Issuu on Google+


Informatieblad voor studie en bescherming van vogels en andere wilde dieren ‘Mens & Vogel’ is een driemaandelijks tijdschrift dat wordt uitgegeven door Vogelbescherming Vlaanderen vzw. De organisatie zet zich in voor alle in het wild levende vogels en inheemse zoogdieren. Vooral vogels geven als geen andere diergroep de toestand van natuur en milieu aan. Gaat het slecht met een vogelsoort, dan is dat een signaal dat er iets mis is met haar leefomgeving. Vaak heeft het beschermen van vogels een positief effect op natuur en landschap. Vogelbescherming Vlaanderen werd op 28 juni 2002 onder auspiciën van het Koninklijk Belgisch Verbond voor de Bescherming van de Vogels (KBVBV) opgericht te Antwerpen. Lidmaatschap ‘Mens & Vogel’ wordt gratis toegezonden aan alle toegetreden leden, wat ook hun lidmaatschap is. Bijdragen naar keuze zijn: lid-abonnee: € 15, buitenlands lid: € 20, beschermend lid: € 25, donateur: € 45 (met fiscaal attest), lid voor het leven: € 1.000 (met fiscaal attest). Combilid Vogelbescherming + Opvangcentrum: € 18,00 (met vermelding ‘NIEUW LID VBV + VOC [naar keuze]). De jaarlijkse bijdragen kunnen worden gestort op rekening 001-4098773-17 van Vogelbescherming Vlaanderen, Schuttershof 14, 9100 Sint-Niklaas. IBAN = BE61001409877317; BIC = GEBABEBB.

Vogelbescherming Vlaanderen vzw Maatschappelijke zetel, secretariaat, documentatiecentrum Schuttershof 14 B-9100 Sint-Niklaas (Nieuwkerken-Waas) Tel. +32 (0) 3 296 26 80 – fax: +32 (0) 3 296 26 82 Open van maandag tot vrijdag van 9:00 tot 12:30 uur en van 13:30 tot 17:00 uur. Voorzitter: André Verstraeten Secretaris: Paul Coeckelberghs Penningmeester: Jacques De Moor Algemeen directeur: Jan Rodts Algemeen coördinator: Katrien Philips

Elektronische post Algemene diensten: info@vogelbescherming.be Voorzitter: voorzitter@vogelbescherming.be Algemeen directeur: jan.rodts@vogelbescherming.be Algemeen coördinator: katrien.philips@vogelbescherming.be Educatief- en projectmedewerker: inge.buntinx@vogelbescherming.be VOC-coördinator: wouter.timmerman@vogelbescherming.be Administratief medewerker: julie.teunen@vogelbescherming.be Foto cover: Arie Ouwerkerk Een documentatiecentrum staat ter beschikking van onze leden en scholieren. Bezoek de Groene Winkel op onze website:

www.vogelbescherming.be

Advocaat van de fauna Voor een effectieve bescherming van vogels en hun leefgebieden zijn juridische middelen onmisbaar. Vogelbescherming Vlaanderen strijdt daarom voor het verkrijgen van een strikte uitvoering van de wetten en reglementen die de vogels beschermen. Zij ijvert ook voor de verbetering en verfijning van die wetgeving. En met succes. Via verzoekschriften bij de Raad van State hebben we al meerdere overwinningen behaald in het voordeel van de vogels en hun leefgebieden. Door koppig te blijven aandringen bij politici, justitie en publieke opinie hebben we verkregen dat de vogelvangst in Vlaanderen is afgeschaft en dat de ongelimiteerde jacht op in het wild levende dieren aan banden is gelegd. Door toedoen van alerte vogelbeschermers worden jaarlijks tientallen illegale vogelvangers en -handelaars, jagers en stropers die de wet overtreden, geverbaliseerd en voor de rechter gebracht. Vlaamse Opvangcentra voor Vogels en Wilde Dieren (VOC) Vogelbescherming Vlaanderen coördineert een keten van 11 Opvangcentra voor Vogels en Wilde Dieren. Deze centra staan in voor de opvang, verzorging en revalidatie van noodlijdende, in het wild levende vogels en andere dieren. Elk jaar worden ruim 19.000 inheemse wilde dieren, waarvan 85% vogels, in onze opvangcentra opgenomen. De oorzaken van opname zijn verscheiden: wegverkeer, hoogspanningsmasten, jachtmisbruiken, botulisme, vergiftiging, stookolielozingen op zee, vogelvangst, enz. Gemiddeld 60% van deze slachtoffers kan na revalidatie met succes in vrijheid worden gesteld. Onze centra bewijzen niet enkel hun nut als opvang- en revalidatiecentrum voor gewonde wilde dieren, ze werken ook actief mee aan wetenschappelijke projecten van universiteiten en andere instellingen. De centra zijn erkend door de Vlaamse overheid. Natuureducatie Vogelbescherming Vlaanderen wil met haar educatief aanbod scholen en groepen aansporen om meer de natuur in te trekken om aan natuureducatie te doen. Men mag niet vergeten dat voor heel wat Vlaamse kinderen en jongeren het geen alledaags gebeuren is om op stap te gaan in de natuur. Een uitstap met de klas naar een natuurreservaat of natuurgebied is vaak een hele belevenis en kan een eerste stap zijn naar een ruimere natuur- en milieubeschermingsgedachte. Ons educatief aanbod vind je op onze website, waaronder ook diverse powerpoint-presentaties die je kunt aanvragen. Andere activiteiten vind je in de rubriek ‘Noteer in je agenda’. Kerkuilwerkgroep Vlaanderen De Kerkuilwerkgroep Vlaanderen is een afdeling van Vogelbescherming Vlaanderen. Deze werkgroep heeft tot doel alle nog resterende broedplaatsen van de Kerkuil (Tyto alba) veilig te stellen en op potentieel geschikte plaatsen nieuwe broedgelegenheid te scheppen door het plaatsen van speciale nestkasten. De werkgroep heeft ook tot doel het voedselaanbod in de onmiddellijke omgeving van bestaande broedplaatsen te verhogen en de Kerkuil als broedvogel te behouden door een algemene landschapsbescherming, waarbij de soort een indicator is voor de kwaliteit van de biotoop waarin zij leeft. Verantwoordelijke uitgever ‘Mens & Vogel’: Jan Rodts, Schuttershof 14, 9100 Sint-Niklaas (Nieuwkerken-Waas)

2 Colofon


2009

47 oktober

november

december

jaargang

Voorpagina

Blauwe Kiekendief

Vogel- en natuurbescherming 1

Voorwoord

Exit Lentejacht

4

Op de voorgrond

De Blauwe Kiekendief

6

Vogelperspectief

Vogelnieuws uit

binnen- en buitenland

12

Charles Darwin

22

Allemaal beestjes

44

32

Themawandelingen

36

Earth, de film

62

Bevers in Vlaanderen

52

Vlotjes voor Visdieven

64

Ornithologie

Boerenzwaluwentrek

56

Vogelkalender 2010

68

Wenskaarten Marjolein Bastin

69

Buitengewoon

Kali Gandaki-express

70

Niet geschoten, altijd goed

74

Combilidmaatschap

76

VOC adressenlijst

78

Vooruitblik

Verkiezingen Vogel van het jaar 2010

40

Vogelopvangcentra

Activiteiten

28

Slechtvalken terug thuis

Column Geert Hoste

Wetgeving Het Soortenbesluit

Zwaluwenkolonie gered

Groene winkel

Dossier

38

Grutto’s met satellietzenders

80

Klimaatswijziging en vogels (1)

80

3 Inhoud


Exit lentejacht Voorwoord Het Europees Hof van Justitie in Luxemburg heeft op 10 september 2009 geoordeeld dat Malta met zijn lentejacht op Kwartels en Zomertortels de EG-Vogelrichtlijn met de voeten treedt. Hiermee komt een einde aan het proces dat de EU-executieve vorig jaar tegen Malta had aangespannen. De Maltese regering heeft de voorjaarsjacht op Zomertortels en Kwartels altijd toegestaan, ook na de toetreding van Malta tot de Europese Unie. Het Hof heeft de Maltese regering gevraagd om de EG-voorzieningen te respecteren en de kosten van de rechtszaak op zich te nemen. Hoger beroep is niet meer mogelijk. Onze vereniging is uiteraard bijzonder tevreden met dit definitieve vonnis, vooral omwille van het feit dat de lentejacht door de Maltese jagers werd misbruikt om ook andere – zelfs onvoorwaardelijk beschermde trekvogelsoorten – af te schieten. De Maltese voorjaarsjacht op trekvogels vond plaats tijdens de migratie vanuit hun overwinteringsgebieden in Afrika naar hun broedgebieden in Europa, dus nog vóór ze de kans kregen zich voort te planten. De impact van de jacht op het vogelbestand van deze soorten is dan ook groter dan wanneer de jacht plaatsvindt tijdens de herfst of de winter, nà de broedperiode. Hierdoor werden drie keer meer Kwartels (ongeveer 15.000) en acht keer meer Zomertortels (ongeveer 32.000) gedood dan in de herfst. Dit betekent dat het aantal geschoten Zomertortels ongeveer vijf keer de Vlaamse broedpopulatie vertegenwoordigt, het aantal Kwartels zelfs dertien keer! Dit gaat absoluut voorbij aan de doelstelling van de Richtlijn, namelijk het behoud van soorten. Vogelbescherming Vlaanderen voert al sinds de toetreding van Malta tot de EU (1 mei 2004) campagne tegen de jacht op trekvogels. Op 11 oktober 2005 overhandigden wij, samen met onze Franstalige collega’s van de ‘Ligue Royale Belge pour la Protection des Oiseaux’, een petitie met meer dan 300.000 handtekeningen aan de Europese Commissie in Brussel. Mede dankzij deze petitie nam het Europees Parlement op 15 maart 2007 een resolutie aan over de voorjaarsjacht op en de vangst van trekvogels op Malta. Daarmee riep het Europees Parlement de Maltese regering op de EU-Richtlijn inzake het behoud van de vogelstand, de relevante communautaire wetgeving en de voorwaarden van het toetredingsakkoord onverkort na te leven. Na vijf jaar onophoudelijk campagne voeren, is het beoogde resultaat eindelijk bereikt en daar ben ik zeer fier op. Ik dank iedereen die ons hierbij geholpen heeft.

Directeur

4 Voorwoord


foto: Jan Rodts

RedactiecomitĂŠ Walter Belis, Suzanne Bodson, Inge Buntinx, Katrien Philips, Jan Rodts, Julie Teunen, Wouter Timmerman Hoofd- & eindredactie Jan Rodts Opmaak www.prospector.be Oplage 12.000 exemplaren Druk Drukkerij Van Lijsebetten, Entrepotstraat 27, B-9100 Sint-Niklaas Uitvoering met de steun van de Vlaamse overheid en de leden van Vogelbescherming Vlaanderen vzw Inhoud de redactie kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor de inhoud van bijdragen van derden Milieu dit tijdschrift is gedrukt op houtvrij en chloorvrij gebleekt papier en wordt verzonden in een biologisch afbreekbare folie, voor een minimale belasting van het leefmilieu. Werkten mee aan dit nummer Yves Adams, Walter Belis, Suzanne Bodson, Inge Buntinx, Misjel Decleer, Jasper Doest, Arjen Drost, Roger Eritja, Hans Gebuis, Bart Goemaere, Paul Heyman, Luc Hoogenstein, Maarten Jacobs, Sil Janssen, Geert Hoste, Rob Nagtegaal, Daniele Occhiato, Chantal Oeyen-Alenus, Arie Ouwerkerk, Rudi Oyen, Natalia Paklina, Andrew Parkinson, Katrien Philips, Steve Robbinson, Jan Rodts, Rita Roggen, Daan Schoonhoven, Ruben Smit, Joke Stuurman-Huitema, Julie Teunen, Wouter Timmerman, Bennie van den Brink, Jan van der Greef, Gert Van Hoey, Dirk-Jan van Unen, Rollin Verlinde, AndrĂŠ Verstraeten, Hugo Willocx en Winfried Wisniewski.

Geschoten Boomvalk


Op de voorgrond De Blauwe Kiekendief

De Blauwe Kiekendief (Circus cyaneus), afgebeeld op de cover van deze editie, maakt in de vlucht een slanke indruk dankzij zijn lange staart en smalle vleugels. De vogel op de foto is een volwassen mannetje dat gemakkelijk te herkennen is aan zijn grotendeels blauw- tot zilvergrijs gekleurde verenkleed met sterk contrasterende zwarte toppen aan de vijfde tot en met de tiende handpen (van binnenuit geteld). De zesde handpen is even lang als de negende en de daartussen uitstekende toppen van de zevende en achtste handpen zijn slechts iets langer. Daardoor lijkt de vleugelpunt tamelijk afgerond en niet zo spits als bij de Grauwe Kiekendief en de Steppekiekendief.

De bruinachtig gekleurde vrouwtjes en jongen van de Blauwe Kiekendief zijn in de vlucht moeilijk te determineren, tenzij men de hierboven beschreven vleugelformule kan herkennen; ze gelijken immers erg goed op die van zowel de Grauwe als de Steppekiekendief. Naast de bruinachtige grondkleur met donkere bandering op vleugels en staart hebben de vrouwtjes en jonge vogels van de drie soorten kiekendieven helderwitte bovenstaartdekveren. Wanneer men in de winter – tussen eind oktober en begin april – in West- en Midden-Europa dergelijke vogels waarneemt, zijn dit naar alle waarschijnlijkheid Blauwe Kiekendieven omdat Grauwe en Steppekiekendieven op dat moment in Afrika overwinteren.

6 Op de voorgrond

Verspreiding Afgezien van een zeer verbrokkeld voorkomen in West- en Midden-Europa strekt het aaneengesloten verspreidingsgebied van de Blauwe Kiekendief zich uit in een brede gordel van Noord- en Oost-Europa dwars door noordelijk Azië tot Kamtsjatka en Sakhalin (Rusland). De grootste broedpopulaties in het West-Palearctische gebied bevinden zich tegenwoordig in Frankrijk en Spanje (samen ca. 10.000 broedparen), in Zweden en Finland (samen ca. 4.000 paren) en in Europees Rusland (naar schatting ca. 30.000 paren). Het totale bestand in het West-Palearctische gebied wordt geschat op bijna 46.000 broedparen.


foto: Arie Ouwerkerk

In de meeste Europese landen neemt de Blauwe Kiekendief in aantal af en slinkt het broedgebied, ten dele al sinds het einde van de 19de eeuw. Toen al werden vele broedgebieden door melioratie (grondverbetering) vernietigd. De verrassing was dan ook groot toen in 2007 een broedgeval opgetekend werd op het plateau van Outgaarden in het grensgebied tussen Vlaams- en Waals-Brabant. Ook in 2006 was de soort er mogelijk reeds

Blauwe Kiekendief

als broedvogel aanwezig. In de omgeving werden immers heel wat inspanningen geleverd om soorten als Grauwe Gors (Miliaria calandra) en Grauwe Kiekendief (Circus pygargus) betere leefomstandigheden te bieden. De Blauwe Kiekendief kan in Vlaanderen dus met veel moeite een ‘broedvogel’ genoemd worden, ook al werden pakweg een halve eeuw geleden nog wel enkele


foto’s: Arie Ouwerkerk

broedgevallen opgetekend in de Antwerpse en Limburgse Kempen. Buiten de broedperiode overwintert de soort hier in klein aantal, voornamelijk in polders, valleigebieden en in de heidegebieden van de Kempen. Tijdens winters met strenge vorst en veel sneeuwval in meer noordelijke streken van Europa neemt het aantal Blauwe Kiekendieven bij ons gevoelig toe en komen zij zelfs voor in minder geschikte biotopen. De in Vlaanderen overwinterende vogels komen grotendeels uit de ons omringende landen, ScandinaviĂŤ en soms uit de Baltische staten.

8 Op de voorgrond

Habitat en voedsel De Blauwe Kiekendief heeft een voorkeur voor open terrein met lage vegetatie om in te broeden; als jachtgebied verkiest hij heide, venen, verlandingszones en vochtige weiden, maar ook steppen, zandduinen met struikgewas en percelen met jonge aanplant. Af en toe broedt hij ook in akkers met wintertarwe. Tijdens de trek en gedurende de winter jagen Blauwe Kiekendieven vooral boven weiden en akkers. In geschikte gebieden en bij een groot voedselaanbod – in het bijzonder


Voedseldropping

bij grote aantallen woelmuizen – kan het gebeuren dat er vier tot vijf paren broeden op een oppervlakte van slechts 1 km². In zulke gevallen kan ook polygamie voorkomen, waarbij één mannetje meerdere vrouwtjes met hun jongen van voedsel voorziet. Doorgaans is de populatiedichtheid van de Blauwe Kiekendief gering; in Finland en Schotland bijvoorbeeld is die slechts vijf tot tien paren per 100 km². De Blauwe Kiekendief zoekt meestal in een lage, schommelende glijvlucht systematisch het terrein af naar voedsel, vaak langzaam tegen de wind in, om na

het ontdekken van een prooi zeer snel en behendig toe te slaan. Dankzij de uilachtige gezichtssluier met daarachter grote ooropeningen en uitgesproken oorschelpen is zijn gehoor zó goed dat ook muizen in dichte vegetatie of zelfs onder een sneeuwtapijt gelokaliseerd en buitgemaakt kunnen worden. Van in totaal 186 waargenomen pogingen om een prooi te bemachtigen, waren er 32 (17%) succesvol. Het voedsel kan per gebied en per seizoen verschillen maar kleine zoogdieren, vooral Veldmuizen (Microtus arvalis), vormen de voornaamste prooien.

9 Op de voorgrond


foto: Arie Ouwerkerk

Blauwe Kiekendief

Met verspillen van energie springt deze kiekendief erg zuinig om; hij heeft geleerd het activiteitsritme van veldmuizen te volgen. Deze kleine knaagdiertjes hebben immers om de twee uur een periode dat ze bovengronds actief zijn en de Blauwe Kiekendief heeft geleerd zijn jachtactiviteit hieraan aan te passen. Veldmuizen zijn ook in de schemering bovengronds actief en de meeste vogels jagen tot het bijna donker is. De analyse van braakballen die in vijf winters (november tot februari) op een slaapplaats van Blauwe Kiekendie-

10 Op de voorgrond

ven verzameld werden in de Nederlandse provincie Drenthe heeft aangetoond dat op een totaal van 1.093 gedetermineerde prooidieren het aandeel van veldmuizen 91% bedroeg.

Luchtdansen en voedseldroppings In het vroege voorjaar keren de kiekendieven naar hun broedgebied terug. Partners van het vorige jaar ontmoeten elkaar


daar vaak weer om opnieuw een nestgebied te bezetten. Vooral als er veel buren zijn – met wie al gauw misverstanden rijzen over de territoriumgrenzen – slooft het mannetje zich boven de nestplaats uit in spectaculaire luchtacrobatiek. Hij beschrijft een uitbundige golfbeweging, vliegt schroevend omhoog en maakt net als een Slechtvalk een indrukwekkende duik om precies op het juiste moment weer omhoog te wentelen. Heel enthousiaste kiekendieven doen dit wel honderd keer over.

Het daaropvolgende onderdeel van het paringsspel is al even sensationeel. Als het vrouwtje gebonden is aan een nest met jongen, moet het mannetje voor de kost zorgen. Hij brengt de prooi richting het nest en zij vliegt hem tegemoet om de buit in de lucht van hem over te nemen. Soms gaat dat van poot in poot maar na veel oefenen laat hij zijn prooi gewoon vallen en vangt zij die behendig op. Dit belangrijke onderdeel van de samenwerking wordt vóór elke paring uitbundig geoefend en is een van de prachtigste spektakels uit het vogelrijk.

Literatuur • Buissinck F., 1991. De stuitende jeugd van een elegante jager. Grasduinen (7), pp. 29-29. • BirdLife International, 2004. Birds in Europe: population estimates, trends and conservation status Cambridge, UK: BirdLife International (BirdLife Conservation Series No. 12), p. 46. • Mebs T. & Schmidt D., 2006. Roofvogels van Europa, Noord-Afrika en Voor-Azië. Tirion Uitgevers BV, Baarn, 495 p. • Seys J., 1989. Blauwe Kiekendief. In: Vogels in Vlaanderen: voorkomen en verspreiding. Vlaamse Avifauna Commissie, Bornem: I.M.P., 448 p. • Vermeersch G. & Anselin A., 2009. Broedvogels in Vlaanderen in 2006-2007. Recente status en trends van Bijzondere Broedvogels en soorten van de Vlaamse Rode Lijst en/of Bijlage I van de Europese Vogelrichtlijn. Mededeling van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) nr. 3, Brussel, 99 p. • Vreysen F., 1988. Voedselkeuze en jachtgedrag van de Blauwe Kiekendief Circus cyaneus tijdens de

foto: Arie Ouwerkerk

winter. Oriolus 54 (3), pp. 110-115.

Blauwe Kiekendief


Vogelperspectief Vogel- en ander dierennieuws uit de wereld

In deze rubriek krijg je bondig vogel- en ander dierennieuws uit heel de wereld te lezen, doorspekt met korte reportages uit de vereniging. De internationale berichtjes werden verzameld en vertaald door vogelkenner en redactielid Walter Belis, de overige werden ons bezorgd door onze eigen medewerkers. Heb jij ook een leuk vogelberichtje voor deze rubriek of heb je zelf iets opmerkelijks met vogels meegemaakt? Stuur het dan naar vogelperspectief@vogelbescherming.be of naar Vogelbescherming Vlaanderen, Redactie Vogelperspectief, Schuttershof 14, 9100 Sint-Niklaas.

Zwar t op wit De Havikarend (Hieraaetus fasciatus) is één van de meest bedreigde roofvogelsoorten in Europa. Gedurende twaalf jaar werd de territoriale structuur van een populatie in het zuidoosten van Spanje gevolgd. Er werd geen daling vastgesteld in de broedpopulatie en de jaarlijkse productie was stabiel. Hoewel het aantal koppels met partners van verschillende

leeftijden afnam, telde deze populatie gemiddeld meer subadulte individuen dan andere Spaanse populaties. De aanwezigheid van andere roofvogelsoorten – zelfs deze van de Oehoe (Bubo bubo) – had geen negatieve invloed op het broedsucces. Toch blijft de Havikarend zeer gevoelig voor elke wijziging in zijn habitat. Het behoud van in gebruik genomen territoria is van groot belang en alleen een stijging van nieuwe territoria biedt een garantie voor de toename van de soort.

foto: Daniele Occhiato / BuitenBeeld

(Ibis, 150 (2) 2008: 270-276)

Havikarend


foto: Daniele Occhiato / BuitenBeeld

Steppevorkstaartplevier

De droge en ruige omgeving van het Sholakmeer in Centraal-Kazachstan herbergt een broedkolonie van Steppevorkstaartplevier (Glareola nordmanni). Half mei 2007 observeerde een Brits vogelkijker de paarvorming van zo’n honderd individuen. Tijdens het foerageren kwamen twee volwassen vogels heel dicht in elkaars buurt terwijl ze de koppen naar de grond gericht hielden. Het mannetje bood zijn partner een rups aan die in dank aanvaard en vervolgens verorberd werd. Vervolgens keken de vogels elkaar aan alvorens verder te foerageren. Deze hofmakerij is uit de literatuur nagenoeg niet bekend bij de Steppevorkstaartplevier, noch bij de verwante Vorkstaartplevier (Glareola pratincola).

Criteria voor roof vogelbezit De laatste jaren is het houden van roofvogels en uilen in gevangenschap fel toegenomen waardoor ook de problemen met dierenwelzijn gestegen zijn. Om het welzijn van in gevangenschap gehouden roofvogels te maximaliseren, heeft de ‘Federale Overheidsdienst Volksgezondheid/Dierenwelzijn’ op vraag van Vogel-

foto: Jan Rodts

Hof felijkheid helpt je aan een lief

(British Birds, 101, 2008: 328)

Kerkuil


foto: Rollin Verlinde / Vilda

Heikikker

bescherming Vlaanderen een tijdelijke werkgroep ‘Roofvogels’ opgericht. Uit onderzoek blijkt immers dat ernstige welzijnsproblemen bij in gevangenschap gehouden roofvogels vastgesteld worden. Mits rekening te houden met een aantal fundamentele soorteigen biologische behoeften van deze dieren kan hun welzijn in belangrijke mate beschermd worden. Het advies van de werkgroep is klaar en zal in oktober 2009 behandeld worden door de ‘Raad voor Dierenwelzijn’. Daarna wordt het dossier overhandigd aan de bevoegde federale minister Laurette Onkelinx die op basis daarvan de wetgeving kan aanpassen. Vogelbescherming Vlaanderen hoopt dat strenge en waterdichte criteria met betrekking tot huisvesting en handel eindelijk een einde zullen maken aan het gesjoemel met roofvogels in gevangenschap. (Eigen berichtgeving)

14 Vogelperspectief

Luister vinkende Ooievaars Geluiden van seksueel opgehitste dieren vallen vaak in verkeerde oren. Zo wees een onderzoek waarbij het geluid van de Heikikker (Rana arvalis) afgespeeld werd uit dat 22 van de 84 Ooievaars (Ciconia ciconia) hun nest verlieten en op zoek gingen naar de herkomst van het geluid dat hen als muziek in de oren klonk. (Journal of Avian Biology, 39 (2) 2008: 229-232)

Diepgewor teld instinct Een Britse ornitholoog zag hoe een vrouwtje Merel (Turdus merula) met voedsel in de bek neerstreek bij een jong dat net voordien het bijltje gelegd had als verkeersslachtoffer. Na één tot twee minuutjes vloog de Merel weg en even nadat de ornitholoog het jong aan de kant


van de weg gelegd had, bracht de Merel opnieuw voedsel aan. Verstoord door een aankomende wagen verdween de vogel opnieuw. Blijkbaar zit het moederinstinct zo diep ingebakken dat zelfs in dergelijke omstandigheden het aanbrengen van voedsel verdergaat. (British Birds, 101, 2008: 209)

De wind in de wieken

(Natagora, 28, 2008: 22-23)

foto: Yves Adams / Vilda

Windturbineparken zitten in de lift en de plaatsing ervan bepaalt in hoge mate het aantal slachtoffers onder vogels. In het Franse departement Aude werd tijdens een onderzoek geen enkel slacht-

offer aangetroffen aan de voet van de windmolens terwijl de 23 turbines van de Zeebrugse haven in totaal 531 vogellevens eisten. EÊn windturbine had zelfs 120 vogels geveld. Energie opgewekt uit windmolenparken is een oplossing voor het probleem van de opwarming van ons klimaat. De Rode Wouw (Milvus milvus), die uitsluitend in Europa voorkomt, zou zijn verspreidingsgebied met 42% zien krimpen indien de temperatuur gemiddeld 3° C zou stijgen. Daarom moet veel aandacht besteed worden aan de inplanting van windmolenparken en hierbij is het advies van natuurbeschermers goud waard.

Sterns

15 Vogelperspectief


foto: Rollin Verlinde / Vilda

Carnivore Knobbelzwaan In september 2007 merkte een Britse ornitholoog hoe drie Knobbelzwanen (Cygnus olor) zich te goed deden aan het karkas van een Stadsduif (Columba livia). Aanvankelijk was het maar één zwaan die het reeds erg verminkte kadaver zwaar te lijf ging maar al snel deelden twee andere soortgenoten het maal. (British Birds, 101, 2008: 496)

Frankrijk lok t sierlijke roof vogel Reeds in het midden van de 19de eeuw werd de Grijze Wouw (Elanus caeruleus) in Europa waargenomen. Als broedvogel dook hij echter pas in het begin van de jaren ‘60 in Portugal en – een paar jaar later – ook in Spanje op. In Frankrijk broedt de soort onregelmatig in de PyrénéesAtlantiques sinds 1990 en regelmatig in de Landes sinds 1991. Terwijl de soort sedentair is in de Aquitaine werden vanaf het einde van de jaren ‘90 ook elders in Frankrijk broedgevallen gemeld. De kolonisatie vanuit Noord-Afrika kan vermoedelijk toegeschreven worden aan klimaatswijzigingen en veranderingen in de landbouw in Zuid-Europa. Open grasland, ingezaaid met graangewassen en gekenmerkt door een gering aantal bomen schijnt de soort aan te trekken. (Ibis, 150 (4) 2008: 707-716)

Onverdroten Boomklever Knobbelzwaan

16 Vogelperspectief

Begin januari 2008 merkte een Duitse ornitholoog hoe plots vinken en mezen


foto: Luc Hoogenstein / BuitenBeeld

Grijze Wouw

(Ornithologische Mitteilungen, 60 (6) 2008: 185-186)

Met uitster ven bedreigd U zal zich moeten haasten om nog een Temmincks Strandloper (Calidris temminckii) waar te nemen in zijn oorspronkelijke broedgebied, hoog in het Scandinavische

foto: Daan Schoonhoven / BuitenBeeld

in paniek de voederplank verlieten bij het naderen van een Sperwer (Accipiter nisus). Een drieste Boomklever (Sitta europaea) drukte zich langgerekt tegen een dikke tak en bleef acht minuten lang onbeweeglijk wachten. Gedurende al die tijd vertoonde geen enkele andere vogel zich, wat doet vermoeden dat de roofvogel nog steeds in de buurt was. Op het ogenblik dat de Boomklever zijn veilige positie opgaf, dook de Sperwer vanuit een naburige tuin weer op. De Boomklever erkende onmiddellijk het gevaar, drukte zich tegen de boomstam en vloog enkele ogenblikken later naar een andere boom.

Boomklever

17 Vogelperspectief


foto: Rob Nagtegaal / BuitenBeeld

Temmincks Strandloper

binnenland. Op basis van een tien jaar durend vang- en hervangprogramma werden de overlevingskansen van deze strandloper berekend en het ziet er bepaald niet rooskleurig uit. Zowel bij volwassen als bij juveniele vogels lagen de overlevingskansen en het broedsucces lager dan tijdens de voorbije dertig jaar. Men veronderstelt dat veel volwassen vogels omkomen tijdens de trek en in de overwinteringsgebieden. Wetenschappers voorspellen dat de soort over enkele tientallen jaren geheel verdwenen zal zijn.

een veertigtal Grote Zilverreigers (Casmerodius albus) opgemerkt. Overigens werd dit gedrag van Grote Zilverreigers ook elders in Nederland waargenomen. De reigers jagen er voornamelijk op Veldmuizen (Microtus arvalis) en het aantal gevangen muizen lag dubbel zo hoog tussen de ganzen dan elders. Daar moet een reden voor zijn. Omdat de ganzen de vegetatie kort houden, neemt de zichtbaarheid voor de reigers toe. Bovendien neemt de schuwheid van de muizen mogelijk af omdat de ganzen geen predators zijn. Door de aanwezigheid van de ganzen merken de muizen de reigers niet zo snel op. Het is opvallend dat de Grote Zilverreigers niet foerageren te midden van minder luidruchtige Knobbelzwanen (Cygnus olor) of Kleine Zwanen (Cygnus bewickii). Dit wekt de indruk dat de muizen nieuwsgierig of gealarmeerd poolshoogte komen nemen en gevangen worden door de reigers. Het blijft voorlopig koffiedik kijken maar hetzelfde gedrag werd ook bij Blauwe Reiger (Ardea cinerea) vastgesteld. Blijft ook nog de vraag

(Journal of Avian Biology, 39 (3) 2008: 329-340)

Duizenden ganzen, hoofdzakelijk Kolganzen (Anser albifrons), foerageren in de winter in de westelijke Eempolder (Noord-Holland). Tussen de ganzen werd

18 Vogelperspectief

foto: Hans Gebuis / BuitenBeeld

Voorbeeld van commensalisme

Grote Zilverreiger


foto: Yves Adams / Vilda

Zeearend

of dit gedrag alleen in goede muizenjaren voorkomt. Het werkt alvast aanstekelijk want ook Buizerds (Buteo buteo) pikten hun muisje mee. (Limosa, 81 (1) 2008: 17-23)

Vaste gast in Nederland Nadat de Zeearend (Haliaeetus albicilla) in 2006 voor het eerst in Nederland gebroed heeft, lijkt de soort vaste voet te krijgen in de Oostvaarderplassen. Hetzelfde koppel broedde in 2007 in hetzelfde nest, gebouwd in een wegkwijnende wilg. Het nest, dat met een webcam geobserveerd werd, heeft zelfs de zware westerstorm van 18 januari 2007 doorstaan. Het vrouwtje, dat in 2003 in het Duitse Sleeswijk-Holstein geboren werd, was nu getooid in haar volwassen kleed en maakte gebruik van haar opgedane

ervaring. Er werd ĂŠĂŠn ei gelegd en het jong, een vrouwtje, vloog na 84 dagen uit. Het jong uit 2006 verliet het nest 9 dagen eerder en was vermoedelijk een mannetje. De kleinere mannetjes zijn gemiddeld iets sneller vliegklaar dan de zware vrouwtjes. In 2008 legde hetzelfde koppel twee eieren en vlogen twee jongen succesvol uit. (De Takkeling, 16 (2) 2008: 100-123 en De Takkeling, 16 (3) 2008: 188-198)

Struisvogels helemaal niet dom De meeste vogelsoorten die op de grond broeden, hebben gepigmenteerde eieren die meestal goed gecamoufleerd zijn in de omgeving. Struisvogels vormen met hun bleke eieren een uitzondering op de regel. Donkere eieren accumuleren meer

19 Vogelperspectief


foto: Dirk-Jan van Unen / BuitenBeeld

Struisvogel

warmte en bij wijze van experiment werden struisvogeleieren donkerbruin en wit geverfd en samen met gewone eieren blootgesteld aan het zonlicht. Bij de bruin geschilderde eieren overschreed de temperatuur binnenin al snel 37,5° C, een temperatuur waarbij het embryo dreigt af te sterven. In een tweede fase werden natuurlijke eieren en bruine eieren in verschillende vegetatietypes gelegd. De lichte struisvogeleieren waren op een grotere afstand zichtbaar. Struisvogels laten hun eieren voor de incubatie achter waardoor de kans op predatie aanzienlijk is. Toch schijnt het risico van predatie niet op te wegen tegen de kans op oververhitting van de eieren. (Journal of Ornithology, 149 (3) 2008: 323-328)

20 Vogelperspectief

Dieren-in-nesten-kastje bewoond Wij waren op 12 oktober 2008 aanwezig op de trefdag van Vogelbescherming Vlaanderen in Wachtebeke. Mijn kinderen, Karel en Heleen, hebben toen meegedaan met verschillende activiteiten (meeuw knutselen, uilenbraakballen pluizen, voederbordjes maken, enz.). Heleen heeft er een nestkastje van ‘Dieren in Nesten’ getimmerd. Het kastje hangt sindsdien tegen de wand van ons tuinhuisje en de opening is gericht naar het westen. Volgens de uitleg bij het kastje was het oosten beter, maar we hebben toch voor het westen gekozen om het vanuit de woonkamer te kunnen observeren. Begin april


foto: Gert Van Hoey

Verstoring zeehonden

zagen we geregeld Koolmeesjes in- en uitvliegen. Er was duidelijk gepiep hoorbaar telkens er een meesje binnenvloog. Zo kwamen we te weten dat er jongen in het kastje zaten. Als de mees weer wegvloog, werd het na enkele seconden weer stil. In de derde week van april vlogen twee meesjes continu af en aan met eten. De kinderen vonden het heel fijn om een broedsel van meesjes in de tuin te hebben. Op zondag 26 april 2009 maakte ik enkele foto’s. Het was vooral een kwestie van geduld, aandachtig kijken en op het gepaste ogenblik afdrukken.

Een tiental zeehonden heeft al bijna een jaar lang een strandhoofd te Koksijde uitgekozen als rustplaats. De aanwezigheid van deze dieren betekent een groot succes in het natuurherstel van ons stukje Noordzee waarbij tal van diensten betrokken zijn. Het is ook een lokale attractie want het is de enige plaats aan onze kust waar wilde zeehonden zich regelmatig ophouden. Jammer genoeg worden de rustende zeezoogdieren heel frequent verstoord en dat kan nefast zijn omdat ze vrijwel dagelijks een rustplaats op het droge nodig hebben. Het gevaar bestaat dan ook dat de zeehonden dit gebied opnieuw zullen verlaten. Vandaar dat het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen, samen met onder meer SeaLife Blankenberge, de gemeente Koksijde en het Agentschap voor Natuur en Bos het grote publiek oproepen om voldoende afstand te houden van de rustende dieren. Enkel zo kan verstoring vermeden worden. Er wordt ook gevraagd honden aan de leiband te houden.

(Gert Van Hoey, Sint-Amandsberg,

(Beheerseenheid Mathematisch

e-mail 30.04.2009)

Model Noordzee – 07.07.2009)

foto: Yves Adams / Vilda

Koolmees

Grijze Zeehond


Charles Darwin Evolutie als antwoord op klimaatverandering

Chantal Oeyen-Alenus Op het einde van een natuurwandeling of biologieles wordt meestal de nadruk gelegd op het belang van natuurbehoud, natuurbescherming en het behoud van soorten; vooral nu we ons midden in een klimaatcrisis bevinden. De meeste mensen zijn het daar helemaal mee eens. Anderen vragen zich af waarom soorten in feite behouden moeten blijven. Het eenvoudige antwoord daarop is dat een grote genetische diversiteit onder alle organismen de basis is waarop er door natuurlijke selectie nieuwe planten en dieren kunnen ontstaan, die aan veranderende omstandigheden in de omgeving aangepast kunnen worden. Dat is de voorwaarde opdat het leven op aarde zou blijven bestaan. Evolutie is dus dé voorwaarde voor natuurbehoud.

Het is 200 jaar geleden dat Charles Darwin geboren werd en 150 jaar geleden dat hij zijn evolutietheorie uit de doeken deed in zijn boek ‘The Origin of Species’. Ondanks het feit dat ‘evolutie’ een actueel onderwerp is, zijn er helaas nog steeds heel wat mensen die er niets over willen horen en zelfs het doceren ervan willen verbieden. De evolutietheorie is voor vele mensen moeilijk te begrijpen en wordt daarom door hen ook niet aanvaard. Toen in 1859 het boek van Darwin verscheen, werd het fenomeen een soort ‘hype’ en de meeste mensen begrepen er nog minder van dan vandaag. Er zijn ook een aantal populaire misverstanden ontstaan over de uitdrukking ‘de strijd om het bestaan’. Socioloog en journalist Herbert Spencer noemde het ‘the survival of the fittest’. Darwin zelf nam die uitdrukking over en hij bedoelde

22 Charles Darwin

Charles Darwin


foto: Joke Stuurman-Huitema / Fotonatura

Peper-en-zoutvlinder op Berk

daarmee ‘het overleven van het best aangepaste individu’. Bij de rest van de bevolking werd dit ‘de wet van de sterkste’. Deze laatste, niet-correcte redenering leeft vandaag nog bij heel wat mensen. Een fysiek zwak dier dat aan een sterker dier ontsnapt door bijvoorbeeld in een hol te kruipen, is op dat ogenblik figuurlijk ‘de sterkste’.

Melanisme Ik ga trachten om deze mooie theorie zo correct en verstaanbaar mogelijk uit te leggen. Hiervoor bedien ik me van het meest beroemde voorbeeld: de proef van Dr. H. Kettlewell met de Berkenspanner (Biston betularia), ook wel Peper-en-

zoutvlinder genoemd. Er was eens een berkenbos in Engeland, rond 1848. In het bos fladderden nachtvlinders die er bleek gespikkeld uitzagen en die helemaal niet opvielen wanneer ze overdag tegen de stam van een berk rustten. De vleugels van de vlinder hadden ongeveer dezelfde bleke kleur als de boomschors en sommige korstmossen die erop groeiden. Kenners wisten dat Biston betularia ook in een zwarte, melanistische vorm voorkwam, nl. Biston betularia carbonaria, die heel zeldzaam was. Bij de opkomst van de Industriële Revolutie werd in de buurt van het bos een fabriek gebouwd. Het SO2 (zwaveldioxide) dat via schoorstenen uitgestoten werd, doodde de korstmossen op de stammen

23 Charles Darwin


foto: Maarten Jacobs

Berkenspanner - zwarte vorm

van de berken terwijl het roet de stammen zwart kleurde. Rond 1900 vond je in de buurt van industrie enkel nog zwarte vlinders, terwijl je in landbouwgebieden voornamelijk de peper-en-zoutgekleurde versie vond. De hypothese hierover was dat vogels die zich met de vlinders voedden, de lichtgekleurde variant goed konden zien op de donkere boomstammen en ze bijna helemaal uitroeiden. Het zwarte type was uiteraard minder zichtbaar op de donkere boomstammen. Deze overleefden de predatie en plantten zich voort tot ze zelfs in de meerderheid waren. De peper-en-zoutvariant bestond nog wel maar was inmiddels zeldzaam geworden.

24 Charles Darwin

Tussen 1952 en 1972 testte Dr. H. Kettlewell – een Britse arts, geneticus en entomoloog – de hypothese. Hij bracht verschillend gekleurde vlinders en vogels samen in een volière met verschillend gekleurde boomstammen en dito planken op de muren. Hij stelde vast dat de vogels het inderdaad moeilijk hadden om de vlinders te vinden op een achtergrond van dezelfde kleur. Daarna liet hij gelijke hoeveelheden van de twee types Berkenspanners vrij in wel- en niet-verontreinigde bossen. Op hun vleugels werden kleine merktekens aangebracht. Wanneer hij ze terug ving, was de verhouding niet 50/50. Zoals verwacht ving hij vooral zwarte individuen in industriegebied en vooral lichte in agrarisch gebied.


Mutatie

foto: Rollin Verlinde / Vilda

De verwarring over evolutie ontstaat vooral wanneer mensen onjuiste redeneringen en vage taal gebruiken. Naar aanleiding van dit voorbeeld wordt vaak gezegd: “Wat hebben die nachtvlinders toch een knappe overlevingsstrategie” of “De vlinders hebben zich wonderwel aangepast aan hun nieuwe omgeving”. Omdat deze beweringen niet correct zijn, ontstaat (terecht) ongeloof. Wat doen de Berkenspanners in dit verhaal? Ze eten, vliegen, paren en leggen eitjes. Hieruit ontstaan weer nieuwe vlinders die erg goed maar niet helemaal op hun ouders lijken. Dat is alles! En wat doen de vogels?

Berken- en dennenbos

Ze zingen, vliegen, paren, leggen eieren en voeden zich met insecten die ze goed kunnen zien, zoals bleke vlinders tegen een donkere ondergrond. Dat is ook ongeveer alles! Vlinders hebben onvoldoende hersenen of denkvermogen om een strategie te ontwikkelen om zich tegen vogels te beschermen. Individuen kunnen evenmin de kleur van hun vleugels aanpassen. Het feit dat dit hier ogenschijnlijk toch gebeurde, is niet actief door hen zelf uitgevoerd of gepland maar komt omdat er een zekere genetische diversiteit is bij deze vlinders. In een populatie van hoofdzakelijk bleke vlinders waren er ook enkele donkere individuen, ontstaan door mutatie.


Nieuwe soor ten Het volgende dat tot ongeloof leidt, is hoe nieuwe soorten ontstaan. Dat is heel moeilijk te vatten en er komt ook heel veel bij kijken; ik geef hier slechts eenvoudige voorbeelden. Vlinders ondergaan voortdurend natuurlijke selectie en veranderingen. De Berkenspanners uit bovengenoemd bos hebben nu misschien een iets beter zicht dan in 1900 omdat variaties met beter functionerende ogen net iets sneller konden ontkomen aan de vogels die op hen afkwamen. Nieuwe generaties vlinders hebben misschien iets efficiëntere vleugels omdat individuen die sneller konden vliegen meer kans hadden om aan een vogel te ontsnappen en dus konden overleven en zich voortplanten. Op een gegeven ogenblik zullen er vlinders voorkomen die zoveel

foto: Maarten Jacobs

Hoe komen vlinders nu aan deze mutaties? Er zijn verschillende oorzaken en mechanismen die tot mutatie leiden; één ervan is het slecht kopiëren en repareren van DNA. Wanneer het DNA in de geslachtscellen van vlinders een kopie maakt van zichzelf om aan het nageslacht door te geven, is deze kopie niet volmaakt. Bij elke kopie treden er immers fouten op. En het ene organisme bezit meer en betere reparatie-enzymen dan het andere. Hierdoor ontstaat er genetische variatie. De vlindersoort heeft zich dus niet (actief) aangepast aan haar omgeving. De gemuteerde, donkere Berkenspanners waren toevallig minder zichtbaar voor predators waardoor ze meer kans hadden om zich voort te planten dan de lichtere individuen die opgegeten werden. Aangezien mutatie erfelijk is, werden de nakomelingen ook donker.

Berkenspanner - gespikkelde en donkere vorm

26 Charles Darwin


Oranje Berkenboleet

veranderingen ondergaan hebben dat ze niet meer als seksuele partner herkend of geaccepteerd worden door vlinders die minder geëvolueerd zijn. Zo krijg je misschien een nieuwe ondersoort en wie weet, nog later, een nieuwe soort. Indien twee verschillende organismen met elkaar kunnen paren maar geen vruchtbare nakomelingen voortbrengen, spreekt men ook van twee verschillende soorten. Ook dit laatste kunnen heel wat mensen moeilijk aannemen omdat er heel veel tijd nodig is tot er voldoende cumulatieve veranderingen opgetreden zijn om een nieuwe soort te vormen. Over hoe dit gebeurt en welke mechanismen er in het spel zijn, werden verschillende hypotheses ontwikkeld. De geografische scheiding is de meest bekende. Stel dat twee delen van het bekende bos door een natuurfenomeen van elkaar gescheiden zouden worden. In één deel zitten wel vlinders maar geen vogels. Als je duizenden jaren wacht zullen de twee populaties van vlinders zich tot twee verschillende soorten ontwikkelen omdat er

Ik ga nooit het debat aan met creationisten, omdat godsdienst en wetenschap twee verschillende aspecten zijn van het menselijke denken. Ik vraag ook niet dat mensen in evolutie zouden geloven. Ik zou het alleen fijn vinden indien meer mensen evolutie door natuurlijke selectie zouden begrijpen. Door toedoen van de mens verdwijnen soorten tegenwoordig aan een razendsnel tempo. Er zijn ook andere oorzaken die verantwoordelijk kunnen zijn voor de teloorgang van soorten zoals bijvoorbeeld natuurrampen en klimaatwijziging. Overal ter wereld zijn organisaties in de weer om het uitroeien van soorten tegen te gaan. Waarom? Omdat wij moreel niet het recht hebben andere soorten te vernietigen. Een grote diversiteit aan organismen laat het ontstaan van nieuwe soorten toe, dankzij de evolutie door natuurlijke selectie. Evolutie is dus een garantie voor leven.

foto: Rollin Verlinde / Vilda

foto: Yves Adams / Vilda

tussen hen geen uitwisseling meer is van genen en er verschillende agenten van natuurlijke selectie aanwezig zijn. Hierin blijven mutaties een rol spelen; maar ook genetische drift, wat zoveel betekent als de toevallige verspreiding van genen in kleine populaties.

Ruwe Berk


Actie Boerenzwaluw Afbraak schuur uitgesteld wegens broedende zwaluwen

Jan Rodts Directeur Door de tussenkomst van onze vereniging werd op 31 juli 2009 de sloop van een oude schuur aan de Itegemsesteenweg te Bevel-Nijlen in de Antwerpse Kempen tegengehouden. In het bouwvallige gebouw broedden immers verschillende koppels Boerenzwaluwen (Hirundo rustica) en in hun met klei gemaakte kwartbolvormige nesten zaten op dat ogenblik jongen van ongeveer ĂŠĂŠn week oud, vermoedelijk al het tweede broedsel van het jaar. De Boerenzwaluw is volgens het nieuwe Soortenbesluit een beschermde vogelsoort waardoor ook haar nesten, eieren en jongen niet verstoord of vernield mogen worden.

foto: Jan Rodts

Het OCMW van Lier, dat eigenaar is van de schuur, had een aannemer de opdracht gegeven om op 3 augustus 2009 te starten met de sloop. Vogelbescherming Vlaanderen schakelde het Agentschap

De bewoner: Robert Dillen

voor Natuur en Bos in en contacteerde zowel de burgemeester van Lier, Marleen Vanderpoorten, als de technische dienst van het OCMW. Vrij snel werd beslist om de sloop uit te stellen tot eind september.


foto: Jan Rodts

Op langere termijn – na de afbraak van de schuur – kunnen de dakloze Boerenzwaluwen terecht in de tot berging omgevormde koeienstallen naast het woonhuis tegenover de schuur. Daar nestelen

Boerenzwaluwen

al vele jaren ongestoord verschillende broedparen. Belangrijke elementen tijdens de onderhandelingen waren het beschermd sta-


foto: Jan Rodts

Boerenzwaluw

tuut van de Boerenzwaluw en haar bedreigde status. De laatste dertig jaar is er immers duidelijk een negatieve trend waarneembaar. In 1997 schatte men dat het broedbestand sinds de jaren ’70 gehalveerd was en de Vlaamse popu-

30 Actie Boerenzwaluw

latie 40.000-85.000 broedparen telde. Op dit ogenblik zouden in Vlaanderen nog slechts 20.000-30.000 broedparen van de Boerenzwaluw over zijn, tegen 100.000-200.000 in de periode 1973-1977.


foto: Jan Rodts

Dankzij deze actie trekken vanaf de tweede helft van augustus tot begin november – met een piek in augustus en september – 30 à 40 Boerenzwaluwen meer over een breed front in zuidwestelijke richting over Frankrijk en Spanje naar hun overwinteringgebieden in West- en Centraal-Afrika. Misschien bereiken ze net als sommige

De bouwvallige schuur

soortgenoten zelfs Mozambique, Zimbabwe of Zuid-Afrika? De Boerenzwaluw is nog tot eind december 2009 vogel van het jaar; op pagina’s 38 en 39 van deze editie van ‘Mens & Vogel’ kan je trouwens meer informatie vinden over hoe je kan deelnemen aan de verkiezing van de vogel van 2010.


Het Soortenbesluit Vlaamse fauna en flora krijgen een betere bescherming

Jan Rodts Directeur Het Besluit van de Vlaamse Regering van 15 mei 2009 met betrekking tot soortenbescherming en soortenbeheer – het zogenaamde Soortenbesluit – is op 1 september in werking getreden. Dit nieuwe besluit regelt de bescherming van zowel zoogdieren, vogels, reptielen, amfibieën en ongewervelde dieren als planten, korstmossen en zwammen. Door het in werking treden van dit besluit werden enkele bestaande regelgevingen definitief opgeheven waaronder het Koninklijk Besluit van 9 september 1981 betreffende de bescherming van vogels in het Vlaamse Gewest, dat 28 jaar stand hield. Vogelbescherming Vlaanderen werd actief bij de totstandkoming van dit nieuwe besluit betrokken maar is niet over de hele lijn tevreden.

foto: Jan Rodts

Het Soortenbesluit bestaat uit twee delen. Het eerste is de ‘passieve’ bescherming van flora en fauna, met een hele reeks regels over wat mag en niet mag. Het tweede is het ‘actieve’ natuurbehoud

32

waarbij het mogelijk wordt programma’s ter bescherming van specifieke soorten op te stellen. Maar ook de bestrijding van


foto: Arie Ouwerkerk

geopend is (Fazant, Patrijs, Wilde Eend, Houtduif, Smient, Grauwe Gans, Canadese Gans) als soorten waarop de jacht gesloten is (Kievit, Goudplevier, Kleine Rietgans, Kolgans, Korhoen, Krakeend, Kuifeend, Meerkoet, Pijlstaart, Rietgans, Slobeend, Tafeleend, Toppereend, Watersnip, Wintertaling, Zomertaling) een gesloten pootring moeten dragen als men ze in gevangenschap wenst te houden. Kievit

Aalscholver

‘schadelijke’ soorten of ongewenste exoten zit erin vervat. De sturing is volledig in handen van het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB), de wetenschappelijke onderbouw komt van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO). Dat instituut stelt ondermeer de ‘Rode Lijsten’ op die dankzij dit besluit voor het eerst een juridische status krijgen. Die lijsten zullen vanaf vandaag de prioriteiten van het Vlaamse natuurbeleid bepalen. Het Soortenbesluit bevat vijf bijlagen, waarvan ‘Bijlage 1’ de belangrijkste is. Ze omvat een lijst van dier- en plantensoorten waarop de beschermingsbepalingen van toepassing zijn. De vogels in de lijst behoren tot de soorten die regelmatig voorkomen in het Vlaamse Gewest of waarvan minimaal twintig aanvaarde gevallen vastgesteld zijn op het ogenblik dat het Soortenbesluit in werking getreden is. Ook de vogelsoorten die als jachtwild gerangschikt zijn in het Jachtdecreet van 24 juli 1991 behoren tot deze lijst. Dit impliceert dat zowel soorten waarop de jacht

Vogelbescherming Vlaanderen is blij met het behoud van het beschermd statuut van de Aalscholver, ondanks luid protest van de Vlaamse en Europese visserijlobby. Mede dankzij het wetenschappelijke advies van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek en de petitieactie van Vogelbescherming Vlaanderen, mag de Aalscholver niet zomaar bestreden, bejaagd of verstoord worden. Het besluit voorziet echter in verschillende mogelijkheden om van het beschermingsbeginsel af te wijken, bijvoorbeeld in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren; ter bescherming van flora of fauna of ter instandhouding van de natuurlijke habitats. Dat de Vlaamse Opvangcentra voor Vogels en Wilde Dieren in het besluit opgenomen zijn, is een vorm van officiële erkenning van het buitengewone werk dat deze elf centra presteren. Jaarlijks vangen ze samen ca. 20.000 hulpbehoevende dieren op met als doel ze te verzor-

33 Het Soortenbesluit


gen, te revalideren en terug in de natuur vrij te laten. Het feit dat de overheid de werking van deze centra in het Soortenbesluit opnam, bevestigt dat de VOC’s – naast individubescherming – ook een bijdrage leveren aan soortenbehoud en -bescherming.

Unieke dienst verlening

foto: Hugo Willocx

Het Soortenbesluit telt – inclusief bijlagen – 28 pagina’s en is een kluwen van voorschriften, verbodsbepalingen, afwijkingsmogelijkheden en uitzonderingen. Voor een leek is het niet evident om na te gaan welke wettelijke bescherming een bepaalde vogelsoort geniet. Daarom heeft Vogelbescherming Vlaanderen op haar website – in de uitgebreide rubriek ‘Wetgeving’ – een lijst beschikbaar gesteld met daarin alle vogelsoorten die van na-

Aalscholver

ture voorkomen op het grondgebied van de lidstaten van de Europese Unie. Wie het wettelijk statuut in Vlaanderen wil kennen van bijvoorbeeld de Ekster, klikt in de alfabetische soortenlijst op ‘Ekster (Pica pica)’ en krijgt de beschermingsstatus van die soort op een dienblad aangereikt. Uniek in Vlaanderen en een handig instrument voor de politie- en douanediensten, boswachters en natuurinspecteurs die instaan voor de handhaving!

Handhaving Het Soortenbesluit is een ‘uitvoeringsbesluit’ van het Natuurdecreet van 21 oktober 1997 en voorziet in de gedeeltelijke omzetting van zowel de Vogelrichtlijn als de Habitatrichtlijn. De handhaving gebeurt op basis van het zogeheten milieuhandhavingsdecreet dat op 25 juni 2009


Vogelbescherming Vlaanderen twijfelt echter aan de efficiëntie van het handhavingsbeleid. Over heel Vlaanderen zijn tegenwoordig slechts 24 voltijdse en 9 deeltijdse natuurinspecteurs van het Agentschap voor Natuur en Bos actief, veel te weinig om een degelijke handhaving te garanderen. Vogelbescherming Vlaanderen rekent er dan ook op dat de Vlaamse Regering – in haar zoektocht naar middelen om de begroting in evenwicht te krijgen – niet snoeit in het aan-

tal natuurinspecteurs maar deze ploeg daarentegen versterkt met extra voltijdse equivalenten. Alleen dan kan het nieuwe Soortenbesluit een stap vooruit zijn.

foto: Yves Adams / Vilda

in werking trad. Elke opzettelijke of door gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid gepleegde schending van de gehandhaafde regelgeving is strafbaar met een gevangenisstraf van één maand tot twee jaar of een geldboete van 100 tot 250.000 euro of een combinatie van beiden.

Gele Kwikstaart

Dit is de huidige homepagina van de website van Vogelbescherming Vlaanderen met in de rode menubalk de uitgebreide rubriek ‘Wetgeving’ met als subrubriek de ‘Soortenlijst’. Daarin vind je het wettelijk statuut van de vogels.

35 Het Soortenbesluit


Op stap in de natuur Themawandelingen in elke Vlaamse provincie

Vogelbescherming Vlaanderen organiseert in het najaar van 2009 enkele thematische vogel- en natuurwandelingen. In iedere provincie zal een deskundige natuurgids klaarstaan om jou gratis door een prachtig gebied te leiden. Het spreekt voor zich dat je er heel wat te weten komt over de plaatselijke fauna en flora. Bij elke wandeling is het aangeraden om stevige wandelschoenen of laarzen aan te trekken en een verrekijker mee te brengen!

Zondag 4 ok tober 2009: najaarstrek Limburg: • Locatie: Wijvenheide – Zonhoven • Uur: 09:30 tot ± 12:00 uur • Afspraakplaats: Parking tegenover de ingang van het Recreatieoord Heidestrand, Zwanestraat 105, 3520 Zonhoven Antwerpen: • Locatie: Noordelijk Eiland in 2880 Wintam (Bornem) • Uur: 09:00 tot ± 11:30 uur • Afspraakplaats: aan het veerpont op de hoek van de Tolhuisstraat en Rupeldijk Vlaams-Brabant: • Locatie: De Demerbroeken • Uur: 08:00 tot ± 10:30 uur • Afspraakplaats: Huize Ernest Claes; E. Claesstraat 152; 3271 Zichem Oost-Vlaanderen: • Locatie: Kalverbos te Heusden • Uur: 14:30 tot ± 16:30 uur • Afspraakplaats: Dorpsplein, 9090 Melle – aan de kerk van Melle West-Vlaanderen: • Locatie: De Kreken rond het Zwin • Uur: 14:00 tot ± 17:00 uur, over onverharde, zandige wegen • Afspraakplaats: Ooievaarslaan, 8300 Knokke – Op de hoek van de parking, net voor het oprijden van de lange parkeerstrook voor het Provinciaal Natuurpark Zwin

36 Op stap in de natuur


Zondag 13 december 2009: wintergasten Limburg: • Reservaat: Het Schulensmeer • Uur: 09:00 tot ± 11:30 uur • Afspraakplaats: ’t Vloot, Demerstraat 60, 3560 Lummen Antwerpen: • Locatie: Grenspark de Zoom – Kalmthoutse Heide • Uur: 09:30 tot ± 12:00 uur • Afspraakplaats: Parking Zuid, Verbindingsstraat, 2920 Kalmthout Vlaams-Brabant: • Locatie: ‘De Kuilen’, 3272 Testelt (Scherpenheuvel-Zichem) • Uur: 09:00 tot ± 12:00 uur Afspraakplaats: aan de kerk, Dorp, Testelt, laarzen absoluut aangeraden! Oost-vlaanderen: • Locatie: Bourgoyen – Ossemeersen • Uur: 09:00 tot ± 11:00 uur • Afspraakplaats: Educatief Centrum Bourgoyen, Driepikkelstraat 32, 9030 Mariakerke West-Vlaanderen: • Locatie: Uitkerkse Polder • Uur: 14:00 tot ± 17:00 uur • Afspraakplaats: Infocentrum ‘Groenwaeke’, Kuiperscheeweg 6b, 8370 Blankenberge

Mogen wij jou om organisatorische redenen vragen je in te schrijven voor deze gratis wandelingen via info@vogelbescherming.be of telefonisch op 03/296.26.80? Gelieve de locatie waar je wilt wandelen en het aantal aanwezige personen te vermelden. Indien je automatisch op de hoogte wilt blijven van geplande activiteiten van Vogelbescherming Vlaanderen kan je je altijd abonneren op de gratis digitale nieuwsbrief. Dit kan je doen door op de homepagina van www.vogelbescherming.be links bovenaan op ‘Nieuwsbrief’ te klikken.

37 Op stap in de natuur


Verkiezingen 2009 Doe mee en kies de vogel van het jaar 2010

Vogelbescherming Vlaanderen organiseert voor de 4de maal de verkiezing van de ‘Vogel van het Jaar’. Heb je zin om mee te bepalen welke vogelsoort in 2010 deze titel verdient? Surf dan naar www.vogelvanhetjaar.be en breng online jouw stem uit. Je vindt er trouwens heel wat achtergrondinformatie over de twintig kandidaten. Op 5 januari 2010 wordt de ‘Vogel van het Jaar 2010’ bekendgemaakt. Onder alle ‘kiezers’ die vóór 1 december 2009 hun stem uitbrengen, zullen vijftien prijzen verloot worden. Misschien ben jij wel de gelukkige winnaar van een natuurboekenpakket of een verrekijker? Als je niet over Internet beschikt, kan je natuurlijk ook het formulier op pagina 39 onze richting uitsturen.

Onder de 20 kandidaten bevinden zich deze keer opnieuw enkele tuinvogels: Winterkoning, Zanglijster en Ringmus worden er vaak gezien op zoek naar voedsel, beschutting, water of nestgelegenheid. Zwarte Roodstaarten vinden in stedelijk gebied – vooral op gebouwen die een respectabele leeftijd hebben – een deugdelijk alternatief voor de rotsspleten waarin ze oorspronkelijk broedden. Ondanks het feit dat hij het niet zo schitterend doet, heeft de Kievit zijn broedareaal sterk uitgebreid door cultuurlandschappen op te zoeken. De Grote Bonte Specht staat symbool voor het behoud van bossen waarin oude en dode bomen voor de noodzakelijke nestholtes

38 Verkiezingen 2009

zorgen en daar profiteert de Holenduif dan weer van. In het opruimen van allerlei dierlijke kadavers langs wegen en op velden spelen Buizerd en Ekster de hoofdrol. De familie van de nachtroofvogels wordt vertegenwoordigd door de Velduil, hoewel hij ook vaak overdag actief is. Dit jaar selecteerden we ook een aantal vogels die zich thuis voelen in waterrijke gebieden zoals Kleine Zilverreiger, Wilde Eend, Fuut, Aalscholver en Ooievaar. De laatste onder de genomineerden zijn soorten die het in Vlaanderen moeilijk hebben om te overleven: Roerdomp, Grote Karekiet, Patrijs, Veldleeuwerik en Nachtzwaluw. Bedankt voor de medewerking en veel stemplezier!


Naam: . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Voornaam: . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Straat + nr: . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Gemeente: . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

1

Aalscholver

11

Ooievaar

2

Buizerd

12

Patrijs

3

Ekster

13

Ringmus

4

Fuut

14

Roerdomp

5

Grote Bonte Specht

15

Veldleeuwerik

6

Grote Karekiet

16

Velduil

7

Holenduif

17

Wilde Eend

8

Kievit

18

Winterkoning

9

Kleine Zilverreiger

19

Zanglijster

10

Nachtzwaluw

20

Zwarte Roodstaart

Verkiezing ‘Vogel van het Jaar 2010’, een initiatief van Vogelbescherming Vlaanderen vzw, Schuttershof 14, B-9100 Sint-Niklaas

39

de toestand van de natuur


Slechtvalken terug thuis Gerevalideerde jonge Slechtvalken vrij op ‘Den Oudaan’

Jan Rodts Directeur Nu de slechtvalkenpopulaties in Vlaanderen en de rest van Europa het weer goed doen na een absoluut dieptepunt in de periode 1950-1970, krijgen de Vlaamse Opvangcentra voor Vogels en Wilde Dieren steeds meer hulpbehoevende Slechtvalken over de vloer. In 2008 passeerden twaalf vogels de revue, waaronder voornamelijk niet-vliegvlugge jongen die om de een of andere reden uit het nest gesukkeld waren. Zes ervan werden met succes gerevalideerd en vrijgelaten in de omgeving waar ze vandaan kwamen.

Dat is ondermeer al enkele jaren het geval op de politietoren ‘Den Oudaan’ in hartje Antwerpen, een gebouw van 70 meter hoog dat sinds 2002 een beschermd monument is. Op de dakverdieping heb je een prachtig zicht op de binnenstad met als blikvangers de 123 meter hoge Onze-Lieve-Vrouwekathedraal, de 97

meter hoge KBC-toren en de Schelde. Dit stedelijke gebied is het unieke territorium van een koppel Slechtvalken. Hoog op de politietoren koos het aan de noordzijde een nis uit waar een extractiegroep zorgt voor de luchtverversing van een deel van het gebouw. Omwille van de aanwezigheid van deze zeldzame roofvogels werd het ventilatiesysteem buiten werking gesteld.

foto: Jan Rodts

In Vlaanderen broeden tegenwoordig 35 broedparen. Vorig jaar brachten die 78 jongen groot (voor meer details, zie ‘Mens & Vogel’, 3/2009). De meeste slechtvalkenparen broeden in speciale nestkasten die sinds 1995 door het ‘Fonds voor Instandhouding van Roofvogels’ (FIR) op hoge constructies zoals koeltorens, rookschouwen en gebouwen geplaatst werden. Omdat er elk jaar meer en meer jonge Slechtvalken uitvliegen die – eens geslachtsrijp – zelf op zoek gaan naar een geschikte broedplek, komt het steeds meer voor dat broedparen ook op andere plaatsen dan in nestkasten tot broeden komen.

40 Slechtvalken terug thuis

Den Oudaan


foto: Jan Rodts

Er is echter een praktisch probleem: door de beperkte grootte van de nis en het gebrek aan een ruim platform hebben de nestjongen er nauwelijks mogelijkheden om hun vleugelspieren te trainen. Daardoor sukkelen er elk jaar wel enkele jongen – amper vliegvlug – uit het nest. De politiediensten die ‘Den Oudaan’ als uitvalsbasis hebben, zijn gelukkig erg begaan met de valken en volgen dagelijks hun doen en laten. Op 24 mei 2009 troffen ze aan de voet van het gebouw een goed in de pluimen zittend jong aan: op het eerste zicht werden geen kwetsuren vastgesteld maar het dier zag er ondervoed uit. Via een dierenbeschermingsorganisatie in Deurne kwam de vogel in het Opvangcentrum voor Vogels en Wilde Dieren te Malderen terecht waar het met de nodige zorgen omringd werd. Drie dagen later – op 27 mei – vond men op nagenoeg dezelfde plaats een tweede jong dat eveneens in het opvangcentrum van Malderen de nodige hulp kreeg. Beide vogels werden samen in één volière geplaatst en

foto: Jan Rodts

Dappere Gierzwaluwen

Slechtvalk


Het dak van de politietoren werd als meest geschikte losplaats beschouwd. Het was een prachtige zomerdag en de valken in de transportkisten hadden er duidelijk zin in: ze konden zich geen seconde stilhouden. Zowel de ‘Assi-

foto: Jan Rodts

met succes klaargestoomd voor een leven in vrijheid. In samenspraak met de Antwerpse politie, het opvangcentrum van Malderen, het Fonds voor Instandhouding van Roofvogels en het kabinet van de Antwerpse schepen voor Dierenwelzijn organiseerde Vogelbescherming Vlaanderen de vrijlating op 29 juli 2009.

Slechtvalk

foto: Jan Rodts

stent Gebouwverantwoordelijke’ van de politie, Pablo Goedendorp, als de secretaris van het Antwerpse kabinet Dierenwelzijn, Dominique Van Gorp, hadden de eer om elk een vogel de vrijheid te geven. Onze ambassadeur Geert Hoste keek ernaar en zag dat het goed was. De valk die het eerst vrijgelaten werd, vloog als een pijl uit een boog de lucht in en werd meteen achternagezeten door tientallen dappere Gierzwaluwen. De tweede vloog al even snel tot aan de KBC-toren, vatte daar eventjes post en keerde onmiddellijk erna terug naar het dak van de politietoren waar hij neerstreek op een zendmast. Vogels in topconditie en dus actie geslaagd!

Plat form Ook in 2008 kwamen twee slechtvalkenjongen van ‘Den Oudaan’ op de grond en nadien in een Opvangcentrum voor Vogels en Wilde Dieren terecht, namelijk in dat van Brasschaat. Om dergelijke ‘ongevallen’ in de toekomst te vermijden,

42 Slechtvalken terug thuis


wordt momenteel aan een structurele oplossing gewerkt zodat het broedseizoen van 2010 risicoloos kan verlopen. Er wordt een metalen rooster gemaakt dat in de loop van de komende winter

aan de nis bevestigd zal worden. Op die manier kunnen de jonge Slechtvalken over voldoende plaats beschikken om hun vleugelspieren te trainen. Alleen dan zal hun eerste vlucht succesvol zijn.

Veldgids Roof vogels In het kader van deze succesvolle actie biedt Vogelbescherming Vlaanderen de ‘Veldgids Roofvogels’ te koop aan met een exclusieve korting van 15%, zolang de voorraad strekt. Het naslagwerk telt 400 pagina’s en behandelt 49 Europese roofvogelsoorten. Een aanrader voor de liefhebber van roofvogels in de vrije natuur!

foto: Jan Rodts

Oude prijs: € 37,95 Nieuwe prijs: € 32,26 Ledenprijs: € 29,03 Bestelnummer: 00030

V.l.n.r. Dominique Van Gorp, Pablo Goedendorp, Geert Hoste en Niels Moortgat


Allemaal beestjes Verspreiding van vervelende ziekten door… diertjes

Paul Heyman Belgian Wildlife Disease Society (BWDS) De verspreiding van vogelgriep en het SARS-virus heeft ons geleerd dat nieuwe ziekten die op natuurlijke wijze van dieren op mensen (zoönosen) overgebracht kunnen worden in de nabije en verre toekomst nog zullen opduiken. Het is niet te voorspellen welke zoönosen de komende jaren in Europa voor problemen zullen zorgen. Het op- of heropduiken van een zoönose is vrijwel altijd een samenloop van omstandigheden zoals de intensiteit van contact van mensen met de dieren die de ziekte verspreiden, het percentage van die dieren die de ziektekiem dragen en de specifieke kenmerken van de ziekteverwekkende kiem.

Insecten (muggen, zandvliegjes) en teken – de zogenaamde arthropoden – zijn ouder dan de mens en waarschijnlijk in staat de mens te overleven. Zij zullen in de toekomst waarschijnlijk het leeuwendeel van infectieziekten die via arthropoden worden overgedragen voor hun rekening nemen, maar ook knaagdieren doen hieraan mee. De laatste decennia is er in bepaalde regio’s in Europa een toenemend aantal uitbraken van oude en nieuwe vectoroverdraagbare infectieziekten in Europa geweest, zoals hantavirus-infecties, de ziekte van Lyme en tekenencephalitis. Ook breiden de gebieden van sommige arthropodensoorten (geleedpotigen) zich uit in Europa. Dit is zeker het geval voor bepaalde soorten teken (Ixodidae), zandvliegjes (Phlebotomus spp.) en de Tijgermug (Aedes albopictus). Algemeen wordt

44 Allemaal beestjes

aangenomen dat de toename in handelsen reizigersverkeer, toenemend gebruik van natuurgebieden voor recreatieve doeleinden en de klimaatverandering hiervoor verantwoordelijk zijn.

Rosse woelmuis met verrassing Muizen en ratten zijn dragers van een familie virussen die men hantavirussen noemt. Wereldwijd zijn een veertigtal virusvarianten bekend, steeds gedragen door één bepaalde knaagdiersoort. Hoewel het merendeel van deze virussen ongevaarlijk is voor de mens zijn er wereldwijd toch een tiental die ons ziek kunnen maken. Gelukkig zijn de hantavirussen die in Europa voorkomen relatief onschuldig


foto: Yves Adams / Vilda

Bloedzuigende Steekmug

In België en het grootste deel van Europa is de Rosse Woelmuis (Myodes glareolus) het knaagdier bij uitstek om voorzichtig voor te zijn. Ze draagt een hantavirusvariant – het Puumala virus – die mensen behoorlijk ziek kan maken, hoewel slechts 10% van de geïnfecteerde personen ook daadwerkelijk ziek wordt. In ons land is gemiddeld 1,5% van de bevolking ooit

in contact gekomen met het virus; zeker geen zeldzaamheid dus. In België kenden we tot 1999 om de drie jaar een epidemie van hantavirusinfecties. Waarschijnlijk te

foto: Rollin Verlinde / Vilda

maar in Noord- en Zuid-Amerika komen varianten voor die 30 tot 50% van de besmette mensen doden. Men geraakt geïnfecteerd met een hantavirus door het inhaleren van besmet stof of verdroogde knaagdieruitwerpselen, meestal tijdens het schoonmaken van ruimtes die lang gesloten waren.

Rosse Woelmuis

45 Allemaal beestjes


Harde teken

foto: Rollin Verlinde / Vilda

In de humuslaag en lage begroeiing van onze bossen komen tekensoorten voor die mensen, gezelschaps- en wilde dieren belagen en bejagen. Teken gaan tijdens hun leven door drie stadia: larve, nimf en volwassen teek. Om de overgang tussen

Teek op huid

foto: Rollin Verlinde / Vilda

wijten aan het veranderende klimaat, versnelde dit patroon toen tot een tweejaarlijkse cyclus tot en met 2005. Vanaf 2005 tot eind 2008 was er een constant verhoogd risico op hantavirusinfecties. Het risico op besmetting met een hantavirus is afhankelijk van het aantal muizen in de natuur. Hun aantal hangt af van het voedselaanbod, voornamelijk de vruchten van beuk en eik. Precies daaraan is er de laatste jaren geen gebrek geweest. Hoe dit zal evolueren is niet duidelijk, maar de kans bestaat dat hantavirusinfecties in ons land een vast gegeven worden.

Teek bijt zich vast

die stadia mogelijk te maken, neemt de teek een bloedmaaltijd bij een zoogdier of een vogel. Sommige dieren (reeĂŤn, muizen, bepaalde vogelsoorten) zijn reservoirs voor ziektekiemen en de teek krijgt als het ware de ziektekiem cadeau bij haar maaltijd. Bij de volgende maaltijd kan de teek op haar beurt de kiem overdragen. Meest verspreid is de schapenteek (Ixodes ricinus). Ixodes ricinus is de vector van ondermeer de ‘Ziekte van


foto: Natalia Paklina / BuitenBeeld

Honden zijn tekenoverdragers

Lyme’ en van het tekenencefalitisvirus (TBEV). Infectiepercentages van met de ziekte van Lyme besmette teken in België variëren tussen 5 en 50%. Behalve ziekte van Lyme, kan Ixodes ricinus ook andere micro-organismen overbrengen zoals Anaplasma-, Bartonella-, Babesiaen Rickettsia-soorten. Het tekenencefalitisvirus (TBEV) wordt ook door Ixodes ricinus overgedragen. Het virus komt in grote delen van Oost- en Centraal-Europa voor en verplaatst zich langzaam richting het noorden. In België is TBEV vooralsnog niet in teken gevonden. Het komt af en toe voor dat gezelschapsdieren – vooral honden – vanuit hun vakantiebestemming teken meebrengen naar ons land. Bij onze noorderburen worden sinds 2004 Dermacentor reticulatus-teken aangetroffen. Zij kunnen de voor honden dodelijke bacterie Babesia canis overbrengen.

Deze recentelijk uit Zuid- en/of Oost-Europa geïntroduceerde tekensoort komt voorlopig nog zeer lokaal voor. Wil men vrij van tekenbeten blijven, dan is het bij wandelingen aangeraden struikgewas en hoog gras te mijden en niet van de paden af te wijken. Het helpt ook de huid bedekt te houden en een tekenwerend middel te gebruiken. Wordt men toch gebeten dan is het zaak de aangehechte teek binnen 24 uur te verwijderen, zo is het gevaar op besmetting minimaal.

Steekmuggen In West-Europa komen ongeveer veertig soorten steekmuggen voor. Van meerdere soorten weten we dat ze als vector van ziekteverwekkers kunnen dienen. Er zijn echter ook exotische muggensoorten die zich hebben kunnen handhaven na hun introductie uit de tropen. Waarschijnlijk

47 Allemaal beestjes


foto: Ruben Smit / BuitenBeeld

is de belangrijkste de Aziatische Tijgermug (Aedes albopictus). Deze soort komt oorspronkelijk uit Oost- en Zuidoost-Azië maar heeft zich de afgelopen decennia verspreid naar Europa. De import van de zogenaamde Lucky bamboo-plantjes heeft hierbij een rol gespeeld. In Europa vinden we een tiental door steekmuggen overgebrachte virussen, allemaal met een min of meer exotische naam en gerangschikt naar gevaarlijkheid: Chikungunya, West-Nijl, Dengue, Sindbis, Tahyna, Inkoo, Tyuleniy, Batai, Uukuniemi en Lednice. Vooral de eerste drie kunnen in de toekomst een ernstige bedreiging vormen voor de volksgezondheid.

Zich goed kleden in de natuur

Het West-Nijl-virus (WNV) bijvoorbeeld, wordt overgedragen door een aantal algemeen voorkomende inheemse muggensoorten (o.a. Culex pipiens) die ziekte veroorzaken bij vogels, paarden en mensen. Trekvogels zijn het reservoir en verspreiden het virus. Omdat vele soorten trekvogels vanuit WNV-endemische gebieden ook ons land aandoen, valt niet uit te sluiten dat WNV in de toekomst ook in België geïntroduceerd wordt. Ook het Sindbis-virus (SINV) wordt ieder jaar door geïnfecteerde trekvogels uit Zuid-Afrika in Europa binnen gebracht. Het circuleert in muggen die zich voeden met bloed van zangvogels. Omdat het virus in vele Euro-


foto: Jan van der Greef / BuitenBeeld

Reebok

Sommige dieren zoals Reeën (Capreolus capreolus) zijn reservoirs voor ziektekiemen. Teken die zich in hun huid vastbijten, krijgen als het ware de ziektekiemen cadeau bij hun maaltijd. Bij de volgende maaltijd kan de teek op haar beurt de kiemen overdragen. Meest verspreid is de schapenteek.

pese landen aanwezig is en de vectoren van SINV in België inheems zijn, valt niet uit te sluiten dat het ook bij ons circuleert. Een andere onaangename verrassing zou malaria kunnen zijn dat overgebracht wordt door Anopheles-muggensoorten. Ook in België komen Anopheles-soorten voor maar de malariaparasiet die in België tussen 1850 en 1950 nog duizenden slachtoffers maakte, is niet meer aanwezig. Het toenemende toerisme naar gebieden waar malaria voorkomt, wordt

echter door experts als zorgwekkend beschouwd omdat een stijgend aantal toeristen besmet met malaria terugkomt en een reservoir voor deze muggen zou kunnen vormen.

Zandvliegjes In Europa komen zandvliegjes voornamelijk voor in mediterrane gebieden, maar weerom door de veranderende klimaatomstandigheden verspreidt een

49 Allemaal beestjes


foto: Jasper Doest / Fotonatura

Wilson’s Plevier tussen zandvliegjes

aantal soorten zich noordelijk. Virussen die in Zuid-Europa voorkomen en door zandvliegjes verspreid worden, zijn de varianten van Sandfly Fever Virus zoals het Naples-, Toscana- en Sicilian-virus. Zandvliegjes zijn ook vector voor Leishmania, dat endemisch is in vrijwel het gehele mediterrane gebied.

de Tweede Wereldoorlog voor miljoenen doden tijdens oorlogen en onder vluchtelingen. De kleerluis was sindsdien bijna geheel verdwenen maar begint – zoals vele ‘oude’ problemen – aan haar wederoptreden. De nu nog zeldzame gevallen komen vooral voor bij immigranten uit Oost-Europa, het Midden-Oosten of bij mensen die onder slechte hygiënische omstandigheden leven.

Kleerluizen De kleerluis (Pediculus humanus) is de vector voor vlektyfus (Rickettsia prowazekii). Transmissie is niet het gevolg van de beten van de luizen maar van besmetting van de bijtplek met doodgedrukte individuen of uitwerpselen van kleerluizen. De ziekte zorgde tot het einde van

50 Allemaal beestjes

Bij het lezen van deze bijdrage heeft u ongetwijfeld de kriebels gekregen, als u al niet lichtelijk in paniek geraakt bent. Moeten we ons nu zorgen maken? Het antwoord is “neen”; deze bacteriën en virussen zijn er altijd geweest. De mens werd er sinds zijn ontstaan mee geconfronteerd, werd ermee besmet en heeft


leren overleven. Leven met virussen en bacteriën is absoluut normaal. We ontmoeten deze dingen elke milliseconde van ons bestaan en dit contact is zelfs wenselijk en nodig om lang en gezond te leven. Het zijn de aangehaalde uitzonderingen die de regel bevestigen. We moeten ons echter ook realiseren dat de wereld door toedoen van de mens – en

dat is niet onze beste prestatie – verandert en met die veranderingen komen nieuwe, meestal exotische gevaren op ons af. Ware het niet dat de wereld reeds zwaar overbevolkt is, zou men kunnen zeggen: “Een verwittigd mens is er twee waard”. Wie meer wil weten, is van harte welkom op het derde symposium van de ‘Belgian Wildlife Disease Society’ op 16 oktober 2009. Inlichtingen: http://wildlife.var.fgov.be.

Bronnen • Devos Isabelle. 2006. Malaria: Allemaal beestjes – Mortaliteit en morbiditeit in Vlaanderen, 18de – 20ste eeuw. Academia press. ISBN 9038209045. • Heyman P., Ceianu C., Zeller H. 2008. WNV, TBEV: A review of viral zoonoses throughout Europe. European Infectious disease. Touch Publishing 2008: 73-76. • Heyman P., Vaheri A, Lundkvist Å , Avsic-Zupanc T. 2009. Hantavirussen: Hantavirus infections in Europe:

foto: Roger Eritja / Fotonatura

from virus carrier to major health problem. Expert Review of Anti-infective Therapy. 2009: 7(2): 1-7.

Tijgermug

51 Allemaal beestjes


Bevers in Vlaanderen Vrijlating brengt Bever opnieuw in de belangstelling

Jan Rodts Directeur In de nacht van 13 op 14 juni 2009 verzocht een petrochemisch bedrijf in de Haven van Antwerpen het Opvangcentrum voor Vogels en Wilde Dieren van Heusden-Zolder om op zijn terreinen een ‘verdwaalde’ Bever te vangen. Om redenen inzake veiligheid kon hij niet binnen de omheining blijven: het terrein is sterk beveiligd met bewakingscamera’s, sensoren en veiligheidsagenten en het rondstruinende knaagdier van 12,5 kg had de voorbije uren al een paar keer het alarm in werking gesteld. De Bever werd gevangen en wegens gebrek aan een geschikte losplaats – althans op dat ogenblik – overgebracht naar het Limburgse opvangcentrum.

foto: Yves Adams / Vilda

In België is de Bever (Castor fiber) uitgestorven in 1848. Pas in 1990 werd voor de eerste keer opnieuw een Bever gezien in het bekken van de Roer in de Hoge Venen. Dit individu was afkomstig

uit de Duitse Eifel waar tussen 1981 en 1989 herintroducties met Poolse Bevers plaatsvonden. Sinds 1997 vestigde een beverfamilie zich op het Belgische deel van de Roer. Uitbreiding naar de rest van België op korte termijn werd weinig waarschijnlijk geacht omdat de Roer tot het bekken van de Rijn behoort. Wel werd geschat dat, eens de populatie voldoende gegroeid zou zijn, uitbreiding naar een ander bekken geen probleem zou zijn. In 1998 doken in de Ardennen en de omgeving van Namen plots overal Bevers op. Ze waren afkomstig van een niet-officiële uitzetting van 101 individuen in Wallonië, gespreid over een periode van drie jaar. Ze werden uitgezet op of in de omgeving van de Ourthe (Houffalize en Durbuy), de Houille en de Hulle (zijlopen van de Maas), de Eau Blanche (Couvin), de

Bever


foto: Yves Adams / Vilda

Bijna alle bevergegevens in de Vlaamse databank werden ingezameld door de officiële rattenvangers van de ‘afdeling Water’ van de Vlaamse overheid. Het gaat in de meeste gevallen echter alleen om sporen (vraat, pootafdrukken, merkhoopjes) en nesten. Naast vraat aan natuurlijke vegetatie (voornamelijk wilg) zijn er meldingen van vraat aan populieren, fruitbomen (perzik, kers, kriek), jonge sparren, maïs, bieten, graan en afgevallen appels in een boomgaard. In 2000 werden in de provincie Vlaams-Brabant voor het eerst Bevers en hun sporen waargenomen op de Laan en de Dijle. Deze dieren waren afkomstig van de hoger vermelde illegale uitzetting in Wallonië.

Knaagsporen Bever

foto: Yves Adams / Vilda

Argentine (Rixensart) en de Landbruch (Habay). In sommige gevallen werden de dieren dichtbij steden gelost waardoor er verschillende als verkeersslachtoffer omkwamen. De Waalse beverpopulatie heeft zich sindsdien sterk uitgebreid en telt waarschijnlijk zo’n 150-tal individuen. Een exacte aantalschatting is echter moeilijk te maken.

Bever

Haalbaarheidsstudie Met het oog op een toekomstig herintroductieproject om de Vlaamse populatie te versterken, werd in 2002 – in opdracht van de toenmalige ‘afdeling Natuur’ van AMINAL (Administratie Milieu, Natuur en Landinrichting) – een haalbaarheidsonderzoek naar de herkolonisatie van de Bever in het bekken van Schelde en Dijle uitgevoerd. Deze studie concludeerde dat er plaats was voor een levensvatbare, samenhangende populatie van minstens 40 beverfamilies (ca. 160 dieren). Vóór de Vlaamse overheid op basis van deze studie kon beslissen om al dan niet door te gaan met de voorbereiding van een officiële herintroductie, werden er op 11 april 2003 op minstens zes locaties langs de Dijle en de Laan twintig Beierse Bevers van ongekende leeftijd en geslacht uitgezet. Ook deze uitzetting gebeurde op een niet-officiële wijze, zonder wetenschappelijke opvolging en zonder informatie naar de bevolking toe.

53 Bevers in Vlaanderen


dit riviertje. Er werd ook een kleine dam gebouwd, bestaande uit onder andere maïsplanten.

Vlassenbroekpolder Nu terug naar ‘onze’ Bever die de alarminstallatie van een Antwerps havenbedrijf in de war stuurde. Op vrijdag 19 juni besliste het Vogel- en Zoogdierenopvangcentrum te Heusden-Zolder – in samenspraak met Vogelbescherming Vlaanderen en het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) – het dier vrij te laten in de uit-

foto: Yves Adams / Vilda

Ook in de provincie Limburg zijn er af en toe waarnemingen van Bevers, waarschijnlijk afkomstig van de Waalse populatie. Vanaf september 2002 tot het einde van de winter 2002-2003 werden er op twee plaatsen op de rivier ‘de Berwine’ (Voeren) – ongeveer 50 km van de dichtstbijzijnde uitzetlocatie in Durbuy – sporen gevonden, waarschijnlijk afkomstig van eenzelfde dier. Op het einde van de winter werd deze Bever waarschijnlijk verstoord en verdween hij, tot er in augustus 2003 opnieuw verse sporen gevonden werden. Een landbouwer meldde toen vraatschade aan een maïsveld langs

Vrijlating Bever

54 Bevers in Vlaanderen


foto: Yves Adams / Vilda

Bever

gestrekte ‘Vlassenbroekpolder’ langs de Schelde, tegenover het natuurreservaat ‘de Cramp’. In dat natuurgebied vertoeft al een hele tijd een solitaire Bever: indrukwekkende knaagsporen aan wilgen en een beverburcht op de oever van een visvijver zijn daarvan het bewijs. Op advies van enkele beverexperts werd het dier er vrijgelaten aan een brede sloot ter hoogte van ‘Nieuwbroek’. Is dit nu het tweede individu in ‘Vlassenbroek’ of is dit de solitaire Bever die er al een tijdje vertoeft en om onverklaarbare reden tot in de Antwerpse Haven gesukkeld is? We zullen het waarschijnlijk nooit te weten komen. Hoe dan ook hebben de medewerkers van het Limburgse opvangcentrum van deze vangst gebruik gemaakt om de Bever uit te rusten met een microchip zodat hij bij een eventuele volgende vangst geïdentificeerd kan worden. Hij maakt nu in ieder geval deel uit

van de Vlaamse populatie die momenteel geschat wordt op ca. 80 tot 100 dieren.

Alber tkanaal Op 15 augustus 2009 viste het Opvangcentrum voor Vogels en Wilde Dieren van Herenthout samen met de brandweerdienst van Grobbendonk een Bever uit het Albertkanaal, terwijl waterskiërs eigenlijk ‘een zeehond’ hadden gemeld. De steile, betonnen wanden van het kanaal maken het voor een Bever onmogelijk het water op eigen krachten te verlaten; zonder interventie dreigde hij te verdrinken. Omdat er met de Bever niets aan de hand was, werd hij diezelfde dag nog – in samenspraak met het Agentschap voor Natuur en Bos – door het opvangcentrum vrijgelaten in het 66 ha groot natuurgebied ‘Broek De Naeyer’ te Willebroek, een ideaal leefgebied voor Bevers.

Literatuur Verkem S., De Maeseneer J., Vandendriessche B., Verbeylen G. en Yskout S., 2003. Zoogdieren in Vlaanderen. Ecologie en verspreiding van 1987 tot 2002. Natuurpunt Studie & JNM-Zoogdierenwerkgroep, Mechelen & Gent, België, 451 p.

55 Bevers in Vlaanderen


Boerenzwaluwentrek Dagboek van Boerenzwaluwen op weg naar Afrika

Bennie van den Brink Amateurornitholoog Het is augustus. Op het platteland vliegen Boerenzwaluwen laag over velden en plassen, jagend op insecten. Terwijl de oudervogels van de Boerenzwaluw druk bezig zijn met het grootbrengen van een tweede broedsel hebben de meeste andere vogelsoorten hun broedseizoen al achter de rug. Sommige soorten, zoals Bonte Vliegenvanger en Gierzwaluw, zijn zelfs al onderweg naar hun overwinteringsgebieden in Afrika. Andere soorten, zoals Kleine Karekiet en Rietzanger, gebruiken de maand augustus om extra vet op te slaan om met een volle brandstoftank de lange reis naar het zuiden aan te vatten.

foto: Bennie van den Brink

Boerenzwaluwen echter benutten de zomer ten volle en laten hun vervolglegsel eind juli, begin augustus uitvliegen. Een enkel dapper broedpaar start in augustus zelfs met een derde legsel. Dat resulteert in jongen voeren tot in september. Op zich is dat geen probleem omdat er dan nog volop voedsel voorhanden is.

56 de toestand van de natuur Boerenzwaluwenslaapplaats

Elke avond verzamelen zowel de uitgevlogen jongen als de oudervogels die hun broedtaak volbracht hebben op een gezamenlijke slaapplaats. Bij voorkeur is dat een rietveld langs een plas of rivier. Op de slaapplaatsen overnachten soms duizenden vogels die hiermee veiligheid en gezelligheid combineren.


De Boerenzwaluwen maken zich klaar om te vertrekken. De laatste jongen vliegen uit. Logischerwijs zou je verwachten dat deze septemberjongen weinig overlevingskansen hebben. Nog maar pas uit het nest en ze moeten al aan die grote reis naar Afrika beginnen. De jonge zwaluwen die in mei en juni uitvlogen, hebben qua vliegervaring en kracht echter een grote voorsprong. Ze hebben voldoende tijd gehad om kennis te maken met de grote wereld. Toch zijn ze niet kansloos, die late geelbekjes. Ik heb er immers in Zambia enkele als broedvogel aangetroffen tijdens een onderzoek in de winter van 2007-2008. In september vullen de slaapplaatsen zich tot het maximum. Tienduizenden vogels uit de wijde omgeving zoeken elkaar op en fladderen in de ondergaande zon boven het riet. Als de zon een kwartier onder is, duiken ze naar beneden en zoeken ze een rietstengel voor de nacht. Vanaf half september stroomt Europa leeg. Nederlandse zwaluwen trekken door BelgiĂŤ en Frankrijk en vliegen vervolgens via Spanje het Afrikaanse continent in. Ze doen het kalmpjes aan, elke dag een stukje. ‘s Avonds zoeken ze een geschikte slaapplaats om de nacht door te brengen. Het vertrek uit Nederland is goed te volgen want een paar dagen erna worden er vele in BelgiĂŤ gevangen, gecontroleerd en weer losgelaten.

langeafstandstrekker met vreugde begroet omdat hij het begin van de regentijd aankondigt. Mens en dier verlangen naar regen en groen, naar de Afrikaanse lente. Een rijke planten- en insectenwereld komt tot leven. In tegenstelling tot de mens zijn alle insectenetende trekvogels opgetogen over de weelde en variatie aan insecten die tijdens ons winterseizoen in Afrika voorkomen. Net als in Europa zoeken de zwaluwen rietvelden op om te overnachten. Die zijn niet overal aanwezig, zeker niet in droge of bosrijke gebieden. Op het Afrikaanse platteland zijn in het droge seizoen de oevers van rivieren en meren door het vee ontdaan van de rietvegetatie. De weinig geschikte slaapplaatsen worden daardoor vaak door miljoenen Boerenzwaluwen gebruikt. Soms ook tijdelijk door vogels die nog meer zuidelijk willen overwinteren.

foto: Bennie van den Brink

Het is september

Het is ok tober Afrika verwelkomt de Boerenzwaluw. In vele landen in zuidelijk Afrika wordt deze

Boerenzwaluw


foto: Bennie van den Brink

Boerenzwaluwen

Het is november De meeste Boerenzwaluwen hebben een geschikt overwinteringsgebied met voedsel en een slaapplaats gevonden. Een goede plek met voldoende insecten is immers van levensbelang. In vergelijking met de rest van Afrika is het voor de Boerenzwaluw in Zambia niet zo moeilijk om een prima verblijfplaats te vinden. Er zijn namelijk veel moerasgebieden met vaak ontoegankelijke rietvelden. De meeste boeren hebben dammen aangelegd om water op te slaan voor droge periodes. Een groot deel van die spaarbekkens raakt in een ondiepe hoek begroeid met riet waar de zwaluwen kunnen slapen. In dergelijke gebieden zijn de slaapplaatsen meestal klein en meer verspreid, zodat de

58 Boerenzwaluwentrek

zwaluwen niet allemaal op een kluitje zitten. Eenmaal een gebied gevonden, blijven ze daar tot de vertrektijd aanbreekt. Het is een overweldigende sensatie om middenin zo’n slaapplaats te staan terwijl de zwermen zwaluwen omlaag suizen. Als je stil staat, strijken ze al kwetterend vlak naast je neer en kijken ze je vanaf een doorgebogen rietstengel nieuwsgierig aan. En andersom! Waar komen al deze zwaluwtjes vandaan? Helaas zijn zendertjes tegenwoordig nog niet klein genoeg om er zwaluwen mee uit te rusten, dus moeten we onderzoek verrichten met geringde vogels die opnieuw gevangen worden. In Oost-Afrika overwinteren de vogels uit Oost-Europa en Centraal-AziÍ. In Zambia vingen we Boerenzwaluwen


met ringen uit Estland, Polen, Hongarije en Turkije. In Botswana met ringen uit Engeland, Frankrijk, Scandinavië en ook een Belgische. Uit Sint-Niklaas nog wel!

Opgediend op een bananenblad Natuurlijk dreigen er gevaren! In Nigeria bij het dorpje Ebakken, niet ver van de grens met Kameroen, is een immens grote slaapplaats van Boerenzwaluwen. Daar slapen enkele miljoenen vogels op berghellingen die begroeid zijn met vijf meter hoog olifantsgras. De dorpelingen houden zich tegen de avond schuil in het hoge gras. Met een ragebol van lijmstokjes zwaaien ze in de schemering en vangen de zwaluwen uit de lucht wanneer die neerdalen voor de nacht. De volgende dag worden ze boven een vuurtje geroosterd en op een bananenblad opgediend, slechts ontdaan van vleugeltjes en veren.

vogels met rust gelaten, tenzij ze een bedreiging vormen voor de oogst. Dan deinzen Afrikanen nergens voor terug. Miljoenen zaadetende Roodbekwevers (Quelea quelea) die neerstrijken op gierstakkers worden letterlijk met alle mogelijke middelen bestreden. Met vlammenwerpers, dynamiet en sproeivliegtuigen met gif worden broedkolonies en slaapplaatsen van deze vogels vernietigd. Helaas slapen Roodbekwevers net zoals Boerenzwaluwen vaak in het riet met alle gevolgen van dien… Daarnaast worden zwaluwen die boven akkers op zoek zijn naar insecten vaak aanzien voor vijandelijke troepen. Het is daarom belangrijk om de Afrikaanse jeugd te onderrichten over het nut en gedrag van de verschillende vogelsoorten die in hun streek voorkomen. Hen bijbrengen dat er naast ‘scha-

Ook een deel van de Afrikaanse jeugd vindt het vangen van zwaluwen een leuke ‘sport’. Als de mieren en termieten gaan zwermen en de vette koninginnen met honderdduizenden tegelijk met hun fragiele flapvleugeltjes uit de aarde omhoog fladderen, zijn niet alleen de vogels er als de kippen bij. De kinderen haken een uitgevlogen termiet aan een dun draadje en laten die in de lucht zweven. Een argeloze zwaluw die denkt een gemakkelijke en smakelijke hap te kunnen pakken, eindigt zijn leven aan een haakje. Gelukkig staan niet overal in Afrika kleine vogels op het menu. In de landen zuidelijk van de regenwoudgordel eet men liever grotere dieren. Daar worden kleine

59 Boerenzwaluwentrek


delijke’ vogelsoorten ook nuttige soorten zijn die muggen en steekvliegen vangen en insecten eten die schade aanrichten aan de oogst. We hebben nog geen goed beeld van het verblijf van de Boerenzwaluwen in Afrika. Zwerven ze rond in een groot gebied of in verschillende landen? Is er uitwisseling tussen diverse slaapplaatsen? Wel weten we dat ze ook in Afrika plaatstrouw zijn aan een eenmaal gekozen overwinteringsgebied. Op een slaapplaats in Nigeria zijn, door Italiaanse ringers die daar jaarlijks onderzoek doen, vele door hen geringde vogels in daarop volgende jaren teruggevangen. Ook op slaapplaatsen in Zambia zijn door ons onderzoeksteam enkele tientallen Boerenzwaluwen teruggevangen die we het jaar ervoor op dezelfde plaats geringd hadden.

Lang en symmetrisch

Ze zien er vaak niet uit, die ruiende zwaluwen. Vooral de jonge vogels met hun grauwe en vale veren lijken op vliegende voddenbaaltjes als de rui begint en hun kledij gaat loszitten. Maar tussen die oude pluimen verschijnen steeds meer blauwe spiegeltjes van nieuwe veertjes. Het duurt lang voor een Boerenzwaluw een volledig nieuw pak heeft; vooral het wisselen van de slagpennen neemt veel tijd in beslag. Zwaluwen komen vliegend aan de kost en kunnen zich niet permit-

foto: Bennie van den Brink

Behalve het ontsnappen aan de Europese winter heeft hun verblijf in Afrika nog een ander doel: de zwaluwen ruien

daar. Alle oude, vale en versleten veren worden vervangen door een nieuwe, glanzende, blauwe outfit. Daar is veel energie voor nodig waardoor het belang van de keuze van een goede overwinteringsplek nogmaals onderstreept wordt. Met veel voedsel kan je goede en sterke veren aanmaken. Dat geldt nog meer voor de mannetjes, want de Deense onderzoeker Anders Møller heeft aangetoond dat zwaluwvrouwtjes vallen op mannetjes met lange en symmetrische staarten. Die zijn een weerspiegeling van een gezonde en sterke vader met goede genen voor zijn nakomelingen.

Boerenzwaluw

Het natuurreservaat ‘de Cramp’ is één brok wilde natuur in vergelijking met de populierenakkers in de onmiddellijke omgeving


foto: Bennie van den Brink

Boerenzwaluwen

teren veel vleugelpennen tegelijk te verliezen. Watervogels als eenden en ganzen daarentegen ruien hun hele vleugel bijna in één keer en zijn dan tijdelijk niet vliegvlug. Ze verschuilen zich tijdens die periode in dichte vegetatie. Boerenzwaluwen ruien hun slagpennen één voor één. Als er een pen uitgevallen is, groeit in een tijdspanne van twee weken een geheel nieuwe veer. Dan pas wordt de volgende afgeworpen. Op die manier blijft het vliegvermogen optimaal maar duurt het wel meer dan drie maanden vooraleer ze er terug op hun best uitzien. Bij ruiende Boerenzwaluwen is in de vlucht vaak heel mooi het patroon te zien van oude en nieuwe vleugelveren. Wanneer het nieuwe verenpak gevormd is, is het tijd om aan broeden te denken. In maart begint dan de trek naar het noorden. Sommige mannetjes, vroeg klaar met de rui, kunnen niet wachten en vertrekken eerder, gedreven om een goede nestplaats te bezetten. Ze hebben haast

en arriveren einde maart al in België en Nederland. Een in Zuid-Afrika geringde Boerenzwaluw werd na 28 dagen al teruggevangen in Engeland. Ze legde een afstand af van meer dan 9.000 km! Het blijft een uitdaging en een belevenis om in Afrika de geheimen van de Boerenzwaluwen te onthullen. Ik kijk uit naar de komende maanden in Zambia!

foto’s: Steve Robinson / Fotonatura - Zambia

Wil je meer te weten komen over het dagelijkse leven van onze Boerenzwaluwen in Afrika? Volg dan vanaf november de belevenissen van Bennie van den Brink in Zambia via www.vogelbescherming.be.

61 Boerenzwaluwentrek


Earth: de film Een blik op de aarde op groot scherm

Vogelbescherming Vlaanderen organiseert op zondag 29 november 2009 een gezellige filmnamiddag in het bioscoopcomplex ‘Siniscoop’, Stationsplein te Sint-Niklaas (op wandelafstand van het NMBS-station). ‘Earth’ is een film van de veelgeprezen documentairemakers Alastair Fothergill en Mark Linfield. Niet minder dan veertig filmploegen hebben er maar liefst vijf jaar aan gewerkt, op meer dan tweehonderd locaties en met de allernieuwste technische snufjes. In ‘Earth’ wordt – door de seizoenen heen – een tocht van Noordpool naar Zuidpool gemaakt waarbij de strijd om te overleven benadrukt wordt.

foto: Arjen Drost / BuitenBeeld

Met aangrijpende beelden en indrukwekkende landschappen confronteert deze prachtige documentaire ons met de harde realiteit van het leven op onze planeet. ‘Earth’ volgt ondermeer een ijsberenfamilie, een kudde olifanten en twee bultrugwalvissen in hun eigen leefomgeving

Bultrug

en toont de invloed van seizoenswisselingen op deze dieren. Alleen door deze documentairefilm op groot scherm en met ‘surround system’ te bekijken, komen de adembenemende beelden volledig tot hun recht.


foto: Misjel Decleer / Vilda

IJsbeer

U kunt zich voor deze activiteit inschrijven door € 5,00 per persoon over te schrijven op rek. 001-4098773-17 van Vogelbescherming Vlaanderen, Schuttershof 14, 9100 Sint-Niklaas, met als mededeling ‘FILM EARTH’. Aan het gestorte bedrag zien wij met hoeveel personen u aan deze activiteit deelneemt. Mogen wij u om organisatorische redenen verzoeken dit te doen tegen ten laatste 23 november 2009? Check op www.vogelbescherming.be het aantal beschikbare plaatsen voor deze filmnamiddag.

Programma • • • • •

13:00 u: welkomstwoord 13:15 u: voorprogramma 14:00 u: film ‘Earth’ 15:40 u: receptie 16:30 u: einde

63 Earth: de film


Vlotjes voor Visdieven Profiteren van het steeds veranderende landschap

Sil Janssen Natuurhulpcentrum De laatste decennia is er landschappelijk in ons land erg veel veranderd. Meer bebouwing, meer wegen,meer industrie. Al die veranderingen hebben hun invloed op mens en dier. Sommige diersoorten verdwijnen, andere verschijnen omdat ze op de een of andere manier profiteren van die veranderingen. Ook in de Limburgse Maasvallei is het landschap ingrijpend gewijzigd. Door het baggeren naar grind zijn enorme waterplassen ontstaan die een grote aantrekkingskracht uitoefenen op bepaalde vogelsoorten. Zo werden er tijdens het voor- en najaar geregeld Visdieven waargenomen waaronder zelfs enkele ‘overzomeraars’.

foto: Arie Ouwerkerk

Tijdens het voorjaar van 2008 werd door een koppel Visdieven (Sterna hirundo) een eerste broedpoging ondernomen. De vogels hadden de oever van een pas opgespoten terrein uitgekozen om hun eieren te leggen. Helaas ging het opspuiten van het terrein verder. Contacten met het bedrijf dat de werken uitvoerde,

Visdief

leverde echter wat uitstel op: de arbeiders zouden de broedplaats zo veel mogelijk mijden en zo lang mogelijk wachten om deze plek onder te spuiten. Plaatselijke vogelbeschermers en vogelkijkers hoopten dat de vogels op die manier voldoende tijd zouden krijgen om hun eieren uit te broeden en hun jongen groot te brengen.


Op zekere dag waren de vogels erg onrustig. Er was duidelijk iets mis. Wat er juist gebeurd is, weten we niet maar het broedsel was in ieder geval verloren. In die periode ontstond het idee om een ‘nestvlotje’ te bouwen. Onze bedoeling was om de jongen op dit vlotje te deponeren en het dan met behulp van een kajak naar het midden van de grindplas te verplaatsen. Zo konden we eventueel een geslaagd broedsel redden als de ‘opspuiters’ te dichtbij kwamen. Het snel geïmproviseerde vlotje was klaar maar door het onverwachte verlies van het broedsel lag het ongebruikt in onze opslagplaats.

Toch was het risico reëel dat de jongen van het vlotje in het water zouden vallen. In dat geval moesten ze de mogelijkheid krijgen om er terug op te klimmen. Met het opstaande kantje was dat niet gemakkelijk. Daarom werden aan twee zijden van het vlotje bussels wilgentenen bevestigd. Via deze takkenwirwar zouden de jongen toch nog op het droge kunnen geraken. Het plaatsen van de vlotjes leek in eerste instantie erg simpel. Gewoon verankeren met een ketting aan een stevige betonblok. Maar het waterpeil in de Maas en de grindplassen kan gemakkelijk stijgen of dalen. Er zit een marge van ca. zes meter

Toen we in de Vlaamse broedvogelatlas lazen dat “het er op lijkt dat de toekomst van het Visdiefje in Vlaanderen niet in de eerste plaats door voedselaanbod of predatie bepaald zal worden, maar wél door de beschikbaarheid van voldoende nestgelegenheid” besloten we om het vlotje verder te perfectioneren tegen het broedseizoen van 2009. Voor de bouw van de ongeveer één vierkante meter grote vlotjes werd watervaste betonplex gebruikt. Voldoende drijfvermogen werd verkregen door er enkele platen polyuretaan aan vast te maken. Om te voorkomen dat de jongen van het vlotje zouden vallen, werd aan de randen een opstaand kantje van enkele centimeters voorzien. Omdat Visdieven van nature broeden op zand- en kiezelstranden maakten we op de vlotjes een stuk metaalgaas vast om de aangebrachte steentjes en het zand bijeen te houden.

foto: Arie Ouwerkerk

Betonplex en polyuretaan

Visdief

65 Vlotjes voor Visdieven


foto: Natuurhulpcentrum

tweede, kleiner betonblok werd tussen het eerste betonblok en het vlotje bevestigd. Bij stijgend waterpeil kan het vlotje dit kleinere blok optillen, maar het zware blok voorkomt afdrijven.

foto: Natuurhulpcentrum

op. Dat probleem moesten we zien op te vangen. Daarom hebben we de vlotjes aan een langere kabel bevestigd. Aan het uiteinde hangt een zwaar betonblok dat wegdrijven moet voorkomen. Een

De twee eerste vlotjes werden begin april 2009 geïnstalleerd op een grote plas in het bekende Natuurreservaat ‘De maten’ in Genk. Voor het leggen van een volgende reeks vlotjes kregen wij de toestemming van de grindmaatschappij. Er werd een rustige plas uitgekozen waar de vogels nauwelijks hinder ondervinden van recreatie. Het is namelijk niet de bedoeling dat de vlotjes bezocht worden door surfers, roeiers of zwemmers. Op 22 april was dé dag aangebroken om de vlotjes te plaatsen. Het was de hoogste tijd want Visdieven komen in deze periode immers terug uit hun winterverblijf. Het kostte heel wat inspanning om de vlotjes op de juiste plaats te krijgen maar al snel werden deze inspanningen beloond.


foto: Arie Ouwerkerk

Jonge Visdieven

Vijf jonge Visdiefjes De dag na de plaatsing van de vlotjes kregen wij enthousiaste vogelkijkers aan de lijn. Op één van de ‘kunsteilandjes’ had een koppeltje Visdieven zich reeds geïnstalleerd! Omdat de vlotjes zo ver op de grindplas lagen, was niet altijd duidelijk te zien wat er zich precies op afspeelde maar de Visdieven waren zeer regelmatig aanwezig. Begin juli kregen we dan ook heuglijk nieuws: vogelkijkers hadden door hun telescoop de eerste jongen gespot! We kregen zelfs digitale foto’s van voederende oudervogels doorgestuurd. Dag na dag waren de ouders ijverig in de weer met het verzorgen van hun kroost en einde juli stonden de jongen op uitvliegen. Hoog tijd dus om ze te ringen.

Van de vijf vlotjes die we geplaatst hadden, waren er twee bewoond. Op het ene werden twee jongen grootgebracht; op het andere groeiden drie jongen gezond en wel op. Twee mensen in kajaks benaderden de vlotjes voorzichtig. De jongen sprongen al snel in het water maar konden zonder problemen opgevist worden. Na het ringen werden ze terug op hun kunstmatig eilandje gezet en enkele dagen later verlieten ze in goede conditie hun drijvende broedplaats. We zijn er nu van overtuigd dat deze vlotjes extra nestgelegenheid voor deze vogelsoort kunnen bieden. Samen met Vogelbescherming Vlaanderen willen we deze vlotjes dan ook aanbieden aan natuurverenigingen en conservators van waterrijke natuurgebieden en -reservaten.

67 Vlotjes voor Visdieven


Vogelkalender 2010 U laat hen op beide oren slapen

Onze nieuwe vogelkalender ‘U laat hen op beide oren slapen’ kan nu besteld worden. De 13 prachtige foto’s werden ons ter beschikking gesteld door de talentvolle natuurfotografen Yves Adams en Rollin Verlinde van het agentschap Vilda (www.vildaphoto.net). Beide auteurs leveren het leeuwendeel van het fotomateriaal ter illustratie van ‘Mens & Vogel’ en andere uitgaven van Vogelbescherming Vlaanderen. In 2010 laten wij je genieten van volgende vogelsoorten: Kanoet (cover), Blauwborst, Bosruiter, Dodaars, Dwerguil, Grote Bonte Specht, Notenkraker, Pijlstaart, Roodborsttapuit, Roodkeelduiker, Smelleken, Tureluur en Zeearend. Met behulp van een korte tekst per vogel verneem je meer over deze soorten. Foto’s, teksten en data zijn van elkaar gescheiden zodat je de foto’s nadien voor andere doeleinden kunt gebruiken. De kalender meet 30 x 42 cm (open) en kan besteld worden door overschrijving van het verschuldigde bedrag op rek. 001-4098773-17 van Vogelbescherming Vlaanderen vzw, Schuttershof 14, 9100 Sint-Niklaas met als mededeling ‘00276’. Eind november valt hij dan in je brievenbus.

Kostprijs Niet-leden: € 8,99 Leden: € 8,09

68 Kalender 2010

Verzendkosten: € 2,00 Bestelnummer: 00276


Wenskaarten 2010 Wenskaarten voor elke gelegenheid

Vogelbescherming Vlaanderen ontwierp samen met de getalenteerde natuurtekenares Marjolein Bastin en wenskaartenleverancier Hallmark acht exclusieve vogelkaarten. Marjolein Bastin bewees reeds in het verleden achter de doelen van Vogelbescherming Vlaanderen te staan door samen te werken bij de ontwikkeling van twee prachtige winterposters. Ook nu geeft ze blijk van erkenning en stelt ze acht pareltjes van illustraties ter beschikking met in de hoofdrol Winterkoning, Koolmees, Pimpelmees, Witte Kwikstaart, IJsvogel, Scholekster, Ransuil en Spreeuw. Wilt u uw wensen in 2010 overmaken met behulp van deze kaarten? Dan volstaat het de leden- of niet-ledenprijs over te schrijven op rekeningnummer 001-4098773-17 van Vogelbescherming Vlaanderen. Wenst u een pakketje wenskaarten te bestellen? Dat kan eenvoudig via telefoon, fax, e-mail of brief. De kaarten worden samen met de factuur (+ verzendkosten) zo snel mogelijk verzonden. Belangrijk: u bent niet verplicht de kaarten bij dit tijdschrift aan te kopen. Indien u ze niet wenst te houden, kunt u ze gewikkeld in de begeleidende brief als ‘geweigerd’ terug meegeven met uw postbode.

Prijs Leden: € 7,20 Niet-leden: € 7,99 Bestelnummer: 00333 Verzendkosten: bij een extra bestelling worden de verzendkosten berekend volgens de tarieven van De Post. Voor de verpakking wordt een forfaitair bedrag van € 0,50 aangerekend.

Bij aankoop van dit pakketje met acht kaarten en acht omslagen steunt u de acties en campagnes van Vogelbescherming Vlaanderen

69 Wenskaarten 2010


Buitengewoon Kali Gandaki-express

Bart Goemaere “You go with me!”, beet de Nepalese militair me toe nadat ik samen met een twintigtal medereizigers was gedwongen uit de bus te stappen. Prikkeldraad, met zandzakken versterkte mitrailleursnesten, een dozijn soldaten dat nog maar net de puberteit was gepasseerd en enkele zwaar gecamoufleerde legervoertuigen: de zesde wegblokkade sinds ons vertrek uit Kathmandu. “Where are you from? What you doing here?”, vuurde de knaap zijn vragen af terwijl de loop van zijn M16-machinegeweer vervaarlijk naar mijn buik wees. Even Apeldoorn bellen, dacht ik…

foto: Andrew Parkinson / Fotonatura

Ik overhandigde hem mijn paspoort en vertelde dat ik op weg was naar Khare, een dorp zo’n 150 km verderop in het westen van Nepal. “Voor de vogeltrek, me birdwatcher!”, probeerde ik zo rustig mogelijk uit te leggen. Nu ja, rustig is een understatement want de M16 keek nog steeds mijn richting uit. “Bird-migration? Huh?! You open backpack!”, was zijn antwoord terwijl een handvol kompanen toekeek, waarvan sommigen op teenslippers.

Nepalese gids in het Annapurnamassief

Rebellen Terwijl M16 en de rest van zijn bende me nauwlettend in de gaten hielden, maakte ik mijn rugzak leeg en etaleerde ik regenjack, toiletgerief, slaapzak en wat vogelgidsen op de grond. Alles leek goed te gaan, tot ik ook een telescoop en statief tevoorschijn toverde. “What is this? You spying Nepali affairs?”, brulde de knaap plots. Ondanks de broeierige warmte voelde ik me ijskoud worden. Stel je voor


foto: Daniele Occhiato / BuitenBeeld

Keizerarend

dat ik voor het bezit van een scoop een Nepalese kerker zou invliegen! In een land waar burgers zelfs geen verrekijker mogen dragen, was een telescoop meezeulen misschien niet zo snugger, maar wie een omelet wil bakken moet nu eenmaal eieren breken. En mijn omelet bestond uit het observeren van de vogeltrek in Nepal, een activiteit die ik twee jaar lang had voorbereid. Na drie uur onderhandelen en over-enweer getelefoneer tussen M16 en zijn stamhoofd en 150 dollar en mijn fototoestel lichter mocht ik mijn telescoop opnieuw inpakken, samen met het van vijfhonderd stempels en handtekeningen voorziene document dat me in de nabije toekomst van dit soort controles moest vrijwaren. Ik was vrij, welkom in het Nepal van 2002! Het door de VS gesteunde regeringsleger en Maoïstische en dus communistische rebellen vochten een verbeten strijd uit waarbij, vooral wat de eerste betreft, niet op een paar burgerslachtoffers – ‘rebellen’ volgens de westerse media –

werd gekeken. “Waar jij heen gaat hoef je niets te vrezen”, had men mij op de Nepalese ambassade in Brussel verteld. “Het betreft slechts een paar onschuldige schermutselingen”. Juist ja! Een dag of twee na mijn ontmoeting met M16 kwam ik eindelijk aan in Khare, een verzameling stenen bouwsels op 1.600 meter hoogte in de majestueuze vallei van de Kali Gandaki in West-Nepal. De Kali Gandaki is niet alleen gekend om haar raftingmogelijkheden maar ook vanwege haar unieke geografische karakter. Het is een meer dan 200 km lange en op sommige plaatsen meer dan 6 km diepe (!) noord-zuid lopende snelweg die het plateau van Tibet verbindt met de Gangesvlakte: een evacuatiepijp zonder weerga voor het gevogelte dat de barre wintermaanden in Centraal-Azië wil ontvluchten. De Kali Gandaki situeert zich bovendien tussen de 8.000er-massieven van Dhaulagiri en Annapurna, wat haar tot een van de spectaculairste valleien ter wereld maakt.

71 Buitengewoon


Gondwana, alweer Vier weken vogels observeren in een landschap dat de verbeelding ver te boven gaat, is een onbeschrijflijke ervaring. Dagenlang turen door een telescoop, arenden vangen in het beeld en hen gedurende tientallen kilometers volgen terwijl ze zich laten meevoeren door stijgwinden en in thermiekbellen, met op de achtergrond de wazige besneeuwde massieven van de Himalaya is werkelijk onaards. Tijdens ons verblijf noteerden we Witbandzeearenden, Steppe-, Bastaard-, en Keizerarenden en maar liefst 12.567 Jufferkraanvogels – circa een derde

72 Buitengewoon

foto: Winfried Wisniewski / Fotonatura

In Khare ontmoette ik Gokarna, een vogelliefhebber die ik een paar jaar eerder had leren kennen in het noorden van India. Hij was daar wildlife-guide voor een Amerikaanse reisorganisatie. Tussen Gokarna en mij klikte het meteen en toen ik hem op een avond met veel Nepalees bier mijn plan toevertrouwde om ooit de vogeltrek in de Kali Gandaki te gaan observeren, stelde hij meteen voor om mijn gids te zijn. Warm ingeduffeld op een heuveltop sloegen Gokarna en ik gedurende vier weken het onaardse spektakel gade van honderden roofvogels en duizenden kraanvogels op trek. Net zoals de Alpen en Pyreneeën vormt de Himalaya een groot obstakel voor vogels die in het najaar zuidwaarts trekken. De beste manier om deze barrière te overbruggen is uiteraard de doorsteek via de makkelijkste weg. In de Pyreneeën is dit de Col d’Organbidesca, in de Himalaya de vallei van de Kali Gandaki.

Jufferkraan

van de wereldpopulatie! Vogels kijken in het Zweedse Falsterbo is prachtig: veel soorten, veel vogels, weinig landschappelijk genot. In het Baskische Organbidesca onbeschrijflijk: veel soorten, veel vogels, panoramische hoogtepunten. In Nepal schieten superlatieven echter tekort. De geschiedenis van deze bergen is al even boeiend als de bergen zelf. Zoals je in de vorige editie van ‘Mens & Vogel’ kon lezen, brak tijdens het Krijt een stukje continent af van het grote continent Gondwana. Dit stukje – India – verplaatste zich met een naar geologische normen ongelooflijke rotvaart noordwaarts. Wanneer dit microcontinentje echter in de


tenslotte raakten, werden de dikke pakketten oceaansedimenten de hoogte in gestuwd. De Himalaya was geboren en de Witbanden bevolken nu de vele waterlopen en binnenmeren die Centraal- en Zuid-Azië rijk zijn.

Nog later groeiden deze eilandjes langzaam aan elkaar en tenslotte ontstond één groot getijdengebied. Deze dynamische waterwereld was een paradijs voor vogels. Moleculair onderzoek heeft uitgewezen dat Witbandzeearenden rechtstreeks afstammen van de Zeearenden die ca. 20 miljoen jaar terug de toenmalige, ondiepe Golf van Bengalen bevolkten. Toen de zee-engte dichtgedrukt werd, kromp ook het leefgebied van de Witbanden. Toen India en Azië elkaar

In het Himalayadorp ‘Khare’ liep men niet hoog op met het regeringsleger en met de Nepalese regering nog minder. “All corrupt!”, was de algemene opvatting. Wanneer men mij vroeg waar ik vandaan kwam, antwoordde ik dus steevast “Norway!”. In de zomer van dat jaar had de Luikse wapenfabriek FN immers meer dan 5.000 machinegeweren geleverd aan Nepal – nota bene een land in burgeroorlog – en het spreekt voor zich dat België er sindsdien een bijzonder kwalijke reputatie heeft. Met Belgische en Amerikaanse mitrailleurs werden Nepalese burgers vermoord. Ik ging dus door voor een Noor en vertelde iedereen die het wilde horen dat mijn voorouders als ontbijt bier dronken uit de schedels van overwonnen oude Belgen en dat zij als eersten voet hadden gezet op Amerika. Mijn Nepalese vrienden vonden het geweldig! Ondertussen is in Nepal de democratie gelukkig hersteld. De deuren staan er opnieuw open voor toeristen met verrekijkers en telescopen.

foto: Daniele Occhiato / BuitenBeeld

buurt van Azië kwam, werd de oceaan die beiden scheidde langzaam dichtgedrukt, waarbij de vele oceaansedimenten langzaam naar boven werden geperst. De oceaan werd minder diep en geleidelijk ontstond er tussen de twee continenten een ondiepe zeestraat die later bezaaid raakte met eilandjes toen de zeebodem de oppervlakte bereikte.

Steppearend

Vikings


Column Geert Hoste Niet geschoten, altijd goed

Met gekrulde tenen las ik de onzin die de gouverneur van West-Vlaanderen vertelde over de vossen in zijn provincie. En zijn uit de duim gezogen oplossing: doodschieten! Onwetenschappelijk, kortzichtig en juridisch lomp. Jammer dat mijnheer Breyne zijn achternaam niet gebruikt. Gelukkig zijn er ambtenaren die zich beter laten inlichten. De voorbije maanden werd ik er tot tweemaal toe aan herinnerd dat Vogelbescherming Vlaanderen veel meer doet dan alleen maar vogels of eekhoorntjes redden. Een niet onbelangrijk deel van de werking bestaat uit het informeren over de bestaande wetgeving en de overheden assisteren bij het toepassen ervan.

foto: Arie Ouwerkerk

In volle vakantie kregen we op vrijdagmiddag een alarmkreet uit Bevel/Nijlen dat er de volgende maandag werk zou gemaakt worden van de sloop van een oude schuur waarin nog Boerenzwaluwen nestelden. Met andere woorden: de vogel van het jaar zat in nesten. Het stadsbestuur en het OCMW van Lier werden onmiddellijk op de hoogte gebracht en binnen de kortste keren werden de af-

Bedelende Boerenzwaluwen

braakplannen – in samenwerking met het Agentschap voor Natuur en Bos – uitgesteld. Merci mevrouw de burgemeester en het OCMW! Bijzonder fijn om vast te stellen dat er preventief kon worden opgetreden, dat de wet niet overtreden werd en vooral dat op die manier de Boerenzwaluwen rustig hun koffers konden pakken om met een compleet gezin naar het zuiden te vertrekken.


Ook een pluim voor de Stad Antwerpen! Bovenop de politietoren van de Oudaan, bij het vrijlaten van twee slechtvalkjongen, hoorden we dat de Schepen voor Dierenwelzijn en zijn ambtenaren grondig werk willen maken van het aanpassen van de politiecodex inzake dierenwelzijn. Want mogen jonge trouwers witte duifkes vrijlaten op hun huwelijksfeest? Mag je op je appartementje een Harry Potter-uil in een kooitje in de kinderkamer houden? Wat doen we met mensen die stadsduiven voederen of tamme konijntjes loslaten in het stadspark? Allemaal vragen waarop Vogelbescherming Vlaanderen een wetenschappelijk onderbouwd en juridisch sluitend antwoord weet te formuleren. Maar op de eerste plaats: een antwoord waarvan de dieren niet de dupe worden. Als ambassadeur van de vereniging doe ik een oproep aan de overheden, bestuurders en politiediensten van het land; aan de gewesten, provincies en gemeentes om samen te werken. Vogelbescherming Vlaanderen vzw kent de bestaande wetten en reglementen, beschikt over wetenschappelijke studies en heeft de expertise om de in het wild levende dieren in Vlaanderen zowel op het terrein als op papier te beschermen. We doen dat graag en we doen dat goed! Vragen staat vrij. Niet geschoten, altijd goed ‌

75 Column Geert Hoste


Combilidmaatschap Word twee keer lid in één vleugelslag

Vogelbescherming Vlaanderen en de Vlaamse Opvangcentra voor Vogels en Wilde Dieren (VOC’s) worden vaak in één adem genoemd, en niet onterecht. Het zijn 12 handen op één buik die samen strijden voor een betere bescherming van onze inheemse vogelsoorten en zoogdieren en hun leefgebieden. Daarom slaan ze ook op het vlak van hun ledenbijdrage de handen in elkaar en stellen ze u graag hun vernieuwde combilidmaatschap voor.

Een klein gebaar

Prak tisch

Vanaf nu kunt u voor slechts 18 euro lid worden van zowel Vogelbescherming Vlaanderen als van één van de elf Vlaamse Opvangcentra voor Vogels en Wilde Dieren. Hiermee steunt u niet enkel de algemene werking van beide verenigingen maar ontvangt u ook hun driemaandelijks tijdschrift in uw brievenbus.

Op de achterzijde van de begeleidende brief bij dit tijdschrift vindt u de verschillende formules waarmee u uw ledenbijdrage voor het jaar 2010 kunt overmaken. Uw combilidmaatschapsbijdrage dient wel steeds overgemaakt te worden op rekeningnummer 001-4098773-17 van Vogelbescherming Vlaanderen. Een gift ter ondersteuning van één of meerdere opvangcentra kunt u uiteraard rechtstreeks overmaken op het rekeningnummer van het centrum zelf.

76 Combilidmaatschap


foto: Jan van der Greef / BuitenBeeld

Knobbelzwaan

De verschillende verenigingen op een rijtje Vereniging

Rekeningnummer

Vogelbescherming Vlaanderen

001-4098773-17 *

VOC Beernem

778-5985776-58 *

VOC Brasschaat

001-4771232-72

VOC Geraardsbergen

001-4121172-09

VOC Herenthout

001-4440826-48

VOC Heusden-Zolder

735-1460421-74

VOC Kieldrecht

755-1443835-43

VOC Malderen

751-0032025-55

VOC Merelbeke

737-0106781-27

VOC Oostende

979-1685365-92

VOC Opglabbeek

235-0407227-33 *

VOC Zele

850-8365527-51 **

* erkend om fiscale attesten af te leveren voor een gift van ≼ 30 euro ** lid worden van VOC Zele is nog niet mogelijk

77 Combilidmaatschap


Opvangcentra voor Vogels en wilde Dieren Enkel Opvangcentra voor Vogels en Wilde Dieren die aangesloten zijn bij Vogelbescherming zijn bekwaam en uitgerust om een wild dier in nood met grote kans op redding op te nemen. De centra beschikken eveneens over de nodige officiële vergunningen om beschermde vogels en andere wilde dieren ter verzorging onder zich te houden. De centrumverantwoordelijke en de meewerkende dierenartsen belasten zich met de verzorging, de revalidatie en het opnieuw vrijlaten van noodlijdende wilde dieren en dit in de beste omstandigheden. Coördinatie:

Vlaamse opvangcentra: Schuttershof 14, 9100 Sint-Niklaas Tel. 03 296 26 80 fax 03 296 26 82

Waalse opvangcentra: Veeweydestraat 43-45, 1070 Brussel Tel. 02 521 28 50 fax 02 527 09 89

Provincie West-Vlaanderen

Provincie Vlaams-Brabant

1

Claude Velter Provinciaal Domein Raversijde Nieuwpoortsesteenweg 642 8400 Oostende Tel. 059 80 67 66

7

2

Katrien Werbrouck Provinciaal Domein Bulskampveld 8 8730 Beernem Tel. 050 79 09 59

Provincie Ant werpen

Provincie Oost-Vlaanderen 3 Nick De Meulemeester

Liedermeersweg 14 9820 Merelbeke Tel. 09 230 46 46

4

Nancy Van Liefferinge Filip Berlengee Hoge Buizemont 211 9500 Geraardsbergen Gsm 0478 88 47 74 Gsm 0475 25 40 75

5

Bruno De Wilde Huivelde 108 9240 Zele Gsm 0475 85 39 47

6

Eddy De Koning Kreek 52 9130 Kieldrecht Tel. 03 773 34 86 Gsm 0472 36 51 03

78 Opvangcentra voor Vogels en Wilde Dieren

Marc Van de Voorde Boeksheide 51 1840 Malderen Tel. 052 33 64 10

8

Marcel Peeters Floris Verbraekenlei 32 2930 Brasschaat Gsm 0473 48 48 97

9

Mieke De Wit Boeyendaal 74 2270 Herenthout Tel. 014 51 40 41

Provincie Limburg 10

Rudi Oyen Strabroekweg 32 3550 Heusden-Zolder Tel. 011 43 70 89

11

Sil Janssen Industrieweg Zuid 2051 3660 Opglabbeek Tel. 089 85 49 06

Provincie Henegouwen 12

Grégory Gallety Rue Basse 31 7911 Frasnes-lez-Anvaing Gsm 0474 47 57 00

13

Daniel Marlier Rue du Bourrelier 21 7050 Masnuy-St-Jean Tel. 065 23 59 75 Gsm 0475 92 38 11


Oostende

8

6

1

Brasschaat

Kieldrecht

2

9

5

Beernem

3

Zele

Merelbeke

11

Herenthout

10

7

Heusden-Zolder

Malderen

4

Geraardsbergen

Opglabbeek

15

Anderlecht

18

Beauvechain

12

16

Frasnes-lez-Anvaing

20

La Hulpe

13

17

Masnuy-St-Jean

Bousval

Theux

19 Héron

21

22

14

Büllingen

Wéris

Thuilies

23 Tournay-Neufchâteau

14

Provincie Waals-Brabant 15

Dominique Hoste Veeweydestraat 43-45 1070 Brussel (Anderlecht) Tel. 02 521 28 50 Gsm 0496 26 13 77

16

Jacqueline Vandervelden Rue du Parc 50 1310 La Hulpe Tel. 02 653 43 69 Gsm 0495 31 14 21

17

Bernard Daune Allée du Trainoy 12-14 1470 Bousval Tel. 010 61 75 29

18

Vincent Bulteau Place Communale 3 1320 Beauvechain Tel. 010 86 83 13

Provincie Luik 19

24

Arlon

Christophe Demars Rue du 11 Novembre 9 6536 Thuillies Tel. 071 53 40 01

Jany Crispeels Rue Maison Blanche 5 4217 Héron Gsm 0475 96 00 94

20

Ryck Versteeg Boverie 6A 4910 Theux Tel. 087 22 22 04 Gsm 0496 76 83 55

21

Marleen Thomahsen Ländegasse 4 4760 Büllingen Tel. 080 64 25 66 Gsm 0497 26 86 24

Provincie Luxemburg 22

Nathalie Descy Rue du Broux 1 6940 Wéris Gsm 0476 99 81 44

23

Cécile Bolly Rue du Village 12 6840 Tournay-Neufchâteau Tel. 061 27 84 74

24

Alain Watriquant Rue Sonnetty 4 6700 Arlon Tel. 063 22 37 40 Gsm 0498 23 07 38

79

Opvangcentra voor Vogels en Wilde Dieren


Een vooruitblik op de januari-editie van ‘Mens & Vogel’ Wat is klimaatsverandering Het klimaat en de klimaatsverandering zijn al enkele jaren het gespreksthema bij uitstek. In tegenstelling tot het begrip ‘weer’ heeft ‘klimaat’ betrekking op de observatie van de toestand van de atmosfeer in een bepaalde regio en dit gedurende een langere periode en voor een groter gebied. Het klimaat beschrijft als het ware het gemiddelde weer binnen een gebied (bv. Noord-Europa, het Middellandse Zeegebied of Antarctica) gedurende een langere periode (30 à 40 jaar). Het klimaat wordt bepaald door talrijke factoren. Landmassa’s en oceanen of ook brede en minder brede gebieden worden meer of minder sterk opgewarmd door de zonnestralen. Op die manier ontstaan verschillen in luchtdruk die resulteren in de karakteristieke windsystemen en zeestromingen op aarde. Hun richting wordt bovendien vooral bepaald door de aardomwenteling. In de januari-editie leggen Alexandra C. Kraberg, Nicole Brennholt en Karen H. Wiltshire uit wat we moeten verstaan onder ‘klimaatsverandering’. Het is een eerste bijdrage in een reeks van vier artikels over de impact van klimaatsverandering op vogels die in 2010 in ‘Mens & Vogel’ gepubliceerd worden.

Grutto’s met hypermoderne satellietzenders Midden mei 2009 werden in Friesland vijftien Grutto’s uitgerust met een piepklein zendertje in de buikholte. De zendertjes zijn met behulp van een kleine heelkundige ingreep ingebracht door de Amerikaanse dierenarts Daniel Mulcahy en zijn Texelse collega David Tijssen. Met behulp van de zenders kunnen de vogels ongeveer een jaar lang gevolgd worden, zowel in hun broedgebied in Friesland als gedurende de trek naar en van Zuid-Europa en Afrika. Met dit unieke project hopen de onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen meer te weten te komen over de precieze trekroute van deze bedreigde weidevogel. Sinds enkele jaren vliegen er in Nederland meerdere vogelsoorten met een kleine zender rond, zoals Grauwe Kiekendieven, Purperreigers en Kleine Mantelmeeuwen. Bij deze soorten wordt de zender echter met een tuigje vastgemaakt op de rug, maar dat is bij een kleine soort als de Grutto, die bovendien hele grote afstanden aflegt, niet de beste optie.


Mens & Vogel