Issuu on Google+

Jolien Somers | 2011-2012


INHOUDSOPGAVE 1.Kernbegrippen 2 2.Onderzoeksonderwerp Context en situering van onderwerp

3

Propositie Jolien Somers

Klaservaringen

van kleuters communiceren bij ouders

pg1

3.Onderzoeksvraag Doelstellingen

3

4.Onderzoeksproces

4

5.Onderzoeksmethoden Relatie onderzoek - ontwerp

Evaluatie onderzoek - ontwerp

6.Relevantie onderzoek

Maatschappelijke & wetenschappelijke relevantie

4

5

Waarom dit onderzoek? Voor wie is het onderzoek bedoeld?

7.Planning

6

8.Begeleiding

6

9.Bronnenlijst

7


1.KERNBEGRIPPEN

Propositie Jolien Somers

Klaservaringen

van kleuters communiceren bij ouders

pg2


2.ONDERZOEKSONDERWERP Context

en situering van onderwerp

De eerste schooldag is voor kleuters en ouders een ingrijpende gebeurtenis in hun leven. Vanaf het ogenblik dat de lieve kroost aan school wordt afgezet blijft de communicatie tussen kind en ouder meestal beperkt tot een kort woordje met de kleuterleid(st)er, begeleid(st)er van de kinderopvang of tot een ouderavond. Wat de kleuters effectief in de klas doen, is meestal een goed bewaard geheim. Dit “afschermen van ervaringen” hangt samen met de cognitieve ontwikkeling van het kind.

Propositie Jolien Somers

Klaservaringen

van kleuters communiceren bij ouders

In dit kader wordt de onderlinge communicatie tussen de kleuterleid(st)ers, school en ouders onder de loep genomen. Naast de bestaande communicatievormen gaan we op zoek naar een manier om de klaservaringen van kleuters over te brengen naar de ouders. Met het Leonardo da Vinci project (2010), een Europees leerpartnerschap gevoerd onder de naam E-communIC@Tion 4 schools 2 parents/EcommunIC@Tion 4 socialwork wordt naast het klassieke communicatiemodel in scholen, dat trouwens niet in vraag gesteld wordt, een antwoord gegeven op de vraag in welke mate ICT communicatiemiddelen hier aanvullend en ondersteunend kunnen zijn.

pg3

Gerard Gielen, pedagoog en lector van het departement sociaal agogisch werk van de Katholieke Hogeschool Limburg onderstreept het belang van de communicatie tussen de scholen/ voorzieningen en het gezin. Het is volgens hem een absolute must om de kloof tussen school en thuis zo klein mogelijk te maken wat enkel kan door een goede communicatie. Ook blijkt dat de communicatie tussen de scholen en het gezin essentieel is om een vertrouwensrelatie op te bouwen die de betrokkenheid van de ouders bevordert. Nog volgens hetzelfde rapport is het nodig om ouders te betrekken in schoolse en sociale voorzieningen om jongeren succesvol te laten ontwikkelen en om beslissingen te nemen die een positieve uitwerking hebben voor hun toekomst. Doch het tegenovergestelde van goede communicatie kan ook aangetoond worden. Volgens het tijdschrift Klasse voor Leraren (2000) klagen zowel ouders als leerkrachten over de gebrekkige communicatie op school. Hierdoor ontstaan misverstanden, frustraties maar ook gemiste kansen. In aansluiting met Gerard Gielen wijzen zij ook op het belang van goede communicatie op school. Dit voorkomt problemen of zorgt ervoor dat probleemgedrag (pesten, agressie, faalangst) of leerproblemen (dyslexie) vlug en efficiënt worden aangepakt.

3.ONDERZOEKSVRAAG

“Hoe kunnen we de klaservaringen van kleuters op een multimediale wijze delen met hun ouders?” Ik

onderzoek

De dagelijkse communicatiestroom (heen-en weerverkeer) in het kleuteronderwijs tussen de kleuter zelf, zijn/haar ouders en de kleuterleid(st)er

Omdat

ik wil weten

Hoe we de klaservaringen van kleuters op een multimediale manier kunnen delen met de ouders

Teneinde

Het communicatieproces van de doelgroep (ouders, kinderen en kleuterleid(st)er) via multimedia te optimaliseren en ergo de betrokkenheid tussen kleuter, school en ouder te vergroten.


Doelstellingen

onderzoek

De doelstelling van het onderzoek is om meer inzicht te krijgen in de huidige vormen van onderlinge communicatie. Deze worden één voor één geanalyseerd en indien nodig opgenomen in het te ontwikkelen project. Mogelijke hinderpalen worden duidelijk geformuleerd. Het uiteindelijke doel is om een bijdrage te leveren om de klaservaringen van de kleuters zichtbaar te maken bij de ouders.

4.ONDERZOEKSPROCES Het onderzoek zal gebeuren in een kleuterklas. Op voorhand ga ik verschillende scholen contacteren of zij interesse hebben om aan het project deel te nemen. Op basis van deze interesse en bereidwilligheid tot medewerking, selecteer ik één school. Na concrete afspraken met directie en kleuterleid(st)ers contacteer ik de ouders om deel te nemen aan mijn onderzoek, rekening houdend met de eerbiediging van de wet op de privacy. Het hoofddoel is kwalitatief onderzoek te voeren. Kwalitatief onderzoek speelt zich veelal af in de natuurlijke omgeving van de respondent (Bryman, 2004, p. 288). Nog volgens Bryman (2008) vergt een kwalitatieve onderzoeksmethode een inductieve aanpak waarbij de relatie tussen theorie en onderzoek centraal staat. Kwalitatief onderzoek biedt immers de mogelijkheid om het antwoord te krijgen op de “wat” en “hoe”vragen, maar ook het ´waarom´ erachter te begrijpen (Saunders et al., 2006).

Ook het vakgebied van de ontwikkelingspsychologie sluit aan bij dit onderzoek. In Ontwikkelingspsychologie: inleiding tot de verschillende deelgebieden (2004) stelt Knoers dat vanaf het eerste levensjaar tot het vierde levensjaar er een geweldige vooruitgang plaatsvindt in de ontwikkeling van een kind. Communicatie is één van de acht kenmerken die essentieel zijn bij de ontwikkeling van een kind.

5.ONDERZOEKSMETHODEN

Een eerste onderzoeksmethode is het open interview. Dit wordt ook wel eens een ongestructureerd of een niet-directief interview genoemd (Billiet & Waege, 2005). Segers (2002) haalt aan dat men met een open interview het “verhaal boven water wil krijgen”. Er wordt daarbij niet gebruik gemaakt van een gestructureerde vragenlijst. De interviewer zelf is de verantwoordelijke voor de vragen, beslist of er doorgevraagd moet worden en draagt er zorg voor dat de resulterende gegevens zo volledig en adequaat mogelijk zijn.

van kleuters communiceren bij ouders

Daarnaast is ook praktijkervaring noodzakelijk om inzicht en verdere kennis te verwerven in de leefwereld van zowel kleuters, kleuterleid(st)er als ouders. Deze ervaring zal ik voornamelijk opdoen via interviews en observaties. De nadruk van het onderzoek ligt op de Research Through Design methode in combinatie met participerende observaties waarbij de onderzoeksvragen worden getest door middel van werkende prototypen.

Klaservaringen

Op pedagogisch vlak gaan we op zoek naar het antwoord op de vraag wat pedagogische verantwoord speelgoed is. Volgens de Stichting Speelgoed (2011) blijkt dit echter sterk afhankelijk van de overtuiging van de pedagoog. Doel is om het uiteindelijk ontwerp te toetsen aan de verschillende pedagogische stromingen.

Propositie Jolien Somers

In de eerste fase van het onderzoek zal literatuuronderzoek mij op weg moeten helpen. Naast bestaande tools, de effecten van goede communicatie, het maatschappelijk belang en de meerwaarde zal ik mij verdiepen in de analytische psychologie. In Kinderen geven tekens: de betekenis van kindertekeningen en kinderspel beschrijft Theresa Foks-Appelman (2004) de betekenis van kleuren en vormen bij kinderen vanuit het perspectief van de analytische psychologie.

pg4


Het ongestructureerd interview vormt samen met de methode van participerende observatie de kern van kwalitatief onderzoek (Cambré & Waege, 2006). Concreet betekent dit dat ik enkele ouders ga contacteren om hun ervaring, hun verhaal en hun mening te leren kennen, waarna ik het geheel in de context van mijn project kan plaatsen. Daarnaast maken we gebruik van diepte-interviews. Howitt en Cramer (2007) definiëren in Methoden en technieken in de psychologie dat bij diepte-interviews de geïnterviewde aangespoord wordt om gedetailleerd in te gaan op een aantal vooraf gekozen onderwerpen. De interviewer probeert vooral te begrijpen wat er hem wordt gezegd. In de praktijk betekent dit dat er met een vooraf opgestelde vragenlijst informatie wordt verzameld bij kleuterleid(st)ers. Zij hebben immers dagelijks met deze problematiek te maken. Het resultaat is een rijke gedetailleerde verzameling van gegevens welke nuttig kunnen zijn voor het uiteindelijk ontwerp.

Propositie Jolien Somers

Klaservaringen

van kleuters communiceren bij ouders

Als aanvulling bij deze onderzoeksmethode is ook contact met pedagogen en lectoren van het kleuteronderwijs noodzakelijk omdat zij allen specialisten zijn in hun vakgebied en de nodige tips en inzicht kunnen verschaffen over de leefwereld, de verlangens en ervaringen van kleuters.

pg5

Ook de methode van Research through design mag niet ontbreken in deze context. Anton Nijholt definieert in Intelligent Technologies for Interactive Entertainment (2009) dit begrip als volgt: “Research through design implies an explorative and iterative approach. Short cycles of design and reflection on design are used to generate research output.” Concreet betekent dit dat deze methode bestaat uit een aantal cycli waarbij telkens een prototype wordt ontwikkeld en getest. Na iedere praktijktest kan het prototype steeds aangepast worden. Op deze wijze wordt toegewerkt naar het uiteindelijke product. Elk van deze prototypes wordt geëvalueerd door middel van participerende observatie. In Etnische identiteit: theoretische en empirische benaderingen (1999) bepaalt M. Verkuyten dat er bij participerende observatie wordt uitgegaan van sociale interacties of een sociaal veld, in dit specifiek geval de kleuterklas. Het uiteindelijke doel is niet om tot algemene verklaringen te komen, maar wel om inzichtelijke beschrijvingen te geven. In de vakcursus Design Research/Onderzoeksmethodologie (2010, p. 48) wordt aangehaald dat participerende observatie de kern is van het etnografisch onderzoek waarbij een groep mensen wordt geobserveerd in hun dagelijks leven. De onderzoeker functioneert als het ware mee in die dagelijkse realiteit die onderzocht wordt. Etnografische onderzoeksmethode laat toe om de kleuters voor wie ontworpen wordt te betrekken in het ontwerpproces.

Relatie

onderzoek

ontwerp

Op basis van de resultaten van het gevoerde onderzoek en de herhaaldelijke testfases wordt een product ontwikkeld op maat van de doelgroep. Het ontwerp zal dusdanig opgevat worden dat het de kleuters aanspreekt en gebruiksvriendelijk is voor zowel kleuter, ouder als kleuterleid(st)er. Bovendien mag ook het prijskaartje niet te hoog zijn.

Evaluatie

onderzoek

ontwerp

Tijdens en na het gevoerde onderzoek wordt afgetoetst of de doelgroep open staat voor mijn project. De combinatie van de verschillende onderzoeksmethoden en vooral de participerende observatie zal zeker een antwoord geven op deze vraag.

6.RELEVANTIE ONDERZOEK Maatschappelijke &

wetenschappelijke relevantie

Het is erg belangrijk dat er een goede communicatie bestaat tussen school en ouders. Psychologe Raphaela Carrière (2009) van de Rijksuniversiteit Groningen beaamt dat leerkrachten nauw moeten samenwerken met ouders om te kijken of een kind zich anders gedraagt dan normaal. Uit onderzoek blijkt immers dat de persoonlijke beleving van school een grote invloed kan hebben op hoe een kind zich in de rest van zijn of haar leven gedraagt.


J. van Loo bevestigt in Effectief communiceren met ouders (2004) dat de relatie tussen ouders en school belangrijk is. Ouderbetrokkenheid is een invloedrijke factor bij het schoolsucces van kinderen en heeft invloed op de leerprestaties, het gedrag en de sociale vaardigheden. Hij gaat zelfs een stapje verder en stelt dat school en ouders een relationele ĂŠn emotionele binding met elkaar hebben. In dit verband refereert hij naar de behoeftepiramide van Maslow en expliciet naar de sociaal-emotionele behoeften en de behoefte aan erkenning en respect. Deze menselijke basisbehoeften zijn herkenbaar in de wederzijdse verwachtingen tussen school en ouders.

Waarom

dit onderzoek?

Het uit te voeren onderzoek en daarbij horend project sluiten nauw aan bij mijn vorige opleiding als professionele bachelor in Communicatie.

Voor

wie is het onderzoek bedoeld?

Het onderzoek is specifiek gericht op kleuters, ouders en kleuterleid(st)ers. Het licht een tipje van de sluier op hoe kleuters zich in hun schoolbiotoop gedragen en kan ergo een bijdrage leveren aan de goede ontwikkeling en volledige ontplooiing van de kleuter.

7.PLANNING Realistische

jaarplanning

Propositie Jolien Somers Klaservaringen

Voorstel

voor promotor(en)

Als mogelijke promotoren voor mijn onderzoeksproject stel ik Katrien Dreessen en Veerle Van der Sluys voor. Katrien studeerde af als licentiate in de communicatiewetenschappen. Ze focust vooral op de verschillende onderzoeksmethodes. Veerle houdt zich graag bezig met software ontwikkeling, webapplicaties en nieuwe mediatoepassingen. Ze coĂśrdineert bovendien de onderzoeksgroep Play&Game, wat nauw aansluit bij mijn masterproef.

van kleuters communiceren bij ouders

8.BEGELEIDING

pg6


9.BRONNENLIJST Boeken

Bryman, A. (2004). Social Research Methods. Second Edition. Oxford: University Press. Bryman, A. (2008). Social Research Methods. Third Edition. Oxford: University Press. Cambré, B. & Waege, H. (2006). Kwalitatief onderzoek en dataverzameling door open interviews. In Billiet, J. & Waege, H. (Eds.), Een samenleving onderzocht (2de druk) (pp.315342). Antwerpen: De Boeck. Foks-Appelman, T. (2004). Kinderen geven tekens: de betekenis van kindertekeningen en kinderspel. Delft: Uitgeverij Eburon. Howitt, D. & Cramer, D. (2007). Methoden en technieken in de psychologie. Amsterdam: Pearson Education Benelux BV. Knoers, A.M.P. (2004). Ontwikkelingspsychologie: inleiding tot de verschillende deelgebieden. Assen: Koninklijke Van Gorcum BV. Nijholt, A., Reidsma, D., & Hondorp, H. (2009). Intelligent Technologies for Interactive Entertainment. Enschede: Volume Editors.

Propositie Jolien Somers

Klaservaringen

van kleuters communiceren bij ouders

Segers, J. (2002). Methoden voor de maatschappijwetenschappen. Assen: Van Gorcum.

pg7

Van Loo, J. (2004). Effectief communiceren met ouders. Alphen aan den Rijn: Kluwer. Verkuyten, M. (1999). Etnische identiteit: theoretische en empirische benaderingen. Amsterdam: Het Spinhuis. Waege, H. (2006). Het onderzoeksplan. In J., Billiet & H., Waege (reds.) Een samenleving onderzocht. Methoden van sociaal - wetenschappelijk onderzoek (pp.366 - 369). Antwerpen: De Boeck.

Websites

Carrière, R. (2009). Eerste schooldag mogelijke oorzaak ADHD gedrag. Geraadpleegd 5 oktober 2011. http://www.zielenknijper.nl/psycholoog-raphaela-carriere-eerste-schooldag-mogelijkeoorzaak-adhd.html. Gielen, G. (2010). E-communIC@Tion 4 schools 2 parents/EcommunIC@Tion 4 socialwork. Geraadpleegd 4 oktober 2011. h t t p : / / w w w. k h l i m . b e / s i t e s / d e f a u l t / f i l e s / h u l p b r o n n e n / S AW / D o c u m e n t e n / EcommunicationLeonardo/item_38314_eCommunicatie.pdf. Klasse voor Leraren. (2000). Communicatie. Geraadpleegd 5 oktober 2011. http://www.klasse.be/leraren/archief.php?id=6364. Stichting Speelgoed. Wat is pedagogisch verantwoord speelgoed? Geraadpleegd 10 oktober 2011. http://www.speelgoedinfo.nl/?id=83.

Vakcursus

Huybrechts, L., Jansen, S., & Schoffelen, J. (2010). Design Research/Onderzoeksmethodologie. Genk: Katholieke Hogeschool Limburg – Media en Design Academie.



Masterproef propositie