Issuu on Google+

Na+ Cl-

ZOUT

Jon Westra - Joris van Velthoven - Rogier Hendriks a


ZOUT

Colofon April 2011 Dit rapport is vervaardigd door Jon Westra, Joris van Velthoven en Rogier Hendriks in het kader van het afstudeeronderzoek “ZOUT, adaptieve teelten in verzilte gebieden� Uitgegeven door ReproLarenstein te Velp


Na+ Cl-

ZOUT ADAPTIEVE TEELTEN IN VERZILTE GEBIEDEN

Jon Westra - Joris van Velthoven - Rogier Hendriks


ZOUT - Literatuuronderzoek


VOORWOORD Het onderzoeksrapport dat nu voor u ligt is geschreven in het kader van ons afstuderen binnen de major landschapsarchitectuur. Dit onderzoek vormt een verdieping op een van de thema’s in ons masterplan, de verzilting. Het onderzoek geeft ons informatie om dit masterplan verder uit te werken en tot een hoger niveau te brengen middels de deeluitwerking. Het onderzoek heeft onze zienswijze op de zilte teelt en zoute aquacultuur veranderd, we hebben inzicht gekregen in de werking van de systemen en nog belangrijker, in de landschappelijke eigenschappen. Voor externe bijdragen aan het onderzoek willen we de volgende mensen graag bedanken; onze begeleiders vanuit Van Hall Larenstein: Cees Zoon en Adrian Noortman, voor hun verfrissende inzichten. Arjen de Vos voor zijn wetenschappelijke inbreng en het geven van zijn visie op de toekomst van zilte teelten. Maarten Janse, voor zijn gastvrijheid en enthoussiasme voor de zilte teelt, Marco Dubbeldam van Stichting Zeeschelp voor het verstrekken van de benodigde informatie. J.P. Poleij voor de toelichting van zijn teeltmethoden , Ria en Rob van Boven voor het verblijf in Kruispolderhaven en Dianne Raanhuis voor de rondleiding in het Verdronken land van Saeftinghe. Wij wensen u veel lees- en kijkplezier, Jon Westra Joris van Velthoven Rogier Hendriks


ZOUT - Literatuuronderzoek


SAMENVATTING Nederland verzilt. Ruim 100.000 hectare in Nederland krijgt in de toekomst te maken met de gevolgen van het zouter worden van de bodem. De verziltende gebieden reageren hierop door meer zoet water door de gebieden te pompen, waardoor het zilte grondwater niet doordringt tot de oppervlakte. Door de toekomstige klimaatverandering, zeespiegelstijging, bodemdaling en het verzilten van grote oppervlaktewateren, wordt het steeds moeilijker om gebieden zoet te houden. De gevolgen van de verzilting worden langzaam duidelijk, maar er worden nog weinig adaptieve maatregelen genomen. Hoofdzakelijk komt dit door de beperkte kennis die op dit moment aanwezig is in de agrarische sector en de geringe vraag naar zilte producten vanuit de consument. Om het onderzoek te structureren hebben we een hoofdvraag, deel- en subvragen opgesteld. De hoofdvraag luidt: Wat zijn de verschillende vormen van zilte teelt en zoute aquacultuur, en wat zijn hier de landschappelijke eigenschappen van? De eerste deelvraag gaat in op de verschillende vormen van zilte teelt en zoute aquacultuur die momenteel langs de Nederlandse kust te onderscheiden zijn. Doormiddel van een literatuuronderzoek hebben we onderzoek gedaan naar deze verschillende vormen. Hieruit is gebleken dat in Nederland veel verschillende vormen van zilte teelt en zoute aquacultuur te vinden zijn. De locaties bevinden zich in Zeeland, Friesland en Noord-Holland. Van verschillende teelten is een analyse gemaakt naar de manier waarop deze wordt geteeld en wat de eigenschappen zijn. Deze zijn verwerkt in systeemkaarten. Deze systeemkaarten zijn ingedeeld in verschillende groepen, namelijk: viskweek, schelpdierkweek, zagerkweek, algenkweek, zilte teelt en zout tolerante teelt. De conclusies hiervan worden op de volgende bladzijden beschreven.

Viskweek in hallen vereist veel technische voorzieningen, daarbij duurt het veelal een aantal jaren voordat de consumptiemaat bereikt is. Voordeel van deze kweekmethode is dat de groeiomstandigheden controleerbaar zijn en hiermee een constant kwalitatief eindproduct geleverd kan worden. De kweek van schelpdieren in bassins vereist een toevoer van zout water, dit kan afkomstig zijn vanuit nabijgelegen water of vanuit zoute grondwaterlagen. Het kweken van schelpdieren is gekoppeld aan de kweek van algen, schelpdieren zijn filterfeeders en leven op deze algen. Deze kweekvorm in bassins bevind zich in de onderzoeksfase. Zagerkweek wordt al op grote schaal toegepast, dit vind plaats in langwerpige bassins. Er is slechts ĂŠĂŠn bedrijf in Nederland welke zich hier momenteel mee bezig houdt. Het kweken van algen vindt plaatst in openluchtbassins, en in hallen. Algenteelt in bassins is weersafhankelijk en hiermee onzeker, in de hallen wordt een hoge constante algenproductie gegarandeerd. Deze laatste vorm van algenteelt is het meest lucratief in haar output. Zilte teelten vereisen bevloeiing met zoutwater, deze bevloeiing is nodig om de karakteristieke zilte smaak te verkrijgen. Deze vorm van teelt is zo ingericht dat de omgeving van het perceel geen, dan wel zo min mogelijk schade ondervindt van het ingebrachte zoute water. Het oogsten en zaaien is handwerk, er is dus veel arbeid nodig om tot het eindproduct te komen.


ZOUT - Samenvatting De zouttolerante gewassen gedijen goed onder zilte omstandigheden. De teelten wijken in hun productiemethode niet af van dezelfde teeltvorm onder zoete omstandigheden. Wel heeft het zout effect op de te oogsten hoeveelheid, deze neemt in kleine mate af bij toename van het zoutgehalte, tot overschrijding van de zouttolerantiedrempel. Van alle systemen zijn de eigenschappen samengevoegd in een tabel. Deze is te vinden op pagina 44. Alle hier bovenstaande systemen hebben gemeen dat er veel technisch materieel nodig is voor de teelt en kweek. De tweede deelvraag gaat in op bedrijven in Zeeland die zich met zilte teelt en zoute aquacultuur bezighouden. Hierbij wordt gekeken wat de landschappelijke impact van de opstelling is en hoe deze zich hoogstwaarschijnlijk in de toekomst bij opschaling zal ontwikkelen. Er wordt gekeken naar de viskweek in hallen, viskweek in de openlucht, zagerkweek, schelpdierkweek en zilte teelt. Hierbij is de teelt van zouttolerante teelten buiten beschouwing gelaten omdat deze niet afwijkt van de reguliere vormen van akkerbouw. De kweek van vis op grote schaal in hallen bestaat uit een systeem van meerdere lagen bassins waarin een constante waterdoorstroming plaatsvindt. De landschappelijke impact van de deze hallen is groot, maar acceptabel. De kleuren grijs en wit zijn niet dominant aanwezig in de zeekleipolder. De maatvoering van de hallen past binnen de vormentaal van de polder. De huidige hallen bieden ruimte voor uitbreiding, de maat van de hal zal hierdoor voldoende groot zijn voor de toekomst, opschaling zal dan ook niet van toepassing zijn. De hoeveelheid hallen zal bij intensivering wel toenemen en het gebied zal een industriĂŤle uitstraling krijgen.

Er wordt geĂŤxperimenteerd met het gecombineerd kweken van vis, zagers, schelpdieren en algen en in de openlucht. Het gehele terrein is een meter opgehoogd en hierin zijn de bassins verwerkt. De schaal van het omringende landschap en de hoogte van het terrein maken dat de opstelling wegvalt in het landschap. Bij opschaling van de dit type ontstaan grote watervlakken doorsneden door smalle paden, een groot spiegelend watervlak is het resultaat. Door de eenduidige structuur, openheid en het rustige kleurgebruik komt dit grotendeels overeen met de eigenschappen van de zeekleipolder. Bij het opschalen van dit type zal een nieuw landschapstype ontstaan, het vijverlandschap. De kweek van zagers vind plaats op grote schaal, de bassins zijn rechtlijnig en staan strak in het gelid. Het aan de dijk gelegen bedrijventerrein waarop de hal en bijgebouwen staan is chaotisch ingericht, ook de materialisering van de bassins bestaat uit allerlei verschillende vormen en materialen. De beschermende netten hebben van veraf een grote impact op het beeld. Bij opschaling zal het bedrijf gestructureerder worden, met een eenduidige materialisatie voor de bassins en een heldere structuur voor het bedrijfsterrein. Mede door de grootschaligheid en het materiaalgebruik liggen er landschappelijke potenties voor deze teelt. Het kweken van schelpdieren in inlagen is nog in ontwikkeling, de proeflocatie is zeer kleinschalig van opzet. De mossels worden hier opgekweekt tot consumptiemossel in een off-bottom systeem. De impact van deze opstelling op het landschap is momenteel niet noemenswaardig. Bij opschaling zal er voor een ander systeem gekozen worden, welke ten goede komt van de inlaag. Het beeld zal niet veel verschillen met dat van de huidige inlaag zonder proefsysteem.


De zilte teelt heeft een kleinschalig karakter met oppervlaktes tot twee hectare. Binnen deze teelt zijn momenteel vier verschillende teeltmethoden te onderscheiden, waarbij de eerste erg veel gelijkenissen vertoont met de reguliere akkerbouw en de tweede gebruikt maakt van een vediept sawasysteem. Over het algemeen heeft deze teelt weinig invloed op het landschapsbeeld. Dit komt onder andere doordat er weinig opgaande elementen aanwezig zijn en het neutrale kleurgebruik. Bij opschaling zal de impact op het landschap minimaal blijven, het zal lijken op een grote akker zoals wij die nu kennen. De sawa variant is omslachtig en vergt een grote investering met onomkeerbare landschappelijke gevolgen Tot slot zijn er vijf conclusies te trekken uit de eigenschappen van de opgeschaalde vormen van zilte teelten en zoute aquacultuur: 1. 2. 3. 4. 5.

Alle vormen van zilte teelt en zoute aquacultuur hebben de eigenschap dat er veel techniek nodig is om de teelt rendabel te laten zijn. Alle vormen van zilte teelten en aquacultuur zijn onderhevig aan constante ontwikkeling van het systeem en opvattingen over de juiste wijze van telen veranderd continu. Alle vormen van zilte teelten zoute aquacultuur hebben de eigenschappen dat ze rechtlijnig en ritmisch zijn. Het opschalen van de kweek in bassins in de openlucht zal leiden tot een nieuw landschapstype, het open vijverlandschap. De kennis ligt momenteel bij de pioniers en de kennisinstituten, maar er is geen overkoepelend orgaan dat zorgt voor de verspreiding van deze informatie.


ZOUT - Literatuuronderzoek


INHOUDSOPGAVE

Voorwoord

Samenvatting

Inhoudsopgave

1.

Inleiding

1

2.

Verzilting

3

3.

Onderzoeksmethode

7

4.

Literatuuronderzoek

13

5. Referentieonderzoek 6. Conclusies en visie Bijlagen en bronvermelding

47

115


ZOUT - Inleiding


1. Inleiding Nederland verzilt. Ruim 100.000 hectare in Nederland krijgt in de toekomst te maken met de gevolgen van het zouter worden van de bodem. De verziltende gebieden reageren hierop door meer zoet water door de gebieden te pompen, waardoor het zilte grondwater niet doordringt tot de oppervlakte. Door de toekomstige klimaatverandering, zeespiegelstijging, bodemdaling en het verzilten van grote oppervlaktewateren, wordt het steeds moeilijker om gebieden zoet te houden. De gevolgen van de verzilting worden langzaam duidelijk, maar er worden nog weinig adaptieve maatregelen genomen. Hoofdzakelijk komt dit door de beperkte kennis die op dit moment aanwezig is in de agrarische sector. Vanuit het Masterplan van de Brabantse Delta heeft ieder van ons een deelgebied uitgekozen die te maken heeft met verzilting. Dit gaf aanleiding om gezamenlijk een onderzoek te doen naar zilte teelt en zoute aquacultuur. Het rapport heeft als doel de verschillende soorten van zilte teelt en zoute aquacultuur op een rijtje te zetten en de landschappelijke impact van elk type te onderzoeken. De hoofdvraag die we ons hierbij hebben gesteld is: “Wat zijn de verschillende vormen van zilte teelt en aquacultuur, en wat zijn hier de landschappelijke eigenschappen van?�

Doormiddel van literatuuronderzoek, interviews en referentieonderzoek hopen we antwoorden te vinden op de hoofd en deelvragen. Het rapport bevat grofweg vijf delen. Het eerste deel zal ingaan op de onderzoeksmethode. Het daarop volgende hoofdstuk zal het begrip verzilting uitleggen, waarna de gevolgen zullen worden beschreven. In het derde deel wordt er gekeken naar de verschillende vormen van zilte teelt en zoute aquacultuur. Doormiddel van systeemkaarten is de teelt of kweek inzichtelijk gemaakt. Het teelt of kweek systeem wordt uitgelegd door middel van illustraties. Ook verschillende eigenschappen worden per soort aangegeven. Het derde deel bevat een referentieonderzoek van verschillende bedrijven die momenteel zilte teelten kweken of zich bezig houden met zoute aquacultuur. In het referentieonderzoek worden de bedrijven geanalyseerd op hun ligging in het landschap. Ook het uiterlijk van het bedrijf wordt nader bekeken, en resultaten worden doormiddel van illustraties zoals 3D-modellen en doorsneden verduidelijkt. Ten slotte wordt van elk bedrijf een toekomstbeeld geschetst. Het rapport eindigt met conclusies uit de twee onderzoeken. Alle kaarten in dit rapport zijn georiĂŤnteerd op het noorden, mits anders vermeld.

1


ZOUT - Verziting

2


2. Verzilting

zoet zout

figuur 2.1, diagram zoet-zout verhoudingen

er po ld

bo e

er jk di

ze e

ze m

Door de klimaatverandering, bodemdaling, zeespiegelstijging en verzilting van grote oppervlaktewateren wordt het steeds moeilijker de binnendijkse gebieden zoet te houden. Vooral in de zomermaanden wanneer de aanvoer van zoet water door de grote rivieren laag is, is het moeilijk de polders te doorspoelen met zoetwater. Hierdoor dreigen gewassen te verdrogen en het zilte water dringt verder door tot de oppervlakte door het gebrek aan tegendruk van het zoete water, figuur 2.2. Omdat de zomers in de toekomst alleen maar warmer en droger worden, zal dit een groeiend probleem zijn.

er ld po

ez em bo

ld po

di jk

ze e

er

De definitie van het woord verzilting is het verschijnsel dat de bodem steeds zouter wordt. In Nederland hebben we te maken met het verzilten van de bodem door kwel. Er zijn twee factoren waar dit door wordt veroorzaakt. De eerste is dat de Nederlandse bodem duizenden jaren onder invloed van de zee heeft gestaan. Hierdoor is zout grondwater in de bodem aanwezig. Wanneer dit grondwater geen tegendruk heeft zal het naar de oppervlakte trekken. De tweede factor waardoor de bodem verzilt is dat in gebieden die dicht langs de kust liggen, het zoute water onder de dijk heen lekt. Door de bouw van dijken en de continue doorspoeling met zoet water,

ld

Wat is verzilting

ontstaat er een zoetwaterbel op het zoute grondwater, welke het zoute grondwater ver onder het maaiveld houdt, figuur 2.1. Het zoute en zoete water mengt slecht, maar vaak is het grondwater al licht zout. Doordat de zoetwaterbel vrij dik is heeft de landbouw weinig last van de verzilting, en ondervinden de gewassen hier geen hinder van.

po

In dit hoofdstuk zal in worden gegaan op het begrip verzilting.

zout

figuur 2.2, diagram zoet-zout verhoudingen bij droogte

3


ZOUT - Verzilting

Verziltende gebieden

De gebieden die het meest last hebben van verzilting zijn Zeeland en de diepe droogmakerijen in Noord- en Zuid Holland. Zeeland heeft last van verzilting omdat de aanvoer van zoet water lastig is, dit komt vooral doordat de provincie bestaat uit eilanden, en hiertussen weinig zoetwater verbindingen liggen. Bij de droogmakerijen is het probleem dat deze zo diep liggen dat deze dicht bij het zoute grondwater liggen. Ook Friesland, Groningen en Flevoland hebben in beperkte mate last van de verzilting. In de toekomst zullen steeds meer gebieden te maken krijgen met de verzilting van de bodem, figuur 2.3.

Effecten van verzilting

4

De gevolgen van verzilting zijn duidelijk merkbaar. Tijdens het referentiebezoek aan verschillende locaties in Zeeland hebben we hier verschillende voorbeelden van gezien. Een hiervan is dat bomen dicht langs de dijk minder goed groeien in vergelijking met bomen die verder van de dijk staan. Dit is te zien aan figuur 2.4, die bij Maatschap Janse is gemaakt. De bomen aan de linker zijde zijn minder hoog en gezond dan die aan de rechter zijde. Het tweede voorbeeld is dat dezelfde akkerbouwer zijn totale opbrengst graan op dit verzilte perceel van tien ton naar zes ton heeft zien dalen. Hierdoor is hij begonnen met het experimenteren met zilte teelten. Het laatste voorbeeld is dat er in de sloten al zilte fauna wordt gezien. In het slotenstelsel bij de proefopstelling van de Zeeuwse Tong zijn zeekreeftjes en bot gezien. Dit geeft aan dat deze gebieden al sterk zijn verzilt.

figuur 2.3, gevolgen van verzilting

figuur 2.4, verziltende gebieden in Nederland


Natuurlijke situatie

Linum usitatissimum vlas

Beta vulgaris L. voederbiet Asparagus officinalis asperge

Triticum spelta spelt

Crambe maritima zeekool

Brassica napus koolzaad

Verzilting is een fenomeen dat ook in de natuur optreed, met name in het buitendijkse gebied, hier raken de kwelders en schorren dagelijks overspoeld met zeewater. De planten en dieren die hier leven zijn robuust en hebben zich aangepast aan deze zilte omgeving. Zoals in de doorsnede in figuur 2.5 te zien is groeit de pioniersplant zeekraal zelfs daar waar dagelijkse overspoeling plaatsvindt met hoogwater, de plant heeft zich hieraan aangepast. Ook zeeaster, of lamsoor in de volksmond, komt veelvuldig voor in deze extreme leefomgeving. De schorren en kwelders zijn constant onderhevig aan verandering, opbouw en afbraak zijn aan de orde van de dag. Zoet water is schaars, maar onmisbaar voor het kiemen, een fikse regenbui is al voldoende. Quinoa quinoa

Nereis virens zager

Aster trilopeum zeeaster

Mytilus edulis mossel

Cardium edule kokkel

Salicornia spp. zeekraal

Solea solea tong

Psetta maxima tarbot

Homarus gammarus Europese zeekreeft

Momenteel wordt er vanuit beleid vooral gereageerd op de verzilting, niet zozeer geadapteerd. Gebieden worden met meer zoet water doorgespoeld en er worden rigoureuze aanpassingen gedaan in het watersysteem om dit mogelijk te maken. Omdat het duidelijk begint te worden dat de verzilting een groeiend probleem is en water voor de doorspoeling van de polders niet te garanderen is, wordt er gezocht naar maatregelen die anticiperen op de verzilting. Veel anticiperende oplossingen liggen al klaar om uitgevoerd te worden, maar boeren en investeerders zijn voorzichtig. Mede door de geringe openbare informatie omtrent het overschakelen naar zilte teelten en zoute aquacultuur, durven ze de stap niet te nemen.

Camelina sativa huttentut

Oplossingen

Phragmites communis riet

Crambe maritima zeekool

Camelina sativa huttentut

Nereis virens zager

Aster trilopeum zeeaster

Mytilus edulis mossel

Cardium edule kokkel

Salicornia spp. zeekraal

Solea solea tong

Psetta maxima tarbot

Homarus gammarus Europese zeekreeft

5

figuur 2.5, doorsnede schorrengebied


ZOUT - Literatuuronderzoek

6


3. Onderzoeksmethode In dit hoofdstuk zal in worden gegaan de onderzoeksmethode.

Hoofdvraag en deelvragen

Om het onderzoek te structureren hebben we de volgende hoofdvraag, deel- en subvragen opgesteld: Wat zijn de verschillende vormen van zilte teelt en zoute aquacultuur, en wat zijn hier de landschappelijke eigenschappen van? •

Welke verschillende vormen van zilte teelt en zoute aquacultuur zijn er te onderscheiden langs de Nederlandse kustzone? •  Hoe gaat deze teelt in zijn werk? •  Wat zijn de eigenschappen van deze verschillende teelten? •  Waar concentreert zich deze teelt in Nederland?

Welke vormen van zilte teelt en zoute aquacultuur worden er op dit moment toegepast in het Zeeuwse zeekleilandschap, en hoe reageert het op zijn omgeving? •  Wat zijn de eigenschappen van het zeekleilandschap? •  Hoe worden de zilte teelt en zoute aquacultuur toegepast? •  Wat zijn de landschappelijke eigenschappen van deze vormen? •  Hoe reageren de zilte teelten en zoute aquacultuur op het   landschap? •  Hoe zal deze teelt zich in de toekomst ontwikkelen? •  Wat is het toekomstperspectief van zilte teelt en zoute aquacultuur?

Inkadering van begrippen

Een aantal begrippen die in het rapport worden gebruikt, kunnen erg breed op worden gevat of zijn multi-interpretabel. Deze worden in onderstaande tekst uitgelegd. Onder de term zoute aquacultuur verstaan we alle kweek met waterdieren welke zout water vereisen. Onder de term zilte teelt verstaan we alle teelten welke bevloeiing met zout water vereisen. Onder de term zoutwater wordt zilt- en brakwater verstaan, zie figuur 3.1. Er wordt wel gebruik gemaakt van de woordcombinatie zilte teelt omdat dit een bestaande aanduiding voor een soort teelt is.

7

ZOET WATER

ZOUTWATER BRAK WATER

0,1 CL gr/liter

1

ZILT WATER 35

50

figuur 3.1, diagram zoet-zilt-zout


ZOUT - Literatuuronderzoek Hypothese De hypothese is gevormd na het formuleren van de hoofdvragen en bevat de verwachtte antwoorden op de deelvragen.

Welke vormen van zilte teelt en zoute aquacultuur worden er op dit moment toegepast in het Zeeuwse zeekleilandschap, en hoe reageert deze op zijn omgeving?

Welke verschillende vormen van zilte teelt en zoute aquacultuur zijn er te onderscheiden langs de Nederlandse kustzone?

•  Wat zijn de eigenschappen van het zeekleilandschap? We verwachten dat de eigenschappen van een zeekleipolder de volgende zijn: grootschaligheid, rationele verkaveling, dijkstructuren, veel grasland en akkerbouw en geclusterde bebouwing.

•  Hoe gaat deze teelt in zijn werk? We verwachten dat er een groot verschil zal zijn in de productie van zilte teelten in vergelijking met de productie van zoute aquacultuur. De verwachting is dat de productie van de zilte teelten ongeveer gelijk is aan die van reguliere akkerbouwgewassen. De zilte gewassen worden door volledige bevloeiing voorzien van de benodigde hoeveelheid zout. De productie van zoute aquacultuur zal gepaard gaan met de komst van bebouwing en constructies, ook zal er meer technologie bij komen kijken om een optimaal rendement te verkrijgen. 8

•  Wat zijn de eigenschappen van deze verschillende teelten? We denken dat de zilte teelten en zoute aquacultuur veel eisen met zich mee brengen. Met name de hoeveelheid zout in het grondwater, de manier van oogsten en de oogsttijd zal afwijken van de bekende akkerbouwgewassen. Wanneer er gekeken wordt naar de zoute aquacultuur is de verwachting dat deze hoge eisen stelt aan het systeem waar deze in gehouden wordt, dit zal bepalend zijn voor de teeltvorm. •  Waar concentreert zich deze teelt in Nederland? We gaan er vanuit dat de meeste productie van zilte teelt en zoute aquacultuur zal plaatsvinden in de kustgebieden. Hierbij gaat het om de provincies Zeeland, Noord en Zuid-Holland, Friesland en Groningen.

•  Hoe worden de zilte teelt en zoute aquacultuur toegepast? We verwachten dat de verschillende soorten zilte teelt en zoute aquacultuur onder te verdelen zijn in de volgende typen: bebouwing, vijver, akker, park, inlaag en natuuur. De verwachting is dat momenteel de zilte teelten op een kleine schaal worden toegepast, in vergelijking met reguliere grootschalige akkerbouw. Dit zal met name komen door de beperkte kennis die aanwezig is onder de akkerbouwers. De akkers zullen een experimenteel karakter hebben en het product zal vooral op het bedrijf zelf verhandeld worden. In tegenstelling tot de zilte teelten zal de zoute aquacultuur grootschaliger van opzet zijn. Doordat er veel hightech materieel nodig is, zullen de opstellingen groter worden opgezet. •  Wat zijn de landschappelijke eigenschappen van deze vormen? Verwacht wordt dat de zilte teelten qua beeld niet veel verschillen in vergelijking met reguliere akkers. De visteelt zal vooral in grote, logge bebouwing voorkomen waaromheen een erf ligt. De onderdelen die nodig zijn voor de zoute aquacultuur zullen laag zijn en vooral bestaan uit een spiegelende watervlakken, een soort vijverlandschap. •  Hoe reageren de zilte teelten en zoute aquacultuur op het landschap? Doordat de zilte teelten in beeld niet veel verschillen van de huidige akkers, zal het landschap niet veel veranderen door de komst van deze nieuwe vorm van akkerbouw. De grote hallen waar de aquacultuur in wordt bedreven zal dominant zijn in het open zeekleilandschap. Hierbij zal het materiaalgebruik een belangrijke rol spelen. Het vijverlandschap zal een nieuw gebiedseigen element kunnen worden voor de zeekleipolder, de grootschalige opzet en rechtlijnigheid maakt dat dit goed past in de zeekleipolder.


•  Hoe zal deze teelt zich in de toekomst ontwikkelen? Verwacht wordt dat de verschillende teelten nog in een beginfase verkeren. Hierdoor liggen er kansen voor het doorontwikkelen van deze bedrijven, mits de markt dit toelaat. •  Wat is het toekomstperspectief van zilte teelt en zoute aquacultuur? Doordat grote gebieden in Nederland verzilten, zal hier een oplossing voor gezocht moeten worden. Het is aannemelijk om de reguliere akkerbouw over te laten schakelen naar zilte akkerbouw en zoute aquacultuur. Doordat het aanbod aan producten toe zal nemen, zal de consument vanzelf het product leren kennen en het gaan gebruiken. Zo zal er een markt worden gecreëerd voor het product, en zal het rendabel worden om grootschalig zilte teelt en zoute aquacultuur toe te passen.

9


ZOUT - Literatuuronderzoek Methode De aanleiding om onderzoek te doen naar de verschillende vormen van zilte teelten en zoute aquacultuur is dat er momenteel weinig kennis aanwezig is over dit onderwerp. Hierdoor is er ook niet bekend wat de landschappelijke eigenschappen zullen zijn van de verschillende teelten. Om het onderzoek te structureren is er een hoofdvraag opgesteld met deel- en subvragen. Deze vragen zijn in de loop van het onderzoek beantwoord. Het onderzoek bestaat deels uit een literatuuronderzoek en deels uit een referentieonderzoek.

10

De eerste fase in het onderzoek is het literatuuronderzoek. Hiermee zal grotendeels de eerste deelvraag beantwoord kunnen worden. In dit literatuuronderzoek zal er gekeken worden naar de verschillende typen van zilte teelt en zoute aquacultuur die momenteel langs de Nederlandse kust wordt bedreven. Van deze verschillende typen zal het productieproces in beeld worden gebracht, hierbij gaat het vooral om de essentiĂŤle stappen welke worden doorlopen om tot het eindproduct te komen. Daarnaast worden er van elke teelt de belangrijkste eigenschappen aangegeven. Hierbij kan gedacht worden aan zaaitijd, productietijd en opbrengst per hectare. Deze kennis is middels literatuurstudies en het afnemen van interviews verkregen. De informatie over de teelten is samengebracht in zogenaamde systeemkaarten. Uiteindelijk zijn de eigenschappen van de teelten middels een tabel naast elkaar gezet. Hierdoor is het mogelijk de verschillende teelten te vergelijken.

De tweede fase in het onderzoek is het referentieonderzoek. Door de verschillende typen teelten op te delen in groepen, kon er gezocht worden naar referentiebedrijven. Deze bedrijven zijn uitvoerig geanalyseerd op vier punten, namelijk: basisinformatie over het bedrijf en de teelt, de landschappelijke inpassing, een analyse op bedrijfsniveau en tot slot is er een toekomstperspectief geschetst. De meeste informatie is verkregen door het analyseren op locatie, maar er zijn ook topografische kaarten gebruikt en informatie uit de literatuurstudie. Het toekomstperspectief is samengesteld op basis van de verkregen informatie, de visie van de geĂŻnterviewden en onze eigen visie. Alle informatie is samengebracht in een aantal referentiekaarten. Uiteindelijk zijn per bedrijf de belangrijkste punten uit het toekomstperspectief in een tabel gezet. De laatste stap van de methode is het vormen van conclusies op basis van hetgeen onderzocht is. De methodetabel is in figuur 3.2 afgebeeld.


Zilte teelt en zoute aquacultuur Aanleiding

Momenteel is er weinig kennis over de landschappelijke verschijningsvorm van de zilte teelt en zoute aquacultuur.

Hoofdvraag

Wat zijn de verschillende vormen van zilte teelt en zoute aquacultuur en wat zijn hier de landschappelijke eigenschappen van?

Literatuuronderzoek

Analyse zilte teelt en zoute aquacultuur langs Nederlandse kust. Verkenning van potentiĂŤle referenties Literatuur en vragenlijst

Referentieonderzoek

Analyse zilte teelt en zoute aquacultuur Zeeuwse kust. Referentiebezoek

Conclusie Uiteenzetting van bevindingen omtrent zilte teelt en zoute aquacultuur en eigen bevindingen en toekomstvisie

Systeemkaarten

Uitleg van de zilte en zoute systemen in tekst en beeld

Referentiekaarten

Uitleg van het functioneren van bedrijven en hun landschappelijke inpassing

Eigenschappentabel en bevindingen

eigenschappentabellen van de systeem- en referentiekaarten

figuur 3.2, onderzoeksmethodiek

11


ZOUT - Literatuuronderzoek

12


4. Literatuuronderzoek Om het productieproces van zilte teelten en zoute aquacultuur te kunnen begrijpen, is het belangrijk iets van de teeltsoort te weten en een globaal beeld van de teelt te hebben. In dit hoofdstuk zullen we 23 soorten zilte teelt en aquacultuur behandelen.

4.1 Keuze van de soorten Om een goede vegetatie- en diersoorten keuze te kunnen maken hebben we eerst een korte literatuurstudie gedaan naar de verschillende soorten waarmee in Nederland wordt geteeld of gekweekt. Hieruit is een lijst gekomen van ongeveer 14 soorten waarvan een uitgebreide analyse gemaakt is. Gedurende het analyseren zijn er steeds een paar soorten bij gekomen, tot een het uiteindelijke aantal van 23. Bij het kiezen van de vegetatiesoorten is er gebruikt gemaakt van een lijst met kansrijke zilte gewassen uit het rapport zilt verweven (van Schaik, C.M., juni 2007, Zilt verwerven). Hierbij is er gekozen voor de soorten met de meeste potentie. Sommige graansoorten leveren nagenoeg het zelfde beeld op. Daarom hebben we van deze soort diegene gepakt met het meeste potentie in zilte gebieden. De onderstaande soorten hebben we geanalyseerd: Asperge Knolselderij Tuinmelde Zeeaster Zeekraal Zeekool Gerst

Huttentut Quinoa Spelt Tricale Voederbiet Vlas

Bij het kiezen van de diersoorten is er gekeken welke vis-, zager-, schelpdier- en algsoorten er nu in Nederland worden gekweekt of waarmee experimenten worden gedaan. Het gaat hierbij om soorten die op het land worden gekweekt. Hiervoor is gekozen omdat de onderzoeksvraag over de landschappelijke inpassing van verschillende soorten teelt gaat. De diersoorten die mee zijn genomen in de systeemkaarten zijn: Paling    Kokkel Tarbot    Mossel Tong    Zager Europese zeekreeft Daarnaast wordt er gekeken naar hatcheries. Dit is een bedrijf waar gekweekt wordt met zeedieren en welke de jongen, ook wel broedjes genoemd, verkopen. Door de strengere regelgeving wordt het steeds moeilijker om broedjes in het wild te vangen. Hierdoor zal het in de toekomst nodig zijn om deze te kweken. Naast de plant- en diersoorten is er gekeken naar algenkweek. Algen zijn nodig als voer voor verschillende soorten zeedieren, en deze kweek wordt dan ook vaak gecombineerd met aquacultuur.

Methode van onderzoeken

De verschillende soorten teelten worden op een vast aantal punten geanalyseerd. Eerst zal uiteen worden gezet hoe de productie globaal in zijn werk gaat en wat belangrijke punten zijn in deze productie. Daarna zullen de belangrijkste eigenschappen worden opgesomd. Op de volgende bladzijden zijn de systeemkaarten te vinden.

13


ZOUT - Literatuuronderzoek

Cardium edule kokkel

Crangon crangon garnaal

Psetta maxima tarbot

Mytilus edulis mossel

14 Ensis siliqua mesheft

Nereis virens zager

Solea solea tong

Anguilla anguilla paling

Ostrea edulis platte oester

Ulva lactuca zeesla

Homarus gammarus Europese zeekreeft figuur 4.1, Dieren van de zee


TONG - Solea solea

0,3 meter

Input: Zagers Vismeel Visolie Water

Output: Tongfilet

35000 kg/ha

De broedjes transformeren tot platvis, figuur 4.2.

Na een aantal maanden zijn de vissen geslachtsrijp

Na 2 jaar is de tong groot genoeg voor consumptie

€ 12 Cl >11 ? €/kg

15

De tong, afgebeeld in figuur 4.3, wordt net als alle andere platvissen geboren als een ‘gewone’ vis met een oog aan beide zijden van het lichaam. De jonge tong ondergaat echter al snel, als hij net iets groter is dan een centimeter, een metamorfose tot platvis. Een tong kan maximaal zeventig centimeter lang worden. In Zeeland is het project “Zeeuwse Tong” gestart waarbij tong wordt gekweekt in bassins in de openlucht. Volgens onderzoekers kan per vierkante meter bassin een productie van twintig tot vijftig kilo tong worden voortgebracht. figuur 4.2, gestapelde bassins

figuur 4.3, tong in bassin

Marktpotenties liggen in de

liter

Zout Variabel

Variabel

2 jaar


PALING - Anguila Anguila

0,5 meter

Input: Glasaal Vismeel Visolie Water

â‚Ź 45 Cl >11 ? â‚Ź/kg

liter

Zout Variabel

Variabel

5 jaar

Glasalen worden gevangen in het wild en worden door de kweker geimporteerd.

Output: Paling

De larven worden bij de kweker in een bassin uitgezet , figuur 4.4.

De larve groeit en wordt een juveniel waarna hij tot een pootaal uitgroeid.

In de laatste fase groeit de pootaal uit tot een paling, figuur 4.5. de paling is dan 5 jaar en heeft 3 jaar doorgebracht bij de kweker.

De intensieve kweek van paling is geheel gebaseerd op hoogtechnologische geautomatiseerde bedrijfsvoering, waarin meestal gebruik gemaakt wordt van waterrecirculatie. In de natuur groeit een larve uit tot een glasaal. De kweek hiervan is nog niet mogelijk, vandaar dat deze nog uit de natuur gehaald worden. Technieken met palinghometrainers maken het mogelijk om een glasaalkwekerij te starten, momenteel zit dit nog in de testfase. Marktpotenties liggen in de voedselproductie. figuur 4.4, systeem van bassins

figuur 4.5, paling


TARBOT - Psetta maxima

0,5 meter

Input: Algen Vismeel Visolie Water

Output: Tarbotfilet

Tarbotbroedjes (100dagen) komen uit Frankrijk. In de kwekerij groeien de larven op door algen te eten.

Na 60 dagen is het broedje uitgegroeid tot klein visje. Dit gebeurt in gestapelde bakken, figuur 4.6.

Na 2 jaar is de tarbot gereed voor oogst en weegt de tarbot 1,5 tot 2 kg, figuur 4.7.

Europese tarbot wordt van oudsher als bijvangst aan land gebracht. Omdat de vis niet in scholen leeft, kan er niet doelgericht op worden gevist. Daarom wordt deze vis steeds vaker gekweekt. Jaarlijks bedraagt het aanbod gekweekte tarbot nu ongeveer 5.000 ton, circa 40 procent van het totaal. Viskwekerijen willen de bedrijfsvoering verder verbeteren, en willen daarom een broedhuis voor Tarbot opzetten. Deze broedjes worden later in kwekerijen opgekweekt totdat deze de consumptiemaat bereikt hebben.

figuur 4.6, gestapelde bassins

figuur 4.7, tarbot in bassin

â‚Ź 11 Cl >12 ? â‚Ź/kg

liter

Zout

Marktpotenties liggen in de voedselproductie.

2 jaar


Europese zeekreeft - Homarus gammarus

25

centimeter

Input: Kreeftlarve

â‚Ź 13 Cl >15 ? â‚Ź/kg

liter

Zout

Output: Pootkreeft Kreeft

De larf is 0,5 mm groot waarna het na 4 weken op een klein kreeftje begint te lijken.

Na een jaar is het kreeftje ongeveer 3cm.

Na 7 jaar is de kreeft 25-30 cm en klaar voor consumptie, figuur 4.9.

In de inlagen bij Scherpenisse, figuur 4.8, zijn proeven gedaan met het kunstmatig kweken van kreeften. Omdat het broedsucces van zaadkreeften in de inlagen van Scherpenisse onzeker is, moet de vermeerdering zelf ter hand worden genomen, waarbij kreeftlarven in kooien worden uitgezet in de inlagen. Mocht het mogelijk blijken om jonge kreeft te kweken en deze op te laten groeien, dan geeft dat ook perspectieven elders in Zeeland voor binnendijkse kweek van kreeft. Marktpotenties liggen in de voedselproductie.

7 jaar

figuur 4.8, inlagen

figuur 4.9, kreeft


bROEDHUIS - Hatchery

2

centimeter

zout water

Input: ouderdieren zout water algen 2 jaar

eicel, na 48 uur larfje

30 ouderdieren +6 cm

na 2-4 weken een broedje

40 miljoen larfjes larf van 2 mm. is een broedje

na enkele maanden klaar voor uitzet

Output: zout water uitzet materiaal

In een hatchery of broedhuis wordt onder beheerste omstandigheden gezorgd voor de voortplanting van verschillende schelpdieren, figuur 4.10. Deze worden vanuit ouderdieren opgekweekt tot broedjes, bij een lengte van ongeveer 2cm worden de broedjes uitgezet in vijvers of open water, figuur 4.11. Marktpotentie ligt in het feit dat het afvissen van de larfjes in de Oosterschelde en Waddenzee beperkt wordt door wet- en regelgeving.

figuur 4.10, hatchery

figuur 4.11, mosselbroedjes

â‚Ź

28 miljoen broedjes 1.5-2cm. klaar voor uitzet

Cl

liter

2025

Zout Manmade ideaal

april

3-4

Maanden


kOKKEL- Cardium edule

10 gram

50.000 kg/ha

8 â‚Ź Cl >10 ? â‚Ź/kg

liter

Zout juli maart

7.5

Maanden

Input: kokkelbroed algen zout water lucht voeding

kokkelbroed kokkelbroed 5mm. zoutwaterverversing 40%

open vijver 50cm. diep 10 cm zand 20 Ha vijver

Output: zout water consumptie kokkel 500 kokkels per m2 1000 ton consumptiekokkels

Het kweken van kokkels op land in vijvers bevindt zich momenteel in de kinderschoenen, er wordt onderzoek naar gedaan in kleinere opstellingen, figuur 4.12 en 4.13. Deze gegevens zijn vervolgens doorgerekend naar de benodigde oppervlakten. De kokkels zijn zeer gevoelig en gedijen niet zoals andere zoutwaterdieren op zout grondwater, alleen water vanuit zee voldoet. Marktpotenties liggen in de voedselproductie.

figuur 4.12, systeem van bassins

figuur 4.13, kokkels


MOSSEL - Mytilus edulis - bassin

2

centimeter

Input: mosselbroed algen zout water lucht voeding

Output: zout water mosselzaad mosselbroed zoutwaterverversing van 40%

open vijver 120.000 liter na 7 maanden klaar voor uitzet

uitzet in Oosterschelde, in 13 maanden consumptie

Akkerbouwer Wim van Nieuwenhuijzen kweekt op een stuk akkerland van 800m2 mosselen in vijvers, figuur 4.14 en 4.15. Deze vijvers zijn gevuld met zeewater uit de Oosterschelde. Er zijn drie algenvijvers om de mossels te voeden (elk 450.000L) en twee mosselvijvers met hierin de broedjes afkomstig van de hatchery. Het in deze vijvers opgekweekte mosselzaad wordt in hangculturen uitgezet in de Oosterschelde. In het voorjaar van 2010 zijn de eerste consumptiemosselen uit deze uitzet geoogst.

figuur 4.14, witte bassins

figuur 4.15, mossels

â‚Ź

klaar voor consumptie

Marktpotenties liggen in de voedselproductie.

Cl

liter

>11

Zout september

maart

7

Maanden


MOSSEL - Mytilus edulis - inlagen

2

centimeter

Input: Broedje

â‚Ź Cl

liter

1.40 â‚Ź/kg

?

>11

Zout April

Mei

13 maanden

Output: Mosselzaad Mossel

Ongeveer na 1 a 1,5 maand is het broedje 2mm.

Bij 7 maanden heeft de mossel een lengte van 1,5 tot 2 cm.

Na 13 maanden is de mossel 6 cm lang en klaar voor consumptie.

Het opkweken van mosselen in inlagen blijkt succesvol, figuur 4.16 en 4.17. Vanuit de hatchery zijn mosselen uitgezet in de inlagen, zij waren hierbij gehecht aan lege kokkelschelpen. Een proef uit 2005 bewijst ook dat het opkweken van larve tot marktproduct mogelijk is in de inlaag, echter door het gebrek aan controle zijn er veel onzekerheden verbonden aan deze teeltvorm. Marktpotenties liggen in de voedselproductie.

figuur 4.16, systeem van inlaag

figuur 4.17, mossels


ZAGER - Nereis virens

50

centimeter Input: Ouderdieren Zout water Lucht Algen

Output: Zout water Zagers Meststof Lucht

Ouderdieren van twee jaar in bassins van 1100m2.

Larve van 0.5mm groot en een aantal weken oud worden gevangen.

Larven worden uitgezet in een bassin van 50cm diep met 15 cm zand en 30cm water.

Zagers worden geoogst wanneer ze 1 gram zijn.

De zager is een borstelworm, hoofdvoedsel voor de worm is plantaardig materiaal als algen, daarnaast eet het de dieren die hij tegenkomt in zijn gang maar ook uitwerpselen en resten van andere dieren staan op het menu, figuur 4.18 en 4.19. De zager graaft U-vormige gangen in het zand van 15cm. diep. De zager komt heeft een grote habitat en komt voor vanaf de hoogwaterlijn tot 150m. diepte. Slechts één keer per jaar in april met volle maan vindt de bevruchting plaats.

figuur 4.18, zagerbakken

figuur 4.19, zagers

Marktpotenties liggen in diervoeder en visaas.

15000 kg/ha

€ 20 €/kg

Cl

liter

>3.0 Zout Maart Maart tot

juli

5

maanden


Algenkweek - In gebouw

220 Liter

zout water

160 L/m2

â‚Ź 5

Input: algen- ent zout water licht lucht voeding

Output: zout water algen ent

zak van 220 Liter

dagelijkse oogst, 40 Liter alg per zak

â‚Ź/L

Cl

liter

>5.0

Zout 3

Maanden

70 miljoen cel/ml

1

Dag

Voor de kweek van schelpdieren, vissen, zagers en schaaldieren is voeding nodig, dit komt onder andere in de vorm van algen, figuur 4.20 en 4.21. Om optimaal gebruik te maken van de ruimte worden deze algen in een hal gekweekt, hier wordt het perfecte klimaat gecreeerd voor de groei van algen. De algen worden hier kunstmatig belicht en er vindt continue doorstroming en beluchting plaats. Marktpotetntie: bio brandstof, voedsel, cosmetica en veevoer.

figuur 4.20, systeem algenkweek

figuur 4.21, algen


ALGENKWEEK - In buitenlucht 450.000 Liter

Input: algen- ent zout water licht lucht voeding

Output: zout water algen ent zoutwaterverversing van 40%

open vijver 450.000 liter na 7 tot 10 dagen is de vijver oogstbaar

oogst van gemiddeld 5850 liter algen per bassin 1m2 kokkels:

zomer 0.22 m2 alg winter 2.90 m2 alg

Het kweken van algen in vijvers is een extensiefe vorm van algenkweek, de teelt is afhankelijk van de hoeveelheid zonlicht en de temperatuur, figuur 4.22 en 4.23. Dit houdt in dat er geen gelijke stroom van algen gegarandeerd kan worden. De hoogste productie wordt hierbij gehaald door gebruik te maken van de afvalstroom van bijvoorbeeld viskwekerijen. Marktpotetntie: bio brandstof, voedsel, cosmetica en veevoer.

6,5 L/m2

5 â‚Ź Cl >5.0 ? â‚Ź/L

liter

Zout 9 miljoen cel/ml

1.5 miljoen cel/ml

figuur 4.22, vijversystemen

figuur 4.23, algen

7-10 dagen


ZOUT - Literatuuronderzoek

Atriplex hortensis tuinmelde

Camelina sativa huttentut

Alpinum graveolens knolselderij

26

Crambe maritima zeekool

Limonium vulgare lamsoor-zeeaster

Asparagus officinalis asperge

Salicornia maritima zeekraal figuur 4.24, zilte planten


ASPERGE - Asparagus officinalis

2

Input: Aspergezaad Zoet water Zout water Meststof Bestrijdingsmiddelen

meter

Output: Asperges Zoet water Zout water Groenafval zout

Zaaien in april Onder folie

zout

Groei Eerste jaar geen oogst

kg/ha

zout

â‚Ź

Oogsten in mei en juni Oogstrijp vanaf jaar twee

De groene asperge is een plant waarvan de jonge scheuten geteeld worden als groente, figuur 4.25 en 4.26. De asperge is een meerjarige plant, die 5 tot 7 jaar achtereen op hetzelfde veld wordt geteeld. De bovengrondse plant, met houtige stengels en zijtakken, sterft af in de herfst, maar de ondergrondse delen overwinteren en vormen in de lente nieuwe uitlopers. Als de stengels boven de grond komen verkleuren ze naar groen. Dit worden de groene asperges. Marktpotenties:voedselproductie.

figuur 4.25, aspergeakker

4500

figuur 4.26, asperge

Cl

8 â‚Ź/kg

27 liter

<0.6

Klei April Mei tot

juni

1

keer per jaar


KNOLSELDERIJ - Alpium graveolens

50

centimeter

Input:

35000 kg/ha

€ Cl

liter

0.8

Output: Knolselderij Zoet water Zout water

Knolselderijzaad

Zoet water Zout water Bestrijdingsmiddelen

zout

Zaaien in maart in de volle grond

€/kg

<3.0

Klei Maart

November

1

keer per jaar

zout

Groei van het loof en wortelgestel Gebruik van bestrijdingsmiddelen

zout zout

Groei van de knol Oogsten in november

Knolselderij is een variant van selderij die net boven de grond een knol vormt, figuur 4.27 en 4.28. Knolselderij vormt een knol met een diameter van zo’n 10 cm. De knollen voor industriële verwerking moeten groter zijn dan die voor verse consumptie. Hoewel knolselderij voor de knol geteeld wordt, kunnen de bladeren ook worden gegeten. Geraspte of in stukken gesneden knolselderij is geschikt voor het trekken van bouillon. Marktpotenties:voedselproductie. figuur 4.27, knolselderij akker

figuur 4.28, knolselderij


TUINMELDE- Atriplex hortensis

50

centimeter

Input:

Output: Tuinmelde Zoet water Zout water

Tuinmeldezaad

Zoet water Zout water Bestrijdingsmiddelen

zout

Zaaien in April tot augustus

zout

Groei Gebruik van bestrijdingsmiddelen

kg/ha

zout

Oogsten vanaf augustus tot september

Het is een één tot twee meter hoge plant, die wordt gekweekt als bladgroente, figuur 4.29 en 4.30. Er bestaan groenbladige en donkerroodbladige rassen. De plant kan gedijt op nagenoeg alle grondsoorten. Vanaf maart tot mei kan de plant worden gezaaid, waarna er in juli en augustus van geoogst kan worden. Het blad wordt geoogst als de plant 20 cm hoog is. De tuinmelde kan op dezelfde manier als spinazie worden gekookt of rauw aan salades worden toegevoegd. De bladeren smaken spinazie-achtig. Figuur 4.29 en 4.30. figuur 4.29, jonge tuinmelde

16000

figuur 4.30, volgroeide tuinmelde

Marktpotenties:voedselproductie.

Cl

liter

0.05 €/kg

<7,5

Alle April September

1

keer per jaar


ZEEASTER / LAMSOREN - Aster tripolium

20

centimeter zoetwater

4000 kg/ha

â&#x201A;Ź 20

Input: Lamsoorzaad Zoet water Zout water Meststof

zout

Zaaien in februari

â&#x201A;Ź/kg

Cl

liter

< 25 zand

Klei

Februari

April

4

keer per jaar

Output: Lamsoren Zoet water Zout water

zoet

zout

Groei Sporadische inundatie

zout

Oogsten maart tot juli Meerdere malen

Zeeaster of lamsoor, komt voor op kwelders en in gebieden die onder invloed van het getij staan. Ze groeien op de vloedlijn. De zeeaster bloeit van juli tot september, deze bloemen zijn rijk aan nectar. De vrucht is een nootje dat twee weken kan blijven drijven, hierdoor verspreid de plant zich. De zaden ontkiemen alleen als het zoutgehalte van de bodem laag is, bevloeiing met zoet water is hierbij dus wenselijk. Lamsoor heeft een milde zoute smaak, figuur 4.31 en 4.32. Marktpotenties: voedselproductie. figuur 4.31, lamsoorakker

figuur 4.32, lamsoor


ZEEKRAAL - Salicornia europaea

(

maart

30

centimeter

zoetwater

Input: Zeekraalzaad Zoet water Zout water Meststof

zoet

m a at sc h a p

zout

Zaaien in maart

zout

Groeien Frequente inundatie

ja n se zout

Output: zeZeekraal e k ra a l Zeekraalzaad Zoet water Zout water

kg/ha

â&#x201A;Ź 15

Oogsten mei tot september

â&#x201A;Ź/kg

De kortarige zeekraal is een eenjarige plant van nature op de kleirijke kwelders goeit ter hoogte van de vloedlijn, figuur 4.33 en 4.34. Meer landinwaarts groeit deze ook op sterk verzilte plaatsen. Zeekraal is een pionier en een zeer zouttolerante plant die regelmatig overspoeld kan worden met zout water. De vlezige bladeren zijn paarsgewijs met elkaar en de stengel vergroeid tot leden. De plant verkleurt in de herfst vaak helderrood tot donkerrood. Kortarige zeekraal bloeit van juli tot oktober en wordt als groente gegeten als toevoeging aan een gerecht. figuur 4.33, zeekraalakker

5000

figuur 4.34, zeekraal

Marktpotenties:voedselproductie.

Cl

liter

> 25

Klei

Zand Maart

Juni tot

september

3-4 keer per jaar


Zeekool - Crambe maritima

50

centimeter

9000 kg/ha

â&#x201A;Ź 25

Input: Zeekoolzaad Zoet water Zout water Meststof

Output: Zeekool Zoet water Zout water zout

Zaaien in april

â&#x201A;Ź/kg

Cl

liter

<12,5 Zand

April Maart

zout

zout

Groeien in maart, jaar 2 Gebruikmakend van koker Sporadische inundatie

Oogsten Maart jaar 2 Twee keer oogsten mogelijk

zout

Groeien Sporadische inundatie

Zeekool kan op een goede standplaats, goed onderhoud en regelmatige verjonging 20 jaar behouden worden, figuur 4.35 en 4.36. De plant draagt zeegroene, vrij grote bladeren, waarvan de rand tamelijk uitgesneden is. De plant bloeit vroeg in de zomer, met naar honing geurende witte bloemen. De bloemstengels die vertakt en stevig zijn kunnen 50 cm lang worden. De witgebleekte bladstelen vormen de oogstbare gedeelten van de plant. De gebleekte scheuten worden als asperges geteeld en smaken ook zo. Marktpotenties:voedselproductie.

2

keer per jaar

figuur 4.35, koolakker

figuur 4.36, zeekool


Gerst - Hordeum vulgare

130

centimeter

Input: Gerstzaad Zoet water Zout water Bestrijdingsmiddelen

zout

zout

Zaaien in februari

zout

Groeien Onopvallende bloei

Output: Gerst Zoet water Zout water

kg/ha

zout

â&#x201A;Ź

Oogsten in augustus na de zaadontwikkeling

Zomergerst is een graansoort en behoort net als overige granen tarwe, haver, rogge, gierst en rijst tot de grassenfamilie, figuur 4.37 en 4.38. Ontkiemende gerst (mout) is een belangrijke grondstof voor bier en whisky. De rassen van zomergerst worden ingedeeld in brouwgerstrassen en voergerstrassen. Zomergerst hoeft niet veel bemest te worden omdat de brouwkwaliteit dan achteruit gaat. De zaaizaadhoeveelheid varieert van 90 kg per ha op kleigrond met een goede structuur tot 160 kg per ha op zware stugge kleigrond. figuur 4.37, akker met gerst

2500

figuur 4.38, gerstzaad

Marktpotenties:voedselproductie.

Cl

liter

0.4 â&#x201A;Ź/kg

<1.5

Alle Februari

Augustus

1

keer per jaar


huttentut - Camelina sativa

1

meter

3000 kg/ha

â&#x201A;Ź Cl

liter

0,27 â&#x201A;Ź/kg

<22 Zand en klei

april

juli

1

keer per jaar

Input: Huttentutzaad Zoet water Zout water Bestrijdingsmiddelen

zout

zout

Zaaien in april

zout

Groeien Gebruik van bestrijdingsmiddelen Opvallende bloei

Output: Huttentut Zoet water Zout water

zout

Zaad oogsten na de ontwikkeling van het zaad, in juni

Huttentut komt over het gehele noordelijk halfrond in het wild voor, figuur 4.39 en 4.40. De plant heeft een gele bloem en deze wordt door verschillende soorten insecten bestoven. Met name bij bijen is het een zeer geliefde bloem vanwege de hoeveelheid nectar. Uit de zaden kan olie worden geperst. Recentelijk staat het in de belangstelling als belangrijke kandidaat om te dienen als grondstof voor de 2e generatie biodiesel. Huttentut is een van de oudst bekende Nederlandse cultuurgewassen en heeft een zeer hoge zouttolerantie. Marktpotenties zijn Spijsolie, vezels, energie en recreatie.

figuur 4.39, akker met huttentut

figuur 4.40, huttentutzaad


koolzaad - Brassica napus

70

centimeter

Input: Koolzaadzaad Zoet water Zout water Bestrijdingsmiddelen

Output: Koolzaad Zoet water Zout water zout

Zaaien in september (februari)

zout

Groei, sporadisch gebruik van Opvallende bloei bestrijdingsmiddelen Sterft af in de winter

figuur 4.42, “rijpe” koolzaad

kg/ha

zout

Oogsten na zaadontwikkeling Augustus, jaar 2

Koolzaad, figuur 4.41 en 4.42, wordt geteeld voor twee redenen. De eerste is voor de olie die vrijkomt na het persen van de zaden. Deze olie kan voor veel doeleinden worden gebruikt, maar het vooral ter vervanging van aardolie. Men moet het gewas in dit geval begin september zaaien. De tweede reden waarom koolzaad wordt gekweekt, is dat het een goede groenbemester is. Wanneer de plant in het najaar wordt omgeploegd, verteerd deze en functioneert als een goede groenbemester. Het zaad zal rond februari gezaaid moeten worden. figuur 4.41, akker met koolzaad

4500

Marktpotenties zijn koolzaadolie en

Cl

liter

0,25 €/kg

<2.4

Alle September

Augustus

1

keer per jaar


Quinoa - Chenopodium quinoa

160

centimeter

11000 kg/ha

Input:

Quinoazaad

Zoet water Zout water

â&#x201A;Ź Cl

liter

zout

Zaaien in arpil en mei

<12

Alle April

mei

zout

Groei

zout

Output: Quinoa Zoet water Zout water

Oogsten na zaadontwikkeling In september tot oktober

Quinoa wordt ook wel Ganzenvoet genoemd, figuur 4.43 en 4.44. Het geslacht telt zoâ&#x20AC;&#x2122;n honderd soorten, die voornamelijk in gematigde streken voorkomen. De zaden hebben een hoog gehalte aan eiwitten, caroteen, calcium, kalium en ijzer. De plant kan op zilte grond groeien heeft weinig onderhoud nodig Marktpotenties:voedselproductie.

September

oktober

1

keer per jaar

figuur 4.43, akker met quinoa in de andes

figuur 4.44, quinoazaad


Spelt - Triticum spelta

1,40 meter

Input: Speltzaad Zoet water Zout water Bestrijdingsmiddelen

zout

zout

Zaaien in november

zout

Groei Gebruik van bestrijdingsmiddelen Niet opvallende bloei

Output: Spelt Zoet water Zout water

kg/ha

zout

â&#x201A;Ź

Oogsten in augustus van jaar twee, na de zaadontwikkeling

Spelt is een oud gewas dat door de komst van de moderne granen, zoals tarwe, naar de achtergrond is verdwenen, figuur 4.45 en 4.46. Tegenwoordig is er een groeiende interesse in spelt, omdat dit graan resistent is tegen bepaalde ziektes, welke door genetische manipulatie zijn ontstaan. Daarnaast hoeft spelt minder vaak behandeld te worden met bestrijdingsmiddelen. Het graan wordt gebruikt voor onder andere het maken van brood en wordt verwerkt in streekproducten. Marktpotenties:voedselproductie. figuur 4.45, akker met spelt

5200

figuur 4.46, speltzaad

Cl

liter

5

â&#x201A;Ź/kg

<7,5 Klei en zand

november

augustus

1

keer per jaar


tricale - Triticosecale “Wittmack”

1,75 meter

9000 kg/ha

€ Cl

liter

0,17 €/kg

<1.0 Klei en zand

november

Input: Triticalezaad Zoet water Zout water Bestrijdingsmiddelen

zout

zout

Zaaien in november

zout

Groei Gebruik van bestrijdingsmiddelen Onopvallende bloei

Output: Triticale Zoet water Zout water

zout

Oogsten na zaadontwikkeling in juni en juli

Triticale (×Triticale) is een graan dat is ontstaan als een kruising tussen tarwe en rogge, figuur 4.47 en 4.48. Triticale is een graangewas met een hoge potentiële opbrengst. Dit wordt bereikt door een lang groeiseizoen, een goede lichtonderschepping en een groot compenserend vermogen. De stabiliteit van de opbrengst laat echter nogal eens te wensen over. In Nederland wordt triticale uitsluitend als wintergraan geteeld.

juni

juli

1

keer per jaar

figuur 4.47, akker met tricale

figuur 4.48, tricalezaad


Voederbiet - Beta vulgaris

50

centimeter

Input:

Output: Voederbiet Zoet water Zout water

Voederbietzaad

Zoet water Zout water Bestrijdingsmiddelen

zout

Zaaien in Arpil

zout

Groei Gebruik van bestrijdingsmiddelen

kg/ha

zout zout

Oogsten in september

De voederbiet behoort tot dezelfde soort als de suikerbiet, maar heeft een laag suikergehalte, figuur 4.49 en 4.50. Ze stammen uit de 18e eeuw. Vroeger werden er in Nederland en België veel voederbieten geteeld, het blad werd in de herfst vervoederd en de bieten werden voor de winter ingekuild, deze werden dan in de winter aan de koeien gevoerd. De bieten werden niet in hun geheel gevoerd. De bietenteelt is grotendeels verdrongen door de maïsteelt, die bij de oogst en vervoedering minder arbeid vraagt. Marktpotenties zijn animale voedselproductie en energie.

figuur 4.49, akker met voederbieten

16000

figuur 4.50, voederbiet

Cl

liter

0.05 €/kg

<1.2

Alle April September

1

keer per jaar


Vlas - Linum usitatissimum

1,20 meter

7500 kg/ha

â&#x201A;Ź

0,14 â&#x201A;Ź/kg

Input: Vlaszaad Zoet water Zout water Bestrijdingsmiddelen

zout

zout

Zaaien in maart en april

zout

Groei Gebruik van bestrijdingsmiddelen Opvallende bloei

Output: Vlas Zoet water Zout water

zout

Oogsten na zaadontwikkeling in juli

40

Cl

liter

<0.2 Klei en zand maart

april

juli

1

keer per jaar

Vlas is een gewas dat al lang verbouwd wordt, figuur 4.51 en 4.52. Er zijn rassen met blauwbloeiende, witbloeiende en bruine, gele zaden. De rassen kunnen naar gebruik als volgt worden ingedeeld: Vezelvlas is voor linnen en olievlas is voor lijnzaadolie. Planten van olievlas zijn korter en meer vertakt dan die van vezelvlas en worden verbouwd voor de zaden waar olie uit gewonnen wordt. In Nederland wordt vlas zowel voor de vezel als voor zaaizaad geteeld.

Marktpotenties zijn linnen, lijnzaadolie en zaaizaad.

figuur 4.51, akker met vlas

figuur 4.52, vlaszaad


Hordeum vulgare gerst

Linum usitatissimum vlas

Brassica napus koolzaad

Triticum aestivum tarwe

41

Triticum spelta spelt Beta vulgaris L. voederbiet

Medicago sativa luzerne

Chenopodium quinoa quinoa figuur 4.53, zout tolerante planten


ZOUT - Literatuuronderzoek

42

Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Alg Alg Europese zeekreeft Kokkel Paling Mossel Mossel Tarbot Tong Zager

Phaeodactylum tricornutum Phaeodactylum tricornutum Homarus gammarus Cardium edule Anguilla anguilla Mytilus edulis Mytilus edulis Psetta maxima Solea solea Nereis virens

Nederlands naam

Wetenschappelijke naam

Asperge Gerst Huttentut Knolselderij Koolzaad Quinoa Spelt Triticale Tuinmelde Vlas Voederbiet Zeeaster Zeekool Zeekraal

Asparagus officinalis Hordeum vulgare Camelina sativa Alpinum graveolens Brassica napus Quinoa Triticum spelta Triticale Atriplex hortensis Linum usitatissimum Beta vulgaris L. Aster trilopeum Crambe maritima Salicornia spp.

G-Cl/L

Teelt/kweekmethode

Hoogte in cm

1,0 1,0 15,5 10,0 11,0 11,0 11,0 12,0 11,0 3,0

in gebouw in buitenlucht, bassin in inlaag in buitenlucht, bassin in gebouw in buitenlucht, bassin in inlaag in gebouw in gebouw in buitenlucht, bassin

G-Cl/L

Teelt/kweekmethode

Hoogte in cm

2,3 5,7 22,0 0,9 8,7 21,7 7,5 4,0 7,5 0,8 4,8 25,0 12,5 25,0

vollegrond vollegrond vollegrond vollegrond vollegrond vollegrond vollegrond vollegrond vollegrond vollegrond vollegrond vollegrond vollegrond vollegrond

200 130 100 50 70 160 140 175 50 120 50 20 50 30

Oogstmaat

Kg/Ha

Kleur

x x 25cm 10 gram 50cm 2cm 6cm 50 cm 30cm 1 gram

160L. m2 6,5L. m2 x 50.000 x x x x 35.000 15.000

groen groen bruin zand grijsgroen zwart/grijs zwart/grijs zand zand rood/bruin

Oogstmaat

Kg/Ha

Kleur

45.000 2500 3000 35.000 4500 11000 5200 9000 16.000 7500 16000 4000 9000 5000

groen geel groen/geel groen groen/geel groen/geel/rood geel geel groen groen/blauw groen groen zeegroen groen


Marktpotentie

Zaaien/ uitzet

Oogsten

man-made man- made x juli man- made september april man-made man-made maart

constant constant x maart x maart mei x x maart/juli

Marktpotentie

Zaaien/ uitzet

Oogsten

voedselproductie voedselproductie spijsolie, vezels en energie voedselproductie koolzaadolie, groenbemester voedselproductie voedselproductie, streekproduct voedselproductie voedselproductie vezel, zaaizaad, lijnzaadolie veevoeder, energie voedselproductie, streekproduct voedselproductie, streekproduct voedselproductie, streekproduct

april februari april maart september april/mei november november april maart/april april februari april maart

mei/juni augustus juli november augustus september/augustus augustus juni/julli september juli september maart/juli maart juli/september

cosmetica, bio brandstof cosmetica, bio brandstof voedselproductie voedselproductie voedselproductie uitzet in Oosterschelde voedselproductie voedselproductie voedselproductie diervoer, visaas

X oogsten Oogstrijp x x 1 1 x 1 1 1 1 1

1 dag 7-10 dagen 7 jaar 7.5 maanden 5 jaar 7 maanden 13 maanden 2 jaar 2 jaar 5 maanden

X oogsten Oogstrijp 5 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 4 2 4

25 maanden 7 maanden 4 maanden 9 maanden 25 maanden 5 maanden 11maanden 8 maanden 6 maanden 4 maanden 6 maanden 5 maanden 23 maanden 5 maanden

Kiloprijs € € € € € x x € € €

5,00 5,00 13,00 8,00 45,00

11,00 12,00 20,00

Kiloprijs € € € € € x € € € € € € € €

8,00 0,40 27,00 0,80 0,25 5,00 0,17 0,05 0,14 0,05 20,00 25,00 15,00

43


ZOUT - Literatuuronderzoek

Linum usitatissimum vlas

Beta vulgaris L. voederbiet Asparagus officinalis asperge

Triticum spelta spelt

Nereis virens zager

Aster trilopeum zeeaster

Mytilus edulis mossel

Cardium edule kokkel

Salicornia spp. zeekraal

Solea solea tong

Psetta maxima tarbot

Homarus gammarus Europese zeekreeft

Het kweken van schelpdieren en algen in de buitenlucht bevindt zich momenteel in de onderzoeksfase, het kweken van kokkels in bassins is hier een goed voorbeeld van.

Zagerkweek wordt al op grote schaal toegepast, echter is in Nederland hiervan maar een te vinden. De zager heeft een hoge tolerantie voor zoet water, ook hier is constante waterverversing en doorspoeling nodig.

Crambe maritima zeekool

44

Viskweek in hallen vereist veel technische voorzieningen, daarbij duurt het veelal een aantal jaren voordat de consumptiemaat bereikt is. Een constante doorspoeling met zout water is een vereiste. Voordeel van deze kweekmethode is het jaarrond kunnen leveren van vis.

Brassica napus koolzaad

De teelt van zilte en zouttolerante gewassen verschilt in de meeste gevallen niet met die van traditionele landbouwgewassen, vele worden in meer of mindere mate al op grotere schaal gekweekt. Pas wanneer een hoog zoutgehalte vereist wordt (zilte teelten) neemt het totaal aan areaal af en de hoeveelheid handwerk toe. De smaak van deze producten is gebaseerd op de zoute groeiomstandigheden, deze moeten worden nagebootst. De kiloprijs voor deze gewassen ligt hoog in vergelijking met de andere zilte gewassen.

Het broedhuis is een speciaal type binnen de teeltvormen, hier worden de schelpdieren gekweekt welke kunnen worden uitgezet in bassins of in de Oosterschelde. De kweek van algen is hieraan gekoppeld, dit gebeurt binnen, waarbij door het creĂŤren van de optimale groeiomstandigheden de algenproductie een zeer hoog is. De algen hebben een grote potentie als grondstof voor biobrandstof of cosmetica, hier wordt de grootste winst uit gehaald.

Quinoa quinoa

Binnen een verzilte polder zijn nog legio mogelijkheden om een vorm van landbouw te bedrijven, er zijn vele plantenrassen welke een hoge zouttolerantie hebben en hiervoor geschikt zijn. De doorsnede in figuur 4.54 laat zien welke teelten op welke locatie mogelijk zouden zijn op basis van de zouttolerantie. De diagram in figuur 4.55 maakt inzichtelijk hoe zouttolerant de gewassen zijn, hieruit blijkt dat er een aantal soorten zelfs overspoeld kunnen worden door zeewater.

De algenkweek in de buitenlucht is nauwelijks reguleerbaar en biedt geen zekerheid. De schelpdieren en algenteelt zijn vaak gekoppeld, de algen dienen als voedsel voor de schelpdieren.

Camelina sativa huttentut

Teeltmogelijkheden

figuur 4.54, doorsnede locaties zilte gewassen


Salicornia spp. zeekraal

Aster trilopeum zeeaster

Camelina sativa huttentut

Quinoa quinoa

Crambe maritima zeekool

Brassica napus koolzaad

Triticum spelta spelt

Atriplex hortensis tuinmelde

Hordeum vulgare gerst

Medicago sativa luzerne

Beta vulgaris L. voederbiet

Triticale triticale

Triticum aestivum tarwe

Asparagus officinalis asperge

Grasland

Alpinum graveolens knolselderij

Linum usitatissimum vlas

Chloridegehalte in gram per liter

18

16

14

12

10

8

6

45

4

2

0

-2

-4

-6

figuur 4.55, diagram zouttolerantie

Homarus gammarus Europese zeekreeft

Ostrea edulis platte oester

Psetta maxima tarbot

Solea solea tong

Mytilus edulis mossel

Ensis siliqua mesheft

Cardium edule kokkel

Crangon crangon garnaal

Nereis virens zager

Phaeodactylum tricornutum alg


ZOUT - Literatuuronderzoek

46


5. Referentieonderzoek Tijdens het literatuuronderzoek zijn we verschillende locaties tegen gekomen waar men zilte teelt en zoute aquacultuur toepast. In dit hoofdstuk zullen een aantal van deze bedrijven worden geanalyseerd en hiervan wordt een toekomstperspectief geschetst.

5.1 Keuze van referentielocaties In deze paragraaf word uitgelegd hoe er tot de keuze van de referentiegebieden is gekomen en wat de methode van analyse is geweest.

Referentiegebieden

Tijdens het literatuuronderzoek hebben we ons georiĂŤnteerd op mogelijke referentiebedrijven. De situatie in Zeeland is hierbij een goede referentie voor ons projectgebied in de Brabantse Delta. De keuze voor Zeeland is gemaakt omdat dit een concentratiegebied is op het gebied van zilte teelt en zoute aquacultuur. Vanuit de hypothese zijn we ervan uit gegaan dat de bedrijven die zich bezig houden met zilte teelten of zoute aquacultuur op te delen zijn

in zes typen. Deze typen zijn bebouwing, vijver, akker, park, inlaag en natuur. Bij verdere verkenning is gebleken dat de typen park en natuur niet interessant zijn om mee te nemen in ons onderzoek. Van het type park zijn nog geen gerealiseerde projecten te vinden en het type natuur is niet relevant omdat het om een natuurlijk ontwikkelde omgeving gaat waar niet kunstmatig wordt geproduceerd. Van de resterende typen is getracht twee voorbeelden te zoeken per type. Dit is bij het type inlaag niet gelukt omdat hier maar een voorbeeld bestaat in Zeeland. De referentiegebieden die zijn bezocht zijn: Bebouwing Vijvers Akkers Inlagen

Grovisco Seafarm Topsy Baits Zeeuwse Tong Maatschap Janse Poleij Inlaag bij Scherpenisse

47


ZOUT - Referentieonderzoek Tijdens het referentieonderzoek zijn we erachter gekomen dat een aantal bedrijven, naast de eerder genoemde typen, andere typen teelt of aquacultuur bevatten. Zo heeft Grovisco naast de visteelt (bebouwing) ook zilte teelt (akker). Daarnaast heeft Maatschap Janse twee manieren voor het produceren van zilte producten. Door deze bevindingen, is er besloten het bedrijf als geheel te zien en de verschillende teelten beide te behandelen. Hieruit volgt een aanpassing van de eerder genoemde lijst: Grovisco Seafarm Zeeuwse Tong Topsy Baits Maatschap Janse Poleij Inlaag bij Scherpenisse

inpandige visteelt zilte teelt inpandige visteelt visteelt zagerkweek zilte teelt zilte teelt zilte teelt schelpdierkweek

48 In de analyse zal het bedrijf als geheel worden behandeld, maar er wordt ook aandacht gegeven aan de verschillende teeltwijzen. De locaties van de bedrijven zijn in figuur 5.1 aangegeven.

Seafarm

Proeflocatie Zeeuwse Tong

Maatschap Janse

Topsy Baits

Grovisco

inlaag Scherpenisse

Methode van analyseren

In de analyse van de verschillende bedrijven wordt een vast scala aan onderwerpen behandeld. Hierbij zal in worden gegaan op de basisinformatie van het bedrijf, de landschappelijke inpassing, een uitleg over de vormgeving van de akkers en bebouwing en tot slot zal er een toekomstperspectief worden geschetst. Bij de basisinformatie zal er vooral in worden gegaan op de algemene informatie en het productiesysteem van de boer. Deze informatie zal een beeld van het bedrijf schetsen. De analyse van de landschappelijke inpassing zal een landschapsstructuurkaart bevatten en een ruimte- massakaart. Deze kaarten laten zien hoe het bedrijf reageert op de omliggende landschapsstructuren. Hierna zullen een aantal aanzichten van het

Poleij

Figuur 5.1, locatie van referentiebedrijven


bedrijf worden geanalyseerd, om aan te geven hoe het bedrijf ruimtelijk invloed heeft op zijn omgeving. In het vormgevingsgedeelte zal het referentiebedrijf preciezer worden geanalyseerd. Doormiddel van een situatietekening zal het bedrijf worden geanalyseerd op de aanwezige elementen. Hierna zullen enkele ruimtelijke calculaties volgen, welke een indruk geven van de verhouding tussen de oppervlakte die nodig is voor de teelt zelf en de totale oppervlakte. Als laatste zal een detail van het systeem uitleg geven over de dimensionering van elementen op het bedrijf. Tot slot wordt er een toekomstperspectief geschetst. In dit toekomstperspectief wordt een beeld gegeven van de desbetreffende teelt maar dan geprojecteerd op de gehele polder. Daarnaast zal er een visie op de ontwikkeling van de teelt worden gegeven. Bij het toekomstperspectief worden een aantal eigenschappen opgesomd. Deze eigenschappen zijn maat, schaal, vorm, textuur, structuur en kleur. Omdat deze begrippen Multi interpretabel zijn, zijn deze uitgelegd in figuur 5.2 tot 5.7.

Op de volgende bladzijden zijn de referentiekaarten te vinden.

Met het begrip maat wordt bedoelt welk oppervlak een grootschalige variant van het bedrijf zal hebben. De maten zijn gekozen van S tot XL. Met het begrip schaal wordt bedoelt met welke insteek de boer zijn bedrijf heeft opgestart. Omdat in alle varianten van een maximaal grootschalige variant wordt uitgegaan zijn alle referentiebedrijven grootschalig. Met het begrip vorm wordt bedoeld welke vorm de opstelling heeft wanneer deze geabstraheerd wordt. Met het begrip textuur wordt bedoeld wat de materialisering van de vorm is. Hierbij worden de hoofd materialen genoemd, en zowel het winter als zomerbeeld. Met het begrip structuur wordt bedoeld wat de eigenschappen zijn van de vorm. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan zaaipatronen. Hierbij wordt het winter en zomerbeeld meegenomen.

Figuur 5.2, begrip maat

Figuur 5.3, begrip schaal

Figuur 5.4, begrip vorm

Figuur 5.5, begrip textuur

Figuur 5.6, begrip structuur

Met het begrip kleur wordt bedoeld wat de overheersende kleur is. Hierbij wordt het winter en zomer beeld meegenomen. Figuur 5.7, begrip kleur

49


ZOUT - Referentieonderzoek

5.2 Het zeekleigebied Het Zuidwestelijke zeekleilandschap is ruim en open en biedt weidse vergezichten. De grote open ruimte wordt ingedeeld door dijken en strak in het gelid staande populierenrijen. Er is een veelheid aan dijken, bebouwd of beplant, zowel oude lage dijken als nieuwe, hoge dijken. Dorpen en boerderijen liggen op kreekruggen of tegen de dijk aan. Het landschap staat vooral ten dienste van de mens als productielandschap en de polders welke overwegend in gebruik waren door het gemengd bedrijf worden nu gedomineerd door de akkerbouw. Impressies staan in figuur 5.8 tot 5.10.

50

Fruitgaarden zijn te vinden op de hoger gelegen gronden, het vruchtbare land brengt tal van vruchten voort en in het voorjaar tooit zij haar in een wolk van witte bloesem. Boerderijen staan als groene eilanden midden in dit land van groen- en aardetinten, aan de horizon prijken kerktorens en helderwitte windturbines. Overspoelt door een gevoel van ruimte en rust en dan die zilte zeelucht die overal voelbaar is. In figuur 5.11 is een doorsnede van de zeelkeipolder weergegeven.

Eigenschappen Maat: Schaal: Vorm: Textuur: Structuur: Kleur:

XL grootschalig laag, rechtlijnig en rechthoekig zand, gras en boerenerven grootschalig, ordelijk en ritmisch groen, donker- en lichtbruin

figuur 5.8, bebouwing in het zeekleilandschap


figuur 5.9, openheid van het zeekleilandschap

figuur 5.10, dijken in het zeekleilandschap

51

figuur 5.11, doorsnede zeekleipolder


ZOUT - Referentieonderzoek

5.3â&#x20AC;&#x192; GrovisCo Bedrijfsinformatie

52

Adres Aantal Ha Zilte teelt Oppervlakte hallen

Keetenweg 4, Stavenisse 3 Ha, 150x200m 1.2 Ha, 80x150 m. 4300m2

Producten Combinaties

Tarbot, zeekraal en lamsoor Gekoppeld systeem, kweekwater van de vissen wordt gebruikt voor bevloeiing van zilte teelten

Wonen Handel

Woonfuncties op het terrein verkoop zilte groenten aan restaurants, tarbot ook aan groothandel

Beweegreden Waterbron

Onbekend Grondwater van 250-300m. diepte

figuur 5.12, vooraanzicht Grovisco

Kweekwater

Het systeem

De tarbot wordt gekweekt in een recirculatie syteem, figuur 5.13. Recirculatie houdt in dat het kweekwater meerdere malen wordt gebruikt, het wordt continu rondgepompt en gezuiverd. Het kweekwater wat veel nutrienten bevat wordt gebruikt om de zeekraal en lamsoor te bevloeien. De lamsoor en zeekraal bedden liggen op folie, zo wordt voorkomen dat zout water in het bodemwater terechtkomt.

Recirculatie systeem tarbot

Viskweek

Bevloeien van Zeekraal en Lamsoor

Zout grondwater

figuur 5.13, systeem Grovisco


Landschapsstructuur De landschapsstructuurkaart in figuur 5,14 laat zien dat het terrein van Grovisco op dezelfde onderlinge afstand ligt als de omliggende erven. De polder heeft een opbouw van grote rechtlijnige structuren, paralel aan de dijk en haaks hierop gelegen structuren. De oudere erven zijn aangeplant of omringd met een singel, de nieuwe boerderijen en ook het terrein van Grovisco zijn niet voorzien van een groenstructuur. Hierdoor vallen deze gebouwen meer op als de met groen omringde bebouwing. Wat opvalt in de kaart is het grote aantal campings en vakantieparken, deze zijn omzoomd door groen en zo beschermd tegen de wind. Vanuit de boomgaarden wordt ingespeeld op de recreatie door fruitverkoop aan huis, Grovisco doet dit niet. Zoals ook in figuur 5,15 te zien is vormt de dijk het van overal zichtbare kader van de polder. De boomgaarden delen deze op in kleinere ruimten, het groen doet ook mee en vormt hoge â&#x20AC;&#x2DC;eilandenâ&#x20AC;&#x2122; in de polder.

Oosterschelde Akkerbouwgrond Grasland Boomgaard Strand Bosschages Dijk Weg Bebouwing Terrein Grovisco Camping/vakantiepark

0 50 100

200

300m.

figuur 5.14, landschapsstructuurkaart Massa Ruimte Bestaande landschapsstructuren

0 50 100

200

300m.

figuur 5.15, ruimte-massa kaart

53


ZOUT - Referentieonderzoek

54

figuur 5.16, zicht vanaf openbare weg op afstand

Landschappelijke impact

In figuur 5,16 is een foto te zien welke is genomen vanaf maaiveld van een grotere afstand. Hierin wordt de gelaagdheid van de ruimte zichtbaar, de boomgaard vormt een groene wand, de erfbeplanting van de boerderij steekt hier bovenuit evenals de niet ingeplantte hal van Grovisco. Op de achtergrond prijken de windmolens langs de Oosterschelde, ook de dijk is zichtbaar. Door het ontbreken van

figuur 5.17, schets

erfbeplanting bij Grovisco staan de gebouwen in het zicht. In de omgeving staan meerdere grote boerenschuren, de hal van Grovisco heeft hetzelfde formaat als deze schuren en valt hierdoor niet uit de toon in de structuur van de omliggende bebouwing. Op de schets in figuur 5,17 zijn de structuren en patronen van het landschap zichtbaar, de landschappelijke lijnen welke zowel horizontaal als verticaal lopen zijn hier duidelijk te zien.


figuur 5.18, zicht vanaf rand perceel

In de doorsnede in figuur 5,20 is te zien dat de dijk hoger is dan de hal van Grovisco, vanaf de Oosterschelde is de hal dan ook niet zichtbaar. De afstand tussen de hal en de dijk maakt dat het gebouw minder dominant overkomt, ook heeft het woonhuis eenzelfde nokhoogte als de hallen, hierdoor heeft het ensemble een menselijke maat.

figuur 5.19, schets

55

In figuur 5,18 en figuur 5,19 is de hal te zien vanaf de openbare weg aan de zijde van het grasland. De combinatie van gebouwtjes en het wonen op het terrein maakt dat het een doorsnee boerenerf is.

figuur 5.20, landschapsdoorsnede haaks op de dijk


ZOUT - Referentieonderzoek Grasland

Bassin

Akkerland

Tank

Strand

Hal

Boomgaard

Woning

Zilte teelt Erf Dijk Weg Sloot Raceway, filterinstallatie 0 10 20

50

90m.

figuur 5.21, bedrijfterrein

56

Samenstelling van het bedrijf

Het bedrijf bestaat uit een twee grote hallen, zoals is te zien op de doorsnede in figuur 5,22. In de grootste hal, welke is onderverdeeld in drie kleinere eenheden wordt de vis gekweekt. Momenteel is dit 70 ton tarbot per jaar, binnen het gebouw is ruimte voor uitbreiding tot een afzet van 200 ton per jaar. De hallen hebben een hoogte van 9 meter

nokhoogte, het dak begint op 6 meter hoogte. De grote hal heeft een totaal oppervlak van 3500m2, is 65 meter lang en 54 meter breed. De kleinere opslaghal is 35 meter lang en 20 meter breed. Voor de grote hal ligt een waterbassin waar zoetwater wordt opgevangen van het dak, hiermee wordt het zoutgehalte voor de zeekraal- en lamsoorkweek gereguleerd. Het bassin heeft een hoogte van 1m. en is afgedekt met

figuur 5.22, doorsnede bedrijf


Oppervlaktes Zilte teelt

80x130m.

= 10400m2

Tarbotkweek Opslag Bassin

65x54m. 35x20m. 45x10m.

= 3510m2 = 700m2 = 450m2

Wonen

50x28m.

= 1400m2 + 54,8%= 16460m2

Totale oppervlakte

figuur 5.23, 3-d model Grovisco

zwart folie. De layout van het bedrijf is strak uitgelijnd zoals te zien is in figuur 5,23. De kleinere gebouwtjes en opslag zijn aan de achterzijde van het gebouw geplaatst woordoor de voorzijde er opgeruimd uitziet. De kweek van zeekraal en lamsoor gebeurt op het naastgelegen perceel. Dit perceel is afgedekt met folie om zo te voorkomen dat er zoutwater in het grondwater terechtkomt, dit zou desastreus zijn voor de naastgelegen fruitteelt. De plantbedden zijn 5 meter breed en 80 meter lang, de verhouding lamsoor en zeekraal is 50/50.

100%= 30000m2

57


ZOUT - Referentieonderzoek

Dimensionering

Onderstaande figuur geeft informatie over het bakkensysteem waar de vis in wordt gekweekt. De figuren 5,25 tot 5,27 zijn foto´s welke gemaakt zijn in de hal.

Bassin, 13m. lang en 2,5m. breed, gestapeld in vijf lagen met een tussenruimte van 0,3m.

Bassin 35m2, ronde tank van 1,7m. hoog

58

figuur 5.24, detail systeem

figuur 5.25, zijaanzicht systeemopstelling

figuur 5.26, detail constructie gestapelde bassins

figuur 5.27, vooraanzicht systeemopstelling


Toekomstperspectief

figuur 5.28, toekomstbeeld

Ondanks een mondiaal perspectief (een groeiende wereldbevolking vraagt om vis terwijl de opbrengsten uit visserij stagneren), groeit de viskweek in de EU nauwelijks en is er in Nederland sprake van een sterke achteruitgang. Sinds 2008 zijn zowel het aantal bedrijven als de totale productie meer dan gehalveerd. Onderzoekers van het Landbouw Economisch Instituut (LEI) wijten dit vooral aan de zwakke concurrentiekracht van de Nederlandse sector. In een mondiale vismarkt kunnen Nederlandse viskwekers die op een milieuvriendelijke wijze duurzaam vis kweken, vanwege de hogere productiekosten die hiermee samenhangen niet goed concurreren met vis die elders op een andere en veelal goedkopere wijze gekweekt wordt. Toekomstperspectief biedt de duurzame viskweek onder een nieuw keurmerk of label, ook de combinatie met andere teelten of aquaculturen kan de Nederlandse viskweek doen opleven. Er zal meer kennis moeten worden opgedaan om de teelt efficienter te maken. Grovisco kan haar capaciteit opvoeren naar het maximale van 200 ton. Figuur 5,28 laat middels een impressie zien hoe het landschap eruit zal zien bij intensivering van de hallen.

Eigenschappen

Maat: Schaal: Vorm: Textuur: Structuur: Kleur:

L grootschalig opgaand, rechtlijnig, vierkant en zadeldak vkunststof en metaal grootschalig en ordelijk grijs

59


ZOUT - Referentieonderzoek

Dimensionering

Onderstaande figuur geeft informatie over het kweeksysteem van de zilte teelten. De figuren 5,30 tot 5,32 geven een impressie van de akkers.

Zaaibed op plastic ondergrond, 6 meter breed en 80 meter lang Tussenpad, 1 meter breed Toegangspad, begaanbaar met tractor, 6 meter breed en 140 meter lang. 60 figuur 5.29, detail systeem

figuur 5.30, zijaanzicht systeemopstelling

figuur 5.31, vooraanzicht pad

figuur 5.32, detail plastic onderlaag


Toekomstperspectief

Volgens drs. de Vos ziet de toekomst voor de zilte teelten in Nederland er over 20 jaar rooskleurig uit; â&#x20AC;&#x2DC;als er vandaag de dag de juiste acties worden ondernomen dan kan Nederland over 20 jaar een koploper zijn in zilte teelten en aquacultuur, de verzilting is dan in ieder geval veel groter dan vandaag en als we nu stappen nemen voor adaptatie dan wordt verzilting een mogelijkheid in plaats van een probleemâ&#x20AC;&#x2122;. Hij ziet ook toekomst in gemengde bedrijven met aaneengeschakelde modules van dier en plant. Hieruit blijkt dat de zilte teelten zeker perspectief bieden voor verziltende gebieden. Figuur 5,28 laat middels een impressie zien hoe het landschap eruit zal zien bij opschaling.

Eigenschappen

figuur 5.33, toekomstbeeld

Maat: Schaal: Vorm: Textuur: Structuur: Kleur:

XL grootschalig laag, rechtlijnig en vierkant lage vegetatie en plastic grootschalig en chaotisch groen

61


ZOUT - Referentieonderzoek

5.4

Seafarm

Bedrijfsinformatie Adres Aantal Ha

Jacobahaven 4, Kamperland 1Ha perceel van 102x77m

Oppervlakte hallen

1419 m2

Producten

Kweek van Tarbot. Vangst van Messchelpen en Schelpdieren. Het water en verwerkings systeem is gekoppeld

Combinaties Wonen Handel

Geen woonfuncties op het terrein Verkoop tarbot, messchelpen en Schelpdieren op bestelling

Waterbron

Grondwater

62

figuur 5.34, vooraanzicht

Schelpdieren vangst

Het systeem

Tarbot wordt in een recirculatiesysteem gekweekt. Dit betekend dat het kweekwater hergebruikt wordt, figuur 5.35. Het water wordt opgepompt uit de grond waarna het continu rondgepompt en gezuiverd wordt. In het kweeksysteem komen jonge visjes vanuit een vermeerderingsbedrijf die vervolgens worden grootgebracht met vismeel. Seafarm probeert het volledige traject in handen te krijgen door te innoveren in bijvoorbeeld de voortplanting van de tarbot. Door het recirculatiesysteem probeert Seafarm milieuvriendelijk te werk te gaan.

Kweekwater Verwerking

Recirculatie systeem

Viskweek

Export Zout grondwater Noordzee

figuur 5.35, systeem


Landschapsstructuur Vanuit de landschappelijke structuren gezien, afgebeeld in figuur 5.36, ligt Seafarm buiten de dijk. Vanuit het binnendijks gebied ligt de dijk voor de hallen waardoor deze minder opvallen. De opbouw van de polder is grootschalig van opzet met een rechtlijnige structuur. Buiten de dijk vallen de dam en de pier waar het bedrijf op ligt het meest op. Het bedrijventerrein van Seafarm is niet voorzien van een groenstructuur. Alleen liggen er wat plukken groen tegen de dijk en de weg aan. In de ruimte- massakaart in figuur 5.37 bepalen voornamelijk de dijk en de campings de massa. De akkerbouwgrond en de Oosterschelde vormen de ruimtes in het gebied. De hallen van Seafarm komen overeen met de grootheid van de Oosterschelde met de Oosterscheldkering en de windmolens. Hij doet niet mee in de polderstructuur omdat de hal buitendijks ligt.

Akkerbouwgrond Grasland Camping Wegen Dijken Bosschages Bedrijf Seafarm Bebouwing Windmolens Water 0 50 100

200

300m.

figuur 5.36, landschapsstructuurkaart Massa Ruimte Bestaande landschapsstructuren Wegen

0 50 100

200

300m.

figuur 5.37, massa- ruimtekaart

63


ZOUT - Referentieonderzoek

figuur 5.38, zicht vanaf openbare weg

64

Landschappelijke impact

De foto met figuurnummer 5.38 is genomen vanuit het akkerbouwgebied. De kleur van de windmolen komt overeen met de hallen van Seafarm waardoor deze een eenheid lijkt te vormen. Daarnaast zorgt de dijk voor een rand die het beeld verzacht. Maar de hallen zijn nog wel duidelijk zichtbaar net als de beplanting. In de doorsneden in figuur 5.42 is te zien dat de hallen hoger zijn dan de dijk.

figuur 5.39 schets

In de schets in figuur 5.39 is te zien dat de verticale lijnen worden gevormd door de windmolen en de mast. De hallen van Seafarm rechts gaan mee in de omliggende beplanting. Hoogte en breedte komen overeen waardoor de impact minimaal is. Aan de linkerkant, bij het andere bedrijf, gebeurd dit eveneens. Zoals eerder is gezegd zorgt de dijk voor een verzachtende werking van de achterliggende elementen waardoor de impact minimaal is.


figuur 5.40, dijkaanzicht

Het zicht vanaf de dijk op de loods van Seafarm geeft een totaal ander beeld dan vanaf de akkergronden, figuur 5.40. Dit komt door de grootsheid van de Oosterschelde en het gebrek aan zicht op de polder. De entree van het gebouw is aangezet met een lagere luifel die voor een menselijke maat zorgt.

figuur 5.41, schets

65

In de schets in figuur 5.41 is te zien dat de hallen van Seafarm en de windmolen elkaar versterken door de lengte breedte verhouding. Waardoor het samen een eenheid vormt.

figuur 5.42, landschapsdoorsnede


ZOUT - Referentieonderzoek Grasland Strand Oosterschelde Pier Weg Bosschage Windmolen Talud pier Weg Bedrijf 0 10 20

50

90m.

figuur 5.43, bedrijfsterrein

66

Samenstelling van het bedrijf

De pier met het water eromheen markeert het bedrijf, figuur 5.43. Tevens zorgt het talud ervoor dat Seafarm duidelijk op een voetstuk staat. Er is slechts ĂŠĂŠn weg naar het bedrijf toe. In de doorsneden is te zien dat in het hoge gedeelte van de hal, 8 meter hoog, gestapelde bakken staan. Daarin word tarbot gekweekt die later wordt verwerkt in de lagere hal van 6 meter hoog. Tevens worden de schelpdieren in

de lage hallen verwerkt. De schelpdieren worden bij binnenkomst in bakken gezet waar water doorheen spoelt waarna ze verwerkt kunnen worden. In de hal bij de vrachtwagen worden de producten verpakt.


Oppervlaktes Tarbot kweek Mesheften verwerking Verpakking Wagenpark

Totale oppervlakte 4654m2

43x33 = 20x16 = 20x16 = =

1419 666 320 2249

=

figuur 5.44, 3D-model

67 Het bedrijf is rechtlijnig zoals te zien is in figuur 5.44. De siloâ&#x20AC;&#x2122;s en overslag zijn aan de achterzijde van het gebouw geplaatst waardoor de voorzijde er opgeruimd uitziet. Er is extra ruimte in de hal voor eventuele uitbereiding van het bedrijf. Als het volledige traject van voortplanting naar kweek tot volwassen vis goed werkt kan daarop ingezet worden. Dan zal er ruimte nodig zijn voor bijvoorbeeld een broedhuis.

figuur 5.45, doorsnede bedrijf


ZOUT - Referentieonderzoek

Dimensionering

Onderstaande figuur geeft informatie over het bakkensysteem waar de vis in wordt gekweekt. De figuren 5,47 tot 5,49 zijn fotos welke gemaakt zijn in de hal. Bassin, 35x3x0,3. Bassins zijn gemaakt van hardplastic. In de bassins is sprake van een constante doorstroming met water (recirculatiesysteem)

Het pad tussen de bassins is 70cm breed en hierdoor net toegankelijk voor het personeel, zie figuur 5.48. 68 Er zijn in totaal zeven in bassins boven elkaar gestapeld, met een tussenruimte van 30cm.

figuur 5.46, detail systeem

figuur 5.47, bovenaanzicht

figuur 5.48, middenpad

figuur 5.49, sorteermachine


Toekomstperspectief

Binnen de hal is ruimte voor toekomstige uitbereiding, de hal zelf zal in de toekomst niet in volume toenemen, bij intensivering zal alleen het aantal bedrijven toenemen. Seafarm zal zich in de toekomst voornamelijk richten op innovaties zoals opslagsystemen voor schelpdieren en het opbouwen van een efficiĂŤntere bedrijfsvoering doormiddel van automatisering. Toekomstperspectief zal voornamelijk liggen bij milieuvriendelijke en diervriendelijke processen. Duurzame viskweek wordt in de toekomt belangrijker mede door de zee die leeggevist wordt. Er zal dus meer kennis moeten worden opgedaan om de kweek efficiĂŤnter te maken. Een sfeerbeeld van de intensivering van de hallen is te zien in figuur 5.50.

Eigenschappen

f iguur 5.50, toekomstbeeld

Maat: Schaal: Vorm: Textuur: Structuur: Kleur:

L grootschalig opgaand, rechtlijnig, vierkant en zadeldak kunststof en metaal grootschalig en ordelijk grijs en wit

69


ZOUT - Referentieonderzoek

5.5â&#x20AC;&#x192; Topsy Baits Bedrijfsinformatie

70

Adres Aantal Ha

Oosthavendijk 1-A, Wilhelminadorp 17 ha perceel van 700x230m

Oppervlakte bakken

110,500 m2

Producten Combinaties

Zagers Geen

Wonen Handel

Geen woonfuncties op het terrein Verkoop als visaas, visvoer en kippenvoer

Waterbron

Grondwater

figuur 5.51, zijaanzicht

Kweekwater

Het systeem

Topsy Baits kweekt zagers voor hengelaars. Dit wordt gedaan in een recirculatiesysteem waarbij water hergebruikt wordt. Het kweeksysteem, afgebeeld in figuur 5.52, begint in bassins met ouderdieren van twee jaar oud, bij volle maan in april worden de jonge larven geboren. Na twee weken worden de larven gevangen en uitgezet in bassins waar ze opgroeien tot ze 1 gram zijn. Topsy Baits heeft 91 bassins waar de zagers ofwel worstelworm gekweekt wordt. Een bassin is meer dan 100 meter lang en 10 meter breed. Zagers worden geoogst wanneer ze 1 gram zijn.

Recirculatie systeem Zagerkweek

Grondwater

figuur 5.52, systeem


Landschapsstructuur Topsy Baits ligt vanuit de landschappelijke structuren gezien binnen de dijk, dit is te zien in figuur 5.53. De rechtlijnige structuur van het bedrijf gaat mee in de rechtlijnige verkavelingpatronen van de akkerbouwgronden. De smalle langwerpige lijnen zijn niet terug te vinden in de omgeving van het bedrijf. Dit zorgt ervoor dat het bedrijfsterrein een eigen identeit krijgt. Wat opvalt is de dat het bedrijf in de hoek van de dijk ligt en dat er geen bebouwing omheen staat. Alleen de Goese Sas, ook havenkanaal genoemd ligt dicht bij het bedrijf.

Akkerbouwgrond Grasland Strand Wegen Dijken Bosschages Bedrijf Topsy Baits Bebouwing Water

0 50 100

200

300m.

figuur 5.53, landschapsstructuurkaart Massa

In de massa- ruimtekaart van figuur 5.54 is te zien dat Topsy Baits niet domineert in het landschap maar wel massa heeft. Het is voornamelijk de bebouwing welke massa heeft, deze bevindt zich aan de voorzijde van het bedrijf. De dijk bepaalt voornamelijk het beeld in het landschap waarna de bosschages en bebouwing volgen.

Ruimte Bestaande landschapsstructuren Wegen

0 50 100

200

300m.

figuur 5.54, massa- ruimtekaart

71


ZOUT - Referentieonderzoek

figuur 5.55, dijkaanzicht

72

Landschappelijke impact

In figuur 5.55 is een aanzicht te zien van het bedrijf. De foto is vanaf de dijk genomen waardoor de bassins duidelijk te zien zijn,Deze staan in contrast met de omliggende weilanden. De blauwe lucht weerspiegelt in het water. De netten die over alle bassins heel zijn gespannen vallen nauwelijks op door de transparantie. Hierdoor heeft het weinig impact op het landschap. Het gebouw met daaromheen bedrijfsmaterialen

figuur 5.56, schets

zorgen voor een rommelig beeld. Het bedrijft zelf valt niet erg op maar is aangepast aan de omgeving. De rechtlijnige structuur is duidelijk aanwezig waardoor het bedrijf een eigen sfeer creĂŤert, dit is te zien in de schets in figuur 5.56.


figuur 5.57, vanaf openbare weg

figuur 5.58, schets

73

In figuur 5.57 en 5.58 is een aanzicht te zien vanaf de dijk. Het groene dak van het bedrijf valt goed samen met de dijk. De dijk loopt samen met de bassins de verte in. De grondwal op de voorgrond zorgt voor de afscherming van de bedrijfsmaterialen. Het beeld van het bedrijf wordt op maaihoogte voornamelijk bepaald door de palen en neten. Er zijn geen hoge bosschages die het zicht belemmeren.

figuur 5.59, landschapsdoorsnede


ZOUT - Referentieonderzoek Grasland Akkerland Water Bosschages Dijk Weg Fietspad Bassins Wagenpark Bebouwing 0 10 20

50

90m.

figuur 5.60, bedrijfsterrein

74

Samenstelling van het bedrijf

Het bedrijf dat voornamelijk uit bassins bestaat heeft daarnaast een groot gebouw staan, dit is te zien in figuur 5.60. In de doorsneden, figuur 5.62 is te zien dat er voornamelijk bakken in staan waarin jonge zagers gekweekt worden. Ook worden de zagers klaar gemaakt voor export. Buiten het hoofdgebouw staan er wat losse gebouwtjes waar de functie onbekend van is. Deze zijn goed zichtbaar en bepalen het

beeld. Alle functies zijn dicht op elkaar gebouwd waardoor het een compact bedrijf is. Alleen bij de in- en uitgang is er ruimte voor het wagenpark.


Oppervlaktes Bassins Zagerkweek

(111x 10mx91 = 100.100m2

Overig (loodsgebouw, parking ect.) Larvenkweek Totale oppervlakte

= 23.073m2 = 1.569m2 + = 124.742m2 =170.000m2

figuur 5.61, 3D-model

75 De opstelling van de bassins is afgebeeld in figuur 5.61 en is als volgt opgebouwd. Er zijn twee rijen waarvan de ene rij 43 bassins heeft en de andere rij 48 bassins. De ruimte voor de 43 bassins is gevuld met functies zoals de larvenkweek. In verhouding zijn er dus veel bassins ten opzicht van overige functies zoals hallen.

figuur 5.62, doorsnede bedrijf


ZOUT - Referentieonderzoek

Dimensionering De lengte van het bassin is 111 meter bij een breedte van 10m, in totaal dus 1100 m2 per bassin. Het bassin is 50cm hoog met hierin een laag van 15cm zand en een waterkolom van 30cm De borstelpomp is ongeveer 50cm in doorsnede. Deze pomp zorgt ervoor dat het water in de bassins in beweging blijft, zie figuur 5.64. In de figuren 5.65 en 5.66 zijn andere onderdelen van de opstelling afgebeeld. 76 figuur 5.63, detail systeem

figuur 5.64, borstelpomp

figuur 5.65, oogstmachine

figuur 5.66, detail oogstmachie


Toekomstperspectief

Op het moment is Topsy baits de nummer ĂŠĂŠn in Europa met het leveren van zagers. Dit zal zich in de toekomst kunnen uitbereiden doordat de vangst in de natuur steeds beperkter wordt door maatregelen vanuit de overheid. Zoals in figuur 5.67 is te zien, is zullen bij opschaling de bassins groter worden en zich over een groter oppervlak uitspreiden, een open en grootschalig landschap van grote watervlakken doorsneden door groene lijnen. De technische hulpmiddelen zullen aan het zicht zijn onttrokken. Netten zullen niet meer nodig zijn, hier zal een andere oplossing voor zijn.

Eigenschappen

figuur 5.67, toekomstbeeld

Maat: Schaal: Vorm: Textuur: Structuur: Kleur:

XL grootschalig opgaand, rechtlijnig, rechthoekig hout en net Kleinschalig, chaotisch en ritmisch zwart

77


ZOUT - Referentieonderzoek

5.6

Zeeuwse Tong

Bedrijfsinformatie

78

Adres Aantal Ha

Oostzeedijk 13, Colijnsplaat 8.5 Ha perceel van 250x200 m

Zilte aquacultuur Oppervlakte hallen

2.5 Ha, 12x 100x10m 300 m2

Producten Combinaties

Tong, schelpdieren Het gehele systeem is gekoppeld

Wonen Handel

Geen woonfuncties op het terrein Verkoop van tong aan lokale restaurants

Beweegreden

Het onderzoek is gestart om uit te zoeken of het mogelijk is tong te kweken in een vijversysteem Zeewater uit de Oosterschelde

Waterbron

figuur 5.68, Zeeuwse Tong

Kweekwater

Algen

Het systeem

Stichting Zeeuwse Tong doet onderzoek naar de binnendijkse kweek van tong in bassins. Naar verwachting kan dit in een vrijwel gesloten systeem. In het huidige systeem worden er in het beginstadium zagers gekweekt. Deze worden met karpervoer gevoed. Wanneer deze zagers een voldoende maat hebben wordt er tong bij de zagers gezet, welke zich voeden met zagers. Het afvalwater welke rijk is aan nutriĂŤnten door de uitwerpselen van de zagers en tong, wordt gebruikt voor de kweek van algen. Deze algen worden vervolgens aan schelpdieren gevoerd. In het systeem wordt gebruik gemaakt van water uit de Oosterschelde. Het systeem is in figuur 5.69 schematisch weergegeven.

Tong

Schelpdieren

zagers

figuur 5.69, systeem


Landschapsstructuur In de landschapsstructuurkaart in figuur 5.70 zijn bestaande structuren van het omliggende gebied te zien. De proefopstelling van de Zeeuwse Tong is gelegen in een polder tegen twee dijken. Het gaat om een grootschalige polder, met enkele lijnen er doorheen. Langs de dijk staan vier hoge windmolens, welke het landschap domineren. Ook de Zeelandbrug is duidelijk aanwezig, welke een belangrijke verbinding vormt tussen Noord Beverland en Schouwe Duivenland. Het gebied wordt gebruikt als grasland en akkerbouwgrond, waardoor de openheid van de polder het hele jaar aanwezig is. De opstelling van de Zeeuwse Tong houdt geen verband met de aanwezige structuren van de polder. Aan de randen van de bestaande dorpen zijn enkele hoge groenstructuren te vinden in de vorm van bosschages en boomgaarden. In de ruimte- massakaart in figuur 5.71 is te zien dat de dijken en bosschages het beeld bepalen. Ook de windmolens en de Zeelandbrug zijn massaâ&#x20AC;&#x2122;s in het landschap. De opstelling van de Zeeuwse Tong is minimaal in het landschap aanwezig, door zijn beperkte hoogte.

Akkerbouwgrond Grasland Verkavelingspatronen Wegen Dijken Bosschages Opstelling Zeeuwse Tong Bebouwing Windmolens Water 0 50 100

200

300m.

figuur 5.70, landschapsstructuurkaart Massa Ruimte Bestaande landschapsstructuren

0 50 100

200

300m.

figuur 5.71, massa- ruimtekaart

79


ZOUT - Referentieonderzoek

figuur 5.72, aanzicht vanaf de weg

80

Landschappelijke impact

De foto in figuur 5.72 is een aanzicht vanaf de weg die langs de dijk ligt naar de opstelling van de Zeeuwse Tong toe, in zuidelijke richting. In de schets in figuur 5.73 is te zien dat de openheid van de zeekleipolder duidelijk aanwezig is, en op de windmolen na zijn er geen grote elementen aanwezig. De proefopstelling van de Zeeuwse Tong is nauwelijks zichtbaar, dit komt met name door de grote ruimte

figuur 5.73, schets

tussen de weg en de opstelling. De taluds van het verhoogde maaiveld zijn zichtbaar, maar vallen bijna weg tegen de donkere bosschage in de achtergrond. Het geen wat opvalt is de middelgrote loods welke op het terrein ligt. Deze donkere loods steekt af tegen de lichte lucht. Doordat achter de loods een dijk ligt, is de loods minder opvallend. De hoge windmolen staat dicht bij de weg en daardoor is de loods minder aanwezig. De hekken welke het terrein omheinen zijn transparant, en daardoor nauwelijks zichtbaar.


figuur 5.74, aanzicht van de weg

De foto in figuur 5.74 laat het zicht zien vanaf de weg aan de rechterzijde van de proefopstelling. De foto is genomen in westelijke richting. Wat opvalt is dat de groene loods grotendeels wegvalt tegen de groene dijk in de achtergrond. De taluds van de opstelling zijn zichtbaar als een zwarte lijn. Verder zijn er weinig onderdelen te

figuur 5.75, schets

81

onderscheiden, wat komt door de grote afstand tussen de opstelling en de weg. In figuur 5.75 is te zien dat de hoge windmolen ook in dit beeld domineert, waardoor de Zeeuwse Tong minder opvalt. De landschappelijke impact van de opstelling is in dit beeld laag. In figuur 5.76 is een landschapsdoorsnede afgebeeld.

figuur 5.76, landschapsdoorsnede


ZOUT - Referentieonderzoek Grasland Akkerland Zeewater Dijk - verstevigde dijk Weg Windmolen Bassins Ringsloot Bebouwing

0 10 20

50

90m.

figuur 5.77, bedrijfsterrein

82

Samenstelling van het bedrijf

Zoals in de kaart in figuur 5.77 te zien is, ligt de opstelling van de Zeeuwse Tong parallel aan de Zeelandbrug en schuin op de dijk. Hierdoor worden de huidige rechtlijnige structuren van de polder niet aangetast. De ontsluiting vind plaats via de weg langs de dijk. De maat van de opstelling valt in het niets bij de grootschaligheid van de polder. De opstelling ligt op twee verschillende niveaus. De ringsloot welke om het gehele terrein ligt, is op maaiveld gesitueerd. De 12 rechthoekige

bassins liggen een meter boven maaiveld. Hierdoor kan water uit de bassins zonder pompen naar de ringsloot worden geleid. Tussen de bassins liggen paden. De 12 bakken zijn opgedeeld in 4 groepen van 3 en deze bakken zijn gekoppeld. In bak een worden de zagers en tongen gekweekt. In bak twee wordt de alg ontwikkeld en in bak drie worden schelpdieren gekweekt. Groot materieel en het merendeel van de pompinstallaties staat opgesteld in een loods bij de entree.


Oppervlaktes Schelpdierkweek Algenkweek Zager- en tongkweek

4x 100x10 = 4x 100x10 = 4x 100x10 =

4000 4000 4000

14%= 12000

Totale oppervlakte

figuur 5.78, 3D-model

100%= 85000

83

Ruimtegebruik

Aan de inrichting van de proefopstelling van de Zeeuwse Tong is te zien dat het nog om een proefopstelling gaat, figuur 5.78. De bassins nemen nu maar 14 procent van het gehele terrein in beslag. Dit komt met name door de brede tussenpaden. Ook de omranding van de opstelling kan efficiĂŤnter.

figuur 5.78, bedrijfsdoorsnede


ZOUT - Referentieonderzoek

Dimensionering

Middenpad, 5 meter breed, met tractor toegankelijk. Aan beide zijden staat een filterinstallatie van 2x1x0.8m, figuur 5.82. Pad tussen twee bassins, 5 meter breed, met tractor toegankelijk. Bassin, 100x10x1m. Bassins zijn waterdicht door een folie. Wanden staan onder een hoek van 120째. Bassins zijn afgedekt door een net, welke doormiddel van bolle buizen boven het water worden gehouden. Daarnaast is er een watercirculatiesysteem aanwezig, figuur 5.81 en 5.80.

84

De opstelling ligt een meter boven het maaiveld, en wordt omrand door een ringsloot. Deze dient als waterbuffer. Het talud heeft een hoek van 90째. figuur 5.79, detail systeem

figuur 5.80, zichtbare filterinstallatie

figuur 5.81, zichtbare meetapparatuur

figuur 5.82, zichtbare filterinstallatie


Toekomstperspectief

De proeven in de bassins blijken positieve resultaten tot gevolg te hebben. Hierdoor zullen er in de toekomst vaker zagers, schelpdieren, tong en andere soorten vis in de openlucht gekweekt gaan worden. Wel zal de opstelling veranderen. In de huidige situatie wordt maar 14% van het oppervlak gebruikt om te kweken. De maat van de bakken zal worden vergroot en er zullen meer bakken op een perceel worden geplaatst, waardoor de ruimte efficiĂŤnter wordt gebruikt. Door deze verandering zal een grootschalig vijverlandschap ontstaan, waarvan een impressie in figuur 5.83 te zien is. Een andere mogelijke ontwikkeling is dat de bakken verdwijnen en dat men in inlagen gaat kweken. Door meerdere inlagen te koppelen, of te werken met schotten in de inlage, zal er een coderende gecombineerde teelt kunnen plaatsvinden.

Eigenschappen figuur 5.83, toekomstbeeld

Maat: Schaal: Vorm: Textuur: Structuur: Kleur:

XL grootschalig laag, rechtlijnig en rechthoekig water kleinschalig-grootschalig, ordelijk en ritmisch Spiegeling en bruin

85


ZOUT - Referentieonderzoek

5.7

Maatschap Janse

Bedrijfsinformatie

86

Adres Aantal Ha

Muidenweg 10, Wolphaartsdijk 60 Ha in totaal

Zilte teelt Zoute aquacultuur Oppervlakte camping Botenstalling

1 Ha 0,2 Ha (zagerkweek, nu zilte teelt) 4.7 Ha 15x20m.

Producten Combinaties

Zeekraal Combinatie met landschapscamping en akkerbouwbedrijf waar graan wordt verbouwd

Landschapscamping Wonen Handel/winkel

75 plaatsen Woonfuncties op het terrein Verkoop van zeekraal aan huis en aan restaurants, groothandel

Beweegreden

Tijd voor nieuwe teelt, graanoogst op het verzilte perceel verminderde van 10.000kg. naar 6000kg. per Ha. Grondwater en slootwater voor het kiemen

Waterbron

figuur 5.84, Maatschap Janse

Zout grondwater

Zeekraal

Het systeem

Binnen het bedrijf wordt momenteel op drie verschillende manieren zeekraal gekweekt, figuur 5.85. Een deel van de plantbedden is afgedekt met een blauw folie, hierin zitten de zeekraalzaadjes verwerkt, figuur 5.84. Door het gebruik van folie wordt de onkruidgroei onderdrukt. De traditionele zaaibedden staan bloot aan de elementen en hier is sprake van een hoge onkruiddruk. Het zagerbassin is momenteel niet in gebruik als bassin, bij wijze van proef is hier zeekraal in ingezaaid. De plantbedden worden op verschillende

figuur 5.85, Systeem Maatschap Janse

manieren bevloeid, door ingegraven druppelslangen of door sproeiers, ook is er een combinatie van beide, de zagerbak wordt bevloeid door zout water in de bak te zetten. Na het inzaaien wordt het land éénmalig besproeid of bevloeid met zoet slootwater. Oogsten gebeurt met een machine, dit kan zo’n drie keer per seizoen. In december wordt het zaad geoogst.


Landschapsstructuur Wat opvalt in de landschapstructuurkaart is het gebrek aan begroeiing binnen de polder. Zoals in figuur 5.86 te zien is concentreert het groen en de natuur zich rond het Veerse Meer. Het grondgebruik is overwegend akkerbouw, met in het zuidwesten verscholen achter de dijk een boomgaard. Het landschap is open en weids, zoals ook te zien is op de ruimte massa kaart in figuur 5.87.

Akkerbouwgrond Grasland Bosschages Boomgaard Strand Natuurgebied Veerse Meer Dijk Wegen Bebouwing

Dit deel van het Veerse Meer is erg in trek bij de recreant, er wordt hier gesurfd, gezwommen en gevaren. Langs de gehele weg ligt aan beide zijden een brede grasstrook. Aan de rand van het Veerse Meer bevindt zich een strand waar gebruik van wordt gemaakt door de recreanten.

Terrein Maatschap Janse

0 50 100

200

300m.

figuur 5,86 landschapsstructuurkaart Massa Ruimte Bestaande landschapsstructuren

Binnen de polder is er weinig bebouwing, de aanwezige bebouwing is ingepakt in het groen van de erfbeplanting. De dijken vormen een groot netwerk in het landschap, de wegen lopen dan ook overwegend op of langs de dijken.

0 50 100

200

300m.

figuur 5.87, ruimte-massa kaart

87


ZOUT - Referentieonderzoek

88

figuur 5.88, zicht vanaf openbare weg op afstand

Landschappelijke impact

In figuur 5.88 is een foto te zien welke is genomen vanaf de openbare weg, het blauwe folie van de plantbedden springt hier direct in het oog. De kavel volgt de kromming van de weg en hiermee die van het naastgelegen Veerse Meer. Zoals goed te zien is op de doornede in figuur 5.92 ligt de polder lager dan het meer, hierdoor treedt er verzilting op. De brede kade biedt plaats aan een tweebaans weg en

figuur 5.89, schets

een fietspad aan de zijde van het Veerse Meer. De poldersloot heeft een strak talud en het water ligt beneden het waterpeil van het meer, met doorspoeling wordt getracht verzilting te voorkomen. In figuur 5.89 wordt duidelijk dat de teelt van zeekraal geen effect heeft op de ruimte, de lage plantbedden met hier en daar een sproeier en zelfs de achtergelegen zagerbak doen nauwelijks mee in de geleding van de polder. De erfbeplanting bepaald het beeld, tezamen met de


figuur 5.90, zicht vanaf rand perceel

hierbovenuit stekende schuurdaken. Wat opvalt aan de bomen in de windsingel is dat zij alle in grootte verschillen, de bomen zijn tegelijk aangeplant maar groeien minder goed aan de zijde van het Veerse Meer. De verzilting is hier dus duidelijk zichtbaar. Op de bovenstaande figuren 5.90 en 5.91 valt ook de kromming van de kavel op. Daarbij werkt de kade vanuit de polder gezien als een kader, het Veerse Meer wordt aan het zicht onttrokken. Je blik wordt langs de kade geleid

figuur 5.91, schets

89

richting de horizon, waarbij aan de linkerkant de dijk hetzelfde doet. Aan de horizon ligt een andere boerderij verscholen in het groen, met daarachter de bomen langs het Veerse Meer. De strakke plantbedden liggen op ruime afstand van de kade en vormen een eigen lijnenspel welke haaks op de kade ligt.

figuur 5.92, landschapsdoorsnede haaks op de kade


ZOUT - Referentieonderzoek Grasland

Zagerbak

Akkerland

Schuur

Zeekraalteelt

Woonhuis

Strand Zeewater Windsingel Erf Sloot Kade Fietspad en rijweg 0 10 20

50

90m.

figuur 5.93, bedrijfterrein

90

Samenstelling van het bedrijf

In figuur 5.95 is een doorsnede te zien genomen vanaf de windsingel haaks op de plantbedden. Hierin wordt duidelijk dat vooral de windsingel de ruimte bepaald. Hier vlak langs ligt een verhard pad van geperforeerde betonplaten op wielbasis afstand voor de tractor. In de doorsnede zijn ook de verschillende teeltsystemen zichtbaar, van links naar rechts, de druppelslangen, de druppelslang gecombineerd met

sproeiers en alleen de sproeiers. In figuur 5.93 en 5.94 is er ingezoomd op het bedrijfsgedeelte waar de zeekraalteelt plaatsvind. De woning, de hallen en het erf zijn haaks op de weg geplaatst, zoals gebruikelijk is bij een boerenerf. Een deel van de meest noordelijke loods wordt gebruikt om de zeekraal te verwerken en als winkeltje. De plantbedden volgen de structuur van het erf en liggen evenwijdig aan deze, de zagerbak vormt een harde rand aan de zuidzijde van het perceel. Ondanks de


Oppervlaktes Erf

120x95

= 11400m2

Zagerbak Zeekraalteelt

200x10m.

= 2000m2 = 10000m2 + 2%= 12000m2

Totale oppervlakte

100%= 600.000m2

figuur 5.94, 3-d model Maatschap Janse

tabs toelopende kavel blijven de plantbedden in eenzelfde ritme doorlopen. De akker waar graan op wordt verbouwd ligt pal naast de zeekraalakker, dit lijdt tot kleine oogstverliezen. Dit jaar zijn er drainageslangen aangebracht om het zoute water van de zeekraalteelt af te voeren. De benodigde opslag en verwerkingsruimte is ondergebracht in de al aanwezige schuren, hierdoor is deze niet nodig op de akker. De pompinstallatie staat niet in een gebouwtje en valt hierdoor nauwelijks op in de akker.

91 De dicht op de weg gelegen schuur heeft een hoogte van 7,5m. de twee aan elkaar gekoppelde schuren hebben een hoogte van 8 en 9m. eveneens oplopend vanaf de weg. De windsingel is ongeveer 4 meter breed en 4 meter hoog, met enkele uitschietende bomen tot een meter of 15 hoog. De woning heeft een nokhoogte van 9 meter.

figuur 5.95, doorsnede bedrijf


ZOUT - Referentieonderzoek

Dimensionering

Middenpad, 4 meter breed, met tractor toegankelijk. Sproeier, voor besproeien van de zeekraal, deze hebben een hoogte van 60cm. en staan op een onderlinge afstand van 10 meter. Plantbed, 1,5 meter breed en een lengte varierend van 57 tot 10 meter. Pad tussen twee plantbedden, 60cm breed Zijpad, 5 meter breed, met tractor toegankelijk tevens voor onderhoud slootkanten.

92

In de figuren 5.97 tot 5.99 staan fotoâ&#x20AC;&#x2122;s van de zeekraalakker.

figuur 5.96, detail systeem

figuur 5.97, systeem met folie en druppelslang

figuur 5.98, systeem volle grond met sproeier

figuur 5.99, beide systemen


Toekomstperspectief

Het bedrijf maatschap Janse ziet haar eigen toekomst vooral in kleinschaligheid, ‘een duurzaam streekproduct leveren, hier zit het meeste rendement op. Uiteraard zullen er naar verloop van tijd grote jongens op de markt komen die het goedkoper kunnen telen, of dat de prijs ten goede komt en het algehele rendement dat is de hamvraag. Wellicht zijn gecombineerde varianten een uitkomst, met bijvoorbeeld viskweek of schelpdierenkweek.’ aldus Maarten Janse. Zijn droombeeld voor de Nederlandse zeekraalteelt is dat er een volwaardige teelt is ontstaan die goed kan concurreren met het buitenlandse product. En dat de consument ook voor het Nederlandse product kiest. Verder een teelt die “zeker” is. Dus op dag 1 zaaien en dag 90 oogsten en daarbij ook weten hoeveel kilo mogelijk is. In figuur 5.100 en 5.101 staan impressies van hoe het landschap eruit zal zien bij opschaling.

Eigenschappen zonder folie

figuur 5.100, toekomstbeeld zonder folie

Maat: Schaal: Vorm: Textuur: Structuur: Kleur:

XL grootschalig laag, rechtlijnig, rechthoekig zand en lage vegetatie kleinschalig, ordelijk en ritmisch Groen en lichtbruin

Eigenschappen met folie

Maat: Schaal: Vorm: Textuur: Structuur: Kleur:

figuur 5.101, toekomstbeeld met folie

XL grootschalig laag, rechtlijnig, rechthoekig plastic, lage vegetatie en zand kleinschalig, ordelijk en ritmsich blauw, groen en lichtbruin

93


ZOUT - Referentieonderzoek

5.8

Poleij

Bedrijfsinformatie

94

Adres Aantal Ha

Sandeeweg 6, Kruiningen 8.5 Ha perceel van 250x200 m

Zilte teelt Oppervlakte hallen

2 Ha, 12x 100x10m 500 m2

Producten Combinaties

Zeekraal De productie van zeekraal staat op zichzelf

Wonen Handel

Geen woonfuncties op het terrein Verkoop vanZeekraal aan lokale restaurants en verkoop aan huis

Beweegreden

Dhr. Poleij plukte eerst van de schorren, door de het te gaan verbouwen beoogde hij een hoger rendement Zeewater uit de Westerschelde

Waterbron

figuur 5.102, akkers van dhr. Poleij

Kweekwater

Het systeem

In figuur 5.103 is het teeltsysteem van Dhr. Poleij te zien. Hij kweekt naast zeekraal ook uien. Deze twee teelten hebben geen relatie tot elkaar. De Zeekraal wordt verbouwd naast de reguliere gewassen en deze ondervinden geen hinder het bevloeien met zilt water. In het systeem wordt gebruik gemaakt van grondwater, zoute kwel vanuit de Westerschelde.

Zeekraal

figuur 5.103, systeem


Landschapsstructuur In de landschapsstructuurkaart in figuur 5.104 zijn de bestaande structuren van het omliggende gebied te zien. De akker ligt naast een dijk en wordt begrensd door een bosschage. Aan de twee andere zijden liggen reguliere akkers. Ten oosten van de zilte akker ligt een pontterminal. Dit is een grote plaat asfalt met een aangrenzende haven. Op de akker die de zilte akker en de weg scheidt, wordt ma誰s verbouwd, waardoor er in de zomer geen zicht is op de zilte akker. Aan de noordzijde is een gedeelte van Krimpingen te zien, waar dhr. Poleij zelf woont. De wegenstructuur sluit aan op de ontsluiting van de akker door middel van een zandweg.

Akkerbouwgrond Grasland Verkavelingspatronen Wegen Dijken Bosschages Opstelling Poleij Bebouwing Pontterminal Water 0 50 100

200

300m.

figuur 5.104 landschapsstructuurkaart Massa Ruimte Bestaande landschapsstructuren

In de ruimte- massakaart in figuur 5.105, is te zien dat de dijken belangrijke ruimtelijke elementen zijn. Daarnaast wordt het landschap gedomineerd door de verschillende bosschages en de grootschalige bebouwing. Alleen de bebouwing is op de zilte akker aanwezig als massa, dit komt omdat de akkers verdiept liggen. 0 50 100

200

300m.

figuur 5.105, massa- ruimtekaart

95


ZOUT - Referentieonderzoek

96

figuur 5.106, aanzicht vanaf de rand van het perceel

Landschappelijke impact

In figuur 5.106 staat een foto afgebeeld van de akkers van dhr. Poleij. In deze foto is te zien dat er contrasterende kleuren zijn gebruikt, waardoor een rommelig beeld ontstaat. De braakliggende akkers steken af tegen de begroeide taluds. Daarnaast is de witte kas duidelijk aanwezig omdat deze contrasteert met de groene dijk op de achtergrond. De groene container valt bijna weg tegen het groen van

figuur 5.107, schets

de dijk. In figuur 5.107 zijn de verschillende ruimtes en massaâ&#x20AC;&#x2122;s te zien. De verdiepte akkers vallen op en bepalen voor een groot deel het beeld. De kas en de container zijn de twee elementen die boven het maaiveld uitkomen, maar niet hoger zijn dan de dijk.


figuur 5.108, aanzicht vanaf de dijk

In figuur 5.108 is een foto te zien die genomen is vanaf de dijk. De verdiepte akkers vallen ook hier op door de afstekende kleur. De taluds zijn niet volledig begroeid met gras, waardoor er een rommelig beeld ontstaat tussen de kleurverschillen. Ook in dit beeld steekt de kas af tegen zijn omgeving door de contrasterende kleur. Verder is te zien dat er een rommelig beeld ontstaat door de verschillen in kleur tussen de elementen.

figuur 5.109, schets

97

In figuur 5.109 zijn de massaâ&#x20AC;&#x2122;s en ruimtes aangegeven. Te zien is dat er veel verschillende taluds in het gebied liggen. Door deze hoogteverschillen is het beeld erg onrustig en contrasteert het met het omliggende gebied. De kas is het enige hoge element in de omgeving. In figuur 5.110 is een landschapsdoorsnede afgebeeld.

figuur 5.110, landschapsdoorsnede


ZOUT - Referentieonderzoek Grasland Akkerland Verdiepte akkers Dijk Waterstructuur Kas Waterbekken Mestfaalt Bosschage Zandpadenstructuur 0 10 20

50

90m.

figuur 5.111, bedrijfsterrein

98

Samenstelling van het bedrijf

Zoals in de kaart in figuur 5.111 te zien is, liggen de akkers van dhr. Poleij parallel aan de dijk. Aan de andere zijden wordt deze omringt door akker- en grasland. De akkers zijn als een sawasysteem aangelegd, waardoor de akkers qua hoogte verschillen, en water zonder pomp van de ene akker naar de ander kan stromen. Dit is te zien in de doorsnede in figuur 5.113. Akkers met de zelfde dimensionering

zijn gekoppeld, waarvan die aan de noordkant het hoogst liggen. Op het terrein staat een kas, wat een overblijfsel is van een mislukt experiment. Daarnaast staat er een zeecontainer waar materieel wordt opgeslagen. Water wordt uit een waterbekken gehaald, welke door de hoge grondwaterstand gevuld blijft.


Oppervlaktes Opslag en kas Mestdepot Waterbekken Akker Akker

30x15 30x15 30x15 5x 15x50 7x 30x30 62%

Totale oppervlakte

figuur 5.112, 3D-model

= = =

3750 6300 10050

100% = 16200

99

Ruimtegebruik

De inrichting en vormgeving van de akkers is al vrij efficient, dit is te zien in afbeelding 5.112. Mede door de grote akkers, wordt 62 procent van het totale oppervlak gebruikt voor het verbouwen van de zeekraal.

figuur 5.113, bedrijfsdoorsnede


ZOUT - Referentieonderzoek

Dimensionering

Verdiepte akker, 30x30m, maarveld op -0.5m. Talud van 135째 Verdiepte akker, 15x50m, maaiveld op -0.5m. Talud van 135째, figuur 5.115. Kas en container. Kas van plastic, 29x14x3m Container, staal, groen, 4x10m, figuur 5.116.

Mestfaalt, 13x30m, maaiveld op -0.5m, talud van 135째 Waterbekken, 13x30m, 2 meter diep, talud van 135째

100

Verbindingspaden, met de auto begaanbaar, 4 meter breed. figuur 5.114, detail systeem

figuur 5.115, akker met taluds

figuur 5.116, opslag en kas

figuur 5.117, waterinstallatie


Toekomstperspectief

Momenteel is de vraag naar inlandse zeekraal minimaal. Dit komt mede door de grote onbekendheid van het product onder de Nederlanders, maar er zijn veranderingen zichtbaar. Doordat het product meer media-aandacht krijgt, begint zeekraal bekend te worden onder de Nederlandse bevolking, en begint de vraag langzaam te stijgen. Wanneer het product op een grote schaal geproduceerd kan worden zullen de akkers worden opgeschaald, waardoor deze begaanbaar worden voor machines. Ook zal het water van de ene naar de andere akker worden gepompt, waardoor de maaiveldverschillen tussen de akkers niet meer nodig zijn. Een impressie van de opgeschaalde variant is te zien in figuur 5.118.

Eigenschappen

figuur 5.118, toekomstbeeld

Maat: Schaal: Vorm: Textuur: Structuur: Kleur:

L grootschalig laag, rechtlijnig, rechthoekig zand, lage vegetatie en gras kleinschalig, ordelijk en ritmisch Groen en lichtbruin

101


ZOUT - Referentieonderzoek

5.9

Inlagen Scherpenisse

Bedrijfsinformatie Adres Aantal Ha

Zeedijk 1, Scherpenisse 8.2 Ha watervlak

Zilte aquacultuur

181m2 mosselkweek

Producten Combinaties

Mosselen Natuurontwikkeling en mosselkweek

Wonen Handel

Woonfuncties rondom de inlaag Vooralsnog voor eigen consumptie

Beweegreden

Het onderzoek is gestart om uit te zoeken of het mogelijk is mosselen te kweken in een inlaag Deel kwelwater van 40m. diepte, daarnaast kwelwater vanuit de Westerschelde wat opkomt in de inlaag

102 Waterbron

Het systeem

Stichting Zeeschelp doet samen met Toon Bolier onderzoek naar de opkweek van mosselen in de inlagen van Scherpenisse. In 2005 is het onderzoek gestart, met als resultaat consumptiemosselen opgekweekt van larf tot consumptiemaat binnen 13 maanden, figuur 5.120. Echter zitten er nog veel haken en ogen aan het kweken in de inlaag, overmatige algenbloei heeft een deel van de oogst doen mislukken. Hiertoe is er een los compartiment gecreeerd met behulp van damwanden, hier wordt zout kwelwater ingepompt en de algenbloei kan hierdoor gereguleerd worden. De mosselen hangen in een soort grote zeef, bevestigd aan een stalen frame. Ook hangen zij in de oostelijke inlaag, bevestigd aan een steiger, deze wordt niet gereguleerd.

figuur 5.119, aanzicht inlaag vanaf de oude zeedijk

Zout grondwater

Consumptiemossel

Mossellarf

figuur 5.120, systeem inlaag


Landschapsstructuur De inlagen van Scherpenisse bestaat uit twee verschillende vormen van inlagen; enerzijds de bedijkte variant waarin ook de mosselen worden gekweekt en noordelijk de afgegraven landbouwgronden waar natuurontwikkeling plaatsvindt. Zoals in figuur 5.121 te zien is ligt het gebied pal aan de Oosterschelde. Een aantal van de aanwezige boerderijen hebben hun agrarische functie verloren, zij wonen nu middenin het natuurgebied van plan Tureluur. Andere boeren bedrijven nog akkerbouw in het gebied, ondanks het aangrenzende brakwatervlak is dit wel mogelijk. Binnen het natuurgebied overheerst de openheid zoals te zien is in figuur 5.122 de dijken vormen de kaders van het landschap. Het natuurgebied trekt vele recreanten en vogelaars, er zijn verschillende routes aangelegd door het gebied heen en een aantal uitkijkpunten.

Akkerbouwgrond Grasland Bosschages Boomgaard Natuurgebied Brak water Oosterschelde Dijk Deltadijk Wegen Bebouwing Inlaag voor mosselkweek

0 50 100

200

300m.

figuur 5.121, landschapsstructuurkaart

Massa Ruimte Bestaande landschapsstructuren

0 50 100

200

300m.

figuur 5.122, ruimte-massa kaart

103


ZOUT - Referentieonderzoek

104

figuur 5.123, aanzicht vanaf de rand van het perceel

Landschappelijke impact

De foto in figuur 5.123 is genomen vanaf de oude zeedijk in oostelijke richting, hier is te zien dat de twee type inlagen sterk van elkaar verschillen. In de doorsnede in figuur 5.127 is te zien dat de Deltadijk met een hoogte van meer dan 12 meter hoog boven de oude zeedijk uitsteekt. Hierdoor ontstaat er een gelaagdheid in het landschap. Tegelijkertijd vormen de dijken de kaders van de inlaag, hierdoor lijkt

figuur 5.124, schets

het bijna op een groot bassin, maar dan zonder folie. Op de schets in figuur 5.124 is de rechtlijnigheid van de dijken goed zichtbaar, de scherpe talauds zijn sterk geometrisch van vorm, dit in contrast met het naastgelegen natuurgebied. Op de achtergrond liggen de boerderijen verschuild achter hun erfbeplanting, als groene eilanden liggen zij verspreid door het landschap. De foto in figuur 5.125 laat het grootste watervlak van de inlaag zien, de kade welke de twee watervlakken


figuur 5.125, aanzicht vanaf de dijk

figuur 5.126, schets

105

opsplitst ligt als een dunne lijn net boven het watervlak. Er loopt een zandpad onderaan de Deltadijk, met name in gebruik door de boeren in het gebied welke hier schapen weiden, deze moeten worden voorzien van zoet drinkwater. Figuur 5.126 laat een schets zien van de inlaag, hierop is te zien dat de opsplitsende kade ruimtelijk nauwelijks meedoet, de oude zeedijk op de achtergrond vormt het kader.

figuur 5.127, landschapsdoorsnede


ZOUT - Referentieonderzoek Grasland

Proefopstelling

Natuurgebied

Schuur

Inlaag voor mosselkweek

Woonhuis

Zeewater Beplanting Oude zeedijk Deltadijk Sloot Rijweg Fietspad 0 20 40

100

180m.

figuur 5.128, bedrijfsterrein

106

Samenstelling van het bedrijf

Zoals in de landschapsstructuurkaart in figuur 5.128 te zien is, ligt de proefopstelling voor het opkweken van mosselen aan de tussenkade welke de twee watervlakken opsplitst. Aan de oostelijke zijde worden mosselen los in de inlaag gekweekt in een soort zeef, hiervoor is een steiger aangelegd. De verspreid staande palen dienen eenzelfde doel, met behulp van een bootje kunnen deze bereikt worden. Aan de

westzijde bevindt zich de gecompartimenteerde proefopstelling, dit is goed te zien in figuur 5.130 . De boerenerven liggen verscholen in het groen, de beplanting gedijt hier verbazingwekkend goed ondanks de zilte omgeving, dit komt mede doordat deze hoger in het landschap liggen.


Oppervlaktes Inlaag

730x100m.

Compartiment 13,5x 6m. Loshangende mosselkweek Inlaag 100x90m.

= 73000m2 = 81m2 = 100m2 = 9000

0,22% = 181m2 Totale oppervlakte

figuur 5.129 , 3D-model

100% = 82000m2

107

Zoals in figuur 5.129 te zien is neemt de proefopstelling slecht 0,22% in van de totale oppervalkte van de inlaag. De impact van de opstelling op de inlaag is dan ook minimaal. Er is dus voldoende ruimte voor groei in dit gebied. De kweeklocatie moet bereikbaar zijn voor inspectie, dit kan per boot zijn of zoals in de opstelling middels een steigerconstructie. Momenteel zijn er geen gebouwen gekoppeld aan de opstelling.

figuur 5.130, bedrijfsdoorsnede


ZOUT - Referentieonderzoek

Dimensionering Damwand ten behoeve van reguleren teelt, steekt 20cm. boven het water uit. Stalen liggers, hieraan zijn de mosselzeven bevestigd, deze liggen 30cm. boven het waterpeil op een onderlinge afstand van 1m. Mosselzeef, hierin liggen de mossellarven om uit te groeien tot consumptiemossel, zie figuur 5.133. deze hebben een diameter van 60cm en hangen op een onderlinge afstand van 20cm. afgebakend deel van de inlaag, 13,5 bij 6 meter

108

In figuur 5.132 tot 5.134 zijn fotoâ&#x20AC;&#x2122;s te zien van de proefopstelling.

figuur 5.131, detail systeem

figuur 5.132, steigerconstructie

figuur 5.133, mosselzeef

figuur 5.134, proefopstelling


Toekomstperspectief

De proefopstelling is een succes geweest, echter vreest de heer Bolier dat het opschalen van de teelt nog te veel belemmerd wordt door de huidige regelgeving. Het kweken van mossellarf tot consumptiemossel in de inlagen duurt nu 13 maanden, dit zal in de toekomst binnen 10 maanden moeten kunnen lukken aldus Bolier. In de Oosterschelde doet een mossel er twee jaar over om tot consumptiemaat te komen. Het biedt dus zeker perspectief om deze kweek op te schalen, een impressie is te zien in figuur 5.136. Binnen Zeeland en ook daarbuiten zijn tal van soortgelijke inlagen te vinden, als hier mosselkweek kan plaatsvinden heeft dit enorme potentie. Vooral de combinatie tussen natuur, recreatie en schelpdierenkweek biedt grote kansen om tot een rendabele bedrijfvoering te komen.

Eigenschappen

figuur 5.135, toekomstbeeld

Maat: Schaal: Vorm: Textuur: Structuur: Kleur:

XL grootschalig laag, rechtlijnig, willekeurig water en gras grootschalig, ordelijk en toevallig spiegelend en groen

109


ZOUT - Referentieonderzoek

5.10â&#x20AC;&#x192; Conclusie In deze laatste paragraaf worden de conclusies uit dit hoofdstuk behandeld.

Zeeklei polder

Grovisco Visteelt

Grovisco Zilte teelt

Maat

XL

L

XL

Schaal

Grootschalig

Grootschalig

Grootschalig

Vorm

Laag, rechtlijnig

Opgaand, rechtlijnig, Vierkant en zadeldak

Laag , rechtlijnig en vierkant

Opgaand vierkant

Textuur

Gras en zand

Kunststof en metaal

Lage vegetatie en plastic

Kunststo

Structuur

Grootschalig, ritmisch en open

Grootschalig en ordelijk

Grootschalig en chaotisch

Groots or

Kleur

Groen, donker- en lichtbruin

Grijs

Groen

Grijs

Conclusietabel

In de tabel hiernaast zijn alle eigenschappen van het toekomstperspectief opgesomd. Ook zijn de eigenschappen van het zeekleilandschap toegevoegd.

110

Se

Groo


Seafarm

Topsy Baits

Zeeuwse Tong

Janse Volle grond

Janse Folie

Poleij

Inlaag

L

XL

XL

XL

XL

L

XL

Grootschalig

Grootschalig

Grootschalig

Grootschalig

Grootschalig

Grootschalig

Grootschalig

tlijnig en ant

Opgaand, rechtlijnig, vierkant en zadeldak

Opgaand, rechtlijnig en rechthoekig

Laag, rechtlijnig en rechthoekig

Laag, rechtlijnig en rechthoekig

Laag, rechtlijnig en rechthoekig

Laag, rechtlijnig, vierkant

Laag,rechtlijnig, willekeurig

tatie en ic

Kunststof en metaal

Hout en net

Water

Zand째

Plastic en zand

Zand en gras

Water en gras

alig en sch

Grootschalig en ordelijk

Kleinschalig, chaotisch en ritmisch

Kleinschalig grootschalig, ordelijk en ritmisch

Kleinschalig, ordelijk en ritmisch

Kleinschalig, ordelijk en ritmisch

Gemiddeld, ordelijk en ritmisch

Grootschalig, ordelijk en toevallig

Zwart

Spiegeling en groen

Groen en lichtbruin

Blauw, lichtbruin en groen

Groen en lichtbruin

Spiegelend en groen

sco eelt

halig

n

Grijs en wit

111


ZOUT - Referentieonderzoek

Conclusies

Uit het referentieonderzoek is te concluderen dat de productie zilte teelten en zoute aquacultuur nog in de kinderschoenen staat, maar wel veel potentie biedt voor de toekomst. De inpandige vis- en zagerkweek zijn de enige groepen die vergevorderd zijn wanneer het gaat over grootschalige en efficiënte productie. Door de geringe beschikbare informatie en het ontbreken van een overkoepelend orgaan dat werkt aan informatieverstrekking onder bedrijven, blijven de onderzochte bedrijven experimenteel van karakter.

112

Het kweken van zagers wordt momenteel ook grootschalig aangepakt. De maat van het bedrijf past in de zeekleipolder, maar de opzet en materiaalkeuzes zorgen voor een groot contrast. Door de continue uitbreidingen van het bedrijf, is er een rommelig en niet continue beeld ontstaan. In de toekomst zullen nieuwe bedrijven direct grootschalig inzetten en hierdoor kan er een meer gestructureerd en geordend bedrijf ontstaan. Topsy Baits is naast de dijk gevestigd, maar in de toekomst zal deze ook verder landinwaarts voor kunnen komen, omdat ook deze vorm niet grondgebonden is.

Het kweken van vis in bakken wordt momenteel alleen experimenteel De voorbeelden van inpandige viskweek zijn ver gevorderd in de toegepast. De proefopstelling is erg kleinschalig van aard, waardoor ontwikkeling tot grootschalig, efficiënte bedrijven. Beide bedrijven deze wegvalt in het landschap. Bij opschaling zullen de bassins groter zijn gevestigd in grote hallen, welke met het ritme van het landschap worden en de tussenpaden smaller. Dit zal ten goede komen aan de zijn ingepast. Door het rustige kleurgebruik en de combinatie efficiëntie. De proefopstelling van de Zeeuwse Tong ligt dicht bij de van gebouwen behoren de hallen tot de gebiedseigen elementen dijk, maar in de toekomst zal het mogelijk zijn de bassins op andere van het zeekleilandschap. In de toekomst zullen de bedrijven locaties te situeren, omdat deze niet grondgebonden zijn. Daarnaast is hoogstwaarschijnlijk geen schaalvergroting ondergaan, omdat deze al het goed mogelijk dat de kweek van vis in de inlagen gaat plaatsvinden. grootschalig zijn opgezet en er inpandig nog ruimte is voor uitbreiding. Hierbij zal er gebruik gemaakt worden van constructies in de inlaag. Wel zal de technologische ontwikkeling bijdragenzilte totteelt verduurzaming van het kweekproces. Nu staan de hallen langs de dijk, maar in inpandige (inpandige) vis- en zagerkweek viskweek de toekomst zullen deze waarschijnlijk ook verder landinwaarts voorkomen, omdat deze niet grondgebonden zijn. Het zeewater kan doormiddel van een buizensysteem aangevoerd worden.

pijpleiding voor zeewater

inpandige visteelt

visteelt, schelpdieren zagerkweek zilte teelt

zoute kwel

figuur 5.136, doorsnede huidige situatie


In de twee doorsneden in figuur 5.136 en 5.137 is de huidige plaatsing van de verschillende typen bedrijven te zien, en een visie van de toekomstige plaatsing van de bedrijven. Hieruit is te concluderen dat de niet grondgebonden bedrijven verder landinwaarts zullen voorkomen.

Het telen van zilte producten vind momenteel op een kleine schaal plaats en is nog erg experimenteel. Iedere akkerbouwer teelt het zilte product op zijn eigen manier. De akkers verschillen niet van reguliere akkers, op enkele details na. Zo maakt Poleij gebruik van een sawa systeem waarbij de akker is vergraven en hierdoor verschillende maaiveldhoogtes krijgt. Door het kleurgebruik en het voorkomen van akkers in het landschap passen deze goed in het zeekleilandschap. Wanneer de vraag naar inlands gekweekte zilte producten toeneemt, zal de huidige manier van produceren opgeschaald kunnen worden. Hierdoor wordt het aantrekkelijk om oogstmachines te ontwikkelen en diepgaand onderzoek te verrichtten naar de verschillende wijzen van telen. Het kweken van schelpdieren vind op kleine schaal plaats en vormt het onderdeel van experimenten. De inlaag is onderdeel van het landschap, maar de constructie in het water domineert nu nog. Doordat deze experimenten succesvol blijken te zijn, zal er meer onderzoek worden gedaan. Door dit onderzoek zullen er veranderingen plaatsvinden aan de constructie in de inlaag, waardoor deze het beeld minder zal domineren. Ook zullen deze onderzoeken bijdragen aan de efficiĂŤntie van de teeltwijze.

113

zilte teelt inpandige viskweek

pijpleiding voor zeewater

(inpandige) vis- en zagerkweek

figuur 5.137, doorsnede toekomstige situering bedrijven


ZOUT - Literatuuronderzoek

114


6. Conclusies en visie In dit hoofdstuk zullen de conclusies van het rapport worden behandeld, waarna een vijftal eindconclusies worden getrokken. Het hoofdstuk wordt afgesloten met onze visie op de toekomstige ontwikkeling van de zilte teelten en zoute aquacultuur.

6.1   Conclusie

In de conclusie zal het antwoord worden gegeven op de hoofdvraag. Deze zal komen uit de beantwoording van de deelvragen. De hoofdvraag luidt als volgt:

Wat zijn de verschillende vormen van zilte teelt en zoute aquacultuur, en wat zijn hier de landschappelijke eigenschappen van?

Deelvragen 1.

Welke verschillende vormen van zilte teelt en zoute aquacultuur zijn er te onderscheiden langs de Nederlandse kustzone?

Binnen Nederland is er een groot scala aan vormen van zilte teelt en zoute aquacultuur te vinden. De zilte teelten en zoute aquacultuur concentreert zich in Zeeland, in Friesland en Noord-Holland. De kennis ligt momenteel bij de pioniers en de kennisinstituten, maar er bestaat geen overkoepelend orgaan die zorgt voor de verspreiding van deze informatie. Binnen de zoute aquacultuur onderscheiden we de teelt van vis, zagers, schelpdieren en algen. Binnen de zilte teelten is onderscheid te maken tussen de zilte teelt en zouttolerante teelt. Voor zowel de zilte teelten als de zoute aquacultuur zijn technische voorzieningen nodig om zout water aan te voeren en te verspreiden.

Viskweek in hallen vereist veel technische voorzieningen, daarbij duurt het veelal een aantal jaren voordat de consumptiemaat bereikt is. Voordeel van deze kweekmethode is dat de groeiomstandigheden controleerbaar zijn en hiermee een constant kwalitatief eindproduct geleverd kan worden. Zagerkweek wordt al op grote schaal toegepast, dit vind plaats in langwerpige bassins. Er is slechts één bedrijf in Nederland welke zich hier momenteel mee bezig houd. De kweek van schelpdieren in bassins vereist een toevoer van zout water, dit kan afkomstig zijn vanuit nabijgelegen water of vanuit zoute grondwaterlagen. Het kweken van schelpdieren is gekoppeld aan de kweek van algen, schelpdieren zijn filterfeeders en leven op deze algen. Deze kweekvorm in bassins bevind zich in de onderzoeksfase. Het kweken van algen vindt plaatst in de openlucht in bassins, en in hallen. Algenteelt in bassins is weersafhankelijk en hiermee onzeker, in de hallen wordt een hoge constante algenproductie gegarandeerd. Deze laatste vorm van algenteelt is het meest lucratief in haar output. Het broedhuis is een speciaal type binnen de teeltvormen, hier worden de schelpdieren gekweekt welke kunnen worden uitgezet in bassins of in de Oosterschelde. Dit zijn kokkels, mosselen, tapijtschelpen en platte oesters. De kweek van algen is hieraan gekoppeld. Zilte teelten vereisen bevloeiing met zout water, deze bevloeiing is nodig om de karakteristieke zilte smaak te verkrijgen. Deze vorm van teelt is zo ingericht dat de omgeving van het perceel geen, dan wel zo min mogelijk schade ondervindt van het ingebrachte zoute water. Het oogsten en zaaien is handwerk, er is dus veel arbeid nodig om tot het eindproduct te komen.

115


ZOUT - Conclusie en visie De zouttolerante gewassen gedijen nog goed ook zilte omstandigheden. De teelten wijken in hun productiemethode niet af van dezelfde teeltvorm onder zoete omstandigheden. Wel heeft het zout effect op de te oogsten hoeveelheid, deze neemt in kleine mate af bij toename van het zoutgehalte, tot overschrijding van de zoutdrempel.

2.

Welke vormen van zilte teelt en zoute aquacultuur worden er op dit moment toegepast in het Zeeuwse zeekleilandschap, en hoe reageert het op zijn omgeving?

In Zeeland is het gehele scala aan zilte teelt en zoute aquacultuur te vinden, deze bevindt zich momenteel nog in de kinderschoenen, pioniers op een nieuwe markt. De proefprojecten zijn veelal kleinschalig van karakter en zijn hierdoor van kleine invloed op het landschap. Er zijn in Zeeland ook een aantal grootschalige zoute aquacultuurbedrijven te vinden, deze doen mee in het landschapsbeeld. 116

De kweek van vis op grote schaal in hallen bestaat uit een systeem van meerdere lagen bassins waarin een constante waterdoorstroming plaatsvindt. De landschappelijke impact van de deze hallen is groot, maar acceptabel. De kleuren grijs en wit zijn niet dominant aanwezig in de polder. De maatvoering van de hallen past binnen de vormentaal van de polder. De huidige hallen bieden ruimte voor uitbreiding, de maat van de hal zal hierdoor voldoende groot zijn voor de toekomst, opschaling zal dan ook niet van toepassing zijn. De hoeveelheid hallen zal bij intensivering wel toenemen en het gebied zal een industriĂŤle uitstraling krijgen, figuur 6.1. Er wordt geĂŤxperimenteerd met het gecombineerd kweken van vis, schelpdieren, algen en zagers in de openlucht. Het gehele terrein is een meter opgehoogd, hierin zijn de bassins verwerkt. De schaal van het omringende landschap en de hoogte van het terrein maken dat de opstelling wegvalt in het landschap. Bij opschaling van de dit type ontstaan grote watervlakken doorsneden door smalle paden, een groot spiegelend watervlak is het resultaat, figuur 6.2.

figuur 6.1, toekomstbeeld viskweek in bebouwing

figuur 6.2, toekomstbeeld vijverlandschap


De kweek van zagers vind plaats op grote schaal, de bassins zijn rechtlijnig en staan strak in het gelid. Het aan de dijk gelegen bedrijfsterrein waarop de hal en bijgebouwen staan is chaotisch ingericht,ook de materialisering van de bassins bestaat uit allerlei vormen en materialen. De beschermende netten hebben van veraf een grote impact op het beeld, dichterbij zijn deze transparanter. Bij opschaling zal het bedrijf gestructureerd worden, met een eenduidige materialisatie voor de bassins en een heldere structuur voor het bedrijfsterrein. Mede door de grootschaligheid en het materiaalgebruik liggen er landschappelijke potenties voor deze teelt. Het landschap zal overeenkomen met de impressie in figuur 6.2. Het kweken van schelpdieren in inlagen is nog in ontwikkeling, de proeflocatie is zeer kleinschalig van opzet. De mossels worden hier opgekweekt tot consumptiemossel in een off-bottom systeem. De impact van deze opstelling op het landschap is momenteel niet noemenswaardig. Bij opschaling zal er voor een ander systeem gekozen worden, welke ten goede komt van de inlaag. Het beeld zal niet veel verschillen met dat van de huidige inlaag zonder proefsysteem.

figuur 6.3, toekomstbeeld zagerkweek

De zilte teelt van heeft een kleinschalig karakter met oppervlaktes tot twee hectare. Binnen deze teelt zijn momenteel vier verschillende teeltmethoden te onderscheiden, de eerste is een sawa systeem, de tweede maakt gebruik van een folie ondergrond de derde heeft folie op de plantbedden liggen, de vierde methode gaat uit van het gewone akkerland. Er zijn koppelingen aanwezig tussen de zilte teelt en zoute aquacultuur. Over het algemeen heeft deze teelt weinig invloed op het landschapsbeeld, dit komt onder andere doordat er weinig opgaande elementen aanwezig zijn, daarnaast is de kleur niet dominant aanwezig. Bij opschaling zal de impact op het landschap minimaal blijven, het beeld zal die zijn van een grote akker zoals wij die nu ook kennen, figuur 6.4. De sawa variant is omslachtig en vergt een grote investering met onomkeerbare landschappelijke gevolgen.

figuur 6.4, toekomstbeeld zilte teelt

117


ZOUT - Conclusie en visie Er zijn vijf conclusies te trekken uit de eigenschappen van de opgeschaalde vormen van zilte teelten en zoute aquacultuur:

118

1.

Alle vormen van zilte teelten zoute aquacultuur hebben de eigenschappen dat ze rechtlijnig en ritmisch zijn, deze komen overeen met de eigenschappen van de zeekleipolder.

2.

Alle vormen van zilte teelt en zoute aquacultuur hebben de eigenschap dat er veel techniek nodig is om de teelt rendabel te laten zijn.

3.

Alle vormen van zilte teelten en aquacultuur zijn onderhevig aan constante ontwikkeling van het systeem en opvattingen over de juiste wijze van telen veranderd continue.

4.

Het opschalen van de kweek in bassins in de openlucht zal leiden tot een nieuw landschapstype, het open vijverlandschap.

5.

De kennis ligt momenteel bij de pioniers en de kennisinstituten, maar er is geen overkoepelend orgaan dat zorgt voor de verspreiding van deze informatie.

In de toekomst zal gefocust worden op een combinatie van verschillende teelten, hierbij is het belangrijk dat reststromen van de verschillende teelten door elkaar benut kunnen worden. Een goed voorbeeld hiervan is de proefopstelling van de Zeeuwse Tong waarbij de kweek van tong, alg en schelpdieren wordt gecombineerd. Ook Grovisco heeft een combinatie tussen viskweek en zilte teelt. Er zal aandacht moeten worden besteed aan de landschappelijke inpassing van de verschillende typen. Hierbij gaat het vooral om de typen viskweek in hallen en de zagerkweek. De viskweek in hallen zal een industrieel karakter krijgen wanneer deze dicht op elkaar worden geplaatst, een opbouw in de vorm van boerenerf zoals bij Grovisco het geval is zou wenselijk zijn. Bij de overige teeltvormen valt of staat de landschappelijke inpasbaarheid met details, het kleurgebruik kan grote effecten hebben op de omgeving, evenals de textuur van het materiaal. De open polders vereisen grootte gebaren passend binnen de aanwezige landschappelijke lijnen. Daarnaast zal de teelt door de technologische ontwikkeling de sector steeds innovatiever worden. De hoeveelheid technologische benodigdheden zullen toenemen maar beter in het landschap passen.

6.2 â&#x20AC;&#x192; Visie

Naast de grootschalige afzet aan de groothandel, bied het in de handel zetten als streekproduct ook kansen. Hierdoor zal een beleefbaar en eetbaar landschap worden gecreĂŤerd waarbij de vis direct op het bord beland met minimale tussenhandel.

De toekomst biedt vele kansen voor de ontwikkeling van zilte teelten en zoute aquacultuur. Door de verzilting van grote agrarische gebieden is er vraag naar nieuwe functies. Om toekomstige verrommeling tegen te gaan, zal er gebruikt moeten worden gemaakt van grote gebaren. Het telen van zilte groente en zoute aquacultuur zal een oplossing zijn, waardoor de gebieden hun agrarische functie kunnen behouden. Andere functies voor deze gebieden hebben veel minder potentie. Dit komt mede door de ongelukkige ligging van de gebieden en de hoge zoutwaarden in het grondwater. Natuurgebieden passen ook in de lijn van Zeeland.

In Nederland zijn nog geen grootschalige zeekraalakkers of vijverlandschappen te vinden. Dit komt door het gebrek aan informatie en het verspreiden hiervan. Een grote hoeveelheid kennis ligt momenteel bij de pioniers, de boeren die het al toepassen en met vallen en opstaan tot een resultaat komen. Deze kennis zal verspreid en gedocumenteerd moeten worden door een overkoepelend orgaan waardoor andere boeren gemakkelijker de overschakeling kunnen maken. Daarnaast zullen de meeste boeren pas besluiten over te stappen naar andere soorten teelten wanneer ze een functionerend en rendabel voorbeeld hebben gezien.


119


ZOUT - Literatuuronderzoek

120


Bijlagen en bronvermelding Inhoudsopgave van de bijlagen:

Bijlage 1:â&#x20AC;&#x192;

Interviews

Bijlage 2:

Bronvermelding

Bijlage 3:

Figuurvermelding

Bijlage 4:

Recepten I


ZOUT - Bijlagen

Bijlage 1

Interviews

Beantwoorde vragenlijsten omtrent zilte teelt en zoute aquacultuur.

1.1

Drs. de Vos van VU-Amsterdam

Ingevulde Vragenlijst door drs. de Vos van VU Amsterdam. 1.

Wat merken we momenteel van de verzilting en hoe gaan we hier nu mee om?

Een kwart van Nederland is in een droog jaar nu al verzilt, wordt nog steeds opgevangen door zoet water rond te pompen en door te spoelen. Zout wordt nog als vijand gezien wat koste wat kost bestreden moet worden. II

2.

Hoe lang kunnen we de zoetwater aanvoer handhaven in de verziltende gebieden?

Technisch gezien is alles mogelijk, zoet water in de winter vasthouden (grote reservoirs nodig!) en in de zomer gebruikken voor doorspoeling, kost alleen een paar miljard, als er al ruimte voor is…er wordt gesproken dat over 10 jaar 125.00 hectare verzilt zal zijn 3.

Welke potentie heeft de zilte teelt voor Nederland en aan welke vormen moeten we dan denken (gewassen of aquacultuur)?

Als er inderdaad 125.000 hectare zal verzilten dan is de potentie dus enorm, alleen hebben we hier nog geen gewassen voor, halofyten domesticeren of zouttolerante gewassen screenen en verder veredelen op zouttolerantie. Nog onduidelijk of zilte gewassen de overhand zullen krijgen of dat schepdieren, vissen en algenkweek sterk zal gaan toenemen

4.

Denkt u bij deze vorm aan monotone grootschalige varianten, of kleinschalige gecombineerde varianten?

Een gemengd bedrijf is goed denkbaar met aaneengeschakelde modules van dier-plant, de gebieden die verzilten zijn waarschijnlijk aanzienlijk en zal dan grootschalig maar divers zijn. 5.

Heeft u informatie omtrent de ideale maten voor productie?

Weet even niet wat voor maten je bedoeld, voor zilte teelten zal het een landbouwkundige benadering krijgen, dus enkele hectares per bedrijf…. 6.

De afzetmarkt voor vis, schaal- en schelpdieren ligt momenteel grotendeels in het buitenland, liggen er volgens u kansen voor een grotere markt in Nederland?

Vraag en aanbod, een markt kan je ook creeren, regionale produkten ed, kijk naar ‘zeeuwse mosselen en zeekool 7.

Behalve het eindproduct zelf kan de vis, alg of het gewas ook gebruikt worden als grondstof voor andere producten, zoals cosmetische producten en medicijnen. Ligt hierbij de potentie in het product zelf of in de afgeleiden hiervan?

Zal per gewas verschillen, het ene gewas is een groente de andere kweek je voor een inhoudsstof, maakt in principe niet veel uit zolang de ondernemer er maar een goede prijs voor krijgt 8.

Waar staat Nederland over 20 jaar in het kader van de zilte teelt?

Als er vandaag de dag de juiste acties worden ondernomen dan kan Nederland over 20 jaar een koploper zijn in zilte teelten en aquacultuur, de verzilting is dan in ieder geval veel groter dan vandaag en als we nu de stappen nemen voor adaptatie dan wordt verzilting een mogelijkheid ipv een probleem


9.

Wat zijn u ervaringen met de omschakeling naar zilte teelt?

Je begint eigenlijk zonder voorkennis, zilte landbouw is iets totaal anders dan de gangbare landbouw die sowieso op eeuwen kennis is gebaseerd. We moeten dus eigenlijk het wiel opnieuw uitvinden op het gebied van gewassen, bodembemesting, gewasbescherming. Een kwestie van lange adem voordat grootschalige zilte teelten een werkelijkheid zijn, ook de markt voor de produkten moet ontwikkeld worden. 10.

Welke gebieden in de wereld kunnen dienen als referentie voor de Nederlandse situatie?

Eigenlijk geen enkele, de Nederlandse situatie is vrij uniek. Meestal is verzilting een onderwerp in de droge gebieden, in nl komt het door inpoldering en zoute kwel 11.

Wat zou u droombeeld zijn voor de zilte teelten en aquacultuur in Nederland, waar staan we dan?

Grootschalige zilte landbouw die gebruikt maakt van brak en zout water waardoor schaars zoet water wordt bespaart. Domesticatie van halofyten en veredeling van bestaande gewassen zal minstens 20 jaar duren. Ook de landbouwkundige praktijk moet nog bijna geheel ontwikkeld worden. Uiteiendleijk kan op deze manier rond de 1 miljard hectare verzilte grond wereldwijd gebruikt worden (dat is de om,vang van vandaag de dag en hier gebeurd niks mee!) om de wereldbevolking van een goede levensstandaard te voorzien. Zo kan op een duurzame manier invulling worden gegeven aan verzilting. Dus verzilting opvatten als kans en niet als probleem

1.2

Marco Dubbeldam van stichting Zeeschelp

1.

Wat merken we momenteel van de verzilting en hoe gaan we hier nu mee om?

Ingevulde vragenlijst door Marco Dubbeldam van stichting Zeeschelp.

Buiten de puur agrarische gebieden (die meestal ook zoetwatertoevoer van elders zoals vanuit Volkerak-Zommeer hebben) heeft Zeeland veel zilte watersystemen binnendijks. Op veel plaatsen is het grondwater en ook het slootwater zilt. Men houdt het waterpeil in de sloten zodanig laag dat men met de landbouw zo weinig mogelijk hinder ondervindt. In natuurontwikklingsprojecten zoals Plan Tureluur laat men gericht zout water in. 2.

Hoe lang kunnen we de zoetwater aanvoer handhaven in de verziltende gebieden?

Weet ik niet zo goed, het wordt lastiger, maar in Nederland zijn we goed in landaanwinning en waterhuishouding. 3.

Welke potentie heeft de zilte teelt voor Nederland en aan welke vormen moeten we dan denken (gewassen of aquacultuur)?

Het biedt diversificatie in gewas en gebruik van grond. Gewassen zijn veelal zilte groenten, aquacultuur noem ik vijversystemen voor algen, schelpen, wormen en/of vis. Beide kunnen prima in Zeeland. 4.

Denkt u bij deze vorm aan monotone grootschalige varianten, of kleinschalige gecombineerde varianten?

Gezien de niche denk ik eerder aan kleinschalige toepassing door meerdere bedrijven. De markt moet zich ook mee ontwikkelen. Op lange termijn zal het meer een uniform kweeksysteem worden, waarin je monocultuur kunt toepassen of een combikweek (wormen met schelpdieren gaan goed samen.)

III


ZOUT - Bijlagen 5.

Heeft u informatie omtrent de ideale maten voor productie?

Veel in nog in pilotsfeer, we zijn nog vooral technisch bezig. Na 6 jaar weet ik nu de juiste dimensies van een schelpdierhatchery, maar men is nog niet toe aan routinekweek op deze manier. Maar een voorzet: ideale maten voor buitenkweek zijn volumesystemen vanaf 1000 tot vele 1000â&#x20AC;&#x2122;den kubieke meter. 6.

De afzetmarkt voor vis, schaal- en schelpdieren ligt momenteel grotendeels in het buitenland, liggen er volgens u kansen voor een grotere markt in Nederland?

Zeker wel, zilte streekproducten doen het goed in Zeeland (je kunt hier in de supermarkt altijd wel lamsoor en zeekraal krijgen), en ook in Nederland begint het te komen.

IV

7.

Behalve het eindproduct zelf kan de vis, alg of het gewas ook gebruikt worden als grondstof voor andere producten, zoals cosmetische producten en medicijnen. Ligt hierbij de potentie in het product zelf of in de afgeleiden hiervan?

Op korte termijn zie ik afgeleide producten (uit algenproductie) eerder renderen, bij vis-schaal- en schelpdieren is het eindproduct belangrijker denk ik. 8.

Waar staat Nederland over 20 jaar in het kader van de zilte teelt?

Dan moet het mogelijk zijn om bedrijfsmatig met zilte teelt bezig te zijn, als zilte aquacultuursector 9.

Wat zijn u ervaringen met de omschakeling naar zilte teelt Omschakelen?

Wij beginnen vanuit zilte teelt.

10.

Welke gebieden in de wereld kunnen dienen als referentie voor de Nederlandse situatie?

Er zijn mooie voorbeelden in Frankrijk en Engeland, ook in Spanje en Italie. Niet te ver van huis, anders wordt de vertaling naar Nederland te groot. 11.

Wat zou u droombeeld zijn voor de zilte teelten en aquacultuur in Nederland, waar staan we dan?

Zie vraag 8, maar dan over 5 jaar!


1.3

M. Janse van maatschap Janse

1.

Wat merken we momenteel van de verzilting en hoe gaan we hier nu mee om?

Vragenlijst ingevult door M. Janse van Maatschap Janse.

Direct merken we niet veel aan de verzilting, het is namelijk een moeilijk te bepalen factor. Onze laagst gelegen percelen zijn sinds 2006 anders ingericht. O.a. een camping en de start van aquacultuur. In het laatste jaar oogsten we 50 % minder tarwe van deze percelen. Op dit moment zijn deze percelen dus anders ingericht. De ervaring is wel dat verzilting vaak een onderliggende factor is van andere oorzaken. Doordat bijvoorbeeld een gewas als tarwe minder goed ontwikkeld en er ook nog ganzenschade plaatsvindt raakt de bodem verslempt en is de directe oorzaak dus ganzenschade, maar de onderliggende oorzaak kan ook verzilting zijn. 2.

Hoe lang kunnen we de zoetwater aanvoer handhaven in de verziltende gebieden?

te kunnen leveren. Een ander vraagstuk is dat de markt, in de provincie Zeeland is men er wel klaar voor, met name in het seizoen. In de rest van Nederland is het een onbekend product. Aan vormen denk ik dan aan kleinschalige akkerbouwbedrijven die het er als teelt bij gaan doen. Wat betreft de andere sector binnen de aquacultuur, bijvoorbeeld de viskweek, daar heb ik te weinig ervaring mee. 4.

Denkt u bij deze vorm aan monotone grootschalige varianten, of kleinschalige gecombineerde varianten?

Kleinschalige varianten, duurzaam en streekgebonden. Uiteraard zullen er naar verloop van tijd grote jongens op de markt komen die het goedkoper kunnen telen, of dat de prijs ten goede komt en het algehele rendement dat is de hamvraag. Wellicht zijn gecombineerde varianten een uitkomst, met bijvoorbeeld viskweek of schelpdierenkweek. 5.

Heeft u informatie omtrent de ideale maten voor productie? V

Per gebied moet bekeken worden wat de schadedrempel is voor verzilting. Op mijn hoger gelegen percelen kan ik nog zeer goed landbouw bedrijven, terwijl deze toch ook direct aan het Veerse meer grenzen. Hier is dus zoet water gewenst. Echter vanuit de historie is dit altijd al een ziltgevoelig gebied geweest, het is dus niet iets nieuws. Kijk je naar de verkaveling van agrarisch Nederland, dan zie je vaak dat gebieden die natter zijn anders zijn ingericht, door bijvoorbeeld grasland t.b.v. de veehouderij.

Is heel moeilijk te zeggen, afhankelijk van de markt, rendement e.d. Op dit moment hebben wij ca 1 ha.

3.

Voor mij zie ik meer de kans in streekproducten. Hier zit het meeste rendement op. Grootschalig vraagt meer productiecapaciteit, personeel, productplanning e.d. Het gewas Zeekraal als Nederlandse teelt is daar nog niet klaar voor.

Welke potentie heeft de zilte teelt voor Nederland en aan welke vormen moeten we dan denken?

Op dit moment is het een nichemarkt. Wanneer we het over een product als zeekraal hebben wordt op dit moment 95 % ingevoerd vanuit het buitenland (o.a. Frankrijk, Mexico en Israel). De teelt van zeegroenten in Nederland is dus heel klein en beperkt zich tot een 8 ha. Potentie is er dus wel wanneer de Nederlandse teelt de buitenlandse markt over kan nemen. Dan moet er echter ook in kassen geteeld gaan worden, om een jaar rond

6.

De afzetmarkt voor zeekraal is momenteel nog klein, ziet u hierbij kansen in streekproducten of juist meer afzetten op grote schaal?


ZOUT - Bijlagen 7.

Behalve het eindproduct zelf kan het gewas ook gebruikt worden als grondstof voor andere producten, zoals cosmetische producten en medicijnen. Ligt hierbij de potentie in het product zelf of in de afgeleiden hiervan?

De afgeleiden hiervan. De totale hoeveelheid die er in verwerkt wordt is minimaal. Echter wanneer het grootschaliger geteeld kan worden zijn er weer meer mogelijkheden. Zie buitenland bijvoorbeeld, daar oogsten ze er olie uit of bouwen er huizen van! 8.

Waar staat Nederland over 20 jaar in het kader van de zilte teelt?

De markt zal iets gegroeid zijn, er is een standaard voor de kwaliteit van zeekraal, er is een uniform zaad met een goede kiemkracht, er zal veel gemechaniseerd zijn. 9. VI

Wat zijn u ervaringen met de omschakeling naar zilte teelt?

Veel pionieren, zelf alles uit moeten vinden, veel vallen en opstaan, maar al met al een grote uitdaging. Tijdens mijn studie heb ik gezegd dat ik met een nieuwe teelt wilde beginnen. Dat is me gelukt, het heeft mij als ondernemer veel ontwikkeld en mij een groot netwerk gebracht. 10.

Welke gebieden in de wereld kunnen dienen als referentie voor de Nederlandse situatie?

Provincie Zeeland met haar gehele Delta, genoeg voorbeelden! 11.

Wat zou u droombeeld zijn voor de zilte teelt in Nederland, waar staan we dan?

Dat er een volwaardige teelt is ontstaan die goed kan concurreren met het buitenlandse product. En dat de consument ook voor het Nederlandse product kiest. Verder een teelt die â&#x20AC;&#x153;zekerâ&#x20AC;? is. Dus op dag 1 zaaien en dag 90 oogsten en daarbij ook weten hoeveel kilo mogelijk is.


Bijlage 2

Bronvermelding

Rapporten

Broodman, J., juni 2006, Aquacultuur in Zeeland: de blauwe revolutie. van Dam, A.M., augustus 2007, Leven met Zout Water van Dam, A.M.,augustus 2007, Zouttolerantie van landbouwgewassen van Eijk, W.H.B.J., juni 2001, Beleidsnota Viskweek Eweg, R, 2010, Zilte Landbouw Texel Fiselier, J.L., juli 2003, Zilte perspectieven Grontmij, april 2010, Verkenning zilte landbouw van der Hiele, T, mei 2008, Mogelijkheden voor zilte teelten in Waterdunen Hohenadler, M, juni 2010, Extensieve algenkweek in verschillende media en systemen Kamermans, P, april 2009, Zeeuwse Tong Deelproject 8:Binnendijkse schelpdierkweek Kwaliteits team Zeeland, juli 2009, Naar een ruimtelijk strategie voor aquacultuur Luiten, E, 2004, Zee in zicht van Schaik, C.M., september 2008, Commerciële analyse van het concept ‘Zilte ProefTuin’ van Schaik, C.M., juni 2007, Het zout en de pap Smaal, A.C., april 2004, Mogelijkheden voor zeecultuur in nieuwe getijdennatuur langs de Westerschelde Syntens, 28 februari 2011, Zeekraal machinaal dagvers oogsten Verver, T, december 2008, Zilte Agripoort Westergozone van der Voort, M.P.J., juli 2005, Transitie en toekomst van deltalandbouw Zijlstra, E, juni 2007, Koe op de kwelder

Boeken

van Dijk, Mieke,maart 2008, Dictaat landschapsecologie Hogeschool van Hall-Larenstein, 2007, Landschapsbouw Kuipers, Jan J.B., 1997, Zilt en zoet : sporen van watergebruik in Zeeland Morse, S., 1983, De Natuuratlas Veen, Jan, 1988, Griend, vogeleiland in de Waddenzee

VII


ZOUT - Bijlagen

Websites

VIII

http://www.seafarm.nl/ http://www.grovisco.eu/ http://www.topsybaits.nl/ http://www.zeeuwsetong.nl/ http://www.zeeschelp.nl/ http://www.minicampingjanse.nl/?id=93 http://nl.wikipedia.org/wiki/Hoofdpagina http://www.kennisakker.nl/ http://www.aquacultuur.wur.nl/NL/ http://www.innovatiehuis.nl http://www.innovatielocaties.nl/ http://visserijnieuws.punt.nl/?r=1&id=289070 http://aquacultuurenkhuizen.nl/ http://goes.groenlinks.nl/2011-02-27/Zeeuwse+bevolking+is+heel+positief+over+binnendijkse+aquacultuur http://www.west-vlaanderen.be/upload/povlt/site-2007/HTML/Afdelingen/PIVAL/Aquacultuur/PIVAL_Aqua_Visie. html#vorm http://www.pri.wur.nl/NL/onderzoek/onderzoeksthemas/plant/zilt/ http://www.aquavlan.eu/NL/Projectactiviteiten/Zilte+Groenten/ http://www.agriholland.nl/dossiers/verbredelandbouw/gewassen.html http://www.food-info.net/nl/national/verslag-quinoa.htm http://www.waterwereld.nu/gerst.php http://www.waddenzeesites.nl/asp/getecomare.asp?hrec=11422984&language=Dutch http://www.natuurinformatie.nl/ecomare.devleet/natuurdatabase.nl/i001469.html http://www.dutchfishing.nl/vissoorten/index.shtml http://www.culinair.net/index.php?action=item&m=y&table=news&form_name=titel&id=6619 http://www.ikcro.nl/php/indexvarvar.php?varvar=newthemaobject&thesaurusname=ikc-thema&id=316219&conce pt=Ruimtelijke+ordening&soortlist=nieuws&days=7


Bijlage 3

Figuurvermelding

Figuurnummer en bron 4.1 Morse, S., 1983, De Natuuratlas 4.2 http://www.kokswereld.nl/content/kweek_tong.html 4.3 http://www.kokswereld.nl/content/kweek_tong.html 4.4 http://visserijnieuws.punt.nl 4.5 http://www.gelderlander.nl/voorpagina/nijmegen/article4920350.ece 4.6 http://www.seafarm.nl/modules/smartsection/item.php?itemid=39 4.7 http://www.seafarm.nl/modules/smartsection/item.php?itemid=31 4.9 http://members.home.nl/seadiver/oosterschelde.html 4.10 http://www.innovatiehuis.nl/innovatieprofiel/roem-van-yerseke-bv 4.11 http://www.bndestem.nl/regio/bergenopzoom/4962328/Mosselkweek-op- land-is-nog-wat-pionieren.ece 4.12 http://www.zeeschelp.nl/pilots/pilots.htm 4.13 http://www.koksforum.nl/phpBB2/viewtopic.php?f=19&t=5338 4.14 ://www.bndestem.nl/regio/bergenopzoom/4962328/Mosselkweek-opland-is-nog-wat-pionieren.ece 4.15 http://www.zeeschelp.nl/research/research.htm 4.17 http://www.seamasters.be/bio/week/2klep/mossel.htm 4.18 http://www.innovatielocaties.nl/aquacultuur/topsy_baits_techniek 4.19 http://www.innovatienetwerkzeeland.nl/201010_nb 4.20 http://www.innovatielocaties.nl/aquacultuur/yerseke_hatchery_techniek 4.21 http://www.cradletocradle.nl/nieuws/1267_green-power-in agrobusinesspark.htm 4.22 http://www.ingrepro.nl/newnews/?lang=NL&id=23 4.23 http://vorige.nrc.nl/economie/article2301186.ece/ 4.24 Morse, S., 1983, De Natuuratlas 4.25 http://www.lekkertafelen.nl/culinieuws/artikelen/aspergeteelt/ 4.26 http://www.google.nl/imgres?imgurl=http://www.studioasperge.nl/images/ asperges.jpg 4.27 http://www.google.nl/imgres?imgurl=http://biolicious.org/wp-content/ uploads/2011/01/Knolselderij.jpg& 4.28 http://www.fryslansite.com/d-base/html/Knolselderij.htm 4.29 http://www.detuingids.be/pages/detail.asp?Id=3372 4.30 http://www.konijnen.be/algemeen/planten.htm 4.31 http://www.koksforum.nl/phpBB2/viewtopic.php?f=19&t=5850 4.32 http://www.c1000.nl/content/vergeten-groenten 4.33 http://www.captkrik.nl/2008/08/zeekraal 4.34 http://www.bndestem.nl/regio/zeeland/3180447/Zeekraal-lastig-aan-de- man-te-brengen.ece

4.35 4.36 4.37 4.38 4.39 4.40 4.41 4.42 4.43 4.44 4.45 4.46 4.47 4.48 4.49 4.50 4.51 4.52 4.53 5.25 5.26 5.27 5.47 5.48 5.49 5.64 5.65 5.66 5.132

http://www.natuurinformatie.nl/ecomare.devleet/museumkennis/i001835. html http://www.agf.nl/nieuwsbericht_detail.asp?id=65213 http://www.bakkerijmartin.nl/newsite/index.php?option=com_content&tas k=view&id=187&Itemid=216 http://www.mtb-noordwest9.nl/?module=Weblog&actie=archief&subact ie=101 http://nl.wikipedia.org/wiki/Huttentut http://www.sojaconnectie.be/meer_sub.php?more&module=4&id=145 http://www.kennisakker.nl/kenniscentrum/handleidingen/ teelthandleiding-koolzaad http://nannesz.web-log.nl/nannesz/2007/05/koolzaadvelden.html http://allesovereten.wordpress.com/2011/02/27/quinoa/ http://itemimage.info/index.php?tp=16fda76f1b1e6177 http://www.uniquehorses.nl/natuurlijk-paardenhouden/ bioron-biologisch-en-eko-paardenvoer-/bioron-paardenvoer-/ http://www.labstuff.nl/contents/nl/d69.html http://informedfarmers.com/wp-content/uploads/2011/01/triticale1.jpg http://www.purcellmountainfarms.com/Triticale%20Grain%20crop%20 v033.jpg http://www.helza-hobbyzaden.nl/images/zentauer%20poly.png http://www.joordens.nl/downloads/Voederbieten.jpg http://www.kennisakker.nl/files/images/AFBEELDING1_THT_VLAS.jpg http://www.harrysfarm.nl/pics/2003/vlas/vlas0606.jpg Morse, S., 1983, De Natuuratlas http://www.zolder.nl/nl/reference/specials.html http://www.zolder.nl/nl/reference/specials.html http://www.zolder.nl/nl/reference/specials.html http://www.seafarm.nl/modules/smartsection/item.php?itemid=31 http://www.seafarm.nl/modules/smartsection/item.php?itemid=31 http://www.seafarm.nl/modules/smartsection/item.php?itemid=40 http://www.innovatielocaties.nl/aquacultuur/topsy_baits_techniek http://www.innovatielocaties.nl/aquacultuur/topsy_baits_techniek http://www.innovatielocaties.nl/aquacultuur/topsy_baits_techniek http://www.pzc.nl/regio/zeeland/2848643/Techniek-en-natuur-gaan-handin-hand-bij-binnendijkse-mosselkweek.ece 5.133 http://www.zeeschelp.nl/pilots/pilots.htm 5.134 http://www.zeeschelp.nl/pilots/pilots.htm

IX


ZOUT - Bijlagen

Bijlage 4

Recepten

X

Zeebaars met zeekraal

Tagliatelle met zeekraal en krabboter

Bereiden

Bereiden

Gril de zeebaarsfilet in olie en laat hem zachtjes garen. Warm de asperges op in hun eigen bouillon met een klontje boter. Kook of stoom de zeekraal gaar en maak het geheel op. De finishing touch: champagne-oestersabayon rondom aanbrengen.

IngrediĂŤnten

200 gram zeebaars 100 gram asperges 100 gram zeekraal een beetje champagne-oestersabayon

Stoom de zeekraal in circa 3 minuten beetgaar. Kook intussen de tagliatelle in ruim water met zout beetgaar. Snijd het uitgelekte krabvlees in kleine stukjes. Smelt de olie of vloeibare margarine op een laag vuur en houd dit warm. Roer de krab erdoor en breng op smaak met cognac. Giet de tagliatelle af. Verdeel de pasta op een bord, schep de warme krabboter erop en maal er peper over. Verdeel de warme zeekraal erover en serveer direct

IngrediĂŤnten

100 gram krab 125 gram tagliatelle (gaar gewogen) 100 gram tomaten 100 gram zeekraal 1 theelepel cognac 1 eetlepel olie peper en zout


XI

Tagliatelle met zeekraal en krabboter

Tagliatelle met zeekraal en krabboter

Bereiden

Bereiden

Bak de zeewolf aan en laat hem zachtjes in de pan garen. Zet de lamsoren aan en maak ze gaar, zet de zeekraal op met een klontje boter en een beetje water. Maak het geheel op en breng rondom NoillyPratsaus aan.

Ingredienten

200 gram zeewolf 100 gram lamsoren en zeekraal NoillyPratsaus

Snijd de zalm in dunne plakken en kook de asperges. Zet de lamsoren aan in boter en bak een sjalotje mee, totdat deze gaar zijn. Warm zo nodig de asperges op in de bouillon waarin ze zijn gekookt. Voeg een klontje boter toe en maak het bord mooi op. Gebruik basilicumtapenade als dressing.

IngrediĂŤnten

100 gram gerookte zalm 100 gram lamsoren 100 gram asperges beetje basilicumtapenade


ZOUT - Bijlagen

XII


Zout, adaptieve teelten in verziltende gebieden