Page 1

Volkstelling in de kasselrij Veurne voor het maalderijrecht (1759) Gaby Van Canneyt Joeri Stekelorum


Volkstelling in de kasselrij Veurne voor het maalderijrecht (1759) Gaby Van Canneyt Joeri Stekelorum

 


.                           met de steun van de Vlaamse Gemeenschap

2017 FV Westkust vzw p/a Joeri Stekelorum, voorzitter, Houtsaegerlaan 33, 8670 Koksijde werkzetel: Erfgoedhuis Bachten de Kupe, Leopold II-laan 2, 8670 Koksijde

opmaak: Joeri Stekelorum

wettelijk depot: D/2017/9329/3 niets uit deze uitgave mag worden verveelvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotocopie, microfilm of op welke wijze ook, zonder voorafgaandelijke en schriftelijke toelating van de uitgever.


Inhoud Inleiding

5

Adinkerke

9

Alveringem

12

Avekapelle

22

Beveren-IJzer

25

Booitshoeke

32

Bulskamp

34

Eggewaartskapelle

38

Gijverinkhove

41

Haringe

44

Hofland van Cassel (Oost- en Westvleteren)

53

Hoogstade

55

Houtem

58

Izenberge

64

Kaaskerke

68

Koksijde & Sint-Walburga

71

Krombeke Ceure

74

Lampernisse

76

Leisele

78

Lo (prochie)

85

Oeren

89

Oostduinkerke

91

Oostkerke

96

Oostvleteren

98

Oudekapelle

104

Pervijze

106

Pollinkhove

108

Proven

114

Ramskapelle & Sint-Joris

119

Reninge

125

’s-Heerwillemskapelle

131

Sint-Catharinakapelle

133

| kasselrij Veurne,telling 1759 

3


Sint-Rijkers

136

Stavele

138

Steenkerke

143

Stuivekenskerke

147

Veurne Sint-Niklaas Beoosterpoort

149

Veurne Sint-Niklaas Bewesterpoort & Sint-Denijs

151

Vinkem

154

Westvleteren

157

Wulpen

162

Wulveringem

165

Zoutenaaie

170

4

kasselrij Veurne,telling 1759 | 


Inleiding Op 14 juli 1759 schreef het bestuur van de stad en kasselrij Veurne voor dat er een telling moest gehouden worden van alle de personen subject aen het recht van moulage, de dischgenoten ende de daghwerckers domicilie hebbende op andere prochiën. Deze telling werd vervolgens in alle dorpen van de kasselrij uitgevoerd, met uitzondering van de Acht Prochiën en de Heerlijkheden, die op dat moment op het punt stonden om als zelfstandige kasselrij ingericht te worden.1 Maalrechten, maalderijrechten of moulage (of moulagie) komen regelmatig voor in de middeleeuwen, vooral als banrecht bij het gebruik van een heerlijke molen. Daarnaast konden maalrechten ook geïnd worden door lokale of regionale overheden en zoals veel lasten of rechten verpacht worden. Zo inde de Veurnse kasselrij in 1580 - onder een hervormd bestuur - moulage en graanrechten als een van de "nieuwe middelen", die door commissen verpacht werden. Ook na de fusie van de stad en de kasselrij in 1586 werden maalderijrechten geïnd om het aandeel van het gebied aan de ontvanger van Westvlaenderen op te brengen.2 Maalderijrechten vormden een belasting die alle sociale geledingen treft, maar waarbij lager bedeelden vrijstelling konden krijgen. Het maalderijrecht waar het in deze publicatie om gaat, heeft evenwel een andere oorsprong.3 Tijdens het Twaalfjarig Bestand (1609-1621), een periode van vrede tussen de Spaanse Zuidelijke Nederlanden en de opstandige Noordelijke Nederlanden, probeerden de aartshertogen Albrecht en Isabella de economische heropbloei van hun gewesten te stimuleren. Een van de pijnpunten was de verbinding van Vlaanderen met de zee, doordat de opstandelingen, de latere Verenigde Provinciën, een aantal cruciale watergebieden beheersten. Om de nodige financiën op te brengen voor het graven aan een nieuw kanaal Gent-Brugge-Oostende (later verlengd als "Nieuw Gedelf" tot Nieuwpoort-Veurne-Duinkerke) werd in augustus 1613 een belasting op het graan ingevoerd van 4 stuiver per zak en per halfjaarseizoen. Deze belasting werd maalderijgeld, maalrecht of moulage genoemd. Oorspronkelijk was deze bedoeld als éénmalige heffing, maar toen de bedragen niet bleken te volstaan, werd er in september 1614 een vaste kas van gemaakt, speciaal bestemd voor de financiering van openbare werken. Uiteindelijk stelden de Staten van Vlaanderen op 28 mei 1615 het maalderijrecht in als vaste belasting, uitsluitend op broodgranen.

                                                            1

Het betreft Elverdinge, Loker, Noordschote, Reningelst, Vlamertinge, Watou, Woesten en Zuidschote, waarbij een reeks heerlijkheden gevoegd werden, zoals het Vrije van Rijsel (dat het grootste deel van Sint-Jacobskapelle bevatte), het Hofland van Kassel (in Oost- en West-Vleteren), Nieuwkapelle (overeenstemmend met de gelijknamige parochie) of Berkel (bij Pervijze): zie F. Patou, De generaliteit van de Acht Parochies: een federatie van gemeenten tijdens het Ancien Régime. Een bijdrage tot de institutionele geschiedenis van de Westhoek, onuitg. lic.verh., Leuven, 1972.

2

Stadsarchief Veurne, Oud Archief, nr. 142, f. 23v-24v, 124v, 126.

3

Zie vooral G. Dalle, De bevolking van Veurne-Ambacht in de 17de en 18de eeuw, Brussel, 1963, p. 2 e.v. en bijlagen; P. Vandewalle, De geschiedenis van de landbouw in de kasselrij Veurne (1550-1645), Brussel, 1986, p. 72-73; ook de bijdragen, vermeld in n. 14, bevatten vaak inleidende gegevens.

| kasselrij Veurne,telling 1759 

5


Het maalderijrecht werd doorgaans niet rechtstreeks geïnd, maar verpacht aan belastingpachters per termijn of seizoen, en per parochie, per regio en/of algemeen. Zo nam Jacques vander Cruyce in1660 de pacht van de moulage in Beveren-IJzer op.4 Voor Veurne-Ambacht wordt de opbrengst per belastingplichtige in de 17de eeuw geschat op iets meer dan 1 £ par.5 Het decreet van 1614 voorzag de mogelijkheid voor de besturen om die belasting af te kopen tegen een personele belasting van een vast bedrag (3, maar een half jaar later al 6 stuiver per persoon) op elke persoon ouder dan 6 jaar; dat werd beschouwd als de leeftijd waarop het aandeel van brood in de voeding doorslaggevend werd. Al snel werd dit toegepast en werd de verbruiksaanslag dus omgezet in een vaste persoonsbelasting. Voor het instellen van realistische pachtprijzen moest de pachter inzicht hebben in het bevolkingsaantal en het graanverbruik. Voor de lokale inning werden lijsten opgesteld van belastingplichtigen, soms met de opname van armen die van de belasting vrijgesteld werden. Er bleven heel wat rekeningen van die belastingopbrengsten bewaard. Dit alles maakt dat de maalderijrechten als een belangrijke demografische bron beschouwd worden, zodat voor Veurne-Ambacht D. Dalle en P. Vandewalle deze bronnenreeks al uitgebreid bestudeerden en bewerkten voor het schetsen van algemene bevolkingsevoluties.6 In de Oostenrijkse Periode werd de moulage geïnd door de ontvanger van de domeininkomsten van het Bureau Veurne. Van 1740 tot 1744 was dit Chrétien Diu. Toen de Veurnse kasselrij in het kader van de Oostenrijkse Successieoorlog veroverd werd door de Franse koning Lodewijk XV, moest de domeinboekhouding onmiddellijk aan de Franse overheid voorgelegd worden en nadien afgerekend worden met de pachter-generaal van de Franse domeininkomsten, Annet Rigaud.7 Nog in 1746 werd een reglement van de maalrechten in Westvlaenderen gedrukt8, waarop de kasselrij op 1 januari 1747 bevel gaf tot het opstellen van een algemene staat van de bevolking9, maar nog in 1747 voerden de Fransen een wijziging door in de inning. Voortaan werd de moulage rechtstreeks geïnd door wie na instel en opbod het recht pachtte; deze pachter-generaal stelde hiervoor lokale ontvangers aan die tweemaal per jaar, van 1 tot 15 januari en van 1 tot 15 juli, zitting hielden, de belasting inden en nota namen van iedere wijziging in de samenstelling van het gezin van de belastingplichtige. Daarenboven voerde Lodewijk XV een verhoging van de aanslag door.10 Toen Veurne eind 1748 weer in Oostenrijkse handen overging, werd voorzien dat men terug naar de vroegere toestand zou weerkeren. Ontvanger Chrétien Diu, die opnieuw de pacht van de moulage opnam, behield nochtans de werkwijze met de lokale ontvangers, zittingsdagen en controle. Wel bepaalde de overheid al snel dat armen van de maalrechten vrijgesteld moesten worden.11

                                                            4

Archives Municipales Hondschoote, nr. FF 41: borgstelling door Jean Terlinck en André Baeteman voor vander Cruyce's pachtsom van 1800 £, inclusief zijn pacht van de vadage in Leisele.

5

P. Vandewalle, De geschiedenis, p. 72.

6

Naast de studies inzake Veurne (zie n. 3), kan de bewerking vermeld worden van P. Vandewalle voor de aangrenzende NoordFranse regio: Quatre siècles d'agriculture dans la région de Dunkerque, 1590-1990. Une étude statistique, Gent, 1994, p. 93-103.

7

Archives Nationales Parijs, nr. G2 357; vgl. D. Dalle, De bevolking, p. 27-28.

8

Een exemplaar in Rijksarchief Brugge, Schepenbank Krombeke…, nr. 1361.

9

Stadsarchief Veurne, Oud Archief, nr. 343, f. 293v.

10

Edict van december 1747, met uitvoeringsbesluit dor de Franse Raad van State dd. 10 december 1747, beide te Versailles: zie Liste chronologique des édits et ordonnances des Pays-Bas Autrichiens, de 1700 à 1750, Brussel, 1851, p. 410-411 (o.m. op basis van een Veurns register). 11

Decreet van 19 augustus 1749: zie Liste chronologique, p. 453.

6

kasselrij Veurne,telling 1759 | 


In de 1750-er jaren kwam de Veurnse overheid meermaals in conflict met de pachters. 12 In 1754-1755 meende de stad en kasselrij dat de inwoners te zwaar belast werden in vergelijking met de bevolking van de andere districten van West-Vlaanderen. Daarom vroeg zij bevolkingsgegevens op bij de ontvanger van de domeinen, maar omdat het ressort van de inningsbureau's niet samenviel met de kasselrijgrenzen, deed schepen-keurheer Francois Isenbrandt dat werk nog eens over - met een vrij gelijkaardig resultaat. Chrétien Diu werd als pachter van de moulage opgevolgd door Paul-Antoine de Walckiers, heer van Budingen (bij Halle) en sinds 1752 door aankoop graaf van Galmaarden. Zijn optreden veroorzaakte wrevel bij de Veurnse overheid, omdat hij de belastingbetalers verplichtte om elke verhoging van het aantal gezinsleden binnen de drie dagen te melden. Volgens de Veurnse magistraat leidde dat er toe dat hij deed betaelen de volle ses maenden moulagie over een nieuw gebooren kyndt twelcke comt te sterven binnen de maendt ende oock binnen de acht daegen ofte eerder. Ook verweet zij hem te heeschen trecht van de moulage tot laste van de aerme huusgezinnen, die van de disch worden onderhouden ende exempt zyn van alle prochielasten. Eigenlijk wou de Veurnse overheid terugkeren naar een vast tarief zoals vóór de Franse ingreep in 1747, het abonnement, dat berekend werd op het bevolkingscijfer in 1688 en dat sinds 1738 eigenlijk hoger lag. Om meer druk op de ketel te zetten, wou zij zelf bevolkingsgegevens produceren. Het is in die context dat zij in 1759 de telling uitschreef, waarover het hier gaat. De actie van het magistraat zou echter niet de gewenste resultaten opleveren. Tot 1771 bleef de manier van werken behouden, dit is tot de centrale overheid - nog steeds - Walckiers' pacht zou vervangen door een eigen, centraal georganiseerde inning in regie. De telling van 1759 viseerde alle gemeenten van de Veurnse kasselrij en is dus voor een totaalbeeld van de bevolking bijzonder interessant - op Veurne binnen de Palen en op de Acht Parochies en Heerlijkheden na (al werd het Hofland van Kassel wél opgenomen). De telling bleef bewaard voor in principe alle andere parochies van de kasselrij; waar twee parochies één ammanie vormden, is die samengenomen (Sint-Walburga Veurne met Koksijde, Ramskapelle met Sint-Joris; ook Sint-Niklaas Bewesterpoort en Sint-Denijs van Veurne werden samen in één lijst gezet). De telling wordt hier integraal uitgegeven naar het document in het Stadsarchief Veurne, Oud Archief, nr. 928. Doorgaans werd de lijst bezorgd door de parochiale beëdigde klerk, en het valt op dat die ondanks het algemene karakter en de voorschriften vanwege de Veurnse overheid - blijkbaar toch enige vrijheid kreeg om zijn eigen model uit te werken. Sommige parochies bieden daardoor meer informatie dan andere. De verwerking behoudt die andere werkwijze, gezien die het minst interpretatieproblemen oplevert en het nauwst aansluit bij de originele tekst. Het genealogisch belang van deze uitgave ligt in het feit dat de lijsten een inzicht geven in de families die in het jaar 1759 in de kasselrij Veurne aanwezig waren. Ze geven geen of toch niet steeds details over de precieze samenstelling van elk gezin, maar ze duiden wel aan hoeveel personen er deel van uitmaakten. In een periode waarin de parochieregisters niet altijd een uitsluitsel geven over jong overleden kinderen, kan deze bron een aanwijzing bieden over welke kinderen in dat jaar al dan niet nog in leven waren. De telling geeft bovendien een inzicht in de personen die afhankelijk waren van een ander inkomen dan dit uit arbeid (disgenoten).

                                                            12

Zie voor wat volgt, vooral D. Dalle, De Bevolking, p. 28-32.

| kasselrij Veurne,telling 1759 

7


D. Dalle en P. Vandewalle beschouwden de gegevens als erg betrouwbaar. Toen Veurne de gegevens verzamelde, wist de overheid immers dat ze in discussie trad met een pachter die zelf ook over heel wat bewijsstukken beschikte. En het aandeel armen, dat Dalle op basis van deze lijst op 9,2 % van de bevolking berekende, lijkt niet overdreven bij vergelijking met andere bronnen. Wel dient er rekening mee gehouden dat de lijst disgenoten bevat die er woonden, maar die - overeenkomstig een Concordaat dat diverse kasselrijen in 1750 gesloten hadden - door andere kasselrijen onderhouden moesten worden.13 Dat wordt netjes in de overzichten per parochie meegedeeld. Diverse studies wezen reeds op het genealogisch nut van de belastinglijsten of gebruikten ze al om voor een beperkt gebied, zoals een parochie, de vroegste demografische overzichten te publiceren.14 Voor de Veurnse kasselrij was dit nog niet het geval, zodat een volledige uitgave zeker verantwoord is.

Jan VAN ACKER, historicus Joeri STEKELORUM, voorzitter FV Westkust

                                                            13

D. Dalle, De bevolking, p. 36.

14

Bv. P. Donche, 'Genealogische gegevens in de rekeningen van het maalrecht', in Vlaamse Stam, 27 (1991), 297-298; H. RonseDecraene, 'De bevolking van Poperinge anno 1695', in Westhoek Genealogisch Jaarboek, 3, Dikkebus 1986, p. 72-97; J. Luyssaert, 'Inwoners van Reninge onderhouden door de disch (1773 en 1790)', in Wh-Info, 8 (1992), p. 77-81; W. Beele, 'Maalgeldbetalers in Belle anno 1691', in Westhoekh-Info, 9 (1993), p. 49-70; P. Vandewalle, 'Enkele gegevens betreffende de bevolking van Hondschoote (2de helft 16de-1ste helft 17de eeuw', in Handelingen van het Genootschap voor geschiedenis te Brugge, 134 (1997), p. 90-101; S. Lazoore, 'De bevolking van Sint-Jan bij Ieper in het begin van de 17de eeuw)', in Westhoek, 17 (2001), p. 31-33; W. Beele, A. Preneel, De inwoners van Ieper-Ambach anno 1614, s.l., 2008; A. Preneel, De inwoners van Ieper-Ambacht omstreeks 1615, s.l. [Winksele], 2008; A. Preneel, 'De telling ten behoeve van het maalrecht te Zillebeke per 1 mei 1615', in Westhoek, 28 (2012), p. 47-53; A. Preneel, 'De telling ten behoeve van het maalrecht te Moorslede en Rollegem-Kapelle per 1 mei 1615, in Westhoek, 30 (2014), p. 65-86; ook ter identificatie van diverse personen in N. Boussemaere, 'Een onkostenrekening in Boezinge anno 1595', in Westhoek, 28 (2012), p. 3-36, en in N. Boussemaere, 'Een overdrachtsakte van de leenheerlijkheid Boezinge, 28 september 1622', in Westhoek, 29 (2013), p. 167-211 enz.

8

kasselrij Veurne,telling 1759 | 


Adinkerke Op den tweeden ende andere volgende dagen van de maendt ougst 1759 was bij Jan Baptiste LOOR geëeden clercq geadsisteert met Pieter CORDIER hooftman respectivelick der bovenschreven prochie van Adinkercke ghedaen een uytganck ende vistite tot het opnemen alle de persoonen subject aen de moulagie ende woonachtich binnen de selve prochie sonder distinctie van jaren alles in conformiteyte van den camerbrief aen den ghenaemden CORDIER als hooftman door myne edele heeren van het magistraet van Veurne toeghesonden in daeten 14 den july 1759 onderteeckent C.M. DESPODT namen van de inwoonders

nomber van personen

Benedictus Jacobus DECLERCQ Michiel CLAYS Jacobus PINSON Joseph AMEY Jacobus TIMMERMAN Franciscus TIMMERMAN Carel LATOUR Jacobus VISAGIE Joannes SEYS Jacobus LAUWAERT Norbert DESCHOOLMEESTER Hindryck RATTHEE Joannes DEGRAVE Joseph DECLERCQ Joseph DEMUYS Joannes SERRU Franchois WYCKAERT Philips VALCKE Lambrecht DYTTERS Joseph DEMAN Geeraerd SCHOCKAERT vidua Joannes VANDENHAUWEELE Joannes NEVIANS Franciscus Eugenius DECRETON Franciscus CHAMORRE Carel LANTSWEIRT Joannes Baptiste VISAGIE vidua Joannes LANTSWEIRT Philips GUILLEMAN Baptiste BULTHE vidua Adriaan BLOMMAERT Hubrecht MAERTEN vidua Joannes HEESTER vidua Norbert COUVREUR

3 11 6 7 7 7 13 6 6 4 9 10 2 7 7 2 7 6 1 2 9 7 4 10 6 1 9 2 1 6 1 6 2 1

Daghwerckers

Dischgenoten

prochien waer de daghwerckers woonen en wannof de dischgenoten onderhouden zijn

2

Proven en Watou

2

Bewesterpoort

1

Bewesterpoort

1

gehouden van den disch van Bewesterpoort

| kasselrij Veurne,telling 1759 

9


Franchois BOUCHERIE Pieter SAEL Joseph filius Jan DECLERCQ Joseph QUETSTROY Joseph KEYEM Pieter POLLEFORT vidua Albin DEBACKERE Jacobus VERLYNDE Jacobus DECLERCQ Joannes MEYNS Joseph LAPON Carrel COPPENS Den eerwaarden heer Capellaen Franciscus MAROUX Germain Joseph LEFEBVRE Joannes DEPRINCE Philips JANSSOONE

5 5 5 4 2 3 1 6 5 2 4 2 2 4 2 3 11

3

Pieter BOUCKAERT schaper van den selven Den eerwaarden heere pastor of deservitor Joannes SAMYN Carel DAMS Pieter THOMAS Philips VEREENOGHE Joseph FOUQUE Michel LAPON Pieter CORDIER

1 2 4 2 4 2 4 4 9

2

een van Pollynckhove en een van Crombeke

Franciscus Norbert CORDIER Joannes VILAIN Franchiscus JANSSEN Den selven JANSSEN Pieter MAERTEN Audomarus CORDIER Cornelis MAES vidua Pieter REYNAERT Pieter MOERMAN Jacobus CORDIER Ferdinand HINDRYCX Joannes MAES Pieter MAES vidua Cornelis VEROEST Joannes LIEVEKYNT Philips CALCOEN Jacobus MANTHEI Pieter PYLISER Ferdinande VERROEST Ferdinande BEHAGHEL Jacques VANDAMME

10 6 10 1 7 4 3 5 4 8 2 4 6 4 4 3 6 4 3 3 1

2

Watou; Adinkercke Oostduynkercke Oostduynkercke

10 kasselrij Veurne,telling 1759 | 

1

1 1

Adinkercke een van Proven en twee van Poperynge


Adriaen COUVREUR Joseph DERUE Pieter Jacobus LAUWAERT Alex VANDENHAUWEELE Joannes PLATEVOET Judocus FAES Joannes STOCKELYNCK Audomarus VISAGIE Pieter DEJONGE Cornelis LEYNAERT Franciscus VANAELST Laurens AMEYT Pieter WALLE Pieter Cornelis WILLAERT Cornelis CORDIER

2 4 2 4 6 4 5 6 3 3 7 1 5 3 2

Joannes BODEIN Andries MANTHEI Pieter HASEBROUCK Louys SENGIER Norbert MAERTENS Norbert GRYSON Norbert CLAYSSEN Cornelis BOELS Pieter NOORENBERGE vidua Pieter KETEL Anthoine DEWEIRT vidua Frans DRIEBURGH Carel HUBERT Augustyn VERGOTE Joannes DELEY Nicolais HENCKIERE Pieter LIEVEKYNT vidua Joannes OUGSTLANT vidua Joannes MEUTEELE

7 7 2 1 8 4 4 4 4 5 7 3 5 3 3 6 5 2 4

1

Bewesterpoort

2 1

Adinkercke en Sint-Denijs in Veurne Adinkercke

1

Adinkercke

1

Adinkercke

Nombre totalle vande inwoonders deser prochie subject aende moulagie bekent in de eerste rubrycke utgelaten nochtans de daghwerkers die bestaen in twaelf persoonen woonende in andere prochien, bekent in de tweede rubrycke ende oock de dischenoten die bestaen in elf dischgenooten bekent in de derde rubrycke hiervooren, bedraeght ’t samen = 514 persoonen Aldus den voorseyden uytganck van moulagie gedaen ter assistentie ende in conformiteyte vanden camerbrief hier vooren, mitsgaeders dannof gemaeckt de calculatie onder protestatie costumiere by den onderschreven geëedt Clercq van ‘t voornoemde Adinkercke desen 14 den ougst 1759. (get.) Jan Baptiste LOOR

| kasselrij Veurne,telling 1759 

11

Volkstelling in de kasselrij Veurne voor het maalderijrecht (1759)  

uitgave van de volkstelling gehouden in de kasselrij Veurne in 1759 voor het maalrecht (stadsarchief Veurne, oud archief, nummer 928)

Volkstelling in de kasselrij Veurne voor het maalderijrecht (1759)  

uitgave van de volkstelling gehouden in de kasselrij Veurne in 1759 voor het maalrecht (stadsarchief Veurne, oud archief, nummer 928)

Advertisement