Issuu on Google+

rubriek

1

www.spiros.be - Jaargang 1 - nr 1 - € 3,99

Cedric Van Branteghem

Voormalig atletiekkampioen

“Meer bereikt dan ik had verwacht”


Voorwoord

3

Liefde voor de Olympische SPelen Mijn liefde voor de Olympische Spelen is samen met mijn jeugd gegroeid. De eerste Olympische Spelen die ik bewust meemaakte waren die van Mexico in 1968 als elfjarige knaap. Ergens in september moet dat zijn geweest, want ik herinner mij dat ik na school meteen aan de buurman ging vragen wat er die dag op de Spelen was gebeurd. Zeer gepolitiseerde Spelen besefte ik later. Black Power op het atletiekpodium. Toen we met de familie in 1972 van een vakantie terugkeerden en op de openingsdag München passeerden op de snelweg, was het een geweldige ontgoocheling dat er alleen wat vlaggetjes te zien waren. Als vijftienjarige was er al enig imitatiegedrag en ik vroeg aan mijn moeder om een Belgische band op mijn onderlijfje te naaien met als borstnummer 61. Het nummer van Miel Puttemans, die later op diezelfde Spelen zilver won op de 10.000 meter. Het vreemde is dat ik later, als sportjournalist, de Olympische Spelen minder en minder enthousiast ben gaan volgen. Toen was het werk geworden. Eén moment zal ik nooit vergeten. Op de Spelen van Peking heb ik live gezien hoe Usain Bolt zijn wereldrecord op de 200 meter liep. Die bocht! Ge-wel-dig! Jammer genoeg ben je bij de Spelen altijd verplicht de politiek erbij te halen: in hoeverre

speelt die een rol? Je hebt een stad nodig die het nodige geld op tafel legt en bovendien moet je kiezen. Voor of tegen een bepaald regime? Persoonlijk vind ik dat we het heel Westers bekijken. Franse olympische atleten werden opgeroepen om niet naar de Spelen in Peking te gaan in verband met Tibet. Een half jaar eerder zat Sarkozy in China, en die keerde toen terug met een bundel contracten voor Franse bedrijven. Tibet? Geen woord. Toen de Spelen van start gingen, vond de Franse pers het schandalig wat er gebeurde met Tibet en de Dalai Lama. Als het geld opbrengt, praat geen mens erover. Als sporters - die zich vier jaar hebben voorbereid - er naar toe trekken wordt de politiek erbij gesleurd. Sportlui zouden nooit het slachtoffer mogen worden van politieke discussies. Het Internationaal Olympisch Comité heeft ongelofelijk veel macht en die ligt in de handen van een beperkt aantal mensen. Het is die kleine groep mensen die beslist welke stad in een olympische roes mag leven. Daar gaat afgrijselijk veel geld mee gemoeid en dat zet de deur open voor corruptie. De Fransen vinden het nog altijd verdacht dat de Spelen deze zomer in Londen worden gehouden en niet in Parijs…

Door Mark Uytterhoeven


4

Inhoudsopgave

12 22 29 32 42


Inhoudsopgave

5

Opinie

6 16

Columns Kenners aan het woord

Talent

8 19 47

Julie Croket “Trainen in Russische omstandigheden” Olivier Cauwenbergh “Bij kajak denken mensen aan de afvaart van de Lesse” Hockey, de nieuwe volkssport

Olympiër

12 52

Jan Van Den Broeck en Cédric Van Branteghem Interview Elodie Ouedraogo “Als reporter naar de Spelen”

Reportages

22 42

4x goud in Londen Berlijn ‘Dorp van de vrede’

In de marge

29 32

Terublik De olympische geschiedenis Fotoreportage rolstoelbadminton


6

Opinie

Heel de wereld voor teevee

Door Steven Heremans Foto: Sven Saerens

Het Eurovisiesongfestival, het familiefeest met Kerstmis of de Tour de France, we kijken er allemaal naar uit. Zo is dat ook met de Olympische Spelen, het grootste gebeuren op deze aardbol. Het enige verschil is dat de Spelen, die hun oorsprong vinden in het oude Griekenland, slechts om de vier jaar worden georganiseerd. Dat wil zeggen dat iedere sportliefhebber enkele jaren moet wachten op die ene dag. De dag waarop het grote sportfestijn opnieuw van start gaat. De olympische toorts wordt het stadion binnengebracht en de olympische vlam wordt ontstoken. Zo herinneren we ons uiteraard nog allemaal dat er vier jaar geleden in Peking een Chinese atleet al vliegend naar de vuurkom vloog om de Spelen officieel van start te laten gaan. De vierjaarlijkse openingsceremonie, die dan al achter de rug is, staat bekend om haar eindeloos durende optocht van atleten die, fier als een gieter, hun land komen vertegenwoordigen. En hoewel die optocht niet het meest spectaculaire en het meest interessante gebeuren is van de Olympische Spelen, is dat wel het moment waarop zo’n vier miljard mensen aan hun breedbeeldscherm met high definition zullen gekluisterd zitten. Dat wil zeggen dat bijna zestig procent van de wereldbevolking op 27 juli om tien uur ’s avonds thuis of op café zal kijken naar de opkomst van onder meer Usain Bolt, Fabian Cancellara en onze eigenste Kim Clijsters. Het ideale moment dus om eens rustig te gaan dineren met je liefste. En net als de gemiddelde werkman op straat - verzot op bier, worst en wat entertainement op televisie - kijken ook die grote sterren uit naar dat ene moment waarop ze de piste betreden. Een moment waarop de olympische leuze ‘deelnemen is belangrijker dan winnen’ nog slechts een verkeerd gekozen succeswens van diens moeder is en waar alle focus gericht is op één doel, zichzelf overtreffen. Want dat is wat de Spelen met je doen, althans dat denk ik toch. Daar hoop ik, en alle sportliefhebbers met mij, op. Atleten die het beste uit zichzelf naar boven halen en kunnen verrassen. En of

Steven Heremans

je dan thuiskomt met een gouden, een zilveren of een bronzen medaille maakt niet heel veel meer uit. Zelfs wanneer je terugkeert zonder medaille kom je voldaan en afgepeigerd thuis. Dat is echter voor niemand het geval, gezien iedere atleet bij aanvang van de Spelen een deelnemersmedaille ontvangt. Samengevat zijn de Olympische Spelen één groot feest. De atleten leven zich uit en gaan voor het allerhoogste wat er in het universum van de sport te behalen is. De sportliefhebber zit thuis voor zijn televisie en supportert voor de atleet van zijn keuze en hoopt op het beste. Zelfs als die favoriet niet naar verwachting presteert, heeft diezelfde sportliefhebber een fijne tijd vol spanning en emotie achter de rug. De Spelen komen eraan en we kijken ernaar uit!


Opinie

“The greatest show on earth”

7

Door Sven Saerens Foto: Steven Heremans

geen zeldzame ziekte is als we het hebben over de opbouw van de Spelen. Want laat ons eerlijk zijn, waar zal dit ooit stoppen en is het überhaupt nodig? Prime Minister David Cameron trekt àlle registers open en liet in de pers fijntjes optekenen dat het om de grootste show op aarde zal gaan. Je kan het misschien beschouwen als een prestigeduel van machtsvertoon waar de financiële spierballen naar hartenlust kunnen rollen.

Sven Saerens

Voormalig IOC-voorzitter Juan Antonio Samaranch beschreef elke Spelen als de beste ooit, met als uitzondering die van Atlanta in 1996. Er waren problemen met Coca-Cola dat aan overcommercialisering deed, transportproblemen aan de lopende band en een bomontploffing die aan twee mensen het leven kostte. Later bleek er ook corruptie in het spel te zitten. Uit het organisatiecomité van Atlanta waren giften gegeven aan een groot aantal IOC-leden die de uiteindelijke keuze maakten wie de Spelen mocht organiseren. Zijn opvolger Jacques Rogge is als Vlaming iets meer ingetogen met zijn complimentjes en beschreef de Spelen van Athene in 2004 als “onvergetelijke droomspelen” en die van Peking noemde hij “uitzonderlijk”. Benieuwd wat het dit jaar zal worden. De druk in Londen om er de meest memorabele Spelen van te maken is enorm. Er werden kosten noch moeite gespaard. Meer dan tweehonderd huizen werden onteigend om plaats te ruimen voor nieuwe sites, meer dan tweehonderdduizend arbeiders helpen alles op te bouwen. De inwoners van Londen leggen £625 miljoen bij en men verwacht maar liefst 4 000 000 000 (!) - u leest vier miljard - mensen die naar de openingsceremonie zullen kijken. Oorspronkelijk werd de kostprijs geraamd op 2,4 miljard pond. Ondertussen is dat bedrag vertienvoudigd. Een kijk in het verleden leert dat megalomanie

In Peking klaagden journalisten dat ze niet met open vizier door het world wide web konden surfen, en zodoende was er sprake van censuur. Vandaag worden de Spelen van Londen de eerste social media Olympics genoemd. Het is nog maar de vraag of we dat effectief mogen geloven, want Twitter boezemt klaarblijkelijk angst in. Er komt een Olympic Athletes Hub, een website met officiële en goedgekeurde Twitter-feeds. Allerlei regeltjes worden uitgevonden om toch maar alles in eigen belang te kunnen stellen. Zo mogen sportlui niet tweeten over merken die geen officiële sponsor zijn. Stelt u het zich even voor: Roger Federer neemt een foto van zijn Nike schoenen, maar de officiële hoofdsponsor hiervoor is Adidas. In principe kan de Zwitser hiervoor naar huis worden gestuurd. U merkt het al: niet de atleet of de toeschouwer is wat telt, wel het eigenbelang en dat van de sponsor. Natuurlijk brengen de Spelen ook heel wat fraais met zich mee. Parels van gebouwen rijzen als paddenstoelen uit de grond en de stad verkeert enkele weken in een ongekende roes. Ze zorgen voor een niet te evenaren publiciteitsstunt en het trekt een hele zwik toeristen aan. Jammer genoeg staat op al dat lekkers een houdbaarheidsdatum en vervalt die al gauw na afloop van de Spelen. Last but not least: het is dé manier om zich als stad te zuiveren. Denk maar aan daklozen en de meisjes van plezier, zij werden ook geweerd op het WK voetbal in Zuid-Afrika. Dat de stad blauw kleurt van politie en dat die vol loopt met soldaten, moeten de inwoners er ook maar bijnemen.


8

rubriek

Julie traint 32 uur per week en zit daarnaast twintig uur op school.

Julie Croket // gymnaste

“Trainen in Russische omstandigheden” Het is zaterdagvoormiddag en de sporthal van Dendermonde leeft. Gelach, gekrijs, geroep, getier, gekakel. De kleinste turnstertjes en turnertjes hebben plezier in hun turnen. Het is hier dat we Julie Croket terugvinden, klaar om naar de Olympische Spelen te gaan. Ze is als 17-jarige de enige gymnaste die ons land mag vertegenwoordigen in Londen.

Door Sven Saerens Foto’s: Steven Heremans


Talent

9

“Als wij hier in België een kind selecteren, schrikken en weigeren vele ouders als ze horen dat hun kind drie tot vier keer per week moet trainen”  –  Dirk De Strooper

Nu Aagje Vanwalleghem haar afscheid aankondigde ligt de olympische weg helemaal open voor Julie Croket. Niet dat het zonder dat afhaken onmogelijk zou zijn geweest, want over nagenoeg de hele lijn presteerde ze beter dan Aagje. Net niet rijfde België in de landencompetitie een ticket binnen voor de Olympische Spelen in Londen. Daar eindigden ze vijfde, op één schamel puntje om als team naar de Spelen te kunnen vertrekken. Als we kijken naar de individuele resultaten, was het op dat olympisch test-event in januari waar Julie een vijfde plek in het algemeen klassement behaalde, met als uitschieter de balk. Ze leverde in die discipline de beste prestatie van alle deelneemsters. Aagje behaalde uiteindelijk de dertiende plaats, wat niet genoeg bleek om als land naar de Spelen te gaan. Maar Julie en Aagje waren wel de enige twee van de Belgische meisjes die de opgelegde quotum van het BOIC, het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité, haalden. Aagje haalde de norm een keer, Julie deed dat driemaal. De strijd om het olympisch ticket ging ongenaakbaar verder, want door de resultaten in de landencompetitie mocht er maar één Belgische gymnaste naar de Olympische Spelen. Tot op een doordeweekse woensdag in maart. Aagje Vanwalleghem, het boegbeeld van het Belgische vrouwenturnen stopt stante pede. Ze was op en had geen zin meer. Door vele belssuers was het fysieke en het mentale aspect was te zwaar geworden om nog verder te doen.

Het lijkt wel of het turnen zit bij het gezin Croket in het bloed. “Het was mijn jongere zus Stephanie die met turnen was begonnen. Ik zat eerst op de tekenacademie, maar dat vond ik maar niets. Daar ben ik vrij vlug mee gestopt en toen ik acht jaar was ben ik voor het eerst een keer mee gaan turnen met mijn zus. Ik had meteen de kriebels te pakken gekregen.” Het was geen sinecure dat Julie op die late leeftijd nog iets kon bereiken in het turnen. Haar trainer Dirk De Strooper vertelt: “Julie kwam eigenlijk mee met haar zus. Van Stephanie wisten we meteen dat ze talent had, we wilden ze toen heel graag bij ons in de club houden. Toch fluisterde Stanny, Julie’s vader, me in het oor dat Julie veel potentieel had en dat ze best wat meer aandacht verdiende. Eerlijk gezegd was het moeilijk te geloven, want ze was toch al acht jaar. Achteraf bleek dat het klopte. Toch kon Stephanie even goed zijn geworden, maar op een andere manier. Ze had enorm veel capaciteiten. Ik vind nog altijd dat er minder goed werd mee omgesprongen in vergelijking met andere meisjes.” Hoe zag je dat Julie meer talent had dan de andere turnsters? “Door haar explosiviteit. Dat heeft vooral te maken met haar vezels en spieren. Ze noemen dat ook wel de fast and slow twitch. Dat houdt in dat ze vaker, sneller en krachtiger haar spieren kan gebruiken. Je begint dat pas te zien als kinderen wat verder staan in hun ontwik-


10

Talent

keling. Wij hadden het door toen ze ongeveer tien jaar was. Dan beginnen ze zich van elkaar te onderscheiden. Je ziet dat door bijvoorbeeld salto’s die hoger gaan en ze iets sneller uitvoeren.” Wat maakt Julie zo goed? “Bij Julie is het de manier waarop haar vezels en spieren gebouwd zijn, maar ook haar karakter. Je kan haar eigenlijk alles vragen. Als ze een trainer goed aanvoelt en als ze die volledig vertrouwt, dan kan je eigenlijk zodanig veel vragen dat je moet opletten als trainer dat je niet te veel vraagt. Ze zal het wel uitvoeren, maar misschien is ze er nog niet klaar voor. Ik moest mij altijd inhouden, Julie deed dat nooit. In haar hoofd is ze absolute top. Ze geeft ook alles op: nog geen vriendje, dag in dag uit leeft ze voor de sport. Op en top professionalisme.”

In zak en as

Toch was de weg naar waar Julie nu staat niet altijd even makkelijk. Enkele jaren geleden legde een enorme brand de sporthal van Dendermonde in de as. De sporthal was volledig afgebrand. Dertig sportverenigin-

gen en vierhonderd turn(st)ers stonden toen op straat. “We zijn dan moeten uitwijken naar een koelhangaar van een bedrijf dat yoghurt maakte. We waren toen met een vijftigtal kinderen om te turnen in een koelhangaar van 25 op 25 meter. Het leek allesbehalve op een turnzaal. Alles hebben we er zelf gedaan. Elektriciteit gelegd, verlichting geplaatst, wc-voorzieningen gemaakt en voor een verwarming gezorgd. Alle matrassen die we konden vinden en die een beetje deftig waren hebben we aangenomen om toch maar zachte matten te hebben. We noemden het toen Russische omstandigheden. Zelfs de trampoline heb ik zelf gemaakt. Op die manier is Julie toch nog kunnen blijven verder turnen.” We zitten hier nu op zaterdagochtend, en het zit hier vol met jonge kinderen. Kan je dan zeggen dat turnen leeft in België en dat er daadwerkelijk talent is? “Als je vergelijkt met de grootmachten Rusland en China is het een wereld van verschil. Daar nemen ze de kinderen weg van de ouders en gaan ze op internaat. Alle dagen keihard trainen. Alleen de besten en zij met de meeste volharding zullen er slagen. Verstand op nul! Breek je daar je been, geen probleem. Er lopen nog 49 andere goede turn(st)ers. Als wij hier in België een kind selecteren, schrikken en weigeren veel ouders als ze horen dat hun kind drie tot vier keer moet gaan trainen. In Rusland en China kan dat wel. Hier springen we heel degelijk om met onze talentjes en geven we ze een heel goeie opleiding. Als je de opleiding in de Westerse landen vergelijkt met Rusland en andere landen, is die pedagogisch en mentaal misschien wel vijf keer beter. Het verschil zit hem in de cultuur. In die landen is turnen de sport bij uitstek zoals ze hier allemaal willen voetballen.” Als voorbereiding op het EK dat van negen tot dertien mei in Brussel plaats vindt, trekt Julie naar het Griekse Thessaloniki. Maar een contract bij Bloso heeft Julie nog niet. Dat wil zeggen dat ze nog niet wordt vergoed voor haar prestaties. “Wij krijgen geen geld en moeten alles uit onze eigen zak betalen. Het spaarpotje raakt stilaan leeg zonder hulp. Omdat Julie minderjarig is, kan ze nog geen contract krijgen. Sponsors vinden ligt heel moeilijk”, zegt Stanny.

Trainer Dirk De Strooper kon maar moeilijk geloven dat Julie meer talent had dan haar zus.

Ondertussen zit Julie in haar laatste jaar in het secundair onderwijs. Vaak valt het zwaar om topsport en studeren te combineren. Lukt dat bij jou? “Ik moet werkelijk alles opofferen voor de sport. We trainen 32 uur in de week en twintig uur zit ik op de


Talent

11

Croket poseert met een nieuwe generatie turnsters.

schoolbanken. Mijn hele dagen zijn dus gevuld. ’s Morgens is het training tot half elf. Om elf uur naar school, om twintig na drie is de school uit en van kwart na vier tot zeven is het training. En dan is het eten, studeren, douchen, slapen. Veel vrije tijd om te gaan feesten met vriendinnen is er niet.” Je hebt nu een topsportstatuut, vind je dat ze je genoeg begeleiden? “Ja, ze begeleiden me wel goed via smartschool. Als ik in het buitenland zit, sturen ze mij de schoolopdrachten door via een digitaal schoolplatform zodat ik alle opdrachten kan maken. Dat is wel goed want op die manier blijft het toch mogelijk om beide te combineren. Ik weet nog niet of ik hierna nog verder ga studeren. Ik heb mij altijd laten vertellen dat een diploma heel belangrijk is, want turnen kan je niet je hele leven doen.” In welke mate speelt jouw familie een rol in je prestaties? “Mijn familie is alles voor mij. Mijn ouders, mijn zus, mijn tantes en nonkels, … Die steunen mij allemaal heel hard

en ik ben blij dat ik zo een familie heb. Het is ook wederzijds, ik zal er voor hun altijd zijn en zij voor ook mij.” Het is geweten dat jouw pas overleden nonkel heel belangrijk voor je was en dat hij heel graag met jou naar de Spelen wilde gaan. “Mijn nonkel betekende alles voor mij. Hij was een zeer grote steun. Hij zei altijd dat het zijn droom was om samen met mij naar de Spelen te gaan. Als je gaat, ga ik met je mee en zal ik er voor je zijn. Nu zal hij er ook zijn, maar op een andere manier. Ik ga gewoon alles uit de kast halen om hem blij te maken.” Stel dat je mag kiezen tussen het leven dat je nu hebt en het ‘normale’ leven van iemand van 17 jaar. Zou je terug kiezen voor dit leven? “Ja, ik krijg veel voldoening terug. Ik mis eigenlijk niets omdat ik het allemaal gewoon ben. Als je jong bent moet je sporten. Ik vind dat het toch voor iedereen gezegd mag worden dat, ook al is het maar iets, je moet sporten.”


12

Olympiër

Jan Van Den Broeck // 800 meter

“Nog drie jaar te leven en de Spelen halen”

Met zijn Belgische titel in 2010, een zevende plaats op het Europees kampioenschap bij de U23 en vooral zijn vijfde plaats op het wereldkampioenschap in 2012 lijkt Jan Van Den Broeck (23) definitief uit de startblokken te zijn geschoten. Althans, figuurlijk toch want op de 800 meter vertrekken de lopers zonder startblokken.

Jan Van Den Broeck hoopt alsnog op de Spelen te geraken.

Door Steven Heremans


Olympiër

13

“Als ik niet honderd procent ben zal ik dat altijd toegeven, ik steek me niet weg achter excuses”

Het was voor het eerst in maart 2012 dat de wereld van de atletiek echt kennis maakte met Jan Van Den Broeck, die nu echt vertrokken lijkt voor een mooie carrière op de 800 meter. “Het Europees kampioenschap bij de -23-jarigen van afgelopen zomer was mijn springplank, ik moest enkel nog springen. Gelukkig heb ik die sprong gewaagd. Op het wereldkampioenschap in Turkije heb ik dan wat geluk gehad, maar dat heb je nu eenmaal nodig in de sport”, aldus Van Den Broeck die sinds zijn vijfde plaats op dat bewuste WK meer aanzien krijgt. “In de atletiek is het zo dat je meer of minder steun krijgt naargelang je resultaten. Dit seizoen was ik een A3-atleet, volgend seizoen zal ik een A1-atleet zijn. Dat komt overeen met mensen die naar de Olympische Spelen trekken. Op die manier zal ik meer steun krijgen om bijvoorbeeld op stage te gaan, en dat maakt het voor mij gemakkelijker.”

‘Goodwill’

Toch wil dat niet zeggen dat Van Den Broeck deze zomer al op de Spelen te bewonderen zal zijn. “Ik zit nog steeds met de Spelen van Londen in mijn hoofd, maar ik denk dat ik ga moeten rekenen op de goodwill van het BOIC, het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité. Ik heb vorig jaar wel goed gepresteerd, maar net niet goed genoeg om een kwalificatie af te dwingen. Moest ik in de buurt kunnen komen van de 1’46” dan hoop ik toch dat ik mee mag naar Londen om ervaring te kunnen opdoen.” Net als alle andere jonge atleten heeft ook Van Den Broeck een droom. “Ooit hoop ik een olympische medaille te winnen, al weet ik niet of dat realistisch is. Je moet daarin wat geluk hebben, maar eigenlijk zou ik al blij zijn moest ik ooit op de Spelen geraken. Moest ik kunnen kiezen tussen honderd jaar worden en nooit de Olympische Spelen halen of nog drie jaar te leven hebben maar wel op de Spelen geraakt zijn, dan zou ik kiezen voor het tweede”, vertelt hij vol overtuiging.

Om op de Olympische Spelen te geraken zal Van Den Broeck wel nog ettelijke uren moeten trainen. “Ik kan alles nog bijschaven: uithouding, kracht en snelheid. Maar mijn grootste werkpunt is mijn lenigheid. Ik ben nogal een stijve hark. Mijn sterkste punt is dan weer mijn versnelling op het einde van een wedstrijd, in de 800 meter is dat het belangrijkste”, meent Van Den Broeck, die daarmee de vraag van Cédric Van Branteghem beantwoordt. “Ik heb absoluut veel respect voor wat Cédric in zijn carrière allemaal heeft bereikt. Hij is altijd een voorbeeld geweest voor vele jonge atleten. Hij heeft een mooie carrière achter de rug waarin hij echt ver is geraakt, zelfs toen de broers Borlée zijn opgekomen heeft hij stand gehouden. Meer zelfs, hij won samen met de Borlées een zilveren medaille op het wereldkampioenschap van 2010. Cédric is bovendien echt sympathiek, zoals je van een Gentenaar mag verwachten.”

Excuses

“Maar mijn grootste voorbeeld is toch Joeri Borzakovski, ook een 800 meterloper”, gaat Van Den Broeck verder. “In 2004 won hij een gouden medaille op de Olympische Spelen. Vorig jaar heb ik zelfs eens tegen hem mogen lopen. Dat was echt een leuke ervaring, ook al eindigde ik ver achter hem. Maar gelukkig kan ik wel tegen mijn verlies. Als mijn tegenstanders beter zijn of ik niet honderd procent ben, zal ik dat altijd toegeven. Ik zal me nooit wegsteken achter excuses”, besluit de jonge Dendermondenaar.


14

Olympiër

Cédric Van Branteghem // voormalig atletiekkampioen

“Ik heb mijn droom verwezenlijkt”

Vier keer Belgisch kampioen op de 200 en 400 meter, twee keer de Gouden Spike, winst op de Memorial Van Damme en tal van ereplaatsen op zowel Europese als wereldkampioenschappen. Cédric Van Branteghem (33) kan met voldoening terugkijken op zijn carrière als atleet. Ook op de Olympische Spelen heeft Van Branteghem het hoogst haalbare gehaald vindt hij zelf.

“Het was altijd mijn grote droom om een olympische finale te lopen”, vertelt Van Branteghem met enige trots. Op de Olympische Spelen van Peking in 2008 haalde de Gentenaar samen met Arnaud Ghislain en de broers Kevin en Jonathan Borlée de finale van de 4 x 400 meter estafette. Niet alleen werd het viertal vijfde, ze verpulverden ook het nationale record met liefst één seconde. Datzelfde record hadden ze eerder al afgenomen van onder meer de legendarische Fons Brydenbach, dat liefst 27 jaar lang standhield. “We heb-

Door Steven Heremans

het feit dat ik twee keer van de partij ben geweest op de Olympische Spelen, is iets wat niet veel mensen kunnen zeggen. Er zijn altijd uitzonderingen à la JeanMichel Saive die zeven keer gaat, maar ook als je twee keer mag meedoen is dat een hele prestatie, en daar ben ik trots op.” Maar wat is nu net het verschil tussen die Olympische Spelen en een wereldkampioenschap, vroeg Jan Van den Broeck zich af. “De enorme druk en belevenis eromheen. De atleten zijn nog meer gefocust en de tijden zijn steevast een stuk scherper in de peri-

“Niet veel mensen kunnen zeggen dat ze twee keer van de partij waren op de Olympische Spelen” ben in Peking meer bereikt dan we hadden verwacht, het was namelijk al van in de jaren tachtig geleden dat een Belgische estafetteploeg een olympische finale had gehaald.” Samen met zijn persoonlijk record op de 400 meter (45”02) dat hij liep op de Memorial Van Damme van 2003, die hij ook won, is die olympische finale het hoogtepunt uit zijn carrière. “Dat zijn twee momenten die nooit zal vergeten, voor eigen publiek een nationaal record lopen en tegelijkertijd de Golden League winnen is een uniek gegeven”, aldus Van Branteghem. “Ook

ode rond de Spelen. Daarnaast stelt het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité (BOIC) veel scherpere limieten dan het VAL, de Vlaamse Atletiek Liga. Het is dus moeilijker om op de Spelen te geraken.”

FRM

Tegenwoordig werkt Van Branteghem voltijds voor Edan Business Solutions, een IT-integrator en tevens het bedrijf van zijn vader. “Informatica heeft mij altijd al geïnteresseerd, bovendien ben ik ermee opgegroeid natuurlijk.” Dat wil echter niet zeggen dat hij de sport-


Olympiër

wereld niet meer volgt. Zo zorgde hij er namelijk eigenhandig voor dat alle Belgische voetbalclubs uit eerste klasse binnenkort aan Fan Relationship Management kunnen doen, een systeem dat ervoor zorgt dat de clubs beter kunnen inspelen op de noden en verwachtingen van hun supporters.

Details

De voormalige olympische finalist weet natuurlijk ook nog steeds wat er zich afspeelt in de wereld van de atletiek. De naam van Jan Van den Broeck doet hem vertellen. “Jan heeft de juiste mentaliteit maar heeft net als ik niet het perfecte lichaam voor de 400 of 800 meter. Zijn vijfde plaats op het wereldkampioenschap indoor atletiek in Istanbul van dit jaar is een mooi prestatie maar stelt om eerlijk te zijn niet veel voor. Vele atleten lieten, met oog op de Olympische Spelen, het WK links liggen, al doet dat niets af van zijn prestatie. Hij heeft met het nodige lef gelopen en ik zie nog wel

Tegenwoordig verdiept Van Branteghem zich in de informatica.

15

mogelijkheden voor Jan om te kunnen verrassen in de toekomst.” Dat zal echter niet zonder slag of stoot verlopen, weet Van Branteghem. “Soms zit je in een uitzichtloze situatie, dat kan zowel op als naast de baan zijn, maar net dan moet je er voor blijven gaan. Dat geldt eigenlijk voor alle atleten. Als hij trouwens nog beter wil worden moet hij heel erg perfectionistisch trainen. Hoe beter je wil worden, hoe meer je op de details moet letten. En vooral voldoende rustmomenten inbouwen.”


16

Opinie

Olympische kenners Wilfried Meert: “Jonathan en Kevin Borlée zullen het moeten doen”

Christophe Vandegoor: “Gilbert schat waarde van olympische titel hoog in”

“Op de atletiekpiste zal het in eerste instantie rond de broers Borlée draaien, zoveel is zeker. Met Kevin hebben we de regerende Europese kampioen die in 2011 ook nog eens een bronzen medaille haalde op het wereldkampioenschap in Daegu. Zijn broer Jonathan is zeker even getalenteerd en zou normaal gezien op één van de komende competities een medaille moeten kunnen halen.”

“In het wielrennen zal het sowieso heel moeilijk worden wat de selectie betreft. Per land mogen er maar vijf renners mee naar de Spelen en dat wordt geen gemakkelijke opdracht. Je hebt volgens mij twee zekerheden: Philippe Gilbert en Tom Boonen. Dan kom je bij andere grote namen als Greg Van Avermaet, Nick Nuyens of Johan Vansummeren die er in Peking ook al bij was. Ze staan allemaal te dringen om mee te mogen. Bovendien is de rit zwaarder dan de testkoers van vorig jaar, toen Mark Cavendish won.”

“Daarbuiten moeten we hopen op Tia Hellebaut. Iedereen weet dat zij probeert om een onwaarschijnlijke comeback te realiseren, maar met concurrenten als Anna Chicherova, Chaunté Howard en Blanka Vlasic zal dat niet gemakkelijk zijn. We mogen blij zijn als ze top vijf kan halen, wat gezien haar leeftijd een sterke prestatie zou zijn. Bij de vrouwelijke estafetteploeg zie ik dan weer weinig mogelijkheden. Ik denk niet dat daar nog het talent aanwezig is om nog maar in de buurt te kunnen komen van de prestaties die de 4 x 100 meterploeg kon neerzetten toen Kim Gevaert er nog bij was.” “Maar het zal natuurlijk uitkijken zijn naar de finale van de 100 meter bij de mannen. Er waren maar liefst een miljoen gegadigden voor 80.000 tickets. Al die mensen willen natuurlijk Usain Bolt aan het werk zien. Die krijgt met Yohan Blake overigens zware concurrentie uit eigen land. Toch zal Bolt sowieso dé figuur worden rond wie de Spelen zullen draaien.” Door Steven Heremans

“Als Cavendish zich ergens op concentreert wint hij ook die wedstrijd. Hij kan zich altijd geweldig goed focussen. Kijk maar naar het afgelopen wereldkampioenschap of naar Milaan-Sanremo van 2009. Ten tweede is in Groot-Brittannië een olympische titel veel meer waard dan een wereldbekerwedstrijd.” “Net zoals Cavendish zich ergens kan op focussen kan ook Gilbert dat. Je merkt dat hij de waarde van een olympische titel heel hoog inschat. In de situatie zoals ze nu is zegt Gilbert zich te concentreren op latere doelen in het seizoen, en dat kan in zijn voordeel spelen. Het is mij opgevallen dat hij de voorbije winter veel sprak over de Olympische Spelen. Misschien heeft hij wel met Samuel Sànchez, de huidige olympische kampioen, gebabbeld.” “Een vreemd verhaal speelt zich af in het mountainbiken. Daar onderneemt Sven Nys een poging om mee te doen aan de Olympische Spelen. Dan heb je Kevin van Hoovels die ergens gaat deelnemen en zich meteen plaatst voor de Spelen zonder daarover veel ophef te maken. Die jongen verdient minstens evenveel aandacht omdat hij zich wel al kon plaatsen, terwijl Nys veel meer in de media kwam met zijn pogingen en nog steeds niet geplaatst is.” Door Sven Saerens


Opinie

17

aan het woord Cathérine Van Eylen: “Evi Van Acker maakt grootste kans op medaille”

Renaat Schotte: “Olympisch kampioen voor Buckingham Palace”

“Het BOIC wil drie medailles op de Olympische Spelen en volgens mij zou dat al heel mooi zijn. De grootste kans op een medaille hebben we met de Borlées, Tia Hellebaut en Kim Clijsters. De vraag blijft natuurlijk welke medailles zij eventueel kunnen winnen. In het geval van Hellebaut vrees ik dat er een paar beter zullen zijn, maar Tia is een kampioenschapsbeest, iemand die beter wordt als de stress toeslaat. Je weet maar nooit, maar laat ons zeggen dat ik Tia wel voor brons zie gaan.”

“Het is nog te vroeg om te kunnen bepalen wie de grote favoriet is omdat ik nu nog niet weet wie er dan in vorm is en wie er allemaal zal starten. We hebben in het voorjaar bijvoorbeeld een slechte Philippe Gilbert gezien die nog ver verwijderd was van de vorm om olympisch kampioen te kunnen worden. Aanvankelijk werd er gedacht dat het parcours op het lichaam van Mark Cavendish geschreven is, maar nu blijkt de laatste helling toch lastiger dan verwacht. Aan de andere kant zal Cavendish er alles aan doen om op zijn allerbest te zijn omdat het voor hem toch een hele bijzondere afspraak is. Hij kan er bij wijze van spreken olympisch kampioen worden voor Buckingham Palace.”

“Ik vond het opmerkelijk dat Jacques Borlée zich heel ambitieus toonde door te zeggen dat Kevin en Jonathan voor een medaille gaan. Anderzijds was er niemand die hen geloofde toen ze naar het wereldkampioenschap trokken om een medaille binnen te halen. Toch heeft Kevin zich daar naar een bronzen medaille gelopen.” “Bij Kim Clijsters rijst de vraag hoe fit ze zal zijn bij de start van de Olympische Spelen. Ze besliste om het gravelseizoen te laten schieten en te mikken op het grasseizoen en de Olympische Spelen, hopelijk was dat een goeie beslissing. Een Kim die fit is kan heel veel, het zou fantastisch zijn moest zij België een medaille kunnen bezorgen.”

“Onze landgenoten hebben op het parcours van de olympische wegrit, volgens de verkenning van Tom Boonen, een vrij grote kans. Om niet te zeggen dat dit dé kans is voor België om nog eens een olympische kampioen af te leveren. Gezien de prestaties van de Belgen het afgelopen seizoen lijkt het een beetje nu of nooit. In Peking was het parcours te zwaar en hadden we ook niet de nodige kwaliteiten. Nu krijgt bondscoach Carlo Bomans een gigantisch moeilijke taak voorgeschoteld om vijf Belgen te selecteren. Het is een unieke kans voor de Belgen. Een type Leukemans of Meersman, die zich dit seizoen ontbolsterd heeft, hebben allemaal kans om daar te winnen.”

“Wie we zeker niet uit het oog mogen verliezen is zeilster Evi Van Acker. Zij is iemand waar ik persoonlijk veel van verwacht en ik acht de kans op een medaille zeer reëel. Peking was een ontgoocheling voor haar, maar ze heeft er veel geleerd. Ze staat sterk en heeft alles in zich om een medaille te winnen. We kunnen alleen maar hopen dat het er in Londen uitkomt.”

“Ik ben ook zeer benieuwd hoe de jonge Gijs Van Hoecke het zal gaan doen in het baanwielrennen. Bij de andere atleten ontpop ik mezelf als supporter. Vier jaar geleden zag ik Tia Hellebaut vanuit de tribune naar goud springen, het zou fantastisch zijn moest ze dat dit jaar opnieuw kunnen doen natuurlijk.”

Door Sven Saerens

Door Steven Heremans


18

rubriek

Sporty Doony, de sportiefste donut. Sport = fun!

www.vandemoortelebakery.be Vamix NV | Ottergemsesteenweg-Zuid 806 | 9000 Gent | Tel 09 240 17 11 | fax 09 240 17 68 | RPR 0418.123.646 | Rechtsgebied Gent


rubriek

19

Olivier Cauwenbergh // K2

“Bij kajakken denken mensen aan de afvaart van de Lesse” Hij staat voor één van de grootste opdrachten in zijn hele sportcarrière en binnen enkele maanden is het zover. Olivier Cauwenbergh aast samen met zijn K2-partner Laurens Pannecoucke op een olympische medaille. Meer zelfs, de Belgen worden getipt als een te duchten medaillekandidaat.

Door Sven Saerens


20

Talent

Het doel op de Spelen is simpel: beter doen dan vorig jaar. Toen werden de twee nog vierde op het wereldkampioenschap in het Hongaarse Szeged in de K2 1.000 meter. Een makkelijke opdracht om dit jaar beter te doen wordt het niet. “Het is niet omdat we sneller varen dan vorig jaar dat het ons ook effectief lukt om een medaille te halen, want de rest kan namelijk ook sneller varen. We kennen de concurrentie en we weten tegen wie we varen, dus het zit er wel in als we ons best doen.”

Concurrentie

Van wie mogen we veel verwachten op de Spelen? “Er zijn meerdere landen die kanshebbers zijn op medailles. Op het WK waren de Slovaken, de Zweden en de Russen ons voor. Het zal vooral uitkijken zijn naar de Zweden, volgens mij zullen zij heel sterk presteren. Ze zijn er een hele tijd uit geweest maar zijn wel de olympische kampioen uit 2004. Ze zijn dus niet toe aan hun proefstuk en nemen een pak ervaring met zich mee. Bij de Slovaken zit je met een apart verhaal. Eén ervan is een K1-vaarder op de 500 meter die samen zit met iemand die uit de 4.000 meter komt. Dat klikt goed en heeft vorig jaar gewerkt. Toch is dat geen zekerheid dat het dit jaar nog eens zal gebeuren. De Russen zijn

nog heel jong, en kan je het beste met ons vergelijken. Die zullen ook heel sterk zijn en niet te onderschatten. Op de vijfde en zesde plek landden de Duitsers en de Hongaren vorig jaar. Die kan je normaal gezien ook altijd meerekenen op het podium.” Hoe goed is de samenwerking met Laurens Pannecoucke? “Laurens en ik moeten elkaar blindelings kunnen aanvoelen. Ik zit altijd vooraan in de K2, en Laurens als zwaarte achteraan. We verschillen tien kilogram, maar het zou ideaal zijn in een K2 als beiden evenveel wegen. De boten zijn gemaakt voor twee atleten met hetzelfde gewicht. Doordat Laurens iets zwaarder is, kunnen we iets meer schuiven. Ik zit dan iets meer naar voor met mijn zit en mijn voetsteun. Op die manier wordt het allemaal wel in balans gebracht. De sterkte van de kopman moet het ritme aangeven, ervoor zorgen dat de indeling van de wedstrijd die is afgesproken ook wordt uitgevoerd en rekening houden tijdens de wedstrijd wat de andere kajakkers aan het doen zijn om er alsnog op in te spelen. Laurens moet blindelings kunnen volgen in mijn tempo en zorgen dat we altijd gelijk inslaan, zodat er geen krachten verloren gaan. Als ik bijvoorbeeld de laatste 200 meter extra aanzet, dan is het aan Laurens om daar direct in mee te zijn. Een kajakker op zo’n ni-

Olivier Cauwenbergh moet zijn partner blindelings kunnen aanvoelen.


Talent

veau voelt dat en dat vormt geen probleem. Op training gaan we nooit meer dan drie keer in de week samen in de boot zitten, want die trainingen zijn heel zwaar. Als we voelen dat het niet loopt tijdens zo een training, kappen we er meteen mee. Dan pakken we elk onze boot en kan ieder zijn ding doen.

21

is een probleem. We moeten er nu echt van profiteren want in het jaar van de Spelen krijgen wij veel aandacht. In de aanloop naar de Olympische Spelen is er eerst nog de wereldbeker. Normaal werken we altijd toe naar de wereldbeker, maar dit jaar werken we recht naar de Spelen toe. Als we geen finale halen kan dat

“ik sta vandaag In mijn carrière waar ik hoopte te staan” Summum

Ben je tevreden met het verloop van je carrière? “Alles wat ik heb doorlopen in mijn sportcarrière is perfect verlopen. Ik kan zeggen dat ik vandaag sta waar ik hoopte te staan in mijn carrière. Alles is ook stap voor stap gegaan. In 2005 ben ik senior geworden en ben ik direct in de nationale ploeg gekomen. Voordien trainde ik gewoon in de club. Ik deed ook aan Europese- en wereldkampioenschappen mee, maar dan wel in een andere discipline, het wildwater. Het is in die discipline dat ik wereldkampioen ben geworden in ploegverband als junior, bij de -18-jarigen. Toen heb ik eigenlijk nooit gedacht aan de Olympische Spelen. Op de Spelen van Peking in 2008 was ik bij Kevin en Bob (Kevin De Bont en Bob Maesen, de kajakkers voor België) en toen zag ik heel goed hoe zo een olympische campagne verloopt. We hebben toen samen getraind en ik zag hoeveel aandacht je op zo een moment krijgt. Tijdens dat jaar van de Spelen was er nog herkansing op het Europees kampioenschap. Toen zat ik eigenlijk in een vrij goede vorm en was de 500 meter nog een olympische discipline. In alle gekte had ik toen een super halve finale gevaren, althans het eerste deel toch. Daarna was ik plat gevallen. Als ik toen met iets meer controle had gevaren zat ik misschien wel in de finale. Dan weet je natuurlijk nooit, want als je in de finale een goede plaats kan behalen levert je dat een ticket op de Spelen op. Dat is toch ook ervaring die ik meeneem. Maar goed, ik ben zeer tevreden met het verloop van mijn sportcarrière. De Spelen is voor iedere atleet het summum.” Steekt het niet dat kajakken amper aandacht krijgt? “Ergens vind ik het wel jammer dat de sport niet meer aandacht krijgt. De meeste mensen denken bij kajakken aan een afvaart van de Lesse. Het is leuk dat ik de sport in de kijker kan zetten en de sport kan promoten, maar ikzelf hoef die aandacht niet. Als ik een goed resultaat kan neerzetten op de Spelen kan er misschien een bepaalde hype komen rond kajakken, wat goed zou zijn voor de sport. Mensen kennen kajak niet, dat

zijn door trainingen die we voordien hebben gehad en we niet helemaal fris zaten. Er zullen dan veel vragen uit de pers komen en er zal misschien heel wat gezegd en geschreven worden. Je moet daarmee kunnen omgaan en weten waar je je mee bezig houdt.”

Studeren

Meedoen aan de Olympische Spelen en tegelijkertijd studeren aan de hogeschool lijkt onmogelijk. “Ik ben gestart bij Bloso als student, zogezegd halftijds studeren en trainen. Ook al trainde ik voltijds en probeerde ik het te combineren. Uiteindelijk kregen ik en Kevin (De Bont) een voltijds contract nadat we met de K2 op het WK voor junioren derde zijn geëindigd om verder te werken aan die K2. Het studeren was moeilijk te combineren omdat ik toen licentiaat Lichamelijke Opvoeding in Leuven studeerde. Mijn eerste twee jaren waren geen probleem maar de laatste twee bevielen me zwaar om te combineren met topsport. Ik ben dan een jaar gestopt om me te concentreren op het kajakken. Sinds vorig jaar studeer ik Interactive Multimedia Design aan de Lessius Hogeschool in Mechelen. Dankzij mijn topsportstatuut kan ik mijn programma vrij flexibel kiezen en dat vergemakkelijkt het studeren. Zo heb ik maar één vak voor het tweede semester. Bloso vroeg om me om te stoppen met studeren, maar dat wou ik niet. Bij Bloso vragen ze om volledig voor een olympische discipline te gaan, anders steunen ze je niet. Tenzij je wereldkampioen bent. Maar ze hebben ze ons, toen we 18 waren, de mogelijkheid gegeven om professioneler bezig te zijn met het oog op Londen en niet op Peking. Dus voor hen is het ook geslaagd.”


22

Reportage

Luc Rampaer // woordvoerder BOIC

4x goud in Londen

Hoewel deelnemen belangrijker is dan winnen, draait het op de Olympische Spelen maar om één ding: een medaille winnen. Amerikanen, Russen, Chinezen en zelfs Nederlanders winnen elke keer medailles met hopen. En allicht zal dat komende zomer niet anders zijn. Maar hoe zouden de Belgische atleten het er in Londen van af brengen?

De thuishaven van het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité.

Door Steven Heremans


Reportage

Op de laatste drie edities van de Olympische Spelen slaagde ons land erin om tien medailles uit de brand te slepen. Vijf in Sydney, drie in Athene en twee in Peking. Daarbij zitten ook de twee gouden medailles van Justine Henin en Tia Hellebaut. Ter vergelijking, Nederland won op de laatste drie edities 63 medailles waaronder 23 gouden plakken. De Verenigde Staten haalden liefst 303 medailles waarvan er 108 gouden tussen zitten, ze stonden in zowel Sydney, Athene als Peking 36 keer op het hoogste schavotje Uit een wetenschappelijke studie van Paul De Knop, Maarten van Bottenburg en Veerle Bosscher, die werd uitgegeven door de VUB, blijkt dat België over de periode 2001 tot 2004 net geen twintig miljoen euro investeerde in topsport. “Tegenwoordig wordt er zo’n 33 miljoen euro uitgegeven aan topsport in België”, vertelt Luc Rampaer, woordvoerder van het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité. Op basis van dat geïnvesteerde geld kan je gaan uitrekenen hoeveel medailles we zouden mogen verwachten op de Spelen van Londen, ook al is sport natuurlijk geen exacte wetenschap. Maar om toch niet helemaal met de natte vinger te moeten voorspellen gaan we uit van de eerder genoemde studie.

23

waarbij een gouden medaille drie punten waard is, een zilveren twee punten en een bronzen medaille één punt waard is. Wanneer dit systeem wordt toegepast op de realiteit zou dat betekenen dat België bijvoorbeeld vier gouden, zes zilveren of twaalf bronzen medailles zou kunnen halen.

Inspraak

Het BOIC heeft met twee miljoen euro zo goed als geen aandeel in die 33 miljoen euro die vandaag de dag wordt geïnvesteerd in topsport. “Sinds een jaar of vijf investeren de gemeenschappen bijna twee tot drie keer meer in topsport”, aldus Rampaer. “Het geld dat wij investeren geven we vooral aan ploegsporten, want daar ligt onze focus.”

“Tegenwoordig wordt er zo’n

“Investeren in een ploegsport als hockey is duurder, zo moet je investeren in zo’n 24 atleten. En hoewel geld geven aan een atleet die de 200 meter loopt in verhouding duurder is, moet je aan een ploeg meer geven om hen zo efficiënt mogelijk te laten presteren”, verklaart de woordvoerder van het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité. Natuurlijk kunnen de Belgische topsporters ook zelf vragen om meer middelen. “Atleten als Svetlana Bolshakova (verspringen) of Thomas Van der Plaetsen (meerkamp) hebben inspraak op wat betreft hun voorbereiding. Ze kunnen via hun manager buitenlandse

33 miljoen euro uitgegeven aan topsport in België”

Daaruit blijkt dat België op de Olympische Spelen van Londen 12,65 medaillepunten moet kunnen behalen,


24

Reportage

stages, een mental coach en nog vele andere dingen aanvragen.”

Neuve. En dat ligt maar tachtig kilometer uit elkaar. Een Australiër zou je voor gek verklaren!”

“Zolang dat allemaal binnen een bepaald budget valt, wordt daar door de zogenaamde ABCD-commissie over beslist. Dat is een samenkomen van Adeps, de Waalse tegenhanger van Bloso, Bloso zelf, het COIB en de Deutsche Gemeinschaft, de vier topsportfederaties van België. Dat gebeurt ongeveer twee keer per jaar.”

Er moet dus slimmer worden geïnvesteerd, al lijkt dat gemakkelijker gezegd dan gedaan. “In België is sport een materie die afhankelijk is van de verschillende gemeenschappen. Zo zullen bijna al de atleten die geselecteerd zijn voor de Olympische Spelen van Londen voor een stuk gefinancierd zijn door Bloso en Adeps. Alleen de atleten die zijn aangesloten bij een nationale bond, zoals dat bij hockey het geval is, worden gefinancierd door het BOIC.”

Maar voor wat, hoort wat. Dat geldt zo ook bij de Vlaamse gemeenschap. Vanaf het punt dat de prestaties niet meer naar behoren zijn, kunnen atleten hun topsportstatuut verliezen. Rampaer: “De Vlaamse gemeenschap controleert of de prestaties beter worden na aanvraag van bijvoorbeeld een buitenlandse stage. Zij bepalen het statuut van een atleet naar aanleiding van de resultaten die hij of zij neerzet. Eens de prestaties voldoende zijn krijgen de atleten een pakket om zich op de best mogelijke manier te kunnen voorbereiden. Maar vanaf die vereiste resultaten niet meer volgen verliest de persoon in kwestie zijn of haar topsportstatuut en alle voordelen die daaraan verbonden zijn.”

Louvain-la-Neuve

Voor er een medaille kan gewonnen worden op de Olympische Spelen moet je een hele weg afleggen. Uiteraard moet je ten eerste beschikken over talent. Maar een land moet ook de nodige middelen hebben om van dat talent, dat dan nog een ruwe diamant is, een geslepen diamant te maken. “Talent hebben we”, verklaart Rampaer. “Maar je moet ze eerst ontdekken, opvolgen

Aparte wereld

Je zou denken dat alles dan in goede banen verloopt, maar dat is niet steeds het geval. “Er zou beter moeten worden samengewerkt tussen de verschillende topsportfederaties en er zouden betere afspraken moeten worden gemaakt. Dat lukt niet altijd even goed gezien het ook voor een stuk een politieke kwestie is. Vlaanderen wil met het geld van de Vlamingen de Vlaamse atleten in de kijker zetten, terwijl Brussel en Wallonië hetzelfde willen doen met hun atleten. Het worden daardoor meer en meer twee aparte werelden waar het BOIC zich moet laten gelden als bemiddelaar.” Daar zit bovendien het verschil met onze noorderburen. “In Nederland is er maar één minister van sport, die krijgt automatisch subsidies en dat is bij ons niet het geval. Want met Philippe Muyters (N-VA), André Antoine (CdH) en Isabelle Weykmans (PFF) hebben we voor iedere gemeenschap een minister van sport”, vertelt

“topsport is afschuwelijk, Zonder ijzeren discipline kom je er niet” en hen de nodige tijd geven om zich te kunnen ontwikkelen. Ze moeten ook een zeker doorzettingsvermogen hebben, want topsport is afschuwelijk. Zonder ijzeren discipline kom je er niet.” Dat België over heel wat talent bezit, bewijst Rampaer met het voorbeeld van de Olympische Jeugdspelen. “Daar eindigt ons land vaak bij de top vijf van de Europese landen. Het probleem is dat we niet altijd even intelligent omspringen met investeringen. Zo hebben we bijvoorbeeld een prachtige indoor atletiekpiste in Gent, maar nu gaan we er nog één bouwen in Louvain-la-

Rampaer. “Het is voor onze noorderburen veel gemakkelijker gezien zij niet gebonden zijn aan de politieke toestand zoals we die in België kennen.”

Crisis

Het leven is duur, en dat geldt ook voor het BOIC. Zo moeten ze het stellen met minder sponsors dan in het verleden het geval was, en ook de onderhandelingen met de huidige sponsors verloopt moeilijker. “Door de crisis willen onze sponsors steeds minder geld uitgeven aan reclame, sommigen hebben zich zelfs al helemaal


rubriek

Luc Rampaer is ervan overtuigd dat BelgiĂŤ over voldoende talent beschikt.

25


26

Reportage

“Om een atleet goed voor te bereiden heb je vier tot zes jaar nodig” teruggetrokken”, vertelt Rampaer. “Het geld komt jammer genoeg niet uit de lucht gevallen. Doordat we minder sponsors hebben, beschikt het BOIC automatisch over minder geld dan vroeger.” De Nationale Lotterij compenseert dat verlies in beperkte mate. “Met bijna twee miljoen euro krijgen we nu meer geld van Lotto. In de totale inkomsten van het BOIC komt dat neer op ongeveer 35 procent van onze inkomsten over een periode van vier jaar. De overige sponsors, zoals Delhaize, Belfius en Belgacom, zorgen voor dertig procent van de inkomsten. Twintig procent van onze inkomsten krijgen we van het IOC, het Internationaal Olympisch Comité, en de rest komt van de Belgische overheid.”

Minimaal drie

Op de vraag wat het BOIC verlangt van zijn atleten die in Londen van de partij zullen zijn voor de dertigste editie van de Olympische Spelen antwoordt de woordvoerder van het BOIC voorzichtig. “Wij tonen onze ambitie door te vertellen dat we beter willen doen dan op de voorbije Spelen in Peking. Heel concreet wil dat zeggen dat we hopen op meer dan twee medailles. In onze stoutste dromen willen we even goed doen als op de Spelen van Atlanta in 1996, waar we zes medailles wonnen.” Hoewel het weinig waarschijnlijk lijkt dat de Belgische atleten die droom in vervulling kunnen laten gaan, valt er wel een positieve trend op te merken. “Om een atleet goed voor te bereiden heb je op zijn minst vier tot zes jaar nodig. Doordat we nog maar enkele jaren werken met de middelen waarover we nu beschikken, denk ik dat we in 2016, wanneer de Spelen in Rio de Janeiro plaatsvinden, een serieuze kans maken op een stuk meer medailles. Bovendien wordt het aantal atleten die voor België naar de Spelen gaan ook steeds groter sinds Athene 2004.”

Top acht op Olympische Spelen De Olympische Spelen van 2016, die plaats zullen vinden in Rio de Janeiro, zal de eerste grote doelstelling zijn van het ABCD-project dat tegenwoordig beter gekend is onder de naam Be Gold. Deze samenwerking tussen de Franse gemeenschap (Adeps), de Vlaamse gemeenschap (Bloso), de Duitstalige gemeenschap en het Belgische Olympisch en Interfederaal Comité wordt door de overheid gesteund via de Nationale Loterij en werd in het leven geblazen op 30 april 2004. Samen hebben ze als doel projecten te promoten die zorgen voor het ontdekken, ontplooien en begeleiden van jong topsporttalent met oog op de Spelen. De uiteindelijke bedoeling van het hele project is het behalen van een plaats in de top acht op de Olympische Zomer- en Winterspelen van 2014, 2016, 2018 en 2020. Daarvoor wordt er jaarlijks een bedrag van liefst 3,25 miljoen euro opzij gelegd. Imke Vervaet werd, na het wegvallen van Kim Gevaert in de 4x100 meter estafette-ploeg, opgenomen in de ploeg die in Peking zilver behaalde. Op het wereldkampioenschap wielrennen van 2011 in Denemarken behaalde Jessy Druyts onverwachts de zilveren medaille bij de junioren. De beide dames zijn lid van de eerste lichting Be Gold-atleten en hebben bijgevolg veel te danken aan het project dat België ongetwijfeld nog veel meer talent en succes zal opleveren.


Reportage

27

Prijs van een gouden medaille voor Belgie Exacte cijfers: tennis (283.448 euro), zwemmen (932.195 euro), wielrennen (133.354 euro), judo (121.623 euro), atletiek (837.623 euro) Gemaakt door: Sven Saerens

0

200.000 400.000 600.000 800.000 1.000.000

Aantal medailles ooit op de Olympische Spelen 0

0

500

20

1000 1500 2000 2500

40 60 80 100 120 140

Exacte cijfers: Verenigde Staten (2295), Sovjet-Unie (1010), Groot-BrittanniĂŤ (715), Frankrijk (636), Duitsland (529), BelgiĂŤ (126) - Gemaakt door: Steven Heremans


28

rubriek

YOUR RIDE

ONLY SMARTER

De nieuwe Polar RCX3 met

Trainingseffect

Eenvoudig delen

Kleine G5 GPS sensor

Motiverende feedback onmiddellijk na iedere training.

Deel en analyseer via polarpersonaltrainer.com.

Accurate meting van snelheid en afstand met online route mapping.

Ontdek de Polar RCX3 met Smar t Coaching op polarbelgium.be


In de marge

29

Olympische Spelen // geschiedenis

‘Ice-Tea’ ontdekt op Spelen van 1904 In de rijke geschiedenis van de Olympische Spelen zijn er heel wat merkwaardige weet jes. Zo is de jongste medaillewinnaar 11 jaar, de oudste 72 jaar en duurde het liefst zeven uur alvorens de foto was ontwikkeld van de eerste fotofinish. In de loop der jaren zijn wel meer noemenswaardige dingen gebeurd.

Athene 1896

De eerste moderne Olympische Zomerspelen onder leiding van de Franse baron Pierre de Coubertin gaan van start. De uitgelezen plaats voor de Spelen van de eerste Olympiade was Athene. Opmerkelijk was dat de zwemwedstrijden in open zee werden afgelegd en niet in een zwembad, en dat touwklimmen een discipline was die onder turnen viel. Verder werd in 1896 het Internationaal Olympisch Comité (IOC) opgericht, was de Griek Dimitrios Loundras als 10-jarige turner de jongste deelnemer ooit aan de Olympische Spelen en won Spirodon ‘Spiros’ Louis de marathon. De man werd stante pede tot nationale volksheld gekroond. Het Atheense stadion van 2004 - waar voetbalclubs AEK Athene en Olympiakos hun thuiswedstrijden in afwerken - is naar hem vernoemd.

St Louis 1904

Door de drukkende hitte kreeg de Oosterse delegatie haar thee niet verkocht. Het drankje werd dan maar gereserveerd met ijsblokjes, waardoor het drankje het succes van de Spelen werd. De Ice-Tea was geboren. Bovendien werden er voor het eerst medailles uitgereikt. George Eyser, een Amerikaanse gymnast, wist ondanks zijn houten linkerbeen zes medailles te winnen.

Antwerpen 1920

Na een onderbreking waar de Eerste Wereldoorlog tussen zat kwamen de Olympische Spelen voor het eerst naar België. Het waren vooral de Antwerpse di-

Door Sven Saerens

amantairs en reders die het financiële plaatje hiervan opblinkten. Voor het eerst werd de vlag met de vijf ringen gehesen. De vijf ringen symboliseren de vijf werelddelen, maar staan ook voor overwinning, ethiek, vertrouwen, passie en sportiviteit. De kleuren zijn gekozen omdat elke vlag van een land minstens één van deze zes kleuren (wit inbegrepen) bevat. De oudste medaillewinnaar was de Zweed Oscar Swahn die als 72-jarige in het schieten een zilveren medaille behaalde.

Amsterdam 1928

Coca Cola deed voor het eerst zijn intrede als sponsor. Zij betaalden de reiskosten voor de Amerikanen in ruil dat zij zich lieten zien met een flesje Cola in de hand. De jongste medaillewinnares ooit was de Italiaanse Luigina Giavotti. Op haar 11 jaar turnde zij zich naar een zilveren medaille.

Los Angeles 1932

Het grootste stadion ooit op Olympische Spelen was het Los Angeles Colleseum. Er werd 11 jaar aan gebouwd en bood plaats aan 105.000 toeschouwers. In 1932 was er de intrede van de fotofinish. Tijdens de finale van de 100 meter liepen de Amerikanen Eddie Tolan en Ralph Metcalfe exact dezelfde tijd: 10.38 seconden. Pas na zeven uur wachten wisten de twee hun tijd. De fotofinish stond namelijk nog in zijn kinderschoenen.


30

In de marge

Berlijn 1936

Vandaag lijkt het onvoorstelbaar, maar in 1936 kon het nog. De 12-jarige Inge Sørensen won een bronzen medaille op de 200 meter schoolslag. Er was veel controverse rond de zwarte spurter en verspringer Jesse Owens. Hij was de eerste atleet met vier gouden medailles en zou geen begroeting hebben gekregen van Adolf Hitler. Later ontkende de Amerikaan dat dit gebeurde en zei hij dat er geen problemen waren.

Londen 1948

Voor het eerst waren er de Paralympische Spelen, waar mindervaliden zich konden meten met de besten ter wereld. Duitsland en Japan werden vanwege de Tweede Wereldoorlog niet uitgenodigd, de Sovjet-Unie bleef weg uit eigen initiatief.

Helsinki 1952

Helsinki was met zijn 367.000 inwoners de kleinste stad ooit die de Olympische Spelen mocht organiseren. De Spelen begonnen met Paavo Nurmi. De levenslang geschorste Fin mocht het olympisch vuur aansteken en kreeg op die manier zijn eerherstel.

Rome 1960

Brussel deed een gooi naar de organisatie van de Olympische Spelen, maar het was Rome dat uiteindelijk de Spelen mocht organiseren. Verder won Cassius Clay zijn eerste gouden medaille als 18-jarige knaap. Cassius Clay zal later beter gekend als Muhammad Ali.

Mexico 1968

“Als Olympisch winnaar beschouwt men ons als Amerikanen, anders beschimpt men ons als negers.” Tommie Smith en John Carlos staken een gebalde vuist de lucht in toen zij op het podium stonden. De Black Power beweging was geboren.

Munchen 1972

Op 5 september 1972 vielen Palestijnse terroristen onder de naam ‘Zwarte September’ het olympisch dorp binnen. Er vielen zeventien doden.

Moskou 1980

Voor het eerst werden de Spelen in een communistisch land gehouden. Een boycot onder leiding van de Verenigde Staten volgde. Hierdoor deden slechts tachtig landen mee, een laagterecord sinds de Olympische Spelen van 1956 van Melbourne.

Los Angeles 1984

Uit geslachtstesten bleken zes vrouwelijke atleten mannelijker te zijn dan zelf te willen toegeven. Ook ging Carl Lewis Jesse Owens achterna. Net als zijn voorganger wist Lewis vier gouden medailles te winnen. Eéntje op de 100 meter, de 200 meter, de 4 x 100 meter en een in het verspringen.

Seoul 1988

Geroosterde duiven op het menu tijdens de openingsceremonie. De witte duiven die werden gelost als symbool voor de vrede besloten op de toorts te gaan zitten waar het olympische vuur werd ontstoken.

Barcelona 1992

De Spelen van 1992 zullen altijd in verband worden gebracht met het American Dream Team, vermoedelijk het beste basketbalteam aller tijden. Alle wedstrijden werden gewonnen met een gemiddelde van 117 punten. Het team bestond uit onder meer Michael Jordan, Magic Johnson, Larry Bird, Scottie Pippen, Patrick Ewing, Toni Kukoc, Charles Barkley en Karl Malone.

Sydney 2000

Moorden om op de Olympische Spelen te staan. De Australische Keli Lani, een toen nog beloftevolle waterpolospeelster, had er alles voor over om naar de Spelen in eigen land te gaan. Enkele zwangerschappen staken daar echter een stokje voor en zodoende vermoorde Lane haar pas geboren baby.

Peking 2008

Michael Phelps won acht keer goud, wat van hem de meest succesvolle olympiër ooit maakt. Verdeeld over twee Spelen won de Amerikaan veertien gouden en twee bronzen medailles. Hij doet beter dan die andere Amerikaanse zwemlegende Mark Spitz. Spurtkoning Usain Bolt liep in de finale van de 100 meter de magische tijd van 9”69. Dat kon een nog betere tijd zijn geweest als de Jamaicaan zich niet liet uitbollen in de laatste meters. Omgerekend liep hij 43,9 kilometer per uur. Een uitgebreider artikel vindt u op onze website. http://www.spiros.be


In de marge

31

1. Spyridon Spiros Louis, de eerste winnaar van de eerste marathon op de eerste Olympische Spelen. Bron: Olympic.org 2. De openingsceremonie van de zesde Olympische Spelen vond plaats in Antwerpen. Bron: Olympic.org 3. Jesse Owens won op de Spelen van 1936 vier gouden medailles. Bron: Flickr 4. In 1952 mocht Paavo Nurmi, op dat moment de meest succesvolle Olympiër aller tijden, het olympische vuur ontsteken. Tegenwoordig staat Nurmi derde op de lijst van succesvolste medaillewinnaars op de Olympische Zomerspelen. Bron: Olympic.org 5. Tommie Smith won goud op de 200 meter, maakte een gebalde vuist en zodoende was ‘Black Power’ geboren. Bron: Flickr 6. Een gedenkplaat voor slachtoffers van de Palestijnse terroristen die verenigd waren onder de naam ‘Zwarte September’. Bron: Flickr 7. Carl Lewis wint vier gouden medailles op de Olympische Spelen van 1984, daarmee gaat hij Jesse Owens achterna. Bron: AP 8. Het olympisch vuur van 1988, de duiven zijn dan al opgebrand. Bron: Flickr 9. Michael Jordan en consorten vernederen de tegenstand op het basketbaltoernooi van de Olympische Spelen in 1992. Bron: Flickr 10. Keli Lane vermoordt haar pasgeboren kind om toch maar op de Olympische Spelen in eigen land te geraken. Bron: Flickr 11. Usain Bolt speelt met zijn concurrenten op de 100 meter. Hij liep een wereldrecord dat nog scherper had kunnen staan als de Jamaicaan zich niet liet uitbollen. Bron: AP

1

4

10

3 2

7

6 9 5

8

11


32

In de marge

Badminton voor mindervaliden

Sporten is iets waar iedereen recht op heeft, ook de mindervaliden. In de sporthal van Dendermonde wordt er op maandag wekelijks een potje rolstoelbadminton gespeeld. Met veel zijn ze niet, maar dat kan de pret niet derven. Onder hen ook Hugo Van Keer (56), op onderstaande foto helemaal links in het rode shirt. Van Keer kreeg vijf jaar geleden te maken met een kanker waarvan geen enkele dokter al had gehoord, “een speciale kanker”, aldus Van Keer. Toen hij op doktersvisite ging krijg hij ‘per toeval’ te horen een gezwel van liefst 16 cm in zijn lichaam te hebben. Specialisten raadden de man aan om naar de Verenigde Staten te reizen, gezien er daar wel een oplossing was. Tegenwoordig zit Hugo in een rolstoel. Lopen kan hij nog wel, maar zijn gehele linkerbeen is verlamd. Toch is er ook goed nieuws: de man is genezen verklaard. Nele Vanhecke (in het blauwe T-shirt) is zeventien jaar en zit al haar hele leven in een rolstoel. Nele werd gebo-

Door Steven Heremans Foto’s: Sven Saerens , Steven Heremans

ren met Spina bifida, wat zoveel wil zeggen als geboren worden met een open rug. Ze is verlamd van heup tot teen en heeft, in tegenstelling tot Hugo, nooit kunnen lopen. Patrick De Smet (de man in het witte shirt) en stagiaire Kato (uiterst rechts) spelen mee met Hugo en Nele. “Normaal gezien komen er toch meer dan twee personen opdagen, maar door het goede weer blijven ze nu liever thuis denk ik. Maar niet getreurd, we amuseren ons wel”, vertelt Patrick, die als vrijwilliger instaat voor het organiseren van het wekelijkse badmintonnen.


Fotoreportage

33


34

In de marge


In de marge

35


36

In de marge


In de marge

37


38

Fotoreportage


Fotoreportage

39


40

In de marge

Wie wil deelnemen aan het badmintonnen voor rolstoelpatiĂŤnten kan elke maandag om acht uur ‘s avonds terecht in de sporthal van Dendermonde. Ook kan je steeds een mail sturen naar patrick.desmet@hotmail.com.


In de marge

41


42

Reportage

Spelen 1936 // olympisch dorp

‘Het dorp van de vrede’ Een druilerige weekdag in het stadje Elstal, een veertigtal minuten verwijderd van hartje Berlijn. Hier was de verblijfplaats van alle atleten die deelnamen aan de Olympische Spelen van 1936. Er heerst een verlaten, afgeleefde sfeer. Op twee jaar tijd werd er een heel dorp gebouwd dat voor het eerst niet werd afgebroken na afloop van de Spelen. Vandaag dient het tafereel enkel nog als een openluchtmuseum.

Sinds het jaar 1993 heeft de Landesentwicklungsgesellschaft van Brandenburg - een organisatie in de deelstaat van Brandenburg die zich bezighoudt met de bouw van woningen en openbare gebouwen - het dorp overgenomen. Het is pas sinds 2005, toen de Deutsche Kreditbank het terrein heeft overgenomen, dat vandaag het dorp een openluchtmuseum is geworden.

Door Sven Saerens

Een te hoge som, en Carl Diem besloot om de kazernes rond Berlijn te gebruiken als logies voor de sporters.

Alvorens we naar het ontstaan van de Olympische Spelen trekken, eerst even een korte voorgeschiedenis: in 1916 zou Berlijn voor het eerst de zomerspelen organiseren, maar de ‘Grote Oorlog’ gooit roet in het eten. In de daaropvolgende Spelen van Antwerpen tot Parijs werden de Duitsers verbannen. Vanaf 1928 werden de Westgermanen wel weer toegelaten.

In 1933 kwam de droom van Carl Diem in gevaar. Door de snelle opkomst van Adolf Hitler kwamen de Spelen in het gedrang. Sport paste niet in de visie die Hitler en de nationaalsocialisten voor ogen hadden. “Het was zijn propagandameester Joseph Goebbels die Hitler ervan overtuigde dat de Spelen toch een mooie etalage konden zijn”. Er veranderde heel wat, maar de olympic dream bleef er voor Diem en Lewald. Hitler liet het dorp verder bouwen door de Wehrmacht, de Duitse strijdkrachten tussen 1921 en 1945. Hitler richtte een Olympisch Comité op en wees Lewald aan als voorzitter en Diem als zijn plaatsvervanger.

We schrijven 1931. Theodor Lewald was als Duitser lid van het Internationaal Olympisch Comité en probeerde de Spelen naar Berlijn te halen. Hij nodigde een delegatie van het IOC uit en Berlijn krijgt de Olympische Spelen toegewezen. Het is hij en Carl Diem die zullen instaan voor de organisatie van de Spelen. Dankzij Carl Diem werd er een olympisch dorp gebouwd. Vóór de Spelen in Berlijn waren neergestreken werd dat ook wel gedaan, maar dan waren het houten bungalows die na de Spelen weer werden afgebroken. De prijs die Duitsland moest ophoesten was vier miljoen Reichsmark.

Met de machtsovername van Hitler kwam er een strengere rassenpolitiek en kwam er de jodenvervolging. In het buitenland zag men dat niet graag gebeuren. Veel landen en ook het IOC wilden omwille van die rassenpolitiek en jodenvervolging de Spelen boycotten. Het antwoord van Hitler liet niet lang op zich wachten en hij richtte in januari 1933 een propagandacomité op. Nauwelijks vijf maanden later werd de boycot opgeheven op een IOC-congres in Wenen door toedoen van Theodor Lewald. Vanaf 1934 reisde het propagandacomité de wereld rond om reclame te maken voor de


Reportage

43

Het Hindenburghaus was de centrale ontmoetingsplek voor de atleten.

Olympische Spelen en in april 1936 was de bouw van het olympisch dorp klaar.

Militaire vrede

Het olympisch dorp moest met zijn oppervlakte van 55 hectare dienen voor militaire doeleinden. Zo werd het dorp sinds december 1936 gebruikt om soldaten op te trainen tot officieren. De ironie wil dat het dorp ook wel

verblijf telde dertien kamers met elk twee bedden. Het olympisch dorp had op dat moment een verblijfcapaciteit van 3.300 atleten. Naast die 3.300 bezette bedden in het dorp waren er nog een kleine 700 bedden over. Die werden omgebouwd tot kazernes waar een deel van de Duitse, Poolse, Deense en Japanse atleten sliepen. Uiteindelijk waren er tijdens de Olympische Spelen 49 verschillende landen vertegenwoordigd. 41 landen woonden in de sportverblijven, acht in de kazernes.

“Het was propagandameester Joseph Goebbels die Hitler ervan overtuigde dat de Spelen toch een mooie etalage konden zijn” de bijnaam ‘dorp van de vrede’ kreeg. Dat kwam omdat het dorp werd gebouwd in de vorm van een hoefijzer. In totaal stonden er 140 huizen om iedereen te huisvesten. Als je vandaag een kijkje gaat nemen, kan je er slechts twintig tellen. Niet dat ze vernietigd zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog, maar tijdens de Koude Oorlog verbleven er zodanig veel Russische soldaten dat de gebouwen bouwvallig werden en ze zodoende gesloopt moesten worden. Zo’n verblijfplaats bestond uit een terras, een gemeenschappelijke ruimte, een telefooncel, een gemeenschappelijke wasruimte en toiletten. Een

Spijs en drank

Nagenoeg in het midden van het hele gebeuren staat een zwembad. Vandaag is het niet meer dan een oud, krakkemikkig gebouw dat wat wegheeft van een kraakpand. Tot 1992 werd het nog gebruikt door het Russische leger. Nu wordt het gerestaureerd, maar een openbaar zwembad wordt het waarschijnlijk niet. Verderop staat het Speisehaus der Nationen, zeg maar de keuken dat het hele dorp voorziet van eten. Toen de plannen in 1932 werden getekend, rekende men op 39 landen die vertegenwoordigd werden. Elk land


44

Reportage

Lenin op de muur van de feestzaal.

mocht zijn eigen kok meenemen en zodoende konden de Italianen hun pasta, de Belgen hun frieten en de Fransen hun geliefkoosde wijnen ter plekke degusteren. Het Noord-Duitse bedrijf Lloyd verzorgde scheepsreizen van enkele landen en schakelde daarvoor ruim 200 koks in voor de landen die geen kok hadden. Naast die 200 koks kwamen daar nog eens 300 extra stewards bij die de koks vergezelden. De eetzalen in het dorp werden toegewezen naargelang het aantal atleten dat een land vertegenwoordigde. Zo kreeg de Verenigde Staten twee eetzalen terwijl de Costa Ricanen en Bolivianen noodgedwongen samen tafelden. Uiteindelijk diende het Speisehaus der Nationen zeven weken als eethuis. Na afloop van de Olympische Spelen deed het restaurant dienst als wasserette voor de Wehrmacht tot juli 1944. De eetzalen veranderden later naar ziekenhuiskamers met zomerterras en de keukens werden kamers voor dokters, verpleegsters en behandelingen.

jes-van-alles. Hun hoofdtaak bestond erin de sporters alles naar hun wens te laten verlopen. Zo kreeg ieder woonblok twee stewards, die dan zorgden voor die bewoners. Naast vertaler waren ze ook nog eens de kelners van dienst. Sommigen onder hen waren heel jong, tot zelfs veertien jaar. “Taalvaardige jongeren kwamen vaak uit de Hitlerjugend, dienstdoende als vertaler wanneer de atleten de stad Berlijn eens wilden bezoeken”. Steward zijn was bikkelhard werken. Een dag werd verdeeld over twee shiften en ze klopten twaalf werkuren per dag.

“Atleten konden de Spelen volgen vanuit de televisiekamer,

weliswaar met twee

minuten vertraging”

Om het geheel in goede banen te leiden waren er stewards in het dorp. Dat waren de zogenaamde manus-

Lenin kijkt mee

Het Hindenburghaus kreeg een centrale plek in het dorp en was een centrale ontmoetingsplek voor de sporters. Eigenlijk ontleent het zijn naam aan Paul von Hindenberg, Rijkspresident van Duitsland en beschermheer van de Olympische Spelen. Als je vandaag gaat kijken zie je nog steeds zichtbare verwijzingen naar de man. Op de buitenmuren prijken twee citaten van


Reportage

45

De Italiaanse atleten hadden hun eigen kok bij.

Hindenberg: Ich baue fest auf dich deutsche Jugend en Die Treue ist das Mark der deutschen Ehre. Op de tweede verdieping staat er een reliëf op de muur met marcherende soldaten bijgestaan door het onderschrift Möge die Wehrmacht ihren Weg immer kraftvoll und in Ehren gehen, als Bürge eine starken deutschen Zukunft. Ook het familiewapen van de Hindenburgs staat er nog steeds. Op de eerste verdieping is er een grote ontvangstruimte en enkele andere ruimtes die konden werden gebruikt om godsdiensten te beoefenen, of om te vergaderen. Deze benedenverdieping zou na de Spelen worden gebruikt door dokters die kleine blessures verzorgen. Het grootste deel van het huis werd later gebruikt als school voor soldaten om ze op te vormen tot officieren. Daarnaast woonden ook de Russische commandanten in het huis. Maar eigenlijk was het huis tijdens de Spelen het stokpaardje van het technisch vernuft dat de Duitsers toen hadden. “Atleten konden live de Spelen volgen vanuit de televisiekamer. Weliswaar met twee minuten vertraging, maar dit was toch een bijzonder innovatief kunstje”. Er was ook een grote feestzaal die diende als theater- en bioscoopzaal waar duizend atleten konden genieten van culturele diversen. Tegenover het podium praalt op de muur een immense Lenin, wijzend en kijkend naar de toeschouwers van het hele gebeuren.

Later werd in diezelfde zaal door soldaten de bevrijding gevierd.

Invasie

Op 20 april 1944 komen de eerste Russische soldaten aan in het olympisch dorp nadat ze Duitse soldaten verdreven en het dorp bezetten. Tot 1961 werden de Russische krijgsmannen opgeleid tot officieren. Die officieren kregen ook een sportopleiding, waar vooral gewichtheffen en boksen op het programma stond. Het dorp werd gebruikt als trainingscentrum. Na verloop van tijd kwamen er alsmaar meer officieren, en dat zorgde voor onbewoonbare woningen. Over een periode van zes jaar werden woningen afgebroken en weer heropgebouwd tot woonblokken voor Russische atleten. Het tekort aan geld bemoeilijkte de zaak en liet het heropbouwen alsmaar langer en langer aanslepen. Uiteindelijk voldeden de trainingscentra niet meer voor de Russiche soldaten en hebben ze het Hindenburghaus in het dorp ingericht naar hun eigen behoeften. De bovenverdieping richtten ze in als pension voor de beste Russische atleten. Zij die naar wedkampen moesten, mochten voor tien weken hun kazerne verlaten en konden in het dorp trainen en verblijven in die pensions.


Talent

47

Florent Van Aubel en Gilles Verdussen // hockey

Hockey,

de nieuwe volkssport Voor het eerst in onze vaderlandse sportgeschiedenis hebben zowel de mannelijke als de vrouwelijke hockeyploeg zich geplaatst voor de Olympische Spelen. Toch is hockey nog steeds een relatief onbekende sport. Hoog tijd dus voor wat meer toelichting.

Florent Van Aubel en Gilles Verdussen zijn beiden lid van de nationale hockeyploeg.

Door Steven Heremans


48

Talent

“Vier jaar geleden werd ik met de jongerenploeg van België Europees kampioen. Er loopt hier dus zeker wat ‌talent

rond”

–  Florent Van Aubel Florent Van Aubel geldt als één van de grootste talenten ter wereld.

Iedere sportliefhebber in België kent de beste voetballer, renner of tennisser van zijn generatie en weet bovendien hoe het spelletje in elkaar zit. Bij hockey is dat veel minder het geval. Daarom verklaren Gilles Verdussen, 23 jaar en professioneel hockeyer bij Beerschot, en Florent Van Aubel, 20 jaar en door de Internationale Hockeyfederatie verkozen tot één van de vijf beste hockeyjongeren ter wereld, de essentie van hockey. Gilles Verdussen: “Hockey is een ploegsport, en bovendien elf tegen elf zoals bij voetbal. Natuurlijk is het met een kleinere bal en een stick en is het veld iets compacter. Daarnaast spelen wij zeventig minuten in plaats van negentig minuten. Voetballers spelen dus langer maar weten ook dat ze negentig minuten moeten spelen en dus kunnen ze zich op bepaalde momenten wat inhouden. Dat is bij ons niet het geval. Wij kunnen wisselen zoveel we willen, wat wil zeggen dat iedereen zich altijd volledig geeft van zodra hij op het veld staat. In die zin denk ik dat hockey intensiever is, gezien het om meerdere maar kortere inspanningen gaat. Bovendien ligt voetbal vaker stil dan hockey.” Florent Van Aubel: “Het feit dat wij altijd mogen wisselen wil zeggen dat bijvoorbeeld de aanvallers een apart schema hebben. Zo worden de aanvallers na vier minuten gewisseld en komen er vervangers op het veld. Op die manier kan je de longen uit je lichaam blijven lopen.”

Verdussen: “En dat is ongeacht hoe goed je speelt, het is dus een vast wisselpatroon. Bij de aanvallers is dat om de vier minuten omdat zij meer druk moeten zetten en intensiever moeten spelen dan de verdedigers, die dan weer om de tien minuten worden gewisseld.” Van Aubel: “Dat is de Australische mentaliteit die we meekrijgen van onze coach, blijven gaan.” Verdussen: “Ze hebben een heel andere discipline dan ons, sport leeft daar enorm. Ik heb er een jaar gewoond en iedereen doet daar wel aan sport, het zit daar gewoon in de genen. Als je naar onze staf kijkt is dat eigenlijk een wereldstaf, want zowel onze hoofdcoach Colin Batch als onze assistent-coach Jeroen Delmee hebben de Olympische Spelen al eens meegemaakt.”

Rio de Janeiro

Nu de Spelen in zicht zijn krijgt de nationale hockey ploeg steeds meer aandacht. Verdussen: “Het is vooral dankzij de kwalificatie voor de Olympische Spelen van 2008 in Peking dat hockey in de lift zit. Onze sport krijgt sindsdien steeds meer aandacht en het is leuk om te zien dat dat zo blijft.” Van Aubel: “Maar het is logisch dat de media erop springt van zodra de resultaten beter zijn. In februari


Talent

49

“Het elitaire etiket hangt nog steeds op onze sport, daar willen we vanaf” –  Gilles Verdussen

Gilles Verdussen wil zo hoog mogelijk eindigen in Londen.

hebben we een belangrijk toernooi gewonnen in het buitenland waardoor we meer aandacht kregen van onder andere Sporza en de Vlaamse kranten.” In Peking werd de nationale hockeyploeg negende, mik je in Londen op een beter resultaat? Van Aubel: “Ja, dat is onze doelstelling. Op de wereldranglijst staan we elfde, dus dat is echt wel mogelijk, maar voor een medaille komt Londen nog te vroeg. In 2016, wanneer de Spelen in Rio de Janeiro plaatsvinden, is een medaille halen wel onze doelstelling.” Verdussen: “We staan nu veel verder dan we stonden op hetzelfde moment voor de Spelen van 2008. Maar het is geen uitgesproken doelstelling om in Londen voor een medaille te gaan. Natuurlijk willen we wel zo hoog mogelijk eindigen.”

Underdog

Nederland staat derde op de wereldranglijst. Waarom zijn zij zoveel beter dan België? Verdussen: “Nederland als land is groter. In België zijn er bijvoorbeeld maar 30.000 leden aangesloten bij de nationale hockeybond, in Nederland zijn dat er veel meer waardoor ze ook meer potentiële talenten hebben.” Van Aubel: “Maar België scoort heel goed op het gebied van de jeugdopleiding. Vier jaar geleden ben ik met België Europees kampioen geworden bij de U18,

dus er loopt zeker wel talent rond. Het grote probleem in België is dat de overstap van de jeugd naar de heren- of vrouwenploeg niet vlot verloopt, en dat is in andere landen wel het geval.” Verdussen: “Ik weet dat de structuur de laatste jaren veel verbeterd is en ook de omkadering bij de nationale jeugdploeg werkt beter. Jeroen Delmee, de assistentcoach van de herenploeg, is ook de hoofdtrainer van de onder 21-ploeg om op die manier de doorstroming te kunnen verbeteren. Er zijn veel spelers die in het verleden al eens hebben samengespeeld bij de U18 en die nu ook allemaal samen spelen bij de herenploeg spelen. De doorstroming is er dus wel, maar het kost tijd.” Denken jullie dat de andere landen op de Olympische Spelen echt bang hebben van België? Van Aubel: “Ons voordeel is dat vele landen ons minder goed kennen. Wij horen nog niet bij de top zes van de wereld en spelen daarom niet op elk toernooi tegen toplanden als Spanje, Australië en Duitsland. Die landen analyseren elkaar voortdurend. Aangezien wij elfde staan op de wereldranglijst hebben die landen het veel moeilijker om ons te analyseren. Wij zullen een beetje de underdog zijn in Londen. Maar nu we steeds betere resultaten halen moeten we opletten omdat zij ons op die manier gemakkelijker gaan kunnen analyseren.”


50

Talent

Olympische outfit

Persoonlijk zijn jullie nog niet zeker van een plaats in de Olympische selectie. Dat lijkt een frustrerende situatie. Van Aubel: “Dat klopt, net voor we vertrekken naar Londen, vermoedelijk begin juli, wordt er bekendgemaakt wie van ons er mee mag naar de Olympische Spelen.” Verdussen: “Er mogen maar zestien van de 25 spelers mee naar Londen. Daarnaast mogen er nog twee reserve-spelers mee die niet in het olympisch dorp zullen zitten.” Van Aubel: “De concurrentie is groot. Maar de groep is superhecht, we zijn allemaal vrienden en we gunnen het elkaar. Naarmate de Spelen dichterbij komen denk ik dat de concurrentie nog groter zal worden en er dus steeds meer frustratie zal opborrelen bij sommigen. Want er zal maar een beter iemand op dezelfde positie spelen als de jouwe. Maar in de eerste plaats gunnen we het de ploeg en het is ook goed voor het Belgische hockey.” Hoe dan ook, het worden mogelijk je eerste Olympische Spelen. Dat moet een extra stimulans zijn. Verdussen: “Ja, uiteraard. Het is een wereldevenement om naar toe te kunnen leven. We hebben vorige week een passessie gehad om de olympische outfit uit te proberen. Dan besef je dat je er niet meer ver vanaf bent en dat je er wel kan geraken. Iedereen doet dan ook extra zijn best op het veld om te laten zien dat hij er klaar voor is.”

Hockey wordt nog steeds afgeschilderd als een elitaire sport. Verdussen: “Terwijl iedereen aan hockey kan doen. Het etiket hangt er nog altijd een beetje op, maar daar willen we wel vanaf. Je ziet ook in de jongerenploegen meer en meer schoolvriendjes van die jonge spelers die zelf beginnen met hockey. Het aantal leden is daardoor ook verdubbeld in de laatste jaren.” Van Aubel: “Dat komt ook door de Olympische Spelen en de daarbijhorende aandacht van de media.” Verdussen: “Beetje bij beetje wordt onze sport bekender bij het brede publiek. Ouders laten hun kinderen ondertussen even snel hockeyen als voetballen.

“Er wordt niet veel van ons verwacht” Charlotte De Vos, aanvoerster van de vrouwelijke hockeyploeg, verwacht in Londen geen olympische medaille voor het Belgische hockey. Toch steekt ze haar eigen ambities niet onder stoelen of banken. “Het zou leuk zijn moesten we met de vrouwenploeg in de top tien kunnen eindigen, maar of dat mogelijk is weet ik niet. We weten nog niet eens wie onze tegenstanders zullen zijn. Maar er wordt van de vrouwenploeg niet veel verwacht. Als we een

wedstrijd winnen hebben we de verwachtingen al overtroffen, dat zegt veel”, vertelt De Vos, die wel gelooft in de toekomst van het Belgische hockey. “In Londen komen de medailles waarschijnlijk nog iets te vroeg, maar in 2016 denk ik wel dat zowel de mannen als de vrouwen een podiumplaats moeten kunnen halen.” Zelf kijkt de kapiteine van de vrouwelijke hockeyploeg vooral uit naar de openingsceremonie

van de Olympische Spelen. “Het is fantastisch om zoiets te mogen meemaken, je komt al die bekende atleten tegen en het besef dat je je land vertegenwoordigd op de Spelen is uniek.”


Talent

51


52

Olympiër

Elodie Ouedraogo // 4x100 meter

“Als reporter naar de Olympische Spelen” Elodie Ouedraogo staat aan de vooravond van haar laatste Olympische Spelen. Na een rijk gevulde carrière houdt de Belgische atlete met Burkinese afkomst ermee op. Haar hoogdagen beleefde ze samen met haar hartsvriendin Kim Gevaert, met wie ze samen met de estafetteploeg in Peking naar een zilveren medaille liep.

Sinds haar negende is Elodie bezig met atletiek. In de loop der jaren heeft ze een stevig palmares bij elkaar gelopen. Op haar veertiende werd ze bij de cadetten Belgisch kampioene op de 100 meter. In datzelfde jaar werd ze ook nog eens Belgisch kampioene in het 80 meter hordelopen. In het jaar daarop werd ze bij de cadetten indoor kampioene op de 200 meter en de 60 meter horden. Daarnaast won ze de 200 meter en de 80 meter horden outdoor. In de daaropvolgende zeven jaar domineerde ze de bij de cadetten, scholieren, junioren en beloften door telkens naar de medailleplaatsen - en vooral de eerste plaatsen - te lopen op de Belgische kampioenschappen. Ze bleef zich concentreren op het sprintnummer en de horden. In de periode 19952003 is ze negentien keer Belgisch kampioene geweest doorheen de verschillende leeftijdscategorieën, en dat zowel indoor als outdoor. In Londen zal ze met haar 31 jaar tot de oudere garde van atleten behoren. Ze is toe aan haar derde Olympische Spelen en hoopt om het huzarenstukje van 2008 met de estafetteploeg over te doen. Niet vanzelfsprekend, beseft Elodie: “Het zal heel moeilijk zijn. Toen we naar Peking gingen, stonden we

derde op de wereldranglijst en dat is nu niet het geval. Een medaille is toch een stapje hoger en het zijn er maar drie die een medaille kunnen behalen. Het zou toch heel straf zijn.”

Door Sven Saerens Foto: Elodie Ouedraogo

komst voor zich, en ook de 4x100 meter heeft nog toekomst.” Maar wat is er nu precies nodig om een olympische medaille te kunnen halen? “Je hebt sowieso iemand

“ik zou graag nog de wedstrijd willen lopen waarin ik niets beter had kunnen doen” Zonder Kim

In vergelijking met Peking is er één groot verschil: Kim Gevaert is er niet meer bij. “Voor dat extraatje missen we Kim zeker. We missen haar ook in het team. Ze zorgde altijd voor een leuke sfeer. De laatste jaren heeft ze gesukkeld met blessures en dat is het grootste probleem geweest. Je moet gezond kunnen blijven hé.” De opvolgster van Kim heet Imke Vervaet. Ze staat voor een titanenopdracht en daar is tijd voor nodig. Toch presteert ze nu al uitstekend. “Ze is jong, heeft heel veel talent en ze heeft al bewezen dat ze er stond door op het BK indoor de 200 meter voor junioren te winnen (ze deed dat in 23”81, de vierde beste tijd ooit in België). Ze heeft een mooie toe-

van het niveau van Kim nodig. Zij was ook de enige die altijd meekon in de sprint op wereldniveau. Dan heb je ook nog twee tot vijf meisjes nodig die op zijn minst heel hoog gequoteerd staan en die bovendien ook nog eens heel goed kunnen wisselen.”

Moeilijkheidsgraad

Om optimaal te kunnen presteren, is de stemming binnen de groep een zeer belangrijk element. “De sfeer is heel rustig op dit moment. Het heeft weinig zin om te ver vooruit te denken. We gaan allemaal proberen zo goed en zo fit mogelijk te zijn en hopelijk volgt de rest wel vanzelf. We appreciëren en respecteren elkaar, dat is het belangrijkste om te kunnen presteren. We zijn ook allemaal


Olympiër

oprecht met elkaar begaan. Uiteraard wil je zelf altijd lopen maar we gunnen het elkaar allemaal en het is een heel toffe groep.” “De 4x100 meter is eigenlijk een heel technische discipline. De kunst om de stok juist en snel door te geven weegt bijna even zwaar door als die 100 meter die je daartussen loopt. Je hebt atleten die de 100 meter heel snel lopen maar dan om de een of andere reden niet zo goed zijn in die wissels en vaak kunnen ze dat niet meer goed maken. Je hebt dus een combinatie van beide nodig: goed zijn in de stokwissel en een sterke loopster zijn. Ieder heeft zijn eigen trainer die er voor zorgt dat het loopgedeelte goed is en je zo snel mogelijk laat lopen. Daarnaast trainen wij samen op het technische gedeelte. Dan concentreren we ons op het doorgeven van de stok, de arm op goede hoogte houden, op het juiste ogenblik vertrekken. Dat zijn dan vaak heel gerichte trainingen.”

Zwaar einde

De Spelen in Londen zullen de laatste zijn na een rijkgevulde carrière. Kan je eigenlijk genieten van je laat-

ste Spelen? “Ik ga mijn best doen”, zegt een lachende Elodie. “Ik zou er graag een mooie herinnering aan overhouden. Het zijn sowieso mijn laatste Spelen. De volgende zijn pas in Rio, dan zal ik 35 zijn. Iedereen moet zelf weten wanneer hij of zij ermee stopt, maar voor mij is 35 jaar iets te oud. Ik doe al heel lang aan atletiek want ik ben jong begonnen. Ik heb niet de behoefte om nog zo lang door te gaan.” Wat er haar na de Spelen te wachten staat, is nog precair. Met een diploma journalistiek is het best mogelijk dat we niet artikels over haar lezen, maar artikels van haar. “Ik ben er eigenlijk nog niet echt mee bezig wat ik na mijn carrière zal doen. Het is nu een heel belangrijk jaar en ik ga proberen om dit tot een heel goed einde te brengen. Ik heb de afgelopen jaren wel wat dingen gedaan. Zo heb ik wat geschreven voor Elle, waardoor ik toch een idee heb gekregen van wat ik leuk vind maar ook wat ik totaal niet leuk vind. Maar om nu te zeggen dàt is het wat ik wil doen, dat weet ik eigenlijk nog niet. Of ik later in het journalistieke werkveld zou willen belanden? Misschien wel. Veel zal afhangen van waar ik de kans krijg om te beginnen. Er zijn veel sporters die na hun carrière in

Ouedraogo wil niet tot haar 35ste blijven lopen.

53

de branche blijven hangen, dus misschien ga ik wel als reporter naar de Olympische Spelen.” Zo een carrière brengt ongetwijfeld een hele resem mooie herinneringen met zich mee. Vaak beseffen sportlui pas na hun loopbaan wat ze allemaal hebben verwezenlijkt en kunnen ze in alle rust terugblikken. Het allermooiste moment voor Elodie was ongetwijfeld de olympische medaille in 2008. Toch is er meer dan enkel de sportieve prestaties. “Ik denk aan al die kansen die we hebben gekregen, aan al die mensen die we hebben ontmoet, die plaatsen waar we zijn geweest. Ik heb meer bereikt dan dat ik ooit heb durven dromen. Mocht ik de kans krijgen om alles opnieuw te herbeleven, zou ik dat absoluut doen. Eén ding zou ik anders willen: later aan atletiek beginnen. Ik ben begonnen toen ik negen jaar was, dat begint te wegen op het einde.” Op de vraag wat ze nog graag in haar carrière zou bereiken antwoordt Ouedraogo duidelijk. “Ik zou graag nog een wedstrijd willen lopen waarvan je denkt ‘er is niets dat ik anders had kunnen doen, hier kan ik nu eens niets aan veranderen’. Ik heb het wel altijd jammer gevonden dat ik op persoonlijk vlak best wel wat familiemomenten heb gemist. Zo moet je altijd op tijd gaan slapen en op je voeding letten. Vooral in de zomer had ik het daar heel moeilijk mee. Op sportief vlak heb ik een paar individuele selecties misgelopen, maar ik mag niet klagen.”


54 Colofon

Hoofdredactie Steven Heremans Sven Saerens

Eindredactie Steven Heremans Sven Saerens

Vormgeving

Steven Heremans Sven Saerens

Fotografie

Steven Heremans Sven Saerens

Website

www.spiros.be

Drukker

Het Punt Baasrodestraat 118 9200 Dendermonde

Met dank aan

Renaat Bogaert Sandra Busselot Annick De Pauw Iris De Roover Werner Goossens Erik Roosens Luuk Sengers Peter Van Edom Pieter Van Herreweghen Kris Vanhemelryck Jos Verhoogen


www.spiros.be


Spiros