik haar moeder uiterst verbaasd: ,,Ben je nu al thuis? Yvonne zit nog op school.� Wat een pech. Misschien had mijn moeder dan toch gelijk? LINDA VISSER



Ikjes