Page 1

k a a M Mee Krant Enschede

morgenisgroen.nl

N E P O ! N E G A D VMBO: Vrijdag 25 januari 2013 van 16.00 tot 20.30 uur Zaterdag 26 januari 2013 van 10.00 tot 13.00 uur

MBO: Kijk eens op www.morgenisgroen.nl!

Vrijdag 25 januari 2013 van 16.00 tot 20.30 uur Zaterdag 26 januari 2013 van 10.00 tot 13.00 uur


Marian Huis in ‘t Veld:

“Soepele overgang van VMBO naar MBO.”

Succesvolle ‘mini-ondernemingen’, ook al op het VMBO

Marian Huis in ‘t veld: Met een groen VMBO kun je gewoon alle kanten uit.

“Hier in Enschede hebben we een AOC dat zich richt op de dienstverlening en het midden- en kleinbedrijf. “Onze mensen vinden voornamelijk werk in de detailhandel, maneges en tuincentra.” Marian Huis in ‘t Veld is locatiedirecteur VMBO en VM2. “Je bent hier op je plaats als je iets met groen hebt. Of je daar na je VMBO ook in verder gaat, is een ander verhaal. Met het VMBO-diploma dat je bij ons haalt, kun je op elke MBO-opleiding terecht.”

Eén opleiding De ‘doorlopende leerlijnen’ op het AOC vindt mevrouw Huis in ‘t Veld belangrijk. “Landelijk zie je dat maar 27% van de VMBO-ers doorstroomt naar het MBO op dezelfde locatie, bij ons is dat bijna 50%. We zorgen ervoor dat die overgang zo soepel mogelijk verloopt. Als VMBO-leerlingen mislukken op het MBO, is vaak hun klacht: ‘Het is er zo anders’. Wij willen graag dat leerlingen in hets MBO voordeel hebben als zij al een groene vooropleiding VMBO hebben.”

Toekomstig beroep Als het AOC leerlingen van de basisscholen op bezoek krijgt, werken VMBO-ers en MBO-ers samen om de kinderen te ontvangen. Ook bij het maken van bijvoorbeeld bloemstukken kunnen VMBO-ers en MBO-ers aan dezelfde klus werken. “Zo krijgen VMBO-leerlingen al vast een beeld van hun toekomstige beroepsopleiding”, legt mevrouw Huis in ‘t Veld uit. “Verder leren we de leerlingen op het VMBO een aantal competenties aan die ze op het MBO nodig hebben: zelfstandig werken, samenwerken, organiseren, plannen en ondernemerschap.”

Ondernemerschap

Voorbereiden op de toekomst

Ondernemerschap op het VMBO? Jazeker. Trots toont mevrouw Huis in ’t Veld op de gang een vitrine vol getuigschriften, oorkondes en producten van ‘miniondernemingen’ die MBO-studenten hebben gerund.“Ze richten een echt bedrijf op. Elke student houdt zich met een ander aspect bezig: productontwikkeling, financiering, personeelszaken, pr en reclame, net als in het bedrijfsleven. En aan het eind van het cursusjaar moeten ze de onderneming weer liquideren en alles netjes afronden.”

Dat werkte zo inspirerend, dat we daarom ook in het VMBO met ondernemerschap begonnen zijn. “Dat doen we tijdens de economielessen. De leerlingen richten een mini-onderneming op, maar kleinschaliger en op basis van bestaande producten. Zo zetten de leerlingen op GL-niveau al de eerste stapjes op het ondernemerspad.” Ook moeten VMBO-leerlingen al een soort ‘proeve’ afleggen, zoals ze dat straks op het MBO doen. “Dan testen we hun praktische vaardigheden. Voor de vakrichting Dierverzorging kan dat bijvoorbeeld zijn: het helpen van een klant in de dierenspeciaalzaak.” Zo wordt de VMBOleerling vast voorbereid op het MBO. “We stellen alles in het werk om de overgang naar het MBO zo soepel mogelijk te laten verlopen.”

Marieke Feijen:

“Er valt niets te plannen” Briefjes innemen, telefoon aannemen, leenfiets meegeven, maandverband uitreiken, strafwerk regelen, gevonden mobiel bewaren, beamer reserveren... Als er iemand een afwisselend beroep heeft, is het Marieke Feijen wel. Achteraan in de centrale gang troont Marieke in haar glazen Serviceloket. Ze blijft vrolijk en rustig, ook al staan er tien leerlingen te dringen voor haar opengeschoven raam. “Ik vind het fantastisch werk. Het is lekker vrij en elke dag anders. Een planning hoef ik niet te maken, want daar komt altijd wel wat tussen.”

Verzuimregistratie Als er even niemand voor haar balie staat, werkt Marieke de verzuimregistratie bij. “We hebben een prima systeem. Ziekte, spijbelen, te laat komen… ik zie alles en hoor alles. Als iemand opvallend vaak verzuimt, geef ik dat door aan de mentor of de coach en soms krijg ik opdracht om via het zorgteam de leerplichtambtenaar in te schakelen. Als iemand niet op school komt, zoeken we uit waarom. Daar controleren we streng op.”

Pony aan de deur “Het gekste dat ik heb meegemaakt, was dat een paar leerlingen met een pony naar binnen wilden. Dat beest bleef stokstijf tussen de klapdeuren staan. Wilde geen stap meer verzetten. Dat lag aan de zwartrubberen gatenmat; daar durfde het beestje niet overheen te stappen. Het heeft heel wat moeite gekost weer beweging in de pony te krijgen.”

Dag middagpauze “Pas nog valt een meisje ergens tegenaan. Die wordt bij mij gebracht, want ze is duizelig. Ik had net middagpauze, maar zo’n meisje kun je niet alleen laten zitten. Ik probeer de ouders te bellen. Haar mobiel is kapot en het enige telefoonnummer van thuis in mijn systeem wordt niet opgenomen. Dus google je op familie, bel je ooms en tantes, net zo lang tot je iemand gevonden hebt die haar op komt halen. OK, geregeld. Maar je bent drie kwartier verder en je middagpauze kun je wel vergeten.”

Als iemand niet op school komt, willen wij weten waarom Het echte werk Daar maalt Marieke niet om. “Ik heb 9 jaar bij de marine gewerkt, altijd op zee. Daar maakte je vaak werkdagen van 12 uur. Dus ik ben wel wat gewend.” Ze wordt ook niet tureluurs van al die mensen die via het loket, de telefoon en portofoon haar aandacht vragen. “Nee, ik krijg er juist energie van. Maar om half 5 sluit ik mijn loket af, klaar of niet klaar. Het werk dat vandaag niet af komt, ligt er morgen nog wel. Als ik maar zorg dat aan het einde van de week alles af is. Thuis wacht het echte werk: twee kinderen van 4 en 2!”

Marieke Feijen: “De afwisseling tussen administratief werk en en doe-werk maakt het leuk!”


Meedoen! Op de open dagen van het VMBO is van alles te beleven. Gel maken? Ja, het kan echt! Maar ook bloemstukjes maken, proefjes doen, straten, iets lekkers koken en nog veel meer. Ook vertellen de leraren alles over de vakken, inclusief theorievakken als Nederlands en wiskunde. En ben je dyslectisch of is er iets anders aan de hand? Wij vertellen je hoe wij daar als school mee omgaan. En jouw ouders? Zij kunnen ook alle informatie krijgen, lekker zien hoe de school in elkaar steekt en net als jij met de leerlingen en leraren praten.

Komen dus! Wedden dat je blijft!? Stages helpen bij kiezen Je kunt pas kiezen voor een vak, als je weet wat het inhoudt. Daarom heb je op AOC Oost veel stages. In de eerste en in de tweede klas ga je acht weken op snuffelstage. Je leert dan wat Bloemsierkunst precies inhoudt. En Groenvoorziening, VAP (verwerking agrarische producten), Plantenteelt en Dierverzorging. In de derde klas doe je een maatschappelijke stage. Dat is in feite dertig uur vrijwilligerswerk, bijvoorbeeld op een zorgboerderij. In de vierde klas ga je echt bij een winkel of een bedrijf aan de slag. Dat doe je vier maanden.

De mentor helpt je op weg Het is een grote stap, van de basisschool naar het VMBO. Een nieuwe school, een ander gebouw, nieuwe gezichten. En meer leraren en vakken. Hoe vind je daar de weg? Heel simpel: dankzij je mentor.

Jouw mentor helpt jou, maar ook je ouders. Daardoor voel jij je snel thuis op AOC Oost. Heb jij of je ouders vragen? Je mentor geeft antwoord en zorgt er ook voor dat extra zorg geregeld wordt, als dit nodig is. Dat gebeurt dan via het zorgteam.

Groene assistent Meestal gaat het op school prima. Soms niet. Toch wil je een diploma halen. Daarom is er de opleiding Groene assistent. Je haalt dan in één jaar tijd het diploma niveau mbo-1. Je kunt daarna altijd verder leren! De opleiding is bestemd voor leerlingen uit de bovenbouw van het vmbo die zich daar niet meer thuis voelen. Maar ook voor leerlingen van andere scholen. Of leerlingen die het op niveau-2 van het mbo even niet redden. AOC Oost sluit aan bij wat jij kunt, wilt en nodig hebt.

De VMBO-leerwegen Op het VMBO krijg je vakken als Nederlands, wiskunde en aardrijkskunde, ook op AOC Oost. En je krijgt een gewoon VMBO-diploma. Maar vanaf de eerste klas heb jij wél veel groene doevakken, zoals bloemschikken, plantenteelt, techniek en dierverzorging. Aan het eind van het tweede jaar stap je de leerweg in die het beste bij je past. Welke leerwegen zijn er? Basisberoepsgerichte leerweg (BB): vooral praktijk De basisberoepsgerichte leerweg past bij jou als je graag met je handen werkt. Natuurlijk krijg je ook theorievakken, maar er is veel afwisseling en je hoeft niet steeds uit boeken te leren. Met BB kun je doorstromen naar niveau 2 en soms 3 van het MBO.

Kaderberoepsgerichte leerweg (KB): praktijk en ook een beetje theorie Als je graag leert door praktisch bezig te zijn, kies je voor de kaderberoepsgerichte leerweg. Je bent bezig met de praktijk, maar volop ondersteund door theorie. Doorstroming naar niveau 3 en soms 4 van het MBO is mogelijk.

Gemengde leerweg (GL): theorie en een beetje praktijk De gemengde leerweg is een combinatie van denken en doen. Heb je weinig moeite met leren en weet je al een beetje welke richting je op wil? Dan is de gemengde leerweg iets voor jou. Je stroomt meestal door naar niveau 3 en 4 van het MBO of naar de HAVO.

Theoretisch diploma Met de gemengde leerweg (GL) behaal je een meer theoretisch diploma. Soms is het mogelijk om via de staatsexamencommissie het diploma theoretische leerweg (TL) te halen. Dit kan, als je naast de gemengde leerweg voor één of meer extra vakken, zoals Duits, economie of natuur-/scheikunde, geslaagd bent. Het TL-diploma op die manier halen kan, omdat de inhoud en zwaarte van de theorievakken van de GL en de TL exact hetzelfde zijn. Met een TL-diploma kun je naar het MBO én de HAVO.

Leerwegondersteunend onderwijs (lwoo) Heb je extra ondersteuning en begeleiding nodig? Dan hebben we het leerwegondersteunend onderwijs. Je krijgt extra hulp, onderwijs in kleinere groepen of bijles. Zowel je ouders als je basisschool kunnen bij aanmelding voor het VMBO aangeven of extra begeleiding of ondersteuning gewenst of nodig is. Dan word je getest door de Regionale Verwijzingscommissie.

Leerwerktraject Bij het leerwerktraject leer je voor een groot deel buiten de school, bij een bedrijf. Het leerwerktraject is een variant op de basisberoepsgerichte leerweg. Je krijgt in ieder geval Nederlands en een beroepsgericht programma. Ook leer je ICT-vaardigheden. Met een diploma leerwerktraject mag je doorstromen naar een niveau-2-opleiding van het MBO die aansluit bij je praktijkervaring. Hiervoor maakt het VMBO groen goede afspraken met het MBO groenonderwijs of met het ROC.

Kortom, er is heel veel mogelijk binnen het VMBO groen.

Een groen beroep? Wat denk je hiervan?! Dierverzorger Paardrijinstructeur Bloemist Boswachter Hovenier Medewerker zorgboerderij Boomkweker Loonwerker Bodemonderzoeker Milieucoördinator Medewerker: weg en wegenbouw Veehouder Landmeter Medewerker dierenspeciaalzaak Productontwikkelaar Kwaliteitscontroleur Voorman bierbrouwerij Medewerker tuincentrum Plantenteler Kweker Medewerker op een kinderboerderij Houder van een dierenpension Hondentrimmer


Sanne: “Voedingsmiddelentechnologie of een restaurant; ik weet het nog niet.”

Chelsea: “Ik wil graag dierenarts worden.”

Chelsea en Sanne:

“Je kent elkaar. Er is hier bijna nooit ruzie”

Verder in VAP Sanne van den Pol (15):“Ik had geen idee wat ik graag wilde, maar de school zelf sprak me echt aan, een gezellige sfeer, leuke leraren. En vooral: je doet hier veel praktijk en hoeft niet de hele dag in de klas te zitten.” Tijdens de Open Dag nam Sanne haar ouders mee naar een demonstratieles van VAP (Verwerking Agrarische Producten). Een schot in de roos. “De leerlingen waren pepernoten aan het bakken. Dat leek me wel wat!” Aan het eind van het 2e jaar koos ze voor VAP. “Daar wil ik na het examen ook wel in verder. Misschien ga ik voedingsmiddelentechnologie in Almelo doen. Maar in de keuken van een restaurant werken, lijkt me ook wel wat.”

Tijdens de ‘bussendagen’ leerden Chelsea en Sanne AOC Oost kennen. Chelsea wist al wat ze wilde, Sanne nog niet. Dit jaar doen ze eindexamen VMBO op GL-niveau. Hoe is het hun bevallen? “Ik wist van jongsaf aan al dat ik iets met dieren wilde doen. Daarom heb ik bewust voor deze school gekozen. Ik had wel naar de HAVO gekund, maar hier kon ik direct al met dieren bezig zijn. Dat leek me beter,” legt Chelsea Braaksma (16) uit. Ze wil graag dierenarts worden. “Dat is nog een lange weg, maar ik wil het proberen. Dus straks eerst een goede HAVO zoeken.”

Sanne liep stage in een bakkerij. “Ik stond veel in de winkel. Brood inpakken en klanten helpen. Dat ging prima hoor, maar dat vond ik wel saai worden.” Waarom hielp je dan niet in de bakkerij? “Die was op een andere plek en daar werd vooral ‘s avonds laat gewerkt.”

Stage op zorgboerderij Dit jaar heeft Chelsea stage gelopen op een zorgboerderij. “Ik moest de dieren verzorgen met hulp van moeilijk opvoedbare kinderen. Best een uitdaging! Die kinderen luisteren in het begin nauwelijks naar je. Dan moet je rustig blijven, niet schreeuwen en uiteindelijk win je hun vertrouwen. Als ik geen dierenarts kan worden, lijkt me zulk werk ook prachtig.”

Meningsverschil Beide dames kijken terug op een mooie tijd. Chelsea: “Het is een prettige school. Iedereen kent elkaar.” Sanne: “Als er een keer ruzie is, probeer je dat met elkaar op te lossen. Chelsea: “Eigenlijk hebben we nooit ruzie, alleen soms een meningsverschil.”

Biologie met veel praktijklessen “Ik zou overal biologie kunnen geven, maar hier ben ik op mijn plek”, concludeert Mariët Kolkman. “Ik heb wat met deze VMBOleerlingen. Ze zijn direct, eerlijk, doeners, niet bang voor vieze handen. Dat ligt me wel.” Mevrouw Kolkman geeft al 15 jaar les aan AOC Oost, dat zegt genoeg. “Onze school telt ruim 450 leerlingen. Je kent hen bijna allemaal van naam en gezicht. Dat is prettig voor jezelf, maar ook voor de leerlingen. De lijntjes zijn kort. Als er iets met een leerling is, kun je dat snel in de wandelgangen even doorpraten met een mentor of een teamleider.

Leerling centraal “Iedere school zal van zichzelf zeggen: de leerling staat centraal. Maar hier is dat ook echt zo. De mentor gaat vier jaar lang met de leerling mee. Dat is belangrijk voor de leerling, maar ook voor de ouders. Die hoeven niet elk jaar aan een nieuwe naam te wennen.”

Nieuwe leerlingen Al voor de zomervakantie komen de nieuwe VMBO-leerlingen een middag op school om kennis te maken met de klasgenoten en de mentor. Na de zomervakantie beginnen de 1e-klassers met een introductieweek. Tijdens die week gaan ze twee dagen op kamp: met de fiets naar Buurse en daar overnachten ze. “Dat is best spannend voor hen. Daarom gaan we ook maar met twee of drie klassen tegelijk. Zo houden we het een beetje overzichtelijk.”

Hoe maak je een hamburger en hoe verteer je die?

Na de introductieweek beginnen de lessen. Die staan tot aan de herfstvakantie in het teken van kennis maken met een nieuw soort school: hoe gebruik je je agenda, hoe maak je huiswerk, wat moet je doen als je ziek wordt of je boeken vergeten bent. Daarna begint ‘het echte werk’.

Practicum Biologie De biologielessen geeft Mevrouw Kolkman vanuit een algemene lesmethode. “Het verschil met andere opleidingen is dat we hier twee prachtige practicumlokalen hebben. We geven dan ook veel Mariët Kolkman: “Biologie is bij ons een eindexamenvak.”

practicumlessen. Eerst leren de leerlingen hoe je veilig werkt met apparatuur en materialen, daarna mogen ze aan de slag. Biologie is bij ons een eindexamenvak. In de onderbouw geven we ook biologielessen in combinatie met verzorging. Bijvoorbeeld: hoe maak je een hamburger (verzorging) en hoe verteer je een hamburger (biologie). Een van de praticumlokalen heeft ook keukenfaciliteiten, dus de leerlingen kunnen ook echt aan de slag.”


Robin Visser:

Verder in dressuur of de Military “Dit is een kleine school. Dat vind ik wel fijn, want ik kon hier direct de weg vinden. En het belangrijkste: ik kan hier iets met dieren doen”, zegt Robin Visser. Ze zit in de eerste klas van het VMBO.

Sanne zit met 17 leerlingen in een klas: “Perfect” “Ik had nog nooit van AOC Oost gehoord”, zegt Sanne Huizing, “We kwamen van de basisschool met een bus hier naartoe. Toen we terugkwamen vertelde ik thuis hoe leuk het er was en dat ik er nog een keer naartoe wilde met de Open Dag.” Sanne (14) kwam met haar ouders naar de Open Dag. Toen werden ook de dierenverblijven bekeken; met de ‘bussendag’ was daar geen tijd voor geweest. Voor Sanne was het helemaal duidelijk: “Hier wilde ik naartoe. Ik ben nog met m’n zus naar twee andere scholen in Enschede geweest, maar ik wist al wat ik wilde.” Sanne houdt van dieren; ze zit op paardrijden en heeft een zorgpony vlak bij huis. Inmiddels zit Sanne in de tweede klas. Ze heeft het erg naar haar zin op school. “Ik vind het fijn dat dit niet zo’n grote school is. Ik zit nu met 17 leerlingen in de klas, dat gaat perfect. En de mentor die je in de eerste klas krijgt, gaat de hele opleiding met je mee. Zo bouw je een vertrouwensband met elkaar op, wat ik best fijn vind.”

Sanne Huizing: “Ik weet nog niet wat ik wil: dierverzorging of bij de politie.”

De mentor gaat de hele opleiding met je mee Sanne weet nog niet precies wat ze later wil worden. “Ik kies aan het eind van dit schooljaar voor Dier, maar ik weet nog niet of ik daar ook echt in verder wil. De politie lijkt mij ook wel wat. Misschien politie te paard of werken met speurhonden. Dat zou helemaal mooi zijn. Het zou dus zomaar kunnen gebeuren dat ik na het VMBO naar

de HAVO ga, want dat heb je nodig om hoger in te kunnen stromen bij de politie. Mijn mentor zegt dat ik nu al wel een niveau hoger zou kunnen, maar voorlopig blijf ik lekker hier. Ik maak eerst het VMBO GL af.”

Zorgteam:

Zo harmonieus mogelijk meedoen Robin Visser “Ik zou HAVO kunnen doen, maar ik wil iets met dieren. Dat kan hier.” Robin had HAVO-indicatie maar koos bewust voor de VMBO-opleiding van AOC Oost. “Ik weet welke kant ik op wil. Waarom zou ik dan HAVO gaan doen? Ik kan hier na de VMBO zo doorgaan op het MBO.” Robin weet nu al dat het Paardenhouderij & Management gaat worden. Ze rijdt al zeven jaar paard. “Later wil ik graag verder in de dressuur. En als dat niet lukt, in de Military.” Eerst maar eens het VMBO afmaken. Dat zal wel lukken, denkt Robin: “Ik sta nog voor alle vakken een voldoende. We hebben aan het begin van het jaar heel veel rekenen gehad. Ook de tafels. Dat was voor mij wel veel herhaling, maar voor anderen juist niet. Nu zijn we bezig met wiskunde. Ik heb m’n eerste cijfer al weer binnen: een 8,7. Maar het leukste vak vind ik Groene Oriëntatie. Met dieren hè, dat is toch wat ik wil.”

Na het VMBO zo door naar het MBO

“Leerlingen en docenten moeten zich prettig voelen op deze school. Dat is van belang om goed te kunnen presteren”, stelt Cobi Maneschijn. Docent en mentor Iedere klas heeft een eigen mentor. Als een docent bij een leerling problemen vermoedt, is hij vaak degene die daarover de mentor aanschiet. “Stel, een docent merkt dat een bepaalde leerling geregeld wordt geplaagd, dan meldt hij dat bij de mentor. Heeft de mentor al meer signalen in die richting gekregen, dan komt hij in actie. Het kan om systematisch pesten gaan. En als dat zo blijkt te zijn, meldt hij dat aan het zorgteam.” Mentoren zijn de personen die de centrale figuur zijn voor leerlingen en ouders. Zij zijn degenen die leerlingen bijstaan bij de minder zware problemen. Bijvoorbeeld bij 'schoolse dingen', als leerlingen vaak te laat komen, hun boeken vergeten, huiswerk vergeten. Daar zijn we heel scherp op, want dat kan een signaal zijn van dieper liggende problemen.” Als coördinator van het zorgteam is mevrouw Maneschijn elke dag op school aanwezig. “We komen pas in actie als er problemen zijn die de taken van de mentor of coach te boven gaan.

Cobi Maneschijn: “Het belang van onze leerling om een diploma te halen dat past bij wat hij of zij kan staat centraal.”

Als het (l)even niet mee zit Het zorgteam bestaat uit een maatschappelijk werker, een psycholoog en leerlingenbegeleiders voor VMBO en MBO en de zorgcoördinator. “In ons werk staat het belang van de leerling/student centraal en de wijze waarop iemand de opleiding kan volgen die bij hem of haar past. Wij ondersteunen docenten en leerlingen met de bedoeling dat iedereen zijn/haar diploma zal halen. Signaleren wij ernstige problemen zoals bijvoorbeeld huiselijk geweld, dan komen we irect in actie: dat moet stoppen!”

Verzuimadministratie Naast de signalering door docenten en mentoren kunnen ook gegevens van de verzuimadministratie voor het zorgteam reden zijn om in actie te komen. “Neemt het verzuim van een leerling ondanks de bemoeienis van het zorgteam niet af, dan schakelen wij de leerplichtambtenaar of een schoolarts in.” Maar dat zijn gelukkig uitzonderingen.


Han Kleinlugtenbeld: “Alles dat je als decaan doet, is erop gericht dat de leerling een goede keuze maakt.”

Frank Ruiter: “Om studenten goed te kunnen begeleiden zit ik in MBO- en HBO-netwerken.”

VMBO-decaan Han Kleinlugtenbeld:

MBO-decaan Frank Ruiter:

“Kies je een vak? Volg je hart!”

“Goed beeld krijgen van de vervolgopleiding” “Leerlingen komen hier binnen, omdat ze iets met groen hebben”, legt decaan Han Kleinlugtenbeld uit. “Dat moet ook, want ze gaan er erg veel tijd in steken.” “Mijn taak als decaan voor het VMBO is ervoor te zorgen dat de leerlingen een goede keuze kunnen maken voor hun vervolgonderwijs.” In de onderbouw maken ze kennis met 5 vakrichtingen: Plantenteelt, Dierverzorging, Bloemsierkunst, Groenvoorziening en VAP (Verwerking Agrarische Producten). Daarnaast geeft Kleinlugtenbeld informatie in de klassen over andere sectoren: zorg, techniek en economie. “Leerlingen moeten een goed beeld krijgen: wie ben ik, welk vak vind ik leuk en hoe maak ik de goede keuze.”

Helft blijft hier Het VMBO-diploma aan het eind van het 4e jaar geeft toelating op alle MBOopleidingen, ook die voor zorg, techniek of economie. Kleinlugtenbeld: “De helft van de leerlingen stroomt door naar het MBO binnen de groene sector, de rest gaat naar een ROC en een enkeling gaat naar de HAVO.”

Sectorwerkstuk

De leerlingen maken aan het eind van het tweede jaar een keuze voor een van de 5 vakrichtingen. “Aan eind van het 3e leerjaar gaan ze op stage bij een bedrijf in hun vakrichting. Gedurende het hele 4e leerjaar gaan ze weer naar dat bedrijf. Dan leren ze die vakrichting in de praktijk kennen en kunnen dan beter bepalen of dit vak echt iets voor hen is.”

Verder begeleidt Kleinlugtenbeld de leerlingen bij het maken van hun ‘sectorwerkstuk’, een verplicht onderdeel van het examenprogramma voor leerlingen op GL-niveau. “Ze lopen maximaal 3 dagdelen mee op een MBO-opleiding. Ze moeten een goed beeld van de opleiding krijgen en weten welke arbeidskansen en stagemogelijkheden die sector biedt. Na afronding moeten ze er een presentatie over geven. Het gaat erom dat ze goed voorbereid aan een vervolgstudie beginnen.”

Kennis maken met MBO

Overdracht

Vakrichting kiezen

In klas 3 lopen de leerlingen een aantal dagdelen mee op het MBO. Dat kan hier op school, maar ook op het ROC van Twente. “Ik zie de leerlingen dan minder in klassenverband. Als iemand echt niet weet welke vervolgstudie hij moet kiezen, hoor ik dat via de mentor. Dan maak ik een afspraak met die leerling en eventueel doen we een beroepskeuzetest.”

Tenslotte zorgt de decaan samen met de mentor, de praktijkdocenten en vakdocenten voor de juiste overdrachtsgegevens, zodat de geslaagde VMBO-leerling zich kan inschrijven bij de gekozen vervolgopleiding.

“Op een informatieavond vraag ik wel eens aan de ouders: wie van u doet nog het werk waarvoor u bent opgeleid? Ongeveer de helft steekt dan de vinger op.” Frank Ruiter wil maar zeggen, dat je arbeidsleven soms een andere loop neemt dan je je had voorgesteld. Dat hoeft geen ramp te zijn. “Je moet niet de illusie hebben dat een 16-jarige altijd direct de goede keuze maakt. Mijn stelling is: volg je hart, gebruik je verstand. Kies niet voor een bepaalde opleiding, alleen omdat die nu meer kans op werk biedt. Dat kan over een paar jaar zomaar anders zijn. Natuurlijk is de “B” in MBO van Beroepsonderwijs. Maar tijdens je MBO opleiding reflecteer je veel op houding en vaardigheden die nodig zijn voor je verdere loopbaan. Zo kun je met een opleiding dierverzorging ook in een commercieel beroep terecht komen omdat je geleerd hebt klant- en servicegericht te denken en werken.

Switchen kan “De rol van de coach is belangrijk in het MBO” geeft Ruiter aan, “Die houdt de studieresultaten in de gaten en bezoekt de studenten tijdens de stages. Ik voer veel studieloopbaangesprekken. Tijdens de lessen loopbaan en burgerschap komt de beroepskeuze aan bod. Tenslotte spreek ik regelmatig studenten die niveau 2 hebben afgerond en doorgaan op niveau 3, net als niveau 3 studenten die doorleren op niveau 4. Dat doen ze zowel binnen ons AOC als daarbuiten. Het komt voor dat een student toch het gevoel heeft op de verkeerde opleiding te zitten. Dan heb ik eerst een gesprek en volgt daarna eventueel een beroepskeuzetest. Wijzen de resultaten overduidelijk in een andere richting en spreekt de student die richting ook aan, dan begeleid ik hen naar een andere opleiding. MBO-studenten zijn vaak nog leerplichtig; ze kunnen hier pas weg, als ze op een ander MBO staan ingeschreven.”

Doorstromen naar HBO De ervaring leert dat veel studenten na het MBO doorstromen naar een HBO-opleiding. Afgelopen schooljaar was dat bijvoorbeeld van Design&Styling 70%, van Diermanagement/ Paardenhouderij 40% en van Para-veterinair 50%. “In principe kunnen alle studenten die afstuderen op niveau 4 doorstromen naar bijna elke HBO-opleiding. Soms rechtstreeks, soms via een bijspijkercursus of een extra schakeljaar, zoals bij de PABO.” Alle studenten die voor het HBO kiezen, worden door Ruiter begeleid: “Ik voer een studiekeuzegesprek met hen, laat hen een test doen en samen evalueren we de uitslag. De inschrijving bij de HBO-opleiding van hun keuze doen ze zelf.” Hierbij fungeert Ruiter ook als vraagbaak voor alle zaken rondom studiefinanciering.

Helft van de mensen doet ander werk dan waarvoor ze zijn opgeleid.


Prikken bij FC Twente Tijdens de rust van de Europa League wedstrijden van FC Twente komt Michel Kosters met een prikker het veld op. Een stage op VM2 kan je op bijzondere plekken brengen. Michel (17) weet nog niet precies wat hij wil worden. Hij volgt de leerroute VM2, een doorlopende leerlijn van VMBO en MBO niveau 2. “Je kunt dan onder leiding van een baas zelfstandig werk doen. En als je baas je drie opdrachten geeft, moet je die ook zelfstandig achter elkaar kunnen uitvoeren.” Vorig jaar had Michel een wat minder jaar. “Ik liep stage bij een hoveniersbedrijf. De stage was prima, maar ik raakte achterop met mijn verslagen.” Daar baalt hij best van en dit jaar zit hij er bovenop, zodat dit niet weer zal gebeuren. Hij loopt nu stage bij FC Twente. “Mijn baas is verantwoordelijk voor de conditie van het hoofdveld en ik mag hem assisteren.”

Dat er zoveel komt kijken bij het onderhoud van een grasmat, had Michel niet verwacht. “Je bent er constant mee bezig. Er worden dit jaar ook extra veel wedstrijden op gespeeld. Het betaalde dameselftal speelt er de thuiswedstrijden en dan heb je dit seizoen ook nog de Europa League wedstrijden. Toch ligt het veld er nog goed bij”, constateert Michel tevreden. “Die Europa League wedstrijden zijn op donderdagavond. Dat is mooi, want ik loop hier op donderdag en op vrijdag stage. Dan mag ik donderdags blijven eten en in de rust het veld helpen prepareren voor de tweede helft.”

Zelf voetbalt Michel in A1 van EMOS. De hoofdmacht van FC Twente zal hij niet bereiken. “Dan had ik nu al gescout moeten zijn”, verzucht hij. “Maar het eerste van EMOS zou ik ook al mooi vinden. Het is een fantastische club met alleen maar ‘eigen jongens’. Ik zal nooit bij een andere club gaan voetballen.” Minder zeker is Michel over zijn loopbaan in de maatschappij. Het hoveniersvak trekt hem niet zo. Maar als hij bij FC Twente aan de slag zou kunnen als veldknecht, dan tekent hij daar zo voor. “Ik denk ook wel eens aan een baan in de beveiliging. Dat ligt me ook wel.” Maar eerst zet hij alles aan de kant om zijn niveau 2 diploma te halen. “Misschien doe ik niveau 3 er wel achteraan.” Michel Kosters: “Veldknecht bij FC Twente? Daar teken ik voor!

VM2: een doorlopende leerroute van VMBO en MBO niveau 2

Albert Voortman

“VM2 is voor doeners” “Het VM2 is een opleiding voor leerlingen die praktisch ingesteld zijn en beter uit de verf komen in een kleinschalige leeromgeving,” vindt teamleider Albert Voortman. Het VM2 is een groene opleiding, waarin je in een doorlopende leerroute een MBO-diploma op niveau 2 kunt halen. Bij het behalen van de eindproeve heb je een startkwalificatie. De VM2-leerling kan kiezen uit 4 richtingen: Groenverzorging, Bloemsierkunst, Dierverzorging en Voeding.

Switchen blijft mogelijk Je komt dus altijd in een 'groen' vak terecht. “Ja, daar leiden we voor op. Je loopt daarom ook stage bij een bedrijf uit jouw vakrichting. Als je merkt dat je toch niet in de goede richting zit, zoeken we in overleg naar een mogelijkheid om een deel van je stage bij een ander bedrijf te volgen. Dit zorgt voor een goede voorbereiding op toetreding tot de arbeidsmarkt.

Leerroute zonder VMBO-examen VM2-leerlingen hoeven niet tussentijds een VMBO-examen af te leggen. “Ouders staan daar soms huiverig tegenover,” weet Voortman uit ervaring, “want als je je VM2-studie niet afrondt, heb je dus geen diploma. Als dit voorkomt, kijken we naar de mogelijkheid om met een niveau 1 diploma uit te stromen of zorgen we voor een ‘warme’ overdracht naar een andere opleiding.

Meer focus op het vak Voortman ziet voordelen in het feit dat een VM2-er al eerder op een MBO manier gaat werken. Hij/zij volgt op twee dagen vaklessen met al bekende docenten. De docent werkt met de studenten aan meer zelfstandigheid en eigen verantwoordelijkheid. Naast deze twee dagen met vaklessen gaat een VM2 student ook nog twee dagen op BPV (BPV = stage in het MBO). De vijfde dag van de week is voor de algemene vakken (zoals Nederlands, rekenen, Engels, gymnastiek en burgerschap) Vraag je aan een VM2-leerling waarom zij zo hard werkt,, dan zegt ze: 'Dat doe ik voor mezelf'. Een VM2-er is al met een beroepsgerichte opleiding bezig.”

Doorleren op dezelfde school “Verder zie ik het als een groot nadeel, dat een VMBO-leerling in april examen doet en pas in september aan een beroepsopleiding kan beginnen. Alle kennis zakt weg. Komt ie daarna ook nog op een grote ROC terecht waar alles anders is, dan is het gevaar van vroegtijdige schooluitval levensgroot aanwezig. Wij zijn daarom voorstander van doorlopende leerroutes: doorleren in dezelfde omgeving zonder de ‘knip’ van een tussentijds examen. Direct door naar een startkwalificatie, met de mogelijkheid om eventueel nog door te gaan naar niveau 3 of een andere MBO-opleiding.”

VM2: kleinschalige leeromgeving zonder tussentijds examen

Doorleren op dezelfde school “Wij zijn voorstander van doorlopende leerroutes: doorleren in dezelfde omgeving met hetzelfde team docenten zonder de 'knip' van een tussentijds examen. Direct door naar een startkwalificatie, met de mogelijkheid om eventueel nog door te gaan naar niveau 3 of een andere MBO-opleiding.”

Teamleider Albert Voortman: “Ideaal voor leerlingen die rechtstreeks naar een startkwalificatie willen.”


Margo en Bob:

Ondernemende studenten Een eigen winkel, dat ziet Margo helemaal zitten. Bob heeft al een eigen bedrijf. We maken kennis met twee ondernemende studenten van de opleiding Groene Detailhandel. Aan een mooi wandelpad tussen Enschede en Glanerbrug woont Margo van Dragt (18). In een voormalige boerderij. Opa was veehouder, werd wethouder en het bedrijf werd gestaakt. Maar de relatie met het groene leven is er niet minder om. “Ik wil graag biologische producten verkopen, zoveel mogelijk uit eigen moestuin, en eieren van onze eigen kippen.” Het klinkt romantisch, maar Margo wil er echt werk van maken!

Je kent elkaar Voordat ze hier op school kwam, volgde Margo een opleiding Verpleegkunde. “Dat was geen succes. Ik kreeg de kans om me te oriënteren op een andere studie en zo kwam ik met AOC Oost in contact. Het klikte meteen. Ik heb hier verhelderende gesprekken gehad en werd goed opgevangen. De leraren doen er alles aan om je vragen te beantwoorden. Het is een kleine school, je kent elkaar. Ik vind het hier prettig.”

Bedrijfsplan Margo zit in het 2e jaar en legde in december een Proeve Van Bekwaamheid af op niveau 3. In januari stapte ze over naar niveau 4, want dat heb je wel nodig als je een eigen zaak wilt beginnen. “Ik begin nu al te schrijven aan het bedrijfsplan voor de winkel. Daar neem ik ruim de tijd voor, want dat plan hoeft pas in het 4e jaar klaar te zijn. Maar ik wil er echt aandacht aan besteden en veel onderzoek doen.”

Webshop Bob woont in buurtschap Ypelo bij Enter. Ruimte genoeg bij huis. Bobs vader fokt voor z’n plezier paarden en zelf handelt hij in paardenbenodigd-heden. Eerst alleen hindernismaterialen, maar daar komt steeds meer bij, zoals drink- en voederbakken. “We zijn nu met een webshop bezig. Daar willen we ook afrasteringmaterialen in aanbieden.” Plannen genoeg.

Leerzame stage Hij is blij dat ie op het MBO zit. “Hier word je vrijer gelaten dan op het VMBO. In overleg is veel mogelijk. En ik leer ook veel op mijn stagebedrijf.” Bob loopt stage bij de Welkoop in Rijssen. “Ik doe daar alle voorkomende werkzaamheden: bestellingen opnemen, klanten helpen, bestellingen uitpakken, kassawerk. Een prachtig bedrijf. Daar zou ik later ook wel willen werken als manager... als ik geen eigen bedrijf zou hebben.”

Bob Stokkingreef: “Ik doe alle voorkomende werkzaamheden bij de Welkoop in Rijssen.”

Veel praktijklessen Toen Bob Stokkingreef (16) als basisschoolleerling tijdens een ‘bussendag’ op het AOC in Almelo kwam, viel meteen het kwartje. “Ik wist gelijk: hier moet ik naartoe! Ze lieten de dingen zien die je daar op school kon doen. Veel praktijklessen, dat trok me direct.” Bob koos voor VMBO Plantenteelt op GLniveau. “Daarna kon ik hier in Enschede instromen op niveau 4. Dat wilde ik graag, want ik heb een eigen bedrijf en daar wil ik graag met mijn broer in verder.”

Margo van Dragt: “Ik loop stage in een dierenwinkel. Daar leer ik veel waar ik straks in mijn eigen winkel ook wat aan heb.”


Lian en Carlijn:

Stages in het Dolfinarium en de Apenheul Lian en Carlijn zijn 3e jaars MBO Paraveterinair/ Dierenartsassistent. Lian liep stage in het Dolfinarium, Carlijn in de Apenheul.“Je moet je stage zelf organiseren. Als je op tijd begint, kun je best een leuke plek vinden.”

Lian van Wijngaarden: “Dolfijnen leren op een speelse manier, walrussen reageren alleen op vis.”

Lian van Wijngaarden (18) deed eerst het VMBO aan het Twickel College. “Ik kon daarna wel HAVO doen, maar deze opleiding past beter bij wat ik wil.” Lian wil dierenarts worden en koos de paraveterinaire richting. “Dan ben je bezig met het dier zelf, met de medische kant ervan.” Ze wil daarna naar een HBOopleiding en in twee jaar haar Propedeuse halen, zodat ze naar de universiteit kan.

Kans Ze had al een toezegging op zak voor een kleinere dierentuin, toen er een mail van het Dolfinarium kwam; ook daar kon ze stagelopen. De keuze was gauw gemaakt: “Ik kon terecht bij de walrussen; heel bijzondere dieren. Zo’n kans laat je niet schieten!” Lian ging op kamers in Nunspeet en acht weken lang kwam ze alleen in de weekends thuis. “Dat ging prima; last van heimwee had ik niet. Ik woonde bij een mevrouw in huis die ook voor mij kookte. Lekker luxe, maar als ik straks voor m’n studie op kamers ga, wil ik echt op mezelf zijn.”

Walrussen “Eerst mocht ik alleen voor de hele dag vis klaar zetten, later mocht ik ook voeren. En omdat ik zo gemotiveerd was, mocht ik zelfs ‘onderdelen’ met de walrussen trainen. Zo noemen ze de kunstjes in het Dolfinarium. Dan leer je ook hoe verschillend dieren zijn. Dolfijnen houden van spelen; die kun je op speelse wijze motiveren met ballen en hoepels. Walrussen zijn lomper en reageren veel meer op vis. Een onderdeel niet goed gedaan? Dan ook geen vis.”

Dierenartsassistente Carlijn Kamphuis (21) deed de HAVO aan het Thij College en koos voor de PABO: “Het lesgeven vond ik best leuk, maar dat zag ik mezelf toch niet m’n hele leven doen. Ik heb rond gekeken op andere HBO’s maar op de meeste opleidingen krijg je economie en management. Dat ligt me niet zo; ik wil graag met dieren bezig zijn. Daarom heb ik voor de opleiding dierenartsassistente gekozen.”

Apenhumeur Net zoals Lian begon ook Carlijn op tijd te werken aan een leuke stageplaats en ook zij kon uiteindelijk kiezen uit twee leuke plekken. Het werd de Apenheul in Apeldoorn. Ze moest eerst een dag meelopen. “Ik werd positief beoordeeld en mocht komen!” Carlijn werd bij de dwergapen geplaatst. “Dat is hartstikke leuk! Er waren 15 kapucijnapen, die maken elke morgen een gigantisch kabaal. Al snel kun je aan hun gezichtsuitdrukking zien in welk humeur ze zijn.”

Carlijn Kamphuis: “Ik wil graag dierenartsassistente worden.”

Van groente tot sprinkhanen Haar werk bestaat onder andere uit het lopen van een ‘voerronde’ en daarna het schoonmaken van de hokken. Elke apensoort heeft een ander menu en ’s morgens eten ze weer wat anders dan ’s avonds. Carlijn weet het allemaal nog uit het hoofd, van groente en fruit tot meelwormen en sprinkhanen. “Eén dag heb ik ook meegelopen met de gorilla’s. Weet je dat die 70 kg groenten en fruit per dag eten? Die zijn honderd procent vegetarisch!”

Knuffelen Op het MBO lopen de studenten elk jaar stage en elk jaar wordt er meer van je verwacht: het eerste jaar werk je voornamelijk op een boerderij. In dat jaar volg je ook een voortplantingsstage (van inseminatie tot bevalling). In het tweede t/m het vierde jaar ge je naar een dierenartsenpraktijk. In het derde jaar volg je een langere stage waar je met alle facetten van de praktijk in aanraking komt en in het vierde jaar een stage waar je het visitekaartje van het bedrijf bent: baliewerk, apotheekbeheer, klanten te woord staan, enzovoorts. “Je moet er niet te makkelijk over denken”, waarschuwen Lian en Carlijn. “Knuffelen met dieren is leuk, maar bij een opleiding zoals wij die volgen, komt veel meer kijken.”

Deze opleiding is veel meer dan knuffelen met dieren

MIJNENMEDIA MEDIA GRAFISCHE EN INTERACTIEVE COMMUNICATIE

Realisatie:

Mijnen Media Terborgseweg 32 7064 AE Silvolde Tel. 0315 - 341888 Fax 0315-340012 info@mijnen.nl www.mijnen.nl

Verspreiding: Enschede, Hengelo (OV) en Haaksbergen. Oplage:

ca. 100.000 exemplaren.

Projectleider: Annelies Deurholt Teksten:

Topic Creatieve Communicatie. Johan ten Brinke

Fotografie:

Dewi Wender, Nandy Siemerink


Jessica en Lieke werken aan hun pop up store “Je moet creatief zijn en zelfstandig kunnen werken”, vinden Jessica en Lieke. Ze zitten in het vierde jaar Design&Styling. Eind januari kom je hen tegen in hun pop up store ‘Unico Home & Living’ in de binnenstad van Enschede. Jessica Miedema (19) heeft eerst VMBO gedaan en stroomde door naar Design&Styling. “Ik ging naar dit VMBO, omdat ik iets met dieren wilde doen. Toen ik na het tweede jaar moest kiezen, werd het Bloem. En toen ik het VMBO gedaan had, wist ik dat ik wel iets creatiefs wilde, maar niet iets met bloemen en planten.”

Kleinere school De schoolweg die Lieke van der Zande (21) uit Zutphen heeft afgelegd, was een heel andere. “Ik heb op de Vrije School Jessica Miedema: “Ik wil producten mooi etaleren.” gezeten. Daar had je veel creatieve vakken, dat lag me wel. Ik heb daarna de HAVO geprobeerd, maar dat was geen Brede opleiding succes. Het ROC ook niet. Toen kwam ik Design&Styling is voor Jessica een prima hier terecht. Een kleinere school, veel keuze geweest. “Het is een brede opleiding. beter geordend. Dat bevalt me veel beter.” Je krijgt heel verschillende opdrachten. Daar moet je zelfstandig aan werken. Dat ligt mij Iets betekenen voor anderen wel. Ik weet inmiddels ook dat ik me op HBOLieke denkt erover straks Bestuurskunde niveau verder wil ontplooien. Ik moet nog te gaan doen. Dat is toch heel iets anders? kiezen. Het wordt de Hogeschool voor de “Klopt. Maar toch heb ik veel aan deze Kunsten in Utrecht of de opleiding voor opleiding gehad. Ik heb bijvoorbeeld stage interieurarchitect in Zwolle.” gelopen op een zorgboerderij. Voor de houtwerkplaats heb ik een kruidenrek ontworpen, dat ik vervolgens samen met mensen met een beperking gemaakt heb. Je leert hier anders kijken naar dingen. Ik

hoop dat ik straks bij de overheid kan werken en iets kan betekenen voor andere mensen.”

Eigen bedrijf Ook Jessica weet welke kant ze op wil na de studie: “Ik wil een eigen bedrijf beginnen. Ik zit vol plannen en ben er enthousiast over. Het winkelen zal helemaal anders worden. De verkoper is er straks niet meer. De mensen kopen online. Winkels worden een soort showrooms, waar je producten kunt bekijken, die je dan online bestelt. Die nieuwe winkels wil ik graag inrichten en de producten mooi etaleren.”

Pop up store

Lieke van der Zande: “Je leert hier anders kijken naar dingen.”

De vierdejaars studenten werken dit jaar aan een bijzonder project: een pop up store. Een tijdelijke winkel die ze helemaal zelf moeten opzetten, van ondernemingsplan maken tot winkelruimte zoeken, van een product kiezen tot het inrichten en uitbaten van de winkel.

Claudia en Tom doen Bloem&Design

“Hier kun je je creativiteit in kwijt”

Winkels worden showrooms

“Mijn tante was bloemist. Ik zag hoe ze boeketten maakte en dacht: dat wil ik ook”, vertelt Claudia. Tom kent die fascinatie ook. Hij deed zelfs mee aan de Landelijke Boeketten Wedstrijd. Beiden vertellen over hun opleiding. Claudia Westerhof (17) uit Losser begon op het VMBO in Losser. “Ik heb daar de onderbouw gedaan. Toen bleek dat ik een niveau lager zou moeten, ben ik naar het VMBO van AOC Oost gegaan. Ik wist toch al dat ik iets met bloemen wilde doen.” Claudia zit inmiddels in het 2e jaar en doet niveau 3. De opleiding bevalt haar prima. “Ik wil graag in een bloemenwinkel werken. Een eigen zaak, daar denk ik nog niet aan. Misschien later.”

Decoreren De beide opa’s van Tom ten Thije (18) uit Haaksbergen zaten in het tuinonderhoud. Dat was voor hem reden genoeg om als enige uit zijn klas naar het VMBO in Borculo te gaan. “Ik wist dat ik iets met bloemen en planten wilde doen. Op het VMBO kwam ik in aanraking met bloemsierkunst. Dat paste beter bij mij dan de tuinsector. Hier kan ik m’n creativiteit in kwijt. Ik decoreer ook graag.”

Kwaliteit leveren Tom is net als Claudia 2e jaars niveau 3. “Maar ik ga in Almelo straks niveau 4 doen, want ik wil een eigen bloemenzaak beginnen. Het moet een echte speciaalzaak worden met producten van goede kwaliteit en mooie decoratieproducten. Ik weet ook wel dat het een moeilijke tijd is en dat bloemen een luxe product zijn, maar ik denk dat je met kwaliteit en creativiteit best je winkel draaiende kunt houden.” Claudia: “Laat mij maar mooie boeketten maken en klanten helpen.”

Goede keuze Claudia loopt momenteel stage in een bloemenzaak in Losser. “Ik vind het fijn werk! Dat betekent dat ik een goede keuze heb gemaakt. Laat mij maar mooie boeketten maken en klanten helpen, dan ben ik in m’n element.”

5e plaats gehaald Toms coach tipte hem over een Landelijke Boeketten Wedstrijd. Hij schreef zich in. In Hengelo vond eind 2011 de voorronde plaats waar 84 mensen aan de boeketten wedstrijd deelnamen. Hiervan zouden de eerste 10 door gaan naar de landelijke boeketten wedstrijd. Tom is daar 7e geworden en dus een van de finalisten in de landelijke boekettenwedstrijd die op de Floriade in Venlo plaats vond. Het thema was ‘bessen en vruchten’. Ik heb geprobeerd er een kunstwerk van te maken, zodat je bijna niet meer kon zien dat het een boeket was. Van de circa 100 finalisten is hij daar 5e geworden.

Tom ten Thije behaalde de 5e plaats tijdens de Landelijke Boeketten Wedstrijd in Venlo.

Veel leren De opleiding in Enschede bevalt Claudia en Tom uitstekend. “Je krijgt uitdagende opdrachten en hebt de vrijheid om daar je eigen interpretatie aan te geven. Je leert hier veel; het zijn vooral de kleine dingen, handigheidjes, weetjes, waar je wat aan hebt in de praktijk.”


Albert en de meiden

Albert Nijhof: Zijn droom is paarden tot hoog niveau te brengen

Wat je hier ook leert: zelf dingen regelen.

“Ik zie mezelf later niet achter een bureau zitten,” zegt Albert Nijhof beslist, “maar wel op een zadel.” Logisch als je net 18 bent. Toch zal hij op termijn mede leiding gaan geven aan het bedrijf ‘De Meiden van Haarman’. De meiden, dat zijn z’n zussen en het bedrijf is een manege in Laren (Gld). Elke dag stapt Albert op de fiets naar Lochem, neemt de trein naar Hengelo en pakt vervolgens de bus naar Enschede. Albert liep vast op de HAVO, waarna een praktijkopleiding in het paardenvak voor de hand lag.

Veel praktijk “Wat me nog het meest opvalt, is dat ik hier zonder problemen kan meekomen. Ik weet natuurlijk al veel uit de praktijk. Tot nu toe gaat de studie haast vanzelf. Je zit maar twee dagen per week in de klas, leren doe je in de praktijk. Dat past veel beter bij mij.”

Leerzame stage Albert zit in het eerste leerjaar en loopt twee dagen per week stage bij een sportstal in Daarle. Erg leerzaam. “Het is een stal waar de paarden van andere eigenaren worden verzorgd en gereden. Ik mag soms de paarden losrijden, voordat ze echt getraind worden.”

Handelsgeest Ondanks de recessie gaat het goed met ‘De Meiden van Haarman’. “Mensen komen bij ons voor rijles op een van onze paarden. Het aantal klanten groeit. We hebben ook een fokkerij en een handelsstal. De verkoop van paarden is wat minder, maar die van pony’s gaat gewoon door.” Albert droomt ervan om later zelf gefokte paarden te kunnen trainen tot ze een hoog niveau bereikt hebben. En dan? “Verkopen natuurlijk!” antwoordt hij resoluut.

Jesse steelt de show Muziek schalt uit de luidsprekers, lampen volgen ruiter en paard, publiek kijkt ademloos toe. Een eenheid van mens en dier, zonder hoofdstel of zadel. Op commando van de ruiter stapt, springt, buigt of knielt het paard. Na de show rolt het applaus van de tribunes. Jesse Drent (17) uit Borculo droomt hier niet van: dit is voor hem realiteit! Samen met Eva Roemaat uit Lichtenvoorde vormt hij ‘Nalanta’. Zij treden op in Nederland en Duitsland. “Wij laten zien hoe je paarden kunt leren opdrachten op commando uit te voeren. Ieder paard kan dat leren, want het zijn natuurlijke bewegingen. Alleen moet je elk paard op een andere manier benaderen. Vaak komen mensen na de show bij ons en vragen om workshops of individuele lessen.”

Lange dagen Jesse maakt lange dagen, vaak van 6 uur ‘s morgens tot half 11 ‘s avonds: school, paarden trainen, reizen, shows, workshops. Ooit hoopt hij een eigen stal te hebben. “Dat je de paarden bij huis hebt en dat je die samen met andere mensen verzorgt en traint... dat lijkt me fantastisch. Ik wil wel blijven trainen, want werken met het paard blijft toch het mooiste.”

Eerst HAVO Jesse zat eerst op de HAVO. “Ik moest keihard leren om een kleine voldoende te halen. Ik ging wel over naar HAVO 4, maar zag er tegenop nog een paar jaar zo te moeten doorploeteren. Ik zie niet op tegen een beetje werk, maar doe liever iets waar ik plezier in heb.” Dat plezier vindt hij in de studie Paardenhouderij & Management.

Initiatief nemen

Je zit maar twee dagen per week in de klas

Hij zit inmiddels in het tweede jaar: “Ik vind het hartstikke leuk hier. Ik leer natuurlijk veel over paarden, maar ook over management. Dat is wat moeilijker, maar hoort er wel bij. Ook heb ik veel geleerd van de welzijnsregels voor paarden. En wat je hier ook leert: zelf dingen regelen. Op de HAVO wordt voor je gedacht, maar hier moet je zelf initiatief nemen. Dat is goed hoor, maar het was wel even wennen.”

Jesse Drent: “Ik leer hier veel over paarden en over management.”


Open dagen MBO Open dagen MBO

Enschede

Almelo

• Vrijdag 25 januari van 16:00 tot 20:30 uur en zaterdag 26 januari 2013 van 10:00 tot 13:00 uur. Hengelosestraat 481 7521 AG Enschede Tel. 053 480 46 00

• Vrijdag 25 januari van 16:00 tot 21:00 uur en zaterdag 26 januari 2013 van 10:00 tot 13:00 uur. Bornerbroeksestraat 348 7609 PH Almelo Tel. 0546 834 210

• Vrijdag 1 februari van 16:00 tot 21:00 uur en zaterdag 2 februari 2013 van 10:00 tot 12:00 uur. • informatie avond dinsdag 26 maart 2013 van 19:00 tot 21:00 uur. • Meeloopdagen voor VMBO-leerlingen woensdag 16 januari en woensdag 13 maart 2013. Gezellenlaan 16 7005 AZ Doetinchem Tel. 0314 375 990

• Vrijdag 1 februari 2013 van 15:30 tot 20:30 uur en zaterdag 2 februari 2013 van 10:00 tot 13:00 uur. Mr. Zwiersweg 6 7391 HD Twello Tel. 0571 271 670!

Doetinchem

Kies MBO groen! Kies jij dit of komend jaar voor een MBO-opleiding? Verstandig dat jij je verdiept in het MBO groen, want door de groeiende werkgelegenheid en de wereldwijde aandacht voor (duurzaam) groen, weet je zeker dat jouw morgen groen is! Bij AOC Oost kun je terecht in diverse werkvelden waarmee je in heel wat verschillende beroepen aan de slag kunt gaan. Wedden dat er een wereld voor je opengaat? BOL of BBL: beroepsopleidende leerweg of beroepsbegeleidende leerweg De meeste opleidingen van AOC Oost kun je via BOL of BBL volgen. BOL staat voor beroepsopleidende leerweg. Dan ga je gemiddeld de helft van de tijd naar school en de helft van de tijd heb je beroepspraktijkvorming (BPV) op een bedrijf. BBL staat voor beroepsbegeleidende leerweg. Hierbij ben je maar een of twee dagen per week op school. Daarnaast heb je minimaal 960 uur per jaar een baan in de betreffende sector bij een erkend BPV-bedrijf. Zo’n bedrijf zoek je zelf uit en je sluit met het bedrijf een arbeidscontract af.

Werkveld Plant & dier: productie en keten In dit werkveld draait het om de agrarische productiebedrijven en de handel in en het transport van de producten. Lange velden aardappels wachten bijvoorbeeld erop gerooid te worden, aardappelen die veranderen in bolognesechips of kreukelfriet. Nog een voorbeeld: je werkt op een geitenmelkerij en de geitenmelk wordt naar de fabriek gebracht om er heerlijke geitenkaas van te maken. Binnen Plant & dier: productie en keten leer je, aankelijk van de richting die je kiest, ook alles over vershandel, logistiek en transport. Zoals gezegd, de agrarische producten moeten vervoerd worden van de leverancier naar de keukens van huizen en restaurants. Dat gebeurt via een veiling, een slachterij of via een handelsbedrijf.

Werkveld Dier: recreatie & gezelschap Dit werkveld draait helemaal om dieren. Wil je dierverzorger worden in een dierentuin, dierenartsassistent of paardrijlessen gaan geven? Deze en nog veel meer beroepen zijn mogelijk als je voor dit werkveld kiest. Daarin zitten drie opleidingen: dier, paard en gespecialiseerde dierverzorging. Wat past bij jou?

Dier Dieren vind je geweldig. Of het nu puppies of jonge alligators zijn, stoere werkpaarden of jonge dolfijnen. Je bent niet bang om vies te worden en als je beslissingen neemt, staat het belang van de dieren voorop. Hebben ze iets onder de leden, dan zie je dat meteen. Hygiëne is belangrijk om ziektes te voorkomen.

Paard Een toppaard wordt bij jou gestald. Samen met je collega zorg je ervoor dat het een topper blijft! En dat kan betekenen dat je hem ook berijdt! Wat een droom! Maar het is even leuk om in een manege te werken en daar de paarden te verzorgen. En wat dacht je van lesgeven? Of bedrijfsleider worden bij een stoeterij, een hengstenfokkerij, een manege of bij een handelsbedrijf?

Gespecialiseerde dierverzorging Wil je geen algemene dierverzorging doen of na de opleiding tot bijvoorbeeld medewerker dierverzorging verder leren? Dan kun je ook kiezen voor een specialisatie. Als hondentrimmer kun je zowel in loondienst werken als je eigen bedrije beginnen. Of zie jij jezelf al met een bekapkar veehouderijbedrijven bezoeken om de nagels van koeien te ‘knippen’? En hoefsmid zijn heeft toch ook wel wat speciaals!

Werkveld Natuur & groene ruimte Om wat voor groene ruimte het ook gaat, in dit werkveld komen de doeners helemaal tot hun recht. Oók als je van techniek houdt, want de machines moeten natuurlijk onderhouden worden om ze goed te kunnen gebruiken. Of dat nu is om maïs te oogsten, gras in een recreatiepark te maaien of een golaan aan te leggen. Het mooie van de groene ruimte is, dat er altijd werk wacht. Groen groeit altijd door, dus zorg je met je collega’s er ook voor dat de rozen op tijd worden gesnoeid, dat het gras wordt gemaaid en de bollen gepoot! En het plan maken voor een prachtige groene ruimte? Dat hoort ook in dit werkveld, dus hoveniers in spe… Kom maar op!

Werkveld Bloem, groene detailhandel & styling Kijk je ook altijd vol bewondering naar die prachtige boeketten bloemen en bloemstukken? Of jeuken je handen als je een etalage ziet, om die nog mooier te maken? In de opleiding Bloem, groene detailhandel & design kun je alle kanten op. Maar voor welke kant je ook kiest, het gaat om bloemen en planten en wat je daar allemaal mee kunt. Je kunt in deze opleiding jouw creativiteit kwijt en haar verder ontwikkelen! Buitenlandstages zijn mogelijk, als je dat graag zou willen.

Werkveld Voeding Als voedingsmiddelentechnoloog zorg je ervoor dat voedsel goed, lekker en veilig wordt verwerkt of van de band rolt. Zit er een kink in de kabel, dan weet jij waarom. Kan er iets verbeterd worden, dan weet jij hoe. Je plant de productie en zorgt dat die planning wordt gehaald. Je rapporteert naar je baas en geeft zelf leiding als dat nodig is. Of je ontwikkelt verschillende producten en bewaakt de kwaliteit ervan. De mogelijkheden in de voedingstechnologie zijn groot!

Twello

Meemaakkrant AOC Oost Enschede 2013  

Informatie over alle groene opleidingen in vmbo en mbo bij AOC Oost Enschede

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you