Page 1

Samen de wereld verkennen vanuit rekenrijke onderwerpen in groep 3. Een handleiding voor leerkrachten groep 3.

LA 2 Onderwijs ontwerpen Joop de Backker-Kuppens, Danielle de Boer.

November 2012

1


1. Inleiding Het werken vanuit een onderwijsontwerp doet een beroep op de competenties van een leerkracht. Het ontwikkelen van lessen naast de methode door de leerkracht kan een verrijking zijn voor de leerkracht ĂŠn de leerling. Vooral voor (hoog)begaafde leerlingen kunnen verrijkingslessen een toegevoegde waarde hebben naast of in plaats van de methodelessen, omdat er in deze lessen een beroep wordt gedaan op hun cognitief talent. Deze lessencyclus is gegroepeerd rond de kerndoelen 24 en 26: sociaal emotionele ontwikkeling en rekenen in groep 3. Verantwoording. Het uitgangspunt is een onderzoek van Paula Schenk voor haar Masteropleiding Specialist Hoogbegaafdheid Special Educational Needs. Conclusies uit haar onderzoek naar hoogbegaafdheid bij kleuters en hoe daarmee wordt omgegaan in basisschool De Biezenhof wijzen in de richting van bijscholing voor leerkrachten, vanwege het ontbreken van de leerkrachtvaardigheden om met (hoog)begaafde leerlingen te werken. Omdat kleuters doorstromen naar groep 3 wil dit onderwijsontwerp hierop aansluiten: hoe kunnen met behulp van een handleiding voor leerkrachten van groep 3 verrijkingslessen ontwikkeld worden voor kinderen in groep 3? Hoe herken je een begaafde leerling (zie bijlage 1)? De theoretische basis voor deze handleiding zijn de artikelen van Van Gerven (2001), zij beschrijft 10 kenmerken waaraan kleuters met een ontwikkelingsvoorsprong te herkennen zijn. Doornekamp et al. (1999) beschrijft drie manieren waarop een leerkracht kleuters met een ontwikkelingsvoorsprong kan signaleren. Anne van de Kamp (1995) noemt een aantal mogelijkheden waarop een kleuter getest kan worden op zijn capaciteiten. Van Gerven (2001) voegt hier nog aan toe het laten maken van een menstekening. Is deze handleiding alleen bedoeld voor begaafde leerlingen (zie bijlage 2)? De herziene Taxonomie van Bloom (1956, herzien door Anderson & Krathwohl, 2001), verdeelt het cognitieve brein in lagere-orde denken en hogere-orde denken. Deze handleiding is inzetbaar voor zowel het lagere-orde denken als het hogere-orde denken.

Welke capaciteiten moet je als leerkracht hebben? Je moet goed feedback kunnen geven, ieder kind op zijn niveau. Focus op het proces is belangrijker dan focus op het product (Ypenburg, 2004). Probeer een groep te vormen met kinderen die hetzelfde niveau hebben. Je moet weten dat deze kinderen graag hard werken. Je moet deze kinderen op een volwassen manier aanspreken. Zoek een manier van verrijking binnen werk en spel, geef er betekenis aan. Isoleer kinderen niet maar zorg dat differentiatie in groepjes binnen je klas normaal is. De verantwoordelijkheid om met verrijkend materiaal te werken ligt bij de leerkracht en moet een keer per dag worden ingezet (Drent, 2000a). De leerkracht ontwerpt de lessen.

2


2. Waaraan moet een les-opzet voldoen? Voor de leerkracht en de leerling (bron: SLO, 2001): Leerling

Leerkracht

Wat ga je leren?

Beschrijving leerdoelen

Waar gaat activiteit over?

Onderwerp inleiden. Voorkennis actualiseren. Verwijzen naar bronnen. Hoe veel tijd krijgt de leerling?

Doel Inhoud Hoe lang ben je bezig? Tijd Organisatie

Werk je alleen of samen? Waar werk je?

Suggesties voor begeleiding.

Wat heb je nodig?

Verzamelen materialen.

Wat moet je doen?

Opdrachten geven. Opbrengsten beschrijven. Beoordeling bespreken. Kan je antwoorden geven op vragen?

Materialen en bronnen Opdrachten en activiteiten Welk resultaat lever je? Afsluiting

3


3. Waaraan moet lesinhoud voldoen? (bron: Bronkhorst e.a., 2001) Er moet een beroep worden gedaan op creativiteit. Er moeten open opdrachten bijzitten. Er moet een meerwaarde zijn t.o.v. methodestof. Er moet een onderzoekende houding worden gestimuleerd. Er moet een interactie op gang gebracht worden.

4


4. Samen de wereld verkennen vanuit rekenrijke onderwerpen. Samen de wereld verkennen vanuit rekenrijke onderwerpen in groep 3 doe je door vragen en opdrachten te geven die leerlingen in groep 3 stimuleren om samen probleem-oplossend te denken. Wat zijn rekenrijke onderwerpen in groep 3? Rekenonderwerpen in groep drie: centimeter

kilo

liter

hele uren

halve uren

euro

tellen tot 10 tellen tot 20 5 structuur 10-structuur getallen tot 20 over het tiental heen Onderwerpen die aansluiten bij jaargetijden: Herfst Sinterklaas Kerst Carnaval Lente Zomer Vakantie Onderwerpen die aansluiten bij VLL, Zwijssen :

Onderwerpen, vragen die komen vanuit de kinderen:.............................................

5


5. Handleiding om lessen te ontwerpen voorbereiding 1. kies een thema 2. formuleer een kernprobleem 3. ontwerp sub-thema’s 4. formuleer brede doelen 5. formuleer specifieke doelen 6. ontwerp activiteiten 7. maak een tijdplanning opstart in de groep 1. kinderen prikkelen met thema 2. laat iets zien, horen ter introductie 3. richt de klas in (met de leerlingen) 4. ga in gesprek 5. maak ze nieuwsgierig aan de slag 1. kernvraag stellen: willen jullie helpen .......? 2. observeer en begeleid evalueer met leerlingen 1. als belangstelling of tijd over is 2. verzamel het gemaakte werk 3. stel tentoon of maak er een boek van 4. evalueer wat goed ging en wat niet evalueer zelf 1. wat hebben leerlingen geleerd? 2. wat heb ik zelf geleerd? 3. komt er een vervolg? 4. zijn doelen gehaald? 5. moet er iets worden bewaard? veel succes!

6


Bijlage 1 10 kenmerken van kleuters met een ontwikkelingsvoorsprong (Van Gerven, 2001) 1. Ze zijn enorm taalvaardig. 2. Ze kunnen intens met dingen bezig zijn. 3. Denken na over levensvraagstukken, zoals dood, de zin van het leven enz. 4. Ze kunnen goed invoelen. 5. Ze hebben een honger naar kennis over volwassen onderwerpen. 6. Ze hebben een grote mate van concentratie en taakgerichtheid als ze gegrepen zijn door onderwerp. 7. Hun spel is fantasierijk. 8. Ze hebben een groot aanpassingsvermogen. 9. Ze zijn geïnteresseerd in cijfers en letters. 10. Ze hebben een heel goed geheugen. Vier manieren om kleuters met een ontwikkelingsvoorsprong te signaleren (Doornekamp et al., 1999) 1. Intake gesprek met ouders, zij zien vaak eerder een ontwikkelingsvoorsprong omdat het kind thuis geen aangepast gedrag hoeft te vertonen. 2. Observatie door de leerkracht. 3. Afnemen van toetsen. 4. In gesprek gaan met de kleuter, lettend op taalgebruik, thema’s enz. Capaciteiten testen van een kleuter (Anne van der Kamp, 1995) 1. verhalen laten vertellen naar aanleiding van een praatplaat. 2. Het naleggen van blokpatronen. 3. Het leggen van twee- en vierzijdige mozaiekfiguren. 4. Spiegelen. 5. Voorbereidend rekenen. 6. Ontdekken welke boeken het kind het liefst leest. Het maken van een menstekening geeft een beeld van de anatomische kennis (Van Gerven, 2011). In het Si-Di-R-protocol wordt bij de signalering ook gesproken over het maken van een tekening van een huis en van een boom, omdat hoogbegaafde kinderen daarbij ook in detail kunnen tekenen, of bijv. Het huis doorzichtig kunnen tekenen. In dat protocol zit naast de menstekening ok een scoringsformulier voor de boom/huistekening.

7


Bijlage 2. Herziene Taxonomie van Bloom (Anderson & Krathwohl, 2001)

8

handleiding leerkracht  

handleiding

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you