Issuu on Google+


JE KON ‘T BLOED zien liggen. Het was donkerder dan je zou denken. De hele grond voor Chicken Joe’s lag er vol mee. Het voelde echt niet normaal. Jordan: ‘Je krijgt een miljoen pond van me als je d’raan komt.’ Ik: ‘Je heb geen miljoen.’ Jordan: ‘Eén dan.’ Je wou er wel aan komen, maar je kon er niet bij. Er hing een politielint voor: POLITIE NIET BETREDEN

Als je over de lijn gaat, word je verpulverd tot as. We mochten niet tegen de agent praten, hij moest zijn hoofd erbij houden voor als de killer terugkwam. Ik zag de boeien aan z’n riem hangen, maar z’n pistool zag ik niet. De dooie jongen z’n mama waakte over ’t bloed. Ze wou dat het bleef liggen, dat kon je wel zien. De regen wou het bloed komen wegspoelen, maar dat wou ze niet hebben. Ze huilde geeneens, ze bleef gewoon stram en fel, alsof zij ’t was die de regen weer terug de lucht in moest jagen. Een duif liep er te zoeken naar z’n tjop. Hij liep zomaar het bloed in. Ook hij vond ’t erg, dat zag je aan z’n ogen, die stonden helemaal roze en dof. De bloemen hingen al slap. Er waren foto’s van de dooie jongen in z’n schooluniform. Zijn trui was groen.


Die van mij is blauw. Mijn uniform is beter. Er is maar één ding mis mee en dat is de das, die prikt te veel. Ik haat ’t als ze zo prikken. Er stonden geen kaarsen maar bierflesjes en er lagen briefjes van de dooie jongen z’n vrienden. Ze schreven allemaal dat hij een goeie vriend was. Ze maakten wel spelfouten, maar mij maakte dat niet uit. Zijn voetbalschoenen hingen met hun veters aan het hek. Nikes waren het, zo goed als nieuw, met van die echte ijzeren noppen en zo. Jordan: ‘Zal ik ze jatten? Hij kan er toch niks meer mee.’ Ik deed gewoon of ik hem niet hoorde. Jordan zou ze toch nooit stelen, ze waren een miljoen keer te groot. Ze hingen er zo leeg bij aan dat hek. Ik wou ze wel aandoen maar ze zouden me mooi niet passen. De dooie jongen en ik kenden mekaar maar half, ik zag hem niet vaak want hij was ouwer en zat niet bij mij op school. Hij kon met losse handen fietsen en dan wou je geeneens dat hij viel. Ik zei een gebedje voor hem in m’n hoofd. Ik zei alleen sorry. Verder wist ik niks meer. Ik stelde me voor dat ik gewoon superstrak moest kijken om het bloed in beweging te brengen en weer de vorm van een jongen te geven. Zo kon ik hem weer levend maken. Dat is al eens eerder gebeurd; waar ik vroeger woonde had je een stamhoofd die zijn zoon zo weer levend maakte. Dat gebeurde lang geleden, nog voor ik werd geboren. Kzweer ’t, ’t was een wonder. Dit keer werkte ’t niet. Ik gaf hem m’n stuiterbal. Die kan ik toch wel missen, onder mijn bed liggen er nog vijf. Jordan gaf ’m alleen maar een steentje dat hij van de grond raapte. Ik: ‘Dat telt niet. Het moet iets zijn wat van jou was.’ Jordan: ‘Ik heb niks. Wist ik veel dat we een cadeau moesten


meenemen.’ Ik gaf Jordan een aardbeien-Chewit om aan de dooie jongen te geven en toen deed ik voor hoe hij een kruisje moest slaan. We sloegen allebei een kruisje. We waren er stil van. Het voelde ook best belangrijk. We renden de hele weg naar huis. Ik won met gemak van Jordan. Ik win van iedereen, ik ben de snelste van de klas. Ik wou gewoon weg daar, voor de dood ons te pakken kreeg. De gebouwen hier zijn mega hoog allemaal. Mijn flat is net zo hoog als de vuurtoren van Jamestown. Er staan drie flats naast mekaar: Luxembourg House, Stockholm House en Copenhagen House. Ik woon in Copenhagen House. Er zijn dertien etages en ik woon op de achtste. Ik word er geeneens meer bang van en als ik nou uit het raam kijk draait m’n maag zich niet meer om. Ik ga graag met de lift, dat is wreed, vooral als je er alleen in staat. Dan kun je doen of je een spook bent, of een spion. Omdat het zo snel gaat, vergeet je ook dat ’t naar pis stinkt. Beneden heb je een echt harde wind als een draaikolk. Als je onder aan de \at staat en je armen wijd doet, kan je doen dat je een vogel bent. Je voelt dat de wind je wil oppakken, ’t is net vliegen. Ik: ‘Doe je armen nog wijder!’ Jordan: ‘Ik doe ze al zo wijd als ik kan! Ik kap ermee, dit is voor mietjes!’ Ik: ‘’t is niet voor mietjes, ’t is grandioos!’ Kzweer ’t, zo voel je pas dat je leeft. Je wil alleen niet dat de wind je oppakt, want je weet nooit waar hij je weer loslaat. Misschien laat hij je in de struiken vallen of in zee.


In Engeland heb je voor alles een hele zooi woorden. Als je er dan eentje vergeet, is er altijd nog een ander. Super handig is dat. Lullig, wrak en voor mietjes, dat is allemaal hetzelfde. Pissen, zeiken en sassen, dat is allemaal hetzelfde (hetzelfde als je grote vriend een hand geven). Je heb wel een miljoen woorden voor piemel. Weet je wat het eerste was dat Connor Green me vroeg toen ik op m’n nieuwe school kwam? Connor Green: ‘Hebben ze waar jij vandaan komt ook kleuters?’ Ik: ‘Ja.’ Connor Green: ‘Zeker weten dat ze daar ook kleuters hebben?’ Ik: ‘Ja.’ Connor Green: ‘Dus daar ben je echt heel zeker van?’ Ik: ‘Ik dacht het wel.’ Hij vroeg almaar weer of ze ook kleuters hadden waar ik vandaan kwam. Hij kon er niet meer mee ophouden. Het werd gewoon irritant. Ik kon er echt niet meer tegen. Connor Green moest lachen en ik wist geeneens waarom. Daarna hoorde ik van Manik dat hij me had lopen dissen. Manik: ‘Hij vraagt niet of ze daar ook kleuters hebben, maar of ze ook leuters hebben. Dat doet-ie bij iedereen. Hij wil je gewoon dissen.’ Het klonk gewoon als kleuters, maar eigenlijk zei hij leuters. K-leuters. Connor Green: ‘Je bent d’rin gestonken! Met kop en schouders!’ Connor Green wil je altijd dissen. Hij is gewoon een disselaar. Dat is het eerste dat je over ’m te weten komt. Maar ik ben er niet ingestonken. Ze hebben daar ook leuters. Als het waar is, is het ook geen dissen.


Sommige mensen gebruiken hun balkon om was op te hangen of planten te houden. Ik kom er alleen om naar de helikopters te kijken. Dat is best vaag. Als je daar langer dan een minuut blijft staan, verander je in een ijspegel. Ik zag X-Fire z’n naam op de muur van Stockholm House spuiten. Hij wist niet dat ik hem kon zien. Hij was super snel en toch zagen de woorden er dope-goed uit. Ik wil mijn naam ook zo groot schrijven, maar zo’n spuitbus is me te link, als die verf op je kleren komt, krijg je die er nooit meer uit, zelfs van je leven niet. De jonge boompjes staan in een kooi. Ze hebben er een kooi omheen gezet zodat je ze niet kan jatten. Kzweer ’t, het is niet normaal meer. Wie wil er nou een boom scoren? Wie kilt er nou een jongen, alleen maar voor z’n Chicken Joe?


Pigeon English