Issuu on Google+

o

Wiegendood is een algemene term voor kindersterfte in de wieg. Het is geen oorzaak van overlijden, maar een benaming voor gevallen waarbij de doodsoorzaak van een baby, zelfs na onderzoek, niet aangetoond kan worden. Wiegendood is het plots, onverwacht en onverklaard overlijden van een kind tussen 2 weken en 1  jaar, met een hoogtepunt tussen 2 en 4 maanden. Naast wiegendood bestaat ook gemiste  wiegendood of near­miss. Hiermee bedoelt men een kind dat blauw of bleek, oppervlakkig ademend,  soms bewusteloos en hypotonisch in de wieg of het bedje wordt aangetroffen. Deze kinderen behoren  sowieso tot de risicogroep en hebben zeker verhoogde kans op latere wiegendood. 

Frequentie Wat betreft de frequentie van wiegendood bestaat geen nauwkeurigheid ; er wordt immers niet steeds  tot autopsie overgegaan bij het verdacht overlijden van een baby. In België bedroeg het sterftecijfer tot  in 1995 1,6 tot 1,7 per 1000 levendgeborenen. Dankzij een goede preventie is de incidentie  teruggebracht tot minder dan 0,5 per 1000 levendgeborenen. Na een jarenlange, bijna onafgebroken daling is het aantal gevallen van wiegendood in Vlaanderen in  2000 opnieuw wat gestegen, van 34 tot 43. 

Voorbeschikkende factoren Er zijn een aantal pathologische mechanismen bekend die aanleiding zouden kunnen geven tot het  ontstaan van wiegendood o.a. slaapstoornissen (afwijkende ademhaling), voedingsstoornissen,  hartritmestoornissen, gastro­intestinale reflux, infectieziekten, neurologische afwijkingen, stoornissen  van het autonome zenuwstelsel, stoornissen in de thermoregulatie, metabole stoornissen. Hoe dan  ook : de doodsoorzaken kunnen onderverdeeld worden in drie grote groepen namelijk de omgeving­,  ziekten en rijpings­ of maturatiemechanismen. • Bij de omgevingsfactoren vinden we als voorbeschikkende factoren : een te hoge  omgevingstemperatuur, te warm toedekken van de baby, het gebruik van verkeerd bedmateriaal (o.a.  donsdeken), de houding waarin de baby slaapt (ruglig is aanbevolen!)), roken in de nabijheid van de  baby, slaapgebrek met vermoeidheid als gevolg, gebruik van medicatie (vb. bepaalde hoestsiropen,  antihistaminica). • In de groep van de ziekten verwijst men vooral naar bacteriële en virale infecties. Infecties die voor  volwassenen als banaal beschouwd worden, kunnen voor zuigelingen een dramatisch verloop kennen  zonder voorafgaand teken. Naast infectieziekten zijn er ook stofwisselingsziekten die nogal belangrijk  zijn. • Het rijpingsproces tenslotte omvat de maturatie van systemen die de vitale functies controleren :  ademhaling, hartactiviteit, spijsverteringsstelsel.  zie ook artikel : Risicofactoren wiegendood

Risicokinderen


Een aantal kinderen worden gecatalogeerd als behorend tot de risicogroep voor wiegendood o.a.  prematuur of vroeggeborenen, pasgeborenen van ouders die reeds een kindje verloren aan  wiegendood, gekend drugsgebruik bij de moeder, een near­miss, kinderen die specifieke symptomen  vertonen tijdens de slaap (o.a. overmatig zweten, snurken, lange adempauze, bleekheid), kinderen  met een positief slaaponderzoek. Risicokinderen zullen doorverwezen worden naar een gespecialiseerd centrum voor verder onderzoek  waarbij het slaaponderzoek het belangrijkste is. Door middel van registratie van een aantal vitale  parameters kan men registreren in welke fase van de slaap een kind problemen vertoont en ook  apnoe­aanvallen (= ademhalingsstilstand minder dan 15 sec) detecteren. Dit onderzoek gebeurt op de  leeftijd van 6 tot 8 weken, wat optimaal is voor een goede beoordeling van het onderzoek. De ouders  krijgen de kosten van het onderzoek terugbetaald van het RIZIV en staan enkel in voor de kosten  verbonden aan de dagopname in het ziekenhuis. In welbepaalde gevallen worden ouders een apnoe­ of ademhalingsmonitor voor thuisbewaking van  hun baby toegestaan. Dit is een klein toestelletje dat verbonden wordt met een elektrode die op de  buik van de baby gekleefd is. Het alarm wordt ingesteld op 20 sec ; indien baby gedurende 20 sec niet  ademt gaat een alarm af. De zuigelingen die hier recht op hebben zijn de volgende : •kinderen met positief slaaponderzoek,  •near­miss,  •broertje of zusje overleden aan wiegendood,  •prematuren van 30 weken zwangerschap of minder ,  •baby’s met een geboortegewicht lager dan 1700 gram in afwachting van een slaaponderzoek,  •kinderen van druggebruiksters en dit ook tot het slaaponderzoek.  In dit geval draagt het ziekenfonds de kosten van de monitor bij tot de leeftijd van maximum 18  maanden. De kinderarts dient een aanvraag in bij de adviserend geneesheer. Wanneer ouders echter  op eigen vraag een apnoemonitor willen gebruiken (vb. overdreven ongeruste ouders) kunnen ze dit  via privé­firma’s huren, wat wel heel duur kan zijn. Aan de ouders die een monitor toegewezen krijgen  worden ook steeds de grondbegrippen van een goede reanimatie aangeleerd ; zij blijven ook onder  toezicht van het centrum. Aan de universiteit van Gent is een truitje ontworpen dat de hartslag en de ademhaling van baby's in  de gaten houdt. Het intelligente stukje textiel is nog niet klaar voor de markt, maar lijkt veelbelovend in  het voorkomen van wiegendood.  Het systeem is draadloos en zou gebruiksvriendelijker zijn dan de kleefelektroden en elektrische  kabeltjes van de klassieke monitoren.  Belgische babypyjama tegen wiegendood

Preventie


o

Voor ouders is het van primordiaal belang de baby een maximale veiligheid te kunnen bieden en te weten hoe men kan voorkomen dat er tijdens de slaap iets gebeurt. Er wordt in de eerste plaats gekozen voor een veilige slaapomgeving. Hiermee wordt bedoeld : • het gebruik van een goede stevige matras, • Geen hoofdkussen gebruiken, • geen overbodige spullen in het babybedje leggen (vb. knuffels), • geen dieren in de kamer van de baby, • gebruik van een matras die aangepast is aan de afmetingen van de wieg of het bedje, • de bedspijlen mogen niet meer dan 8 cm uit elkaar staan en eventuele stoffen bekleding moet goed vastzitten. • Regelmatig verluchten van de slaapruimte is belangrijk. Naast de slaapomgeving is ook de houding van essentieel belang. • Rugligging is de aangewezen houding : het gezichtje blijft vrij. Heb geen schrik dat baby zich zal verslikken bij het eventueel braken.; Buiklig is uit den boze, tenzij op medisch advies. Ook wordt baby best niet in zijlig gelegd met een rolletje in de rug ; omrollen tot buiklig is mogelijk. • De baby mag ook niet te warm of te koud hebben tijdens het slapen ; een ideale kamertemperatuur mag zeker de 20 graden niet overschrijden voor pasgeborenen jonger dan 8 weken, daarna is 18 graden echt het maximum. • Donsdekens zijn uit de boze (oververhitting + baby kan er onder wegglijden), een lakentje en dekentje of een licht slaapzak aangepast aan de grootte van de baby zijn voldoende. Baby’s met koorts worden vanzelfsprekend minder warm toegedekt. •Zorg vooral ook dat er niet gerookt wordt in het bijzijn van de baby Uit verschillende onderzoeken blijkt dat moeders van wiegendoodbaby's vaker tijdens de zwangerschap hebben gerookt. Zorg dat er niet gerookt wordt in het bijzijn van de baby en gebruik vooral ook geen geneesmiddelen zonder voorschrift van de arts. •Bij borstvoeding mag de moeder ook geen medicatie innemen zonder voorschrift. •Respecteer het slaapritme van het kind ; voldoende slaap is onontbeerlijk. •Laat baby zeker nooit alleen achter in de wagen of in om het even welke kleine afgesloten ruimte. •Zorg voor voldoende vochtinname als het warm is. Raadpleeg dan ook onmiddellijk een arts bij volgende signalen : •recente gedragsverandering bij de pasgeboren baby (o.a. ongewoon kalm of opgewonden), •kreunen tijdens de slaap en ook bij wakker zijn, •overgeven of niet willen eten, ademlast bij de baby, •temperatuur hoger dan 38 graden of lager dan 36 graden bij een baby jonger dan 6 maand, ongewone bleekheid, ongewoon zweten tijdens de slaap (= zonder aanwijsbare reden), luidruchtig ademen of snurken zonder aanwezigheid van enige infectie. Als besluit zouden we nog willen meegeven : wiegendood is een zeldzaam fenomeen, dat mede dankzij een goede preventie minder en minder zuigelingen treft. Het is wel belangrijk


dat elke ouder op de hoogte is van de preventieve maatregelen en die ook zo goed mogelijk in acht gaat nemen.


Wiegendood