Issuu on Google+

De Verhalen 2

3 5

1

4

het Verhaal VaN

De PeChVOGel Docent Joop Simons (44) droomde van een eigen bedrijf. Nu is hij totaal blut en kampt met anderhalve ton schuld. door Rudie Kagie foto’s Adrie Mouthaan en privéarchief

34 Vrij Nederland 12 OKTOBER 2013

‘i

k heb alleen papiergeld bij me. Shit, daar ga ik weer. De kaartautomaat bij de stationsingang accepteert uitsluitend munten. In de trein ga ik op zoek naar de conducteur, maar die valt nergens te bekennen. Ik ga zitten. Blijkt er even later dus wél een conducteur aan boord die mij, omdat ik geen kaartje heb, zonder pardon op de bon slingert: de ritprijs wordt vermeerderd met 35 euro boete. Ik sputter dat ik niet van plan ben om de boete te betalen, met als gevolg dat ik bij het volgende station door de politie uit de trein word gehaald. Zit ik twee uur in een cel op het politiebureau in Zutphen. De zoveelste situatie waarvan ik denk: waarom overkomt mij dit nou weer? Zo gaat het voortdurend. Ik word door domme pech achtervolgd. Ik heb veertien jaar voor de klas gestaan. Aanvankelijk woonde ik aan de Koninginneweg in een pand dat de gemeente Haarlem voor redelijke bedragen aan mensen uit het onderwijs verhuurde, maar op het laatst was ik als enige


‘Ik kwam met een burn-out in de ziektewet. De school wilde van me af. Het eindigde ermee dat ik de rechtszaak verloor die ik had aangespannen om mijn ontslag aan te vechten’

10

7

6

8

9

1. Joop Simons; 2. Joop (rechts) met zijn ouders en zus, ca. 1975/76; 3. Ongeveer 1 jaar oud; 4. Joops ouders, 15 jaar geleden; 5. Op het paard Fabiano, dat hij voor iemand trainde, Duindigt, 2007; 6. Als baby, met ouders; 7. Als leraar tijdens een schoolreis in Parijs, 1988/89; 8. Het huis in Haarlem dat verkocht moest worden; 9. Joop, twintiger in Haarlem; 10. Een jaar of zes oud

bewoner over. Toen het gemeentelijk grondbedrijf besloot om dat gebouw te verkopen, werd ik dringend verzocht om zo snel mogelijk mijn biezen te pakken. Onder druk van de gemeente heb ik een spoorarbeidershuisje gekocht aan de Zomerstraat. Twee dagen nadat het koopcontract was getekend, belde het grondbedrijf: we hebben vervangende woonruimte voor u. Als ik dat eerder had geweten, dan zou ik dat huis nooit hebben gekocht. Over pech gesproken: toen ik studeerde, kwam je tot je zevenentwintigste in aanmerking voor een beurs, daarna moest je lenen. Je mocht er bij werken zo veel als je wilde, het was immers een lening. Achteraf werden de regels veranderd. Toen vonden ze ineens dat ik als werkstudent in de horeca te veel had verdiend. Ik kreeg er een flinke boete overheen en moest 42.000 euro terugbetalen. In oktober 2005, kort nadat ik mijn nieuwe woning had betrokken, deed zich een incident

voor bij het Hoofdvaart College in Hoofddorp, waar ik sinds een maand of drie werkte. Een leerling klauterde onder lestijd op een tafel en begon zo’n beetje te dansen. Ik zei wat iedere docent in zo’n situatie zou zeggen: doe normaal, joh, kom van die tafel af. Daarop keek die jongen me aan met een rare blik in zijn ogen, hij greep een afbreekmesje en kwam steekbewegingen makend mijn kant uit. Ik ben opzij gestapt. Toen ik de directrice even later vertelde wat mij was overkomen, weigerde ze dat te geloven. Ze dreigde zelfs dat als aangifte ging doen bij de politie, dit mij m’n baan zou kunnen kosten. De school was duidelijk benauwd om op een negatieve manier in het nieuws te komen. Ik ben naar huis gegaan en heb me ziek gemeld. De volgende dag sommeerde de school mij om het werk te hervatten, maar dat bracht ik niet op. Een psychiater stelde vast dat ik een burn-out had en ik kwam in de ziektewet terecht. De school wilde van me

af. Het eindigde ermee dat ik de rechtszaak verloor die ik had aangespannen om mijn ontslag aan te vechten.’

Sombere Wouter Bos ‘Na die rot-ervaring had ik het eigenlijk wel gezien in het onderwijs. Het contact met de leerlingen vond ik fantastisch, maar ik kreeg een steeds grotere hekel aan het systeem. Nu had ik als kind altijd veel paardgereden. Iemand in Haarlem had me gevraagd om zijn renpaard te gaan trainen. Dat beviel zo goed dat ik op het idee kwam om een bedrijf op te zetten waarin ik mijn interesses zou kunnen combineren. Volgens wetenschappers verloopt tussen de 62 en 92 procent van onze communicatie non-verbaal. Bij paarden is dat honderd procent. Je zou managers kunnen gaan trainen in non-verbale vaardigheden door gebruik te maken van paarden. Een manager die een paard laat merken van: húp, mee jij, zal merken Vrij Nederland 12 OKTOBER 2013 35


PRIVÉARCHIEF JOOP SIMONS

‘De bus die ik had aangeschaft, stond voor reparatie bij de garage. Ik had al 2400 euro betaald en toen ging de garagehouder dood’

dat hij minder bereikt dan een manager die uitstraalt: zou je met me mee willen gaan? Mijn bedrijfsplan werd geaccepteerd. Nadat ik twee jaar in de ziektewet had gezeten, kon ik met hulp van de gemeente in april 2008 mijn eigen bedrijf The Winning Post starten. Ik haalde mijn eerste klussen binnen, minder dan waarop ik had gehoopt, maar het begin was er. En toen kwam in september 2008 een sombere Wouter Bos ons op de televisie vertellen dat er een economische crisis was losgebarsten. Vanaf toen werd het heel moeilijk voor me. Hoe hard ik ook werkte om opdrachten te krijgen, niets lukte. Voordat ik begon, had de gemeente mij marketingtechnische ondersteuning beloofd omdat ik weet dat dat niet mijn sterkste kant is. Die hulp heb ik ondanks herhaald verzoek nooit gekregen, ze lieten me gewoon barsten. Tot overmaat van ramp ging mijn vriendin, een van de twee grote liefdes die ik in mijn leven heb gekend, bij me weg. Ze was niet langer bestand tegen de druk van haar familie die mij niet zag zitten. De Mercedes-bus die ik voor het bedrijf had aangeschaft, stond voor reparatie bij de garage. Ik had al 2400 euro betaald en toen ging de garagehouder dood. Drie weken later bleek dat nabestaanden mijn busje naar de sloop hadden gebracht. Was ik mijn auto kwijt! Bij de politie kreeg ik te horen: lullig voor je, maar dit is een privéaangelegenheid, we kunnen niets doen.’

Paard geruild ‘In november 2011 klopte ik aan bij de Sociale Dienst in Haarlem. Het ging echt niet langer zo. Ik zat financieel aan de grond, had nul inkomsten en zag mezelf gedwongen om bijstand aan te vragen. Dan moet u eerst uw huis opeten, zeiden ze. Sorry, ik lust geen baksteen, antwoordde ik jolig, maar het lachen zou me snel vergaan. Ik had dat huisje in 2005 voor 85.000 euro gekocht, de WOZ-waarde was inmiddels geste-

Rechts: Joop nu. Boven: Joop traint paard Djartokan aan het strand van IJmuiden, ongeveer twee jaar geleden

gen tot 195.000 euro – en dat verschil van 110.000 euro moest ik gaan opeten. Ik legde uit dat die rekensom niet klopte. Ik had een nieuwe fundering onder het pand laten leggen, er was van alles opgeknapt en verspijkerd, zodat ik een hypotheek van 165.000 euro had moeten nemen. Er was nauwelijks overwaarde. Dat is uw probleem, zei die ambtenaar. Meer dan een jaar heb ik geprobeerd om het huis te verkopen, maar de huizenmarkt was volledig ingestort. Ik leefde van giften, ging bij vrienden en kennissen langs om te eten, leende van mijn ouders. Uiteindelijk woog ik nog 55 kilo en dat bij een lichaamslengte van 1 meter 87. Mijn gebit ging naar zijn grootje; mijn aanvraag voor bijzondere bijstand om me laten behandelen voor een kaakontsteking en cariës werd standaard afgewezen. De ambtenaar die ik vroeg om de afwijzing op te nemen in het dossier, begon meteen te dreigen: als ik niet uit mezelf wegging, zou ik worden verwijderd door de beveiliging. Intussen liepen mijn schulden en de stapel onbetaalde rekeningen op. Via het maatschappelijk werk diende ik eind vorig jaar een tweede verzoek om bijstand in. U hebt geld zat, zeiden ze, u heeft een lening van 55.000 euro van de gemeente ontvangen toen u dat bedrijf begon. Bovendien heeft u nog een renpaard dat u kunt verkopen, zeiden ze. Nee, dat paard was ik op dat moment al kwijt. Omdat ik de stalling niet kon betalen, had ik het paard geruild voor de huur die openstond. Ik heb vrijwel geen bezittingen meer, maar mijn dromen laat ik me niet afpakken. Ik zou dolgraag een leerwerkproject met paarden opzetten voor moeilijk opvoedbare jongeren. Dat idee laat me niet los, ik weet zeker dat dit

heel succesvol zou kunnen zijn. En ik zou het kunnen, mits iemand me het marketingtechnische deel uit handen neemt.’

Feitelijk dakloos ‘Omdat ik geen geld had om de hypotheek af te lossen, werd in januari mijn huis in opdracht van de bank verkocht. Vanaf dat moment was ik feitelijk dakloos. Ik heb wat spulletjes opgeslagen bij vrienden en meldde mij met een zak kleren bij mijn ouders in de Achterhoek. Mijn demente moeder werd kort daarop opgenomen in een verpleeghuis. Ik ben totaal blut. Terug bij af: ik woon weer bij mijn vader. De gemeente Haarlem heeft beslag laten leggen op de bijstandsuitkering waar ik in Lichtenvoorde voor in aanmerking kwam. Ik schat dat mijn schulden inmiddels zijn opgelopen tot zo’n anderhalve ton. Hopelijk kan ik de schuldhulpverlening in, ook al betekent dit dat ik vanaf dat moment minimaal drie jaar moet zien rond te komen van 60 euro per week. Al deze narigheid zou me bespaard zijn gebleven als de gemeente Haarlem me humaner had behandeld toen ik in november 2011 kwam aankloppen voor bijstand. We willen zo min mogelijk uitkeringstrekkers in deze stad, werd letterlijk gezegd. Bekijk het maar. Ik had niet verwacht dat een overheid zo met haar burgers zou omgaan. Ik dacht vroeger altijd: alleen met slechte mensen gaat het slecht – en ik vind mezelf geen slecht mens.’ rudie.kagie@vn.nl Vrij Nederland 12 OKTOBER 2013 37


Vn41 de pechvogel