Issuu on Google+

Hoogstraat 20, 9700 Oudenaarde

STRUISVOGELS Realisatie voor Project/Seminarie Cursus voor Dier & Leef

Studierichting: 5 TSO Landbouw

Vercruysse Michiel / Haerinck Ruben Schooljaar: 2007 – 2008


INHOUDSOPGAVE 1

Opkweek.............................................................................................................. 3

1.1

Uitbroeden ........................................................................................................... 3

1.2

Verzorging van de kuikens .................................................................................. 3

1.3

Hanteren van struisvogels.................................................................................... 4

2

Ziekten bestrijding............................................................................................... 5

2.1

Virusziekten......................................................................................................... 5

2.1.1

Avipoxvirusinfecties............................................................................................ 5

2.1.1.1

Enkele soorten virusziekten................................................................................. 5

2.2

Bacteriële ziekten ................................................................................................ 5

2.2.1

Megabacteriën ..................................................................................................... 5

2.2.1.1

Enkele soorten bacteriële ziekten ........................................................................ 5

2.3

Protozoare ziekten ............................................................................................... 5

2.3.1

Coccidiose ........................................................................................................... 5

2.4

Parasieten............................................................................................................. 6

2.4.1

Enkele voorbelden van parasieten ....................................................................... 6

3

Anatomie ............................................................................................................. 7

3.1

Loopvogels .......................................................................................................... 7

3.2

Spieren................................................................................................................. 7

3.3

Skelet ................................................................................................................... 7

4

Lijst van tabellen, grafieken en illustraties.......................................................... 9

4.1

Illustraties ............................................................................................................ 9

5

Besluit................................................................................................................ 10

6

Literatuurlijst ..................................................................................................... 11

7

Bijlagen.............................................................................................................. 12

2


1

OPKWEEK

1.1

UITBROEDEN

In West Europa is het gebruikelijk dat al de eieren door een broedmachine worden uitgebroed. Dit komt door de hoge relatieve vochtigheid zal natuurbroed in Nederland en België niet goed mogelijk zijn. Tijdens het broedseizoen zijn de struisvogels zeer agressief. Het weghalen van de eieren is dan ook niet geheel zonder risico. Een methode is oom ’s nachts de vogels met een felle zaklamp tijdelijk te verblinden en dan snel de eieren weg te halen. Een hen kan ongeveer 30 eieren per jaar leggen. De eieren worden op een temperatuur van 36°C/97F uitgebroed. De RV is erg laag. Deze mag max. 30% bedragen. De eieren moeten minimaal 3 keer per dag gekeerd worden maat 6 keer is beter. Dit is van belang om te voorkomen dat het kuiken zich hecht aan de vleizen. De eieren kunnen op 2 manieren in de machine geplaatst worden: iets schuin. Het ei draait om zijn lengteas ongeveer 90°. Bij de andere methode wordt het ei rechtop geplaatst. Het ei draait dan om de korte as met een hoek van 45°. Na 38 dagen voorbroeden gaan de eieren naar de uitkomstbroodkast. Op ongeveer 42 dagen komt het kuiken uit het ei. De kuikens komen gewoonlijk uit het ei binnen de 12uur nadat ze met hun eitand het eerst begin hebben gemaakt. Men mag het kuiken niet helpen. Omdat dan bloedvatenkapot getrokken kunnen worden en het kuiken verbloed. Wanneer ze na 20-30uur nog niet uit het ei zijn mag je wel een beetje helpen.

1.2

VERZORGING VAN DE KUIKENS

De eerste week is de meest kritieke periode. Nadat de kuikens zijn opgedroogd bij een temp van 32.3°C, blijven ze nog 1 à 2 dagen in de broedmachine of uitkomstkast. Omdat ze de eerste dagen moeten leven van de voorraad van dooierinhoud, mogen kuikens na uitkomst niet meteen voer eten, een klein beetje water is voldoende. Na 2 dagen worden ze overgeplaatst naar schone en ontsmette opfokhokjes van 1-1.5m², zodat ze niet ver van de warmtebron, die op 50cm hoogte hangt, kunnen lopen. Pas na 3-4 dagen gaan de kuikens eten. Wanneer de kuikens 2 weken oud zijn wordt de temperatuur verlaagd tot 27-29°C.water moet op kamertemperatuur zijn en er moet altijd voedsel beschikbaar zijn. Het voedsel moet verstrekt worden in stevige bakken, bv beton, op een verhoging zodat het niet omgelopen ,vertrapt,of besmeurt wordt. Op een leeftijd van 4 weken kunnen de kuikens verhuist worden naar een hok met een buitenloop met kort gras of aarde. Zorg dat het gras altijd eerst gemaaid wordt en uit het hok wordt verwijderd. Kuikens jonger dan 3 maanden hebben goede beschutting en verwarming nodig. Ze kunnen niet tegen koude vochtige vloeren. Een vloerverwarming is in het hok ideaal.

3


Figuur 1: kudde struisvogels

Op een leeftijd van 3-4 maanden zijn ze net als jonge kuikens erg nieuwsgierig en pikken aan alles. Daarom is een goede controle nodig op draad, glas, spijkers en stenen.

1.3

HANTEREN VAN STRUISVOGELS

Struisvogels zijn vriendelijke, nieuwsgierige, gemakkelijk handelbare dieren. Omdat ze nogal schrikachtig zijn moeten rustig benaderd worden. Tijdens het broedseizoen (aprilseptember) willen de hanen het nest beschermen en kunnen zeer agressief worden. Grote struisvogelkuikens van 3maanden tot 1jaar oud kunnen bij de hals gepakt worden. Vervolgens worden de dieren met hun achterwerk tussen de benen van de verzorger vastgeklemd. Een hand voor de borstingang zorgt ervoor dat het dier niet kan weglopen of met zijn scherpe teennagels de handen van de verzorger kan beschadigen. Een kap ‘met open voorzijde’ wordt vervolgens over de kop van de vogel getrokken. De ademhaling wordt zo niet belemmert. Volwassen vogels dienen met uiterste voorzichtigheid en waakzaamheid benaderd te worden. Zowel dominante hanen als dominante hennen kunnen behoorlijke trappen en daarbij levensgevaarlijke verwondingen veroorzaken.

Figuur 2: hanteren van struisvogels

4


2

ZIEKTEN BESTRIJDING

2.1

VIRUSZIEKTEN

Steeds vaker worden virus ziekten als mogelijke ziekte verwekker vastgesteld. Hiervoor bestaan er geen geregistreerde entstoffen, maar in de praktijk zijn er verschillende entstoffen die met succes toegepast worden. 2.1.1

AVIPOXVIRUSINFECTIES

Deze kunnen verwondingen in de bek en keelholte veroorzaken. Door de verwondingen in de bek kan de voeropname verminderen. De besmetting kan door stekende insecten, maar ook door direct contact worden overgebracht. Preventief kan men enten met kippenentstof. 2.1.1.1 Enkele soorten virusziekten •

Adenovirussen

Coronavirus-enteritis

E.E.E.

Reo- en myxovirus

Aviaire influenza

Pseudovogelpest

Spongiforme encefalopathie

Borna disease

2.2

BACTERIËLE ZIEKTEN

2.2.1

MEGABACTERIËN

dit zijn grote staafvormige bacteriën. Deze komen voor bij verschillende vogelsoorten. Aangetaste vogels pikken nog wel naar voer maar nemen dit vrijwel niet op, hebben groeivertraging en verliezen gewicht, worden sloom en gaan uiteindelijk dood. 2.2.1.1 Enkele soorten bacteriële ziekten •

Botulisme

Streptococcus viridans

Miltvuur

2.3

PROTOZOARE ZIEKTEN

2.3.1

COCCIDIOSE

dit is vooral een probleem bij jonge struisvogels. De symptomen zijn vaak ook diaree. Dit kan worden vastgesteld door onderzoek van de mest of onderzoek op de darmwand. Dit kan behandelt worden met bijvoorbeeld sulfapreparaten.

5


Figuur 3: coccidiose

2.4

PARASIETEN

2.4.1

ENKELE VOORBELDEN VAN PARASIETEN

teken

mijten

luizen en vlooien

vliegen

6


3

ANATOMIE

3.1

LOOPVOGELS

Struisvogels zijn loopvogels, deze hebben door de evolutie heen hun vermogen om te vliegen verloren. Dit is een gevolg van een uitgestrekt leefmilieu waar geen natuurlijke vijanden aanwezig waren. Struisvogels zijn neotene dieren wat betekent dat loopvogels in de loop der tijden hun metabole ontwikkeling steeds vroeger stopten, hoewel ze toch geslachtsrijp werden. De neotenie bij loopvogels heeft bijvoorbeeld gemaakt dat de vleugels zich weinig ontwikkelen en dat het verenkleed overeenkomt met dat van kuikens : onder de vleugels en op de nek zijn veelal weinig of geen veren te bespeuren, wat een efficiĂŤnte ontwikkeling is bij loopvogels. Loopvogels hoeven ook niet zo veel in te zitten met hun gewicht of lichaamsgrootte, de mannetjes kunnen wel tot 2,7m hoog worden en kunnen tot 130kg wegen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat zij - de kiwi buiten beschouwing gelaten - tot de rzen onder de vogels behoren. Er zijn 3 soorten loopvogels: de nandoe, de emoe en de struisvogels.

Figuur 4: nandoe, emoe, struisvogel

De struisvogel heeft in vergelijking met zijn twee soortgenoten een opvallend uitgebreide dikke darm. Te samen met zijn redelijk grote blindzakken lijkt de struisvogel het beste uitgerust om ruwe celstof te fermenteren. De nandoe kan ook aan vertering doen, maar uitsluitend in de blindzakken, die dan wel behoorlijk ontwikkeld zijn. De emoe heeft niet zo'n grote blindzakken en zeker geen grote dikke darm. Maar hij beschikt wel over een lange dunne darm en het is aangetoond dat daarin inderdaad ook vertering plaatsvindt. Dit lijkt minder logisch aangezien het microklimaat dat nodig is voor vertering niet optimaal is voor de andere functies van de dunne darm, zoals absorptie van aminozuren en dergelijke.

3.2

SPIEREN

De dijbeenspieren zijn zeer sterk ontwikkeld. De buikwand ter plaatse van het middenrif bestaat uit aponeurosen (zenuwen) van de buikspieren. Aan beide zijden van de linea alba (De verticaal verlopende middenlijn in de buikwand van borstbeen tot schaambeen) treft men over een afstand van 19 cm vrijwel geen spierweefsel aan. Wel komt men volgende structuren tegen: huid, onderhuids vet en bindweefsel.

3.3

SKELET

Doordat bepaalde beenderen met elkaar vergroeid zijn is het voord de struisvogel onmogelijk om te vliegen. De vleugels zijn wel relatief groot gebleven, maar hebben nu 7


andere functies gekregen. De stevige bekkengordel vormt samen met de lange,krachtige poten een perfecte basis voor het grote loopvermogen.

Figuur 5: het skelet

8


4

LIJST VAN TABELLEN, ILLUSTRATIES

4.1

ILLUSTRATIES

GRAFIEKEN

EN

Figuur 1: kudde struisvogels ................................................................................................. 4 Figuur 2: hanteren van struisvogels....................................................................................... 4 Figuur 3: coccidiose .............................................................................................................. 6 Figuur 4: nandoe, emoe, struisvogel...................................................................................... 7 Figuur 5: het skelet ................................................................................................................ 8

9


5

BESLUIT

In BelgiĂŤ worden er bijna geen struisvogels meer gekweekt omdat men er te weinig aan verdient. Struisvogels worden het meest gekweekt voor het vlees maar ook voor struisvogel leer en de eieren.

10


6

LITERATUURLIJST

http://nl.wikipedia.org/wiki/Struthioniformes http://www.yvonnevandermey.nl/wildlife-foto/afrikaanse-vogels-struisvogel-fotos.htm http://www.deroost.net/struisvogel.htm informatie van J. De Marez (volgt de kweek van struisvogels op)

11


7

BIJLAGEN

12


Struisvogeld