__MAIN_TEXT__
feature-image

Page 1

CENTRUM

MEI 2o16 - jaargang 6 - editie 9

Ze zijn als ambassadeurs van UNICEF naar Madagaskar.

3

4

8

pleeggezinnen

kunst en cultuur

fossielen zoeken

de pleegbroer van esrah heeft net iets meer hulp nodig

Waar denk jij aan als je aan kunst in Rotterdam denkt?

speuren naar oude schatten op het maasvlaktestrand

In de Jong010 van 23 juni lezen jullie meer over deze reis.

natuur in en om de school

‘We hebben onze eigen moestuintjes in de klas. Dat is ook natuur’, zegt Diya. Foto's: Johannes Odé

CENTRUM – Vind jij dat er genoeg natuur

is bij jou in de wijk? Of zou je jouw wijk of straat graag groener maken? De leerlingen uit groep 6a van de Willibrordschool bespraken op 20 april wat zij van de natuur rondom hun school vinden. Tekst: Suzanne Huig

‘Je ziet hier in de wijk bijna alleen maar gebouwen en stenen. Dat vind ik saai. Als er meer bloemen en planten zouden zijn, ziet het er veel gezelliger uit’, zegt Diya (10). ‘Bomen moeten vaak gekapt worden omdat ze in de

weg staan voor gebouwen. Dat vind ik zonde’, zegt Nina (9).

Samen tuinieren

Fleur (9) vindt dat de bewoners, scholieren en de gemeente samen moeten zorgen dat er meer natuur komt in de wijk. ‘Als de gemeente ons bloembollen en plantjes geeft, kunnen wij die planten en verzorgen’, zegt ze. Zakaria (9): ‘We kunnen iedere maand een dag organiseren waarop we samen met de bewoners tuinieren.’

Jaydee (10): ‘Misschien kunnen we in de wijk ook appel- en perenbomen planten. Dan kunnen mensen ervan eten als ze door de wijk lopen.’

Lege gebouwen

‘Ik vind dat alle woningen en gebouwen die leegstaan, weggehaald moeten worden. Op die plekken kunnen dan parkjes komen’, zegt Elcin (9). Charissa (9) heeft een ander idee. ‘De gebouwen die leegstaan, kunnen omgebouwd worden tot dierenhotel. De stadsdieren kunnen daar dan eten krijgen en verzorgd worden.’


dE rotterdamse kinderkrant MEI 2016

Mail JOUW MOP OF JOUW RAADSEL (samen met je voornaam en je leeftijd) naar

redactie@jong010.nl

Op een eiland groeit een palmboom. Er wonen ook 3 dieren op het eiland: de aap, de lange giraf en de slome slak. Wie van deze 3 dieren kan het eerste de bananen uit de boom pakken? Niemand, in een palmboom groeien geen bananen.

Roujing (9)

Mensen worden boos op dit ding als het hen wakker maakt. Maar als het hen niet wakker maakt, worden ze ook boos. Wat is het? Een wekker.

Mark (10)

Lisa zit in groep 3 op school. Ze leert daar lezen en schrijven. Na haar eerste dag op school, vraagt haar vader wat ze geleerd heeft. ‘Ik heb leren schrijven’, zegt Lisa. ‘En wat heb je dan geschreven?’, vraagt papa. ‘Dat weet ik nog niet, want ik leer morgen pas lezen.’

H

E

T

P A R K

N

E

H

A A U

E

A

E

L W N

W K C

T

T

D

I

I

A H

S D M B

U

L

N U R

T O D

I

O U

I

R

T O Z

P

E O T

O U

E

S

R R

R D

P

D G

I

E

I

I

U M S T

E

T

S

E

E E

P

L M

N U

I

O B

O

I

E

T

E

B U

I

T

E

N K

R W T

E

B O S

U

I

L

T

D

E

O N

L

U

I

K

E

N

E M A R

B

T

E

N

T

E

N N N

T

AARDE BLOEI BOS

OP STAP PLANTEN POLDER

HET PARK KAMPEREN MILIEU ONTLUIKEN

WATERTOREN WEIDE WILD SPOTTEN

BOSUIL BRAMEN BUITEN DUINEN EEKHOORN FAUNA

P

T

E

F

U R

A U N A A

RUIMTE RUST STRUIK TENT UIL UITZICHT

antwoord (1 woorD) :

regels: DE WOORDEN VIND JE HORIZONTAAL, VERTICAAL EN DIAGONAAL. Je mag letters meerdere keren gebruiken. Als je de overgebleven letters in de juiste volgorde zet krijg je het antwoord. Mail dIT WOORD samen met je voornaam, leeftijd en het telefoonnummer van je ouders of verzorgers (zodat we contact met je kunnen opnemen als je hebt gewonnen) naar antwoord@jong010.nl. Alleen de winnaarS krijgEN bericht.

HET ANTWOORD VAN DE WOORDZOEKER VAN april IS: ROTTERDAM VIERT DE STAD! DE WINNAAR IS groep 7 van Basisschool De Waterlelie Timo en Caiden. gefeliciteerd!

Puzzelcorner.nl

Mary (12) Wat is het toppunt van geduld? Een vis op de muur tekenen en dan wachten tot hij wegzwemt.

Sylvano (11)

2 zandkorrels lopen in de woestijn. Zegt de ene korrel tegen de andere: ‘Ik weet het niet zeker, maar ik heb steeds het gevoel dat we worden achtervolgd.’

Zoë (8)

Jong010 wordt mede mogelijk gemaakt door: Jong010 - MEI Jaargang Oplage:

De gebieden: Kralingen-Crooswijk, Charlois, Centrum, Prins Alexander, Noord, Overschie, Feijenoord, Delfshaven, Hoogvliet en Rozenburg

6

2016

- Editie

40.000

9

kranten

Oprichter

Vormgeving

Angelique van Tilburg

Marcel van den Assem

hoofdredacteur

redactiemedewerker

Suzanne Huig

sasja hof

Journalisten

Aan deze editie werkten mee

Patricia Jaspers

Puzzelcorner

CARLA KOK

Richard van der Ven

FLoris Rietveld

Rinie Bleeker

Fotografen Arjen Jan Stada Johannes Odé

adlan belkada danielle de bruijn Carin Feleus


dE rotterdamse kinderkrant MEI 2016

ROTTERDAM - Soms zijn de problemen in een gezin zo groot dat kinderen niet bij hun biologische ouders kunnen opgroeien. Een oplossing kan zijn dat de kinderen van dat gezin in een pleeggezin gaan wonen. Vervangende ouders of pleegouders vangen deze kinderen dan op en verzorgen hen.

Er zijn 3 vormen van pleegzorg: •

Tijdelijk.

Voor lange tijd, bijvoorbeeld totdat het kind volwassen is.

Alleen in het weekend.

In Rotterdam vangen elk jaar ongeveer 525 pleeggezinnen, 540 pleegkinderen op. 60 procent van deze pleegkinderen komt in een gezin dat hij of zij nog niet kent. 40 procent van deze pleegkinderen gaat bij bekenden wonen, bijvoorbeeld bij familie.

‘Ik weet niet beter dan dat hij mijn broer is.’

‘Ik woon sinds mijn vijfde bij mijn pleegouders.’

PRINS ALEXANDER – ‘Ik ben

Melissa. Ik ben 11 jaar oud en ik woon in een pleeggezin. Dat betekent dat ik niet bij mijn eigen ouders woon. Ik woon bij mijn pleegouders en pleegzus sinds mijn vijfde.'

Tekst: Angelique van Tilburg

'In het begin kende ik hen en hun regels en gewoonten nog niet. Ik heb toen goed gekeken wat zij deden. Ik heb me daaraan aangepast. Ik lette er ook op dat ik mezelf bleef. Ik was in het begin wel een beetje in de war over hoe ik mijn pleegouders moest noemen. Na 6 weken heb ik gevraagd of ik ze papa en mama mocht noemen. Ze vonden dat goed.'

Nieuw pleegbroertje

‘Sinds een paar weken is er

Esrah met haar kat Doedie.

een pleegbroertje bij ons komen wonen. Hij is 6 jaar. Ik heb met papa en mama afgesproken dat hij naar mij mag komen als hij een probleem of vraag heeft. Ik kan hem helpen, omdat ik hetzelfde heb meegemaakt.'

Contact met ouders

'Ik ga één weekend per maand naar mijn moeder. Ze is heel lief voor me en we doen leuke dingen. Ze kan alleen niet zo goed voor me zorgen. Ik heb geen contact met mijn vader. Misschien wordt dat anders als ik groter word.'

Woordje 'pleeg' ervoor

‘Ik vind het fijn dat ik in een pleeggezin woon. Ik ben anders, maar toch ook gewoon. Eigenlijk is het grootste verschil dat het woordje 'pleeg' ervoor staat.’

Foto's: Arjen Jan Stada

DELFSHAVEN – ‘Ik ben Esrah. Ik ben 10 jaar oud en ik heb een pleegbroer.

Hij kan niet bij zijn moeder wonen. Daarom zijn mijn vader en moeder nu ook zijn ouders.' Tekst: Angelique van Tilburg

'Ik weet niet beter dan dat hij mijn broer is. Hij hoorde al bij ons gezin toen ik nog niet geboren was. Ik merk soms verschillen tussen mijn pleegbroer en mijn broer en zus. Hij wordt sneller boos en maakt sneller ruzie dan wij. Hij heeft net iets meer hulp nodig. Misschien komt dat doordat hij soms boos en verdrietig is door wat hij heeft meegemaakt.'

Meer delen

'Omdat ik een extra broer heb, moet ik meer delen. Dat vind ik niet altijd leuk. Daarom zou ik liever niet nog een pleegbroer of - zus erbij krijgen.'

Tip van Esrah

'Als er een pleegkind bij jou in je gezin komt wonen, is het belangrijk dat je niet discrimineert. Eigenlijk is zo'n kind net zoals een andere broer of zus. Als je aardig tegen het kindje doet, dan gaat het vast ook aardig tegen jou doen.'

Melissa tekent en knutselt heel veel: 'Dat doe ik als ik blij ben, maar ook als ik in een dipje zit.'


dE rotterdamse kinderkrant MEI 2016 ROTTERDAM – De gemeente Rotterdam vindt het belangrijk dat er kunst en cultuur te vinden is in de stad. Waar denk jij aan als je aan kunst en cultuur denkt? En vind jij dat er meer kunst moet komen op straat? Tekst en foto’s: Suzanne Huig

‘Ik denk bij kunst aan grote beelden. ‘Ik denk bij kunst aan een museum. Ik vind schilderijen met veel kleur heel mooi. Ik vind het jammer dat je die op straat niet zoveel ziet. Ik denk dat de straten er veel mooier en vrolijker uit zouden zien als er schilderijen aan de muren hangen.’

Soms zie je heel gekke beelden, dat vind ik leuk. Ik vind het bijzonder dat kunstenaars zoveel fantasie hebben. Ik vind dat je in Rotterdam veel musea en kunst ziet. In het Museumpark staan bijvoorbeeld veel beelden. Het lijkt mij heel leuk om zelf ook een kunstwerk voor op straat te maken. Ik zou dan een blauw fantasiebeeld maken.’

‘Ik denk bij kunst aan beelden, schilderijen en gekke voorwerpen. Ik vind kunst alleen mooi als er veel kleuren gebruikt zijn en als het heel origineel is. Sommige kunstenaars verven alleen spetters of vierkanten op een doek. Dat vind ik geen kunst, want dat kan ik zelf ook. Ik zou het leuk vinden als kunstenaars tekeningen op straat zouden maken. De straten zien er dan

‘Ik vind graffiti heel mooie kunst. De meeste straten in Rotterdam zijn heel saai en grijs. Op sommige muren in de stad is graffiti getekend. Dat vind ik heel mooie kunst. Ik zou het leuk vinden als ik samen met buurtkinderen in mijn straat een grote graffititekening mocht maken.’

veel vrolijker uit.’

‘Ik denk bij kunst en cultuur vooral aan kleuren. Ik vind het mooi als er felle kleuren in kunstwerken gebruikt worden. Ik maak zelf veel schilderijen, dat is ook kunst. Ik vind dat er meer kunst op straat moet komen. Veel kinderen maken thuis of op school kunstwerken. Als je die

‘Eigenlijk kan alles kunst zijn. Op sommige houten bankjes hebben mensen getekend, dat is ook kunst. Ik vind het leuk als er meer kunst op straat komt. De straten zien er dan veel gezelliger uit.’

kunstwerken op straat zet, kan iedereen het zien. Dat lijkt mij leuk.’

‘Ik denk bij kunst aan theater, muziek en kunstwerken. Het lijkt mij heel leuk en gezellig als je op straat meer muziek zou horen en korte theaterstukken kunt zien. Ik denk dat iedereen talent heeft om iets creatiefs te doen. Het lijkt mij heel leuk als iedereen zijn talent gewoon op straat kan laten zien.’

‘Ik vind dat de meeste kunstwerken er raar uitzien, alsof ze mislukt zijn. Dat vind ik grappig. De meeste kunstwerken zoals schilderen hangen in musea. Je moet dan altijd betalen om kunst te kunnen zien. Ik vind daarom dat er meer kunst op straat te zien zou moeten zijn. Dan kan iedereen het gratis bekijken.’


dE rotterdamse kinderkrant MEI 2016

Soms zijn de problemen in een gezin zo groot dat kinderen niet bij hun biologische ouders kunnen opgroeien. Wie kunnen er dan voor deze kinderen zorgen en ze opvangen? pagina 3 Wat vindt Jorg heel mooie kunst? Pagina 4 Wat heeft je lichaam nodig behalve eiwitten, vezels, groente en fruit? Pagina 7 Kinderen kunnen onder andere opgevangen worden in een pleeggezin. Waar kunnen ze nog meer opgevangen worden? Pagina 7 Wat werd er opgespoten van de Noordzeebodem voor de aanleg van de Tweede Maasvlakte en het bijbehorende strand? Pagina 8 Wat wil de gemeente Rotterdam graag dat kinderen meer gaan doen? Pagina 9 Hoe heet de sport waarbij je balanceert op een band tussen 2 bomen? Pagina 9 Waar zijn de ouders van Natisha geboren?

1 2 3 4 5

Pagina 10

6

Noem één van de dingen die je niet goed genoeg kunt als je een taalachterstand hebt.

7

Pagina 10

Welke sport beoefent Isai sinds een paar maanden? Pagina 11 Op 17 juni wordt een speciale muziekdag georganiseerd in de Doelen. Hoe heet dit evenement? Pagina 11

8 9 10 11

De lETTERS IN DE GELE BALK VORMEN EEN woord. Mail het antwoord uit deze balk, samen met je voornaam, leeftijd en het telefoonnummer van je ouders of verzorgers, naar antwoord@jong010.nl

We verloten de prijs onder de goede inzendingen. Alleen de winnaar krijgt bericht.

HET ANTWOORD VAN DE NIEUWSPUZZEL VAN april IS: wederopbouw. DE WINNAAR IS groep 7c van Basisschool De Vierambacht - Asma (11), Myrthe (11) en Inas (11). GEFELICITEERD!

WIL JE NOG MEER PUZZELEN? KIJK DAN EENS OP DE WEBSITE WWW.PUZZELCORNER.NL VOOR MEER LEUKE PUZZELS!

Als je ergens gaat logeren, merk je dat niet alles hetzelfde is als thuis. Je merkt dat er kleine en grote verschillen zijn met hoe jij het gewend bent. Sommige kinderen wonen in een pleeggezin. Zij merken ook dat er verschillen zijn tussen gezinnen. Op pagina 3 kun je het verhaal van Melissa en Esrah lezen.

Stap 1

Voordat je gaat spelen, doe je eerst onderzoek in je eigen klas. In groepjes van 3 of 4 leerlingen vertel je één voor één over hoe het eten bij jullie thuis gaat. Wie kookt er? Wie eet er mee? Eten jullie aan tafel, op de bank, samen of apart? Schept iemand voor iedereen het eten op of doe je dat zelf? Hoe wordt het eten op tafel gezet? Op de borden, in de pannen of in schalen? Wie praat er veel of weinig tijdens het eten? Wie eet er veel of weinig? En gebeurt er weleens iets leuks tijdens het eten?

Stap 2

Iedereen in je groepje heeft verteld hoe hij of zij thuis eet. Kies één verhaal dat jullie na gaan spelen. Verdeel de rollen. Wie speelt de vader, moeder, oma, opa of het kind? Jullie toneelstuk begint als iedereen binnenkomt met eten. Speel goed samen en laat zien wat je hebt gehoord in het gesprek vooraf. Spreek vooraf af hoe jullie toneelstuk begint en eindigt. Oefen eerst een keer in je groepje.

Stap 3

Presenteer jullie toneelstuk aan jullie klasgenoten, familie en ouders.

Esrah Ook nieuwsgierig naar hoe je met inspirerende dramalessen kinderen spelend kunt laten leren en ontdekken? Je kunt het boek ‘Spelend leren en ontdekken' bestellen via www.coutinho.nl

Foto: Arjen Jan Stada


dE rotterdamse kinderkrant MEI 2016

Vanaf je dertiende mag je in Nederland een bijbaantje hebben of vakantiewerk doen. Stel, je bent nog geen 13 jaar. Maar je wilt wel graag zelf wat geld verdienen. Hoe kun je dat doen?

Groep 4 van basisschool PC de Regenboog.

ROTTERDAM – Stel, je wilt met je klas of een groepje vrienden iets leuk doen. Als je naar een pretpark, dierentuin of zwembad wilt, kost dat geld. Wat zou jij doen als jullie niet genoeg geld hebben om een toegangskaartje te kopen? De leerlingen uit groep 4 van basisschool PC de Regenboog praatten daarover met elkaar. Tekst en foto's: Suzanne Huig Anthony (9): ‘Ik zou geld proberen in te zamelen bij het winkelcentrum hier in de buurt. Ik zou iedereen vragen of ze ons wat geld willen geven zodat we iets leuks kunnen doen met elkaar.’ ‘Ik zou mijn ouders vragen om ons wat geld te lenen’, zegt Yahya (7). Geld verdienen Jahryllnio (7): ‘Ik wil heel graag een keer met mijn klas naar Blijdorp. Ik zou geld proberen te verdienen door muziek te maken. Ik zou bij het winkelcentrum en bij de voetbalclub liedjes spelen met mijn fluit. Ik leg dan een hoedje neer waar mensen geld in kunnen gooien.’ Senna (7): ‘Ik zou klusjes doen voor mensen in ruil voor geld.’ Sponsoren zoeken Ceylin (8): ‘Ik zou langs de deuren in de buurt gaan met een collectebus. Misschien zijn er wel mensen die ons willen

Sharifa (8): ‘Ik doe klusjes in huis. Ik doe bijvoorbeeld de afwas, ruim mijn kamer op en stofzuig. Voor iedere klusje krijg ik een punt. Als ik 20 punten heb, mag ik iets leuks uitzoeken. Mijn ouders kopen dat dan voor me. Ik heb nog niet zoveel punten. Ik speel liever buiten, dan dat ik een klusje doe.’

Jay-Dimar (9): ‘Ik verdien geld door de luiers van mijn broertje en het afval weg te gooien. Ik ruim ook mijn kamer op en veeg het huis. Ik krijg voor ieder klusje € 2,00. Als ik me niet goed gedraag en vervelend ben, moet ik het geld teruggeven aan mijn moeder. Ik spaar nu voor een nieuwe telefoon, want mijn telefoon is kapot.’’

sponsoren.’ Annaleeshee (7): ‘Ik wil heel graag een keer naar de Efteling met mijn klas. Ik zou de bank en andere grote bedrijven vragen of ze ons geld willen geven voor ons uitje.’ Spullen verkopen Shevenique (8): ‘Als ik te weinig geld zou hebben voor een uitje, zou ik mijn oude spullen verkopen. Ik heb heel veel spullen die ik niet meer gebruik.’ ‘Ik zou mijn mini-bike verkopen’, zegt K’shawn (8). Onderhandelen Anthony: ‘Misschien kunnen we ook korting vragen aan de eigenaar van het pretpark of zwembad. We kunnen proberen te onderhandelen.’ Shailyn (8): ‘Misschien krijgen we wel korting als we het pretpark of zwembad schoonmaken.’

Beantwoord de vraag in de Rabobank rekenstrip en maak kans op een Rabobank prijzenpakket voor je klas. - In het pakket zit een voetbal, 3 keer het 500-spellenboek en het zakgeldspel.

Maar als je me 4 uur lang helpt met spulletjes verkopen, krijg je de beer van me.

Hoeveel euro verdient het meisje per uur? Mail je antwoord * alleen of samen met je klas voor 16 juni 2016 naar antwoord@jong010.nl

Richard van der Ven - Cosh Studio

De winnaar van de REKENSTRIP van APRIL is GROEP 8 van Basisschool De Pantarijn.

* Zet ook je school, klas, voornaam en achternaam in de e-mail. Dan kunnen we contact met je opnemen als je hebt gewonnen. We verloten de prijs onder de goede inzenders. Alleen de winnaar krijgt bericht.


dE rotterdamse kinderkrant MEI 2016

ROTTERDAM – Weet jij wat gezonde voeding is? En weet je waarom het belangrijk is om te bewegen? De leerlingen uit groep 6/7 van de Tarcisiusschool praatten over voeding en sport met jeugdverpleegkundige Tita van der Pot en Eveline van den Berg. Tekst: Suzanne Huig

‘Als je eet, krijg je calorieën binnen. Die calorieën verbrand je door te bewegen of te sporten’, zegt Ton (10). Sherani (10): ‘Het is belangrijk om gezonde dingen zoals fruit te eten. Gezonde dingen geven je meer energie dan bijvoorbeeld snoep.’ Insecten eten ‘Je lichaam heeft onder andere eiwitten, koolhydraten, vezels, groente en fruit nodig’, zegt Tita. ‘Het is goed om insecten te eten, daar zitten heel veel eiwitten in. Ik heb weleens sprinkhanen op’, zegt Florian (10). ‘Pasta, rijst, aardappels en brood zijn ook heel belangrijk. Daar zitten koolhydraten in’, zegt Annelieve (11). Gezonde vetten ‘Het is ongezond om veel vette dingen te eten. Maar je hebt ook vetten nodig’, zegt Ine (9). ‘Je hebt goede en minder goede vetten. In vis en noten zitten goede vetten. In patat en gebak zitten slechte vetten’, legt Tita uit. Afwisselend en niet te veel ‘Je kunt best af en toe patat en taart eten. Je moet het alleen niet iedere dag doen’, zegt Coen (10). Jolie (9) en Floor (10) zijn het met Coen eens. ‘Het is vooral belangrijk dat je afwisselend en niet te veel eet’, zegt Floor.

Dit artikel is gemaakt in samenwerking met

Groep 6/7 van de Tarcisiusschool met Eveline (links) en Tita (rechts).

Foto: Suzanne Huig

Veel bewegen Eva (10): ‘Het is niet goed voor je lichaam als je te zwaar bent.’ ‘Je kunt eerder ziektes zoals suikerziekte krijgen als je te dik bent’, zegt Josephine (10). Nick (10): ‘Als je veel beweegt, word je minder snel dik.’ Eva: ‘Als je niet naar een sportvereniging kunt, kun je ook buitenspelen. Dan beweeg je ook.’

Anne Mieke Zwaneveld

kinderombudsman van Rotterdam

ROTTERDAM – In het verdrag van de Verenigde Naties staan 40 kinderrechten. Een verdrag is een afspraak tussen landen. 193 landen hebben de kinderrechten ondertekend. Daarmee geven ze aan deze rechten te respecteren en zich eraan te houden. De kinderrechten gaan over alles waar een kind mee te maken kan hebben.

foto: jong010 / Suzanne Heikoop

Tekst: Suzanne Huig

Eén van de rechten is dat kinderen extra beschermd worden als ze niet in hun eigen gezin kunnen wonen. ‘Voor sommige kinderen is het beter om niet bij hun eigen ouders te wonen. Deze kinderen moeten worden opgevangen op een plek waar ze goed verzorgd worden. Bijvoorbeeld in een pleeggezin of een opvanghuis met andere kinderen’, legt kinderombudsman Anne Mieke Zwaneveld uit.

Niet meer thuis wonen

Anne Mieke: ‘Er zijn verschillende redenen waarom kinderen niet meer thuis kunnen wonen. Soms zijn kinderen zo ziek of gehandicapt dat ze in een speciale instelling moeten wonen. Soms komt het voor dat ouders niet goed voor een

kind kunnen zorgen of dat een kind wordt mishandeld door zijn ouders. Als dit niet ophoudt, moet het kind ergens anders wonen.’

Stel, een klasgenoot woont al 3 jaar in een pleeggezin. Hij voelt zich daar heel erg thuis. Nu wil zijn moeder dat hij weer thuis komt wonen. Jouw klasgenoot wil zijn moeder niet teleurstellen, maar eigenlijk blijft hij liever in het pleeggezin wonen. Wat zou jij tegen je klasgenoot zeggen?

Hulp van de kinderombudsman

‘Ik controleer of deze kinderen echt goed worden opgevangen en beschermd. Ik heb laatst bijvoorbeeld tegen de gemeente en de jeugdbescherming gezegd dat ze een pleegmoeder voldoende geld moeten geven. Anders zou de vrouw te weinig geld hebben om voor haar neefjes te zorgen. Als een kind problemen ervaart, kan hij mij om hulp vragen. Ik zal dan samen met het kind kijken hoe de problemen kunnen worden opgelost’, zegt Anne Mieke.

Gabrielle (8): ‘Ik zou

proberen uit te leggen dat zijn moeder hem waarschijnlijk heel erg gemist heeft en verdrietig is. Daarna zou ik samen met mijn klasgenoot met zijn moeder en pleegouders gaan praten. Misschien kunnen we afspreken dat hij de ene week bij zijn moeder woont en de andere week bij zijn pleegouders woont.’

Gagan (9): ‘Ik zou

Je kunt van 09.00 uur tot 16.00 uur gratis bellen naar 0800 2345 111 of mailen naar info@kinderombudsmanrotterdam.nl

tegen hem zeggen dat hij één week bij zijn moeder moet gaan wonen. Hij kan dan zelf ervaren hoe hij het vindt om bij haar te wonen. Daarna kan hij een goede keuze maken waar hij wil wonen.’

foto's: Suzanne Huig


dE rotterdamse kinderkrant MEI 2016

Het Maasvlaktestrand ligt aan het einde van de Rotterdamse haven, aan de Noordzee. Voor de aanleg van de Tweede Maasvlakte en het bijbehorende strand is zand uit de Noordzeebodem opgespoten. In de Noordzeebodem lagen veel resten van oeroud leven. Daarom liggen er nu veel fossielen op het Maasvlaktestrand. Het is een goede plek om naar oude schatten te zoeken. Tekst en foto's: Angelique van Tilburg

Zoek tussen de hoog- en laagwaterlijn, dus op het stuk strand dat nat is.

Fossielen kunnen in het grind liggen. Kijk vooral goed op die plekken. Als je met je hand door het grind gaat, zakken de fossielen naar de bodem. Je vindt ze dan niet meer.

Opgedroogde fossielen zijn meestal wit of (licht)bruin. Fossielen die op een nat stuk strand liggen, zijn door het water donkerbruin of zwart.

Als je twijfelt of iets een fossiel is, neem het dan voor de zekerheid altijd mee. Via www.oervondstchecker.nl kun je een expert laten beoordelen of jouw gevonden stukje een fossiel is.

Sommige fossielen liggen een stukje onder het zand. Zoek daarom ook naar stukjes die net boven het zand uitsteken en graaf deze op.

'Ik zoek naar donkere stukjes die in het water liggen. Niet iedereen zoekt echt in het water. Ik denk dat de kans daarom groter is dat ik daar wat vind.'

'Ik heb een scharnier uit de voet van een hert gevonden. Ik heb het gevonden door veel naar beneden te kijken. Ik raap alles op wat een fossiel zou kunnen zijn.'

'Ik zoek naar donkere stukjes met ribbeltjes en beschadigingen. Dat kan een teken zijn dat het heel oud is.'

'Ik kijk goed of een stukje nerven heeft of dat het uitgesleten plekjes heeft.'

'Ik zoek naar witte stukjes die een beetje boven droog zand uitsteken. Die graaf ik uit.'

Rosalie en Aisha hebben een stuk bot gevonden.

Wil je ook eens met Walter op fossielenexpeditie? Kijk dan voor meer informatie op

www.maasvlakte2.com/nl/futureland/


dE rotterdamse kinderkrant MEI 2016

Om in balans te blijven, moet je recht voor je kijken, leert Rebecca.

Lucas probeert het liggend. Foto's: Arjen Jan Stada

ROTTERDAM – Op zondag 17 april was de opening van het sportseizoen van Thuis Op Straat. Kinderen konden kennismaken met slacklinen. Bij slacklinen balanceer je op een band tussen 2 bomen. Het is een combinatie van koorddansen en trampolinespringen. Tekst: Carla Kok Tussen de bomen zijn banden gespannen. Rebecca (9) loopt voorzichtig over de band. ‘Ik vind het heel moeilijk, doordat de band wiebelt. Ik kijk recht vooruit en buig mijn knieën, zodat ik in balans blijf.’

Maarten kan zelfs een handstand op één hand. Isabelle (12): ‘Het is veel moeilijker dan dat het eruit ziet. Ik vind het wel een stoere sport. Het is spannend, want je kan van de band af vallen.’

Stoere sport

Lucas (7) probeert op één van de banden te liggen. Zijn been draait hij om de band. En boven zijn hoofd pakt hij de band goed vast. ‘Het is moeilijk, want ik val steeds. Maar ik vind het heel leuk. Ik zou dit vaker willen doen.’

‘Juist doordat de band wiebelt, kan je er trucjes mee doen. Het is een rekbare spanband die veert’, vertelt leraar Maarten. Hij staat op de band, maakt een salto en landt weer op de band. ‘Ik probeer steeds nieuwe dingen uit.’

Vallen

Isabelle krijgt hulp van 2 vriendinnen.

ROTTERDAM – De gemeente Rotterdam vindt het belangrijk dat kinderen sporten. De gemeente wil dat in 2030 nog meer kinderen bewegen. Ze maakt daarom een speciaal plan om ervoor te zorgen dat meer Rotterdammers gaan bewegen. Wat moet de gemeente volgens jou doen om meer kinderen aan het sporten te krijgen? Tekst en foto’s: Suzanne Huig

‘Ik denk dat kinderen meer gaan sporten als de gemeente zorgt dat ze bij een sportclub kunnen komen. Mijn moeder kan mij bijvoorbeeld niet altijd naar een sportvereniging brengen. En sommige verenigingen zijn te ver om te lopen of fietsen. De gemeente zou busjes kunnen regelen om kinderen van school naar een sportvereniging te brengen.’

‘Ik zou het fijn vinden als de gemeente ervoor zorgt dat er een voetbalvereniging voor meisjes komt. Ik wil heel graag op voetbal, maar bij mij in de buurt zijn alleen jongensteams. Als er een meisjesteam komt, ga ik op voetbal.’

‘Ik vind dat de gemeente ervoor moet zorgen dat sporten goedkoper wordt. Sportlessen en sportkleding kosten vaak veel geld. Als je bijvoorbeeld sportkleding kunt lenen, kost het minder geld om te sporten.’

‘Ik vind dat de gemeente meer sportactiviteiten op school moet organiseren na schooltijd. Je kunt dan gewoon op school blijven, dat is handig. En je kunt sporten met je klasgenoten, dat is gezellig.’

‘Ik vind het belangrijk dat kinderen sporten. Als ik sport, krijg ik meer energie en word ik blijer. Ik vind dat de gemeente meer sportwedstrijden voor scholen moet organiseren. Ik vind het leuker om te sporten als ik iets kan winnen.’

‘Ik zou meer sporten als de gemeente sporttoernooien zou organiseren in de wijk. Je hoeft dan niet te reizen naar een sportvereniging. En je kunt sporten met buurtkinderen, dat lijkt mij gezellig.’


kinderstadskrant

dE rotterdamse kinderkrant MEI 2016

Junior oefent met lezen en schrijven ROTTERDAM – Stel, je kunt niet goed lezen, schrijven of praten. Hoe zou jij dat vinden? Eén op de 5 kinderen in Nederland verlaat de basisschool met een taalachterstand. Tekst: Suzanne Huig Als je een taalachterstand hebt, kun je niet goed genoeg lezen, praten of schrijven. Ook veel volwassenen hebben moeite met lezen en schrijven. In Rotterdam hebben ongeveer 100.000 volwassenen een taalachterstand.

HOOGVLIET – ‘Ik ben Junior (8). Ik vind schrijven en lezen lastig. Ik vind het vooral moeilijk om lange woorden te lezen en schrijven. Ik krijg daarom hulp van Rodischa van de VoorleesExpress. Rodischa komt één keer per week bij mij thuis langs om met mij te lezen en taalopdrachten te doen.’ Tekst: Suzanne Huig ‘Als we oefenen, lezen we omstebeurt een bladzijde. We spelen ook altijd een spelletje waarbij we oefenen met de betekenis van woorden. Ik vind het fijn om samen met iemand te oefenen. Als ik alleen oefen met taal, vind ik het saai. Rodischa zorgt ervoor dat het leuk is.’ Rare woorden ‘Sommige woorden vind ik heel raar. Bijvoorbeeld het woord club. Als ik het woord uitspreek, hoor ik een k en een p. Maar je schrijft het met een c en een b. Dat vind ik lastig. Door heel veel te oefenen, maak ik steeds minder fouten bij het schrijven van zulke woorden.’

Junior en Rodischa oefenen met taal door samen te lezen en opdrachten te maken. Foto: Johannes Odé Betere cijfers op school ‘Ik ben door het oefenen met Rodischa al beter geworden in lezen en schrijven. Ik lees nu bijvoorbeeld sneller. Ik begrijp ook beter wat woorden betekenen. Ik haal daardoor betere cijfers op school. Ik vind het belangrijk om goed te kunnen lezen en schrijven. Ik wil later profvoetballer worden. Als ik een contract bij een grote voetbalclub ga tekenen, moet ik natuurlijk wel kunnen lezen wat er in het contract staat.’

Stel, jijzelf of een familielid heeft moeite met taal.

1. Zoek een rustig plekje om te oefenen met lezen. Je kunt je dan beter concentreren. 2. Ik vind het leuker om te lezen als ik me in de hoofdpersoon van het boek verplaats. Bedenk wat je zou doen als je de hoofdpersoon zou zijn. 3. Houd je wijsvinger onder de zin die je aan het lezen bent. Daardoor vergeet je niet bij welke zin je bent.

Wat zou jij doen?

Bryan: ‘Soms weet ik niet wat woorden betekenen. Ik zoek het dan op in een woordenboek.’ Foto: Suzanne Huig Bryan (11): ‘Ik ben één jaar geleden samen met mijn moeder van Spanje naar Nederland verhuisd. Aan het begin vond ik Nederlands een heel rare en moeilijke taal. Ik dacht dat ik het nooit zou leren.’ Tekst: Suzanne Huig ‘Ik schaamde me eerst omdat ik geen Nederlands kon. Als ik iets probeerde te vertellen, lachten mensen me uit. Ik ben daardoor steeds meer gaan oefenen. Ik oefen nu iedere dag met taal door te lezen en taalopdrachten te doen. Op school krijg ik extra taallessen. Ik kan daardoor steeds beter Nederlands lezen, schrijven en praten. Ik vind het nog lastig om in het Nederlands te schrijven. Sommige woorden schrijf je anders dan dat je

TIPS VAN JUNIOR

Natisha: ‘Met behulp van een woordenboek leg ik aan mijn ouders uit wat woorden betekenen.’ Foto: Suzanne Huig Natisha (10): ‘Ieder land heeft een eigen cultuur en taal. Als je naar een ander land verhuist, spreek je daarom soms niet de goede taal. Ik vind dat mensen zich daar niet voor hoeven te schamen.’

ze uitspreekt. Dat vind ik verwarrend.’

Tekst: Suzanne Huig

‘Mijn moeder gaat ook naar school om Nederlands te leren. Ze kan al Nederlands verstaan, maar nog niet zo goed spreken. Ik help haar door dingen voor haar te vertalen. Als mijn moeder bijvoorbeeld iets wil vragen in een winkel of bij de dokter, dan zeg ik haar hoe ze dat moet zeggen. Ik vind het belangrijk dat zij ook goed Nederlands leert praten, want dan kan ze meer dingen zelf doen.’

‘Mijn moeder en vader zijn op Curaçao geboren. Ze zijn vanaf

daar naar Nederland verhuisd. Ze vinden het soms lastig om Nederlandse woorden te lezen, schrijven en uit te spreken. Ik help hen. Ik zeg bijvoorbeeld hoe je een woord uitspreekt en wat het betekent. Ik leer op school goed Nederlands praten, lezen en schrijven. Ik kan mijn ouders daardoor goed helpen thuis.’

De gemeente Rotterdam wil mensen met een taalachterstand graag helpen. Op www.rotterdam.nl/taal kun je zien wat voor taalcursussen er zijn. Lijkt het jou fijn als iemand bij jou thuis komt voorlezen en oefenen met taal? Of zou jij anderen willen helpen met taal? Mail dan naar voorleesexpress@stichtinghoedjevanpapier.nl


dE rotterdamse kinderkrant MEI 2016

ROTTERDAM – Vind jij het belangrijk om muziekles te krijgen? De Muziekcoalitie zorgt ervoor dat alle leerlingen in Rotterdam muziek kunnen maken. Grounds, Winston Scholsberg en de Doelen organiseren daarom op 17 juni de MultiJam in de Doelen. Tekst: Suzanne Huig ‘De MultiJam is een muziekdag. Tijdens die dag worden er concerten gegeven en mag je verschillende muziekinstrumenten vanuit de hele wereld uitproberen. Ik denk dat ik samen met mijn ouders naar de MultiJam ga’, zegt Bjǿrn (9).

Winston leert de kinderen muziek maken met instrumenten en hun lichaam. Foto's: Arjen Jan Stada

Muziek maken met je lichaam

‘Tijdens de MultiJam leer je ook muziek maken met je lichaam. Je kunt bijvoorbeeld

Lijkt het jou leuk om zelf een muziekinstrument te leren bespelen? Of wil je ritmes leren maken met je lichaam? Kom dan op 17 juni naar de MultiJam in de Doelen. Je kunt je aanmelden via teamwinstonscholsberg@gmail.com Kijk voor meer muzieklessen en muziekopdrachten op www.orenopen.nl

muziek maken met je handen door te klappen. Als ik muziek maak, kan ik mijn gevoel laten zien. Dat vind ik fijn’, legt Turna (10) uit. Melissa (11): ‘Ik ontspan als ik muziek maak. Ik vergeet dan even al mijn gedachten.’

Een kunstwerk maken

Bjǿrn, Turna, Ilayda (8), Melissa en Mertkaan (10) maken allemaal een kunstwerk voor de muziekdag. ‘We schilderen een stukje van ons lijf. Daarin tekenen we onze gedachtes bij muziek. Ik heb mijn benen en voeten getekend, want ik denk bij muziek aan dansen en bewegen’, legt Bjǿrn uit. ‘Iedereen die naar de MultiJam komt, kan onze kunstwerken zien. Dat vind ik best spannend’, zegt Ilayda. Mertkaan: ‘Ik ben trots op mijn schilderij. Ik ben benieuwd wat anderen ervan vinden.’

De leerlingen maken bij Kinderatelier Punt 5 een schilderij dat getoond wordt tijdens de MultiJam.

De Muziekcoalitie bestaat uit Music Matters, SKVR, kunsthogeschool Codarts Rotterdam, het Rotterdams Philharmonisch Orkest, de Doelen en Grounds.

een film maken van foto's Met stop-motion kun je een leuk filmpje met een grappig effect maken. Download een gratis app, volg de tips op onze website en maak je eigen film.

Op deze plek vind je altijd de creatieve opdrachten

van SKVR. Het is natuurlijk leuk om deze opdrachten vaker te doen of te delen. Daarom hebben we hier

een selectie van de 5 leukste opdrachten tot nu toe.

doe mee met streetdance In 5 stappen leer je online streetdance-moves. Bekijk het filmpje op de website en dans mee.

Foto’s: Rinie Bleeker en adlan belkada

maak muziek zonder instrument

maak je eigen kledingstuk Het is bijna zomer, dus tijd voor een nieuwe outfit. Ga zelf aan de slag! Door te meten, je ontwerp op papier te zetten en een naaimachine te gebruiken, maak je de mooiste creaties.

Neem een leeg glazen flesje. Vul dit met water, zo kun je verschillende toonhoogtes maken. Met een groepje vrienden en meerdere flesjes maak je zo een heel liedje.

fantasiefiguren Download de opdrachtkaartjes en maak met elkaar een mini-voorstelling. Door steeds met een ander kaartje te beginnen, kun je blijven spelen.

Wil je deze opdrachten in 5 stappen bekijken of nog meer opdrachten doen? Bekijk ze dan allemaal op www.skvr.nl/jong010. Veel plezier!

Isai volgt dankzij het Jeugdcultuurfonds lessen klassiek ballet bij DPFC. Tekst en foto: Angelique van Tilburg

Isai (8): ‘Ik zit nu een paar maanden op klassiek ballet. Toen ik begon, mocht ik gelijk naar de selectie. Dat is een speciale groep voor kinderen die goed zijn. Ik voel me mooi en sierlijk als ik dans. Ik volg ook nog andere danslessen, zoals 'Acting & Dancing'. Ik leer via dansles steeds meer kinderen kennen.’

Wil jij dansen, muziek maken, toneelspelen of zingen, maar is er thuis geen geld voor lessen? Kijk dan met je ouders, verzorgers of leerkracht op

www.jeugdcultuurfonds.nl/rotterdam


dE rotterdamse kinderkrant MEI 2016

CENTRUM – De leerlingen uit groep 8 van basis-

school het Landje schreven een gedicht over de oorlog. Het beste gedicht werd op 14 mei voorgelezen tijdens de herdenking van het bombardement bij het monument ‘De verwoeste stad’. Tekst: Patricia Jaspers

De gedichten gaan over de Tweede Wereldoorlog. ‘We maken ons gedicht als geschenk aan de mensen die de oorlog hebben meegemaakt. De nadruk ligt op vrede, zodat mensen niet hoeven te denken aan de slechte dingen’, vertelt Jalen (12).

13 minuten

Toya (11): ‘Het bombardement duurde 13 minuten, daarover schrijf ik in mijn gedicht. Mensen moesten in die 13 minuten een schuilplek vinden en afscheid nemen van hun familie.’ Jaden (12): ‘In mijn gedicht staan evenveel getallen als woorden. De getallen staan voor de slachtoffers van de oorlog. Ik wil daarmee laten zien hoeveel leed er door de oorlog is ontstaan.’

Jaden

Om te oefenen lezen Jaden, Toya en Jalen hun gedicht voor in de klas. Foto's: Patricia Jaspers

Monument

Jaden mag zijn gedicht voorlezen bij het monument. ‘Onze school heeft dit monument geadopteerd’, vertelt Juan (12). ‘Je ziet een man zonder hart. Dat hart staat voor het centrum van Rotterdam. Het centrum van de stad is verwoest door het bombardement’, vertelt Jaden. Toya: ‘De brand na het bombardement heeft ook veel verwoest.’

Belangrijk

Toya

Toya, Jalen en Jaden vinden de dodenherdenking belangrijk. ‘Als we het bombardement niet herdenken, vergeten de mensen het’, denkt Toya. Jalen: ‘Om te voorkomen dat dit nog een keer gebeurt, moeten we de slachtoffers niet vergeten.’

Jalen

CENTRUM – Rondom de Laurenskerk was vroeger een begraaf-

plaats. Op die plek zijn nu botten gevonden uit de zeventiende eeuw. Deze botten worden onderzocht. Op woensdag 20 april kregen kinderen in de bibliotheek een workshop over het skeletonderzoek. Tekst: Floris Rietveld

‘We leren hoe je aan een skelet kunt zien of het een man of vrouw is geweest. We leren ook een beetje hoe mensen vroeger leefden’, vertelt Youne (9).

De kinderen leren veel tijdens de workshop. Griezelige botten

Mirte en Youne bestuderen de schedels.

Foto's: Johannes Odé

‘De skeletten die wij vandaag onderzoeken, zijn nagemaakt. Ik ben daar blij mee, want het lijkt mij toch wel een beetje griezelig om echte botten te onderzoeken’, zegt Florine (9). Levi (11): ‘Je kan veel zien aan een skelet. Vooral aan de schedel en het bekken. Het bekken van een vrouw is vaak groter dan dat van een man. De schedel van een vrouw loopt aan de voorkant steiler omhoog dan de schedel van een man.’

Zoeken op het strand

Mirte (12) gaat bijna elk weekend met haar vader naar het strand om botten te zoeken. ‘Ik heb mezelf voor deze workshop aangemeld omdat ik nog meer wil leren over skeletten. Ik kan nu aan een bot zien of het van een man of vrouw is geweest. Het mooiste dat ik ooit heb gevonden is een mammoetbot van 52 centimeter lang.’ Youne (9): ‘Ik wil later archeoloog worden. Als archeoloog haal je heel voorzichtig oude botten en voorwerpen uit de grond.’

Profile for Jong010, dé Rotterdamse kinderkrant

JONG010 MEI 2016 CENTRUM  

Jong010, de Rotterdamse kinderkrant, jaargang 6, editie 9, Centrum, mei 2016.

JONG010 MEI 2016 CENTRUM  

Jong010, de Rotterdamse kinderkrant, jaargang 6, editie 9, Centrum, mei 2016.

Profile for jong010

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded