Issuu on Google+

Capoeira I n f o r m a t i e v a n http://www.vzwafricando.be/ (versie juni 2011)


Inhoudsopgave 1. 2.

3.

Capoeira - inleiding Geschiedenis Oorsprong van het woord Capoeira. [ka.pu.ej.ra] De Afrikaanse oorsprong De Portugese oorsprong De Tupi - Guarani indianen oorsprong Oorsprong en ontstaan van Capoeira Chronologische geschiedenis van Capoeira Zestiende eeuw Zeventiende eeuw Achttiende eeuw Negentiende eeuw Twintigste eeuw Het Capoeira spel De muziek De instrumenten De liedjes Ladainha Louvação Quadra Corrido Chula Ritmes Angola Saõ Bento Pequeno Saõ Bento Grande Capoeira Angola Mestre Pastinha Capoeira Regional Mestre Bimba Capoeira Contemporânea Maculelê De Samba de Roda Puxada De Rede

3 4 4 5 5 5 7 10 10 12 15 16 22 30 33 34 37 37 37 38 38 38 39 39 39 39 41 41 44 44 45 46 47 48

2


Capoeira Capoeira is een Afro-Braziliaanse combinatie van muziek, acrobatie, dans en gevecht. In een kring van mensen (roda) wordt er live muziek gemaakt en gezongen. Door middel van soepele bewegingen draaien en balanceren twee spelers om elkaar heen en dagen elkaar uit voor een spel van aanval, verdediging, acrobatie, … Capoeira is ontwikkeld in Brazilië op de slavenplantages van de Portugese kolonisten. De slaven mochten geen gevechtsport beoefenen en camoufleerden daarom deze gevechtsport in een dans. Tot 1932 was bij capoeira bij wet verboden. Er stonden hele strenge straffen op het beoefenen van capoeira. Roda’s werden meestal op plaatsen gehouden met veel ontsnappingsroutes. Er was zelfs een speciaal ritme voor de berimbau, cavaleria, dat de capoeiristas waarschuwde wanneer de politie op komst was. In die tijd gebruikten capoeiristas ook schuilnamen (apelidos). Dit maakte het de politie extra moeilijk om hun identiteit te achterhalen. Uiteindelijk was het Mestre Bimba die ervoor gezorgd heeft dat capoeira uit de illegaliteit trad. Bij capoeira zijn er 2 verschillende stijlen: capoeira angola (traag en laag over de grond) en capoeira regional (snel en met veel acrobatiek).

3


Geschiedenis Omdat de geschiedenis van Capoeira nogal vrij complex is en er vrij weinig geschreven teksten van bestaan zeker in de periode van de zestiende tot de achttiende eeuw. Bestaan er nog al wat discussies over de oorsprong van Capoeira. Zonder een oordeel te willen vellen over de ene of de andere theorie willen we hier zo een juist mogelijk beeld geven van de geschiedenis van Capoeira. We hebben het ook ingedeeld in verschillende stukken om het een beetje overzichtelijk te houden.

"Jogar CapoĂŤra - Danse de la guerre" Schilderij van Johann Moritz Rugendas, 1835

Oorsprong van het woord Capoeira. [ka.pu.ej.ra] Momenteel bestaan er 3 gangbare theorieĂŤn die de oorsprong van het woord capoeira te verklaren. Namelijk: De Afrikaanse oorsprong. De Portugese oorsprong. De Tupi - Guarani indianen oorsprong.

4


De Afrikaanse oorsprong. Een bekende theorie is gebaseerd op een zebradans uitgevoerd in ZuidAngola bij de Mucupe samenleving. Deze dans heette n’golo, deze rite de passage had een jonge man als winnaar, deze jonge man werd vervolgens 'capoeira' genoemd. Er is er nog een andere die afkomstig is van een Kongo geleerde K. Kia Bunseki Fu-Kiau die suggereerde dat capoeira kon worden afgeleid uit het Kikongo woord kipura, dat wordt beschreven als een gevecht met bewegingen van een haan. Deze theorie wordt vooral ondersteund door diegene die aannemen dat Capoeira al als gevecht bestond in Afrika voor dat het naar Brazilië is gekomen. De Portugese oorsprong. In het Portugees betekent het wordt “capoeira” letterlijk kippenhok. Brasil Gerson heeft een theorie die gesteund is op deze betekenis, hij suggereert dat de naam komt van de associatie met kooien waarin kippen naar de markt werden gebracht. Hij vermoedt dat jonge mannen op de markt bijeen kwamen en daar het spel speelden en het daarom zo zijn gaan noemen. En ook de Afro-Braziliaanse geleerde Carlos Eugenio heeft gesuggereerd dat de sport haar naam heeft ontleend aan een grote ronde mand of kooi een zogenaamde "capoeira" die meestal gedragen werd op het hoofd door stedelijke slaven. Of het kan gewoon een honende term geweest zijn die werd gebruikt door slaven eigenaars dat het om een spel ging dat gespeeld werd door zwarten die uit een kooi kwamen tijdens hun transport of verkoop en dat ook nog leek op een hanengevecht. Wat ook in de lijn ligt van de volgende verklaring in verband met Portugees woord capão dat "Kapoen" of een gecastreerde haan betekent, en zou kunnen duiden op het feit dat de stijl van het spel lijkt op een hanengevecht. Wat echter ook in het voordeel spreekt van deze theorie is dat Capoeira een bij uitstek stedelijke activiteit is. Er is geen documentatie bekend die erop wijst dat capoeira op plantages beoefend zou zijn. Ook vandaag de dag wordt capoeira in de grote steden beoefend en niet op het platteland. Een simpele verklaring hiervoor is de concentratie van het aantal mensen. Vele mensen komen af op het spectaculaire spel. Dit was de belangrijkste reden waarom de overheid het destijds verbood. De Tupi - Guarani indianen oorsprong. Er is ook nog een theorie van Jose de Alencar, de eerste geleerde die onderzoek deed naar de oorsprong van het woord capoeira, in 1865. De oorsprong van het woord komt van het Tupi- Guarani (de moedertaal van een deel van de inheemse Braziliaanse bevolking) CAA-APUAM ERA, vertaald door Isle als onkruid dat al gesneden is. De samenstelling van het woord is nog niet volledig opgehelderd en er bestaan verschillende mogelijke vormen van het woord. Na verder onderzoek naar herkomst 5


van het Tupi-Guarani woord, worden volgende opties het meest aanvaard door onderzoekers namelijk: CAÁPUÊRA en COÓPUERA. De betekenis van CAÁPUERA, oorspronkelijke voorgesteld in 1880 door Macedo Soares, zou komen van twee lettergrepen in het Tupi-Guarani namelijk de lettergreep CA, of in Guarani CAA dat iets betekent als struik, planten, gras of jungle. Terwijl het bijvoeglijk naamwoord Pueri de uitdrukking van het verleden betekent, dat wil zeggen iets wat er niet meer is. Daarom kan men het woord in die zin verklaren als stuk bos of jungle, dat vernietigd is. Rekening houdend met het woord COÓPUERA als uitgangspunt, waar COO tuin betekent, is de betekenis van het woord CAPOEIRA zoiets als verlaten tuin. Deze theorie wordt vooral in verband gebracht met de gevluchte slaven die zich verscholen in de struiken toen ze op gejaagd werden door de opzieners van de meesters en die dan de struiken plat branden om de negers te vinden. Of verlaten tuin dat kan verwijzen naar het spel dat gespeeld werd als “dans” onschadelijk in de ogen van de ioiôs en iaiás (slavenmeesters en meesteressen) op plaatsen waar het onkruid was verdwenen door het spel. En ook kan gerelateerd worden met verlaten tuin als betekenis met het feit dat het spel een van de laatste overblijfselen van het “vrije Afrika” was. Waar men in gedachten dan vrij was van de verschrikkingen die zich voor deden op de fadenza’s. Tevens is het woord CAPOEIRA ook de naam van een populaire vogel (Opontoohorus Capueira, Soix), ook bekend als of URU URU-DONordeste. Het is een vogel die leeft in de grond, zeer vergelijkbaar met fazant en capoeiristas werden ook wel de jagers van deze vogel genoemd. Of er ooit een theorie, misschien een van de drie bovenstaande of nog een andere, komt die duidelijkheid heeft over de juiste herkomst van het woord weten we niet. Op zich heeft het bestaan van drie theorieën ook wel iets mysterieus wat volgens ons Capoeira ook aantrekkelijker maakt.

6


Oorsprong en ontstaan van Capoeira De oorsprong en het doel zijn vaak een onderwerp van debat binnen de capoeiragemeenschap, met een spectrum van argumenten variërend van standpunten. Hoe Capoeira ontstaan is geheel niet volledig duidelijk. Het is een combinatie van Afrikaanse en Braziliaanse gevechtsporten (zeker in zijn huidige vorm), maar de kampen zijn meestal verdeeld tussen degenen die geloven dat er een directe afstammeling is van de Afrikaanse gevechtsstijlen die al bestonden voor de slaven naar Brazilië kwamen en degenen die geloven is het een unieke Braziliaanse gevechtsdans is die gevormd en gedistilleerd werd uit diverse Afrikaanse en Braziliaanse invloeden. Ook het doel waarvoor het gebruikt werd en de plaatsen waar de gevechtsport voor het eerst werd beoefend leid tot discussie. De populairste theorie is dat het een Afrikaanse gevechtsstijl die werd ontwikkeld in Brazilië. Deze theorie wordt verder ondersteund door mestre Salvano, die ooit zei: "Capoeira kan niet bestaan zonder zwarte mannen, maar haar geboorteplaats is Brazilië". Sommige voorstanders deze theorie zijn van mening dat capoeira voor het eerst werd gecreëerd en ontwikkeld door Afrikaanse slaven die naar Brazilië werden getransporteerd uit Angola, Kongo, de golf van Guinee en de Goudkust. Die een manier zochten om gevechtssport te beoefen die leek op een spel of dans. Omdat de slavenmeesters elke vorm van gevechtskunst verbood, het was vechten in de gedaante van een onschuldig ogende recreatieve dans. Wat in deze in hun voordeel spreekt is dat Capoeira weinig of geen slagen met de vuisten of handen heeft, omdat de slaven zich moesten kunnen verdedigen met hun handen op de rug gebonden. Anderen geloven dat capoeira werd ontwikkeld en gebruikt voor het verdrijven van de Portugese jagers die de Quilombo van Palmares aanvielen om de ontsnapte vrije slaven terug te brengen naar hun eigenaars. Er is geen geschreven historische bewijsmateriaal ter ondersteuning van het idee dat Capoeira is een slag- klare gevechtsvorm die rechtstreeks uit Afrika komt, en vele andere voorstanders zien het als een folkloristische dans- vorm ontwikkeld door Afrikaanse slaven uit de traditionele Afrikaanse dansen en rituelen. Hoewel er niet veel geschreven historische gegevens zijn over capoeira in het algemeen, is er toch enige informatie

7


die standpunt steunt. In zijn werk 1835 pittoreske Voyage dans le Bresil (Schilderachtige Reis naar Brazilië) etnografische kunstenaar Johann Moritz Rugendas staat er een schilderij van Capoeira, dat oorlogsdans, wordt genoemd geeft het historische geloof aan het idee dat capoeira ontstond als een dans, in plaats van een gevechtsvorm. Natuurlijk kan zijn dat deze “vorm” van Capoeira vooral bestond in de steden waar er veel zwarte slaven levenden en waar men op pleinen en markten aan Capoeira deed tot het in 1890 totaal verboden was, de vervolging begon al soms vroeger op bepaalde plaatsen. En dat er toen al een aantal andere vormen van Capoeira bestonden, maar die niet publiekelijk werden beoefend en deze in het geheim werden aangeleerd op de fazenda’s of in de Quilombos. Want er is daarvoor al de oudste vermelding van Capoeira als een manier van vechten. " Capoeiragem vermeld in 1770. Door een van de beste kroniekschrijvers, die toen in die tijd in Brazilië aanwezig was namelijk Markies van Lavradio. Ze zeggen ook dat de eerste Capoeirista een luitenant was die João Moreira noemde, maar sommige mensen komen tegen deze bewering in opstand. De passage die vermeld werd ging als volgt: "Zij zagen hoe de zwarte slaven 'rebellen' werden genoemd, wanneer zij werden aangevallen door vier of vijf mannen, ze leerden bewegingen van elkaar en gaven elkaar elk een eigen naam. [Edmundo 1951]. Dat Capoeira zeker zijn oorsprong vindt in de Afrikaanse cultuur / dans is ook af te leiden uit het feit dat er ook tal van andere slaaf dansen heel de Nieuwe Wereld met inbegrip van het Caribische gebied en de andere landen in Zuid-Amerika zijn. Het eiland Martinique is beroemd om de Danymé (ook bekend als Ladja). Zoals met capoeira, is er een kring van toeschouwers waarin elke deelnemer binnenkomt, bewegend tegen de klok richting in en dansen naar de drummers toe. Deze stap, die bekend staat als Kouwi Lawon (of "Circulaire Uitvoeren" in het Creools), is een exacte parallel met het capoeira intermezzo genaamd da Volta ao mundo, of "een draai om de wereld". In Cuba was er een schijngevecht / dans genaamd El Jugeo de Mani die werd uitgevoerd rond yuka drums. Een danser manisero genoemd zou staan in het midden van een ring van toeschouwer -deelnemers en, op het geluid van de zang en trommels bewegen, dan zou hij iemand uit de cirkel kiezen en deze proberen te domineren. Sommige van de manisero’s bewegingen en trappen waren vergelijkbaar met die van de Afro-Braziliaanse capoeira, met inbegrip van de basis trap rasteira. Deze wordt ook gebruikt in duro samba, een dans die afkomstig is uit El Salvador. Precies zoals in Martinique, de Cubaanse meester drummers spelen patronen die de deelnemers hun acties spiegelen en bieden bepaalden accenten aan bij bepaalde slagen. Maya Talmon-Chvaicer gesuggereerd capoeira kunnen zijn beïnvloed door een ritueel gevecht- dans genoemd N’golo (de zebra dans) uit ZuidAngola, dat werd uitgevoerd tijdens de "Efundula, een rite de puberteit voor vrouwen van de Mucope, Muxilenge en Muhumbe stammen van het zuiden van Angola. Sinds de jaren 1960, de N'golo theorie is populair

8


onder sommige beoefenaars van capoeira Angola, maar is niet universeel geaccepteerd. Er is ook nog een aan capoeira analoge vorm van gevechtkunst, genaamd Moringue of Moring Do Fe dat sinds enkele eeuwen wordt beoefend in Franse eiland L’Île de la Réunion gelegen in de Indische Oceaan. Deze gevechtkunst heeft heel veel gelijkaardig trappen en acrobatische bewegingen en zou van Madagaskar afkomstig zijn. In totaal zijn er ongeveer vier miljoen mensen vanaf het Afrikaanse continent naar Brazilië gebracht; ongeveer 38% van het totale aantal slaven in de 'Nieuwe Wereld'. Drie grote bevolkingsgroepen springen eruit: de Sudanesen, de islamitische Sudanesen en de Bantu. De Sudanese groep bestond vooral uit 'Yoruba' en 'Dahomean'. De 'Bantu' zijn afkomstig uit Angola, Kongo en Mozambique. Er zijn vele redenen om een direct verband tussen het ontstaan van capoeira en de etnische variëteit van de slaven te suggereren. Capoeira was -net als alle andere activiteiten van Afro-Braziliaanse oorsprongnamelijk verboden door de Braziliaanse overheid. Begin negentiende eeuw werd capoeira vooral door West-Centraal-Afrikanen beoefend. Dit blijkt uit documentatie van onder anderen gevangenissen waar veel slaven terechtkwamen omdat zij capoeira speelden. Maar liefst 91% van de

gearresteerde capoeiristas was slaaf en 8% was vrijgelaten slaaf. Dit is interessant aangezien 80% van de gevangenen slaven waren. Bovendien blijkt dat 84% van de gearresteerde capoeiristas van Kongolese afkomst waren.

9


Chronologische geschiedenis van Capoeira Zestiende eeuw Redenen waarom de Afrikaanse slaven in Brazilië zijn terecht gekomen. In tegenstelling tot Latijns-Amerika, Brazilië had in de zestiende eeuw geen grote rijkdom in de vorm van goud en zilver, die werden pas aan het einde van de zeventiende eeuw ontdekt. Bij het ontbreken van edele metalen, was het de suiker die haalbaar maakte in economische termen om tot de eerste stappen van de kolonisatie van Brazilië over te gaan. Het bewerken van de grond is een grote factor, dit is niet gebeurd met de nodig arbeids -en hulpmiddelen, die vereisten grote investeringen. De arbeiders van de Europese werkende klasse, vrij van middeleeuwse lijfeigenschap, wilden niet emigreren naar Amerika om gewoon als werknemers in de landbouw te werken en daar geconfronteerd te worden met de pijnlijke taak van het kappen van een tropisch bos, en geconfronteerd te worden met vijandige indianen. De Europese arbeiders waren ook erg duur om te worden gebruikt in de grootschalige plantages van de Nieuwe Wereld. De eerste oplossing voor het probleem van de arbeidskosten was de slavernij van de inboorlingen, maar die had veel moeilijkheden. Vanwege de aard van de beschaving van de Braziliaanse Indiaan, in verband met de jacht, de visvangst en het verzamelen, hadden deze moeilijkheden bij de aanpassing tot landbouw -slaven arbeid. Bovendien was de katholieke Kerk, die sinds het begin van de kolonisatie een beleid ontwikkelde van bekering, bescherming en controle van de inheemse bewoners, tegen hun onderwerping door de kolonisten. Het probleem van de arbeidskosten in Brazilië en Amerika in het algemeen, heeft geleid tot de ontwikkeling van een van de meest winstgevende bedrijven in de geschiedenis, de zwarte slavernij. Zwarten gevangengezet in Afrika zijn belangrijk voor de goederen economie en dienen als een producent, eerst in Europa zelf, de eilanden in de Atlantische Oceaan en later in het koloniale Amerika. Als u Afrika als een slaaf ziet, was het noodzakelijk om de cultuur - de ziel - om te zetten in een ongeschreven blad of zoiets. Verwijder haar tribale naam in een andere, roei hun taal uit en vervang deze door de Portugese, verbied hem de voorouderlijke godsdienst en dwing hem Christus te aanvaarden. Omdat dit niet genoeg was, werden de slaven afgesloten na de “werkuren” en veelvuldig geslagen met de zweep. De miserie begon vanaf het moment waarop de Negro werd gevangen of gekocht werd van de soba (sobáš waren de tribale leiders die, met de komst van de Europeanen naar Afrika, uit de vijftiende eeuw, begonnen waren met het vangen van zwarte slaven en deze te ruilen met mensenhandelaars voor dranken, wapens, kleding en decoratie). De zwarte slaaf gevangen tijdens de lange reis naar de kust, in de laadruimtes van de slavenschepen (of tangomaos Pombeiro) kreeg slagen op het dek van het slavenschip tijdens de overtocht van de Atlantische Oceaan (dat duurde ongeveer drie maanden), werden gevangen gezet op 10


de markt, wachtend op kopers “boeren”, en om daarna nog steeds gevangen te zijn tijdens zijn hele bestaan als slaaf. 1548: Begon de aangevoerd van zwarte slaven in Brazilië, vooral uit de havens van São Paulo de Luanda, Angola, en Benguela. De zwarte slaven die werden aangevoerd in Brazilië rond 1548 en de volgende drie eeuwen, zouden voornamelijk van een Bantoe taal, die deel uitmaakt van de quimbundo taal, sprekende stam afkomstig zijn. Deze groep komt vooral uit het huidige Angola, Benguela, Mozambique en Kongo. Zij waren mensen van kleine koninkrijken, met een redelijke kennis van landbouwtechnieken, hebben een zeer plastisch en imaginair leven, en hebben grote capaciteit voor culturele aanpassing. "De neiging van sommige historici en Angola groepen, dat voortbouwt op een paar zeldzame documenten die beschikbaar zijn, is omdat de eerste zwarte uit Angola arriveerden in Brazilië, de overgrote meerderheid van de slaven kwamen uit de havens van São Paulo de Luanda en Benguela. En zo willen “bewijzen” dat capoeira al bestond voor het “aankwam” in Brazilië 1577: Eerste registratie van het woord Capoeira in het Portugees: Fernão Pe.Padre Cardim (SJ), het werk: "Het klimaat en de aarde in Brazilië." Connotatie: secundaire vegetatie, verlaten tuin. 1597: "In elke nacht van het jaar van 1597, ontsnapten veertig slaven uit een automaat in het zuiden van Pernambuco. Wat een heel ongewoonlijk feit was. De slaven vluchten de hele tijd voor alle instanties. Het aantal lijkt wel buitensporige: veertig in een keer. Hoe dan ook ongewoon, dat gebeuren vooral de keuze voor collectieve ontsnappen: gewapend met een sikkel en een geslachte haan uit de boerderij. Ik kan me niet verbergen in de struiken en de buurt Brenham - zou worden opgejaagd door de woedende monsters en ploegbazen totdat we een voor een zouden worden gevangen. In de ochtend, zeker, in het verhaal verbergen ze zich in de Zona da Mata – dit is een grote groene galerij, bezaaid met suikerriet, ongeveer tien kilometer van de zee, zonder hem ooit uit het oog te verliezen. Zij hadden alleen de vrijheid om te handelen in de nacht. Er waren een paar vrouwen, een oude en een aantal andere kinderen, maar de meeste waren zwart en sterk, mooie tanden en goede tenen. Ze kozen om naar het westen richting de zon te lopen, een beetje naar beneden. In de twee uur die ik ooit heb begrepen een van hen was voorgegaan. Zelfs het Creools, geboren hier, ken het principe van deze vogels, nooit gezien deze wijnstokken. Liep de hele nacht en de volgende ochtend, rustte als de zon op kwam, en omzeilen grote moerassen, de kliffen waren steil en we liepen een voor een. Gebeurde zelfs op een nacht. Dat we werden waargenomen, maar ik had geen angst voor de indianen. Toen in de twintigste ochtend voelde ik me 11


veilig. Waar we waren konden perfect de vier hoeken zien, met goed zicht kon je zelfs de zee zien, buiten de meren. De aarde was roodbruin. Opgevangen water liep over stenen. En er waren palmbomen, veel palmbomen. Waarom vluchten slaven? De vlucht was de enige manier om te herstellen van zijn menselijkheid - dit is het beste antwoord dat ik weet. " Zo beschrijft Joel Rufino dos Santos, in zijn boek Zumbi (Modern Ed., 1985), het hoofdstuk dat aanleiding gaf tot het ontstaan van de Quilombo dos Palmares, in de Serra da Barriga, Alagoas, waar nu de gemeente Unie van Palmares is. Zeventiende eeuw De eerste bewegingen van slaven die ontsnappen en rebellie. Raadpleeg (zonder veel nauwkeurigheid) verslagen over de campagnes tegen de Quilombo van Palmares, in de Serra da Barriga (ten zuiden van Rio de Janeiro, in het huidige Alagoas), waarin werd verwezen naar de zeer eigenaardige manier van vechten door de zwarte aquilombados, tijdens botsingen in de geheime strijd tegen de witte indringers. 1630: Op de top van de majestueuze Siërra Barriga, drie dorpen waren al goed georganiseerd. Bewoners noemen Angola Jang, die in de taal quimbundo betekent: "Little Angola." 1640: Invasie van het land door Nederlanders. Sociale ontreddering aan de Braziliaanse kust. Afrikaanse slaven vluchten naar het binnenland van Brazilië. Afrikaansinheemse acculturatie. Organisatie van honderden quilombos. Verschijnen van de woorden: " negros das capoeiras", "negros capoeiras" en "capoeiras". Vertaalt: Zwarten van de Capoeira, zwarte capoeiristas en capoeiristas. 1654: Met de definitieve verwijdering van de Nederlanders, de grote externe vijand, "alle krachten van de Braziliaanse koloniale samenleving keerden zich tegen de gevreesde "de vijand in huis", de zwarte Palmarini.” Sindsdien was er bijna een jaar lang zendingen en geen enkele partij was tegen de verzendingen, ze waren afkomstig uit Recife, Porto Calvo, Alagoas en Penedo. In het algemeen waren de autoriteiten tegen, maar de middelen van de vindingrijkheid van jou. 1655: Op een bepaald punt van Palmares, werd Zumbi vrij geboren. Toen een paar jaar later, sommige Bras da Rocha Palmares werden aangevallen. Onder de volwassen gevangen genomen slaven die werden afgevoerd, bevond zich de toen ongeveer 6 jaar oude Zumbi. Die werd overhandigd aan Padre Antonio Melo, en deze besloot dat dit de genezing van Porto 12


Calvo was. Padre Antonio Melo besloot om hem Negrinho Francisco te dopen. De jongen groeide op met de priester, die hem Portugees, Latijn en godsdienst onderwees. In een nacht van 1670, toen was hij vijftien jaar, Francisco of Zumbi vluchtte weg bij de priester. 1670: Als Zumbi, toen nog de jonge Francisco, aankomt op Palmares, besloeg die op dat moment al tientallen dorpen, die samen meer dan zes duizend vierkante kilometer groot waren. Ganga Zumba, wat betekent: "Big Head," regeerde over hen allen. 1672: Zumbi kreeg de functie van dorpshoofd in Porto Calvo. 1677: Een van algemene opdracht van het leger was toen al het gevangen nemen of doden van een “zwarte” Zumbi, die bevorderd was tot hoofd van het dorp, nadat die een reeks vernederende nederlagen aan de soldaten van Fernão Carrilho had toegebracht. 1678: Ganga Zumba besloot in Recife een vredesakkoord met de regering onder leiding van de gouverneur van Pernambuco Pedro Almeida, die hem met een olijftak had benaderd, te ratificeren. Zumbi samen de andere hoofden van Mocambo waren ongelukkig en marcheerde tegen het dorp Cerra dos Macacos, de hoofdstad van Palmares, waar Ganga Zumba hoofd van was. Deze ontsnapte met iets meer dan driehonderd volgelingen naar Cucaú in het zuiden van Rio de Janeiro, waar de koloniale overheid grond gereserveerd had voor de Palmarinos die het akkoord hadden aanvaard verder te leven. Echter, de vrede tussen Ganga Zumba’s volgelingen en gouverneur Pedro de Almeida duurde maar twee jaar. 1680: Ganga Zumba sterft, hij werd vergiftigd door aanhangers van Zumbi die waren geïnfiltreerd in de Cucaú. De gouverneur van Pernambuco hielp hem te laat, net op tijd waren de samenzweerders João Mulato, Canhongo en Gaspar er in geslaagd hem te doden. De overlevenden van de trieste ervaring van de afscheiding van Palmares werden dan gevangen genomen door de autoriteiten terug slaaf gemaakt. Vanaf dan zal Zumbi voor vijftien jaar regeren over de Palmares tot de totale oorlog in de Zona da Mata, tussen Zumbi en de Portugese heersers. 1687: Dit jaar verslaat Zumbi de vermoeide troepen van het kolonialisme. Binnengedrongen in San Miguel, Penedo en Alagoas. Slagen ze erin suikercontracten af te sluiten.

13


1693: Het was een verschrikkelijk jaar, met de absolute daling van de prijs van suiker, het goud van de kolonie is vrijwel geheel verdwenen, en de inflatie ontploft. De droogte en hongersnood, die vooral het achterland trof, vielen de steden. De menigte, die in slechte levensomstandigheden leefden werden in de hel geperst tussen de regering en de grote boerderijen (de enige bronnen van het werk), moesten overleven op brood en water. De woede en wanhoop namen toe en uitte zich in de straten van Recife. De koloniale regering, die de voorbereiding van een definitief kruistocht tegen de Quilombola aan het maken was, benutte dan de frustratie en jaloezie van de stedelijke menigte die honger had: fondsen werden beloofd aan die die zouden deelnemen aan de expeditie tegen quilombos; in de gevangenissen werden gevangen geronseld die dan hun vrijheid terug kregen, de militairen van Bahia, da ParaĂ­ba en Rio Grande do Norte namen ook deel. Door de totale propaganda van de oorlog, deed de menigte geloven dat de oorsprong van het kwaad het huis van de Braziliaanse zwarten was. 1694: In januari begon een leger van negenduizend mannen langzaam op gang te komen, onder het commando van Domingos Jorge Velho, naar de buik van de bergen. Alleen in de oorlog van de onafhankelijkheid, 130 jaar later, was er een grote leger. Verschillende pogingen werden door de aanvallers ondernomen om het fort van Palmares te vernietigen, in de vroege uren van 6 februari slaagde ze er eindelijk in om de muren rond het fort te breken en binnen te dringen in het bolwerk van Palmarini. In hun woede, de menigte van Indianen, Mameluke en soldaten slachten ze iedereen jong of oud die ze tegen kwamen af. Aan de rand van de afgrond, op het westelijke fort een eindje links ten opzicht van het leger, kwam er een grote groep krijgers samen, klaar om te herstarten na de oorlog, om zich te hergroepen. Toen de aanvallers hem in de gaten kregen opende de Mameluke het vuur op hen. In de verwarring die toen volgde, storten bijna tweehonderd strijders van Palmarini in de afgrond. Voor een lange tijd was men van mening dat Zumbi, een indrukwekkend gebaar van trots, kogels afgevuurd uit de toppen van de bergen weerstond. Tot voor kort was dit de legende. "Waarom is die zo lang blijven bestaan? (...) Een ding is zeker: de legende van etnische held die liever dood is dan gevangen te worden fascineert ons verstand, onmiskenbare charme van de" laatste van de Mohicans. " Zumbi was een van de laatste om te vertrekken hoewel hij gewond was overleefde hij de aanval, die vroeg in de ochtend van 6 februari 1694 plaatst, vond in Palmarini, hij ontsnapte aan de dood. Daarna verdeelde hij zijn mannen (ongeveer duizend) in kleine groepen en keerde terug naar de guerrilla.

14


1695: Zumbi wordt gedood in een hinderlaag. Het hoofd van een van zijn groepen Antonio Soares, die werd gearresteerd in Perdu, besloot om samen te werken met de koloniale troepen in ruil voor zijn leven en het verkrijgen van de vrijheid. "Zumbi vertrouwde Soares, en wanneer die hem een omhelzing gaf stak die een mes in zijn buik. In zijn ogen kwam een schijn van ongeloof en teleurstelling. Zes guerrillastrijders waren alleen met hem op dat moment - vijf werden onmiddellijk gedood door geweervuur dat uitbrak in de struiken rond hen. Wij, twee broers, zagen dit in Brenham, rond vijf uur in de ochtend van 20 november 1695. " De Portugezen brachten Zumbi’s hoofd naar Recife om het op de Plaza Central te tonen zodat men zou zien dat hij tegensteling tot legende onder de Afrikaanse slaven niet onsterfelijk was. 1696: Zijn de eerste goud aders ontdekt. Brazilië begint de activiteit van de mijnbouw. Achttiende eeuw 1702: Vanaf werd produceren van koffie een belangrijke economische activiteit in Brazilië, met het planten van de eerste zaailingen van koffie in Rio de Janeiro, in de Paraíba vallei, dan te verschepen naar Sao Paulo. In de achttiende eeuw, door de suikerplantages en de inzet van nieuwe koffie en mijnbouw, begon er een daadwerkelijk groei van steden en stedelijke leven. Daardoor ontstond een andere vorm van slavernij: de binnenlandse slaaf. Vanaf daar begon de bevrijding zich te verspreiden. De aanwezigheid van zwarten, zijn bijdrage aan Braziliaanse beschaving is het opmerkelijk, was toen totaal in Brazilië niet alleen in de slaven kwartieren op de plantages of mijnbouw, maar ook in de steden, in de handel, op markten en openbare pleinen. 1712: Voor de eerste keer het woord capoeira wordt opgenomen in de Portugese en Latijnse Woordenschatlessen van Rafael Bluteau, maar de betekenissen van de term heeft geen betrekking op de strijd. Er is nauwelijks melding van Capoeira in de achttiende eeuw. Het is algemeen aangenomen dat Capoeira is geboren en getogen in de landelijke omgeving. Maar het kan zijn dat in de steden, waar er een vrij groot aantal van vrije en half vrije zwarten (slaven die hun eigen activiteiten deden en die dan het einde van de dag een bepaald bedrag van hun verdiende geld aan hun eigenaar moesten afgeven) dit proces van groei en transformatie meer expressief was.

15


1770: De oudste vermelding van Capoeira als een manier van vechten. " Capoeiragem vermeld in 1770. Door een van de beste kroniekschrijvers, die toen daar aanwezig was namelijk Markies van Lavradio. Ze zeggen ook dat de eerste Capoeirista een luitenant João Moreira was, maar sommige mensen komen daar tegen in opstand. "Zij zagen hoe de zwarte slaven 'rebellen' werden genoemd, wanneer zij werden aangevallen door vier of vijf mannen, ze leerden bewegingen van elkaar en gaven elkaar elk een eigen naam. [Edmundo 1951]. 1789: (25 april, ...) De eerste vermelding van Capoeira in een politie verslag gemaakt in de gevangenis van Adão. Pardo, een slaaf, die beschuldigd wordt van “Capoeira”. [Nireu Cavalcanti," De Capoeira ", Jornal do Brasil, 15 november 1999, onder de code 24, Hof van Beroep, boek 10, Nationaal Archief, Rio de Janeiro]. Negentiende eeuw 1809: Een jaar na de komst van D. João VI, wordt de politie georganiseerd en de Koninklijke Politie Garde opgericht, die wordt geleid de majoor Nunes Vidigal, de niet aflatende vervolger van de candomble, de Roda de samba en vooral van onze Capoeira, "voor diegenen had hij een speciale behandeling, een vorm van mishandeling en foltering die hij het Avondmaal van Kameroen of chamava de Ceia dos Camarões noemde. " De majoor Vidigal werd beschreven als "een lange man, vet, het kaliber van een grenadiervis, moleirão, hij sprak abemolada, maar een goed geschoolde capoeirista. Koelbloedig en behendigheid als hij op de proef werd gesteld door de meest gevreesde handlangers van zijn tijd. Speelde schitterend met de stok, het kapmes, de vuistslag en het scheermes, ook met het hoofd en de voeten was hij soeverein ". 1813: Moraes, de tweede en laatste uitgave van zijn leven, Woordenboek van de Portugese taal, bevat ook de term Capoeira. Daarna is het woord een controverse op het gebied onderzoek en etymologie, een belangrijke rol spelen personen als Jose de Alencar, Beaurepaire Rohan en Macedo Soares daarin. 1821: In een brief aan de Minister van Oorlog, de Militaire Commissie in Rio de Janeiro, de "negros capoeiras of zwarte capoeiristas, gearresteerd door de militaire scholen, veroorzaken wanorde" en erkend "de dringende noodzaak om dat ze openbaar en categorisch gestraft moeten worden...".

16


1821: >>> Handvest van de Militaire Commissie in Rio de Janeiro gestuurd naar Carlos Frederico de Paula, minister van Oorlog, die de terugkeer van straffen aan capoeiristas invoert. >>> Besluit van 31 oktober: bepaald op de uitvoering van lijfstraffen op openbare pleinen op alle zwarten capoeiristas. >>> Besluit van 5 november: maatregelen vastgesteld die moeten worden genomen tegen de zwarte capoeiristas in Rio de Janeiro. 1822: >>> Besluit van 6 januari: Instellen van het bestraffen met een zweep van de slaven capoeiristas die op heterdaad gearresteerd worden. 1824: >>> Besluit van 28 mei: maatregelen tegen de zwarten die capoeiristas genoemd worden. >>> Besluit van 14 augustus: maatregelen bij werkzaamheden aan de dam tegen de zwarte capoeiristas, arresteren om zo de plaag van ongeregelde te beëindigen. >>> Besluit van 13 september, is bepaald dat de ordonnantie nummer 30 van augustus wordt gebruikt om uit te zoeken waarom alleen slaven capoeiristas zijn. >>> Besluit van 9 oktober: bepaalt dat de slaven moeten worden gearresteerd voor capoeira, in aanvulling op de straf van drie maanden van het dwangarbeid, de straf van tweehonderd zweep slagen. 1826: De fransman Debret portretteerde de berimbauspeler. 1826: Op dag van 17de liep een slaaf naam van Manuel, van Cabinda afkomst, gewoon postuur, gemiddeld rond gezicht, dikke lippen, kleine ogen, asibichado kleur, met dikke enkels, benen en met littekens van de wonden. Meestal lopen ze in de straat da Vala met andere capoeiristas, en nemen die de straat Direita 16, wie hem vind zal goed beloond worden. (Diário do Rio de Janeiro 24 februari 1826) BRON: "DE CAPOEIRA: vertegenwoordigingen in PERS EN INTELLECTUELE van de negentiende eeuw" (http://www.unirio.br/morpheusonline/numero07-2005/samantha.htm) 1828: In plaats van meestal anders, de capoeiristas, vaak ordeverstoorders, namen de rol van de helden op zich. Zoals in het geval van rebellie door bataljons van huurlingen (Ierse en Duitsers), die hun kwartieren (in de Campo de Santana, São Cristóvão en Praia Vermelha) aanvielen en overgingen tot moorden en plundering. Volgens JM Pereira “werden de

17


huurlingen aangevallen door zwerm zwarte genaamd capoeiristas, waar ze een dodelijk gevecht mee aangingen” 1830: De Duitse Rugendas portretteert in het pittoreske boek Voyage Historique et dans le Bresil, het eerste spel van capoeira in zijn gravure “capoeira spelen of Danse de la guerre”. "Jogar Capoeira of Danse de Guerre" Rugendas kader van de oudste grafische weergave van het spel van Capoeira. Dit zijn de woorden van Rugendas: "De negers hebben nog een andere dartelende krijgskunst, veel meer gewelddadige, de capoeira: twee kampioenen slaan zich tegen elkaar, probeert het hoofd aan de borst van de tegenstander te krijgen die deze omlaag wil duwen. Ontwijken van de aanval met zijdelingse salto’s (Au) en stopt ook behendig, maar gooien zich dan min of meer als geiten tegen elkaar, en botsen dan met behoorlijk kracht hoofd tegen hoofd, waardoor het spel vaak ontaarden in vechtpartijen en komen er messen in het bloedige spel." 1831: Besluit van 27 juli: Voorgestelde maatregelen voor de politie om te gebruiken voor de vangst en de bestraffing van criminelen en capoeiristas. 1832 Optreden van 17 november: een verbod op het spel van Capoeira: "... om een kleine houder die verborgen zit tussen de mouw van de jas of in de broekspijp waarin een soort dolk zit..." maatregelen nemen tegen elke vorm van samentroepen, die op straat oproer en gevechten veroorzaken, in de buurt van de kerk van de Rozenkrans in Largo da Misericordia, waar de vrouwen van de nacht samenkomen ...". 1834: >>> Besluit van 17 april: vraagt maatregelen om de naleving wet toe te passen op de slaven van het arsenaal van de Marine die worden verdacht gewapend te zijn. (verwezen naar een last van moord gemaakt tegen een zwarte, en vermeld dat was gegeven orders aan het hoofd van de politie over capoeira). >>> Besluit van 17 april: de maatregelen over de negers die zijn gevonden na donker met wapens of aandoeningen. >>> Postura 13 december: geeft meer maatregelen tegen de capoeira. 1835: Voor de eerste keer het capoeira spel is geportretteerd door Duitse Johann Moritz Rugendas in het boek Voyage dans le Bresil pittoreske met de gravures "Jogar CAPOEIRA of Danse de la Guerre" en "San Salvador". 1850: Datum van afschaffing van de slavenhandel, met de publicatie van de wet Queirós Eusebio.

18


1872: "Het lijkt erop dat tijdens het onderzoeken van de Largo da Se het uitwijst; dat het gebied is gekozen voor het rekruteren van capoeiristas. Gisteren om twee in de namiddag Jose Leandro Franklin, een ervaren capoeirista, en beginneling Albano, werden verrast tijdens het leren van de kunst en beweeglijkheid van Capoeiragem door de stedelijke wachten, nadat ze hun koers hadden veranderd in verband met het gevangen nemen door de politie. Tijdens de les van Franklin waren nog vele collega's aanwezig, en misschien beginnelingen, maar helaas konden die ontsnappen aan de wachten." (Diário do Rio de Janeiro, 05 maart 1872.) BRON: "DE CAPOEIRA: vertegenwoordigingen in PERS EN INTELLECTUELE van de negentiende eeuw" (http://www.unirio.br/morpheusonline/numero07-2005/samantha.htm) 1874: Een schare van capoeiristas waaronder Florentino, slaaf van Manuel Joaquim Alves da Rocha, Zeferino, slaaf, Jose Luis da Silva, Antonio Joaquim de Azevedo en Maximiano, slaven van Antonio Correia de Sá Lobo, arriveerden op de hoek van de Rua dos Ourives (goudsmeden) en San Jose. Ontmoeten ze andere waarmee ze een geschil hadden, ze hielden die tegen waardoor er een wanhopig gevecht ontstond. Waardoor de vreedzame voorbijgangers moesten vluchten en een aantal winkels moesten sluiten. Ernstig gewond door het conflict tijdens de beroemde capoeira da Gloria, stierf kort daarna Oscar, slaaf van dr. Carlos Frederico Taylor. Zij waren ook levensgevaarlijk gewond, Henrique da Conceição, slaaf van dr. Cesar Farani en Raimundo, slaaf van Manuel Joaquim Alves da Rocha, in de banketbakkerij van Largo do Capim (Jornal do Comércio, 9 maart 1874) BRON: "DE CAPOEIRA: vertegenwoordigingen in PERS EN INTELLECTUELE van de negentiende eeuw" (http://www.unirio.br/morpheusonline/numero07-2005/samantha.htm) 1878: Orde en wanorde GEVAARLIJKE SAMENKOMSTEN. We hebben reeds al de aandacht van de autoriteiten gevraagd in verband met de verkoop in de Rua São Bento (Sint-Benedictus) 53, omwille van de capoeiristas die er voortdurend verzamelen en wanorde veroorzaken. Gisteren was er een patrouille die daar rond liep. Die aan de verkoper aangaf dat het niet mogelijk is, dat daar zo veel zwarten zijn en er zoveel rumoer is. (Jornal do Comércio, 28 januari 1878) Bron: "DE CAPOEIRA: vertegenwoordigingen in PERS EN INTELLECTUELE van de negentiende eeuw" (http://www.unirio.br/morpheusonline/numero072005/samantha.htm)

19


1878: Om negen uur in de avond, bij de arrestatie van enkele capoeiristas nabij Campo da Aclamação en de hoek van de Rua São Lourenço, door twee pelotons van de politie en drie van de Tweede Regiment Artillerie was er groot verzet tegen de gevangen nemen van de kwaadaardigen. Ze werden tegengehouden door een grote strijdmacht van stedelijken en zogezegde soldaten, die met geweld de arrestatie wilden tegengaan om druk uit te oefenen op het beleid van de politie. (Journal of Commerce 29 januari 1878) BRON: "DE CAPOEIRA: vertegenwoordigingen in PERS EN INTELLECTUELE van de negentiende eeuw" (http://www.unirio.br/morpheusonline/numero07-2005/samantha.htm) 1880: Oprichting van verschillende anti slavernij verenigingen, verenigd in 1883 door de liderança nacional da Confederação Abolicionista (nationale leiding van de Confederatie van slavernij). Sommige verenigingen, zoals Caifazes de Antônio Bento, stelden gewelddadige acties voor: doden van capitães (kapiteins op de plantages), de bevordering van ontsnappingen op de fazendas, het creëren van quilombos. De argumenten van de abolitionisten zijn gevarieerd en onbetwistbaar, waardoor het duidelijk werd dat de slavernij een hinderpaal voor de ontwikkeling van het land was, want het voorkomt de groei van de markt, de ontwikkeling van technieken, beschadiging van het werk, de goede zeden in de families. 1886: Plácido de Abreu Morais publiceert zijn roman “De Capoeira” dat zich richt op de rituelen die bij capoeiragem in Rio de Janeiro. In het voorwoord van de roman, gebruikte de auteur een woordenschat uit het capoeira jargon die aan die tijd beantwoorde. Deze woordenschat gebruiken we nog steeds in de Capoeira. 1888: Afschaffing van de slavernij. Ex-slaven capoeiristas vinden geen plaats in de samenleving, zij bleven in de marginaliteit, het lijden bleef voor de Capoeira. Sterker nog, de periode van uitsluiting van Capoeira begon er al lang voor, in 1809 met de benoeming van Major Vidigal voor de Koninklijke Garde Politie, en in het eerste decreet (1814) dat een zwarte verbood zich cultureel uit te drukken. Oprichting door José do Patrocinio van de Guarda Negra (zwarten leger), het geheim regiment van Visconde de Ouro Preto, dat vrijwel volledig bestond uit capoeiristas, navalhistas (vechters met scheermessen) en cateteiros (stokkenvechters, beoefenaars van Maculele), die een soldij ontvingen van de overheid. Deze Guarda Negra deden verschrikkelijke dingen (werden “misbruikt” door de overheid), er was geen enkele bijeenkomst van de republikeinen publiek of privé die niet verstoord werd door de Guarda Negra. Hun grootste optreden was op 30 december 1888 tijdens een samenkomst van de republikeinen in de Franse gymnastiek 20


vereniging. Op het moment dat Silva Jardim zijn toespraak begon, veranderde de zaal in een slagveld, met vele doden en gewonden tot gevolg. Vele ex slaven sloten zich in die tijd aan bij de Guarda Negra, die vochten voor het behoud van de monarchie, niet uit sympathie voor Prinses Isabel. Maar omdat de republiek zich richten tot de middenklasse, die heel veel vooronderdelen had ten opzichte van de Negros. 1888: >>> 13 mei - Prinses Isabel vaardigde in de wet Aurea de afschaffing van de slavernij in Brazilië uit. Een historische dag in Brazilië. >>> Verschijnt het eerste boek over Capoeira: de roman “Os Capoeiras” "De Capoeira" door Plácido de Abreu, dat de eerste indeling geeft van de bewegingen. 1889: >>> Deportatie van criminele capoeiras naar de archipel van Fernando de Noronha. >>>Gecreëerd op voorstel van de Ginástica Nacional (Nationale Gymnastiek), als een instrument voor de lichamelijke opvoeding, het hergebruiken van de bewegingen uit de Capoeira. Deze vorm van sport was vrij te beoefen voor de politie. 1889: Afkondiging van de Republiek, op 15 november. 1890: Inwerkingtreding van het Wetboek van Strafrecht van de Republiek, en dit verhoogt de Capoeira in de illegaliteit. Voortaan, "Verrichten van lenigheids en behendigheids oefeningen in de straten en op openbare pleinen staat voor de instanties bekend als capoeiragem" dit betekende straffen van gevangenisstraf van twee tot zes maanden, wat een verzwarende factor werd bij het vormen van een of andere bende, "voor de chefs of de hoofden" wordt bovenstaande straf 2 maal opgelegd. De straf voor recidivisten kon tot maximaal drie jaar gevangenisstraf zijn. Als de capoeirista een buitenlander is, werd deze na zijn straf het land uitgezet. 1890:>>> decreet 847. Inleiding van Capoeira in de Misdadige Code van de Republiek, opgenomen in Hoofdstuk XIII "Dos Vadios e Capoeiras" (De landlopers of schooiers en de Capoeiristas) artikelen 402, 403 en 404. >>> Voordurend arrestaties en deportaties van misdadige capoeiristas naar de Presí¬dio de Fernando de Noronha (Gevangenis van Fernando De Noronha) en de Colônia Correcional de Dois Rios na Ilha Grande (de Correctionele Kolonie van Twee Rivieren in het Grote Eiland). >>> Hoewel de capoeristas vermeldt worden in een heldhaftig document over zij strijden tijdens de Revolta dos Mercenários (Opstand van de huurlingen) en de Guerra do Paraguai (Oorlog met Paraguay), herstelde 21


Republikeinse Overheid in 1889 de politiek van onderdrukking aan de Capoeira die al dateerde van de Imperiale periode en vaardigde in 1890 een decreet van criminaliteit uit als men Capoeira beoefende. 1890: Antonio Manoel de Souza, een vrije Afrikaanse slaaf, was gearresteerd gisteren in de Cais Dourado (de gouden dokken, een beroemd gebied in Salvador, door zijn misdaad en ordeverstoring, het was ook de prostitutiebuurt) voor het verstoren van de openbare orde. (Jornal de Noticias, 2 april 1890) Vorige nacht om negen uur de hele Cais Dourado buurt was opgeschrikt door een verschrikkelijk conflict, meer dan 40 mannen en vrouwen gewapend met stokken en messen namen deel aan deze gevechten. (Jornal de Noticias, 4 april 1890) „Op 11 oktober van 1890, de nieuwe misdadige Code van de Republiek bereikte wat de Monarchie in bijna geen vijftig jaar van regime had bereiken: namelijk capoeira te transformeren tot een delict of een misdadige overtreding“. (SOARES, 1994, p.301). Het leek erop dat het nieuwe regime wou dat capoeira van de Braziliaanse scène werd gewist. In het decennium na 1890 werd deze strijd vooral door Sampaio Ferraz, primeiro chefe de Polícia do Distrito Federal gevoerd. “Van november 1889 tot december 1890, registreerde het Casa de Detenção (Huis van Detentie) minstens 297 arrestaties van capoeiras, minstens, omdat het register van januari tot maart 1890 verdwenen is. (SOARES, 1994, p.127) (SOARES, Carlos Eugênio Líbano. A negregada Instituição : os capoeiras no Rio de Janeiro. Rio de Janeiro: Secretaria Municipal de cultura. Departamento Geral de Documentação e Informação Cultural, Divisão de Editoração, 1994. ) BRON: "DE CAPOEIRA: vertegenwoordigingen in PERS EN INTELLECTUELE van de negentiende eeuw" (http://www.unirio.br/morpheusonline/numero07-2005/samantha.htm) 1897: General Couto de Magalhães, illustere Braziliaanse etnograaf (bestudeerden van volkeren) zegt, refereert aan capoeira: „deze manier te vechten is bovendien ook inheems en, moet verre van worden achtervolgd, omdat het, het moest worden beheerst, geregulariseerd in onze militaire scholen, een goede capoeirista is een mens die gelijkwaardig is aan tien mensen… Wij zijn niet, Europees of Afrikaans, en ja Amerikaan, door het bloed, de intelligentie, de ethiek, de taal, bijgeloof, het voedsel, de dans en de fysieke strijden „

22


Twintigste eeuw 1901: Alberto Bessa, in het Portugese Jargon, definieert capoeira als „spel van handen, voeten en hoofd, dat door leeglopers van laag gebied (dieven)“ worden uitgeoefend. 1904: Gevecht tussen capoeirista Ciríaco en jiujitsu vechter Sada Miako. Deze gebeurtenis kwam vond plaats onder het toezicht van de politie en kaderde in de context van de Braziliaanse Strijd. 1907: Uitgave van boekjes apócrifo: Gids van Capoeira of Braziliaanse Gymnastiek. Daarin ze paraferen met „ODC“ dat betekend: ofereço, dedico e consagro. Ik bied aan, ik draag op aan en ik zegen aan. 1910: De opstand van Chibata, zwarten kwamen in opstand op vier schepen, in de Baai van Guanabara, Rio de Janeiro, tegen de nog bestaande doodstraffen en martelingen in de Armada (Marine), overblijfselen van de mentaliteit tijdens de oligarchische slavenperiode. In Salvador, sinds 1910, worden er „scholen van capoeira“ opgericht, klaarblijkelijk in het geheim. In Rio, besteden de Carioca (moedige) capoeiristas eveneens ook veel tijd in privéruimtes aan de opleiding van de strijd, zodat ze ook frequent bij crème de la crème van elite worden gerekend, volgens geschriften van Inezil Penna Marinho: „Hier in Rio, houdt Sinhozinho een Academie open in Ipanema, bestemt voor de opperfijnste jonge mensen die heel gemotiveerd zijn om bij heldhaftigste te horen ". 1912: Het „laatste uur“ voor de maltas (groepen) van Recife kwam er aan, samenvallend met de geboorte van de frevo; de stap, dat een beweging in de frevo is, is een zoon van de capoeira; volgens Edison Carneiro (Notitieboekjes van Folklore, 1971), het „laatste uur kwam er min of meer in 1912 voor de maltas van Recife, samenvallend met de geboorte van frevo, erfenis van capoeira (beter gezegd „de stap“, dat een dans is; frevo is de muziek die het begeleid). De rivaliserende groepen do Quarto (4o. Bataljon) en die van Spanje (Nationale Wacht) marcheerden tijdens het carnaval in Pernambucano beschermd door behendigheid, dapperheid, knuppels en de messen van de façanhudos capoeiras (heldhaftige capoeiristas) om zo de vijanden te tartten en riepen: 'Cresceu, caiu, partiu, morreu!' „Wij groeien aan, scheer je weg, vertrek, sterf “) tegen de politie geleidelijk aan groeide het vertrouwen van de bengels van de muziekband en met hem hun leiders, Nicolau do Poço, João de Totó, Jovino dos Coelhos, totdat een groot gedeelte van hen geneutraliseerd

23


werd, dat het einde betekende van “Capoeira” in Recife". Later kwam het dan wel terug door de verspreiding van Capoeira Regional. 1920 - 1927: Onder het beleid van gevreesde gezaghebber van de politie Pedro de Azevedo de verschrikkelijke, die het liefst als „Pedrito“ wordt herinnerd door de Bahian capoeira en candomblé, was er een geïntensifieerde vervolging van de capoeiristas in Bahia. Is er een ritme op de berimbau ontstaan genaamd Cavalaria, die simuleerde het van getrappel van de paarden van toen, die verklikte het naderen van het bekende Esquadrão de Cavalaria da polícia (Cavalerie eskadron van de politie), deze vervolging wordt vandaag de dag nog steeds herinnerd en bezongen in de volgende cantiga, geschreven door Waldeloir Rego: "Toca o pandeiro, Sacuda o caxixi Anda depressa Qui Pedrito Evém aí" Tijdens deze periode in Santo Amaro (dichtbij Salvador) duikt de beroemde capoeirista Besouro Manganguá (hij wordt de dag vandaag nog steeds veel bezongen in capoeiraliedjes) Besouro was een gevaarlijke capoeirista en een expert met kapmessen en scheermessen. Hij haatte de politie en hun chefs. Er werden hem magische krachten toegeschreven die verkregen via de Candomblé, zodat hij bijna onkwetsbaar was voor wapens, het zogenaamde corpo fechado (gesloten lichaam). Ronde de leeftijd van 27 jaar werd hij gedood in Maracangalha, in de staat Bahia. De eerste decennia van de 20ste eeuw merken we een absoluut piek op betreffende de politievervolging van capoeiristas van Bahia. Toen Manoel Dos Reis Machado (Mestre Bimba) begon met capoeira, in de Estrada das Boiadas, bairro da Liberdade, em Salvador (letterlijk vertaald: Weg van de gedreven om te leren, in de vrijheidswijk te Salvador), werden de beoefenaars naar vervolgt en gevangen gezet, Bimba zei daar later over: „Op dat ogenblik, was capoeira een ding voor carroceiro, trapicheiro, estivador en malandros (bestuurders van paard en kar, havenarbeiders die via de trapiche (houten plank tussen schip en wal) de schepen losten die vooral op de dokken werkten , havenarbeiders die scheppen losten met de kranen en vooral op de schepen zelf werkten, wiseguys (mensen die aan de kost komen door andere te slim af te zijn) Ik was een estivador, maar ik deed allerlei dingen. Het beleid achtervolgde een capoeirista alsof het een geruïneerde hond achtervolgt. Beeldt u in, dat één van de straffen die capoeiristas kregen nadat die het gevangengenomen was, dat één van de vuisten aan de staart van een paard werd vastgeboden en een andere aan de staart van een paard dat parallel liep werd vastgelegd. De twee paarden waren verbonden aan elkaar en sleepten zo de capoeirista mee tot aan het hoofdkwartier van de politie. Wij vertelden tegen elkaar, als grap, dat het beter was om dicht bij het hoofdkwartier te vechten, omwille van de vele dodelijke gevallen. Het individu kon niet met zijn voeten op de grond steunen door de snelheid en werd daardoor over de grond gesleept en stierf alvorens bij zijn bestemming aan te komen: het hoofdkwartier van de politie „. Het was op dit ogenblik dat er een grote sprong in de geschiedenis van capoeira voor kwam. Ontevreden met de vooroordelen en de marginale sfeer rond 24


capoeira besliste Mestre Bimba een variatie van capoeira te impliceren, en zo werd het gevecht Bahian Regionale gecreëerd. Ongerust over de gevechtsefficiëntie van onze gevechtskunst dat, volgens hen, het wordt verspild en verloren aan actie voor het toerisme (capoeiristas waarover men hier spreekt, gaven in die tijd presentaties voor toerist en zetten capoeira om in show van acrobatie en mandingagens, die zich steeds verder verwijderde van de originele versie) Mestre Bimba kwam, hij bewaarde de originele bewegingen en de oude rituelen, introduceerde wijzigingen in de capoeira die van het jiu-jitsu, de Grieks-Romeinse worstelen, het boxen (er is daar wel geen duidelijkheid over dat Mestre Bimba deze “buitenlandse gevechtssporten kende) en hoofdzakelijk van uit de batuque (gevecht van Afrikaanse oorsprong zeer veel in Bahia wordt uitgeoefend) kwamen. De innovaties van Mestre Bimba, ondanks er goed over nagedacht te hebben over de doelstellingen er van, namelijk om grotere gevechtsefficiëntie te verlenen aan onze gevechtskunst en zijn sociale erkenning te bevorderen, produceerden een grote controverse in de buik van de capoeiragemeenschap; velen zagen het als een ontkrachting van de tradities van capoeira. Een hard debat dat, afhankelijk van hun positie binnen de capoeiragemeenschap, nog altijd gevoerd wordt deze dag. Het lijkt er op dat de geproduceerde spanningen tussen de twee „modaliteiten“ binnen de capoeira ook een heilzaam effect heeft waar capoeira naar toe evolueert: wij moeten, ja, de tradities altijd bewaren, zonder innovaties uit te sluiten van hen die de Echte evolutie vertegenwoordigen. 1928: De eerste Código Desportivo de Capoeira (Sportieve Code van Capoeira) verschijnt in Rio de Janeiro op de naam van Gymnástica Nacional (Capoeiragem) Methodizada en Regrada. Dit werk, geschreven door Aníbal Burlamaqui (Zuma), bracht een nomenclatura (reglement, gedragscode over bepaald thema) uit, met verduidelijkingen betreffende aanvallen en tegenaanvallen, op gebied van de competitie, regelgeving van de wedstrijden, criteria betreft vorming van scheidsrechters, historische fundamenten, uniformen en andere informatie. 1932: Mestre Bimba stichtte, in Salvador, in de Engenho Velho de Brotas (straatnaam), de eerste capoeira academie die officieel geregistreerd was, Met de naam"Centro de Cultura Física e Capoeira Regional da Bahia” (Centrum van Cultuur Fysiek en Capoeira Regional da Bahia) 1933: Oprichting op 5 november van da Federação Carioca de Boxe (Federatie Carioca (gebied in Rio de Janeiro) van Boksen), op interventie van Aníbal Burlamaqui door het Departamento de Luta Brasileira (Capoeiragem)(Ministerie van de Braziliaanse strijd)

25


1936: >>> Op 13 maart bracht de Gazeta da Bahia (Krant van Bahia) een artikel uit van eedaflegging van Manuel Dos Reis Machado (Mestre Bimba) waarin hij bevestigd dat hij „het politiereglement betreffende de presentaties van capoeiras in overeenstemming met het nomenclatura van Aníbal Burlamaqui (Zuma) dat in 1928 werd opgemaakt“ zal naleven. >>>Oprichting door het Departamento de Luta Brasileira (Capoeiragem) van de Federação Paulista de Pugilismo (Federatie Paulista (inwoners van Sao Paulo) van Vuistvechten), op 4 november, door de invloed van Aníbal Burlamaqui. 1937: Mestre Bimba (Manuel Dos Reis Machado, 1900-1974), één van de „culturele helden“ van Braziliaanse capoeira, verkrijgt een officiële vergunning die het onderrichtten in zijn "Centro de Cultura Física e Capoeira Regional" machtigt, tijdens een periode waar in Brazilië door het regime nog beleid van kracht is die capoeiristas als delinquent beschouwde en strafrechtelijk vervolgden. Het Secretariaat van het Onderwijs, Gezondheid en Openbare hulpverlening kende aan zijn onderwijs van capoeira, als onderwijs van lichamelijke opvoeding, een officiële licentie toe aan de academie van capoeira van Mestre Bimba, als eerste van zijn generatie , op 9 juli van 1937 toe. Van op dit moment, zou capoeira de straten verlaten en zou om binnen in de „academies“ te worden beoefend, aangezien de overheid de capoeirascholen officieel herkent. 1939: Mestre Bimba begon Capoeira in het quartel do Centro de Preparação de Oficiais da Reserva (CPOR) (kwartier van het Centrum voor Voorbereiding van Officieren van de Reserve) van Salvador, in het Fort van Barbalho te onderwijzen, waar hij drie jaar werkte. Mestre Bimba wou daar eerst niet werken, want het militaire apparaat werd toch als de onderdrukkingsmiddelen van de lagere sociale klasse en daarmee ook de zwarten in Brazilië. Maar besloot daar dan toch les te geven daar hij Capoeira Regional uit de marginaliteit wou halen en de middelklasse wou betrekken in deze transformatie. 1940: Besluit 2848. Het stelde een nieuwe Braziliaanse Misdaad Code in. Waarin de naam Capoeira niet meer in voor komt. Van deze datum werd het gebruik van het woord „Capoeira“ vrijgegeven. 1941: Besluit 3.199 dat door president Getúlio Vargas wordt ondertekend, die de basis van de organisatie van de sporten in Brazilië vastlegde. In dit besluit werd de Confederção Brasileira de Pugilismo (Braziliaanse Confederatie van Vuistvechten) gevormd die opricht werd door het Nationale Ministerie 26


van Braziliaanse Strijd (Capoeiragem), deze federatie was het embryo voor de Confederação Brasileira de Capoeira (Braziliaanse Federatie van Capoeira). Dit was de eerste officiële erkenning van de modaliteit. 1941: Mestre Pastinha (Vicente Ferreira Pastinha) vestigde ook zijn academie, het „Centrum Esportivo De Capoeira Angola“, vandaag gelegen aan Largo do Pelourinho nº 19, en geleid door Mestre Curió zijn discipel. Op dat ogenblik, zoals nog steeds de dag van vandaag, werd capoeira onderwezen zoals in de andere academies van capoeira Angola, namelijk mondeling. Een verwezenlijking van de academie van Mestre Bimba. 1945: Door de voortzetting van het Projeto da Ginástica Nacional (Project van de Nationale Gymnastiek), publiceert Prof. Inezil Penna Marinho het boek: Subsí-dios para o Estudo da Metodologia do Treinamento da Capoeiragem (Subsidies voor de Studie van de Methodologie van de Opleiding van Capoeiragem). Dit werk werd ook geïnspireerd door Aníbal Burlamaqui. 1948: In de maand december, ontschepen de pioniers van capoeira in deze Staat in São Paulo, Esdras Magalhães Dos Santos (Damião), Manoel Garrido Rodeiro (Garrido) en Fernando Rodrigues Perez (geëerbiedigde Perez van Bahian capoeira), gevormd en gespecialiseerd door Mestre Bimba in het Centro de Cultura Física e Luta Regional, do Maciel de Cima (em Salvador) Zij waren gekomen om de komst voor te bereiden van de „Koning van Capoeira“ in het gebied van de Paulista’s, om de Braziliaanse echte strijd hier te tonen. Een beetje later, nog in december, arriveerden in Sao Paulo op voorstel van Mestre Bimba, zijn leerlingen Brasilino, Clarindo, Adib, Jurandir en Edevaldo Die de eerste drie vergezelden. Ralf Zumbano sloot overeenkomsten af met zijn oom, de Argentijn (genaturaliseerde Braziliaan) Kid Jofre, vader van “Galo de Ouro” (Gouden Haan), Eder Jofre, deze wereldkampioen van boxen in twee categorieën (van de hanen en de pluimen), zodat capoeiras in zijn academie van boxen konden trainen. De "meninos de Bimba" (jongens van Bimba) hadden twee demonstraties in februari en twee in maart 1949 gegeven. Betwistingen met de beste vechters van São Paulo: Duro, Menezes, Godofredo, Evaldo, Cabrera, Flávio, Canuto, Arapuã en Nagashima (jiu-jitsu). Daarna, hebben ze tijdens het gevechtsseizoen in Rio de Janeiro het op genomen tegen de lokale vechters en getoond wat ze waard waren. De demonstraties, heel veel in São Paulo en in Rio de Janeiro, waren een overdonderend succes. 1949: Mestre Bimba neemt sommige van zijn leerlingen mee naar São Paulo om met andere vechters te concurreren. In het decennium van 1950, reisde Mestre Bimba naar verschillende staten om capoeira voor te stellen. De uitbreiding van Bahian capoeira op het Braziliaanse grondgebied begint. 27


1950: In de tweede semester, keerde de huidige Mestre Damião (Esdras Magalhães Dos Santos) naar de stad São Paulo terug, om een cursus aan sergeantenspecialisten van de Luchtvaartkunde, in het Campo de Marte te geven. Gedurende twee jaar (1950/51) gaf hij lessen capoeira aan ongeveer vijftig leerlingen, in de academie van Kid Jofre. De eerste waren Renato Bacelar (advocaat), Martinho Luthero Dos Santos (professor, broer van Damião) en zijn vrienden Walter Grossman, Hamilton en Waldemar geweest. De middenklasse van Brazilië begon aan capoeira te doen. 1953: De nationale Raad van Sporten verstuurt Resolutie 071, die criteria voor bepalen voor het onderwijzen van Capoeira. Dit was de tweede officiële herkenning als sport. 1953: Mestre Bimba en zijn leerlingen pronken zelf, in het Palácio do Governo, te Salvador, met de uitnodiging van de gouverneur van Bahia Juracy Magalhães, in aanwezigheid van de President van de Republiek, Getúlio Vargas, die toen tijdens die gelegenheid zou gezegd hebben: „Capoeira is de enige echte nationale sport“. Van toen, kreeg capoeira veel meer aanzien en kreeg het toegang om voorstellingen te geven in clubs, scholen, theaters En begonnen ze steun van politici, intellectuelen, kunstenaars en van de mensen in het algemeen te krijgen. Nochtans, bleef capoeira, voor het individu, slachtoffer van de vooroordelen van de maatschappij. Het vooroordeel begon maar vanaf de jaren 60 te verdwijnen, toen capoeira begon nieuwe manieren te zoeken om het toegankelijker te maken. 1955: Realisatie van de eerste presentatie van Capoeira op de televisie; de twee broers - Esdras Magalhães Dos Santos (Mestre Damião) en zijn discipel Martinho Luthero Dos Santos geven een voorstelling op TV Tupi (Kanaal 4), tijdens het programma dos Diários Associados (de dagelijkse verwanten), tijdens een gesprek met de journalist Jose Carlos de Morais, gekend als “Tico-Tico“. 1957: Vanaf Mei, in de zelfde academie van Kid Jofre, de journalist Augusto Mário Ferreira, net gevormd door Mestre Bimba (die hem de appelido Guga gaf), zette de opleiding voort die door Mestre Damião was opricht voort tot 1959. Bijgestaan door Professor Martinho Luthero Dos Santos. Zij hadden een groep van bijna twintig deelnemers samengesteld, die niet gevormd zijn door Mestre Bimba, omdat ze geen voldoende middelen voor hadden om bij hem te komen trainen, maar daar wel de tijd hadden om dit te doen in São Paulo. De cursus was volledig ontwikkeld. Zo kwam het dat capoeira onderwezen in de grootste stad van Brazilië. 28


Enkele opmerkingen betreffende deze chronologische geschiedenis van Capoeira: Dit overzicht is gebaseerd op feitelijke gebeurtenissen (uit wetteksten, krantenartikels en boeken over de geschiedenis van Brazilië) daardoor lijkt het misschien dat er bepaalde stukken uit de geschiedenis van de capoeira zijn weggelaten. Dit komt natuurlijk door het feit dat de geschreven geschiedenis altijd wordt gemaakt door machthebbers op dat moment. De geschiedenis van de capoeira kan in 3 grote delen worden opgedeeld. Namelijk de slaventijd tot aan 1810 ( de slavernij werd maar pas in 1888 afgeschaft), toen mocht men nog openlijk cultuur beoefend en daaronder ook capoeira. In deze tijd heeft capoeira hem ontwikkeld voornamelijk in de staat Bahia waar veel zwarte slaven waren. Daarna kwam de ondergrondse periode waar men 3 parallelle tijdslijnen heeft in Brazilië namelijk de Capoeira in Bahia, ook wel Capoeira Angola genoemd en waaruit later Capoeira Regional de Bahia uit voort vloeide. Die een grote verbondenheid had met de Afrikaanse cultuur en religie Candomblé. De Capoeira in Rio de Janeiro die veel meer bestond uit maltas (gangs) en een veel crimineler karakter had. Hier waren er ook veel meer (toen al) blanke beoefenaars, omdat het geen uitstaan had met religie en cultuur. Deze werd in de jaren 1890 uitgeroeid na de uitroeping van de republiek. En de capoeira van Recife die verbonden was de passo (stap) uit de frevo. Die bestond uit rivaliserende dans – vecht groepen. En in 1912 werd vernietigd. Deze periode duurde tot 1930 waarna de academische periode aanbrak door het creëren van Capoeira Regional da Bahia door Mestre Bimba, toen werd capoeira gelegaliseerd om te worden beoefend in de zalen deels gecontroleerd door de overheid, weg van de straten en pleinen. Deze dagen kan men terug vrij capoeira beoefen op de straten en pleinen dankzij de uiteindelijke opwaardering van de gevechtskunst na de jaren 1970 in Brazilië. Bron: Capowiki

29


Het Capoeira spel Het capoeira spel, begint wanneer de berimbau twee spelers bij zich roept. De spelers maken zich aan de voet van de berimbau klaar, om een gesprek aan te gaan in de roda met elkaar. Dit gesprek wordt niet verbaal gevoerd, maar door middel van aanvallende en verdedigende trappen en bewegingen, zo ontstaat er een non verbale communicatie tussen de twee spelers. Dat zich vooral op het mentale front manifesteert. De snelheid waarop het spel zich voort beweegt en de spelers hun ginga (en ook de meeste van hun trappen en bewegingen) uitvoeren, wordt bepaald door het ritme van de berimbau. Zoals op de deining van de golvende zee. Wat niet weg neemt dat één van de spelers plots kan versnellen bij een bepaalde aanval, om zo zijn tegenstander te verrassen. Maar daarna zal hij zich terug voort bewegen op het ritme opgelegd door de berimbau. Het capoeira spel is een strijd tussen twee spelers om de objectiviteit en precisie van bewegingen, een combinatie van aanvallen met snelle verdedigingen. Het is een taal waar elk gebaar betekenis heeft en die vertegenwoordigen ideeën, gevoelens en emoties. Het capoeira spel is muziek, poëzie, fun, fun, fun en een manier om te vechten. Het is een harmonie die zich vormt door het spel van de spelers, de muziek, de zang en de palma van de roda. Die zo samen een vierdelige eenheid vormen, in het hier en nu, waar het verleden en de toekomst geen vat op hebben. Het tweeledige karakter van de gevechten en het spelen, geeft leven aan het spel van capoeira. Het is vol van aanvallen en verdedigingen, constante, snelle en onverwacht. Zo bereikt het lichaam een indrukwekkend niveau van veerkracht, behendigheid en vaardigheid. De capoeirista kan "gedijen" in een gevaarlijk spel, waarbij de continuïteit en de harmonie nooit verloren gaat. Vergezeld door de ervaring van het leven tot aan de aangeleerde en ingeoefende bewegingen van de capoeira. Het wegduiken, de salto’s, kopstoten en de cirkelvormige bewegingen met de benen en handen die zo de beweeglijkheid van het lichaam weergeven terwijl er een dans geïmproviseerd wordt die zeer misleidend en gevaarlijk is. Voor diegenen die net Capoeira beoefenen, zijn dit de belangrijkste elementen die kenmerkend voor het spel zijn. Maar voor diegenen die capoeira al wat langer en daadwerkelijk beoefenen is en zal het altijd de zoektocht naar vrijheid zijn. Vrij, niet worden lastiggevallen. Elk levend wezen heeft de wens en het vermogen om zich vrij te voelen. Het beoefenen van capoeira ,via een set van procedures en gedragingen die streven naar vrijheid, biedt de mogelijkheid aan de capoeirista om niet alleen het beste te maken van elke situatie, maar ook om zich voor te

30


bereiden op de situatie, waardoor ze beter wordt nog voor ze zich aandient. Kennis van het lichaam is capoeiragem, een zuivere mysterie, onmogelijk om alleen met de ogen, of alleen met het hoofd, of alleen met de buik te leren. Het is het vermogen bereiken om zich voort te bewegen op de golving van het leven, het spel, het gebied van zuivere energie van Axé te bereiken in de Capoeira, beetje bij beetje. Door capoeiragem zal men zich meer vrij en los maken van de moeilijkheden in het leven. Naarmate de capoeirista zich verder ontwikkeld, zal hij vaker de mogelijkheid krijgen om zich te bewegen in de pure energie van de velden van Axé. Bij het beoefenen van capoeira is de gemeenschappelijke wereld terug, voorgoed. De wereld die niet langer in gemeenschappelijk gebruik is als een schild om te overleven, maar een nieuwe manier van leven in vrijheid en verantwoordelijkheid. Het pad van een capoeirista is ongewijzigd: spelen, onvermoeibaar het hele leven lang. Uitrekken of comprimeren van de tijd, capoeira versus elk moment, elke fase, elk stap. De uitdaging is om te weten waar te gaan, binnen de grenzen zo smal. Verslonden worden door de nieuwe wereld is een uitdaging. Vrij zijn, is de opperste moed. En de capoeiristas hebben slechts een ding voor ogen: hun vrijheid. Geen enkele vrijheid wordt gegeven als een geschenk. Alles zal worden onderwezen op de harde manier: dalend en stijgend. Alleen met jezelf proberen capoeira te beoefenen, maakt je gek. De Mestre is absoluut noodzakelijk. Hij zal je leiden op je pad, je wijzen op de gevaren, maar ook een val opzetten voor jou, zodat je leert kijken en voelen waar je moet gaan. Kijk voor jezelf de hele tijd rond, zodat je de wonderen om je heen ziet, en ook de risico’s die achter elke hoek schuil gaan. Leren te voelen is belangrijk anders word je onhandig en voorspelbaar. De capoeirista moet flexibel, nauwkeurig en discreet zijn. Maar ook niets, te serieus te nemen, leren lachen om zichzelf. Weten wanneer iemand je voor de gek houdt. Het gevoel van zegevieren of verslagenheid ervaren, want daardoor leer je hoe je moet gedragen als iemand je heeft “verslagen” . De capoeirista neemt de volledige verantwoordelijkheid voor elk van zijn acties. Capoeira is geen eer, noch waardigheid, noch familie, noch naam, noch land. Iedereen die wil, is vrij om de triviale dwang te willen bezitten naar misleiding en controle over de andere. Diegene die al zijn aandacht daarop richt , begeeft zich op het pad van het onbekende en vlucht van de realiteit. Wie geen verwachtingen van welke aard dan ook heeft, is binnengedrongen door een verbazingwekkend vrede, dat is de kracht van het leven (en het spel van capoeira). Verlaten verwachtingen betekenen niet perse vrijheid voor de capoeirista, maar laten onverminderd een continue evaluatie en herziening van de positie toe. Door deze mogelijkheid op een consistente en correcte wijze te gebruiken, wordt feitelijke vrijheid gegeven. Hoe kunnen diegenen die ons lastig vallen worden geblokkeerd? Wie niets boven het hoofd heeft ,een vlekkeloze 31


prestatie, wordt niet bedreigd. U moet brandschoon zijn de hele tijd. Omdat het dan makkelijker is om te slagen in de voorwaarden, om maximale belasting van lichaam en geest te kunnen uitoefenen, als je feilloos bent de hele tijd. We kunnen niet verwachten dat genade van het leven of gebed vragen om gunsten aan de wereld je dit geeft. Daardoor is het beter om voorzichtig te zijn de hele tijd en risico’s te vermijden voor jezelf. Het doel van Capoeira is eenvoudig en men hoeft de zaken niet te gecompliceerd te maken. Altijd klaar zijn voor de laatste veldslag van hier en nu, niets slordig te doen. Niets is er, ontspan en laat het, wijsheid is er van zodra de Axé de gids is. Moeilijkheden bij Capoeira brengt men terug naar het moment, laat de gedachten dwalen en verleng de tijd. Capoeira heeft geen speer aan de voorkant, maar laat zich leiden door de Axé snel of langzaam. Winnen of verliezen maakt niet uit. Alleen dat is vrijheid. Waar begint en eindigt het spel van capoeira in de roda? Dat is aan de voet van de berimbau. Al het overige in de Capoeira? Niemand weet het antwoord.

32


Muziek In capoeira, bepaalt muziek het ritme, de stijl van spelen, en de energie van het spel. De Angola Roda is de meest strikte en traditionele vorm van capoeira en is bij uitstek geschikt voor een kennismaking en bespreking van de muziek. Hoewel we zeker rekening houden met de traditionele muziek., is er geen overzicht van in welke mate en hoe de muziek zich heeft ontwikkeld in de tijd. Want het is mondeling doorgegeven tot het begin - midden van de 20e eeuw, daarna werden pas liederen en ritmes neer geschreven. In Capoeira speelt het Afrikaanse erfgoed een grote rol, de manier waarop capoeira wordt ervaren door haar beoefenaars en begrepen wordt op een onbewust niveau. Het is een gemeenschappelijk kenmerk van veel Afrikaanse etnische groepen, niet zo als bij vele andere volkeren in de hele wereld, dat muziek niet zozeer een vorm van persoonlijk entertainment is, maar het is een medium om te komen tot samenhang en het vormen van een dynamische groep. Muziek in capoeira wordt gebruikt voor het maken van een heilige ruimte, via de fysieke handeling van de vorming van een cirkel (de Roda) en ook via een auditieve handeling die de wereld van de geesten / voorouders en de wereld van de levenden verbindt . Deze diepere religieuze betekenis is als een sociaal geheugen voor de meeste capoeira groepen. De heilige Ngoma drums (de atabaques van Yoruba candomble), de berimbau (waarvan er eerder werden gebruikt in rituelen in Afrika en om het spreken met de voorouders), de altijd aanwezige AxĂŠ, (die de kracht omvat van het leven voor mens, dier en geest ooit aanwezig in capoeira) worden gebruikt als een bewijs hiervan. Het inroepen van zowel Afrikaanse en katholieke geestelijke objecten en mensen, een aantal semi-rituele bewegingen gebruikt in Capoeira Angola, zoals de grond aanraken , "spirituele bescherming" vragen , zijn het bewijs van een diepere betekenis van de muziek en het spel.

33


De instrumenten die worden gebruikt om capoeira muziek te maken (de bateria) zijn: Berimbau (tot 3) Pandeiro (tot 2) Atabaque (1) Agogô (1) Reco - Reco (1) De pandeiro, de atabaque, de agogô en de reco-reco zijn allen instrumenten ter ondersteuning van de berimbau. Dit heeft verschillende hiërarchisch geïnspireerde gevolgen. Zo moeten alle instrumenten het ritme volgen van de hoofdberimbau. Er mag geïmproviseerd worden, maar er moet altijd teruggevallen worden op het ritme van de berimbau. Wanneer de berimbau van ritme verandert, moeten de andere instrumenten zich aanpassen. Deze belangrijke hiërarchie merken we al wanneer de muziek begint. Het is steeds de hoofdberimbau die begint te spelen waarna eerst de andere berimbaus invallen en daarna pas de andere instrumenten. en de zang is de ziel" Berimbau De berimbau is het belangrijkste instrument in capoeira. Meer dan eender welk ander instrument belichaamt het capoeira. Het is zo belangrijk dat geen enkel ander instrument luider mag klinken dan de berimbau. De berimbau bepaalt het ritme van de muziek en dus ook het ritme van het gevecht. Wanneer een gevecht uit de hand dreigt te lopen of te rommelig wordt, kan de mestre die de berimbau bespeelt, beslissen om het tempo plots te verlagen waardoor het spel weer in zijn plooi valt. Er zijn drie soorten berimbaus en ze worden onderscheiden door hun kalebas (cabaça) die dient als klankkast. De berimbau-gunga heeft de grootste klankkast en bepaalt het ritme. De berimbau-medió (of –centro) heeft dezelfde functie, maar de klankkast is iets kleiner. De berimbau-viola heeft de kleinste klankkast en wordt gebruikt om te improviseren op het basisritme De keuze voor drie berimbaus verwijst naar de Afrikaanse cultuur waar drievoudigheid een steeds wederkerend gegeven is. 34


De berimbau ziet er uit als een (pijl en) boog en wordt gemaakt van hout afkomstig van de aracá, de gabrioba of biriba boom. Enkel dit hout wordt gebruikt en mag bovendien volgens de rituelen enkel bij volle maan gekapt zijn. De vêrga, stok, wordt gebogen en samengehouden door de arame, een metalen snaar. Met een touw wordt de caixa de som, de klankkast vastgemaakt aan snaar en stok tezamen. De berimbau wordt met één hand vastgehouden met de klankkast ter hoogte van de buik. In diezelfde hand houdt de speler een dobrão, muntstuk (of een steen) en duwt deze tegen de snaar om een andere toon te krijgen. Met de andere hand tikt hij op de snaar met een baqueta, een dun stokje. Deze hand houdt doorgaans ook nog een caxixi, een soort van rammelaar, vast. Met de berimbau kunnen drie verschillende basistonen gespeeld worden. Een hoge en een lage toon en een aparte kletterende toon. Bij de hoge toon slaat men net boven de steen die men hard tegen de snaar duwt, bij de lage toon slaat men onder de steen die niet tegen de snaar geduwd wordt. Bij de kletterende toon houdt men de steen zacht tegen de snaar en slaat men boven de steen. Door een afwisseling van tonen kan men bepaalde ritmes beginnen spelen. Hier komen we later nog op terug bij toques. Wil een capoeirista een hoge graduatie kunnen behalen dan moet hij zeker dit instrument leren bespelen. Bovendien zal hij beschikken over zijn eigen berimbau en deze ook zelf leren opspannen en herstellen. Pandeiro In Vlaanderen kennen we dit instrument als een tamboerijn. Het werd door de Portugezen geïntroduceerd in Brazilië en is er intussen uitgegroeid tot het nationale symbool van Braziliës meest populaire muziek, de samba. Maar ook in capoeira is het een belangrijk begeleidingsinstrument. Atabaque Dit is een houten slaginstrument dat lijkt op de conga’s. Hoewel het een belangrijk instrument is in de candomblé (Afro-Braziliaanse religie) is dit instrument lang niet altijd gebruikt geweest in de capoeira. De reden hiervoor is de logheid van het instrument; het is moeilijk te verplaatsen. Vooral in de tijden dat capoeira verboden was, werd het niet gebruikt omdat men zich niet snel uit de voeten kon maken als er politie naderde. Net zoals de berimbau bestaat de atabaque in drie maten; Rum, Rum-pi en Le

35


Agogô Letterlijk betekent dit Afrikaanse instrument ‘bel’. Maar eigenlijk zijn het twee bellen boven elkaar waarop men met een stokje slaat. Door de aparte toon maakt het een heel herkenbaar geluid. Ook dit instrument wordt vaak in Afrikaans-Braziliaanse rituelen gebruikt Reco-reco Dit begeleidingsinstrument is oorspronkelijk gemaakt van bamboe, maar wordt tegenwoordig ook vaak uit metaal gemaakt. Het is een soort van rasp waarover men met een stokje wrijft.

36


De liedjes De liedjes in capoeira kunnen over vele dingen gaan en voor beginners buiten Brazilië is het soms moeilijk om te zeggen welk type liedje het is, want ze zijn allemaal gezongen in het Braziliaans (Portugees) en lijken vooral in het begin veel op elkaar. Vele liedjes hebben kleine geschiedenislessen in zich, anderen zullen u vertellen wat u hoeft te doen of waar je aandacht aan moet besteden tijdens het spelen in de Roda en sommige zijn gewoon chant-achtige liedjes. De meeste liedjes zijn ook gemaakt naar de traditionele vraag en antwoord songs die over heel Afrika kan horen en worden corridos genoemd. De persoon die op de gunga berimbau speelt zal het merendeel van de tijd zingen en dan iedereen zal gezamenlijk antwoorden tijdens de coros (refrein). Wanneer de Roda veel mensen bevat kan dit een heel bijzondere ervaring geven en kan er veel energie gemaakt worden zodat het spel op een hoger niveau getild wordt. De muziek bepaald het tempo en het soort spel dat gespeeld wordt. Er zijn verschillende soorten liedjes die in de roda gezongen kunnen worden. Ladainha Vertaald = Litanie ( een smeekzang om voorspoed af te roepen) We beginnen met een ladainha want deze zijn de meest traditionele liedjes Heeft een langzaam ritme. De ladainha opent meestal de Angola roda en wordt vaak gezongen door de meest gevorderde capoeirista die aanwezig is, die ook de gunga bespeelt. Bij de meeste groepen (waaronder ook de onze), worden alleen de drie berimbaus als enige instrumenten bespeeld tijdens een ladainha. De rest van de instrumenten zullen niet deelnemen totdat de ladainha is voorbij De ladainha’s zijn vaak beroemde liedjes die door mestres geschreven zijn. Als luisteraar moet je echter goed opletten want de ladainha kan ook ter plekke geïmproviseerd worden en bevat soms een uitdaging aan iemand om te spelen. De ladainha wordt meestal opgevolgd door een Louvação. Louvação Vertaald = loflied (ode brengen aan iets of iemand) De louvação is een zeer fundamenteel gesprek van vraag en antwoord binnen de capoeira liedjes die ingezet wordt door de persoon die de ladainha zong heeft, meestal door de volgende zin "IE, viva meu Deus" en vervolgens reageert het koor met "IE, viva meu Deus, camara." Het hoeft niet noodzakelijk te beginnen met "viva meu Deus", maar het is de meest voorkomende zin die gebruikt om te beginnen met een Louvação. Zo blijft het verder gaan, heen en weer, maar de zanger zal veranderen wat hij zegt na "IE" en het koor moet dus aandacht besteden aan wat er gezegd of gezongen wordt, omdat zij moeten reageren met dezelfde woorden en met "camara" erbij op het einde. Normaalgesproken wordt dit geïmproviseerd. Meestal wordt in een Louvação een lofzang gehouden 37


over Mestre’s uit de capoeira, de plaats waar men geboren is, historische feiten of God. Quadra Vertaald: vierkant.( Zoals de naam al aangeeft bestaat het quadra uit een simpele strofe gevolgd door het refrein dat uit vier regels bestaat.) Ze zingen Quadras om een regionale roda te openen, gezongen door de persoon die de Roda leidt en wordt dan ook gevolgd door de louvação, net zoals na de ladainha. Corrido Vertaald = snel lopen ( omdat deze liedjes snel heen en weer lopen tussen zanger en koor ) Corridos worden gezongen tijdens het spel. Het is een liedje dat het ritme sneller maakt. De corrido is een vraag - en antwoord liedje. De voorzanger zingt de vraag, het eerste gedeelte van een liedje en het koor zingt het refrein. Het refrein kan een herhaling zijn van de vraag van de voorzanger, maar het kunnen ook steeds dezelfde refreinen zijn of een herhaling van een gedeelte van de vraag van de voorzanger. De gezongen tekst kan overal over gaan, het dagelijks leven, capoeira, mestres etc. Er zijn veel verschillende corridos. Er worden ook corridos ter plekke geïmproviseerd die commentaar geven op het gespeelde spel. Meestal worden er corridos gezongen bij de volgende ritmes: São Bento Grande, Cavalaria, Amazonas, São Bento Pequeno, het zijn in ieder geval altijd de snellere ritmes. Chula Rond “chula” bestaan er wel wat verschillende opvattingen, vele gebruiken deze term terwijl ze eigenlijk een louvação bedoelen, maar onze Mestre Dendé zal nooit chula zeggen tegen een louvação. Om de deze term eigenlijk uit de samba de roda komt, weleens waar een gelijkaardige functie heeft als de louvação bij capoeira, namelijk een ode, lof brengen aan iets of iemand. Tijdens de “samba chula” dansen de deelnemers niet wanneer de zangers het lied zingen - een vorm van poëzie. De dans begint pas na de zang. Wanneer 1 persoon danst in de roda hoort men alleen het geluid van de instrumenten en het handgeklap.

38


RITMES In het spel van capoeira, Toques zijn de ritmes gespeeld op de berimbau. Veel toques worden geassocieerd met een specifiek spel (dwz stijl en snelheid van spelen). Capoeira toques hebben hun wortels in de Afrikaanse ritmische muziek, die is aangepast en verder ontwikkeld onder de slaven van BraziliĂŤ. We onderscheiden 2 groepen van slagritmes of toques : Traditionele toques >

Regional Toques gemaakt door Mestre Bimba en andere

39


40


CAPOEIRA ANGOLA Capoeira angola is de originele vorm van capoeira. Deze vorm van capoeira heeft dan ook nog de grootste binding met traditionele rituelen en gewoontes. Het spel zelf verloopt traag en laag bij de grond. Salto’s worden in deze vorm dus niet gebruikt. Voor de toeschouwer lijkt deze vorm van capoeira de gemakkelijkste omdat alles zo traag gaat. Dit is echter een onderschatting. In werkelijkheid beschikken Angoleiros (beoefenaars van Capoeira Angola) over een indrukwekkende spierkracht en uithoudingsvermogen. Ze zijn in staat om hun lichaam – gecontroleerd – in allerlei bochten te wringen en te houden. Zo slagen zij er in om een radslag bijzonder traag uit te voeren, iets wat niet lukt zonder lange training. Capoeira angola is dus bedrieglijk gemakkelijk. Een spel bij capoeira angola duurt gewoonlijk ook langer. Om even op adem te komen gebruiken de Angoleiros dan de chamada. Dit is een traditionele danspas waarbij de ene capoeirista plots stil gaat staan en waarbij de andere dan dichterbij sluipt. Wanneer de tweede capoeirista er (bijna) zeker van is dat het niet om een afleiding gaat, voeren de twee een korte dans uit waarna het ‘gevecht’ weer verder gaat. Bij angola wordt roda ook gevormd door mensen die neerzitten in een cirkel, er wordt evenwel niet in handen geklapd in tegenstelling tot regional. Vicente Ferreira Pastinha (Mestre Pastinha) (5 April 1889, Salvador, Bahia, Brazilië - 13 November 1981). De zoon van Jose Señor Pastinha en Eugenia Maria de Carvalho kwam in contact met Capoeira op de leeftijd van 8 jaar door een Afrikaan Benedito. Het verhaal gaat dat een oudere en sterkere jongen uit de buurt Pastinha vaak pestte en sloeg. Op een dag zag Benedito hoe Pastinha werd geslagen door die jongen, en zei tegen Pastinha dat bij hem thuis moest komen, zodat hem enkele dingen kon leren hoe zich te verdedigen. De volgende keer dat die jongen hem terug pestte en slaag wou geven, versloeg Pastinha hem zo snel, dat de oudere jongen een bewonderaar werd van Pastinha. Vroegere leven Pastinha had een gelukkige en bescheiden kindertijd. In de ochtend ging hij naar de kunstklassen op het Liceu de Artes e Oficio school waar hij leerde schilderen; de namiddagen werden besteed aan het spelen met vliegers en het beoefenen van Capoeira. Hij 41


vervolgde zijn opleiding met Benedito voor drie jaar. Zijn beste vriend was Jaez Ghiyas. Later op zijn 12 jaar trad hij toe tot een marine school. Dat was de wens van zijn vader die hem niet steunde in zijn Capoeira. Op deze school begon hij les te geven in Capoeira aan zijn vrienden. Op de leeftijd van 21 jaar, verliet hij de marine school om een professioneel schilder te worden. In zijn vrije tijd bleef hij stiekem Capoeira spelen, want het was nog steeds illegaal op dat moment. Erft Capoeira Angola In 1941, werd Mestre Pastinha uitgenodigd door Aberrê's (voormalige student van Pastinha), om op een zondag naar de Roda ladeira te Gengibirra gelegen op de Bairro da Liberdade te gaan, waar de beste Capoeira mestres zou spelen. Aberrê was al bekend in deze Rodas, en na daar de namiddag te hebben gespeeld, vroeg een van de grootste mestres van Bahia, Amorzinho, of Pastinha Capoeira Angola op zich wou nemen. Als gevolg daarvan is in 1942 door Mestre Pastinha de eerste Angola school opgericht, het Centro Esportivo de Capoeira Angola, gelegen aan de Pelourinho. Zijn studenten zou zwarte broeken en gele T-shirts dragen, dezelfde kleur als de Ypiranga Clube, zijn favoriete voetbalclub. In 1966 nam hij deel met de Braziliaanse delegatie aan het "Eerste Internationale Festival de Artes Negras" in Dakar, Senegal, samen met hem waren oa. João Grande, João Pequeno, Gato Preto, Gildo Alfinete, Roberto Satanás en Camafeu de Oxossi. Latere jaren Mestre Pastinha werkte als schoenenpoetser, kleermaker, goud handelaar, bewakingsagent (leão de chácara) voor gokhuizen (casa de Jogo) en als bouwvakker op het Porto de Salvador om financieel rond te komen, zodat hij kon doen waar hij het meest van hield namelijk Angoleiro te zijn. Uiteindelijk kwamen voor de academie van Mestre Pastinha harde tijden. Mestre Pastinha, oud, ziek en bijna volledig blind, werd door de regering gevraagd om zijn gebouwen te ontruimen van renovaties. Maar de gebouwen zijn nooit teruggekeerd naar hem. In plaats daarvan werd een restaurant en entertainment centrum van gemaakt. Mestre Pastinha stierf als een gebroken man en bitter over zijn behandeling, maar nooit heeft hij spijt van het leven als Capoeirista. Mestre Pastinha werd achtergelaten in een verlaten stad beschutting (abrigo D. Pedro II - Salvador). Na zijn hele leven gewijd te hebben aan Capoeira Angola, speelde hij zijn laatste spel van Capoeira op 12 april 1981. Mestre Pastinha, de vader en beschermer van Capoeira Angola, overleden op de leeftijd van 92 op 13 november 1981. Hij overleefd in twee van zijn beste studenten, Mestre João Grande en Mestre João Pequeno zodat er een blijvend aandeel van Mestre Pastinha in de Capoeira Angola en de wereld blijft. 42


C. Daniel Dawson later zou schrijven, 'Pastinha was een briljante Capoeirista wiens spel werd gekenmerkt door zijn flexibiliteit, snelheid en intelligentie (...). Pastinha wilde dat zijn studenten de praktijk, filosofie en traditie van zuiver Capoeira Angola begrepen. Zoals hij zei: "Ik ben de praktijk van de werkelijke Capoeira Angola en in mijn school leren ze oprecht en rechtvaardig te zijn. Dat is het Angola recht. Die ik erfde van mijn opa. Het is het recht van loyaliteit. De Capoeira Angola dat ik heb geleerd - heb ik niet veranderen hier in mijn school ... Toen mijn studenten verder gingen wisten ze alles over Capoeira. Ze weten, dit is vechten, dit is sluw. We moeten kalm zijn. Het is niet een offensieve vechten. Capoeira wacht (... ). De goede Capoeirista moet weten hoe te zingen, Capoeira te spelen en de instrumenten van de Capoeira te bespelen "

43


Capoeira Regional Deze stijl bestaat nog maar sinds 1930, ontwikkeld door Mestre Bimba. In tegenstelling tot Capoeira Angola is het spel sneller en hoger, er wordt veel meer rechtopstaand gespeeld. Hier zijn salto's "floreios" en kopstoten wel op zijn plaats. Mestre Bimba wou capoeira in een beter daglicht plaatsen en daarom is regional meer gericht op zelfverdeging. Ook een fundamenteel verschil met angola is dat hier het spel kan kopen "jogo de compra" daar door duurt het spel tussen 2 capoeiristas ook veel minder lang. Om het spel te kunnen kopen, komt een 3de capoeirista in de roda en geeft met een handgebaar aan dat hij wil verder spelen tegen de capoeirista waar naar hij kijkt. Een capoeirasta die regional beoefend zal zich meer toeleggen op snelheid, lenigheid en reflexen. De roda wordt hier gevormd door de capoeiristas die recht saan in een cirkel en mee in de handen klappen op ritme van de muziek. Ook in de instrumenten die gebruikt worden valt op dat er 2 zijn weggevallen namelijk de agogo en de reco-reco. De bekenste regional speler is natuurlijk de uitvinder van regional namelijk: Mestre Bimba

44


Contemporânea Is een term voor groepen ( waaronder ook de onze, Mundo Capoeira ) die meerdere stijlen van capoeira tegelijk beoefenen. Zeer vaak leren studenten van Capoeira Contemporânea zowel elementen van regional en Angola evenals nieuwere bewegingen die niet vallen onder een van deze stijlen. Het is een nieuwere, moderne vorm van capoeira, letterlijk betekent het "eigentijds", die ook soms wel wat stof tot discussie geeft binnen de capoeira wereld. Waar vooral de traditionele groepen het er moeilijker mee hebben, maar je kunt je afvragen wat als Mestre Bimba regionaal niet had gecreëerd, hoe zou capoeira er dan nu hebben uitgezien. Zou het nog bestaan, want door de verandering geeft hij capoeira toch uit de illegaliteit gehaald. Het label Contemporânea geldt ook voor tal van groepen die niet via een of andere lijn rechtstreeks afstammen van Mestre Bimba of Mestre Pastinha ,of groepen die nog niet zo lang bestaan. In de afgelopen jaren zijn de verschillende opvattingen van de moderne capoeira geuit door de vorming van de scholen, vooral in Europa en Noord-Amerika, die richten zich op het verder ontwikkelen van hun eigen specifieke vorm van deze moderne gevechtskunst. Dit is een kenmerk van veel scholen, zo kun je zien uit welke groep/school een student komt en dat uitsluitend aan de manier waarop ze het spel spelen. Sommige scholen geven een gemengde versie van de vele verschillende stijlen. Traditioneel beginnen de Rodas in deze scholen met een spel uit de periode van Angola, waar de Mestre van de school, of een gevorderde student, een ladainha zal zingen, (een lange, melancholische zang, vaak gehoord aan het begin van een spel Angola). Na enige tijd, zal het spel uiteindelijk verhogen van tempo, de toques van de berimbaus wijzigen naar die van traditionele regional. Elk spel, regional en Angola benadrukt verschillende sterktes en mogelijkheden. Regional benadrukt snelheid en snelle reflexen, terwijl Angola heel veel aandacht schenkt aan elk verplaatsing en beweging, bijna als een spelletje schaak. Scholen die een mengsel van beide aanbieden in hun onderricht, proberen zo op die manier de sterke punten

van beide aan te leren aan een speler, zodat hun leerlingen een completere capoeirista worden.

45


Maculelê (spreek uit: mah-Koo-leh-LEH) is een Afro-Braziliaanse dans en gevechtskunst.

In de Roda, met een of meer atabaques geplaatst bij de ingang van de cirkel. Elke persoon speelt met een paar lange stokken traditioneel gemaakt van biriba hout uit Brazilië. De stokjes, genaamd grimas traditioneel 24 centimeter lang en een diameter van 30mm. Als men op de atabaques het Maculelê ritme begint te spelen, beginnen de mensen in de cirkel ritmisch opvallend de stokken op elkaar te slaan. De leider zingt, en de mensen in de cirkel reageren door het refrein van het lied in koor te zingen. Wanneer de leider geeft het signaal om te beginnen spelen met Maculelê, stappen twee mensen in de cirkel, en op het ritme van de atabaque beginnen ze met hun eigen stokken opvallend op deze van de andere te slaan. Op de eerste drie slagen van de atabaque slaan ze met hun eigen stokjes, terwijl ze expressieve en atletische dans bewegingen maken, en op elke vierde slag, slaan zij expressief hun rechtse stok tegen elkaar. Er kan ook afgekocht worden door in de roda te komen terwijl men al huppelend ritmes op zijn stokken slaat. Dit zorgt er voor dat de dans eruitziet als "pseudo - stok gevecht". Traditioneel in Maculelê, dragen de spelers rokken van gedroogd gras. In sommige Capoeira scholen, wordt Maculelê gespeeld met behulp van een paar Facões (letterlijk grote mes) van ongeveer 40 cm lang, dit is soort kapmes dat hoofdzakelijk gebruikt wordt om zich een weg te banen door het hoge gras. Maar deze stijl van spelen wordt meestal alleen beoefend door afgestudeerde studenten (van niveau Graduado) en mestres. Het wordt vooral gekenmerkt door de luide geluiden en vliegende vonken wanneer de spelers de messen op elkaar slaan. De oorsprong van Maculelê is zoals bij Capoeira ook onduidelijk en er zijn veel verhalen, theorieën en overtuigingen die beweren "dit is hoe Maculelê ontstaan is". Hier zijn twee: 1.Tijdens het slavernijtijdperk in Brazilië, verzamelden de slaven op de suikerriet plantages en speelden Maculelê als een spel voor het afblazen van hun woede en frustraties van het slaaf zijn. Toen werden er machetes gebruikt in plaats van stokken. De messen werden later vervangen door 46


stokken omwille van veiligheidsredenen. Echter, goede Maculelê – spelers gebruiken nog steeds machetes. 2.Er waren twee stammen in Brazilië: een vreedzame stam, en een krijgshaftige stam. De krijgshaftige stam zou de vreedzame stam herhaaldelijk hebben aanvallen, die had geen manier om zich te verdedigen. Op een dag, tijdens een aanval krijgshaftige stam, een jonge jongen genaamd "Maculelê" pakte een paar stokken en vocht ermee tegen de andere stam. De krijgshaftige stam heeft daarna nooit meer de andere stam aangevallen. De jongen had de andere stam wel niet volledig kunnen uitschakelen, hij stierf tijdens de gevechten. Zijn stam heeft dan een spiegelgevecht dans met behulp van stokken ontwikkeld en noemden de dans "Maculelê" ter ere en nagedachtenis van hem. Maculelê wordt soms beoefend op zichzelf, maar wordt vaak beoefend naast Capoeira, en wordt dikwijls gepresenteerd tijdens Capoeira optredens. Opgemerkt moet worden dat Maculelê en Capoeira zijn redelijk vergelijkbaar in stijl. De Samba de Roda No Recôncavo Baiano

De Samba de Roda, waarin muziek, dans en poëzie, is een populaire feestelijke gebeurtenis die in de staat Bahia, in de regio van Recôncavo, is ontwikkeld tijdens de zeventiende eeuw. Het trekt heel hard op de dansen en culturele tradities van de regionale Afrikaanse slaven. Er zitten ook verschillende elementen van de Portugese cultuur in, zoals taal, poëzie, en een aantal muziekinstrumenten. In het begin was het een belangrijk onderdeel van de regionale populaire cultuur onder Brazilianen van Afrikaanse afkomst, de Samba de Roda werd uiteindelijk overgenomen door migranten naar Rio de Janeiro gebracht, waar het invloed had op de evolutie van de stedelijke samba, dat later een symbool werd van de Braziliaanse nationale identiteit in de twintigste eeuw. De dans wordt uitgevoerd op diverse gelegenheden, zoals populaire katholieke feesten of Afro-Braziliaanse religieuze plechtigheden (zoals Candomblé), maar wordt ook uitgevoerd in meer spontane gelegenheden, zoals Capoeira evenementen. Alle aanwezigen, inclusief beginners, worden uitgenodigd om deel te nemen aan de dans en leren via observatie en imitatie. Een van de karakteristieke kenmerken van de Samba van Roda 47


is dat alle deelnemers in een cirkel staan, bedoeld als Roda. Daar het deels ook zijn oorsprong van in de circulaire dansen van Afrika, zoals ook bij Capoeira. Want in de tijd dat Capoeira verboden was en de politie opkomst was, speelde men eerst het calvaria ritme om daarna over te schakelen naar Samba de Roda. De aanwezige vrouwen stapten dan in de roda en begonnen samba te dansen, zodat als de politie bij de capoeiristas aan kwam het net leek dat ze gewoon onschuldig aan het dansen waren. De dans wordt over het algemeen alleen door vrouwen uitgevoerd, elke vrouw heeft haar beurt om in het midden van de ring omringd door anderen te dansen in de cirkel terwijl de anderen in hun handen klappen en zingen. De choreografie is vaak geïmproviseerd en gebaseerd op de bewegingen van de voeten, benen en heupen. Een van de meest typische bewegingen is het beroemde “buik duwen”, de umbigada, een getuigenis van Bantoe invloeden, gebruikt door de danser om haar opvolger uit te nodigen in het middelpunt van de cirkel te komen. De Samba de Roda onderscheid zich ook door specifieke dans stappen als de miudinho, het gebruik van de” viola machete” - een kleine luit met geplukte snaren uit Portugal, evenals schraap instrumenten zoals de Reco - reco, en bijhorende liedjes. De invloed van de massamedia en de concurrentie van de hedendaagse populaire muziek hebben bijgedragen tot een onderwaardering van deze Samba in de ogen van de jongeren. De vergrijzing van de beoefenaars en het slinkende aantal die in staat zijn om de specifieke instrumenten te maken, vormt een verdere bedreiging voor het in stand houden van de traditie Puxada De Rede (vertaling: trekken of slepen met net) is een Braziliaans folkloristisch theatraal spel, dat soms wordt opgevoerd tijdens Capoeira optredens. Het is gebaseerd op een traditionele Braziliaanse legende.

Verhaal Een visser gaat uit om te vissen in de nacht op een jangada een handgemaakt zeewaardig zeilvlot gebruikt door vissers in noordwesten van Brazilië. Zijn vrouw heeft een voorgevoel dat er iets mis gaat gaan en 48


probeert hem tegen te houden om te gaan vissen die nacht. Maar hij gaat toch, terwijl zijn vrouw aan het huilen is en kinderen bang zijn. Zijn vrouw wacht de hele nacht op hem op het strand, en rond vijf uur in de morgen, de gebruikelijke aankomsttijd, ze ziet de jangada. De vissers hebben een zeer trieste uiting op hun gezicht en sommige zijn zelfs aan het huilen, maar ze ziet niet haar man. De vissers zeggen dat haar man van de jangada is gevallen door een ongeval. Als ze beginnen aan zijn net te trekken, vinden ze zijn lichaam onder de vis. Zijn vrienden dragen zijn lichaam op hun armen, in een traditioneel begrafenis ritueel op het strand. Liedjes NO MAR No mar, no mar, no mar, no mar eu ouvi cantar No mar, no mar, no mar minha sereia, ela é sereia Op zee, op zee, op zee, op zee ik hoor gezang Op zee, op zee, op zee mijn zeemeermin, zij is een zeemeermin. MINHA JANGADA VAI SAIR P'RO MAR Minha jangada vai sair p'ro mar Mijn jangada gaat uit naar de zee Vou trabalhar, meu bem querer Ik ga gaan werken, mijn liefste schat(letterlijk: mijn houden van) Se Deus quiser quando eu voltar do mar Als God het wil keer ik terug van de zee Um peixe bom, eu vou trazer Een goede vis, breng ik terug Meus companheiros tambem vão voltar Mijn vrienden (kompanen) komen eveneens terug E a Deus do céu vamos agradecer En God die zullen we bedanken A REDE PUXA A puxa a marra marinheiro A rede puxa A puxa lá que eu puxo cá A rede puxa A puxa a marra samangolê A rede puxa PUXA A MARRA MARINHEIRO Puxa a marra marinheiro puxa a marra E olha o vento que te leva pela a barra

49


Capoeira