Issuu on Google+

Buurtweg 20, 1921 CK Akersloot Telefoon 0251-313761 website: www.sintjohannesschool.nl e-mail: info@sintjohannesschool.nl

0


Welkom op de Johannesschool! Elk jaar geeft de Johannesschool de schoolgids uit. Voor u als ouder* is deze interessant omdat u al een kind bij ons op school heeft en op de hoogte wilt blijven. En als uw kind binnenkort naar school gaat, zult u moeten kiezen welke school bij u en uw kind past. Met deze schoolgids willen we u een indruk geven van onze schoolsfeer, u informeren over onze ideeĂŤn over onderwijs en de wijze waarop we deze vorm geven. U kunt hierin lezen wat onze uitgangspunten zijn, hoe we nu onderwijs geven en welke ontwikkelingen we voor de komende jaren inzetten. We beschrijven de extra zorg die we bieden aan kinderen voor wie het normale onderwijsproces niet voldoende is. En we geven een beeld van de vele leuke activiteiten die onze school een eigen karakter geeft. Om de sfeer en gezelligheid zelf te proeven, nodigen we u van harte uit onze school (tijdens lesuren) te bezoeken. U kunt dan zelf ervaren dat de Johannesschool een school is waar met hart voor de kinderen hard gewerkt wordt! Tot slot hoopt het team van de Johannesschool dat u zult kiezen voor een school waarvan u vooraf zegt: ja, we geloven in dit onderwijs, in deze school. En waarvan u achteraf zegt: dat was inderdaad een goede keus!

*Daar waar ouder(s) staat wordt ouder(s)/verzorger(s) bedoeld

1


Inhoudsopgave Welkom op de Johannesschool!

1

Inhoudsopgave

2

1. De Johannesschool

4

De groepsleerkracht

15

De onderwijsassistent

15

Stagiaires

16

6. Onderwijs- en ontwikkelingsactiviteiten groep 1/2 17

Onze naam

4

Kring

17

Waar horen wij bij?

4

Werkles

17

2. Onze uitgangspunten

5

Hoeken

17

De leerlingen groeien op in een veilige en gezellige leefomgeving 5

Schrijven

17

Wereldoriëntatie

18

De leerlingen leren op een avontuurlijke en creatieve manier 5

Bewegingsonderwijs

18

Expressie

18

De leerlingen worden in hun ontwikkeling serieus genomen 6

Najaarskinderen

18

Open communicatie staat centraal 3. De schoolontwikkeling

6 7

7. Onderwijs- en ontwikkelingsactiviteiten groep 3 t/m 8 19 Schrijven

19

7

Nederlandse taal

19

Het schoolplan voor 2011-2015

8

Rekenen

20

In 2011-2012 richten we ons op

8

Wereldoriëntatie

21

Verkeer

22

Engels

22

Bewegingsonderwijs

22

Expressie

23

Levensbeschouwelijke oriëntatie

23

Waar is het afgelopen schooljaar aan gewerkt?

4. De schoolorganisatie

9

Aannamebeleid

9

Groepsindeling

9

Schoolverlaters

10

De doorstroom van de Johannesschool naar het voortgezet onderwijs

11

Huisvesting

12

Schooltijden

12

Schoolvakanties 2011-2012

13

Ziekte van leerlingen of leerkrachten

13

Tussen- en buitenschoolse opvang

14

De leerlingenraad

14

5. Wie werken er in de Johannesschool? 15 De directie

15

8. De sociaal-emotionele ontwikkeling

24

9. Werkvormen

25

Digitale schoolborden

25

Zelfstandig werken

25

Huiswerk

26

Gebruik van computers

26

Documentatiecentrum

27

School tv

27

EHBO

27

2


28

Pestprotocol

41

Leerlingvolgsysteem

28

Internetprotocol

43

Leerling-dossier

28

Foto- en videoprotocol

44

Leerlingbespreking

28

Hoofdluis

44

Het zorgteam

28

Sponsoring

44

Het zorgtraject

29

Het zorgplan

29

10. De zorg voor kinderen

Het verstrekken van een onderwijskundig rapport 29 11. Overige zorginstanties

16. Algemene informatie

45

Actief burgerschap en sociale integratie45 Sociale veiligheid

45

Beleidsdocumenten veilige school.

45

30

Agressie, geweld en seksuele intimidatie 46

De jeugdgezondheidszorg van de GGD

30

Klachtenregeling

47

Schoolmaatschappelijk werk

31

Schorsing en verwijdering

47

12. Ouders in en om de school

32

Ouders op school

32

Koffie/thee uurtje

32

De oudervereniging

32

De medezeggenschapsraad

33

Het ouderpanel

33

De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad

33

13. Informatievoorziening

34

De schoolgids

34

Belangrijke informatie

34

De Arendsoog en de Adelaar

34

De website

34

Inloopochtend/-middag

34

Informatieavond

34

Rapporten en 10-minutengesprekken

35

Anders

36

Communicatie met gescheiden ouders

36

17. Bijlage adressenlijst

52

14. Enkele afspraken voor in en om de school 37 15. Overige informatie en afspraken Vervoer van kinderen met auto’s

40 40

3


1. De Johannesschool Onze naam St. Jacobus is de patroonheilige van de kerk van Akersloot. Het was ruim 100 jaar geleden dan ook logisch om de eerste katholieke school de Sint Jacobusschool te noemen. Toen in 1965 door de toename van de bevolking in Akersloot een tweede katholieke school zijn deuren opende, werd deze school naar de broer van Jacobus genoemd, namelijk Johannes. Beide broers waren visser van beroep. Ze behoorden tot de meest geliefde leerlingen van Jezus en waarschijnlijk was Johannes wel zijn meest geliefde leerling. Op veel schilderijen staat hij dan ook naast Jezus afgebeeld (bijvoorbeeld Het Laatste Avondmaal van Leonardo da Vinci). Het is Johannes die de zorg van Maria op zich neemt als Jezus is gestorven. Daarnaast is Johannes een van de vier evangelisten van het Nieuwe Testament. In de bijbel heeft hij geschreven over het leven van Jezus. Wat Johannes vooral te zien geeft, is de liefde van God voor de mens. Als attribuut heeft Johannes de adelaar. Volgens de overleveringen zou hij op latere leeftijd de leider zijn geweest van de christelijke gemeenschap in Efeze, waar hij op hoge leeftijd is gestorven. De Johannes lagere school is dus in 1965 als tweede katholieke school in Akersloot van start gegaan. Op 31 oktober 1980 zijn de St. Bernadette kleuterschool en de Johannes lagere school samengegaan onder de naam Johannesschool. Jaarlijks, op de laatste vrijdag voor de herfstvakantie, vieren we deze gebeurtenis met de Johannesdag. Op Johannesdag mogen de kinderen verkleed op school komen. In ploegjes, samengesteld uit kinderen van groep 1 t/m 7, doen zij onder leiding van de leerlingen uit groep 8 spelletjes, waarmee we het samenspelen en samenwerken van alle kinderen willen symboliseren. Waar horen wij bij? De school valt onder het beheer van stichting Flore. Onder deze stichting ressorteren 32 scholen, waaronder ĂŠĂŠn school voor speciaal basisonderwijs, met gezamenlijk ruim 8000 leerlingen. De scholen bevinden zich in een uitgestrekte regio rondom Alkmaar in de gemeenten Beemster, Bergen, Castricum, Graft-De Rijp, Harenkarspel, Heiloo, Heerhugowaard en Schermer. De kleinste school verzorgt het onderwijs aan 65 leerlingen en de grootste aan ruim 500 leerlingen. De gemiddelde schoolgrootte bedraagt 240 leerlingen. Het bestuurskantoor en het stafbureau van stichting Flore zijn gevestigd in Heerhugowaard. De stichting wordt geleid door het College van Bestuur, onder toezicht van de Raad van Toezicht. Voorzitter van het College van Bestuur is Adrie Groot en lid van het College van Bestuur is Peter Claessen. De stichting heeft ongeveer 800 personeelsleden in dienst. Het bestuur van de stichting heeft onder andere als taak om de koers die de school vaart, te toetsen. Eenmaal per vier jaar wordt het schoolplan, waarin het beleid van de school staat beschreven, na instemming van de Medezeggenschapsraad, door dit bevoegd gezag vastgesteld. Het schoolplan wordt aan de inspectie toegezonden. Meer informatie over de stichting Flore kunt u vinden op de website www.stichtingFlore.nl.

4


2. Onze uitgangspunten De Johannesschool, de school waar avontuur in zit! De leerlingen van de Johannesschool groeien op in een veilige en gezellige leefomgeving waar gedegen onderwijs, samen vieren en open communicatie centraal staan. Zij worden serieus genomen in hun ontwikkeling. Doordat zelfstandigheid, avontuur en creativiteit een belangrijke plaats innemen binnen het onderwijs, komen de leerlingen tot voor hen optimale prestaties. De leerlingen groeien op in een veilige en gezellige leefomgeving Leerlingen komen tot ontwikkeling als zij zich veilig voelen. Als school hanteren wij heldere afspraken. Belangrijke waarden en normen worden door ons actief uitgedragen. Wij laten elkaar in onze waarde, hebben zorg voor het geluk van de medemens en respect voor elkaar. Kinderen die moeite hebben met het naleven van deze waarden en normen worden door ons geholpen. Ook voor kinderen die anders zijn, is er plaats op onze school. Zij krijgen extra begeleiding en aandacht. Hierdoor voelt iedereen zich thuis op de Johannesschool. Samen vieren speelt een grote rol. Alle leerlingen nemen deel aan de vieringen. Hierbij kunt u bijvoorbeeld denken aan de Johannesdag, Sinterklaas, kerstfeest, paaskippenspel en het afscheidsfeest. We zijn dan ook een gezellige school. Een school waar je met veel plezier naartoe gaat en aan terugdenkt!

De leerlingen leren op een avontuurlijke en creatieve manier De leerkracht begeleidt de kinderen in hun ontwikkeling, zodat zij zich op een avontuurlijke en creatieve wijze kennis en vaardigheden eigen kunnen maken. Samen met de leerlingen gaat de leerkracht de ontdekkingstocht aan in steeds wisselende situaties. Tijdens deze tocht komt de leerling onder andere in aanraking met projectweken, schoolkampen en excursies. Moderne media spelen tijdens deze avontuurlijke reis een grote rol. De kinderen maken veel gebruik van de computer bij hun ontdekkingstocht. Ze leren PowerPoint-presentaties te maken, krijgen typeles en halen de benodigde informatie op van internet. Ons onderwijs is uitdagend en origineel.

5


De leerlingen worden in hun ontwikkeling serieus genomen Leerlingen ontwikkelen een eigen mening. Dit ervaren wij als positief. Het onderwijs op de Johannesschool biedt hen de gelegenheid om zelf te ontdekken en beslissingen te nemen. Leerlingen willen graag veel bewegen en creatief bezig zijn. Wij zijn een school waar het bewegingsonderwijs een belangrijke plaats inneemt (onder andere gym, dansen en samen buitenspelen). Creativiteit binnen het onderwijs vind je niet alleen terug in vakken als drama, muziek, tekenen en handvaardigheid, maar ook binnen de cognitieve vakken als rekenen en taal. Open communicatie staat centraal Wij communiceren op een professionele manier en houden rekening met de mening van ouders. De schoolorganisatie is laagdrempelig en toegankelijk.

6


3. De schoolontwikkeling Waar is het afgelopen schooljaar aan gewerkt?

a. Versterking van het onderwijs aan (hoog- en meer-) begaafde leerlingen Als je hoog- of meerbegaafd bent, dan heb je een talent. Een talent om te denken en zo tot creatieve oplossingen te komen. Net als andere talenten moet dit gevoed worden om tot bloei te kunnen komen. De Johannesschool draagt hier graag aan bij. Willy Könst, (leerkracht in de bovenbouw) heeft een opleiding gevolgd bij het Novilo tot begaafdenbegeleider. Zij stelt samen met het team en de directie beleid op m.b.t. (hoog) begaafdheid opgesteld en begeleidt nu de collega’s bij het breed implementeren op het gebied van (leren) leren. Onder leiding van Willy zijn we aan het werk gegaan met de volgende onderwerpen: § Kennisvergroting en scholing van het team op het gebied (hoog) begaafdheid § Vroegtijdig signaleren van mogelijk begaafde leerlingen § Materiaalkennis. Voor de kleutergroepen is veel nieuw materiaal aangeschaft wat prima ingezet kan worden m.b.t. (hoog)begaafdheid. § Adequaat handelen m.b.t. de leerlingen met verschillende rekencapaciteiten. In groep 3 t/8 wordt voor sommige leerlingen het rekenwerk uit de methode Pluspunt gecompact door middel van Routeboekjes. Deze geven aan welke opdrachten de leerlingen wel en niet moeten maken. Zij hebben hierdoor minder rekenwerk uit de methode te maken. Hun rekenwerk wordt aangevuld met Rekenmeesters. Rekenmeesters bevat rekenwerk voor de betere rekenaars en de (hoog) begaafden. Elk thema uit het werkboek bevat een aantal uitdagende opdrachten, die vaak met veel plezier worden uitgevoerd. Er wordt bij het oplossen van de opgaven meer denkwerk, creativiteit en een groter combinerend, oplossend vermogen verwacht. Rekenmeester verrast de leerlingen onder meer met spannende geheimschriften, magische vierkanten, prikkelende puzzels, grappige en slimme getallenreeksen. § Borging in school van meer- en hoogbegaafdheid door het maken en uitvoeren van het beleid § Informeren van ouders (MR)

b. Creativiteit Om kinderen zo evenwichtig mogelijk op te laten groeien vinden wij het belangrijk om het volledige ontwikkelingspotentieel van het kind zo optimaal mogelijk te benutten. Creativiteit onderscheidt ons als mensen en het is de motor achter vernieuwing en de ontwikkeling van individu en maatschappij. Wouter Molenaar, onze interne cultuurcoördinator, zorgt ervoor dat deze kwaliteitsontwikkeling duidelijk op school te zien is.

7


Het afgelopen jaar is er, onder leiding van Wouter, het volgende bereikt: § § § § § §

c.

de nadruk is gelegd op creatieve vakken: drama, handenarbeid, tekenen, dans en muziek. de kinderen beheersen de technieken die aangeboden worden in de methode ‘Moet je doen’. de kinderen treden drie keer in het jaar voor elkaar op bij de ‘J-Factor’ (Johannes-factor in plaats van de X-factor). de kinderen dansen na elke vakantie o.l.v. juf Willy samen op het plein er wordt een groot project gehouden waarbij de creativiteit van de leerlingen extra tot uiting komt. er is een cultuurbeleidsplan opgesteld.

Verbeteren van het leesonderwijs De ontwikkelingen op het gebied van dyslexie gaan erg snel. De regels voor het verkrijgen van een dyslexie verklaring zijn verder aangescherpt. Dit heeft vooral te maken met de verzekeraars die onderzoek en de begeleiding van dyslexie vergoeden. Met behulp van een orthopedagoge van de OBD (onderwijsbegeleidingsdienst) zijn de veranderingen m.b.t. dyslexie doorgenomen. Vervolgens zijn er aanvullende materialen op school ingezet zoals Connect, Ralfi en Estafette om het leesonderwijs voor deze kinderen nog meer te verbeteren en aan te sluiten bij de maatschappelijke veranderingen. Meer informatie over dyslexie kunt u vinden op onze website. Onder het kopje school -> extra informatie -> lezen -> dyslexie.

Het schoolplan voor 2011-2015 Elk schooljaar kiezen wij een aantal onderwerpen uit het schoolplan. Op deze wijze realiseren we elk jaar een deel van de geplande ontwikkeling. Met het schoolplan 2011-2015 geven wij vorm en inhoud aan de volgende onderwerpen: § de samenwerking met Jacobusschool in Akersloot § de leerlingenzorg § de leerinhouden § de levensbeschouwelijke identiteit § de kwaliteitszorg Het schoolplan ligt voor u ter inzage op de school.

In 2011-2012 richten we ons op § het nog verder versterken van het onderwijs aan (hoog) meerbegaafde leerlingen op het gebied van spelling (leerinhouden en kwaliteitszorg) § werken aan opbrengstgericht onderwijs waarbij het verbeteren van het begrijpend lezen onderwijs wordt meegenomen (kwaliteitszorg) § Het versterken van de samenwerking met de Jacobusschool (leerlingenzorg, kwaliteitszorg en brede school Akersloot)

8


4. De schoolorganisatie Aannamebeleid Nieuwe leerlingen Onze school heeft geen wachtlijst voor nieuwe kinderen: zij zijn van harte welkom. We organiseren geen vaste open dag, maar nodigen u uit om een afspraak te maken. U bent dan van harte welkom om tijdens schooltijd een kijkje te komen nemen. Zo krijgt u beter beeld van onze school. Tijdens de rondleiding wordt het een en ander verteld en heeft u gelegenheid om de sfeer te proeven en uw vragen te stellen. Bij instroom van leerlingen die van een andere school komen, kan het gebeuren dat er niet direct plaats is. Dit heeft te maken met de maximale grootte van de groepen. Ook nemen we altijd eerst contact op met de school van herkomst, voordat we tot inschrijving overgaan. Kiest u voor onze school, dan verzoeken we u een aanmeldingsformulier in te vullen en een kopie van het Burger Service Nummer (BSN) van uw kind toe te voegen. Door deze kennisgeving van inschrijving te ondertekenen geeft u aan akkoord te gaan met ons schoolbeleid. Kinderen met een handicap Volgens de Wet op de Leerling Gebonden Financiering (wet LGF) krijgen ouders van een kind met een handicap een grotere keuzevrijheid. Ze kunnen kiezen voor regulier of speciaal onderwijs voor hun kind. Dit kind moet wel over een indicatie beschikken. De reguliere school kan dan extra faciliteiten aanvragen. In publicaties wordt dit het rugzakje genoemd. Op de Johannesschool kunnen kinderen met een handicap aangemeld worden. Iedere aanmelding onderzoeken we op haalbaarheid. Afhankelijk van de aard van de handicap zullen we sommige kinderen kunnen bieden wat ze nodig hebben en in andere gevallen zal dit misschien niet mogelijk zijn. Zorgplan We hebben voor de aanname van leerlingen met een handicap een zorgplan opgesteld. Het zorgplan ligt ter inzage op onze school. Heeft u hier interesse in of wilt u een gehandicapt kind met een indicatiestelling aanmelden, dan kunt u dit zorgplan bij de directie opvragen. Groepsindeling De school heeft ongeveer 200 leerlingen, verdeeld over onderbouw- (groep 1 t/m 4) en bovenbouwgroepen (groep 5 t/m 8). Als de kinderen vier jaar zijn, mogen zij naar de basisschool. Ze komen dan in ĂŠĂŠn van onze kleutergroepen. De kleutergroepen zijn samengesteld uit kinderen van 4, 5 en 6 jaar. In welke groep uw kind komt, hangt af van de verdeling binnen de groepen. Er wordt gekeken naar het aantal jongens en meisjes, de leeftijdsverdeling binnen de groep en broertjes en zusjes worden in het algemeen niet bij elkaar geplaatst. Ongeveer 4 weken voordat uw kind 4 jaar wordt, ontvangt u een uitnodiging om samen met uw zoon of dochter een keer op school te komen. En voor uw kind 4 jaar wordt, mag hij/zij 5 ochtenden achter elkaar naar school komen om te wennen aan de nieuwe situatie. Dit kunt u met de groepsleerkracht afspreken. Na de 4e verjaardag is uw kind welkom om volledig mee te draaien. Wij hebben voor deze optie gekozen, omdat het kind op deze manier ons

9


ochtendprogramma leert kennen en om verwarring met het programma van het kinderdagverblijf of de peuterspeelzaal te voorkomen. Na de kleuterperiode stromen de kinderen door naar groep 3 en in het algemeen gaan ze elk schooljaar een groep hoger. De groepen 3 tot en met 8 van onze school zijn ingedeeld in jaargroepen. Bij een aantal activiteiten/lessen komen kinderen uit verschillende groepen bij elkaar. Dit gebeurt onder andere bij de Johannesdag. Gemiddeld doorlopen de kinderen de school in 8 jaar. In een enkel geval kan de directie besluiten daar een uitzondering op te maken: een kind kan er een jaartje langer of korter over doen. Dit kan echter alleen als er voldoende onderzoek heeft plaatsgevonden en er sprake is geweest van goed overleg met de ouder(s). Dit schooljaar Als school vinden wij het heel belangrijk om de onderbouwgroepen niet te groot te laten worden. Op deze manier is er meer tijd en aandacht voor de kinderen die beginnen met het lees- en rekenonderwijs. Voor de onderbouw ziet de groepsverdeling er dit schooljaar dan ook als volgt uit: 1/2 a, 1/2 b (onder begeleiding van een leerkracht en een Lio stagiaire) , 3, 4 en een 4/5. Hierbij geven we aan dat de groep 4 in principe aan het begin van het schooljaar 2012-2013 één groep 5 zal gaan worden. Groep 5 wordt aan het begin van dat schooljaar definitief één groep 6. We hebben alles in het werk gesteld om, ondanks de bezuinigingen die ook voor de Johannesschool gelden, in de bovenbouw de groepen in tact te houden en behouden we de groepen 5, 6, 7, 8. Als individuele ouders in contact willen treden met de school over de indeling van de groepen en de plaatsing van hun kind in een groep, gaan ze naar de leerkracht. De leerkracht kent het kind het beste in de schoolsituatie. Komen ouders en leerkracht er niet uit, dan gaan de ouders naar de directeur. De directeur hoort de ouders en de leerkracht. Na dit hoor en wederhoor neemt de directeur de beslissing met betrekking tot de plaatsing van de leerling. Indien ouders het niet eens zijn met de beslissing en contact op nemen met het College van Bestuur, dan doet het College van bestuur geen uitspraak. Het College van bestuur verwijst de ouders terug naar de school. Ouders kunnen gebruik maken van de klachtenregeling. Schoolverlaters Na groep 8 verlaten de kinderen de Johannesschool en gaan naar een school voor voortgezet onderwijs (V.O.). Met scholen van het V.O. uit de regio houden wij contact om het basisonderwijs goed op het voortgezet onderwijs aan te laten sluiten. De vormen van voortgezet onderwijs zijn: VWO Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs VMBO BBL/LWOO Basisberoepsgerichte Leerweg/Leerweg Ondersteunend Onderwijs KBL/LWOO Kaderberoepsgerichte Leerweg/Leerweg Ondersteunend Onderwijs GL Gemengde Leerweg TL Theoretische Leerweg VSO Voortgezet Speciaal Onderwijs In groep 8 worden er door het schooljaar heen verschillende bezoeken georganiseerd naar het voortgezet onderwijs zodat u en uw kind zich kunnen oriënteren. Bij de toelating tot het voortgezet onderwijs spelen de keuze van de leerling, de ouder(s), de rapportcijfers, de motivatie en werkhouding van de leerling een belangrijke rol. Tijdens het

10


eindgesprek met de leerling en de ouder(s) komen deze factoren samen met de uitslagen van de NIO-toets aan de orde. In overleg met het voortgezet onderwijs hebben we voor de NIO-toets als eindtoets gekozen (in de plaats van de Cito-eindtoets), omdat in het NIO naast de studievaardigheden ook intelligentie en motivatie worden gemeten. De uiteindelijke toelating wordt door het voortgezet onderwijs gedaan en de door school aangeleverde toetsgegevens (NIO) zijn daarbij doorslaggevend. De doorstroom van de Johannesschool naar het voortgezet onderwijs De laatste vijf jaar zijn de kinderen van onze school naar de volgende vormen van voortgezet onderwijs gegaan. Doorstroming naar voortgezet onderwijs

2002 2006 2007 2008 2009 2010 006 2007 2008 2009 2010 2011

VMBO: 1. Basisberoepsgerichte Leerweg/LOO

2

2. Basisberoepsgerichte Leerweg/ Kaderberoepsgerichte LW

2

3. Kaderberoepsgerichte Leerweg/LOO

6

4. Kaderberoepsgerichte Leerweg/Gemengde Leerweg

1

1

1

3 1

6

1 6

7. Theoretische Leerweg

1 5

Theoretische Leerweg/HAVO

13

1

1 5

5. Gemengde Leerweg 6. Gemengde Leerweg/Theoretische Leerweg

1

9

2 2

6

3 4

3

3

2

4

2

3

6

6

3

5

2

HAVO/ Hoger Algemeen Vormend Onderwijs

6

HAVO/VWO

4

5

4

3

1

2

VWO/ Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs

1

3

2

3

4

10

VSO/ Voortgezet Speciaal Onderwijs

11


ng Vanaf januari 2008 maken we met veel plezier gebruik van het nieuwe schoolgebouw aan de Buurtweg 20. Het gebruik van mooie kleuren en (duurzame) materialen zorgt ervoor dat kinderen, ouders en leerkrachten zich hier prettig voelen. Sporthal De Lelie, waar we onze gymlessen geven, ligt net als de bibliotheek tegen ons schoolgebouw aan. Met de bibliotheek zijn we een samenwerkingsverband aangegaan, zodat de kinderen daar tijdens schooltijd gebruik kunnen maken van boeken en andere materialen. Er is ook veel aandacht besteed aan de kwaliteit van het binnenmilieu. Een slecht binnenmilieu in de klas heeft gevolgen voor het comfort en de gezondheid van de leerlingen en de leerkrachten. In diverse publicaties worden klachten genoemd als geurhinder, hoofdpijn, vermoeidheid, sufheid, slijmvliesirritaties, een toenemende infectiedruk, astma-aanvallen en allergische reacties. Daarnaast heeft de kwaliteit van het binnenmilieu invloed op de leerprestaties van leerlingen en de productiviteit van de leerkrachten. Door de nieuwbouw van de Johannesschool zijn alle mogelijke maatregelen getroffen om een goed binnenmilieu te realiseren. De energie wordt bespaard én de binnenlucht is optimaal. Daar zijn wij heel erg blij mee en trots op!

Schooltijden Groep 1 tot en met 4 Maandag, dinsdag en donderdag: 08.30 – 12.00 uur en 13.15 – 15.15 uur Woensdag: 08.30 – 12.15 uur Vrijdag: 08.30 – 12.00 uur Groep 5 tot en met 8 Maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag: 08.30 – 12.00 uur en 13.15 – 15.15 uur Woensdag: 08.30 – 12.15 uur In de ochtend hebben de groepen 3 t/m 8 een kwartier pauze.

12


Schoolvakanties 2011-2012 Herfstvakantie 17-10-11 t/m 21-10-11 Kerstvakantie 26-12-11 t/m 06-01-12 Voorjaarsvakantie 27-02-12 t/m 02-03-12 Pasen 06-04-12 t/m 09-04-12 Meivakantie 30-04-12 t/m 04-05-12 Hemelvaart 17-05-12 t/m 18-05-12 2e pinksterdag 28-05-12 t/m 28-05-12 Zomervakantie 23-07-12 t/m 31-08-12 De kinderen zijn ook vrij op de studiedag van de Johannesschool op 24 oktober 2011 en de studiedag van Flore op woensdag 21 maart 2012.

Per schooljaar zijn er vaste vakanties en vrije dagen voor de leerlingen. Het aantal vrije dagen wordt berekend volgens de wettelijke normering. Hierbij zorgen wij ervoor dat de kinderen het aantal uren maken, dat zij naar school horen te gaan. In het reglement extra verlof (hoofdstuk 14) kunt u informatie vinden wanneer u recht heeft op vrije dagen of vakantie buiten de door school vastgestelde dagen.

Ziekte van leerlingen of leerkrachten Bij ziekte van kinderen ontvangen wij graag v贸贸r schooltijd een berichtje. Dit kan telefonisch. Broertjes of zusjes kunnen natuurlijk ook een briefje meenemen. Als kinderen zonder bericht afwezig zijn dan nemen wij zo spoedig mogelijk telefonisch contact op met de ouders. Helaas zijn ook leerkrachten wel eens ziek of afwezig. We proberen dit niet van invloed te laten zijn op het onderwijs. In de eerste plaats zorgen we voor een invaller. Als dat niet lukt, zoeken we voor maximaal 2 dagen een andere oplossing, bijvoorbeeld het opsplitsen van de groep. Pas in het uiterste geval, als er na deze 2 dagen geen andere oplossing gevonden is, vragen we de ouders van de betreffende groep hun kind thuis te houden. Hierover geven we altijd een dag vooraf bericht. Bij het naar huis sturen van een groep worden de inspectie en het bestuurskantoor van Flore op de hoogte gesteld.

13


Tussen- en buitenschoolse opvang Alle basisscholen van stichting Flore hebben een overblijfmogelijkheid (tussenschoolse opvang). Elke school maakt een eigen overblijfregeling. Hierbij worden de scholen begeleid door een medewerker van Stichting Flore, waardoor er ook rekening kan worden gehouden met (toekomstige) wetswijzigingen. Op onze school is uw kind welkom om tussen de middag over te blijven in de school. Het overblijven vindt plaats in een aantal klaslokalen en wordt begeleid door overblijfouders. Deze ouders hebben een speciale cursus gevolgd om de kinderen tijdens het overblijven te begeleiden. Om uw kind voor het overblijven op te geven (voor incidenteel gebruik of op vaste dagen) gaat u naar de website van de school, www.sintjohannesschool.nl. Daar ziet u onder het kopje ‘school’ ‘overblijf’ staan. Als u dit kopje aanklikt vind u alle informatie en kunt u uw kind aanmelden. Voor meer informatie kunt u altijd bellen met de overblijfcoördinatoren, Corien Tijssen (tel. 312514) of Lidia Vrouwe (tel. 310970). Tijdens de overblijftijden zijn de overblijfmoeders te bereiken op tel. 06 13483134. De buitenschoolse opvang wordt gerealiseerd door stichting Flore in samenwerking met Kidsbest Kinderopvang (Pinkeltje). Kidsbest Kinderopvang is HKZ gecertificeerd. Voor meer informatie kunt u terecht bij de directie van de Johannesschool of bij Kidsbest Kinderopvang (www.kidsbest.nl ).

De leerlingenraad Op verzoek van de leerlingen zijn we het afgelopen schooljaar gestart met de leerlingenraad. Kinderen hebben zich kandidaat gesteld en hun campagnepunten duidelijk gemaakt. Na de verkiezingen mochten twee kinderen uit groep 5,6,7 en 8 in de leerlingenraad plaats nemen. Op 20 september 2010 vond de eerste leerlingenraad plaats onder leiding van een leerkracht. Er waren zó veel goede ideeën die ook echt zijn uitgevoerd, dat er besloten is dit initiatief verder maandelijks voort te zetten. Elk jaar zijn er nieuwe verkiezingen voor andere vertegenwoordigers. De klasgenoten kunnen hun ideeën aan de vertegenwoordigers meegeven of achterlaten in de ideeënbus bij de achteringang. De ontwikkelingen worden vastgelegd in de verslagen van de leerlingenraad. Deze verslagen kunt u terugvinden op de website onder het kopje ‘groepen’.

14


5. Wie werken er in de Johannesschool? De directie De directie bestaat uit de directeur. De directeur is eindverantwoordelijk voor de gang van zaken op school. Zij onderhoudt de contacten met het schoolbestuur, de onderwijsinspectie, de gemeente en andere externe organisaties. Zij houdt zich onder andere bezig met de schoolorganisatie en de kwaliteitsverbetering van het onderwijs. De interne begeleiding valt ook onder haar verantwoordelijkheid. De groepsleerkracht De groepsleerkracht geeft dagelijks onderwijs aan een groep leerlingen. Hij/zij bereidt de lessen voor, geeft les en begeleidt de leerlingen. De groepsleerkracht toetst regelmatig de vorderingen en is ook degene die de resultaten met de ouders van de kinderen bespreekt. De groepsleerkracht coĂśrdineert en geeft ook zelf de speciale zorg aan kinderen. Hij/zij voert hierover gesprekken met ouders en contactpersonen van verschillende begeleidende instanties zoals de onderwijsbegeleidingsdienst (OBD). Deze interne begeleiding vindt plaats in nauw overleg met de directie en de onderwijsassistent. De onderwijsassistent De onderwijsassistent is degene die ‘rugzak’-leerlingen begeleidt. Daarnaast kan zij werken met een kind of een groep kinderen aan een specifiek reken-/lees- of spellingsonderdeel (zolang dat nodig is). Er wordt gewerkt volgens een handelingsplan, dat gemaakt is door de leerkracht. Als het uw kind betreft, wordt u hierover ingelicht. De onderwijsassistente kan ook werk voorbereiden, zodat de groepsleerkracht het kind in de klas extra hulp kan bieden.

15


Stagiaires Pabo stagiaires Zij worden onze toekomstige collega’s en zullen in de groep regelmatig lessen verzorgen onder begeleiding van de leerkracht. Lio stagiaires Dit zijn Pabo-studenten in het laatste jaar van hun opleiding, die voor een langere periode, 2 à 3 dagen per week, zelfstandig het onderwijs aan een groep voor hun rekening nemen. De begeleiding van de Lio-student wordt door de vaste leerkracht gedaan en vindt meer op afstand plaats. De leerkracht blijft eindverantwoordelijk voor de leerlingen. Stagiaires van andere opleidingen Wij geven leerlingen van verschillende beroepsopleidingen gelegenheid om bij ons stage te komen lopen.

16


6. Onderwijs- en ontwikkelingsactiviteiten groep 1/2 Een kleuter ontwikkelt zich spontaan in een uitdagende, stimulerende omgeving. Dit is het uitgangspunt van ons onderwijs aan kleuters. Wij werken met de methode Schatkist. Deze methode biedt een aantal thema’s aan, zoals herfst, vriendjes, winter, feest in december, lente, boeken, zomer en dieren. De thema’s hebben een vaste opbouw met activiteiten die aansluiten bij de tussendoelen van beginnende geletterdheid, beginnende gecijferdheid, mondelinge taal, woordenschat en sociaal-emotionele ontwikkeling. Het lokaal zal de sfeer van het thema laten zien en aangekleed zijn met onder andere de letter- en cijfermuur, een tijdwijzer en pop Pompom. De methode Schatkist gaat uit van het ontwikkelingsniveau van het kind. Ieder kind neemt op zijn eigen niveau deel aan de activiteiten. Er zijn maanactiviteiten voor de hele groep, steractiviteiten voor taalzwakke kinderen en zonactiviteiten voor bovengemiddelde leerlingen. Op de website www.schatkist.nl vindt u meer informatie over deze methode. In groep 3 wordt met Veilig Leren Lezen (VLL) gewerkt. De methode en de werkwijze van Schatkist en VLL sluiten prima op elkaar aan. Kring In de kring bespreken we met de kinderen welke dag het is. Dit doen we m.b.v. de weekwijzer en de maandwijzer van de methode Schatkist. Aan de hand van de dagritmekaartjes zien de kinderen hoe de dag zal verlopen. We gaan in op de onderwerpen waar de kinderen zelf mee komen en we gaan dieper in op de onderwerpen van onze thema’s. We werken ook met de map Fonemisch bewustzijn. Dagelijks worden verschillende oefeningen gedaan die aansluiten bij de taalontwikkeling van het kind. Deze oefeningen bereiden het kind spelenderwijs voor op groep 3. Werkles De kinderen kiezen vaak zelf een werkje in de klas. Als het kind een te eenzijdige keuze maakt, biedt de leerkracht andere materialen aan. Hij/zij zorgt er ook voor dat de kinderen gerichte opdrachten krijgen met (ontwikkelings)materiaal dat gevarieerd is en een opklimmende moeilijkheidsgraad heeft. Zo kan elk kind op het eigen niveau werken. Tijdens dit zelfstandig werken kan de leerkracht het kind een stukje op weg helpen (geleiden) waardoor het weer zelf verder kan, of de kinderen die duidelijker sturing nodig hebben, begeleiden. Deze begeleiding wordt ook gegeven aan kinderen die verrijkings- of verdiepingsstof nodig hebben. Hoeken Met spel in de hoeken (huishoek, bouwhoek, stempelhoek, computerhoek enz.) kunnen de kinderen spelend, verkennend of onderzoekend aan het werk. Op deze manier stimuleren we de totale ontwikkeling van het kind op allerlei gebieden. Schrijven Het voorbereidend schrijven begint in groep 1/2 met de ontwikkeling van de fijne motoriek en de oog/handcoördinatie. De voorkeurshand wordt zichtbaar en de juiste potloodgreep wordt geoefend. Als het kind thuis wil schrijven vragen wij u de leerkracht hierover te raadplegen. Dit is om het aanleren van een verkeerde schrijfwijze van de letters/cijfers te voorkomen.

17


Wereldoriëntatie Bij de kleuters werken we met thema’s ter voorbereiding op het vak wereldoriëntatie (aardrijkskunde, geschiedenis en natuuronderwijs). Er wordt gewerkt met thema’s die aansluiten bij wat de kleuter op dat moment bezighoudt. Dit helpt de kinderen ook bij het vormen en verwoorden van hun belevingswereld. Bewegingsonderwijs Tijdens deze lessen gaat het om gerichte gym- en spellessen die in het speellokaal plaatsvinden en om het vrije spel buiten op de speelplaats. Expressie Expressie is een manier om gevoelens en ervaringen te beleven en te verwerken. Tekenen, muziek, handenarbeid en toneelspel (drama) vallen allemaal onder de expressieactiviteiten. Najaarskinderen De inspectie heeft bepaald dat kinderen niet langer op grond van hun geboortedatum in de kleuterbouw blijven. De overgang van een leerling heeft tegenwoordig niets te maken met de leeftijd, maar wel met de ontwikkeling die de leerling doormaakt. De regeling dat een kleuter voor 1 oktober zes jaar moet zijn om naar groep 3 te kunnen gaan is afgeschaft. De inspectie stelt alleen de school de vraag of ze per leerling bekijkt of deze door kan, los van de geboortedatum. Na 1,5 jaar kleuteronderwijs kijken we of het verstandig is deze najaarskinderen (geboren in oktober, november, december) door te laten gaan naar groep 3 of dat een extra jaar groep 2 een beter besluit is. Om een goede beslissing te kunnen nemen, kijkt de leerkracht naar aspecten als: § De werkhouding en taakgerichtheid. Kan het kind een langere tijd achter elkaar door werken, is het gemotiveerd om te werken en kiest het ook uit zichzelf regelmatig voor ontwikkelingsmaterialen en moeilijke spelletjes? § Zelfvertrouwen. Hoe is de sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind, speelt het met kinderen van groep 2, voelt het zich thuis bij deze leeftijdsgroep. Is het kind dan stabiel en heeft het zelfvertrouwen? § Zelfstandigheid. Hoe gaat het kind om met uitdagingen in het spel, kan het kind zelf ‘moeilijkheden’ oplossen? § De taalontwikkeling. Spreekt het kind in goed opgebouwde zinnen, heeft het een rijke woordenschat, beheerst hij/zij de leesvoorwaarden? § De rekenontwikkeling. Kan het kind synchroon tellen, logisch denken en beheerst het de rekenvoorwaarden? § De motorische vaardigheden. Beheerst het kind de fijne motoriek zodat het kan leren schrijven? Is er naar aanleiding van de Cito-toetsen en de observaties twijfel over de ontwikkeling van uw kind, dan deelt de leerkracht dit zo snel mogelijk aan de ouders mee. Hij/zij zal aangeven wat er gedaan gaat worden om de ontwikkeling van het kind te stimuleren en op welke wijze men daar thuis eventueel aan bij zou kunnen dragen. De school zal, in goed overleg met de ouders, tot een definitieve beslissing komen waarbij het belang van het kind voorop staat.

18


7. Onderwijs- en ontwikkelingsactiviteiten groep 3 t/m 8 Schrijven Vanaf groep 3 leren we de kinderen met behulp van de schrijfmethode Handschrift de letters en de cijfers aan. De letters worden aan elkaar verbonden. Het schrijven van de letters gaat samen met het leren van de woorden. Ook in de groepen 4 t/m 6 wordt de methode Handschrift gehanteerd. Door alle jaren heen besteden we in de lijn van de methode veel aandacht aan een goede schrijfhouding, papierligging en penhantering, zodat het schrijfproces in groep 5 en 6 geautomatiseerd is. Vanaf groep 7 mag het kind een eigen handschrift gaan ontwikkelen en maakt het kennis met blokschrift en diverse andere schrijf- en schriftvormen, beletteringen en lay-out met behulp van de methode Schrijven in de basisschool.

Nederlandse taal Technisch lezen In groep 3 leren de kinderen de techniek van het lezen met behulp van de nieuwste versie van de methode Veilig leren lezen. Deze methode combineert het plezier van het samen leren lezen en bezig zijn met taalonderwijs op maat. In een klas met kinderen die al kunnen lezen, kunnen er twee groepen worden gemaakt: een maangroep die start met het leesonderwijs, en een zongroep voor kinderen die al een volledige letterkennis hebben en woorden correct en vlot kunnen lezen. In het andere geval wordt er gewerkt met één groep, de maangroep. Er zijn diverse materialen om tegemoet te komen aan de verschillen tussen de leerlingen. Zo zetten wij de onderwijstijd efficiënt in voor het doel: álle kinderen leren lezen. Op de website www.veiliglerenlezen.nl kunt u meer informatie vinden over de werkwijze, materialen et cetera. Voor de ouders zijn er activiteitenpagina’s en thuismaterialen te vinden.

19


Als de kinderen zelfstandig kunnen lezen, worden ze volgens de analyse van individualiseringsvormen (AVI) ingedeeld in een niveau. De leerlingen lezen dan boeken die wat moeilijkheidsgraad betreft, overeenkomen met hun leestechniek. Als de leerlingen eind niveau 8 halen, wordt de techniek van het lezen beheerst. Met behulp van de boeken uit de bibliotheek wordt gezorgd dat de leestechniek op peil blijft en de kinderen plezier in het lezen houden. Begrijpend lezen Naast het technisch lezen besteden we ook aandacht aan andere vormen van lezen zoals voordrachtlezen, begrijpend en studerend lezen. Voor begrijpend lezen werken we in de groepen 5 t/m 8 met de methode Tekst verwerken en nieuwsbegrip. Door middel van leuke, boeiende, afwisselende, informatieve teksten leren kinderen zelfstandig vragen te beantwoorden. De lessen worden afgesloten met een nabespreking. Taal In groep 3 zijn taal en lezen nauw met elkaar verbonden in de methode Veilig leren lezen. Na groep 3 gaan we verder met de methode Taal Actief, een moderne methode met aandacht voor allerlei taalaspecten zoals woordenschat, schriftelijk taalgebruik, luisteren, spreken en spelling. Na de instructie van de leerkracht kunnen de meeste kinderen zelfstandig, in hun eigen tempo en op hun niveau, aan het werk. Rekenen Vanaf groep 3 wordt gewerkt met de methode Pluspunt. Er is in deze methode veel aandacht voor herkenbare dagelijkse situaties. Door middel van leergesprekken kunnen de kinderen met verschillende oplossingsstrategieĂŤn komen. De leerkracht stuurt de gesprekken en samen komen ze tenslotte uit bij de meest optimale manier van oplossen. De methode sluit op verschillende manieren goed aan bij de verschillen in rekenaanleg tussen leerlingen. In groep 3 t/8 wordt voor sommige leerlingen het rekenwerk uit de methode Pluspunt gecompact door middel van Routeboekjes. Deze geven aan welke opdrachten de leerlingen wel en niet moeten maken. Zij hebben hierdoor minder rekenwerk uit de methode te maken. Hun rekenwerk wordt aangevuld met Rekenmeesters. Rekenmeesters bevat rekenwerk voor de betere rekenaars en de (hoog) begaafden. Elk thema uit het werkboek bevat een aantal uitdagende opdrachten, die vaak met veel plezier worden uitgevoerd. Er wordt bij het oplossen van de opgaven meer denkwerk, creativiteit en een groter combinerend, oplossend vermogen verwacht. Rekenmeester verrast de leerlingen onder meer met spannende geheimschriften, magische vierkanten, prikkelende puzzels, grappige en slimme getallenreeksen.

20


Wereldoriëntatie Onder wereldoriëntatie vallen de vakken aardrijkskunde, geschiedenis, natuuronderwijs en techniek. Hier en daar zet aardrijkskunde op de kaart Hier en daar heeft een overzichtelijk jaarprogramma van 32 weken: elk jaar acht lesblokken van vier weken. De thema's van de lesblokken keren ieder jaar terug en worden steeds verder uitgebouwd. De acht terugkerende thema's zijn:

De topografie was het uitgangspunt bij het bepalen van de thema's. De regio-indeling is werelddekkend in de loop van groep 5 t/m 8. Bovendien wordt de lesstof regelmatig toegepast op de eigen woonomgeving. Speurtocht: geschiedenis van de toekomst http://www.speurtocht.nl/speurtocht/pagina.asp?pagkey=54485Speurtocht is een methode geschiedenis voor het basisonderwijs. Speurtocht behandelt in groep 5 de eerste vijf tijdvakken. Hoe leefden de mensen in die tijd? In groep 6 komen de laatste vijf tijdvakken aan bod: van het tijdvak van de regenten tot en met dat van de televisie en computers. In groep 7 hernieuwen de leerlingen de kennismaking met de 10 tijdvakken. In elk hoofdstuk passeren twee tijdvakken opnieuw de revue. Dat is deels een herhaling, maar ook een uitbreiding. In groep 8 komen de tien tijdvakken nog eenmaal langs. Ditmaal ligt het accent op politieke en bestuurlijke zaken. Door drie keer dezelfde tijdvakken, iedere keer vanuit een ander gezichtspunt te belichten, biedt Speurtocht de leerlingen een goed overzicht van de Nederlandse historie. Natuniek De actuele methode Natuniek brengt natuur en techniek tot leven. Vanaf groep 5 wordt er gewerkt met een combinatie van thema’s en projecten. Bij de thema’s maken de leerlingen kennis met begrippen en processen uit de natuur of de techniek. Tijdens de projecten brengen ze deze inzichten vervolgens zelf in de praktijk. Vaardigheden als onderzoeken, ontwerpen en presenteren zorgen ervoor dat de kinderen heel actief met de onderwerpen bezig zijn. De thema’s die aan bod komen zijn: leven van mensen, planten en dieren, omgeving, zintuigen, techniek, gezondheid en beweging. Daarnaast is er voor de leerlingen de mogelijkheid om gebruik te maken van de opdrachtkaarten met de daarbij passende technische materialen uit de techniektorens.

21


Verkeer Vanaf groep 5 werken we met de methode Afgesproken! Dit is een nieuwe manier van verkeerseducatie voor leerlingen van het basisonderwijs. Afgesproken! is volledig digitaal en kent daarom vele voordelen zoals: § § § § §

Duidelijke lessen ondersteund door foto's, video's en animaties Volledig web based, dus op elke computer met een internetverbinding te gebruiken Hoog ‘leuk leren’ gehalte Afgesproken! heeft sketches, liedjes en verhalen Goede voorbereiding op het landelijke fietsexamen

Deze vaardigheden worden in de praktijk geoefend. In voorafgaande jaren werd in samenwerking met de gemeente een afsluitend praktijkexamen georganiseerd. Door bezuinigingen van de gemeente is dat dit schooljaar niet aan de orde. In overleg met de MR en de OR bekijken we of we toch een verkeersexamen kunnen organiseren, omdat we verkeersveiligheid belangrijk vinden. Engels Natuurlijk willen de kinderen Real English leren. Let’s do it! maakt het ze mogelijk door veel authentieke foto’s, extra leesmateriaal, uitlegboxen, leerdoelen aan het begin en samenvattingen aan het eind van elk hoofdstuk. Maar ook met veel comics, jokes, funny songs, games en puzzles. Geen les is hetzelfde. Door spreken, luisteren, lezen, schrijven, strips, woordspelletjes, rollenspelen en liedjes zijn de kinderen voortdurend op allerlei manieren met Engels bezig. Let’s do it! bestaat uit twee delen: een voor groep 7 en een voor groep 8. Bewegingsonderwijs De kinderen van groep 3 t/m 8 krijgen twee maal per week bewegingsonderwijs (gymles). De basislessen uit de methode Bewegingsonderwijs worden gegeven door een groepsleerkracht. Bij de ene les ligt het accent op de motorische ontwikkeling en bij de andere les wordt aandacht gegeven aan het spelelement. In veel gevallen zullen we in de gymzaal in twee of drie vakken werken. In een van deze vakken vindt een activiteit plaats die meer begeleiding van de leerkracht vraagt. In de andere vakken spelen de kinderen zelfstandig. De kinderen zijn op deze manier volop in beweging.

22


Expressie Aan het einde van groep 8 heeft elke leerling op de basisschool een actief, receptief en reflectief aanbod van alle cultuuraspecten in de lessen ontvangen. Hierbij ligt de nadruk op de creatieve vakken: drama, handenarbeid, tekenen, dans en muziek. De leerling beheerst de technieken die worden aangeboden in de methode ‘Moet je doen’. De school ontvangt daarnaast cultuursubsidie. Deze subsidie besteden we bij stichting Toonbeeld. Dit houdt in dat de leerlingen mogen luisteren naar schrijvers en kunnen kijken naar voorstellingen. Drie keer in het jaar treden de leerlingen voor elkaar op bij de zogenaamde J-Factor (JohannesFactor i.p.v. de X-Factor). Na elke vakantie dansen alle kinderen samen op het plein o.l.v. juf Willy. Eén keer in het jaar houden we een groot project waarbij de creativiteit van de leerlingen extra tot uiting komt. Het afgelopen jaar was dat het project “Ik ga op reis”, gefinancierd met subsidie van de Provincie en een donatie van de oudervereniging. In het schooljaar 2011-2012 besteden we aandacht aan erfgoededucatie. Voor kinderen is het belangrijk om kennis te hebben van hun eigen woonomgeving. In samenwerking met de bibliotheek en de Historische Vereniging Akersloot wordt er een lespakket gemaakt voor alle groepen. Aangezien een extern bureau deze vervaardigt, wordt daar subsidie voor aangevraagd bij de provincie. Meer over cultuur kunt u lezen in ons cultuurbeleidsplan, dat op de website te vinden is. De interne Cultuurcoördinator is Wouter Molenaar. Levensbeschouwelijke oriëntatie Hoe kijk je naar jezelf? Hoe kijk je naar de maatschappij en naar de andere mensen? Deze kijk bepaalt hoe je in het leven staat en hoe je je gedraagt ten opzichte van anderen. Verschillende onderwerpen (God, goden, mensen, dingen, culturen, communie) komen aan bod tijdens (filosofische) gesprekken of discussies met de kinderen. We besteden aandacht aan de vieringen en hebben het over de betekenis ervan. Het kerstfeest heeft een speciale plek. De leerlingen van groep 7 verzorgen een voorstelling waar alle kinderen (en ouders) van mogen genieten.

23


8. De sociaal-emotionele ontwikkeling De belangstelling voor sociaal-emotionele vaardigheden in het onderwijs is sterk toegenomen. Ook wij willen ongewenst gedrag voorkomen en probleemgedrag bestrijden. Dit doen wij onder andere door het werken met Leefstijl, een programma voor de sociaalemotionele ontwikkeling van kinderen. De kinderen leren zo optimaal mogelijk te functioneren door hun talenten te ontwikkelen. Competenties als zelfvertrouwen, doordachte beslissingen nemen, luisteren, je gevoelens uiten en rekening houden met anderen, zijn hierbij onmisbaar. Het programma stimuleert niet alleen de emotionele intelligentie maar, doordat kinderen beter in hun vel zetten, ook de cognitieve intelligentie. Iedere groep werkt bij Leefstijl gelijktijdig aan hetzelfde thema: § § § § § §

De groep dat zijn wij! (over sfeer in de groep) Praten en luisteren (over communicatie) Ken je dat gevoel? (over gevoelens) Ik vertrouw op mij (over zelfvertrouwen) Iedereen anders, allemaal gelijk (over diversiteit) Lekker gezond (over gezondheidsvaardigheden)

Ook wordt er aandacht besteed aan: §

§

Het virtuele milieu (tv, mobieltjes, video en vooral de computer met internet en gaming). Kinderen hebben volwassenen nodig. Niet om te leren hoe het technisch moet, dan is de les eerder andersom. Het gaat om het plaatsen en het verwerken van hun ervaringen. Het leren van de waarheden/onwaarheden waar het virtuele milieu vol van zit. Actief burgerschap. De kinderen worden uitgedaagd om door middel van (rollen)spelen, (kring)gesprekken en creatieve verwerkingsopdrachten na te denken over hun mogelijke bijdrage aan de samenleving. Ze leren dat democratie meer is dan meeste stemmen gelden en dat sociale cohesie begint bij onderling contact en oprechte belangstelling.

24


9. Werkvormen Digitale schoolborden Bij ons op school wordt op dit moment in zes groepen gebruik gemaakt van digitale schoolborden. Het digitale schoolbord bestaat, net als het traditionele bord, uit drie delen. Een digitaal schoolbord is een wit bord dat aanrakingsgevoelig is (touch screen). Een beamer projecteert digitale bestanden op het bord. Bord en beamer zijn verbonden met een computer. Het grote middenbord is het digitale stuk. Daarop kan de leerkracht allerlei digitale bestanden tevoorschijn toveren. Dat kan via een computer, maar ook met een aanwijspen op het bord zelf. Het digitale bord reageert op aanrakingen met de aanwijspen. Op deze manier is er een aantrekkelijke aanvulling en verdieping op de lesstof mogelijk. Digitale lesstof kan worden opgeslagen en weer oproepen worden. Je kunt de lesstof met dit digitale schoolbord ook verlevendigen met foto’s, geluid en filmpjes. De digitale borden ervaren wij als een enorme verrijking voor ons onderwijs. Zelfstandig werken De kinderen verwerken zelfstandig de lesstof en zijn minder afhankelijk van de leerkracht. De leerkracht krijgt zo de handen vrij om te differentiÍren, dat wil zeggen uitdagend werk bieden aan de kinderen die dit aankunnen en extra begeleiding geven aan kinderen die dit nodig hebben. Voordat er zelfstandig gewerkt kan worden, moeten er eerst enkele stappen gemaakt worden. De kinderen leren eerst om zelfstandig opdrachten te maken. Ze mogen hierbij nu eens niet de leerkracht om hulp vragen (het inoefenen van de uitgestelde aandacht). Met kleine probleempjes mag een klasgenoot een aanwijzing geven. Dit bevordert het samenwerken. Als de leerling niet uit de opdracht komt, mag deze opdracht even overgeslagen worden. Het kind legt een rood kaartje op tafel en gaat verder met het werk dat wel begrepen wordt. Het niet-storen van de leerkracht wordt een aantal keer onderbroken. De kinderen die op dat moment aan de instructietafel extra begeleiding hebben gehad, werken daarna zelfstandig door. De leerkracht maakt dan een rondje door de klas. De kinderen in de klas kunnen hun vragen stellen. De resterende werktijd is duidelijk zichtbaar en wordt aangegeven door een speciale time-timer. De vervolgopdrachten die gedaan kunnen worden als de kinderen klaar zijn, staan duidelijk op het schoolbord of op het zelfstandigwerkblad. Het zelfstandig werken wordt regelmatig besproken. Hoe hebben de kinderen het ervaren? Wat voor bijzonderheden traden er op? Wat deden ze toen ze ergens niet uitkwamen? Hebben ze allemaal hun werk af? Dit soort vragen zijn heel belangrijk, omdat er dan een plan gemaakt kan worden voor de volgende keer. Bij de kleuters wordt dit proces al opgestart en door de leerjaren heen wordt het zelfstandig werken verder uitgebouwd naar de weektaak in groep 8.

25


Huiswerk Om de toetsen te leren krijgen de kinderen een week van te voren materiaal mee dat zij moeten leren. Ook kunnen de kinderen op aanraden van de leerkracht huiswerk krijgen zoals tafelrijtjes, rekenen, woordpakket, topografie en Engels. Daarnaast mogen ouders en/of kinderen het initiatief nemen om bij de leerkracht huiswerk te vragen. Kinderen die het werk van school niet helemaal af hebben gekregen en die nog maar een paar minuten extra nodig hebben, krijgen de gelegenheid om dit op school te doen. Als er meer tijd nodig is, gaat het schoolwerk verplicht mee naar huis. Het gaat dan om schoolwerk dat binnen schooltijd af had kunnen zijn. In groep 7 en 8 beginnen we met het zelf plannen en maken van huiswerk. In groep 8 hebben de kinderen hier een agenda voor nodig. De ouders en/of kinderen kopen de agenda zelf. Het mag best een eenvoudige agenda zijn met 1 week op 2 pagina’s. De kinderen van groep 8 hebben een weektaak. Als zij de weektaak op vrijdag niet af hebben nemen zij het werk mee naar huis. Is de weektaak na het weekend nog niet afgerond dan wordt u als ouder d.m.v. een brief ingelicht en blijven ze na om het werk af te maken. Gebruik van computers Elke groep kan gebruik maken van twee computers in de klas. Vanaf groep 3 kunnen de kinderen werken met behulp van een aantal computers in de gang. Alle computers zijn aangesloten op ons netwerk en hebben toegang tot internet. De programma’s op deze computers geven een aanvulling of ondersteuning op diverse vakgebieden. Het programma Word wordt gebruikt voor het maken van verslagen, verhalen en werkstukjes. Voor presentaties werkt groep 8 met PowerPoint. In de tweede helft van groep 6 starten alle kinderen met een typevaardigheidcursus om in de loop van groep 7 een typediploma te kunnen halen.

26


Documentatiecentrum De bibliotheek is ons documentatiecentrum. Tijdens de lesuren leren de kinderen hoe zij gericht informatie kunnen opzoeken voor een spreekbeurt en/of werkstuk(je). De kinderen vanaf groep 5 beginnen met het maken van werkstukjes.

School tv Teleac/NOT heeft een compleet pakket ontwikkeld, waarbij aan elke groep is gedacht. We kijken met groep 1 en 2 naar Koekeloere. Huisje Boompje Beestje is er voor groep 3 en 4, Nieuws uit de natuur wordt gevolgd door groep 5 en 6 en met Schooltv-weekjournaal houden groep 7 en 8 zich op de hoogte van het nieuws.

EHBO In groep 7 krijgen de kinderen EHBO-lessen van een medewerker van de EHBO-vereniging Akersloot. Ze leren wat ze moeten doen bij verwondingen of botbreuken, als iemand flauwvalt of niet meer ademt. Ze leren ook hoe je ongevallen kunt voorkomen. Na afloop van de cursus doen ze examen. Daarna krijgen ze het diploma Jeugd Eerste Hulp A. Onderwerpen die tijdens de cursus behandeld worden: Vijf belangrijke punten Verbandhulpmiddelen Wonden Kleine ongelukjes Vergiftiging Brandwonden Botten en botbreuken Bewusteloosheid Flauwte Stoornissen in de ademhaling Het menselijk lichaam

27


10. De zorg voor kinderen Leerlingvolgsysteem Kinderen ontwikkelen zich meestal geleidelijk, maar soms ook met sprongen. Om een overzicht te krijgen van de ontwikkeling volgt de leerkracht de kinderen. Dit volgen gebeurt door observaties, schriftelijk werk en toetsen. De resultaten worden verzameld en vastgelegd. Voor de kleuters maken we gebruik van de Cito-toetsen voor taal en rekenen. Vanaf groep 3 zijn er toetsen voor rekenen, taal en lezen, behorend bij de gebruikte methodes voor deze vakken. De toetsen geven aan in hoeverre het kind zich de aangeboden stof heeft eigen gemaakt. Andere toetsen (Cito-toetsen) zijn niet methode gebonden en geven een beeld van de prestaties van onze leerlingen in vergelijking met andere jaren en met de landelijke criteria. Deze toetsen zijn een onderdeel van ons leerlingvolgsysteem. Voor groep 8 maken we gebruik van de NIO-toets. Leerling-dossier Van ieder kind wordt een leerling-dossier bijgehouden. Hierin staan onder andere de resultaten van observaties en toetsen. Tevens is er een digitaal aantekeningenblad waarop de leerkracht informatie verwerkt, die belangrijk is voor de begeleiding van het kind. Bij de overdracht naar een nieuwe leerkracht wordt dit dossier doorgesproken. Het leerling-dossier mag alleen worden ingezien door de leerkracht van uw kind en de directie. Natuurlijk kunt u als ouder altijd een afspraak maken om het dossier van uw kind te bekijken. Leerlingbespreking Tijdens het schooljaar wordt 2 keer een leerlingbespreking gehouden door de leerkracht en de directie. Daarbij wordt de ontwikkeling van een kind besproken. Uit de gegevens kan blijken dat een kind een voorsprong heeft op een bepaald gebied of gebieden. Er wordt dan besproken welke mogelijkheden er zijn voor dit kind. Soms blijkt uit de gegevens dat de ontwikkeling van een kind op bepaalde gebieden achter blijft of dreigt te blijven. Dit kan zich uiten in bijvoorbeeld leerproblemen of sociaalemotionele problemen zoals gedrags- en/of werkhoudingproblemen. De leerkracht zal dan contact opnemen met de ouders en de directie. Na overleg wordt, indien nodig, een handelingsplan opgesteld om het probleem op te lossen. Over dit handelingsplan wordt u ingelicht. Mocht dit onvoldoende resultaat opleveren dan kunnen we besluiten om een leerling te bespreken in het zorgteam. Dit gebeurt op het moment dat de school onvoldoende expertise heeft om het zorgtraject voor het kind voort te zetten. Het zorgteam Het zorgteam bestaat uit de directeur, de preventief ambulant begeleider van een school voor speciaal basisonderwijs en een orthopedagoog van de onderwijsbegeleidingsdienst (OBD). Het doel van deze bijeenkomst is om een mogelijk probleem vroegtijdig vast te stellen en advies te krijgen over de wijze waarop wij de juiste hulp kunnen bieden. Deze bijeenkomsten vinden 3 keer per jaar plaats. Daarnaast is er 1 keer per 6 weken een overleg tussen de preventief ambulant begeleider en de directie om zorgleerlingen te bespreken.

28


Het zorgtraject Net als ouders willen wij het beste voor het kind. Ouders kunnen zelf advies inwinnen en informatie opzoeken. De school staat daar niet afwijzend tegenover. In ons zorgtraject maken wij echter gebruik van de vaste instanties voor onderzoek en begeleiding. Alleen als in goed overleg met de betrokken ouders gekozen wordt voor andere dan de gangbare hulp, kan daar in schoolverband iets mee gedaan worden. In andere gevallen worden deze contacten als buitenschoolse activiteiten gezien. Als de geboden zorg geen oplossing biedt voor het probleem, kan bekeken worden of een andere basisschool of een andere vorm van onderwijs tot betere resultaten kan leiden. Als er een keuze gemaakt wordt voor speciaal basisonderwijs, dan beslist de Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL) over de definitieve plaatsing op deze school. Alles gebeurt in nauw overleg met de ouders van het kind. Het zorgplan We volgen leerlingen nauwlettend in hun ontwikkeling en sluiten daar zoveel mogelijk bij aan door extra instructie en/of aandacht te geven aan leerlingen die dat nodig hebben. Als het wenselijk is voor het kind, bieden wij een aangepaste leerweg aan. De leerkrachten werken zoveel mogelijk samen en er is frequent overleg om te zorgen voor een ononderbroken lijn in de school. De school beschikt over een zorgplan waarin het beleid uitvoerig staat beschreven en waarin de afspraken formeel zijn vastgelegd. Het verstrekken van een onderwijskundig rapport Als een leerling de school verlaat –ook tussentijds– sturen wij een onderwijskundig rapport naar de nieuwe school. In dit onderwijskundig rapport geven we aan hoever we met het onderwijs in de diverse vakken zijn gevorderd en op welke wijze het kind leert.

29


11. Overige zorginstanties De jeugdgezondheidszorg van de GGD Zodra uw kind 4 jaar wordt, neemt de sector Jeugdgezondheidszorg de begeleiding van de gezondheid van uw kind over van het consultatiebureau. De medewerkers van de sector Jeugdgezondheidszorg letten op de gezondheid, groei en ontwikkeling van uw kind. Tijdens het opgroeien kunnen er stoornissen of achterstanden ontstaan, ook zonder dat kinderen ziek lijken. Het is belangrijk dat deze stoornissen of achterstanden zo vroeg mogelijk ontdekt worden om problemen op latere leeftijd te voorkomen. Onderzoeken In groep 2 wordt een onderzoek gedaan door de jeugdarts. Hierin wordt een periodiek geneeskundig onderzoek gedaan (PGO). Tijdens dit onderzoek wordt aandacht besteed aan onder andere lengte, gewicht, gezichts- en gehoorscherpte, lichaamshouding, motoriek en spraak. In groep 6 wordt een periodiek verpleegkundig onderzoek gedaan door de jeugdverpleegkundige (PVO). Tijdens dit onderzoek wordt vooral gelet op de sociale en emotionele ontwikkeling van uw kind. Daarnaast worden de lengte en het gewicht gemeten. Soms is er een gericht onderzoek gewenst. Daarvoor kunnen allerlei redenen zijn: twijfel over gehoor, gezichtsvermogen of spraak, problemen op school of met het gedrag van uw kind. U als ouder(s), de leerkracht of het kind zelf kunnen om een gericht onderzoek vragen. Als er bij een onderzoek afwijkingen gevonden zijn, kan in overleg met u besloten worden het kind na enige tijd te controleren. Meestal ontvangt u daarvoor geen uitnodiging, het onderzoek vindt plaats op school. U wordt wel op de hoogte gesteld van de resultaten. Vaccinaties In het jaar dat uw kind 9 jaar wordt, ontvangt u voor uw kind een oproep voor twee vaccinaties. Het betreft een inenting tegen difterie, tetanus en polio (DTP) en een inenting tegen bof, mazelen en rode hond (BMR). Tevens zorgt de GGD ervoor dat onvolledig gevaccineerde kinderen alsnog worden gevaccineerd.

30


Samenwerking met scholen Scholen hebben een belangrijke taak als het gaat om het beschermen en bevorderen van de gezondheid van leerlingen. De GGD biedt ondersteuning door het geven van informatie en het verzorgen van een thema voor een ouderavond over diverse gezondheid- en opvoedingsvragen. Daarnaast leent de GGD lesmaterialen uit over onderwerpen als pesten, voeding, dood en rouw. Verder heeft de sector Jeugdgezondheidszorg een adviserende taak omtrent de hygiĂŤne op scholen en het tegengaan van de verspreiding van besmettelijke ziekten. Steunpunten/spreekuren opvoeding Opvoeden is leuk en kan ook lastig zijn. Iedere ouder heeft wel eens steun of advies nodig. Bij het steunpunt/spreekuur opvoeding kunt u terecht met vragen over het gedrag van uw kind (zindelijkheid, eet- en slaapstoornissen, als uw kind gepest wordt of zelf pest) of om even stoom af te blazen. Als u wilt weten waar het dichtstbijzijnde steunpunt/spreekuur is dan kunt u dit vinden op www.ggdhollandsnoorden.nl Uw team Jeugdgezondheidszorg bestaat uit een jeugdarts, sociaal verpleegkundige, logopedist en een doktersassistent. Logopedie Logopedie is een paramedisch beroep in de gezondheidszorg en in het onderwijs. Logopedie houdt zich bezig met de preventie, het onderzoek en de behandeling van stoornissen en beperkingen op het gebied van spraak, taal, stem en gehoor. De logopedist komt voor de oudste kleuters op school voor een screening. Dit kan leiden tot advies voor een behandeling. Zo'n behandeling heeft tot doel stoornissen in het normale communicatiegedrag te voorkomen, te beperken of te verhelpen. Naast behandeling geeft de logopedist ook adviezen en informatie. Hiermee begeleidt de logopedist ook de omgeving van mensen met spraak-, taal-, stem- en gehoorstoornissen. De logopedist geeft voorlichting en kan zo nodig een onderzoek doen op verzoek van een ouder, leerkracht, jeugdarts of jeugdverpleegkundige. Schoolmaatschappelijk werk Schoolmaatschappelijk werk is er voor ouders van kinderen met problemen op school en/of in de thuissituatie. Bij het analyseren van de problemen kijkt de schoolmaatschappelijk werker zowel naar het kind zelf als naar de ouders en de school en hoe die elkaar beĂŻnvloeden. Hij of zij gaat met alle drie het gesprek aan en zoekt samen met hen naar oplossingen. Soms schakelt de schoolmaatschappelijk werker daarbij de hulp van anderen in. Schoolmaatschappelijk werk wil in een zo vroeg mogelijk stadium signaleren, problemen onderkennen bij kinderen of gezinnen om zodoende erger te voorkomen. Daarnaast is het de bedoeling om onderwijsachterstanden te bestrijden en leervoorwaarden te optimaliseren. Voor een contactadres kunt u terecht bij Weer Samen Naar School (WSNS), zie de adressenlijst.

31


12. Ouders in en om de school Ouders op school Het is belangrijk dat ouders bij de school en het onderwijs van hun kind betrokken zijn. Door mee te doen aan allerlei activiteiten krijgt een ouder beter zicht op wat hun kind op school meemaakt. Op de Johannesschool wordt gewerkt met klassenouders. De klassenouder is een ouder die in de klas een extra actieve rol vervult in de communicatie en samenwerking tussen de school en de ouders. Hij/zij heeft bijvoorbeeld als taak andere ouders te stimuleren om de leerkracht te ondersteunen, zodat bepaalde groepsactiviteiten beter uitgevoerd kunnen worden. Als ouders meehelpen, blijft de leerkracht altijd verantwoordelijk voor de kinderen. Van school uit is er een aansprakelijkheids-/ongevallenverzekering voor deze ouders. De leerkracht benadert zelf een ouder voor de taak van klassenouder. Dit gebeurt voorafgaand aan de informatieavond aan het begin van het schooljaar. Mocht er door de leerkracht geen klassenouder kunnen worden gevonden, dan zal op de eerder genoemde ouderavond een algemene oproep worden gedaan aan alle ouders van de klas. In het geval dat meerdere ouders zich aanbieden, zal de voorkeur worden gegeven aan ouder(s) die nog niet eerder klassenouder zijn geweest op onze school. Koffie/thee uurtje Op de allereerste schooldag organiseren we voor de ouders een inloopuurtje. De ouders kunnen, nadat hun kind naar de klas gebracht is, onder het genot van een kopje koffie of thee gezellig bijpraten. De oudervereniging Op onze school is een oudervereniging actief. Iedere ouder kan lid worden van de oudervereniging. Samen met het team organiseert de oudervereniging allerlei activiteiten, zoals het schoolreisje, het sinterklaasfeest, het kerstfeest, de schoolfotograaf, de schoolkampen en de afscheidsavond van groep 8. De oudervereniging beheert ook de vrijwillige ouderbijdrage. Uit de ouderbijdrage van â‚Ź 32,50 per kind worden onder andere de kosten voor de genoemde activiteiten betaald. Gemiddeld zes keer per jaar komt de ouderraad bij elkaar. Bij deze vergaderingen is een leerkracht aanwezig. Aan het begin van het schooljaar is er een algemene vergadering van de oudervereniging. Op deze avond brengt het bestuur verslag uit. Tijdens deze vergadering wordt tevens de hoogte van de ouderbijdrage opnieuw vastgesteld. Soms staat deze avond in het teken van een bepaald thema. De namen van de leden van de oudervereniging staan op onze website.

32


De medezeggenschapsraad Een medezeggenschapsraad (MR) is op iedere school wettelijk verplicht en is door de overheid ingesteld om binnen de school de belangen van ouders, leerlingen en personeel te behartigen en waar nodig invloed uit te oefenen op het beleid van de school. Dit moet vooral daar gebeuren, waar het bevoegd gezag belangrijke beslissingen neemt die te maken hebben met de koers van de school. Bij sommige beslissingen is instemming van de MR verplicht, bij andere heeft de MR adviesrecht. In het medezeggenschapsreglement van de school staat dit verder beschreven. De MR komt gemiddeld één keer in de twee maanden bijeen. De medezeggenschapsraad kan haar werk alleen goed doen als zij weet welke opvattingen, meningen en discussies binnen het onderwijsteam en ouders leven. Het is daarom belangrijk dat zowel leerkrachten als ouders hun problemen en suggesties aan de MR vertellen. De verslagen zijn openbaar en worden aan het bestuur toegezonden. De MR heeft een eigen onderdeel op onze website waarop onder andere de notulen en algemene informatie worden gepubliceerd. Het ouderpanel Directie, leerkrachten, ouderraad en medezeggenschapsraad willen de ouders zoveel mogelijk bij de school betrekken. De directie en teamleden hebben een duidelijke visie op het onderwijs van de school. Maar hoe kijkt u als ouder? Om uw mening te horen, is er een nieuwe werkvorm bedacht: het ouderpanel. Wat is een ouderpanel? Een ouderpanel is een groep ouders die met elkaar in gesprek gaat over het onderwijs op school. Er wordt een groep van 30 ouders uitgenodigd die willekeurig wordt gekozen, maar wel zo dat er uit elke jaargroep evenveel ouders vertegenwoordigd zijn. Deze ouders worden door de klassenouder benaderd en uitgenodigd. Bij een volgend ouderpanel worden er andere ouders gekozen. Wat doet zo’n ouderpanel? Een ouderpanel komt bij elkaar op school. De ouders kunnen reageren op de stellingen die zijn bedacht. De meningen, ideeën, ervaringen, tips en aandachtspunten worden geïnventariseerd, zodat de school deze kan meenemen om de kwaliteit van het onderwijs nog verder te verbeteren. De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad Een afvaardiging van alle medezeggenschapsraden van de scholen van stichting Flore vergaderen in de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad (GMR). De GMR overlegt over beleidszaken die álle scholen van ons bestuur aangaan en behartigt de belangen van personeelsleden, ouders en leerlingen.

33


13. Informatievoorziening De schoolgids In deze schoolgids vindt u informatie over hoe de school vorm geeft aan het onderwijs. Belangrijke informatie De planning van het schooljaar wordt elk jaar op de kalender van de website vermeld. Hier vindt u de data van onder andere roostervrije dagen, vakanties, rapporten en tijden van gymlessen terug. Belangrijke adressen van bijvoorbeeld ouderraadsleden, leden van de medezeggenschapsraad en directie worden ook vermeld. De Arendsoog en de Adelaar Wekelijks maken wij een digitale nieuwsbrief genaamd de Arendsoog. Hierin staan allerlei wetenswaardigheden die de school betreffen. Voor deze nieuwsbrief kunt u zich aanmelden via de website onder het kopje Arendsoog, digitale Arendsoog. Als u aangemeld bent in ons systeem, biedt dit ook de gelegenheid om u persoonlijk op de hoogte te houden van belangrijke zaken die specifiek de groep van uw kind(eren) aangaan. U ontvangt bijvoorbeeld informatie over schoolreis/kampen, huiswerk, enz. De Adelaar is de schoolkrant, gemaakt door en voor de kinderen. Een echte aanrader om ook als ouder te bekijken. De krant verschijnt twee keer per schooljaar. De website De internetsite www.sintjohannesschool.nl is gemaakt voor u, de leerlingen en voor iedereen die interesse heeft in onze school. U krijgt hier een indruk van onze school, de schoolsfeer, onze ideeën over onderwijs en de manier waarop dit gerealiseerd wordt. Leuke activiteiten die binnen schooltijd plaatsvinden, worden op diverse manieren in beeld gebracht. We gaan er vanuit dat ook uw kind hier een actieve rol in speelt en dat u geen bezwaar heeft tegen foto’s op de website waar uw kind opstaat. Inloopochtend/-middag Na 2 à 3 weken worden de ouders van de kinderen van groep 3 uitgenodigd om een kijkje te komen nemen in de klas. De kinderen kunnen dan vol trots hun werkjes, boeken en dergelijke laten zien. Informatieavond Aan het begin van het schooljaar houden we voor alle ouders een informatieavond. De groepsleerkracht van uw kind vertelt dan iets over de organisatie, de leerstof en de wetenswaardigheden die specifiek zijn voor dat jaar. Tijdens deze avond kunnen uiteraard al uw vragen worden gesteld. Ouders van nieuwe leerlingen worden hiervoor ook uitgenodigd.

34


Rapporten en 10-minutengesprekken In het rapport wordt een schriftelijk beeld gegeven van het gedrag, de werkhouding en de leerontwikkeling van uw kind op school. Daarnaast levert uw zoon/dochter bij het laatste rapport een persoonlijke bijdrage. De waardering wordt aangegeven door middel van de gradatie onvoldoende, matig, voldoende, ruim voldoende of goed (o, m, v, rv of g). Deze gradatie wordt door de hogere groepen voor een deel gebruikt, het andere deel wordt gewaardeerd met behulp van het cijfersysteem. Op het rapport kunt u ook de Cito-scores terugvinden. Als uw kind op een bepaald gebied extra ondersteuning krijgt in de vorm van een handelingsplan, dan wordt dit op het rapport vermeld. Voor kinderen met een eigen leerlijn staat achter het betreffende vakgebied een *. In het opmerkingenvak vindt u informatie over het niveau waarop uw kind op dat moment aan het werk is. Het allereerste rapport ontvangt u aan het einde van groep 2. De kinderen uit groep 3 t/m 7 krijgen driemaal per jaar een rapport mee naar huis.

De leerkracht van groep 1 houdt in het voorjaar het 10-minutengesprek. Voor de ouders van de kinderen van groep 2 zijn de gesprekken in november en maart. Bij het eerste rapport nodigen we de ouders uit voor een 10-minutengesprek. Tijdens dit gesprek kijkt de leerkracht samen met de ouders vooral naar het gedrag, de werkhouding en de Cito uitslagen van het kind. Ook kunnen ouders eventueel problemen of andere onderwerpen, die met het kind te maken hebben, bespreken. Als u denkt meer tijd nodig te hebben, dan kan er een (vervolg)afspraak gemaakt worden. Voorafgaand aan het tweede rapport heeft u de gelegenheid om samen met uw kind tijdens een inloopavond het werk te bekijken. Bij dit rapport ligt het accent meer op de leerontwikkeling. Om de kinderen eigenaar te laten zijn van hun leerproces nodigen wij ze uit om bij dit rapportgesprek aanwezig te zijn. Dit doen we voor leerlingen vanaf groep 7. Bij het tweede en derde rapport zijn de 10-minutengesprekken facultatief. Heeft u naar aanleiding van het rapport vragen, dan kan er altijd een afspraak met de leerkracht gemaakt worden. De leerkracht van groep 8 geeft in het begin van het schooljaar een ouderavond over het voortgezet onderwijs. Na de uitslag van de NIO-toets volgen de gesprekken van de leerkracht met de ouders en de leerling om de schoolkeuze en de aanmelding voor het voortgezet onderwijs te regelen.

35


Anders Bij problemen of vragen over uw kind of de groep kunt u altijd een afspraak maken met de groepsleerkracht. Bij andere problemen of als het gesprek met de groepsleerkracht onbevredigend verloopt, kunt u dit bespreken met de directeur. Het is prettig als u daarvoor een afspraak maakt. Communicatie met gescheiden ouders Ouders, ook gescheiden ouders, hebben vanuit school recht op informatie over hun kind(eren). Deze informatie (rapporten, uitnodigingen voor de ouderavond e.d.) wordt door de school eenmalig verstrekt aan de ouder waar het kind woont. Het is de verantwoordelijkheid van de ouders om met elkaar in contact te blijven en elkaar op de hoogte te houden van relevante schoolinformatie. Voor meer informatie over dit onderwerp verwijzen wij u naar het beleidsplan. Dit ligt ter inzage bij de directie.

36


14. Enkele afspraken voor in en om de school Met de kinderen brengen we de drie kapstokregels van de Johannesschool tot leven.

voor groot en klein zullen we AARDIG zijn

Voor u als ouder hebben wij de volgende afspraken aan de kapstok gehangen: § Bij kleuters gaan wij er vanuit dat zij zindelijk zijn. Als dit bijvoorbeeld door een medische oorzaak niet het geval is, dan horen wij dat graag vooraf. § De kleuters kunnen zichzelf voor het grootste deel aan- en uitkleden. § Ieder kind wil graag op zijn/haar verjaardag trakteren. Het is goed om even contact op te nemen met de leerkracht om het meest geschikte moment te plannen. Als de verjaardag van een kleuter gevierd wordt, mogen de ouders van de jarige erbij zijn. § Als één van de ouders van een kleuter bijna jarig is, of er nadert een ander belangrijk feest, wilt u dat dan een week van tevoren bij de leerkracht melden? Uw kind kan dan iets leuks maken op school. § De verjaardag van de leerkrachten wordt vermeld in de Arendsoog. De leerkrachten van de onderbouw vieren hun verjaardagen vaak samen. § Bij de groepen 5 t/m 8 ligt de organisatie van de verjaardag bij de leerkracht van de groep naast het lokaal van de jarige. Deze leerkracht zorgt samen met de groep van de jarige voor de versiering van het lokaal en de start van het programma van de feestdag. Het kan zijn dat er een bijdrage gevraagd wordt voor een gezamenlijk cadeau.

37


de school is van binnen een WANDELGEBIED en buiten hoeft dat lekker niet

Aan deze kapstok hangen de volgende wensen: ยง Wilt u zoveel mogelijk buiten afscheid nemen van uw kind? Wanneer alle ouders mee naar binnen gaan wordt het erg druk in de school. We maken natuurlijk uitzonderingen voor kinderen die net op school zijn en nog even de ondersteuning van de ouders nodig hebben. ยง De ruimte om fietsen te plaatsen is beperkt. Wilt u ervoor zorgen dat uw kind alleen op de fiets komt als het echt nodig is. ยง Als u uw kind met de auto wegbrengt, wilt u deze dan parkeren op het terrein van De Lelie? Op de Buurtweg geldt een stopverbod in verband met de veiligheid van de kinderen. ยง Op het schoolplein en de daaraan grenzende voetpaden graag wandelen met de fiets.

38


we zullen goed voor de SPULLEN zorgen dan zijn ze weer te gebruiken morgen

Aan de laatste kapstok hangen deze regels: § Voor de pauzes kunnen de kinderen fruit of een gezonde koek meebrengen. Voor het drinken kunt u een goed sluitende beker met melk, yokidrink of een sapje meegeven (geen koolzuurhoudende frisdranken). Wilt u er bij de jonge kinderen voor zorgen dat het eten en drinken voorzien zijn van de naam van het kind? § Eén maal per week, op de donderdag, houden wij een gezond-tussendoortje-dag. § Na elke vakantie worden de kinderen door luizenmoeders gecontroleerd op hoofdluis. Wij proberen de school luisvrij te houden en wij gaan ervan uit dat u daar als ouder ook aan meewerkt. U kunt dit doen door uw kind(eren) gebruik te laten maken van een door de GG & GD geadviseerde luizencape. Deze is voor € 10 te verkrijgen bij de directie. Meer informatie over de luizencape kunt u vinden op de website: www.bugbag.nl. § Het is beter dat de kinderen geen speelgoed mee naar school nemen. Het kan kapot gaan of kwijtraken. De school neemt geen verantwoording voor meegebrachte spullen. § Wilt u erop letten dat de kinderen de rugtas met daarin de gymschoenen, gymkleding en vanaf groep 5 een handdoek voor na het douchen, regelmatig mee naar huis nemen, zodat deze gewassen kunnen worden? § Gevonden voorwerpen worden 1 week aan het mededelingenbord bij de directiekamer gehangen. Na een week worden deze spullen weggegooid of weggeven. Kleding en tassen gaan mee met de textielactie. Als de gymspullen, tas etc. voorzien zijn van een naam, zijn ze gemakkelijker terug te geven. § De kinderen in groep 3 t/m 8 zorgen zelf voor een etui of pennendoos. Deze is nodig om de potloden, kleurpotloden en de vulpen die school verstrekt in te bewaren. § In groep 4 krijgen de kinderen een vulpen. Als deze zoekraakt of kapot gaat, dan betaalt de leerling een nieuwe schoolvulpen. Deze is tegen kostprijs (€ 6,00) bij de directie te koop. § De mobiele telefoon mag alleen mee naar school als daar een goede reden voor is. Als ouder vragen wij u dit mondeling te overleggen met de leerkracht.

39


15. Overige informatie en afspraken Vervoer van kinderen met auto’s Kleine en grotere excursies naar interessante bestemmingen verrijken ons onderwijsaanbod. Naast fietsvervoer moet ook vervoer per bus, trein en auto op een verantwoorde manier gebeuren. Wanneer je gebruik maakt van middelen om kinderen te vervoeren, is het van groot belang om goede afspraken te maken met alle betrokkenen. Met name bij de inzet van privé voertuigen dient duidelijk te zijn wat er van wie kan worden verwacht en waar wiens verantwoordelijkheden liggen. Volgens onderstaand protocol kunnen kinderen per auto worden vervoerd. § We maken alleen gebruik van auto’s met gordels voorin en achterin de auto § Kinderen jonger dan 12 jaar en kleiner dan 1 meter 50, moeten de driepuntsgordel gebruiken als heupgordel (bovenste riem achter de rug langs), tenzij er een stoelverhoger aanwezig is: dan kan de driepuntsgordel wel worden gebruikt. § Leerkrachten zien erop toe dat alles zoveel mogelijk volgens de afspraken verloopt. Het is echter niet altijd mogelijk om als leerkracht alles te controleren. § Ouders/verzorgers die aanbieden om te rijden hebben de volgende afspraken doorgenomen: Ouders, die met hun auto leerlingen vervoeren, zijn verplicht een WA verzekering te hebben. Voor ouders, die met hun auto leerlingen vervoeren, is het wenselijk dat zij een (ongevallen) inzittendenverzekering hebben. Per auto worden niet meer kinderen vervoerd dan er gordels aanwezig zijn. Voorin mag een kind onder de 12 en korter dan 1.50 meter slechts plaatsnemen, wanneer er een stoelverhoger aanwezig is De bestuurder van de auto heeft geen alcohol genuttigd en gebuikt geen medicijnen en/of andere middelen welke de rijvaardigheid kunnen beïnvloeden Bij busvervoer moet elk kind over één zitplaats beschikken. Dus maximaal twee kinderen per bank ongeacht de leeftijd. Indien aanwezig moet iedereen de veiligheidsgordel gebruiken. Per trein: kinderen van 4 t/m 11 jaar kunnen onder begeleiding van een volwassene (vanaf 19 jaar) gebruik maken van de Railrunnerkaart van de NS. Voor de begeleiding geldt een maximum van 3 kinderen per begeleider.

40


Pestprotocol Pesten op school vraagt om aandacht. Sterker nog, er zijn nieuwe vormen bij gekomen, die we kennen onder de noemer digitaal pesten. Door het ontwikkelen van beleid en dit vast te leggen in een protocol willen we het pesten aanpakken. En wel op zo’n manier dat het schoolteam, de kinderen en de ouders op één lijn komen en elkaar steunen bij het tegengaan van pesten op school. Een goede onderlinge samenwerking is van doorslaggevende betekenis voor een succesvolle aanpak. Bij de formulering van het pestprotocol is gebruik gemaakt van de resultaten uit een ouderpanel, dat in het voorjaar van 2009 heeft plaatsgevonden. Door regels en afspraken zichtbaar te maken en in een protocol vast te leggen, kunnen kinderen en volwassenen elkaar hier op aanspreken. Door elkaar te steunen en wederzijds respect te tonen, stellen we alle kinderen in de gelegenheid om met veel plezier naar school te gaan. Uitgangspunten Om pestgedrag te voorkomen en/of aan te pakken hanteren we op onze school de volgende uitgangspunten: §

§ § §

§

§ §

Leerlingen, onderwijzend en niet-onderwijzend personeel en ouders/verzorgers zien pesten als een probleem. Het pesten gebeurt meestal stiekem en buiten het gezichtsveld van leerkrachten. Het is belangrijk dat het door ouders/verzorgers, leerlingen en anders betrokkenen gemeld wordt bij de leerkracht, zodat we samen verantwoordelijkheid kunnen nemen. Op de Johannesschool willen wij pesten voorkomen. We zijn preventief bezig en wachten niet op pestproblemen. De leerkrachten op de Johannesschool kunnen pesten signaleren. Zij nemen naar aanleiding daarvan ook duidelijk stelling. Op de Johannesschool praten we niet alleen over pesten, maar passen we de gemaakte afspraken en omgangsregels in concreet gedrag en in concrete situaties toe. Op deze wijze wordt kennis in een vaardigheid om positief met elkaar om te kunnen gaan, omgezet. In de houding van alle medewerkers lezen kinderen af, dat er respect is voor elkaar en voor alle kinderen op de Johannesschool. Wij laten in ons gedrag duidelijk zien wat de Johannesschool verstaat onder een veilige school. De Johannesschool beschikt over een herkenbare aanpak. Als ouders/verzorgers menen dat de school in gebreke is gebleven bij het oplossen van een pestprobleem volgens dit protocol, dan kunnen zij onze vertrouwenspersoon, Wouter Molenaar, inschakelen. Deze maakt melding bij de klachtencommissie op Flore-niveau. Deze commissie onderzoekt de klacht, raadpleegt deskundigen en adviseert het bevoegd gezag.

41


Vijf-sporenbeleid Als het pesten doorgaat, ondernemen we activiteiten waarbij alle vijf betrokken partijen (de gepeste, de pester, de meelopers, de leerkrachten en de ouders) aandacht krijgen: het vijf-sporenbeleid. 1. Mogelijke hulp aan het gepeste kind: Adviezen; probeer bespreekbaar te maken waarom het kind gepest wordt; Het volgen van een sociale vaardigheidstraining; Gesprekken met ouders, eventueel samen met het schoolmaatschappelijk werk of directie; Afspraak maken over hoe verder te gaan. 2. Aanpak van het gedrag van de pester: Straffend gesprek omdat hij geen veiligheid heeft geboden; Mogelijke straffen: § Oepsblad invullen § Het schrijven van een ‘het spijt me’ brief, waarin het gebeurde beschreven wordt, wat de rol van de pester geweest is en hoe het anders kan § Lezen van boeken over pesten en hier een verwerking van maken § Kind later naar huis laten gaan in overleg met de ouders § Gesprek met ouders/verzorgers over de situatie. Aan hen vragen om aan het probleem een einde te maken. Ouders/verzorgers zijn op de hoogte van het feit dat hun kind pest. Alle activiteiten zijn vastgelegd in het leerling-dossier. § Probleemoplossende gesprekken door leerkracht eventueel in samenwerking met het schoolmaatschappelijk werk of de directie. Onderzoeken wat de reden voor het pestgedrag kan bijvoorbeeld zijn: Reactie op bepaalde smaak-, geur- of kleurstoffen, blootstelling aan geweld via TV of computerspelletjes, lichamelijke bestraffing, niet gecorrigeerd worden van agressief gedrag, zelf gepest zijn, weinig aandacht Als de oorzaak enigszins duidelijk is, probeert de leerkracht vervolgens de gevoeligheid van de pester voor wat hij met het gepeste kind uithaalt te vergroten. § Sociale vaardigheidstraining aanvragen door de leerkracht in overleg met de ouders en schoolmaatschappelijk werk. § Maken van een hoe-verder afspraak. Aangeven wat er van de pester wordt verwacht en wat er zal gebeuren als hij verder pest. Indien nodig worden deze afspraken schriftelijk vastgelegd (contract) en ondertekend door de leerling, zijn/haar ouders, de leerkracht en de directie. 3. Aanpak van de meelopers: Maken van duidelijke afspraken via gesprekken Gemaakte afspraken worden na bepaalde tijd gecontroleerd Contact met ouders/verzorgers Aantekening in het leerling dossier 4. Aanpak met de leerkrachten (team): Gemaakte afspraken doorgeven Collectieve controle op afspraken. Leerkracht moet informatie hebben over achtergrond, signalen, gevolgen, oorzaken en aanpak. Als leerkrachten het probleem niet willen of kunnen zien is de inschakeling van een vertrouwenspersoon mogelijk. Deze kan een klacht indienen bij de landelijke klachtencommissie.

42


5. Ouders: Zoals uit het voorafgaande blijkt, worden de ouders geïnformeerd en betrokken bij de verdere activiteiten om het pesten te stoppen. Het complete protocol kunt u vinden op onze website (de school -> extra informatie -> pestbeleid) en ligt ter inzage bij de directie. Internetprotocol Met dit protocol willen we voorkomen dat ongewenste sites worden bezocht. Ons schoolnetwerk bevat een filter dat ongewenste site onbereikbaar maakt. Mocht het toch voorkomen dat kinderen op bepaalde sites komen, maken wij de leerlingen liever bewust van wat er zoal te koop is op internet om een goede attitude te bewerkstelligen. In een internetprotocol staan de regels waaraan iedereen zich moet houden. Als de leerlingen akkoord gaan met die regels kunnen ze dat laten zien door het protocol te ondertekenen. Vanaf dat moment mogen ze internetten op de tijd die daarvoor is gereserveerd. Het schema voor het gebruik van internet hangt in de klas. Computerafspraken: § De meester of juf zet 's ochtends de computer(s) aan en 's middags weer uit! (kinderen mogen dat ook, maar alleen met toestemming van de meester of juf) § Wie mag er op de computer? Daarvoor gelden de afspraken in de groep. § Log in als je eigen groep. § Welk (leer)spelletje ga je doen? Wat je afgesproken hebt met je meester of juf. § Er passen maar 2 kinderen achter 1 computer (echt waar!) § Je hoeft je eten en drinken niet te delen met de computer, dus eten en drinken mag op je plaats of in de kring. § Loopt de computer vast? Kom het meteen vertellen. § Heb je andere hulp nodig? Bedenk wie jou kan helpen en of je hem/haar mag storen. § Klaar? Sluit alle programma's af tot je weer in het leerlingenscherm komt. § Neem je eigen spullen weer mee naar de klas of naar je eigen tafel. § Is de computerwerkplek netjes? Stoel / kruk aanschuiven of onder de tafel. § Tijdens pauzes en na schooltijd wordt er niet gecomputerd, tenzij er is overlegd met de meester of juf. § We willen de computers nog heeeeeel lang in de klas hebben. Ga er dus voorzichtig mee om…. Internet & e-mail: § § § §

§

Vraag eerst aan je meester of juf of je op internet mag. Vertel er meteen bij wat je er wilt gaan zoeken. Typ geen woorden in waar je toch niet op wilt zoeken. Dan kom je minder snel op "verkeerde" pagina's. Soms kom je per ongeluk op een verkeerde site. Niks aan te doen. Meteen wegklikken en het even melden aan je meester of juf. Bestanden van internet naar je eigen computer halen heet downloaden. Op vragen om te ‘downloaden’ is het antwoord in principe altijd nee. Als je twijfelt overleg je met je meester of juf. Geef nooit persoonlijke informatie op het internet, zoals naam, adres, telefoonnummer, e-mailadres, wachtwoorden, pincodes,…

43


§ § § § § § §

Op school werken we met e-mail in plaats van chatten. Spreek nooit af met iemand die je ‘online’ op internet heb ontmoet. Verstuur alleen foto’s of iets anders van jezelf per e-mail met toestemming van de meester of juf. Als je op e-mailberichten antwoorden krijgt die onprettig zijn, vertel het meteen aan je meester of juf, zodat zij maatregelen kunnen nemen. Krijg je e-mail berichtjes die te maken hebben met grof woordgebruik, seks of geweld: vertel het meteen aan je meester of juf. Hou het cool en geef zelf het goede voorbeeld op het internet. Als ik dit protocol onderteken, maar me er toch niet aan houd, vervalt het recht te mogen internetten of e-mailen voor de periode die de meester of juf aangeeft.

Foto- en videoprotocol Elk schooljaar maakt een schoolfotograaf een klassenfoto van uw kind(eren) en om het jaar worden portretfoto’s gemaakt. Deze kunnen door de ouders besteld en gekocht worden. Het personeel van de school neemt af en toe foto’s van schoolactiviteiten om deze op te hangen in de school, om in de nieuwsbrief of op de website te publiceren. Om te leren van de onderwijspraktijk kunnen we gebruik maken van video-opnames. Deze opnamen die gemaakt worden in de klas zijn alleen voor het nabespreken van de lessen van de stagiaire of leerkracht en worden niet bewaard. Zo kunnen er ook videofilmpjes gemaakt worden van festiviteiten en onderwijsactiviteiten, die vervolgens op de website van de school komen. Tijdens een verjaardag kan u als ouder een foto maken van uw eigen kind en de kinderen die daar bij zitten of staan; individuele foto’s maken van andere kinderen is niet toegestaan. Hoofdluis Het kan zijn dat we op school geconfronteerd worden met een uitbraak van hoofdluis. Daarom worden de kinderen uit voorzorg één week na elke vakantie door de luizenmoeders gecontroleerd. Als er bij een enkel kind hoofdluis geconstateerd wordt, dan worden de ouders daar telefonisch van op de hoogte gesteld. Gaat het om meerdere gevallen, dan worden alle ouders ingelicht d.m.v. een digitale brief. Binnen twee weken na de melding worden alle kinderen door de luizenmoeders opnieuw bekeken. Op deze wijze houden wij de school luisvrij. De afspraken m.b.t. hoofdluis liggen ter inzage bij de directie. Sponsoring Ten aanzien van sponsoring voert de school het volgende beleid. §

§ § §

§

Bij sponsoring gaat het om geld, goederen of diensten die een sponsor verstrekt aan een school, waarvoor de sponsor een tegenprestatie verlangt waarmee leerlingen of ouders in schoolverband worden geconfronteerd. Schenkingen vallen niet onder het begrip sponsoring. Uitgangspunt voor sponsoring is: geen privileges voor sponsors. Sponsoring moet verenigbaar zijn met de pedagogische en onderwijskundige taak en doelstelling van de school. Sponsoring mag niet de objectiviteit, de geloofwaardigheid, de betrouwbaarheid en de onafhankelijkheid van het onderwijs, de school en de daarbij betrokkenen in gevaar brengen. Sponsoring mag niet de onderwijsinhoud en of de continuïteit van het onderwijs beïnvloeden, dan wel in strijd zijn met het onderwijsaanbod en de kwalitatieve eisen die de school aan het onderwijs stelt. Elk individueel geval van sponsoring komt in de medezeggenschapsraad aan de orde, waarbij als leidraad de hierboven genoemde uitgangspunten gelden.

44


16. Algemene informatie Actief burgerschap en sociale integratie Wij stellen ons ten doel om het actief burgerschap en de sociale integratie van leerlingen te bevorderen. Actief burgerschap verwijst naar de bereidheid en het vermogen deel uit te maken van een gemeenschap en daar een actieve bijdrage aan te leveren. Burgerschap kan op verschillende manieren worden ingevuld. Sociale integratie verwijst naar de deelname van burgers, ongeacht hun etnische of culturele achtergrond, aan de samenleving in de vorm van sociale participatie, deelname aan de maatschappij en haar instituties en bekendheid met en betrokkenheid bij uitingen van de Nederlandse cultuur. Het onderwijs binnen stichting Flore: § gaat er mede vanuit dat de leerlingen opgroeien in een pluriforme samenleving. § is mede gericht op het bevorderen van actief burgerschap en sociale integratie, § is er mede op gericht dat leerlingen kennis hebben van en kennismaken met verschillende achtergronden en culturen van leeftijdgenoten. Op de Johannesschool worden actief burgerschap en sociale integratie ingevuld door: § §

in de groepen aandacht te geven aan actuele maatschappelijke thema’s. tijdens de lessen geschiedenis en levensbeschouwelijke oriëntatie de leerlingen te laten kennismaken met verschillende achtergronden en culturen van leeftijdgenoten en de daarbij behorende normen en waarden.

§

het programma Leefstijl schoolbreed te gebruiken. Leefstijl heeft tot doel om een cultuur te creëren in de klas, in en buiten de school, waarin kinderen en volwassenen op een zorgzame en positieve manier met elkaar omgaan.

Sociale veiligheid Bij sociale veiligheid gaat het niet alleen om het feit dat leerlingen, ouders, personeel, vrijwilligers en stagiaires veilig zijn op school, maar ook dat ze zich veilig voelen. Daarom werken wij planmatig aan ons veiligheidsbeleid. Dit beleid is erop gericht leerlingen, ouders, personeel, vrijwilligers en stagiaires een veilige omgeving te bieden. Veiligheid heeft een vaste plaats in ons schoolbeleid. Het wordt vastgelegd in een veiligheidsplan, waarin wij de fysieke en de sociale veiligheid omschrijven.

Op de Johannesschool wordt sociale veiligheid als volgt ingevuld: § door middel van een enquête kan het gevoel van (on)veiligheid door kinderen, personeel en ouders worden aangegeven. § het bekend zijn met een vertrouwenspersoon. § de bekendheid en aanwezigheid van een klachtenregeling. § de bekendheid en aanwezigheid van een op schrift gestelde gedragscode.

Beleidsdocumenten veilige school. ‘Voor de scholen van stichting Flore is een gezamenlijk Arbo-beleidsplan ontwikkeld. In dit beleidsplan zijn afspraken rond fysieke en sociale aspecten van veiligheid geregeld.

45


Aan dit plan is een overzicht veiligheid, gezondheid, welzijn en milieu gekoppeld. Daarin zijn documenten, afspraken en adressen die onze school aangaan, zichtbaar en dus toegankelijk gemaakt. Inzicht, voorkomen en optreden (inspectie) worden hiermee geborgd. Inmiddels heeft de Johannesschool op de volgende aspecten reeds plannen gemaakt en activiteiten uitstaan: § ARBO beleidsplan met o.a. Convenant veilige school te Castricum, dit in samenwerking met gemeente en politie § Risico inventarisatie, evaluatie en plan van aanpak per schooljaar § Gebruikersvergunning brandveiligheid § Ontruimingsplan en oefeningen § Het benodigde aantal bedrijfshulpverleners (BHV-ers) en de scholing voor BHV-ers § Registratie van incidenten en aanpak van de school om onveilige speel-werksituaties te voorkomen en aan te pakken § Registratie pestgedrag en preventieve aanpak ten aanzien van pesten. Zo ook bij ongewenst gedrag, discriminatie en seksuele intimidatie § Het volgen van het internetprotocol voor regels rondom veilig internetverkeer § Beleid kindermishandeling en registratie van signalen Naomi Langelaan is aandachtsfunctionaris kindermishandeling van de Johannesschool. In voorkomende gevallen zal bij vermoedens van kindermishandeling het beleid kindermishandeling gevolgd worden. § Inspectie speeltoestellen speelzaal en gymzaal § Controle noodverlichting, blusapparatuur, alarminstallatie § Inspectierapport keuring elektrische installatie § Legionella beheersplan § Controle/opslag giftige brandbare stoffen § EHBO materiaal, actuele controle § Arbeidstijdenregistratie § Bijhouden ziekmeldingen, begeleiding, re-integratie § Informatie ten aanzien van ARBO zaken § Rookbeleid § Frisse scholen en CO2 uitstoot

In het beleidsplan zijn ook de koppelingen aangegeven naar vastgestelde beleidsdocumenten op bestuursniveau en worden de acties beschreven voor het plan van aanpak van de organisatie. Op onze school is de directeur preventieverantwoordelijke: zij is het aanspreekpunt in de school voor de leerlingen, teamleden, ouders en externe partijen. In de uitvoering wordt zij ondersteund door onze bedrijfshulpverleners (BHV-ers) en de leerkrachten. Iedere 4 jaar vindt op school een Risico Inventarisatie en Evaluatie (RI&E) plaats. Daarbij wordt de Arbodienst ingeschakeld. In overleg met de Bovenschools Preventie Medewerker (BPM) van en na afstemming met de MR van de school, wordt het plan van aanpak van de school vastgesteld. Alle zaken die uit de RI&E van alle Flore-scholen volgen, worden gekoppeld en uitgewerkt in het plan van aanpak van de stichting Flore.’

Agressie, geweld en seksuele intimidatie In een kleine gemeenschap met voor het merendeel jonge kinderen gaan we er vanuit dat we niet met agressie, seksuele intimidatie, ernstig psychisch of fysiek geweld worden geconfronteerd.

46


Toch moeten wij alert blijven. Met klachten of vragen op dit gebied kunt u zich in verbinding stellen met één van de leerkrachten, de vertrouwensinspecteur of de onderwijsinspectie (zie adressenlijst). Klachtenregeling Overal waar gewerkt wordt, zijn wel eens misverstanden en worden er fouten gemaakt. Dat is op onze school niet anders. U bent altijd welkom om dergelijke punten te bespreken. Samen streven we naar een goede oplossing. Komen we er niet uit, dan bespreken we wie er ingeschakeld moet worden om het probleem wel op te lossen. Als het nodig mocht zijn wordt een klacht doorverwezen naar de vertrouwenspersoon/klachtencommissie. Ons bestuur heeft een klachtenregeling opgesteld waarmee de medezeggenschapsraad heeft ingestemd. Deze regeling ligt ter inzage bij de directie en de contactpersoon. Contactpersoon Het is goed te weten dat er op onze school een contactpersoon is, waar iedereen met problemen van welke aard dan ook naar toe kan gaan. Bij ons is dit Wouter Molenaar. Elke ouder kan bij problemen een beroep op de contactpersoon doen. Vanzelfsprekend wordt elk gesprek vertrouwelijk behandeld. De contactpersoon kan verwijzen naar de vertrouwenspersoon en/of klachtencommissie. Vertrouwenspersoon Buiten de school kunt u of uw kind terecht bij de vertrouwenspersoon. Deze heeft tot taak om de klager bij te staan, als deze met zijn/haar klacht niet bij de leerkracht, de directie, de contactpersoon of het bevoegd gezag terecht meent te kunnen. Klachten kunnen zowel mondeling als schriftelijk worden ingediend. De vertrouwenspersoon gaat na of door bemiddeling een oplossing kan worden bereikt. De vertrouwenspersoon gaat na of de gebeurtenis aanleiding geeft tot het indienen van een klacht. Desgewenst begeleidt hij de klager bij verdere procedures en verleent hij bijstand bij het doen van aangifte bij politie of justitie. De vertrouwenspersoon neemt bij zijn werkzaamheden de grootst mogelijke zorgvuldigheid in acht. Voor onze school is de vertrouwenspersoon dhr. Ruud Musman. Hij is telefonisch bereikbaar op nummer 06-52346536. Zijn e-mailadres is musman@obdnoordwest.nl. Indien u binnen of in relatie tot het onderwijs geconfronteerd wordt met signalen inzake discriminatie, onverdraagzaamheid, fundamentalisme, radicalisering of extremisme, dan kunt u contact opnemen met het meldpunt vertrouwensinspecteurs 0900-113111 (lokaal tarief). Stichting Flore is, namens haar scholen, aangesloten bij de landelijke klachtencommissie voor het katholiek onderwijs: Landelijke klachtencommissie katholiek onderwijs bond KBO tel: 0703568691 Schorsing en verwijdering Schorsing kan plaatsvinden als een kind zich herhaaldelijk schuldig maakt aan wangedrag. Dit gedrag wordt altijd eerst met de ouders van het kind besproken waarbij gezamenlijk naar een oplossing wordt gezocht. Als het wangedrag blijft voortduren, mag de directeur een kind één dag tot maximaal één week schorsen. Dit wordt schriftelijk aan de ouders en het bestuur meegedeeld. Het kind krijgt voor de betreffende tijd werk mee naar huis. Heeft de schorsing niet het gewenste effect of vormt het kind een bedreiging voor de medeleerlingen, dan kan het bestuur op verzoek van de directeur overgaan tot verwijdering van de leerling.

47


Gemeente Castricum Leerplicht

informatie over verlof tijdens schooltijden VERLOF (vrijstelling van schoolbezoek)

Inhoud 1.

Leerplicht en verlof

48


2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.

Extra verlof in verband met religieuze verplichtingen Op vakantie onder schooltijd Verlof in geval van ‘Andere gewichtige omstandigheden’ Hoe dient u een aanvraag in? Niet eens met het besluit? Ongeoorloofd verzuim Vragen? Vakantieroosters

1. Leerplicht en verlof In de Leerplichtwet staat dat uw kind de school moet bezoeken als er onderwijs wordt gegeven. Leerlingen mogen dus nooit zomaar van school wegblijven. In een aantal gevallen is echter een uitzondering op deze regel mogelijk. Als er een bijzondere reden is waarom u vindt dat uw kind niet naar school kan, moet u zich aan de regels voor zo’n uitzondering houden. De uitzonderingen en de daarbij behorende regels staan in deze folder beschreven. 2. Extra verlof in verband met religieuze verplichtingen Wanneer uw kind plichten moet vervullen die voortvloeien uit godsdienst of levensovertuiging, bestaat er recht op verlof. Als richtlijn geldt dat hiervoor één dag per verplichting vrij wordt gegeven. Indien uw kind gebruik maakt van deze vorm van extra verlof, dient u dit minimaal twee dagen van te voren bij de directeur van de school te melden. 3. Op vakantie onder schooltijd Voor vakantie onder schooltijd kan alleen een uitzondering op de hoofdregel gemaakt worden als uw kind tijdens de schoolvakanties niet op vakantie kan gaan door de specifieke aard van het beroep van (één van) de ouders. In dat geval mag de directeur eenmaal per schooljaar uw kind vrij geven, zodat er toch een gezinsvakantie kan plaatshebben. Het betreft de enige gezinsvakantie in dat schooljaar. Bij uw aanvraag moet een werkgeversverklaring worden gevoegd waaruit de specifieke aard van het beroep én de verlofperiode van de betrokken ouder blijken. Verder dient u met de volgende voorwaarden rekening te houden: in verband met een eventuele bezwaarprocedure (zie punt 6) moet de aanvraag ten minste acht weken van tevoren bij de directeur worden ingediend, tenzij u kunt aangeven waarom dat niet mogelijk was; de verlofperiode mag maximaal 10 schooldagen beslaan; de verlofperiode mag niet in de eerste twee weken van het schooljaar vallen.

Helaas komt het wel eens voor dat een leerling of een gezinslid tijdens de vakantie ziek wordt, waardoor de leerling pas later op school kan terugkomen. Het is van groot belang om dan een doktersverklaring uit het vakantieland mee te nemen, waaruit de duur, de aard en de ernst van de ziekte blijken. Op die manier voorkomt u mogelijke misverstanden.

4. Verlof in geval van ‘Andere gewichtige omstandigheden’ Onder ‘andere gewichtige omstandigheden’ vallen situaties die buiten de wil van de ouders en/of de leerling liggen. Voor bepaalde omstandigheden kan vrij worden gevraagd. Hierbij moet gedacht worden aan: een verhuizing van het gezin het bijwonen van een huwelijk van bloed- of aanverwanten ernstige ziekte van bloed- of aanverwanten (het aantal verlofdagen wordt bepaald in overleg met de directeur en/of de leerplichtambtenaar) overlijden van bloed- of aanverwanten viering van een 25-, 40- of 50-jarig ambtsjubileum en het 12½-, 25-, 40-, 50- of 60-jarig (huwelijks)jubileum van bloed- of aanverwanten De volgende situaties zijn geen ‘andere gewichtige omstandigheden’: familiebezoek in het buitenland

49


-

vakantie in een goedkope periode of in verband met een speciale aanbieding vakantie onder schooltijd bij gebrek aan andere boekingsmogelijkheden een uitnodiging van familie of vrienden om buiten de normale schoolvakantie op vakantie te gaan eerder vertrek of latere terugkeer in verband met (verkeers)drukte verlof voor een kind, omdat andere kinderen uit het gezin al of nog vrij zijn

Verlofaanvragen worden altijd individueel beoordeeld. Een aanvraag voor verlof wegens ‘andere gewichtige omstandigheden’ dient zo spoedig mogelijk bij de directeur te worden ingediend (bij voorkeur minimaal acht weken van tevoren).

5. Hoe dient u een aanvraag in? Aanvraagformulieren voor verlof buiten de schoolvakanties zijn verkrijgbaar bij de directeur van de school. U levert de volledig ingevulde aanvraag, inclusief relevante verklaringen, in bij de directeur van de school. 6. Niet eens met het besluit Wanneer uw verzoek om extra verlof wordt afgewezen en u bent het niet eens met dat besluit, kunt u schriftelijk bezwaar maken. U dient een bezwaarschrift in bij de persoon die het besluit heeft genomen. Het bezwaarschrift moet ondertekend zijn en tenminste de volgende gegevens bevatten: naam en adres van belanghebbende de dagtekening (datum) een omschrijving van het besluit dat is genomen argumenten die duidelijk maken waarom u niet akkoord gaat met het besluit wanneer het bezwaar niet door u maar namens u wordt ingediend, moet u een volmacht ondertekenen en bij het bezwaarschrift voegen. U krijgt de gelegenheid om uw bezwaar mondeling toe te lichten. Daarna krijgt u schriftelijk bericht van het besluit dat over uw bezwaarschrift is genomen. Bent u het dan nog niet eens met het besluit dan kunt u op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) binnen zes weken schriftelijk beroep aantekenen bij de Arrondissementsrechtbank, sector Bestuursrecht. Het indienen van een beroepschrift heeft geen schorsende werking. Wel kan de indiener van een beroepschrift zich wenden tot de President van de bevoegde rechtbank met het verzoek een voorlopige voorziening te treffen. Aan zo’n juridische procedure zijn kosten verbonden: voordat u een beroepschrift indient is het raadzaam juridisch advies in te winnen, bij voorbeeld bij een bureau voor Rechtshulp.

7. Ongeoorloofd verzuim Verlof dat wordt opgenomen zonder toestemming van de directeur of de leerplichtambtenaar wordt gezien als ongeoorloofd schoolverzuim. De directeur is verplicht dit aan de leerplichtambtenaar te melden. De leerplichtambtenaar beslist of er proces-verbaal wordt opgemaakt.

8. Vragen? Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen? Wendt u zich dan tot de directeur van de school of tot de leerplichtambtenaar van de gemeente Castricum.

9. Vakantieroosters Deze zijn op te vragen bij de school van uw kind of bij de leerplichtambtenaar van uw woongemeente.

50


51


17. Bijlage adressenlijst Stichting Flore W.M. Dudokweg 47 1700 AG Heerhugowaard 072-5660200 www.stichtingflore.nl Onderwijsinspectie Vragen over onderwijs: 0800 8051 (gratis) Klachtmeldingen over seksuele intimidatie, seksueel misbruik, ernstig psychisch of fysiek geweld: meldpunt vertrouwensinspecteurs 0900 111 3 111 (lokaal tarief) info@owinsp.nl www.onderwijsinspectie.nl Informatie- en advieslijn voor ouders over onderwijs 0800 5010 (gratis) NKO (Nederlandse Katholieke vereniging voor Ouders) informatie en advieslijn over onderwijs 070 3280378 nko@nko.nl www.nko.nl OBD (onderwijsbegeleidingsdienst) James Wattstraat 4 1817 DC Alkmaar 0229 259380 info@obdnoordwest.nl www.obdnoordwest.nl Advies-& Meldpunt Kindermishandeling 0900-1231230 (5 ct pm) Kindertelefoon 06 – 0432 (gratis) 14.00-20.00 uur

GGD 088-0100555 Bureau Jeugdzorg 088-7778000 (5 ct. p.m.) www.bjznh.nl GGD Hollands Noorden Hertog Aalbrechtsweg 5 1823 DL Alkmaar 072-5662662 info@ggdhollandsnoorden.nl www.ggdhollandsnoorden.nl Kidsbest Kinderopvang (Pinkeltje) Westerwerf 48 1911JA Uitgeest 0251 315000 info@kidsbest.nl www.kidsbest.nl Sport-Cultureelcentrum De Lelie Rembrandtsingel 3 1921 EK Akersloot 0251 312103 info@sporthaldelelie.nl www.sporthaldelelie.nl Bibliotheek Akersloot Rembrandtsingel 1 1921 EK Akersloot 0251 312948 akersloot@bibliotheekcastricum.nl www.bibliotheekcastricum.nl Landelijk bezwaren-,geschillen- en klachtencommissie 070-3457097 (van 9.00-12.00 uur) info@geschillencies-klachtencies.nl www.geschillencies-klachtencies.nl

52


Schoolgids 2011-2012