Issuu on Google+

Boog 1

magazine van BOGERMAN

iedereen online

ďƒ¨ Verbinden


p 4. Een

week zonder sociale media

Dhr. W.J.T. Renkema, rector

iedereen online Nieuwe Boog

Voor u ligt de nieuwe Boog. De af­ ge­lopen maanden is hard gewerkt aan een nieuw concept, zowel inhoudelijk als qua uitstraling. Met dit magazine onderstrepen wij het belang van onze relatie met u, want ouders zijn ontzettend belangrijk voor het leer­proces van onze leerlingen. School is een verlengstuk van thuis en andersom. Samen zoeken we naar het beste voor uw kind. Elke uitgave krijgt een thema; een onderwerp dat ons allemaal bezighoudt. In dit nummer staan alle ontwikkelingen rondom sociale media, werken met iPads en andere vormen van digitaal onderwijs centraal. We zijn enthousiast over de kansen die dit het onderwijs biedt, maar zien ook de keerzijde onder ogen. Ik ben benieuwd wat u van de ver­nieuwde Boog vindt. U kunt mij mailen op wjtrenkema@bogerman.nl maar u kunt ook, geheel in de stijl van dit nummer, een tweet sturen naar @wimjanrenkema.

p 10. Mobieltjes

in de klas

p 16. Nieuwerwets

pesten

p 20. Leren door

te gamen

Ik kijk uit naar uw reactie, ideeën en suggesties! Met vriendelijke groet, Wim-Jan Renkema Rector Bogerman

Colofon De Boog verschijnt tweemaal per jaar.
Concept en vormgeving:
Okkinga Communicatie Drukwerk: Van der Eems Tekst:
Bart de Boer, Cathy Stobbe, Tekla de Jong, Elles Nieborg, Thea Hoekstra, Femke Hettema, Krista Bakker, Joanneke Wiersma, Thom Boonstra en Klaas Ybema
Fotografie: Femke Hettema, Arthur Smeets Eindredactie: Joanneke Wiersma en Pam van Vliet © Bogerman. Alle rechten voorbehouden. Deze tekst is met de grootst mogelijke zorgvuldigheid tot stand gekomen. Helaas zijn foutjes in de informatie niet geheel uit te sluiten. Aan de inhoud van deze uitgave kunnen dan ook geen rechten worden ontleend. Heeft u vragen of opmerkingen? info@bogerman.nl www.bogerman.nl


oud-leerling

Roelof de Vries vond zijn draai in Groningen Roelof behaalde op Bogerman zijn vwo-diploma en koos voor doorstuderen. Hoe bevalt het studeren hem en hoe kijkt hij terug op zijn schooltijd bij Bogerman? Door Elles Nieborg Roelof vertrok naar Groningen, waar hij Life Science & Technology studeert aan de RUG. Hij koos voor de richting Biomedische Technologie. Een weloverwogen keuze. “De studie sluit perfect aan op de vakken waar ik op Bogerman interesse in had”, vertelt Roelof. “Biologie, scheikunde, wiskunde en natuurkunde. Ook het feit dat de baangarantie voor biomedici erg hoog is, speelde mee. Als ik klaar ben, kan ik binnen de universiteit aan de slag om colleges te geven of onderzoek te doen. Maar ik zou ook voor een bedrijf kunnen werken dat protheses maakt.” Met een aantal oud-klasgenoten van Bogerman heeft hij nog steeds contact: “Ik heb met een behoorlijke groep nog regelmatig eetafspraken en vorig jaar hebben we een vriendenvoetbalteam opgericht dat groten­deels bestaat uit mensen met wie ik op Bogerman zat. We hebben op school veel lol gehad met elkaar. Gingen we als we ons verveelden fietsen op een hometrainer die in een hokje bij het praticumlokaal van

scheikunde stond. Volgens mij was die van meneer Postma. Hij is er nooit achter gekomen.” “De voorbereidingen vanuit Bogerman op het studentenleven hadden wel iets beter gekund”, vindt Roelof. “Er werden wel dingen georganiseerd om je op vervolgstudies te oriënteren, maar ik vind dat we te weinig werden gestimuleerd om naar open dagen te gaan. Het is belangrijk dat je een studie doet waar je echt interesse in hebt en dat je niet puur kiest op basis van baangarantie. Het is ook belangrijk om goed na te denken of je voor de universiteit kiest, of voor hbo. Op de universiteit word je namelijk redelijk aan je lot overgelaten, terwijl dat bij het hbo wel meevalt. Het zou goed zijn als iedere examenleerling een dag meeloopt met een student, met mij mag dat natuurlijk ook. Het studentenleven is niet iets waar iedereen zich even prettig bij voelt en zo kun je erachter komen of studeren wel iets voor jou is.” 2-3


 ”Via mijn mobiel sta ik constant in verbinding met anderen”

Tsjessie Spijkerman leerling Bogerman

“Ik ben niet b e re ikbaa r ”

Een week zonder sociale media “Via mijn mobiel sta ik constant in verbinding met anderen. Whatsapp, Twitter, 9gag, Facebook, We Heart It; ik check ze elk halfuur en mijn mobiel zit in mijn broekzak, dus elk berichtje dat binnenkomt merk ik.’ Aan het woord is Tsjessie Spijkerman. Samen met haar klasgenoten Lisanne Veldman en Esther Talsma vertelt ze over het project dat ze met haar Filosofieklas deed. Een week lang was alle sociale media verboden. “Zelfs plaatjes zoeken op Google of bezoek aan webwinkels mocht niet.” Door Joanneke Wiersma


 ”Ik moest echt de verleiding weerstaan om de berichtjes te openen” Lissanne Veldman leerling Bogerman Lisanne vertelt: “Het is voor volwassenen denk ik lastig te begrijpen hoe moeilijk deze week was. Het gebruik van sociale media is voor ons eigenlijk een ‘way of life’. De meeste volwassenen hebben één of twee momenten gedurende de dag waarop ze bijvoorbeeld hun Facebook checken. Ik ben eigenlijk de hele dag online en dat kan ook prima tegelijk met huiswerk maken. Eigenlijk doe je dus alles samen met je vrienden, waarmee je online verbonden bent. Ook naar de wc gaan ja, haha.”

Fervent Facebookgebruiker

Esther vertelt hoe het project tot stand kwam: “Met de docent Filosofie behandelden we de negatieve effecten van sociale media. Doordat we steeds meer doordrongen raakten van de negatieve gevolgen, keken we ook met een kritische blik naar ons eigen online gedrag. Samen besloten we toen om een week geen sociale media te gebruiken en de effecten met elkaar te delen. Onze docent is zelf ook enthousiast Facebookge-

bruiker en ook zij beloofde een week ‘niet online’ te zijn. Haar rol was cruciaal in dit project en maakte dat wij ons er allemaal echt aan committeerden.”

Diehard

“Nou, toen begon het echte werk”, vertelt Tsjessie. “Ik heb het internet op mijn telefoon uitgezet en vooraf een bericht op Facebook gezet dat ik niet bereikbaar was.” Esther gaf haar mobiel aan haar moeder, die haar vervolgens tergde door aan te geven dat er berichtjes binnenkwamen. Lisanne was de echte diehard van het stel: “Ik liet bewust het internet op mijn mobiel aan en zag dus ook alle berichten binnenkomen. Ik moest écht de verleiding weerstaan om de berichtjes te openen.”

Afkicken

Gedurende de week gaat het de meiden steeds makkelijker af: “In het begin is het gebruik van je telefoon echt een automatisme. Bijvoorbeeld als je je verveelt of tijdens het maken van je huiswerk. Maar naarmate de week vorderde, werd dat steeds makkelijker. Omdat we niet steeds met twee dingen tegelijk bezig waren, waren de dingen die we deden sneller klaar. We keken bijvoorbeeld meer televisie en lazen een boek. Maar er was geen gelegenheid om even snel een vraag te stellen tijdens het huiswerk maken.”

4 -5


 ”Ik kan iedereen aanraden om het een week te proberen!” Lissanne Veldman leerling Bogerman Bellen, no way

Maar dan kun je toch gewoon bellen? “Nee”, zegt Tsjessie, “bellen doen we écht niet meer.” Esther gaat na de offline week bewuster om met sociale media. “Af en toe zet ik mijn mobiel nu uit als ik huiswerk maak, dat heb ik wel geleerd van deze week. Maar over het algemeen vind ik die constante mogelijkheid tot contact heel fijn.”

Uitdaging voor docenten

En is het de meiden gelukt? Lisanne: “Ja, onze hele klas heeft het een week volgehouden. Onze docent ook. Ik kan het echt iedereen aanraden om een week te proberen! En… Misschien is het voor docenten óók wel een uitdaging om eens een week 24 uur per dag online te zijn, zodat ze ons beter begrijpen.”

Wat opviel positief

• Sneller kunnen werken, omdat je maar één ding tegelijk doet; • Je bent ‘verplicht’ om vriendinnen op school aan te spreken en niet via Whatsapp; • Je bent bewuster met wat je online zet en voor wie dat zichtbaar is; • Je hebt de keuze om je mobiel uit te zetten. Het leven gaat gewoon door.

Wat opviel negatief

• Het is lastiger om af te spreken met en op de hoogte te blijven van vrienden die je niet dagelijks ziet; • Bellen en sms-en is echt duur; • Je kunt niet snel een vraag stellen aan een grote groep.

Jaarlijkse traditie

Docent Nephtis Brandsma: “Dit project was één van de mooiste dingen van dit jaar. Ik vond het fantastisch dat de hele klas bereid was eraan mee te doen, en dat iedereen zo zijn best deed. Het verschilt natuurlijk per persoon, maar ik denk dat de meeste leerlingen (en ik ook) pas tijdens deze week beseften hoe ontzettend vaak en veel ze op dingen als Whatsapp, Facebook en Twitter kijken. Soms omdat het nodig is, maar vaak ook puur uit gewoonte en vrijwel onbewust. Eigenlijk zou iedereen dit een keer moeten proberen, gewoon om even te merken hoeveel je er wel (of juist niet) mee bezig bent. Ik heb me in ieder geval voorgenomen elk jaar minimaal één week zonder sociale media te leven. En wanneer ik me écht moet concentreren zet ik tegenwoordig ook alles uit.”


De taal van Feestboekers en Twitteraars

Een duik in het digitalige zwemparadijs van de moderne media

Het razende tempo waarmee de veelal Engelse leenwoorden, afkortingen en uitdrukkingen ons om de oren vliegen, is voor de matige social mediagebruiker nauwelijks bij te benen. Tijd voor een kleine update! Door Cathy Stobbe Friends and followers

Mocht je in real life al gezegend zijn met een stuk of wat echte vrienden, op Facebook en Twitter zit je binnen de kortste keren – en zeker met Follow Friday – met een gestaag uitdijende vriendenschare. Niet te doen, om al die relaties een beetje behoorlijk te onderhouden.

Tweepcare

Een aardige tip is om eens een tweetup te organiseren, waarbij je lekker ouderwets offline kunt afspreken (#zinin) met een groep twitteraars, ook wel twitterazi of tweeps genoemd. Een beetje chatten en wie weet, een drankje doen. Waarom? #omdathetkan en #yolo (you only live once). Vrienden die geen vrienden blijken te zijn en ongewenste volgelingen kun je gemakkelijk blocken. Zij kunnen je dan niet meer benaderen en ook geen tweets meer van je zien. Jij overigens ook niet van hen, maar dat lijkt me wel zo eerlijk. Bovendien hebben we nog de knop direct message, waarmee je gewoon een privé-bericht kunt versturen. Het begint warempel alweer verdacht veel op de stoffige mail te lijken, die we voor het gemak nog wel in de koelkast hadden bewaard en waar de wat oudere generatie ook prima mee uit de voeten kan.

LOL

Deze term wordt vaak gebruikt in chats op Twitter en Facebook, om aan te geven dat je een link of een berichtje leuk of grappig vindt. De twooshwedstrijd is helaas niet uit de verf gekomen, maar kan wel een aanrader zijn voor de lessen schrijfvaardigheid van Nederlands. Neem een ouderwets zandlopertje (vast wel te vinden in een doos met spelletjes uit grootmoeders tijd) en laat de leerlingen met elkaar strijden, om binnen de tijd de meest originele twoosh te schrijven. Dit is een tweet van exact 140 karakters. Lastig, maar leerzaam! Schrijf je een mooi gedicht van 140 tekens, dan wordt het geen flop maar een twop. 6-

7


O ns drukke

Digitale ontwikkelingen Het internet legde de fundering voor de op dit moment populaire social mediawebsites. De eerste online informatie-­ uitwisseling stamt al uit 1971, toen de eerste e-mail werd verstuurd. Wat is er sindsdien allemaal gebeurd? Door Bart de Boer Facebook, 2004

Met meer dan 1 miljard leden het grootste sociale netwerk ter wereld. Per dag worden er meer dan 3 miljard commentaren geplaatst of geliked.

Flickr, 2004 Eerste e-mail, 1971

Ray Tomlinson verstuurt de eerste e-mail. Hij is ook de eerste die het @-teken gebruikt.

Het Wereld Wijde Web / Internet, 1991

Per maand worden er 60 miljoen foto’s en videofragmenten geüpload op Flickr.

Wikipedia, 2000

De vrije encyclopedie telt tegenwoordig ruim 1.700.000 Nederlandstalige pagina’s.

In eerste instantie bedoeld om de informatie-uitwisseling tussen wetenschappers van CERN te vergemakkelijken.

Youtube, 2005

Skype, 2003

Op dit moment heeft Skype ruim 31 miljoen gebruikers.

Iedere minuut wordt er ruim 100 uur aan videomateriaal geüpload. Youtube kent meer dan 1 miljard unieke bezoekers per maand.

Google, 1998

Wist u dat Google is genoemd naar het getal Googol? De naam is uiteindelijk Google geworden door een spelfout van een van de oprichters.

MSN, 1999

Microsoft introduceert het populaire chatprogramma MSN Messenger. Door het gebruik van veel afkortingen vormt zich de zogenaamde MSN-taal.

MySpace, 2003

De voorloper van Facebook. Onder meer veel muziekbands zijn via Myspace doorgebroken.

Hyves, 2004

Een social medianetwerk van Nederlandse bodem. In april 2010 telt Hyves 10 miljoen gebruikers. Het jaar daarna heeft Facebook in Nederland voor het eerst meer unieke bezoekers dan Hyves.


digi s o c ia l e l eve n

op een rijtje

Google+, 2011

Het antwoord van Google op de vraag naar sociale media. Google+ heeft ruim 250 miljoen gebruikers, maar een relatief lage activiteit.

Snapchat, 2011

Tumblr, 2007

Een van de snelst groeiende micro-blogsites met dagelijks 96,5 miljoen nieuwe berichten.

Whatsapp, 2009

Maandelijks verzenden ruim 300 miljoen gebruikers zo’n 20 miljard berichten via Whatsapp.

Spotify, 2006

Meer dan 24 miljoen mensen luisteren naar muziek via Spotify. Er zijn ruim 20 miljoen liedjes beschikbaar en per dag groeit het aanbod met 20.000 nieuwe liedjes.

Populair onder jongeren die met elkaar ruim 350 miljoen foto’s en video’s per dag versturen. Deze kunnen maar één keer door de ontvanger bekeken worden en zijn daarna niet langer zichtbaar.

Instagram, 2010

Per maand gebruiken ruim 150 miljoen mensen Instagram om foto’s en korte video’s te delen. In totaal zijn er al meer dan 16 miljard foto’s uitgewisseld.

Pinterest, 2012

De meer dan 70 miljoen gebruikers ‘pinnen’ dagelijks 5 miljoen berichten.

Ask.fm, 2010 Twitter, 2006

Met meer dan 5000 tweets per seconde door ruim 230 miljoen maandelijkse gebruikers het snelst groeiende sociale netwerk.

Op Ask.fm kunnen gebruikers anoniem antwoorden op vragen. In 2013 komt de site in opspraak door heftige gevallen van cyberpesten.

Path, 2010

Een vernieuwende, grote speler in wording. Men kan ‘maar’ 150 vrienden toevoegen. Voor de rest is de boel helemaal afgesloten. Path telt momenteel meer dan 10 miljoen gebruikers.

Vine, 2013

Met Vine kan men een video van 6 seconden maken en direct delen via verschillende sociale netwerken. Vine is onderdeel van Twitter en telt meer dan 40 miljoen gebruikers.

8 -9


Tring! De schoolbel. Het huiswerk is genoteerd, de tassen ingepakt. Binnen enkele seconden zijn bijna alle ogen gericht op een mobieltje. Bij het verlaten van de klas probeer ik de leerlingen gedag te zeggen, maar de meeste zien me amper staan doordat ze volledig opgaan in alles wat ze tijdens de leswisseling nog moeten appen, tweeten en snapchatten. De les is voorbij, hun leven kan weer beginnen… Door Krista Bakker

H a l l o , ma g ik eve n de aa n da cht ? Over mobieltjes in de klas ”Veel leerlingen vinden het bijna onmogelijk om niet op hun mobiel te kijken tijdens de les” Krista Bakker docent geschiedenis Bogerman Gezamenlijk probleem

In gesprek met ouders merk ik dat we telefoongebruik als een gezamenlijk probleem ervaren. Want waar ligt de grens? Kan een kind zich wel op huiswerk concentreren als er continu berichtjes binnenkomen via allerlei sociale media op de smartphone? Wat krijgt een leerling eigenlijk mee in de les, als zijn gedachten constant bij zijn telefoon zijn?

Mijn eigen ervaring

Ikzelf wil geen mobieltjes zien tijdens de les. Dat betekent dat bij binnenkomst van een klas mijn welkom aan de deur er vaak zo uitziet: “Goedemorgen Nina! Doe je je telefoon weg?” Vervolgens herhaal ik bij aanvang van de les nog eens klassikaal dat de mobieltjes weg moeten. Vaak moet ik tijdens de les enkele leerlingen nogmaals opdracht geven de mobiel op te ruimen. Na een laatste vergeefse waarschuwing moet de leerling zijn telefoon bij mij inleveren. De betreffende leerling is het hier vaak niet mee eens. Je zou eens een uur geen sociale media kunnen lezen!

Wat leerlingen vinden

Leerlingen zijn er zelf duidelijk over: mobieltjes horen erbij. “Je moet het bijhouden, anders wordt het veel te veel.” Toen een leerling zijn in beslag genomen mobiel aan het eind van de dag op kwam halen, zei hij beschuldigend: “Kijk, nu heb ik 160 ongelezen berichten!” Tsja, dan is bijhouden wel essentieel… En dat is geen uitzondering. Een groot deel van de leerlingen ontvangt meer dan 50 persoonlijke (groeps)berichtjes per dag. Veel leerlingen geven aan de waarschuwingen van docenten over mobieltjes vaker dan tien keer per dag te horen. Maar blijkbaar helpt dat dus niet.

Regels van de school

Bogerman heeft de wijsheid niet in pacht. Als collega’s onderling praten we veel over smartphonegebruik door onze leerlingen. Soms snappen we het gewoon niet: wat kan er nou belangrijker zijn dan onze les ;-)? Voorlopig hanteren we de regel dat mobieltjes in de klas verboden zijn, tenzij de docent toestemming geeft.

TXT me!

De mobiel in de klas. Ik denk dat het nog lang een heikel punt blijft waar veel verschillende meningen over zijn. Maar dat we er iets mee moeten, lijkt me duidelijk. Praat er thuis eens over met uw zoon of dochter. En als iemand dé oplossing heeft, ontvang ik graag een berichtje…


10 -

11


Workshop sociale media,

• 56% van de jongeren heeft een smartphone; • 88% van de jongeren gebruikt Facebook en checkt dat gemiddeld tien keer per dag; • Twitter wordt gemiddeld vijf keer per dag gebruikt; • Jongeren versturen gemiddeld 68 berichten per dag en ontvangen er 154 via Whatsapp.

“Online nog wat meegemaakt vandaag?” De keerzijde van social media Wat doet mijn dochter op het web? Ik zie op Whatsapp dat ze vannacht om vier uur nog online was. Voor wie is ze allemaal benaderbaar? Ik vertrouw haar wel, maar is ze opgewassen tegen het onlinegeweld? Is er voldoende zicht op hoe beschermd of onbeschermd ze eigenlijk is? Door Femke Hettema


basisschool Julianaschool in Sneek

 ”Het is belangrijk om kinderen voor het voortgezet onderwijs al voor te bereiden” Thorba Wierstra docent aardrijkskunde Bogerman Eén van de nadelen van sociale media is het gebrek aan privacy. Iedereen ziet alles van iedereen, als het profiel onvoldoende is afgeschermd. Een gesprek hierover kan duidelijkheid brengen, maar vaak vinden ouders dit lastig, want: “Mijn kind weet er veel meer over dan ik, dus welke vragen moet ik stellen?” Misschien volstaat de simpele vraag: “Wat heb je vandaag gedaan op internet?”

Digitale kloof tussen ouders en kind

Remco Pijpers, medeoprichter en directeur van stichting Mijn Kind Online: “Een kloof suggereert dat er een afstand is die niet te overbruggen valt, maar dat is niet zo. Kinderen ervaren het zelf vaak helemaal niet als kloof; de onzekerheid zit vooral bij de ouders. Ouders moeten zich niet laten intimideren door de digitale vaardigheden van hun kinderen.” Bron: Wijs de online wereld in, gratis te downloaden op www.mijnkindonline.nl.

Gevaren

Heeft uw kind zijn of haar profiel niet genoeg afgeschermd? Dan is het makkelijker voor buitenstaanders om contact te leggen. Het profiel geeft veel aanknopingspunten voor een gesprek. Grooming is daar een voorbeeld van; digitaal kinderlokken. Vreemden benaderen kinderen op onschuldige wijze, vaak met complimenten waar ze zo gevoelig voor zijn. Met als uiteind elijk doel de seksuele drempels en remmingen van het kind te verlagen en aan te sturen op seksueel contact.

Workshop sociale media

Bogerman verzorgt elk jaar workshops over sociale media voor groep 8 van verschillende basisscholen in de omgeving van Sneek. Aardrijkskundedocent Thorba Wierstra is één van de voorlichters bij deze workshop. Thorba legt uit waarom kinderen mediawijs moeten zijn: “Kinderen leven elke dag met internet en vooral met sociale media. Dit begint meestal rond de leeftijd van 10 jaar. Het is dus ontzettend belangrijk om kinderen al vóór het voortgezet onderwijs voor te bereiden. Daar dragen wij als school graag aan bij. Sociale media bieden zowel kansen als gevaren die de kinderen beïnvloeden. Het is belangrijk dat kinderen daar ‘wijs’ mee omgaan. De workshop houdt ze een spiegel voor. Het leert ze om op een goede manier gebruik te maken van nieuwe media, zonder zelf gebruikt te worden.” Meer lezen over dit onderwerp? Kijk ook eens op mediawijsheid.bogerman.nl

12 -

13


Fokke Bergsma, mede-eigenaar van de Fixet-winkel in Oldemarkt en Lolke Klijnstra, leerling van het Vakcollege van Bogerman in Sneek, zijn beide online in hun dagelijkse leven. Hoe belangrijk is internet voor werk en school? Door Thea Hoekstra

O n de rn e m e r e n s ta gia ir Fokke en Lolke online Fokke Bergsma, 31 jaar en oud-leerling van Bogerman, is naast zijn drukke werkzaamheden voor Fixet ook nog een dag per week te vinden in doe-het-zelfwinkel Bergsma Vakman in Balk. De 16-jarige Lolke Klijnstra uit Harich loopt gedurende dit cursusjaar stage bij Fokke. Elke woensdag is hij aan het werk in de doe-het-zelfwinkel te Oldemarkt. Hij mag daar onder andere inrichten, opstellingen maken, opruimen en vakken vullen.

Hoe belangrijk is internet voor het vinden van een stageplek en voor het werven van personeel?

Maken jullie veel gebruik van internet?

Fokke, wijs jij een sollicitant af op grond van zijn of haar presentatie op internet? “Jazeker; ik kijk naar de berichtjes op social media. Wij hechten veel waarde aan de uitstraling van een werknemer. Wij hebben een plattelandswinkel en met name onze oudere klanten zouden zich kunnen storen aan een werknemer met opvallende piercings en tatoeages.”

Fokke: “Voor mijn werk ben ik erg afhankelijk van internet. De kassa draait erop en ook de bestellingen worden via internet gedaan. De administratie doe ik thuis; ik heb geen computer in het kantoor in Oldemarkt staan.” Lolke: “Tijdens mijn werk als stagiair heb ik geen internet nodig, maar op Bogerman zijn we wel veel online, behalve bij het vak Nederlands. Privé ben ik regelmatig op de sociale media te vinden.”

Lolke: “Voor het regelen van mijn stageplek was het niet heel belangrijk. Ik heb Fokke telefonisch benaderd. Ik heb wel van tevoren via Facebook zijn profielfoto opgezocht.” Fokke: “Het liefst vraag ik iemand persoonlijk voor een functie, of ik plaats een berichtje op Facebook.”


panel neemt stelling

In elke Boog reageert een panel op een stelling. Deze keer is de stelling:

Digitale ontwikkelingen zijn een zegen voor het onderwijs Dr. W.J. van der Kam, voorzitter Raad van Bestuur Antonius Zorggroep

Digitale ontwikkelingen ondersteunen het mensenwerk. Bij ons zijn digitale ontwikkelingen onmisbaar bij planningen en om mensen te trainen en te scholen voor betere zorg. Net als in de zorg, is ook voor het onderwijs digitale ontwikkeling een zegen. Het ondersteunt het mensenwerk. In het Antonius Ziekenhuis en bij Thuiszorg Zuidwest Friesland gebruiken we digitale ontwikkelingen om de zorg toegankelijker en veiliger te maken, met bijvoorbeeld online afspraken maken en een watersport app. We scannen medicijnen en houden online dossiers bij. Achter de schermen zijn digitale ontwikkelingen onmisbaar bij planningen en om mensen te trainen en te scholen voor betere zorg.

Amber Ouwendijk, leerling Bogerman

Sommige leraren zetten extra informatie, nakijkbladen, huiswerk en nog veel meer op internet. Dit vind ik erg handig. Ik zou het wel fijn vinden als de digitale ontwikkeling iets sneller zouden gaan, zodat ik alleen maar een iPad mee hoef te nemen in plaats van een zware tas met boeken.

Sybolt Kuipers, leerkracht groep 8 van CBS De Vuurvlinder, Sneek

Eens! Door gebruik te maken van computer of tablet wordt de leertijd effectiever benut. Afbeeldingen en bewegende beelden op digibord of touchscreen maken de lessen boeiender en interactiever. Maar het mag en kan nooit de leraar vervangen.

Wietske Feenstra leerling Bogerman

Kinderen van deze tijd zijn van de technologie, dus vinden ze dit waarschijnlijk leuker dan met boeken, waardoor ze ook beter mee zullen doen. Alleen kunnen sommige kinderen er niet goed tegen om lang naar een beeldscherm te kijken. Als daar rekening mee wordt gehouden, is het inderdaad een zegen voor het onderwijs.

Annejet Slippens, moeder van twee Bogermanleerlingen

Voor leerlingen is het handig om alle informatie te kunnen vinden voor bijvoorbeeld een werkstuk. Voor ouders is het ook handig: cijfers en informatie zijn in ĂŠĂŠn oogopslag in Magister te vinden. Is er dan niks negatiefs? Zeker wel. Ik pleit voor goede afspraken tussen docenten en leerlingen over het gebruik van de digitale media, zoals over het gebruik van telefoons en tablets en hoe je met elkaar omgaat in cyberspace.

14 - 15


NIEUWERWE

ONLINE ZWETSE


Treitergedrag onder jongeren is van alle tijden en laat bij menig­een diepe sporen na, zelfs tot ver in de volwassenheid. De (a)sociale nieuwe media hebben hier een extra dimensie aan toegevoegd. Het cyberpesten wint terrein en komt het meest voor bij kinderen tussen de 11 en 15 jaar. Uit recent onderzoek blijkt dat één op de tien jongeren het slachtoffer is van digitaal geestelijk geweld. Zijn ouders en school zich hiervan wel voldoende bewust? Hoe herkennen we dit pesten via internet en nog belangrijker, wat kunnen we eraan doen? Door Cathy Stobbe

ETS PESTEN

EN OF KWETSEN Hoe het werkt

Pubers zijn druk doende met hun lichamelijke, emotionele en sociale ontwikkeling. Het is voor hen dan ook van levensbelang om veel en goed in contact te zijn met leeftijdsgenoten. Sociale media zijn hiervoor een geweldige uitkomst! Waar kunnen jongeren nu sneller, comfortabeler en anoniemer chillen dan op Twitter, op Facebook of via Whatsapp? Voor ze het weten komen ze echter om in de vrienden en volgers. Want alles moet wel bijgehouden worden, van uur tot uur of zelfs van minuut tot minuut. Help! De competitie is geboren. Van een vriendelijk en sociaal ge-

beuren worden kinderen meegezogen in een zenuwslopende toestand, waaraan het lastig ontkomen is. Wie weet er nu nog raad met de zich dagelijks ophopende berg van likes, RT’s, foto’s en filmpjes?

Plagen, pesten of meelopen

Ook online is het niet altijd duidelijk waar plagen overgaat in pesten. Humor is belangrijk en leerzaam, ook in het leven van jonge mensen. Maar wanneer een geintje ontaardt in een kwetsende opmerking en wanneer een kind systematisch wordt genegeerd of digitaal voor schut gezet, krijgt een grapje

16 -

17


ineens een heel grimmig karakter. Van goede bedoelingen is bij het echte pesten bepaald geen sprake. Pubers moeten zich dan ook oprecht afvragen met welke intenties iemand een gemene opmerking maakt of een beledigend berichtje, filmpje of gênante foto verspreidt. Meelopers vormen ook bij het online treiteren vaak de grootste groep. Ze pesten dan wel niet actief, maar versterken het pestgedrag omdat ze een gepest kind niet helpen en zo – vaak onbedoeld – de pestkoppen steunen. Meelopers zijn vaak zelf ook kwetsbaar en durven niets te ondernemen om het pesten te stoppen. Ze zijn veel te bang om zelf (weer) gepest te worden en hun ‘veilig’ verworven plekje in een groep op te geven.

Jongens en meisjes

Statistieken wijzen uit dat ook het online pesten meer voorkomt bij meisjes. Jongens hebben over het algemeen een directere manier van communiceren dan meisjes, die geneigd zijn hun boodschappen met meer omhaal naar buiten te brengen. Dit leidt tot een minder transparante communicatie en blijkt een ‘goede’ voedings­ bodem voor pesterijen.

Signalen herkennen

Een kind dat gepest wordt zit uiteraard niet lekker in z’n vel. Cyberpesten komt net zo hard aan als ‘gewoon’ pesten. Een kind zal thuis niet snel vertellen dat het gepest wordt, maar laat dit vaak wel zien in z’n gedrag. Een voorheen vrolijk en ondernemend kind komt chagrijnig, stilletjes en verdrietig achter de computer vandaan en krijgt last van allerlei vage klachten zoals buikpijn, hoofdpijn of slapeloosheid.

Gevolgen

Het effect van online pesten is schadelijk. Niet alleen voor de gepeste, maar ook voor de pester en voor de meelopers. Het heeft een enorme impact op het zelfvertrouwen en de persoonlijke

ontwikkeling van alle betrokkenen. Een kind dat gepest wordt, kan zich minder goed concentreren, wat de schoolprestaties niet ten goede komt. De pestkoppen en de meelopers zullen zich niet meteen realiseren dat zij zich in een soort ‘schijnpopulariteit’ bevinden, maar kampen vaak later in hun leven met veel schuld­gevoelens. Voor de algehele sfeer in de klas is pestgedrag ook niet bevorderlijk. Het verschil met vroeger is dat door deze nieuwe media een gepest kind zich thuis ook niet meer veilig voelt, omdat het pesten niet ophoudt bij het klaslokaal, de kantine of het schoolplein. Kinderen die veelvuldig en langdurig gepest worden, kunnen zich erg eenzaam voelen en uiteindelijk in een depressie belanden. Voor sommige kinderen worden de problemen zelfs zo groot, dat zij helemaal niet meer naar school willen. In het meest dramatische geval kan een kind zelfs uit pure wanhoop besluiten om uit het leven te stappen.

Aanpak

Om het pesten te stoppen is het belangrijk dat ouders en school goed samenwerken. Ouders moeten alert zijn op het (veranderende) gedrag van hun kind en meer op de hoogte blijven van wat er zich zoal afspeelt op de computer of smartphone. Contact met de mentor is snel gelegd. Daarbij moeten we met elkaar en met onze kinderen thuis en op school in gesprek blijven, over de normen en waarden in onze (digitale) samenleving. Hoe gaan we met elkaar om? Wat is nog grappig en wat kan echt niet door de beugel?

Strafbaar

Wellicht helpt het ook dat pubers zich realiseren dat lasterlijke opmerkingen en filmpjes, evenals serieuze bedreigingen, wettelijk strafbaar zijn. Ouders en school kunnen in een dergelijke situatie aangifte doen.

Hoopvol

De overheid bemoeit zich inmiddels ook actief met dit ingewikkelde en hardnekkige verschijnsel. Educatieve sites, samenwerkingsverbanden en voorlichtingsprogramma’s kunnen ervoor zorgen, dat we in de toekomst beter inspelen op (online) pestgedrag. Wanneer de statistieken een gunstiger beeld laten zien dan in de intro van dit artikel, zijn we goed op weg en zijn er kennelijk minder kinderen het slachtoffer van dit zinloze (geestelijke) geweld.


Een lijntje met boven Ongeduldig kijk ik op mijn mobiel. Heeft hij mijn berichtje al gelezen? Hij was een kwartier geleden nog online, dus waarom heeft hij nog niet gereageerd op m’n appje? Door Krista Bakker

 ”Ik kan mij voorstellen dat God soms erg zijn best moet doen om mij te bereiken!” Krista Bakker docent geschiedenis Bogerman God is altijd online

Hoe het kan weet ik niet precies. Maar ik geloof dat Hij miljoenen gebeden tegelijk kan horen. Bij Hem hoef je nooit af te wachten of Hij wel aangesloten is. En Hij zet je ook niet in de wacht. Toch ervaar ik dat niet altijd zo.

Een antwoord laat soms even op zich wachten of komt op een andere manier dan ik had verwacht. Daarnaast denk ik dat ik ook wel eens een antwoord mis. Nu typ ik op de laptop, de tv staat aan op de achtergrond en mijn mobiele telefoon ligt naast mij. O ja, en de vaste telefoon ligt er ook nog. Oftewel: ik ben op allerlei manieren online. Echt rustig is dat niet en ik kan mij voorstellen dat God soms erg zijn best moet doen om mij te bereiken!

Tot rust komen

Gelukkig heeft God altijd Zijn volle aandacht erbij als wij contact zoeken. Dat valt bij onszelf en onze omgeving nog wel eens tegen. Wanneer we eens gezellig bij elkaar zitten is het niet ongewoon dat er telefoons afgaan en er berichtjes gelezen worden. Afgelopen vakantie zat ik met mijn man en dochtertje in een huisje in de Ardennen zónder wifi! Eerst baalden we er een beetje van, maar uiteindelijk was het juist heerlijk rustig. We deden eens samen een spelletje en hoefden niet steeds te checken of we mailtjes of berichtjes hadden. We kwamen die week even helemaal tot rust. Ik geloof dat we die rust zo nu en dan nodig hebben voor onszelf, voor het contact met onze familie en vrienden, maar ook voor het contact met God. Ik weet niet hoe druk uw leven is, maar is het misschien de moeite waard om de rust eens op te zoeken?

18 - 19


LEREN DOOR

TE GAMEN Games als onderdeel van het leerproces Moustafa Harb is biologiedocent en zo’n vijf jaar werkzaam op Bogerman. Hij heeft een duidelijke visie op de digitalisering van het onderwijs en ziet daarbij een belangrijke rol voor games. Moustafa: “Ik ben ervan overtuigd dat gamen werkt in het onderwijs. Leerlingen kunnen afspraken maken, elkaar motiveren en elkaar aanspreken op hun verantwoordelijk­ heden. Zij worden hierdoor eigenaar van hun leerproces.” Door Bart de Boer


 ”Je ziet leerlingen soms beter leren voor de Spacerace dan voor een toets.”

Moustafa Harb biologiedocent Bogerman

De eerste jaren gebruikte Moustafa vooral het programma PowerPoint om zijn lessen beeldend te maken, maar leerlingen leren pas echt als de stof wordt gekoppeld aan hun belevingswereld. “En dat kan heel mooi met games”, zegt hij. “Hoe kan het dat een leerling wel maandenlang tijd wil besteden aan een spel als Minecraft en online een hutje bouwt, maar niet gemotiveerd is om schoolwerk te doen? Dat komt niet omdat hij lui is, maar omdat hij bepaalde dingen interessanter vindt. Het is een uitdaging om daarop in te spelen.”

 ”Waarom klassikaal uitleggen als ze dezelfde leerstof door middel van een spelletje kunnen leren?” Moustafa Harb biologiedocent Bogerman “Ik gebruik soms een spelletje over evolutietheorie”, vervolgt Moustafa, “waarbij je een diersoort een miljoen jaar in leven moet houden. Ze leren op deze manier dat mutaties aan de basis staan van evolutionaire veranderingen. Een ander voorbeeld is Vic de Vitaminevreter van het Voedingscentrum. Hier moeten de leerlingen groente en fruit verzamelen en wordt er verteld welke vitamines en mineralen daarin zitten. Door goede combinaties te maken kun je gezond blijven. Soms ben ik aan het uitleggen over planten, plantengroei en fotosynthese. Leerlingen haken dan af, maar zijn ondertussen wel bezig met Farm Ville of Hay Day. Hier moeten

ze meerdere keren per dag planten water geven, dieren voeren en noem maar op. Ze zijn er dus wel mee bezig, maar koppelen dit nog niet aan een vak op school. Het ziet er grappig uit, leerlingen vinden het leuk en ze leren er wat van. Je zoekt bij je leerdoelen een alternatieve invulling. Waarom klassikaal uitleggen als ze dezelfde leerstof door middel van een spelletje kunnen leren?” Heel enthousiast is Moustafa over de onderwijsapp Socrative: “Hier kun je vragen stellen aan leerlingen door middel van het spel Spacerace. Leerlingen beantwoorden de vragen op een tablet of smartphone en bij het juiste antwoord gaat hun raket een stukje vooruit. De vragen stel ik op examenniveau. Leerlingen willen niet verliezen; je ziet ze soms beter leren voor de Spacerace dan voor een toets. Voor sommige leerlingen is het enige doel winnen van een klasgenoot, maar het leerproces blijft hetzelfde en ze beheersen uiteindelijk wel de stof.” Rector Wim-Jan Renkema: “Het streven van Bogerman is dat alle eerste en tweede klassers in schooljaar 2014/2015 met een iPad werken. De iPad is wat mij betreft slechts een middel. Waar het om gaat is dat het mogelijkheden biedt om leerlingen op hun eigen niveau en tempo de lesstof te laten doorlopen. Dat dit kan op een manier die onze leerlingen aanspreekt, is natuurlijk fantastisch!” Meepraten? Reageer online op www.bogerman.nl/boog

20 -

21


S o c ia l Me di n e e Vroeger lazen kinderen nog wel eens de krant Nu heeft iedereen een telefoon in de hand Op nu.nl wat gebeurt er in het land En is er nog iets op Twitter aan de hand En al het voedsel moet op Instagram staan KFC en Starbucks staan op dat lijstje bovenaan Ik heb er niks aan en snap niet waarom iedereen het doet Alleen als je het eten naar me toe brengt vind ik het goed Tegenwoordig is iedereen op Instagram een fotograaf Je zet een filter op je foto en hij is te gaaf Maar veel kinderen zitten ernaast Veel kinderen zijn op social media dwaas Het is niet het enige dat er bestaat Mensen hoeven niet te weten hoe het met je paard gaat Iemand porren op Facebook is wat jou happy maakt En je voelt je goed als een diss op Twitter iemand raakt Twitbeef is tegenwoordig een begrip Maar het is doelloos als een onthoofde kip Shout out naar hem shout out naar haar Misschien heb je duizend volgers volgend jaar Soms vind ik mensen op social media maar raar Voor de gezelligheid op feestjes is het een gevaar Iedereen die naar zijn telefoon staart Niemand die een gesprek begint of een onderwerp aankaart Ik heb zoiets van gooi die telefoons in de vaart Even Twittervrij wat een rust dat maakt Want Twitter is geen must Zonder Twitter is er veel rust En worden er veel ruzies gesust Van Twitter raak ik tegenwoordig redelijk uitgeblust Maar ik doe er zelf ook aan mee Dus tegen mezelf zeg ik ook nee Thom Boonstra, leerling Bogerman


Nieuwe mensensoort rukt op Gedenk het lot van Homo neanderthalensis. Ooit leefde hij samen met de moderne mens, Homo sapiens. Ze wisselden zelfs genetisch materiaal uit, een feit waaraan sommigen nog altijd het afwijkende gedrag van bepaalde voetbalsupporters toeschrijven. Maar daarmee doe je de neanderthaler tekort. Toch liepen op zeker moment de lijnen uit elkaar. De verschillen werden groter, men verstond elkaars taal niet meer. Sapiens overvleugelde neanderthalensis en die laatste stierf uit. Slechts af en toe worden overblijfselen teruggevonden. It ‘s all in the game. Survival of the fittest, zo gaat dat. En zo gaat het nog steeds. Aan de heerschappij van Homo sapiens dreigt op korte termijn een einde te komen, nu een nieuwe, superieure soort in snel temp evolueert: de Homo smartphoniensis. Deze soort ontwikkelt een scherpe blik voor kleine beeldschermpjes en wordt gekenmerkt door een krachtig ontwikkeld spierstelsel in de hand, waarmee vingers heel snel en met grote precisie over onwaarschijnlijk kleine knopjes kunnen worden bewogen. Verder raakt het hoofd steeds meer vergroeid in een zekere hoek met het lichaam, wat de toekomstige overlevingskansen aanzienlijk vergroot. Immers, alle belangrijke informatie (voedsel, vijanden) komt via een piepklein schermpje binnen en wat daarbuiten gebeurt is niet van wezenlijk belang. Het schermpje is de wereld. We kunnen voor de verdere toekomst dan ook een langzame degeneratie van het loopvermogen verwachten, terwijl spaakbeen en ellepijp zich krachtig zullen blijven ontwikkelen ten koste van het opperarmbeen. Ook ontwikkelt hij een taal die door de oude mens niet meer wordt verstaan. Hij download(t) apps, whatsappt en facebookt met vrienden die hij echter niet persoonlijk kent, gamet in zijn vrije tijd en wordt rijk met bitcoins. Dit brengt een verwijdering tot stand die ertoe zal leiden dat beide soorten niet meer kruisen. De smartphoniensis is uiteindelijk evolutionair zodanig in het voordeel, dat hij de sapiens van het wereldtoneel zal verdringen. De oude mens, die belde met een telefoon, die las uit boek of krant, foto’s maakte met een camera, muziek luisterde uit een radio, zijn plaats bepaalde met een kaart en schreef met pen of typemachine, wordt weggehoond en overvleugeld door de nieuwe mens die dat allemaal met hetzelfde apparaatje doet. En nog veel meer. Hij zet vanuit Spanje de verwarming thuis in Spears aan en controleert de inhoud van zijn koelkast vanuit Kongo. Nog even, en ze downloaden een app waarmee ze kunnen vliegen, andermans gedachten aflezen en een tijdreis maken, vermoedelijk tegelijkertijd en terwijl een virtuele lunch wordt genuttigd. Daar kan de oude mens niet tegenop. Hij zal uitsterven en – met behulp van een gratis app, dat wel – als fossiel worden teruggevonden. Sterker nog: dat is hij al. Klaas Ybema

22 - 23


ďƒ¨ ďƒ¨ Zet alvast in

uw agenda!

20 februari Ouderavond over soci ale media en mediaopvoeding met Justine Pardoen van mijnkin donline.nl.

Postbus 172 8600 AD Sneek info@bogerman.nl vestigingen Sneek Hemdijk 2 8601 XH Sneek T 0515 482 482 Hemdijk 47 8601 XJ Sneek T 0515 482 482

cho g

Locatie: Hemdijk 2, Sn eek Voor alle ouders van Bogermanleerlingen .

Kijk ook op www.bog erman.nl

Christelijke school voor vmbo, havo en vwo

www.bogerman.nl

vestiging Koudum ds. L. Tinholtstraat 3c 8723 CW Koudum T 0514 532 110 vestiging Wommels Walperterwei 8 8731 CC Wommels T 0515 331 531


Boogmagazine