Issuu on Google+

1e jaargang  |  magazine voor internationale studenten  |  mei 2014  | €3,5

1


6

10 2

34


26

jalla me i 2 014 must see In de Vlaamse klaproosvelden bekende belg Paul Van Haver: de Belg die eenzaamheid met danbeats doet rijmen Onterecht onbekend typisch belgisch De Belgische politiek uitgelegd gemaakt aus belgique Belgian beer no plane ticket Durham The (Potsdamer) Platz to be achtergrondverhaal Een thuis weg van huis Common language exit hollywood Oscarnominatie door tax shelter? Drie filmrecensies column “Ik ben een Belg�

14 3


edito

Wanneer buitenlandse studenten naar België komen, spreken ze natuurlijk geen Nederlands (of Frans) en kennen ze niets van de gewoontes van ons klein landje. Dat is maar normaal, hoor ik u zo denken, ze zijn er immers maar net. Maar wat jammer is, is dat de meeste studenten zelfs na hun semester in ons land België niet kennen. Daarom dit magazine. Om hen zin te geven om het klein landje van de dappere Belgen - quote van niemand minder dan Julius Caesar - te leren kennen. In deze eerste editie kunnen buitenlandse studenten ons land leren kennen dankzij een portret van Stromae. Nee, hij werd niet door een van onze journalisten ondervraagd - daarvoor is hij veel te druk bezig maar dankzij interviews op Youtube gevonden en in de geschreven pers werd een mooi beeld van hem geschetst. Of dat is toch de

bedoeling. Voor de musealiefhebbers is er een reportage over ‘In Flanders field’, hét museum voor wie graag iets meer wil weten over de Eerste Wereldoorlog. In 2014 wordt WO1 herdacht, dus daar moest natuurlijk iets over geschreven worden in dit magazine. Voor de Harry Potter-liefhebbers is er dan een reisreportage over Durham. En natuurlijk nog een achtergrond verhaal over Pangaea, ‘thuis weg van huis’ in Leuven. Het is de bedoeling om dit magazine in een later stadium naar het Engels te vertalen, want spijtig genoeg is het aantal internationale studenten die de taal van Vondel beheersen, heel erg klein. Maar momenteel dus een mooi magazine in het Nederlands. Enjoy!

tiffany

4

De hele wereld zou met elke generatie moeten kunnen verbeteren. Daarom is het goed dat de trend van het internationaal studeren nu ook echt een trend is. Dus als je uit het buitenland komt en in België komt studeren, proficiat! Je hebt het juiste magazine voor jou geopend. Je hebt je keuze om hier te komen studeren waarschijnlijk niet licht genomen. Maar waarom kiezen studenten voor België? Wat willen ze doen na de studies? En zijn er geen problemen tussen hen en de docenten? Lees het in het artikel ‘Common Language’. Het studentenleven is zo veel meer dan alleen studeren. Iedereen zit wel eens naar video’s te zoeken op YouTube, meestal voor wat entertainment. De mensen achter die video’s zijn vaak succesvol en populair over de hele wereld, behalve in België. In ‘Onterecht Onbekend’ zoeken we uit wat Belgi-


sche YouTubers daarover te zeggen hebben, wie ze zijn, wat ze doen en wat ze plannen om YouTube in België bekender te maken. Jalla heeft ook wel een suggestie voor je vakantietrips. In het artikel ‘The (Potsdamer) Platz to be’ lees je alles over het mooie centrum van Berlijn. Dus voordat je vertrekt, kan je best eerst Jalla even lezen. Ooit al eens nagedacht over hoe moeilijk België soms kan zijn Wel, ik heb altijd graag vrijuit willen spreken over welke vervelende situaties je hier allemaal tegenkomt. En dat kan je nu allemaal lezen in de column ‘Ik ben een Belg’. Mijn schrijfstijl at it’s finest. Maar laat mij je niet verder ophouden. Sla die bladzijden om, lees die artikels en zorg dat dat Belgisch diploma op je CV komt. En het belangrijkste van al, have fun!

Dennis

Niets zo leuk als een nieuw land leren kennen. Tegelijkertijd kan zo’n ervaring moeite met zich meebrengen. Zeker voor een buitenlandse student. Weten hoe de politiek en de maatschappij in elkaar zitten, is moeilijker dan het lijkt. De Belgische politiek blinkt daarin uit en maakt zelfs het Belgische volk wanhopig. Om u een beetje op weg te helpen, geeft politicoloog Joris Boonen wat uitleg. Als u zin heeft om ook in een ander land te studeren, is Duitsland een mooie keuze. Tijdens de vrije uurtjes zorgt het Sony Center aan de Potsdamer Platz voor een aangenaam tijdverblijf. Een cinefiel zal er met een bioscoop en Filmmuseum alvast zijn gading vinden. Over film gesproken. De Amerikaanse Oscars houden al jarenlang de categorie ‘Beste Niet-Engelstalige Film’. De Belgische The Broken Circle Breakdown werd hiervoor

genomineerd en kwam tot stand door tax shelter, een Belgisch investeringsmiddel. Hierover is een interview waar u ook te weten komt welke Belgische films zeker een kijkbeurt waard zijn. Belgian Beer. Iedereen ter wereld kent het lekkere drankje wel en weet welk land zich daarin meester maakt. Met Bapas, een concept dat met Belgische biertapas werkt, wil Karl Van Malderen lokale producten in de kijker zetten. Om de Belgische bieren zelf in de kijker te zetten, wordt er een interview aan besteed. Wedden dat u er dorstig van wordt? Geniet van dit nummer en vooral; geniet van brave, little, Belgium. Het land heeft zoveel moois te bieden.

elodie

5


Een twintig kilometer lange wandeling brengt iedere natuurliefhebber van Seaham naar Crimdon: op een zonni-

6 ge dag een goede tip als je in Durham zit.


Durham tEKST EN FOTO: tiffany mestdagh

Wat als Harry Potter echt zou bestaan? Natuurlijk niet in levende lijve, want iedereen weet dat hij in het hoofd van JK Rowling geboren is, zo’n tiental jaar geleden. Nee, stel, wat als zijn wereld niet enkel fantasie zou zijn, maar gebaseerd op alledaagse Britse gewoontes? Wanneer je in King’s Cross Station de trein neemt naar Durham, een universiteitsstadje in het noord-oosten van Engeland, komen die vragen als vanzelf in je op. En niet alleen omdat je je in het station kan laten fotograferen terwijl je een karretje met valiezen en een uilenkooi door een muur duwt, zogezegd op platform 9 ¾. Ook omdat er, wanneer je eenmaal in de trein zit, een vrouwtje met een trolley langskomt. Weliswaar niet met ‘Chocokikkers’ of ‘Smekkies in Alle Smaken’, maar wel met koffie, thee en sandwiches. “Anything from the trolley”, hoor je dan door de treingangen weerklinken. Rings a bell? Vlak voor je in Durham aankomt, begint het voorbijrazende landschap wat te veranderen: geen uitgestrekte platte velden met schapen meer, maar groene verlegen heuvels. En dan, plots, op een van die heuvels: de kathedraal van Durham. Dit imposant Normandische gebouw dateert uit de 11e eeuw. Binnen is het graf van de heilige Cuthbert te vinden, de patroonheilige van Noord-Engeland. Naast het gebouw: een klooster. Want vroeger leefden er monniken naast de kathedraal. De kloostergangen vormden het décor van enkele scènes uit de twee eerste Harry Potter-films. Jeweetwel, die scène waar Harry Hedwig, zijn sneeuwuil, laat vliegen in de sneeuw. “Het grappige is dat het op die dag helemaal niet sneeuwde”, vertelt Mary, een oudere dame met een rood gewaad die toeristen rondleidt in de ka-

thedraal. “Het was een mooie, zonnige dag, dus de makers van de film hebben nepsneeuw moeten gebruiken.

Durham Castle was de eerste ‘college’ van de universiteit wat betekent dat studenten in het kasteel samen leefden. Tegenover de kathedraal staat Durham Castle. Sinds 1837 maakt het kasteel deel uit van de universiteit van Durham, gesticht in 1832. Durham University, die ondertussen meer dan 15.000 studenten telt, is zo de derde oudste universiteit in Engeland, na Oxford en Cambrige. Daar is tot nu toe niets vreemds aan. Maar er is natuurlijk meer. Durham Castle was het eerste ‘college’ van de universiteit. Dit betekent onder andere dat er in het kasteel studenten wonen. Rings a bell? Samen leven, samen eten, samen activiteiten organiseren in een kasteel. Ondertussen zijn er vijftien andere ‘colleges’ in de universiteit. Iedere student wordt na zijn inschrijving lid van een ‘college’ , waar hij de komende jaren deel van zal uitmaken. Er is nog net geen Sorteerhoed om te bepalen tot welke ‘college’ je ingedeeld wordt.. Een paar keer per maand mogen de studenten hun lange, formele gewaden aantrekken om een officieel college diner bij te wonen, waar ook docenten aanwezig zijn. Spijtig genoeg zijn er geen huiselfen die het eten op tafel toveren. In Durham Castle wordt het vers voedsel klaargemaakt in een oude keuken met moderne apparatuur. “Al 800 jaar worden hier maaltijden geserveerd. Dit maakt het een van de oudste nog gebruikte keukens in de wereld”, vertelt Jessie, een tweedejaarsstudente Frans en Chinees aan de universiteit. 7


no plane ticket

Jessie had vorig jaar een kamer in het kasteel. Ze leidt nu toeristen rond en toont hen de mysterieuze gangen. “Deze trap mogen jullie niet op”, waarschuwt ze de bezoekers. “Als er te veel mensen op staan, kan hij namelijk inzakken. Studenten moeten dus altijd extra voorzichtig zijn.” In de kapel van Cuthbert Tunstall, een van de bisschoppen van Durham, heeft ze ook wat verhalen te vertellen. “Zien jullie dit portretje?”, vraagt ze aan een groep toeristen. “Kijk naar de handen,

die staan toch wel in een rare positie.” Inderdaad, de bisschop heeft uiterst grote handen en lijkt iets vast te houden. “Vroeger hield hij inderdaad iets vast”, vertelt Jessie. “Dit portret werd gemaakt in de 16e eeuw, ten tijde van Henry VIII.” Voordat King Henry brak met de Roomse Kerk, basically om met Anna Boleyn te mogen trouwen, werden bisschoppen met een rozenkrans in de hand afgebeeld. Maar natuurlijk, toen Henry VIII het gezag van de paus niet meer erkende, moesten ook alle katholieke symbolen weggeschilderd worden. Wat ook bij dit portret van Cuthbert Tunstall gebeurde. “Dit zou het einde van het verhaal kunnen zijn, ware het niet dat, een paar jaar later, toen Mary, de dochter van Henry, op de troon kwam, zij beval dat de katholieke symbolen herschilderd werden”, vertelt Jessie. Gevolg: Tunstall had terug een rozenkrans vast. “Maar dan kwam Elizabeth, de andere dochter van Henry, aan de macht. En zij was Anglicaans.” Opnieuw weg met de katholieke symbolen… en met de rozenkrans. Toch wel jammer dat de portretten niet magisch zijn, zoals in Zweinstein. Dan had de afgebeelde bisschop makkelijk de rozenkrans kunnen oppakken of net weggooien. En hadden de schilders er geen overuren aan overgehouden. De familie Neville heeft zich ook in Durham gevestigd. Bij de Nederlandstalige lezers van de Harry Potter-boeken zal deze naam geen belletje doen rinkelen. Maar de Engelse fans herkennen er de naam van Marcel Lubbermans in: Neville Longbottom. In Durham was ‘the House of Neville” een van de zeer invloedrijke families. Ze financierden onder andere een deel van de restoratie van de kathedraal. En Marcel zelf zou het er ook naar zijn zin hebben gehad in Durham: in de

8


In het klooster van de kathedraal van Durham werd de scene met Hedwig, de sneeuwuil, uit de eerste Harry Potter-film gedraaid.

botanical garden staan er twee serres met cactussen, waterlelies en andere exotische planten. Een tuin waar studenten vrij in mogen rondlopen. Maar dan wel liefst op een mooie lentedag, wat in Durham toch wel uitzonderlijk is. Regen en wind, de stad is niet anders dan de rest van het land. Of dat is toch het geval in de winter. In de lente immers is het Noord-Oosten de droogste streek van Engeland. Probeer dus dan een bezoekje aan Durham te brengen.

De moeder van Harry Potter J.K. Rowling heeft de avonturen van haar bekende tovenaar trouwens niet zo ver van Durham neergeschreven. In een klein koffiehuis, The Elephant House, in Edinburgh, een treinrit van twee uur vanuit Durham, zat ze jarenlang aan een bruin tafeltje om het leven van Harry Potter neer te pennen. Dit was begin jaren ’90. Harry Potter en de Steen der Wijzen, het eerste boek van de serie, kwam in 1997 op de markt.

Met een beetje geluk nodigt de zon zich toch uit tijdens je trip. Neem dan de bus vanuit Durham naar Seaham en stap in de voetstappen van Harry en Perkamentus, wanneer ze een van de gruzielementen van Voldemort willen gaan vernietigen. Op een mooie dag ziet de kust er natuurlijk minder dramatisch uit dan in de film, maar het blijft een interessante wandeling. Stranden vol stenen – ja, zonnebaden wordt een pijnlijke zaak – en hoge kliffen. De ‘Durham Coast Path’-wandeling voert je langs mooie landschappen, op een 11 miles lang pad – een goede 17 kilometer – tot Crimdon. Vanuit dat stadje kan je de bus terugnemen naar Durham… en een lekkere warme chocolade proeven bij Whittard. Want boterbier, dat hebben ze hier toch niet.

Op haar website vertelt J.K. Rowling – zeg maar Jo – hoe ze op het idee gekomen is om de Harry Potter-boeken te schrijven. “Het was 1990. Mijn vriendje van toen en ikzelf hadden beslist om te verhuizen naar Manchester. Na een weekendje op appartementenjacht reisde ik helemaal alleen terug naar Londen op een overvolle trein. Toen viel het idee om Harry Potter te schrijven gewoon in mijn hoofd.” Bij deze, beste lezer, u bent gewaarschuwd. Ook een treinrit van Durham naar Edinburgh kan verreikende gevolgen hebben.

9


MUST SEE

In de Vlaamse  tEKST EN FOTO: tiffany mestdagh

“In Flanders fields the poppies blow, between the crosses row on row…” De eerste twee verzen van John McCrae’s gedicht slagen er goed in om een specifiek beeld weer te geven. Het beeld dat miljoenen nabestaanden, uit Groot-Brittannië, Amerika, Canada, of nog Nieuw Zeeland, zien wanneer ze de graven van familieleden bezoeken. Of toch, wanneer de klaprozen bloeien. Hun (over)grootvaders verlieten het thuisland om in Europa te komen vechten. In België. In de Westhoek. Duizenden kilometers van huis. In een land dat voor hen niet meer voorstelde dan een erwtje op de wereldkaart. Vol straten waar ze niet even virtueel via Street View door konden wandelen. In een van de flyers die het museum ‘In Flanders fields’ in Ieper heeft laten maken voor de herdenking van 100 jaar Grote Oorlog stelt iemand zich de vraag: “of mensen dit nu nog zouden doen.” Hun land verlaten om een ander te helpen. Retorische vraag natuurlijk.

Herinnering van een herinnering

Wat je wel mag aannemen, is dat Britten “hun” soldaten niet vergeten. Ieder jaar, vooral op 11 november, dag van de Wapenstilstand (de dag waarop het einde van de Eerste Wereldoorlog wordt gevierd), steken tientallen bussen Britten het Kanaal over naar de Westhoek, meer bepaald naar Ieper, met een klaproos op hun jassen gespeld. En wat nu opvalt, is dat ze dat niet enkel meer doen om de herinnering aan een overleden oom of grootvader levend te houden, maar ook om de herinnering van de herinnering niet te vergeten. Beeldt u maar eens in. Vele ‘nu-gepensioneerde’ Britten kwamen vroeger met hun ouders de graven bezoeken. Nu

10

hun vaders en moeders gestorven zijn, komen ze alleen, om herinneringen op te roepen. In een klein militair kerkhofje bij de IJzer, vlak naast de Rijselpoort in Ieper, geeft een Britse vrouw een getuigenis. Ze moet even slikken voor ze begint en de tranen zitten niet ver. Op haar jas heeft ze een klaproos gespeld. “Vroeger kwam ik hier met mijn tante”, begint ze haar verhaal. “Ze was een kleine, gezette vrouw, altijd enthousiast. Mijn moeder werd altijd gek van haar, omdat ze steeds rondliep in haar ‘wellies’, zelfs wanneer ze de koningin ging bezoeken.” Die tante is nu gestorven, haar asse uitgestrooid op dit klein kerkhofje bij de rivier, waar ze zo vaak de vijftigtal soldatengraven bezocht had.

“You died, so I could live” staat er te lezen op de achterzijde van een klaproos bij de Menenpoort Poppies field

De grasvlakte naast de Menenpoort, waar de namen van meer dan 54.000 soldaten uit de Commonwealth in de muren gebeiteld zijn, verandert voor 11 november ook in een heus papieren klaproosveld. Iedereen mag er een klein stukje papier in de vorm van de rode bloem ‘planten’, met daarop een kleine boodschap. “You died, so I could live”, kan er bijvoorbeeld gelezen worden. Maar waarom zijn die klaprozen eigenlijk zo belangrijk voor de Britten? Is het omdat er geen wilde klaprozen te vinden zijn in Engeland? “De klaprozen zijn de eerste bloemen die op de graven van de soldaten in België en Noord-Frankrijk groeiden”, staat er op de website van de BBC te lezen. Een Amerikaanse vrouw, Moina Michael,


klaproosvelden

Op 11 november, de dag waarop de Wapenstilstand in BelgiÍ wordt herdacht, verandert het gras­pleintje voor de Menenpoort in Ieper in een heus papieren klaprozenveld.

11


die in de YMCA Overseas War Secretaries werkte, las in 1918 het gedicht van de Canadese dokter John McCrae en zwoer dat ze als herinnering altijd een rode klaproos op haar kledij zou spelden. Twee jaar later, in 1920, besloot de National American Legion om van de klaproos hét symbool van herdenking te maken, of remembrance in het Engels.

Last Post

Iedere dag, om 20 uur, vindt onder de Menenpoort ook een eerbetoon plaats voor de gesneuvelde soldaten van het Britse Rijk. “De Last Post was oorspronkelijk het klaroengeschal dat in het Britse en andere legers het einde van de werkdag aankondigde”, staat er op de website van de Last Post Association te lezen. De bedoeling van hun vereniging is om de plechtigheid eeuwig te laten doorgaan. Sinds 1928, toen de Last Post voor het eerst plaatsvond, verzamelden klaroeners zich al meer dan 29.000 keer in Ieper. “De Menenpoort staat op de plaats waar vele soldaten naar het front trokken, velen om nooit meer terug te keren”, staat er ietwat dramatisch op de site van de vereniging geschreven. Ook op 11 november vinden er een aantal officiële plechtigheden plaats in Ieper, waar de Last Post onder de Menenpoort deel van uitmaakt. Het is drummen om een plaatsje te bemachtigen op de tribunes die voor de gelegenheid zijn gebouwd. Maar voor wie de drukte wil vermijden: iedereen

12

kan de plechtigheid op groot scherm op de Grote Markt meevolgen.

In Flanders fields

Vanaf de Menenpoort is het niet ver meer naar het museum ‘In Flanders fields’. Het museum, dat al sinds 1998 in de Lakenhallen van de stad te bezoeken is, is sinds 11 juni 2012 vernieuwd.

Het ‘In Flanders fields’ museum geeft goed het leven van een soldaat in de eerste wereldoorlog weer. Wanneer de bezoeker zijn ticket koopt, krijgt hij een ‘poppy-armband’. Deze band in de vorm van een klaproos kan hij gebruiken om op de eerste verdieping via wifi een gepersonaliseerd bezoek te activeren: tijdens zijn bezoek krijgt hij vier getuigenissen te lezen van leeftijds- en provinciegenoten die de oorlog hebben meegemaakt. Die verhalen kan hij dan op het einde van zijn bezoek uitprinten, of per mail naar zijn e-mailadres doorsturen. Maar er is meer. Tijdens het bezoek vertellen soldaten hun verhaal, met een zwarte achtergrond en op groot scherm. Het lijkt alsof zij echt aanwezig zijn in de ruimte. Ze spreken Engels, Nederlands, Duits of Frans en geven de bezoekers een beeld van hoe het was om in de oorlog mee te vechten. “Op Kerstavond zat ik in de loopgraven. Voor ons stonden enkele Duitse soldaten. Ze gooiden sigaretten naar


ons, wij gooiden appels en ander fruit. Een Duitse soldaat kwam uit de loopgraf, om het fruit op te rapen. Toen konden we toch niet schieten?” Hij schoot toen niet. “Het zijn ook maar mensen…” Verpleegsters en dokters komen ook aan het woord in filmfragmenten. Een ervan, die er een beetje uitziet als een non, met een kap op haar hoofd vertelt de bezoeker dat “het een waar genoegen was om de soldaten te verplegen.” Ze legt dan uit hoe mannen soms recht van het front naar de ziekenzaal werden gebracht. Dat ze dan wekenlang verpleegd en ‘opgelapt’ werden. Om dan opnieuw naar de oorlog gestuurd te worden. Met haar verhaal toont ze ook ergens de nutteloosheid van de gevechten aan. Of moet haar getuigenis eerder begrepen worden als een eerbetoon aan de moed van de soldaten? Eert ze de dapperheid van de jonge mannen die, hoewel ze ontsnapt waren aan de dood, toch nog eens hun leven op het spel zetten voor hun land? Ook kunnen de bezoekers de oorlog virtueel volgen, op een grote plattegrond waarop zowel de aanvaller als de verdediger in golven worden voorgesteld. Want cijfers en historische teksten zeggen veel, maar het visueel zien maakt het geheel begrijpelijker. Of toch voor zover een oorlog als deze begrijpelijk genoemd mag worden.

Niet alleen op elf november bezoeken nabestaanden van gesneuvelde soldaten Ieper of andere steden die op het front lagen, zoals Diksmuide en Ploegsteert. Ook toeristen durven wel eens een auto te huren om naar de loopgraven te gaan of om de al dan niet witte soldatengraven te bekijken. In de Dodengang van Diksmuide werd bijvoorbeeld een stuk van de kilometerlange loopgraven exact nagebouwd. Zo krijgt iedereen de mogelijkheid om te beseffen hoe slecht de leefomstandigheden er waren. Groot-Brittanië vindt het ook belangrijk om de herinnering aan de Groote Oorlog levend te gehouden. Om de herdenking van 100 jaar Eerste Wereldoorlog te vieren - hoewel het woord hier misschien niet zo goed gekozen is - besliste de premier van Groot-Brittanië, David Cameron, om 5.3 miljoen pond (6,4 miljoen euro) vrij te maken. Met dit bedrag wil hij aan Britse kinderen de mogelijkheid bieden om het Belgische en Franse front te bezoeken. Voor de herdenking werd ook een nieuw monument bedacht: zeventig zandzakken met aarde uit de Belgische kerkhoven werden vermengd met Engelse grond. Het geheel vormt nu een gedenkteken nabij Buckingham Palace, een van de verblijfplaatsen van de Britse koningin.

13


Typisch Belgisch rubriek

De Belgische politiek  Tekst: Elodie Gillebert Foto’s: Tiffany Mestdagh

‘Het enige wat ik op dit moment weet over de Belgische politiek, is dat het ontzettend ingewikkeld blijkt en dat niemand er nog iets van begrijpt.’ De Britse komiek en acteur Russell Brand wéét dat België een complex land is. Het land van koning Filip krijgt in het Guinness World Records een ereplaats – waarmee het Irak onttroont als het land met het recordaantal dagen zonder regering. Desondanks viel het land niet plat. Waarom? En wat leeft er eigenlijk in de Belgische politiek? Joris Boonen, assistent Politieke Wetenschappen aan de faculteit KU Leuven, geeft uitleg. In 2010 zat België in het diepe slop. Maar liefst 541 dagen had het land geen regering. Toch functioneerde België nog. ‘Hoe komt dat?’ vragen vele burgers zich af. In tegenstelling tot Joris Boonen weten zij niet dat het land niet helemaal regeringloos was. “Die gebeurtenis werd uitgesmeerd in de internationale pers. Terwijl het land niet helemaal zonder bestuur zat. België had toen een regering van lopende zaken met nog veel bevoegdheden waarmee ze een aantal aangelegenheden kon afhandelen. Ze was heel efficiënt. Bovendien ging dat over de federale regering, maar het land beschikt ook over een Vlaamse regering, andere regionale regeringen enzovoort.” Het land was niet volledig onbestuurd dus. Dat verklaart misschien waarom tijdens de protesten het Belgische volk enkel een frietrevolutie (protest tegen het wereldrecord van 541 dagen zonder regering waarbij op verschillende plaatsen in het land gratis friet werd geserveerd, nvdr) en een Shame-betoging (protestbeweging tegen het uitblijven van een regering, nvdr) hebben gehou14

den. “Tijdens de protestacties zag het volk wel in dat er dringend iets moest gebeuren. Maar eigenlijk merkte het niet dat het regeringloos was. De burgers hielden het dus bij symbolische acties om politici tot de orde te roepen. Dit waren geen acties zoals in Griekenland of Spanje. Met de economische crisis en de regering die er niet fatsoenlijk werkt, komt het volk daar echt in actie omdat het voelt dat het op hun persoon een effect heeft.” En laten we vooral Oekraïne niet vergeten. Daar is de situatie meer precair. “De bevolkingsgroepen staan op een heel andere manier tegenover elkaar. Ook zijn er totaal andere belangen mee gemoeid. Daar is een groot conflict met de keuze voor het aansluiten bij Europa of bij Rusland. En van zodra er persoonlijke belangen meespelen, zal je meer zien dan een frietrevolutie of een Shame-betoging.

“Nu gaan de partijen vooral op sociaaleconomisch vlak een regering vormen. Dat zal op een vlottere manier gebeuren dan tijdens de regeringloze periode” Als een land met zes grote politieke partijen, moeten politici veel compromissen sluiten. Doch zorgt de Belgische regering ervoor dat ze kan functioneren. “Dat komt door het kiessysteem zo in te stellen dat er niet altijd één partij de grootste moet worden. Er is een kiesdrempel van 5 procent en buiten het cordon sanitaire (een afspraak tussen de partijen om geen bestuurscoalitie met het extreemrechtse Vlaams Belang aan te gaan, nvdr) is dat het enige waardoor een partij uitgesloten kan worden. Alle belangen worden evenredig vertegenwoordigd, maar de partijen moeten met veel samenwerken om tot een overeenkomst te komen.


uitgelegd

België hield het op vlak van protesten rustig. “Maar van zodra er persoonlijke belangen meespelen, zal je meer zien dan een frietrevolutie of een Shame-betoging.” 15


De koning heeft meer dan een puur rubriek sympbolische functie. “Hij is belangrijk in het mee leiden van de regeringsvorming. Ook op de buitenlandse missies zie je dat hij als staatshoofd veel aanzien heeft.�

16


Maar daar slagen we altijd in. Elke partij verkoopt dat compromis – met hun eigen argumenten - dan aan de kiezer. Het gaat er anders aan toe in de VS of Groot Brittannië waar je twee partijen hebt en waar deze de lijn kunnen bepalen om het land in een richting te sturen. Maar 40% van de bevolking kan daar totaal niet mee akkoord gaan. Dat is niet meteen de beste oplossing. Of ons systeem nu beter werkt dan deze van een ander land durf ik niet zeggen. Maar uit democratisch oogpunt heeft België wel een goede oplossing.”

“Veel burgers stemmen voor De Wever, ook al gaan ze niet akkoord met de staatshervorming of het confederalisme zoals hij die voorstelt” Deze oplossing kan dan wel goed zijn, ze zorgt er wel voor dat een regeringsvorming heel lang duurt. Toch heeft dit niet met het aantal partijen te maken. “Dat ligt vooral aan de twee landsdelen die geen verantwoording moeten afleggen in het andere landsdeel. Daarnaast werkt België met een gesplitst kiessysteem waardoor de kieskringen niet over de regionale grenzen gaan en iedereen er belang bij heeft om zijn achterban te verdedigen. Want ze moeten niet verkozen worden in het ander landsdeel. Dat blokkeert vaak de onderhandelingen.” Om het te verduidelijken met een voorbeeld, wordt Nederland aangehaald. “Dat land heeft meer partijen dan België. Maar het heeft vooral één partijsysteem voor het hele land. België heeft er twee afzonderlijke met partijen die - behalve Groen en zijn Franstalige tegenhanger Ecolo - niet met elkaar communiceren op hoog niveau. Voor de rest is het land volledig gesplitst.”

En als we het hebben over de splitsing van het land, is N-VA-kopstuk Bart De Wever nooit ver weg. De laatste jaren kreeg hij meer en meer succes. “Dat kwam doordat er een draagvlak was bij het volk voor een sterke Vlaamse stem. Maar het is vooral wat De Wever doet. Veel burgers stemmen voor hem, ook al gaan ze niet akkoord met de staatshervorming of met het confederalisme zoals hij die voorstelt. Of ze stemmen voor hem omdat hij duidelijk en op een overtuigende manier uitlegt wat er allemaal misgaat. Zijn grote voordeel was dat hij veel heeft kunnen aankaarten doordat hij lange tijd in de oppositie zat in de federale regering. Daarnaast zat het met de participatie van de N-VA in de Vlaamse regering vrij goed én heeft hij fel ingespeeld op het feit dat zijn partij iets nieuws is en met nieuwe oplossingen kan komen.”

“Een duidelijke bevoegdheidsverdeling is belangrijk – en daar is nog werk aan. Nu zie je nog bevoegdheden die elkaar overlappen op federaal en op regionaal niveau” Maar hoe lang kan hij nog op dat nieuwe aspect volhouden? Volgens Boonen niet lang meer. “Nu begint de massa in te zien dat het een partij is zoals alle anderen. Dat succes blijft niet duren. Maar hij heeft lang kunnen teren op het feit dat ze verandering willen. Hij kon het volk overtuigen – en de andere partijen zijn mee op de kar gesprongen – dat staatshervormingen essentieel zijn om de problemen op te lossen. Toen stond dat hoog op de agenda. Tevens is N-VA een single issue partij die zich richt op één thema: de Vlaamse zaak, de staatshervorming. Ze hebben daar een soort van

17


Typisch Belgisch rubriek

ownership over en zijn op dat vlak de geloofwaardige stem.” Zal deze geloofwaardige stem er uiteindelijk in slagen om België te splitsen? “De Wevers einddoel blijft een sterke Vlaamse staat in een sterker Europa, zelfs na alle nuances die hij nu geeft over confederalisme. Zijn partij weet dat dit niet meteen gaat gebeuren, dus ze zet nu een soort tussendoel. Ze spreekt over confederalisme als de nieuwe oplossing, omdat ze het langzaam laat gebeuren, ze gaat voor een evolutie en geen revolutie. Eerst gaat ze de federale staat een beetje ontmantelen, dan geeft ze alles aan de regio’s en dan gaat het volk beseffen dat het Belgische niveau eigenlijk onnodig is. Omdat ze al een Europees overkoepelend niveau hebben. Zo verkoopt ze dat. Maar als je kijkt naar wat het volk wil, dan zien we dat er te weinig draagvlak is - ook bij de N-VA-stemmers – om België effectief te splitsen. Politici weten dat ze in een land zitten waar compromissen gesloten worden. Geen enkele partij kan volledig zijn programma uitvoeren. Als je 40% van de stemmen krijgt in Vlaanderen, dan heb je er maar 22% in België. Dat is lang geen meerderheid om grote beslissingen door te kunnen voeren.” Is het dan positief dat de deelstaten meer bevoegdheden krijgen? Boonen vindt alvast van wel. “Ik ben overtuigd dat er bevoegdheden zijn die beter op regionaal niveau gebeuren. De staatshervormingen zijn niet zomaar op die manier geregeld. De politici moeten steeds op zoek gaan naar het meest efficiënte niveau. Een speerpunt van de N-VA is om de sociale zekerheid te splitsen. Ze spreekt dan over miljoenen- of miljardentransfers van de ene regio naar de wat armere. Dat 18

lijkt me een reden om de sociale zekerheid anders aan te pakken. Er zijn twee regio’s. Misschien is het goed dat het op federaal niveau blijft. Efficiëntie moet het meest belangrijke zijn. Een duidelijke bevoegdheidsverdeling is belangrijk – en daar is nog werk aan. Nu zie je nog bevoegdheden die elkaar overlappen op federaal en op regionaal niveau. Daar moet nog hervormd en stappen gezet worden. Maar dat zal wel gebeuren in de komende regeerperiodes.”

“Het zou me niet verbazen als er opnieuw een Franstalige premier gaat regeren” België is een constitutionele monarchie. Maar wat is nog de rol van haar koning? “Als je naar de grondwet kijkt, heeft hij veel te zeggen. De koning is nog een soort van regeringshoofd, hoewel hij officieel geen echte bevoegdheid heeft. Maar toch heeft hij meer dan een puur symbolische functie. Albert II speelde duidelijk een rol omdat hij de formateur aanduidde. Zo stuurde hij de eerste regeringsvorming mee. De koning is nu nog belangrijk in het mee leiden van de regeringsvorming. Ook op de buitenlandse missies zie je dat hij als staatshoofd veel aanzien heeft.” De koning moet gewoon wetten tekenen, zelfs diegene waarmee hij niet akkoord gaat. Doch was er ooit een uitzondering en daar vonden ze een oplossing op (koning Boudewijn die in 1990 de abortuswet niet wilde tekenen. Toenmalig premier Wilfried Martens stelde hem 36 uur regeringsonbekwaam en de regering ondertekende de wet zelf, nvdr). “De koning moet tekenen. Hij kan nooit een wet of een besluit tegenhouden. Dat is niet de manier waarop hij zijn stempel drukt op


het beleid. Hij speelt meer op een onrechtstreekse manier een rol en dan vooral in de regeringsvorming.” Het is nu afwachten welke rol Filip (die op 21 juli 2013 werd aangesteld als de zevende koning van België) gaat spelen bij de federale verkiezingen en wanneer er een federale regering gevormd moet worden. Al zijn er op dat vlak informele regels. “De grootste partij heeft initiatiefrecht. Die kan altijd de formateur of de informateur leveren. Maar ergens blijft toch de koning dat beslissen.” De koning is dan eerder een contactpersoon dan een beslisser? “Eerder een bemiddelaar. Hij kiest welke mensen hij aanduidt zoals de verkenners en bemiddelaars. We hebben verschillende rollen gezien tijdens die 541 dagen, maar op persoonlijk niveau zie je weinig inmenging van de koning.”

“De partijen hebben een goede kans om een regering te vormen waar ze mee aan de slag kunnen” Op 25 mei 2014 – de moeder aller verkiezingen - worden zowel de Vlaamse als de federale en Europese verkiezingen gehouden. Er moeten dus opnieuw regeringen gevormd worden. Gaat België haar record aantal dagen overtreffen? “Nee, dat zal niet meer gebeuren. Elke partij begrijpt dat de bevolking daar niet op zit te wachten. Nu is er een interessant moment, want na 25 mei gaan er in principe vier jaar zonder regeringen zijn voor het Vlaams Parlement. Voor het Europees parlement duurt dat vijf jaar, voor het federaal vier. Als we de gemeenteraadsverkiezingen niet meetellen, gaan we naar een lange regeerperiode die we de laatste

jaren weinig hebben gezien. De partijen hebben een goede kans om een regering te vormen waar ze mee aan de slag kunnen. Deze kans zullen ze wel grijpen. Er is ook weinig strategisch belang gemoeid om de onderhandelingen zo lang te laten aanslepen.” Bovendien staan er minder symbolische kwesties op het programma. Brussel-Halle-Vilvoorde bv. (waar Waalse burgers in Vlaams-Brabant konden stemmen op Franstalige lijsten, maar Vlamingen in Waals-Brabant dat niet konden voor Vlaamse lijsten uit Brussel, nvdr) gaat de boel niet meer blokkeren. “Er gaan onderhandelingen zijn over een mogelijk verdere staatshervorming, maar die gaan de regeringsonderhandelingen niet lang belemmeren. Dan gaan ze eerder teruggaan naar een situatie waar dat in een commissie komt, los van de regeringsonderhandelingen. En nu ze vooral op sociaal-economisch vlak een regering gaan vormen, zal dat op een vlottere manier gebeuren.” Dé grote vraag is wie ons land gaat regeren na de verkiezingen. Hebben Vlamingen veel kans of moeten we vooral naar Wallonië kijken? “Er is geen Vlaamse partij dat ooit het percentage zal halen dat Di Rupo (de huidige premier, nvdr) of de PS of de MR haalt. Hij, als grote Franstalige kandidaat, maakt wel kans op Di Rupo II. Als premier zal hij het niet slecht doen in de verkiezingen.” En als we kijken naar Vlaanderen? “Daar kaapt N-VA een groot deel van de stemmen weg waardoor andere partijen veel minder het recht hebben om de premier te leveren. Het zou me niet verbazen als er opnieuw een Franstalige premier aan het hoofd van de regering komt te staan.” 19


typisch belgisch rubriek

20


op deze pagina KOMT RECLAME

21


Bekende belg

Paul Van Haver de Belg die eenzaamheid en dancebeats doet rijmen

tEKST EN FOTO: tiffany mestdagh Als een standbeeld, gedragen door twee veiligheidsagenten. Zo werd Stromae, of is het Stromaé, de Midem van Cannes binnengebracht, op de noten van zijn ondertussen wereldberoemde hit: Papaoutai. En nadat hij de controle over zijn spieren terugkreeg en begon te dansen, werd hij vergezeld door niemand minder dan Will.I.Am en zijn zoontje om zijn liedje te zingen. Dit gebeurde tijdens de NRJ Music Awards, waar hij en passant twee prestigieuze prijzen wegkaapte: die van beste mannelijke Franse artiest van het jaar en die van beste Franstalig liedje voor ‘Formidable’. 5,9 miljoen Franse kijkers volgden het programma, goed voor een marktaandeel van 28 procent. Vergelijk dit met ongeveer alle Vlamingen die op hetzelfde moment naar één programma op televisie zouden kijken. Dit – en nog zoveel meer – speelde Stromae allemaal klaar, een 28-jarige Brusselaar. Stromae, verlan voor maestro, is een naam die iedereen in 2013 wel eens heeft horen vallen. Zijn muziek is «  het verdriet van Jacques Brel gecombineerd met de toegankelijkheid van de populaire deejay David Guetta  », schreef een journalist van ‘Vrij Nederland’ in een artikel dat in december 2013 verscheen. Op zijn geboorteregister staat ‘Paul van Haver’ geschreven. Zijn moeder is Belgische. In het magazine ‘Psychologies’ vertelt hij aan journaliste Isabelle Blandiaux het volgende over zijn vader: “Gelukkig heb ik hem toch een paar keer kunnen zien, maar het is vooral mijn moeder die ons heeft opgevoed. Ik was negen toen mijn vader vermoord werd tijdens de genocide in Rwanda.” Een beetje zoals Obama dus, die zijn vader maar één keer echt ontmoette, toen hij tien jaar oud was.

22

Over zijn familie zegt hij het volgende: “Mijn familie is superbelangrijk voor mij. Ik kan hen zelfs vragen stellen over mijn professionele leven. Ze zijn het best geplaatst om te oordelen, omdat ze me zo goed kennen.” Hij heeft drie broers en één zus. “Ik was altijd de naïeveling van de familie, de sufferd. Misschien was ik wat te braaf, een zachtgekookt ei. Als op één na jongste van de familie behoorde ik samen met mijn broer tot de kleintjes. Mijn grote broer hield toezicht over mij, was een beetje mijn vader.”

“Ik was altijd de naïeveling van de familie, de sufferd. Misschien was ik wat te braaf, een zachtgekookt ei” Paul Van Haver in ‘Psychologies’

In dit artikel komt de lezer ook te weten dat hij vanaf zijn elfde naar de muziekacademie van Jette ging, waar hij lessen notenleer en drummen volgde. Zijn moeder stuurde de jonge Paul als puber op internaat in het jezuïetencollege SaintPaul in Godinne (Namen), waar hij rap ontdekte en Frans leerde spreken. Later volgde hij een opleiding om geluidstechnicus te worden. Tijdens zijn stage bij NRJ België liet hij een van zijn liedjes spelen, waarvoor hij zelf de tekst had geschreven. ‘Alors on danse’ was voor het eerst te horen op de radio. Dat was in 2010. België en later de (Franstalige)wereld ontdekten deze sympathieke, drietalige jongeman. De dansvloeren waren meteen verkocht. In augustus 2013, net voor zijn tweede album uitkwam – Racine Carrée, dat in tien dagen tijd 40. 000 keer werd gekocht – nodigde


nieuwsanker Hakima Darhmouch van de Waalse zender ‘RTL’ Stromae uit voor een gesprek. Haar eerste vraag: “hoe gaat het nu met je?” En zijn heel eerlijk antwoord: “Goed, maar bang. Bang van wat er zal komen, bang dat mensen mij en mijn muziek op een bepaald moment zullen beginnen haten. Bang om teleur te stellen.” Zijn eerste single uit het album, Formidable, heeft heel veel stof doen opwaaien. Beter doen dan dit zal een hele kunst worden. Want ja, als je beslist om als toch niet onbekende Belg dronken door de Brusselse straten te strompelen, dan is het niet te verwonderen dat voorbijgangers je zullen herkennen… en zich afvragen wat je daar doet. En als na een tijdje – en veel tweets, facebookposts en mediaberichten – blijkt dat het hele gebeuren eigenlijk een heuse mise-en-scène is om je nieuwe single te promoten, dan verbaas je natuurlijk het hele Belgenland… en maak je het buitenland ook wel nieuwsgierig. 63,5 miljoen views voor één videoclip. Niet mis. En als je er dan nog uitziet als een “fluorescerende dandy, met vlinderstrikje, color burst polo shirts en hoge sokken die de vestimentaire gevoeligheden van een Engelse plattelandsgentleman mixen met die van de elektronische underground en de Afrikaanse jungle” – zoals Scott Sayare van ‘The New York Times’ (!) hem beschrijft, val je natuurlijk nog meer op. De kleren maken de man, wordt wel eens gezegd. Of dit het geval is bij Stromae is moeilijk te zeggen, maar merkwaardig is zijn kledij zeker. Gestreepte hemden in flashy

kleuren of wiskundige motieven op zijn blazers. Of nog zijn trendy noeud pap’ (vlinderdas), je herkent hem uit duizenden. Sinds dit voorjaar heeft Paul Van Haver trouwens een eigen kledingslijn gelanceerd: Mosaert. Opnieuw een anagram van zijn artiestennaam. Lessen marketing moet hij zeker niet meer volgen. In ‘Le grand Journal’ – een Frans nieuwsprogramma op de zender ‘Canal +’ - ging Stromae zelfs nog een stapje verder. Hij gaf er een interview en nodigde… zijn vrouwelijke wederhelft uit. Hij zat er enerzijds verkleed als zijn vrouwelijke ‘ik’ en anderzijds als zichzelf. Journalist Antoine de Caunes stelde het duo vragen over de genèse van Stromae’s laatste hit: ‘Tous les mêmes’. “Ik schrijf de tekst en zij verbetert de schrijffouten. Ze doet eigenlijk niet veel”, legde Stromae onder andere uit. Waarop zijn vrouwelijke helft ietwat verlegen antwoordde: “Dat is het ongeveer wel ja. Het idee was om de mannelijke visie te behouden.” Daarna zong het paar het liedje. Zeker bizar, maar ook goed bedacht. “Mijn liedjes zijn niet geïnspireerd op mijn persoonlijk leven”, zei Stromae in een interview in Boekarest (Roemenië). “Ik zie mezelf eerder als een regisseur, een scenarist van andermans verhalen.” ‘Formidable’ is bijvoorbeeld geïnspireerd op het verhaal van een dakloze. Stromae ontmoette die op straat, toen hij een wandeling aan het maken was met zijn ex.

23


bekende belg

Hij slaagt er in ieder geval goed in om een bepaalde sfeer op te wekken, om woorden te vinden waaraan je misschien niet direct dacht bij een bepaalde gebeurtenis. Om überhaupt woorden te vinden waarnaar je soms tevergeefs op zoek bent om je gevoelens uit te drukken. Tijdens het Roemeense interview vroeg de journalist aan Stromae of hij zichzelf ziet “als een oude ziel in een jong lichaam.” Stromae knikte: “Ik ben ergens een oude man, maar ook een tiener. En eigenlijk wil ik die allebei tegelijk zijn, want er zijn goede kanten aan beide personen. Ik weet niet wie ik ben.” Een iets weet Paul Van Haver wel heel zeker: als hij iets wil, dan gaat hij er ook 100% voor. Een voorbeeld? Zijn liedje ‘Ta fête’ zou heel goed klinken als themalied van de Rode Duivels, vond hij. Dus stelde hij terloops aan de Belgische voetbalbond voor om zijn liedje te gebruiken. Wat ze natuurlijk direct deden. Het resultaat? Een videoclip waar Paul Van Haver in een zwart-geelrood kostuum onder andere zijn ideeën geeft aan Marc Wilmots - de trainer van de nationale ploeg - over hoe hij zijn spelers moet placeren tijdens de wedstrijden. Na twaalf jaar mag het nationaal voetbalteam van België eindelijk opnieuw deelnemen aan de wereldbeker. En Stromae wou zeker ook van de partij zijn. Zelfs als de tekst van zijn liedje eigenlijk niet helemaal geschikt is voor zo’n vrolijk evenement als het WK. “Ta mère veut te la faire aussi, ta fête.” Ofte: je moeder wil je ook op je donder geven. Niet echt iets waar je naar uitkijkt.

24

Stromae zou best de nieuwe Jacques Brel kunnen worden. Zelf is hij er nog niet van overtuigd – “ik vind het een groot compliment, maar uit bescheidenheid zou ik me zelf nooit met hem durven vergelijken” zei hij tegen journaliste Claire Chazal in Het Journaal op de Franse zender ‘TF1’. Maar wat wel zeker is, is dat zijn teksten toch wat meer diepgang hebben dan de gemiddelde (pop)song. Geen ‘I know you want it’ te vinden tussen zijn lyrics of nog ‘bang bang’. Wel ‘tu étais formidable, j’étais fort minable’ of andere goed doordachte teksten zoals ‘tout le monde sait comment on fait des bébés mais personne ne sait comment on fait des papas’. Jacques Brel schreef die diepgaande teksten ook, hoewel de jongeren van toen natuurlijk niet wild op zijn liedjes dansten in discotheken. ‘Moi je t’offrirai - des perles de pluie - venues de pays - où il ne pleut pas’ zegt toch al meer dan ‘cause it’s a beautiful night - we’re looking for something dumb to do - hey baby, I think I wanna marry you.’ Misschien ligt het aan het feit dat Frans nu eenmaal la langue de l’amour is en dat liedjesteksten nét iétsje beter klinken in de taal van Molière. Of misschien ligt het aan het feit dat zowel Stromae als Brel gewoon een heel goede pen hebben.


In deze Parijse design-winkel, gelegen in de rue Saint HonorĂŠ, kan je kleren kopen van de exclusieve MOSAERTcollectie van Stromae. Je kledingslijn verkopen in de duurste straat van Parijs, je moet het maar kunnen.

25


rubriek

26

The (Potsdamer) P


Platz to be Tekst en Foto’s: Dennis Amsters & Elodie Gillebert

In hartje Berlijn vind je vele beroemde monumenten en bezienswaardigheden terug.

complex dat de aandacht van het plein lijkt af te snoepen.

Het plein Potsdamer Platz mogen we – omwille van de geschiedenis – bij zo’n monument bij rekenen. De naam van het kruispunt komt van de stad Potsdam, ook bekend als de hoofdstad van Brandenburg. Het plein was één van de drukst bezochte in de jaren ‘20 en ‘30 en beleefde in 1924 een Europese première toen het eerste Europees verkeerslicht er geïnstalleerd werd. Toch kende Potsdamer Platz ook zijn dieptepunten.

What about now?

Na de Tweede Wereldoorlog bleef er van de plek niet veel over. Daarnaast werd het vanaf de jaren 60 in twee verdeeld door de Berlijnse muur waardoor de gebouwen gesloopt werden. Potsdamer Platz lag er decennia geleden dan verlaten bij, maar tegenwoordig is het opnieuw één van de drukste pleinen van de Duitse hoofdstad en bloeit deze open tot een zaken- en entertainmentcentrum. Net als het Sony Center geeft de plek het gevoel dat het lééft. Met het Europees hoofdkwartier van Sony, een cinema, filmmuseum, legomuseum, Starbucks en enkele restaurants en cafés hoef je niet ver rond te trippelen om Berlijn op een andere manier te leren kennen. Over cafés gesproken; al in het jaar 1812 opende het bekende café Josty – gestart door de gelijknamige broers - en een eeuw later was het een belangrijke ontmoetingsplaats voor artiesten. Op deze manier ontmoette Kafka - de Duitstalige schrijver - schrijfster Else Lasker-Schüler. Nog steeds krijgt de plek artiesten over de vloer, voornamelijk tijdens evenementen zoals de Berlinale. Ondertussen bestaat het café aan Potsdamer Platz niet meer, maar niet ver vandaag is er één geopend aan het Sony Center, een

Berlijn is al een interessante plaats om te bezoeken. Het is één van de belangrijkste historische steden ter wereld. De Berlijnse muur, de poort en talloze musea trekken elk jaar duizenden toeristen van over de hele wereld. Net zoals in vele Europese landen heeft de trend van internationaal studeren ook Duitsland bereikt. De monumenten van Berlijn geven kunststudenten inspiratie. Terwijl de leidende Duitse economie het een goed land maakt om er bedrijfsbeheer en financiën te studeren. Maar niet alles draait om studeren, je moet ook een beetje kunnen leven. Als je eenmaal in Berlijn bent, kun je haast niet anders dan wat cultuur en entertainment zoeken in je vrije tijd. Dit alles is het makkelijkst te vinden in het centrum van de stad. Potsdammer Platz dus. Na alles wat Potsdamer Platz heeft doorstaan is het nog steeds het meest bezochte deel van Berlijn. Het hele gebied bestaat uit 19 gebouwen, 10 straten met twee pleinen. Reizigers kunnen er verblijven in twee hotels. Het is nu samengesteld met een grote aandacht voor toeristen. Want jezelf er vervelen is haast onmogelijk. Potsdamer Platz alleen al heeft een bioscoop met films in Imax 3D, drie theaters, een casino dicht bij het Sony Center, twee nachtclubs, twee gezondheidscentra, een winkelcentrum met meer dan 130 winkels en 30 restaurants. Dit alles lokt elke dag tussen 70 000 en 100 000 kijklustigen. Het winkelcentrum heet Arkaden. Met een totale oppervlakte van 40.000 km² en met 120 winkels en restaurants is het dé plek in Potsdammer Platz waar je kan gaan shop 27


No plane ticket rubriek

r zijn kantoren en appartementen in Potsdamer Platz. e kan er dus wonen en werken. pen of eten. Het hele gebouw grenst aan een paar van de mooiste plekken in Berlijn. Zoals Brandenburger Tor en Checkpoint Charlie.

Glitter & Glamour

Potsdamer Platz lijkt ‘s nachts veel op Times Square of Las Vegas. Maar het ziet er naar uit dat je ook een deel van Hollywood in Berlijn kunt vinden. Namelijk met het internationaal filmfestival van Berlijn, Berlinale. Het is één van de belangrijkste internationale filmfestivals ter wereld. Dit jaarlijkse evenement in het hart van Berlijn vindt meestal plaats in de maand februari, en duurt bijna twee weken. Op het evenement worden ongeveer 400 films van over de hele wereld vertoond aan gemiddeld een half miljoen bezoekers. Dit jaar kwamen exact 16 148 erkende gasten de Berlinale bijwonen - de pers niet meegerekend. Deze beroemdheden van de filmwereld kwamen uit 131 verschillende landen. Maar wat is een filmfestival zonder een prijs om mee te pronken op het erepodium? Op de Berlinale worden de Gouden Beer en de Zilveren Beer uitgereikt. De Gouden Beer krijgt de regisseur van de beste speelfilm van het jaar. En de Zilveren Beer gaan naar het beste van het beste in zes categorieën. De regies, acteurs, actrices, scenario’s, artistieke bijdragen en kortfilms die volgens de jury beregoed zijn, kunnen de prijs in de wacht slepen.

Steen voor steen

Je zou versteld staan van wat kinderspeelgoed allemaal kan doen. Iedereen heeft in zijn kinderjaren wel eens met een paar legoblokken gespeeld. Je had er toen waarschijnlijk tientallen van die kleine steentjes. Maar wat zouden duizenden of zelfs miljoenen bij elkaar kunnen vormen?

28

Legoland Discovery Centre in het Sony Center is ‘s werelds eerste indoor Legoland. Het is 3500 vierkante meter groot en opgedeeld in 15 zones. Het is geen rollercoaster-pretpark zoals je misschien zou denken. Maar het toont wat al deze kleine blokjes allemaal kunnen vormen en hoe ze gemaakt worden. De eerste zone van het Discovery Center geeft je een kijk achter de schermen in een Lego-fabriek. Je krijgt er te zien hoe al de kleine steentjes worden gemaakt. De reis gaat verder naar het tweede gebied, het bouw -en testcentrum. Bezoekers krijgen er de kans om ‘verse’ legoblokken uit te testen voor alle situaties en bouwvormen. Maar het gaat verder dan bouwen. De blokken worden op de gekste dingen getest. Op vibrerende tafels bijvoorbeeld test men of een Lego-toren waar zo hard aan is gewerkt een aardbeving kan weerstaan. De bezoekers worden uitgenodigd om in uit Lego gebouwde wagens tegen elkaar te racen. Nog een andere attractie is het 4-D theater. Dit lijkt op een film in 3-D kijken. Maar in 4-D lijken de dingen op het scherm niet alleen uit het scherm te komen, de bezoekers voelen ook wat er gebeurt in de film. Wind, regen, trillingen en nog veel andere effecten willen dit allemaal zo realistisch mogelijk laten aanvoelen. Dat alles is dan nog niet eens de hoofdattractie. Want de hoofdattractie is iets wat het Discovery Centre Miniland noemt. Hier zie je de stad Berlijn opnieuw geschapen in miniatuur. Het hele geval bestaat uit bijna 5 miljard individuele lego-stenen. Alexanderplatz, de Reichstag, de Brandenburger Tor, je kan er alles bewonderen. Lego


is dus niet zomaar voor kinderen of volwassenen met te veel vrije tijd. Als je echt talent hebt, kan het wel eens kunst genoemd worden.

Feeling Blue?

Naast al de graffiti is er nog iets anders dat je kan opmerken wanneer je Berlijn bezoekt. Vooral aan Potsdamer Platz zie je veel posters hangen van The Blue Man Group. Dat is op het eerste gezicht een theaterstuk. Op zich niets speciaals, maar dit is een stuk dat wordt gespeeld in acht theaters verspreid over Amerika en Europa. Op de posters staan drie mannen gekleed in zwart en gescminckt in blauw naar je te staren. Het lijkt misschien vreemd, maar toch is dit stuk in Duitsland heel geliefd. Het begon allemaal in New York, toen drie vrienden in 1987 een wat apart idee kregen. Deze vrienden - Chris Wink, Matt Goldman en Phil Stantonn - kleedden zich helemaal in het zwart en schminkten zichzelf volledig blauw. Daarna trokken ze door New York en speelden muziek met onder meer enkele afvoerbuizen. Ze deden dit als saluut voor de jaren tachtig. Ze werden al snel een bekend trio op de straten van de stad en begonnen in echte theaters op te treden. Vanaf dan stonden ze officieel bekend als The Blue Man Group.

Deze groep is sinds 2004 een integraal deel van het vermaak en de cultuur in Berlijn. De kleine reeks Amerikaanse straatoptredens zijn nu een wereldwijd fenomeen in de theaterzalen. Maar het concept is altijd hetzelfde gebleven. Drie mannen gekleed in zwart en geschminkt in blauw maken een mix van muziek, komedie, kunst en wetenschap. Hierbij wordt gebruik gemaakt van ongewone instrumenten. Dit zijn onder anderen

The Blue Man Group is kunstzinnig en grappig. (Cc)Joshua Pvc-buizen, verf en zelfs televisies. Het is allemaal zo energiek dat de bezoekers op de eerste rij worden gewaarschuwd bescherming voor de kleding te dragen. Want deze drie smurfen kunnen nogal ‘slordig‘ zijn met hun instrumenten. Dat laatste was geen grap. Je kunt echt geruïneerde kleren krijgen als je op de eerste rij gaat zitten. Maar het stuk maakt niet alleen het publiek vuil. Het raakt je emotioneel op een originele manier. The Blue Men zeggen doorheen het optreden geen woord. Hun gebaren, uiterlijk en gelaatsuitdrukkingen spreken boekdelen. Alle andere elementen in de Duitse taal worden ook vertaald naar het Engels. Het stuk heeft sinds de première in 2004 al twee miljoen harten geraakt. Daarmee is het niet alleen het grootste theater fenomeen in de Duitse hoofdstad. Ook toeristen die geen kennis van het Duits hebben kunnen hier evenveel van genieten. 29


achtergrondverhaal

Een thuis weg van  Pangaea brengt internationale studenten samen in Leuven

tEKST EN FOTO: tiffany mestdagh Voor wie Pangaea niet weet liggen, is het toch wel even zoeken. En nee, ik heb het niet over het supercontinent dat ettelijke miljoenen jaren geleden zou hebben bestaan, maar wel over het internationaal ontmoetingscentrum in Leuven. Ik rij er naartoe met de fiets – wat in Leuven toch wel het meest gebruikte vervoersmiddel is – en beland voor een bakstenen gebouw nabij de faculteit Sociale Wetenschappen. Trouwens, een auto zou je er niet kunnen parkeren, maar dat is ook niet nodig, want de studenten die naar Pangaea komen, bezitten er geen. Het logo, een grafische voorstelling van een rotstekening die bosjesmannen uit de Kalahari-woestijn moeten voorstellen, prijkt in blauwe verf op de muur. “Sinds 1995 bestaat Pangaea”, vertelt Caroline Nijs, een van de medewerksters me. “Daarvoor was er de International Student Organisation, gerund door studenten. Toen die de deuren moest sluiten, liepen de studenten met een doodskist door de straten van Leuven.” De internationale studenten hadden geen ontmoetingsplaats meer en vonden het niet kunnen. Daarom gaf de KU Leuven aan twee van haar personeelsleden de taak om Pangaea op te starten. 105 verschillende nationaliteiten. Op dit nummer stond de teller stil eind 2013. Een mengelmoes van diverse culturen, die samenkomen in de ‘Lounge’ om er fair trade koffie te drinken, ping pong te spelen of om te werken op hun laptop. Voor vijf euro per jaar kan iedereen die wil lid worden. Je krijgt dan een koffiemok met het bosjesmanlogo en mag die mok gratis bijvullen wanneer je maar wilt. Geert Simonis, een journalist van De Morgen noemde het in een opiniestuk ‘de beste investering aller tijden’. 30

Er komen niet enkel buitenlandse studenten naar Pangaea: “Twintig procent van onze leden zijn Belgische studenten”, legt Caroline Nijs uit. Contact leggen met anderen rond een kop koffie. “De meest simpele formules slaan het meeste aan”, weet Caroline Nijs. En daarin ligt de sterkte van Pangaea.

We kunnen erop vertrouwen dat deze familie er altijd zal zijn wanneer we haar nodig hebben, zoals een gezin. Een studente uit suriname Want, wat trekt de studenten dan zo aan? Is het de ‘language chain’, waar iedereen die wil een ‘language buddy’ kan zoeken. Het opzet is simpel: een Belgische student wil een vreemde taal leren, een buitenlandse student wil Nederlands leren. E-mailadressen of GSM-nummers worden uitgewisseld, een sms’je of mailtje verstuurd en de ‘les’ begint. Het hoeft zelfs niet enkel Nederlands te zijn, elke talencombinatie is mogelijk. Droomt iemand ervan om Swahili te leren en kan die persoon aardig wat Pools spreken, dan kan dat zeker. Zolang iemand anders Swahili spreekt en Pools wil leren natuurlijk. Momenteel hebben 159 studenten zich ingeschreven op de lijst. 51 ervan willen graag Nederlands leren. Of zijn het de schaaklessen, de fotografiecursus, de vier trips in België waar buitenlandse studenten plekken ontdekken die niet direct bereikbaar zijn met het openbaar vervoer? Misschien. Maar het is vooral het ‘home away from home’ – gevoel. Na de publicatie van het artikel over Pangaea in De Morgen, verschenen er meer


huis dan zeventig reacties op de Facebookpagina van het internationaal centrum. Een ervan, van een alumnus uit Paramaribo (Suriname) vat het hele gevoel goed samen: “Pangaea is echt een thuis, want je kan er alles doen wat je thuis kan doen. Alleen zijn is mogelijk, vrienden ontmoeten, lezen, studeren, spelletjes spelen, feestjes bouwen … het kan allemaal. Onze broers en zussen van verschillende culturen en nationaliteiten zorgen voor ons en we hebben onze ‘ouders’ in het bureau. We kunnen erop vertrouwen dat deze familie er altijd zal zijn wanneer we haar nodig hebben, zoals een gezin.” Die broers en zussen waar zij het over heeft zijn niet enkel Erasmusstudenten. Ook doctoraatsstudenten komen er graag. “Zelfs mensen van rond de vijftig zien we hier terug. Ze kwamen een tijd geleden hier studeren en zijn blijven plakken”, vertelt Caroline Nijs. Begin 2014 besloot Pangaea om een nieuw concept uit te proberen. “Een Amerikaanse student had ons verteld over ‘speed friendshipping”, legt Caroline Nijs uit. “Na wat research besloten we om zo’n evenement in Pangaea te organiseren.” Speed friendshipping is het kleine broertje van het door iedereen gekende ‘speed dating’. Het concept is simpel: zet een paar (hier: 42) mensen bij elkaar (hier: internationale studenten), geef hen een kaartje met daarop een nummer (hier: van een tot zes) en zorg dat ze om de tiental minuten (hier: door op een fluitje te blazen) door elkaar gemixt worden (hier: van tafel wisselen). Zo belandt iedere persoon aan een andere tafel en kan hij of zij een hoop nieuwe mensen leren kennen. Op een zeer korte tijd natuurlijk. Aan tafel één zit dan bijvoorbeeld : een Egyptenaar, een Chinees, een Japanner, een Peruviaan, een Rus en een Belg. Multiculturaliteit op zijn best.

Thee of koffie drinken, studeren, goede gesprekken voeren met een internationaal gezelschap: dat kan allemaal in Pangaea.

31


achtergrondverhaal

Maar waarover spreek je dan wanneer je met zoveel verschillende achtergronden aan een tafel zit? En in welke taal? Engels is natuurlijk de voertaal, want het aantal mensen dat in Leuven vloeiend Chinees of Hindi of nog Arabisch spreekt, is beperkt. En waarover? In de eerste plaats studies, maar al gauw kan de conversatie alle kanten opgaan. Van actualiteit (‘wat vind jij nu van de crisis in Oekraïne’) naar Belgische gewoontes (‘leg eens het Belgisch politiek systeem uit’ gevolgd door ‘hebben jullie echt zoveel parlementen?’ en dan de klassiekers ‘spreken jullie echt zoveel talen in België’) over tot de geschiedenis van de taliban in Afghanistan. Een merkwaardig gesprek was toch wel die waarin Prem, een Indiër, een vergelijking maakte tussen Rajasthan en West-Vlaanderen. “Eigenlijk lijken West-Vlamingen op Rajasthani: ze vinden allebei dat familie belangrijk is en ze spreken een taal die niet makkelijk begrijpbaar is in andere delen van het land.” Waarop hij nog beweerde dat de provincie West-Vlaanderen het laagste aantal scheidingen in België telt. Zonder daarbij naar enige studie of naar enige cijfers te refereren. Bewering die ik als kritische journalist wel in twijfel trek, maar hij leek ervan overtuigd. In ieder geval, zo’n conversaties kan je enkel voeren in een internationale omgeving als deze. Speed friendshipping is ook ‘the place to be’ om je tekenkunsten naar boven te halen. Want landen waarover je enkel had gehoord in slechte nieuwsreportages waar geen kaart bij stond, krijgen plots een gezicht. Dan moet je er wel voor zorgen - als fiere inwoner - dat je je continent een beetje kan schetsen. Anders blijft het toch wel een beetje gissen naar de exacte locatie van het land. Zo kan ik nu Liberia op de kaart aanduiden. En 32

weet ik waar Rajastan precies ligt. Gelukkig heb ik ons Belgisch systeem, met zijn gemeenschappen en gewesten niet in detail moeten uitleggen. Een kleine stip op de kaart is België zeker, maar o wee als je die stip wat nader moet uitleggen. Voor mij was het ook even wennen om aan een grote tafel met zes studenten te zitten. Ik had eerlijk gezegd korte ‘one-on-one’-conversaties verwacht, maar het werden tafelgesprekken. Voor een introvert persoontje als mezelf, was het wel even aanpassen. Maar de internationale studenten waren heel blij - of moet ik zeggen, verbaasd - om een Belgische tafelgenote te hebben. “Als ik naar een bar ga hier in Leuven, dan probeer ik wel een gesprek te starten met Belgische studenten, maar dat is heel moeilijk. Ze antwoorden amper terug en komen zeker niet spontaan naar je toe. Helemaal anders dan in mijn land”, vertelt Alberto, een Spaanse Erasmusstudent. Hoe dan ook, een iets is zeker: eens je het internationaal centrum gevonden hebt, geraak je met veel moeite terug op je fiets. Vooral als je dan nog genoten hebt van het bier aan een studentenprijs. Ook om elf uur ‘s nachts is het nog druk in de ‘Lounge’. Thuisgevoel? Ik denk het wel.


POPULAIRSTE BESTEMMINGEN 861 739 670

Buitenlandse studenten op Erasmus aan de KU Leuven

D 3

Duitsland 24 733

Engeland 24 474

615 576 526

Italië 19 172

Vlaamse studenten op Erasmus aan de KU Leuven

400

221

Spanje 36 183

Frankrijk 31 747

Spanje 37 432

STUREN D

134 54 1988-1989 1991-1992

1998-1999

2006-2007

EVOLUTIE VAN HET AANTAL ERASMUSSTUDENTEN

Sinds 1987 hebben al meer dan drie miljoen studenten deelgenomen aan dit uitwisselingsprogramma van de Europese Unie.

2011-2012

1000

POPULAIRSTE BESTEMMINGEN 3244 studenten Duitsland 30 274

Duitsland 24 733

Engeland 24 474

Polen 14 234

252.827 studenten Italië 22 031

Italië 19 172

Spanje 37 432

Frankrijk 31 747

Spanje 36 183

Frankrijk 31 747

STUREN DE MEESTE STUDENTEN

22 jaar gemiddelde leeftijd Erasmusstudent

33


rubriek

34


Onterecht ONBEKEND

Tekst en foto’s: Dennis Amsters

Wanneer ze de naam ‘YouTube’ horen, denken velen aan een website voor video’s van skateboardende honden of piano-spelende katten. In theorie is het inderdaad een website waar je video’s kunt uploaden zodat de hele wereld er mee kan lachen of huilen. Maar de tijd van huisdieren die schattige trucjes tonen is voorbij. Filmtrailers zijn altijd eerst op YouTube te vinden. Zoek je naar een podcast, liveshow, muziekclips of een uitleg over wat dan ook, dan kom je uiteindelijk altijd bij YouTube terecht. Er zijn zelfs entertainment series die je op tv verwacht te zien, maar alleen op die video-site zijn. In Amerika is het een groot fenomeen. Er zijn er die met YouTube wereldberoemd zijn geworden. Maar in Europa, en al helemaal in België, is YouTube vrijwel onbekend. Er zijn duizenden Belgische YouTubers die allemaal streven naar glorie met hun creativiteit waar België niets van af weet. Even een korte geschiedenisles. De video-sharing website YouTube werd in 2005 opgestart door drie voormalige werknemers van paypal. Toen het jaar 2006 bijna ten einde was, werd het eigendom van Google.  De oprichters, Chad Hurley, Steve Chen, en Jawed Karim, verkochten de rechten voor maar liefst 1,65 miljard dollar. En dat was uiteindelijk de beste investering in de geschiedenis van het internet. Door advertenties op YouTube alleen al verdient Google nog steeds miljarden. Na alle video’s van huisdieren en schoolfeestjes, begonnen creatievelingen hun eigen sketches te maken, die razend populair werden. Heel snel daarna, in 2007, werden de eerste YouTube Awards uitgereikt voor de beste video’s van het jaar. Tegenwoordig zijn er ook de jaarlijkse Comedy week en de Music Awards. Die awards worden vaak bespot en bekritiseerd door YouTubers.

Een YouTuber is iemand die een kanaal bezit op de site en regelmatig video’s upload. Ben je daar goed in? Dan kan een partner worden. Partners zijn mensen die met hun kanaal geld kunnen verdienen met onder andere de advertenties die op hun kanaal en video’s verschijnen. Zo zijn er miljoenen partners, maar sommigen zijn zo goed dat ze ervan kunnen leven. Sterker nog, ze worden er soms zelfs heel rijk van. De populairste YouTuber ter wereld is de Zweed Felix Kjellberg, Beter bekend als Pewdiepie. Hij maakt video’s waarin hij videogames speelt op zijn eigen, geschifte manier. Hij heeft 26 miljoen abonnees en dat aantal blijft maar stijgen. Pewdiepie is een wereldberoemdheid. Maar ga maar eens op straat aan iemand vragen of die persoon hem kent. Het antwoord zal in België bijna altijd “nee” zijn. Vraag het in Amerika en iedereen zal luid “Ja!” roepen. Er zijn Belgische YouTubers die alles op alles zetten om dit te veranderen. Dit zijn de onterecht onbekenden van België.

De duizendpoot

YouTubers zijn er in alle vormen, maten en talenten. De meest voorkomende zijn video-bloggers, ook wel bekend als vloggers. Zij praten direct naar hun camera, en dus ook hun publiek, over hun zelfgekozen onderwerpen in hun eigen manier. Het is meestal de simpelste vorm van stand-up comedy. Ten tweede zijn er gamers, die video-games spelen terwijl ze informerend of entertainend over de game praten. Je hebt ook zangers en coverzangers. Zij laten zien dat het vermogen om goede muziek te maken in iedereen zit en dat je geen ster moet zijn om het te uiten. Dan heb je ook nog de sketches, kortfilms, info-video’s, kunst-video’s, webshows en zo veel meer. 35


rubriek

Quentin Debode (21) is YouTuber, leider van Smosblog en de organisator van de YouTube Gatherings Soms komen Belgische YouTubers samen bij de Belgische YouTube Gathering, georganiseerd door Quentin Debode.

een normale blog die uiteindelijk video’s zijn gaan maken. Zij durfden een stap buiten hun gebied zetten en dat heeft heel goed voor hen gewerkt.”

Quentin is al enkele jaren een Belgische YouTuber. Hij heeft het comfortabele aantal van 615 abonnees, een gevoel voor humor en een status in de Belgische YouTube community. Hij begon zoals de meeste YouTubers, hij maakte zijn eerste video in 2009 uit pure verveling. Maar in de laatste vijf jaar heeft hij heel wat bereikt.

Quentin heeft meerdere keren geprobeerd om YouTube in België bekender te maken. En om Belgische video’s te laten doorbreken in het buitenland. Zo zijn er de Belgische YouTube Gatherings. Dit zijn evenementen waarbij Belgische YouTubers samenkomen om elkaar te ontmoeten en van elkaar te leren. “De Amerikanen hebben het altijd succesvolle Vidcon”, stelt Quentin als voorbeeld. “In Nederland hebben ze de Dutch YouTube Gathering. In Frankrijk hebben ze ook zo’n conferentie. Wanneer een bekende YouTuber op rondreis gaat, wat ze veel doen tegenwoordig, gaan ze echt letterlijk in een cirkel rond ons. België wordt vaak vergeten, wat bewijst hoe ver achter wij staan met nieuwe media. Mijn idee is daaruit ontstaan. En ik dacht dat als niemand anders het gaat doen, zal ik het doen. Het is een mooi initiatief en het werkt. Ik wou hiermee zeggen ‘Komaan, we moeten groeien hier in België. Ze lachen ons uit in het buitenland’.”

“Komaan! We moeten groeien in België. Ze lachen ons uit in het buitenland.” Quentin Debode “Ik ben onlangs de baas geworden van het Smosblog netwerk, dus ik stuur die hele blog. Ik heb ook de Friday show. Wat het onderwerp is, maakt niet echt uit. Het is vaak elke week een ander thema. En ik doe één keer per maand tea time, waarbij ik met eerdere mensen samenkomen en we praten over bepaalde thema’s. Tea time’s bewerk ik niet om de kijkers echt te laten weten dat de video vloeiend is. Dat het is dus niet fake is.” “Smosblog is een perfect voorbeeld van wat we willen bereiken. Het is een de snelst groeiende studentenblog van België. Het bestaat nu al 4 jaar. En het is een geweldig groot netwerk. Toen ik daar begon, had ik net 3 video’s gemaakt voor Smosblog en ze herkende mij direct in Antwerpen. Dat was ongelooflijk. Smosblog begon gewoon uit 36

De ambitieuzen

Zoals al duidelijk gemaakt werd, is de tijd van grappige huisdier-video’s voorbij. De muziekgigant Vevo gebruikt YouTube als primair distributiemedium. Film –en gamebedrijven gebruiken het om hun trailers te promoten. En de website is overspoeld met komieken. Maar dat is niet het enige bewijs. Er zijn er series te volgen die je nergens anders kan bekijken. Denk eens aan


je favoriete tv-serie, binnen –en buitenlands. Die zijn heel professioneel gemaakt met officiële cast en crew. Zo zijn er ook series met dezelfde officiële productie die enkel en alleen op de video-gigant te bekijken is. En dan nog eens helemaal gratis. Deze series worden webshows genoemd.

Willem Willem Van Van Den Den Bosch Bosch (14) (14) filmt filmt vaak vaak de de sketches sketches van van Brandon. Brandon.

Bekende voorbeelden zijn onder andere MyMusic en Video Game High School. Maar natuurlijk kent niemand dat in België. Terwijl er miljoenen fans zijn in het buitenland. Het is dus overduidelijk dat België ook wel eens een naam moet maken voor zichzelf. Brandon Van De Perre (20) en Willem Van Den Bosch (14) zijn al een lange tijd beste vrienden en partners op YouTube. Brandon begon 2009 toen zijn klas zich begon te vervelen. Ze namen een korte sketch op met een gsm-camera in de ‘oude’ tijd van Bluetooth. Dat filmpje is eigenlijk nooit online gekomen. Maar daaruit werd de interesse bij Brandon opgewekt en hij is meer sketches beginnen maken. Willem was nog maar negen jaar oud toen hij Brandon leerde kennen. Wanneer Brandon op een vrije dag eens een video ging opnemen, stond Willem te popelen om mee te gaan en te helpen. En tot op de dag van vandaag, vijf jaar later, zijn ze er nog altijd niet mee gestopt. “Wij zijn twee onnozelaars”, verteld Brandon, “Wij hebben dwaze humor. We doen niets liever dan lachen met alles. Dus wij dachten dat als wij dat konden omzetten naar YouTube en in personages konden gieten, dat we dan iets heel leuk konden maken.” Elke woensdagnamiddag kwamen Brandon, Willem en andere vrienden bij elkaar om

Brandon Brandon Van Van De De Perre Perre (20) (20) isis het het brein brein achter achter de de Belgische BelgischeYouTube YouTube Spotlight Spotlight

37


Bekende Belg rubriek

Brandon en Willem zijn al vijf jaar goede vrienden en partners op hun YouTube-kanaal. nieuwe sketches te maken. “De jeugd van tegenwoordig was de eerste sketch,” zegt Brandon, “Hij is opnieuw online gezet bij mijn nieuw kanaal, Brotfr. Dat kanaal had 1,3 miljoen kijkers.”Willem vervolledigt. “De naam is gemaakt uit initialen van de namen van Brandon, mezelf en een vriend, Otman. Vroeger heette het BOF. Het had enkele duizenden subs. We zijn er spijtig genoeg mee moeten herbeginnen.

“Ik sta nog steeds achter onze sketches. Maar het wordt tijd om iets groters te proberen.” Brandon Van De Perre Brandon weet maar al te goed waarom dat zo is. “Het VAF (Vlaams Audiovisueel Fonds) had een patent genomen op de naam BOF. Op de initialen en de volledige naam. Ze noemden het ‘Belgian Organization for Film’. Ze zeiden dus dat het al bestond. Toeval of geen toeval, wie zal het zeggen? Daarom zijn we opnieuw moeten beginnen onder de naam Brotfr. Dat was in 2011, toen je de naam van je kanaal nog niet zomaar kon veranderen.” Met hun nieuw kanaal en frisse ideeën zijn ze opnieuw begonnen. Brandon startte ook een ander initiatief. Dat van de Belgische YouTube 38

Spotlight. Het is een heel nieuw kanaal met bijhorende website die YouTube in België, zoals de naam zegt, in de spotlight wil zetten. Het maakt profielvideo’s van bekende Belgische YouTubers om Belgen te inspireren en trekt daarmee meer en meer volgers. Maar de echte ambitie van Brandon en Willem is iets veel groter. “Ik sta nog achter onze sketches”, zegt Brandon, “maar het is tijd om eens iets groters te doen.” Willem grijnst en vertelt verder. “We zijn al een tijd van plan een eigen webserie te maken. En we gaan dat ook echt doen. We zijn beide grote zombiefans. De serie zal dus die zombieserie zijn.” Brandon schreef enkele afleveringen een paar maanden geleden. Hij beschrijft wat hij zou willen zien. “Eén aflevering zou in mijn hoofd een kwartier duren. We nemen de aandacht van de kijker, maar niet te lang. Op YouTube kan je vaak niet anders dan het kort houden. Het zal over een groep jongeren gaan die een zombie-Apocalyps overleven en rondtrekken om uiteindelijk een veilige zone te bereiken.” “Volgens mij wordt YouTube wel bekend in België”, zegt Willem, “alleen zal het niet zo populair worden als in Amerika. Zelfs in Nederland


Quentin heeft audities gedaan voor Carte Blanche. Hij gelooft dat het programma nog veel kan verbeteren. is het nog veel bekender dan bij ons. Daarom volgen Brandon en ik graag Nederlandse YouTubers.” Met hun webshow willen Brandon en Willem geschiedenis schrijven. Want dit zou de eerste Belgische fictie-serie zijn die enkel op internet te zien zou zijn. Het zal ook de eerste horroserie zijn die hier is geproduceerd.

De witte kaart

We zijn op YouTube in de opmars. Zo veel zelfs dat het de aandacht van de VRT ook niet is ontgaan. Met hun nieuw initiatief, Carte Blache, willen ze een kans geven aan jongeren om zelf TV te maken. Je ziet op het programma veel uitzendingen die lijken op YouTube video-blogs. Ook wel vlogs genoemd. Daarbij gaat één of meerde personen voor een camera staan en verteld over een zelfgekozen onderwerp in hun eigen meestal humoristische manier. Is Carte Blanche dus de witte troefkaart van Belgische YouTubers? “Carte Blanche is ontzettend moeilijk uit te leggen omdat het voortdurend van concept verandert.”, Vindt Quentin. “Het originele idee was om jongeren de kans te geven hun eigen televisieprogramma te maken. Wat heel verfrissende ideeën kan opleveren.” Maar volgens onze duizendpoot is dat niet meer zo. “Ze brengen YouTube films van talentvolle YouTubers naar hun tv-scherm. Maar ze doen dat verkeerd. Ze laten video-blogs zien zoals de klassieke YouTuber die zou maken. Daarmee bedoel ik dat die video’s dus gewoon opgenomen zijn in een huiskamer waarbij één persoon tegen de camera praat.”

duren. Dan kunnen ze later terugkijken naar hun eerste seizoen en denken ‘Die gaten kunnen we vullen en die foutjes kunnen we oplossen.’ Dus ik ben heel benieuwd naar het nieuwe seizoen. Ik wil heel graag zien wat er nieuw gaat zijn, wat er nog bij komt, wat er wordt verbeterd. Aan de andere kant weet ik niet of België daar wel zo voor staat te popelen.”

“Ik wil graag zien wat er wordt verbeterd. Maar ik weet niet of België daar voor staat te popelen.” Quentin Debode Het lijkt er dus op dat we nog een lange weg te gaan hebben voor YouTube in België de aandacht krijgt die het verdient. En YouTubers streven naar dit doel op verschillende, creatieve manieren. Maar als we willen dat de buitenwereld hun talent ontdekt, moeten ze naar conclusie uitbreiden naar andere initiatieven. Quentin blijft werken aan Smosblog en de Gatherings. Terwijl Brandon en Willem op weg zijn naar de eerste Belgische horrorserie op het internet.

“Het kan nog gered worden volgens mij. Ik hoop voor hen dat Carte Blanche zal blijven 39


Exit hollywood rubriek

Oscarnominatie door  Tekst en foto’s: Elodie Gillebert

“De tax shelter is cruciaal voor de Belgische film”, zei producent Ives Swennen in 2007. Ook Kristof De Vos (28), Events and Corporate Manager bij het Mechelse productiehuis Sultan Sushi, is blij met het systeem. Daarnaast zorgt tax shelter mee voor het succes dat Vlaamse films als Rundskop en The Broken Circle Breakdown - beiden Oscargenomineerd - behalen. “Nog nooit is er zoveel fictie gemaakt in België dan nu en dat komt dankzij tax shelter”, zegt Kristof De Vos, medeverantwoordelijke voor de financiering van fictie- en non-fictieproducties. Zonder tax shelter zou België maar één of twee fictiereeksen, documentaires of animatiefilms kunnen maken op een jaar. Het systeem dat in 2003 door de federale overheidsdienst (FOD) Financiën werd ingevoerd, is uniek in de wereld. Zo uniek dat meer en meer buitenlandse producenten hier hun heil zoeken. “Er wordt vaker in België gefilmd omdat de producenten hier hun financiering kunnen rondkrijgen. Anders kunnen ze niet van tax shelter gebruik maken.” Het project moet een Belgische productie zijn, minstens een percentage van het productiebudget moet hier gedraaid en uitgegeven worden. Sowieso is België - althans Vlaanderen – op audiovisueel vlak altijd heel sterk geweest.

“Tax shelter zorgde onrechtstreeks mee voor de Oscarnominatie van The Broken Circle Breakdown” En daar heeft tax shelter misschien iets mee te maken. Het doel van het systeem is om de audiovisuele sector in België te stimuleren en werk te creëren aan gezinnen. Maar soms helpt het een 40

film aan een Oscarnominatie. The Broken Circle Breakdown werd genomineerd voor een Oscar voor ‘Beste Niet-Engelstalige Film, maar greep naast het beeldje. Tijdens de nominatie hadden de cast en crew veel campagne gevoerd. Toch werd een deel van het geld van tax shelter daarvoor niet gebruikt. “Dat systeem is berekend zoals de hoeveelheid die je mag tax shelteren. Dat geld dient om de productie te maken.” Het systeem heeft dus geen invloed gehad op de nominatie. Of toch, onrechtstreeks. Want de film werd genomineerd omdat hij heel goed was en dankzij het beschikbare budget kon de film immers gemaakt worden. “Voorlopig hebben we geen signalen gehoord dat andere landen het tax shelter-systeem zouden invoeren. Ik hoop dat het hier blijft bestaan, want als dat wordt afgeschaft, is dat een ramp voor de sector. Er gaan dan 3000 banen verloren in de industrie; bij de acteurs, maar vooral ook bij de productie die veel groter is.” Misschien is daarom het populaire systeem geïntroduceerd. “De sector had het nodig. Ze zag in dat het anders niet houdbaar was. Je hebt voor een productie een productiebudget, hoeveel het kost om het te maken. Voor een tv-productie bestelt een zender een reeks die fictief 100 euro zal kosten. Maar als de zender er 60 voor wil geven, mag het productiehuis de andere 40 uit de markt halen.” Met andere woorden: elders financiering zoeken zodat men aan het totale budget komt. Dit kan op twee manieren. Enerzijds via tax shelter, anderzijds via product placements. Er is ook een derde optie; crowdfunding. “Voor grote projecten is dit echter moeilijker te gebruiken, je hebt dan meer rechten. Voor Vlaamse reeksen hebben we


tax shelter ?

Tax shelter is zeer populair. “De sector had het systeem nodig. Ze zag in dat het niet houdbaar was.�

41


exit rubriek hollywood

dat nog nooit gedaan, maar het is een fantastisch systeem.”

Arabieren, dan kan het een productie zijn voor België omdat die hier gaat worden uitgezonden.”

Ook het Vlaams Audiovisueel Fonds staat in voor financiering van audiovisuele producties, maar staat los van tax shelter. “Deze subsidie is enkel voor Vlaanderen ter beschikking en wordt verdeeld onder reeksen die het VAF als een meerwaarde acht voor de televisiekijker.” Naast het volk dat een reeks of film te zien krijgt, zijn er twee andere partijen die voordeel halen uit tax shelter. Enerzijds de makers van de film, documentaire, fictie- of animatiereeks. Anderzijds de investeerders die een rendement krijgen op hun betaald bedrag.

Om zich kandidaat-investeerder te stellen, moet je een btw-nummer hebben. Particulieren kunnen dat niet, een advocaat met zijn bedrijf of met zijn vrij beroep kan dat wel. Je moet vennootschapsbelasting betalen dat via de belastingen verrekend wordt voor je vennootschap. Een tweede voorwaarde is dat je winst moet hebben.” De investeringsprocedure zelf is vrij kort. Op één dag kan het allemaal geregeld zijn. Als je wil investeren met je bedrijf krijg je contracten van het productiehuis; een tax shelter overeenkomst en de rechten. Bij het ondertekenen ervan en het storten van het bedrag, begint de looptijd van 12 maanden waarna je je centen met intrest terugkrijgt.”

Dit systeem mag dan wel winst opleveren, sommige producties floppen genadeloos. Zien investeerders hun geld terug? “Dat hangt af van het contract. Wij hebben een idee voor een reeks en leggen deze voor aan een zender.” Er is een getekend contract van de zender waarin zij het programma bestellen en daaraan is het productiehuis wettelijk gebonden. 40% van het budget moet ze uit de markt halen - en eventueel bijpassen. Dit dient als garantie voor de investering, de productie wordt sowieso gemaakt. Zo’n productie moet erkend zijn als een Europees audiovisueel werk. Om dit na te gaan, wordt er een volledig dossier ingediend. Wat voor productie het is, waarover het gaat, wie erin mee doet. Daarna komt er een attest waarin verklaard wordt dat het een correcte Vlaamse productie is die in aanmerking komt voor tax shelter. Dit wordt gebaseerd op de eindklant; de zender. “Als Sultan Sushi een productie maakt in Saoudië-Arabië met 42

“Het systeem is een puur financieel product dat niets te maken heeft met film of tv” Tussen de investeerder en de producent is er geen derde partij betrokken. Er is de FOD Financiën en er is een contract met twee partijen - bijvoorbeeld het productiehuis en de investeerder. Ondanks een rechtstreekse samenwerking verdwijnt geld eens naar het buitenland. “Dat is een kinderziekte van het systeem waar we nu aan werken om het eruit te krijgen. Maar an sich zijn daar weinig problemen mee op voorwaarde dat je een deal sluit met een betrouwbare partij die ook de ruling - het fiat van de overheid om het aan te bieden - van de FOD Financiën heeft. Dat is niet verplicht. Je moet goed zien met wie je het afsluit. Anders mag je gaan zoeken naar je centen.” Je sluit een akkoord zogezegd met een Belgische


vennootschap en dat wordt doorgesluisd naar een buitenlandse. Meestal heb je de zekerheid wel dat het geld naar de film gaat en dat je het terug krijgt. “Niet alle partijen geven die zekerheid en maken daar een risico van. Dat je enkel je geld ontvangt als je goed verkoopt. Wij werken niet zo. Daarbij geven we een bankgarantie op een lening. Als wij failliet gaan, krijg je je centen terug. De investering mag niet meer dan 50% van het filmbudget bedragen opdat je niet zou overfinancieren. Je moet een zekerheid bieden aan de investeerder. Daarnaast is er ook het risico dat als het eens wat minder goed gaat, het moeilijker wordt om terug te betalen.” In principe is tax shelter een puur financieel product - het blijft tenslotte een belegging - dat niets te maken heeft met film of tv. Bedrijven vinden het wel leuk om daarin te investeren, want ze krijgen er een setbezoek bij en zitten eens in een andere sector.

“De enige manier om het systeem helemaal goed te laten functioneren, is controle door een onafhankelijke jury” De kwestie rond het misbruik is al lang aan de gang. De ondertekenaars van de open brief (De Acteursgilde en regisseurs zoals Erik Van Looy en Michaël R. Roskam) hebben onderzocht wat ze ertegen konden doen. “Door die brief zijn er drie maatregelen bijgekomen die het systeem willen verstrengen, maar ze zijn heel uitgebreid en technisch. Maatregelen als ‘je moet het daar en daar investeren’, de manier waarop het in de boekhouding moet staan enzovoort.” Die maatregelen zijn goed, maar niet voldoende. De overheid moet kijken naar wat ze nog moet doen om tax shelter zo

correct mogelijk te gebruiken. Een nieuwe regelgeving heeft tijd nodig om te groeien. De nieuwe regering zal echter eerst andere prioriteiten leggen, dus het lijkt me sterk dat er dit jaar een nieuwe wet of besluit komt. “Maar hopelijk hebben ze iets klaar en blijft het Kabinet ongewijzigd. De enige manier om het systeem helemaal goed te laten functioneren, is controle door een onafhankelijke jury of instantie.” “Ik zou absoluut de open brief mee ondertekenen. We hebben zelf een brief geschreven naar de Vereniging van Onafhankelijke Televisieproducenten en er was overleg met het Kabinet over die zaak. Wij zijn daar zeker vragende partij voor. Maar je mag dat geen misbruik noemen. Het is eerder dat tax shelter zijn doel mist, maar de producenten kan je niks kwalijk nemen want zij willen produceren.” Nu zoekt de overheid naar een manier om de regelgeving duidelijker te maken. De misbruiken zijn een minderheid. In 95% van de gevallen wordt het systeem fantastisch gebruikt en kan België fictiereeksen maken wat anders onmogelijk zou zijn als klein land. Ook zijn de reeksen onderverdeeld in Vlaanderen en Wallonië, wat het afzetgebied minimaal maakt. Een grondige hervorming is volgens De Belgian Film Producers Association overbodig en overdreven omdat het systeem goed is zoals het nu is. “Ze willen enkel de details eruit, de achterpoortjes; hoe ze toch geld voor productie in het buitenland gaan gebruiken enzovoort. Die moet aangepast worden in de wet zodanig dat tax shelter correct kan gebruikt worden. Het systeem zelf is goed.” 43


exit hollywood rubriek

Om je een idee te geven wat investeerders te winnen hebben bij het gebruik maken van de tax shelter. Voor hen is een belastingvrijstelling van 150% voorzien. Dit wil zeggen dat je niet alleen het bedrag van je investering mag aftrekken van je belastingen. Je mag daarbij nog de helft van dat bedrag aftrekken. Om een voorbeeld te geven; stel dat je als bedrijf 400.000 euro belastbare winst hebt en je €100.000 investeert binnen tax shelter. Met de 150% vrijstelling krijg je een belastingvoordeel van €150.000 die je mag aftrekken van je belastbare winst. Concreet betekent dit dat een bedrag van 51.000 euro dient als belastingvoordeel

en dat het niet overgemaakt moet worden aan de belastingen. Deze som bestaat uit een lening die je betaalt aan het productiehuis. Deze laatste betaalt daarop een intrest van 4.52%. Ook de rechten die het productiehuis moet terugkopen, zijn in het bedrag opgenomen. Deze drie elementen worden na een jaar aan de investeerder teruggevorderd. Een win-win situatie voor zowel de investeerder als voor de televisie- en filmwereld.

Het systeem zelf is goed. “Enkel de achterpoortjes moeten eruit. Bijvoorbeeld hoe er toch geld voor productie naar het buitenland versluisd wordt. Die moet aangepast worden in de wet zodanig dat tax shelter correct gebruikt kan worden.”

44


op deze pagina KOMT RECLAME

45


rubriek

46 Š Menuet


Alabama Monroe

Emotievol zonder sentimenteel te worden Tekst: Elodie Gillebert

2014 is niet alleen het jaar van de verkiezingen, maar ook van de Belgische film. The Broken Circle Breakdown was dit jaar genomineerd voor de Oscar voor ‘Beste Niet-Engelstalige Film’, de langverwachte Amerikaanse remake van Loft komt in de zomervakantie uit net zoals de nieuwe Dardennes getiteld Deux Jours, une Nuit. Hoog tijd dus om enkele Belgische films op de rooster te leggen. The Broken Circle Breakdown zet België terug op de kaart. Mooi meegenomen voor Felix Van Groeningen, het brein achter eerdere titels als De Helaasheid der Dingen en Steve+Sky. Maar hij maakt er vooral het Belgische volk mee trots. En oprecht. Het verhaal van Didier en Elise wiens geluksballonnetje uiteenspat nadat ze hun dochtertje verliezen, neigt naar een overdramatische vertelling van twee individuen die noch met elkaar noch zonder elkaar kunnen leven. Van Groeningen vermijdt dit – en krijgt hierbij hulp van topacteurs Johan Heldenbergh en Veerle Baetens – door de diepgang van de personages op een rustige manier uit te werken. Ook het verhaal krijgt genoeg tijd om zich te ontwikkelen en wordt ondersteund door de even gedurfde als moeilijke keuze van het Bluegrass-genre. Dit type muziek past perfect bij de inhoud. Want niet alleen de thematiek snijdt door merg en been, ook de broze en tegelijkertijd vastberaden zangstem van Baetens gaat de trieste toer op. Van Groeningen filmt op een heel intieme wijze. Je zit letterlijk op de huid van de personages en dat geeft een heel persoonlijke - zelfs intieme - benadering. Waar je het leven van Didier uit zijn woorden kan afleiden, beschrijven de tatoea-

ges van Elise haar levensweg. Herinneringen aan ex-vriendjes worden meteen van haar lichaam verwijderd. Alsof Elise uitkijkt naar een betere toekomst. Met een naamsverandering – van Elise naar Alabama – wil Baetens’ personage een streep door haar oude leven trekken en opnieuw beginnen. “Net als de Indianen doen als ze een stap in hun leven hebben gezet.” Zij wordt Alabama. Hij wordt Monroe genoemd. Naarmate de climax onafwendbaar wordt, komen alle emoties bijeen en verzamelen ze zich in één scène. Na het meest intense liedje te hebben gezongen en Didier komaf maakt met God, knakt er definitief iets tussen de twee. Zij loopt kwaad weg. Hij volgt haar. Hij die de brokken wil lijmen. Zij die de relatie van tevoren naar de verdoemenis had zien gaan. Hij met de hoop dat alles wel goed komt. Zij die deze hoop met een intense “Ik ben uw meiske niet meer!” de kop indrukt. Als in één beweging met een tatoeage-naald liet ze ondertussen zijn naam - en daarmee hun hele verleden - van haar lichaam weghalen. Maar in tegenstelling tot haar ex-vriendjes geeft ze niet toe. Ze geeft op. Liefde en hechting zijn voortaan niet meer aan haar besteed en hoop op een heropleving van hun relatie is nu volledig vervlogen. De emoties die in de film aanwezig zijn samen met de sterke acteerprestaties van de hoofdpersonages, nemen de kijker vanaf het begin van de film mee en laten hem pas aan het einde weer los. Daar tussen sleuren Didier en Elise de kijker mee in hun verdriet. En de kijker? Die laat dat ongestoord toe. 47


rubriek Exit hollywood

Le Gamin Au Vélo

Cyril fietst alsof zijn leven ervan af hangt

Flitsend rood. Je zou voor minder bezweet je filmstoel verlaten na het zien van The Kid With A Bike ofte Le Gamin Au Velo. De protagonist steeds gekleed in een rode pull of T-shirt - loopt, springt, tuimelt en – hoe kan het anders met zo’n titel? – fietst erop los. ‘Le gamin’ waar we het over hebben heet Cyril. En ja, hij is om op te eten. Zo klein en naïef als hij nog is, zo actief wil hij de wereld (lees: vader) leren kennen. Een vader die hem in een internaat heeft gestoken en zijn verantwoordelijkheid ontloopt. Niet dat dit Cyril tegenhoudt. Vanaf de eerste seconden van het verhaal is hij niet te stoppen. Boos loopt hij weg om zijn vader te zoeken in een appartement. Omdat hij deze niet per telefoon kon bereiken. Al was het maar om zijn felbegeerde fiets terug te krijgen. Daar aangekomen valt hij letterlijk in de armen van een dame.

De broers Dardenne leveren met Le Gamin au Vélo een sterk, maar tevens ingetogen werkje af. Hoewel de acteurs perfect de gemoedstoestand weergeven, zijn de technische aspecten minder goed. De muziek en het camerawerk laten te wensen over en ondanks het dramatisch verhaal, kun je je nooit echt inleven in de personages. Het einde - dat de crisis na amper enkele minuten volgt - wordt op een onverwachts moment stopgezet. Het verhaal is dan wel verteld, de broers leken geen zin meer te hebben om de film mooi af te ronden. Al werd dit bewust toegepast, dit einde werpt een lichte schaduw op de rest van het geheel. Jammer.

Toevallig kende zij de naam van de persoon aan wie de fiets werd verkocht. Maar ook zijzelf was verkocht. Door het jongetje weliswaar. Meteen sluit ze hem in haar hart. Nog vóór hij de volgende, onverwachte vraag stelt: “Je pourrais venir chez vous le week-end?” Wie niet waagt, die niet wint, moest Cyril hebben gedacht. En gelijk heeft hij. Als een vat vol emoties, probeert hij een weg te zoeken om met zijn gevoelens om te gaan. Liefde, hoop, verdriet, kwaadheid of vriendschap. Geen enkele emotie haalt hem neer, integendeel. Ze stuwen zijn motivatie alleen maar voort. Soms moeilijk te volgen, soms onbegrijpelijk. Maar altijd geef je de jongen gelijk. Als jonge ziel moet hij in een wereld van volwassenen zijn mannetje staan terwijl hij zijn identiteit begint te ontwikkelen. 48

© Franske Franske


Loft Een ingenieus opgebouwd verhaal

Vijf mannen. Eén loft. Talloze minnaressen. Een moord. Met de eerste drie elementen moest het ooit wel mis lopen. Het verhaal van Loft - uitgekomen in het jaar 2008 - oogt dan wel Amerikaans, de film is het allerminst. Niet alleen kleurt de hele cast en crew Vlaams, ook het succes van de film kreeg een Vlaams tintje. De filmzalen mochten 1.082.480 kijkers ontvangen, wat naar Belgische normen veel is. Hiermee onttroonde Loft de film van Stijn Coninx, Koko Flanel, die maar liefst 19! jaar met zijn scepter mocht zwaaien. En het mag gezegd, het is regisseur Erik Van Looy en scenarioschrijver Bart De Pauw meer dan gegund. Ook omdat ze maar liefst zeven Vlaamse kleppers in één film wisten te proppen; Koen De Bouw, Filip Peeters, Matthias Schoenaerts, Bruno Vanden Broecke en Koen De Graeve krijgen gezelschap van de andere steracteurs Veerle Baetens en Jan Decleir. Wat het verhaal zo sterk maakt, is dat het toendertijd een frisse wind door de Belgische cinema deed waaien. Acteurs die het beste van zichzelf geven. De zoektocht naar de dader die veel inge-

wikkelder blijkt dan aanvankelijk gedacht. Het verhaal dat sterk overeind staat en na al die jaren nog niet verveelt. De twist die naar je hoofd werd gegooid zonder dat je hen dat kwalijk nam – in tegenstelling tot films die er tegenwoordig ook een gokje op wagen. Daarnaast roept de muziek een enorme spanning op en vergroten de donkere kleuren binnen de film het thrillergehalte. Beide elementen die je op het puntje van je stoel doen zitten. Ook de vrouwen van de overspelige mannen zitten er misschien voor iets tussen. Een zijspoor dat de rit naar de crisis alleen maar leuker maakt. Naarmate het einde heb je elke hoofdacteur wel in je vizier gehad en Van Looy maakt het gissen naar de ‘juiste’ er niet makkelijker op. De film scoorde zo’n succes dat zelfs Nederland er een remake aan knoopte - die een graantje mee kon pikken van het succes. De film werd verkozen tot Beste Nederlandse Misdaadfilm van de afgelopen tien jaar. En dit jaar kan je opnieuw genieten van het(zelfde) verhaal, in een nieuw jasje gestoken met behulp van nieuwe, frisse gezichten - buiten terugkerende Schoenaerts en Van Looy himself - en een groter budget. Benieuwd wat deze Amerikaanse - en ongetwijfeld commerciëlere – versie aan dit krachtige verhaal nog zal bijbrengen. Acteurs Wentworth Miller, James Marsden en Karl Urban - vergezeld door het gezelschap van Rhona Mitra, Rachael Taylor en Isabel Lucas - mogen alvast hun borst natmaken, want de verwachtingen zullen hoog gespannen zijn. Sterk staaltje cinema dat je niet vaak zag in de Belgische filmwereld.

© Michiel Hendryckx via Wikimedia Commons

49


rubriek

Amerika gebruikt al eens heel bittere hop. “De Belg beseft dat je niet extreem moet gaan in bier. Daarom zijn de Belgische bieren beter in balans, je hebt meer zin om ervan te drinken.� 50


Belgian beer Tekst en foto’s: Elodie Gillebert

“It is easy to love a country famous for chocolate and beer”, zei de Amerikaanse president Barack Obama op 26 maart tijdens zijn bezoek in Brussel. België is zoals bekend gek op bier. Zo gek dat het zich zelfs bezighoudt met het combineren van bier met het juiste eten. Karl Van Malderen maakt combinaties met zijn concept Bapas en draagt het Belgische bier een warm hart toe. Begin april dienden de Belgische bierbrouwers een rapport in bij Unesco waar ze hun biercultuur willen laten erkennen als Immaterieel Cultureel Erfgoed van de Mensheid. Daarvóór lanceerden de Belgische brouwers de campagne ‘Fier op ons bier’. Naar verluidt zijn we er niet fier genoeg op. Dat geldt niet voor Karl Van Malderen, docent voedings- en gezondheidsleer aan de Erasmushogeschool in Brussel (40). Sinds 2011 verdeelt hij zijn tijd gedeeltelijk over Bapas – Belgische biertapas.

“Uiteindelijk hebben brouwers geen beperking in hun keuze van basisingrediënten. Duitsland kwam daarop met het Reinheitsgebot” Van Malderen is dus grote fan van Belgische bieren, zoals vele landen en volkeren. Waarom zijn onze bieren heel populair? België heeft een heel rijke traditie waaruit ze een enorme ambacht en kennis heeft opgedaan. Onze biercultuur wordt daarom aanzien als hoog kwalitatief. “De oerbieren - de Lambiks of ‘de platte’ zoals ze die ten westen van Brussel noemen – zijn er geboren. Je hebt die regio waar de wijncultuur, de druivenband

en de graanband tegen elkaar komen, daar is de Belgische biercultuur ontstaan. Het land heeft een enorme variëteit aan bier en het aantal categorieën neemt steeds toe, op dit moment zijn er 18. Elke dag komen er nieuwe bieren bij.” Door de basisproducten balanceren we onze bieren enorm uit. In Amerika gebruikt de brouwer bij een bitter bier hele bittere hop. Dit is dan wel een trend, dat zijn geen blijvende dingen. “De Belg beseft dat je niet zo extreem moet gaan. Dat is eens lekker, maar na een paar bieren begint dat tegen te steken. Daarom zijn onze Belgische bieren beter in balans, je hebt meer zin om ervan te drinken. Hier wordt er bv. kruiden gebruikt terwijl Duitsland zich aan het Reinheitsgebot moet houden, een wet die zegt dat je buiten de 4 basisproducten – hop, water, gist en mout – niets mag toevoegen. In Amerika voegen ze veel kruiden toe, maar kruiden en bier zijn een evenwichtsoefening. Kruiden kunnen snel overheersen. Bij ons proef je deze subtiel.” Voorbeelden van deze ‘subtiele’ bieren zijn Hoegaarden en Blanche de Namur die tot de witbieren behoren. In witbieren zit vaak Curaçao, koriander en sinaasappelschillen en deze zijn heel verfrissend omdat er tarwe gebruikt wordt die een frisse zurigheid geeft. Het Reinheitsgebot is geschiedkundig gegroeid. Vroeger was er namelijk geen hop en deze smaakmaker, schuimklever én bewaarmiddel zorgt voornamelijk voor bitterheid. Om dezelfde eigenschappen te bekomen, gebruikten brouwers kruidenmengelingen zoals Gruutbier. De Vlaamse Graven hadden Gruutrecht, een accijns. Sommigen sjoemelden met die gruut en deden er stoffen in die er niet hoorden. Toen in Duitsland de hop 51


gemaakt aus belgique

ontstond, hebben zij daarvoor gekozen en hebben zij dat gereguleerd om die wantoestanden eruit te krijgen. “Dat was een kwaliteitsgarantie aan hun klanten. Uiteindelijk kunnen mensen daar van alles insmijten; een giftig kruid bij wijze van spreken om het bitterder te doen smaken.”

“Je moet opletten met de term ‘speciale bieren’. Alle bieren zijn speciaal” Andere categorieën zijn sterke blonde bieren zoals Duvel, fruitbieren - met onder meer de Geuze en de Lambik - en de categorie champagnebieren waar de traditionele méthode champenoise op bier wordt toegepast. Een brouwsel wordt naar Frankrijk uitgevoerd waar het dezelfde methode ondergaat als champagne. “Dat zijn echter geen ‘speciale bieren’. Met die term moet je opletten. Alle bieren zijn speciaal. Eén van de categorieën - de amberbieren – heeft een lichte soort genaamd ‘Special Belge’, een stijl die ontwikkeld werd na de eerste wereldoorlog om de Engelse ales te counteren uit vrees voor een marktovername.”

Ons land was niet het eerste dat bier begon te brouwen, maar het was er wel vroeg bij. In de eerste geschriften die in de streek van Egypte zijn gevonden, was er al sprake van bier. “Bier is op een heel natuurlijke en toevallige wijze ontstaan. Hetzelfde met alles wat van granen afkomstig is. Volkeren hadden op een gegeven moment geprobeerd om een voedingsmiddel langer te bewaren en wanneer je kaas, bier of wijn fermenteert, verleng je de bewaartijd van dat product. Dat is een natuurlijke evolutie. Waarschijnlijk werd er eens

52

een vocht gebrouwen van graan en de lucht heeft dat geïnfecteerd. Dat wordt zuur en opeens is dat bier - na een week op een donkere plaats te bewaren - nog drinkbaar.”

“Landen proberen ons na te apen en schrijven ‘Belgian Style’. Ze stelen dus. Een teken dat we een goed product hebben” Het woord kwaliteitsbier slaat voornamelijk op het vakmanschap en de traditie. België heeft veel knowhow. Er zit veel kennis achter een goede Geuze of Lambik. Door de eeuwen heen heeft het land die kennis goed bewaard en is dat vakmanschap van generatie op generatie overgeleverd. Wereldwijd komen mensen naar ons om dat te leren. Aan die knowhow is automatisch kwaliteit gekoppeld. Ik zou ons nu niet ’s werelds beste noemen. Want wat is best? Over smaken kan je discussiëren. Ook kwaliteitsbieren zijn enorm persoonsgebonden. Bij de World Beer Awards worden bieren geproefd die in categorieën zijn onderverdeeld. De Belgische pilsen staan daar niet in de top 10, die zijn voorbehouden aan de landen die in de vroege middeleeuwen pils brouwden, zoals Tsjechië en Duitsland. De roodbruine bieren zoals de Rodenbach Vintage zijn een typische stijl van bij ons die dan wel de gouden plak zal winnen. Ook bij de witbieren halen wij een prijs op. In bepaalde categorieën steken wij er bovenuit, in anderen niet. Doordat wij zo hoog aangeschreven zijn, proberen landen ons merk na te apen en schrijven ze ‘Belgian Style’. Ze stelen dus van ons. Een teken dat we een goed product hebben.” Misschien moeten we daar fier op zijn, want we zijn niet genoeg trots op onze bieren. “We onderschatten nog steeds de


Het land moet meer fier zijn op haar bier. “Het Belgische volk onderschat nog steeds de kwaliteit die ze in huis heeft.� 53


gemaakt aus belgique

kwaliteit die we in huis hebben. Om onze appreciatie te vergroten, moeten er minder grote volumes gedronken worden en meer gedegusteerd worden. De kwaliteit moet geapprecieerd worden. Bier verdient, net als wijn, zijn plaats naast eten. Wij hebben zoveel stijlen en gevarieerde smaken. Bij elk gerecht kan je een gepast bier serveren. Wij betalen ons blauw aan – soms minder kwaliteitsvolle - wijnen terwijl we de hoogste kwaliteitsbieren niet goed genoeg vinden. Doordat we dagelijks geconfronteerd worden met de rijke cultuur zien we deze niet, in tegenstelling tot een buitenlander. Het buitenland snakt naar onze kwaliteit en de consument verwacht minder kwantiteit. Maar bij ons is het net omgekeerd.”

“Sommige brouwers verwerken ingrediënten die aantrekkelijker zijn voor vrouwen” Belgen drinken ook steeds minder bier. “Het is en blijft alcohol, een toxische stof. Er zijn studies die aantonen dat ongeveer 80% van de Belgen heel gecontroleerd met drank omgaan. Maar er is een probleemcategorie van 20%. Nu is het niet zo dat wij alcohol promoten. Er moet op een goede en gecontroleerde manier mee omgesprongen worden. Of er meer wijn wordt gedronken, weet ik niet. Vroeger werd in restaurants uitsluitend wijn geserveerd. Daar is nu een kentering in, het volk vraagt meer naar bier. De alcoholconsumptie stagneert, maar de consumptie van bieren neemt nog af. Het aanbod is zo groot. Op café krijg je een kaart met tal van alcoholische dranken.” Dat bier meer als een mannendrank wordt gezien, is aan het veranderen. Brou54

wers hebben meer oog voor de vrouwen en stellen bieren aantrekkelijker voor. Ze geven het eens in een wijnglas. Ook in de één-serie Tournée Générale keken Jean Blaute en Ray Cokes naar het vrouwelijk geslacht. Zo brouwden ze een bier voor vrouwen waaraan ze vooraf suggesties vroegen. Het resultaat, de Tournée Générale Premium Tripel, werd op de markt gebracht. “Sommige brouwers verwerken ook ingrediënten die aantrekkelijker zijn voor vrouwen. Maar het cliché dat zoete bieren enkel voor vrouwen zijn en bittere voor mannen, gaat niet meer op. Vrouwen appreciëren vaker andere categorieën.”

Bier is met bittere, het zoete en het zure driedimensionaal van smaak. Daarbij komt de smaak van de hop en de gist - met eventueel kruiden. Daardoor krijg je een gevarieerd smakenpalet. Bepaalde bieren ruiken naar bloemen of fruit, maar als je drinkt, proeft dat lichtzuur en dat gaat dan over in een licht bitter bier. Dat is de smaakvariatie. Ook de diepgang is belangrijk; op het moment dat ik de eerste slok neem begin ik te tellen hoe lang ik het bier nog proef. Een pilsje is niet zo complex, een bitter is het al wat meer. Je moet rekening houden met het alcoholgehalte en de bitterheid. Je kunt niet met een zwaar alcoholisch bier beginnen want de complexiteit, het alcoholgehalte en de bitterheid verwekken slaapvermoeidheid. Je gaat minder goed kunnen proeven.” En proeven doet Van Malderen vaak. Na zijn terugkeer uit Spanje als uitwisselingsstudent dokterde hij een concept uit - Bapas. “Er was enorm veel interesse naar Belgische producten en mijn droom was om daarrond te werken in Span-


je. Uiteindelijk is het de omgekeerde wereld geworden en ben ik hier een Spaans concept gestart rond Belgische kwaliteitsproducten.” Bapas werd geboren, een methodiek die ontstond na het boek ‘Bapas. Belgische Biertapas’ dat samen met Sven Gatz en Jan Pille op poten werd gezet. “Er kwam veel vraag vanuit de horeca over hoe je het juiste eten met het juiste bier kon combineren. Vandaar is Bapas geëvolueerd naar een belevingsconcept waarbij we de lokale producenten, het toerisme en streekproducten aan elkaar willen koppelen. We willen de mensen informeren en inspireren om vaker aan de slag te gaan met onze eigen kwaliteitsproducten en bieren. Dit doen we met workshops, lezingen en kookbuildings.”

“We willen dat horecazaken met dezelfde visie rond kwalitatieve belgische producten ambassadeur worden om onze filosofie uit te dragen” Daar vertrekt Van Malderen vanuit een smaakprofielanalyse van een bepaald bier. “We houden een smaaktest waarbij een testpanel een bier proeft. Dan halen we de micro- en macrosmaken uit en gaan we contrasteren en aanvullen met de macro-smaken. Of je sluit aan met de micro-smaken in het bier om een brug te vormen tussen het bier en het eten - dit noemen we de ABC-logica. De meest voorname smaken - de macrosmaken - die uit zoet, bitter en zuur bestaan, zetten we uit op een as met centraal water. Het proefpanel bepaalt de mate waarin bier naar bitterheid, zuurheid of zoetheid smaakt en dit geven we mee in de bierbalans dat staat voor bitterheid, aciditeit (zuurtegraad), luciditeit (kleurtype), alcohol, neutraliteit, zoetheid en kookstabiliteit.”

Deze laatste wordt weergegeven met groen, rood of oranje. Groen zegt dat het bier geschikt is om mee te koken, rood geeft het omgekeerde aan. Oranje betekent dat je ermee kan koken, maar je moet opletten voor de structuur van het bier die verandert tijdens het koken. De Karmeliet bv. neigt meer naar de zoete kant. Dan wordt een bierwiel opgemaakt waarin staat met welke producten je de combinatie van bier en eten in balans krijgt. “Door verschillende voedingscategorieën die goed met het bier samengaan ga je zelf door deze samenstelling recepten ontwikkelen. Bapas willen we graag in de horeca lanceren zodat meer en meer horecazaken met dezelfde visie rond kwalitatieve Belgische producten, ambassadeur worden om onze filosofie uit te dragen.” Naar de toekomst toe apprecieert België dus misschien meer zijn bier. Het aantal Belgische brouwerijen - intussen rond de 157 - bewijzen alvast dat bier wel degelijk een sterk product is. “De export is enorm gestegen. Ongeveer 60% van alle Belgische bieren wordt geëxporteerd. Grote markten als de VS, Azië, China, Japan en Scandinavië zijn geïnteresseerd in onze bieren. Of België dan vooral gekend is om zijn bieren? “Dat gaat hand in hand. Ze is voornamelijk gekend door haar Bourgondische levensstijl waar in de buurlanden over wordt gesproken en chocolade en bier zijn de Belgische uithangbordjes bij uitstek.” Voor een klein land als België reiken onze (grote) producten dus zeer ver. www.bapas.be www.facebook.com/bapasfriends 55


Achtergrondverhaal rubriek

Common Language Tekst en foto’s: Dennis Amsters Het is al lang bekend dat België momenteel meer en meer internationale studenten mag verwelkomen. Van elke hoek van de wereld komen enthousiaste jongeren kennis maken het land der frieten en moeilijke politiek. In de hoop een goed diploma te halen dat er goed uitziet op de cv en beter werk te vinden in het thuisland. Of juist niet in het thuisland. Ze komen van overal. Canada, China, Kroatië, de Filipijnen en Amerika zijn maar een paar nationaliteiten van de studenten. Dit jaar zetten 7.805 jongeren de stap om in België te komen studeren in Leuven alleen al. Maar je hoort wel vaak eens het verhaal dat het niveau in Engels voor deze studenten niet goed genoeg is om de lessen te kunnen volgen. Dus we stellen ons de vragen; waarom zijn ze geïnteresseerd in België? En is het waar dat hun niveau in Engels zo slecht is? Na Chinees is Engels de meest gesproken taal op Aarde. Het is de oude vertrouwde moedertaal van bijna een half miljard mensen. Maar denk ook maar eens aan hoe veel- meer mensen het gebruiken als communicatie taal met buitenlanders. Wanneer studenten van zo veel hoeken van de wereld allemaal naar België komen, is het logisch dat de Engelse taal als common language wordt gebruikt. Studenten moeten dan wel klaar zijn om al hun lessen in het Engels te volgen en alledaagse situaties in het Engels op te lossen. Dat kan zeker een probleem zijn wanneer je een hoge en moeilijke opleiding volgt. We kijken zelf hoe studenten dit aanpakken door een les incorporate finances mee te volgen. Gegeven door professor Rosanne Van Pee (33) in de Hogeschool Universiteit Brussel. Zij geeft enkel les aan internationale studenten in een klas die tot 130 studenten kan tellen. Allemaal uit verschillende streken. 56

Vrouw van de wereld

Professor is wat sommige van haar studenten Rosanne Van Pee noemen. Zelf vind ze dat wel vleiend maar niet nodig. Momenteel is ze docent aan de KULeuven, op de campus van Brussel. Lesgeven is eigenlijk maar de helft van haar beroep. Voor de andere helft is ze onderzoekster op het gebied van internationale financiën. Dat betekent dat Van Pee onderzoek doet naar internationale kapitaalstromen. Meer bepaald het feit dat men veel te veel de neiging heeft om aandelen te kopen in het eigen land. “Ik wil aantonen dat dat niet optimaal is en waarom dat zo is. Voor zover is mijn conclusie dat het een mix is van meerdere factoren. Die zijn meestal de psychologische overtuigingen waarbij men denkt dat wat ze kopen in het eigen land, dus wat bekend is voor hen, beter is. Dus men wilt liever in nationale bedrijven investeren omdat men die liever heeft. Ook hebben ze vaak weinig kennis over internationale bedrijven. Dus ik probeer ook informatie te vergaren over buitenlandse bedrijven. Zo kan ik laten zien dat er buiten België ook goede handel te doen is. “Ik wou na mijn studies uiteindelijk in het bedrijfsleven terechtkomen. Na mijn opleiding in economie en wiskunde heb ik een jaar in de privé gewerkt maar dan heb ik de kans gekregen om een doctoraat te doen, dus ik ben daarvoor gegaan.” Van Pee is altijd geïnteresseerd geweest in het leven buiten België. “Mijn eerste job was stockbroker in Luxemburg. Ik verhandelde dus allerlei aandelen. Met de bedoeling winst te maken voor klanten. Toen ik afstudeerde in 2001 was ik wat ambitieus. Maar er was niet zo veel werk, het was niet zo’n goede periode. Daarom vertrok ik naar Luxemburg.”


57


Achtergrondverhaal rubriek

“Ik geef exchange management en Incorporate finances in het Engels aan internationale studenten.” Verteld Van Pee. “Ik heb dat eigenlijk niet mogen kiezen. Maar dat kan nog veranderen. Het kan zijn dat ik de komende paar jaren ook aan Belgische studenten zal lesgeven. Maar ik vind dit een heel interessante groep om les aan te geven. Ze zijn heel divers, heel actief, enthousiast en gemotiveerd. Het is echt leuk om aan deze mensen les te geven.” Ze mocht ook niet kiezen of ze in het Engels zou lesgeven of niet. Maar je mag ook niet zomaar in het Engels lesgeven. Docenten die daarvoor willen solliciteren moeten eerst een taaltest afleggen. “Ik heb dat dus ook moeten doen”, zegt Van Pee, “gelukkig ben ik voor alle vereisten geslaagd. Het eerste jaar lesgeven was moeilijk. Ik moest veel meer voorbereid zijn. Mijn Engels is goed, maar improviseren in een vreemde taal blijft niet zo makkelijk. Ik moest dus vroeger veel meer tijd besteden in lesvoorbereiding om klaar te zijn voor de les. Maar volgens mij hebben alle docenten dat probleem. Ik begon met lesgeven in 2010, dus dit is mijn vierde jaar. En het is inderdaad nu wel makkelijker aan het gaan.” Van Pee leerde de basis van Engels toen ze als kind een aantal jaren in Qatar verbleef. “Maar dat is al heel lang geleden. In mijn schooltijd had ik ook veel Engels. En zoals de jeugd van tegenwoordig leerde ik een groot deel uit televisie en muziek. In mijn opleiding had ik ook wat Engels maar niet zo veel. Mijn doctoraat was ook in het Engels. Ook werkte ik destijds bij Fortis, het ook de voertaal was. Net zoals in de meeste internationale bedrijven.” 58

Van overal

Dat is dus de docent voor de les incorporate finances. Een internationaal enthousiaste doctor. Maar wie zijn de studenten aan wie ze les geeft? Van waar komen ze en waarom kozen ze België als gastland? Wel, om te beginnen is Van Pee’s klas aan zijn maximum wanneer er 130 mensen in het klaslokaal aanwezig zijn, wat meestal zo is. En ze komen van overal. Ja, echt letterlijk overal. Vietnam, Thailand en China zijn al drie voorbeelden van waar een groot aantal studenten komen. “Veel studenten van het Oostblok komen

Rosanne Van Pee (33) is docent aan de HUB in onder andere incorporate finances


Van Pee geeft enkel in het Engels les aan haar 130 studenten. hier graag vooral hogere opleidingen studeren”, legt Van Pee uit, “Dat wordt zeer gewaardeerd in hun land. Dus ze kunnen met een hoog diploma uit Europa en ervaring in het buitenland terugkeren naar hun eigen land om zo een betere job te vinden.” En het zijn niet alleen die drie landen die hier komen snuffelen. Canada, de Filipijnen, Nigeria, Columbia, Kroatië en zelfs de Verenigde Staten reizen half de wereld af voor hetzelfde doel: een Belgisch diploma op hun cv.

“Als ik zeg dat ik lesgeef aan de KULeuven, klinkt dat veel beter dan dat ik zeg dat ik lesgeef aan de HUB.” Rosanne Van Pee De Belgische opleidingen staan vrij hoog aangeschreven. Studenten komen echt bewust naar hier voor een opleiding. Ze zijn goed op de hoogte van hoe het onderwijssysteem hier werkt. En het is hier ook goedkoper. Nee, ik heb het niet over het leven hier want dat is peperduur. Maar in termen van prijs en kwaliteit is België één van de goedkoopste landen om een hogere opleiding te volgen. In andere landen heb je zeker ook heel goede instellingen. Maar die zijn dan vaak peperduur. Ik zou liever een paar vliegtickets kopen dan heel veel te moeten neerleggen voor een opleiding die bij me past. En de KULeuven heeft er zeker ook iets mee te maken. “Veel Hogescholen en Universiteiten zijn deel geworden van de KULeuven over de laatste jaren”, zegt Van Pee. “En de KULeuven is heel populair en bekend in het buitenland. Het is internationaal veel bekender dan de HUB alleen. Zodra het label KULeuven er-

aan hangt, is het direct bekend. Als ik zou zeggen dat ik lesgeef aan de KULeuven, dan zou dat veel spectaculairder klinken dan dat ik zou zeggen dat ik lesgeef aan de HUB.” “Volgens mij is het niet alleen de goedkopere opleidingen die meer en meer buitenlandse studenten naar hier brengen.”, Gaat Van Pee verder. “Ik denk dat het ook gewoon komt omdat internationaal verkeer van studenten in de wereld stijgt. Ons land is niet de enige die een grotere toestroom van diversiteit krijgt. Laten we ook niet vergeten dat heel wat Belgen het land verlaten om in het buitenland te studeren. Vroeger, toen ik nog studeerde, was het niet zo abnormaal als je niet in het buitenland gestudeerd had. Maar nu, in een richting als economie, is het een beetje raar als je niets in het buitenland hebt gedaan. Het is dus niet zo zeer dat België meer buitenlanders aantrekt dan andere landen. De trend wordt gewoon als maar populairder. We hebben die ervaring en diversiteit nodig om meer te kunnen leren over de wereld en andere culturen.” Haar studenten denken daar ook zo over. Manife Labuga, bijvoorbeeld, is één van die studenten. Zij komt uit de Filipijnen en is 32 jaar. Eén jaar jonger dan haar docent dus. “Mijn vriendje is een Vlaming. Dus het was passend dat ik uiteindelijk hier bij hem kwam wonen. Ik besloot eerst goed te studeren voor ik op zoek ga naar een job. Ik vind het een leuke gedachte om naar een sollicitatiegesprek te gaan met een diploma van de HUB. En dan al helemaal met een masters-diploma.” 59


Achtergrondverhaal rubriek

Manife Labuge (links) en Danijela Tamantini (rechts) hebben beide verschillende redenen hom hier te studeren.

Hello and goodbye

Dat verklaart al waarom België zo’n populair studieland is. Maar even terug naar het niveau in Engels. Net zoals de klas, is het niveau in Engels ook vrij divers. Je merkt het aan van alles. Het accent, de snelheid, verstaanbaarheid en soms ook het land van herkomst. Maar voor ze aan de opleiding beginnen moeten ze eerst een basisniveau van Engels aantonen om toegelaten te worden het land te verlaten. Daarom moet iedere student uit een niet-Engelssprekend land een toefltest afleggen. Ondanks de nogal idiote naam is het geen test voor idioten. Want het test of de student de alledaagse communicatie in een vreemd land wel aankan. Daarbovenop moeten ze een minimumscore halen van 80%. Deze testen worden internationaal opgelegd om een basisniveau op te stellen. Maar dit neemt niet weg dat het niveau wel erg verschillend is. “Ik denk dat al mijn studenten wel zeker voldoende kennis van het Engels hebben om mijn lessen te volgen.”, Zegt Van Pee. “Ik trek geen punten af voor taalfouten. Ik test op kennis van het vak en niet van de taal. Maar waar wel problemen mee zijn is voor de thesis die mijn studenten moeten maken. Ik geef les in een masterjaar, ze moeten dus een thesis maken in het Engels. En dat kan soms in het honderd lopen omdat hun niveau van Engels niet goed genoeg is. Voor hun thesis moeten de studenten een wetenschappelijk onderzoek doen. Ze moeten daar onder andere Engelstalige literatuur voor verzamelen. Het probleem daar is dat ze het moeten uitschrijven in ofwel een compact artikelformaat van 30 pagina’s ofwel in rapportformaat van een 80-tal pagina’s. Maar dit alles moet natuurlijk wel correct geschreven zijn.

60

Anders kan je ze er niet door laten. En op dat vlak is het soms problematisch. Soms ben ik meer een taal-juf dan een finances-juf.” “In de Filipijnen studeren we Engels in de scholen,” zegt Manife, “beginnend met de lagere school tot en met de hogere opleidingen. Dus ik heb mijn Engels vooral daar opgepikt. En met die kennis van zo’n wereldtaal, was ik vastberaden naar hier te komen.”

“De taal in de thesis is soms wel wat problematisch. Soms ben ik meer een taaljuf dan een finance-juf.” Rosanne Van Pee Danijela Tamantini uit Kroatië (25) verhuisde naar België zo’n drie jaar geleden. Zij is ook een studente van Van Pee’s klas. “Ik leerde Engels in de middelbare school. Ik wist dat ik het zou nodig hebben voor een hogere opleiding. Dus ik studeerde hard tot ik een goed niveau in Engels had en hier kon komen studeren. De toefl-test die ik deed in Kroatië had nogal een reputatie. Maar uiteindelijk bleek het niet zo moeilijk te zijn. Het testte vooral alledaagse taal zoals het zou moeten. Maar aan de andere kant is academisch Engels, vooral schrijven, een uitdaging. Spreken is natuurlijk makkelijker dan lezen of schrijven. Dus mijn thesis is soms een beetje lastig voor me. Maar ondanks dat ben ik toch zo ver gekomen en het afmaken kan geen probleem meer zijn.”Er is ook een Amerikaan in deze klas. Michael Cyr (25) uit Conneticut is niet bang van reizen naar succes. “Ik ben al eens in België geweest in de zomer van 2012.”, Zegt Michael. “Ik studeerde toen psychologie maar ik wilde overstappen naar economie.


Michael Cyr (25) komt uit Conneticut in de Verenigde Staten. Hij gaat waar er een goede job te vinden is. Daarom ben ik deze opleiding gaan studeren om een vlotte overgang te hebben. “ “Vanuit een Amerikaans perspectief is Europa in het algemeen al leuk.”, Vindt Michael. “De cultuur is wat anders dan in de States. En dat is iets dat wel vaak opvalt bij mij. België is een heel complex land en ook vrij inefficiënt. In Brussel bijvoorbeeld duurt het een volledig uur om ook maar één enkele pagina af te printen. En dat is eigenlijk maar een klein voorbeeld van de dingen die hier gewoon niet als gepland kunnen verlopen. Maar het is over het algemeen een leuk land in een interessant werelddeel.”“Ik weet nog niet echt wat ik ga doen zodra ik hier klaar ben met de opleiding.”, Gaat Michael verder. “Ik weet zelfs niet of ik wel zal terugkeren naar de Verenigde Staten. Ik wil gaan waar ik een interessant beroep kan vinden. Dus als ik die vind in de Verenigde Staten, geweldig. Als ik die in België vind, geweldig. Als ik die vind in Brazilië, dan zal ik ook naar Brazilië gaan. Waar er ook een geschikt beroep te vinden is, ik zal daar naartoe reizen.”

De kennis van het Engels komt ook met de generaties. We komen als maar dichter bij de rest van de wereld door middel van vooral internet en televisie. Dus de jongere generatie heeft volgens mij door deze middelen een betere kennis van Engels. En als je dan kijkt naar de generaties daarvoor is die kennis al een pak minder.

“Ik weet niet wat ik ,na mijn opleiding zal doen. Ik weet niet eens zeker of ik zal terug gaan naar de States” Michael Cyr Alle info die je in België hebt op wegwijzers, productinformatie enz. is bijna enkel Nederlands of Frans. Het is dus niet echt evident voor iemand die geen van die talen spreekt om hier te komen wonen en werken. En al zeker niet om een job te vinden. Je moet dan toch al wat andere specifieke vaardigheden hebben van een goed diploma om dan nog in aanmerking te komen. Engels is in dat geval meestal de taal waarop je kan terugvallen.

De studenten zijn dus blij dat ze hier zijn. Met hier en daar ups en downs in de taal. Maar heel negatief kunnen we dit niet bekijken. Engels is misschien moeilijker te leren voor mensen uit een bepaald werelddeel, maar leren kunnen we allemaal. Zeker als je het aan Van Pee vraagt. “Hollanders zijn heel goed in Engels. Mensen uit het Oostblok ook. Aziatische leren het iets moeilijker. Latijns-Amerika heeft een vrij korte link met Amerika, dus het is vrij logisch dat zij het ook vrij goed kunnen. Scandinavië is ook een regio waar het Engels goed wordt beoefend. Daar zijn de Engelse lessen altijd goed geweest.” 61


Column rubriek

“Ik ben een Belg” Tekst: Dennis Amsters Ik wou dat ik kon zeggen dat België oeroud was, maar dat kan ik niet. Ik zou ook willen zeggen dat de hoofdzetel van de EU de beste politiek heeft, maar dat is ook niet zo. Is het dan conflictvrij? Nee. Milieuvriendelijk? Nope. Maar de beste frieten, die hebben we wel. Nee, dit is inderdaad niet het land van rijke geschiedenis, heldere politiek en wind-energie. Het is het land van compromissen, taalproblemen en Brusselse wafels. Maar net zoals bij alle stereotypen, zijn we dat en zo veel meer. Dit hele magazine is gericht op de internationale studenten die hier komen studeren. Dus als je uit het buitenland komt en je komt hier studeren, gefeliciteerd. Want je hebt het perfecte magazine gelezen. Als je hier nog nooit geweest bent, lijkt dit waarschijnlijk op een heel nieuwe wereld. Maar hier communiceren, is niet zo moeilijk. Drie talen spreken de Belgen. Ook al spreken niet alle Belgen ze even goed. Ik durf zelfs te biechten dat mijn Frans niet helemaal top is. Maar de meeste inwoners hier spreken een vrij degelijk Engels. Net zoals vele internationale studenten. Je hoort nu en dan eens klachten dat het niveau in Engels zo slecht is dat buitenlanders de Engelse lessen niet kunnen volgen. Naar mijn ervaring is dat pure onzin. Iedereen kan het leren. Ok, serieus. Wat is nu eigenlijk bekender aan België? De frieten, de wafels of het bier? Het zijn de drie streekgerechten waarover wij zo graag opscheppen. Elk land heeft zo zijn eigen monument dat het land vertegenwoordigt. Een trademark zeg maar. De Fransen hebben een toren in Parijs, de Australiërs hebben een rots, de Duitsers hebben een gevel en de Britten hebben gigantische 62

kermisattractie. En wat hebben wij Belgen? Een urinerende kleuter. Wat een lachertje. Maar even terug naar het eten. Ik heb nu niet echt in het buitenland een frietkot gezien met op het menu ‘op z’n Belgisch’. Dus dat is al niet bekend. De wafels vind je soms wel eens buiten de grens, maar toch niet zo veel. Maar ons bier wordt zelfs tot helemaal in Amerika gedronken in de Belgian beer pubs. Dus ik zou zeggen dat er toch minstens één goede Belgische bijdrage is aan de wereld.

“Vlamingen en Walen zijn even lang in het land. Ik zie ze graag als een tweeling. Plus nog hun klein broertje, namelijk het Duitse gedeelte.” Vlamingen en Walen zijn even lang in het land. Ik zie ze graag als een tweeling. Plus nog hun klein broertje, namelijk het Duitse gedeelte. We zijn dus in mijn ogen familie, maar we gaan maar weinig akkoord over iets. Waar we het wel over eens zijn is dat onze politiek ver uit één van de moeilijkste is van Europa. Misschien zelfs van de hele wereld. N-va, met het kleine kind De Wever. Open VLD, met de Block (enough said). Sp.a, nee, niet Spa. Dat is water. Groen, de boomknuffelaars. Vlaams Belang, haters van alles. CD&V, toch maar vrij stille mensen. En dan heb je nog lokale partijen. Uit die hele selectie partijen mogen, nee moeten wij Belgen kiezen. Veel voor zo’n klein landje he? En als je dat goed wil doen, is het echt stressen. Kijk gewoon al maar eens naar de structuren van al die partijen, hun campagnes en hun verwarrende mission statements. Het is gewoon vies. Ik heb het aan een paar buitenlandse studenten gevraagd en zij vinden ook dat onze politiek


gewoon niet meer te volgen is. Hier betalen we dus belastingen voor en in dit land niet weinig. Er is nog iets eigenaardigs aan de hele ruzie tussen Vlamingen en Walen. Ze willen weinig met elkaar te maken hebben. Maar stel nu eens dat een Waal ineens wereldberoemd wordt. Dan zeggen de Vlamingen dat ze trots zijn dat het een Belg is. Ja, ik heb het inderdaad over Paul Van Haver. Maar we noemen hem liever Stromae, de zingende Waal van Rwandese origine. Geweldige man, een goede zanger, hilarisch en wereldberoemd aan het worden. Hij heeft zelfs zijn eigen mode in de klerenwinkels gepropt. Hij is één van mijn favoriete artiesten. En voor de Vlamingen is hij een echte Belg. Ik wil dus eigenlijk duidelijk maken dat de hele ruzie tussen Vlamingen en Walen pure onzin is. Alors on danse!

Je zou me eens moeten horen doordraven over mijn eigen vaderland. En er zijn nog honderd andere dingen mis mee. Maar kan ik kan echt kritiek blijven geven? Nee, vind ik niet. Alles heeft trouwens positieve en negatieve kanten. Het is nog steeds een land met eindeloze mogelijkheden. Elke mogelijke soort opleiding wordt hier beoefend en gerespecteerd. Velen buitenlanders hebben hier een permanente thuis gevonden en meer kansen kunnen krijgen dan dat ze in hun eigen land zouden gekregen hebben. Wij betalen belastingen zodat ons land blijft draaien en voor sociale zekerheid. Dat systeem is zo complex dat mocht je ooit iets overkomen, je altijd wel op iets van de overheid of sociale zekerheid kunt terugvallen. Desondanks alles zou ik mij in geen enkel ander land veiliger voelen dan hier. Daarom zeg ik toch vaak met trots “ik ben een Belg”..

Stromae is maar één van de vele bekende Belgen die het land keer op keer blijven verbazen. Je moet toegeven dat een beroemdheid zijn toch wel zijn charmes heeft. Veel mensen dromen ervan om echte bekenden te worden, maar realiseren zich dan dat dit onmogelijk is. Het vraagt geld, tijd en veel talent. Maar is het daarom onmogelijk? Mijn mening, nee het is niet onmogelijk. Er zijn namelijk mensen, voornamelijk studenten in hun gouden jaren, die honderden en zelfs tot miljoenen kunnen entertainen. En dit zonder ook maar een cent neer te tellen. Allemaal mogelijk via YouTube, de video-sharing website. YouTubers kunnen door enkel hun talent te tonen op het internet heel beroemd worden. In België is YouTube niet zo bekend en gewaardeerd als he zou moeten zijn. Maar er zijn ambitieuzen en duizendpoten die daar allerlei oplossingen voor gevonden hebben. 63



Jalla