Page 1


Op 31 januari 2013 is het Gedichtendag met als thema “Muziek”. Het is de start van de eerste Poëzieweek die loopt tot en met 6 februari. In heel Vlaanderen en Nederland kan je honderden poëtische activiteiten bijwonen, en dat een week lang. Om in de stemming te komen, vind je in deze bundel enkele korte gedichten met muzikale ondertoon. Lees, ontdek en geniet van de mooie woorden. www.gedichtendag.com www.poëzieweek.com


Fanfare Doremi. Harmonie. Fanfare. Balustrade. Orkest in open lucht. IJsjes, lolly’s, limonade. Vogels op de vlucht. Een meisje in paniek. Haar mama kwijt in de muziek. En ook haar sjaal. De fanfare maakt kabaal. Frank Adam Uit: Als de bomen straks gaan rijden. De Eenhoorn, 2011


EVEN... even iets over poĂŤzie: harde woorden (we zijn achter met onze) zoals jazz ze zegt (po) ja bij uitstek jazz (ĂŤzie) zagen zagen wiedewiedewagen zal ik de jazz om een boterham vragen? en de armoede Remco Campert

Uit: Dichter. De Bezige Bij, 1995


Charlie Parker hij kon de deugd aan zijden draadjes hangen een leeuw aanraken europa redden van het blanke ras schuimer van meerschuim aan riffen beluisterde hij het spraakgebrek der winden het zuchten der koningen het lied dat geen geweten heeft en even nog de val van engelen reddeloos als sneeuw in zee Adriaan De Roover

Uit: Testvliegen. Ontwikkeling, 1961


Meneer Dinges‌ Meneer Dinges Weet niet wat swing is. C.B. Vaandrager

Uit: Totale poĂŤzie. De Bezige Bij, 1981


Piep Piepzangeressen en piepgitaristen, piepkleine drummers en piepviolisten zit je naast iemand met dopjes en oren, moet je die koptelefoontjes eens horen daar komen heel kleine liedjes vandaan. Popmuziek, piepmuziek – zouden kabouters bestaan? Edward van de Vendel

Uit: Superguppie krijgt kleintjes. Querido, 2005


Op het graf van Pieter de Vooys, de blinde Lag aller meester hier zo doof niet als hij blind was, hij, beter organist van toen hij schier nog kind was dan die m’er nu toe kiest, hij sprong wel uit het graf en joeg de knoeiers van zijn heerlijk orgel af. Constantijn Huygens

Uit: Korenbloemen. 1658


Fagot In een fagot blaast adem hout van binnen zuiver rond; gesloten rolt een klinker in zijn holte zonder mond. Roland Jooris

Uit: Uithoek. PoĂŤziecentrum, 1991


Wandelend in de tuin ontdekte ik‌ Wandelend in de tuin ontdekte ik Bloemen wier lichte gratie ik Bijna vergeten had als de muziek Die ’s ochtends na het bal door de tuinen Zweeft; een herinnering en meer niet. Hans Lodeizen

Uit: Verzamelde gedichten. Van Oorschot, 1996


Radio ik ga op mijn tenen staan de radio moet aan klik muziek en klikklak stil de radio doet wat ik wil als ik aan het knopje draai komt er nog veel meer lawaai ik kan mama niet meer horen de muziek zit in mijn oren. Hans en Monique Hagen

Uit : Ik zie lichtjes in je ogen. Van Goor, 2001


Cage De componist Cage zegt: stilte bestaat niet want je hoort altijd het ruisen van je eigen bloed. Maar als ik nu altijd de stilte hoor van o.m. het ruisen van mijn eigen bloed, wat dan, Cage? Hans Andreus

Uit: Verzamelde gedichten. Bert Bakker, 1995


’s Morgens voor Mai Het was half vijf ’s morgens in April Ik liep, en floot de St.Louis Blues Maar ik floot die op mijn eigen wijze Al fluitend dacht ik: mocht mijn fluiten gelijken op de zang van de grote lijster En waarlijk, na enige tijd geleek mijn fluiten van de St.Louis Blues op de zang van de grote lijster: turdus viscivorus Jan Hanlo Uit: Verzamelde gedichten. Van Oorschot, 1989


Bach in de vroegte Als hij gaat klinken in het morgenlicht staat de klok stil, de tijd verzaakt zijn plicht. Ik poets mijn schoenen of ik kijk naar buiten, en leef weer eerder dan het eerst gedicht. Roland Holst

Uit: Verzamelde poĂŤzie. Van Oorschot, 1981


Dirigent Ik word later dirigent van de diere-liere-band met op saxofoon de rat en op klarinet de kat op triangel speelt de haai en op drums de papegaai op de basgitaar de stier en op altviool de mier op piano de fazant en op slurf de olifant Erik van Os en Elle van Lieshout

Uit: Ik weet wat ik worden wil. Gottmer, 2008


Stradivarius Hij snijdt met zijn lancet in bomen naar de kern, waar een viool verborgen zit, zorgvuldig haalt hij bast en krullen weg, er komt ĂŠĂŠn klankgat vrij, het andere volgt, de wind loopt er zacht in en uit; dan is het instrument bevrijd: hij spant de snaren over bruin en goud. Achter zijn rug gapen de bomen als geleegde koffers Peter Ghyssaert Uit: Cameo. Bert Bakker, 1993


PoĂŤzie is de muziek van de ziel, vooral van grote en gevoelige zielen. Voltaire


PoëzieMaestro  

Poëziebundel Gedichtendag 2013

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you