Page 1

RED Light


2


3


9 21 35 43 49 63 Liefde

Passie

Prostitutie

Stop

Bloed

Gevaar


, Red Light. Een bundeling van individuen met een verhaal. Onze filosofie: we zijn allemaal mensen met dromen, verwachtingen en passies. We krijgen allemaal teleurstellingen te verwerken en iedereen gaat daar anders mee om. We lopen soms gevaar en kunnen intense haatgevoelens koesteren. We hebben lief of we blijven onverschillig. We kiezen zes associaties met de kleur rood waarbinnen we verhalen zoeken die daarmee raakvlakken hebben. De rode draad hebben we net iets levendiger gemaakt en de reclame staat er niet toevallig. Achter elke poster zit een boodschap. In Red Light is er plaats voor diepgaande portretten. Dat klinkt klef, maar elk verhaal is anders. Verwondering kan nog steeds optreden.


6


“Sinds mijn eerste danspasjes, is tango mijn grootste verslaving. Dat dansen me een soort levensenergie geeft, wist ik al vanuit mijn tien jaar ballroomervaring. Na een periode van tien jaar zonder dans, door het afscheid van mijn toenmalige partner, werd tango essentieel in mijn bestaan. “Tango is ingehouden passie, als danspartners geef je je over aan elkaar. De bewegingen kaderen in de passionele sfeer en toch is het steeds onder controle. Je deelt een vorm van intimiteit met je danspartner gedurende de tanda, de vier tango’s, die je opeenvolgend met elkaar danst. “Als je me vraagt of er een relatie bestaat tussen liefde en tango, dan zeg ik ja. Tango is letterlijk hartverwarmend en bevat soms vonken die je ook in een liefdesrelatie kan voelen. Om je comfortabel en veilig te voelen in die intimiteit is het noodzakelijk dat beide danspartners weten dat dat fijne gevoel tangodansen is en dat het geen vervolg krijgt na de tanda. “Tango is een dans met codes en gedragsregels. Zo is het vanuit sociaal oogpunt belangrijk dat je na één tanda, je danspartner bedankt en niet verder opeist. Zo kunnen ook andere dames met die man dansen. Aangezien het de man is die uitnodigt, vind ik het belangrijk me met een mooie houding te presenteren en mijn zin om te dansen duidelijk te laten zien. “Doordat tango zo van tel is in mijn leven, zorg ik heel goed voor mijn voeten. Ik zal er altijd op letten dat ze geen gevaar lopen. Mocht ik op een dag niet meer kunnen dansen, dan zal het aanvaardingsproces een zware dobber zijn. Tegelijkertijd geloof ik in de flexibiliteit van mijn geest en ben ik ervan overtuigd dat ik een manier zou vinden om hoe dan ook met dans bezig te kunnen zijn.

“Tango is voor mij als een grote liefde, een onlosmakelijk deel van mijn bestaan”

“Tango is een dans die iedereen kan leren en eens het virus je te pakken heeft, weet je dat ‘een beetje tango’ niet bestaat. Voor mij is het net als een grote liefde, een onlosmakelijk deel van mij en mijn bestaan.”

7


Tamara: “Als ik dans, krijg ik energie en levensblijheid. Ik laat de tango nooit meer los�

8


1. Liefde

Nicolas Rombouts Jutta Troch


10


Dez Mona

“Spijtig genoeg heb IK die ene noot die alle andere overtreft nog niet kunnen spelen. Zo EEntje die een heel publiek stil krijgt. HOPELIJK KOM IK DAAR OOIT TOE” Tekst: Kenzo De Bruyn, foto’s: Kenzo De Bruyn

11


De vormen “De contrabas is een vrouw met een sierlijke hals, smalle schouders en wulpse rondingen. Toeval of niet, maar dat komt gevaarlijk dicht bij het figuur waar ik op val. Het is een imposant instrument dat je niet zomaar meeneemt op de trein.”

Het geluid “Het instrument heeft een warme en ronde houtklank die een hele ruimte kan vullen. Bij Dez Mona is de dynamiek tussen mijn lage tonen en de hoge tonen in Gregory’s stem het geheim van onze nummers. Hoewel het lijkt alsof je er enkel bruut mee kan spelen, is het eigenlijk een heel subtiel instrument.”

De Plaats in het gezin “Tijdens de zwangerschap van mijn vriendin speelde ik vaak contrabas terwijl zij met haar buik tegen de rug van het instrument leunde. Als ik nu aan het spelen ben, is mijn kindje enorm gefascineerd door de lage tonen. Het instrument heeft zijn plaats verdiend.”

12


De verleiding “Als kind werd ik praktisch verplicht om gitaar te spelen, maar het werkte niet tussen mij en dat instrument. Noten horizontaal aangrijpen voelde niet natuurlijk aan. Toen ik een contrabas vastnam was het liefde op het eerste gezicht. Ik heb haar sindsdien niet meer losgelaten.”

De ideale setting “Sommige kamers kunnen een noot echt vasthouden. Als ik in een studio kom en ik hoor dat een toon mooi constant blijft nazinderen, kan het niet meer stuk. Er is niets zo verschrikkelijk als een ruimte die de klank niet ondersteunt. Dan kun je nog zo goed spelen, het zal nooit goed klinken.”

Een goed optreden “Als je een contrabas moet versterken, verlies je automatisch aan karakter. Versterkers kunnen de typische houtklank niet meegeven. Een rokerig café is klankmatig dankbaarder dan de wei van Pukkelpop. Ik zou graag die ene noot spelen die iedereen stil krijgt.”

13


14


Besides

“ik moet vechten tegen het engelachtige beeld van de harp. Het instrument wordt vaak flauw bespeeld. Ik experimenteer liever met alternatieve klanken” Tekst: Jana Merckx, foto’s: Kenzo De Bruyn

15


De twijfel “Mijn harp heeft een belangrijke plaats in mijn huishouden. Als er iets tegenzit en ik speel een uurtje, kan mijn gemoed helemaal omslaan. Ik heb ook nooit getwijfeld aan het instrument. Het is iets vanzelfsprekend voor mij. Behalve harp spelen doe ik nog andere dingen en die zou ik sneller opgeven dan muziek maken.”

Het contrast “Harp is een krachtig instrument. Het contrast tussen de sierlijkheid en de kracht die je nodig hebt om de klanken te krijgen die je wilt, is heel groot. Het is veel meer dan trekken aan een snaar. De manier waarop je de snaar aanraakt maakt het geluid. Heel gecontroleerd maar toch vol kracht.”

De klank “Ik vind de klank heel mooi, heel warm. Als je één snaar aanspeelt, trillen alle andere snaren een beetje mee. Daardoor krijg je altijd een vol geluid. Alle boventonen en bassen bewegen mee, alles voelt heel breed aan. Dat is echt fascinerend: die warmte met toch heel fijne klanken.”

16


De vorm “Ik koos mijn harp omdat het geen vanzelfsprekend instrument is. Ik had de klank nog nooit gehoord en ging puur op de vorm af. Het engelachtige beeld van de harp, daarmee zit ik nu in de knoop. De perceptie wil dat elke noot romantisch moet klinken. Ik experimenteer liever met alternatieve klanken.”

De strijd “Ik kon vroeger verschrikkelijk gefrustreerd raken als ik iets niet gespeeld kreeg. Nu nog trouwens, maar een echte strijd met mijn instrument is er nooit geweest. Mijn ouders hebben nooit moeten sleuren en trekken om me achter de harp te krijgen.”

Een goed optreden “Ik kom graag van een podium als ik voel dat ik met energie speelde. Als ik merk dat het spelen te rationeel wordt, dan heeft het niet gewerkt. Het moet vanzelf gaan, vanuit mijn hart. Als mensen ontroerd zijn, in welke zin dan ook, is dat een goed teken.”

17


18


19


Tamara: “Tango is ingehouden passie. Als ik iemand passioneel aankijk tijdens het dansen, is dat de realiteit van het moment, maar daarna stopt het�

20


2. Passie

Sven Decaesstecker Kris Bosmans Wim Decleir


sven decaesstecker Europees kampioen wisselslag

Tekst: Kenzo De Bruyn, foto’s: Kenzo De Bruyn

22


Sven Decaesstecker (27) kreeg op zijn elfde te horen dat hij kanker had. Een tumor in zijn rechterbeen maakte op een haar na een vroegtijdig einde aan zijn zwemcarrière. Zijn vurigste wens was opnieuw te kunnen zwemmen en dat is precies wat hij deed. Vijftien jaar later werd hij Europees kampioen op de 200 meter wisselslag. “Op mijn elfde ontdekten de dokters een tumor in mijn rechterbeen. Nooit meer kunnen zwemmen, leek mij het ergste wat er is. De kinderlijke drang om zo snel mogelijk van dat ‘monster’ in mijn been af te raken heeft mij echt geholpen bij het overwinnen van de ziekte. De operatie en het feit dat ik daarna mijn been kwijt zou zijn, waren een noodzakelijk kwaad. Vandaag zou ik het moeilijker hebben, denk ik.

“In België zijn er tal van andere dingen die je kunnen afleiden. Al doe ik mijn best daar zo weinig mogelijk mee bezig te zijn. Dat maakt mij niet de makkelijkste mens om mee samen te leven. Mijn vriendin klaagt niet veel, maar ik besef dat zelf wel. Als er wordt uitgegaan ben ik er vaak niet bij en als dat wel zo is ben ik met mijn gedachten ergens anders.

De Spelen

Overstap

“De Spelen in Londen sluimeren constant in mijn hoofd. Zulke wedstrijden zijn mijn drijfveer om elke dag opnieuw te trainen. Uiteindelijk is zwemmen een eenzame sport. Je moet elke dag opnieuw strijden tegen jezelf. Zeker tijdens de winterperiode, wanneer je ’s ochtends in het donker vertrekt en ’s avonds in het donker terugkeert, is het belangrijk heel concrete doelen voor ogen te hebben.

“Mijn revalidatie heb ik niet goed aangepakt. Ik wilde vanaf het begin opnieuw de oude zijn en daar hield ik een slijmbeursontsteking aan over. Daardoor kon ik mijn benen niet voor lange tijd geplooid houden. Je grenzen leren kennen is belangrijk, gelukkig ben ik daarin hard gegroeid. “Snel na mijn genezing zat ik weer in het zwembad. In het begin zwom ik gewoon bij de valide sporters. Ik had nog nooit gehoord van een vereniging voor andersvaliden. Eind jaren ’90 was het internet nog niet zo ingeburgerd als vandaag. Na twee jaar heb ik toch de overstap gemaakt en dat ging wonderwel. Sindsdien werd het zwemmen alleen maar een groter deel van mijn leven.

“Mensen vragen of ik wil gaan voor goud. Als Europees kampioen worden dingen van je verwacht. Ik probeer er zo nuchter mogelijk mee om te gaan. Natuurlijk wil ik gaan voor de eerste plaats, maar het is en blijft een momentopname. Eén keer in de vier jaar krijg je twee minuten tijd om het waar te maken. Er zijn vijf mensen die in aanmerking komen voor een podiumplaats, ik hoop dat ik aan het langste eind trek.

Moeilijke mens

“Ik train tweemaal per dag. Daartussen kom ik naar huis om uit te rusten. Het probleem is echter dat ik hier geen concurrentie heb. Daarom moet ik uitwijken naar andere landen. In dit Olympisch jaar ben ik 16 à 17 weken in het buitenland. Die stages zijn de perfecte voorbereiding op een grote wedstrijd. De omkadering is beter en ik kan enkel en alleen bezig zijn met zwemmen.

“Tijdens een wedstrijd ga ik pas naar het zwembad op het allerlaatste moment. Hoe minder ik de tribunes zie, hoe beter. Ondanks die zenuwen kan ik best wel makkelijk slapen de dag op voorhand. Mijn kinesist en trainer kunnen goed op me inpraten. Ik heb geen rituelen voor een wedstrijd, al helpt het wel om muziek te luisteren. Dat mag redelijk harde muziek zijn, Metallica of Rammstein.

23


“Mijn moeder komt naar elke wedstrijd kijken. Dat is haar beschermend kantje”

“Wanneer ik de startblokken sta, denk ik aan heel weinig. Tijdens een wedstrijd tel ik mijn slagen om te zien of ik een goed ritme heb. Pas bij de aankomst weet ik hoe goed ik het heb gedaan”

24


Op de startblokken

“Als ik die dag op de startblokken sta, weet ik wel dat alles rondom mij niet meer uitmaakt. Dan overloop ik mijn wedstrijd. Mijn start is altijd traag, maar je telt je aantal slagen die je nodig hebt om aan de overkant te raken. Daaraan kun je zien of je een goed ritme hebt. Hoeveelste je bent, kan je echt niet inschatten. “Na de wedstrijd is het evident dat je eerst je trainer groet. Nadien ga ik naar mijn moeder en vriendin. Voor mama is het extra speciaal, ze heeft vroeger alles opgeofferd om voor mij te zorgen. Ze komt naar elke wedstrijd kijken. Het is haar beschermend kantje dat nog steeds speelt. Als het kan gaat ze zeker mee naar de Spelen. “Wat ik na mijn zwemcarrière ga doen, weet ik nog niet zeker. Ik heb mijn diploma Politieke Wetenschappen en ik zit op lokaal niveau in de politiek als gemeenteraadslid in Kortemark, maar dat wil ik niet doen als fulltime werk. Het zou ideaal zijn mocht ik een job vinden waarbij ik paralympische sport in het algemeen mee kan helpen evolueren.”

25


kris bosmans Wereldkampioen paracylcing

Tekst: Kenzo De Bruyn, foto’s: Kenzo De Bruyn

26


Kris Bosmans (32) kreeg op zijn achttiende een hersentrombose. Hij kon niet meer spreken en was volledig verlamd aan zijn linkerzijde. Na een aantal moeilijke jaren van fysieke en mentale revalidatie herontdekte hij zijn oude passie, wielrennen. Na dik anderhalf jaar mocht hij zich tot wereldkampioen Paracycling kronen.

“In mijn jonge jaren was ik een talentvol wielrenner. Ik reed in dezelfde categorie als Tom Boonen en Gert Steegmans. Nog voor ik dat kon omzetten in mooie prestaties, kreeg ik een hersentrombose. Van de ene dag op de andere ging ik van beloftevol sporter naar iemand die zich niet kan behelpen. Waarom ik dat net voorhad? Ongeluk. Al moet ik zeggen dat ik mijn lichaam toen heel hard gepusht had. Misschien heeft dat alles versneld, ik weet het niet. Wat ik wel weet is dat ik dacht nooit meer te kunnen fietsen. Alles waarvoor ik mij jarenlang heb ingezet was plots onbestaand. Mijn leven had tot dan toe volledig in het teken van het wielrennen gestaan, ik kende niets anders.

twee handen te grijpen. Mijn drang om de beste te zijn kwam weer naar boven, teleurstellingen en frustraties werden omgezet naar kracht.

Trappen als een gek

“In de aanloop naar het WK in Roskilde (2011) brak ik mijn sleutelbeen. In eerste instantie dacht ik: ‘De droom is voorbij.’ Ik heb mij meteen laten opereren en vier dagen later was ik opnieuw aan het trainen. Natuurlijk mis je dan competitieritme, het risico om opnieuw te vallen wilde ik niet nemen Alles sprak in mijn nadeel, maar op het WK had ik vleugels. Ik was mee met de kopgroep en mijn kansen groeiden naarmate we dichterbij de finish kwamen. Op 300 meter ben ik als een gek beginnen trappen en even later was ik wereldkampioen.

Mentale tik

“Ik was het gewoon om af te zien als sporter, dat hielp bij het revalideren. Al ging het niet van vandaag op morgen, mentaal had ik een zware tik gekregen. De eerste vijf jaren waren echt verschrikkelijk. Als je de andere wielrenners uit je reeks enkele jaren later furore ziet maken, doet dat pijn. Ik had daar ook kunnen staan. Ik heb ook lang geworsteld met mensenvrees. De angst dat de buitenwereld zou zien dat er iets mis was met mij, was groot.

“Ik heb het kot bij elkaar geroepen. Alle frustraties, alle tegenslagen vielen toen definitief van mij af. Ik ben meteen naar mijn vader gegaan. Hij was diegene die mij altijd gesteund heeft en hij is zelf ook heel diep gegaan na mijn trombose. Ik stond er terug, voor hem betekent dat veel. Vroeger waren er wel eens mensen die zeiden dat ik er toch niet gekomen was bij de ‘groten’. Die mensen hebben geen recht van spreken. Ik ben de nummer één in mijn discipline.

“Geloof het of niet, maar ik heb tien jaar gedacht dat ik niet in aanmerking kwam om paratleet te worden. Pas tijdens de Spelen in Peking zag ik een reportage waar ook mensen zoals ik meededen. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan en ik ben meteen terug op de fiets gesprongen. Het liep vrij snel goed en een overstap naar de internationale competitie wenkte. Mijn trainingen werden intensiever en ik ging met bokkensprongen vooruit. Ik had een tweede kans gekregen en ik was vastberaden om die met

Maniakaal

“Mijn volgende doel is de Olympische Spelen in Londen. Ik kan conditioneel nog verbeteren, dus mijn kansen op de wegrit zijn goed. Als ik geen pech heb moet ik meedoen voor het goud. Iedereen zal naar mij kijken op de Spelen, maar ik voel geen druk van buitenaf. “Ik heb mijn huis verkocht en mijn job opgezegd om meer te kunnen trainen. Als je zoiets vertelt

27


“Cru gesteld: ik wil gerust sterven op de fiets, als ik er maar alles aan gedaan heb om te winnen”

“Mijn zwakste punt? Ik ken mijn lichaam heel goed, maar grenzen opzoeken is om één of andere reden nog altijd moeilijk”

28


aan een gewone mens, zal die mij gek verklaren. Het is vrij maniakaal, maar dat is nu eenmaal een keuze die ik maak. Niet alle mensen in mijn omgeving begrijpen dat en ze proberen mij op andere gedachten te brengen. Dat is spijtig, maar ik zal niet wijken. Ik sta opnieuw aan het begin van mijn carrière, elke kans om te winnen moet ik grijpen.

Winnaarsmentaliteit

“Mijn zwakste punt? Nick Nuyens zei in een interview als je na een wedstrijd overgeeft, weet je dat je diep bent gegaan. Ik kan niet overgeven. Ik ken mijn lichaam heel goed, maar grenzen opzoeken is om één of andere reden nog moeilijk. De dokters zeiden dat ik geen kans meer heb op een hersentrombose, maar ik ben daar niet zo zeker van. (aarzelt) Toch speelt dat niet in mijn achterhoofd. Cru gezegd: ik wil gerust sterven in een wedstrijd. Als ik er maar alles heb aan gedaan om te winnen. “Ik hoop vurig dat ik met mijn verhaal anderen kan inspireren. Ik bedoel niet dat iedereen met een beperking plots aan topsport moet gaan doen. Het is een groter verhaal. Stel realistische en haalbare doelen voor jezelf en blijf niet bij de pakken zitten. Stilstaan is achteruitgaan. Sport is dé ideale uitlaatklep voor frustraties en als je conditioneel verbetert, heb je ook meer zin om andere dingen te doen.”

29


wim decleir Vicewereldkampioen handbike

Tekst: Jana Merckx, foto’s: Kenzo De Bruyn

30


Wim Decleir (41) kwam op zijn achttiende ten val met de motorfiets. Veertien operaties en zes jaren later, besliste hij om zijn been te laten amputeren. Hij kon opnieuw sporten. Na enkele jaren van eentonige krachttraining ontdekte hij de handbike. Hij behaalde al brons en zilver op het WK Paracycling en dingt nu mee voor een gouden medaille op de Olympische Spelen.

“Ik miste een bocht met mijn motorfiets en viel. Mijn knie was ontwricht en werd in het ziekenhuis rechtgezet. De dokter maakte twee cruciale fouten. De plaaster werd volledig aangespannen en als er iets is dat je absoluut niet mag doen bij een ontwrichte knie is het dat. Tegelijkertijd zat er een slagader gekneld, wat hij niet ontdekte. Daardoor bracht ik 141 dagen in het ziekenhuis door in plaats van twee weken.

heb nooit mijn hoofd laten hangen. Ik zat heel diep, na mijn veertiende operatie had ik niet veel meer. Ik rookte mijn sigaretje en zat in de zetel. Toch had ik nog iets van: ‘Komaan, ga ervoor.’ De eerste aanzet om er terug bovenop te raken was mijn focus verleggen. Ik wou een diploma halen en heb mij compleet op mijn studies toegelegd. “Als mensen mij vragen of mijn been afzetten het ergste was dat ik al heb meegemaakt antwoord ik resoluut neen. De zes jaar die ik kwijt ben geraakt waarin ik niet kon sporten, dat was het moeilijkste. Ik voetbalde en dat niet meer kunnen doen was verschrikkelijk. Ik ben nooit meer naar een voetbalmatch of training van mijn vrienden gaan kijken.

Opnieuw sporten

“Ik onderging 14 operaties om mijn been te behouden. Mijn voetbalcarrière kon ik vergeten. Ik ging een contract tekenen bij een eersteklasser. Toen ik uit het ziekenhuis kwam, liep ik nog zes jaar met mijn been rond. Nu ja, een been kon je dat niet meer noemen. Mijn kuitbeen was doorgezaagd en aan het scheenbeen geplakt, mijn spieren ertussen waren weg, net als mijn tenen. Het was eerder een stok die aan mijn lichaam hing waar ik veel last van had.

“Ik weet niet of ik liever voetballer of handbiker ben. Pas na mijn ongeval heb ik kennisgemaakt met conditiesport. Dat is echt een drug. Een positieve drug. Hoe ik leef als biker en hoe ik leefde als voetballer, dat is een wereld van verschil. Ik had talent en daarmee maak je veel goed, maar op het hoogste niveau haal je het daar niet mee. In handbike moet alles kloppen en moet je alles geven of het werkt niet. Voetbal was voor mij een spelletje.

“Toen leerde ik een ortopedist kennen die mij vroeg waarom ik mijn been nog niet had afgezet. Ik zou volgens hem kwalitatief een veel beter leven leiden. Ik had zoveel moeite gedaan om mijn been te houden, de beslissing nemen om het dan af te zetten was niet evident. In 1995 hakte ik de knoop door. Na zes jaar problemen was mijn been eraf, ik kon eindelijk terug sporten.

Tweede is een beetje verliezen

“Op het WK vorig jaar werd ik tweede. Een tweede plaats is nooit een overwinning. Op het moment zelf toch niet. Achteraf kan je zeggen dat een podiumplaats heel mooi is, maar tweede worden is altijd het eerste verliezen. Ooit zag ik ergens de slogan: ‘Tweede zijn is de motivatie om het volgende keer beter te doen.’ Op de Olympische Spelen moet ik voor mezelf goud halen. Soms moeten we Nederlander zijn in onze uitspraken. Als ik twee jaar geleden brons behaalde en vorig jaar zilver op het WK, dan zit goud er dit jaar in.

“Ik begon samen met een vriend te fitnessen. Krachttraining leek ons de ideale instap. Na vier jaar was ik dat echt beu. Ik miste de competitie en het winnen. Ik zag een advertentie van een handbike-wedstrijd. Fietsen had mij altijd geïnteresseerd en ik ging eens een kijkje nemen. Toen kreeg ik de smaak te pakken. “Dat ik voor mijn ongeval al aan topsport deed, heeft mij zeker geholpen bij de revalidatie. Ik

31


“Hoe scherper ik sta, hoe moeilijker ik word. Je bent niet aangenaam voor je omgeving, maar ook niet voor jezelf”

“Ik stop met werken op het einde van juni om mij twee maanden volledig toe te leggen op de voorbereiding van de Spelen. De enige fout die ik zeker niet mag maken is overtrainen. Ik hoop dat enkele deelnemers dat wel zullen doen”

32


“Ik voel geen druk. Die kracht moet je hebben als sporter. Ik ga er alles aan doen wat in mijn mogelijkheden ligt om er te staan, meer kan ik niet doen. Ik stop met werken op het einde van juni om mij twee maanden volledig toe te leggen op de voorbereiding van de Spelen. De enige fout die ik zeker niet mag maken is overtrainen. Ik hoop dat enkele deelnemers dat wel zullen doen. “Ik ben al een keer gaan testen op het parcours van de Spelen. Het is heel selectief, de sterkste zal winnen. Er is geen recuperatie mogelijk. Ik ben er zeker van dat het een afvalrace wordt. Bij een lekke band of een wiel dat vervangen moet worden, mag je het vergeten.

Controle is macht

“Controle over andere mensen is een machtig gevoel, maar controle over jezelf is een oppermachtig gevoel. Soms krijg je een signaal dat je te ver ging. Vorig jaar had ik een ontsteking op mijn elleboog, dat is een waarschuwing van mijn lichaam. Een ander signaal kan zijn als je kinderen naar jou komen en zeggen: ‘Papa, ik zie je zo weinig’, of ‘Papa, je wordt een beetje ambetant.’ Ik begrijp dat ze dat zeggen want hoe scherper ik sta, hoe moeilijker ik word. Je bent niet aangenaam voor je omgeving, maar ook niet voor jezelf.

33


Tamara: “Ik zou mijn lichaam nooit kunnen verkopen. Dan bedel ik nog liever om geld�

34


3. Prostitutie

Louisa Enestrado


36


Tekst: Jana Merckx Foto: Kenzo De Bruyn

“It’s all about the money 37

Louisa Enestrado (32) werd op haar achtste verkracht door haar neef. Op haar veertiende had ze al seks met mannen voor geld en later werd ze fulltime prostituee. Ze koos zelf voor dit leven. Niet omdat ze ervan geniet, maar omdat ze het geld nodig heeft. Ze is van Guyanese afkomst maar oefent haar beroep uit in Suriname. Dit leven maakt haar stuk vanbinnen, ze slaapt slecht en heeft zelfmoordneigingen.


38


“Op mijn achtste werd ik door mijn neef verkracht. Er werd niets aan gedaan, het leven ging door. Op mijn veertiende kwam een vriend naar me toe om seks te hebben. Hij betaalde ervoor. Ik ben het van jongs af aan gewoon om seks te hebben met mannen waar ik niet van hield. Verkracht worden maak je mee tegen je wil. Seks hebben voor geld is iets waar je zelf voor kiest. Bijna alles in het leven is een keuze. In het begin dacht ik: ‘Wat doe ik hier?’ Je weet zelf niet hoe je zo laag kon vallen. Eens je in de sector zit, verandert je leven op een onaangename manier. Maar dan is het te laat. Als je erin zit is het moeilijk om er uit te komen.

gaan, moet ik altijd betalen. Als hij geld nodig heeft, moet ik het hem geven. Ze zien je niet als een normale vrouw. Ik hou van een man, maar hij kan mij nooit de liefde geven die ik voor hem voel. Een man is fier op zijn vrouw en zou vechten als iemand haar aanraakt. Geen enkele man kan vrede nemen met het werk dat ik doe.

“Ik ben het van jongs af aan gewoon om seks te hebben met mannen waar ik niet van hield. Eens je in de sector zit, raak je er moeilijk uit”

“Ik werk in een club. Op straat werken is veel gevaarlijker. Aan de deur van onze kamer staat gewapende security. Ik betaal de club niet om voor hen te werken, enkel voor de kamer die ik gebruik, 50 SRD per klant (+/€12,50). Een man komt, hij betaalt je, je neemt een kamer, je doet je ding en als de tijd om is, klopt een securityman op de deur. Als de man niet naar buiten wil komen, komt de security naar binnen en dat wil de man in kwestie liever niet. Als je HIV-positief bent, mag je niet in een club werken. Om de drie weken worden we getest en om de drie maanden moet je een volledige medische check-up laten uitvoeren. Waarvoor je zelf betaalt, natuurlijk. Je bent er niet toe verplicht, maar als je het niet doet krijgt de club een slechte naam.

Kinderen

“Ik heb een zoontje van zeven en een dochter van acht. Ik steun hen financieel, maar ik maak geen deel uit van hun leven. Dat is een keuze die ik heb gemaakt. Ik denk niet dat ze weten wat ik doe, maar nu ze ouder worden beginnen ze wel meer vragen te stellen. ‘Waarom kan ik niet bij jou blijven? Waarom mag ik nooit blijven slapen?’ Ik antwoord altijd dat ik moet werken, dat ik vis verkoop. Een keer antwoordde mijn zoontje: ‘De winkels zijn ‘s nachts niet open, mama.’ Ik ben niet van plan het hen ooit te vertellen. Zelfs mijn moeder - die voor mijn dochter zorgt - weet niet wat ik doe.

Pimps

Bescherming

Grenzen

“Je bepaalt zelf je seksuele grenzen. Ik heb er niet veel. Als de man je pussy wil eten, aan je kont wil likken of aan je tenen zuigen, dan mag hij dat. De enige voorwaarde is dat zijn mond proper is. Anders raakt hij mij niet aan. Het enige wat ik niet doe is pijpen. Dat is te intiem. In een relatie zal ik dat doen om de man te plezieren, tijdens het werk nooit. Sommige mannen willen mijn urine drinken. Als hij ervoor betaalt, is dat allemaal mogelijk. De overeenkomst die je beneden maakt is finaal. De eigenaar van de club kent ook elk meisje, hij kan de mannen vertellen wat je doet en wat niet. Als je niet doet wat hij wil, zoekt hij iemand anders. Als iemand dronken binnenwandelt, ga je niet met hem mee. In deze job heb ik veel mensenkennis opgedaan. Ik weet ondertussen welke mannen voor problemen zor-

“Als prostituee kan je niet trouwen. Een man zal je alleen leuk vinden omdat je geld hebt”

“Natuurlijk wou ik al ontsnappen aan deze levensstijl. Als prostituee word je slachtoffer van jezelf. De meeste vrouwen die mijn job uitoefenen komen uit de armoede, hebben kinderen om voor te zorgen of hebben geen diploma. Vaak werden ze in het verleden ook slecht behandeld door een man, waardoor we een soort haat hebben opgebouwd. Maar de lokroep van het geld is groot. Daarom gaan we door met dit bestaan. Deze job tast ongetwijfeld mijn leven aan. Als ik buiten kom, voel ik me echt niet goed. Als prostituee kan je niemands vrouw worden. Een man zal je alleen leuk vinden omdat je geld hebt. Als er toch iemand beweert van je te houden om wie je bent, word je gegarandeerd teleurgesteld. We noemen ze onze pimps. Als we naar een hotel

39


gen. Als ze bijvoorbeeld dronken zijn, wandelen ze rond en raken elke vrouw aan, ze gaan niet naar één iemand specifiek.

verder dan het tastbare. Een man kan dit niet. Ze zeggen dat liefde respect, begrip en zorg dragen voor elkaar is. Maar al deze dingen dat is loyaliteit, geen liefde. We zijn loyaal tegenover onze familie, we respecteren ze, we proberen ze te begrijpen en zorgen voor elkaar. Deze woorden vallen niet onder de noemer liefde. Liefde is iets doen voor iemand zonder er iets voor terug te willen. Ik hou van mijn kinderen en wil enkel het beste voor hen, ik hoef er niets voor in de plaats. Een man is niet in staat onvoorwaardelijk lief te hebben.

Verwachtingen

“Of ik kan genieten van seks met een man die mij betaalt? Neen. Sommigen doen dingen die ik wel kan appreciëren, maar echt genieten is dat niet. Ik ontmoet zo veel soorten mannen. Soms vragen ze zaken die ik totaal niet zie aankomen. Daarom komen ze ook naar ons. Om dingen te vragen die ze van hun eigen vrouw niet verwachten.

Discriminatie

“We bepalen zelf onze seksuele grenzen. Ik heb er niet veel, maar pijpen doe ik niet. Dat is te intiem”

Trouwen

“Soms trouwen mannen met een prostituee. Dan ‘koopt’ hij haar bij de club waar ze werkt. Je denkt dat dit liefde is? Er is een verschil tussen liefde en genot. Als een man een meisje in de club ontmoet dan vindt hij haar leuk omdat ze dingen doet waar hij voor betaalt. Hij vindt het genot waarvoor hij betaalt leuk, nooit het meisje zelf. Misschien vindt hij wat hij al lang zoekt en nog nooit vond in een andere vrouw? Op seksueel vlak dan. Als het meisje met de man meegaat dan wil ze zelf ook enkel hetgeen hij voor haar kan doen. Hij zal haar geld geven en haar onderhouden. Een man vertelde me ooit dat als hij geld had, hij een prostituee zou nemen. Ik vroeg hem waarom. Het antwoord had niets te maken met liefde. “Een normale vrouw wil achter alles een verklaring”, zei hij. “Een prostituee zal haar ogen sluiten voor veel dingen.”

“Ook in deze wereld, met deze job, word je gediscrimineerd om je huidskleur. Als een man in Suriname iets doet wat je niet wil, kan je gelukkig naar de politie gaan. In de andere landen waar ik werkte – Guyana, Trinidad en Barbados – zullen ze je niet helpen. Daar bekijken ze je als een zwarte hoer en niet als een persoon met gevoelens. In Suriname is het iets beter om te leven. Je wordt minder aangerand of uitgescholden.

Gevoelens

“Normale vrouwen hebben geen seks zonder gevoelens. Prostituees doen het enkel omdat er geld aan te pas komt. Een man heeft geen gevoelens nodig. Daarom zijn er zo weinig mannenclubs in vergelijking met vrouwenclubs. Een vrouw kan haar man ook makkelijker vergeven. Hij komt bij haar en zegt: ‘Baby, ik ben veranderd. Liefje, ik heb je nodig.’ Dit zijn woorden die een echtgenote wilt horen. Als vrouw kan je niet verwachten dat je man je nooit gaat bedriegen.

“Vrouwen hebben geen seks zonder gevoelens. Prostituees doen het enkel omdat er geld aan te pas komt”

Geluk

“Als ik iets mocht kiezen dat me echt gelukkig zou maken, dan kies ik zeker niet dit werk. Ik wil heel graag een ander leven. Mijn kinderen in mijn leven hebben, is een droom. Enkele jaren geleden ging ik overdag naar school en werkte ik ’s avonds. Zo behaalde ik een diploma en twee certificaten in schoonheidszorg. Mijn doel is ooit genoeg geld sparen om mijn eigen zaak op te starten. Maar wat ik nu verdien is een veelvoud van wat ik ooit als schoonheidsspecialiste zou verdienen. Daarom hou ik het al zo lang vol. Geld werkt verslavend.”

Liefde

“Ik geloof in liefde. Van een moeder naar een kind en van God naar ons. Hoe weet je dat een man echt van je houdt? Wat is liefde tussen een man en een vrouw? ‘Would you give your life for your loved one?’ Een vrouw kan deze liefde geven, een vrouw kan haar man graag zien,

40


41


Tamara: “In onze familie was generatie na generatie een drankprobleem. Dat is een valkuil voor mij�

42


4. Stop

Marvin Misiedjan Derahassin Kandhai


44


D

erahassin Kandhai is 30. Hij verblijft voor de derde maal in een Surinaams afkickcentrum en is ervan overtuigd dat het deze keer wel zal lukken. Zijn cocaïneverslaving deed hem vervreemden van iedereen. Familie en vrienden verstootten hem. Na zijn therapie wil hij verhuizen naar Nederland.

geeft je een goed gevoel en je beseft niet dat je langzamerhand alles rondom je kapot maakt. Ik ging zowel geestelijk als fysiek achteruit. Ik deed dingen die ik normaliter niet zou doen. Zo stond ik bijvoorbeeld een keer op een plek zonder te weten hoe ik er was geraakt. Ik wantrouwde iedereen en gedroeg me heel erg vreemd. Op dat moment besef je dat niet, natuurlijk.

Tekst: Jana Merckx, foto’s: Kenzo De Bruyn

“De politie doet niets tegen het drugsgebruik. Bij een oproep uit mijn straat vragen ze: “Wat ben je daar gaan zoeken?” Ze trekken onmiddelijk

“Als de therapie afgerond is, wil ik naar Nederland verhuizen. Terugkeren naar waar ik eerder woonde is geen optie. Het is een harde buurt. De verleiding is er te groot, aan elk huis wordt cocaïne of drugs verkocht. De straat is zelfs bekend in het buitenland. Ik zag geregeld mensen van Nederland naar daar komen om hun middelen te kopen. Elke dag gebeurt er wel iets, iemand krijgt een pak slaag of iemand breekt ‘zomaar’ een arm of een voet. Daar wil ik niet naar wederkeren.

“ik snoof zes tot zeven gram per dag. ik verkocht alles wat ik had” “Ik heb alles verkocht om aan cocaïne te komen. Mijn vervoer, inboedel en dak boven mijn hoofd. Enkel het perceel bleef over. Ik gebruikte veel, zo’n zes tot zeven gram per dag. Alles hing af van hoeveel geld ik op dat moment had of op korte termijn kon verdienen.

de conclusie: je bent een gebruiker of een dealer, een van beide. Ik kocht enkel voor eigen genot. Het is uiteraard in mij opgekomen om het door te verkopen, maar daar heb ik van afgezien. Als je een gebruiker bent, kan je dat heel moeilijk. Ik zou het allemaal zelf roken.

“Ik verbleef al twee keer in dit afkickcentrum. Telkens gaf ik het na zes maanden op. Je verblijft er op vrijwillige basis, dus kan je vertrekken wanneer je wilt.Toch zijn er mensen die naar hier kwamen en volledig van de drugs zijn afgekomen. Ze volgden de therapieën en konden alles met succes afronden. Dat heeft mij gemotiveerd om terug te keren.

“Door de drugs word je verstoten en kijkt niemand meer naar je om. Mijn familie weet dat ik hier nu zit, maar nog steeds krijg ik van hen geen steun. Ik verwacht het ook niet, ik wil het zelfs niet. Wat heb je eraan als je achteraf te horen krijgt: “Als ik er niet voor je was dan zou je dit niet hebben bereikt.” Het is beter dat ik het alleen doe. Ik ben er zelf mee begonnen en wil het helemaal zelf overwinnen.”

“Ik begon met cocaïne uit nieuwsgierigheid. Ik wou het gewoon eens proberen en voor ik het wist bleef ik eraan vastkleven. De eerste keer rookte ik met een vriend en dat gevoel was genoeg om het een tweede keer te kopen. De stof

45


46


M

arvin Misiedjan is 42. Wanneer hij na elf jaar gevangenschap vrijkomt wordt hij opnieuw geconfronteerd met zijn oude leven op de straat. Hij grijpt naar de fles. Maandenlang drinkt hij zichzelf te pletter. Tot hij op een dag onder impuls van zijn vriendin naar een afkickcentrum gaat. Nu, twee maanden later, is hij clean.

heb gemaakt was de mijne. Niemand heeft me tot iets aangezet. De alcohol bracht valse rust in mijn leven. Ik was weer iemand, al was het maar voor even. Elke dag werd ingezet met een shot rum. De rest van de dag was de fles nooit ver weg. Nuchter zijn betekende opnieuw geconfronteerd worden met de puinhoop die ik van mijn leven had gemaakt. “Ondanks alles is één persoon altijd achter mij blijven staan. Mijn vriendin, met wie ik al 22 jaar samen ben, is blijven geloven dat het goed zou komen. Samen zijn we door de diepste dalen gegaan en altijd was het mijn schuld. Ze heeft me gevraagd of ik naar het afkickcentrum wilde gaan. Ik kon niet anders dan ja zeggen. Mijn liefde voor haar is sterker dan gelijk welke drank. Als ik hier buitenkom, gaan we trouwen en aan kinderen beginnen. Ze is apetrots op mijn vorderingen.

Tekst: Kenzo De Bruyn, foto: Kenzo De Bruyn

“Ondertussen zit ik hier twee maanden. In die tijd heb ik nog geen druppel alcohol aangeraakt

“ik had een moord gepleegd. alcohol hielp me omgaan met het leven” “Ik kreeg zes jaar voor moord. Het gevangenisleven was hard, nergens geldt de wet van de sterkste harder dan daar. Wegens wangedrag moest ik vijf jaar langer zitten. Na meer dan tien jaar werd ik vrijgelaten in een wereld die ik niet meer kende. Automatisch ga je op zoek naar de dingen die je nog wel kent. Mijn oude vrienden stonden allemaal klaar om me opnieuw in het criminele wereldje te zuigen. Voor rehabilitatie was geen plaats in de gevangenis. Ze geven je vrijheid, maar ze zeggen niet wat je ermee moet doen.

en geen haar op mijn hoofd denkt eraan ooit opnieuw te beginnen. Zowel geestelijk als lichamelijk ben ik enorm vooruitgegaan. De mist is opgeklaard. In plaats van af te vallen, ben ik enkele kilo’s bijgekomen. Van afkickverschijnselen heb ik geen last. Een sterke wil, dat is het enige wat je nodig hebt. Iemand die hervalt is iemand die het niet graag genoeg wil. “Wat mij het meeste raakt zijn mijn vrienden die maar niet op het rechte pad raken. Ze hebben geen werk en zoeken er ook niet naar. Het zijn leeglopers. Hopelijk kan ik een voorbeeld voor ze zijn, maar zolang hun wil er niet is kan ik niets voor ze doen. Dat is de pijnlijke realiteit.

“Al snel na mijn vrijlating begon ik te drinken als een gek. Een liter rum per dag was geen uitzondering. Het was mijn manier van omgaan met de leegte in mijn leven. Werk vinden was onmogelijk voor iemand met mijn verleden en de hele dag op straat hangen deed me geen goed.

“Er resten mij nog 16 maanden therapie. Daarna kan ik opnieuw aan mijn leven beginnen. Of ik snel werk zal vinden, weet ik niet. Ik zie een leven op straat niet meer zitten, maar die kans zit erin.”

“Begrijp me niet verkeerd, ik probeer mijn fouten niet goed te praten. Elke keuze die ik

47


Tamara: “Thuis kweekten we honden. We gingen vaak naar het slachthuis om koeienmagen te halen, waar dan voedsel van gemaakt werd. Ik weet dus wel hoe het er aan toe gaat in zo’n slachthuis”

48


5. Bloed

Frans De Wijngaert


SLACHTHUIS: SLACHTHUIS:

DE GEUR WAS ERGER DAN HET BEELD


We vroegen ons af hoe een vrolijk varken transformeert tot een heerlijk geurende kotelet. Het Mechelse slachthuis opende voor ons zijn deuren. Interessant? Uiteraard. Voor herhaling vatbaar? Absoluut niet. De geur hangt bij wijze van spreken nog in onze neusgaten. Van varken tot kotelet, bon appĂŠtit.

Tekst: Jana Merckx, foto’s: Kenzo De Bruyn

51


Nadat de keel is overgesneden, liggen de varkens drie minuten over een gootje om uit te lekken. Vervolgens worden ze aan een grote haak omhoog gehesen.

52


De eerste seconde dat ik het slachthuis binnenloop, weet ik het al. Van dit bezoek zullen mijn nekharen overeind komen. Het contrast met de buitenwereld kan ook amper groter: één van de mooiste dagen van februari, een winterzonnetje komt me tegemoet en ik kies vrijwillig voor een dag vol bloed, ingewanden en gekrijs. Frans De Wijngaert (67), coördinator van het slachthuis, leidt mij rond. Elke maandag, woensdag en vrijdag komen tussen de 1500 en 1700 varkens binnen, die geslacht worden tegen een tempo van 270 per uur. In veertig minuten tijd verschijnt een levend varken als speklapje op je bord. Onwaarschijnlijk? Eens je in het proces gezogen wordt, een absurd logisch gevoel.

270 varkens per uur

De druppel

Met bloed in mijn haar

De tocht kan niet slechter beginnen. Alsof de geur uit mijn gedachten bannen nog niet genoeg moeite vergt, is het achterwegen laten van de haarkapjes misschien wel de druppel. Bij binnenkomst – in proper wit slagerspak – begeef ik mij tussen de wiegende karkassen waarbij een dikke druppel bloed op mijn versgewassen haar valt. “Niets aan de hand”, vindt De Wijngaert. “Ik vergat de haarkapjes, ik ga ze even halen.” Waarbij ik – kokhalzend – met bloed in het haar en omgeven door honderden dode varkens en ingewanden achterblijf. “Let’s do this”, dacht ik. “Erger dan dit kan toch niet.”

De Slachtzaal

Fout gedacht. Het kan erger. De kamer waar ik mij eerder in bevond was niets vergeleken met het beeld dat ik in de slachtzaal voorgeschoteld krijg. De – nog levende - varkens zitten in stallen te wachten op hun dood. Samen met hun lotgenoten worden ze naar de plaats geduwd waar ze een stroomstoot ontvangen en onmiddellijk buiten bewustzijn vallen. Twee seconden later volgt de doodsteek. Een pin, dwars door de nek, waardoor de varkens direct sterven. Ethisch verantwoord allemaal, maar toch laat

Een pin dwars door de nek


een grote vleeshaak

het gegil van de stervende varkens mij niet los. Dat niet alleen trouwens, een varken dat enkele minuten voordien nog rondliep en nu aan een grote vleeshaak omhoog gehesen wordt en niet meer als varken maar als ‘ding’ bloedplassen op de witte vloer achterlaat, behoort niet tot een van mijn favoriete belevenissen.

Vluchten

Ik sta te wankelen op mijn benen

Op dat moment krijg ik het moeilijk. Er is niets aan te merken op de manier waarop het slachten gebeurt, maar het zelf aanschouwen is toch heftig. De dode varkens blijven enkele ogenblikken over een gootje liggen zodat de wonde kan uitlekken, waarna ze omhoog getrokken worden en het bloed in het rond vliegt. Ik sta te wankelen op mijn benen en de kleur trekt weg uit mijn gezicht. Het is tijd om de kamer uit te vluchten en ik trek mij terug in een hoekje van de snijzaal. Goede keuze zo blijkt. Vlak voor mijn flauwte me helemaal te pakken heeft, kom ik terug in de kamer waar ik deze tocht begon. Daar lijkt alles in het niets te verdwijnen tegenover wat ik in de slachtzaal zag. Ingewanden verwijderen? Geen problemen mee. Bloedklonters aan de wonde wegsnijden? Laat maar komen. Darmen en longen sorteren? Niks aan. En de geur, tjah, gelukkig ben ik kampioen door-de-mond-ademen en had ik voldoende parfum in mijn sjaal gespoten voor ik vertrok.

Pintje a.u.b.

De tijd die ik aan het wachten besteed, benut ik door in mijn eentje wat rond te dwalen en indrukken op te schrijven. Het valt op dat mijn aanwezigheid nogal wat reacties teweegbrengt. Één medewerker roept vuil lachend: “Twee pintjes, alstublieft”, verwijzend naar mijn zwarte notitieboekje. Ik moet een keer nadenken wat hij bedoelt, wat misschien ook te maken heeft met zijn zwaar Oostblok-accent. Zoals verwacht werken er niet veel autochtonen in het slachthuis. “Geen Belg wil dit werk doen, hoor”, vertelt De Wijngaert. “In de voorbije drie jaar heeft één iemand zich vrijwillig aangebo-

ingewanden verwijderen


De Wijngaert: “Geen Belg wil dit werk doen, hoor. In de voorbije drie jaar heeft één iemand zich vrijwillig aangeboden. Na een halve dag was hij weer weg. Voor hetzelfde loon zijn er aantrekkelijkere jobs.”

55


Net voor de varkens naar de snijzaal gaan, worden alle overblijvende haartjes weggebrand.

56


den. Na een halve dag was hij weer weg. Voor hetzelfde loon zijn er aantrekkelijkere jobs.”

Grote hakmessen

Bandwerk

In de snijzaal heerst een sfeer van gekanaliseerd machogedrag. Ruige mannen zwaaiend met grote hakmessen en schorten vol bloed, die brute handelingen uitvoeren alsof het niets is. Het tempo ligt hoog en een schakel weghalen zou problemen opleveren. Iemand snijdt de aars los, de volgende verwijdert de darmen, de daaropvolgende de longen, het hart, de lever enzovoort. Het is bandwerk van jewelste. Frans drukt mij op het hart dat alles opnieuw verwerkt wordt. “Sommige organen bewerken we speciaal voor bijvoorbeeld hondenvoeding. Maar ik kan je geruststellen, curryworsten worden daar niet van gemaakt.”

Geen dieren

Hoe verder ik door het slachthuis trek, hoe minder ik de varkens echt als dieren bekijk. Ik begon in de stallen waar ze nog dartel rondliepen, vervolgens werden ze gedood, omhoog gehangen, werden de haren verbrand en weg geschraapt en werden ze versneden. Eens ze de snijzaal binnenkomen zijn het in mijn ogen geen varkens meer, maar karkassen. Karkassen die uiteindelijk hespen worden waar een etiket wordt opgekleefd, zodat ik ze kan kopen en verorberen.

Schelleke hesp

Het doet mij niks meer

De nuchterheid waarmee Frans het proces uitlegt, lijkt op het eerste gezicht absurd. Hoe kan iemand zijn job als leraar opgeven om elke dag te vertoeven in bloed en de geur van de dood? Toch lijkt hij hier zelf geen probleem mee te hebben. “Het doet mij niks meer.” Dit gevoel begreep ik achteraf wel. Hoe verder ik het slachthuis binnendrong, hoe meer ik het bekeek als productie en niet als een massamoord. Hoe langer ik er rondliep, hoe aantrekkelijker de karkassen eruitzagen, totdat ik zelfs hunkerde naar een lekkere schel hesp van bij den beenhouwer. Vegetariër zijn ben ik door deze excursie niet geworden, maar ik geeef met grif toe: één keer in een mensenleven is meer dan genoeg.

Karkassen die hespen worden


?

Van leraar Chemie tot Verantwoordelijke van het slachthuis

WAAROM

“Ik ging op brugpensioen in de school waar ik lesgaf en zocht een andere uitdaging. Ik kende de zaakvoerder van het slachthuis, zo kon ik daar beginnen. Ik wist niets van de sector, net daarom sprak het mij aan. Door rond te kijken en heel hard te studeren, sta ik waar ik nu sta.

“Onmiddellijk nadat ik gestopt was met lesgeven, begon ik hier te werken. Dat was in 1999. Op dat moment was er in het slachthuis nog geen labo en hadden ze nog geen kwaliteitslabels. Ik heb een kwalitieitssysteem uitgebouwd waardoor we nu op het hoogste niveau - met twee labels - draaien. Het was een uitdaging waar ik me honderd procent voor gegeven heb. “Ik mis het lesgeven geen seconde. Ik heb het altijd graag gedaan, maar op een gegeven moment heb je een nieuwe uitdaging nodig en bij mij lag die in het slachthuis. Na relatief korte tijd leek het lesgeven heel lang geleden. Doordat ik me zo hard inzette voor mijn nieuwe werk, denk ik. “Ik zie het slachthuis eerder als mijn passie dan mijn werk. Het is hier geen minuut hetzelfde. De sfeer is goed en er werken aangename mensen rondom mij.”


59


60


61


Tamara: “Ik geloof nooit dat iemand zijn thuisbodem verlaat enkel en alleen om te profiteren in een ander land�

62


6. Gevaar

Kinan Adouni


64


Kinan Adouni (22) reisde 5000 kilometer mee in de laadruimte van een vrachtwagen. Uiteindelijk kwam hij terecht in ons land. Hij hoopt op een beter leven, maar de kans dat hij wordt teruggestuurd is groot. Wat hem dan te wachten staat, is onbekend. Tekst: Kenzo De Bruyn, foto: Kenzo De Bruyn

“Het regime van president Assad weegt zwaar door op de samenleving. Je kan er met niemand over praten. De kans bestaat dat hij een informant is. Een verkeerd woord en ze verklikken je bij de politie. Een neef van mijn vader zat in een café waar een aantal anderen zich kritisch uitlieten over Assad. Een beetje later werd hij opgepakt en voor 20 jaar achter de tralies gegooid.

was verschrikkelijk. We moesten ons constant verstoppen en de laadruimte deed acht dagen lang dienst als badkamer, slaapkamer en toilet. Wanneer ik aankwam in België heb ik meteen een asielaanvraag gedaan. “Ondertussen wacht ik al bijna een jaar. Wat er gaat gebeuren weet ik niet. Stilaan word ik gek. Hoe dankbaar ik ook ben dat ik in een opvangcentrum terechtkwam, er is hier niets te doen. Ik ben er niet trots op, maar ik heb ook al een zelfmoordpoging ondernomen. Antidepressiva en slaappillen houden mij recht, maar dat kan niet blijven duren.

“Naast die sociale controle, worden ook de media gemanipuleerd en de telefoons afgeluisterd. Voor dat laatste hadden we een oplossing. We gebruikten codetaal om te communiceren. Harde regen betekende kogelschoten en een groot feest betekende de aanwezigheid van het leger.

“De angst dat ik terug zal worden gestuurd sluimert in mijn hoofd. Wat me daar te wachten staat, weet ik niet. Op mijn Facebookwall had iemand gepost dat ze mij kapot gingen maken en ook via mail kreeg ik zulke berichten. Naar de politie stappen heeft geen zin. Van hieruit kunnen ze niets doen en de politie daar, die zal zich niet haasten.

“Assad krijgt wel veel tegenwind, maar dat wil niet zeggen dat het gevaar is gaan liggen. Een vriend van me werd opgepakt tijdens een betoging. Niemand weet wat er juist met hem gebeurd is. In Syrië zeggen we dat ze verdwenen zijn achter de zon. Het leger heeft nadien de supermarkt van zijn ouders platgebrand. “Vergeldingsacties komen geregeld voor. Het regime zaait angst onder de mensen. Wees voorzichtig, doe niets verkeerd of we komen je halen, dat is wat ze zeggen. De beloftes die Assad maakt aan de wereld zijn waardeloos. Hij zal zich nooit schikken naar de wil van anderen en zelfs al wordt hij verdreven, dan ben ik nog niet zeker of het beter zal worden. Onze buurlanden zullen strijden om de macht over ons land en onze grondstoffen. Bovendien bestaat de kans dat de verschillende bevolkingsgroepen in Syrië ook onderling zullen vechten, eens de gemeenschappelijke vijand verdwenen is.

“Een definitieve toelating geeft mij een kans op een beter leven. Weigering betekent het grote niets. Teruggaan naar Syrië kan ik niet aan.”

“Het regime zaait angst onder de mensen. Doe niets verkeerd, of ze komen je halen”

“In dat land wilde ik niet meer leven. Voor 4000 euro kon ik meerijden met een vrachtwagen, eerst langs Turkije en dan naar België. Die reis

65


Red Redactie Jana Merckx Kenzo De Bruyn

vormgeving Kenzo De Bruyn Jana Merckx

Fotografie

Kenzo De Bruyn

Met dank aan Sjoukje Smedts Sandra Busselot

Wilfried Vanden bossche Aline Danneel

Dirk Remmerie Herman Duponcheel

Drukkerij

Procopia Ambachtenlaan 23 3001 Heverlee


d 67


juni 2012 68

Red Light  

Conceptmagazine rond de kleur rood