Issuu on Google+

THEATERDANS: VAN BALLET TOT MODERNE DANSBEWEGING

1. Ontstaan van ballet In ruime zin kunnen we de oorsprong van het ballet zien bij de dansen van het antieke theater, het Griekse drama en de komedie. De dichter Sophocles bijvoorbeeld danste in zijn jeugd zelf in het theater. In enge zin is het ballet ontstaan eind 16 de eeuw uit het toneel aan het hof tijdens de renaissance. Ballet is een kunstvorm die vanaf het begin verbonden is met de wereld van de aristocratie. Het beheersen van de danskunst behoorde bij de opvoeding van edellieden tijdens de 16de en 17de eeuw.

2. Lodewijk XIV en de dans

De Franse koning Lodewijk XIV (1638-1715) – zelf een geestdriftig danser- richtte zelf een Académie Royale de Danse (1661) op waar de danskunst tot in de fijnste details werd bestudeerd, opgeschreven en beoefend. In zijn dansboeken wijdt hij bijvoorbeeld reeds 60 bladzijden aan de bespreking van de openingsceremonie tot het dansen. ‘Le Roi Soleil’ dankte immers zijn bijnaam aan de hoofdrol in het ‘Ballet de la Nuit’ die hij in zijdeglanskostuum danste. Bij de hofhouding van Lodewijk XIV stond dansen op dezelfde lijn als paardrijden en wapenkennis. Het paleis van Versailles met zijn pronk en praalzucht was hierbij het ideale kader. Fig. 1:Lodewijk XIV- De Zonnekoning

Ook uit de danskledij moest het aristocratisch tintje stralen: heren met golvende pruiken, gevederde hoed, degen of stok en gewatteerd danspak. Bij de dames was er een hoog kapsel, kostbare sieraden en hoepelrok, waarmee het een hele kunst was door de deuropening te komen of een koets te bestijgen! Vrouwen namen pas vanaf 1681 deel aan het ballet. Voordien werden vrouwelijke rollen door mannen gedanst.


Stilaan probeerden andere Europese hoven elementen uit de Franse hofhouding over te nemen, waarbij soms heel wat naijver ontstond. Voor het ballet betekende het toch een internationale verspreiding als echte danskunst. Nadat Lodewijk XIV ophield met dansen verhuisde het hofballet naar het theater. Beroepsdansers vervingen de hooggeboren amateurs en ontwikkelden een eigen techniek. Pierre Beauchamps, de dansleraar van Lodewijk XIV en Lully’s medewerker aan de Parijse Opera wordt beschouwd als de auteur van de vijf voetposities waarop de balletopleiding berust.

Fig. 2: De 5 voetposities

3. De 18de eeuw Tijdens de 18de eeuw ontwikkelde de ballettechniek zich voortdurend. De eerste beroepsdanseressen verschenen rond 1681, maar ondanks de prestaties van ballerina’s bleven de mannelijke dansers de uitblinkers. Dit is enerzijds toe te schrijven aan de zware kledij van de danseressen, die weinig bewegingsvrijheid toeliet, anderzijds aan de houding die de maatschappij tegenover de vrouwen die aan het theater waren verbonden. Met de verbeterde techniek veranderde ook het ballet zelf. Halverwege de 18de eeuw kwam er een beweging op gang die meer dramatische en emotionele werkelijkheid in het theater bracht. Het gevolg was een verruiming van de expressieve mogelijkheden van het ballet.


4. Romantiek en ballet Zoals alle kunsten beïnvloedde de romantiek ook het ballet. Nu deed de fantasie haar intrede in het ballet en tevens werd de triomf van de ballerina een feit. De periode van het romantisch ballet duurt van 1830 tot 1860. Het romantisch karakter komt voor uit onderwerp en inhoud van het ballet: strijd tussen realiteit en droom uitgewerkt in dramatische liefdesverhalen, sprookjes en legenden. Het is een grote bloeiperiode voor het ballet met vernieuwende choreografen en danssterren als Carlotta Grisi (1819-1899)

Fig. 3: Carlotta Grisi als ‘Giselle’

Componist Adolphe Adam (1803-1856) componeerde het belangrijkste ballet ‘Giselle’ (1841) gecreëerd dor Carlotta Grisi. In Rusland –vooral met het ballet van Sint-Petersburg- bloeide het romantische ballet tot op het eind van de 19de eeuw. 5. Een ballet noteren Dansnotatie is een moeilijke opgave. De kunst van het beschrijven van een ballet of dans in een geschreven code wordt choreologie genoemd. Voordat dit vak in het begin van de 19de eeuw ontstond, werden balletten bewaard door ze steeds te dansen. Sommigen probeerden passen vast te leggen maar alleen de schrijver zelf begreep dat. De balletwereld heeft 2 dansnotaties erkend: Laban en Benesh. Deze notaties zijn toepasselijk op elke vorm van menselijke beweging: mime, gymnastiek, atletiek, volksdans en zelfs fysiotherapie. Fig.

4:Notatie van Rudolf Benesh (1916-1975)


6

Moderne dans Verzamelnaam voor vele- onderling zeer verschillende- vormen van westerse theaterdans, die alleen gemeenschappelijk hebben, dat zij niet uitgaan van de academische danstechniek(ballet). Moderne dans is in de eerste decennia van de 20ste eeuw opgekomen uit verzet tegen de principes van het academische ballet, dat grotendeels was vastgelopen in een star en leeg vertoon van virtuositeit. De eerste danskunstenaars die met nieuwe dansvormen experimenteerden, hadden meestal ook gevoelsexpressie hoog in het vaandel staan. Tot meeste legendarische behoort Isadora Duncan. Bij de pioniers van de moderne dans ging het om een vorm van ‘vrije dans’, gebaseerd op gewone, alledaagse bewegingen: golvende en kronkelende bewegingsthema’s, mede dankzij het gewapper van soepel vallende kostuums en sluiers of sjerpen, domineerden hierbij analoog aan het lijnenspel in de art nouveau. Fig. 5: Isadora Duncan (1878-1927)

In de jaren dertig won het expressionisme terrein met nadruk op het zo bezield mogelijke, en vaak dramatische, uitbeelding van gevoelens en stemmingen, waarvoor ook speciale danstechnieken werden ontworpen. Tot de bekendste behoort het Amerikaans dansexpressionisme van Martha Graham dat de invloedrijkste van de verschillende moderne-danstechnieken die tot nu toe zijn ontworpen. Fig. 6: Martha Grahm (1894-1991)

In de jaren ’60 komt de postmoderne dans op. Hiervan geldt


Merce Cunningham als de geestelijke vader. In postmoderne dans wordt niet zozeer de nadruk gelegd op inhoud en interpretatie maar – vergelijkbaar met moderne, abstracte beeldende kunst- op formele eigenschappen van de dans puur als bewegingsconstructie: alledaagse bewegingen. Vaak gaat me ook analytisch te werk met aspecten van beweging, zoals richting, maat, ritme en tempo. Fig. 7 Merce Cunningham (°1919)

7. Verschillende stromingen na 1950

a. Abstracte dans -het verhaal en de emotionele expressie worden geweerd. -toevalseffecten worden ingebouwd bij de opvoering. -men neemt afstand van de danstechnische virtuositeit -muziek en theatrale elementen worden geïntegreerd. b. Minimal dance -repetitieve reeksen van bewegingen -het lichaam representeert een digitale machinetaal c. New dance -fysische aspect van de dans overweegt -de dansers lopen over van kracht en energie d. Expressionistische dans -de persoonlijke leefwereld van de danser spreekt expliciet -de burgerlijke moraal vormt een uitstekend thema om mee te spotten e. Multimediadans -teksten, filmfragmenten, videoclips en nieuwe technologieën monden uit in danstheater. f. Contactimprovisatie


-een vorm van exploreren met beweging waarbij de deelnemers voortdurend lichamelijk contact hebben met elkaar.

8. Anne Teresa De Keersmaeker Anne Teresa De Keersmaeker, die geboren werd te Mechelen in 1960, mag gerust omschreven worden als één van de belangrijkste choreografes die België ooit heeft voortgebracht. Haar internationale status is, getuige de wereldwijde vraag naar haar producties en het aantal gerenommeerde onderscheidingen dat haar werk opleverde, heel groot. De bijzonder productieve De Keersmaeker (haar repertoire omvat vele tientallen werken) spitst zich al haar hele carrière lang vooral toe op het uitdiepen van de intrinsieke band tussen live muziek en dans. Fig. 8: Anne Teresa De Keersmaeker

Op haar achttiende ging Anne Teresa De Keersmaeker les volgen aan het MUDRA, de Brusselse dansschool van Maurice Béjart. Ze bleef er tot 1980, het jaar waarin ze haar eerste stuk “Asch” voorstelde. In 1981 verhuisde De Keersmaeker naar de Verenigde Staten, waar ze een opleiding volgde aan de New York Tisch School of the Arts en kennis maakte met de Amerikaanse postmoderne dans. Na haar terugkeer naar België creëerde ze “Fase, 4 movements to the music of Steve Reich”. Het stuk veroorzaakte een storm van opwinding en leverde haar onmiddellijk uitnodigingen voor diverse internationale festivals op. In 1983 richtte De Keersmaeker haar eigen gezelschap, Rosas, op. Met die compagnie maakte de danseres en choreografe vele beroemde voorstellingen, als “Rosas danst Rosas”, “Stella” "Elena's Aria", "Ottone, Ottone" en “Achterland”. Ze werkte een hele tijd nauw samen met het Brusselse Kaaitheater, tot ze in 1992 resident werd in de –eveneens Brusselse- Muntschouwburg. Het jaar 1995 luidde een nieuwe fase in haar loopbaan in. In dat jaar richtte ze, in samenwerking met De Munt, P.A.R.T.S. op. De Performing Arts Research and Training Studios verwelkomen sindsdien elk jaar een zestigtal studenten uit zo’n 25 landen, die er gespreid over vier jaar alle belangrijke danstechnieken aangeleerd krijgen. De school gaat er echter prat op ook veel belang te hechten aan de intellectuele omkadering van haar praktijkpakket. Haar bezigheden als docente en directrice verhinderden De Keersmaeker evenwel niet nieuwe creatieve horizonten te blijven opzoeken. In 1997 ziet de voorstelling "Just before" het licht. In 1998 regisseerde ze voor de eerste maal een opera, Bartók’s “Blauwbaard’s Kasteel”, en nam ze met Peter Greenaway de dansvideo “Rosa”


op. Nog in ’98 realiseerde ze als gastchoreografe voor de Portugese Companhio Nacional de Bailado het veelgelauwerde “The Lisbon Piece”. Ook “Rain”, uit 2001, kon op flink wat bijval rekenen. Tot op de dag van vandaag blijven h aar initiatieven om de danswereld nieuw leven in te blazen wereldwijd respect oogsten. Haar stukken waren te zien in theaters en op festivals in vrijwel geheel Europa, de Verenigde Staten, ZuidAmerika, Australië, Nieuw-Zeeland, Japan en Hong Kong, en ze won tientallen dans- en choreografieprijzen, waaronder de befaamde “London Dance and Performance Award”.


Theaterdans 1