Issuu on Google+

inhoud pag. 1 omslag

pag.8 omslag

pag.2-3 Inhoud + verhaal 1

pag.9-10 verhaal 8,9 en 10

pag.4-5 verhaal 2, 3 en 4

pag.11-12 essay Chris van der Heijden

pag.6-7 verhaal 5, 6 en 7

pag.13-14 vervolg essay + colofon

Ã

Ã

Ã

Ã

Ã

Ã

Ã

Ã

Ã

Ã

Ã

Groslijst vergeten verhalen + Jury leden + Dick scherpenzeel stichting + grafiek over Nederlandse correspondenten in het buitenland + advertenties

Wereldkaart HT VRGTN VRHAAL VAN > 2006

Coca Cola pikt het grondwater in en geeft er duur flessenwater voor terug

Ver weg, te ingewikkeld, niet sexy. Heel veel trends, gebeurtenissen en ontwikkelingen in de Derde wereld krijgen niet de aandacht in de media die ze verdienen. Dit jaar zonden tientallen mensen suggesties in voor de samenstelling van de lijst van tien verhalen die het afgelopen jaar ten onrechte ‘vergeten’ werden. De jury selecteerde uit dat aanbod dit jaar opnieuw een toptien.

De wereld is gedompeld in een watercrisis. Het mondiale waterverbruik verdubbelt elke twintig jaar. Water wordt schaars en duur. Multinationals met toegang tot water profiteren. Nergens is deze situatie, een voorbode voor grote delen van de wereld, duidelijker zichtbaar dan in India. ‘Multinationals stelen het water van de Indiase boeren’, zeggen activisten. “Coca-Cola voorop”. Terwijl het goedkope drinkwater in grote delen van India snel aan het verdwijnen is, duikt het flessenwater steeds vaker op als duur en daarom voor velen onbetaalbaar alternatief. Coca Cola zit ook stevig in deze groeiende markt voor gebotteld drinkwater, onder diverse merknamen, zoals Kinley. Samengevat: het bedrijf pikt het grondwater gratis in en geeft er duur flessenwater voor terug

1

Fotograaf Henk Braam reisde meer dan 20 keer naar India. ‘Er is heel veel onvrede. Ik heb contact gezocht met Coca-Cola in India, maar heb nooit iets van ze vernomen. De pers wordt afgehouden.’ Feit is dat het dorp Mehdiganj en omstreken te maken heeft met ernstig waterkort sinds de colafabrikant daar zijn bottle-activiteiten is gestart. De grondspiegel van het water daalt. Boeren in de omgeving zien hun landbouwgrond verdorren.

Oktober 2006. Voor het hoofdkantoor van Coca-Cola in Gurgaon, Noord-India, protesteren duizenden Indiërs. Ze eisen betere productiemethoden of anders het vertrek van het bedrijf uit het land. Het protest stond niet op zichzelf. In 2006 kwam Coca Cola in India hevig onder vuur te liggen. Er zijn diverse grote demonstraties geweest en Indiase parlementsleden hebben opgeroepen tot een verbod op de drank. De belangrijkste reden: het alarmerend hoge verbruik van drinkwater voor de productie van cola. Er zijn honderden vestigingen van Coca-Cola in India en overal trekken die fabrieken enorm veel water uit de grond. Aan de andere kant biedt de multinational werk aan duizenden dorpelingen: de keerzijde van de globalisering. pag. 2

Ze zijn niet alleen. Het watertekort in India is nijpend. In vijftien federale staten zakt het grondwater met een tempo van vijf à zeven procent per jaar en sommige staten zullen rond 2015 helemaal drooggevallen zijn. De opkomende markt voor flessenwater in India wordt geschat op meer dan 2 miljard euro. Business Human rights: www.business-humanrights.org Coca Cola India: www.coca-colaindia.com Corp.Watch India: www.indiaresource.org/news/2006/2009.html Water Conservation Portal & Search Engine: www.waterconserve.org/ links/new ABN Amro: investeren in water: www.abnamromarkets.nl/water World Day for Water: www.unesco.org/water/water_celebrations pag. 3


2

Het World Receiver Project is een goedkoop alternatief voor internet. Het initiatief voorziet ziekenhuizen in Malawi van hoogwaardige én recente medische informatie over ziekten en de behandeling ervans. Het World Receiver Project omzeilt dure internetdiensten met een satellietverbinding en specifieke programmatuur. Journaliste Astrid Maria Boshuisen: ‘Tijdens mijn persreis door Malawi in Zuidoost-Afrika zag ik dat het personeel van het ziekenhuis een recent nummer van het medische vakblad The Lancet online kon lezen. Dit was in een klein plattelandsziekenhuis in the middle of nowhere. Ook was er medische informatie beschikbaar over tropische ziekten en over cholera en aids. De informatievoorziening was beperkter dan via het world wide web, maar voor ontwikkelingslanden is deze goedkope voorziening veel beter betaalbaar.’

3

‘Artsen en verpleegkundigen kunnen The Lancet op internet lezen’

De hoofdbestanddelen van de World Receiver-verbinding zijn een Pentium-computer en een kleine, betaalbare antenne die ter plekke wordt geplaatst. De hoofdontvanger staat bij de medische faculteit van de universiteit in Blantyre, de tweede grootste stad van Malawi, die het project ook leidt en uitvoert. Cordaid/Memisa financiert en steunt het project. Het gaat vooralsnog om een proef. Astrid Maria Boshuisen: ‘Er is een aantal computers geplaatst in tien Malawiaanse ziekenhuizen en medische centra, maar met meerdere computers zou het project natuurlijk pas echt uit de verf komen. De ambitie is om het initiatief in Malawi op nationaal niveau uit te breiden en misschien ook naar landen als Zambia, Oeganda en Tanzania.’ University of Blantyre, College of Medicine, www.medcol.mw Memisa, www.memisa.nl

Het Keniase East African Breweries lanceert bier in Groot-Brittannië

Onbekende kant van Afrika: het is er goed zakendoen. De koopkracht neemt toe en de Afrikanen zien en grijpen kansen. De economische groeicijfers van Afrika zijn deels beter dan die in het Westen en in Azië. In Zuid-Afrika bijvoorbeeld groeide de economie in 2005 met 4,9 procent ten opzichte van 2004, dat is het hoogste groeicijfer in twintig jaar. De omzet van het bedrijfsleven groeide navenant. En ook in 2006 gaat het goed. Hervormingen maken het ondernemen in Afrika een stuk gemakkelijker, zo blijkt uit het Wereldbankrapport ‘Doing Business 2007, How to Reform’. De grootste vooruitgang in Afrika wordt geboekt door Ghana en Tanzania. De gemiddelde tijd die het duurt voordat geïmporteerde producten worden vrijgegeven, is gedaald van

zeven naar drie dagen. Verder werd belasting op bedrijfswinsten verlaagd. Berichtgeving over Afrika gaat doorgaans over westerse bedrijven die er succesvol investeren, of over economische mislukking in landen. Afrikaans ondernemerschap speelt in de media geen rol. Maar East African Breweries bijvoorbeeld, de succesvolle bier- en drankfabrikant uit Kenia, waagt zich aan expansie in Europa en introduceerde onlangs hun beroemde biermerk Tusker in Engeland. En Heineken, ook zeer actief in Afrika, dankt zijn gunstige cijfers over 2005 volgens het jaarverslag aan Afrika, dat ‘een aanmerkelijk hogere bijdrage aan het bedrijfsresultaat’ leverde. East African Breweries Limited: www.eabl.com De Nederlandse Financierings-Maatschappij voor Ontwikkelingslanden NV (FMO) ondersteunt de private sector in ontwikkelingslanden en opkomende markten. www.fmo.nl

India en Brazilië doen allang hun voordeel met de gratis software

De digitale kloof tussen het Westen en het Zuiden is groot. Dat komt onder meer doordat software duur is. Softwareproducenten houden vast aan hun broncodes en brengen hun ICT-toepassingen voor veel geld aan de man. Open source software omzeilt deze gevestigde orde. Open Source is programmatuur waarvan de broncode in te kijken en te veranderen is. Met de broncode wordt de software verder ontwikkeld. Vooral gebruikers in arme landen weten deze gratis software uitstekend te vinden. In veel ontwikkelingslanden belemmert de hoge prijs van gangbare software het automatiseren van werkprocessen. De open standaarden maken ICT betaalbaar en versmallen de digitale kloof. In India, China en Brazilië weet men dit allang. Daar gebruiken overheidsinstanties op grote schaal gratis open source software. Behalve de kosten zijn er ook andere redenen die de Open Sourcepag. 4

beweging populair maken. Zo geeft China de voorkeur aan deze software, omdat die ook in het land zelf kan worden ontwikkeld en onderhouden. Bovendien kan de software gemakkelijker worden aangepast aan lokale omstandigheden. Voor India geldt bijvoorbeeld dat er software in 22 verschillende talen nodig is. Windows heeft die mogelijkheid niet. Met een broncode in de hand kan zo´n aanpassing relatief eenvoudig zelf worden gerealiseerd. Voorbeelden van open source software zijn onder meer het besturingssysteem Linux, Eclipse, de serversoftware van Apache, de door Sun Systems gestimuleerde gratis concurrent voor Windows Office, OpenOffice genaamd, webbrowser Mozilla Firefox, e-mailprogramma Mozilla Thunderbird en een content management system (CMS) dat Drupal heet. International Open Source Network: www.iosn.net IICD, International Institute of Communication development. www.iicd.org pag. 5


5

‘De stad is een kluwen van mooi en lelijk, een ratatouille van mensen’

Tien jaar geleden was Johannesburg de meest criminele stad ter wereld. Niemand was er zijn leven zeker, als de vele verhalen over deze stadsjungle de waarheid zouden vertellen. Maar nu lijkt Johannesburg opeens het symbool van de Afrikaanse renaissance. De werkelijkheid is complexer, merkt Bart Luirink, hoofdredacteur van ZAM Zuidelijk Afrika Magazine, die een groot deel van het jaar in Johannesburg woont: ‘Journalisten houden er van hun verhaal in zwartwit op te schrijven. Ik lees tegenwoordig juichverhalen over Johannesburg: over de regenboognatie, de muziek, de economische kracht, het WK 2010, het hippe uitgaansleven, de vooruitstrevende homoscene. Alles komt voorbij en dat las je tien jaar geleden nergens. Toen was het misdaad en nog eens misdaad. Het intrigerende is dat Johannesburg uit zoveel facetten

Bestuurders in ontwikkelingslanden hebben het moeilijk met de eisen die ontwikkelingsorganisaties stellen. De honderden ngo’s, regeringen, de Wereldbank of het IMF: ze hebben allemaal hun eigen opvattingen over hoe ‘good governance’ moet worden ingevuld. Zij stellen allemaal eisen op het gebied van democratisch bestuur, decentralisatie, transparantie, goede boekhouding en verslaglegging. Hoe kunnen de bestuurders in ontwikkelingslanden aan al deze voorwaarden voldoen, terwijl ze ook nog eens hun eigen doelen moeten behalen? Rolf Wijnstra van het Koninklijk Instituut voor de Tropen: ‘Het is moeilijk aandacht vragen voor zaken die gaan over hoe je in de praktijk handen en voeten geeft aan good governance. Het is niet sexy. Tegelijkertijd is good governance voor iedereen een mantra geworden. Ontwikkelingslanden worstelen met al die verschillende aspecten

7

tegelijkertijd bestaat. Het is een stad van gelukzoekers. Dat begon al met het goud. Vandaag zijn het de rurale Zuid-Afrikanen en Afrikanen van het hele continent die in Johannesburg een toekomst zoeken. En het is de stad waarin het nieuwe Zuid-Afrika als eerste zichtbaar wordt: een kluwen van mooi en lelijk, van ruwe omgangsvormen en nieuwe vriendelijkheid, een ratatouille van mensensoorten. Van aids en het vrije woord, van nieuw theater en van misdaad. Waar de hemelbestormers van de stadsvernieuwing de oorlog hebben verklaard aan de overtuiging dat een samenleving niet maakbaar is.’ Johannnesburg is een complexe, dynamische, intrigerende samenleving waarover in de media echter alleen wordt bericht in clichés die de werkelijkheid geen recht doen.

6

www.lonelyplanet.com/worldguide/destinations/africa/south-africa/johannesburg/ Criminaliteit in Zuid-Afrika: www.truecrimexpo.co.za/

‘Iedereen heeft een ander idee over goed bestuur in arme landen’

waarop ze worden beoordeeld. Maar beleidsmakers in het Westen worstelen evenzeer: welke eisen kunnen ze nu precies stellen aan overheden in ontwikkelingslanden? Wat is reëel en haalbaar? Als voorbeeld wordt vaak Bangladesh genoemd, dat zeker niet vrij is van corruptie en bureaucratie, maar waar de overheid, algemeen gesteld, redelijk goed functioneert. Een interessante ontwikkeling is de opkomst van het begrip ‘good enough governance’. Het Engelse ministerie voor Ontwikkelingssamenwerking loopt daarin voorop. Er worden kanttekeningen gezet bij de eisen die aan het good governance-beleid ten grondslag liggen. Wat voor morele recht hebben wij om te kunnen spreken van good governance als je zelf ook fouten maakt? De westerse democratie werkt immers ook niet perfect. Voor die kant van deze zaak bestaat weinig aandacht.’ www.odi.org.uk/speeches/states_06/29thMar/merilee%20grindle%20p resentation.pdf

India en Brazilië doen allang hun voordeel met de gratis software

De domeinnaam .tv hoort bij het eilandenrijk Tuvalu als .nl bij Nederland. En al is op deze archipel in de Stille Oceaan grappig genoeg geen tv-station te vinden – er wonen 11.812 mensen – de afkorting .tv heeft Tuvalu rijk gemaakt en op de kaart gezet. Toch is het lachen de mensen van Tuvalu vergaan. Het wordt steeds duidelijker dat het stijgen van de zeespiegel ervoor zorgt dat de zeer laaggelegen eilandengroep langzaam verdwijnt in de onmetelijke Stille Oceaan. In het jaar 2000 leaste Tuvalu haar domeinnaam .tv aan het bedrijf .tv Corp voor 50 miljoen dollar voor een periode van twaalf jaar. (Inmiddels is .tv Corp overgenomen door het Amerikaanse bedrijf VeriSign.) Het eerste dat met het geld zou zijn gedaan, was het asfalteren van de negentien kilometer weg op het hoofdpag. 6

eiland Vaiaku, zodat de (op petroleum lopende) auto’s eindelijk een beetje doorgang hadden. Tuvalu, dat een eind uit de oostkust van Australië ligt, is een van de meest afgelegen landen ter wereld. Het is piepklein en beslaat 29 vierkante kilometer, verdeeld over acht atollen. Er is nauwelijks reliëf; het hoogste punt bedraagt vijf meter en het grootste deel van het oppervlak ligt nog geen twee meter boven de zeespiegel. In de vorige eeuw is het zeeniveau er tussen de 10 en 20 cm gestegen. Wetenschappers voorspellen dat het water snel verder zal stijgen door het smelten van de ijskappen van Groenland en Antarctica. In combinatie met hoog water als gevolg van stormen kan deze stijging rampzalig uitpakken voor de eilandbewoners. Zou Tuvalu ooit verdwijnen in de oceaan, dan valt het eilandenrijk alleen virtueel nog te bewonderen. Als domeinnaam: .tv. Tuvalu: www.tuvaluislands.com .tv/: www.tv/ pag. 7


8

‘Vaarwel, dit is het einde van mijn leven in deze grote Marokkaanse zee’

Dagelijks wagen honderden Afrikanen per boot de oversteek naar Europa. De Canarische Eilanden (Spaans grondgebied) zijn momenteel favoriet. Alleen al hier kwamen dit jaar – tot eind augustus 2006 – zeventienduizend mensen aan. Vaak gaat er iets mis op deze overtochten. We kennen de beelden van aangespoelde schipbreukelingen. Minder bekendheid kreeg een schipbreuk in het Caribisch gebied, op 5000 kilometer van de Canarische Eilanden. Die kostte het leven aan 40, maar misschien wel 52 West-Afrikanen. Zij wilden van Kaapverdië oversteken naar de Canarische Eilanden. Journalist René Zwaap: ‘Op 29 april 2006 trof een visser op Barbados een boot aan met de lijken van elf personen. Twee opvarenden hadden een boodschap achtergelaten, met wat geld. “Ik kom uit Senegal, maar ik heb een jaar op Kaapverdië gewoond. Het gaat slecht. Ik denk niet dat ik dit overleef”, schreef Diaw Sounkar Diemi. “Ik wil aan degene die dit

9

vindt vragen dit geld naar mijn familie te sturen.” De andere brief, niet ondertekend, bevatte hetzelfde verzoek en besloot: “Vergeef me en vaarwel. Dit is het einde van mijn leven in deze grote Marokkaanse zee.” Het Afrikaanse dodenschip bleek op 25 december 2005 van Kaapverdië te zijn vertrokken, met aan boord tussen de 40 en 52 mensen. Die hadden allemaal 1300 euro betaald voor de overtocht naar de Canarische Eilanden. De eigenaar van de boot, een onbekende Spanjaard, liet het vaartuig verslepen naar volle zee, waar de passagiers aan hun lot werden overgelaten. Wind en stroming dreven hen naar de Caribische wateren, op een tocht die 135 dagen zou duren. Interpol heeft de zaak in onderzoek. Wat zich op dit Afrikaanse dodenschip moet hebben afgespeeld, is onbekend.’

Veel drugs, geen werk en oude conflicten die dreigen op te laaien

Jongeren in Sarajevo, de hoofdstad van Bosnië en Herzegovina, zijn somber en verbitterd. Drugsgebruik tiert welig en de onderlinge spanningen tussen de drie belangrijkste bevolkingsgroepen, Kroaten, Moslims en Serviërs, zijn nog steeds groot. Tijdens de burgeroorlog in Bosnië (1992-1995) belegerden de Serviërs vier jaar lang de hoofdstad Sarajevo. Een vredesmissie ziet erop toe dat oude conflicten niet opnieuw oplaaien. In oktober 2006 zijn verkiezingen in Bosnië en Herzegovina gehouden. De nationalistische partijen van zowel Moslims, Kroaten als Serviërs wonnen sterk aan populariteit, blijkt uit de voorlopige resultaten. De opkomst bedroeg 53,94 procent en is daarmee de laagste sinds het einde van de oorlog.

De jeugd van Sarajevo heeft weinig toekomst. Er zijn te weinig banen en het grootste deel van de jonge mensen heeft nauwelijks een toekomstperspectief. Overal in Sarajevo hangen posters van een antidrugscampagne. Studente Sabina Mesanovic (27) vertelt dat eens in de zoveel maanden er wel iemand overlijdt aan een overdosis. Mesanovic: ‘En het is echt niet zo dat ik in een kring van drugsgebruikers verkeer.’ De bittere toon van Mesanovic klinkt bij veel van haar generatiegenoten. Het vergeten verhaal is een reportage over de jeugd van Sarajevo. Hoe geven ze vorm aan hun leven? Welke rol speelt de oorlog daarbij en hoe verdeeld zijn de verschillende bevolkingsgroepen? BBC: On patrol with Sarajevo police http://news.bbc.co.uk/1/hi/world/europe/5142374.stm Grbavica. Film over het leven in Sarajevo. Gouden Beer in Berlijn www.grbavica.ba

De WHO wil samen met traditionele genezers aids bestrijden ‘Wij traditionele genezers zijn degenen die het meest worden vertrouwd. Ook zijn wij het gemakkelijkste te benaderen binnen onze gemeenschappen’, schrijft Dr. Sekagya Yahaya Hills op de website van het International Development Research Centre. Hills is een Oegandese tandarts en tevens traditioneel genezer. Hij ziet voordeel in de combinatie van traditionele geneeswijzen en de reguliere geneeskunde. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) is het met hem eens. Dr Luis Gomes Sambo van de WHO riep tijdens de Third African Traditional Medicine Day in Maputo, Mozambique, (in augustus 2005) regeringen op om traditionele genezers als serieuze partners te zien en hen te betrekken bij de officiële gezondheidsprogramma’s. De WHO staat ook bij de bestrijding van aids steeds meer open voor samenwerking met de beoefenaars van traditionele geneeswijzen uit Afrika. Traditionele geneeswijzen remmen daadwerkelijk de ziekte en de kennis pag. 8

van planten, mineralen en dierlijke geneesmiddelen is waardevol, meldt de Wereldgezondheidsorganisatie. De roep om institutionalisering van deze kennis en de behoefte deze te integreren met de gangbare gezondheidszorg is groot. Tachtig procent van de mensen in Afrika vertrouwt op traditionele medicijnen, blijkt uit onderzoek van de WHO. Mensen brengen eerder een bezoek aan een traditionele genezer dan dat ze naar een ziekenhuis gaan. Niet in de laatste plaats vanwege de hoge kosten en slechte service van veel lokale ziekenhuizen. Afrikaanse geneeswijzen lijken niet serieus te worden genomen. In de westerse media is vooralsnog weinig aandacht voor dit onderwerp. Zie ook: ‘Traditional Medicine Important in Africa’, http://english.ohmynews.com/articleview/article_view.asp?at_code=357220 Nature 443, AIDS in Africa: A question of trust. www.nature.com/nature/journal/v443/n7112/full/443626a.html pag. 9


essay

Als Bono zich ermee bemoeit of als een ramp ons eigen kringetje raakt, krijgen wij als bij toverslag wel belangstelling

We hebben alleen nog belangstelling voor de rest van de wereld als we die door de ogen van een Bekende Nederlander kunnen beleven. Het is een verraderlijk perspectief. Want die verhalen gaan eigenlijk meer over ‘ons’ dan over ’hen’. Dit ‘hollandocentrisme’ zal ons nog duur komen te staan, betoogt Chris van der Heijden. Tekst: Chris van der Heijden In dezelfde week dat ik gevraagd werd dit essay voor het project Vergeten verhalen te schrijven verscheen onzeWereld, een van de weinige bla-den op het gebied van de ontwikkelingsproblematiek die Nederland arm is, met op de cover niemand minder dan Hind. Nu is deze Nederlands-Marokkaanse zangeres zonder twijfel een mooie vrouw, een goed artieste, een geëngageerd mens en wie weet wat al niet meer, maar ze is bovenal Hind, dat wil zeggen een zoveelste exemplaar van het type waarvan de media tegenwoordig vergeven zijn: de zogenaamde BN’er ofwel bekende Nederlander. De grote betekenis voor de Nederlandse cultuur van de BN’er is goed te merken als je onder studenten verkeert. Het type is hun maat van alle dingen. Geen onderwerp of er wordt naar een rolmodel gezocht. Vandaar ook dat er sinds kort tijdschriften op de markt zijn die geheel op zo’n model toegesneden zijn. Linda. bijvoorbeeld. Of Gullit. Vandaar ook dat bladen, kranten, radioen televisieprogramma’s hun verhalen steeds weer vertellen aan de hand van bekende personen. Het gebeurt niet alleen in Nederland, het gebeurt overal. Zie de arme Austra-lische durfal die wereldberoemd werd om zijn geworstel met enge dieren – en daar uiteindelijk ook in bleef. Zijn programma ging over de natuur, althans zo leek het. In feite ging het natuurlijk om hem, de held. De kro-kodillen en andere engerds waren bijzaak. Op het eerste gezicht lijkt een dergelijke – als je het zo mag noemen – ‘door roem gefilterde aandacht’ onbetekenend. Elk perspectief wordt ge-filterd en daarbij hebben vooraanstaande personen altijd een rol gespeeld. Niets nieuws dus. Bij nader inzien geeft die filtering via BN’ers toch te denken. Het zou namelijk wel eens een zoveelste maar dit keer hypocriet teken kunnen zijn van het huidige gebrek aan belangstelling voor de – wat ooit heette – Derde Wereld maar die nu, veelzeggend, een benaming ontbeert. Dat er op dit moment nauwelijks belangstelling bestaat voor Derde We-reld, armoede, ontwikkelingswerk en aanverwante zaken, lijdt geen twijfel. Zie de partijprogramma’s van de afgelopen verkiezingen. Daarin is het al Nederland wat de klok slaat – wat dat betreft zijn de benamingen van de nieuwe partijen (EénNL, Partij voor Nederland) veelzeggend. Zie ook kranten, tijdschriften, televisie. Serieuze aandacht voor, laat staan onderzoek naar of visies op ontwikkelingen in de Derde Wereld zijn er met een lantaarntje te zoeken. Het is waar, obligate praatjes over armoede en ontwikkeling zijn er in politiek en media voldoende, berichten pag. 10

over rampen worden braaf opgetekend, regelmatig wordt keurig gemeld dat instelling X of onderzoeksinstituut Y tot de conclusie is gekomen dat... Maar verder? Noppes. Politiek en media weerspiegelen de huidige cultuur – en andersom. De onvermijdelijke uitzonderingen daargelaten leven we stuk voor stuk besloten in eigen kring. We cocoonen meer dan we eropuit trekken; we mijmeren meer dan we kijken of luisteren; we zoeken eerder het bekende dan het onbekende; en als we reizen doen we dat omwille van het avontuur, voor de mooie ervaringen of voor de ontspanning – zie de programma’s waarin BN’ers over de wereld sjezen en regelmatig een traantje wegpinken bij een afgepeigerde arme donder om vervolgens snel, snel door te gaan naar de volgende opdracht. De arme of vreemde medemens is niet meer dan een middel tot ons doel. Vandaar ook dat het gebrek aan belangstelling voor de Derde Wereld als bij toverslag kan omslaan als een bekende figuur (Bono bijvoorbeeld of een van de vele ‘ambassadeurs’ waarmee de ngo’s zich omringen) zich ermee bemoeit of als er iets gebeurt dat direct aan het eigen kringetje raakt. Het beste voorbeeld hiervan is natuurlijk de overstelpende reactie op de tsunami. We deden alsof we die arme slachtoffers hielpen, in feite troostten we onszelf. We hadden er immers zelf kunnen zitten. Daarom ook is de verschijning van Hind op het omslag van geen minder blad dan onzeWereld veelzeggend. Zover is het fenomeen dus al voortgeschreden.

Elke poging te begrijpen waarom mensen hiernaartoe komen, begint met een verschuiving van perspectief: van onszelf naar hen Het gebrek aan belangstelling voor de Derde Wereld is vooral opmerkelijk omdat het haaks staat op de feiten. De hele dag zien, horen, lezen en, vooral, merken we dat we leven in een wereld van globalisering, internationalisering, migratie en andere zaken waaruit blijkt hoezeer we deel uitmaken van een groot geheel. Daarom ook is het huidige ego- en hollandocentrisme kwalijker dan het ooit heeft kunnen zijn: de verhouding van de medemens tot ons – en andersom – is zo veranderd dat het niet alleen absurd maar zelfs gevaarlijk is de ogen voor het vreemde te sluiten dan wel dat vreemde te zien als een verlengstuk van het bekende. De beste illustratie hiervan biedt de migratieproblematiek. Natuurlijk, de voortdurende komst van migranten naar Europa is een groot probleem. Het is echter onjuist te denken dat het probleem door ons, laat staan hier opgelost kan worden. De harde (uitsluiten en opsluiten) noch de zachte (uitnodigen en vertroetelen) weg biedt uitkomst. Mensen in erbarmelijke omstandigheden zullen doen wat mensen in erbarmelijke omstandigheden altijd gedaan hebben en altijd zullen blijven doen: uitwegen zoeken. Daartoe zullen ze alle denkbare risico’s nemen, een groot percentage zal het niet redden, slechts enkelen zullen doorkomen, links om, rechts om, door de lucht, over land, hoe ook. Uit een reservoir van miljarden zullen die enkelen miljoenen zijn – hoe groter en ellendiger het reservoir, des te meer miljoenen. Zovelen zullen erin slagen tot hier door te dringen, net zolang tot ze redenen hebben om te blijven, hun redenen, niet de onze. Het minste wat wij kunnen doen, is dat begrijpen – om vervolgens te proberen op basis van dat begrip mee te werken aan oplossingen. Elke poging daartoe begint met een verschuiving van perspectief: van onszelf naar hen. En daarom dus pag. 11


essay

Allochtonen worden ze genoemd, een begrip dat ook weer zo´n teken is van het gebrek aan belangstelling hoort niet Hind maar Maria uit Bolivia, Sedou uit Mali of Ahmad uit Afghanistan op het omslag van onzeWereld. Want als dat blad nu ook al voor de verleiding bezwijkt het vreemde terug te brengen tot het bekende, is de wereld simpelweg te veel ‘ons’ en te weinig ‘wereld’. Twee, drie, twintig generaties geleden kon iemand zich nog permitteren zijn eigen wereldje als exclusief bezit te zien. Hij of zij had met de rest immers weinig tot niets te maken. 99,9 Procent van de mensen leefde besloten in eigen kring. Men hoorde, zag of wist niets van de ander. Dat was ook niet nodig. De wereld bestond uit duizenden cirkels die elkaar zelden of nooit raakten. Natuurlijk, er bestond een minuscuul, zij het langzaam uitdijend groepje mensen dat die onderlinge exclusiviteit doorbrak en in handel, avontuur, wetenschap, koloniale ambitie en bekerings-drift over de aardbol trok. Hun verhalen werden door het thuisfront gretig verslonden. Maar het waren en bleven verhalen. Voor de gemiddelde kleinburger in een Drentse provinciestad of een boer op het platteland van Beieren was er geen enkele noodzaak die te vernemen. De verhalen waren leuk, spannend, mooi, ontroerend en wat al niet meer. Noodzakelijk voor het voortbestaan waren ze niet.

naar de supermarkt om wijn uit Chili en vlees uit Argentinië te halen. Wat tien jaar geleden, zo opgeschreven, nog provocerend klonk, is nu zo alledaags dat het vooral flauw is. Maar daarom is het nog niet minder waar. Dat wij ons tegen deze overdonderende werkelijkheid beschermen door de meeste verhalen te vergeten en de rest te filteren, is begrijpelijk. Doen we dat niet, dan worden we horendol. Maar doen we het wel en dan bovendien via personen die als gids niets anders in te brengen hebben dan hun roem, schoonheid, sexy uitstraling of andere in dit verband secundaire eigenschap, dan grenst het aan bedrog. Want terwijl het lijkt alsof we ons op die wijze bekommeren om de ander, gaat het opnieuw om onszelf: onze geruststelling, ons vermaak, ons belang, ons geweten. Zoals gezegd is het evident dat zoveel ego- en hollandocentrisme in een geglobaliseer-de wereld dom en op den duur wellicht zelfs gevaarlijk is. Eenieder beseft dat, mediamakers nog meer dan consumenten. Vandaar de truc: de BN’er als excuus-Truus. Probleem toegedekt. Maar opgelost? Chris van der Heijden is historicus, Spanjekenner en schrijver, hij publiceerde een boek of vijftien over de meest uiteenlopende onderwerpen, met als bekendste een grote studie naar Spanje in de 15de en 16de eeuw en een boek over Nederland en de Tweede Wereldoorlog (Grijs verleden). Zijn laatste boek (Een dollar per dag) gaat over armoede. Naast schrijven leidt hij journalisten op aan de School voor Journalistiek te Utrecht

Op tv sjezen BN’ers over de wereld, pinken een traantje weg bij een arme donder om vervolgens snel, snel door te gaan naar de volgende opdracht

Begin 21ste eeuw is dat veranderd, radicaal en voorgoed. De gesloten samenleving bestaat niet meer. De (cultuur)kringen die dertig, veertig jaar geleden nog gescheiden waren, hebben elkaar doordrongen. De kleinburger uit Drenthe is hoogstens volgens het bevolkingsregister nog dezelfde, in werkelijkheid is zijn leefomgeving een uitgelopen vlekje in een oneindig veld vol andere uitgelopen vlekken en vlekjes. Voor de boer uit Beieren geldt hetzelfde. Ze wonen temidden van honderden, zo niet duizenden ‘vreemdelingen’ – allochtonen worden die mensen in Nederland genoemd, een begrip dat ook weer zo’n teken is van gebrek aan belangstelling: het klinkt als een epidemie. Ze zien en horen de hele dag berichten uit den vreemde, berichten ook die met die vreemdelingen – asielzoekers, muzikanten, terroristen, straatverkopers, gelovigen, klusjesmannen – te maken hebben. Terwijl ze in kleren uit Taiwan en op schoenen uit Marokko lopen, gebruiken ze apparaten uit China en rijden in een Tsjechische auto

colofon Het Vergeten Verhaal van 2006 is een uitgave van de Dick Scherpenzeel Stichting. Deze uitgave is bijgesloten bij het maandblad onzeWereld en bij het vakblad voor journalisten van de NVJ, De Journalist. Deze uitgave is mede mogelijk gemaakt door Oxfam-Novib, ICCO en NCDO. Redactie en coördinatie: John Verhoeven Traffic: Linda Gielen Eindredactie: Annemiek Huyerman Met medewerking van: Peter Vlam, Chris van der Heijden. Art-direction en illustratie wereldkaart (concept en uitvoering): Esther Kokmeijer www.daarzijn.nl Grafisch ontwerp website: Esther Kokmeijer Technisch ontwerp website: Viesrood Ontwerpers www.viesrood.nl Druk: VOB Hardenberg Oplage: 33.000 exemplaren pag. 12

Geïnteresseerden kunnen een exemplaar van deze bijlage opvragen bij: Dick Scherpenzeel Stichting t.a.v. Linda Gielen Postbus 66 1200 AB Hilversum De bijlage zal, zolang de voorraad strekt, tegen kostprijs (druk en verzending) worden verstuurd.

Website: www.hetvergetenverhaal.nl Contact: info@hetvergetenverhaal.nl © Dick Scherpenzeel Stichting, 2006 pag. 13


vergeten verhalen 2006