Page 1

MUZIEKMAGAZINE /JAARGANG 1 / 2012

zebra ISBELLS RENEE BRNS V.O.


CECI CECI N’EST N’EST PAS PAS UNE PUB PUB UNE


ED ITO

R I AA L Mensen vergeten dat België uit twee landsdelen bestaat. Geen enkele Vlaming gaat uit zichzelf op zoek naar Waals talent en omgekeerd. We zijn gewoontebeestjes die wachten tot iemand ons een portie Absynthe Minded of Selah Sue met de pollepel meegeeft. België bulkt nochtans van het muzikaal talent, alleen moeten de ruwe diamanten sneller worden blootgelegd. Zebra is het schakelstuk tussen het internet en de radiozenders. Voor bands furore maken op de ether, brengen ze hun verhaal in dit magazine. Zebra wil geen doorsnee muziekmagazine zijn, maar een pocketgids waarin zowel Nederlandstalig als Franstalig talent hand in hand gaan. Zebra negeert de taalgrens en schuimt het Belgische muzieklandschap af, op zoek naar artiesten die de toekomst zullen kleuren. Ook ligt de nadruk op talentvolle kunstenaars die het magazine sieren in de vorm van een galerij. Vlaming of Waal, soms mogen we chauvinistisch zijn. Elmo Lê van

Z 3


C O N T E N T leS inconnus

at home

Vier ruwe parels belicht.

Waar woont een Belgische

Twee Vlaamse en twee

muzikant en waar hecht hij

Waalse artiesten die de

belang aan? Verkiest hij

toekomst zullen kleuren.

drukte of rust?

plankenkoorts De angst om op de planken te staan en hoe artiesten zich gedragen vooraleer ze op het podium stappen.

de titanen

het kot

De artiesten die binnen

In welke omstandigheden

enkele jaren het groot

repeteren bands? De ĂŠĂŠn

geschut bovenhalen. De

doet het in een kelder, de

muzikale toppers.

andere naast de hoeren.

kritiek Inzoomen op de albums die uitblinken in hun genre. Van folk naar rock, over indie en experimenteel.


10. 14. 20. 22. 24. 26. 30. 40. 48. 58. 66. 70.

SUPERLIJM V.O. LOVE LIKE BIRDS BRNS BED RUGS CLARE LOUISE SCHOOL IS COOL ISBELLS & RENEE DAN SAN GREAT MOUNTAIN FIRE LITTLE TROUBLE KIDS TEME TAN


ENO SWINNEN Lofzang:

Snedige illustraties

Leeftijd:

21

Locatie:

Gent

Link:

mynameiseno.tumblr.com


De nationale selectie ELf niet te Missen Belgische tracks

1.

Oscar & The Wolf Orange Sky

Een jaar geleden werd Oscar & The Wolf, het geesteskind van Max Colombie, nog op één lijn geplaatst met Bon Iver. Vergeet dat, en laat je wegleiden door een nasaal stemgeluid dat zich vastklampt in ijle melodieën. Oscar & The Wolf is even dromerig als een polaroid, maar vooral een prachtig staaltje melancholie. // soundcloud.com/piasbelgium

3.

2.

BRNS Deathbed

Meer dan subtiele percussie, rauwe zang en een vleugje mathrock zit er niet verscholen in het geluid van BRNS. Deathbed is een ruige popsong die op geen enkel gebied moet onderdoen voor de brutale uitspattingen van Wu Lyf. Speels, dansbaar, donker: BRNS is de toekomst van de Bel-gische popmuziek. // brns.bandcamp.com

Imaginary Family The Bird Watcher

Imaginary Family toont op alle gebieden raakvlakken met Love Like Birds. Akoestisch gitaarspel, een fragiele zang en diepe backing vocals. Joanna Isselé houdt het eenvoudig, maar blinkt uit in simpliciteit. Imaginary Family mag zich netjes in de rij plaatsen naast de grotere folkzangeressen. // imaginaryfamily.com

4.

Leaf House Hey Ya

Je kan nergens uit afleiden dat Leaf House in een achterbuurt van Luik uit de grond werd gestampt. Met sprankelende riffs en een verslavende drumcomputer, probeert de band zich in het spoor van The xx te nestelen. Voor de fans van minimalisme en aanstekelijke droompop.

5.

// leaf-house.bandcamp.com

Wallace Vanborn Cougars

Twee jaar na de kennismaking met de dansbare stonerrock van Wallace Vanborn, keren de Gentenaren terug met een verse lading gitaargeweld. Cougars is de vuilste, maar meest sexy rocksong die dit jaar de revue is gepasseerd. Bovendien is Wallace Vanborn het geschikte middel tegen katers. // wallacevanborn.be

Z 8


6.

V.O. When You See Red

V.O. werkte voor zijn laatste langspeler samen met John McEntire van de legendarische band Tortoise. Het Brusselse collectief geeft jazzmuziek een poppy draai. Een klarinet, trompet, gitaar en enkele elektronische sounds worden in een mixer gepropt, die het geheel verfijnt tot opwekkende orkestrale popdeuntjes. // wearevo.com

8.

7.

Walk The Talk

Het was zeven jaar stil rond Fence. Zeven jaar lieten de Limburgers de liefhebbers van de betere popmuziek verweesd achter. De band zet echter alle meubels recht met een gelijknamig album. De samenzang leenden ze van The Beatles, terwijl de poppy melodieën zich binnen enkele minuten in de luisteraar wurmen. // fence.be

Montevideo Horses

Montevideo heeft een duidelijk doel voor ogen: een wereldband worden. Ze trokken naar New York en Parijs voor de opnames van nieuw werk en keerden terug met Horses onder de arm. Montevideo brengt dansbare discopop naar België. Benieuwd of de succesformule ook hier aanslaat. // soundcloud.com/

9.

montevideo

10.

Fence

Flying Horseman t.m.l.

Flying Horseman is tegelijk bezwerend en rustgevend. Bert Dockx' diepe zang zorgt voor verademing, daar waar subtiel gitaarspel zich op sluwe wijze in de luisteraar vastklampt. Neem daar nog een spokerige achtergrondzang en geraffineerde percussie bij en je krijgt Twist, de nieuwste langspeler van de band.

Soldout

// vi.be/flyinghorseman

Wazabi

Na de release van Cuts in 2008 was het vier jaar wachten op nieuw werk van Soldout. De Brusselaars zijn opgestaan met Wazabi, een grensverleggende dancefloor filler die momenteel de blogosfeer inpalmt. Soldout ondergaat een poging om met zijn electropop de grenzen te overschrijden.

11.

// soldout.be

Gottland Walpergus

Gottland tekent minimalistische landschappen uit die worden overklast door een walm van zweverige elektronica. Koen Vermeulen ontpopt zich tot een huiskamermuzikant die melodieën tot op het bot uitspit en slome, maar meeslepende beats uit zijn sampler tovert. Het antwoord op Mount Kimbie. // soundcloud.com/gottland

Z 9


de RUBRIEK

REPETEREN NAAST DE HOEREN “IK GAF ONZE BUREN EEN CD EN EEN T-SHIRT OMDAT WE TE VEEL LAWAAI MAAKTEN”

Z 10


het KOT /

SUPER LIJM Superlijm surft op een golf van fuzzy gitaren en brouwt melodische indie in de lijn van Granddady en Pavement. Pieter-Jan Delesie en zijn vierkoppige band verafschuwen perfectie in hun songs met een stormloop aan overstuurde

klanken

synthwalmen.

Ze

en

opzwepende

verhuisden

van

het een repetitielokaal naar het ander, tot ze in Sint-Denijs-Westrem terechtkwamen, in een huis naast de meisjes van plezier.

Z 11


het KOT /

Volgens Wikipedia wonen er in SintDenijs-Westrem veel 65-plussers en is er weinig kansarmoede. Pieter-Jan Delesie (gitaar, zang): “Is dat zo? Iedereen die hier woont, is op pensioen, peins ik. Eigenlijk kom ik nooit buiten dit huis. Ik rijd van Gent naar Sint-Denijs-Westrem, en terug. Ik vrees dat ik nog nooit in het dorp ben geweest.” Christophe Adriaensens (keyboards): "Af en toe fiets ik naar hier, old school. En we zitten nabij de Quick, de Brico en de Aldi, wat regelmatig handig is.” Hoe komen jullie in dit dorp terecht? Delesie: “De eigenaars van de winkel hiernaast zijn vrienden en maken muziek onder de naam Hermanos Inglesos. Toen ze dit huis kochten, stelden ze voor om samen een studio te bouwen. Ik zit hier nu dagelijks, dit is mijn job. Ik heb geen leven. (lacht) Wat moet ik anders aanvangen, ik ga niet werken hoor.” Zochten jullie lang naar een geschikt repetitielokaal? Delesie: “We hebben zowat overal gerepeteerd, onder andere in een verlaten winkel. Hiervoor zaten we in KnokkeHeist, in een repetitielokaal van de stad waar alle lokale bands spelen. Dat was een vree zalig kot dat volstond met duizenden versterkers van Marshall.

Tijdens drie maanden reisden we wekelijks naar Knokke-Heist om te repeteren. Toen we in Sint-DenijsWestrem zijn toegekomen, begonnen we meteen met de opnames van onze debuutplaat Unalaska, Alaska.” Hebben jullie er ooit aan gedacht om in Knokke-Heist te blijven? Delesie: “Ik wilde het album daar zelfs maken. Het nadeel was de afstand, we moesten altijd pendelen met de trein. Christophe vond dat niet zo leuk. Het is ook niet praktisch aangezien we met vier in Gent wonen. Nu moet er slechts één bandlid een verre verplaatsing maken. Eigenlijk zijn wij super milieubewust.” Waar is het album tot stand gekomen? Delesie: “Voor een groot deel in Knokke-Heist. Unalaska, Alaska is dus een West-Vlaams album, een Heistsche ploat. Daar hebben we de nummers afgewerkt en vervolgens is de plaat gegroeid. Maar in deze studio hebben we alle songs opgenomen en focusten we voornamelijk op de details. Vorige keer schreven we in dit huis een surfnummer, ter gelegenheid van Record Store Day. In één dag. Bam!” Adriaensens: “We hebben hier bepaalde delen in de gang opgenomen. De bovenverdieping gebruiken we alleen

Z 12

Van links naar rechts: Pieter-Jan Delesie en Christophe Adriaensens.


het KOT /

voor fotoshoots, we hebben namelijk cool behangpapier.” Heeft deze ruimte iets magisch voor jullie? Delesie: “Voor mij blijft alles hetzelfde, waar ik ook zit. Toch vind ik het hier aangenaam. Het is geen topstudio, maar we zijn slim genoeg om alles goed te laten klinken. Er zijn momenten dat ik deze ruimte beu ben gezien. Dan keer ik terug naar huis om achter mijn computer te zitten.” Er werken meisjes van plezier in het huis hiernaast. Ooit klachten gehad? Delesie: “Eén keer belden ze aan omdat de politie dacht dat het geluid van hen kwam. Maar verder is het hier goed geïsoleerd, we mogen zoveel lawaai maken als we willen. Na tien uur ’s avonds moeten we het wel beperken.” Adriaensens: “Toen we eens terugkwamen van een optreden probeerden

de hoeren deals te regelen voor honderd euro.” Delesie: “Ik heb ze ooit een cd en een T-shirt gegeven voor al dat lawaai. Maar de vrouw in kwestie begreep het niet aangezien ze Franstalig was.” Hoe belangrijk is een repetitiekot voor Superlijm? Adriaensens: “We noemen dit ons huis, zo voelt het aan.” Delesie: “Dat kot hier ís Superlijm.” Adriaensens: “Het ademt Superlijm: gezelligheid en vriendschap.” Delesie: “En soms overheerst de eenzaamheid.” Aan welke instrumenten hechten jullie veel belang? Adriaensens: “Pieter-Jan aan zijn gitaar.” Delesie: “Ik heb een goedkope gitaar omgebouwd tot een supergoed instrument. We hebben gaten opgevuld, er hout ingestoken, enzovoort. Ik heb die

Z 13

gitaar voor €200 aangekocht, terwijl de waarde nu zo'n €1000 is. Verkopen? Nooit, dat is de gitaar voor de rest van mijn leven.” Adriaensens: “Dat maakt deel uit van het do it yourself-karakter van Superlijm.” Delesie: “Ik vind dat we als groep alles voor eigen rekening moeten nemen. Twee bandleden maakten het artwork van de plaat, ik heb het album gemixt en Christophe speelde gewoon keyboard.” (hilariteit) Pieter-Jan, hoe groot is het gemis naar Oostende, je thuisstad? Delesie: “Enorm groot. Ik mis de zee en de zeelucht. Het stinkt hier naar mijn mening. Vandaag ga ik naar Oostende en slaap ik op de zeedijk. Maar Gent is echt de ideale plaats voor jonge muzikanten. Als we nu in Oostende zouden wonen, hadden we dit allemaal nooit meegemaakt.” // superlijm.be


de RUBRIEK

DE BRUSSELSE IJSKELDERS “ONS REPETITIEKOT IS ZO DONKER DAT ELK MOMENT VAN DE DAG NACHT LIJKT”

Z 14


het KOT //

V.O. V.O. In de categorie orkestrale pop steekt V.O. met kop en schouders boven de concurrentie uit. Het voelt haast magisch wanneer uitgekiende gitaarmelodieÍn, verfijnd klarinetspel en een zweverige trompet voor een enorme extase zorgen. V.O. zoekt wekelijks toevlucht in Les Glacières van SintGillis, gewezen ijskelders. Zebra ging naar de plek die het einde van de wereld zou kunnen zijn.

Z 15


het KOT //

De voormalige ijskelders van SintGillis zijn omgetoverd tot repetitiekoten. Wanneer hebben jullie deze plek ontdekt? Boris Gronemberger (zang, gitaar): “In 1999 leerde ik dit lokaal kennen via bevriende muzikanten. In datzelfde jaar zijn we met al onze instrumenten naar hier verhuisd. Er is een strak uurrooster nodig aangezien we met een achttal bands in één lokaal repeteren. Zo kunnen alle muzikanten evenveel tijd doorbrengen in de kelder. Deze ruimte delen met anderen heeft één voordeel: we betalen weinig huur, omdat alle bands de kosten delen." Het is een ruim lokaal. Dit lijkt de ideale plek voor een repetitiekot. Gronemberger: “Het is vooral praktisch omdat niemand ons ooit lastigvalt. Klachten krijgen we ook niet en doordat we geen buren hebben, kunnen we evengoed ’s nachts repeteren. Ook de akoestiek is naar behoren. Het enige

minpunt is de vochtigheid. Dat zorgt soms voor lastige situaties.” Zijn jullie nachtmensen? Gronemberger: “Er was een periode dat we tot diep in de nacht in deze kelder vertoefden. Tegenwoordig zijn onze levens iets drukker dan destijds, dus repeteren we gewoon overdag.” Aurélie Muller (klarinet): “Deze ruimte is zo donker dat het altijd nacht lijkt. Kijk, we drinken al bier en het is drie uur in de namiddag.” Cédric Castus (gitaar): “Voor ons is er geen verschil tussen zomer en winter. Ons repetitiekot zal steeds vochtig en duister blijven. Maar dat is positief, zo zijn we zelden afgeleid. Ideaal om te musiceren.” Ludovic Bouteligier (trompet, keys): “Bovendien kan niemand ons hier bereiken. Er is telefoon- noch internetverbinding. Dat zorgt voor volledige afzondering, waardoor we ons beter kunnen concentreren.”

Helpt het isolement om nummers te schrijven? Gronemberger: “Het tweede album is in deze ijskelder tot stand gekomen. Gedurende drie weken heb ik mij opgesloten in deze kleine wereld, hier kan ik mij perfect concentreren. Het is vergelijkbaar met een cocon. Wanneer het buiten stormt, merken wij daar niets van. Vergis je echter niet, we zitten diep onder de grond, maar deze ruimte is goed gesitueerd. We kunnen altijd naar de bewoonde wereld om iets te gaan eten of drinken. Voor hetzelfde geld repeteerden we in een industriepark.” Er zijn ook opbergruimtes voor de instrumenten. Wat laten jullie hier achter? Muller: “De kleine, meest waardevolle instrumenten nemen we mee naar huis. De rest blijft hier, waaronder een drumstel en enkele versterkers.” Gronemberger: “Omwille van de

Van links naar rechts: Ludovic Bouteligier, Boris Gronemberger, Frédéric Renaux, Cédric Castus en Aurélie Muller.

Z 16


het KOT //

vochtigheid, verkeert ons materiaal in slechte conditie. Er zijn al enkele versterkers die het hebben begeven. Daarnaast zijn we in dertien jaar tijd één keer bestolen, maar verder is het hier best veilig. De drummer van een andere band lijkt mij paranoïde. Hij gebruikt zelfs stevige kettingen om zijn drumstel te beveiligen.” Frédéric Renaux (bas): “We vergaten ooit eens een bas in te laden. Er was echter iemand zo vriendelijk om een briefje achter te laten met zijn gegevens. Hij heeft ons toen het instrument zonder problemen teruggegeven. Zo zie je maar hoe aardig de mensen hier zijn.”

zondag tot en met dinsdag. Drie dagen in de week oefenden we de songs voor de liveshows. Het verschilt overigens van project tot project. Soms sluiten we ons dagelijks op.” Wat betekenen repetities voor V.O.? Gronemberger: “De songs staan op papier dus willen we ze zo goed mogelijk op de planken brengen. In tien dagen tijd hebben we dit album leren spelen voor de liveshows. En elke keer voelen we dat het beter gaat. Nu zijn we op het punt gekomen dat we tijdens repetities hier en daar experimenteren met bestaande songs.”

Er repeteren hier overigens heel wat metalbands. Die storen jullie niet? Gronemberger: “Het overkomt ons zelden dat we de groep hiernaast horen spelen, al bij al valt het mee. Vroeger repeteerden we ergens waar het onmogelijk was om de herrie van de buren te negeren. Het leek alsof we in dezelfde ruimte stonden, onze zachte muziek ging helemaal verloren.”

Verkies jij optreden boven de studio? Gronemberger: “Dat kan ik moeilijk zeggen, want het verschilt steeds. Het experimenteren en de zoektocht naar nummers vind ik aangenaam. Het is zelfs bijna een luxe om in de studio te zitten, want er komt nauwelijks stress bij kijken. Live hebben we één kans om een nummer te spelen, dus moet het van de eerste keer goed zijn. Maar op de planken is er de interactie met het publiek, wat het interessant maakt.”

Komen jullie hier regelmatig? Gronemberger: “Tijdens het schrijven van nieuwe nummers komen we vaak samen, maar er zijn periodes dat we zelden repeteren. Met On Rapids, ons derde studioalbum, zaten we hier elke

Waar dromen jullie nog van? Gronemberger: “Een plek op de affiche van Pukkelpop zou mooi zijn." Renaux: “Of Glastonbury?" (lacht) // wearevo.com

Z 17


ATHOS BUREZ Lofzang:

Fantasierijke fotografie

Leeftijd:

24

Locatie:

Antwerpen

Link:

athosburez.com


LOVE LOVE LIKE LIKE BIRDS BIRDS “ IK KAN GEEN VROLIJKE NUMMERS SCHRIJVEN ”


les INCONNUS /

Love Like Birds – nom de plume van Elke De Mey – vindt moeiteloos haar weg naar uw hart. Zeemzoete fluisterpop die kippenvel geeft, een stem die meteen naar ons nekvel grijpt. Soms even betoverend als Cat Power, dan weer zo eerlijk en breekbaar als Laura Marling. “Wanneer ik niets te vertellen heb, schrijf ik geen nummers.”

Wanneer heb je beslist om muziek als uitlaatklep te gebruiken? Elke De Mey: “Toen ik negentien was, schreef ik Manic, mijn eerste nummer. In vijf jaar tijd heb ik tien nummers gemaakt. Dat is niet veel, maar ik schrijf enkel wanneer ik het zelf aanvoel. In het begin speelde ik voornamelijk covers, tot ik de nood voelde om zelf eens iets te maken. Ik leg mezelf geen doel op, ik wil mij niet forceren om een song in elkaar te knutselen. Wanneer ik niets te vertellen heb, schrijf ik niet.” De meeste songs zijn fragiel. Maakt dat jou onzeker op de planken? De Mey: “Ik twijfel, maar dat komt vooral door mijn gitaarspel. Ik ben geen goede gitariste, zo kan ik maar tien akkoorden spelen. En wanneer het publiek mij aanstaart, voel ik mij nog onzekerder. Waarom doe ik dit dan? De mensen blijven mij vragen om op te treden. Tot nu toe nodigen zalen mij altijd zelf uit voor een concert. Als niemand mij nog wil horen, kruip ik wel terug in mijn kamer. Dat kan ook leuk zijn.” Teksten zijn enorm belangrijk. Primeert het woordspel op de muziek? De Mey: “Ik probeer een mooie, persoonlijke tekst op muziek te zetten. Maar ik vind het vooral belangrijk dat ik mij kan inleven in mijn teksten. Vroeger probeerde ik verhaaltjes te

vertellen, maar daar voelde ik mij nooit goed bij. Die nummers speel ik niet meer. Soms romantiseer of verzin ik dingen, maar er zit altijd een kern van waarheid in verwerkt. Ik heb eerlijkheid nodig in mijn woordspel.”

aanleren. Ik weet gewoonweg niet hoe ik de vrolijke momenten in mijn leven moet aankaarten. Maar vergis je niet: ik ben écht gelukkig hoor. Momenteel heb ik zelfs geen inspiratie omdat ik mij zo gelukkig voel.”

Hoe zwaar is het om persoonlijke verhalen voor een publiek te brengen? De Mey: “Ontzettend moeilijk, omdat ik nooit weet wat de mensen van mij denken. Zeker wanneer ik in België optreed. Iedereen staart mij serieus aan, met een pokerface als het ware. Sinds kort zing ik met mijn ogen dicht, uit vrees dat het publiek zich tijdens een optreden verveelt. Ik moet mij in het verhaal kunnen zetten, de woorden moéten geloofwaardig overkomen. Op het einde van een song kijk ik naar het publiek in de hoop dat de mensen applaudisseren.”

Is eenzaamheid een belangrijke eigenschap in je muziek? De Mey: “Ik keek er tot enkele maanden geleden tegenop om alleen te spelen. Nu is dat minder doordat ik live met twee muzikanten optreed, maar ik denk wel dat eenzaamheid vaak terugkomt. Wanneer ik alleen op de planken sta, moet ik achteraf in m’n eentje op een concert terugkijken. Meestal trek ik mij na een show op aan de positieve feedback van vrienden, maar als ik geen commentaar krijg, stel ik mezelf constant vragen. Dat zijn de momenten waarop ik door een dal kan gaan.”

De meeste van je teksten zijn donker. Zijn die uit het leven gegrepen? De Mey: “Ik kan geen vrolijke nummers schrijven. Wanneer ik naar een film of een choquerende reclame kijk, begin ik snel te wenen. Dus ja, ik ben een gevoelig persoon. Een deel van mijn persoonlijkheid komt in mijn muziek terug. Zelfs al zit er een positieve noot in een tekst, mijn songs zullen altijd donker klinken door de keuze van mijn akkoorden. Misschien moet ik in de toekomst andere – vrolijke – akkoorden

Je bent dus constant op zoek naar de bevestiging van anderen? De Mey: “Eigenlijk wel. Mijn optredens zijn heel persoonlijk omdat ik over mijn eigen leven zing. Soms denk ik dat ik tijd opeis van het publiek, zij maken speciaal tijd vrij om naar mijn concert te komen. Ik ben bang dat de mensen de show niet leuk vinden, dat ik een deel van hun dag heb verpest. Toch heb ik na een goed optreden het gevoel dat ik aan iets heb bijgedragen.”

Z 21

// vi.be/lovelikebirds


BRNS BRNS “ W E SLEPEN DE LUISTERAAR MEE IN ONS UNIVERSUM ”


les INCONNUS //

Ergens tussen experimentele pop en mathrock in, dobbert BRNS (spreekt uit: Brains), een Waalse band die met zijn eerste nummer Mexico furore maakt in de blogwereld. Een van de meest beklijvende en aanstekelijke Belgische popnummers ooit, én - dankzij zijn geschreeuw en tribale percussie - enorm dansbaar.

Hoe hebben jullie elkaar gevonden? Tim Philippe (zang, drums): “Twee jaar geleden zat ik samen met Antoine in de kelder van mijn ouders. We speelden oorsponkelijk allebei in andere bands, maar toen we het daar stilaan gezien hadden, stonden we er beiden alleen voor. Zodra we elkaar vonden, ging de bal snel aan het rollen. We testten nieuwe dingen uit, en alle ideeën die in ons opkwamen, hebben we meteen ingespeeld.” Was het snel duidelijk welke weg jullie wilden uitgaan? Antoine Meersseman (bas): “We wisten - en weten het overigens nog steeds niet - welk genre onze voorkeur geniet. Als we een nummer schrijven, denken we niet na over welke elementen we wel of niet kunnen gebruiken. We spelen op intuïtie. Meestal begint een van ons twee te spelen, en vullen we elkaar aan. Het schrijfproces verloopt heel natuurlijk en we staan voor alles open. Net daarom is het moeilijk om BRNS in een hokje te stoppen.” Wanneer hadden jullie een eerste song volledig afgewerkt? Philippe: “Vrij snel. Eerst namen we verschillende ideeën op, maar na een tijdje hebben we besloten om ons op één nummer te storten.” Meersseman: “Ik herinner mij dat we het eerste deel van Mexico in een

maand hebben geschreven. Na drie maanden in onze kelder was die song tot in de puntjes uitgewerkt. Er was echter één probleem: live werd het te zwaar om alles met z’n tweeën te brengen. We hadden hulp nodig.” Hoe moeilijk was het om andere muzikanten te vinden? Philippe: “Oorspronkelijk wilden we enkel met vrienden werken, maar dat bleek een onmogelijke opdracht. De een werd dokter, de andere wilde iets anders proberen. Het was moeilijk om mensen te vinden die volledig achter ons concept stonden. We hebben de ambitie niet om groot te worden, we willen constant nummers creëren.” Meersseman: “Daar komt nog bij dat we van nergens kwamen, dus we waren wel verplicht om in onze vriendenkring te zoeken. Er waren vaak muzikanten die wilden meespelen, maar ze waren niet geïnteresseerd in onze muziekstijl. Het was best frustrerend om een geschikte band te vormen.” Jullie gebruiken veel Afrikaanse invloeden zoals tribale percussie. Waar komt die voorliefde vandaan? Meersseman: “In het begin wilden we met twee drummers spelen. We hadden het idee om de luisteraar op ritmisch vlak omver te blazen. Maar door de vele veranderingen binnen de groep, spelen we slechts met één drummer.

Z 23

De tribale percussie vloeit wel voort uit ons oorspronkelijk plan. Ons doel is overigens nog steeds hetzelfde: we proberen de mensen te overdonderen met onze percussie en samenzang. De luisteraar moet in ons universum meegesleept worden.” Wanneer zijn jullie voldaan? Meersseman: “Nooit, we moeten en zullen altijd harder blijven werken.” Philippe: “We gaan nog progressie boeken, maar we zijn wel tevreden waar we nu staan. Wanneer we optreden, stellen we ons op in een halve cirkel naar het publiek toe. Zo is er een bepaalde connectie tussen het publiek en ons, maar ook alle bandleden hebben oogcontact met elkaar. Er is een soort spanning op het podium en in onze muziek. Dat gevoel willen we naar het publiek overbrengen. Wanneer we in die opzet slagen, geeft ons dat veel voldoening.” Voelen jullie druk van buitenuit? Meersseman: “Niet echt, we bestaan nog maar pas en doen ons eigen ding. In het begin stonden we er niet bij stil of het publiek geïnteresseerd zou kunnen zijn in onze sound. Nu we bekender zijn, houden we daar nog steeds geen rekening mee. We gebruiken onze vrijheid om verschillende dingen uit te testen. We zien wel wat de toekomst brengt.” // brns.bandcamp.com


“ SHIT, WE HEBBEN EEN GOEDE PLAAT GEMAAKT ”

Z 24

© CHARLIE DE KEERSMAECKER

BED RUGS


les INCONNUS ///

Broken Glass Heroes is nauwelijks gestopt of er staat al een opvolger te trippelen. De psychedelische sixtiespop van Bed Rugs is nóg aanstekelijker. Onder andere The Beatles, Grandaddy en Tame Impala weerklinken op hun eerste langspeler 8th Cloud. Een van de betere Belgische debuten.

Vroeger speelden jullie onder de naam The Porn Bloopers. Was de omschakeling naar iets nieuws moeilijk? Noah Melis (drums): “Het ging allemaal vrij organisch. We hebben altijd graag naar popmuziek geluisterd, enkel Arne, onze bassist, houdt van harde muziek. Toen hij voor drie maanden in het buitenland zat, zijn wij snel popsongs beginnen schrijven. Bij zijn terugkomst had hij geen andere keuze meer. We wilden veel meer doen dan enkel riffen. Bovendien versleet ik vroeger drie paar drumstokken per optreden, nu is dat véél minder.” Stijn Boels (zang, gitaar): “We zijn dus uit besparingsoverwegingen popmuziek beginnen maken.” Wanneer kozen jullie voor psychedelische pop? Boels: “Bij mijn geboorte.” (lacht) Melis: “In mijn geval was dat echt zo. Toen ik drie jaar was, kende ik bijna alle nummers van The Beatles, omdat mijn moeder die met de pollepel had meegegeven. Het is een genre dat ons interesseert en blijft boeien. Onze favoriete bands klinken ook psychedelisch. Bovendien zijn we de enige Belgische band die deze muziek maakt.” Boels: “We hebben nooit beslist om die richting uit te gaan. We luisterden nu eenmaal veel naar psychedelische

popmuziek. Je absorbeert bepaalde elementen en probeert er automatisch een eigen ding van te maken.” Zijn jullie inmiddels goede songschrijvers geworden? Melis: “Het is niet te schatten hoeveel Pascal Deweze (producer van de plaat, elv.) ons heeft bijgeleerd. We wisten wel hoe we een song moesten schrijven qua structuur, maar hij perfectioneert alles wat wij doen.” Boels: “We vroegen er expliciet naar om onze songs te veranderen. Hij stelde wijzigingen voor en op dat moment moesten we die kans grijpen. Net als Mauro Pawlowski kan hij elk genre aan. Hij schrijft blindelings liedjes van begin tot eind. Pascal is gewoon de Belgische...” (denkt na) Noah: “...de Belgische John Lennon, zeg maar. In onze zoektocht naar een producer zochten we namelijk een grotere Beatlesfan dan wij. Die hebben we in Pascal gevonden.” Jullie leggen de lat duidelijk hoog. Komt er veel druk bij kijken? Melis: “Het voelt niet aan als druk. Ik kan mij geen leven voorstellen zonder muziek. Ik word wakker en kijk meteen of we bandgerelateerde e-mails hebben ontvangen. Ook recensies lezen vind ik fantastisch, zelfs al zijn ze negatief. We hebben al doodsbedreigingen gekregen op YouTube, maar dat is

Z 25

geweldig, toch? Onze videoclip wordt tenminste bekeken. De mensen mogen nog duizend keer zeggen dat ik homo ben en dat ik moet doodvallen.” Hoe groot zijn jullie slaagkansen? Melis: “Dat hangt ervan af hoe frequent we op de radio worden gedraaid. Veel mensen zijn gewoontebeestjes. Als ze ons regelmatig horen of zien, worden ze daar sneller warm van.” Boels: “We zijn echt héél ambitieus, we zien het dan ook groot. Blijkbaar zijn er interessante mensen die in ons geloven. Daar proberen we misbruik van te maken en we willen onze kans grijpen. Als we nog meer energie in Bed Rugs steken dan nu, kunnen we er alleen maar voordelen uit halen.” Tot slot: vindt Pascal Deweze jullie een goede band? Is dat belangrijk voor een producer? Melis: “Ik denk niet dat hij fan is van alles wat hij opneemt. In het begin wist hij niet wat hij met ons moest aanvangen. Achteraf is hij wel komen zeggen dat onze plaat misschien wel het beste is wat hij de afgelopen jaren heeft geproduceerd.” Boels: “Zeg dat toch niet, Noah. Alleen Pascal mag zulke dingen zeggen.” Melis: “Hij was geschrokken.” Boels: “Het eindresultaat was inderdaad verrassend. Shit, we hebben een goede plaat gemaakt.” // bedrugs.be


clare louise “IK WIL GEVOELIGE SNAREN RAKEN MET MIJN SONGS”


les INCONNUS ////

Clare Louise is een Française die zes jaar geleden met haar gitaar in België strandde. Ze is gewapend met een nasaal, maar dromerig stemtimbre en heeft fragiele folk in haar achterzak steken. Op haar langspeler Castles In The Air presenteert Clare Louise de ideale luisterliedjes voor het slapengaan.

Hoe ben je in aanraking gekomen met folkmuziek? Clare Louise: “De vinylcollectie van mijn vader heeft daar een grote rol in gespeeld. De eerste keer dat ik naar artiesten als Bob Dylan en Joni Mitchell luisterde, voelde als een openbaring. Als veertienjarige zat ik op zulke muziek te wachten. Later ontdekte ik Nick Drake via een vriend. Stap voor stap ben ik in dat universum terechtgekomen. Ik zei tegen mezelf: als ik ooit muziek maak, is het zonder twijfel folk.” Vanwaar kwam de drang om songs te schrijven? Clare Louise: “Ik wilde koste wat het kost een instrument bespelen. Eerst probeerde ik piano, maar dat lag mij niet. Mijn keuze voor de gitaar was vanzelfsprekend, aangezien folk mijn grootste fascinatie is. De eerste twee jaar volgde ik lessen, daarna leerde ik mezelf akkoorden aan. Veertien jaar later besef ik dat ik om die reden geen goede gitariste ben. Niemand heeft mij ooit gepusht om beter te worden, maar uiteindelijk vult het gitaarspel mijn zang aan. Ik houd het liever eenvoudig, dan het mezelf moeilijk te maken.” Bestaat er een toverformule om songs te schrijven? Clare Louise: “Er is geen recept, maar ik volg een bepaald schema. Eerst

tokkel ik op mijn gitaar, op zoek naar de juiste lijn en vervolgens voeg ik er een melodie aan toe. Zodra die twee elementen samenkomen, is het thema van de song bepaald. Dan pas wordt het duidelijk waarover ik ga schrijven. Maar ook omgekeerd: als ik niets te vertellen heb, schrijf ik niet.” Je hebt een opmerkelijk stemgeluid. Wanneer heb je dat voor het eerst uitgespeeld? Clare Louise: “Ik ben als soliste beginnen zingen in een koor. De mensen vertelden mij dat ik iets speciaals had, maar ook ikzelf genoot enorm van het zingen. De complimenten hebben mij aangezet tot waar ik nu sta. Mijn stem is misschien wel het meest kwetsbare instrument, maar het drukt mijn innerlijkheid uit. Ik hou wel van intimiteit.” Er heerst een sombere sfeer op je debuut Castles In The Air. Clare Louise: “De songs weerspiegelen enerzijds mijn persoonlijkheid. Er zitten sombere songs tussen, maar ik noem ze in de eerste plaats melancholisch. Muziek maken, werkt therapeutisch. Het doet deugd, zo zet ik alles van mij af. Anderzijds zijn er vrolijke songs zoals This Dance of A House. Ik ben een enthousiast en vrolijk persoon, daarom vind ik het belangrijk dat ook positieve elementen zich naar mijn

Z 27

muziek vertalen.” Over welke periode gaan die songs? Clare Louise: "Ik schrijf heel actueel. Als ik morgen een tekst neerpen, zal dat over mijn gevoelens op dat moment gaan. Ik kijk niet graag terug naar het verleden. Een uitzondering: soms schrijf ik over mijn kindertijd, want die periode vormt mij tot de persoon die ik nu ben." Wat is het belangrijkste kenmerk in je muziek? Clare Louise: “Intimiteit. Dat heeft zijn voor- en tegenstanders. Sommigen houden helemaal niet van de muziek die ik breng. Er zijn echter mensen die mij na een optreden vertellen dat ik hun emoties heb geraakt. Dat doet mij plezier, het doel van mijn project is om met mijn liedjes gevoelige snaren te raken.” Is dat het enige doel? Clare Louise: “Ik ben in België aangekomen zonder ambities. Op grote podia spelen, hoeft niet voor mij. Droom ik van een doorbraak in mijn thuisland? Niet echt, ik ben tevreden hoe het hier verloopt. Eigenlijk ben ik niet ambitieus, ik wil niet bekend worden. Ik doe dit gewoon graag, het is een fijn bijberoep geworden. Elke dag dat ik iets nieuws bereik, blijft een verrassing." // clarelouise.be


de RUBRIEK

Z 28


de RUBRIEK

BRAM ALGOED Lofzang: Leeftijd:

22

Locatie:

Gent

Link:

Z 29

Verfijnd tekenwerk

bramalgoed.be


SCHOOL IS COOL De barokpop op debuutplaat Entropology katapulteert School is Cool van de kleinste Antwerpse podia naar de heilige grond van de Ancienne Belgique en verder. Het buitenland lonkt voor de band die twee jaar geleden de tegenstanders op Humo’s Rock Rally overklaste met zijn frisse indiefolk. “Kritiek doet ons pijn, maar we nemen alle commentaar mee naar de toekomst.” Een gesprek over stress, rituelen en zelfverzekerdheid.

Foto van links naar rechts: Andrew Van Ostade, Nele Paelinck, Johannes Genard, Matthias Dillen en Toon Van Baelen.


PLANKENKOORTS /

check bepaalt in vele gevallen hoe een concert uitdraait, maar dat weten de mensen niet. Wanneer het geluid slecht klinkt, laten sommige bands meteen het hoofd hangen, waardoor ze slechter presteren en met een zuur gezicht op het podium staan." Voelen jullie nog steeds stress voor een concert? Van Ostade: “Zonder stress presteer ik slechter. Nu worden we geconfronteerd met het feit dat mensen speciaal voor ons komen. We zijn niet meer de teleurstelling of de verrassing van de avond. De mensen kennen de plaat en zingen de teksten mee. Als Johannes een zin vergeet of als wij fouten spelen, valt dat op.” Dillen: “In het begin had ik zoveel stress, dat ik mezelf hinderde in mijn drumbewegingen. Op zo'n moment blokkeerde ik helemaal. Dat overkomt mij niet meer, maar we voelen nog steeds stress omdat we ons willen bewijzen.” Hoe geraken jullie in de sfeer van het optreden? Andrew Van Ostade (floortom): “Ik sta stil bij de gedachte dat het publiek veel geld neertelt om ons te zien spelen. Dat geeft een kick, zo blijf ik mezelf pushen om te presteren. We moeten de hoge verwachtingen van de mensen inlossen. Wanneer ik naar een optreden ga, verwacht ik ook dat de band in kwestie gemotiveerd is en alles geeft.” Matthias Dillen (drums): “Een sound-

Z 32

Is er een middel tegen zenuwachtigheid? Van Ostade: “Extra hard drummen en onze drumstokken stevig vasthouden. Als we stress ondervinden, drummen we niet meer rustig of soepel, maar dan versnellen we.” Dillen: “Die zenuwachtigheid duurt slechts drie nummers. Als het begin van de set tegenvalt, kunnen we alles nog rechtzetten.” Van Ostade: “Nervositeit is eigenlijk positief. Ik vergelijk dat met een


PLANKENKOORTS /

golf waarop je surft. Het geeft dezelfde adrenaline als een rit in een rollercoaster. Het begin is stressen, maar eens je vertrekt, kan niets je nog overkomen.” Hoe zelfkritisch zijn jullie? Van Ostade: “Enorm. Ik betrap Matthias soms wanneer hij na afloop van een concert tegen zichzelf zit te vloeken. Eens we van het podium stappen, evalueren we het optreden. We overlopen alle goede en mindere momenten.” Dillen: “Alle kleine foutjes spoken door mijn hoofd. Maar ook als de andere bandleden fouten spelen, zal mij dat doen twijfelen. Ik word snel kwaad.” Johannes Genard (zang, gitaar): “Ik denk dat er geen andere band bestaat die alles evalueert. We mailen constant heen en weer, we staan zelden stil.”

ven altijd naar de beste punten. We haten recensenten die ons uiterlijk beoordelen in plaats van onze muziek. Het maakt toch niet uit dat wij kinderachtig zijn op het podium of dat wij er slecht uitzien? Zulke reacties zijn rot.” Voelen jullie druk van het publiek of van critici? Van Ostade: “Het publiek verwacht na een optreden soms te veel van ons, ik heb het gevoel dat ze bij momenten te opdringerig zijn.” Dillen: “Als we net van het podium stappen, puffen we samen uit. Sommige mensen willen dat we meteen onze drumstokken afgeven en poseren voor foto’s. Persoonlijk vind ik dat niet erg, maar we hebben tijd nodig om bij te komen. Toch kunnen we onze fans niet verwaarlozen.”

Hoe vergeten jullie die foutjes? Van Ostade: “Een slecht optreden blijft ons altijd bij. In de tourbus zetten we meestal alles op een rijtje, en halen we onze herinneringen opnieuw boven. Waarom was dat bepaalde concert net slecht? Ligt dat wel aan ons?” Dillen: “We ontkennen niet dat slechte recensies een deuk in ons zelfvertrouwen geven. We stre-

Johannes Genard: “Wanneer ik op het podium sta, sluit ik mij op in mijn eigen wereld.”

Z 33


PLANKENKOORTS /

Genard: “Sommige fans denken dat ze een artiest kunnen beïnvloeden. Ze vragen ons om een nummer opnieuw te spelen of om snellere songs te schrijven. De mensen schetsen daar een verkeerd beeld van, ze hebben het recht niet om te eisen dat we ons aanpassen omdat zij dat willen.” Hoe zelfverzekerd zijn jullie? Dillen: “Op Eurosonic, een belangrijk showcasefestival in Nederland, waren we behoorlijk zelfverzekerd. Ik was enorm zenuwachtig, maar we wilden ons bewijzen aan de muziekindustrie.” Van Ostade: “Zelfdruk is belangrijk, we moeten geloven in het product dat we verkopen. Het valt mij op dat we onze emoties tijdens een concert hoog of laag ervaren. Als we zeker zijn van ons stuk, durven we zeggen dat we keigoede muziek maken. Toen we tijdens de opnames van Entropology de songs hoorden, waren we de grootste fans van onze muziek. Maar soms kunnen we volledig in elkaar zakken.”

Denken jullie aan het imago van de band? Van Ostade: “Vaak. Ik google de band regelmatig. We nemen de commentaar die we krijgen van de pers mee naar de toekomst. Zo vermijden we dat we later de grapjassen van de Belgische muziek worden, of de nieuwe Mika.” Dillen: “Er zijn bands die niet willen weten wat er over hen wordt ge-

Van Ostade: “Ik sta vooral stil bij het onderhoud van mijn instrumenten. Zijn ze goed gestemd? Heb ik een reservedrumstok? Soms kijk ik ook gewoon naar het publiek en kan ik op basis van hun reacties afleiden of we ze kunnen bekoren of niet. Er zijn altijd mensen die net voor het podium staan en superkwaad kijken. Dat is vreemd om te ervaren, ik vraag mij af wat het doel van die mensen is. Misschien zijn ze zo geboren?” (hilariteit)

“WE ZIJN DE GROOTSTE FANS VAN SCHOOL IS COOL” schreven. We passen ons niet volledig aan, maar we luisteren wel naar de critici.” Waar denken jullie aan op het podium? Dillen: “Als we vijf dagen na elkaar dezelfde set spelen, denk ik tijdens het optreden aan wat ik later die dag nog moet doen.” Genard: “Echt? Ik kan niet buiten de wereld waarin ik mij opsluit. Ik kan niet afgeleid zijn.”

Z 35

Zijn er worst-casescenario’s tijdens een

optreden? Dillen: “We zijn nog nooit geëlektrocuteerd. Er zijn ook nog geen gewonden gevallen en ons podium zakte nog niet in elkaar. We vergaten onze tekst wel al eens.” Genard: “Dat was tijdens De Zevende Dag. Ik was toen zo ziek dat ik meteen heb beslist om te stoppen met roken. Mijn stem was kapot. Zo erg dat ik een strofe van The World Is Gonna End Tonight niet kon uitzingen.” Dillen: “We schamen ons daar niet voor. Iedereen kan het terugvinden op YouTube, en de reacties waren zelfs positief.” // schooliscool.be


schipperen tussen genres vijf vlaaMse albuMs belicht. Elk een topper in zijn genre

BED RUGS 8th Cloud (Munich / Waste My Records)

EXPERIMENTEEL

PSYCHEDELICA

Indiepop in overvloed, maar slechts weinigen reiken met hun debuutplaat aan de knieën van Bed Rugs. En het is al even zeldzaam dat een Belgische band op verbluffende wijze een brug weet te slaan tussen psychedelica en radiovriendelijke popsongs. Het is de verdienste van Bed Rugs dat op 8th Cloud een resem helden (lees: The Beatles, Beach Boys, Grandaddy en Tame Impala) fijnmaalt om ze vervolgens in eenzelfde vorm te gieten. Zo getuigen de overvloedige echo’s in Dream On, de song die sixties terug zo aanstekelijk maakt als zoetigheden, terwijl Trees even doet vergeten dat Broken Glass Heroes onlangs een gelijkaardige formule succesvol uitvoerden. 8th Cloud voelt nostalgisch aan, balancerend tussen de zweverigheid van de honderden effecten en strakke indierock. Met verve hult de band gierende riffs, zeemzoete zanglijnen en een ruiswalm in een klassevol maatpak. Noteer: Bed Rugs is klaar voor het grote werk. // bedrugs.be

LIESA VAN DER AA Troops (Rockoco / Bertus) Liesa Van der Aa is een naam om dubbel te onderstrepen, of nog beter: te fluoresceren. Troops, haar debuutalbum, zou een muzikaal spookhuis kunnen zijn. Soms angstaanjagend, dan weer opwekkend met een griezelige ondertoon. Maar de solo-artieste weet in de eerste plaats geen seconde te vervelen. Van der Aa’s klassieke wegen kruisen die van het experiment: bevreemdend hoe de dreigende viool in Lou klassieke arrangementen aan popmuziek koppelt, maar het werkt wél. Telkens opnieuw creëert ze een breed klankenpalet met behulp van haar viool, die als een hele muziekcatalogus dient. Troops is een reden om te dagdromen, het excuus om vijftig minuten ver weg van de reële wereld zijn. Liesa Van der Aa zou als de heks van de Belgische popmuziek kunnen worden beschouwd. Maar dan wel omwille van de betovering. // liesavanderaa.be

Z 36


RENEE Extending Playground

FLUISTERPOP

(zeal records) Dum Dum Dum is de laatste tijd niet meer uit de ether weg te slaan. Een eendagsvlieg, denkt u? Neen, hoewel Renée even schattig en breekbaar lijkt als SoKo, heeft de Gentse haar debuut Extending Playground zorgvuldig tot op het bot uitgespit. De songs dobberen tussen jazz en pop (Ferdinand) en spelen op subtiele wijze feeërieke melodieën uit (Like A Balloon). Renée betovert en streeft naar perfectie in haar uitgekiende arrangementen. Fragiele fluisterpop met een hoog knuffelgehalte, alsof ze door de emoties van de luisteraar kronkelt. De jonge Gentse ziet Amatorski en The Bony King Of Nowhere in de verte voor zich uit. Renée heeft de inhaalrace ingezet en het moet gezegd: Extending Playground is subliem, ontroerend mooi. // reneemusic.be

BLACK BOX REVELATION My Perception (PIAS)

WILLOW We The Young (Universal Records)

POST-ROCK

Willow vond met Gold de toverformule voor een radiohit: sprankelende gitaarlijnen, stuwende drums en hyperkinetische synths. Kortom: de gulden middenweg tussen post-rock en indiepop. Moet er nog meer zijn? Ja, dreigende riffs en een portie geschreeuw bijvoorbeeld, zoals de intro van Weeping Giants een meesterlijke popsong aankondigt. Of Sweater, inclusief huppelende melodie, dat uitblinkt in zijn eenvoud. Aanstekelijk is het kernwoord dat We The Young, het debuut van Willow, in één adem samenvat. Het zestal speelt een resem goede popsongs uit, zonder te verdrinken in een zee vol overbodige tierelantijntjes. Inner City en Two Children staan als een huis, terwijl House Of Love te langdradig blijkt en helemaal verloren loopt op We The Young. Eén minpunt, maar daar blijft het bij. Willow debuteert met klasse, en straalt binnenkort ongetwijfeld op de zomerfestivals. Moet er nog meer zijn? Neen. // thisiswillow.be

Z 37

GITAARROCK

Wat je moet weten vooraleer je My Perception door jouw geluidsinstallatie laat knallen? Dat je van je sokken zal geblazen worden. Voor de derde keer op rij, overigens. En voor de derde opeenvolgende keer doet Black Box Revelation het met dezelfde middelen: gitaar, drum en zang, zonder al te veel nutteloze kleinigheden toe te voegen. Even ruig als voorganger Silver Threats, dat wel, maar dan kleurrijker. Minder psychedelisch, eerder bulkend van de rauwe bluesriffs die Jan Paternoster als een losgeslagen machinegeweer op ons afvuurt. En de onstuimige – doch loeiharde – drumpartijen klinken meer doordacht en lonken naar stonerrock. My Perception zoekt uitersten op: aan de ene kant een knaller als Madhouse, de lokroep naar een moshpit, en ergens diep verborgen bevindt zich de breekbaarheid van Lonely Hearts. Black Box Revelation trapt My Perception vol euforie af, daar waar hevige gitaarnummers de bovenhand nemen, en sluipt vanaf dan op sluwe wijze naar het einde van de plaat. Zonder dat de band ons één seconde laat afdwalen. Dát is rock-‘n-roll, meneer. // blackboxrevelation.com


de RUBRIEK

TEKENING / FOTO NICK GEBOERS Lofzang:

Verbluffende fotografie

Leeftijd:

24

Locatie:

Antwerpen

Link:

nickgeboers.com

Z 38


de RUBRIEK

Z 39


de RUBRIEK

Z 40


de TITANEN /

ISBELLS & RENEE Hij is een doorwinterd muzikant die enkele jaren geleden de sprong naar de folkmuziek waagde, zij komt nu pas met haar verstilde pop aan de oppervlakte. Beiden teren ze op eenzaamheid, stilte en emoties. Hij - Gaëtan Vandewoude - is bekend van zijn monniker Isbells, zij - Renée Sys - schuimt het Belgische landschap af onder haar eigen naam. Daar waar Renée eerder dit jaar debuteerde met Extending Playground, breit Isbells met Stoalin’ een vervolg aan zijn titelloze eerste langspeler. Hij is de evenknie van Bon Iver, zij klinkt als een muziekdoosje met een dansende ballerina.

Z 41


de TITANEN /

Voelt een muzikant zich verplicht om op regelmatige basis muziek te maken? Gaëtan Vandewoude: “Dat is puur uit noodzaak. Iemand vroeg mij eens of ik optreden boven het schrijven van nummers verkies. Ik beschouw beide gelijk, maar in wezen is er een groot verschil. Sinds enkele jaren leef ik van mijn muziek, en dat kan enkel zo blijven als ik op regelmatige basis albums uitbreng. De buitenwereld legt een muzikant voortdurend druk op en bovendien is het verhaal van een plaat snel uitgelezen. Ik moést aan een opvolger van mijn debuut werken, er was gewoonweg geen andere oplossing.” Renée, leg jij jezelf bepaalde verplichtingen op? Renée Sys: “Nee, alles is geleidelijk aan gegroeid. Ik droom al sinds mijn zestiende van een carrière als muzikante. Toen beschouwde ik musiceren als een hobby, tot ik drie jaar geleden voor het eerst mijn demo’s op het internet deelde. Geheel onverwacht werd mijn werk

geapprecieerd, terwijl ik die nummers in een kleine kamer had opgenomen. Het duurde twaalf jaar vooraleer ik de sprong naar muziek maakte, maar ik ben blij dat ik mijn tijd heb genomen.” Leggen jullie jezelf druk op? Vandewoude: “Druk in het algemeen is een groot struikelblok. In mijn geval is de impact van dat fenomeen groter dan verwacht. Ik heb altijd gedacht dat ik alles zou kunnen relativeren, maar zo werkt het blijkbaar niet. De druk die ik mezelf opleg, is even groot als die van de buitenwereld. Nu ja, al die stress betekent het einde van de wereld niet, het hoort erbij.”

“IK HEB LANG GETWIJFELD OF IK MEZELF KAN OVERTREFFEN”

was een verlossing. Toen alle nummers waren geschreven, wist ik dat het de goede kant uitging. Het geheel heb ik afgewerkt door in m’n eentje de zang op te nemen in mijn kamer. In mijn ogen was dat de enige juiste manier. Vanaf dan ben ik verlost van al mijn twijfels.”

Renée, hoe groot was de drang om te presteren? Sys: “Ik dwong mezelf vroeger nooit om nummers te schrijven. Als zestienjarige stond ik anders in het leven, toen had ik nog geen opmerkelijke verhalen meegemaakt. Ik vind het belangrijk om emoties te vatten in mijn muziek, en daar slaagde ik destijds niet in. Pas toen ik die gave op latere leeftijd kreeg, vloeiden de nummers uit mijn pen. Een puber is veel hysterischer dan een achtentwintigjarige vrouw.”

Ervaar jij nog veel twijfel, Gaëtan? Vandewoude: “Ik heb lang bevestiging gezocht. Ik twijfelde vaak of ik mezelf wel kon overtreffen. Er is altijd twijfel mee gemoeid, soms klinkt een nummer compleet anders dan tevoren. Alsof ik naar een gele bloem kijk die door de stress letterlijk groen wordt. Ik heb een paar keer oog in oog gestaan met zulke situaties. Soms kon ik mij helemaal in een song verliezen, maar werd het liedje ineens saai.”

Wat betekent muziek voor jullie? Sys: “Jarenlang twijfelde ik of muziek mijn ding wel was. Uiteindelijk steunde mijn leefwereld mij in die mate dat ik ben blijven doorzetten. Extending Playground

In hoeverre werkt muziek therapeutisch? Sys: “Ik ontken niet dat ik dingen van mij afschrijf. Muziek is mijn grootste uitlaatklep, het ontlaadt mij van alle emoties. Ik durf het niet therapeutisch

Z 42


de TITANEN /

te noemen, maar zoals mensen hun hoofd leegmaken door te schrijven of te sporten, zing ik.” Vandewoude: “Ik zal nooit bewust een tekst neerpennen om persoonlijke zaken van mij af te zetten. Eigenlijk denk ik zelden na over het tekstuele gedeelte, maar aan het einde van de rit voelt het verlossend aan om mijn verhaal te vertellen. Alsof ik een hele lading zorgen overboord heb gegooid.” Eenzaamheid is het hart van jullie muziek. Vandewoude: “Het voelt aangenaam om alleen te zijn. Uiteindelijk betekent eenzaamheid spelen met jezelf. Het is zelfs bevrijdend, maar vooral noodzakelijk. Tijdens het creëren, moet ik in mijn cocon kunnen kruipen, anders concentreer ik mij niet. Maar ik heb niet de nood om mij drie maanden terug te trekken in mijn eigen wereld. Soms heb ik één productieve nacht en scherm ik mij vervolgens drie dagen volledig af van de

muziek. Dat kan ook niet anders, want ik heb een gezin met twee kinderen waar ik enorm hard om geef.” Sys: “Ik moet echt alleen zijn om te schrijven. Er zijn periodes dat ik de wereld ontvlucht om mij volledig te focussen op de muziek. Zonder complete vrijheid komen de ideeën niet bovendrijven. In het begin werd ik geconfronteerd met eenzaamheid, maar het wende snel. Ik geniet ervan om alleen te zijn, maar dat betekent niet dat ik mezelf wil kwellen.” Hechten jullie veel belang aan perfectie in jullie sound? Vandewoude: “Wat betekent dat woord eigenlijk? Op alle vlakken heeft Isbells één doel: oprechtheid zoeken. Ik wil de songs die ik schrijf om de juiste reden-

“IK GENIET VAN EENZAAMHEID, MAAR DAT BETEKENT NIET DAT IK MEZELF WIL KWELLEN” en maken. Als ik die eerlijkheid en die essentie vind, kan alles in een definitieve plooi vallen. Ik zoek niet naar een toverformule, die bestaat volgens mij ook niet. Perfectie is op eender welk moment en op eender welke plaats jezelf verliezen in muziek. Het maakt mij niet uit of ik dat bereik met of zonder fouten, of het nu mooi of lelijk is.” Renée, ook jouw album is mooi uitgekiend. Sys: “Ik ben redelijk perfectionistisch. Voor ik naar de studio trok, heb ik sommige nummers geëlimineerd. Iets dat mij niet blijft achtervolgen, zal nooit een mooi resultaat opleveren. Ik wil iets

Z 45

vertellen in mijn liedjes, de woorden moeten eerlijk zijn. Er zit zowel perfectie als intimiteit in mijn muziek. Dat eerste hoor je in de arrangementen, die grotendeels door de band zijn geschreven. Ik was tijdens de opnames echter altijd aanwezig, zo controleerde ik het hele proces.”

Staan jullie graag in het middelpunt van de belangstelling? Vandewoude: “Toegegeven, de positieve recensies in de geschreven media strelen mijn ego, maar ik hou niet van de media. Ik noem dat één groot circus, een luchtbel waar ik fysiek ziek van word. Ik wacht op de dag dat ik eerlijkheid kan uitstralen op het scherm, het voelt gewoon geforceerd aan.” Sys: “Fotosessies maken mij onzeker en zenuwachtig, en wanneer ik mezelf op een affiche zie, probeer ik snel door te lopen. Echt genieten, durf ik het niet te noemen.” // isbells.be & reneemusic.be


de RUBRIEK

Z 46


de RUBRIEK

MARJOLEIN GULDENTOPS Lofzang: Leeftijd:

17

Locatie:

Mechelen

Link:

Z 47

Subliem in zijn eenvoud

Geen website, googelen die handel


PLANKENKOORTS “OPTREDEN GEEFT MIJ HETZELFDE GEVOEL ALS KUSSEN. HET IS MIJN DRUGS”


DAN SAN Er bestaan slechtere complimenten dan vergeleken worden met Fleet Foxes. Dan San zoekt meerstemmigheid op en brengt fleurige indiefolk voort op Domino, de eerste langspeler van de band. De media zijn lovend, de lat ligt hoog en het buitenland lonkt voor de Luikenaars. “Als we tijdens optredens falen, ligt dat enkel en alleen aan de band zelf. We zijn goed voorbereid, we weten perfect wat we moeten doen.” Dan San en plankenkoorts? Geen sprake van.

Foto van links naar rechts: Thomas Medard, Maxime Lhussier, Leticia Collet, Jérome Magnee en Benoit Huvelle


PLANKENKOORTS //

organisatie of de zaal tegenvalt, maar daar spelen we op ons best. Ooit moesten we zelf enkele micro’s opscharrelen en de belichting regelen, maar het was een magisch optreden. Het draait niet enkel rond het geluid, de energie tussen de band en het publiek bepaalt alles.” Maakt de druk van de buitenwereld jullie ambitieuzer of schrikt het jullie af? Medard: “We willen in de eerste plaats muziek blijven maken. Op dit moment proberen we het zo ver mogelijk te schoppen met Domino. Ik denk overigens dat we niet enkel moeten kijken naar het succes van de band moeten kijken, want we kunnen nog veel vooruitgang boeken. Hopelijk touren we later in het buitenland en kunnen we onze muziek met andere culturen confronteren. Hoe zouden Duitsers reageren op onze songs?”

Bepaalt de soundcheck hoe een optreden zal uitdraaien? Jérome Magnee (gitaar, zang): “Toch wel. Het geluid moet goed klinken in de zaal zelf, maar op het podium is dat nog belangrijker. Als de mixing niet op punt staat, kan ik mij onmogelijk inleven in onze songs. Dan zing én speel ik automatisch slechter.” Thomas Medard (gitaar): “Dat wilt niet zeggen dat het geluid in grote zalen beter klinkt. Soms verwachten we weinig van een concert omdat de

Z 50

Wat maakt een optreden speciaal? Maxime Lhussie (bassist): “Er komt spontaniteit bij kijken, zowel de band als het publiek zijn de protagonisten tijdens een optreden. In de studio sluiten we onszelf op en focussen we samen op één liedje. De communicatie met het publiek heeft iets magisch, de perfectie van de studio daarentegen is afwezig op het podium.” Magnee: “Ik vergelijk optreden regelmatig met kussen. Het geeft mij althans hetzelfde verlossende gevoel. Het is een soort drugs.” Zorgt de adrenaline soms voor minpunten? Magnee: “Ja, onlangs hoorde ik een studio-opname terug. Daar gingen


PLANKENKOORTS //

we compleet de mist in door sneller te spelen. Een nummer van zes minuten werd ingekort tot een versie van vier minuten. Toen viel dat niet op, we waren er zelfs tevreden mee.” Medard: “Dat bewijst hoeveel belang we hechten aan concentratie. We stappen met alle bandleden in eenzelfde song en als een van ons versnelt, pikken we daar automatisch op in.” Hoe zit het met jullie zenuwen? Lhussier: “Ik stress regelmatig, maar niet uit angst. Vanaf we de eerste noten hebben gespeeld, veranderen zenuwen snel in opwinding. (naar de band gericht) Zijn we niet minder zenuwachtig dan vroeger? Leticia Collet (keyboard): “Net voor ik opmoet, ben ik echt bang. Het verschilt overigens van zaal tot zaal. Ik ben zenuwachtiger in een kleine zaal dan in een grote.” Medard: “Ik daarentegen ben nooit zenuwachtig, tenzij we een tv-sessie moeten opnemen. Ik hou niet van de gedachte dat alle camera’s op ons zijn gericht. Veel plezier beleef ik daar niet aan.”

Hoe verzetten jullie de gedachten? Magnee: “We drinken veel bier.” Collet: “En we roken voortdurend sigaretten.” Medard: “We bereiden niets voor, maar gaan op onze intuïtie af. Soms spelen we spelletjes of verzinnen we iets anders. Zolang we kunnen improviseren, blijft het leuk.” Wanneer kruipen jullie in de sfeer van het concert? Medard: “Vanaf het moment dat ik mijn gitaar vastneem op het podium, begin ik mij te concentreren. Dan pas

Leticia Collet: “Ik ben echt bang wanneer ik op het podium stap. Hoe kleiner de zaal, hoe groter de stress.”

Z 51


PLANKENKOORTS //

besef ik dat het belangrijk wordt. Vooraf probeer ik gewoon aan andere dingen te denken.” Magnee: “We spelen met andere kledij, maar dat is slechts bijzaak. We hebben zo veel gerepeteerd dat we aan de volle honderd procent in deze set geloven. We weten perfect wat we moeten doen. Als er iets misloopt, komt dat door een gebrek aan concentratie.” Voelen jullie dan geen spatje druk? Lhussier: “De recensies van Domino zijn lovend, maar we voelen de gevolgen nog niet. Er is geen verschil tussen een optreden van twee jaar geleden en nu. Ik denk dat er de volgende maanden meer druk bij komt kijken.” Medard: “We voelen ons wel compleet anders dan vroeger. De komst van een nieuwe drummer heeft daar veel mee te maken. Met de nieuwe songs zijn we

duidelijk geëvolueerd.” Magnee: “Het kan ons niet schelen wat de pers over Dan San schrijft.” Zijn jullie snel tevreden? Medard: “Nee, we zijn heel zelfkritisch. We werken altijd aan nummers totdat iedereen tevreden is.

Moét dat, een song anders brengen op de planken? Medard: “Zeker. We willen de juiste energie overbrengen op het podium. Een album is een momentopname, we klinken niet echt ambitieus op plaat en dat proberen we tijdens een optreden te veranderen. Op het podium worden we eerder een rockband.”

“WE TWIJFELEN ZELDEN. WE ZIJN ZELFVERZEKERD GENOEG” Pillow, onze debuut-EP, kunnen we bijvoorbeeld niet meer uitstaan. We vinden die songs echt verschrikkelijk, maar we hebben de liedjes een tweede leven gegeven omdat het publiek ze graag hoort. Live spelen we compleet andere versies. We beleven terug plezier aan onze oude songs.”

Twijfelen jullie soms tijdens een optreden? Magnee: “Ja, ik herinner mij een keer dat ik mij niet goed in mijn vel voelde. Er hing spanning, de concentratie was niet optimaal. Op een bepaald moment moest ik hoger zingen, en wurmde ik mij door die hoge noten. Dat maakt mij onzeker, dan twijfel ik aan mezelf.” Medard: “Die momenten zijn zeldzaam hoor. Alles zit er bij ons ingepeperd. Door regelmatig te repeteren, vinden we perfect onze weg tijdens optredens. Zelfverzekerdheid is een belangrijk element voor een muzikant.” // dansan.be

Z 52


schipperen tussen genres vijf waalse albums belicht. Elk een topper in zijn genre.

MALIBU STACY We Are Not From (62TV / PIAS)

ELECTROPOP

INDIEROCK

Wie de naam Malibu Stacy laat vallen, krijgt twee mogelijke antwoorden voorgeschoteld. Enkele jaren geleden schopte de band uit Visé het met Los Angeles tot de soundtrack van de populaire game FIFA. Bovendien is Maliby Stacy naast Girls In Hawaii en Ghinzu een van de weinige Waalse bands die voet aan grond kreeg in het buitenland. Het punkgehalte van de band daalde opmerkelijk, en werd ingeruild voor een injectie vol indierock. De blazersectie alleen al onderscheidt We Are Not From van zijn voorgangers. Zo klinkt Razorback als het huwelijk tussen Band Of Horses en Arcade Fire, daar waar de overstuurde orgel in Mardi Gras de duistere kant van Malibu Stacy aan het licht haalt. De band heeft een groot deel van zijn ruig karakter overboord gegooid, maar de catchy en punky composties hebben een tweede leven gekregen. Malibu Stacy mag stilaan bij de interessante exportproducten worden gerekend. // malibustacy.com

GREAT MOUNTAIN FIRE Canopy (PIAS) De Brusselse muziekscène liep enkele jaren geleden warm van Nestor! tot de band plots in de put der vergetelheid terechtkwam. Het vijftal schraapte verse ideeën bij elkaar, smeet de bandnaam overboord en vond zijn tweede adem onder de naam Great Mountain Fire. Daar waar de Brusselaars als Nestor! de middelmaat zelden overstegen, slaan ze er deze keer wel in om de groten der popmuziek de mond te snoeren. Late Nights ontpopt zich dankzij zijn hoog hitgehalte tot een alternatief voor Phoenix, terwijl de synths van Cinderella uitwijden naar het speelterrein van Metronomy. Cleane gitaarriffs worden afgewisseld met slome disco, en de ukelele en de melodica in Swans tovert zelfs een nieuw gezicht tevoorschijn. Great Mountain Fire schippert tussen verschillende persoonlijkheden die de ene keer bescheiden, dan weer overenthousiast zijn. Kortom: puike popband. // greatmountainfire.com

Z 54


PALE GREY Put Some Colors

POP

(JauneOrange / PIAS) Drie jaar geleden stampten Gilles Dewalque en Maxime Lhussier hun tweemansproject uit de grond. Pale Grey zocht naar de kern van popmelodieën, die ze in hun slaapkamer overgoten met elektronische effecten. De formule van Pale Grey viel echter pas in een definitieve plooi toen Dewalque en Lhussier werden vervoegd door een drummer en toetsenist. Zonder enige gêne stelen de Walen elementen van The Whitest Boy Alive en Minus The Bear, die ze op subtiele wijze boetseren tot verfijnde indiepop. Originalteit gaat niet gepaard met Pale Grey, maar toch zitten er genoeg aanstekelijke klanken in Put Some Colors. Want het moet gezegd: Red is een uitstekende zomersong die balanceert tussen disco, electropop en indie. Pale Grey is aangenaam festivalvoer. // palegreymusic.com

BRNS Wounded (PIAS)

THE EXPERIMENTAL TROPIC BLUES BAND Liquid Love (JauneOrange / V2)

BLUESROCK

Al meer dan tien jaar gaat The Experimental Tropic Blues Band onuitputtelijk aan de slag met verschroeiende gitaren en een knettergekke ritmesectie. Sinds het begin heeft het trio één doel voor ogen: terugkeren naar de roots van de rockmuziek. Onder de hoede van rasmuzikant en producer Jon Spencer trokken ze naar New York voor de opnames van Liquid Love. Ze blikten alles in op analoge tapes die het ruige karakter van de band nog meer in de verf zetten. Toch tapt The Experimental Tropic Blues Band niet voortdurend uit hetzelfde vaatje. The Best Burger springt van dansbaar naar smerig, met flarden blues die worden afgewisseld met punk. Denk aan de garagerock van The Black Lips of Jerry Lee Lewis' rockabilly. Dat de bandleden schuilgaan achter de namen Boogie Snake, Devil D’Inferno en Dirty Wolf, vertelt veel over The Experimental Tropic Blues Band. Dat ze bijvoorbeeld rauw zijn, en dat ze een synoniem voor rock-'n-roll vormen. // tropicbluesband.com

Z 55

MATHROCK

Wu Lyf verraste vorig jaar met een mengeling van gebalde pop, gedrevenheid en mysterie. BRNS (spreekt uit: Brains) staat recht tegenover de toverformule van de voornoemde Britten. Timothée Philippe en Antoine Meersseman kwamen slechts een jaar geleden op het idee om een band te bouwen rond subtiele percussie, snedig gitaarwerk en een schreeuwerige zang. Poppy melodieën herleiden ze naar doordachte mathrock, terwijl de obscure elementen worden omgebouwd in de vorm van minimalistische elektronica. BRNS bevindt zich op de grens waar popmuziek overgaat in de underground. De dreigende klanken belichten de donkere kant van de Brusselaars, terwijl het getier in Mexico de poort naar de ether wagenwijd openzet. Zelden ontdekken we een band die met een handvol noten iedereen bij de kraag grijpt. BRNS is daar één van. // brns.be


IPHYGENIA DUBOIS Lofzang:

Talentvolle fotografe

Leeftijd:

20

Locatie:

Gent

Link:

flickr.com/iphygeniadubois


de RUBRIEK

GREAT MOUNTAIN FIRE

Z 58


de TITANEN //

België heeft zijn eigen Metronomy, maar dat wist u niet. België heeft zijn eigen Phoenix, maar ook dat was u ontglipt. Great Mountain Fire is de ruwe parel van de Brusselse muziekscène, het lekkerste popsnoepje dat zijn

at

st

e)

neus over de taalgrens steekt. De Brusselaars kwamen hi

lb

er

t(

la

eerder aan de oppervlakte drijven onder de Vi

nc

en

tP

naam Nestor!, maar verzopen al snel in een

rl a

at

st

e) e

n

overbeviste vijver. Maar kijk, ze zijn op

se

ns

(v

oo

verbluffende wijze opgestaan als

Fo t

og

ra

f ie

:V .B

ou

cq

(e e

rs

te

tw

ee ),

Sa

ra

h

M

or

is

Great Mountain Fire.

Z 59


de TITANEN //

Frustreert de kloof tussen Vlaanderen en Wallonië jullie? de Hemptinne (zang): “Natuurlijk, ik woon in Brussel en ik heb Vlaamse vrienden. Het klopt toch niet dat Canopy, ons debuut, vorig jaar enkel in Wallonië verkrijgbaar was? Er zijn heel wat Nederlandstalige mensen die de band al langer kennen, maar ze hadden de mogelijkheid niet om onze cd binnen te halen. We kwamen in aanraking met de foute contactpersonen, maar verder wil ik niemand beschuldigen. Ik merk wel degelijk een groot verschil tussen onze twee landsdelen. Vlamingen en Walen stellen andere eisen, en bovendien hebben beiden een verschillende culturele achtergrond.” Ondertussen had er een tweede album in de winkels kunnen liggen. de Hemptinne: “Nee, zo bekijken we de zaken niet. Voorlopig willen we Canopy met kracht verdedigen. We schrijven in de tussentijd nieuwe songs, maar die blijven op de achtergrond. Vorig jaar was de opwarming voor het grote werk. We beseffen al te goed dat een album tijd nodig heeft om te rijpen, om naambekendheid op te bouwen. Als we

plots beslissen om een nieuw album te maken omdat het moét, schieten we een kogel door ons hoofd. We mogen niet overhaast reageren. Alles op zijn tijd.” Hoeveel tijd kroop er in jullie debuut? Vigilante (drums): “Vroeger, toen we onder de naam Nestor! opereerden, hebben we ongeveer één vierde van het album geschreven. In totaal hebben we er een jaar aan gewerkt.” de Hemptinne: “Destijds veranderden er overigens heel wat dingen. Zo haalden we de inspiratie om nummers te schrijven bij onszelf. We weten nu wat we met onze muziek willen aanvangen en hoe we het resultaat kunnen bereiken. Elk nummer is in onze ogen perfect, terwijl dat magische gevoel vroeger zelden binnen handbereik lag. Ik vind het schrijfproces van het album trouwens ontzettend interessant. We maakten de plaat van A tot Z.” Werken jullie gestructureerd? de Hemptinne: “Toch wel, zo kwam elk nummer anders tot stand. Ik herinner mij één liedje dat we op een kwartier tijd hebben geschreven. Soms verzamelden we verschillende refreinen en strofes die we in de studio aan elkaar plakten.

Z 60

Van links naar rechts: Alexis Den Doncker, Antoine Bonan, Thomas de Hemptinne, Morgan Vigilante en Tommy Onraedt.


de TITANEN //

Eigenlijk kwam Canopy pas helemaal tot zijn recht toen we de nummers in de studio inspeelden. Maar er ontbrak steeds iets. It’s Alright en A Gipsy Father hebben we bijvoorbeeld op het laatste moment aangepast. We gingen door vreemde creatieve fases.” Die beschrijving omvat één woord: perfectie. Vigilante: “Ja, we zijn best perfectionistisch. Ik vraag mij echter af waarom we zo zijn. We zijn met z’n vijven en het duurt lang vooraleer iedereen tevreden is met een nummer. Het is de bedoeling dat iedereen akkoord gaat met de interne keuzes, geen enkel bandlid mag verweesd achterblijven.” de Hemptinne: “We hebben met Great Mountain Fire een monster gecreëerd. We moeten hem regelmatig voeden, maar soms vreet hij ons op. Zo zit de band in elkaar.” Hoe kijken jullie terug naar het verleden, toen jullie nog Nestor! heetten? de Hemptinne: “We hebben vooruitgang geboekt, dat is vanzelfsprekend. Op persoonlijk vlak zijn we echter nog steeds dezelfde band. De naamsverandering

Z 61

was een statement: 'Kijk, hier is onze debuutplaat.' Muzikaal zijn we door elkaar geschud, ondanks dat we in dezelfde bezetting spelen. Het geluid klinkt volwassener doordat onze manier van denken is veranderd.” Vigilante: “Vroeger waren we ontzettend impulsief. Alle ideeën verzamelden zich in één nummer, waardoor het overdreven complex werd. Er waren altijd te veel tierelantijntjes aanwezig.” Jullie beseften dat een goed nummer evengoed simpel kan zijn? de Hemptinne: “Inderdaad. Bovendien leerden we om de juiste keuzes te maken. We schreven overigens simpele nummers omdat we dat fijn vonden, niet omdat het makkelijker is. Er zitten nog steeds naïeve trekjes in sommige nummers. Een speelse kant is naar mijn mening nodig. We hoeven niet over de hele lijn volwassen te klinken, laat dat jeugdig enthousiasme ons maar verder drijven.” Vroeger liet de pers regelmatig Arctic Monkeys vallen in jullie recensies. Die invloeden zijn schijnbaar verdwenen. de Hemptinne: “Er zijn verschillende bands waar we de mosterd halen.


de TITANEN //

De meeste muzikanten ontkennen het, maar je wordt geïnspireerd door alles wat je beluistert. We zullen nooit ie-mand na-apen omdat een bepaalde klank zo goed klinkt. Er ontstaan songs wanneer onwetendheid en onze invloeden samenkomen op een kruispunt. We gaan als band op zoek naar muzikanten die nieuwe dingen creëren. Het liefst van al maken we iets ánders dan de rest, we willen dat mensen op onze concerten binnenstappen en denken dat we marsmannetjes zijn.” Ik hoor op Canopy veel elektronica. De gelijkenissen met Phoenix of Daft Punk zijn nooit ver weg. Vigilante: “Klopt, maar we hebben niet bepaald veel naar zulke elektronica geluisterd. Vanaf het begin hebben we een toetsenist, maar toen kenden we bands als Phoenix niet eens. In een latere fase zijn we meer elektronische muziek beginnen beluisteren.” de Hemptinne: “Er zijn in de eindfase veel synthesizers aan de nummers toegevoegd. Ik ben met keyboards beginnen klooien waardoor onze liedjes plots electropop werden. Ratatat en Metronomy zijn twee bands die ons naïeve melodieën leerden kennen. Dat heeft mij persoonlijk geraakt. Ik geef overigens grif toe dat ik andere muziek nodig heb om inspiratie uit te putten.” Wat verkiezen jullie: een originele sound of elf uitstekende popsongs? de Hemptinne: “Ik ben ervan overtuigd dat we méér te bieden hebben dan enkel goede popnummers. Ik vind dat we met bepaalde songs origineel klinken. Weet je, het kan ons niet schelen wat er over ons wordt geschreven. Het is een keuze geweest om simpele nummers te schrijven, dat hoorde in onze ogen zo.

Toch tonen we lef door bijvoorbeeld een akoestisch nummer te maken met een ukelele, een melodica en gefluit.” Er staan rustige nummers op het album zoals It’s Alright en Swans. Hebben jullie ademruimte nodig? Vigilante: “Ja, we zeiden daarnet dat het vroeger, ten tijde van Nestor!, soms te energiek was. Ik zou niet kunnen leven met een album dat uitsluitend uit dansbare nummers bestaat. Wanneer ik ons album na twee maanden ben beugehoord, is dat een slecht teken. Net daarom is er voldoende afwisseling nodig.” de Hemptinne: “De rustige nummers die je opnoemt, moesten intiem zijn, in vergelijking met onze dansbare songs. Dit album is als eens bos met veel lichtinval, maar waar evenveel schaduw is. We mogen af en toe versnellen en gas terugnemen. Ik wilde een plaat maken die ik kan herbeluisteren. Daar was vrijheid voor nodig.” Wat ervaren jullie als het sterkste punt van Great Mountain Fire? de Hemptinne en Vigilante: “Onze vriendschap.” (in koor) En jullie pijnpunt? Vigilante: “Ik.” de Hemptinne: (na minutenlang gestotter) “Mijn Nederlands beperkt zich tot enkele woorden.“ Vigilante: (in gebrekkig Nederlands) “De taal is moeilijk, hè. Zeker jullie woordenschat. Wacht, wil je nog een antwoord op de vraag? De stiptheid van bepaalde bandleden is een werkpunt.” // greatmountainfire.com

Z 62


de TITANEN //

“WE WILLEN ANDERS KLINKEN DAN DE REST, ZOALS MARSMANNETJES”

Z 63


NICOLAS KEPPENS Lofzang:

Fantasierijke illustraties

Leeftijd:

22

Locatie:

Gent

Link:

nicolaskeppens.tumblr.com


de RUBRIEK

EEN KIJKJE BINNENSHUIS “IK WIL EEN KUNSTWERK VAN BANKSY IN MIJN BADKAMER”

Z 66


at HOME /

LITTLE LITTLE TROUBLE TROUBLE KIDS KIDS Sinds enkele jaren vormen Eline Adam en Thomas Werbrouck samen Little Trouble Kids. Het koppel woont in een klein beluikhuisje dicht bij de Gentse Dampoort. Fifties behangpapier, gifgroene muren en vintage meubels: het tegenovergestelde van de ruige rock die de band op zijn nieuwe langspeler Adventureland brengt. Zangeres en percussioniste Eline Adam leidt Zebra rond in hun schattige citĂŠwoning.

Z 67


at HOME /

Omschrijf jullie huis eens. Eline Adam: “We wonen in een klein, gemoderniseerd huisje waar we een persoonlijke touch aan hebben gegeven. Alle huisjes in de straat zijn hetzelfde gebouwd. De woningen zien er gelijkaardig uit, maar vanbinnen verschillen ze enorm. Het stoort mij wel dat we weinig privacy hebben, iedereen kan bij ons binnenkijken. Een kraker aan de overkant van de straat vertelde mij op een dag dat ons interieur een hoog Ikea-gehalte heeft. Een verschrikkelijke opmerking.” Kopen jullie dan veel bij Ikea? Adam: “Enkel het tapijt komt van daar, en dat is dringend aan vervanging toe. Het merendeel van ons meubilair is tweedehands en verder hangen hier een aantal kunstwerken die we hebben gekocht of gekregen. Ik hou veel van onze lampen, we hebben er twee in een gele kleur: één designstuk uit rubber – het enige designmeubel in huis – en de andere komt van een rommelmarkt. Waarom net gele lampen? Thomas is kleurenblind, de enige kleur die hij echt ziet, is geel.” Waar hecht je veel belang aan in huis? Adam: “Boven hangt er een affiche van een tentoonstelling van Karel Appel, een Nederlandse kunstenaar.

Mijn vader was een grote fan van de Cobrastijl (kunststroming binnen de moderne kunst, elv.) en heeft die expositie destijds bezocht. Als kind hing diezelfde poster in mijn kamer, maar toen vond ik dat een griezelige affiche. Nu apprecieer ik het wel. Verder hangt er in ons toilet een pentekening van mijn vader, ook erg chique.” Is je vader een inspiratie? Adam: “Ja, want hij heeft mij altijd gepusht om creatief bezig te zijn. Ik herinner mij dat ik als kind samen met hem onze tuinmuur heb gedecoreerd à la Gaudi. We reisden veel en bezochten regelmatig tentoonstellingen. Mijn ouders hadden altijd een bepaalde smaak en interesse in kunst.” Dat vertolkt zich in jullie huis waar ook enkele kunstwerken hangen. Adam: “Thomas en ik vinden het belangrijk dat we kunst ophangen waar we iets voor voelen. Daarmee bedoel ik creaties van artiesten die we goed vinden. Er zijn ook mensen die hun interieur volhangen met posters van Ikea, dat vind ik verschrikkelijk. In bepaalde gevallen kunnen die mooi zijn, maar ik begrijp niet dat mensen dan geen foto’s ophangen van een kunstenaar waar ze een bepaalde band mee hebben.”

Z 68

Eline Adam: "In de keuken koel ik af, daar heb ik tijd voor mezelf."


at HOME /

Stel: op een dag winnen jullie het grote lot. Wat koop je? Adam: “Ik vind het werk van Henry Darger, een Amerikaanse artiest, fascinerend. Als ik echt veel geld had, zou ik mijn huis behangen met zijn tekeningen. We zouden ook meubilair kopen van Jules Wabbes, een Belgische meubelontwerper. En ik zou doodgraag een kunstwerk van Banksy in mijn badkamer willen en een muur volhangen met Mexicaanse maskers.” Wat is jullie favoriete plek in huis? Adam: “De slaapkamer. We zijn allebei slapers, zeker na een optreden verlangen we naar ons eigen bed. Touren is vermoeiend. Onze slaapkamer is gewoon de plaats waar we samen kunnen zijn. Thomas heeft als redacteur bij Humo een intensieve job en we genieten enorm van de momenten dat we bij elkaar zijn. Hij zet ’s morgens zijn wekker zelfs tien minuten vroeger om mij even te knuffelen.”

Is er een plaats waar je helemaal tot rust komt? Adam: “Ik trek mij graag terug in de keuken waar mijn laptop en onze instrumenten staan. Daar koel ik af, ik kan die tijd voor mezelf goed gebruiken. Koken is mijn nieuwe hobby nu ik muzikant ben. Ik kan bijvoorbeeld écht genieten van wortels snijden.” Schrijven jullie thuis nummers? Adam: “We hebben de basis voor Adventureland, onze recente plaat, hier in de zetel gelegd. Thomas speelt daar ’s avonds regelmatig gitaar, terwijl we samen televisie kijken. Meestal bedenkt hij een riff of vinden we samen een melodie. Er is hier niet echt een kamer die inspirerend werkt, we brengen vooral onze tijd door in deze zetel.” Repeteren jullie hier? Adam: “We hebben een tijdje op de

Z 69

zolder gerepeteerd, maar meestal duurden die repetities niet lang. Na een halfuur stonden de buren al te klagen voor de deur. Niet onbegrijpelijk, Thomas drumt enorm luid. We wilden de zolderkamer ombouwen tot een repetitiekot, maar we zijn nogal lui.” Heb je veel tijd voor jezelf nodig? Adam: “Ja, eigenlijk wil ik gewoon muziek voor mezelf maken. Soms vraag ik mij af waarom we eigenlijk cd’s uitbrengen. Dat is toch masochistisch? Maar Gent is ook gewoon een drukke stad, ik heb het hier stilaan gezien. Ik wil naar Wallonië verhuizen om het gevoel te krijgen dat ik alleen op de wereld ben. Rust opzoeken en een huis kopen waar ik ‘s morgens een open vlakte voor mij zie. Een buitenbarbecue, een zwemvijver, een stal omtoveren tot een studio, alles erop en eraan. En Thomas? Ik denk dat hij nog liever wil verhuizen dan ik.” // soundcloud.com/littletroublekids


de RUBRIEK

EEN KIJKJE IN DE STUDIO “ IK DROOM VAN EEN OPNAMEPLAATS IN DE ARDENNEN OF PORTUGAL”

Z 70


at HOME //

TEME TEME TAN TAN Témé Tan - het alias van Tanguy Haesevoets - staat voor een potpourri van soul en popmuziek. Het brein achter dat project woont sinds kort in zijn opnamestudio annex zolderkamer net buiten Brussel. Gelegen naast een bos, in een ruimte die bijna te klein is voor al zijn instrumenten, en met opmerkelijk veel lichtinval. Témé Tan trekt regelmatig de wereld rond, op zoek naar inspiratie. Maar toch keert hij steeds terug naar zijn kleine zolderkamer.

Z 71


at HOME //

Hoe ben je in deze studio terechtgekomen? Tanguy Haesevoets: “De ouders van mijn vriendin wonen in dit huis en stelden hun zolder voor mij open. Ik gebruik deze ruimte al een drietal jaar als studio, en sinds kort woon ik hier ook. Ik verkies een zolderkamer buiten een drukke stad boven een opnameruimte in een kelder in hartje Brussel. Deze locatie is rustgevend dankzij de ligging en de natuur.” Je groeide op in Kinshasa en woonde in Japan en Guatemala. Verhuis je graag? Haesevoets: “Nee, ik blijf het liefst op één plaats, maar ik hou van reizen. Toen ik van Kinshasa naar België verhuisde, heb ik zowel in Vlaanderen als Wallonië gewoond. Maar ik heb ook veel vrienden in het buitenland die ik regelmatig bezoek. De grote verschillen tussen culturen inspireren mij. Ik heb in Marokko bijvoorbeeld

de gnawamuziek leren kennen. Door te reizen, opent er een nieuwe wereld. Binnenkort verhuis ik naar Zuid-Amerika voor zes maanden, waar mijn vriendin woont.” Schrijf jij songs in het buitenland? Haesevoets: “Sommige nummers van het album Matiti schreef ik tijdens het reizen, maar ik ga vooral naar de Ardennen om muziek te maken. Ik heb vrienden met een oud huis in de buurt van Namen, voor wie ik hout kap in ruil voor overnachting. Ik schrijf sneller in die omgeving, ik trek uit de stad om van de drukte weg te vluchten. Het enige wat ik in Brussel doe, zijn oude ideeën terug bovenhalen, meer niet. Brussel is de stad waar ik dagelijks ga werken, in de Ardennen heb ik geen verplichtingen.” Wanneer ben je in de studio? Haesevoets: “Meestal overdag omdat ik de buren dan niet stoor. Vroeger

Z 72

was ik iemand die ’s nachts muziek maakte, maar dat is geminderd. Het heeft overigens zijn voor- en nadelen om in een studio te wonen. Toen ik nog elders woonde, kwam ik speciaal naar hier om te spelen. Vroeger was er een grotere kloof tussen musiceren en mijn persoonlijk leven. Nu kan ik op elk moment van de dag mijn gitaar oppakken en iets proberen. Ik feest niet meer zo graag, tegenwoordig verkies ik slapen boven het nachtleven.” Waarom vind je deze studio speciaal? Haesevoets: “Er hangt hier een goede sfeer, door de ligging en het bos achter het huis. Het heeft iets spiritueels, ik mediteer namelijk regelmatig. Maar de lichtinval doet ook veel, en bovendien klinkt de studio verrassend goed. Ik heb bijna niets moeten aanpassen.” Hoe ziet jouw perfecte studio er uit? Haesevoets: “Ik vind de Ardennen ideaal: het is dicht bij huis en er is


at HOME //

veel natuur. Maar ook Portugal heeft onlangs mijn ogen geopend, toen we daar tourden. Ik droom stiekem van een plekje in de Portugese natuur of in de Ardennen. Dat zou perfect zijn voor mijn muziek. Ik hoef niet noodzakelijk in België te blijven.” Liggen hier belangrijke voorwerpen? Haesevoets: “Mijn schoonmoeder gaf mij voor mijn verjaardag een Indiaanse trommel die al langer in dit huis lag. Die trom hoort bij het huis, ze blijft een speciaal instrument. Het is de rode draad doorheen mijn album, ik gebruik ze voor nagenoeg alle nummers. Ik hou van de klank van het instrument: ze is steviger dan een gewone trommel. Verder liggen mijn edelstenen in mijn slaapkamer. Ik hou van mediteren en yoga, ik zoek graag rust op.” Wat zou je het meeste missen? Haesevoets: "Mijn instrumenten, dat is de enige vorm van decoratie in mijn studio. Binnenkort verhuis ik zonder instrumenten naar Zuid-Amerika. Het zal hard worden zonder gitaar, maar ik zal wel muziek blijven maken." Waar verlang je naar na een tournee? Haesevoets: “Zodra een optreden gedaan is, wil ik zo snel mogelijk terug naar huis. Zo gebeurt er niets met mijn instrumenten. Maar ik ben ook

gewoon moe na een optreden. Ik heb tournees meegemaakt waar we de hele nacht bleven doorfeesten en daags nadien terug in de tourbus zaten. Veel muzikanten raken dan geïnspireerd, maar dat is in mijn geval niet zo.” Naar welke muziek luister je hier? Haesevoets: “Ik luister veel naar de tweede soloplaat van Paul McCartney en Quadron, een neo-soulband. Verder - en dat kan egoïstisch klinken - beluister ik mezelf de laatste tijd regelmatig. Ik heb er geen enkel probleem mee om mijn eigen stem te horen, ik hoor graag wat ik doe. Ik moet wel toegeven dat wanneer een album volledig is afgewerkt, ik er niet meer naar luister. Dan stop ik mijn cd terug in de kast.” Met welk muziekgenre associeer je deze studio? Haesevoets: “Experimentele AfroBraziliaanse popmuziek. Of eerder soul in plaats van pop. Vanwaar die keuze? Mijn Afrikaanse roots komen ongetwijfeld terug in mijn muziek. Er zit een bepaalde groove in mijn songs. De grote hoeveelheid licht in de studio associeer ik met de zon en Brazilië. En tot slot vind ik nog steeds dat ik gewoon popliedjes maak, wat voor mij een breed begrip is. Het is zeker geen rockmuziek.” // teme-tan.bandcamp.com

Z 73

Tanguy Haesevoets: "De Indiaanse trommel is de rode draad doorheen mijn muziek"


MICHAEL LOMBARTS Talentvolle fotograaf Lofzang: MICHAEL 20 Leeftijd: LOMBARTS

Locatie: Link:

Mechelen

flickr.com/michael_lo


budgetconcerten Vier concertzalen Met een aantrekkelijk en betaalbaar prograMMa Foto’s: Elmo Lê van (Dok), Vincent Philbert (VK, L’Escalier) en Anviss (Kavka)

DOK Op wandelafstand van station Gent-Dampoort komen creatieve breinen samen om verschillende initiatieven op poten te zetten. Zo dient de Doksite als decor voor x-aantal optredens per week. Beginnende organisaties als Subbacultcha! gebruiken de 'Kantine' en 'Arena' om alles wat hip en underground, is een podium te bieden. In het verleden reisden Peaking Lights en Lower Dens af naar Dok, vooraleer ze de sprong waagden naar de grote Brusselse concertzalen. Het Gentse Dok is de ideale broeiplaats voor opkomende talenten en bovendien spotgoedkoop. // dokgent.be

De Vaartkapoen (ook gekend als Vk*) programmeert al jaren bands met het oog op de toekomst. De Brusselse concertzaal probeert de vinger aan de pols te houden door diversiteit en kwaliteit samen te brengen op de planken. Vooral veelzijdigheid draagt de Vaartkapoen hoog in het vaandel. De programmatoren achten metal, rock en pop even belangrijk, en willen de concertgangers op die manier nieuwe muzikale ontdekkingen voorschotelen. Onder andere Queens Of The Stone Age speelden in het verleden in de Vk*. Dat zegt genoeg. // vkconcerts.be

VAARTKAPOEN Z 76


Voor velen is Kavka een bekend jongerencentrum, terwijl de organisatie in werkelijkheid veel meer inhoudt. Wie wilt deelnemen aan creatieve projecten of genieten van concerten en feestjes, heeft de programmatie van Kavka met stip genoteerd in zijn agenda. De Antwerpse organisatie biedt zijn publiek overigens een uitstekend programma aan. Zo passeerde met Willow eerder dit jaar een grote Belgische belofte de revue. Kavka speelt in op de jeugd, dus houden ze het goedkoop. Voor enkele schamele euro's zie je al enkele bands aan het werk. // kavka.be

KAVKA L’ESCALIER L'Escalier is al ruim twintig jaar de plek waar Waalse muzikanten samenkomen. Girls In Hawaii, The Experimental Tropic Blues Band en MLCD zijn slechts enkele bands die naambekendheid verwierven nadat ze op het podium van de Luikse concertzaal stonden. L'Escalier probeert een mix van binnen- en buitenlandse acts te programmeren die in de smaak vallen bij het jong publiek. L'Escalier richt zich voornamelijk op jongeren aangezien de zaal is gelegen in CarrÊ, een bruisende buitenwijk van de stad. // escaliercafe.be

Z 77


COLOFON REDACTIE Elmo Lê van VORMGEVING Elmo Lê van FOTOGRAFIE Elmo Lê van EINDREDACTIE Filip Saerens en Dirk Remmerie MET DANK AAN Sandra Busselot, Pieter Van Herreweghe, Filip Saerens, Dirk Remmerie, Wilfried Vanden Bossche, Herman Duponcheel, Marjolein Guldentops (backcover) en alle deelnemende artiesten. CONTACT elmolevan@hotmail.com Belgradestraat 68 2800 Mechelen


ZEBRA


zebra ZEBRA


Zebra  

Muziekmagazine rond Belgische artiesten

Advertisement
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you