Page 1

2

#

nr. 02/ 2019

Vakblad Asset Management

SUSTAINABILITY

Meer dan duurzaamheid alleen! De groenten van HAK Ecologische waterzuivering abdij Koningshoeven Slim Gebouw


2

#

nr. 02 / 2019

Colofon VAM is het vakblad voor Asset Management in Nederland. Concept en realisatie Elma Media B.V. Keizelbos 1, 1721 PJ Broek op Langedijk 0226 33 16 00 www.elma.nl

AR 4 0 JA

Art Director Kim Speleman Martijn van der Wielen Hoofdredactie Ellen den Broeder-Ooijevaar, Verenigings Manager NVDO VAM is een uitgave van de NVDO Nederlandse Vereniging voor Doelmatig Onderhoud Lange Schaft 7G Postbus 138, 3990 DC Houten 030 634 60 40 www.nvdo.nl info@nvdo.nl VAM is een samenwerking met WCM World Class Maintenance en Gebruikersplatform Bodemenergie www.worldclassmaintenance.com www.gebruikersplatformbodemenergie.nl Auteurs Pieter Pulleman (HAK en Pyrolysetechnologie) Evi Husson (Koningshoeven en Fujifilm) Veiligheid Voorop (Doelmatig, Duurzaam én Veilig) Mariëlle Collignon (3D geprint gebouw en rubriek Wet-en Regelgeving) Ellen den Broeder-Ooijevaar Redactie; John van Rooij (Ideo), World Class Maintenance (WCM) Druk Elma Media B.V. Advertentie-exploitatie Elma Media B.V. Silvèr Snoek - Sales Manager 0226 33 16 67 - s.snoek@elma.nl

VOORWOORD <

Wil jij vrijkaartjes voor Duinrell ontvangen, doe dan duurzaam! Het Deense Biotech-bedrijf Chr. Hansen is op het World Economic Forum in Zwitserland uitgeroepen tot duurzaamste bedrijf ter wereld. Dat werd gedaan tijdens het World Economic Forum met de jaarlijkse Global 100. Dat is een indrukwekkende lijst van de honderd duurzaamste bedrijven op aarde. Elk jaar vergelijkt Corporate Knights meer dan 7500 bedrijven op basis van een aantal KPI’s op het gebied van duurzaamheid. In een persbericht daarover las ik dat de CEO van het duurzaamste bedrijf heel erg trots is op deze eer. Hij zegt dat zijn bedrijf zich inzet voor bredere adoptie van natuurlijke oplossingen, in hun geval gaat het over de kracht van goede bacteriën. Daar zit namelijk een duurzaam verband tussen voedselverspilling en overmatig gebruik van antibiotica.

‘Samen gaan we voor Duurzaamheid’ Natuurlijk, iedereen is heel erg trots als zijn bedrijf sustainable is. Maar nergens kom ik tegen dat de onderhoudssector daar aan bijdraagt. En wij zijn toch zeker ook trots op onze inspanningen om onze bedrijven zo duurzaam mogelijk te maken? Hoe? Daar daagt de NVDO je graag voor uit. Maak van je onderhoudswerk een selfie waaruit blijkt dat je bijdraagt aan het duurzaamheidsbeleid van je bedrijf. Terwijl je aan het werk bent, realiseer je een energiebesparing, je maakt niet onnodig gebruik van perslucht, of je werkt als professional mee aan een groot project waaruit blijkt dat dit bijdraagt aan de duurzaamheidsdoelstellingen. En dan stuur je die selfie op naar info@nvdo.nl Wij willen heel graag aan iedereen laten zien dat Onderhoud enorm bijdraagt aan duurzaamheidsdoelstellingen. Misschien krijgen we met elkaar ook op deze manier meer aandacht van het belang van onze werkzaamheden. Iedereen die een selfie instuurt doet dat met een foto waar je dus zelf op staat en waarop te zien is welk werk je aan het doen bent dat bijdraagt aan duurzaamheid. Als dank ontvang je 2 vrijkaartjes voor Attractiepark Duinrell in Wassenaar en geef je automatisch toestemming tot het plaatsen van je foto in Vakblad Asset Management. Zet ‘m op. Samen zijn we sustainable! Nota Bene; Insturen kan tot 1 mei 2019. En het aantal beschikbare vrijkaartjes is gelimiteerd op 40 Ellen den Broeder-Ooijevaar, Verenigings Manager NVDO

3


VAN DE VOORZITTER <

Duurzaamheid; een kwestie van Visie en Geduld Klimaatverandering, energietransitie, circulariteit; dit alles kan worden bereikt door verduurzaming van onze maakprocessen, onze consumptie en verwerking van ons afval. Ik ben er van overtuigd dat verduurzaming ons ontzettend veel kansen biedt en dat het uiteindelijk onze samenleving gezonder en ons leven aangenamer maakt. Verduurzaming gaat verder dan het gebruik van alternatieve energiebronnen en nieuwe technologieĂŤn. Het begint met het veranderen van gedrag en mentaliteit. Niet alleen als het gaat om afvalscheiding in het huishouden en zonnepanelen op het dak, maar ook waar het gaat om lange termijn denken bij investeringsbeslissingen. Een duurzaam bedrijf levert geld op, maar meestal niet binnen een planningshorizon van 3-5 jaar. In dit opzicht begint duurzaamheid bij de eigenaar/aandeelhouder; of het nu je eigen huis is of een multinational. Ook is het jammer dat duurzaamheid in verband wordt gebracht met klimaatverandering. Hoewel ik zeker geloof dat klimaatverandering mede door het ingrijpen van de mens is veroorzaakt, wordt verduurzaming hierdoor in een negatieve sfeer getrokken. Klimaatverandering of niet: duurzaamheid loont! Klimaatcritici aan de ene kant, klimaatdrammers aan de andere kant. Polarisatie helpt het streven naar een duurzame economie niet echt vooruit. Balans en transparantie in maatregelen zijn waar wij als burger behoefte aan hebben. Over de duurzaamheid van de tot nu toe aanbevolen maatregelen valt soms te twijfelen. Waar zonnepanelen, geothermie en groene waterstof dat zeker zijn, is de duurzaamheid van batterijen, CO2 opslag en (lucht-water) warmtepompen twijfelachtig en hooguit een tussenstap naar echte duurzame oplossingen. Vreemd dat in de klimaat- en verduurzamingsdiscussie de focus steeds op de technologische oplossingen gelegd wordt. De eerste stap naar duurzaamheid is het aanpassen van ons gedrag. We laten

4 april 2019

nog steeds erg makkelijk onze lichten aan, onze computer en media apparatuur op stand by staan en de motoren van vrachtwagens laten we draaien voor een gesloten hek. Om maar te zwijgen over het feit dat meer dan 30% van al het geproduceerde voedsel gewoon wordt weggegooid. Gelukkig gaan steeds meer individuen en ondernemingen inzien dat duurzaamheid loont. Duurzame producten en processen zijn inherent verbonden aan Industry 4.0 en dat is goed nieuws voor de onderhoudssector. Langer gebruik maken van bestaande productiemiddelen, apparatuur zodanig ontwerpen dat deze onderhouden en gerepareerd kunnen worden, gebruikmaken van sensortechniek en Big Data om emissies, lekkages en storingen ruim van te voren te detecteren.

â&#x20AC;&#x2DC;Er is niets duurzamer dan Doelmatig Onderhoudâ&#x20AC;&#x2122; Dit zijn allemaal onderwerpen waar de NVDO als vereniging een enorme bijdrage aan levert. Binnen de NVDO gaan er zo nu en dan geluiden op om de D van Doelmatig te vervangen voor de D van Duurzaam. Tot nu toe hebben wij de handen hiervoor niet op elkaar gekregen en wat mij betreft blijft het bij de D van Doelmatig, want er is niets duurzamer dan Doelmatig Onderhoud!


Inhoud

03 Voorwoord

04 Van de voorzitter

08 U moet de groenten van HAK hebben, in pot, blik óf stazak > Rode kool, bruine bonen of misschien een pot appelmoes; grote kans dat er een glazen pot met één van deze of van de andere producten van HAK bij u in de kast staat.

14 Duurzaamheid binnen Onderhoud met AR

20 Kijk op Sustainability

22 3D-betongeprint gebouw; uniek in Europa > Tussen Deventer en Apeldoorn in het plaatsje Teuge, wordt in opdracht van Marjo en Arvid Prigge het eerste commercieel 3Dbetongeprinte gebouw van Europa gerealiseerd.

28 Elektrificeren koelmotor maakt dieselgeneratoren overbodig

34 Geen druppel water zal het terrein verlaten, anders dan in de vorm van bier 37 Celeste Martens wint titel Maintenance Manager van het Jaar

44 Voortgang na eigen onderzoek 46 Doelmatig, Duurzaam én Veilig 48 Handig die normen als het gaat om Sustainability

52 Cursuskalender 54 Casus

01 02 03 04 05 06 07 08 09 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56

06 Sturen op energiegebruik > Chantal Spruit, afgestudeerd aan de Haagse Hogeschool, is verkozen tot winnaar van de FMN Student Award 2018.

Europees Maintenance Manager Aandacht voor Duurzaamheid

Innovatie zit in ons DNA

11

12

16

Gast Column - All the World’s a stage

Kort

21

25

Van bedreiging naar kans; Corrosie onder Isolatie (COI) 26

Kort

31

Pyrolysetechnologie maakt van afval waardevolle eindproducten > Waste4ME is een Nederlands bedrijf dat technische oplossingen ontwikkelt om uit afval energie of nieuwe grondstoffen te maken. 38

Kort

43

50 Zandhazenbrug wint de nationale staalprijs > De Zandhazenbrug over de A1 bij Muiderberg is de winnaar van de staalprijs 2018 geworden in de categorie infrastructuur. 5


Wie

Chantal Spruit

Sturen op energiegebruik Wat

Haagse Hogeschool

Chantal Spruit, afgestudeerd aan de Haagse Hogeschool, is verkozen tot winnaar van de FMN Student Award 2018. Deze award wordt toegekend aan de bachelor- of masterscriptie met de meeste impact op of relevantie voor het facilitaire vakgebied. Met haar rapport ‘Facility manager, hier krijg je energie van!’ helpt Spruit facility managers beter te sturen op het energiegebruik van gebouwen door het hanteren van een gebruikerslabel.

De gebouwde omgeving is verantwoordelijk voor meer dan 30% van de CO2-uitstoot in Nederland. Spruit; "Waar FM’ers vaak verantwoordelijk zijn voor huisvesting, hebben zij ook een cruciale rol in het tegengaan van klimaatverandering. Het gebruikerslabel moet FM’ers helpen te begrijpen waar het energiegebruik vandaan komt om hierop te kunnen sturen”. Hetzelfde geldt voor de onderhoudsverantwoordelijke.

> Facility Management. Tijdens een studie aan de middelbare Hotelschool kwam Spruit tot de ontdekking dat ze de kennis over de ‘backoffice’ mistte. “De opleiding was vooral gericht op gastvrijheid en het verlenen van service en minder op wat er allemaal achter de schermen nodig is”. Een vervolgopleiding in Facility Management was een logische stap. “Voor mij was dit precies de goede balans tussen front- en backoffice en ook divers; je leert over schoonmaak, beveiliging en catering maar ook over logistiek, inkoop, eventmanagement en gebouwonderhoud”. En dat gebouwonderhoud kan beter aldus Spruit; “Ik vind dat het technische aspect van facility managers weinig aan het licht komt, terwijl dit een essentieel onderdeel is bij het managen van een gebouw. Ik denk dat facility managers basiskennis missen op het gebied van gebouw- en installatie-onderhoud, terwijl zij steeds vaker degene zijn die hier verantwoordelijkheid voor dragen”.

> Afstudeeronderzoek. Zonder een echte opdrachtgever, maar ten gunste van het lectoraat Energy & Transition voerde Spruit haar

6 april 2019

onderzoek uit. “Dit betekende dat ik veel vrijheid had. Daarnaast heb ik mijn netwerk enorm uitgebreid, tijdens én na het schrijven, mede door het grote succes van het rapport. Dat was een hele fijne beloning voor al het harde werk!” De resultaten laten kansen zien; “Duurzame maatregelen kunnen het best genomen worden op het moment dat er al een investering gedaan moet worden. Op deze manier wordt de terugverdientijd op duurzame maatregelen korter en voldoe je eenvoudiger aan de steeds strenger wordende duurzaamheidseisen. Ook langetermijnvisie is belangrijk. Denk hierbij aan het inplannen van investeringen voor duurzaamheid in een MJOP”, aldus Spruit. “Het is tevens ook goed om te beseffen dat er een verschil is tussen gebouwgebonden- en gebruiksgebonden energiegebruik. Zodra je het verbruik van beide weet, kun je gerichter sturen en de juiste investeringen maken om de investerings- en energie kosten te verminderen”.

> Toekomst. “Het valt mij op dat uit alle interviews en literatuur blijkt dat mensen nog steeds de toegevoegde waarde van duurzaamheid niet inzien en lijken te denken dat geld verdienen en duurzaamheid niet hand in hand kunnen gaan”, stelt Spruit. Zij wil in elk geval actief een bijdrage leveren aan een duurzamere (FM) wereld en is op dit moment bezig met haar master in duurzaamheid. “Ik wil facility managers meer bewust maken van hun rol in de transitie naar een duurzame maatschappij. Ik geloof dat zij een groot verschil kunnen maken. Mijn werk zit er pas op als duurzaamheid de basis wordt voor Facility Managers voor het maken van beslissingen”.. <


ONTMOET Chantal Spruit <

‘Het technische aspect is essentieel’ Chantal Spruit, Haagse Hogeschool Foto: Chantal Spruit 7


INTERVIEW <

Foto: Hak

U moet de groenten van HAK hebben, in pot, blik óf stazak Rode kool, bruine bonen of misschien een pot appelmoes; grote kans dat er een glazen pot met één van deze of van de andere producten van HAK bij u in de kast staat. Ongeveer honderd miljoen van die glazen potten vult het bedrijf jaarlijks af. Plus nog eens drie miljoen blikken vlaaifruit. Sinds enkele jaren verkoopt HAK ook producten in stazakken. Voorheen werden die extern afgevuld, sinds eind vorig jaar gebeurt dat in een gloednieuwe, eigen fabriek.

“We zitten in een transitiefase”, zegt directeur Operations Koos van Leeuwen. “Duurzaamheid is nog belangrijker geworden voor HAK, evenals gezondheid. In 2021 willen we niet meer bekend staan als conservenfabriek, maar als een healthy food company”. Om dit te realiseren komt er meer nadruk te liggen op groenten en een breed assortiment peulvruchten. Daarnaast is het bedrijf bezig om het gebruik van suiker, zout en E-nummers in alle producten daar waar het nog nodig is af te bouwen.

8 april 2019

> Jongere doelgroep. Met de focus op gezondere producten én op convenience verwacht HAK een jongere doelgroep aan te spreken. Bovendien wil het met een uitgebreid assortiment peulvruchten inspelen op de toenemende behoefte aan alternatieve eiwitbronnen voor vlees. “En hier komt de stazak in beeld”, zegt Van Leeuwen. “De nieuwe producten moeten namelijk op een andere manier bewerkt en verpakt worden. De garing en sterilisatie vindt plaats als het product al in de zak zit. De bonen bevatten


nauwelijks vocht en zijn warm en koud te gebruiken. Het is een hele andere en ook heel precaire manier van werken voor ons”.

> Soepfabriek. Het gaat om stazakken van 100 ml (voor een persoon) tot 2 kilo (voor grootverbruik). HAK startte eind 2015 al met de verkoop van producten in stazakken. Het afvullen gebeurde extern bij een soepfabriek die al langer met stazakken werkte en overcapaciteit had. “Samen met de soepfabriek hebben we het hele proces van product in de zak doen, vocht eruit, verhitten, steriliseren en sluiten ontwikkeld”. Sinds 2015 verkocht HAK al meer dan twaalf miljoen zakken. Toen het volume van meer dan drie miljoen zakken per jaar was bereikt, besloot HAK om een eigen fabriek te ontwikkelen en te bouwen. Een proces van zo’n anderhalf jaar, zegt Van Leeuwen.

> Totaal anders. “Het is een totaal ander proces dan we gewend zijn. Glas is onze standaard en is al zo lean en mean als mogelijk. World Class Manufacturing, OEE, 5S; alles is er al op losgelaten. Nu, met de nieuwe lijn hebben we veel nieuwe technologie in huis gehaald en bovendien een volautomatische lijn aangeschaft. En dat laatste is ook onze voorsprong; in de gemiddelde stazakkenfabriek is dat namelijk niet het geval”. Het afstemmen van de benodigde technologie en het automatiseren gebeurde in nauw overleg met de leveranciers, vertelt Van Leeuwen. “Wat kan er technisch, wat kost het en wat is de terugverdientijd?” > Volledig geautomatiseerd. In de nieuwe fabriek staat ook een nieuwe sauslijn voor het mengen van ingrediënten in vloeibare vorm en het toevoegen van vaste bestanddelen. Belangrijk onderdeel van de stazakkenvulmachine zijn de twee multi-headwegers die de gewenste hoeveelheid afvullen. Het systeem kan drie verschillende soorten peulvruchten aanvoeren en heeft acht poorten die achtereenvolgens de zak oppakken, openen, afvullen met vaste componenten, de saus toevoegen, een eerste en een tweede sluiting aanbrengen, de zakken terug koelen en voorzien van een codering. Die passeren vervolgens de in-lijnweger en het detectieapparaat dat ongerechtigheden moet opsporen. Daarna is de robot

‘Van conservenfabriek naar een healthy food company’ aan de beurt die de zakken oppakt, stapelt en transporteert naar de autoclaaf voor de sterilisatie of pasteurisatie. Via een transportband gaat het dan naar een inpaklijn waar de zakken in een doos gaan en op een pallet. Het hele proces is volledig geautomatiseerd. Het oppakken van de zakken en ze netjes in de dozen zetten, was een hele puzzel, vertelt Van Leeuwen. “Soep is vloeibaar en dat zakt snel naar onderen waardoor de zak blijft staan. Met peulvruchten gaat dat niet zo snel”.

> Honderden machines. De nieuwe lijn vraagt om een andere onderhoudsaanpak. “Wij zijn een campagnebedrijf. We draaien nu appelmoes en als dat klaar is, hebben we voor een jaar voorraad. De TD heeft vervolgens acht maanden tijd om revisies uit te voeren aan die voorbewerkingslijnen, die weer bestaan uit honderden machines; voor elke groente is er een aparte lijn. Dit noemen we eigenlijk het dagelijks onderhoud. Daarnaast zijn er de reguliere inspecties en de ad hoc reparaties”. De productie werkt in een drieploegendienst. De productieleider is verantwoordelijk voor het hele proces en heeft drie lijntechnici in zijn team: een mechanicus, een elektrotechnicus en één die beide kan. De TD werkt in dagdienst en werkt projectmatig. Er zijn engineers, technisch managers, operationele revisie monteurs en er is een werkvoorbereider en iemand voor utilities. Veel van het feitelijke werk aan installaties wordt uitbesteed. Het reviseren van de vullijn moet heel snel; in drie weken in april als er weinig aanvoer is. Voor het langeretermijn-onderhoud is er een project engineer die het Asset Management doet samen met de installatiebeheerders. Dat zijn de projectleiders, die allemaal verantwoordelijk zijn voor een deel van de totale installatie.

Foto: Hak

> Onderhoudsboek. Omdat alles aan de stazakkenlijn nieuw is, is er samen met de verschillende leveranciers een onderhoudsboek opgesteld. Hiervoor werd het antwoord gezocht op vragen als: wat is jullie advies ten aanzien van het onderhoud, wat zijn de essentiële dingen, hoe kunnen we zien dat we het onderhoud goed doen? “Voor de nieuwe lijn begonnen we vanaf nul. We zijn begonnen om van elke machine vast te leggen wanneer is hij gebouwd >

9


> Foto: Hak

verbeterd, of zelfs opgezegd. Van Leeuwen: “Het gebouwgebonden onderhoud was volledig uitbesteed met de garantie dat het beter en goedkoper zou zijn. Dat bleek niet het geval, dus hebben we het opgezegd. Een eventueel nieuw contract zal minder vrijblijvend zijn en meer KPI’s bevatten”.

> Duurzaamheid. Van Leeuwen noemde eerder al het belang om duurzaam te opereren. Niet alleen als het gaat om de grondstoffen, ook in productie en onderhoud is het belangrijk, zegt hij. “Duurzaamheid is een essentieel onderdeel van de strategie van HAK. We zijn in gesprek om te participeren in een windturbine. In de operatie is duurzaamheid onderdeel van elke investering, net als arbo. Hoe duurzaam zijn de elektromotoren, bijvoorbeeld? We hebben overal LED-verlichting met sensoren en alle heftrucks zijn van gas op elektriciteit gezet”.

> Planet proof. “Binnen nu en afzienbare tijd moeten al onze grondstoffen ‘On the Way to Planet Proof’ gecertificeerd zijn. En al onze verpakkingen moeten recyclebaar zijn, vandaar dat de stazak naar recyclebaar kunststof gaat. Dat betekent dat de houdbaarheid van het product vermindert en dat heeft weer effect op productie, planning, voorraad et cetera. Het geeft veel nieuwe logistieke uitdagingen. Glas is wat dat betreft heel efficiënt en effectief met lange runs en weinig omstellen. De meerwaarde van de stazak is de flexibiliteit. Er zijn veel verschillende uitvoeringen mogelijk”.

en door wie, welke spareparts hebben we nodig voor de operatie, welk onderhoud kunnen we zelf en wat moeten we uitbesteden? En hoe lang duurt het dan voordat we zelf voldoende kennis hebben? Aan de hand van de instructieboeken hebben we de onderhoudsvoorschriften vertaald en uitgebreid. Dat is vervolgens omgezet naar een dagelijks onderhoudsplan voor de procesoperators, een onderhoudsplan voor de TD en een langetermijn-onderhoudsplan”.

> Meer condition based. Net als met het assortiment, zit de technische organisatie ook in een transitie: van voornamelijk preventief onderhoud naar een meer condition based aanpak. “Dus niet meer standaard na de campagne, maar wanneer het nodig is. Voor de mechanische apparatuur blijft de visuele/manuele inspectie leidend, voor elektrische apparatuur gaat HAK meer inspecteren, meten en monitoren met behulp van sensoren. Veertig grote elektromotoren worden als eerste voorzien van sensoren die het stroomverbruik gaan registreren. Dat geeft inzicht in het energieverbruik en dat is weer handig in het kader van het energie efficiencyplan van de overheid en onze eigen eisen en wensen op dat gebied. Om meer inzicht te krijgen wat we nog meer met die data kunnen, werken we samen met Sensorfact”. > Meer aandacht voor KPI’s. Eind vorig jaar is een nieuwe technisch manager gestart met ruime ervaring in een moderne productieomgeving. Onder zijn leiding is er meer aandacht voor technische KPI’s, zoals stilstand, energieverbruik, onderhoudskosten per eenheid. Ook ontwikkelt HAK een dashboard waarin onderhoudskosten worden gerelateerd aan verkeerd gebruik of onderhoud. Ook de onderhoudscontracten worden geanalyseerd en waar nodig 10 april 2019

“De oplevering van de stazakkenfabriek is een belangrijk moment in onze overgang naar een healthy food company die mensen helpt om gemakkelijker en lekkerder, altijd en overal, meer groente en peulvruchten te eten. Hierin willen we groeien maar op deze locatie bijbouwen kan niet. We zullen dat dus binnen de bestaande faciliteiten en wellicht ook weer met nieuwe machines moeten oplossen. Of we dan beschikbaarheid of prestatie kopen in plaats van een nieuwe machine, is iets waarmee de nieuwe technisch manager aan de slag mag”. <

‘Wat kan er technisch, wat kost het en wat is de terugverdientijd’


Europees

EUROMAINTENANCE <

Maintenance Manager

Marc De Kerf werkte aan de ontwikkeling van innovatieve maintenanceconcepten en implementeerde ze bij verschillende BASF plants in Antwerpen. Hij kreeg promotie naar een wereldwijde functie om nieuwe concepten en best practices in Asset Management, Onderhoud in het bijzonder, over alle petrochemische BASF plants wereldwijd uit te rollen. Hij toonde zich de afgelopen jaren al een gepassioneerde maintenance-ambassadeur, houdt presentaties en begeleidt studenten bij projecten op het vakgebied. De European Maintenance Manager Award is een erkenning voor een buitengewone prestatie op het gebied van onderhoud. Deze prestigieuze prijs wordt toegekend door de European Federation of Nationale Maintenance Societies (EFNMS) en haar partner Salvetti Foundation. De prijs erkent uitstekende prestaties op het gebied van onderhoud, nieuwe concepten, technologieën en best practices.

> De titel benutten. Op weg naar EuroMaintenance 2021 in Nederland, doet De Kerf een open oproep om vooral deel te nemen aan deze behoorlijk intensieve verkiezing. “Het levert mij naamsbekendheid in de maintenancewereld, niet alleen voor mezelf, maar ook voor BASF. En het vergemakkelijkt mijn ingang naar collega bedrijven”. De Kerf was al actief tijdens congressen, soms als keynote speaker. “Na het behalen van de titel, word ik veel vaker gevraagd voor het geven van interviews, niet alleen in België. Laatst gaf ik nog een uitgebreid interview over de veiligheid van onderhoud in de chemie. Iedereen die straks tijdens de verkiezing European Maintenance Manager of the Year mee wil doen, moet daar wel goed rekening mee houden. Iedereen weet je te vinden hoor, dus als je de titel wint, moet je wel regelmatig je agenda vrij kunnen maken”. > Passie. De Kerf heeft altijd flink in zijn eigen ontwikkeling geïnvesteerd. Hij begon zijn loopbaan met een praktijkgerichte opleiding elektromechanica en studeerde vervolgens af als Master of Science industrieel ingenieur) in Antwerpen. Daarna behaalde hij een bijkomende Master in Electro Mechanical Engineering aan de KU Leuven.“De combinatie hiervan heeft mij het meeste gebracht. Ik heb de dienst rotating equipment opgericht bij BASF in Antwerpen. Mijn praktijkervaring in metaalbewerking heeft mij daarbij enorm geholpen. Deze dienst levert inmiddels services wereldwijd. Predictive

Marc de Kerf Foto: Privé Collectie

maintenance op grote machines op afstand is zo’n service. We kunnen in Brazilië zien welke failures er opgetreden zijn. Van outsourcing naar insourcing zal ik maar zeggen. In korte tijd gingen we van 3 naar 10 mensen, met een wereldwijde activiteit”.

> Volgende titelhouder. Meedoen aan deze internationale wedstrijd is geen sinecure. Er wordt een zeer uitgebreid papieren dossier gevraagd. De Kerf zou liever zien dat er meer wordt ingezoomd op de eigen bijdrage in trajecten, persoonlijke stappen. “De tijd is voorbij dat de Maintenance Manager in zijn eentje verschillen maakt”. De prijs heeft De Kerf goed besteed en deels benut aan zijn hobby. “In mijn vrije tijd restaureer ik graag oude motoren. Met deze passie kan ik mijn drukke werkende bestaan heel goed combineren met mijn privéleven. Een goede balans vindt hij belangrijk en is na het winnen van de prestigieuze titel met beide benen op de grond blijven staan. “Ik kijk uit naar de volgende editie in Nederland en wens potentiële kandidaten heel veel succes in de weg daar naartoe”. <

‘De tijd is voorbij dat de Maintenance Manager in zijn eentje verschillen maakt’ 11


VISIE <

Aandacht

voor duurzaamheid

Foto: NVDO

12 april 2019


Wet Milieubeheer

Duurzaamheid neemt steeds meer in belang toe en is dit jaar gestegen van plaats acht naar plaats zes in de Top Tien Trends NVDO Onderhoudskompas. Met het oog op het Klimaatakkoord en het doel om in 2030 bijna de helft minder broeikasgassen uit te stoten, voert de overheid steeds meer regelgeving in op het gebied van milieu en duurzaamheid. Met onder andere de wet milieubeheer probeert de overheid asset owners en bedrijven te stimuleren om energiebesparende maatregelen te nemen. Voor asset owners is het belangrijk dat er maatregelen getroffen worden vanwege de nieuwe regelgeving die kantoorpanden vanaf100m2 verplicht om minimaal energielabel C te hebben vanaf 2023. De RVO raadt daarom aan om maatwerkadvies aan te vragen bij een erkend energieadviseur.

> Ook het Rijk draagt steentje bij. Ook de overheid wil niet achterblijven met het verduurzamen van het Rijks vastgoed. Zo wil het Rijk zelf naar label B gaan in 2023. In 2030 moet het energieverbruik gehalveerd zijn ten opzichte van 2008 en voor 2050 is de ambitie om de Nederlandse gebouwde omgeving volledig circulair te maken. Al deze doelstellingen zullen veel veranderingen vereisen in de gebouwde omgeving. Ook onderhoud speelt een rol bij deze veranderingen. Zo kan er bijvoorbeeld meer gekeken worden naar het meenemen van duurzaamheidseffecten in de aanbesteding van onderhoudsprojecten. > Wie betaalt dat. In 2017 is er al voor bijna 3,4 miljard euro geïnvesteerd in groene technieken, 700 miljoen euro meer dan in 2016. Dit komt mede door stimulatie vanuit de overheid. Bij het maken van investeringen in duurzaamheid, kunnen asset owners namelijk gebruik maken van regelingen van de overheid. Via Green Deals maakt de overheid afspraken met bedrijven om de regeldruk te verminderen. Verder helpt de overheid met het financieren van innovaties met subsidies en fiscale voordelen. Een voorbeeld hiervan is de Energie-investeringsaftrek (EIA). Bedrijven kunnen hiermee 55% van de investeringskosten aftrekken van de fiscale winst, gemiddeld levert EIA bedrijven 13,5% voordeel op. > Nog meer stimulans. Andere hulpmiddelen voor duurzame investeringen zijn de fiscale regelingen Milieu-investeringsaftrek en Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (MIA en Vamil). Ook zien we een stijging in het aantal energieprestatiecontracten (EPC’s). In een zodanig contract wordt al het onderhoud voor een langere periode aanbesteed aan een service provider. Het te besparen energieverbruik wordt vooraf vaak vastgelegd met KPI’s. De belangrijkste voordelen van EPC’s zijn kostenbesparingen op energie en onderhoud, een garantie op de installatieprestaties en een CO2-reductie.

Het Activiteitenbesluit milieubeheer verplicht bedrijven en instellingen (inrichtingen) om energie te besparen. In 2019 verandert deze regelgeving. Naast de bestaande energiebesparingsplicht is er een informatieplicht voor bedrijven en instellingen die vanaf 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m3 aardgas(equivalent) per jaar verbruiken. Met de informatieplicht willen de overheid en het bedrijfsleven energiebesparing versnellen. Zo krijgt de transitie naar een CO2-vrij Nederland een impuls. Wat betekent de informatieplicht? Valt uw bedrijf of instelling onder de informatieplicht? Dan moet u uiterlijk 1 juli 2019 aan het bevoegd gezag rapporteren welke energiebesparende maatregelen u heeft genomen. Als uitgangspunt gebruikt u de Erkende Maatregelenlijst energiebesparing (EML) voor uw bedrijfstak. Deze bevat energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van vijf jaar of minder. Na de eerste rapportage in 2019 moet u om de vier jaar uw bevoegd gezag informeren over de genomen maatregelen in uw inrichting. Voor de rapportage van de informatieplicht is het eLoket van RVO.nl beschikbaar.

Een ander belangrijk aspect van het Klimaatakkoord is de Energietransitie. De overheid wil de afhankelijkheid van vervuilende energiebronnen verminderen en meer gebruik maken van groene alternatieven. Op dit moment wordt ongeveer 7% van de totale Nederlandse energievoorziening duurzaam opgewekt. In 2023 zou dat 16% moeten zijn. De overheid probeert dit onder andere te stimuleren door de belastingen op aardgas te verhogen en de belastingen op elektriciteit te verlagen. Op deze manier is het aantrekkelijker voor bedrijven om over te stappen op elektriciteit.  <

‘Ook onderhoud speelt een rol bij verduurzaming!’ 13


IMPROVE <

Duurzaamheid

binnen onderhoud met AR

Wanneer er wordt gesproken over duurzaamheid, dan gaat het vaak over materiaalgebruik in relatie tot het milieu. Maar een ontwikkeling is ook duurzaam als er rekening wordt gehouden met economische, menselijke en sociale aspecten. Want niet alleen natuurlijke bronnen zijn schaars, maar binnen Service en Onderhoud ontstaat er ook schaarste aan hoog opgeleid en gekwalificeerd personeel. Gelukkig zijn er nieuwe technieken en ontwikkelingen, zoals Augmented Reality (AR), die oplossingen brengen.

De beroepsbevolking veroudert en het tekort aan geschikt (technisch)personeel dreigt alsmaar groter te worden. Voor bedrijven wordt het belangrijker, maar dus ook steeds moeilijker om jong, nieuw personeel aan te trekken en oudere medewerkers te behouden. Op het eerste gezicht lijken deze doelen misschien lijnrecht tegenover elkaar te staan. Jonge medewerkers hebben toch andere behoeften dan oudere werknemers? Dit is niet per definitie waar en er hoeven daarom ook niet altijd verschillende maatregelen getroffen te worden. In de service- en onderhoudssector lijkt Augmented Reality (AR) een duurzame brug te kunnen slaan tussen deze generaties.

> Duurzame inzet personeel dankzij AR. AR is een techniek waarmee je door het scherm van bijvoorbeeld je smartphone, tablet of een ‘slimme bril’ de gewone wereld om je heen ziet, maar daar wordt een virtuele laag overheen gelegd. Zo wordt nieuwe informatie toegevoegd aan de werkelijkheid. Dankzij de inzet van deze technologie, kan een medewerker in het veld nu een collega op kantoor om hulp vragen, simpelweg door het starten van een live video. Een mooi voorbeeld hiervan, dat ook al in gebruik is, is Fieldbit Hero. Fieldbit Hero is een interactief samenwerkingsplatform voor fieldservices, waarmee tweeweguitwisseling van live video, real-time Augmented Reality annotaties, berichten en stem tussen experts en

14 april 2019

‘Bijdrage aan duurzaamheid binnen service en onderhoud’ technici in het veld mogelijk is. Wat dan nog mist zijn de bijbehorende opdrachtgegevens. SAP Mobility Partner Ideo heeft daarom een koppeling ontwikkeld tussen de mobiele werkopdracht en Fieldbit. Deze koppeling zorgt ervoor dat technici niet meer handmatig tickets aan hoeven te maken in Fieldbit.


Real-time instructies door gebruik van AR Foto: Fieldbit/Ideo

“Op basis van de specifieke asset en de werkopdracht wordt nu automatisch een ticket aangemaakt,” aldus Bart Elshout, SAP Mobility Consultant bij Ideo. “Een sessie met de expert kan snel gestart worden, worden voorzien van tips, advies en visuele aanwijzingen. En dit alles wordt real-time op het scherm van de collega in het veld getoond”.

“AR stelt een bedrijf weer beter in staat om duurzame klantrelaties op te bouwen en te onderhouden”, vervolgt Elshout .“Het heeft ook effectiever onderhoud van assets als gevolg en daardoor een positief effect op de levensduur van de asset. Indirect dus ook een bijdrage aan duurzaamheid binnen service en onderhoud”.

> Voordelen in de praktijk. De rol van ‘expert op afstand’ lijkt bij uitstek weggelegd voor ervaren werknemers. Een grote netbeheerder start binnenkort een Proof of Concept om te ontdekken of zij de inwerkperiode van nieuw personeel kunnen verkorten. Met Fielbit Hero kunnen zij hulp vragen van de ervaren collega op kantoor. Zij worden zo niet alleen snel geholpen, maar er vindt gelijk een stuk kennisdeling en kennisoverdracht (training on-the-job) plaats. Kennis wordt geborgd voor de toekomst, en dus duurzaam ingezet. En door de verbeterde first-time-fix wordt ook de klanttevredenheid verhoogd. Wat een positief effect heeft op klantrelaties.

Maar er zijn meer voordelen. Bedrijven die deze nieuwe technieken inzetten worden door zowel jongere, als oudere medewerkers gezien als innovatieve werkgever. In het dagelijkse werk gebruik maken van de nieuwste technologie zal als positief worden ervaren. En de (fysieke) werklast voor de oudere generatie werknemers wordt verlicht, omdat zij minder in het veld aanwezig hoeven zijn. Dit levert weer besparingen op in reistijd, reiskosten en afschrijving op voertuigen. Ook de work-life balans van de werknemers verbeterd, omdat zij niet dagelijks meer in de spits hoeven te reizen.  <

15


w

Innovatie zit in ons DNA

INTERVIEW <

Michiel de Hair Foto: Fujifilm

‘Fujifilm is gaan diversifiëren. Dat is onze kracht geweest’ Fujifilm werd opgericht in 1934 voor de productie van de fotografische film. Het einde van het filmrolletje betekende geenszins het einde van Fujifilm. Het van origine Japanse bedrijf heeft door de jaren heen meerdere nieuwe technologieën gelanceerd. Technologieën die tegenwoordig te vinden zijn in diverse sectoren: van gezondheidszorg tot infra. Denk bijvoorbeeld aan röntgentechnologie. 16 april 2019


Oorspronkelijk bedoeld voor de zorg, maar tegenwoordig ook te vinden als techniek voor onderhoud aan bruggen en lasverbindingen. “Innovatie zit in het DNA van het bedrijf ”, stelt Michiel de Hair, open Innovation Hub Manager in de Tilburgse vestiging van Fujifilm. Hij legt uit hoe innovatie kan leiden tot succes en welke technologieën van Fujifilm een bijdrage kunnen leveren aan beter Asset Management. De vestiging in Tilburg heeft een R&D-centrum en een productielocatie waar offsetplaten, fotopapier en nieuwe producten worden geproduceerd. “Rond het jaar 2000 zaten we op de top van de productie van fotorolletjes. Zes jaar later werd in Tilburg het laatste fotorolletje geproduceerd”, zegt De Hair. De hele foorolletjes-business is razendsnel in elkaar gezakt. Echter, Fujifilm bleef sterk overeind. “Dit komt door de visie van het Japanse moederbedrijf’, stelt de Hair. “Engineers in Japan onderzochten al in de jaren negentig hoe onze technologie op een andere manier kan worden ingezet. Dit heeft geleid tot een aantal unieke en gepatenteerde technologieën. Technologieën die ook in niet-fotografische sectoren kunnen worden toegepast zoals bijvoorbeeld health care. Nog vóór de fotorolletjesmarkt instortte, had Fujifilm een aantal producten marktrijp. Fujifilm is gaan diversifiëren. Dat is onze kracht geweest”.

> Twaalf kerntechnologieën. Diversificatie heeft geleid tot het veroveren van nieuwe markten. “We hebben voor onszelf twaalf kerntechnologieën gedefinieerd die in de fabrieken over de hele wereld worden gebruikt. Deze technologieën omvatten onder andere medische en farmaceutische toepassingen, hoogwaardige halfgeleidermaterialen, fotovoltaïsche toepassingen en waterzuiverings- en gasscheidingstoepassingen. De Hair geeft een aantal concrete voorbeelden. “Conventionele röntgentechnologie zit al langer in ons portfolio. Echter, röntgenopname kan ook worden gebruikt om diagnose te stellen van de status van wegen, bruggen, lasverbindingen. We ( in dit geval de Japanse afdeling non destructive testing) hebben bijvoorbeeld een methode ontwikkeld om veldinspecties van pijpleidingen te doen. Door middel van röntgenstralen van buizen te nemen, hoeft isolatiemateriaal niet te worden verwijderd. Op die manier kan de status van de buis eenvoudig worden bepaald, zonder tijdrovende inspectie. De röntgendetector is licht en flexibel. Er wordt met andere woorden, dezelfde technologie gebruikt als waarmee röntgen in een ziekenhuis worden gemaakt, maar dan in een mobiel systeem dat mee kan naar locatie. Een ander voorbeeld is het opsporen van minieme defecten in jetmotoren van vliegtuigen door geavanceerde beeldverwerking. Hier kan het kleinste defect al desastreus zijn. En ook bij aluminium gietstukken kan geavanceerde beeldverwerking bijdragen aan een efficiënte en nauwkeurige inspectie. Het zorgt voor een beter Asset Management”. > Partnerschappen. Van healthcare naar onderhoud en infra lijkt een grote stap. “Dit hangt ervan af hoe je het benadert”, zegt De Hair. “In eerste instantie waren we heel erg intern gericht, op de fotografiemarkt. We wisten exact wat de concurrenten deden, we konden bijsturen en verbeteren zodat we voorbleven op de concurrentie. Door meerdere kerntechnolgieën te definiëren, is onze markt veel breder geworden.”Die breedte maakt het onmogelijk om volledig te begrijpen wat er in al die sectoren speelt. Daarom zoeken we steeds meer partnerschappen op. Partners die al in een bepaalde markt zitten die we verder kunnen helpen met onze technologie. Een voorbeeld. We hebben samengewerkt met de universiteit van Dresden en een groot bedrijf in cosmetica. Doel was om haarverf te

Tips om te innoveren van Michiel de Hair Probeer niet alles zelf te doen: Belangrijk is om als bedrijf te bepalen wat je eigen identiteit is. Waar ben je sterk in en waar kunnen anderen je ondersteunen? Je hoeft niet overal de beste in te zijn. • Wees open: Om te kunnen innoveren moet je open durven zijn. In een vroeg stadium een open en eerlijk gesprek met partners aangaan, is het enige dat werkt • Zoek connectie met de markt: Een technologie ontwikkelen en geen aansluiting kunnen vinden met de markt is erg frustrerend. Zorg ervoor dat er al vroeg een connectie is met de markt. Besef dat bepaalde technologieën misschien ook in een andere sector waardevol kunnen zijn • Koppel interne R&D- financiering los van directe resultaten • R&D moet de ruimte krijgen om te ontwikkelen en moet daarvoor soms out-of-the box kunnen denken. Wanneer verkoop of business divisies zijn gekoppeld aan R&D zullen sneller kortetermijnoplossingen worden bedacht • Innovatie is niet altijd te plannen. Vaak komen successen voort uit toevalligheden: toevallige ontmoetingen of resultaten. Ogen en oren moet je daarom altijd open hebben. Je moet weten wat je wil en kansen proberen te zien. Alleen een strak theoretisch plan en binnen de bedrijfsmuren hieraan werken, zal niet werken.

optimaliseren. Het cosmeticabedrijf had de wens om een bepaald kleurpigment in haarverf te kunnen oplossen. Fujifilm is goed in pigmenten in kleuren oplossen in verschillende typen vloeistoffen. Dit stukje van onze technologie hebben we kunnen toevoegen aan hun product zodat zij een mooi nieuw product in de markt hebben kunnen zetten”.

> Loskoppelen R&D en business divisies. Het zoeken van partnerschappen is een belangrijk onderdeel van het succes van Fujifilm. De Hair; “Er zijn in feite twee zaken die we anders doen dan de meeste bedrijven. Het bewust opzoeken van partnerschappen met bedrijven in voor ons vrij nieuw. Daarnaast hebben we onze R&D en business development losgekoppeld van directe business divisies. Business divisies zijn namelijk erg gericht op verkoop. Ze moeten elk jaar hun targets halen en zijn daardoor vaak bezig met de korte termijn. Wat over tien jaar op de markt zou moeten komen, is vaak niet hun belangrijkste zorg. Onze onderzoeksafdeling in Tilburg wordt voornamelijk vanuit Japan betaald en is losgekoppeld van eventuele business divisies die met het onderzoek te maken zouden kunnen hebben of waarin de producten die worden ontwikkeld terecht zouden moeten komen. Dit geeft hen veel vrijheid om te vernieuwen”.

> Dichter bij de markt. De technologie staat centraal, niet het product dat op de markt moet komen. “Vroeger ontwikkelden we iets, gingen we ermee op de markt en konden we niet altijd de juiste aansluiting met de markt vinden. Nu hebben we dit omge- >

17


>

Foto: Fujifilm

draaid. We kijken veel meer naar waar de markt behoefte aan heeft om vervolgens de kerntechnologieën die we hebben, hiermee te verbinden. Neem membraan technologie en de energietransitie. We zijn met verschillende bedrijven in gesprek over de energietransitie. Waar heeft de markt behoefte aan? Mocht een bedrijf niet over onze kerntechnologie beschikken, op welke manier zou onze technologie dan waarde voor hen kunnen toevoegen om bij te dragen aan de energietransitie? We willen niet langer van binnen naar buiten, maar juist van buiten naar binnen kijken en de verbinding leggen”.

‘Voor elke oplossing kijken we welke van onze technologieën hierbij aan kunnen sluiten’

> Energietransitie. Als je nu naar de markt luistert, dan wil iedereen weten welke energieoplossing dé oplossing wordt. “Op dit moment lijkt het erop dat niet één maar meerdere transitieoplossingen naast elkaar zullen bestaan en de markt zullen bedienen. Neem de solid state batterijen in auto’s die je aan het net zou kunFoto: Fujifilm

Membraantechnologie leidt tot duurzaam ondernemen • Een van de kerntechnologieën van Fujifilm is membraantechnologie. De technologie wordt in meerdere toepassingen gebruikt, enerzijds voor gasscheiding, anderzijds voor het scheiden van ionen (Electro-separatie). De membranen voor elektroscheiding zijn toe te passen van drinkwaterproductie, afvalwaterconcentratie tot het opwekken van energie. Omdat er meerdere toepassingen en klanten zijn, kunnen membranen verschillen in elektrische weerstand, hebben ze een specifiek pH-bereik of een specifiek waterdoorlatend vermogen. • Voor gasscheiding zijn spiral wound semi-permeabele membraanelementen ontwikkeld. Ze zorgen voor selectieve gasscheiding. Fujifilms membranen worden gebruikt in gasvelden voor het verwijderen van CO2 uit aardgas • Bij het opwekken van Blue Energy (een duurzame technologie waarmee 24 uur per dag, CO2 vrij, energie kan worden opgewekt) zijn eveneens ion-selectieve membranen van Fujifilm gebruikt. In de proefcentrale op de Afsluitdijk worden de membranen gebruikt voor energiewinning door middel van Reverse Electrodialyse (RED) technologie. Met deze technologie wordt energie opgewekt door het verschil in zoutconcentratie in zout en zoet water. • Waterontzouting ten behoeve van drinkwater is eveneens mogelijk met membraantechnologie

18 april 2019

nen koppelen. Dit is een technologie die op kortere termijn groot kan worden. Voor kleinere fluctuaties is dit een handige oplossing. Kijk je naar grotere opslagsystemen, dan kom je bijvoorbeeld terecht bij de chemische flow batterij. Weer een stap verder, leid je naar energieopwekking en waterstoftoepassingen. Voor elke oplossing kijken we welke van onze technologieën hierbij aan kunnen sluiten: Bij solid state batterijen zouden we bijvoorbeeld elektrodes kunnen coaten of scheiders kunnen produceren tussen de plus- en minkant. Bij chemische flow batterijen is onze membraantechnologie mogelijk interessant, net als bij waterstoftoepassingen. Waar de markt ook heen beweegt, wij verschuiven mee in die richting”.

> Kennis en partners Alle kennis in huis halen hoeft niet. “Wat we vroeger zouden hebben gedaan, is nagaan wat we kunnen realiseren en dit vervolgens uitvoeren. Nu kijken we eerst waar de vraag ligt en komen al in een vroeg stadium in contact met bedrijven met een bepaalde specialisatie. Om te weten of we partners kunnen worden, willen we weten hoe hun business eruit ziet, welke markt ze bedienen, hoe groot de markt is en wat de verwachtingen zijn waarde behoeftes in de toekomst zullen liggen. Op die manier proberen we snel aansluiting te vinden in de markt”.

> Van puur productie naar technologie en samenwerking. “We zijn een erg veelzijdige onderneming geworden. Door de technologieën verder te ontwikkelen en met partners samen te werken, zijn we vastbesloten om een brede bijdrage te leveren aan de wereldwijde samenleving. Het uiteindelijke doel van open innovatie is om de problemen waarmee mensen wereldwijd te maken hebben, op te lossen”. <


Netwerken Beheer en Onderhoud Asset Management Techniek Branchevereniging

Conditiebewaking Prestatiemanagement Maintenance Academy Kennisontwikkeling

Onderhoud je netwerk en Deel kennis en ervaring

Maak onderdeel uit van Europa’s grootste netwerk

>> Word lid!

De Nederlandse Vereniging voor Doelmatig Onderhoud (NVDO) is dé toonaangevende brancheorganisatie die middels belangenbehartiging, kennisontwikkelingen en -overdracht en netwerken ondersteuning biedt aan bedrijven en personen die bij de besluitvorming op het gebied van Beheer en Onderhoud/Asset Management betrokken zijn en daarmee de Nederlandse onderhoudssector als ’s werelds beste helpt te presteren.

De NVDO doet dit door in de sector een onafhankelijke positie in te nemen en alle relevante bedrijfssectoren met behulp van voorlichting, advisering, kennisontwikkeling, (wetenschappelijk) onderzoek en kennisuitwisseling ten dienste te staan en zo op weg te helpen naar excellent Asset Management.

Het NVDO-lidmaatschap biedt vele voordelen!

Het NVDO-Lidmaatschap geeft toegang tot

• • • •

Grootste netwerk van Europa (fysiek en digitaal) Regionale activiteiten Vakinhoudelijke kennis en netwerk Compleet portfolio Maintenance Academy Collectieve abonnementen op vakbladen

• • • •

Kengetallen, Trends, Visie (NVDO Onderhoudskompas) Platform Materiaalkunde (wetenschappelijke) Publicaties, waaronder Visiedocumenten Kortingen op ons cursusaanbod van de NVDO Maintenance Academy Jongerenboard

Asset Management, Duurzaamheid, Veilig Werken en Energie-efficiency zijn belangrijke thema’s waaraan de NVDO regelmatig en in breder verband aandacht besteedt!

Ga naar www.nvdo.nl en meld je aan >> Lange Schaft 7G - 3991 AP Houten | Postbus 138 - 3990 DC Houten 030 - 634 60 40 | info @ nvdo.nl | www.nvdo.nl

19


KIJK OP <

Kijk op Sustainability Hans Koole Voorzitter Nederlandse Vereniging van Ondernemers in het Thermisch Isolatiebedrijf VIB

Technische isolatie,

reken maar!

> Energiezuinig Technische isolatie is dan ook overal. Productie-

Hans Koole Foto: VIB

Eerlijk is eerlijk, voor de overgang naar een duurzame maatschappij is technische isolatie alleen niet genoeg. Dat neemt niet weg dat de bijdrage groot en groeiend is, zo zegt voorzitter Hans Koole van de Nederlandse Vereniging van ondernemers in het Thermisch Isolatiebedrijf VIB. Als de Nederlandse industrie ontbrekende of beschadigde isolatie in orde maakt, komen de Nationale en Europese duurzaamheidsdoelstelling op jaarbasis 31 petajoule dichterbij. Dat staat gelijk aan de behoefte van 500.000 woningen. Technische isolatie lijkt weinig zichtbaar, maar niets is minder waar. Zodra de deuren van een technische ruimte opengaan, komt fascinerende en vooral onmisbare isolatie in beeld. In industriegebieden is technische isolatie zelfs beeldbepalend. Dagelijks zijn zoâ&#x20AC;&#x2122;n 5.000 goed opgeleide professionals aan het werk in instellingen en kantoorgebouwen, in energiecentrales, voedingsmiddelenindustrie, chemie/petrochemie en scheepsbouw, enzovoort. Zij zorgen voor een storingsvrij productieproces bij minimaal energiegebruik en milieubelasting. Alle moderne isolatiesystemen verdienen zichzelf gedurende hun levensduur economisch en milieutechnisch dertig- tot veertigmaal terug.

20 april 2019

en gebouwinstallaties functioneren doelmatig, duurzaam en veilig dankzij moderne isolatiesystemen. Milieu en klimaat, grondstoffen en hulpbronnen, welzijn en welvaart. Wereldwijd staat de maatschappij voor grote uitdagingen. Ongebreideld gebruik van energie en grondstoffen maakt plaats voor energiezuinigheid en optimaal hergebruik. Bewustzijn en gedrag zijn echter niet voldoende. Techniek en technologie zijn even belangrijk om duurzaamheid te verbinden met welvaart, welzijn en comfort. Technische isolatie groeit dan ook aan belang. Naast procesbeheersing en betrouwbaarheid van de installaties zetten we met technische isolatie grote stappen op het gebied van energiebeheersing, milieubescherming en duurzaamheid en daarmee met een toename van de kwaliteit van de leefomgeving, veiligheid, aangenaam binnenklimaat en comfort.

> Economisch rendabel Vanzelfsprekend investeert de bedrijfstak voortdurend in productverbetering, recycling, logistiek, opleiding. Branchevereniging VIB, de aangesloten leden en partnersorganisaties als kenniscentrum Nederlands Centrum voor Technische Isolatie NCTI ondersteunen daarnaast energiescans en zogenoemde life cycle costing (LCC). Het besparingspotentieel is groot. Investeringen in technische isolatie zijn ook ingebed in regelgeving en worden in het kader van de MIA/VAMIL-regeling ook deels gesubsidieerd. Het zal niet verwonderen dat het technisch isolatiebedrijf zich hard maakt bij assetowners technische isolatie als een belangrijk onderdeel van de installatie te zien en deze ook zo te behandelen. Als de Nederlandse industrie ontbrekende of beschadigde isolatie in orde maakt, komen de Nationale en Europese duurzaamheidsdoelstelling volgens berekeningen van energieadviesbureau Ecofys op jaarbasis 31 petajoule dichterbij. Dat staat gelijk aan de behoefte van 500.000 woningen. Het mooie daarnaast is dat elke investering in technische isolatie niet alleen maatschappelijke doelen dichterbij brengt, maar vrijwel altijd economisch rendabel is. Zeker als er in onderhoudsketens wordt gewerkt waardoor de berekende besparingen (nog) sneller en gemakkelijker kunnen worden gerealiseerd. De investering verdient zich dus dubbel en dwars terug, niet in de laatste plaats door de levensduurverlenging van de installatie. <


GAST COLUMN <

All the World’s

a stage

Onlangs sprak ik een monteur aan op straat, die bezig was met het onderhoud aan een schakelkast. Ik vroeg hem belangstellend wat het vandaag de dag betekende om monteur te zijn.

Hij keek mij aan en nam even de tijd voordat hij antwoordde; “Vroeger zag ik mijn collega’s vaker, dronken we koffie of aten we gezamenlijk een boterham, wisselden we ervaringen uit, deden we nieuwe ideeën op en hadden we plezier onder elkaar. Tegenwoordig werk ik alleen, krijg ik mijn opdrachten via de app en wordt ‘s nachts de voorraad in mijn bus aangevuld. Nee, eigenlijk heb ik het niet meer zo naar mijn zin op mijn werk…” Naast functionele, technische en economische factoren, wordt performance vooral bepaald door (expressieve) menselijke factoren. Menselijk factoren hebben betrekking op mentale en fysieke eigenschappen van individueel en sociaal groepsgedrag. Mijn interpretatie van het verhaal van de monteur is dat er in zijn situatie tussen technische, economische en menselijke factoren een disbalans is ontstaan. Hij miste de sociale interactie met zijn collega’s. Sociale interactie is cruciaal als het gaat om onze gevoelens, gedachten, taal, betekenis, attitude en gedrag, maar ook identiteit en groepscultuur komen voort uit de sociale interactie tussen mensen. Een van de beste manieren om sociale interacties in ons dagelijkse, persoonlijke en professionele leven te leren begrijpen, is theater. Theater biedt ons het raamwerk om te kijken naar hoe interacties tussen mensen in een betreffende context verlopen, welke rollen we spelen en hoe deze worden uitgevoerd. Hoe wij ons in een persoonlijke

Martin Loeve Foto: Sierra Design Fotografie

en professionele omgeving presenteren is verschillend, elk mens is uniek. Sociale interactie is dus in metaforische zin een ‘stage performance’, een vorm van theater. Shakespeare zei het al; “All the World’s a Stage”. Datzelfde geldt voor de onderhoudswereld. Het verhaal van de monteur staat niet op zich. In mijn dagelijkse praktijk met het begeleiden van mensen en organisaties in transitie hoor ik vaker soortgelijke verhalen. Ook tijdens presentaties over gedrags- en cultuurverandering tijdens NVDO bijeenkomsten. Daar krijg ik vaak vragen van managers, maar dan in omgekeerde zin; “Hoe krijg ik mijn mensen mee?” Het bewerkstelligen van een goede balans tussen technische, economisch en menselijke factoren in performance, vraagt om een duurzame benadering van sociale interactie tussen (groepen van) mensen. Duurzaam in de zin van het blijven werken aan gedeelde percepties en perspectieven. Duurzaam als het gaat om verbinding leggen en onderhouden tussen mens, organisatie en bedrijf. En tenslotte; Duurzaam in het continue delen van kennis en ervaring, van ontwikkelingen en innovaties, van resultaten en vooral van werkplezier. Immers, we performen een leven lang ‘on-stage’!  < Dr. Martin Loeve, Delta Dynamics

21


INNOVATIE <

3D-betongeprint gebouw;

uniek in Europa

Speciaal geproduceerde mortel â&#x20AC;&#x201C; de eerste muur Foto: Mediavisie

Tussen Deventer en Apeldoorn in het plaatsje Teuge, wordt in opdracht van Marjo en Arvid Prigge het eerste commercieel 3D-betongeprinte gebouw van Europa gerealiseerd. De Vergaderfabriek is een uniek project, zowel qua bouwstijl als beleving. > Ontstaan. De initiatiefnemers openden tien jaar geleden De Slaapfabriek op een prachtige locatie in het Gelders landschap. Dit ontbijt- en belevingshotel met twaalf luxe themakamers en een gemeenschappelijke ruimte, is inmiddels uitgegroeid tot een zeer gewaardeerde verblijfs- en vergaderaccommodatie. Om gastenverblijf en vergaderfaciliteit meer tot hun recht te laten komen, ontstond het idee een nieuwe vergaderlocatie te bouwen in de geest van De Slaapfabriek, uniek, innovatief en vooral duurzaam.

22 april 2019

Arvid Prigge, destijds Innovatiemanager bij de Politieacademie en zich bezig houdend met moderne digitale technieken, richtte het bedrijf Centre4Mood op. Centre4Mood maakt 360-gradenprojecties, Moods, waarmee oneindige variaties mogelijk zijn. Voor elk type training kan, in combinatie met geluid en geursensaties, een unieke sfeer en een vernieuwende, inspirerende en adaptieve werkomgeving worden gecreĂŤerd. Het doel is het effect en de impact van trainingsdoelen te verhogen en verlengen.


> Sensing-technologie. De Vergaderfabriek moet een ongekende beleefomgeving worden om in te trainen en te vergaderen, waarbij Sensing-technologie een belangrijke rol speelt. Dit is een methode om de invloed van de virtuele omgeving op mensen te meten. De resultaten zullen worden gebruikt voor nader onderzoek en doorontwikkeling, bijvoorbeeld voor toepassingen in de zorg aan mensen met dementie. Onderzocht zal worden hoe de effecten van verschillende belevingstechnieken kunnen bijdragen aan de kwaliteit van leven, de stresslevels en het mogelijk medicatiegebruik. Bij deze revolutionaire beleefomgeving hoort een opvallend en uniek exterieur, bedachten Arvid en Marjo Prigge. Zij formuleerden daarbij drie uitgangspunten: het moest iconisch, rond en duurzaam zijn. Dit bleek mogelijk met een voor Europa uniek bouwconcept, het 3Dbetonprinten.

> Van ontwerp tot uitvoering . In 2015 werd Adviesbureau Revelating benaderd door Prigge met de vraag hem te helpen een team samen te stellen dat in staat was met een 3D-printer een iconisch ontwerp te realiseren, waarbij duurzaamheid en beleving een grote rol spelen. Hugo Jager, partner bij Revelating is tot aan de bouw verantwoordelijk projectleider van dit voor Europa unieke project. “Wij helpen bedrijven om nieuwe technologie te leren kennen en op basis daarvan toepassingen te ontwikkelen en te implementeren”. “Begin 2016 zijn wij samen het project gestart en hebben wij meegedaan aan de Dutch Construction Hackathon, georganiseerd door Startup Fest Europe met als doel daar partijen tegen te komen die de uitdaging van Marjo en Arvid zouden willen waarmaken. Hier kwamen we in contact met CyBe Construction, gespecialiseerd in 3D-betonprinten en met de oprichter van The Form Foundation, Pim van Wylick, een gerenommeerd architect met aanzienlijke ervaring in digitaal ontwerpen en digitaal produceren”.

> Team Compleet. Revelating heeft daarna het team uitgebreid met Witteveen+Bos als constructeur en ervaringsdeskundige op het vlak van 3D betonprinten. Lexence Advocaten en Notarissen werd aangetrokken voor de juridische aspecten en Elma Media voor de in-en externe communicatie. Zo is uit de top van de Nederlandse 3D-print- en bouwindustrie een bouwconsortium ontstaan dat in staat is gezamenlijk innovaties te

Bij een bijzondere binnenkant hoort ook een bijzondere buitenkant Een revolutionaire beleefomgeving vraagt om een revolutionair bouwconcept: Iconisch anders dan andere gebouwen Rond een ronde vorm bevordert een goede communicatie Duurzaam zero footprint, écht anders produceren

De Vergaderfabriek (Artist Impressions exterieur) Foto: The Forum Foundation

‘Het gebouw is onderhoudsarm’ doen om te komen tot de uitvoering van dit eerste 3D-betongeprinte project van Europa. Jager; “Met de verstrekking van de omgevingsvergunning in oktober 2018 kon de bouw starten. De bouw van De Vergaderfabriek wordt gerealiseerd onder de verantwoordelijkheid van de hoofdaannemer CyBe Construction”.

> Parametrisch driehoeksmodel. Structureel anders binnen dit project is dat er in de ontwerpfase is gewerkt volgens een parametrisch driehoeksmodel. Een uniek, levend rekenmodel tussen de architect, constructeur en bouwer/printer. Zodra de architect iets verandert in het ontwerp, wordt dat automatisch doorgerekend en aangepast binnen het werk van de constructeur en de mogelijkheden van de printer. Dit proces duurt normaal gesproken maandenlang. Nu gaat dat vele malen sneller en kunnen veel meer varianten doorgerekend worden. Deze manier van werken kost in het begin veel tijd, maar levert daarna ontzettend veel tijdwinst op. De kans op fouten is kleiner, de kosten zijn vroeg in het proces inzichtelijk en alles is strak op elkaar afgestemd. > 3D-printtechiek. 3D-printen is een productietechniek waarbij voorwerpen uit 3D-modelgegevens laag voor laag worden opgebouwd. Er kan in verschillende materialen worden geprint en er is een groot aantal verschillende soorten printers. Binnen het project De Vergaderfabriek wordt 3D-geprint met beton. Een techniek die nog niet op deze schaal en hoedanigheid is toegepast. 3D-printen is een unieke en onderscheidende technologie. Het biedt een enorme vormvrijheid en de productie kan op locatie plaatsvinden. Jager; “De muren worden bijvoorbeeld hol geprint. Aan de onderkant is de muur 70 cm dik. Daarvan is maar 16 centimeter beton, de andere 54 centimeter is holle ruimte. Hierdoor gebruik je veel minder materiaal.” De 3D-techniek is veel breder dan de traditionele toepassingen en heeft mogelijkheden om een enorme verduurzaming te realiseren door producten te maken die beter aansluiten bij de behoefte en levensduur van een gebouw. Hierdoor kan veel effectiever gebouwd worden. “De gewenste ronde vormen kunnen natuurlijk ook met traditionele bouwmethodes gerealiseerd worden,” zegt Ja> ger, “maar beslist niet voor dezelfde kostprijs”.

23


>

‘Zero footprint, écht anders produceren’ >

Moods (Artist Impressions interieur) Foto: Workshop of Wonders

> 3D-betonprint-systeem . De componenten van het systeem bestaan uit hardware, software en materiaal. Deze zijn door kennis en ervaring zo op elkaar afgestemd, dat het een product wordt met unieke eigenschappen. Denk hierbij aan hoge printsnelheid, lagere kosten en duurzaamheid. Om op locatie te printen staat het printsysteem op een speciaal hiervoor ontwikkeld onderstel met rupsbanden en is een speciale printprocedure ontwikkeld om de vrije vormen van De Vergaderfabriek te kunnen realiseren. Jager; “Je hebt twee keuzes, op locatie printen of in de fabriek. Beide hebben voordelen. Op de fabriek heb je beheersing van het klimaat, op locatie heb je het voordeel dat je hele grote complexe objecten niet over de weg hoeft te vervoeren, wat een behoorlijke reductie in transportkosten geeft en een verlaging van de CO2-belasting.” De speciaal ontwikkelde software is in staat op basis van een digitaal ontwerp van de architect een printinstructie te maken waarmee de robot de mortel precies op de plek van het ontwerp neerlegt. Het materiaal is een speciaal geproduceerde mortel met een snelle uithardtijd om vervloeien van de mortel te voorkomen en voldoet aan de hoge eisen van krimpvrijheid, draagkracht en duurzaamheid.

Tijdcapsule Foto: Mediavisie

Eind januari werd onder grote belangstelling de eerste muur geprint en door leerlingen van groep 7 en 8 van Basisschool De Zaaier bij wijze van starthandeling een tijdcapsule in de holte van de eerste 3D-geprinte muur van De Vergaderfabriek geplaatst. De tijdcapsule bevat brieven gericht aan de toekomst en komt vrij als het gebouw in de toekomst gerecycled gaat worden.

24 april 2019

> Onderhoudsarm. Bijna alle bouwmaterialen, zoals bijvoorbeeld isolatie en beton, worden geschroefd of zitten los ten opzichte van elkaar. Elementen kunnen eenvoudig vervangen worden als ze stuk of beschadigd zijn of als een bepaald deel een upgrade nodig heeft. Jager; “Het gebouw kent geen goten. Regenwater wordt door de helling van elk vlak van het gebouw naar het overlappende element geleid. Deze overlappende elementen benadrukken de dieptewerking van het gebouw. Sporen van vervuiling door regenwater zullen de schaduwnaden van deze overlappingen alleen maar versterken en onderhoud is niet nodig. Het 3D-betongeprinte gedeelte heeft een dermate grote dichtheid dat vuil hier niet aan hecht. Onderhoud aan het beton zal eveneens niet nodig zijn”. Het onderhoud aan de hergebruikte materialen is niet anders dan gebruikelijk. Wat wel afwijkt van gebruikelijk is dat deze materialen aan het einde van de gebruiksperiode niet worden weggegooid, maar eenvoudig worden losgehaald en hergebruikt.

> Duurzaamheid, anders dan anders. 3D-printen is een duurzame techniek. Er wordt alleen gebruik gemaakt van materiaal dat in het ontwerp is opgenomen. Door het ontwerp te optimaliseren wordt veel minder materiaal gebruikt. In alle opzichten is daardoor verspilling nihil en wordt er geen afval geproduceerd. Anders dan bij traditionele betonbouw is bij 3D-betonprinten geen bekisting nodig. Dit scheelt arbeidskosten, materiaal en afvalverwerking. De mortel blijft liggen op de plekken waar het wordt neergelegd en alleen daar waar nodig wordt wapening aangelegd. De vormvrijheid van het 3D-printen biedt de architect de mogelijkheid het ontwerp van het gebouw niet alleen te optimaliseren voor de functie daarvan, maar ook voor de duurzaamheid: De Vergaderfabriek is zo ontworpen, dat er geen directe lichtinval van de zon mogelijk is. Jager; “En dan hebben wij het gebouw ook nog zo gemaakt dat het in hoge mate circulair is. Dit gebouw kunnen we, als het niet meer gewenst is, door de eigenaar laten afbreken, en dan is een zeer belangrijk deel van het gebouw herbruikbaar”.

> Mooie Toekomst. “Wij worden inmiddels regelmatig benaderd door bijvoorbeeld gemeenten die grote belangstelling hebben voor het 3D-printconcept als toepassing in de woningbouw”, aldus Jager. De Vergaderfabriek opent binnenkort haar deuren en daarmee is de eerste 3D-geprinte vergaderlocatie van Europa met unieke trainingsbeleving een feit.  <


Kort Kunstgrasveld krijgt duurzame fundering van restafval De gemeente Amsterdam is als eerste gemeente in het bezit van een kunstgrasveld met een duurzame ondergrond van restafval. De bodemassen die na verbranding van restafval overblijven, zijn bewerkt tot de nieuwe bouwstof DrainMix®. Deze nieuwe bouwstof is naast fundering en drainage van sportvelden, ook geschikt voor pleinen, parkeerplaatsen en wandelpaden. De nieuwe grasmat ligt op veld 14 van sportpark De Eendracht in Nieuw-West.

SUEZ (specialist in afval- en grondstoffenmanagement) en innovator Kyoto Boost hebben samen DrainMix® ontwikkeld en door Heros Sluiskil BV (Europa’s grootste bodemasopwerker en producent van secundaire grond- en bouwstoffen voor de betonindustrie en de grond-, weg- en waterbouw) laten produceren. Drainmix® is een duurzame en circulaire bouwstof die onder meer gemeentes ondersteunt bij het realiseren van hun duurzaamheidsdoelstellingen.

Foto: Heros Sluiskil BV

Invulling geven aan duurzame doelstellingen Het beleid van de overheid is gericht op het hergebruik van afvalstromen en op het duurzaam inzette van secundaire grondstoffen. Recycling van huishoudelijk afval en het hergebruik van materialen na afvalverbranding spelen hierbij een belangrijke rol. Drainmix® biedt gemeentes de mogelijkheid om invulling te geven aan hun duurzaamheidsdoelstellingen.

DrainMix® is door KIWA ISA-Sport en NOC*NSF erkend als bouwstof en als sporttechnische constructie. Door deze bouwstof te gebruiken zijn minder grondstoffen nodig bij de aanleg van een sportveld, fietspad of parkeerplaats, wat ook minder CO2 uitstoot betekent.<

Oersterk, milieuvriendelijk en kostenefficiënt SUEZ is in veel gemeenten verantwoordelijk voor de inzameling van bedrijfs- en huishoudelijk afval en probeert, samen met andere partijen, zo veel mogelijk afval circulair te maken door hergebruik. Zo blijft na verbranding van het restafval onder meer bodemas achter: een donkergrijs, zand- en lava-achtig materiaal dat goed kan worden hergebruikt. Nadat dit afval is verbrand, worden de overgebleven metalen van de bodemas gescheiden, gezeefd en daarna gewassen. Deze resterende materialen bezitten de kenmerken die DrainMix® bijzonder maakt: een oersterke lichte secundaire bouwstof om mee te bouwen, poreus genoeg om veel water op te vangen, een vervanger van de huidige funderings- én sporttechnische laag. Bovendien kan het regenwater bij kunstgrasvelden worden opgeslagen in de DrainMix®-fundering, vertraagd worden afgevoerd en eventueel later worden hergebruikt.

‘Minder grondstoffen betekent minder CO2 uitstoot’ 25


TECHNIEK<

Van bedreiging naar kans; Corrosie onder Isolatie (COI) Corrosie onder isolatie is met name een bedreiging voor de beschikbaarheid van installaties. Onder de isolatie kan zich een situatie vormen waardoor het faalmechanisme corrosie op kan treden. Onder de isolatie zal het zich niet opgemerkt ontwikkelen en uiteindelijk leiden tot falen van een asset. Door tijdig en vakkundig ingrijpen kan de integriteit van een asset, en daarmee ook de veiligheid van het proces, gewaarborgd worden.

bij verouder(en)de leidingen. “Indien water of waterdamp kan binnendringen in de isolatie, kunnen geïsoleerde apparaten en leidingen, in het temperatuurgebied tussen -10 en 140 graden, worden aangetast door corrosie onder isolatie. En dat zal uiteindelijk leiden tot een lekkage van de installatie, met gevolgen die, mooi gezegd, als “Consequence of Failure” bekend staan waarbij de mate van gevaar (ook wel ‘Criticality” genoemd) afhankelijk is van het soort van (vloei)stof wat door de aangetaste leiding gaat.

> Preventieve inspectie. De fabrieken in Nederland, maar ook

COI Close Up Foto: Stork Asset Management Technology

Geert Henk Wijnants (Principal Integrity consultant) en Jos Weekers (Senior Consultant), beide werkzaam bij Stork, weten er alles van. “Corrosie onder Isolatie is één van de meest bekende en omvangrijke faalmechanismen in de petrochemie en procesindustrie. Het kan leiden tot abrupte storingen van systemen, hoge kosten voor onderhoud en ongeplande stilstanden van assets. Wijnants; “Je ziet het niet en dat maakt het juist zo gevaarlijk”.

> Hoe ontstaat het eigenlijk. Corrosie onder isolatie ontstaat in een bepaalde temperatuurrange waarbij zich tussen de procesleiding of -constructie en de isolatiebeplating een corrosief milieu ontwikkelt. Wijnants geeft aan dat het probleem zich vooral voordoet

26 april 2019

daarbuiten, hebben al een respectabele leeftijd. Inspectie van de assets is vaak arbeidsintensief. Aangezien onze procesinstallaties verouderen, zullen de kosten hoog blijven als geen structurele oplossing voor het COI probleem gevonden wordt. De oplossing kan gezocht worden in een systeemaanpak. Denk aan een op risico gebaseerde aanpak voor de levenscyclus. “In alle stadia moet aandacht besteed worden aan het voorkomen van COI, ” zegt Wijnants. “Ontwerp, installatie, gebruik, onderhoud en inspectie. Criticality is daarbij leidend”. Voor installaties die gebouwd zijn conform specificaties die COI preventie onderkennen, bijvoorbeeld CINI (Commissie Isolatie Nederlandse Industrie) met een meer lagen epoxy-phenolic verfsysteem, kan in bepaalde gevallen met een 10% isolatie verwijdering en visuele inspectie volstaan worden om een eerste indruk te krijgen. Voor zeer kritische installaties wordt momenteel alleen volledige verwijdering van de isolatie als betrouwbare onderhoudsstrategie gezien. Met een structurele aanpak op basis van Criticality kan “doel en middel” met elkaar in balans worden gebracht.

> Meerdere belangen. Het is duidelijk dat het niet alleen in het kader van veiligheid, maar ook uit kostenoverweging van groot belang is dat corrosie onder isolatie beheersd moet worden. “Dat


Corrosie onder Isolatie Foto: Stork Asset Management Technology

begint al in de ontwerpfase van je asset”, zegt Weekers. “Zorgen dat corrosie niet kan optreden is de beste oplossing, zeker bij nieuwe installaties of als delen vervangen worden. Isolatie wordt ook aangebracht op hete delen waar ook met een andere soort van bescherming, aanraking voorkomen kan worden”. Er zijn diverse meettechnieken die ingezet kunnen worden voor het opsporen van corrosie onder isolatie, die elk ook hun beperkingen hebben. Denk aan bijvoorbeeld Radiography, Infrared Thermography, Pulsed Eddy Current en/of Guided wave ultrasonic measurements. “Het is van belang dat de mogelijkheden van technieken overeen komen met het soort schade dat kenmerkend is in bepaalde toepassing”, aldus Weekers. “Om van de resultaten te kunnen leren, zullen de meetresultaten op de juiste manier geïnterpreteerd moeten worden zodat duidelijk wordt waarom afwijkingen zijn opgetreden”.

> Aandacht voor de installatie. Er worden steeds meer nieuwe meettechnieken en sensoren ontwikkeld om COI op te kunnen sporen. Naast de ontwikkeling en toepassing van eenduidige meettechnieken om corrosie onder isolatie op te sporen, is het heel belangrijk om de juiste aandacht te hebben voor de installaties. “Ben je bewust van het belang van een effectieve waterkerende bescherming van de isolatie met de juiste, correct aangebrachte isolatiematerialen” benadrukt Wijnants. “Beschadigingen die tijdens het gebruik optreden moeten snel hersteld worden. Dit geldt ook voor beschermende coatings, die onder de juiste condities aangebracht moeten worden. Het is een uitdaging om binnen de strakke tijdsdruk van een onderhoudsstop die ook voor dit soort onderwerpen geldt, deze de aandacht te geven die vanuit het langere termijn perspectief, noodzakelijk is”. > Duurzaam. Er zijn inmiddels sensoren en technieken om corrosie onder isolatie op te sporen in het kader van duurzaamheid. Zo is er al sensortechnologie die aan de onderkant van de leiding data genereert over het vochtgehalte in de isolatie. Wijnants ziet dit als een zinvolle innovatie; “Met de correcte interpretatie van die

‘Je ziet het niet en dat maakt het juist zo gevaarlijk’ data in termen van acceptatiecriteria, kun je beter cq pro-actiever inspelen op de keten van corrosie onder isolatie. Daarbij bedoel ik de synergie tussen compliance, risk based inspecties en (lange termijn) investeringen. Met rational monitoring zijn de beheersmaatregelen in verhouding tot het aanwezige risico vast te stellen en dat noem ik sustainable”. <

Preventie; vijf tips! 1. Ben je bewust van invloeden uit de omgeving van installaties. Bijvoorbeeld koeltorens waarin water met chloor gebruikt wordt. Of installaties vlak bij Zee. Invloed van zouten. Breng je criticality op basis van gevaarlijke stoffen in je leidingen in kaart 2. Inventariseer welke faalmechanismen op kunnen treden 3. Hou rekening met de leeftijd van je asset in je beheersplannen 4. Kijk niet alleen naar de temperatuur, maar ook naar temperatuurwisselingen 5. Pas de inspectiemethoden toe die passend zijn bij het mogelijke schadebeeld, rekening houdend met beslissingen over daarna mogelijk benodigde maatregelen (pas “rationele monitoring á la HERMES” toe)

27


INTERVIEW <

Ecoolcargo in het stadsbeeld

Elektrificeren koelmotor maakt dieselgeneratoren overbodig Sinds kort zijn er elektrische vrachtauto’s op de markt. Nieuwe voertuigen dus. Maar niemand lijkt zich bezig te houden met het elektrificeren van bestaande voertuigen, zegt innovatiedeskundige Ronald van den Berg. “En al helemaal niet met de koelmotor van een vrachtwagen voor versdistributie.” Samen met een aantal experts bedacht hij een systeem om bestaande motoren te elektrificeren. “Het kunstje zit ‘m in de schakeling”. In 2013 ontstaat bij Van den Berg het idee om dieselmotoren van de koeling van vrachtwagens te verduurzamen. Het elektrificeren van de koel/vriesmotor van een vrachtwagen levert een flinke besparing op, is de gedachte. In geld, want elektriciteit is goedkoper dan diesel en het onderhoud vervalt grotendeels, omdat er minder bewegende delen zijn. En in emissies: minder CO2, minder fijnstof én fors minder geluidsoverlast. Hij zoekt contact met Hans Visser, directeur van het Mobiel Erfgoed Centrum en een kenniscentrum dat zich (onder meer) richt op innovatie en verduurzaming van mobiel erfgoed. “Voor ons is het interessant wat elektrificeren kan betekenen voor oude voertuigen”. Van den Berg en Visser zetten een innovatieproject op waarin inmiddels twaalf uiteenlopende partners participeren. “We hebben een ontwikkelteam met vier uiteenlopende experts die praktisch met de innovatie bezig zijn. Bij de overige acht zitten onder meer brancheorganisaties ANWB, Bovag en Focwa en Hogeschool Rotterdam. Galileo verzorgt een e-learning module.”

28 april 2019

> Verbruik. Een koelunit aan een laadbak van een vrachtwagen bestaat uit een elektromotor, een compressor en een dieselmotor. Tijdens een rit en bij het laden/lossen drijft de dieselmotor de koelmotor aan. Staat de vrachtwagen op zijn thuisbasis, dan kan hij aan de stekker en zorgt de elektromotor voor de aandrijving. Van den Berg; “De dieselmotor verbruikt, afhankelijk van de omstandigheden, gemiddeld tussen de 3,4 en 4,9 liter per uur. Het kW-verbruik zal tussen de 3,5 en 5 KWh liggen. Daarnaast is de uitstoot enorm en ongeveer hetzelfde als die van acht tot twaalf dieselauto’s die 120 gram per kilometer uitstoten en 20.000 kilometer per jaar rijden. Je ziet dus dat het verduurzamen van de koelunit een enorme impact kan hebben”.

> Geluid. In de werkplaats van Kuijpers Truck Service in Demen staat een demowagen. Als Michael Kuijpers de koelmotor start, slaat de decibellenmeter van projectleider Ronald van den Berg naar 83 dB. Een herrie in het spectrum ‘hinder tot zeer hinderlijk’.


Als Kuijpers overschakelt naar de elektrische aandrijving, zakt het geluidsniveau naar een harde zoem (68 dB). “Een wereld van verschil, toch?”, zegt Van den Berg met trotse blik.

> Praktische denkers en doeners. Van den Berg zoekt voor zijn project vooral praktische denkers en doeners. De eerste die hij aan boord haalt, is eerdergenoemde Michael Kuijpers die weet hoe hij aan een vrachtwagen moet sleutelen. In eerste instantie onderzoeken de twee de mogelijkheden van zonnepanelen op het dak van de laadbak (niet efficiënt), waterstof (nog onvoldoende laadpunten), zoutwateraccu’s (nog niet uitontwikkeld) en remgeneratie (te duur). Ook worden diverse accupakketten bekeken. Om het project een impuls te geven vraagt Van den Berg Casper Linsen erbij. Linsen studeerde lucht- en ruimtevaartkunde en volgt nu nog een studie, gecombineerd met werk voor zijn eigen firma. Hij krijgt als opdracht om het idee vrij uit te werken binnen de kaders: de koelwagen moet de hele dag op alternatieve energie kunnen draaien, het laadvermogen moet hetzelfde blijven, het ombouwen mag niet te duur zijn en de terugverdientijd moet kort zijn.

> Golvende spanning. Linsen brengt eerst de vraag in kaart: hoeveel kW heeft de compressor nodig, welke accu’s kunnen dat leveren? Hij ontwikkelt een theoretisch model dat werkt en zoekt er de juiste componenten bij. Er worden batterijen aangeschaft, maar de eerste keer nadat deze worden aangesloten, werkt het niet zoals verwacht. Linsen; “Een accu leegtrekken is anders dan continu stroom uit het net krijgen”. Om dit probleem te tackelen wordt de ervaren elektrotechnicus Rik Megens gevraagd mee te denken. De zzp’er werkt voor uiteenlopende opdrachtgevers in de industrie. Hij buigt zich over de schakelproblematiek. Megens; “Een koelmotor ‘golft’ heel erg in de spanning die hij vraagt. Om die golf op te vangen moet je iets verzinnen. Dat doen we in de schakeling en dat is het geheim van de smid”. Meer wil hij niet verklappen. Visser vult hem aan; “Vergelijk het met tennis. Dat is één tegen één. Voetbal daarentegen speel je elf tegen elf. Dat gebeurt hier ook. Er zijn veel elementen waarop je moet anticiperen. Dat vangen we op in de slimme box van Rik. De theorie van Casper en de praktijkkennis van Rik komen daarin samen”.

investering voor de auto-eigenaar zal rond de twintigduizend euro zijn. We verwachten dat de terugverdientijd ongeveer drie jaar zal zijn, maar dat moet blijken uit de praktijktest. We weten nog niet precies hoeveel kW nodig is als de auto de hele dag rondrijdt”. Het is een slim, modulair systeem geworden, zegt de projectleider. “Als over enkele jaren waterstof doorbreekt, is het eenvoudig om er een component uit te halen en dit te vervangen door een nieuwe”.

> Andere merken en typen. Het ontwikkelde systeem bestaat uit een accupakket onder de laadbak met de slimme schakelkast er naast. Samen sturen ze de elektromotor van de koelmotor aan. Het systeem is uitvoerig getest in de werkplaats en gereed voor een praktijktest bij Dekro Horeca Totaal dat dagelijks meerdere koelauto’s de weg opstuurt. De praktijktest gebeurt met een nieuwe auto die begin maart opgebouwd werd bij Kuijpers. Aan de horizon lonken de 240 auto’s die Dekro samen met zijn partners op de weg >

‘No-nonsense aanpak door een stel vakmensen’

> Slim combineren. De accu is een cruciaal onderdeel in het systeem. Het ontwikkelteam keek in eerste instantie naar gelaccu’s. Het zijn veilige accu’s, maar met een gewicht van 1.200 kilo veel te zwaar. Ook kunnen dit soort accu’s maar ontladen tot veertig procent. Recentelijk werd een andere accu gesourced. Van den Berg; “Slechts ongeveer 250 kilo zwaar, niet brandgevaarlijk en ontlaadbaar tot onder de tien procent. Twee jaar geleden bestond deze accu nog niet. Maar de échte slimme oplossing, het kunstje van Rik, zit ‘m in de schakeling”. Visser van het erfgoedcentrum; “Er zijn al zoveel nieuwe technieken, het gaat erom dat je slim combineert”. Van den Berg; “En daarvoor heb je de juiste mensen nodig: doeners, die gaandeweg de problemen waartegen ze aanlopen oplossen”.

> Onderhoud. Ook als het over onderhoud gaat is er sprake van een flinke vooruitgang. Het onderhoud aan dit soort koelmotoren is flink en vervalt grotendeels als de dieselmotor niet meer nodig is. Een ander voordeel is dat een auto met een stille koelmotor ook ’s nachts het stadscentrum in mag. Van den Berg; “De

v.l.n.r. Michaël Kuijpers, Ruud van der Wolk (directeur Dekro), Rik Megens, Ronald van den Berg, Hans Visser (directeur MEC), Casper Linsen

29


>

heeft. Dekro-directeur Ruud van der Wolk; “De horecagroothandel is een conservatieve sector. Als de test slaagt en het eerste schaap over de dam is, dan volgt de rest zeker. Ikzelf kan niet wachten om te beginnen”. Vraag is wel welke aanpassingen het systeem nodig heeft als het koelmotoren van een ander merk of type moet aandrijven. Maar het team voorziet daarin geen grote uitdagingen, zegt van den Berg.

> Data verzamelen. Het nieuwe systeem maakt het mogelijk om allerhande data te verzamelen en te analyseren. Zoals de temperatuur in de laadbak, de hoeveelheid kW die er nog in de accu’s zit, een log met historische gegevens en de ondergrens aan benodigde spanning. Gaat er iets niet goed, dan kan er in de cabine een alarmsignaal afgaan. De informatie is zichtbaar op een display in de cabine en door middel van een app.

> e-Coolcargo en e-Generator. Het geloof in een goed resultaat is groot. Er is al een bedrijf (e-Coolcargo) opgericht dat het systeem gaat vermarkten. Van den Berg; “De vloot aan koelmotoren is groot, in Nederland en natuurlijk ook daarbuiten. Maar wat denk je van alle dieselgeneratoren, compressors en ander werkmateriaal dat gebruikt wordt in de industrie, bouw en infra en in jachthavens. De potentie is enorm”. Daarom wordt binnenkort een tweede bedrijf (e-Generator) opgericht om werkmateriaal dat door diesel wordt aangedreven naar elektrische varianten om te bouwen. > Innovaties. World Class Maintenance had een beperkte rol in de opstartfase en is verder niet betrokken, vertelt WCM-directeur Paul van Kempen. “Wat ik vooral mooi vind in dit project is de

no-nonsense aanpak door een stel vakmensen, ieder vanuit hun discipline. Het laat goed zien hoe je innovatie aanpakt en tot een resultaat brengt. Daar word ik blij van. Het refereert sterk aan onze manier van werken in de Fieldlabs en de Living Labs. Verder is het inhoudelijk natuurlijk ook goed, zeker ook met de link naar het gebruik van dieselgeneratoren in onze sector. Daar kunnen we als sector straks wel wat mee”. Het werkmateriaal van de e-Generator heeft heel veel links met procesindustrie (WCM Fieldlab CAMPIONE) en met infrastructuur (WCM Fieldlab CAMINO).

> Binnenvaart op H2. Het nieuw op te starten WCM-project Elektrisch varen komt deels voort uit dit project. WCM gaat in eerste instantie een hybride oplossing onderzoeken voor het besturingssysteem van de binnenvaart en in tweede instantie een oplossing met H2.  <

‘Een accu leegtrekken is anders dan continu stroom uit het net krijgen’ Project: CFMC

LEGENDA

Opdrachtgever: KUIJPERS TRUCK SERVICE

Switchbox

Opdracht: NIEUWBOUW CARROSERIE KOELWAGEN ECOOLCARGO

Accupack Coolunit Charging cable

30 april 2019


Kort Amsterdam krijgt duurzame stadswarmte uit regionaal resthout Amsterdam krijgt een energiecentrale die snoeihout uit de regio verwerkt tot duurzame elektriciteit en warmte. Grondstoffen- en energiebedrijf AEB Amsterdam, is gestart met de bouwvoorbereiding van de AEB Bio-energiecentrale (AEB BEC). De centrale levert vanaf 2020 elektriciteit voor 27.000 huishoudens en warmte voor 25.000 huishoudens. Met de centrale draagt AEB bij aan de ambitie van de stad om in 2040 een aardgasvrije energievoorziening te hebben.

AEB produceert op dit moment duurzame elektriciteit voor 320.000 woningen en warmte voor circa 30.000 woningen. Met de AEB Bioenergiecentrale (AEB BEC) kan AEB het tweevoudige aan duurzame warmte leveren aan het warmtenet van de stad. De biomassa-energiecentrale, die in de haven van Amsterdam komt, zorgt voor circa 67.000 ton vermeden CO2 per jaar.

Foto: AEBamsterdam

Vaart met de energietransitie Voor de ontwikkeling van AEB BEC heeft het ministerie van EZK de subsidie Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE+) verstrekt. Hiermee stimuleert het ministerie de duurzame energie-voorziening in Nederland. Gemeente Amsterdam wil vaart maken met de energietransitie. Met AEB BEC wordt een noodzakelijke stap in de transitie gezet waarmee op korte termijn substantiële resultaten worden geboekt. Ook geeft AEB BEC een impuls aan de duurzame economie van Amsterdam.

Groei warmtenet en nieuwe werkgelegenheid Derk Kappelle, CFO AEB Amsterdam; “Met deze lokale biomassaenergiecentrale versterkt AEB zijn positie als het duurzame grondstoffen- en energiebedrijf van Amsterdam. Met de AEB Bio- energiecentrale dragen we er aan bij dat het Amsterdamse warmtenet sneller kan groeien en is bij piekvraag de flexibiliteit van de warmtevoorziening in Amsterdam geborgd. De komst van de centrale betekent ook nieuwe werkgelegenheid en verduurzaming van de haven van Amsterdam. Ook draagt AEB BEC bij aan de ambitie van de samenwerkende partijen van de regionale klimaattafel in het Noordzeekanaalgebied om in 2030 de CO2emissies fors terug te dringen”.

Twijgen en zaagselresten uit de regio De AEB Bio-energiecentrale zet per jaar tot 110.000 ton laagwaardig snoei- en afvalhout om naar 935 TJ duurzame energie voor Amsterdam. Het gaat om hout dat niet geschikt is voor hoogwaardige toepassing zoals papierproductie of houtverwerking. De takken, twijgen, kleine spaanders en zaagselresten zijn afkomstig van landschapsbeheer en houtbewerkers in een straal van maximaal 150 km van Amsterdam. Drie leveranciers van biomassa zijn al voor twaalf jaar vastgelegd. Via deze leveranciers is voor deze periode voldoende regionaal hout gecontracteerd. AEB kan daarnaast nog extra regionaal snoeihout van gemeenten aantrekken. AEB levert de warmte via Westpoort Warmte (een joint venture van Vattenfall en AEB Amsterdam) aan het warmtenet van Amsterdam.

Financiering De bouw en de operationele fase worden grotendeels gefinancierd door ASN Bank. “Vanuit de missie van ASN Bank om ook in de gebouwde omgeving CO2-emissie te reduceren, is de bank verheugd betrokken te zijn bij dit belangrijke project voor de stad Amsterdam”, aldus Arie Koornneef, directeur ASN Bank.

31


DUURZAAMHEID <

Duurzaamheid

Asset Management Asset Management is het zorgen dat de assets van een organisatie zo lang mogelijk zo goed mogelijk blijven functioneren. Duurzaamheid is het zorgen dat onze planeet zo lang mogelijk zo goed mogelijk blijft functioneren. Dit komt dus neer op het managen van onze gemeenschappelijke kostbaarste asset: de aarde. Nog sterker: alle andere assets zijn afhankelijk van deze asset aarde. Want als die het niet meer doet, kunnen jouw assets ook niet meer hun functie vervullen.

32 april 2019

Alleen al om deze redenen is het volstrekt logisch om duurzaamheid integraal onderdeel te maken van Asset Management. Hoog tijd dus voor Duurzaam Asset Management (DAM). Want duurzaamheid is dan wel Asset Management, andersom is dat niet het geval. Integendeel. De meeste assets zijn zeer grondstof- en/of energie-intensief en die grondstoffen en energie dragen bij aan uitputting, vervuiling en klimaatverandering. Dit zijn aantastingen van de asset aarde waardoor deze minder goed gaat functioneren. Dat kan anders. En dat moet ook, gezien de toenemende druk vanuit de overheid en de samenleving. Kijk maar naar de Klimaatwet, het klimaatakkoord en de wereldwijde klimaatmarsen. Het is daarom steeds belangrijker en urgenter om manieren te vinden om duurzaamheidscriteria in het asset management te integreren. Dat noemen we Duurzaam Asset Management. Local Works, het bedrijf van duurzaamheidsexpert Hilda Feenstra, en Nico Groen van Traduco, adviesbureau op het gebied van Asset Ma-


nagement, hebben de handen ineen geslagen om organisaties te helpen om Duurzaam Asset Management te implementeren.

Duurzaam Asset Management Behalve op de RAMS-aspecten betrouwbaarheid, beschikbaarheid, onderhoudbaarheid en veiligheid, kun je met Asset Management óók sturen op duurzaamheid. Natuurlijk, als je het hele RAMSSHEEP erbij pakt zit duurzaamheid daar impliciet in, vanuit de aspecten gezondheid en leefomgeving (H en E) in. Maar de criteria daarvoor zijn minder hard en helder. Hoe weet je of je de goede maatregelen neemt vanuit het oogpunt van duurzaamheid? En hoe toets je dat? En hoe verhoudt zich dat tot de kwaliteit, kosten en risico’s? Om deze vragen te beantwoorden, maakt Duurzaam Asset Management gebruik van een raamwerk van vier wetenschappelijke, integrale en ladingdekkende principes voor duurzaamheid waarmee duurzaamheid begrijpelijk, concreet, toepasbaar en toetsbaar wordt. Deze principes zijn geïntegreerd in een model voor Asset Management dat is gebaseerd op ISO 55000. Duurzaam Asset Management heeft daarmee dezelfde voordelen als “gewoon” Asset Management, zoals risicobeheersing, kostenbesparing en prestatieverbetering. Maar waar “gewoon” Asset Management voornamelijk inzet op verbeteren vanuit risico’s en gebeurtenissen, kijkt Duurzaam Asset Management daarnaast ook naar de duurzaamheidsprestaties van reguliere processen en de duurzaamheidsdoelstellingen van de organisatie. Deze vormen de basis om verbeteringen, optimalisaties en innovaties door te voeren.

‘Innoveren is essentieel voor het halen van duurzaamheids­ doelstellingen’ Meerwaarde door innovatie Innoveren is essentieel voor het halen van duurzaamheidsdoelstellingen. De huidige wereldwijde duurzaamheidsvraagstukken vragen om een andere manier van kijken en andere oplossingen, voorbij verbeteren en optimaliseren van het bestaande. Door innovatie ontstaan nieuwe mogelijkheden om meerwaarde te creëren, oftewel winst op economisch, maatschappelijk en ecologisch vlak. Duurzaamheid is hiermee een motor voor innovaties en de meerwaarde die dat genereert zorgt voor een winnende voorsprong in een veranderende wereld en veranderende markt. Duurzaam Asset Management is dus, kortom, Asset Management met meer(w)aarde.

33


INTERVIEW <

Geen druppel water zal het terrein verlaten, anders dan in de vorm van bier Op abdij Koningshoeven werd eind 2018 de eerste ecologische waterzuivering officieel geopend. De waterzuivering zuivert het afvalwater van de brouwerij en trappistenabdij op natuurlijke wijze waarna het gezuiverde water weer in het productieproces van de abdij wordt gebruikt. Deze innovatieve generatie waterzuivering die leidt tot een circulaire economie, is een primeur voor Nederland.

34 april 2019


‘Zelfs het slib dat overblijft, krijgt een nuttige bestemming’ stallatie gebouwd in de vorm van een botanische tuin. Wanneer het er aantrekkelijk uitziet, willen mensen er ook sneller onderdeel van uitmaken. De techniek erachter is echter veel meer hightech dan een eerste blik op de waterzuivering doet vermoeden”.

> Hightech. De waterzuivering zuivert het water van twee be-

Biomakerij Trappisten Foto: Koningshoeven

“Geen druppel water zal het terrein verlaten, anders dan in de vorm van bier” Dat is de ambitie van de monniken van trappistenabdij Koningshoeven in Berkel-Enschot. “De visie van de monniken is logisch en eenvoudig. Ze bidden per dag zeven keer om de schepping te prijzen, maar tegelijkertijd gaat de mens over tot het vervuilen van de aarde. Dat willen ze niet langer. Daarom willen ze de kringloop sluiten. Vanuit die motivatie gingen ze met ons in gesprek, zegt István Koller, strategisch omgevingsmanager Industrie van Waterschap Dommel. Samen met bedrijven en industrieën zoekt hij naar manieren om meerwaarde uit water te halen. “Wij als waterschap zijn bezig met proeftuinen voor de toekomstige waterketen. Dit betekent dat we permanent een innovatie neerzetten met ruimte voor groei en het toepassen van nog meer innovatieve technieken”.

> Ecologisch verantwoord. Zo’n 3,5 jaar geleden begonnen de eerste gesprekken die uiteindelijk hebben geleid tot een primeur in Nederland, een ecologische waterzuivering. “Samen met een Hongaars bedrijf, Biopolus, hebben we een waterzuiveringsin-

langrijke stromen: enerzijds het afvalwater van de brouwerij, zo’n miljoen kubieke meter afvalwater per jaar, en anderzijds het afvalwater van de abdij zelf. De afvalstromen komen in de waterzuivering terecht in serie geschakelde reactoren. In elke reactor bevinden zich planten. De wortels van deze planten hangen in het vuile water dat erin stroomt en zuiveren het water. Koller; “Belangrijk daarbij is dat de perfecte omstandigheden worden gecreëerd in zo’n reactor zodat de bacteriën ook daadwerkelijk doen wat je wilt dat ze doen. De reactor is daarom voorzien van diverse technische mogelijkheden zoals sensoriek, monitoring, beluchting, enzovoort. Om te komen tot een stabiel, robuust biologisch systeem, hebben we in de beginfase gecontroleerd een soort shocktherapie doorgevoerd, zodat de bacteriën gewend raken aan eventueel afwijkende omstandigheden”. De biodiversiteit van de micro-organismen blijkt in de waterzuivering vele malen hoger ten opzichte van traditionele biologische zuiveringen. “Dat komt omdat de bacteriën een soort natuurlijke structuren bouwen in de wortels en er interactie plaatsvindt tussen bacterie en plant. Op die manier ontstaat in de zogenoemde metabolic netwerk-reactor, een volledig metabolisme of ecosysteem met veel meer diversiteit en veel meer samenwerking of symbiose tussen de plant en de bacterie”.

> Van periodiek naar voorspellend onderhoud. Het onderhoud van de technische installaties gebeurt in eerste instantie met periodieke controles om na te gaan of iets toe is aan onderhoud of vervanging. “Het is nog een vrij nieuwe installatie waardoor periodieke inspecties noodzakelijk zijn. Geleidelijk aan zal het onderhoud ook kunnen worden voorspeld. Door de sensoriek die het systeem bevat, kunnen we bepaalde trends vrij snel zien. Gaat bijvoorbeeld het rendement van een filter achteruit, dan is dit een indicatie dat onderhoud moet worden uitgevoerd. Door stelselmatig de installaties te monitoren, kunnen we deze eerste periode ervaring opdoen en geleidelijk aan een aantal periodieke > onderhoudsperiodes schrappen of inkorten”.

35


Monniken van trappistenabdij Koningshoeven Foto: Koningshoeven

>

Het onderhoud gebeurt momenteel door Waterschap Dommel samen met de monniken. “De monniken moeten leren om met het systeem te werken, maar zullen in de toekomst het onderhoud voor een groot deel overnemen”.

> Opstartproblemen. Tijdens de opstartfase waren er, zoals in elk nieuw project, de gebruikelijke opstartproblemen. “Deze problemen waren te overzien. Denk aan het aanpassen van een aantal aansluitingen om te voorkomen dat het systeem zou gaan lekken, het kalibreren van een niveausensor, het op de juiste hoogte afstellen van een menger in een vat, enzovoort”. Het grootste probleem bleek een tekortkoming in de beluchting. “In het eerste ontwerp werd gekozen voor een plaatbeluchting die energetisch minder gunstig is dan een beluchting die we als Waterschap vaak gebruiken. Daarom hebben we de beluchting in de aanloop van het project aangepast. Echter, een ander beluchtingssysteem heeft ook consequenties voor de aanvoer van de lucht. Het volledig doorrekenen van de gevolgen van deze wijziging door engineering, werd tijdens de voorbereiding over het hoofd gezien. Na realisatie constateerden we te veel tegendruk aangezien de capaciteit van de leiding te beperkt bleek. Door de leiding te vervangen hebben we dit gelukkig snel kunnen oplossen”. > Techniek uit ruimtevaart. De geïnstalleerde ecologische waterzuivering is uniek in Nederland, maar daar stopt de innovatie niet. Een deel van het afvalwater zal worden gebruikt voor een vijver waar meervallen worden gekweekt. Deze vissen consumeren de monniken en staan op het menu in het restaurant van de abdij. “Ook het slib dat overblijft, krijgt een nuttige bestemming. We willen er met behulp van de energiefabriek van het Waterschap dat in Tilburg is gevestigd, biogas van maken”. In april start nóg een nieuw project. “We integreren dan een technologie die in eerste instantie voor de ruimtevaart is ontwikkeld,

36 april 2019

in het systeem. Zo’n kleine dertig jaar geleden heeft ESA berekend wat de mens nodig zou hebben aan zuurstof, water en voeding om een reis naar Mars (destijds een reis van naar schatting veertien maanden) te overleven. De conclusie van weleer: men zou nooit een raket kunnen lanceren aangezien men te veel nodig heeft. Dit leidde tot de start van het programma Melissa. Op humaan niveau werd onderzocht hoe je afvalstromen weer kunt terugwinnen en omzetten in voedsel, zuurstof en water. Waterschap is een samenwerking met ESA aangegaan en zal in april een installatie die bedoeld is voor de ruimtevaart, naar Koningshoeven brengen en integreren. Over de specifieke techniek kan ik niet uitwijden, maar het resultaat van de integratie is dat het terugwinnen van stikstof en fosfaat mogelijk wordt. Daarnaast zal drinkwater en hoogwaardige spirulina (dit wordt in voedingssupplementen gebruikt) kunnen worden geproduceerd. Op die manier zetten we steeds meer stappen om de ambitie, de kringloop volledig sluiten, waar te maken”. <

De ecologische waterzuivering is onderdeel van het Next Gen project, een Europees project rond next-generatie waterconcepten voor de circulaire economie. De Europese Unie heeft aangegeven dat wat in Koningshoeve gebeurt, misschien wel maatgevend is voor de wereld, dus daarom ondersteunen ze dit project. Het project heeft inmiddels ook een aantal prijzen gewonnen: de Waterinnovatieprijs 2018 van de Unie van Waterschappen en de Circular Awards 2019 in de categorie Waterschappen.


Celeste Martens wint titel

Maintenance Manager van het Jaar

De jury was vol lof over de 27-jarige Martens, Hoofd Asset Management bij CroonWolter & Dros Infra. Ze heeft een grote slag gemaakt door het onderhoud al mee te nemen in de tenderfase van een project en het Asset Management team te betrekken. Ze heeft een duidelijke visie op circulariteit en predictive maintenance en maakt daar ook het verschil. Want Martens weet binnen CroonWolter & Dros met onderhoud resultaten te behalen om de waarde van een asset zo hoog mogelijk te houden.

'Celeste Martens wint titel' Foto: NVDO

Martens verdiende reeds in het Coentunnel project haar sporen door FMECA-analyses te maken en een systeem in te richten om het onderhoudsproces te ondersteunen. Maar ook data verzamelen om te kunnen analyseren en optimaliseren, is haar speerpunt. In een ontwerpfase neemt ze in gezamenlijkheid met onderhoud en Asset Management bijvoorbeeld altijd energiekosten mee in de afweging welke oplossing de beste is. En ontwerpen worden inmiddels ook beoordeeld op circulariteit.

> Motivatie. Martens is door de NVDO benoemd tot Maintenance Manager van het Jaar vanwege de beslissende betrokkenheid bij Opleidingen en Selectie, maar ook vanwege het vermogen om vertrouwd te zijn met oudere assets met oudere datasystemen en apparatuur en de enorm succesvolle vertaling van “Van Onderhoud naar Asset Management”, het doorvoeren van standaardisatie in onderhoudsmanagement en het vermogen tot verbeteren in systematiek, mensen en middelen. Martens heeft Asset Management geïmplementeerd, niet alleen binnen het bedrijf, maar ook binnen verschillende projecten. Ze heeft een enorme impuls gegeven aan real-time conditie monitoring en aan voorspellend onderhoud. Ze zoekt graag de samenwerking op. Door de aandacht die Martens heeft voor de waarde van materialen, is circulair ondernemen een van de vijf strategische pijlers voor de komende 3 jaar van Croonwolter&Dros Infra geworden. Celeste Martens is het komende jaar Boegbeeld van de Nederlandse Onderhoudsmarkt, die een omvang heeft van tussen de 31 en 36 miljard euro, maar liefst 4-5 procent van het Bruto Binnenlands Product en waar zo’n 310.000 onderhoudsprofessionals werkzaam zijn. <

‘Het verschil maken werpt vruchten af’ 37


INTERVIEW <

Pyrolysetechnologie

maakt van afval waardevolle

eindproducten

Afval Foto: portofmoerdijk

Waste4ME is een Nederlands bedrijf dat technische oplossingen ontwikkelt om uit afval energie of nieuwe grondstoffen te maken. Het bedrijf zet daarbij onder meer in op de techniek pyrolyse. Met een aantal partners werken ze samen in de Pyrolyseproeftuin Zuid-Nederland. De bouw van een demofabriek in Moerdijk komt rap dichterbij. 38 april 2019


Weggooipallets, gebruikte plastic folie, maar ook walnootschillen, rioolslib of oude autobanden. Het afvoeren ervan kost geld en de materialen verdwijnen doorgaans in de verbrandingsoven. Door dit soort afval te recyclen met de pyrolysetechnologie, ontstaan waardevolle eindproducten: gas (voor energie of chemische industrie), olie (van benzine tot stookolie of chemische industrie) en een cokesachtig residu voor diverse toepassingen. Het mes snijdt dankzij de techniek aan twee kanten: minder afvalverbranding en dus minder milieubelasting en CO2-uitstoot. En tegelijkertijd nieuwe, waardevolle producten, gemaakt van reststromen.

> Stofzuiger. Pyrolyse is een thermisch kraakproces waarbij biomassa, kunststof of afval wordt ontleed door het, zonder aanwezigheid van zuurstof, tot hoge temperatuur te verhitten. Het is een bewezen én kansrijke techniek. Het mooie van pyrolyse is dat het heel flexibel is qua ‘inname’ van afvalstoffen. Oneerbiedig gezegd is het een soort stofzuiger die afval en reststromen opneemt. Bij veel andere technieken zijn er schone afvalstromen nodig. “De uitdaging is, naast de techniek, het vaststellen van de opbrengst per type grondstof ”, zegt Vincent Toepoel van Waste4Me. “Er zijn bijvoorbeeld veel verschillende typen kunststof en daarnaast heb je nog de mate van vervuiling die impact heeft op het eindproduct. En dan heb je nog te maken met de afvalregelgeving. Je bent verplicht om aan te tonen dat jouw behandeling beter is dan verbranden”. > LAP3. Eerst wat uitleg over de Nederlands afvalregelgeving. Ons land kent het Landelijk Afvalbeheer Plan (LAP3) dat het beleid beschrijft voor traditionele afvalactiviteiten zoals inzamelen, recyclen, verbranden en storten. LAP3 gaat ook over zaken als vergunningverlening en handhaving. In 85 zogenoemde sectorplannen is het beleid uit het beleidskader uitgewerkt voor verschillende afvalstromen. Voorbeelden zijn het sectorplan Waterzuiveringsslib, het sectorplan Oliehoudende boorspoeling en boorgruis en het sectorplan Zwavelzuur, zuurteer en overig zwavelhoudend afval. Kortgezegd geeft LAP3 aan wat er wel en niet mag op het gebied van afvalverwerking.

> Pyrolyseproeftuin Zuid-Nederland. Watse4Me werkt hiervoor samen met toeleveranciers van grondstoffen, andere pyrolysebedrijven, potentiële afnemers en onderwijsinstellingen. Dit gebeurt in de Pyrolyseproeftuin Zuid-Nederland op haven- en industrieterrein Moerdijk. De keuze voor Moerdijk is logisch vanwege de aanwezigheid van de vervoersmodaliteiten water, weg en spoor én de aanwezigheid van de diverse afval- en reststromen. Het samenwerkingsverband ontvangt enkele miljoenen euro’s aan financiële steun uit het Europese Ontwikkelingsfonds Operationeel Programma Zuid-Nederland 2014-2020 (OP Zuid). Daarnaast is er een bijdrage van het rijk en cofinanciering van de provincie NoordBrabant. De deelnemers dragen zelf meer dan de helft van de kosten bij. > Waardeketens testen. Toepoel; “Samen testen en bewijzen we in de proeftuin de waardeketen per grondstof. Hoe kom je van ‘troep’ tot een geschikt eindproduct? Welke mate van vervuiling kan een afnemer nog accepteren in het eindproduct? Moet die afnemer iets aanpassen in zijn proces, of kunnen wij aan de voorkant iets doen? Ga je dan filteren op deeltjesgrootte, of haal je bijvoorbeeld chemisch de chloor uit de olie van pvc? Als het eindproduct te vervuild is, is energieopwekking nog de enige toepassing”. De pyrolyseproeftuin is uniek, zegt Toepoel. “We hebben afgesproken om dertig waardeketens te testen. Wat gaat erin, wat levert het op en is het duurzamer dan bestaande technieken? We hebben er in de opstartfase negen gedaan en gaan nu versnellen”. Het testen gebeurt deels door studenten van het STC en het Centre of Expertise Biobased Economy van Avans Hogeschool. “De samenwerking met het hbo is innig. We hebben al diverse afstudeerders hier gehad en we hebben zelfs al één student aangenomen”. > Nieuwe installatie. “Pyrolyse is een bekende techniek, dat is niet zo spannend. Heel Pernis staat er vol mee”, vervolgt Toepoel. “Nieuw is onze zelf ontwikkelde regeltechniek om op basis van één concept diverse vaste materialen te kunnen verwerken. Daarnaast bouwen we modulair waardoor we snel een installatie kunnen opbouwen. Hierdoor kunnen we het ook eenvoudig onderhouden. Als we een fabriek ontwerpen, bestaat die altijd uit >

> Ladder van Lansink. Het Landelijk Afvalbeheerplan geeft weer naar welke treden op de Ladder van Lansink wordt toegewerkt. De Ladder van Lansink is een standaard op het gebied van afvalbeheer, vernoemd naar de politicus Ad Lansink en is opgebouwd uit zes treden. De bovenste trede (A) geeft de beste manier van afvalverwerking weer: Preventie. De laagste treden (E1verbranden en E2-storten) willen we in Nederland zoveel mogelijk vermijden. Trede B gaat over het hergebruik van materialen op hetzelfde niveau (bijvoorbeeld oude flessen weer als fles gebruiken). Op trede D wordt afval gebruikt als brandstof of voor een andere manier van energieopwekking. Voor de pyrolysebedrijven is het te doen om trede C: recyclen. “Vijfentachtig procent van het kunststofafval wordt nu nog verbrand. Dat staat voorgeschreven in het sectorplan en kost 640 euro per ton. Als er aangetoond kan worden dat kunststof thermisch gerecycled kan worden dan valt het onder trede C. Dan hebben we het niet meer over verwijderen, maar over recyclen. Maar een andere trede betekent ook andere regelgeving”.

‘Bewezen én kansrijke techniek’ 39


>

meerdere installaties zodat we, afhankelijk van de aanvoer, de juiste installatie met gescheiden eindproduct kunnen selecteren. Met betrekking tot onderhoud kunnen we de bezetting op pijl houden door modulair af te schakelen”.

> Demofabriek. Bedrijven die afval verwerken kunnen een installatie aanschaffen, maar Waste4Me heeft ook de ambitie om zelf een pyrolysefabriek te starten. De eerste stappen voor een plant op Moerdijk zijn gezet, zegt Toepoels collega Onno Meijerink. “Een ander model is meerdere kleine units op verschillende locaties. Bijvoorbeeld naast een chemische plant die het eindproduct afneemt,

‘Bezetting op pijl houden door modulair af te schakelen’

of op de Waddeneilanden voor recycling ter plaatse”. Meijerink en Toepoel bereiden ondertussen de bouw van een demo-installatie op Moerdijk voor. De fabriek moet straks 35.000 ton afval per jaar verwerken. Verloopt dat succesvol, dan wordt er verder opgeschaald, centraal of decentraal. Meijerink; “Leidend bij het ontwerp en de bouw is de beschikbaarheid, want onvoorziene stilstand wil je zoveel mogelijk uitsluiten. Dat betekent dat we bij het ontwerp additioneel investeren om het onderhoud zo laag mogelijk te houden. Denk aan componenten redundant uitvoeren, zoals de filters. De gasreiniging is opgezet in stappen. De regelsystemen zullen we zo maximaal mogelijk inrichten voor optimale bedrijfsvoering en veiligheid. Modulair, zodat we een component eenvoudig kunnen omwisselen. Dat is ook veiliger. En verder is het systeem dusdanig, dat het eenvoudig is te onderhouden voor een basismonteur”. Toepoel; “We kunnen onbemand draaien, behalve de shredder, maar dat is uit oogpunt van veiligheid. Het onderhoud is een mix van preventief en condition based. Mechanisch is het systeem zo onderworpen dat er alleen eenvoudig onderhoud is te plegen. Het bestaat uit veel low-end techniek met een high-end beveiliging”. Toepoel splitst het onderhoud in vier niveaus: niveau 1 betreft het schoonmaken en het klein dagelijks onderhoud door de operator, niveau 2 betreft het repareren zonder vervanging. Niveau 3 gaat over reviseren en in 4 gaat het over een complete aanpassing in het systeem. “Niveau 4 gebeurt altijd door ons, twee en drie doet de klant zelf, of doen wij, afhankelijk van de gemaakte afspraken”. Meijerink, tot slot; “Een klant koopt geen pyrolyse-installatie maar een businesscase. De beschikbaarheid moet dus goed zijn”. <

WER overview outside Foto: portofmoerdijk

40 april 2019


Smeertechnisch onderhoud optimaliseren?

lubrication

services

www.vanmeeuwen.com

Maak kennis met SMTO®2020 van Van Meeuwen Services Begin gedegen en goed voorbereid aan het optimaliseren van het smeertechnisch onderhoud. Wij helpen graag met de eerste stap. Bel of mail en vraag naar de mogelijkheden.

systems

chemicals

The Netherlands +31 (0)294 494 494

education

Maak zelf je keuze uit 3 opties

Belgium +32 (0)53 76 76 00

Duurzaam Asset Management Hoe managen wij onze kostbaarste asset? We hebben maar één aarde, en die is onze gezamenlijke belangrijkste asset. Met uw asset management kunt u bijdragen aan de duurzaamheidsdoelstellingen van uw bedrijf èn de instandhouding van deze kostbare asset. Dit voorkomt risico's en geeft nieuwe mogelijkheden voor optimalisatie en innovatie. Wij noemen dat Duurzaam Asset Management.

Ook meer waarde halen uit uw assets door Duurzaam Asset Management? Neem contact op met onze experts op het gebied van duurzaamheid en asset management: www.local-works.nl & www.traduco.nl

Asset Management met meer(w)aarde

41


ADVANCED NDT SOLUTIONS • Digital Radiography • Phased Array • Time-of-Flight-Diffraction

A Longer Life

www.mme-group.com


Kort Met duurzaam asfalt in de prijzen! Toepassing van asfaltmengsels zorgen ervoor dat Rijkswaterstaat op korte termijn tot 57% CO2 kan reduceren en meer dan 50% hergebruik van asfalt kan realiseren. Hiermee zet Rijkswaterstaat samen met de markt een belangrijke stap om de klimaatdoelstellingen van het kabinet voor 2030 te realiseren en kan Nederland mondiaal koploper worden op het gebied van duurzaam asfalt. De bouwbedrijven Dura Vermeer, Heijmans, BAM, KWS en Ooms werden door Rijkswaterstaat beloond voor hun oplossingen.

in de komende jaren op het gehele wegennet van Rijkswaterstaat uit te rollen. De drie winnende producten in categorie 2 zullen dit jaar nog verder getest worden. Als de testen in 2019 positief zijn, zullen deze vanaf 2020 ook in aanmerking komen voor aanleg op het wegennet van Rijkswaterstaat. Alle zes producten zijn niet duurder dan het huidige asfalt. Wel zijn komende jaren investeringskosten nodig bij de bedrijven om de transitie naar duurzaam asfalt te realiseren.

De prijsvraag kende 2 categorieĂŤn: Categorie 1 betreft bijna marktrijpe innovaties voor nieuwe asfaltmengsels die voldoen aan bepaalde duurzaamheidscriteria. In deze categorie ontvingen Dura Vermeer, Heijmans en BAM elk een cheque van 150.000 euro. Categorie 2 betreft innovaties die zich nog in de fase van lab naar proefvak bevinden en ook aan strengere duurzaamheidseisen moeten voldoen. BAM, KWS en Ooms ontvingen elk een cheque van 30.000 euro in deze categorie.

Klimaatafspraken

Proefvak De winnende inzendingen in categorie 1 krijgen dit jaar elk een proefvak op het Rijkswegennet. Als blijkt dat de opgegeven reducties ook in de praktijk worden behaald, staat de weg open om deze producten

De prijsvraag is onderdeel van de Klimaatenveloppe 2018, in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK), die door het kabinet is ingesteld om invulling te geven aan de klimaatafspraken van Parijs. EZK heeft met deze enveloppe Rijkswaterstaat de opdracht gegeven om reductie van CO2 te stimuleren in de GWW via asfalt en beton. Rijkswaterstaat zal ook in 2019 vanuit de klimaatenveloppe budget beschikbaar blijven stellen aan de markt om innovaties voor CO2 reductie in de GWW sector te stimuleren. Deze stimuleringsmaatregelen passen binnen het programma Asfalt Impuls. Dit programma voor en door de sector heeft als doel de gemiddelde levensduur van onze asfaltwegen te verdubbelen, de spreiding in levensduur te halveren en de C02-productie te halveren tegen gelijke of lagere kosten.<

43


ONDERZOEK <

Voortgang

na eigen onderzoek Het tempo waarmee de wereld waarop wij leven verandert, neemt steeds meer toe. Globalisering, urbanisering en industrialisering zorgen, in toenemende mate, voor een vraag naar energie, water en andere natuurlijke bronnen. Dit terwijl de zorgen over en consequenties van klimaatverandering steeds duidelijker worden en dus ook maatregelen behoeven. Het is dus niet gek dat duurzaamheid een steeds groter aandeel verwerft bij de bouw en onderhoud van een constructie of installatie. Met Kees Verdoorn en Sander Momberg van MME Group kijken we hoe inspecties een integraal onderdeel uitmaken van deze cyclus.

â&#x20AC;&#x2DC;Nadenken over slimmer ontwerpenâ&#x20AC;&#x2122;

Object specifieke inspectie equipment, ontwikkeld in eigen beheer Foto: MME-Group

44 april 2019


“Toen ik bijna 30 jaar geleden mijn carrière bij MME Group (toen nog Materiaal Metingen) begon, waren klimaatverandering en de bijbehorende gevolgen zaken waar weinigen van gehoord hadden of zich druk om maakten. Alle constructies waren overgedimensioneerd en inspecties beperkten zich voornamelijk tot de verbindingen (lassen). De initiële kosten moesten zo laag mogelijk blijven, waardoor er geen voortschrijdend inzicht was op het gebied van onderhoud en inspecties”, herinnert Verdoorn, General Manager bij MME Group, zich. Zijn collega Sander Momberg, Compliance Manager vult aan; “Wat zich ook typeert voor die periode is de lage grondstofprijs, waardoor er ook helemaal geen behoefte was om na te denken over het slimmer ontwerpen van dergelijke constructies of installaties”.

> Innoveren broodnodig. Verdoorn is trots op zijn eigen R&Dafdeling die is ontstaan omdat opdrachtgevers steeds vaker vroegen om innovatieve oplossingen die de totale impact op het milieu verkleinen, maar hierbij geen negatief effect hebben op de constructietijd en/of downtime. De R&D-afdeling werkt nauw samen met opdrachtgevers en het MME-pleidingscentrum. “Een goed voorbeeld van een innovatie die hier uit voortgekomen is, zijn digitale radiografiesets. Deze sets gebruiken geen conventionele films wat zorgt voor een lagere milieubelasting en er kan op afstand direct worden mee gekeken naar de resultaten. Zo is het hypothetisch mogelijk dat de QC-manager vanaf de andere kant van de wereld live kan meekijken, de resultaten kan interpreteren en beoordelen”, aldus Verdoorn.

> Samenwerken. Om een transitie in te zetten van een lineaire, naar een circulaire economie, is kennis nodig van de fundamentele processen en onderdelen binnen het ontwerp. Dit begint bij het begrijpen van de uitdagingen waar organisaties voor staan. Verdoorn; “Vroeger werden we voornamelijk gevraagd om alleen de las in de constructie te onderzoeken. Slimmer ontwerpen zorgt voor een andere benadering voor alle betrokken partijen. Tegenwoordig worden we steeds vaker bij alle fasen van de bouw of onderhoud betrokken. Denk hierbij aan het adviseren tijdens de ontwerpfase, het verifiëren van de juiste materiaalsamenstelling en het ontwikkelen van constructie specifieke toepassingen”.

> Onafhankelijkheid waarborgen. Het bouwen van steeds grotere en complexere constructies, regelmatig ook met nieuwe materiaalsamenstellingen, vraagt om een uitzonderlijk goede kennis van de markt en toegepaste regelgeving. Momberg; “Een belangrijk uitgangspunt van de circulaire economie is de interdisciplinaire samenwerking tussen alle betrokken partijen. Alleen op die manier bereik je een efficiënt proces waarbij de doorlooptijd en eventuele downtime tot een minimum worden beperkt. Dit is een complexe materie en omdat wij de uiteindelijke inspectie uitvoeren, moeten we hierin onze onafhankelijkheid kunnen waarborgen”. Momberg vult aan dat het niet alleen gaat om het opstellen van heldere procedures, maar dat dit niet los gezien kan worden van een bepaalde mate van cultuuromslag.

> Normering. Steeds vaker wordt aan het begin van het ontwerp een levenscyclusanalyse gemaakt. De zogenaamde LCA. Met een dergelijke analyse wordt bepaald in welke mate de (productie)keten milieubelastend is. Momberg hierover; “Met een LCA bepalen je systematisch de effecten van de gebruikte materialen op het milieu van “Cradle to Grave”. Dit kan je borgen in de ISO14040 of ISO14044. Wij herkennen de uitdagingen die hiermee gepaard gaan en bieden ondersteuning door nieuwe innovatieve inspectiemethodieken waarbij bijvoorbeeld geen (of biologisch afbreekbare) verbruiksmaterialen toegepast worden. Op deze wijze neemt de milieubelasting af en is een opdrachtgever bijvoorbeeld in staat een aanbesteding te winnen”.

Magnetisch Foto: MME-Group

> Milieu wordt niet vergeten. “Het is geen geheim dat we voor een grote uitdaging staan. Bestaande assets lopen tegen het einde van hun levensduur aan. Dit betekent dat deze binnen redelijke termijn zullen worden ontmanteld. Dit biedt ook kansen”aldus Verdoorn. “Immers, doordat het merendeel is gebouwd met conventionele bouwmaterialen (beton, staal, enzovoort), kunnen deze materialen worden gerecycled. En ook dat belast het milieu weer minder, duurzaam dus!” < Pijlers “Om vanuit inspecties van toenemende toegevoegde waarde te kunnen zijn in de ingezette transitie, richt MME Group zich de komende jaren op drie pijlers; • Onderzoek en innovatie naar nieuwe inspectiemethoden, waarbij nauw zal worden samengewerkt met verschillende partners om de integriteit van constructies, voor de lange termijn, te waarborgen • Onderricht, waarbij het NDO-trainingscentrum van MME Group als spil zal fungeren en waarbij de nieuwe technieken zullen worden onderwezen en getoetst • Uitvoering, waarbij een combinatie van de eerdergenoemde bijdraagt aan een slimmer ontwerp

45


VEILIG WERKEN <

Doelmatig, Duurzaam

én Veilig

De jaarvergadering van de FEDECOM stond dit jaar in het teken van de balans tussen relaties, reputatie en resultaat, de zogenaamde ‘TRIPLE R’. Via de NVDO werd Anne Verbeeck, Programma manager Veiligheid Voorop, gevraagd in dat kader iets te zeggen over veiligheid en reputatie. Reputatie definieerde ze in deze context als ‘optelsom van ervaringen van personen en instanties die feitelijk een relatie hebben met het bedrijf, branche of sector’. “Dat is wat anders dan imago” waarschuwt ze. “Bij een imago gaat het om het beeld dat er onder de mensen leeft. Het roept beelden of associaties op zonder dat er sprake is van feitelijke ervaring. De reputatie ís dus als het ware de relatie”. Het gaat om vertrouwen, zegt Verbeeck, het hebben van ‘een goed gevoel’. “Als je dat inzicht vertaalt naar de onderhoudsbranche, betekent dat investeren in duurzame relaties met de klant. Het gaat niet om de snelle winst, maar om het opbouwen van een langdurige relatie die gebaseerd is op onderling vertrouwen, wederzijds respect en waardering. “Een ‘goed gevoel’ is een schitterend begin, maar op termijn onvoldoende om de relatie in stand te houden. Om iets in stand te houden is ‘onderhoud’ nodig; ook in een relatie. Doelmatig onderhoud is in hoge mate effectief, efficiënt en functioneel. Duurzaam onderhoud is veel meer gericht zijn op bestendigheid en consistentie. Voor een goede reputatie is beide nodig”.

> Duurzame veiligheid. Sinds 2017 werken overheid, bedrijfsleven en de wetenschap samen aan het vergroten van de veiligheid in de (petro)chemische industrie in het programma DUURZAME VEILIGHEID 2030. De ambitie is een vitale (petro)chemische industrie in Nederland zonder noemenswaardige incidenten. Dat vergt ‘onderhoud’. Niet alleen van de ‘assets’ en de bedrijfsmiddelen, maar ook van de relaties tussen de mensen die daar verantwoordelijk voor zijn. Werken aan veiligheid vóór veiligheid zou je kunnen zeggen. Gerard Heerink (Directeur FEDECOM) gaat nog een stap verder en duidt op de noodzaak van een effectieve samenhang tussen de goed opgebouwde relatie, het hebben van een uitstekende reputatie én het behalen van goede bedrijfsresultaten. “Als de producten en diensten goed zijn, de leverbetrouwbaarheid op orde is en de prijs een beetje klopt,

46 april 2019

Doelmatig, duurzaam of veilig? Foto: Veiligheid Voorop

wordt een order je door de goeie relatie gegund. Heb je een hoge gunfactor, dan gaat het je al snel voor de wind. Heb je een lage gunfactor, dan is creativiteit en hard werken nodig om alsnog naar de gunst van de klant te dingen. Relatie is één, maar een goede reputatie waardoor meer klanten jouw bedrijf bij herhaling opzoeken is nog weer wat anders. In de markt blijkt dat een aantrekkelijke reputatie (of de goede naam en faam) van een bedrijf niet toevallig tot stand komt”. Heerink zegt dat daar vaak jaren aan inspanning aan vooraf gaan en gericht werken aan positieve ervaringen van jouw producten, jouw diensten en vooral niet te vergeten, jouw mensen. Stap voor stap een reputatie opbouwen vanuit een verdienstelijke relatie met klanten én vice versa is de sleutelfactor voor het succes van morgen. “Wanneer dat goed op elkaar is ingesteld, leveren de bedrijfsreputatie en goede klant- en leveranciersrelaties een aantrekkelijk rendement op”.

> Geen ruimte voor creativiteit. Hoe is het gesteld met de reputatie van jouw bedrijf ? Is de leverbetrouwbaarheid op orde, is bereikbaarheid goed, service tijdig geleverd, storingen snel verholpen, is de showroom en werkplaats netjes en veilig ingericht? Dat zijn vragen die Verbeeck zich stelt. “Op branche-niveau zijn er ook vragen. Zijn we aantrekkelijk voor jonge leerlingen, kunnen zij zich verder ontwikkelen en hebben we dat begeleid met vervolgopleidingen en perspectief biedend werkklimaat en loopt de beloning in de pas”? En bij onze afnemers/klanten: Houden we ons altijd aan de wettelijke voorschriften van veiligheid als het gaat om de toelatingseisen van machines of als het gaat om de borging van de arbeidsveiligheid? Of wijzen we met het vingertje dat de afnemer alleen gaat voor de laagste prijs en dat de ene dit nog slimmer uitspeelt dan de ander? “Als het gaat om veiligheid, valt er niet te marchanderen met een onsje meer of minder. Dan moet je gewoon leveren wat wet en contract vereist. Maar hoe krijg je dan de afnemers/klanten zover dat zij ook mee gaan denken en helpen om de morele plicht ‘zero accidents’ na te streven? En wat doe je als de klant daar ‘geen boodschap’ aan heeft. Hoe zit het dan met de veiligheid? Daar zit nou precies het probleem én de uitdaging. Het gaat niet alleen om duurzame veiligheid, maar veel meer om veilige duurzaamheid”. > Veilige duurzaamheid. Van de TRIPLE R komen we nu zomaar bij het VIER V principe met Verbeeck. “Veiligheid, vertrouwen, verbinding en vrijheid. Die eerste twee zijn nodig voor de verbinding (relatie) die dan weer voorwaardelijk is voor de vrijheid waarin verantwoordelijkheid genomen kan worden voor de eigen reputatie. Dan is de cirkel rond en spreken de resultaten voor zich. Werken aan duurzame veiligheid is dus enkel doelmatig als je tegelijk ook werk aan veilige duurzaamheid”.<


Klimaatinstallaties

GEBRUIKERSPLATFORM <

optimaliseren met WKO-scan

Warmte Koude Opslag (WKO) is een duurzame methode om energie in de vorm van warmte of koude op te slaan in de bodem. De techniek wordt gebruikt om gebouwen, woningen, kassen en processen te verwarmen of juist te koelen. Bij de koudeopslag wordt winterkoude gebruikt voor koeling in de zomer. En warmte uit de zomer wordt opgeslagen voor verwarmen in de winter. Twee jaar geleden introduceerde het Gebruikersplatform Bodemenergie de WKO-scan. Met dit instrument kan een ervaren adviseur op een snelle, objectieve en gedegen manier de eigenaren van een WKO-systeem inzicht geven in de prestaties van hun systeem. De uitgevoerde scans laten zien dat het een zinvol instrument is.

> Waarom een scan? De aanleiding tot het ontwikkelen van de WKO-scan was meervoudig, vertelt voorzitter Dick Westgeest. “Allereerst bleek er een enorme behoefte te zijn aan het optimaliseren van bestaande klimaatinstallaties met bodemenergie. Een andere aanleiding was de wens vanuit de markt, zowel van eigenaren als van de toeleverende industrie, om het imago van de klimaatinstallatie met WKO te verbeteren. En de ontwikkeling van de scan kwam ook voort uit de doelstelling van het Gebruikersplatform Bodemenergie, namelijk het behartigen van de belangen van eindgebruikers met deze installaties”.

> Bij het begin beginnen. “We beginnen de WKO-scan altijd met een open gesprek”, zegt Ivo Everts van ATES Control, een van de specialisten die namens het Gebruikersplatform Bodemenergie de scans mag uitvoeren. “In zo’n gesprek inventariseren we eerst hun beleving; niet alleen bij de eigenaar, maar ook bij een aantal gebruikers”. Everts vindt het jammer en ook onnodig dat bodemenergie

Ivo Everts, ATES Control Foto: Gebruikersplatform Bodemenergie

door slecht presterende WKO-systemen een slechte naam krijgt. “De technologie is echt volwassen genoeg om probleemloos en efficiënt te functioneren. De randvoorwaarde is dat we niet alleen een goed ontwerp maken, maar dat dit ontwerp ook deskundig wordt geïnstalleerd. Belangrijker nog is dat er in de fase daarna goed beheer wordt gepleegd. Uitgebreide monitoring van de systemen en betrokkenheid van de eigenaar en beheerder is echt essentieel voor een betrouwbaar functionerende WKO-installatie”. Een goede rapportage is niet alleen belangrijk vanwege je verplichting aan de provincie, zoals de mogelijke eis aan de warmte en koude balans in de bodem, maar juist ook om een ontregeling of een vreemde gedraging van het systeem snel en vroegtijdig te ontdekken. “Zodra wij de WKO-scan uitvoeren, willen we ook in het gebouwbeheersysteem en de monitoringsoftware kunnen meekijken. Dat vereist dus niet alleen medewerking van de eigenaar, maar vaak ook van de technisch dienstverlener die op het project actief is”, zegt Everts. “Zonder toegang tot de monitoring en de geregistreerde gegevens, is het vrijwel niet mogelijk om op een goede, gefundeerde manier een oordeel over het presteren van de WKO te vormen”.

> Concreet. Als het gaat om sustainability noemt Everts een mooi voorbeeld hoe de WKO-scan daaraan kan bijdragen. Het gaat daarbij om de optimalisatie van de klimaatinstallatie van de gemeente Alphen aan den Rijn in het stadshart (inclusief gemeentehuis) met als resultaat dat het gasverbruik bijna tot nul is gereduceerd en dat de installatie nu is ingeregeld volgens de ontwerpuitgangspunten. Ook wordt de regie door één partij bepaald.  <

‘De technologie is echt volwassen genoeg om probleemloos en efficiënt te functioneren’’ 47


WET EN REGELGEVING <

Handig die normen als het gaat om

Sustainability Door gebruik te maken van een warmte- en koude opslag (WKO) als klimaatinstallatie is geen gasaansluiting nodig. Op de WKOinstallatie zijn bij de TU Eindhoven inmiddels vijf gebouwen aangesloten, waaronder het Atlasgebouw en het Fluxgebouw. De gebouwen maken onafhankelijk van elkaar en naar behoefte gebruik van de installatie, bijvoorbeeld voor verkoeling in de zomer en verwarming in de winter. Het mooie is dat door dit systeem de CO2-uitstoot met 80% wordt gereduceerd, wat een enorme winst is. Dat zegt Roan van der Lee, Data Scientist bij Axians. Van der Lee houdt zich bezig met het verrijken van data en het creëren van inzichten in allerlei vormen. Hij geeft een voorbeeld van een gebouw dat zelf groene energie opwekt en door middel van slimmigheden ervoor zorgt dat er bijna evenveel energie wordt opgewekt als verbruikt.

Atlasgebouw Foto: Jasmijn Verhoef

De gevel bestaat uit glas met een sterk zonwerende functie. De binnenkant is voorzien van zonwerende doeken met een speciale coating. Ramen kunnen niet kantelen of openslaan, maar schuiven in zomernachten naar buiten waardoor een luchtstroming ontstaat die het gebouw koelt en van verse lucht voorziet. In de winter krijgt het glas een thermische werking door ’s nachts de binnenzonwering te laten zakken. “In het gebouw staat de slimme energiezuinige LED-verlichting standaard op een laag niveau, maar kan door elke individuele gebruiker naar behoefte worden ingesteld. Daarnaast wordt alleen groene stroom gebruikt en wordt de CO2-uitstoot onder andere door de aanplant van bomen gecompenseerd”, aldus Van der Lee.

> Slim én Duurzaam hand in hand. Een gebouw duurzaam gebruiken, door sensoren te laten meten welk gedeelte van het gebouw bezet is, gaat verder. De verlichting en temperatuur worden automatisch geregeld. Het Flux-gebouw heeft bijvoorbeeld dag en nacht één constante temperatuur en een goede isolatie. Dat is goedkoper en zuiniger dan het hele gebouw ’s nachts te laten afkoelen en ’s morgens weer op te warmen. Hiermee wordt het bestaande verbruik van energie enorm gereduceerd en kan een gebouw, met door zonnepanelen opgewekte stroom, grotendeels of zelfs helemaal zelfvoorzienend worden. Van der Lee; “Zo zijn er nog vele toepassingen te bedenken, waardoor steeds efficiënter gebruik wordt gemaakt van de gebouwen”. > Eerste Europese normen voor circulaire economie. Euro-

> Op weg naar zelfvoorzienende energie neutrale gebouwen. De renovatie van het hoofdgebouw van de campus, het Atlasgebouw, is inmiddels voltooid. Hier is een circulair opgebouwd klimaatneutraal gebouw ontstaan, gericht op hergebruik van materialen in combinatie met allerlei nieuwe technieken.

48 april 2019

pese normen die gaan over het efficiënt en circulair omgaan met materialen van producten die vallen onder de Ecodesign richtlijn: energie gerelateerde producten zijn handig. EN45558 ‘General method to declare the use of critical raw materials in energy-related products’ geeft aan wat kritische grondstoffen zijn en hoe je moet vastleggen welke je


in je product hebt gebruikt. EN 45559 ‘Methods for providing information relating to material efficiency aspects of energy-related products’ beschrijft hoe je moet aangeven hoe goed je product te repareren is, opnieuw te gebruiken, op te waarderen en opnieuw kunt fabriceren. Bovendien geeft deze norm aan hoeveel en welke toegepaste materialen en onderdelen gerepareerd, hergebruikt, opgewaardeerd of opnieuw gefabriceerd zijn. Deze twee Europese normen zijn onderdeel van een pakket van twaalf normen waar op dit moment in Europa hard aan wordt gewerkt voor de Europese Ecodesign richtlijn.

> Gebouwen en de Europese normen.Van der Lee; “Zo’n norm gaat vooral om het vastleggen van waar de energy-related products, zoals kabels, sensoren en leidingen, zich precies bevinden en welke kritische grondstoffen ervoor zijn gebruikt. Hierdoor wordt inzicht verkregen in wat wel of niet hergebruikt kan worden. En zo is er veel minder afval te verwerken. Omdat producten hergebruikt kunnen worden, kunnen ook productiekosten bespaard worden. Dat is ook het mooie aan het Atlasgebouw. Daarbij is heel erg gekeken naar wat hebben we, en hoe kunnen we dat hergebruiken. En dat is iets wat gestimuleerd en gewaardeerd moet worden”. “De normen helpen om nog beter in kaart te brengen waar welke sensor zit, hoe het aan elkaar gekoppeld is en welke data de sensor levert. Door deze normen ontstaat een betere kwaliteit aan data en daarmee betere data-analyses. Je moet dus weten waar de sensoren zich bevinden. Enerzijds om doelgericht en efficiënt te kunnen meten en indien nodig het netwerk te kunnen upgraden, anderzijds om het gebouw doelgericht en efficiënt te kunnen onderhouden”, aldus Van der Lee. “De combinatie van circulariteit en duurzaamheid heeft de toekomst. Met behulp van deze normen wordt afgedwongen dat bewust wordt nagedacht over wat we waar gebruiken en hoe we het gaan gebruiken. Een slim gebouw in de basis circulair gebouwd met het doel duurzaam te zijn, is een klimaatneutraal gebouw”.

> Slim hoor, zo’n slim gebouw. Een systeem van sensoren genereert een enorme hoeveelheid aan data. Het kan aanwezigheid detecteren, de verlichting regelen en registreren waar iets mis is. Data worden onder meer gebruikt voor onderhoud en het in kaart brengen en optimaliseren van het energieverbruik. Het onderhoud aan een slim gebouw

‘Het onderhoud aan een slim gebouw is niet per definitie anders dan traditioneel onderhoud’

Roan van der Lee, Axians Foto: Privé Collectie

is niet per definitie anders dan traditioneel onderhoud. Van der Lee; “Ook in een slim gebouw moet een installatie goed zijn, de sensoren goed werken en alles moet worden onderhouden. Naast het traditionele onderhoud aan installaties en leidingen, zal meer elektrotechnisch onderhoud moeten plaatsvinden”.

> Data scientist en Onderhoudsprofessional versterken elkaar. “Ik kan iets heel moois maken dat zorgt voor een optimalisatie van het stroom- en lichtgebruik in zo’n gebouw, maar op het moment dat de sensoren niet goed werken, of bepaalde installaties niet goed zijn afgesteld, dan kan ik maken wat ik wil, maar dat gaat nooit goed werken. De maintenanceprofessional blijft heel hard nodig in zo’n gebouw”. Het werk van de data scientist valt of staat met goed onderhoud. Is de data input niet goed, dan is de output ook niet goed. ”Wanneer een sensor regelmatig wegvalt, zit deze waarschijnlijk niet goed. Ik kan wel interpreteren wat die sensor waarschijnlijk zou hebben gegenereerd aan data als die wel zou werken, maar dat blijft gissen. De sensor zal gerepareerd of vervangen moeten worden. Ik kan niet zonder goede onderhoudsprofessionals”. Van der Lee zoekt de samenwerking. “Met data zien we tussen welke sensoren iets mis is. De exacte locatie is bijna nooit een punt, maar een straal. Om de exacte locatie te vinden, zal altijd visuele inspectie nodig blijven. Gaat er een koppelstuk kapot, kan dat een paar facetten verder tot uiting komen. Met gebruik van data kan veel specifieker herleid worden welk koppelstuk defect is, maar er zal nog steeds goed naar gekeken moeten worden. Data is één, maar je hebt de ervaring en specialisatie van de onderhoudsmonteur nodig. Een hele grote stap voorwaarts naar een betere toekomst en dat is wat ik noem sustainability!” <

Impact De impact van de normen is groot. Er wordt ingegaan op duurzaamheid, repareerbaarheid, herbruikbaarheid, opwaardeerbaarheid en fabriceerbaarheid van en gebruik van kritische grondstoffen in producten, onderdelen en materialen die ingezet worden in onder andere de maakindustrie en bouwsector en gebruikt worden voor consumentengoederen. Op Europees niveau zijn meer dan vierhonderd experts en tientallen Europese normcommissies en brancheorganisaties betrokken bij de ontwikkeling van deze nieuwe normenreeks, in werkgroepen van minstens tachtig experts.

49


OPGELEVERD <

Zandhavenbrug over de A1 Foto: ProRail

Zandhazenbrug wint

de nationale staalprijs

De Zandhazenbrug over de A1 bij Muiderberg is de winnaar van de staalprijs 2018 geworden in de categorie infrastructuur. De Zandhazenbrug is een van de grootste spoorboogbruggen van Europa. De naam van de brug is afgeleid van de bijnaam van inwoners van Muiderberg: Zandhazen.

50 april 2019


De nieuwe spoorbrug is met een lengte van meer dan 250 meter de langste boogbrug over het spoor van Nederland en een van de grootsten in Europa. Bovendien is de brug het grootste en zwaarste object dat ooit in Nederland over de weg is verplaatst. De brug overspant in één keer de nieuwe, verbrede A1 en er is net zo veel staal in verwerkt als in de Eiffeltoren.

> Bijzonder ontwerp. De nieuwe spoorbrug over de A1 is onderdeel van de grootschalige weguitbreiding van het traject Schiphol-Amsterdam-Almere, bij het verkeersknooppunt Muiderberg. Om het aantal rijstroken op deze locatie te kunnen verdubbelen, moest het bestaande betonnen spoorwegviaduct worden vervangen door een nieuwe stalen spoorbrug. De Flevospoorlijn kruist de snelweg onder een zeer schuine hoek (+/- 27°). De combinatie van de hoek en de eis om, ondanks de lengte, geen tussensteunpunten te plaatsen leidde tot het bijzondere ontwerp. > Weinig hinder. Natuurlijk voelt ProRail zich als mede opdrachtgever, naast Rijkswaterstaat, ook winnaar en zijn ze super trots op deze prijs. In het bijzonder zijn ze trots op het feit dat weg- en treinverkeer weinig hinder hebben ondervonden tijdens de bouw van de 15.000 ton zware brug. Tijdens het gehele project zijn er slechts twee korte buitendienststellingen van de rijweg A1 geweest: één weekend voor het inrijden van de spoorbrug en één nacht tijdens het slopen van de oude spoorbrug en het schuiven van de nieuwe spoorbrug. Het spoor is slechts vier dagen buitendienst geweest. > Innovaties op product-, concept- en bouwniveau. De toepassing van S460 is voor de hoofdliggers en bogen noodzakelijk. De keuze voor S355 in combinatie met de vereiste slankheid van de brug zou leiden tot ontoelaatbare plaatdiktes en een hoog transportgewicht. Volgens de huidige ontwerprichtlijnen van ProRail is het echter niet toegestaan om staalsoorten hoger dan S355 toe te passen. In overleg met ProRail is besloten om voor een betere lasbaarheid thermo-mechanisch gewalst staal S460/ML toe te passen en om tegelijkertijd een aantal strengere eisen te stellen aan de chemische samenstelling en mechanische eigenschappen van het materiaal.

In het ontwerp is veel aandacht besteed aan de kans op vortex-excitatie: het trillen van de diagonalen bij een combinatie van wind en regen. Bij de Zandhazenbrug werd voor de bovenleidingsportalen een aanvullend element ontworpen voor de demping van trillingen, in dezelfde vormgevingstaal als de rest van de brug. De portalen zijn zo gepositioneerd dat zij in de buurt staan van de diagonalen. Hierdoor werd het mogelijk om bij het optreden van trillingen de portalen uit te breiden met een demping, zonder extra portalen bij te plaatsen of windgeleiders op de diagonalen aan te brengen. Dit voorkomt dat deze elementen visueel te veel aan de diagonalen klitten.. <

Duurzaamheid De nieuwe brug heeft een levensduur van minstens honderd jaar. Daarnaast heeft de spoorbrug een optimale flexibiliteit doordat hij de snelweg in één keer overspant zonder tussensteunpunten. Vanwege de grote lengte, in combinatie met de vereiste slankheid van de hoofdliggers (het spoor moest blijven passen op het spoor op de dijk) en bogen, werden deze vervaardigd in thermo-mechanisch gewalst staal S460/ML. Hierdoor kon het gewicht van de brug beperkt blijven en was het mogelijk om de brug over de weg te transporteren. De toepassing van S460 leverde uiteindelijk een gewichtsbesparing van bijna 30% op. Door het gebruik van staalkwaliteit S460 wordt een hogere MKI (Milieu Kosten Indicator) bereikt. Dit betekent een sterke reductie van de hoeveelheid toe te passen grondstoffen, het totale lasvolume en dus het energieverbruik bij vervaardiging. Door de gewichtsreductie is het mogelijk geweest om de brug over de weg te transporteren i.p.v. over water, wat eveneens leidt tot een hogere MKI.

‘Levensduur van minstens honderd jaar’’

51


CursusKalender 7 mei; Asset Data Management (ADM) Informatiemanagement in alle fasen van de Asset Life Cycle! Informatie speelt een cruciale rol in het engineeren en onderhouden van assets. Deze eendaagse training introduceert u in de wereld van het verzamelen, vastleggen, delen, beheren en analyseren van informatie, zodat u door het slim inrichten van Asset Data Management maximaal presteert in alle fasen van de Asset Life Cycle!

Doel

Resultaten voor deelnemers aan de training "Asset Data Management”: • Inzicht in en bewustzijn van ADM in projecten en technisch beheer • Herkennen van valkuilen op het gebied van informatiemanagement • Waarde van informatie voor optimaliseren van Beheer en Onderhoud • Inzicht in functie van informatiemanagement in de verschillende fasen van de Asset Life Cycle Tips & tricks voor slim ADM!

Onderwerpen

In deze training met uitgebreide praktijkvoorbeelden en actieve opdrachten, worden onder andere de volgende onderwerpen behandeld: • Functie van informatiemanagement in alle fasen van de Asset Life Cycle • Positie van ADM in Asset Management • ADM in projecten versus beheer • Informatie vastleggen, delen en beheren • Tools voor het verzamelen van informatie • Onderhoudsinformatiesystemen • Document control in projecten • Master dataverwerking voor reservedelen • Informatie voor FMECA en onderhoudsplannen • Analyseren van informatie om te komen tot predictive maintenance • ADM best practices

8/9 mei; Operational Excellence in Perspectief De term “Operational Excellence” staat van origine voor het zo efficiënt mogelijk aanbieden van een product of dienst. Tegenwoordig is het een fundamenteel onderdeel van goed presterende organisaties. Bedrijven hebben door de jaren heen al in detail uitgewerkt hoe ze hun productieproces “operational excellent” moeten inrichten. Onderhoudsprocessen vragen echter een geheel eigen benadering. De principes zijn dezelfde, de uitwerking is soms totaal anders dan bij productieprocessen.

In company mogelijk

In company mogelijk

Doel

Na het volgen van de cursus “Operational Excellence in Perspectief” kent de cursist het totaalmodel van operational excellence in onderhoud en heeft hij of zij een basis om verder te kunnen werken aan het opzetten van een Operational Excellence binnen zijn onderhoudsorganisatie.

Onderwerpen

Tijdens deze eendaagse cursus worden eigen ervaringen uitgewisseld. De deelnemers krijgen een beeld van hun huidige werkwijze bij het analyseren van storingen. Vervolgens wordt stap voor stap een systematische aanpak voor storingsanalyse getraind. Daarbij worden korte stukken theorie steeds afgewisseld met vele praktische voorbeelden en oefeningen om vaardigheid te ontwikkelen in een kritische aanpak.

Start 8 mei; Leergang Asset Management Na het volgen van de leergang is de cursist in staat om antwoord te geven op de volgende vragen: • wat is Asset Management: gedachtengoed, de methodiek en principes

52 april 2019

• welke plaats en positie neemt Asset Management in binnen de organisatie • hoe wordt risicomanagement toegepast binnen de methodiek van Asset Management


• hoe kunnen ontwerpbeslissingen onderbouwd worden op basis van een Life Cycle Cost benadering • hoe wordt wet- en regelgeving in het bedrijfsbeleid geborgd • hoe kunnen bedrijfsprocessen worden gestroomlijnd, systeemeffectiviteit worden verhoogd en totale kosten over de levensduur worden geoptimaliseerd • hoe bereik ik de optimale kosteneffectiviteit van de assets over de levensduur • hoe ontwikkel ik de meest doelmatige uitbestedingsstrategie, hoe voer ik regie over de markt • hoe worden mijn directie en ik zich bewust van de meerwaarde van Asset Management • hoe kan ik de methodiek en principes van Asset Management effectief binnen de keten van mijn organisatie uitdragen en communiceren

• hoe kan ik bijdragen in het realiseren van een optimale samenwerking tussen alle partijen in de keten • hoe kan ik de normstandaard ISO 55000 als hulpmiddel toepassen in het realiseren van de bedrijfsdoelstellingen

Onderwerpen

Het 7-daagse programma bestaat uit drie modules van elk twee aaneengesloten dagen en een round up dag. Technisch bedrijfskundige onderwerpen worden afgewisseld met onderwerpen ter versterking van de sociale aspecten, die een belangrijke rol spelen bij de implementatie en borging van Asset Management binnen de organisatie. De leergang is vanuit het “action learning” principe opgezet, de onderwezen theorie wordt met oefeningen en praktijkcases ondersteund. Resultaat van deze opdracht vormt aan het eind van de leergang een leidraad die kan fungeren voor invoering en borging van Asset Management binnen uw eigen bedrijf.

16/17 mei; Uitbesteden van Onderhoud Uitbesteden van onderhoudswerkzaamheden komt in alle sectoren voor. Veelal kiezen bedrijven ervoor om zich nog enkel en alleen op de core-business te richten. De productie en omzet is echter wel sterk afhankelijk van de beschikbaarheid van de (proces kritische) installaties. Tevens heeft men in de praktijk te maken met specifieke installaties of systemen waarbij het onderhoud wordt uitgevoerd door de fabrikant of derden. In alle gevallen dient bij het uitbesteden duidelijk te zijn wie welke taken en verantwoordelijkheden heeft en wat de risico’s zijn van uitval of verstoringen van het primaire proces. Contracten moeten transparant zijn en duidelijke afspraken bevatten.

In company mogelijk

Doel

Na het volgen van de tweedaagse cursus Uitbesteden van Onderhoud, is de cursist in staat om het proces van contractmanagement in te richten en te beheersen. Concreet leert de cursist wat contractmanagement inhoudt, welke typen onderhoudscontracten mogelijk zijn en hoe deze strategisch toegepast kunnen worden. Daarnaast leert de cursist onderhoudscontracten opstellen, borgen, bewaken en evalueren. Tot slot worden de concepten Life Cycle Costing en Total Cost of Ownership behandeld als uitgangspunten voor investeringsbeslissingen.

16/17 mei; Leergang R&ME Tijdens de leergang wordt de deelnemer vaardig in het toepassen van methodische benaderingen voor het oplossen van lastige vraagstukken. Daarbij wordt veel aandacht besteed aan het vergroten van de persoonlijke effectiviteit en aan het onbevangen leiden van verbetergroepen. Na afloop van de leergang beschikt het bedrijf over een doelgerichte, slagvaardige verbeteraar.

De opbouw van de leergang

De leergang bestaat uit 8 modulen. Tijdens de leergang vindt individuele begeleiding plaats, inclusief coaching op de werkplek. Module 1; Inleiding en oriëntatie op Reliability- en Maintenance Engineering Module 2; Vaardigheden oplossen problemen (RCA / Event Map / Probleem- en Gedraganalyse)

Module 3; Facilitatorvaardigheden en persoonlijke ontwikkeling (incl. Whole Brain Thinking) Module 4; Vaardigheden voor voorkomen problemen (Risico management / RCM / FMEA) Module 5; Databeheer en toegepaste statistiek (principes van SPC / Six Sigma) Module 6; Theorie en methoden voor Asset Management Module 7; Vaardigheden voor Lean Maintenance Module 8; Effectieve implementatie van de R&ME functie De leergang R&ME is erop gericht dat de deelnemers beter in staat zijn een faciliterende rol te vervullen, als spin in het web van continu verbeteren. Het resultaat is dat zij gestructureerd en systematisch verbeterprojecten begeleiden. Met andere woorden; de deelnemers worden “kampioen” in aanpak en methode, in het ondersteunen van teams bij het kritisch analyseren van vraagstukken en het zoeken naar creatieve oplossingen. Meer generalist dan specialist! 53


Wiellager in een achtbaan De kermisexploitant werkt hard voor weinig en is nooit chagrijnig! Behalve na de crash van een achtbaangondel tijdens de allereerste kermis na de winterstop! Eén van de wielen van een achtbaangondel sloeg vast, precies op het punt in de achtbaan waar de gondel juist de meeste snelheid heeft gemaakt. De inzittenden kregen, bij deze plotselinge afremming tot stilstand, door de veiligheidsbeugels een enorme impact op hun borstkast te verduren. Daarnaast was de schrik en paniek natuurlijk groot. De inzittenden huilden en gilden luid en ook de omstanders waren hevig geschrokken. Nadat de inzittenden uit hun benarde positie werden gehaald door het gemeentelijke brandweerkorps, bleek dat zij gelukkig niet gewond waren en met de schrik waren vrijgekomen. Uiteraard was de feestelijke sfeer, die er op een kermis behoort te zijn, compleet verdwenen. Door de inspecteur van de aangewezen keuringsinstantie en de plaatselijke burgermeester, is de attractie uiteraard direct buiten gebruik gesteld en werd het de exploitant verboden ook nog maar iets aan de attractie te doen.

Oorzaak Bij het direct opgestarte technisch onderzoek ter plaatse bleek, dat één van de wiellagers compleet was vastgelopen. “Maar ik heb juist afgelopen winter alle lagers vervangen” verklaarde de exploitant, “deze zijn allemaal nieuw en het heeft mij een vermogen gekost”. Na verder gedetailleerd technisch onderzoek, bleek dat bij het monteren van de lagers een onjuiste montage methode is toegepast. De lagers zijn op gevoel (lees; met hamer en beitel) door de exploitant zelf gemonteerd en hebben na montage weinig tot geen eindspeling meer overgehouden. Door deze kleine of geen speling en daarmee gepaard gaande extra warmteontwikkeling (ten gevolge van hoge snelheden) is als gevolg het lager vastgelopen.

En verder De kermisexploitant heeft zijn attractie compleet moeten laten reviseren en alle lagers moeten laten vervangen door een gespeciali-

11/12 september; Basisopleiding Lageronderhoud De deelnemers worden in deze tweedaagse training in staat gesteld de problemen, verbonden aan het gebruik van lagers, te begrijpen en de verschillende lagertypen en – aanduidingen te herkennen. Daarnaast raken de deelnemers vertrouwd met de juiste en veilige gereedschappen voor de verschillende montageen demontagemethoden en het smeren van lagers. Ze zullen ook beter in staat zijn lagerschades te analyseren en te voorkomen. Na de praktische oefeningen zullen de deelnemers de materie echt beheersen!

Onderwerpen • Lagertechnologie, de verschillende materialen, welke loopbaancontacten, draaggetallen en toerentallen • Wentellager aanduidingen, wat betekenen alle cijfers en letters • Lager karakteristieken, welk type lager voor welke toepassing en waarom • Passingen en toleranties, aan welke afmetingen dient het lager te voldoen • Monteren en demonteren van lagers op een juiste en veilige methode • Lagersmering en methodes, welk vet, nasmeerinterval en nasmeerhoeveelheid • Lagerschade Analyse en belangrijk hoe te voorkomen•

seerd bedrijf. Dat jaar heeft de exploitant tijdens het kermisseizoen nergens meer kunnen exploiteren, een hoge boete betaald en extreme kosten moeten maken met als gevolg dat ten gevolge van dit incident bijna failliet is gegaan. Bij de juiste kennis van lagers en het hanteren van juiste montagevoorschriften, had al deze ellende voorkomen kunnen worden. Weet dat veel van vroegtijdige lageruitval te maken heeft met onjuiste behandelingen van de lagers. Lagers hebben dan al schade voordat deze überhaupt een rotatie hebben gemaakt. <

‘Vroegtijdige lageruitval door onjuiste behandelingen van de lagers’’ 54 april 2019


KENNIS MOET JE OOK ONDERHOUDEN.

DEZE OPLEIDIN ZIJN IN TE BRE GEN NG IN DE BACHEL EN WERKTUIGBOU OR WKUNDE DEELTIJD.

INFORMEER!

EXTRA START 19 MEDIO MEI 20 LOGIE ECHNO ONDERHOUDST EEN. IN HOOGEV

• Wat is Asset Management? • Hoeveel onderhoud is juist genoeg? • Kunnen we met de onderhoudsfunctie waarde creëren? • Wat is de rol van onderhoud binnen het Asset Management? • Wat is Predictive Maintenance en hoe geef ik dit vorm?

INFORMEER!

WAARDECREATIE DOOR GOED ONDERHOUD Een onderhoudsopleiding bij Hogeschool Utrecht helpt u in uw eigen bedrijf de antwoorden te vinden op deze vragen. Aan de hand van kaders gesteld door het Institute of Asset Management (IAM) en de European Federation of National Maintenance Societies (EFNMS) zijn vele mooie resultaten en forse besparingen bereikt bij de deelnemende bedrijven. Door de brede scope op zowel Materiaalkunde, Engineering, Inspectie als Maintenance Management bieden onze opleidingen op het gebied van Onderhoud precies die (integrale) kennis die nodig is om verder te kunnen kijken dan het eigen vakgebied, en daardoor aantoonbaar betere resultaten te boeken. • Post-MBO Onderhoudstechniek (OTK) • Post-HBO Onderhoudstechnologie (OT) • Post-HBO Onderhoud en Asset Management • Master of Engineering in Maintenance & Asset Management

Start 2 oktober 2019 Start 3 oktober 2019 Start 3 oktober 2019 Start 2 september 2019

Alle genoemde opleidingen kunnen naar wens in-company (op maat) verzorgd worden. Informeer naar de mogelijkheden. Meer weten? Bel 088 481 88 88, mail naar info@cvnt.nl of kijk op www.cvnt.nl.

ER VALT NOG GENOEG TE LEREN

55 VAM 2018-5_185x241mm_CERT.indd 1

09-10-18 12:56


SEE VITAL SIGNS. TAKE VITAL ACTION. In de wereld van Ultimo draait alles om beheer­ processen en de software die u daarvoor nodig hebt. Als u de maintenance verantwoordelijke bent, wilt u niets liever dan dat uw assets u continu vertellen wanneer het volgende preventieve onderhoud nodig is, welke werkzaamheden op stapel staan, welke contractverplichtingen aan de orde zijn of wat de exacte locaties van uw installaties zijn. Ultimo zorgt ervoor dat de cruciale signalen over uw assets worden doorgegeven. Zodat u ze ziet en daadkrachtig kunt handelen. Are you listening?

Al uw assets vertellen hun verhaal. Maar luistert u hier wel naar? Weten hoe u uw assets en objecten kunt live­linken? Stel uw vraag aan sales@ultimo.com

Live-link your assets and facilities.

Profile for joshua_kimpel

VAM2 april 2019 Sustainability  

VAM2 april 2019 Sustainability  

Advertisement