Page 1


Maastricht, 10 september 1936 Beste Egon, Deze brief behoeft geen postzegel en zal zeker niet ongelezen blijven, want ik geef hem mee aan mijn dochter, die erop zal toezien dat je hem opent. Een persoonlijk antwoord verwacht ik allang niet meer, maar mijn hart juicht bij de gedachte dat jij het meest dierbare in mijn leven leert kennen. Janna, geboren in een tijd die jij mislukt noemde. Ook weet ik dat je erom zult lachen, met het cynische gegrinnik van iemand die is vergeten waarvoor de lach bedoeld is. Dat juist mijn dochter bevangen moest worden door die krankzinnige hartstocht die jij levenskunst noemt, ‘de levenskunst van het doden’, hoe verzin je het. Ze heeft me van slag gebracht. Zal het dan toch waar zijn dat aarde waarop een oorlog heeft gewoed, slechts strijd kan voortbrengen? Janna is, dat onthul ik je met enige schroom, verwekt op de plaats van het slagveld. Heb ik daarmee grafschennis gepleegd? Dat was niet mijn opzet. Het land lag er toen al vreedzaam bij. Er was niets meer van te zien, wonden waren geheeld, het gras was mooi toegegroeid. Zacht was het en fris rook het. De geur van het onverstoorbare leven. Het was niet zo warm als toen. Toen begreep niemand waar de hitte opeens vandaan kwam; van de brandende zon of de aarde, die vers bloed uitwasemde. Misschien was het niet eens dezelfde plek, maar beslist een plek die zich leende om nieuw leven te brengen in een warmbloedige vrouw, die later, toen het stof was neergedaald, voorgoed een doodse kilte bewaarde.


Natuurlijk, ik was daar met een ander doel, dat ben ik niet vergeten. Geloof me, ik heb heus gezocht. Ik heb boeren, hoefsmeden, koetsiers aan de tand gevoeld. Niemand kon mij iets vertellen. Ik heb je alles uitgelegd, maar jij vond dat geen antwoord waard. Ik heb mijn best gedaan. Ik heb je paard niet gevonden. Nu deelt mijn dochter jouw hartstocht voor het vechten. Ik heb haar ervan proberen te weerhouden. Wat denk jij, geen schijn van kans. Het is zo’n meisje zoals je ze tegenwoordig wel vaker ziet, dat er niet op zit te wachten een vrouw te worden. Mijn eigenwijze schat. Begrijp je dat ik het goed met je maak? Vóór alles bied ik jou, de maître, wellicht de beste leerling die je ooit zult hebben. Janna is werkelijk goed! En daarna bied ik jou, mijn vriend, mijn twijfel, die ik je heb onthouden toen je het zo nodig had. Veel mannen sterken zich met de twijfel van andere mannen. Misschien is schermen inderdaad die onmisbare levenskunst waar ik niets van begrijp. Ik ben inmiddels wijs genoeg om toe te geven dat ik niets met zekerheid kan weten. Dat is nog niet alles. Het zal je misschien tevreden stemmen, als je bent bekomen van je leedvermaak, dat ik me in de schermkunst heb verdiept. Nee, ik heb nooit een wapen vastgehouden, een arts hoeft niet ziek te zijn om een diagnose te stellen. Voordat ik op deze gravure stuitte, was ik geenszins van plan om Janna naar jou toe te sturen. Maar het kan verkeren. Kijk er eens goed naar, alsjeblieft. Hij komt uit een zeldzame uitgave van de Nederduitse rijmen van Bredero. ‘O nieuwe Wapenaar! die soo wel als verweent / De wyse Kunst met kracht versamelt en vereent.’


De plaat is niet enkel een curiositeit. Dit is vergeten kennis die levens kan redden. Als je wil, is hier meer over te vinden. Natuurlijk de methode zelf, prachtig geïllustreerd. Gehandschoend heb ik in een verlaten bibliotheek te Amsterdam zitten bladeren, aantekeningen gemaakt. Het is een wonderbaarlijk boek. Dit is schermwetenschap. Ze noemen het een geheim, verborgen kennis der onaantastbaarheid, maar laat die mysteries voor wat ze zijn, je weet hoe ik daarover denk. Het is gewoon de wetenschap van het niet geraakt worden – allicht geen eenvoudige materie, maar te bestuderen. Doe dat, Egon. Behoed jezelf, je land, voor mijn part de hele wereld voor nog meer ellende. Mijn dochter is even oud als de vrede. Even oud als jij, toen je besloot je aan te melden bij het leger.


Maastricht, 10 september 1936 Beste Egon, Deze brief behoeft geen postzegel en zal zeker niet ongelezen blijven, want ik geef hem mee aan mijn dochter, die erop zal toezien dat je hem opent. Een persoonlijk antwoord verwacht ik allang niet meer, maar mijn hart juicht bij de gedachte dat jij het meest dierbare in mijn leven leert kennen. Janna, geboren in een tijd die jij mislukt noemde. Ook weet ik dat je erom zult lachen, met het cynische gegrinnik van iemand die is vergeten waarvoor de lach bedoeld is. Dat juist mijn dochter bevangen moest worden door die krankzinnige hartstocht die jij levenskunst noemt, ‘de levenskunst van het doden’, hoe verzin je het. Ze heeft me van slag gebracht. Zal het dan toch waar zijn dat aarde waarop een oorlog heeft gewoed, slechts strijd kan voortbrengen? Janna is, dat onthul ik je met enige schroom, verwekt op de plaats van het slagveld. Heb ik daarmee grafschennis gepleegd? Dat was niet mijn opzet. Het land lag er toen al vreedzaam bij. Er was niets meer van te zien, wonden waren geheeld, het gras was mooi toegegroeid. Zacht was het en fris rook het. De geur van het onverstoorbare leven. Het was niet zo warm als toen. Toen begreep niemand waar de hitte opeens vandaan kwam; van de brandende zon of de aarde, die vers bloed uitwasemde. Misschien was het niet eens dezelfde plek, maar beslist een plek die zich leende om nieuw leven te brengen in een warmbloedige vrouw, die later, toen het stof was neergedaald, voorgoed een doodse kilte bewaarde.


Natuurlijk, ik was daar met een ander doel, dat ben ik niet vergeten. Geloof me, ik heb heus gezocht. Ik heb boeren, hoefsmeden, koetsiers aan de tand gevoeld. Niemand kon mij iets vertellen. Ik heb je alles uitgelegd, maar jij vond dat geen antwoord waard. Ik heb mijn best gedaan. Ik heb je paard niet gevonden. Nu deelt mijn dochter jouw hartstocht voor het vechten. Ik heb haar ervan proberen te weerhouden. Wat denk jij, geen schijn van kans. Het is zo’n meisje zoals je ze tegenwoordig wel vaker ziet, dat er niet op zit te wachten een vrouw te worden. Mijn eigenwijze schat. Begrijp je dat ik het goed met je maak? Vóór alles bied ik jou, de maître, wellicht de beste leerling die je ooit zult hebben. Janna is werkelijk goed! En daarna bied ik jou, mijn vriend, mijn twijfel, die ik je heb onthouden toen je het zo nodig had. Veel mannen sterken zich met de twijfel van andere mannen. Misschien is schermen inderdaad die onmisbare levenskunst waar ik niets van begrijp. Ik ben inmiddels wijs genoeg om toe te geven dat ik niets met zekerheid kan weten. Dat is nog niet alles. Het zal je misschien tevreden stemmen, als je bent bekomen van je leedvermaak, dat ik me in de schermkunst heb verdiept. Nee, ik heb nooit een wapen vastgehouden, een arts hoeft niet ziek te zijn om een diagnose te stellen. Voordat ik op deze gravure stuitte, was ik geenszins van plan om Janna naar jou toe te sturen. Maar het kan verkeren. Kijk er eens goed naar, alsjeblieft. Hij komt uit een zeldzame uitgave van de Nederduitse rijmen van Bredero. ‘O nieuwe Wapenaar! die soo wel als verweent / De wyse Kunst met kracht versamelt en vereent.’


De plaat is niet enkel een curiositeit. Dit is vergeten kennis die levens kan redden. Als je wil, is hier meer over te vinden. Natuurlijk de methode zelf, prachtig geïllustreerd. Gehandschoend heb ik in een verlaten bibliotheek te Amsterdam zitten bladeren, aantekeningen gemaakt. Het is een wonderbaarlijk boek. Dit is schermwetenschap. Ze noemen het een geheim, verborgen kennis der onaantastbaarheid, maar laat die mysteries voor wat ze zijn, je weet hoe ik daarover denk. Het is gewoon de wetenschap van het niet geraakt worden – allicht geen eenvoudige materie, maar te bestuderen. Doe dat, Egon. Behoed jezelf, je land, voor mijn part de hele wereld voor nog meer ellende. Mijn dochter is even oud als de vrede. Even oud als jij, toen je besloot je aan te melden bij het leger.

Nederlandse maagdDB  

Maastricht, 10 september 1936 Beste Egon, ‘O nieuwe Wapenaar! die soo wel als verweent / De wyse Kunst met kracht versamelt en vereent.’ Maa...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you